Aanvulling MER omgevingsvisie Overvecht 20241125
Tekst van het document
Overvecht Omgevingsvisie 2040
Aanvulling plan MER
Utrecht.nl
Colofon Uitgave
omgevingsvisieovervecht@utrecht.nl
In opdracht van
Projectmanagers, Ontwikkelorganisatie Ruimte
Internet
www.utrecht.nl
Rapportage
Projectteam Omgevingsvisie Overvecht
2
Inhoudsopgave 1.
Aanleiding
1.1 1.2
4
Inleiding Leeswijzer
4 5
2. De Omgevingsvisie het speelveld en het MER
6
3. Planuitwerking en programma’s
24
4. Aanvullende Milieu-informatie
27
5. Monitoring en vervolgproces
75
2.1 2.2 2.3 3.1
Inleiding Uitgangspuntennotitie Omgevingsvisie Overvecht Het Speelveld Inleiding
24
4.1 Natuur 4.2 Cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit 4.3 Waterhuishouding 4.4 Verkeer 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Stikstofdepositie 4.8 Gezondheid 4.9 Circulariteit 4.10 Eindtabel milieueffecten op basis van aanvullende milieu-informatie 4.11 Reflectie op Omgevingsvisie
5.1 5.2
Inleiding Monitoring en indicatoren
6 6 6
27 36 39 44 46 63 64 65 66 67 72
75 75
Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 3
1. Aanleiding 1.1 Inleiding Voor de Beleidsnota Omgevingsvisie Overvecht 2040 is een planMER opgesteld waarbij de mogelijke effecten van de ontwikkelingen zijn onderzocht. Een planMER voor de omgevingsvisie is wettelijk verplicht en heeft als doel om te zorgen dat de gemeenteraad het milieubelang kan meewegen in haar besluit over de omgevingsvisie. Het planMER heeft gelijktijdig met de ontwerp-omgevingsvisie ter inzage gelegen. In deze periode is ook het planMER getoetst door de onafhankelijke Commissie mer. De Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) vindt dat bij de toetsing van het MER nog belangrijke informatie ontbreekt. Het aanvullen van die informatie is volgens de Commissie mer essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over de omgevingsvisie voor Overvecht. Het gaat om de volgende punten:
1. Het MER is geen spiegel voor de omgevingsvisie;
De Commissie mer vindt het onvoldoende transparant hoe de wisselwerking tussen het MER en de omgevingsvisie is en vindt daardoor de gemaakte keuzes onvoldoende transparant. De Commissie beveelt daarom aan om in een aanvulling op het MER te beschrijven hoe de ambities van dit project en de gemeente Utrecht zijn gewogen en tot welke keuzes dit leidt of heeft geleid en om aan te geven hoe beide alternatieven en het voorkeursalternatief tot stand zijn gekomen en hoe milieu-informatie daarbij een rol heeft gespeeld.
2. De ‘hoeken van het speelveld’ zijn onvoldoende verkend;
De Commissie is van mening dat niet alle hoeken van het speelveld zijn verkend bij de uitwerking van de alternatieven. De Commissie ziet daarom meerwaarde in het uitwerken van het MER met enkele aanvullende alternatieven, rond onder andere thema’s als sociale aspecten, groen/blauw of de fysieke bouwopgave, energie en circulariteit.
3. Beschrijving referentiesituatie en milieueffecten voor een aantal thema’s is onvoldoende en onvolledig;
De Commissie mist informatie die relevant is voor de manier waarop het gebied ontwikkeld zal worden en adviseert om het MER aan te vullen met extra beschrijving van de referentiesituatie, milieueffecten en randvoorwaarden en uitgangspunten. Maak het met deze extra informatie mogelijk om een duidelijk kader of programma van eisen voor vervolgbesluit uit te werken.
4. Borging van het milieubelang in het vervolgproces is niet duidelijk;
Om te zorgen dat in het verdere proces milieu-informatie een volwaardige rol kan blijven spelen, adviseert de Commissie het MER aan te vullen met een monitoringssystematiek en programma. Daarbij adviseert de Commissie om een milieuboekhouding voor het gebied op te zetten en te beschrijven hoe de gemeente de regie over het proces neemt en organiseert.
4
Het volledige advies van de Commissie mer is hier te vinden: Adviezen - Commissiemer.nl De Commissie mer adviseert de ontbrekende informatie in een aanvulling op het planMER op te nemen, en dan pas te besluiten over de omgevingsvisie. Voorliggend rapport is deze aanvulling op het planMER.
1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is beschreven welke keuzes waarom in welke fase van het ontwerpproces zijn gemaakt en beschrijft de ‘hoeken van het speelveld’ aan de hand van afwegingen die zijn gemaakt bij de totstandkoming van de omgevingsvisie en het planMER. In hoofdstuk 3 worden de thema’s beschreven die niet in de omgevingsvisie of het MER verder worden uitgewerkt, maar terugkomen in de nog volgende planuitwerking van de omgevingsvisie of in programma’s. Hierna wordt in hoofdstuk 4 de aan te vullen milieu-informatie gegeven. In hoofdstuk 5 komt de monitoring en borging van milieubelang in het vervolgproces aan bod.
Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 5
2. De Omgevingsvisie het speelveld en het MER 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk is toegelicht hoe de keuzes in de Omgevingsvisie tot stand zijn gekomen en welke rol de resultaten uit het MER daarbij hebben gespeeld. Inzicht is gegeven in de doelstellingen, het speelveld en het proces op hoofdlijnen. Per fase is uitgelegd wat we hebben gedaan en welke conclusies er zijn getrokken.
2.2 Uitgangspuntennotitie Omgevingsvisie Overvecht De raad heeft de uitgangspuntennotitie Omgevingsvisie Overvecht vastgesteld als basis voor de Omgevingsvisie. Deze uitgangspuntennotitie is ook de basis geweest voor het doelbereik van het MER waarbij: a. de stadsprofielen (groene stad, verbonden stad, compacte stad, inclusieve stad, toekomstbestendige stad en vertraagde stad) en de Utrechtse Barcode uit de RSU 2040 de basis zijn; b. op basis van bestaand beleid per stadsprofiel de belangrijkste inhoudelijke uitgangspunten voor Overvecht in samenhang en overzichtelijk zijn weergegeven.
2.3 Het speelveld Alternatieven
Bij het ontwikkelen van de alternatieven zijn de opgaven waarvan de grootste ruimtelijke impact en milieueffecten worden verwacht als uitgangspunt genomen: de woningbouwopgave en de mobiliteitstransitie (punt a en b uit het tweede beslispunt van het raadsbesluit Uitgangspuntennotitie omgevingsvisie Overvecht1 en 2). Dit zijn de meest structurerende ruimtelijke ingrepen waar de Omgevingsvisie Overvecht richting in gaat geven en keuzes in gaat maken. Daarnaast geeft de raad aan het college de opdracht om bij het uitwerken van de omgevingsvisie ook specifiek in te gaan op het versterken van de structuur en kwaliteit van het groen en de openbare ruimte in relatie tot de woningbouwopgave en de mobiliteitsstructuur (punt c3) en de manier waarop toevoeging van programma en functies bijdragen aan de wijkverbetering en de ambities van Samen voor Overvecht (punt d4). Omdat ook in de Uitgangspuntennotitie thema’s als groen en openbare ruimte in relatie staan tot de verdichting en de mobiliteitsstructuur is er voor gekozen om deze te optimaliseren binnen de alternatieven op het gebied van verdichting en mobiliteit. Ook zijn er meer keuzes gemaakt dan in het MER aan de orde komen.
Daarbij gaat het bijvoorbeeld over de uitwerking van de spelregels per gebiedstype, de spelregels die betrekking hebben op hoogbouw, concrete ligging van HOV in Park de Watertoren, keuzes op buurtniveau waar kansrijke plekken zijn waar we als eerste starten met
6
de planvorming, de principeprofielen per type straat. Deze keuzes zijn niet nader in het MER onderzocht, omdat ze niet leiden tot wezenlijk andere milieueffecten dan nu in het MER zijn beschreven.
Commissie mer
De Commissie mer beveelt in haar toetsingsadvies aan om extra alternatieven te onderzoeken op thema’s die juist niet gaan over verdichting en mobiliteitsoplossingen. De Commissie geeft in haar verduidelijkende antwoorden aan dat het gaat om een voor een deel theoretische exercitie waarin de vrijheid wordt genomen om extreme uitkomsten binnen een te nemen besluit (plan) te verkennen. Het doel hiervan is om tot op dat moment onbekende informatie te verzamelen die gebruikt kan worden om het besluit te optimaliseren. In deze fase van het proces is er echter voor gekozen om geen extra alternatieven te onderzoeken om de volgende redenen: Er is al een uitgebreid proces doorlopen met bewoners en andere stakeholders waarbij in de participatie ruimte was voor het aandragen van ideeën en oplossingsrichtingen. Vanwege het zorgvuldig doorlopen proces, waarbij verschillende oplossingsrichtingen zijn verkend, verwachten wij niet dat het onderzoeken van andere alternatieven zal leiden tot nieuwe, betere oplossingsrichtingen die ook aansluiten bij de uitgangspuntennotitie. De Commissie vraagt niet om extra alternatieven op het gebied van verdichting en mobiliteit, de meest impactvolle thema’s als het gaat om milieueffecten. Om deze reden verwachten wij dat er geen sprake is van redelijkerwijs te beschouwen alternatieven die leiden tot significant andere milieueffecten.
Voor verschillende thema’s die de Commissie noemt worden juist in andere (beleids) trajecten keuzes gemaakt, bijvoorbeeld energie (Beleidsnota Duurzame Opwek, Warmteprogramma) en sociaal (wijkaanpak Samen voor Overvecht).
Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 7
2.3.1 Proces op hoofdlijnen
Het proces van het tot stand komen van de Omgevingsvisie was iteratief waarbij er 5 participatiestappen en ontwerpstappen (fases 0 t/m 4) zijn doorlopen. In onderstaande afbeelding is het proces op hoofdlijnen weergeven, waarna de fases beschreven worden. Fase 0 voorbereiding is hierbij buiten beschouwing gelaten.
8
2.3.2 Omschrijving per fase Fase 1 Dilemma’s en voorkeuren Bij de start van fase 1 hebben we Overvechters gesproken over de doelstellingen en opgaves voor de wijk vanuit stedelijk beleid, zoals het bouwen van 5.000 woningen en het maken van 3.000 extra werkplekken. Bewoners zijn allerlei vragen voorgelegd over verschillende thema’s (zie voorbeeld op de volgende pagina). Uit deze eerste participatieronde zijn vier belangrijke dilemma’s naar voren gekomen: Bereikbaarheid auto versus (verkeers)veiligheid en ruimtelijke kwaliteit Sommige bewoners geven aan dat de ruimte voor de auto een kwaliteit is van de wijk. Veel bewoners waarderen de goede bereikbaarheid van de wijk en de parkeerruimte voor auto’s. Anderzijds zijn er grote zorgen om de verkeersveiligheid. Het versmallen van wegen en opheffen van parkeerplekken kan bijdragen aan deze verkeersveiligheid en biedt ruimte voor bijvoorbeeld groen en bredere fietspaden, wat velen ook belangrijk vinden. Bouwen versus groen Velen vinden dat het bouwen van woningen, voorzieningen en werkplekken niet ten koste van groen en bomen mag gaan. Anderen vinden dat er best gebouwd mag worden op plekken waar het groen van lage kwaliteit is of waar oude of minder fraaie bomen staan. Sommigen geven aan niet in de kleine groene plekken dichtbij huis te bouwen, omdat deze de wijk juist leefbaar maken.
Nieuwe bebouwing vooral in hoogbouw versus vooral in laagbouw Door nieuwe woningen, voorzieningen en werkplekken vooral in hoogbouw te plaatsen, wordt ruimte bespaard. Daarentegen is hoogbouw vaak anoniem en buren ontmoeten elkaar gemiddeld minder vaak. Anderen vinden dat er vooral meer laagbouw bij moet komen. Laagbouw zorgt voor meer contact, ontmoeting, sociale cohesie en het gevoel van betrokkenheid/verantwoordelijkheid bij de buurt. Behoud sociale cohesie versus sloop-nieuwbouw Sommigen vinden dat nieuwbouw best op plekken mag door slechte woningen of gebouwen te slopen, zodat bijvoorbeeld zoveel mogelijk groen in de wijk behouden blijft. Anderen vinden dat sociale cohesie die er is in flats juist behouden moet worden en dat bij het toevoegen van bebouwing aandacht is voor de bestaande en toekomstige sociale cohesie. Nieuwe gebouwen moeten en kunnen een positieve invloed hebben op de sociale cohesie in de buurt. Er is daarbij nagedacht over menging en elkaar kunnen ontmoeten (in de gezamenlijke en openbare ruimte
Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 9
10
Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 11
Fase 2 Ontwerp en onderzoek: denk- en oplossingsrichtingen binnen het speelveld Mede op basis van de opbrengst van fase 1 zijn denkrichtingen met elkaar vergeleken en zijn oplossingsrichtingen uitgewerkt. Een verkenning van de thema’s eigendomssituatie, lopende projecten, groenstructuur en sociale kwaliteit,, sociaal demografische gegevens en participatie hielpen om te bepalen welke kansen en beperkingen er waren bij de planning van nieuwe ontwikkelingen en was daarmee input voor de oplossingsrichtingen. Eigendomssituatie: Door in kaart te brengen welke gebieden buiten gemeentelijk eigendom vallen, kon bepaald worden wat de impact hiervan was op de omgevingsvisie. Omdat de meeste potentiële locaties voor verdichting niet in gemeentelijk eigendom zijn, werd besloten dat eigendomssituatie geen bepalende factor zou zijn bij de verdere uitwerking van de visie. Lopende ontwikkelingen: Het afstemmen met andere projecten, zoals het Masterplan Centrum en het Amazonekwartier, zorgde ervoor dat de omgevingsvisie in lijn werd gebracht met en een aanvulling bood op bestaande plannen. Groen raamwerk: Het groene raamwerk is leidend bij de uitwerking van de omgevingsvisie wat betekent dat dat het behoud en versterking van de groene ambities een randvoorde was bij de uitwerking van de omgevingsvisie.
De groenopgave is onderbouwd door het onderscheid tussen diverse groentypologieën weer te geen. Onderscheid is gemaakt tussen Groen om de stad, Vechtscheg, Stadsparkeren, Groenblauwe verbindingen en Groene buurten. Analyses, uitgangspunten en profielen zijn per park uitgewerkt. Per gebied is uitgelegd hoe en hoeveel groen toegevoegd zou kunnen worden. Sociale kwaliteit en veiligheid: Door inzicht te krijgen in plekken met sterke of zwakke sociale binding werd duidelijker welke plekken baat zouden hebben bij interventies of transformaties. Dit biedt kansen om de sociale kwaliteit en veiligheid in deze gebieden te verbeteren. Sociaal demografische gegevens: De leefbaarheidsscore en gezondheidscijfers zijn de laagste van heel Utrecht. Met de omgevingsvisie willen we daarom de ruimtelijke kwaliteit van Overvecht versterken en een bijdrage leveren aan de aanpak van de sociale uitdagingen. Deze data is daarnaast gebruikt door voor iedere buurt op te nemen wat de gewenste ontwikkelrichting is ten aanzien van de woningvoorraad. Op basis van wat opvalt in de huishoudensamenstelling is beschreven voor wie we in Overvecht willen bouwen.
12
Participatie: De samenwerkingsprincipes en de participatieparagraaf zoals we die met de partners van het Wijkakkoord hebben afgesproken zijn uitgangspunt voor het participatieproces. We hebben de omgevingsvisie uitgewerkt op basis van de afspraken in het wijkakkoord. Door middel van een zo goed mogelijk beeld van wat Overvechters belangrijk vinden zijn er keuzes gemaakt. Het is duidelijk dat Overvecht een wijk is met veel verschillende meningen. Soms staan meningen lijnrecht tegenover elkaar. Niet aan alle wensen is tegemoetkomen omdat belangen verschillend zijn afgewogen. In het participatieverslag ‘101 Waarden van Overvecht’ staat het resultaat van het participatieproces beschreven.
Alternatieven in het MER
in fase 2 zijn ook de alternatieven voor het MER bepaald. Alternatief 1: Dit alternatief gaat uit van een centrale bundeling van verdichting en mobiliteit van auto- en HOV waarbij er wordt ingezet op de totale mobiliteitstransitie. De hiërarchie speelt binnen dit wegennet een grote rol. Vanuit een centrale sterk verdichte as door het hart van Overvecht wordt maximaal ingezet op het gebruik van het OV waarbij de Carnegiedreef als centrale as een belangrijke rol gaat vervullen. Dit alternatief zet in op autoluwe woonstraten waarbij autoverkeer met behulp van ‘knips’ naar de ontsluitingswegen geleid gaat worden. Dit alternatief vertoont de meeste overeenkomsten met de Omgevingsvisie Overvecht. Alternatief 2: In dit alternatief verspreidt de verdichting zich over verschillende delen van Overvecht. De bestaande wijkstructuur is hierbij het uitgangspunt. Deze variant gaat uit van een optimalisatie van het bestaande OV aanbod in Overvecht. De auto maakt in dit alternatief voornamelijk gebruik van de bestaande verkeerstructuur. De alternatieven zijn ontwikkeld om recht te doen aan de uiteenlopende visies van Overvechters over mobiliteit en verdichting binnen de omgevingsvisie. Uit de participatiegesprekken blijkt dat Overvechters verdeeld zijn over waar je het beste in de wijk kunt bouwen.
Ongeveer de helft geeft de voorkeur aan geconcentreerde hoogbouw op enkele plaatsen in de wijk, terwijl de andere helft liever lagere bebouwing verspreid over de wijk ziet. Alternatief 1 sluit aan bij de eerste voorkeur en speelt in op de wens voor een betere verkeersveiligheid. Alternatief 2 gaat uit van een lagere bebouwing verspreid over de wijk en behoudt grotendeels de bestaande verkeersstructuur. Daarbij is rekening gehouden met de opbrengst uit het participatieproces dat men het versmallen van buurtstraten wel ziet zitten maar er weerstand is tegen het beperken van doorgaand verkeer. Beide alternatieven hebben behoud en versterken van het groene raamwerk als uitgangspunt. De keuzes voor de alternatieven zijn gemaakt, omdat op dat moment inzicht nodig was in de effecten van de mobiliteitskeuzes, maar ook was de vraag vanuit het projectteam of er ook meer woningen en arbeidsplaatsen in Overvecht gerealiseerd kunnen worden dan de 5.000 en 3.000 uit de uitgangspunten. Deze vraag kwam voort uit de verwachting dat het niet altijd haalbaar is om de volledige geplande aantallen woningen op een specifieke locatie te realiseren zodat er flexibiliteit in de omgevingsvisie gewenst kan zijn. Daarnaast staat in de uitgangspuntennotitie (overgenomen uit de RSU) dat er tenminste 5.000 woningen dienen te worden gerealiseerd, wat ruimte laat voor een ambitieuzere invulling.
Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 13
Opgemerkt wordt dat thema’s als eigendomssituatie, lopende projecten, groenstructuur en sociale kwaliteit en sociaal demografische gegevens verkend zijn en denkrichtingen met elkaar zijn vergeleken. Dit is gedaan om vast te stellen welke kansen en beperkingen er waren bij het ontwikkelen van de omgevingsvisie. Deze bredere verkenning is teruggebracht naar de genoemde twee alternatieven. Vergelijking keuzes uit de denkrichtingen per thema In de participatie zijn thematische keuzes en oplossingsrichtingen besproken met Overvechters. Er is gefocust op thematische keuzes, zodat Overvechters voor alle afzonderlijke keuzes ten aanzien van groen, mobiliteit, etc. hun mening konden geven. Overvechters werd nog niet gevraagd om te kiezen voor een integraal scenario / denkrichting. Onderstaande voorbeelden betreffen de thema’s die terug komen in het MER. In het participatieverslag is een volledig overzicht opgenomen van alle in deze fase getoonde oplossingsrichtingen.
14
Woningbouw Mogelijkheid 1 - Compact bouwen De woningen komen dichtbij elkaar, op centrale plekken. Bijvoorbeeld rondom het NS-station, bij Overvecht Centrum, langs de Carnegiedreef en bij het bedrijventerrein in Overvecht-Noord.
Mogelijkheid 2 - verspreid over de wijk bouwen De nieuwe woningen komen in de verschillende buurten. Bijvoorbeeld door in buurten gebouwen te slopen en nieuwe woningen te bouwen, of door naast of bovenop de bestaande gebouwen te bouwen.
Beide mogelijkheden komen terug in het MER. Mogelijkheid 1 vertoont overeenkomsten met alternatief 1 terwijl mogelijkheid 2 overeenkomsten vertoont met alternatief 2.
Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 15
Woningbouw Mogelijkheid 2: minder doorgaand verkeer Voorgesteld is om de bestaande wegen smaller te maken. Dit zorgt ervoor dat het verkeer langzamer gaat rijden. En zo is er meer ruimte voor groen, lopen en fietsen. Dat is goed voor je gezondheid en het klimaat.
Mogelijkheid 2: minder doorgaand verkeer Voorgesteld is om de bestaande wegen smaller te maken. Dit zorgt ervoor dat het verkeer langzamer gaat rijden. En zo is er meer ruimte voor groen, lopen en fietsen. Dat is goed voor je gezondheid en het klimaat.
56% van de geënquêteerden vond het een goed idee om straten te versmallen met meer ruimte voor groen. Ook is de mogelijkheid van minder doorgaand verkeer tussen de buurten voorgelegd. 47,6% van de online geënquêteerden vindt dit een goed tot zeer goed idee. Mogelijkheid 1 en 2 komen beide terug in alternatief 1 van het MER. Het versmallen van straten is mogelijk wanneer minder verkeer in de straten rijdt.
16
Openbaar vervoer Mogelijkheid 1 - beter busnetwerk Het huidige busnetwerk verbeteren. Bijvoorbeeld door meer routes en haltes toe te voegen, en/of door de bus vaker te laten rijden.
Mogelijkheid 2 - een snelle OV-verbinding Er is één lijn in de wijk met een snelle verbinding naar station Overvecht en naar de rest van de stad.
De mogelijkheid is voorgelegd om het busnetwerk te verbeteren, bijvoorbeeld met meer routes en haltes. 84,2% van de geënquêteerden vond dit een neutraal tot zeer goed idee. Vooral de nabijheid van haltes (bijvoorbeeld voor ouderen) en de flexibiliteit worden als voordelen gezien. Ook is de mogelijkheid van een snelle ov-lijn door de wijk naar station Overvecht en de rest van de stad voorgelegd. 60,4% van de geënquêteerden vindt dit een neutraal tot zeer goed idee. Als nadelen ziet men de afstand tot haltes, de kosten voor aanleg en de ruimte die een HOV-baan inneemt, mogelijk ten koste van groen. Beide mogelijkheden zijn opgenomen in het MER.
Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 17
Fase 3 toetsen en beoordelen In fase 3 toetsen en beoordelen zijn de alternatieven beoordeeld op milieueffecten. Gelijktijdig werd gewerkt aan de eerste concept Omgevingsvisie (50-70% versie) op basis van wat Overvechters belangrijk vinden, welke voorkeuren zij hebben voor oplossingsrichtingen en professioneel inzicht. Het eerste concept MER is gebruikt als tussentoets om te kijken of het MER de conclusies uit de concept-omgevingsvisie ondersteunt. Beide alternatieven laten een verbetering zien op de thema’s gezondheid, water en klimaatadaptatie en een verschuiving van de modal split. Op veel beoordelingscriteria bleken de alternatieven niet onderscheidend. Alleen op de indicatoren voor de thema’s verkeer, geluid, gezondheid is er verschil. Voor het thema verkeer liet het MER een verschuiving van het verkeer uit de buurten en naar de gebiedsontsluitingswegen zien. Dit zorgt er voor dat het in de buurten voor bewoners rustiger wordt en er minder hinder te verwachten is van verkeer. De toename van verkeer op de gebiedsontsluitingswegen zorgt op een aantal plekken voor een hogere geluidsbelasting. Ook worden hierbij relatief veel nieuwe woningen op een plek met een hoge geluidsbelasting gerealiseerd. Transformatie in de buurten voor andere indicatoren zijn de beoordelingen tussen alternatief 1 en 2 nagenoeg gelijk.
In het najaar van 2023 is verder gewerkt aan het opstellen van de ontwerp-omgevingsvisie. Het concept MER liet niet zien dat de twee alternatieven veel van elkaar verschillen op milieueffecten. In het ontwerpproces zijn diverse keuzes gemaakt, zoals de keuze voor het mobiliteitssysteem en de verdichtingslocaties. Paragraaf 2.3.6 gaat dieper in op welke argumenten bepalend zijn geweest bij het maken van keuzes in de omgevingsvisie. In het hoofdstuk “Reflectie op de omgevingsvisie” is beoordeeld of de ontwerpomgevingsvisie nog valt binnen de bandbreedte van milieueffecten die voor de alternatieven is bepaald. Tot aan het in procedure brengen van de omgevingsvisie is voortdurend afgestemd tussen het MER en de omgevingsvisie om te zorgen dat er het MER aansluit bij de visie en alle relevante milieueffecten worden beschreven. Hierbij is ook altijd de afweging gemaakt wat relevant is voor de keuzes op omgevingsvisieniveau. Participatieverslag In het participatieverslag 101 Waarden van Overvecht beschrijven we hoe we Overvechters hebben betrokken bij het maken van de omgevingsvisie en welke waarden en belangen Overvechters hebben bij de ruimtelijke toekomst van hun wijk. Daarbij laten we zien wat Overvechters vinden van voorgestelde ideeën. En wat we vervolgens met die opbrengst hebben gedaan. We vertellen wat we hebben meegenomen en wat niet, met een uitleg waarom.
Daarmee geven we inzicht in hoe we met elkaar een omgevingsvisie voor Overvecht hebben gemaakt.
18
2.3.3 Welke keuzes hebben we wanneer en waarom gemaakt
In de uitgangspuntennotitie zijn de doelen voor Overvecht vastgesteld (zie paragraaf 2.3.2). In de uitgangspuntennotitie zijn ambities geformuleerd, maar staat ook al een aantal concrete keuzes. Deze paragraaf gaat in op de onderbouwing van de reeds gemaakte keuzes uit de uitgangspuntennotitie, maar ook op de aanvullende keuzes die in de omgevingsvisie zijn gemaakt. De keuzes zijn ook terug te vinden in de Beleidsnota. Verbonden stad In de uitgangspuntennotitie is reeds de keuze gemaakt om een mobiliteitstransitie te realiseren waaronder een toekomstige HOV-verbinding. Uit het MER bleek dat het realiseren van een HOV-verbinding bijdraagt aan de verschuiving van verkeer uit de buurten en naar de hoofdwegen. Dit heeft positieve effecten op verkeersveiligheid in de buurten. In de omgevingsvisie is ervoor gekozen om de HOV-verbinding met een busverbinding uit te voeren en is een voorlopige keuze gemaakt over de route van de HOV-verbinding. Rekening houdend met de structuur van de wijk ligt de ligging van een HOV-verbinding op de Carnegiedreef-Rio Brancodreef voor de hand. In het voortraject is onderzocht of een lightrailverbinding haalbaar is, maar uit een eerste verkenning bleek dat hiervoor een veel grotere verdichting nodig is dan wenselijk is voor Overvecht. In de participatie is bewoners gevraagd naar hun wensen ten aanzien van mobiliteit.
Hieruit blijkt dat een busverbinding die ook de buurten bedient veel draagvlak heeft onder bewoners. Daarom is in de omgevingsvisie gekozen om ook aanvullend buurt ov te realiseren. Om de buurten rustig en leefbaar te houden wordt dit een systeem met standaard bussen of kleiner, zodat de straatprofielen versmald kunnen worden en de straten kunnen worden vergroend. De bussen gaan volgens een vaste dienstregeling rijden. Keuzes in route van HOV De keuze voor deze route van het HOV is gemaakt om verschillende strategische redenen: 1. Efficiënte verdichting en woningbouw: Het realiseren van HOV maakt het mogelijk om een groter deel van de woningbouw te concentreren op een paar plekken nabij de OV-haltes. Hier kan een lagere parkeernorm gehanteerd worden. Bij een overmaat van parkeren in gebouwde voorzieningen, kunnen bovendien parkeerplaatsen in buurten vergroend worden. 2. Verbinding en samenhang in de wijk: De HOV-as verbindt het noordelijke en zuidelijke deel van Overvecht als hart van een vernieuwd Overvecht. 3. Ruimte voor groen en recreatie: de transformatie naar een HOV-as maakt het mogelijk om langs de Carnegiedreef een groene zone te realiseren die overloopt in Park de Gagel en Park de Watertoren.
Bij alternatief 1 is er sprake van een hoogwaardig HOV product, een strikter parkeerbeleid, extra kwaliteit bij andere vervoerswijzen en een lager autogebruik dan bij alternatief 2. Dit maakt het mogelijk om meer m2 langs groenblauwe routes te maken. 4: Kostenbesparing en betere bereikbaarheid: De HOV-as in een gestrekte lijn zorgt voor kortere reistijden en een efficiëntere exploitatie.
Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 19
In de ontwerp-omgevingsvisie was gekozen voor een ligging langs de rand van Park de Watertoren en daarmee dicht langs de bebouwing om een zo groot mogelijk park te maken/ het park zo weinig mogelijk op te delen. Uit de reacties in fase 3 blijkt dat de HOVbaan in Park de Watertoren wordt gezien als een nieuwe barrière tussen het park en de buurt van de Taagdreef en Rubicondreef e.o. Er zijn zorgen over de veilige bereikbaarheid van de ijsbaan, speellocatie en de waterspeelplek vanuit de woonbuurten. Er komen hier veel jonge kinderen en gezinnen die veel gebruik maken van dit deel van het park. Gezien de reacties leggen we de HOV-baan iets verder van de bebouwing. Daarmee blijven de speelvoorzieningen goed bereikbaar vanuit de buurt en wordt toch een zoveel mogelijk aaneengesloten park mogelijk. Voor het bereiken van speelvoorzieningen hoeven gebruikers de HOV-baan niet over te steken. Een enkele speelvoorziening moet mogelijk verplaatst worden. Nieuwe verbindingen In de omgevingsvisie wordt de keuze gemaakt om een betere verbinding met de wijken Zuilen, Lage Weide en Leidsche Rijn te realiseren door één of meerdere bruggen over de Vecht. In de omgevingsvisie worden nog geen keuzes gemaakt over de ligging van de bruggen. Dit vindt in vervolguitwerkingen plaats. Onderzoek is nodig om het aantal, de locatie, inpassing en effecten van nieuwe verbindingen te bepalen.
Het kan hierbij ook gaan om het verbeteren van bestaande verbindingen. Om deze redenen is er in het MER hier geen onderzoek naar gedaan. Hetzelfde geldt voor de verbinding van het HOV-netwerk met de wijk Tuindorp (onderdoorgang onder het spoor). Knips en autobereikbaarheid In de ontwerp-omgevingsvisie zijn in alle buurten knips opgenomen om doorgaand autoverkeer volledig uit de buurten te weren en de buurten zo verkeersveiliger en aantrekkelijker te maken. Uit de zienswijzen blijkt dat veel mensen de autoknips te ingrijpend vinden en zorgen hebben over de slechte autobereikbaarheid, ook omdat het op de grote wegen zoals de Marnixlaan en NRU nu al druk is. Om deze reden worden de knips in de buurten om doorgaand autoverkeer door de buurten te weren niet meer vastgelegd in de omgevingsvisie. Aangezien het vergroten van de verkeersveiligheid wel prioriteit heeft en daarvoor de hoeveelheid doorgaand verkeer in de buurten teruggebracht moet worden, worden deze maatregelen vervangen door een monitoringsaanpak en mogelijk aanvullende maatregelen om doorgaand verkeer te verminderen. Deze adaptieve mobiliteitsstrategie zal meer draagvlak onder bewoners hebben, maar geeft ook flexibiliteit bij het inspelen op ongewenste ontwikkelingen.
Mogelijke aanvullende maatregelen zijn in volgorde van zwaarte: snelheidsremmende maatregelen, instellen 1-richtingsverkeer, toepassen filters voor specifieke groepen die toch door mogen of knips. In hoofdstuk 4 van deze oplegger is ook beschreven wat de verwachte effecten van deze aanpassing van de omgevingsvisie zijn.
20
Compacte stad (verdichting) Aantal bij te bouwen woningen en realiseren arbeidsplaatsen Uit de uitgangspuntennotitie komt de doelstelling om minimaal 5.000 woningen en 3.000 arbeidsplaatsen toe te voegen. In de omgevingsvisie is gekozen om dit uitgangspunt vast te houden, omdat er voldoende locaties zijn aan te wijzen waarbinnen kan worden verdicht met behoud van het groene raamwerk/karakter van de wijk. Voor geluid is wel het aandachtspunt dat er relatief veel nieuwe woningen op geluidbelaste plekken worden gerealiseerd. Bij de bouw van de woningen zal voldaan moeten worden aan de vereisten uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving en de Visie Geluid en Trillingen en indien nodig geluidsreducerende maatregelen worden toegepast. Verspreid of geconcentreerd bouwen In de omgevingsvisie zijn keuzes gemaakt over waar de verdichting plaatsvindt. Een belangrijke afweging hierin is geweest of de woningen geconcentreerd op een aantal plekken (zoals bij alternatief 1) of verspreid over de wijk (zoals bij alternatief 2) worden gerealiseerd. In de participatie zijn deze mogelijkheden voorgelegd. Uit de participatie is geen eenduidige voorkeur af te leiden. Sommigen vinden het een goed idee vanwege de efficiëntie en sommige mensen maken zich zorgen om ‘nog meer’ hoogbouw en sociale veiligheid. Bij verspreid bouwen maken mensen zich zorgen over de bouwoverlast in de wijk.
In de omgevingsvisie wordt vergelijkbaar met alternatief 1 gekozen voor hogere bebouwing op centrale plekken in de wijk en kleine (bij)bouw mogelijkheden in de woonbuurten. Daardoor wordt in de woonbuurten relatief weinig bijgebouwd en wordt de ruime opzet van deze plekken zoveel mogelijk behouden. Om de verdichting op een gezonde manier in te passen en de ruimte zo efficiënt mogelijk te gebruiken, is er in de omgevingsvisie bewust gekozen voor de grootste verdichting op de best bereikbare plekken met voorzieningen in de directe omgeving. Op deze manier kunnen we het groene raamwerk behouden en versterken en kan de mobiliteitstransitie in gang gezet worden voor een positief effect voor de héle wijk Overvecht op de leefbaarheid, veiligheid, klimaatadaptatie en groen. Om te kunnen verdichten met 5.000 woningen kan alleen met relatief minder auto’s. De haalbaarheid van de groenopgave in Overvecht hangt deels af van het kunnen verminderen van het aantal straatparkeerplekken en het verminderen van verharding. Om dit te bereiken, moeten straatparkeerplekken deels worden opgeheven en/of verplaatst naar grotere parkeervoorzieningen die collectief gebruikt kunnen worden. Dergelijke grotere parkeervoorzieningen zijn echter alleen haalbaar bij locaties waar substantiële verdichting plaatsvindt.
Daarom zijn deze verdichtingslocaties een voorwaarde voor het behoud en de versterking van het groene raamwerk. Op de kaart “Ruimte voor Groei” zijn met gekleurde vlakken de gewenste verdichting aangegeven. Ook zijn er spelregels voor de beoogde veranderingen per gebiedstype. Een deel van deze spelregels komt overeen met de mitigerende maatregelen uit het planMER, zoals aandacht voor onderzoek naar bezonning, windhinder en geluid. Geen wonen op bedrijventerrein Nieuw Overvecht Ondernemers benoemen de ruimtetekorten op bedrijventerreinen en het belang van ondernemerschap voor de stad Utrecht. Daarom vinden zij dat het bedrijventerrein zoveel mogelijk voor bedrijven moet blijven en er geen woningen mogen komen. Volgens ondernemers maken woningen het voor ondernemers minder aantrekkelijk en zorgen woningen
Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 21
door speculatie vanuit beleggers en ontwikkelaars voor stijgende vastgoedprijzen op het bedrijventerrein. Ook willen ondernemers ruimte houden voor bedrijven met milieuklasse 3.2. Dit gaat niet goed samen met wonen. Uit het MER blijkt dat het toevoegen van woningen op bedrijventerrein Overvecht mogelijk leidt tot een negatief effect ten aanzien van industrielawaai. Daarnaast kunnen op het bedrijventerrein ook veel van de benodigde werkplekken toegevoegd worden. Dit sluit aan bij het doel om de ruimte op het bedrijventerrein te intensiveren voor economische activiteiten.
Groene stad
In de uitgangspuntennotitie is de opgave vastgelegd om het groen te versterken, verbeteren en uit te breiden met 80 ha. Het betreft ca. 22 ha uitbreiding in het Noorderpark, ca. 25 ha in Oud-Zuilen, 10 ha opgave voor groenblauwe routes en 23 nieuw buurt- en wijkgroen. Hectares toe te voegen groen Bij de verdichting van 5.000 woningen en 3.000 arbeidsplaatsen is er ruimte om 57 ha groen toe te voegen in de wijk. Hiermee wordt de in de uitgangspuntennotitie gemaakte keuze om 80 ha groen toe te voegen bijgesteld. In natuurgebied Oud-Zuilen wordt 14 ha groen toegevoegd in plaats van 25 ha zoals gesteld in de uitgangspuntennotitie. Voor natuurgebied Oud-Zuilen heeft een apart participatieproces plaatsgevonden wat heeft geleid tot een nieuw besluit van de gemeenteraad (d.d. 26 september 2024) over de doelen voor natuurgebied Oud-Zuilen (Startnotitie Natuurgebied Oud-Zuilen). Voor de opgave in het Noorderpark is 22 ha taakstellend en is nader integraal onderzoek nodig om te bepalen hoe deze 22 ha naast andere functies in het Noorderpark opgenomen zouden kunnen worden. Willen we de dichterbij de doelstelling van 80 ha komen dan zullen we ook moeten overgaan tot het verwijderen van bebouwing zoals woningen in parken en groene uitlopers en tot het verwijderen van nog meer parkeerplaatsen op maaiveld.
Rekening houdende met draagvlak voor de omgevingsvisie vinden we dit geen realistisch voorstel. Er zijn ook hoge ambities opgenomen voor het vergroenen van daken en gevels. Deze extra m2 groen zijn niet meegenomen in de groenberekening. Om de groenblauwe routes te verbeteren is gekozen om de wijkwegen te versmallen naar 2x1 rijbanen en de route langs de Vecht te vergroenen. Hiervoor wordt verharding verminderd. In het MER en het mobiliteitsonderzoek is uitgegaan van het versmallen van de wijkwegen naar 2x1 rijbanen. Hieruit blijkt dat dit niet leidt tot significante verkeerseffecten. Met bovengenoemde maatregel wordt niet aan de gestelde opgave voldaan. Willen we de dichterbij de doelstelling komen dan zullen we ook moeten overgaan tot het verwijderen van bebouwing zoals woningen in parken en groene uitlopers en tot het verwijderen van nog meer parkeerplaatsen op maaiveld. Rekening houdende met draagvlak voor de omgevingsvisie vinden we dit geen realistisch voorstel. Overigens zijn er hoge ambities opgenomen voor het vergroenen van daken en gevels. Deze extra m2 groen zijn niet meegenomen in de groenberekening.
22
Kwaliteitsverbetering groen Om een kwaliteitsverbetering van het groen te realiseren worden verschillende maatregelen genomen die gezamenlijk zorgen voor een beter groennetwerk. Voorbeelden van die maatregelen zijn het verbeteren van de parkranden, weren van autoverkeer door de parken, meer inzetten op groene verbindingen en natuurvriendelijke oevers. De verdere invulling van de groenopgave is maatwerk en nadere keuzes moeten per locatie gemaakt worden.
Inclusieve stad Zorgdragen voor leefbaarheid en sociale cohesie Overvechters maken zich zorgen dat het toevoegen van bebouwing kan leiden tot een gebrek aan sociale cohesie en een vermindering van de sociale veiligheid. Leefbaarheid en sociale cohesie zijn ook in de omgevingsvisie belangrijke doelstellingen. Zo worden in het hoofdstuk “Ruimte voor Groei” en “Verschillend voor iedereen” van deel 1 uitgangspunten gegeven die ingaan op: een meer gemengde wijk: doelstelling om meer variatie aan het woningaanbod toe te voegen het zorgdragen voor meer levendigheid en verbinding en contact met elkaar, fijne beleving op straatniveau (ipv anonimiteit), denk aan levendige begane grond, entrees, aantrekkelijke overgangszones naar het openbaar gebied). bouwen aan gemeenschappen om de anonimiteit te verkleinen en de sociale veiligheid te vergroten (voorkomen anonieme woningingangen, stimuleren ontmoetingen, en collectieve voorzieningen). Zo is het inpassen van ruimte voor ontmoeting in de nieuwe bouwblokken opgenomen als spelregel in de omgevingsvisie. bouwen voor gemeenschappen, bijvoorbeeld in de vorm van wooncorporaties of gemengde woonvormen. In de omgevingsvisie is de keuze gemaakt om de ruimte voor veldsport mee te laten groeien met de groei van de wijk. Dat doen we door het gebruik van de bestaande sportaccommodaties te optimaliseren.
Daarnaast zien we kansen om sport- en beweegfuncties toe te voegen aan het nieuwe sportcluster bij de Vechtsebanen en het bedrijventerrein. Voor de lange termijn zoeken we inpassing van 3 of 4 extra sportvelden. In de omgevingsvisie is het Noorderpark aangewezen als zoeklocatie. Hierbij moet een ruimtelijke afweging gemaakt worden met onder andere opgaven op het gebied van energie, groen en recreatie en cultuurhistorie.
Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 23
3 Planuitwerking en programma’s 3.1 Inleiding
In de omgevingsvisie zijn enkele thema’s geïdentificeerd die vanwege hun schaal of detailniveau niet op het niveau van een omgevingsvisie voor een gebied hoeven te worden uitgewerkt. Deze thema’s hebben een bredere impact en vragen om beleidsmatige en strategische aanpak op stadsniveau of hoger. In dit hoofdstuk is in beeld gebracht welke thema’s dit betreffen.
3.1.1 Netcongestie
Het oplossen van netcongestie is een randvoorwaarde voor het realiseren van de opgaven. Het is een thema dat zich snel ontwikkelt en waarbij het nu in beeld brengen van maatregelen in het kader van de Omgevingsvisie met als scope 2040 geen toegevoegde waarde heeft. Het is wel goed om te beseffen dat netcongestie geen tijdelijk fenomeen is maar een nieuwe werkelijkheid als gevolg van de energietransitie. De ruimtelijke impact van mogelijke oplossingen zal op stadsniveau worden beoordeeld, maar ook in Overvecht is ruimte nodig voor de uitbreiding van de energie infrastructuur. Stedin heeft het bedrijventerrein Nieuw Overvecht als zoeklocatie aangewezen. Dit valt buiten de scope van deze omgevingsvisie. Op projectniveau zal ook na 2030 netbewust moeten worden ontworpen.
3.1.2 Uitwerking mobiliteit
De gemeente Utrecht is op het moment van schrijven bezig met een nieuwe versie van het verkeersmodel, met daarin ook een nieuw basisjaar (2019). Dit model is naar verwachting in het najaar van 2024 gereed. Indien er de komende jaren nadere studies worden gedaan bij de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie, dan zal de meest recente versie van het Utrechtse verkeersmodel gebruikt worden om de berekeningen uit te voeren. Bij de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie in (inrichtings)projecten zal dieper in worden gegaan op het thema verkeersveiligheid.. Bij het maken van plannen en ontwerpen werken wij altijd vanuit de principes van Duurzaam Veilig, gericht op het voorkomen van ongevallen door onderliggende risico’s van het gehele verkeerssysteem systematisch terug te dringen. Door de OV-alliantie is een studie gestart om het voorgestelde OV-systeem verder uit te werken. Uitkomst van deze studie helpt de gemeente Utrecht om het gewenste dienstverleningsniveau stevig te borgen in lange termijn afspraken en garanties.
24
3.1.3 Circulariteit
In de beleidsnota Utrecht Circulair 2030 is uitwerking gegeven aan de vier prioriteiten en elf ambities zoals vastgesteld in de Visie Utrecht Circulair 2050. De beleidsdoelstellingen en bijbehorende indicatoren en financiële dekking leggen de basis voor toekomstige inzet, sturing en verantwoording van de voortgang en het kader voor thema-specifieke uitvoeringsprogramma’s. De beleidsnota Utrecht Circulair 2030 heeft de onderstaande overkoepelende transitieen effectdoelstelling: a. Transitiedoelstelling: we werken aan de randvoorwaarden om de overgang naar circulair denken, organiseren en doen voor iedereen mogelijk te maken. Zo geven we richting aan en versnellen we de transitie naar een circulaire stad; b. Effectdoelstelling: we gebruiken in 2030 maximaal de helft aan nieuwe, niet-hernieuwbare grondstoffen en waarin deze transitiedoelstelling en effectdoelstelling zijn uitgewerkt in subdoelstellingen voor elk van de volgende vier prioriteiten: a. Bedrijvigheid en ondernemerschap, b. Gebiedsontwikkeling en bouwen, c. Opdrachtgeven en inkopen, d. Materiaal- en reststromen Circulariteit is met name relevant bij de verdere uitwerking van de Beleidsnota Omgevingsvisie Overvecht zal voldaan moeten worden aan de Beleidsnota Utrecht Circulair 2030.
3.1.4 Een uitbreiding van de beoordeling op de sociale aspecten en gezondheid Scope en samenhang met wijkaanpak Samen voor Overvecht Met bewoners en professionals uit Overvecht hebben we het ambitiedocument Samen voor Overvecht ontwikkeld dat op 18 juli 2019 door de raad is vastgesteld. Daarin hebben we vijf ambities benoemd: Plezierig wonen in een meer gemengde wijk, Perspectief voor de jeugd versterken, Zorg en ondersteuning dichtbij en op maat, Veilige Buurten en Meedoen en Ondernemerschap. Vanuit het motto ‘Plak, kans, coalitie’ zijn we gestart met 10 kansen, die elk aan meerdere ambities tegelijk bijdragen. We zien dat de wijkaanpak breed wordt gedragen, dat er veel energie zit in de samenwerking tussen bewoners, professionals en gemeente en dat langzaam maar zeker positieve verandering in Overvecht zichtbaar en voelbaar wordt, maar nog niet op alle terreinen. Een lange adem is nodig. De Omgevingsvisie Overvecht richt zich op de ruimtelijke opgave voor Overvecht en bijbehorende fysieke ingrepen om zo bij te dragen aan wijkverbetering en de ambities van Samen voor Overvecht. In het MER is de gezondheidsinvloed van de plannen daarom beoordeeld door te kijken naar kansen voor een vergroting van de aanwezigheid van maatschappelijke voorzieningen en plekken voor ontmoeting.
Onder het kopje Sociale cohesie gaat het MER voor de referentiesituatie daarnaast in op de grote ervaren onveiligheid in de wijk. Andere factoren die de sociale cohesie beïnvloeden komen in het MER niet aan bod omdat deze buiten scope van de Omgevingsvisie vallen.
Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 25
Beleidsnota ‘Samen gezondheidsverschillen verkleinen 2024-2027’ Begin 2024 heeft de gemeenteraad de beleidsnota “Samen gezondheidsverschillen verkleinen 2024-2027” (hierna: Beleidsnota gezondheid) vastgesteld. Deze beleidsnota maakt onderdeel uit van de omgevingsvisie voor de hele stad en is dus ook van toepassing op Overvecht. Deze beleidsnota is vastgesteld na de uitgangspuntennotitie. Voor de Omgevingsvisie Overvecht is geanalyseerd in hoeverre de ambities van de beleidsnota en de omgevingsvisie Overvecht overeen komen. De ambities ten aanzien van gezondheid uit de uitgangspuntennotitie gaan over gezonde en duurzame manieren van vervoer en een gezonde leefomgeving. Groen, stilte, rust, goede luchtkwaliteit en het tegengaan van hittestress komen daarin terug. De ambities uit de omgevingsvisie komen ook terug in de beleidsnota gezondheid. Aanvullend stelt de beleidsnota gezondheid nog dat Utrechters minder in aanraking komen met ongezonde verleidingen. De uitvoering van het beleid hiervoor wordt gemeentebreed opgepakt. De beleidsnota “samen gezondheidsverschillen verkleinen 2024-2027” heeft meer ambities en gaat ook in op aspecten die geen betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals bestaanszekerheid en sociale kracht.
Deze aspecten maken geen onderdeel uit van de omgevingsvisie, maar komen wel in andere programma’s terug, zoals binnen de wijkaanpak ‘Samen voor Overvecht’.
26
4. Aanvullende Milieuinformatie Op basis van het advies van de Commissie mer is door Tauw in dit hoofdstuk op enkele milieuthema’s een aanvulling op de milieu-informatie uit het MER Omgevingsvisie Overvecht opgenomen. Dit betreft natuur (paragraaf 5.1), cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit (paragraaf 5.2) en waterhuishouding (paragraaf 5.3). Voor de thema’s verkeer (paragraaf 5.4), geluid (paragraaf 5.6), luchtkwaliteit (paragraaf 5.6), stikstofdepositie (paragraaf 5.7), gezondheid (paragraaf 5.8) en circulariteit (paragraaf 5.9) is een verduidelijking op de methode van de effectbeoordeling en/of effectbeoordeling zelf in het MER opgenomen.
4.1 Natuur
De Commissie mer heeft een aantal adviezen aangedragen op het thema natuur, waaronder het advies om de referentiesituatie van enkele indicatoren aan te vullen. In deze paragraaf is de aanvullende informatie beschreven en waar nodig is beschreven wat dit betekent voor de effectbeoordeling.
4.1.1 Aanvulling op referentiesituatie
Beschermde soorten De aanwezigheid van beschermde soorten in heel Overvecht is niet vlakdekkend onderzocht. Daarom is in het MER gebruik gemaakt van algemene verspreidingsgegevens. In Bijlage 2 van het MER is reeds een overzicht opgenomen van de in Overvecht aanwezige beschermde soorten op grond van een export uit de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna). Daaruit valt op te maken dat er in Overvecht beschermde soorten van de volgende soortgroepen aanwezig zijn: amfibieën, dag- en nachtvlinders, libellen, reptielen, vaatplanten, vogels, zoogdieren, vleermuizen en ongewervelden. Zoals te zien op de in het MER getoonde Natuurwaardenkaart van de gemeente Utrecht, zijn er in Overvecht grote verschillen in natuurwaarden. In de drukke, relatief versteende kern van Overvecht (‘steen en gebouwen’, rood/roze op de kaart en ‘biotoop overstijgende soort’, lichtpaars op de kaart) komen slechts beperkt beschermde soorten voor. Het gaat daar met name om gebouwbewonende vogels zoals huismus, gierzwaluw en de vleermuizen gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Met name de gewone dwergvleermuis komt er zeer veelvuldig voor (>3000 waarnemingen in de afgelopen 5 jaar).
Algemene broedvogels en egels (>150 waarnemingen in de afgelopen 5 jaar) kun je er ook treffen, maar veruit de meeste beschermde soorten in Overvecht komen slechts voor aan de randen en in de NNN-gebieden (‘Oever en Water’, blauw op de kaart, ‘Bomen, Bos en Struiken’, groen op de kaart, en ‘Gras en Kruiden’, geel op de kaart). Denk hierbij aan soorten als ringslang, rugstreeppad, haas, ransuil, bosuil, gevlekte witsnuitlibel, eekhoorn en gewone grootoorvleermuis. Van met name de ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, ree, haas en eekhoorn zijn over de afgelopen 5 jaar meer dan 100 waarnemingen gedaan. De meeste soorten zijn in (veel) lagere aantallen aanwezig in en rond Overvecht. Al met al zijn de groene stroken ten noorden van de Vecht (inclusief slot Zuylen), Fort Blauwkapel, het gevarieerde gebied ten noorden van de N230 en de omgeving rond bedrijventerrein Overvecht de meest waardevolle gebieden voor beschermde dier- en plantensoorten. Niet zozeer in aantallen, maar wel in diversiteit aan beschermde soorten.
Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 27
De autonome ontwikkelingen hebben geen wezenlijk effect op de aanwezige populaties van beschermde soorten (zie MER). Wel werkt de gemeente Utrecht samen met woningcorporaties Woonin, Portaal, Bo-Ex, SSH en Cazas Wonen aan de ontwikkeling van een soortenmanagementplan (SMP) om de biodiversiteit in Utrecht te behouden. Dit zal met name voor vleermuizen, huismus en gierzwaluw in Overvecht een positieve impact hebben. Daarnaast zullen landelijke trends zoals afname biodiversiteit door de ‘drivers’ beschreven in IPBES (2019) zich helaas voortzetten. Veel van de beschermde soorten kennen een negatieve trend. Het is op grond van bovenstaande de verwachting dat de referentiesituatie qua aantal beschermde soorten vergelijkbaar is met de huidige situatie, maar dat de aantallen per soort (mogelijk uitgezonderd de gebouw bewonende soorten als gevolg van het SMP) verder afnemen. Dit is in strijd met het Europese beleid dat gericht is op het herstel van biodiversiteit. Bestaande verblijfplaatsen, verbindingsroutes en leefgebieden zullen niet noemenswaardig veranderen. Overvecht zal door de reeds aanwezige beschermde soorten gebruikt blijven worden. Biodiversiteit De verscheidenheid aan flora en fauna (lees: biodiversiteit) in heel Overvecht is niet vlakdekkend onderzocht.
Ook de bestaande kwaliteiten van het aanwezige groen en water in Overvecht is, met betrekking tot de waarde voor biodiversiteit, onvoldoende in beeld. Daarom is in het MER een kwalitatieve inschatting van de natuurwaarden in Overvecht gemaakt. Aanvullend daarop is gebruik gemaakt van algemene verspreidingsgegevens uit de NDFF. Daaruit blijkt dat Overvecht zeker geen regionale hotspot vormt voor de biodiversiteit. Slechts algemene soorten komen er voor met enkele incidentele bijzondere soorten. Rode Lijst-soorten die er de afgelopen 5 jaar zijn waargenomen zijn: rugstreeppad (amfibie), bruin blauwtje (dagvlinder), grote vos (dagvlinder), gevlekte witsnuitlibel (libel), groene glazenmaker (libel), kleine tuinmaskerbij (bij), ringslang (reptiel), wilde kievitsbloem (vaatplant), gele kwikstaart (vogel), veldleeuwerik (vogel), patrijs (vogel), ransuil (vogel), steenuil (vogel), haas (zoogdier), konijn (zoogdier) en wezel (zoogdier). Deze waarnemingen zijn vrijwel allemaal aan de randen van Overvecht gedaan. Zoals bij ‘beschermde soorten’ reeds aangegeven zijn ook voor biodiversiteit de meest waardevolle gebieden aan de randen van Overvecht aanwezig. De groene stroken ten noorden van de Vecht (inclusief slot Zuylen), Fort Blauwkapel, het gevarieerde gebied ten noorden van de N230 en de omgeving rond bedrijventerrein Overvecht zijn voor de biodiversiteit het meest waardevol.
Ook de parken in de as van Overvecht zijn van waarde voor veel (algemene) soorten. De Natuurwaardenkaart van de gemeente Utrecht geeft via de verschillende kleuren en achtergrondinformatie goed inzicht in de waarde voor biodiversiteit. De gele, groene en blauwe locaties zijn van (veel) grotere waarde voor de lokale biodiversiteit dan rood en paars. Een deel van de autonome ontwikkelingen heeft een positief effect op de aanwezige biodiversiteit (zie MER). Ook werkt de Utrechtse ontwikkeling van het SMP (zie ‘beschermde soorten’) positief voor de biodiversiteit. Gebouwbewonende vogels als spreeuw, koolmees, pimpelmees en zwarte roodstaart profiteren daarvan mee. Echter, de (landelijke) afname van de biodiversiteit, veroorzaakt door de ‘drivers’ beschreven in IPBES (2019), zal zich helaas autonoom voortzetten. Er is op dit moment geen reden om aan te nemen dat deze negatieve trend zich de komende jaren zal stabiliseren. Op grond daarvan wordt verwacht dat de referentiesituatie qua biodiversiteit slechter zal zijn dan de huidige situatie. Vooral de aantallen individuen per soort zullen verder afnemen.
28
NNN In Overvecht zijn drie afzonderlijke NNN-gebieden aanwezig: van west naar oost zijn dit de agrarische gronden van Slot Zuylen, Fort de Gagel en het poldergebied ten noorden van Overvecht (Gagelpolder met Gagelbos en Fort Ruigenhoek). Al deze gebieden liggen in NNN deelgebied 8, Noorderpark. Slot Zuylen ligt tevens op de grens met deelgebied 10, MiddenWest. Voor de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden wordt verwezen naar de website van de Provincie Utrecht. (Document uitwerking wezenlijke kenmerken en waarden NNN Provincie Utrecht, Online Storymap Deelgebied 8, Noorderpark, Online Storymap Deelgebied 10, Midden-West) Kort samengevat: Slot Zuylen heeft geen interne samenhang met de andere natuurgebieden. In het parkbos (N17.03) direct rondom het kasteel groeit een rijke stinzenflora, met onder meer wilde kievitsbloem. Het natuurgebied rondom het slot en de slotgracht (N04.02) heeft een kleinschalig karakter, met smalle sloten, graslanden (N12.02) en eiken-beukenbos (N14.03 en N16.04). Dit is leefgebied van onder meer de ringslang, verschillende vleermuissoorten en bosvogels als grote bonte specht. Op het slot zijn waarnemingen bekend van wrattig schildmos, een korstmossoort van de Rode Lijst. Delen van Slot Zuylen vallen onder de Groene Contour. In deze delen wordt de natuur (autonoom) versterkt de komende jaren.
De Gagelpolder, met het Gagelbos, Fort de Gagel en Fort Ruigenhoek, heeft geen interne samenhang met de andere natuurgebieden. De natuur van de Gagelpolder ligt relatief geïsoleerd ten opzichte van overig NNN. Het jonge Gagelbos (N14.03) heeft naast natuurontwikkeling vooral een recreatieve functie. Het noordelijk deel van de Gagelpolder is een waardevol en gevarieerd natuurgebied, met een kleinschalige afwisseling in broek- en moerasbossen (N14.02, N16.04), moerassen (N05.04), rietlanden en (schraal)graslanden (N10.01 en N12.02). Het waterrijke gebied herbergt een hoge diversiteit aan libellensoorten, waaronder sierlijke witsnuitlibel en de icoonsoorten gevlekte witsnuitlibel en groene glazenmaker. Ook voor ree, das, heikikker en ringslang is geschikt biotoop aanwezig. In de bosrijke delen broeden tal van bosvogels, waaronder grote bonte specht. In de steile oevers rond Fort Ruigenhoek broedt de ijsvogel. In de betonnen bunkers op het forteiland zijn verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Op enkele percelen met moeras- en schraalgraslandvegetaties aan de noordzijde groeien bijzondere planten- en mossoorten, namelijk klimopklokje, blonde zegge, ronde zegge en moerasgaffeltandmos.
De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN in de referentiesituatie zullen, door autonome ontwikkeling van de Groene Contourgebieden bij Slot Zuylen, iets versterkt worden ten opzichte van de huidige situatie. Deze versterking zal, door de geïsoleerde ligging van de NNN-gebieden marginaal zijn in het grotere geheel en functioneren van het NNN.
Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 29
Natura 2000 Het stedelijk gebied van Overvecht ligt op ruim een kilometer van Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Dit is het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied van Overvecht. De Oostelijke Vechtplassen bestaat uit een reeks van laagveengebieden tussen de Vecht en de oostrand van Utrechtse heuvelrug. In het gebied bevinden zich door turfwinning ontstane meren en plassen, meest met een zandondergrond, sommige aanzienlijk verdiept door zandwinning. In de Oostelijke vechtplassen zijn verschillende habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en vogels aangewezen als instandhoudingsdoelstelling. In de huidige situatie wordt voor de meeste van deze doelstellingen niet voldaan aan een gunstige staat van instandhouding (Provincie Utrecht, 2023). Een van de drukfactoren in het Natura 2000gebied is stikstof. Voor stikstofgevoelige habitattypen is berekend hoe hoog de stikstofdepositie in de huidige situatie is (Provincie Utrecht, 2023). Hieruit wordt duidelijk dat het oppervlakte (naderend) overbelast in de loop van de jaren naar verwachting afneemt (Figuur 4.1). Ook de gemiddelde depositie op de overbelaste delen neemt naar verwachting autonoom af.
Bron: Provincie Utrecht, 2023. Natuurdoelanalyse natura 2000, Noorderpark; Oostelijke Vechtplassen [95]
30
Figuur 4.1 Berekende depositie in het Noorderpark (deelgebied in Oostelijke Vechtplassen) in het jaar 2020 en 2030. De berekening is op basis van Aerius (2022), waarbij blauwe waarden overeenkomen met relatief lage deposities en rode waarden met relatief hoge deposities (Overgenomen uit: Provincie Utrecht, 2023)
4.1.2 Aanvulling op effectbeoordeling Beschermde soorten De Commissie mer wijst op de negatieve beoordeling (-) van het effect op beschermde soorten in het MER. Ook het uitblijven van een verschil tussen de beide alternatieven wordt benoemd. In deze paragraaf volgt een aanpassing van de beoordeling. In zijn algemeenheid zorgt de Omgevingsvisie, ongeacht alternatief 1 of 2, voor verdichting van de wijk Overvecht. Het realiseren van 7.000 woningen in beide alternatieven betekent een grotere bevolkings- en dus verstoringsdruk op beschermde soorten in de wijk. Dat is per definitie sterk negatief voor welke soort dan ook. Daar tegenover staat de ambitie om Overvecht te vergroenen en alle nieuwbouw natuurinclusief te realiseren. Deze ambitie zorgt ervoor dat er in kwantitatieve zin meer leefgebied voor beschermde soorten komt. Of dit leefgebied dan ook van voldoende kwaliteit is, kan op dit moment niet worden gesteld aangezien de Omgevingsvisie hier geen specifieke informatie over geeft.
Aanvulling plan MER omgevingsvisie Overvecht 2040 | 31
Positief voor beschermde soorten is: Natuurinclusieve nieuwbouw zorgt voor meer nest- en verblijfplaatsen voor gebouw bewonende soorten als huismus, gierzwaluw en verschillende vleermuizen. Kwantitatieve vergroening van de wijk zorgt voor meer leefgebied voor beschermde soorten, met name voor soorten die niet alleen aan de randen van Overvecht voorkomen en nu al onder druk staan (zoals eekhoorn en egel). Negatief voor beschermde soorten is: De verdichtingsopgave waardoor de bevolkingsdruk en dus verstoring van alle beschermde soorten toeneemt. Extra verstoring en aantasting door alle beoogde sloop- en bouwwerkzaamheden. Alternatief 1: gebundelde verdichting met HOV-as De gebundelde verdichting zorgt voor grotere bevolkingsdruk in de as van Overvecht. Op deze plek zijn reeds weinig beschermde soorten aanwezig (uitgezonderd enkele gebouw bewonende soorten als gierzwaluw en gewone dwergvleermuis) die ook nog eens beperkt verstoringsgevoelig zijn. Het effect van de verdichting in de as op beschermde soorten wordt derhalve zeer beperkt verwacht. Aan de randen van Overvecht is er niet of nauwelijks sprake van verdichting waardoor de fysieke situatie voor alle aan de randen voorkomende beschermde soorten nauwelijks verandert. Wel zal ook hier sprake zijn van meer verstoring door een toename van o.a. verkeer en recreatie.
Deze mate van verdichting wordt licht negatief ingeschat ten opzichte van de referentiesituatie. Het toevoegen van extra groen (parken en natuurgebieden 47 ha, groenblauwe routes 2,17 ha en buurt en wijkgroen 14,25 ha) en de beoogde natuurinclusieve nieuwbouw zorgt voor een licht positief effect op beschermde soorten. De natuurinclusieve nieuwbouw zal met name in de as van Overvecht plaatsvinden waar slechts voor enkele beschermde soorten potentie is. Het extra groen biedt kansen voor soorten als egel, eekhoorn en vogels, maar heeft met name een groot effect als het ook een verbindende functie heeft. De 2,17 ha groenblauwe routes is daarvoor wel erg weinig. Al met al wordt dit alternatief neutraal tot licht negatief (0/-) beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Alternatief 2: gespreide verdichting met fijnmazig mobiliteitsnetwerk door heel Overvecht De gespreide verdichting zorgt voor grotere bevolkingsdruk in heel Overvecht. Door de toegepaste spreiding zijn de effecten op beschermde soorten lokaal beperkt. Wel zullen er op meer plekken dan bij alternatief 1 effecten merkbaar zijn. Ook bij dit alternatief zal er overal sprake zijn van meer verstoring door een toename van o.a. verkeer en recreatie. Ten opzichte van de referentiesituatie wordt deze gespreide mate van verdichting ook licht negatief ingeschat ten opzichte van de referentiesituatie.