CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvulling MER omgevingsvisie Overvecht 20241125

Gemeenteraad 20 februari 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2025 – 204023.794 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De spreiding van de verdichting is immers groter, maar er wordt hierbij wel meer richting de waardevolle randen van Overvecht verdicht.

32

Het toevoegen van extra groen (parken en natuurgebieden 48 ha, groenblauwe routes 6,05 ha en buurt en wijkgroen 13,68 ha) en de beoogde natuurinclusieve nieuwbouw zorgt bij dit alternatief voor een positief effect op beschermde soorten. De natuurinclusieve nieuwbouw zal gespreid(er) plaatsvinden waardoor op meer plekken de potentie voor gebouw bewonende soorten toeneemt. Het extra groen biedt kansen voor soorten als egel, eekhoorn en vogels en heeft met name een groot effect als het ook een verbindende functie heeft. De 6,05 ha groenblauwe routes is duidelijk meer dan bij alternatief 1. Ook is er bij dit alternatief in totaliteit meer ruimte voor extra groen, waardoor dit alternatief positiever wordt beoordeeld. Ten opzichte van de referentiesituatie wordt alternatief 2 neutraal (0) beoordeeld. Biodiversiteit De Commissie mer wijst er op dat de beoordeling van het onderdeel biodiversiteit onvolledig is en dat het oordeel waarschijnlijk te negatief is (0). In deze paragraaf volgt een aanvulling op de beoordeling. In het MER wordt biodiversiteit beoordeeld op grond van de verwachting dat de biodiversiteit (sterk) toeneemt, gelijk blijft of (sterk) afneemt.

Om niet alleen uit te gaan van een dergelijke (moeilijke) inschatting, wordt het volgende toegevoegd aan het toetsingskader voor biodiversiteit: in hoeverre er sprake is van bescherming van bestaande natuur, verbetering van bestaande natuur en creatie van nieuwe natuur (ecosysteem gebaseerde benadering in Overvecht; Bron: Nature Based Solutions uit deel B van de Omgevingsvisie)

Indicatoren

Kansen om biodiversiteit te verhogen

++

Bestaande natuur wordt grotendeels beschermd en verbeterd, veel nieuwe natuur wordt toegevoegd, de biodiversiteit neemt hierdoor naar verwachting sterk toe

+

Bestaande natuur wordt deels beschermd en verbeterd, nieuwe natuur wordt toegevoegd, de biodiversiteit neemt hierdoor naar verwachting toe

0

Er wordt niet, nauwelijks of beperkt natuur beschermd, verbeterd en toegevoegd, de biodiversiteit blijft hierdoor naar verwachting gelijk

-

Bestaande natuur wordt niet voldoende beschermd, verslechterd en nieuwe natuur wordt niet voldoende toegevoegd, de biodiversiteit neemt hierdoor naar verwachting af

--

Bestaande natuur wordt niet beschermd, verslechterd en nieuwe natuur wordt niet toegevoegd, de biodiversiteit neemt hierdoor naar verwachting sterk af

De indicatoren van het toetsingskader geven de kansen aan om biodiversiteit te verhogen Op grond van bovenstaande methodiek, kan het volgende worden gesteld (ongeacht alternatief 1 of 2): de verdichting die onvermijdelijk gaat plaatsvinden (7.000 woningen bouwen), betekent ook voor de biodiversiteit een grotere verstoringsdruk in de gehele wijk. Dat is per definitie sterk negatief voor welke soort dan ook. Daar tegenover staat de ambitie om Overvecht te vergroenen, alle nieuwbouw natuurinclusief te realiseren en de biodiversiteit lokaal te stimuleren. Dat zegt men te willen doen door “parken te vergroten en ze autovrij te maken”, “meer diversiteit in beplanting toe te passen”, “ecologische oevers aan te leggen”, “daktuinen te realiseren”, “groene daken op en nestkasten in gebouwen te maken” en “meer ruimte voor groen te maken” (Omgevingsvisie deel 1 en 2).

Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 33

Deze ambitie, die er vooral op gericht is om natuur toe te voegen (çreatie van nieuwe natuur), zorgt ervoor dat er in kwantitatieve zin meer leefgebied voor flora en fauna komt en in kwalitatieve zin meer natuurlijke variatie in Overvecht gebracht wordt. Of dit de gewenste positieve impact heeft op de biodiversiteit is moeilijk te zeggen, omdat de mate van verstoring ook een hele grote rol speelt. Veel algemene soorten zijn echter niet bijzonder verstoringsgevoelig.

Positief voor de biodiversiteit is: ࡟

Alle beoogde maatregelen voor versterking van de biodiversiteit, met name gericht op creatie van nieuwe natuur en deels op verbetering van bestaande natuur. Deze maatregelen zullen gebiedsdekkend (dus zowel aan de randen als in de kern) worden toegepast.

Negatief voor de biodiversiteit is: ࡟ ࡟

De verdichtingsopgave waardoor de bevolkingsdruk en dus verstoring van flora en fauna per definitie toeneemt. Veel algemene soorten zijn echter niet bijzonder verstoringsgevoelig. Extra verstoring en aantasting door alle beoogde sloop- en bouwwerkzaamheden in het gebied.

Hieronder wordt per alternatief beoordeeld hoe zich bovenstaande tot elkaar verhoudt.

Alternatief 1: gebundelde verdichting met HOV-as

De gebundelde verdichting zorgt voor grotere bevolkingsdruk in de as van Overvecht. Op deze plek is de biodiversiteit reeds (erg) laag. Het effect van de verdichting in de as op de biodiversiteit wordt derhalve zeer beperkt verwacht. Aan de randen van Overvecht is er niet of nauwelijks sprake van verdichting waardoor de fysieke situatie voor alle aan de randen voorkomende biodiversiteit nauwelijks verandert. Wel zal ook hier sprake zijn van meer verstoring door een toename van o.a. verkeer en recreatie. Zoals gezegd zijn veel algemene soorten niet bijzonder verstoringsgevoelig, waardoor de effecten heel beperkt zullen zijn. Deze mate van verdichting wordt neutraal tot licht negatief ingeschat ten opzichte van de referentiesituatie. Het toevoegen van extra groen (parken en natuurgebieden 47 ha, groenblauwe routes 2,17 ha en buurt en wijkgroen 14,25 ha), de beoogde natuurinclusieve nieuwbouw en alle overige beoogde maatregelen voor de biodiversiteit zorgt voor een positief effect op de biodiversiteit. De vijf V’s voor soorten (Verblijfplaatsen, Voedsel, Verbinding, Veiligheid en Variatie) worden hiermee immers versterkt, waardoor de kans op meer soorten en aantallen toeneemt. Omdat veel algemene soorten (die in Overvecht voorkomen en/of verwacht worden) beperkt verstoringsgevoelig zijn, wordt dit alternatief positief (+) beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie.

Er worden immers inspanningen geleverd waardoor de bestaande natuur deels wordt beschermd en verbeterd, waardoor nieuwe natuur wordt toegevoegd, en waardoor de biodiversiteit naar verwachting toeneemt.

34

Alternatief 2: gespreide verdichting met fijnmazig mobiliteitsnetwerk door heel Overvecht

De gespreide verdichting zorgt voor grotere bevolkingsdruk in een groter deel van Overvecht. Door de toegepaste spreiding zijn de effecten op flora en fauna echter lokaal en beperkt. Wel zullen er op meer plekken dan bij alternatief 1 effecten merkbaar zijn. Ook bij dit alternatief zal er overal sprake zijn van meer verstoring door een toename van o.a. verkeer en recreatie. Zoals gezegd zijn veel algemene soorten niet bijzonder verstoringsgevoelig, waardoor de effecten heel beperkt zullen zijn. Ook deze mate van verdichting wordt voor biodiversiteit neutraal tot licht negatief ingeschat ten opzichte van de referentiesituatie. Het toevoegen van extra groen (parken en natuurgebieden 48 ha, groenblauwe routes 6,05 ha en buurt en wijkgroen 13,68 ha), de beoogde natuurinclusieve nieuwbouw en alle overige beoogde maatregelen voor de biodiversiteit zorgt bij dit alternatief voor een positief effect op de biodiversiteit. De vijf V’s voor soorten (Verblijfplaatsen, Voedsel, Verbinding, Veiligheid en Variatie) worden hiermee immers versterkt, waardoor de kans op meer soorten en aantallen toeneemt. Omdat veel algemene soorten (die in Overvecht voorkomen en/of verwacht worden) beperkt verstoringsgevoelig zijn, wordt dit alternatief positief (+) beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie.

Er worden immers inspanningen geleverd waardoor de bestaande natuur deels wordt beschermd en verbeterd, waardoor nieuwe natuur wordt toegevoegd, en waardoor de biodiversiteit naar verwachting toeneemt. Ervan uitgaande dat de referentiesituatie al slechter wordt dan de huidige situatie door autonome afname van de biodiversiteit, wordt verwacht dat de alternatieven 1 en 2 beide zorgen voor een positief effect (+) voor de biodiversiteit. Het verschil tussen beide alternatieven (met name gericht op de wijze van verdichting en de hoeveelheid extra groen) is te klein om op basis van het hier gehanteerde toetsingskader onderscheidend te zijn voor alle biodiversiteit in heel Overvecht. NNN De Omgevingsvisie spreekt van het “koesteren van het NNN” (deel A) en “behoud van bestaande ecologische kwaliteiten” (deel B). Van versterking is in beide alternatieven echter geen sprake. Bestaande gebieden blijven behouden en instandhouding/beheer blijft gericht op de wezenlijke kenmerken en waarden zoals beschreven onder ‘Referentiesituatie’. Derhalve blijft de beoordeling uit het MER, te weten een neutraal effect (0) voor beide alternatieven, staan.

Natura 2000 Zoals in het MER Omgevingsvisie Overvecht is beschreven zorgt de afstand van het stedelijk gebied van Overvecht (gemeten vanaf de N230 ter hoogte van Bedrijvengebied Overvecht) ervoor dat effecten van licht en geluid op de Oostelijke Vechtplassen zeer beperkt zijn. Dit komt om die reden niet in het planMER aan bod. Wel zijn de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden beschreven in het planMER.

Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 35

4.2 Cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit

De Commissie mer adviseert de referentiesituatie voor cultuurhistorie aan te vullen en in de effectbeoordeling in te gaan op de risico’s en kansen van sloop. De aanvulling van de referentiesituatie is in de eerste subparagraaf beschreven en in de navolgende subparagraaf is een aanvulling gedaan op de effectbeschrijving. Het verandert de effectbeoordeling van cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit overigens niet.

4.2.1 Aanvulling op referentiesituatie CIAM-gedachtegoed Utrecht Overvecht is gebouwd volgens de principes van het CIAM-gedachtegoed (Congrès Internationaux d’Architecture Moderne). Dit was een groot internationaal platform dat in de eerste helft van de 20e eeuw een nieuwe stijl van bouwen introduceerde. Eén van de belangrijkste ideeën vanuit de CIAM was het idee van ‘De functionele stad’. In de CIAM werden geplande steden gepropageerd, waarbij de functies als wonen, werken en recreatie van elkaar gescheiden zijn. Utrecht Overvecht is hier een duidelijk voorbeeld van. Er is een plan ontworpen dat een grote variatie kende in lange lijnen, afwisseling van stedelijke ruimten, gevoel voor omgeving en een vlechtwerk van programmatische elementen (gebouwd). Overvecht is ook een ontwerp van twee verschillende stedenbouwkundigen, ieder met een eigen ontwerpopvatting en handschrift. Er is een duidelijk verschil tussen Overvecht-Zuid (van stedenbouwkundige Wissing) en Overvecht-Noord (van stedenbouwkundige Hanekroot). Zuid is kleinschaliger van opzet dan Noord. Ook is er vanaf het begin ingezet veel verschillende woningtypologieën.

In de Omgevingsvisie worden verder de volgende oorspronkelijke ruimtelijke principes (CIAM-kwaliteiten) van Overvecht genoemd: ࡟ Wijkgedachte (verschillende woningtypes voor een mix in leeftijdsgroepen) ࡟ Licht, lucht en ruimte voor een gezonde leefomgeving ࡟ Functiescheiding ࡟ Rationeel bouwen met repeterende bouwblokken ࡟ Orthogonale structuur: De bebouwing volgt een orthogonale structuur onder een hoek van 45 graden voor een optimale bezonning. ࡟ Auto ruim baan: brede wegprofielen en grote parkeervelden Een deel van deze ontwerpprincipes, zoals de wijkgedachte, de gezonde leefomgeving en de wijk van buurten in een groen raamwerk zijn nog steeds actueel in het ontwerpen van aantrekkelijke, duurzame wijken. Groene voegen zijn vooral in Zuid de belangrijke zones. In Noord is het groen met de voorzieningen weer anders van opzet. Ook zijn juist hier verbeteringen mogelijk, zoals de groene voeg ontdoen van allerlei latere bebouwing.

Aanvullende cultuurhistorische waarden

In het MER worden veel cultuurhistorische waarden van Overvecht beschreven. Aanvullend hierop zijn nog de volgende waarden te benoemen. De singelstructuur van Park de Watertoren met de groene oevers is één van de belangrijkste cultuurhistorische elementen in Overvecht-Zuid. De Vechtscheg achter de Vechtdijk bestaat uit een brede groenzone met parkruimtes, sportvoorzieningen en een aantal oude landgoedbossen met waardvolle oude bomen. Naast een belangrijke ecologische functie heeft de Vechtscheg ook een belangrijke cultuurhistorische waarde met Fort aan de Klop en Slot Zuylen midden in het gebied.

36

4.2.2 Aanvulling op effectbeoordeling Verbetering van verzwakte CIAM-kwaliteiten Een aantal CIAM-kwaliteiten zijn door de jaren heen zichtbaar gebleven in Overvecht. Zo heeft de ruimtelijke opzet van buurten in een groen raamwerk gezorgd voor een sterke ruimtelijke structuur waarbij het groen altijd in de buurt is. Op een aantal plekken is het raam-werk door latere toevoegingen van bebouwing, verharding en hekwerken verrommeld en versnipperd. De Omgevingsvisie zet in op het behouden en versterken van de groenstructuur. Een aantal ruimtelijk principes zijn in de kern goed maar niet overal goed tot uiting gekomen. Zo kan de wijkgedachte opnieuw ingevuld worden en de gemeenschapsvorming versterkt worden . De Omgevingsvisie stimuleert meer gemixte en nieuwe woningtypen en ruimten om elkaar te ontmoeten. De voetganger had een belangrijke plek in de CIAM-gedachte. Rationalisatie en standaardisatie van de bouw en opkomst van de auto leidde ertoe dat er veel onaantrekkelijke en anonieme openbare ruimtes ontstonden. Op veel plekken was de menselijke maat niet aanwezig en ontbreekt een goede relatie tussen de bebouwing en de openbare ruimte. Dit is terug te zien in de blinde plinten, de grote hoeveelheden verharding en de open velden met kijkgroen. De Omgevingsvisie wil in de hele wijk de landschappelijke kwaliteiten en de sociale veiligheid verbeteren.

Dit gebeurt door bij herstructurering meer voorkanten, ogen op straat, goede langzaam verkeerroutes en meer groen te realiseren. Dit volgt het CIAM-gedachtegoed van gescheiden verkeerstromen en voldoende groen voor dagrecreatie. De perceptie van sociale veiligheid kan verbeterd worden door een betere mix aan woningtypen, veilige buurten met een menselijke maat, ogen op straat door actieve plinten (wonen, werken, voorzieningen) en aangename routes en plekken waar prettig verblijven en ontmoeten centraal staat. Effect cultuurhistorische waarden Gemeente Utrecht gaat volgens de Omgevingsvisie respectvol om met de cultuurhistorische kernwaarden. Dit zijn ruimtelijke dragers voor Overvechtse identiteit en herkenbaarheid. UNESCO werelderfgoed Nieuwe Hollandse Waterlinie, monumenten, karakteristieke bebouwingsensembles en groenplekken zijn kwaliteiten die behouden blijven. Zo blijft beleving van de Klopvaart als rijksmonumentonderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie behouden hoewel deze door woningbouw visueel licht kan worden aangetast (zie volgende paragraaf). De uitdaging is om deze groenblauwe structuur te versterken als verbindingszone en ontmoetingsplek. De cultuurhistorische kenmerken van park De Watertoren, zoals de zichtlijnen naar de watertoren, blijven goed herkenbaar.

Ingrepen dienen wel rekening te houden met de lange lijnen, de zichtlijnen en het karakter van de singel met van oorsprong strakke kanten. Aantasting van cultuurhistorische elementen buiten Overvecht is gezien de locatie van de ontwikkelingen niet aan de orde. Hoewel binnen Overvecht meer verdichting plaatsvindt (en wellicht hogere bebouwing) doet dit geen afbreuk aan erfgoed rondom Overvecht. Het contrast tussen ‘stad en land’ wordt door hoogbouw iets groter, maar de cultuurhistorische waarden van het landschap rondom Overvecht blijven intact. Het Noorderpark Ruigenhoek ligt aan de noordkant van Overvecht en valt onder het UNESCO werelderfgoed Nieuwe Hollandse Waterlinie. Hier schrijft de Omgevingsvisie voor om landschapseigen elementen (zoals beplanting, ontginningsstructuren,

Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 37

polderlandschap, etc.) te gebruiken bij de ontwikkelingen in het gebied. De Gageldijk wordt hierin versterkt als herkenbare lineaire landschapsstructuur en het doel is om de forten in het gebied beter te verbinden.

Risico’s en kansen sloop Alternatief 1 Om de verdichtingsplannen van alternatief 1 te realiseren, zullen woningen gesloopt moeten worden. In alternatief 1 wordt sterk verdicht rondom de HOV-haltes, waardoor een aantal woningen op deze plekken verdwijnen om het gewenste hoogstedelijke milieu te kunnen ontwikkelen. De hoogstedelijke milieus worden geconcentreerd rondom HOV haltes aan een centrale as die van het station Overvecht, langs centrum Overvecht, via de Carnegiedreef naar bedrijventerrein Nieuw Overvecht loopt. De sloop van gemeentelijke of rijksmonumenten wordt niet beoogd. Een risico van de bouw is een visuele aantasting van de Klopvaart als onderdeel van de Hollandse Waterlinie. Er ontstaat een sterke verdichting in noordwest/zuidoost-as, de Klopvaart ligt hier haaks op. Verminderde zichtbaarheid of beleefbaarheid valt echter mee. De verdichting is namelijk het sterkst rondom de HOVhaltes. Bij de Klopvaart komen geen extra haltes. Ook staan er in de huidige situatie al enkele 10-hoog flats rond de Klopvaart. De cultuurhistorische kwaliteiten van de omgeving (o.a. slot Zuylen) blijven onaangetast. Vanwege de sterke concentratie van de ontwikkeling worden de stedenbouwkundige karakteristieken in grote delen van de wijk niet aangetast. Alternatief 2 In alternatief 2 vindt de verdichting verspreid in de verschillende buurten plaats.

De sloop die nodig is om ruimte te maken voor de ontwikkeling zal daarmee minder geconcentreerd en meer verspreid in de verschillende wijken plaatsvinden. Meerdere buurten worden dus ingrijpend verdicht waardoor de stedenbouwkundig structuur wijzigt. De risico’s op aantasting van erfgoed is zijn zeer beperkt. De rijks- en gemeentelijke monumenten in en om het plangebied blijven behouden. Deze vastgestelde waarden zijn wettelijk beschermd en voor verbouw of sloop gelden juridische beperkingen (o.a. onderzoek en vergunningplicht). Wel biedt dit alternatief meer kansen voor herstel van de CIAM-kwaliteiten. Zo kan door heel Overvecht de wijkgedachte verbeterd worden door mengeling van woningtypes, kan de groenstructuur verbeterd worden en de menselijke maat terug gebracht worden (door grote anonieme ruimtes te verkleinen/benutten en voorkanten te verbeteren). Een uitdaging is het voorkomen dat de open stedenbouw-opzet van Overvecht te veel verdicht wordt. Om de sociale veiligheid te verhogen worden in de nieuwbouw andere ontwerpprincipes gehanteerd. Een divers woningaanbod met aandacht voor de menselijke maat, het creëren van ogen op straat, gebouwde parkeervoorzieningen en het introduceren van een nieuwe bouwhoogten.

38

4.3 Waterhuishouding

In deze paragraaf is een aanvulling op het MER opgenomen wat betreft het aspect waterhuishouding.

4.3.1 Huidige situatie waterhuishouding Bodem en maaiveld Bij de aanleg van de wijk Overvecht in de jaren 60 is het gebied integraal opgehoogd met een zandlaag van circa 1 à 1,5 m naar een wegpeil van +1,55 à 1,65 m NAP (OvervechtNoordelijke stadsrand: 4.9 Water - planviewer.nl ). Het maaiveld is daarom door het hele gebied relatief gelijk. Lokaal komen verschillen in maaiveld voor. In het gebied varieert de maaiveldhoogte tussen NAP -0,15 m NAP en +3,04 m NAP en bij park de Gagel en Sjanghaipark ligt het maaiveld tot wel +9,0 m NAP.

Figuur 4.2 Maaiveldhoogte in het gebied Overvecht waarbij rood hoge en blauw lage maaiveldhoogtes aangeven (bron: AHN4)

Via de database van DINOloket is een inventarisatie van de bodemopbouw uitgevoerd. In het verleden zijn boringen uitgevoerd in en in de omgeving van Overvecht. Daarnaast is gekeken naar een dwarsprofiel uit het regionale GeoTOP-bodemmodel (Figuur 4.2). Hieruit volgt dat de bodem hoofdzakelijk uit (grof) zand bestaat en dat in de eerste vijf meter beneden maaiveld lokaal klei- en/of veenlagen aanwezig zijn direct onder maaiveld, onder de ophooglaag zand of dieper. Waar klei en/of veen voorkomt zorgt dit voor een slecht doorlatende bodem. In het zuiden van het gebied bevindt zich op circa 8 á 11 m beneden maaiveld een storende leemlaag en komen lokaal ook leemlagen in de eerste vijf meter onder maaiveld voor. De aanwezigheid van leemlagen veroorzaken ook een storende werking op de doorlatendheid van de bodem.

Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 39

Figuur 4.3 Regionale bodemopbouw (bron: DINOloket GeoTOP)

Oppervlaktewater In en rond het gebied Overvecht is een oppervlaktewaterstructuur aanwezig dat voornamelijk bestaat uit vier belangrijke watergangen: de Vecht langs het westen van het gebied (primaire watergang), de Klopvaart (primaire watergang) in het noordwesten van Overvecht, de singels Overvecht langs de Moldaudreef-Moezeldreef-Zamenhofdreef-BrailledreefEinsteindreef in het zuidelijk/centrale deel van Overvecht (primaire watergang) en de spoorsingel langs de Vestadreef-Winterboeidreef bij het spoor Utrecht-Amersfoort (tertiaire watergang). Deze watergangen monden allen (uiteindelijk) uit in de Vecht, dat in noordelijke richting stroomt naar het Markermeer. In Figuur 5.3 zijn de watergangen weergegeven. Het bevoegd gezag van het oppervlaktewater in Overvecht ligt bij verschillende overheidsinstanties. Heel Overvecht licht in het beheergebied van Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden (HDSR). Echter is de Vecht, de Klopvaart en de watergang Gageldijk in beheer van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) en tertiair oppervlaktewater zoals de spoorsingels, watergangen in parken en rondom Fort de Klop en Blauwkapel zijn in beheer van de gemeente. Het overgroot deel van het oppervlaktewatersysteem in Overvecht maakt deel uit van één peilgebied (OTV_001) met een vast peil van +0,19 m NAP.

Het oppervlaktewater in het gebied van park Vechtzoom (OTV_002) langs het westen van het gebied, en het opper-vlaktewater in het zuiden langs de spoorsingel (OTV_004) hebben een lager peil, namelijk een vast peil van -0,1 m NAP. Ook het oppervlaktewater rondom het sportpark Loevenhoutsedijk en wijk De Hoogstraat (OTV_003) heeft een lager flexibele peil: zomer -0,1 m NAP en winter -0,4 m NAP. Het oppervlaktewater behorende bij Fort Blauwkapel heeft een eigen peilgebied. Het waterpeil ligt hier het hoogst en heeft een vast peil van +0,55 m NAP.

40

Figuur 4.4 Overzicht oppervlaktewater (bron: HDSR Onderhoudslegger 2024)

Waterkering In het gebied Overvecht zijn twee waterkeringen aanwezig, langs de Vecht (Vechtkade Oost) en de Klopvaart (Kerkeindsche vaartkade oost / west). Volgens de legger van waterschap AGV zijn de waterkeringen aangemerkt met de functie ‘overige waterkeringen’. De waterkeringen hebben een kernzone van 20 m (dubbelbestemming) uit de damwand of insteek talud en een beschermingszone van 15 m. Werken binnen beide zones is vergunningplichtig. Riolering Riolering in het gebied Overvecht bestaat voornamelijk uit een gemengd stelsel onder vrij verval. Dit betekent dat het afvalwater en hemelwater gezamenlijk ingezameld en afgevoerd worden naar rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) Overvecht aan het Zandpad. Het gebied Overvecht is onderdeel van twee bemalingsgebieden. Het gebied ten zuiden van de Klopvaart ligt in het bemalingsgebied ‘Overvecht’. Het gebied ten noorden van de Klopvaart maakt deel uit van bemalingsgebied ‘Overvecht-Noord’. Om wateroverlast te voorkomen, voeren overstorten overtollig (hemel)water af naar de Vecht.

Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 41

4.3.2 Autonome ontwikkeling waterhuishouding Bodem en maaiveld De wijk Overvecht is bij aanleg in zijn geheel met een zandlaag van 1 à 1,5 m dik opgehoogd om ruimschoots te voldoen aan de ontwateringscriterium van 0,7 m. Dit maakt Overvecht geschikt voor infiltratie. Nieuwe ontwikkelingen worden gestuurd op basis van water en bodem sturend als onderdeel van klimaatadaptief bouwen. Het huidige water en bodemsysteem is hier leidend voor de inrichting van nieuwe ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen zoals enkele gebiedsontwikkelingen en het uitvoeren van het Groenstructuurplan 2017-2030 zal de bodemopbouw niet wezenlijk veranderen en het maaiveld beperkt beïnvloeden door mogelijk lokaal nodige aanpassingen. De aanwezigheid van klei, veen en/of leem in de ondergrond kan invloed hebben op de bergingsopgave van nieuwe ontwikkeling al dan niet het afkoppelen bij de rioolvervangingsopgave van de wijk. Bij het toepassen van infiltratievoorzieningen kan gekeken worden welke maatregelen nodig zijn om infiltratie te bevorderen bij de aanwezigheid van een storende klei, veen en/of leemloog, zoals de storende laag doorbreken bij aanleg van het rioolcunet of een diepte infiltratieput naar het watervoerend pakket. Oppervlaktewater De belangrijkste functie van het oppervlaktewater in bebouwd gebied is overtollig neerslag bergen en afvoeren.

Het oppervlaktewatersysteem is daarom zo ingericht en beheerd om wateroverlast en/of overstromingen tegen te gaan. Doordat bebouwde gebieden meer verhard zijn stelt het waterschap en gemeente eisen voor nieuwe ontwikkelingen om het oppervlaktewatersysteem niet verder te belasten. Uitvoering van het Groenstructuurplan 2017-2030 zorgt dat Overvecht groener en klimaatbestendig wordt ingericht met als gevolg een robuuster (oppervlakte)watersysteem. In de Visie Water en Riolering Utrecht (2022), Programma Water en Riolering 2024-2028 en Visie Klimaatadaptatie Utrecht heeft de gemeente het doel vastgelegd om minimaal 90% van het regenwater vast te houden op de plek waar het valt. Door zo veel mogelijk water in de bodem op te vangen in plaats van af te voeren via het riool zal tijdens extreme neerslag minder water middels overstorten op het oppervlaktewater worden geloosd. Grondwater Als onderdeel van de grootschalige rioolvervangingsopgave in Overvecht is infiltratieonderzoek uitgevoerd (BZ Ingenieurs & Managers, Effecten grootschalige infiltratie Overvecht Utrecht (d.d. 26-4-2023), kenmerk: BZ325b.230426). Het streven van de gemeente is om 90% van de jaarlijkse hoeveelheid neerslag vast te houden en te laten infiltreren.

Uit het onderzoek blijkt dat Overvecht uitermate geschikt is om hemelwater te bergen en in de bodem te infiltreren en is hier ontwikkelen in lijn met het principe water en bodem sturend. In de worst-case scenario, oftewel de combinatie van klimaatverandering én grootschalig infiltreren bij een bui T=10, voldoen alle deelgebieden aan de ontwateringseis van 0,7 m beneden straatpeil. In deelgebied Wolgadreef in het oosten van Overvecht zijn de hoogste grondwaterstanden te vinden van 1,0 tot 1,4 m onder maaiveld. Hier zijn aanvullende maatregelen nodig om grondwateroverlast in kelders te voorkomen, al wordt de ontwateringsdiepte niet overschreden.

42

Riolering Het functioneren van ondergrondse èn bovengrondse voorzieningen ten behoeve van de inzameling en het transport van afvalwater, de inzameling en verwerking van overtollig hemelwater en het voorkomen van structurele grondwateroverlast, dient te zijn gewaarborgd. De mate van functioneren is afhankelijk van de conditie èn de dimensies van de voorzieningen. In de autonome ontwikkeling zal tot aan 2040 in een deel van de wijk Overvecht grootschalig rioolvervanging plaatsvinden. Hierbij zal een groot deel van het plangebied worden afgekoppeld. Dit betekent dat afvalwater en hemelwater afzonderlijk van elkaar wordt ingezameld en afgevoerd. Bij het dimensioneren van het nieuwe rioolstelsel wordt rekening gehouden met het veranderend klimaat. Effectbeoordeling Met de aanvullingen op de referentiesituatie voor waterhuishouding blijft de effectbeoordeling voor bodem en water hetzelfde zoals in het MER beschreven. Dit betekent voor de indicatoren grondwater een neutraal effect (0) en waterkwantiteit een positief effect (+). Voor grondwater betekent dit dat voor beide alternatieven 1 en 2 de stijgende grondwaterstanden als gevolg van grootschalige infiltratie geen effect hebben op de bebouwing en dat de beoogde bebouwing geen effect hebben op de stijgende grondwaterstanden in zijn geheel.

De toename van groen in het gebied zorgt voor extra infiltratie maar ook voor meer verdamping. Abusievelijk is in het MER gesteld dat het gewicht van extra verharding en gebouwen mogelijk een negatief effect op de grondwaterstand. Dit klopt echter niet. Overvecht is niet zettingsgevoelig, mede omdat de bodem voornamelijk uit zand bestaat en omdat de wijk in de jaren 60 is aangelegd. Mogelijke zetting door de toenmalige bouw heeft al plaats gevonden en is nu niet meer van toepassing; ook niet bij de herontwikkeling van het gebied. Ten opzichte van het oorspronkelijk MER is er wel een aanvullende aanbeveling, namelijk om de geschiktheid van Overvecht voor grootschalige infiltratie te benadrukken in de Omgevingsvisie Overvecht. Dit is namelijk een belangrijke factor voor het realiseren van een klimaat- en toekomstbestendige omgeving.

Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 43

4.4 Verkeer

De Commissie mer heeft een aantal adviezen aangedragen voor het thema verkeer. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op het gebruikte verkeersmodel en wordt aangegeven hoe de adviezen voor de fases die volgen na de Omgevingsvisie, zoals de verdere stedenbouwkundig uitwerking, worden bezien.

Verkeersmodel

Bij de start van de studie is tussen de verschillende partijen afgesproken welk verkeersmodel gebruikt zou worden. Dit betreft het VRU3.4 2030+ model, afkomstig van de MIRT verkenning OV & Wonen. In dit model zitten de geplande woningbouwontwikkelingen in en rondom Utrecht, en sluit daarmee goed aan op deze studie. Uitgangspunt voor MER-studies is dat het meest recente verkeersmodel moet worden toegepast. Dat is gedaan door met versie 3.4 van het VRU te rekenen. Het basisjaar is met jaartal 2015 relatief oud, maar een nieuwer basisjaar leidt niet per se tot betere of andere prognoses. Het gaat erom dat het basisjaar goed gevalideerd is. Dat is met het VRU3.4 het geval. Daarnaast zijn de berekeningen met name gebruikt voor de effectbeoordeling van de varianten ten opzichte van de autonome situatie. Voor de prognoses is het van belang dat alle reeds gedane én geplande ontwikkelingen in het model zitten. Hierover is overleg geweest tussen de verkeersspecialisten van Goudappel en de gemeente Utrecht. Gezamenlijk is gekozen voor de 2030+ variant uit de MIRT verkenning OV & Wonen. De gemeente Utrecht is op het moment van schrijven bezig met een nieuwe versie van het verkeersmodel, met daarin ook een nieuw basisjaar (2019). Dit model is naar verwachting in het najaar van 2024 gereed.

Indien er de komende jaren nadere studies worden gedaan bij de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie, dan zal deze meest recente versie van het Utrechtse verkeersmodel gebruikt worden om de berekeningen uit te voeren.

Verkeersveiligheid

Bij de beoordeling van de verkeersveiligheid is nu met name gekeken naar de hoeveelheid autoverkeer op het netwerk en specifiek de woonbuurten. Verkeersveiligheid hangt zeker niet alleen samen met de hoeveelheid autoverkeer in woonbuurten, maar is wel een belangrijke randvoorwaarde bij het Duurzaam Veilig kunnen inrichten van straten. Duurzaam Veilig (DV3 – Visie Duurzaam Veilig Wegverkeer 2018-2030. Principes voor ontwerp en organisatie van een slachtoffervrij verkeerssysteem) is een visie om de verkeersveiligheid in Nederland te verbeteren. Het is een methode om het aantal verkeersslachtoffers te reduceren door een weg zo in te richten dat vorm, functie en gebruik op elkaar zijn afgestemd. Dit wordt gedaan aan de hand van drie ontwerpprincipes (functionaliteit van wegen, (bio)mechanica en psychologica).

44

Bij de beoordeling van de verkeersveiligheid in de verschillende alternatieven die in de Omgevingsvisie zijn onderzocht is ook rekening gehouden met de functie van de weg, aanwezigheid van doorgaand verkeer en oversteekbaarheid. Bij alternatief 1 (gebundelde verdichting) worden de woonstraten (zoals de Nijldreef) vrijgespeeld van doorgaand verkeer. Hierdoor heeft de weg geen stroomfunctie meer, maar staat de uitwisseling van modaliteiten centraal. In alternatief 2 verandert er weinig aan de functie van de wegen in Overvecht. Daarom scoort alternatief 1 in het MER hoger op het thema verkeersveiligheid. We nemen het advies ter harte om bij de verdere stedenbouwkundige uitwerking van de Omgevingsvisie dieper op het thema verkeersveiligheid in te gaan.

Kwaliteit OV

De Commissie mer uit haar zorgen over de dienstverlening voor reizigers bij de buurtgerichte OV diensten in alternatief 1. Bovendien is het niet helder in hoeverre reizigers vanuit verschillende buurten in Overvecht meer afhankelijk worden van een overstap. In alternatief 1 wordt ingezet op een HOV-verbinding via de centrale as van de wijk (Carnegiedreef). Door middel van ‘superhaltes’ aan de Carnegiedreef zal deze HOVverbinding toegankelijk zijn voor tussenliggende locaties. Dit wordt gerealiseerd door middel van fietsenstallingen en aanvullend buurtgericht openbaar vervoer Buurtgericht openbaar vervoer zorgt ervoor dat de centrale HOV-as, station Overvecht of het winkelcentrum goed bereikbaar is voor iedereen binnen de subwijken van Overvecht. Het doel hierbij is dat een betrouwbaar product wordt aangeboden waarmee mensen snel op hun bestemming zijn. Gelede stadsbussen door de woonstraten van Overvecht worden in dit alternatief geweerd. Er is dus een grote samenhang tussen de HOV-lijn en het buurtgerichte OV. Lijnvoering, frequentie, etc. worden bepaald door de provincie. Het voorgestelde OV-systeem in de Beleidsnota omgevingsvisie Overvecht is daarom samen met de provincie opgesteld. Daarbij stellen we een gefaseerde invoer van dit OV-systeem voor.

Gemeente Utrecht deelt het advies van de Commissie mer om het gewenste dienstverleningsniveau stevig te borgen in lange termijn afspraken en garanties. Daarom is door de OV-alliantie een studie gestart om het voorgestelde OV-systeem voor Overvecht verder uit te werken.

Vervoerswijzekeuze in relatie tot parkeerbeleid

De Commissie mer stelt de vraag of een (in beide alternatieven zelfde) sturend parkeerbeleid in alternatief 2 niet tot dezelfde of een sterkere modal shift kan leiden in vergelijking met alternatief 1. Bij het opstellen van de alternatieven is bewust gekeken naar de mate van parkeerbeleid in relatie met de kwaliteit van de overige vervoerwijzen. In Overvecht komt er in de toekomst in elk geval enige vorm van parkeerregulering, dit is al door de raad vastgesteld. Bij alternatief 1 is er sprake van een strikter parkeerbeleid dan bij alternatief 2. Om dit te kunnen doen zorgen we voor extra kwaliteit bij de andere vervoerswijzen. Er is sprake van uitstekende loop- en fietsvoorzieningen. Daarnaast wordt er een hoogwaardig OV-product (HOV) aangeboden door het hart van de wijk (Carnegiedreef, Zamenhofdreef). Bewoners krijgen hiermee snelle en frequente verbindingen met de belangrijkste bestemmingen (winkelcentrum, Utrecht Centraal). Hiermee is het OV een reëel alternatief voor de auto, en is gekozen voor extra sturend parkeerbeleid.

Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 45

Ook bij alternatief 2 is er sprake van parkeerbeleid, maar minder sturend dan in alternatief 1. Indien hier ook voor dezelfde mate van sturing zou zijn gekozen als in alternatief 1 is het denkbaar dat dit tot een sterkere modal split kan leiden. Er is echter bewust voor dit onderscheid gekozen. Om extra sturend parkeerbeleid toe te kunnen passen is een hoogwaardige OV-voorziening nodig. Dit is in alternatief 2 niet het geval, omdat wordt voortgeborduurd op het bestaande lijnennet. Dit houdt in dat er geen HOV-lijn aan het OV netwerk van Overvecht wordt toegevoegd, maar dat alle lijnbussen door de woonstraten gaan. Hiermee is het product langzamer dan een gestrekte HOV-lijn. Daarmee is enige vorm van parkeerbeleid mogelijk omdat de alternatieve vervoerswijzen wel interessanter worden, maar is een strikter beleid zoals in alternatief 1 niet mogelijk conform het beleid van de gemeente.

4.5 Geluid

Ten aanzien van geluid heeft in eerste instantie een beoordeling plaatsgevonden onder het wettelijk kader van de Wet geluidhinder. Per 1 januari 2024 is de wetgeving ten aanzien van geluid opgenomen onder het wettelijk stelsel van de Omgevingswet. Omdat sprake is van een beleidsrijke aanpassing van het wettelijk kader voor geluid, is de geluidssituatie opnieuw afgewogen. Daarbij is nieuwe data ten aanzien van geluidsbelastingen beschikbaar gesteld door de Gemeente Utrecht. Op basis van deze nieuwe inzichten is het hoofdstuk geluid geactualiseerd.

4.5.1 Beleid en toetsingskader Beleidskader In onderstaande tabel 4.1 is het beleidskader opgenomen dat geldt voor het thema geluid.

Beleidskader

Toelichting

Europees EU-richtlijnen geluid

Verplichting voor bronbeheerders voor opstellen geluidsbelastingskaart en actieplan geluid.

Nationaal Wet geluidhinder Vanaf 1 januari 2024: Omgevingswet

Het wettelijk kader rond geluid is per 1 januari 2024 vastgelegd onder het wettelijk stelsel van de Omgevingswet. In het Bestluit kwaliteit leefomgeving zijn standaardwaarden en grenswaarden vastgelegd voor nieuwe of te wijzigen situaties. Voor nieuwe woningen langs gemeentelijke wegen geldt een standaardwaarde van 53 dB. Wanneer de geluidsbelasting hoger is dan deze standaardwaarde, dient de toepassing van geluidsreducerende maatregelen te worden afgewogen. Wanneer maatregelen niet kunnen worden getroffen of onvoldoende effect sorteren, kan het bevoegd gezag een hogere waarde dan de standaardwaarde toestaan. Daarbij geldt in beginsel een grenswaarde van 70 dB. Bij de aanpassing van bestaande (gemeentelijke) wegen mag de geluidsbelasting in beginsel niet toenemen ten opzichte van de huidige geluidssituatie. Wanneer sprake is van een toename van de geluidsbelasting, dient de toepassing van geluidsreducerende maatregelen te worden afgewogen. - Vervolg op blz 48 -

46

Beleidskader

Toelichting

Nationaal

(vervolg)

Wet geluidhinder Vanaf 1 januari 2024: Omgevingswet

Een plan kan leiden tot ‘indirecte planeffecten’. Hiervan is sprake wanneer de toekomstige geluidsbelasting als gevolg van de plannen met 1,5 dB of meer toeneemt ten opzichte van de toekomstige referentiesituatie (zonder die plannen). Ook in geval van indirecte planeffecten dient de toepassing van geluidsreducerende maatregelen te worden afgewogen. Voorliggende analyse betreft geen formele toetsing aan de geluidscriteria onder de Omgevingswet. In een laten planstadium zal formeel akoestisch onderzoek plaats moeten vinden.

Gemeentelijk Beleidsnota Geluid en Trillingen

De gemeente Utrecht kent een Beleidsnota Geluid en Trillingen. Daarin is de missie: “Wij staan en gaan voor het verbeteren van geluidskwaliteit en voorkomen van trillinghinder. Wij richten ons hiermee op een gezonde en leefbare bestaande en nieuwe stad.” De belangrijkste regels in het geluidsbeleid betreffen: • nieuw te bestemmen woningen beschikken over een: - geluidsluwe gevel; - rustige buitenruimte; - akoestisch goede woningindeling; • behoud van goed akoestisch woon- en leefklimaat in rustige woonwijken bij bestemmen van nieuwe woningen en bedrijven in elkaars nabijheid.

Toetsingskader geluid

In onderstaande tabel 4.2 is te zien in welke gevallen een effect van een alternatief van zeer positief (++) tot aan zeer negatief (--) worden beoordeeld.

Indicatoren

Beschrijving toetsingskader

Thema: Merkbare toename geluidbelasting wegverkeer (o.b.v. verkeersintensiteiten) ++

Veel wegvakken met significante afname geluidsbelasting

+

Meerdere wegvakken met significante afname geluidsbelasting

0

Geen/enkele wegvakken met significante toename/afname geluidsbelasting

-

Meerdere wegvakken met significante toename geluidsbelasting

--

Veel wegvakken met significante toename geluidsbelasting

Thema: Beschouwing van het aantal woningen dat binnen de geluidcontouren van wegen ligt ++

Aantal nieuwe woningen binnen de geluidscontouren van wegen < 10%

+

Aantal nieuwe woningen binnen de geluidscontouren van wegen 10 - 20%

0

Aantal nieuwe woningen binnen de geluidscontouren van wegen 20 - 30%

-

Aantal nieuwe woningen binnen de geluidscontouren van wegen 30 - 40%

--

Aantal nieuwe woningen binnen de geluidscontouren van wegen > 40%

Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 47

Indicatoren

Beschrijving toetsingskader (vervolg)

Thema: Beschouwing van het aantal woningen dat binnen de geluidcontouren van het spoor ligt ++

Aantal nieuwe woningen binnen de geluidscontouren van het spoor < 10%

+

Aantal nieuwe woningen binnen de geluidscontouren van het spoor 10 - 20%

0

Aantal nieuwe woningen binnen de geluidscontouren van het spoor 20 - 30%

-

Aantal nieuwe woningen binnen de geluidscontouren van het spoor 30 - 40%

--

Aantal nieuwe woningen binnen de geluidscontouren van het spoor > 40%

Thema: Beschouwing van het aantal woningen dat binnen de geluidcontouren van industrie ligt ++

Aantal nieuwe woningen binnen de geluidscontouren van industrie < 10%

+

Aantal nieuwe woningen binnen de geluidscontouren van industrie 10 - 20%

0

Aantal nieuwe woningen binnen de geluidscontouren van industrie 20 - 30%

-

Aantal nieuwe woningen binnen de geluidscontouren van industrie 30 - 40%

--

Aantal nieuwe woningen binnen de geluidscontouren van industrie > 40%

Thema: Beschouwing van gecumuleerd geluid ++

Samenloop van bovenstaande geluidsbronsoorten

+

Samenloop van bovenstaande geluidsbronsoorten

0

Samenloop van bovenstaande geluidsbronsoorten

-

Samenloop van bovenstaande geluidsbronsoorten

--

Samenloop van bovenstaande geluidsbronsoorten

In voorliggende analyse zijn geen specifieke geluidsberekeningen uitgevoerd. Op basis van de te verwachten verandering in verkeersbewegingen is bepaald in hoeverre significante veranderingen van de geluidsbelasting kunnen worden verwacht. Een verandering van de geluidsbelasting van 2 dB of meer is daarbij als significante, waarneembare verandering beschouwd. Veranderingen van 1 dB zijn niet waarneembaar voor het menselijk oor en daarmee niet significant. Van een verandering van 2 dB is sprake wanneer het verkeer met circa 40% toeneemt (bij gelijkblijvende verkeersverdelingen en een ongewijzigde omgeving). Op basis van de verkeersmodelgegevens zijn diverse wegvakken gekozen waarop sprake is van veranderingen in verkeersbewegingen. Daarbij is enerzijds gekeken naar de grotere wegen rond Overvecht alsmede de belangrijkste wegenstructuur binnen de wijk. Er is een vergelijking gemaakt van de toekomstige planvarianten ten opzichte van de toekomstige autonome situatie (zonder de plannen voor Overvecht). Onderstaande figuur geeft de locatie van de beschouwde wegvakken weer.

48

Figuur 4.5 Beschouwde wegvakken voor analyse geluidhinder wegverkeer

Voor de betreffende wegvakken is op basis van de verandering in verkeersintensiteiten bepaald in hoeverre een significante verandering van de geluidsbelasting verwacht kan worden. Daarbij is de relatie gelegd met de huidige geluidsbelastingen op woningen in Overvecht. Deze geluidsbelastingen zijn aangeleverd door de gemeente Utrecht. De geluidsbelastingen zijn berekend op basis van de meet- en rekenmethode uit de Omgevingsregeling. Omdat geen project-specifieke geluidsberekeningen uitgevoerd zijn, is een beoordeling gegeven op basis van de te verwachten wegen met een significante verandering van de geluidsbelasting. Tevens zijn de woningbouwlocaties beoordeeld ten opzichte van de ligging van de geluidsbronnen wegverkeer, railverkeer en industrie. De samenloop van deze geluidsbronnen is beoordeeld onder de gecumuleerde geluidsbelasting. Omdat sprake is van de realisatie van nieuwe woningen, zal in beginsel altijd sprake zijn van een toename van geluidsbelaste woningen. Wanneer het aantal woningen op hoogbelaste locaties beperkt blijft, is dit als positief beoordeeld. Wanneer het aantal woningen op hoogbelaste locaties hoger ligt, is een negatieve score toegekend.

Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 49

4.5.2 Omschrijving referentiesituatie Huidige situatie Geluidssituatie wegverkeer De geluidsbelastingen voor de huidige situatie zijn aangeleverd door de Gemeente Utrecht. Onderstaande figuur geeft de situatie voor wegverkeersgeluid weer.

Figuur 4.6 Geluidsbelasting wegverkeer huidige situatie – aangeleverd door Gemeente Utrecht

50

Geluidssituatie railverkeer In het zuidoostelijke deel van Overvecht is sprake van woningen die binnen de geluidscontouren van het spoor liggen. De situatie is zichtbaar in onderstaande figuur.

Figuur 4.7 Geluidsbelasting railverkeer huidige situatie – aangeleverd door Gemeente Utrecht

De geluidscontour van het spoor strekt zich langs het gehele tracé uit. Met name nabij het station Utrecht Overvecht strekken de geluidscontouren verder het gebied in. Hier liggen meerdere woningen in de zone van 60 dB tot 65 dB. Geluidssituatie industrie Binnen Overvecht bevinden zich twee ‘gezoneerde industrieterreinen’: de rioolwaterzuiveringsinstallatie Utrecht (RWZI) en de Hulpwarmtecentrale Overvecht (HWC) van Eneco. Dit zijn bedrijven die vallen onder onderdeel D van Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht (Bor) waarmee zij zijn als zogeheten ‘grote lawaaimaker’. Conform de regels van de Wet geluidhinder is er daarom rondom deze terreinen een zone vastgelegd. In het noordwesten van de wijk ligt Bedrijvengebied Overvecht. Op dit bedrijventerrein zijn veel bedrijven aanwezig die zich richten op handel (onder meer autobedrijven). Dit zijn bedrijven met een lage milieucategorie. Over het geheel kan worden gesteld dat zich op het bedrijventerrein weinig bedrijven bevinden met een hoge milieucategorie. Bedrijven met een milieucategorie van 3.2 of 3.1 liggen respectievelijk op 100 meter en 50 meter van woningbouw af. Daarnaast bevinden zich op het bedrijventerrein geen grote lawaaimakers. Om die reden is het bedrijventerrein niet geluidgezoneerd.

In bestemmingsplan Overvecht-Noordelijke stadsrand (onherroepelijk vastgesteld op 5 november 2012) is opgenomen dat zorg wordt gedragen voor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen en worden de bedrijven niet in hun functioneren belemmerd.

Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 51

Gecumuleerd geluid Naast het beschouwen van de verschillende geluidsbronsoorten is tevens de gecumuleerde geluidsbelasting beoordeeld. Dit is de samenloop van het wegverkeersgeluid, railverkeersgeluid en industriegeluid. Afhankelijk van de sterkte van de geluidsbronsoort en de afstand tot de bron zal een bepaalde geluidsbronsoort in mindere of meerdere bepalend zijn voor de gecumuleerde geluidsbelasting. Autonome ontwikkeling Geluidssituatie wegverkeer Ook voor de toekomstige autonome situatie heeft de Gemeente Utrecht geluidsbelastingen aangeleverd. De geluidscontouren zijn in onderstaande figuur weergegeven.

Figuur 4.8 Geluidsbelasting wegverkeer autonome situatie – aangeleverd door Gemeente Utrecht

Over het algemeen liggen de geluidscontouren iets verder van de weg ten opzichte van de huidige situatie. Dat wil zeggen dat de geluidsbelasting in de autonome situatie toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. Dit is het gevolg van de groei van het aantal verkeersbewegingen naar de toekomst.

52

Geluidssituatie railverkeer Ook voor de toekomstige autonome situatie heeft de Gemeente Utrecht geluidsbelastingen voor railverkeersgeluid aangeleverd. De geluidscontouren zijn in onderstaande figuur weergegeven.

Figuur 4.9 Geluidsbelasting railverkeer autonome situatie – aangeleverd door Gemeente Utrecht

De geluidssituatie langs spoorwegen is in Nederland vastgelegd in het geluidsregister van ProRail. De geluidssituatie wordt jaarlijks gemonitord op vaste punten langs het spoor: geluidsproductieplafonds. Wanneer sprake is van significante toenames van de geluidsbelasting ten gevolge van het railverkeer, dient ProRail de toepassing van geluidsreducerende maatregelen te overwegen. Daarmee is eventuele (autonome) groei van de geluidsbelasting aan banden gelegd en kan deze niet zondermeer toenemen ten opzichte van de vergunde situatie. Bij eventuele wijzigingen aan het spoor dient akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden en zal bij toenames van de geluidsbelasting eveneens een afweging van geluidsreducerende maatregelen plaatsvinden. Geluidssituatie industrie In de autonome ontwikkeling worden geen woningen gebouwd in of om Bedrijvengebied Overvecht en de gezoneerde industrieterreinen rioolwaterzuiveringsinstallatie Utrecht en hulpwarmtecentrale Overvecht van Eneco, die geluidscontouren hebben. De geluidhinder van industrie neemt in de autonome ontwikkeling dan in beginsel ook niet toe. Gecumuleerd geluid Op basis van de toename van het verkeer in de autonome ontwikkeling is te verwachten dat in de gecumuleerde geluidsbelasting eveneens toeneemt naar de toekomst.

Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 53

4.5.3 Effectbeoordeling onderzoeksalternatieven

De effecten van geluid zijn beoordeeld voor de volgende alternatieven: Overvecht dat gebundeld verdicht met een HOV-as (1) en Overvecht dat gespreid verdicht met fijnmazig mobiliteitsnetwerk door heel Overvecht (2). Tabel 4.3 beoordeling geluid voor alternatief 1 en 2

Indicatoren

Beoordelingsparameter

Effectbeoordeling alternatief 1

Effectbeoordeling alternatief 1

Geluidssituatie langs wegen

Waarneembare toename geluidbelasting wegverkeer (o.b.v. verkeersintensiteiten)

-

0

Geluidssituatie nieuwe woningen wegverkeer

Beschouwing van het aantal woningen dat binnen de geluidcontouren van wegen ligt

--

--

Geluidssituatie nieuwe woningen railverkeer

Beschouwing van het aantal woningen dat binnen de geluidcontouren van het spoor ligt

+

++

Geluidssituatie nieuwe woningen industrie

Beschouwing van het aantal woningen dat binnen de geluidcontouren van industrie ligt

--

--

Gecumuleerd geluid nieuwe woningen

Beschouwing van gecumuleerd geluid

--

--

Gebundelde verdichting met HOV-as (1) Geluidssituatie langs wegen De te verwachten verkeersintensiteiten zijn voor de referentiesituatie en alternatief 1 samengevat in onderstaande tabel. De intensiteiten betreffen werkdaggemiddelde etmaalcijfers op basis van verkeersmodelberekeningen, afgerond op honderdtallen. Wegvak

Intensiteit referentiesituatie (mvt/etm)

Intensiteit alternatief 1 (mvt/etm)

Verschil intensiteit (%)

Verschil geluidsbelasting (dB)

1. Franciscusdreef

12.500

18.600

49

+1,7

2. Franciscusdreef

22.600

32.800

45

+1,6

3. Karl Marxdreef

69.300

77.100

11

+0,5

4. Albert Schweitzerdreef

81.000

89.000

10

+0,4

5. Rio Brancodreef

9.600

15.700

64

+2,1

800

1.000

25

+1,0

6. Japuradreef

54

Wegvak (vervolg)

Intensiteit referentiesituatie (mvt/etm)

Intensiteit alternatief 1 (mvt/etm)

Verschil intensiteit (%)

Verschil geluidsbelasting (dB)

7. Tigrisdreef

4.800

5.200

8

+0,3

8. Zambesidreef

6.500

5.300

-18

-0,9

9. Oranjerivierdreef

12.500

15.100

21

+0,8

10. Carnegiedreef

6.100

OV

OV

< -10

11. Einsteindreef

26.400

32.200

22

+0,9

12. Einsteindreef

12.800

27.900

118

+3,4

13. Einsteindreef

16.200

26.400

63

+2,1

14. Humberdreef

7.000

6.200

-11

-0,5

15. Zamenhofdreef

5.000

11.700

134

+3,7

16. Moezeldreef

6.000

2.400

-60

-4,0

17. Moldaudreef

11.500

4.900

-57

-3,7

18. Wolgadreef

9.900

7.800

-21

-1,0

19. Darwindreef

14.200

19.100

35

+1,3

20. Brailledreef

15.200

18.600

22

+0,9

Uit de vergelijking tussen de intensiteiten in alternatief 1 ten opzichte van de referentiesituatie valt op te maken dat langs diverse wegen sprake is van significante toenames van de geluidsbelasting, als gevolg van de plannen. De situatie is te zien in onderstaande figuur.

Figuur 4.10 Toename geluidsbelasting als gevolg van toename wegverkeer in alternatief 1

Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 55

Uit de figuur valt op te maken dat de wegen, waarlangs een significante toename van de geluidsbelasting verwacht wordt, zich rond een tweetal locaties binnen Overvecht concentreren. Aan de noordwestzijde van Overvecht worden significante toenames verwacht langs de Franciscusdreef (wegvak 1 en 2) en de Rio Brancodreef (wegvak 5). Langs deze wegen is reeds sprake van relatief hoge geluidsbelastingen (geluidsklasse 60-65 dB) op de eerstelijns bebouwing. Ook langs de Einsteindreef (wegvak 11 en 12) en de aansluitende inprikker Zamenhofdreef (wegvak 15) worden significante toenames van de geluidsbelasting verwacht, als gevolg van grote toenames van het aantal verkeersbewegingen. Langs deze weg is eveneens reeds sprake van relatief hoge geluidsbelastingen (geluidsklasse 60-65 dB) op de eerstelijns bebouwing. Langs de route Moldaudreef (wegvak 17) – Moezeldreef (wegvak 16) is sprake van relatief grote afnames van de verkeersintensiteiten, waarmee sprake is van significante afnames van de geluidsbelasting. Ook langs de Carnegiedreef (wegvak 10) is een grote afname van de geluidsbelasting te verwachten, omdat in de plansituatie nog alleen sprake is van OVbewegingen. Omdat sprake is van significante toenames van de geluidsbelasting voor wegen waarlangs reeds sprake is van relatief hoge geluidsbelasting, wordt alternatief 1 voor wat betreft geluid als negatief (-) beoordeeld.

Geluidssituatie nieuwe woningen wegverkeer In alternatief 1 worden op diverse locaties binnen Overvecht nieuwe woningen gerealiseerd. De Franciscusdreef en Einsteindreef zijn de wegen met de hoogste geluidsbelasting binnen het gebied. In het gebied tussen de Franciscusdreef en de Einsteindreef zijn circa 950 nieuwe woningen beoogd. Ten zuidoosten van de Einsteindreef zijn circa 3.450 nieuwe woningen beoogd. Daarmee wordt meer dan de helft van de nieuwe woningen gerealiseerd op door wegverkeersgeluid hoogbelaste locaties. Daarom wordt de geluidssituatie voor de nieuwe woningen ten gevolge van het wegverkeer als zeer negatief (- -) beoordeeld. Benadrukt wordt dat de geluidsbelasting op de nieuwe woningen in een later planstadium dient te worden getoetst aan de geluidscriteria uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. In beginsel mag de geluidsbelasting ten gevolge van het verkeer op de gemeentelijke wegen daarbij niet hoger zijn dan de standaardwaarde van 53 dB. Wanneer sprake is van overschrijdingen van de standaardwaarde, dient de toepassing van geluidsreducerende maatregelen te worden afgewogen. Geluidssituatie nieuwe woningen railverkeer Voor nieuwe woningen geldt voor railverkeersgeluid een standaardwaarde van 55 dB. De 55 dB-contour ten gevolge van het railverkeer ligt ter hoogte van Overvecht op (ten hoogste) circa 250 meter van het spoor.

De spoorlijn loopt langs de zuidoostzijde van het plangebied. Binnen het invloedsgebied van de spoorlijn zijn, bij een totale toename van 7.000 woningen in Overvecht, circa 1.000 woningen voorzien in alternatief 1. Daarmee ligt ongeveer 14% van de woningen binnen het invloedgebied van het spoor. Dit is een relatief beperkt aantal. De situatie is als positief (+) beoordeeld. Voor de realisatie van nieuwe woningen binnen de geluidszone van het spoor dient in een later planstadium akoestisch onderzoek plaats te vinden waarin de situatie wordt getoetst aan de geluidscriteria uit het Besluit kwaliteit leefomgeving.

56

Geluidssituatie nieuwe woningen industrie In de huidige situatie en autonome ontwikkeling is te lezen dat sprake is van drie potentiële bronnen van industriële geluidhinder: de RWZI, de HWC en Bedrijvengebied Overvecht. In de huidige situatie en autonome ontwikkeling zijn er geen conflicten, deels omdat bebouwing niet in de buurt van de geluidsbronnen liggen om significante geluidshinder te ervaren als gevolg van deze bronnen. Onder de Omgevingsvisie worden in dit alternatief woningen toegevoegd nabij deze potentiële bronnen van industriële geluidhinder. Hierbij wordt voor de HWC gekeken naar de bouwopgave in Overvecht Centrum. In alternatief 1 betreft dit het onderstaande aantal woningen. Tabel 4.5 Nieuwe woningen in alternatief 1 in de nabijheid van potentiële bronnen van industriële geluidshinder

Potentiële bron industriële geluidshinder Rioolwaterzuiveringsinstallatie

Toe te voegen woningen alternatief 1 350

Hulpwarmtecentrale (Overvecht Centrum)

2.600

Bedrijvengebied Overvecht

1.300

Totaal

4.250

De hoeveelheid woningen die in de nabijheid van potentiële bronnen van industriële geluidhinder komen te liggen is daarmee fors en flink hoger dan in alternatief 2. Hierbij moet worden opgemerkt dat lang niet alle woningen direct binnen de hindercontouren worden gerealiseerd – dit is echter niet vast te stellen, omdat de indeling van de bouwstempels van de Omgevingsvisie niet bekend is. In het kader van deze kwalitatieve beschouwing wordt echter beargumenteerd dat naar verwachting sprake is van een zeer negatief effect in alternatief 1 (- -). Gecumuleerd geluid nieuwe woningen Voor het beoordelen van de gecumuleerde geluidsbelasting komen de beoordelingen van de afzonderlijke geluidsbronsoorten samen. De plannen zorgen voor een verandering van het aantal verkeersbewegingen op de wegen in de omgeving. Daarmee zijn de plannen met name van invloed op het wegverkeersgeluid en zullen deze effecten ook doorwegen in de gecumuleerde geluidsbelasting. Afhankelijk van de hoogte van de diverse geluidsbronnen zal het effect in meer of mindere mate waarneembaar zijn. Per geluidsbronsoort is de situatie beoordeeld op basis van de beoogde locaties van nieuwe woningen ten opzichte van de geluidsbronnen. Daar waar sprake is van een hoge geluidsbelasting ten gevolge van een bepaalde bron, zal ook de gecumuleerde geluidsbelasting relatief hoog zijn.

Met name op door wegverkeersgeluid en industriegeluid hoogbelaste locaties worden nieuwe woningen gerealiseerd. Daarom is de woningbouw in alternatief 1 ten aanzien van de gecumuleerde geluidsbelasting als zeer negatief (- -) beoordeeld.

Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 57

Gespreide verdichting met fijnmazig mobiliteitsnetwerk door heel Overvecht (2) Geluidssituatie langs wegen De te verwachten verkeersintensiteiten zijn voor de referentiesituatie en alternatief 2 samengevat in onderstaande tabel. De intensiteiten betreffen werkdaggemiddelde etmaalcijfers op basis van verkeersmodelberekeningen, afgerond op honderdtallen. Tabel 4.6 Verkeersintensiteit alternatief 2

Wegvak (vervolg)

Intensiteit referentiesituatie (mvt/etm)

Intensiteit alternatief 1 (mvt/etm)

Verschil intensiteit (%)

Verschil geluidsbelasting (dB)

1. Franciscusdreef

12.500

15.100

21

+0,8

2. Franciscusdreef

22.600

29.700

31

+1,2

3. Karl Marxdreef

69.300

73.900

7

+0,3

4. Albert Schweitzerdreef

81.000

88.100

9

+0,4

5. Rio Brancodreef

9.600

11.300

18

+0,7

6. Japuradreef

800

600

-25

-1,2

7. Tigrisdreef

4.800

4.200

-13

-0,6

8. Zambesidreef

6.500

8.900

37

+1,4

9. Oranjerivierdreef

12.500

19.000

52

+1,8

10. Carnegiedreef

6.100

OV

OV

< -10

11. Einsteindreef

26.400

31.400

19

+0,8

12. Einsteindreef

12.800

22.800

78

+2,5

13. Einsteindreef

16.200

26.100

61

+2,1

14. Humberdreef

7.000

7.700

10

+0,4

15. Zamenhofdreef

5.000

8.400

68

+2,3

16. Moezeldreef

6.000

3.000

-50

-3,0

17. Moldaudreef

11.500

6.800

-41

-2,3

18. Wolgadreef

9.900

11.100

12

+0,5

19. Darwindreef

14.200

16.500

16

+0,7

20. Brailledreef

15.200

18.900

24

+0,9

58

Uit de vergelijking tussen de intensiteiten in alternatief 2 ten opzichte van de referentiesituatie valt op te maken dat langs diverse wegen sprake is van significante toenames van de geluidsbelasting, als gevolg van de plannen. De situatie is samengevat in onderstaande figuur.

Figuur 4.11 Toename geluidsbelasting als gevolg van toename wegverkeer in alternatief 2

Uit de figuur blijkt dat met name langs de Einsteindreef (wegvak 11 en 12) en de aansluitende inprikkers Oranjerivierdreef (wegvak 9), en Zamenhofdreef (wegvak 15) significante toenames van de geluidsbelasting worden verwacht, als gevolg van grote toenames van het aantal verkeersbewegingen. Langs deze wegen is reeds sprake van relatief hoge geluidsbelastingen (geluidsklasse 60-65 dB) op de eerstelijns bebouwing. Langs de route Moldaudreef (wegvak 17) – Moezeldreef (wegvak 16) is sprake van relatief grote afnames van de verkeersintensiteiten, waarmee sprake is van significante afnames van de geluidsbelasting. Ook langs de Carnegiedreef (wegvak 10) is een grote afname van de geluidsbelasting te verwachten, omdat in de plansituatie alleen nog sprake is van OV-bewegingen. Wanneer de geluidssituatie in alternatief 2 vergeleken wordt met alternatief 1, valt op dat de voor planalternatief 2 geconstateerde significante veranderingen grotendeels overeenkomen met planalternatief 1. Een belangrijk verschil is dat aan de noordwestzijde van Overvecht (omgeving Franciscusdreef) geen significante toenames van de geluidsbelasting verwacht worden, waar dat in alternatief 1 wel het geval is. Dit is het gevolg van ruim 3.000 verkeersbewegingen meer in alternatief 1. Hiermee kan worden gesteld dat vanuit het oogpunt voor geluid alternatief 2 gunstiger scoort ten opzichte van alternatief 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=262728e7-da93-4246-b7a3-d91ce1437c9a