CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

7e raadsvergadering 27 juni 2024

Gemeenteraad 26 september 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen raadsvergadering 27 juni en 11 juli35.025 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Mevrouw Sasbrink (PvdD) zegt dat de verschillende locaties in de commissie uitgebreid zijn

besproken. De PvdD heeft met schrik geconstateerd dat een aantal locaties op de lijst staan waar gebouwd zou worden in de hoofdgroenstructuur. In een biodiversiteits- en klimaatcrisis is dat onverstandig. Daarom dient zij samen met Volt een motie in (motie 293 "VO-school niet in de hoofdgroenstructuur").

Van de onderzochte locaties lijkt die van Careyn heel geschikt, maar nog onzeker. Daarom lijkt het

goed om ook te onderzoeken wat mogelijk is op de locatie Loevenhoutsedijk. De PvdD is blij dat er bij de ZONOR-dreven meer mogelijk blijkt dan het slopen van sociale woningen en daardoor het

Raadsvergadering van 27 juni 2024

46

verstoren van egels en vleermuizen. Daarom steunt de PvdD de motie van de PvdA. De PvdD wil wel onderzoeken of die binnenruimte een sportbestemming kan krijgen.

De heer Aït Daoua (D66) erkent dat sloop/nieuwbouw bij de ZONOR-dreven niet gewenst is en

bovendien grote impact heeft voor de bewoners. De locatie biedt echter een unieke kans, die niet zomaar geschrapt moet worden. Hij dient mede namens Student & Starter een motie in om deze

locatie als voorkeurslocatie te bestempelen (motie 294 "Prioriteit ZONOR-dreven voor Woningbouw en VO-school").

De heer Sungur (DENK) vraagt of D66 vindt dat de bewoners die dan terugkeren naar het gebied, recht hebben op dezelfde oppervlakte als zij nu hebben.

De heer Aït Daoua (D66) vindt dat lastig op voorhand te zeggen. Daarbij spelen veel verschillende factoren. Hij hoopt dat niemand erop achteruit gaat in de kwaliteit van wonen.

De heer Dekkers (GroenLinks) zegt dat dit punt niet in de commissie aan de orde is geweest. Is het niet tegenstrijdig om een shortlist te hebben van meerdere locaties die onderzocht worden en tegelijkertijd te bepalen dat één locatie de voorkeur heeft?

De heer Aït Daoua (D66) ziet dat niet als tegenstrijdigheid. De bewoners zijn toe aan duidelijkheid. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of D66 het risico ziet dat het plan met een draagvlakmeting wordt weggestemd, waardoor het tempo wordt vertraagd.

De heer Aït Daoua (D66) verwacht dat dit geen probleem hoeft te zijn als het college de bewoners perspectief biedt en goed meeneemt.

De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat het feit dat sloop/nieuwbouw heel ingrijpend is, moet worden meegewogen. Deelt D66 dat?

De heer Aït Daoua (D66) gaat daar absoluut niet lichtzinnig mee om. De locatie biedt een unieke

gelegenheid, omdat daar toch wordt gerenoveerd. De bewoners moeten goed worden meegenomen en perspectief krijgen.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft gezien dat het logo van EenUtrecht op de motie van D66 staat. Omdat hij het volstrekt niet eens is met de motie, verzoekt hij dit te verwijderen.

De heer Sungur (DENK) heeft een voorkeur voor de locatie Winterboeidreef. Voor het geval er wordt

gekozen voor de ZONOR-dreven, dient hij een motie in om goed te zorgen voor de huidige huurders (motie 295 "Draag zorg voor huurders van de ZONOR-dreven die huisvesting kwijtraken").

De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of DENK onderschrijft dat deze locatie bij voorkeur helemaal niet aan de orde komt.

De heer Sungur (DENK) vindt het belangrijk dat er een VO-school in Overvecht komt. Daarom heeft

de Winterboeidreef de voorkeur. Maar de slotconclusie moet niet zijn dat de VO-school helemaal niet

Raadsvergadering van 27 juni 2024

47

in Overvecht kan komen. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of DENK zijn voorstel steunt om de ZONOR-dreven van de shortlist te schrappen.

De heer Sungur (DENK) vindt het belangrijk dat woningen niet worden gesloopt. DENK heeft een

voorkeurslocatie aangegeven, maar vindt wel dat er in Overvecht een VO-school moet komen. Als er

geen andere locatie overblijft dan de ZONOR-dreven, dan wil DENK dat die locatie wordt onderzocht. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt nogmaals of DENK de ZONOR-dreven van de shortlist wil schrappen.

De heer Sungur (DENK) heeft gezegd dat de focus moet komen te liggen op de Winterboeidreef als eerste voorkeurslocatie. Daarna komen alle andere opties.

Hij verzoekt om een korte schorsing voordat hij zijn tweede motie indient, omdat hij het dictum wil aanpassen.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt voor om te schorsen voor de dinerpauze. In de tussentijd kan de heer Sungur zijn motie aanpassen.

De heer Koning (D66) roept de raadsleden op om de komende dinerpauze te gebruiken om zich alvast te beraden op de stemmingen over de moties, amendementen en voorstellen. De voorzitter schorst hierop de vergadering voor de dinerpauze tot 20.00 uur.

(Bij hervatting van de vergadering heeft mevrouw Dijksma het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan de heer Zwanenberg.) De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde de voortzetting van de behandeling van: 28. Afrondende besluitvorming na debat over Toelichting locatiekeuze VO-school Overvecht. De heer Sungur (DENK) dient motie 296 (Minst voorkeur voor Careyn als locatie voor VO-school) in, waarin het college wordt verzocht de locatie Careyn Rosendael de minste voorkeur te geven.

De voorzitter verleent daarop het woord aan wethouder Van Hooijdonk voor de beantwoording. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) merkt op dat het voorstel een duidelijk voorbeeld is van een

belangenafweging die door de raad moet worden gemaakt. Zij kondigt alvast aan dat het college alle ingediende moties ontraadt.

Zij begint met motie 290 (Geen sloop woningen ZONOR-dreven). De heer Van der Zweth heeft

opgemerkt dat er nog twee locaties overblijven als de derde locatie wordt geschrapt. Maar die twee locaties hebben functies waarvan nog niet duidelijk is of die elders terecht kunnen. Daarom hecht

het college eraan, ook omdat het perspectief ziet voor de derde locatie, dat die locatie op het lijstje blijft staan. Uiteraard zal er draagvlak vereist zijn, dus de derde locatie zal alleen maar gekozen worden als er een mooi plan ligt waarin de mensen zich kunnen vinden.

Raadsvergadering van 27 juni 2024

48

In het derde punt van het dictum wordt het college verzocht alvast te beginnen met planvorming

voor wonen en groen. Zij vraagt de raad om, als de motie wordt aangenomen, de mogelijkheid te

hebben om ook na te denken over voorzieningen op deze plek. Dat kan eventueel in combinatie met wonen.

De heer Van der Zweth (PvdA) kan zich vinden in het laatste.

De wethouder heeft gezegd dat er bij het schrappen van de derde locatie slechts twee locaties overblijven. Maar er is toch goede hoop dat men er met een van die twee locaties uitkomt?

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat er hoop is, maar geen zekerheid. En de raad en het college willen graag een middelbare school in Overvecht.

De heer Van der Zweth (PvdA) stelt dat de wethouder eerder slechts één locatie had. Nu heeft ze er twee, als de motie wordt aangenomen. Dat biedt toch een prima perspectief?

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) herhaalt dat op de twee locaties die overblijven nog een functie ligt - op de ene locatie zitten twee basisscholen en op de andere locatie zit een zorgcentrum. Die functies zullen ergens anders ondergebracht moeten worden.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt de wethouder of zij 289 huishoudens geen functie noemt. Die mensen moeten allemaal hun huis uit en moeten jaren op een andere plek wachten tot er weer wat teruggebouwd wordt.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) stelt dat het genoemde aantal in het geval van beperkte sloop

veel kleiner is. De mensen hoeven ook niet op een andere plek te wachten; die gaan meteen naar een nieuw huis.

Mevrouw Bode (Volt) merkt op dat veel mensen daar vaak al 60 jaar of langer wonen. Die willen daar niet weg. Die locatie heeft niet alleen een woonfunctie, maar ook een soort zorgfunctie.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) stelt dat het het recht van de raad is om dat op die manier te wegen. De woningen zullen flink gerenoveerd moeten worden, dus de mensen zullen sowieso hun huis uit moeten. Zij kunnen er dan voor kiezen om meteen door te verhuizen naar een

nieuwbouwwoning in dezelfde buurt. Er komen dan ook meer woningen en het gebied kan verbeterd worden. Het college ziet daar kansen, maar het ziet ook de andere kant. Het is dan ook een belangenafweging.

De bewoners vinden de plannen nu heel akelig, maar dat komt ook doordat nu nog niet bekend is

wat het alternatief is. Op het moment waarop aan hen draagvlak wordt gevraagd, weten zij wel wat het alternatief is. Op dat moment kunnen zij het alternatieve perspectief afzetten tegen wat zij nu hebben.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vindt dat de wethouder eens zou moeten spreken met de

bewoners van de Ivoordreef die al jaren tegen een braakliggend stuk aankijken. Zij hebben er geen

enkel vertrouwen in als aan hen de belofte wordt gedaan dat zij kunnen terugkeren. Zij willen liever in hun vertrouwende buurtje blijven wonen. Het zal je maar gebeuren als ineens wordt gezegd: wij

vinden uw locatie zo goed, dat wij daar 300 woningen willen afbreken. Dat was in eerste instantie de

Raadsvergadering van 27 juni 2024

49

gedachte. Nu gaat het om 69 woningen, maar daar zijn 69 mensenlevens aan gekoppeld. Die levens worden nu danig verstoord.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) stelt dat in dit geval de situatie anders is dan aan de Ivoordreef, aangezien de mensen niet terugkomen op dezelfde plek, maar meteen verhuizen naar een al

gerealiseerde woning in de buurt. Desondanks is het ingrijpend, maar renovatie is ook ingrijpend. Er gaat dus sowieso iets ingrijpends gebeuren in die beurt.

Ook motie 291 (Middelbare school in het centrum van de aandacht) ontraadt zij. Men is bezig om op deze plek een fors aantal woningen te bouwen en het winkelcentrum te vernieuwen. Dat is een

ingewikkeld proces, waarbij 60 à 70 eigenaren betrokken zijn. Het is ook erg ingewikkeld om een

winkelcentrum te vernieuwen terwijl de winkels open moeten blijven. Dat kan alleen als het lukt om

al die eigenaren in de kruiwagen te houden. Het gevraagde in de motie zal dat verstoren. Daarnaast zal men echt de hele plek nodig hebben, omdat het anders niet lukt de transformatie voor elkaar te krijgen. Verder gaat het gevraagde in de motie ten koste van de kwaliteit van het plan en het aantal woningen dat men daar wil bouwen. En ten slotte gaat de motie in tegen het eigen beleid van de raad. Ook met het oog op de gezondheid van de kinderen is dit geen geschikte locatie voor een school. Het kan zijn dat de GGD daar iets anders van vindt, maar het RIVM blijkbaar niet. De 50 meter is nog steeds uitgangspunt in het beleid van de gemeente.

De heer De Pagter (VVD) merkt op dat het GGD-advies ook op de website van het RIVM staat. Dat

argument is dus niet aan de orde. Het advies is gewoon aangepast, alleen is dat nog niet verwerkt in het gemeentelijk beleid.

De VVD snapt dat het ingewikkeld is in Overvecht-Centrum. Maar de raad heeft de wethouder in 2021, toen het startschot gegeven werd voor het uitwerken van het masterplan, de opdracht

meegegeven om in de verkenning van Overvecht-Centrum ook de mogelijkheid van een middelbare school te onderzoeken. Wat heeft de wethouder daarmee gedaan?

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) merkt op dat met heel veel partijen in het gebied -

ondernemers, eigenaren, bewoners en met de gemeentelijke organisatie – een plan is opgesteld. Dat was zonder deze interventie al de inspraak ingegaan. Dat plan is heel vergevorderd en daar zit geen middelbare school in. Voor die school ziet men wel kansen op andere plekken in de wijk.

De heer De Pagter (VVD) verduidelijkt dat de motie alleen oproept om de vestiging van een

middelbare school aldaar alsnog te onderzoeken, waartoe de raad al eerder heeft besloten. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) stelt dat het proces door de motie langer on hold gezet zal

worden, met het risico dat het proces mislukt en op die plek geen nieuw winkelcentrum en een groot aantal woningen zullen worden gerealiseerd.

Motie 292 (Voeg Loevenhoutsedijk toe aan de selectie) is technisch mogelijk. Ook hier is weer sprake van een belangenafweging. Het college ontraadt de motie. Er zijn in Overvecht heel weinig goede

plekken te vinden voor sport, zeker voor buitensport. De wijk is op dat punt al niet goed bedeeld. Als op de bedoelde locatie een school zal worden gevestigd, zal dat ten koste gaan van de sport. In de

motie wordt gezegd dat er niet gebouwd mag worden in de hoofdgroenstructuur en dat de sloop van woningen en de kap van bomen zeer onwenselijk is, maar die combinatie is niet mogelijk. Als die combinatie wel mogelijk was geweest, was men er allang uit gekomen.

Raadsvergadering van 27 juni 2024

50

Mevrouw Bode (Volt) memoreert dat zij haar inbreng begon met de opmerking: alleen ga je sneller en samen kom je verder. Zij merkt nu dat alle moties collectief worden afgewezen. In motie 292 gaat het echter alleen maar om een verkenning van locaties. Het gaat om een andere weging van de

criteria. Op alle punten zijn er immers voors en tegens. Waarom is de wethouder op dit punt toch

niet wat toeschietelijker? De eerste locaties moest absoluut gekozen worden omdat er niets anders mogelijk was, maar die is nu toch afgevallen. Met voortschrijdend inzicht zou het kunnen zijn dat aangedragen locaties toch mogelijk zijn.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) herhaalt dat de motie technisch mogelijk is. De raad kan

daarvoor kiezen. Het gaat om een afweging. Zij geeft slechts het advies van het college. Het college

heeft hier goed over nagedacht. Het college heeft de raad brieven gestuurd waarin het duidelijk heeft gemaakt dat het geen andere plek voor sport heeft kunnen vinden in Overvecht. Maar de raad kan altijd zeggen: op deze locatie bouwen we een school en is er minder plek voor veldsporten in Overvecht. Dat is een politieke keuze.

Dan komt ze bij motie 293 (VO-school niet in de hoofdgroenstructuur). Er is net een concept-

omgevingsvisie in de inspraak geweest. Daarin zit 75 ha extra groen ten opzichte van de huidige

situatie. Het is helder dat de raad ergens zijn eigen beleid geweld zal moeten aandoen. Haar advies is om niet één van de mogelijke kaders erbuiten te houden, want daarmee verkleint de raad zijn eigen mogelijkheden. Als de motie wordt aangenomen, raakt dat waarschijnlijk niet de locaties

Careyn en ZONOR; die kunnen allebei worden ingepast. Of de motie de locatie Winterboeidreef raakt, hangt af van de beslissing die de raad neemt over de omgevingsvisie. In de concept-omgevingsvisie

wordt de hoofdgroenstructuur iets gereorganiseerd - niet kleiner gemaakt - zodat die beter aansluit. Als de hoofdgroenstructuur wordt aangenomen, valt de locatie Winterboeidreef niet meer in de

hoofdgroenstructuur. Als dat niet gebeurt, valt die locatie wel in de hoofdgroenstructuur. Dan zou

met deze motie de locatie Winterboeidreef afvallen, terwijl zij in de raad geproefd heeft dat men die een fijne locatie voor de school vindt.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) merkt op dat de wethouder als bezwaar tegen een school op de locatie Loevenhoutsedijk aanvoert dat er al zo weinig sportvelden in Overvecht zijn. In de

omgevingsvisie van Overvecht kan de locatie van de volkstuinvereniging, met 183 huisjes, een

prachtig natuurgebied, een locatie voor sportvelden worden. Ook de locatie van manege 't Hoogt

dreigt te worden omgezet in een locatie met sportvelden. Mag zij ervan uitgaan dat als de locatie Loevenhoutsedijk voor sportvelden gereserveerd blijft, de manege en de volkstuinvereniging niet meer bang hoeven te zijn dat zij moeten wijken voor sportvelden?

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) kan mevrouw Hessel geruststellen. In de concept-

omgevingsvisie worden de manege en de volkstuinenvereniging niet aangemerkt als locaties voor sportvelden.

In motie 294 (Prioriteit ZONOR-dreven voor woningbouw en VO-school) wordt prioriteit gegeven aan de ZONOR-dreven voor woningbouw en een VO-school. Het college wil consequent zijn. Het heeft

een shortlist met drie locaties aangereikt. Een van de drie zal gekozen moeten worden. Het college wil daarin niet prioriteren. De raad mag dat uiteraard wel doen.

Motie 296 (Minst voorkeur voor Careyn als locatie voor VO-school) wil zij om dezelfde reden van een negatief advies voorzien.

Ook motie 295 (Draag zorg voor huurders van de ZONOR-dreven die huisvesting verliezen) ontraadt zij, niet omdat zij al de betrokken huurders niet het allerbeste wenst, maar omdat het gevraagde in

Raadsvergadering van 27 juni 2024

51

de motie al gebeurt in het op te stellen sociaal plan. Het college heeft al eerder gezegd dat het denkt dat gelijkblijvende woonlasten mogelijk zijn en dat mensen kunnen verhuizen binnen de buurt. Maar

uiteindelijk is dat een gesprek tussen corporatie en huurders. De gebruikers van het maatschappelijk vastgoed zijn er al heel lang mee bekend dat het gebruik tijdelijk en eindig is. De gemeente kan die gebruikers wel helpen, maar niet garanderen dat er voor hen een andere plek is.

De heer Sungur (DENK) is verbaasd over dit antwoord, omdat dit precies zo in het dictum staat. In de motie wordt niet gevraagd om een resultaatverplichting, maar om een inspanningsverplichting.

Daarnaast wordt in de motie gevraagd om het gesprek aan te gaan met de woningcorporatie over de woonlasten. Dat is helemaal in lijn met wat de wethouder zegt.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat het tweede punt in het dictum - "In dat geval

ook zorg te dragen voor de huidige huurders van de woningen die gesloopt gaan worden door hen

nieuwbouwwoningen op dezelfde locatie te bieden met minimaal dezelfde woonoppervlakte als hun huidige woning" – toch het karakter van een resultaatverplichting heeft.

De heer Sungur (DENK) nodigt de wethouder uit om in ieder geval een toezegging te doen op het eerste en derde punt van het dictum van de motie.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) kan dat toezeggen. Zij heeft al gezegd dat het college op dit

punt perspectief ziet. Ze wil het gesprek met de corporatie zeker voeren, want het gelijk blijven van de woonlasten is een belangrijk doel. Dat geldt ook voor de maatschappelijke partijen die

gebruikmaken van het vastgoed, maar daarbij tekent zij aan dat die al wisten waarvoor zij getekend hebben; dat moet duidelijk zijn.

Mevrouw Sasbrink (PvdD) komt terug op motie 293 (VO-school niet in de hoofdgroenstructuur). Zij was verbaasd dat de wethouder ineens opmerkte dat de hoofdgroenstructuur wel kan worden

bebouwd, omdat er toch ergens op ingeleverd moet worden. Het is sowieso absurd dat het nodig is om met een motie het door de raad vastgestelde beleid te bekrachtigen dat er niet gebouwd mag

worden in de hoofdgroenstructuur. Is het nieuw beleid van het college om maar gewoon te zeggen: we moeten toch ergens op inleveren, dus dan moet het maar ten koste gaan van de hoofdgroenstructuur, ondanks het feit dat die door de raad is vastgesteld?

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat het college in de eerste brief al heeft gezegd dat er geen enkele locatie is die nul beleid raakt. Er moet regens op ingeboet worden; dat kan zijn op gezondheid, eigen beleid van de raad, slopen of groen. Dat is de keuze die aan de raad wordt voorgelegd. De raad moet kiezen wat geweld zal worden aangedaan.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) meent dat dit probleem gecreëerd is doordat men een megaschool met meer dan 1.000 leerlingen plus een sporthal wil bouwen. Als de school van een normaler formaat zou zijn, zouden er veel meer locaties in aanmerking kunnen komen.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) meent dat een school met 1.000 leerlingen voor middelbaar

onderwijs best normaal is. Er komt een sporthal ter grootte van drie gymzalen. Het is ook prettig dat leerlingen dichtbij school kunnen gymmen.

Raadsvergadering van 27 juni 2024

52

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vindt het argument dat kinderen niet tien minuten naar een

gymzaal hoeven te lopen een non-argument. Het is helemaal niet verkeerd als kinderen tien minuten moeten lopen.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat het voor alle roostermakers op de middelbare

scholen heel ingewikkeld is als steeds rekening moet worden gehouden met 20 minuten reistijd voor de kinderen. Het lijkt haar heel prettig om een gymgelegenheid bij de school te hebben.

De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemmingen over de moties en het voorstel zullen aan het eind van de vergadering plaatsvinden.

29. Afrondende besluitvorming na debat over Voortgangsrapportage programma Mobiliteit en voortgang programma verkeersveiligheid.

De heer Vasters (D66) merkt op dat het plan is om tot 2040 gefaseerd over te gaan naar een maximumsnelheid van 30 km/u als norm op de meeste wegen in de gemeente, om de

verkeersveiligheid en de leefbaarheid te verbeteren. Amsterdam heeft een andere route gekozen, door vorig jaar in één keer over te gaan naar 30 km/u in de hele stad. De eerste signalen uit Amsterdam lijken positief.

Tijdens het commissiedebat gaf de wethouder aan goed naar de ervaringen in Amsterdam te kijken. Om dit te bekrachtigen en om de raad de mogelijkheid te geven hierop richting te geven, dient hij mede namens de ChristenUnie, PvdD en EenUtrecht motie 297 (Heel Utrecht 30 km/u) in.

De heer Bosch (UtrechtNu!) stelt dat de wegen misschien met kleine ingrepen in één klap kunnen

worden voorbereid op de maximumsnelheid van 30 km/u. Maar de politie zal die snelheid echter niet gaan handhaven. Hoe ziet D66 dat?

De heer Vasters (D66) denkt dat Utrecht ook op dat punt van Amsterdam kan leren. In Amsterdam zijn van tevoren afspraken gemaakt met het OM over de handhaving. Soms kunnen bepaalde

maatregelen genomen worden om het verkeer langzamer te laten rijden, zoals het verwijderen van de middenmarkering of het aanbrengen van fietsstroken aan de zijkant van de weg, waardoor de

weg voor de automobilist visueel kleiner wordt en die automatisch langzamer zal gaan rijden. Zulke ingrepen blijken in Amsterdam te werken.

De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt hoe de heer Vasters zich dat voor zich ziet op bijvoorbeeld de Kardinaal De Jongweg.

De heer Vasters (D66) merkt op dat er altijd wegen blijven waar 50 km/u gereden moet worden. De Kardinaal De Jongweg is wat dat betreft een twijfelgeval.

De heer Bosch (UtrechtNu!) voegt hieraan toe dat bijvoorbeeld in Leidsche Rijn in bijna alle

woonbuurten al 30 km/u gereden mag worden. Alleen op de doorgaande wegen mag 50 km/u

gereden worden. Overigens rijden de fietsers daar op vrijliggende fietspaden. Is het de bedoeling van D66 dat daar ook op de doorgaande wegen 30 km/u gereden moet gaan worden? Of gaat het hier meer om luchtfietserij?

Raadsvergadering van 27 juni 2024

53

De heer Vasters (D66) antwoordt dat er zeker geen sprake is van luchtfietserij. Ook in Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern zijn er genoeg wegen waar op dit moment 50 km/u gereden mag worden en die naar 30 km/u kunnen. Hij hoort de heer Bosch nu alleen maar praten over de nadelen, maar er moet ook gedacht worden aan de voordelen. Het aantal ongevallen zal naar schatting met 20% tot 30% afnemen, er zullen veel minder dodelijke slachtoffers te betreuren zijn en de leefbaarheid zal verbeteren.

De heer Sungur (DENK) merkt op dat de raad over twee weken besluiten moeten nemen over

bezuinigingen van miljoenen, die heel veel mensenlevens zullen raken. Is dit nu echt waar de prioriteit moet liggen?

De heer Vasters (D66) antwoordt dat de prioriteit daar zeker moet liggen, juist vanwege de

mensenlevens waarover de heer Sungur spreekt. Verlaging van de maximumsnelheid leidt tot minder - ook dodelijke - ongevallen.

Het verlagen van de maximumsnelheid brengt inderdaad enige kosten met zich mee, maar het levert op termijn waarschijnlijk een besparing op. Het is ook efficiënter, want als de 30 km/u in één keer

wordt ingevoerd, hoeft er veel minder gecommuniceerd te worden; niet per buurt, maar in één keer voor de hele stad.

De heer Sungur (DENK) heeft in de Voorjaarsnota gelezen dat er miljoenen bezuinigd zullen worden op veiligheid. Elke keer hoort hij dat er een tekort is aan handhavers, politie en boa's. Er wordt nu

voorgesteld om iets in te voeren waarvan men nu al weet dat daar niet op gehandhaafd kan worden. De heer Vasters (D66) vindt dat er nu veel nadruk wordt gelegd op de handhaving. In Amsterdam heeft men het eerste halfjaar niet gehandhaafd, maar toch blijkt dat de mensen, hoewel ze zich misschien niet helemaal aan de 30 km/u houden, toch een stuk minder snel rijden.

De heer De Pagter (VVD) vindt dat D66 nogal grote woorden gebruikt over mensenlevens. Als er daadwerkelijk overal 30 km/u gereden zal worden, zal dat inderdaad effect hebben op de

verkeersveiligheid. Het gevaar van de voorgestelde maatregel is dat er wel bordjes met 30 erop

worden neergezet, maar dat de mensen zich niet aan die snelheid houden. D66 stond altijd op het standpunt om eerst de inrichting voor elkaar te hebben en dan pas de snelheid aan te passen. Waarom heeft D66 dit standpunt nu aangepast?

De heer Vasters (D66) antwoordt dat het gaat om een onderzoeksmotie. Hij heeft begrepen dat op

dit moment een evaluatie plaatsvindt in Amsterdam en dat in juli de eerste resultaten daarvan naar

voren zullen komen. In de motie wordt gevraagd om de resultaten in Amsterdam goed te bekijken en op basis daarvan met een voorstel te komen. In de motie wordt dus niet gevraagd om de 30 km/u

morgen al in te voeren. Gevraagd wordt om de ervaringen in Amsterdam serieus te bekijken en het in één keer invoeren van de 30 km/u af te wegen tegen de meer gefaseerde invoering, wat op dit moment het beleid is.

De heer De Pagter (VVD) blijft erbij dat de heer Vasters grote woorden heeft gebruikt over

mensenlevens, als er alleen maar een onderzoek gedaan wordt naar de effecten van de 30 km/u in Amsterdam. Als de maximumsnelheid van 30 km/u wordt ingevoerd, moeten de mensen ook daadwerkelijk 30 km/u gaan rijden. Alleen bordjes neerzetten heeft geen zin.

Raadsvergadering van 27 juni 2024

54

De heer Vasters (D66) is het eens met de heer De Pagter dat het goed is om te kijken hoe

bewerkstelligd kan worden dat de mensen zich echt aan de maximumsnelheid van 30 km/u houden. Hij wijst erop dat als een voetganger wordt aangereden met een lagere snelheid, de kans groter is dat hij dat overleeft. Die cijfers zijn er gewoon.

De heer De Pagter (VVD) is het daarover helemaal eens met de heer Vasters. Maar het gaat erom dat

ervoor gezorgd moet worden dat de mensen daadwerkelijk 30 km/u rijden. De VVD gelooft er niet in dat mensen 30 km/u gaan rijden als er alleen een bordje staat. Eerst moeten de wegen zo worden ingericht dat de mensen ook daadwerkelijk 30 km/u gaan rijden.

De heer Vasters (D66) wil daarom juist goed kijken of er in Amsterdam ook daadwerkelijk minder hard wordt gereden sinds de invoering van de maximumsnelheid van 30 km/u.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) merkt op dat op de Stadhouderskade in Amsterdam nu al vier

flitspalen zijn geplaatst, omdat de 30 km/u daar niet te handhaven is. Amsterdam wordt nu dus volgeplempt met flitspalen. Alle mensen die 33, 35 of 40 km/u rijden, kunnen dus een boete tegemoetzien. Daartegen is veel bezwaar in Amsterdam. Heeft D66 dat ook meegenomen?

De heer Vasters (D66) antwoordt dat hij al heeft aangegeven dat het belangrijk is om ook te kijken naar handhaving. Hij kan zich overigens niet voorstellen dat er op een stukje weg vier flitspalen geplaatst zijn.

De heer Paalman (Horizon) merkt op dat zelfs als er niet wordt gehandhaafd en 5% van de

automobilisten zich netjes aan de maximumsnelheid van 30 km/u houdt, er dan al minder verkeersdoden zullen zijn. Wat hem betreft is de maatregel dus zeker de moeite waard. De heer Vasters (D66) is het daar van harte mee eens. Mevrouw Smit (Volt) dient twee moties in. De eerste motie gaat over een autovrije dag. Een potje

voetballen, fietsen en een watergevecht zijn activiteiten die graag door kinderen worden gedaan, bij voorkeur buiten op staat, voor de deur, omdat het gezond is om buiten te spelen. Maar helaas

kunnen kinderen steeds minder buiten spelen. Natuurlijk kan dat niet van de ene op de andere dag veranderd worden en is de auto voor veel Utrechters een dagelijks hulpmiddel. Maar het is wel mogelijk om voor één dag de situatie te veranderen.

De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt zich af waarom er een koppeling wordt gemaakt tussen buiten

spelen en auto's. Is het niet gewoon een feit dat kinderen niet meer buiten spelen omdat ze continu achter de computer zitten, aan het Netflixen zijn en dergelijke? Hij ziet geen enkele koppeling met de auto.

Mevrouw Smit (Volt) verduidelijkt dat zij spreekt over een straat waar normaal auto's rijden en waar één dag per jaar kinderen kunnen spelen.

De heer Bosch (UtrechtNu!) stelt dat die kinderen de rest van het jaar in het park of ergens anders

kunnen spelen. Hij vindt dat het geen toegevoegde waarde heeft als één keer per jaar wordt gedaan

Raadsvergadering van 27 juni 2024

55

of er een wereld zonder auto's bestaat. Mevrouw Smit (Volt) merkt op dat wordt voorgesteld dat dit één dag per jaar wél mogelijk is. Zij snapt niet wat de heer Bosch hiermee bedoelt.

De heer Bosch (UtrechtNu!) vindt het niet nodig om een keer in het jaar net te doen alsof de auto niet bestaat. Hij leest in de nog in te dienen motie woorden als "bewustwording", "de ruimte" en "de fiets". Er zou ook een motie ingediend kunnen worden over een fietsvrije dag.

Mevrouw Smit (Volt) deelt mee dat zij ook nog komt met een motie over elektrische fietsen. De fiets komt dus ook nog aan bod.

Het is inmiddels best een probleem dat er zo veel voertuigen op de weg zijn. Het is dan een mooi

initiatief om één dag per jaar een autovrije dag te hebben. Zij dient motie 298 (Autovrije zondag) in, waarin wordt gevraagd om het organiseren van een autoloze zondag in 2025. In de begroting van 2025 wordt hiervoor dekking gevonden.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) merkt op dat mensen gisteren in de Rivierenwijk op een heel brede stoep een plastic kinderzwembadje hebben neergezet – de tuintjes zijn daarvoor te klein – waarin de kinderen lekker konden spelen. Maar toen kwam handhaving, die de betrokken bewoners één dag

gaf om het badje weg te halen, anders zouden zij een boete krijgen. Het is dan heel aardig als er een autoloze zondag wordt georganiseerd omdat de kinderen dan zo leuk kunnen spelen, maar als hun pierenbadje niet eens op de stoep geplaatst mag worden, geeft dat wel een rare indruk bij die bewoners.

Mevrouw Smit (Volt) lijkt het juist heel mooi dat één keer per jaar wel alles mag. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) is van mening dat dit antwoord alles zegt. Vandaar dat veel

Utrechters zich afvragen: wat doen ze daar in de gemeenteraad? Blijkbaar snapt mevrouw Smit het niet.

Mevrouw Smit (Volt) vindt het geen goede gang van zaken dat mevrouw Hessel meteen concludeert

dat zij het niet snapt. Zij dacht dat de partij van mevrouw Hessel juist de partij was van het luisteren naar mensen.

De heer Paalman (Horizon) vindt het idee van de autoloze zondag sowieso sympathiek. Wel vraagt hij

zich af hoe het op die dag zal gaan met de bussen. Ook op een autoloze zondag is het belangrijk dat de mensen die afhankelijk zijn van het OV, daarvan gebruik kunnen maken.

Mevrouw Smit (Volt) antwoordt dat zij over het rijden van de bussen op de autovrije zondag nog niet goed heeft nagedacht. In de motie wordt het college gevraagd om een voorstel uit te werken. Het al of niet rijden van de bussen kan daarin meegenomen worden.

De heer Bosch (UtrechtNu!) wijst op de opmerking in de motie dat "Met de komst van de auto straten

sinds de jaren 50 voor kinderen minder veilig zijn geworden om te spelen". Uit de cijfers blijkt echter dat sinds die tijd de veiligheid steeds verder verbetert. In de laatste jaren neemt het aantal

ongevallen weer iets toe, maar dat komt vooral door de elektrische fietsen en de fatbikes. Deelt

Raadsvergadering van 27 juni 2024

56

mevrouw Smit de mening dat hoewel elke verkeersdode er natuurlijk één te veel is, het met de veiligheid nog steeds de goede kant op gaat?

Mevrouw Smit (Volt) antwoordt dat het een goede zaak is als uit de cijfers blijkt dat het de goede

kant op gaat met de verkeersveiligheid. Maar nog steeds zijn er gevaarlijke situaties voor bepaalde groepen mensen. Daarom is het goed om via de autoloze zondag een signaal af te geven.

De heer Bosch (UtrechtNu!) stelt dat dit op zich sympathiek klinkt. Maar er wordt van alles

bijgehaald; het is vooral symbolisch. De ervaringen met autovrije dagen zijn niet overal even positief. Mensen worden er soms mee geconfronteerd dat er opeens hekken staan, wat agressie uitlokt. Is

daar ook over nagedacht. Het kost ook veel handhavingscapaciteit. Heeft Volt al een idee hoeveel zo'n autovrije zondag kost?

Mevrouw Smit (Volt) antwoordt dat Volt daar al een redelijk beeld over heeft. In Maastricht kostte het jaarlijks € 15.000 en incidenteel ongeveer € 50.000. Het kan zijn dat de kosten in Utrecht iets hoger zullen liggen, omdat Utrecht een grotere stad is. De genoemde bedragen geven echter een goede indicatie.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) is het ermee eens dat de autoloze zondag een heel leuk idee is.

Maar nu wordt weer een opdracht aan het college gegeven om iets uit te zoeken. Dat kost allemaal capaciteit bij de gemeente, in een tijd dat er bezuinigd moet worden. Er moet opgehouden worden met heel veel geld aan leuke ideetjes te besteden, terwijl er mensen buiten moeten slapen en de

gemeente zo veel problemen heeft. Het lijkt haar beter om die leuke ideetjes even in de ijskast te houden.

Mevrouw Smit (Volt) antwoordt dat het om meer gaat dan een leuk ideetje. Een dag lang geen auto's in de stad heeft een grote impact voor het klimaat en voor de kinderen op straat. Volgende week

vindt het debat over de Voorjaarsnota plaats. Daar zal gesproken kunnen worden over de dekking voor de verschillende voorstellen.

De heer Vasters (D66) merkt op dat veel ondernemers en bezoekers afhankelijk zijn van de auto. Het initiatief van de autoloze zondag zal ongetwijfeld een hoop ergernis bij deze mensen opleveren. Wat zegt Volt tegen de mensen die hun auto elke dag nodig hebben?

Mevrouw Smit (Volt) antwoordt dat het gaat om één dag per jaar. De dag biedt ook veel mogelijkheden. Naar de mening van Volt wegen de voordelen op tegen de nadelen.

Het aantal ongevallen met lichte elektrische voertuigen en fatbikes neemt toe. Volt verwacht dat het toestaan van lichte elektrische voertuigen op 30 km/u-wegen de verkeersveiligheid zal bevorderen,

aangezien er dan minder hardrijdende voertuigen op de fietspaden zullen rijden. Zij dient motie 299 in (Lichte elektrische voertuigen), waarin wordt gevraagd om te verkennen of dit inderdaad het geval is.

De heer Paalman (Horizon) hoorde gisteren op de radio dat gemeenten geen maximumsnelheid op fietspaden kunnen instellen. Hoe reflecteert Volt daarop?

Mevrouw Smit (Volt) antwoordt dat het gaat om een proef. Op dit moment is er in Amsterdam een

Raadsvergadering van 27 juni 2024

57

soortgelijke proef gaande. Dat is iets wat een gemeente wel kan doen. De heer Bosch (UtrechtNu!) merkt op dat in de motie wordt gevraagd "Een proef te starten om op het

fietspad een adviessnelheid te hanteren van 20 km/u". Wie gaat bijhouden of iemand op het fietspad net iets harder dan 20 km/u rijdt? Wat denkt Volt hiermee op te lossen?

Mevrouw Smit (Volt) antwoordt dat het gaat om een proef, om te kijken wat het oplevert en of het inderdaad de veiligheid bevordert.

De heer Bosch (UtrechtNu!) vindt het een proef in de categorie: laten we een proef doen om te kijken waarom er bij regen minder mensen op terrassen zitten. Het gaat om een onzinnige proef, die geld kost. Hij denkt, zoals mevrouw Hessel al opmerkte, dat het geld in deze tijden beter aan andere

dingen besteed kan worden. Er zijn grotere slagen te maken dan het doen van een onzinnige proef. Mevrouw Smit (Volt) stelt dat er een duidelijke stijging zichtbaar is van verkeersongelukken met

fatbikes. Zij vindt dit echt wel een serieus probleem. Mensen belanden daardoor in het ziekenhuis. Zij vindt het vreemd dat dit gebagatelliseerd wordt.

De heer Bosch (UtrechtNu!) bagatelliseert het probleem niet. Alleen zou het beter zijn om het

probleem aan te pakken. De fatbikes moeten worden aangepakt. Dat is beter dan het starten van een proef waar men helemaal niets mee kan.

De heer De Pagter (VVD) is benieuwd hoe Volt de proef precies voor zich ziet. Hij heeft zelf een e-

bike, waarmee hij maximaal 25 km/u kan rijden. Als zijn dochtertje van 2 jaar over een paar jaar zelf kan fietsen en hij met haar door de stad fietst, moet hij dan op de weg fietsen en moet zij op het fietspad blijven?

Mevrouw Smit (Volt) antwoordt dat de heer De Pagter, als hij met zijn dochtertje fietst, minder hard zal fietsen en dus op het fietspad mag rijden.

De heer De Pagter (VVD) vindt dat ingewikkeld. Hij mag eigenlijk niet op het fietspad met zijn e-bike, maar wel als hij naast zijn dochtertje op het fietspad fietst. Dat is volgens hem niet te handhaven. Mevrouw Smit (Volt) antwoordt dat alleen een adviessnelheid wordt voorgesteld. Mensen die echt

hard willen fietsen, kunnen op de weg rijden. De heer De Pagter zal niet worden aangesproken als hij met een normale snelheid met zijn dochtertje op het fietspad rijdt.

De heer De Pagter (VVD) snapt niet wat het uitmaakt voor de verkeersveiligheid als mensen de keuze hebben om met een gemotoriseerde fiets op de weg te gaan rijden. Hij snapt het doel van de proef totaal niet.

Mevrouw Smit (Volt) verduidelijkt dat de lichte elektrische voertuigen die snel willen rijden op de

rijweg moeten rijden. De met normale snelheid fietsende fietsers op het fietspad hebben dan geen last meer van de snel rijdende fietsers.

De heer Sungur (DENK) snapt niet wat het nut is van een proef met een adviessnelheid, terwijl dat

Raadsvergadering van 27 juni 2024

58

toch niet kan worden omgezet in vaststaand beleid. Mevrouw Smit (Volt) antwoordt dat door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wordt

nagedacht over pilots op dit punt. Voor die pilots zal geld komen vanuit het Rijk. Als daar uitkomt dat het helpt als snel rijdende fietsers op de rijbaan moeten fietsen, zou dat gerealiseerd kunnen worden.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) stelt dat ook nu weer blijkt dat het onderwerp mobiliteit, verkeer en verkeersveiligheid altijd een levendig debat oplevert.

Het is belangrijk om blijvend aandacht te hebben voor verkeersveiligheid. Zeker met de groter

wordende snelheidsverschillen op het fietspad en de snelheden die automobilisten vooral 's nachts nog weten te halen in Utrecht, kan men nog steeds niet altijd veilig de weg op. Daar moet dus aan

gewerkt blijven worden. Hoe harder er gereden wordt, hoe groter de impact van een ongeval en hoe groter de kans op zwaargewonden of erger. Vooral op lange rechte wegen zijn de risico's groot, zeker in de nabijheid van de binnenstad, zoals de Amsterdamsestraatweg, de Vondellaan, de

Maliebaan en de Vleutenseweg, waar 's nachts veel overstekende bewegingen plaatsvinden. Recent heeft men nog kunnen zien hoe ernstig de gevolgen kunnen zijn bij hoge snelheid, toen een bestuurder op de Kardinaal De Jongweg veel te hard reed.

Dergelijke incidenten onderstrepen de noodzaak van gerichte maatregelen. In Rotterdam is een

intensieve aanpak ontwikkeld om verkeersasocialen aan te pakken, inclusief het afsluiten van straten bij nacht. Dit zou een effectieve maatregel kunnen zijn om de overlast te beperken, maar vooral om

de verkeersveiligheid 's nachts te verhogen. Daarom dient hij motie 300 (Voorkom ongelukken door aanpak verkeersaso’s), waarin het college wordt opgedragen om te onderzoeken of het 's nachts

afsluiten van wegen voor gemotoriseerd verkeer kan bijdragen aan het verminderen van het aantal ongevallen, het verminderen van de overlast en het verbeteren van de verkeersveiligheid, en om

breder te onderzoeken of er vanuit de Rotterdamse aanpak lessen te leren zijn voor Utrecht om de verkeersveiligheid vooral ’s nachts te verhogen.

De heer Dekkers (GroenLinks) merkt op dat in de motie ook wordt gevraagd om breder te kijken naar de Rotterdamse aanpak. De raad heeft echter over dit onderwerp al een brief gekregen van het college. In die brief staat preventie vooraan. Wat vindt de ChristenUnie van die brief?

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat dat een goede brief is, die ook is betrokken in het debat in de commissie. In die brief staan een aantal preventieve maatregelen die volgens zijn

fractie goed zijn. Maar toch wil zijn fractie ook even de evaluatie afwachten die zeer binnenkort in

Rotterdam gaat plaatsvinden, want ze is benieuwd welk effect het 's nachts afsluiten van straten voor de verkeersveiligheid heeft.

Mevrouw Zwinkels (CDA) zal zich beperken tot het indienen van drie moties, aangezien haar fractie door de spreektijd heen is.

Zij dient, mede namens EenUtrecht, motie 301 in (Oversteekbaarheid dankzij goede zebrapaden), waarin het college wordt opgedragen:

Te onderzoeken waar en wanneer zij met enkele pilotprojecten kan starten waar we bijvoorbeeld met het toevoegen (dan wel aanpassen) van zebrapaden de oversteekbaarheid en daarmee ook de verkeersveiligheid voor voetgangers kunnen verbeteren.

Vervolgens dient zij, mede namens EenUtrecht en Volt, motie 302 in (Maak de Wittevrouwensingel

Raadsvergadering van 27 juni 2024

59

verkeersveilig), waarin het college wordt opgedragen:

1. Maatregelen te treffen die de snelheden van auto’s en bussen op de Wittevrouwensingel verlagen (en deze ook te handhaven en resultaten uit metingen te betrekken bij deze verbetervoorstellen), wat de verkeersveiligheid en leefbaarheid ten goede komt;

2. Hierover (waaronder de bussnelheden) ook in gesprek te gaan met partners zoals de provincie en busmaatschappijen.

3. De raad voor het einde van 2024 te informeren over de voortgang van de acties.

Ten slotte dient zij, mede namens EenUtrecht, VVD, Volt en Horizon, motie 303 in (Handhaving van de fatbike voor een verkeersveilig Utrecht), waarin het college wordt verzocht:

1. Zich in te spannen om gevaarlijke verkeerssituaties door fatbikes te helpen voorkomen

middels onder andere meer handhaving op de snelheid en opgevoerde fatbikes in beslag te (laten) nemen;

2. Te verkennen of hiervoor een aanvullend artikel in de APV voor nodig is. De heer Paalman (Horizon) merkt op dat in de stukken te lezen valt dat het aantal

verkeersslachtoffers stijgt, voornamelijk fietsers. Daarom dient hij motie 304 in (Voorkom dat het

misgaat – geen simultaan groen voor fiets en auto meer als ze elkaar kruisen). Hij woont in de buurt van een kruispunt waar het vaak misgaat, te weten het kruispunt Rubenslaan–Adriaen van

Ostadelaan. Rechtdoorgaande fietsers en rechtsafslaande automobilisten hebben daar beiden groen licht, waardoor zij allebei denken dat ze kunnen doorrijden. In de motie wordt het college verzocht te onderzoeken of het mogelijk en wenselijk is om de kruispunten waar fietsers en

automobilisten tegelijk groen licht krijgen maar wel elkaar kruisen zo aan te passen dat dit niet langer het geval is.

De heer Snijder (Student & Starter) vraagt de heer Paalman of hij zich ervan bewust is dat simultaan groen er niet voor niets is en dat het in bepaalde situaties de veiligheid en de snelheid bevordert. De heer Paalman (Horizon) antwoordt dat er ongetwijfeld ooit redenen zijn geweest om voor

simultaan groen te kiezen, maar hij constateert dat het vaak misgaat. In de motie wordt opgeroepen om op dit punt onderzoek te doen, om te voorkomen dat het een keer daadwerkelijk misgaat.

De heer Snijder (Student & Starter) merkt op dat de gemeente op dit punt actief meet. Daaruit blijkt niet dat het op de bedoelde kruispunten vaak bijna misgaat. Is de motie dan niet overbodig?

De heer Paalman (Horizon) weet niet wat de gemeente precies registreert. Het is hem niet bekend of ook alle net-niet-aanrijdingen geregistreerd worden. In elk geval constateert hij zelf dat het heel vaak maar net goed gaat.

De heer Dekkers (GroenLinks) meent dat het gevraagde in de motie wel eens averechts zou kunnen werken. Als de verkeerslichten niet simultaan op groen staan, wordt de tijd dat men moet wachten langer en zou het door rood rijden weleens kunnen toenemen.

De heer Paalman (Horizon) verduidelijkt dat in de motie wordt gevraagd om een onderzoek. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) kan motie 297 (Heel Utrecht 30 km/u) overnemen. Het collega had al gezegd om in het najaar te reflecteren op wat er in Amsterdam op dit punt gedaan wordt.

Raadsvergadering van 27 juni 2024

60

Naar verwachting is de evaluatie van Amsterdam in het najaar openbaar, zodat men dan ook echt iets in handen heeft om een en ander goed te kunnen beoordelen.

Motie 298 (Autovrije zondag) ontraadt zij vanwege de dekking. Bij de behandeling van de

Voorjaarsnota kan eventueel een dekking gevonden worden. Inhoudelijk vindt zij het goed dat wordt ingestoken op de kinderen, die op een autoloze zondag goed gebruik kunnen maken van de

openbare ruimte. Zij denkt dat dit een autovrije zondag beter uitlegbaar maakt. Het wordt wat ingewikkelder als de autoloze zondag vanuit oogpunt van het klimaat wordt aangevlogen.

Los daarvan is het organiseren van een autoloze zondag erg complex. Er moet veel gecommuniceerd worden, er moet van alles bedacht worden voor de nood- en hulpdiensten en het OV, en er zijn heel veel verkeersregelaars nodig. Het college schat dat met de voorbereiding van de autoloze zondag

een halve ton gemoeid is, en met de uitvoering een half miljoen tot een miljoen. Als de raad dus een autoloze zondag wil, is dat mogelijk, maar dan zal er wel een dekking gezocht moeten worden.

Het aannemen van motie 299 (Lichte elektrische voertuigen) vindt zij niet verstandig. Het college is wel erg actief op dit thema, dus het deelt het probleem. Het is nodig dat de verschillen in snelheid

verkleind worden. Samen met Amsterdam vormt Utrecht de voorhoede in het gesprek hierover met

het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Utrecht is ook in gesprek over het starten van pilots, maar zij denkt niet dat het de in de motie genoemde pilot zal worden. Die pilot is in Amsterdam

negatief beoordeeld. Daarnaast ontraadt zij om voor 20 km/u te gaan, want dan zijn er straks regels voor 15 km/u in woonerven, 25 km/u voor snorfietsen, 30 km/u op de weg en 20 km/u voor de gebruikers van het fietspad. Dat zal de communicatie niet makkelijker maken.

Mevrouw Smit (Volt) vraagt of zij uit de woorden van de wethouder mag begrijpen dat zij toezegt dat er een pilot zal komen.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) kan dit nog niet helemaal toezeggen, aangezien men in dezen ook het ministerie nodig heeft, ook voor de financiering. Maar de gemeente spant zich wel in om in Utrecht een pilot van de grond te krijgen.

De heer Bosch (UtrechtNu!) neemt aan dat de wethouder nog niet kan toezeggen dat er een pilot komt omdat dat eerst nog via de raad moet gaan.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) stelt dat niet elke door het Rijk gefinancierde pilot eerst moet worden voorafgegaan door een raadsbesluit.

De heer Bosch (UtrechtNu!) begrijpt daaruit dat als de wethouder iets wil veranderen in de wijze waarop in Utrecht het verkeer wordt afgehandeld, zij dat ziet als een collegebevoegdheid.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) vindt dat de heer Bosch haar woorden nu heel vrij interpreteert. De gemeente is in overleg met het Rijk om iets uit te proberen - tijdelijk, want het gaat om een pilot - in samenwerking met het Rijk en gefinancierd door het Rijk. Zij gaat ervan uit dat daarover niet automatisch een raadsbesluit moet worden genomen. Uiteraard wordt de raad wel op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. Daarnaast kan de raad dit onderwerp altijd agenderen.

Motie 300 (Voorkom ongelukken door aanpak verkeersaso’s) kan zij overnemen. Uiteraard wordt met belangstelling gekeken naar de resultaten in Rotterdam. Overigens zijn er, als de slachtofferdata en oorzaken geanalyseerd worden, geen indicaties dat het huftergedrag daar heel dominant in is. Het college zal goed kijken naar de Rotterdamse resultaten en komt hierop terug. Hopelijk kunnen op

Raadsvergadering van 27 juni 2024

61

basis van die resultaten goede afwegingen gemaakt worden. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) kan motie 300 intrekken. Wel vraagt hij of de wethouder in

haar brief ook zal terugkomen op de cijfers, zodat duidelijk wordt of de situatie 's nachts inderdaad anders is dan overdag.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) zegt dit toe. Overigens merkt zij op dat in de motie gevraagd

wordt om het bespreken van de Rotterdamse evaluatie in Q4. Dit is misschien net iets te krap; zij is immers afhankelijk van het verschijnen van die evaluatie.

Het onderwerp van motie 301 (Oversteekbaarheid dankzij goede zebrapaden) heeft de grote

interesse van het college. Al eerder, na een aantal ongevallen, is aangekondigd dat zal worden onderzocht wat de kenmerken zijn van een gevaarlijke kruising. Dat onderzoek loopt nu. De kruisingen worden nu dus aan de voorkant bekeken, en niet pas nadat er een ongeval heeft

plaatsgevonden. Zij verwacht de raad daarover in het najaar in de reguliere rapportage te kunnen informeren.

Daarnaast is het college bezig met een plan voor voetgangers – lang verwacht, maar het gaat er echt komen. Ook daarin zullen zaken staan over voetgangersoversteken. Overwogen wordt – zij zegt dit voorzichtig – om met het gevraagde in de motie te gaan oefenen, dus om op bepaalde plekken

daarmee ervaring op te doen. Enige terughoudendheid is wel geboden; dat heeft te maken met de

financiën. De gemeente heeft daar niet allerlei budgetten voor klaarstaan. Het college kan de motie overnemen.

Motie 302 (Maak de Wittevrouwensingel verkeersveilig) gaat over een onderwerp waar al vaker over is gesproken. Het is bekend dat de mensen die daar wonen overlast ervaren. De gemeente heeft daar al behoorlijk wat energie in gestoken. Maar helaas moet men constateren dat er grenzen zijn aan wat

daar mogelijk is. Op het betrokken stukje weg rijden heel veel bussen, wat zorgt voor geluidhinder

en trillingen. Er is daar al veel geprobeerd, maar de mogelijkheden zijn een beetje uitgeput. Met de

nieuwe busmaatschappij zal in gesprek worden gegaan, waarbij onder andere aandacht gevraagd zal worden voor de snelheid. Aan de politie en het OM is gevraagd om meer te handhaven op snelheid, ook op 30 km-wegen. De 30 km/u wordt ook campagnematig onder de aandacht gebracht.

In het eerste kwartaal heeft het college verslag gedaan van de vorige dingen die zijn afgesproken. Zij voelt er niet voor om drie of vier maanden daarna weer nieuwe afspraken te maken, want de gemeente heeft verder niets in handen.

De heer Bosch (UtrechtNu!) stelt dat hij er een paar jaar geleden ook al op gewezen heeft dat het

mogelijk is om bussen GPS-gestuurd te beperken in hun snelheid. Wil de wethouder daar een keer over in gesprek gaan met de provincie?

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat de nieuwe concessie meer zegt over

verkeersveiligheid dan de vorige. Er is dus alle reden om met het nieuwe ov-bedrijf te gaan praten. Onder meer dit punt kan daarbij worden meegenomen. Zij moet motie 302 ontraden.

Ook motie 303 (Handhaving van de fatbike voor een verkeersveilig Utrecht) moet zij ontraden. De

fatbike heeft de aandacht van het college. Utrecht heeft pasgeleden ook meegedaan met de petitie die is aangeboden aan de Tweede Kamer. Voor de wet is de fatbike gewoon een elektrische fiets,

zodat er geen nadere regels kunnen worden gesteld aan een fatbike. Het is dus onmogelijk om in de APV iets te regelen alleen voor de fatbike.

Het grote probleem van de fatbike is het opvoeren ervan. Dat is al verboden. De grote uitdaging is

Raadsvergadering van 27 juni 2024

62

om daar op een goede manier op te handhaven. De politie heeft extra rollerbanken aangeschaft,

maar ze kan niet elke dag ergens met die rollerbank staan, als gevolg van het gebrek aan capaciteit. Er vindt dus al handhaving plaats, maar niet zo vaak als gewenst.

Ook motie 304 (Voorkom dat het misgaat – geen simultaan groen voor fiets en auto meer als ze elkaar kruisen) moet zij ontraden. In het debatje over de motie werden in feite al de goede

argumenten daarvoor naar voren gebracht. Het college ziet het gevaar van simultaan groen niet

omhoogkomen in de slachtoffercasuïstiek. Het simultaan groen bevordert de afwikkeling van het

verkeer. Als met het simultaan groen zou worden gestopt, moet iedereen langer wachten voor een

rood stoplicht, waardoor wordt uitgelokt dat mensen door rood gaan rijden. Het laatste ziet men wél terug in de ongevallencijfers.

De heer Paalman (Horizon) begrijpt dat het langer wachten voor rood licht kan leiden tot irritatie en het door rood rijden. Het gaat hem erom dat hij het al een paar keer bijna mis heeft zien gaan. Hij

vraagt zich af hoe de gemeente meet hoeveel keren het niet misgaat. Moet er gewacht worden totdat het wel een keertje misgaat en het gevaar van simultaan groen naar voren komt in de statistieken,

waarna er iets wordt aangepast? Wil men niet liever aan de voorkant onderzoeken of het afschaffen van simultaan groen de moeite waard is? Hij wijst erop dat de motie een onderzoeksoptie is. In de motie wordt niet gevraagd om het simultaan groen morgen al af te schaffen.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) herhaalt dat het college denkt dat het voor de veiligheid geen verbetering is als het simultaan groen verdwijnt. Maar als mensen zich zorgen maken over de

onveilige verkeerssituatie op een bepaalde locatie, kunnen zij dit altijd melden. Elke melding wordt in behandeling genomen. Het college wil echter niet in één grote beweging overal stoppen met simultaan groen.

De heer Paalman (Horizon) vraagt of de wethouder wel kan toezeggen dat er gekeken kan worden

naar het kruispunt Rubenslaan–Adriaen van Ostadelaan. Daar fietsen elke dag heel veel mensen naar De Uithof.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) kan dat toezeggen. In de volgende brief over de verkeersveiligheid zal worden ingegaan op de situatie aldaar. De heer Paalman (Horizon) trekt motie 304 in. Mevrouw Zwinkels (CDA) trekt motie 301 in, aangezien die is overgenomen. De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemmingen over de moties zullen aan het eind van de vergadering plaatsvinden.

Mevrouw Smit (Volt) trekt motie 298 in. Bij de Voorjaarsnota zal haar fractie met een voorstel komen.

Ook motie 299 trekt zij in, in afwachting van de uitkomsten van de gesprekken van de gemeente met het ministerie.

De heer Paalman (Horizon) trekt motie 267 in. De heer Van der Zweth (PvdA) trekt motie 251 in, aangezien die is overgenomen.

Raadsvergadering van 27 juni 2024

63

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) trekt motie 254 in, nu de wethouder heeft gezegd dat ze een en ander zal uitzoeken.

De heer Maas (Volt) trekt de moties 249 en 258 in, aangezien die zijn overgenomen. De voorzitter geeft daarop het woord aan de nestor van de raad, die iets zal zeggen over de maidenspeech van mevrouw Smit.

De heer Bos (nestor) merkt op dat de Ojibweg, een indianenvolk uit Noord-Amerika, ervan uitgaat

dat de hemel doorweekt is met dromen, goede dromen maar ook slechte dromen. Het is een kunst, stellen de Ojibweg-indianen, de slechte dromen in de nacht te vangen in een web, opdat deze

dromen in de morgen als druppels van het web afglijden en verdampen in de ochtendzon. Daarvoor hebben zij een dromenvanger ontwikkeld, een dream catcher, een ring met een web en kleurrijke

kralen en veren, welke boven het bedje of de draagwieg van hun kinderen wordt gehangen. Op deze manier vinden goede dromen ongehinderd hun doorgang en treden zij het leven binnen van de dromer.

Veerle is zo'n dromer. Veerle verplicht zichzelf te dromen over een betere samenleving, omdat ze vindt dat ze dit verplicht is aan de wereld en aan volgende generaties. Ik weet niet of zij zo'n

dromenvanger boven haar bedje heeft gehad, of nog steeds heeft. Ik wens haar in ieder geval heel

goede dromen toe. Een droom, een ambitie, met als doel een stip op de horizon, behoeft hertaling in keuzes en paden om daar te komen. Het uitzetten hiervan vereist een strategie. Veerle is in het

dagelijks leven senior strategisch adviseur bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Zij

dient dus bij uitstek in staat te zijn om dromen te vertalen, te hertalen, naar die stip op de horizon. En dat doet zij kennelijk goed.

In het dagelijks leven, maar ook in de politiek, moet je ook realiteitszin betrachten. Soms zijn de

omstandigheden zo dat je uiteindelijk genoegen moet nemen met net iets minder dan de ambitie. Maar als je van tevoren alleen ingezet had op realiteitszin, was je waarschijnlijk veel minder ver

gekomen. Veerle, daarom vraag ik je om je goede dromen te blijven dromen. Blijf bij je ambitie en leg de lat hoog.

Veerle, dromen geven energie en passie. Dromen zorgen er ook voor dat je continu blijft zoeken naar de kansen om deze ambitie te realiseren. Wij verwelkomen je in de raad en hopen dat je de

doelen die je jezelf gesteld hebt voor de komende periode – hoe kort of hoe lang die ook duurt –

werkelijkheid zullen worden. Wij wensen je heel veel succes bij het verwezenlijken hiervan. Welkom!

(Applaus.)

De voorzitter schorst daarop de vergadering voor een kwartier. Na hervatting van de vergadering zullen de stemmingen plaatsvinden.

De voorzitter heropent de vergadering en deelt mee dat de heer Bos een iets langere schorsing heeft aangevraagd. Hij stelt voor dat verzoek te honoreren.

Mevrouw Fattal (GroenLinks) vindt dat als is afgesproken om op een bepaald tijdstip te gaan stemmen, dat tijdstip gewoon moet wordt aangehouden.

De heer Sungur (DENK) vindt dat niet de juiste werkwijze. Hij gaat ervan uit dat de heer Bos de

Raadsvergadering van 27 juni 2024

64

schorsing echt nodig heeft om alle moties en amendementen goed te kunnen overwegen. Dat is voor een kleine fractie ingewikkeld. Hij pleit ervoor raadsleden de ruimte te geven om een iets langere schorsing aan te vragen.

De voorzitter stelt vast dat men ingehaald is door de actualiteit, aangezien de heer Bos meldt dat hij klaar is met de beoordeling van de voorstellen. Hij zal de vergadering nog even schorsen, in afwachting van de komst van de heer Bos.

De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan de heer Bos. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat de mensen die klagen over het feit dat hij wat meer tijd nodig had om tot een afweging te komen, een keer in de spiegel mogen kijken en nagaan

hoeveel minuten zij gedurende raadsvergaderingen aan schorsing vragen omdat zij binnen hun eigen fractie willen overleggen.

De voorzitter deelt mee dat mevrouw Nolten afwezig is, zodat door 44 raadsleden gestemd zal worden.

Aan de orde is de stemming over de actuele motie 243 (Utrecht laat meest kwetsbaren niet vallen). De heer Stam (PvdA) merkt op dat Utrecht trots is op zijn humane asielbeleid. Hier kunnen de meest kwetsbare mensen worden opgevangen en kan perspectief worden geboden. Dat wil zijn fractie

graag blijven doen, maar het Rijk lijkt Utrecht daar te weinig financiële middelen voor te bieden.

Eerst zal alles op alles gezet moeten worden om het Rijk op zijn verantwoordelijkheid te wijzen en daarvoor te lobbyen. De motie is ongedekt, daarom zal zijn fractie de motie niet steunen.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) deelt mee dat zijn fractie, hoezeer ook ze de inhoud van de motie steunt, deze motie niet kan steunen vanwege het ontbreken van een dekking.

Over motie 243 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de motie met 3 tegen 41 stemmen is verworpen.

Aan de orde is de stemming over de actuele motie 244 (Zet de raad niet buitenspel bij cultuursubsidies).

Over motie 244 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de motie met 16 tegen 28 stemmen is verworpen.

Aan de orde is de stemming over de actuele motie 245 (Geleidestroken vrijhouden). De heer Bosch (UtrechtNu!) is het ermee eens dat de geleidestroken vrij moeten zijn. Het is

belachelijk dat dagelijks fietsen van de geleidstroken moeten worden weggesleept. Echter moeten de ondernemers niet verantwoordelijk worden gemaakt voor het gedrag van de bezitters van de fietsen. Als hij zijn auto in het plantsoen parkeert, worden de ondernemers daar ook niet op aangesproken.

Raadsvergadering van 27 juni 2024

65

Om die reden stemt hij tegen de motie. Over motie 245 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de motie met 43 stemmen tegen 1 stem is aangenomen.

Aan de orde is de stemming over het initiatiefvoorstel Utrecht Bijenhoofdstad van Europa. De heer Bosch (UtrechtNu!) spreekt de volgende woorden. Het bijtje zo teer en klein, heeft een angel vol venijn. De beer in het bos smeert de honing en heeft het kappen van de bomen uit het plan gehaald. Daarom stemt hij voor het initiatiefvoorstel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=b64e97cc-e2af-4644-aa3b-5ebc8af6b506