7e raadsvergadering 27 juni 2024
Tekst van het document
Daarom vraagt de PvdD het college om de toezegging om op deze plek ook andere maatregelen te nemen om de biodiversiteit te vergroten zoals het toevoegen van onderbeplanting, heesters en kruiden.
De PvdD wil verder weten of Stadsbelang Utrecht heeft nagedacht over hoe gewaarborgd wordt dat
de nieuwe bomen zo snel mogelijk geplant gaan worden. En hoe zou het college dit in de uitvoering waarborgen, zodat er geen gaten ontstaan op de Heldammersingel?
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) pleit ervoor om een deel van de platanen op de Heldammersingel
te kappen en om daar inheemse bomen en struiken voor in de plaats te zetten. Van de bomen op de Heldammersingel zal een regionale bomenbank gemaakt moeten worden. Daarom dient hij motie 254 in (De Heldammersingel wordt regionale bomenbank! Geef biodiversiteit een kans).
De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt of deze bomen puur bestemd zijn voor de stad Utrecht. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) kan zich voorstellen dat ook andere gemeenten behoefte hebben aan volwassen bomen.
De heer Bosch (UtrechtNu!) wijst erop dat platanen niet geschikt zijn voor een gebied als De Neude. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) reageert dat de platanen ook voor andere gebieden bestemd kunnen worden.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) heeft twee vragen over motie 254. Hoe zorgt de gemeente ervoor dat de
herplanting op de Heldammersingel zo snel mogelijk gaat plaatsvinden? En hoe zorgt de gemeente ervoor dat de platanen op de nieuwe plek voldoende nazorg krijgen?
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) antwoordt dat de initiatiefnemer zelf verantwoordelijk is voor de
nazorg. Dit kan de gemeente Utrecht zelf zijn, maar ook andere gemeenten. Verder kan hij zich niet voorstellen dat de gemeente gaten in de Heldammersingel zal dulden.
Raadsvergadering van 27 juni 2024
25
Mevrouw Voortman (wethouder) constateert dat het voorstel met de recente aanpassingen aan de
strekt ter vervanging sympathiek en realiseerbaar geworden is. Zij kan het initiatiefvoorstel positief dus ook adviseren. De plannen kunnen gerealiseerd worden via de middelen van het Groene Web.
Zij reageert op motie 254 over een regionale bomenbank op de Heldammersingel. Er is een aantal
problemen met betrekking tot de haalbaarheid en uitvoerbaarheid. Platanen zijn namelijk niet goed
voor de biodiversiteit en daarom is er minder behoefte om platanen aan te planten. Gezonde bomen worden bovendien niet zomaar verwijderd zonder een concrete nieuwe bestemming.
De wethouder zegt toe om te kijken naar andere maatregelen om biodiversiteit op de
Heldammersingel te vergroten en om de raad hierover in het najaar van 2024 te informeren. Dit is echter wel afhankelijk van specifieke factoren als schaduw en ruimte in de ondergrond.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) zou in die brief ook graag lezen wat er eventueel mogelijk is met de ondergrond op Heldammersingel.
Mevrouw Voortman (wethouder) zegt toe om in het onderzoek ook naar de ondergrond van de Heldammersingel te kijken.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) roept de gemeente ten slotte op om de verbetering van biodiversiteit serieus te nemen.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemming over het voorstel zal vanavond plaatsvinden.
18. Raadsvoorstel Beleidsnota Utrecht onderdak. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) wijst erop dat er in Utrecht te veel mensen op straat slapen. Dakloosheid is in de eerste plaats een woonprobleem, maar deze koppeling wordt in de
voorliggende nota niet expliciet gemaakt. De gemeente dient samen met partners na te denken over hoe de opvang afgebouwd kan worden en hoe er meer gedaan kan worden aan de stap van opvang naar wonen. Daarom dient zij mede namens GroenLinks, D66, PvdD, EenUtrecht en ChristenUnie amendement 78 in (Houd koers op aanpak dakloosheid).
Daarnaast is het plan van het college een crisisplan: er zullen direct maatregelen ingezet moeten
worden om voldoende opvangplekken te creëren. De visie op daklozenopvang blijft staan. Daarom dient zij mede namens GroenLinks, PvdD, CDA, EenUtrecht en ChristenUnie amendement 79 in (Opvang met visie). Met dit amendement beoogt de PvdA om van versobering een tijdelijke crisismaatregel te maken.
Mevrouw De Vries (PvdD) pleit ervoor om in hoofdstuk 2 van de nota een extra opgave toe te voegen met de titel "Omgaan met de gevolgen van de klimaatverandering", zodat ook bij het uitvoeren van
beleid op dakloosheid rekening gehouden wordt met de gevolgen van de klimaatcrisis. Daarom dient zij amendement 80 in (Dakloosheid in de klimaatcrisis).
De klimaatcrisis vraagt om een slechtweerregeling. Daarom dient zij samen met Volt en CDA motie 255 in. Het college dient de koudweerregeling te verbreden en/of om te zetten naar een slechtweerregeling.
Daarnaast zijn er in Utrecht gezelschapsdieren die geen dak boven hun hoofd hebben. Deze dieren worden niet benoemd in de nota en daarom dient de PvdD motie 256 in (Monitor ook dakloze
Raadsvergadering van 27 juni 2024
26
huisdieren). Met deze motie wordt het college opgedragen om in de monitor ook het aantal dakloze huisdieren als indicator mee te nemen en om specifieke aandacht te hebben voor de zorgbehoeften van dakloze gezelschapsdieren.
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) heeft het beeld dat er reeds beleid is voor deze dieren, die vaak mee mogen naar de opvang.
Mevrouw De Vries (PvdD) deelt het beeld niet dat er reeds beleid is voor deze dieren. Door de wooncrisis zullen er bovendien meer huisdieren op straat belanden.
Mevrouw Van der Wilt (D66) leest in het dictum dat het college wordt opgeroepen om beleid te
schrijven op dakloze gezelschapsdieren. Opvanglocaties zouden niet als taak moeten hebben om naar de zorgen van dieren te kijken.
Mevrouw De Vries (PvdD) beoogt met de motie algemeen beleid vanuit de opvanglocaties zelf te realiseren. Door eenduidig en algemeen beleid kan de tijdsdruk juist worden verlicht.
Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of de PvdD dit heeft nagevraagd bij opvanglocaties. Mevrouw De Vries (PvdD) antwoordt dat dat niet het geval is. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat gezien de toename van dakloosheid in de stad de Beleidsnota Utrecht onderdak relevant is. Het is van belang om in te blijven zetten op de terugkeer in de
samenleving van daklozen en om terugval te voorkomen. Middelengebruik belemmert dit echter, en
daarom dient hij motie 257 in (Zet in op middelenvrije locatie en activering), die het college opdraagt om:
1. In te zetten op abstinentie van middelen en activering bij een bestaande opvanglocatie in de stad;
2. Te monitoren welk effect dit heeft op zowel de sociale veiligheid als herstel en succesvolle terugkeer in de maatschappij;
3. De raad over de resultaten hiervan te informeren en mogelijke vervolgstappen. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt wat er wordt bedoeld met "in te zetten op". De heer Van Steeg (CDA) denkt dat het inderdaad een doel moet zijn om middelengebruik uit opvanglocaties te weren. Er is een behoefte om deze scheiding tot stand te brengen.
De heer Maas (Volt) vindt het belangrijk om participatie met ervaringsdeskundigen te borgen.
Daarom dient hij mede namens EenUtrecht, ChristenUnie, PvdA en PvdD motie 258 in (Zeggenschap over Utrecht Onderdak), die het college opdraagt:
1. In de uitwerking van de beleidslijnen uit Utrecht onderdak en uitvoeringsprogramma’s omtrent dakloosheid en/of wonen, in participatie en de gehele keten specifiek ervaringsdeskundigen op te nemen.
2. Op basis van de uitwerking van het afwegingskader voor de ‘humanitaire ondergrens’ inzichtelijk te maken waar de knelpunten zitten in de toepassing.
Raadsvergadering van 27 juni 2024
27
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) ziet dat de doorstroom vanuit de maatschappelijke opvang naar een huis vaak stokt, terwijl een passend huis zo noodzakelijk is om te kunnen leven. Voor
sommigen zijn kleine huizen beter geschikt en daarom dient hij mede namens D66 motie 259 in
(Liever een klein en fijn huis), waarmee het college wordt opgeroepen te onderzoeken of zelfstandige of onzelfstandige kleine woningen van 25 tot 35 vierkante meter te realiseren zijn voor specifieke doelgroepen.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of de ChristenUnie met deze motie ook oproept om in kaart te
brengen wat het betekent voor de afspraak om minimaal 65 vierkante meter gemiddeld voor sociale woningen te behouden.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) reageert dat er een grote groep in de stad is die geholpen is met een huis kleiner dan 65 vierkante meter.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of de motie dit eerst wenst te onderzoeken. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) bevestigt dat de motie ertoe oproept om de gevolgen van het realiseren van kleine woningen in kaart te brengen.
Mevrouw Van der Wilt (D66) hecht eraan dat er halverwege de notaperiode een expliciet
evaluatiemoment in wordt gebouwd met een voorstel tot bijsturing. Daarom dient zij mede namens EenUtrecht, ChristenUnie, GroenLinks, PvdA en VVD amendement 81 in (Borgen positie raad in sturing nota Utrecht Onderdak).
Daarnaast miste in de nota de focus op jeugd, terwijl preventie een belangrijk onderdeel is in de
aanpak van dakloosheid. Daarom dient zij mede namens EenUtrecht, Volt, Student & Starter en CDA motie 260 (Een goede start, voor iedere jongere onder dak) in. Het college dient de actuele risico’s
en knelpunten in kaart te brengen die bijdragen aan een verhoogde kans op dak- en thuisloosheid onder jongeren.
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) hoort graag van D66 ten koste van wat deze motie zou gaan. Mevrouw Van der Wilt (D66) wijst erop dat in Utrecht mogelijk de helft van alle daklozen een jongere
is en dat dit dus om een extra inspanning vraagt. Met de juiste samenwerking hoeft de motie niet ten koste van andere zaken te gaan.
Mevrouw Streefland (wethouder) benoemt de Regiovisie Dakloosheid: in 2030 geen daklozen uit de regio meer naar Utrecht. Daklozen uit de regio zouden dus zo snel mogelijk een woning moeten
kunnen krijgen. Tot het zover is, bestaat er krapte binnen de daklozenopvang en dat is waarom de Beleidsnota Utrecht onderdak is opgezet.
Zij reageert op amendement 78 over koers houden op de aanpak van dakloosheid. Het college
onderschrijft het belang van voorkomen van dakloosheid en het bieden van een passend huis. De
voorliggende beleidsnota richt zich specifiek op de schaarse ruimte in de stad, zodat daklozen zo goed als mogelijk geholpen kunnen worden. Zij geeft het amendement oordeel raad.
Zij reageert op amendement 79 over opvang met visie. Omdat er weinig doorstroom in de opvang is, is de opvang ook wonen geworden. Dit betekent dat er met de opvangpartners gekeken dient te
Raadsvergadering van 27 juni 2024
28
worden naar extra opvangplekken. Kwalitatieve eenpersoonskamers blijven het uitgangspunt, maar soms zijn er noodoplossingen nodig. Zij geeft het amendement oordeel raad.
Zij reageert op amendement 80 over dakloosheid in de klimaatcrisis. De gemeente heeft voor alle
inwoners van de stad een verantwoordelijkheid met betrekking tot de klimaatcrisis, en dus ook voor daklozen. Vanuit verschillende beleidslijnen wordt hier aandacht aan geschonken. Ander beleid vraagt om uitbreiding van de permanente opvang en dit kost extra middelen. Zij ontraadt amendement 80.
Zij reageert op amendement 81 over het borgen van de positie van de raad in sturing op de Beleidsnota Utrecht onderdak. Zij kan dit amendement positief adviseren.
Dat brengt de wethouder bij motie 255 inzake een slechtweerregeling. Bij hitte zijn er voldoende inloopvoorzieningen voor daklozen. Zij ontraadt de motie.
Zij reageert op motie 256 over het monitoren van dakloze huisdieren. Er wordt per geval gekeken of een huisdier in de eenpersoonskamer past. Wanneer het gaat om dieren die een gevaar kunnen vormen, vechthonden bijvoorbeeld, worden deze naar het asiel gebracht. Het belang van een huisdier voor een dakloze mag echter niet worden onderschat. Zij ontraadt de motie.
Zij reageert op motie 260 over een goede start voor iedere (dakloze) jongere. De gemeente doet reeds veel als het gaat om de aanpak van dakloosheid onder jongeren. Het project Thuisloze
Jongeren heeft veel inzichtelijk gemaakt. Het realiseren van woonplekken en het voorkomen van
schulden vraagt om inzet van de regio en ook dit wordt meegenomen in het Regioplan Dakloosheid. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt aan de wethouder wat zij verstaat onder de in de beleidsnota opgenomen pijler "preventie".
Mevrouw Streefland (wethouder) legt uit dat de gemeente uit dakloosheid lessen kan trekken om de preventieve maatregelen te verbeteren.
Zij reageert op motie 258 over zeggenschap over Utrecht onderdak. De wethouder kan de motie overnemen.
Zij reageert op motie 261 over inzetten op middelenvrije locatie en activering. Zij ontraadt de motie, want één locatie vrijmaken voor deze werkwijze is te snel. Zij zegt toe dat de gemeente meer zal
doen aan activering en met de opvangpartners zal kijken hoe het middelengebruik aangepakt kan
worden. Daarbij wordt er gekeken hoe de succesvolle Barka-aanpak geïmplementeerd kan worden in de reguliere opvang.
De heer Sungur (DENK) vraagt aan de wethouder wanneer zij terugkomt op deze toezegging. Mevrouw Streefland (wethouder) antwoordt dat zij hier bij de volgende voortgangsrapportage in Q4 op terugkomt.
Dat brengt de wethouder bij motie 259 inzake liever een klein en fijn huis. Veel daklozen zijn dolgelukkig met een ruimte van 25 vierkante meter, zodat zij kunnen starten met hun leven.
De heer Eerenberg (wethouder) geeft aan dat het college motie 259 kan overnemen en hier in
oktober 2024 een terugkoppeling op zal geven. Hij staat open voor creatieve oplossingen als het
gaat om de huisvesting van daklozen. In het coalitieakkoord staat dat een gemiddelde woning 65 vierkante meter bedraagt. Dit gegeven zal worden meegenomen in het onderzoek. De voorzitter schorst hierop kort de vergadering.
Raadsvergadering van 27 juni 2024
29
Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan de heer Van Steeg namens het CDA.
De heer Van Steeg (CDA) dient motie 261 in (Zet in op middelenvrije locatie en activering), die het college opdraagt:
1. Te onderzoeken hoe activering en abstinentie van middelen en de lessen uit de Barka-aanpak kunnen worden toegepast voor de bredere opvanggroepen en bij Utrechtse locaties;
2. Daarbij het effect op zowel de sociale veiligheid als herstel en succesvolle terugkeer in de maatschappij te wegen;
3. De raad over de uitkomsten hiervan en de vervolgstappen in Q4 van 2024 te informeren. Mevrouw Streefland (wethouder) wijst erop dat de Barka-aanpak voor arbeidsmigranten succesvol is gebleken. Het college kan onderzoeken hoe deze aanpak kan worden toegepast in het brede opvanglandschap. Zij kan de motie overnemen.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of bij de rapportage van Q4 ook de belangenbehartigers en ervaringsdeskundigen worden gehoord.
Mevrouw Streefland (wethouder) bevestigt dat. De heer Dijkstra (EenUtrecht) pleit ervoor om motie 261 in stemming te brengen. De heer Van Steeg (CDA) trekt motie 261 in. De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemming over de amendementen, de moties en het voorstel zullen vanavond plaatsvinden.
20. Raadsvoorstel Beleidsnota gezondheid "Samen gezondheidsverschillen verkleinen 2024-2027". De heer Van der Graaf (ChristenUnie) merkt op dat in de voorliggende beleidsnota vapen niet wordt genoemd. Hij hoort van de wethouder graag de toezegging dat vapen onder de beleidsnota valt en dat vapes op dezelfde wijze worden behandeld.
De ChristenUnie ziet in vapen een groeiend gevaar voor de volksgezondheid en zou graag zien dat het college een ontmoedingsbeleid opzet gericht op vapes, bovenop de algemene aanpak voor
roken, en dit meeneemt in de Roadmap 2025. Hij dient daarom mede namens EenUtrecht, PvdA, GroenLinks en PvdD motie 262 in (Ontmoedig het gebruik van vapes).
Hij betreurt het dat er, nu de zon weer schijnt, op de Utrechtse terrassen weer en masse gerookt
wordt. Dit is schadelijk voor de omstanders. Het is onwenselijk dat er op de terrassen gerookt wordt en de gemeente dient hiertegen op te treden door rookvrije zones in te stellen. Daarom dient hij
mede namens EenUtrecht, PvdA, GroenLinks en PvdD motie 263 in (Rookvrije zones op terrassen). De heer Snijder (Student & Starter) is benieuwd wat de ChristenUnie verstaat onder het begrip "meeroken".
Raadsvergadering van 27 juni 2024
30
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) reageert dat dat meestal aan de mensen zelf is. Het zou aan ondernemers zelf moeten zijn om rookvrije zones in te richten.
Mevrouw De Vries (PvdD) stelt dat de gezondheid van mensen samenhangt met de gezondheid van
dier, natuur en milieu. Het leidende principe dat de mens centraal staat is onjuist en daarom dient de PvdD amendement 82 in (De mens staat niet centraal).
Zij pleit voor meer plantaardig eten en minder dierlijke producten, maar dit streven is niet te vinden in de voorliggende nota. Daarom dient zij mede namens EenUtrecht amendement 83 in (Meer plantaardig eten voor meer gezondheid!).
Zij ziet graag dat het college met een plan van aanpak komt om Utrechtse groengebieden rookvrij te
maken en om de raad hier in Q4 2024 over te informeren. Zij dient daarom mede namens EenUtrecht motie 264 in (Rookvrije groengebieden).
Zij is enthousiast over de rookvrije straten van Japan. Dit zorgt ervoor dat minder mensen in
aanraking komen met schadelijke rook. Zij ziet graag dat de gemeente dit ook in Utrecht realiseert door middel van een pilot in 2024 en dient daarom motie 265 in (Rookvrije straten naar Japans voorbeeld).
De heer Sungur (DENK) vraagt of de PvdD juridisch heeft gecheckt of de gemeente rookvrije straten mag instellen.
Mevrouw De Vries (PvdD) reageert dat dit zal gebeuren wanneer de motie wordt aangenomen.
Zij vindt het belangrijk dat Utrecht wordt beschermd tegen PFAS. Om de wethouder verder aan te
moedigen om PFAS te weren uit Utrecht en inzichtelijk te maken waar er blootstelling aan PFAS is, dient zij mede namens EenUtrecht motie 266 in (Bescherm Utrecht tegen PFAS).
De heer Paalman (Horizon) wijst erop dat mensen met mentale problemen vaak kampen met
geldzorgen. Huisartsen dienen te worden ingezet als eerste linie voor de signalering van mensen met schuldproblemen, zodat de gemeente hier proactief op kan acteren. Daarom dient hij motie 267 in (Betrek huisartsen bij signalering schuldproblematiek).
De heer Van Steeg (CDA) dient mede namens de VVD motie 268 in (Zet in op een drugsvrije
generatie), die het college opdraagt om met de nota Samen gezondheidsverschillen verkleinen in te
zetten op ontmoediging van drugsgebruik met als doel te komen tot een drugsvrije generatie en om af te zien van maatregelen die de brede doelstelling om gezondheidsverschillen te verkleinen, geweld aan doen.
Ook dient hij mede namens de VVD motie 269 in (Eindelijk integraal ouderenbeleid?), die het college
opdraagt om bij de uitvoeringsagenda gezond ouder worden in ieder geval aandacht te besteden aan de volgende onderwerpen:
a. De gevolgen van vergrijzing voor de zorgvraag in Utrecht; b. Drempels die senioren ervaren om actief te blijven;
c. Een woon-zorg visie en de beleidsmaatregelen die hieruit volgen; d. Informatievoorziening voor senioren.
De heer Snijder (Student & Starter) hoort graag hoe het CDA kijkt naar decriminalisering van drugs en veilig en gecontroleerd gebruik.
Raadsvergadering van 27 juni 2024
31
De heer Van Steeg (CDA) ziet een sterke discrepantie tussen enerzijds het inzetten op een rookvrije generatie en anderzijds het oproepen tot experimenteren met drugs.
Mevrouw Ramaker (VVD) hecht eraan dat de nota zich richt op de wettelijke taken, namelijk
collectieve preventie, infectieziektenbestrijding en jeugd- en ouderengezondheidszorg. Zij dient amendement 84 in (Volksgezondheid op 1), met het dictum:
"Beslispunt 1 aan het ontwerp raadsbesluit Samen gezondheidsverschillen verkleinen 2024-2027 d.d. 27 juni 2024, kenmerk 12074798 als volgt te wijzigen:
Als uitgangspunten voor de nota volksgezondheid te nemen de wettelijke taken: collectieve preventie, infectieziektebestrijding, Jeugdgezondheidszorg en Ouderengezondheidszorg
Dit beslispunt in het raadsvoorstel met dezelfde strekking dienovereenkomstig te wijzigen alsmede de beleidsnota dienovereenkomstig aan te passen."
De heer Eerenberg (wethouder) benadrukt dat de voorliggende beleidsnota geen beleid is van de
afdeling Volksgezondheid, maar een stuk beleid over het verkleinen van gezondheidsverschillen.
Hij reageert op amendement 82 over niet centraal stellen van de mens. De bedoeling van het centraal stellen van de mens in het beleid is om werkelijk te luisteren naar de behoeften van de mensen in de stad en niet om een ordening in het dierenrijk aan te brengen. Hij ontraadt het amendement. Hij reageert op amendement 83 over meer plantaardig eten. Het college heeft zich in de
voorliggende beleidsnota moeten beperken en heeft gekeken naar het beleid van de WHO. Er is voor gekozen om te werken met de vijf meest impactvolle interventies omtrent gezondheidsverschillen zoals beschreven door de WHO. Hij ontraadt het amendement.
Hij reageert op amendement 84 over Volksgezondheid op 1. Hij ontraadt het amendement, want dit betreft een nota over het verkleinen van gezondheidsverschillen. Daarnaast biedt de Wet publieke gezondheid ruimte om de gezondheidsverschillen te verkleinen.
Dat brengt de wethouder bij motie 262 over het ontmoedigen van het gebruik van vapes. Hij wijst op
pagina 51 van de nota, waarin staat dat het ontmoedigen van het gebruik van vapes onderdeel is van de aanpak. Hij ontraadt daarom motie 262.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) legt uit dat onderzoek heeft aangetoond dat vapes schadelijker zijn dan eerder is ingeschat.
De heer Eerenberg (wethouder) erkent dat vapes ongezond zijn. De tabaksindustrie heeft door
middel van vapes bovendien een nieuwe manier gevonden om mensen te verleiden om te gaan roken.
Dan motie 263 inzake rookvrije zones op terrassen. Dit onderwerp wordt reeds aangestipt in het coalitieakkoord. Op maandag 8 juli 2024 wordt er in samenwerking met een groep
horecaondernemers een aanpak gelanceerd omtrent rookvrije zones op terrassen. Hij acht de motie daarom overbodig.
Hij reageert op motie 264 over rookvrije groengebieden. De wethouder ontraadt de motie, want het handhaven van rookvrije groengebieden levert veel praktische problemen op.
Mevrouw De Vries (PvdD) vraagt of dit ook zou gelden voor specifieke parken. De heer Eerenberg (wethouder) reageert dat voor die parken hetzelfde geldt. In de Roadmap 2025 worden reeds rookvrije gebieden aangewezen.
Raadsvergadering van 27 juni 2024
32
Mevrouw De Vries (PvdD) vraagt of de wethouder van mening is dat de normverandering versterkt kan worden door een dergelijke motie. Dit maakt het makkelijker om mensen aan te spreken.
De heer Eerenberg (wethouder) reageert dat dit slechts een deel van de aanpak zou zijn. Op bepaalde plekken, zoals speeltuinen, geldt reeds een verbod.
Mevrouw De Vries (PvdD) merkt op dat er ook veel kinderen in parken zijn waar op dit moment geen rookverbod geldt.
De heer Eerenberg (wethouder) reageert dat de gemiddelde groene ruimte zodanig is opgezet dat de lokale overheid geen handhaafbare norm kan stellen. Zou dat wel gebeuren, dat volgt het verkeerde gesprek over de norm.
Dan motie 265 inzake rookvrije straten naar Japans voorbeeld. Ook hiervoor geldt het handhavingsvraagstuk. Hij ontraadt de motie.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vult aan dat er voor motie 264 ook andere redenen zijn om het niet te doen.
De heer Eerenberg (wethouder) wijst op het waterbedeffect wanneer er sprake zou zijn van een rookverbod in groengebieden.
Hij reageert op motie 266 over bestrijding van PFAS in Utrecht. In de aanvullende nota
Bodembeheerbeleid PFAS is er reeds beleid opgezet voor de bestrijding van PFAS. Op 120
verschillende meetpunten wordt onderzocht hoe hoog de gemiddelde waarden van 28 verschillende PFAS-varianten zijn. Hij ontraadt de motie.
Hij reageert op motie 267 over het betrekken van huisartsen bij de signalering van
schuldproblematiek. Ook deze motie is overbodig, want op dit thema wordt er al veel samengewerkt met huisartsen en wijkallianties.
De heer Paalman (Horizon) vraagt in hoeverre er ook nieuwe huisartsenpraktijken bij deze aanpak worden betrokken.
De heer Eerenberg (wethouder) reageert dat dit standaard gebeurt. Huisartsen zijn onderdeel van de wijkalliantie.
Dan motie 268 inzake inzetten op een drugsvrije generatie. Hij ontraadt de motie, want verbieden is geen goede strategie in het aansporen van mensen om de gezonde keuzes te maken.
Hij reageert op motie 269 inzake een integraal ouderenbeleid. De wethouder zegt toe de
dictumpunten 1a (De gevolgen van vergrijzing voor de zorgvraag in Utrecht) en 1b (Drempels die
senioren ervaren om actief te blijven) uit te voeren, maar ontraadt de motie als deze in stemming zou worden gebracht. De overige dictumpunten zijn namelijk reeds staand beleid.
De heer Van Steeg (CDA) herinnert zich dat de wethouder in het commissiedebat een toezegging deed over dictumpunt 1c.
De heer Eerenberg (wethouder) legt uit dat de woon-zorgvisie reeds bestaat via het woon-
zorgprogramma. Op 11 juni 2024 heeft de raad hierover een brief ontvangen. De voorliggende nota
Raadsvergadering van 27 juni 2024
33
gaat specifiek over het verkleinen van gezondheidsverschillen, wat een uitvloeisel is voor ongelijk
investeren voor gelijke kansen. Het college heeft op basis van de WHO-indeling de vijf belangrijkste maatregelen genomen om de gezondheidsverschillen te verkleinen.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemmingen over de amendement, het voorstel en de moties zullen vanavond plaatsvinden.
21. Raadsvoorstel Chw Bestemmingsplan Strosteeg 18-36, Binnenstad. De heer Stellinga (CDA) stelt dat met het voorliggende bestemmingsplan de mensenmaat in de
Strosteeg ver is te zoeken. Hij pleit ervoor om niet akkoord te gaan met het vaststellingsrapport en
het bestemmingsplan niet vast te stellen en een nieuwe visie en een bestemmingsplan te ontwerpen met minder verdichting, waarin meer recht wordt gedaan aan het karakter van de Strosteeg, aan het karakter van de binnenstad en aan de belangen van omwonenden. Hij dient daarom mede namens UtrechtNu! en Utrecht Solidair amendement 85 in (Stad op mensenmaat aan de Strosteeg).
De heer Vasters (D66) hoort het CDA strijden tegen de bouw van nieuwe woningen in tijden van hoge woningnood. Hij vraagt hoe het CDA de belangen weegt van alle mensen die in Utrecht een woning zoeken.
De heer Stellinga (CDA) stelt voor om, in tegenstelling tot wat de coalitie beoogt, snel te bouwen in Rijnenburg. In de stad dient er een mensenmaat te gelden en bepaalde verdichtingen zijn onacceptabel.
De heer Vasters (D66) wijst erop dat een partijgenoot van de heer Stellinga, Hugo de Jonge, ervoor pleit om ook binnenstedelijk te bouwen. Het is de vraag hoe deze twee uiteenlopende CDAstandpunten met elkaar gerijmd kunnen worden.
De heer Stellinga (CDA) benadrukt dat hij en de heer De Jonge op dezelfde lijn zitten als het gaat om woningbouw. 38 woningen aan de Strosteeg tot 15 meter hoogte is onredelijk.
De heer Vasters (D66) concludeert dat het CDA de gevestigde belangen hoger inschat dan die van woningzoekenden en woningzoekenden in de steek laat.
De heer Stellinga (CDA) verwerpt die conclusie. Het CDA pleit voor 8.500 betaalbare en duurzame woningen in Rijnenburg.
Het CDA dient mede namens UtrechtNu! en Utrecht Solidair motie 270 in (Praat met de Strosteeg), die het college verzoekt om onafhankelijk van de vraag of het bestemmingsplan Strosteeg 18-36
wordt vastgesteld of niet, de omwonenden van deze ontwikkeling uit te nodigen voor een gesprek om hen de
gelegenheid te geven om hun gevoel en hun mening te delen over de visie, het bestemmingsplan en het proces dat tot die stukken heeft geleid.
De heer Dekkers (GroenLinks) betreurt het dat er moties worden ingediend die niet ter zake doen en de werkdruk verhogen.
Raadsvergadering van 27 juni 2024
34
De voorzitter wijst erop dat ook zaken die niet in commissiedebatten besproken zijn, aan de orde kunnen zijn.
De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat er onlangs een bestemmingsplan Rijnenburg is goedgekeurd, waar ook een besluit over een brief aan de provincie in hetzelfde raadsvoorstel was verstopt.
Mevrouw Zwinkels (CDA) zou het gepast vinden als de heer Dekkers zijn woorden terugneemt. De heer Stellinga (CDA) dient mede namens Utrecht Solidair motie 271 in (Ook middenhuur aan de Strosteeg), die het college opdraagt om:
1. Bij toekomstige ontwikkelingen in het Strosteeggebied te streven naar gelijke aantallen middenhuurwoningen en sociale huurwoningen;
2. De 12 sociale huurwoningen aan de Strosteeg 18-36 hierin mee te tellen;
3. De raad hierover te informeren in de raadsvoorstellen die deze toekomstige ontwikkelingen mogelijk maken.
De heer Eerenberg (wethouder) reageert op amendement 85. Dit is een ingewikkelde manier om tegen het raadsvoorstel te stemmen. Hij ontraadt het amendement.
Dan motie 270 over praten met de Strosteeg. Het is een goed idee om met de bewoners in gesprek te gaan. Hij kan de motie overnemen en zegt toe het gesprek met de buurt aan te zullen gaan. De heer Stellinga (CDA) trekt motie 270 in. De heer Eerenberg (wethouder) reageert op motie 271 over middenhuur aan de Strosteeg. Hij houdt zich aan motie 136 uit juni 2021. Met deze aangenomen motie gaf de raad de opdracht aan het
college om een inhaalslag op sociale woningen te maken. Wanneer er voor elke sociale woning een
middenhuurwoning zou moeten komen, dan wordt het gedeelte vrije segment zeer klein en worden de plannen onbetaalbaar. Hij ontraadt de motie.
De heer Stellinga (CDA) legt uit dat de motie ook toestaat om tien vrije sectorwoningen te realiseren in combinatie met één middenhuurwoning en één sociale huurwoning.
De heer Eerenberg (wethouder) benadrukt dat er vrije sectorwoningen nodig zijn om de sociale huurwoningen te kunnen financieren.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemmingen over het amendement, het voorstel en de motie zullen vanavond plaatsvinden.
22. Afrondende besluitvorming na debat over Voorkeursvariant ontwikkeling Kloosterweide in Vleuten. De heer Van der Zweth (PvdA) constateert dat het college kiest voor een variant met 24 woningen minder en 72 betaalbare minder en een lager percentage sociale huur en middenhuur. Dit is
onwenselijk. Variant 1 heeft de voorkeur boven variant 4 en daarom dient hij mede namens D66, Student & Starter en GroenLinks motie 272 in (Kies voor betaalbaar wonen in Kloosterweide).
Raadsvergadering van 27 juni 2024
35
Mevrouw Sasbrink (PvdD) wijst erop dat in de keuze van het college minder van het bos wordt
verwijderd dan bij variant 1. Het gaat hier om een heel ecosysteem dat niet zomaar vervangen kan worden.
De heer Van der Zweth (PvdA) reageert dat bij elke variant bomen worden gekapt, met impact op de biodiversiteit en het ecosysteem tot gevolg.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) vindt het van belang dat er zo weinig mogelijk bomenkap zal plaatsvinden
en dat het ecosysteem niet verstoord wordt. Variant 2 is daarvoor het beste uitgangspunt en daarom dient zij motie 273 in (Behoud groen Kloosterweide).
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) heeft een stemverklaring. GroenLinks is mede-indiener van motie
272 omdat in variant 1 de groene entree zo veel mogelijk behouden blijft en er sociale woningbouw toegevoegd kan worden.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) hoort van GroenLinks graag waarom, aangezien de partij het belangrijk vindt om het groen zo veel mogelijk te behouden, de partij niet kiest voor variant 2.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat variant 2 minder sociale woningbouw kent. Mevrouw Sasbrink (PvdD) wijst erop dat het gaat om een heel ecosysteem en dat bomen niet zomaar gekapt en gecompenseerd kunnen worden.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) geeft aan dat er door bouwen altijd een deel van het groen verloren gaat. Op de Kloosterweide dient er groen te worden toegevoegd.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) hecht eraan dat er op de Kloosterweide geparticipeerd wordt alvorens er wordt besloten over de varianten. Dit is niet gebeurd en daarom dient hij motie 274 in (Eerst participeren dan pas beslissen over varianten Kloosterweide Vleuten).
De heer Eerenberg (wethouder) benadrukt dat het gaat om een belangenafweging. Het college blijft
voorstander van de gemengde variant, waarin zo veel mogelijk wensen worden gerealiseerd en er zo veel mogelijk recht wordt gedaan aan alle uitgangspunten. Juist omdat het gaat om een
belangenafweging, geeft hij moties 272, 273 en 274 oordeel raad. Ten aanzien van motie 274
benadrukt de wethouder dat er meer is gedaan aan participatie dan dat de heer Dijkstra meent. De heer Dijkstra (EenUtrecht) reageert dat er slechts één onlinemeeting is geweest. De heer Eerenberg (wethouder) geeft aan dat het college er niet voor heeft gekozen om burgers te peilen omdat er ondertussen nieuwe inzichten over participatie zijn opgedaan. Het is echter niet waar dat er slechts één onlinemeeting is georganiseerd.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) hoort van de wethouder graag of motie 273 over het behoud van groen op de Kloosterweide haalbaar is, ook gezien de bestaande parkeernormen.
Raadsvergadering van 27 juni 2024
36
De heer Eerenberg (wethouder) legt uit dat door extra lagen toe te voegen aan gebouwen om bomen
te besparen, er meer parkeergrond gerealiseerd dient te worden. Dit is een afweging die de raad zelf dient te maken.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemmingen over de moties zullen vanavond plaatsvinden.
23. Afrondende besluitvorming na debat over Herontwikkeling IBB Studentencomplex. Mevrouw Van der Wilt (D66) constateert dat Utrecht duizenden studentenwoningen tekortkomt. Het is zaak dat het college bij de herontwikkeling van IBB Studentencomplex samen met SSH overweegt
om de eis van minimaal 14 vierkante meter voor onzelfstandige studenteneenheden te verlagen. Zij dient daarom mede namens Volt, EenUtrecht, Horizon en Student & Starter motie 275 in (Mag het een metertje minder voor meer onzelfstandige studentenkamers).
De heer Stam (PvdA) informeert waarom D66 op voorhand eisen wenst te stellen aan de herontwikkeling van IBB Studentencomplex. Dit staat haaks op de Utrechtse aanpak.
Mevrouw Van der Wilt (D66) wijst erop dat het proces bij de IBB minder snel gaat dan aanvankelijk
verwacht werd en dat SSH zorgen heeft over de businesscase. D66 wil niet dat er wordt gekozen voor studio’s.
De heer Stam (PvdA) vraagt zich af waarom D66 zou willen voorsorteren op het verlagen van de eis van 14 vierkante meter.
Mevrouw Van der Wilt (D66) benadrukt dat het hierbij gaat om het overwegen van het verlagen van de eis van minimaal 14 vierkante meter. Het is niet onverstandig om daar in tijden van een wooncrisis over na te denken.
De heer Zwanenberg (GroenLinks) memoreert dat de wethouder in de commissievergadering heeft laten weten dat de SSH de middelen en de capaciteit niet heeft om eerder te beginnen met de woningbouw.
De voorzitter merkt op dat de heer Zwanenberg vooruitloopt op een vooralsnog niet ingediende motie.
Mevrouw Van der Wilt (D66) benadrukt dat het college heeft aangegeven dat het omlaag schroeven van de eisen kan helpen in de gesprekken.
Zij dient mede namens Volt, VVD, Horizon en Student & Starter motie 276 in (Snel meer
studentenhuisvesting op de IBB), die het college opdraagt om samen met de SSH zo snel mogelijk een plan te maken voor de herontwikkeling van het studentencomplex op de IBB.
De heer Stam (PvdA) onderschrijft dat er sprake is van een enorme wooncrisis en dat jongeren hier geen uitzonderingspositie op vormen. Op de IBB is veel ruimte voor het bouwen van nieuwe
woningen, waaronder hoogbouw. Hij ziet graag dat het college onderzoekt in hoeverre het realiseren
Raadsvergadering van 27 juni 2024
37
van een Tweede Hoogbouw op het parkeerterrein bevorderlijk is voor het versnellen van de IBB.
Daarom dient hij mede namens Student & Starter motie 277 in (Realiseer Tweede Hoogbouw IBB). De heer Snijder (Student & Starter) maakt zich zorgen over de voortgang van het bouwen van
studentenwoningen en de herontwikkeling van de IBB. Pas na 2030 kan er door SSH begonnen
worden met de herontwikkeling en dit is zeer onwenselijk. Student & Starter steunt de moties die als doel hebben om studentenhuisvesting te versterken.
De heer Stellinga (CDA) dient motie 278 in (Zoek fondsen voor het IBB), die het college opdraagt om: 1. Met de SSH in gesprek te blijven om te bezien op welke wijze zij de SSH met middelen en/of menskracht kan ondersteunen om de vernieuwing van het IBB-Complex, inclusief de realisatie van zoveel mogelijk nieuwe studentenwoningen, zo snel mogelijk te realiseren;
2. Te onderzoeken of in de programmabegroting van 2025 ruimte gevonden kan worden om deze ondersteuning te bekostigen;
3. De raad hierover uiterlijk Q4 2024 nader te informeren. De heer Paalman (Horizon) vraagt of de SSH behoefte heeft aan deze ondersteuning. De heer Stellinga (CDA) legt uit dat met de motie het college wordt opgeroepen om te onderzoeken
of de SSH ondersteund kan worden. De SSH heeft namelijk onvoldoende middelen om het TuindorpWest Complex gelijktijdig met de IBB te ontwikkelen.
Mevrouw Van der Wilt (D66) informeert hoe het CDA kijkt naar de verlaging van eisen omtrent woninggrootte.
De heer Stellinga (CDA) gelooft niet in het al te veel verkleinen van studentenkamers. De normen omtrent woninggrootte zijn met een reden opgesteld.
De heer Paalman (Horizon) acht het van belang dat de raad uitspreekt hoe er wordt gekeken naar de studentencomplexen op de Ina Boudier-Bakkerlaan (IBB), Tuindorp-West Complex en de Sterren, zodat bij een herontwikkeling wordt voorkomen dat er zaken worden bedacht waar de SSH en
studenten niet achter staan. Daarom dient hij motie 279 in (Behoud profielen IBB, TWC, en Sterren). De heer Eerenberg (wethouder) begint zijn beantwoording op de moties met een opmerking vooraf. Het college betreurt het dat het project rondom de IBB op de lange termijn is geschoven.
Daarentegen heeft het college een goed gesprek gehad met de SSH. De SSH heeft zelf aangegeven om het project rondom de IBB later in uitvoer te brengen.
Mevrouw Meerdink (VVD) reageert dat de SSH heeft aangegeven dat juist de gemeente een integrale afweging wenste te maken toen er reeds een plan lag.
De heer Eerenberg (wethouder) geeft aan dat de complexiteit rondom bouwen in Utrecht niet altijd
bevorderlijk werkt. Het is bijvoorbeeld in het belang van SSH om niet zelf parkeerplaatsen te hoeven realiseren. Het was de SSH die aangaf dat er ook op andere plekken in de stad woningen worden gebouwd en daarom de IBB wenste uit te stellen.
Raadsvergadering van 27 juni 2024
38
Mevrouw Meerdink (VVD) is het daar niet mee eens. De verhalen van de SSH gehoord hebbende, is de VVD van mening dat de IBB eerder wel ontwikkeld had kunnen worden.
De heer Eerenberg (wethouder) merkt op dat er in de politiek verschillende beelden kunnen ontstaan. Dat brengt de wethouder bij motie 275 inzake een metertje minder voor meer onzelfstandige
studentenkamers. De motie roept daarbij op om de Utrechtse aanpak te hanteren: alleen eisen
versoepelen als dit ergens aan bijdraagt. Hij heeft een groep studenten gesproken die het vanuit
kostenoverwegingen wel ziet zitten om de eis te verlagen. Daarentegen gelden er spelregels, en deze regels stellen dat studentenkamers minimaal 14 vierkante meter moeten zijn. Hij kan de motie
positief adviseren wanneer er niet categorisch van de eis van minimaal 14 vierkante meter wordt afgeweken.
De heer Stam (PvdA) vraagt of dit niet precies de Utrechtse aanpak is, waarbij kamers alleen worden verkleind wanneer het bouwproject niet slaagt.
De heer Eerenberg (wethouder) legt uit dat conform Utrechtse aanpak eisen alleen worden
versoepeld als de businesscase niet uitpakt. Het doel van de onzelfstandige studentenkamers dient volgens de motie leidend te zijn.
Dat brengt de wethouder bij 276 inzake snel meer studentenhuisvesting op de IBB. Hij kan de motie positief adviseren.
Ook kan hij motie 277 over het realiseren van Tweede Hoogbouw IBB positief adviseren. Het is nuttig om dit te onderzoeken.
Hij reageert op motie 278 over fondsen voor de IBB. Hoewel hij positief is over het eerste
dictumpunt, kan de wethouder geen voorschot nemen op de Programmabegroting 2025. Hij ontraadt de motie.
Hij reageert op motie 279 over het behouden van de profielen van de studentencomplexen op de Ina
Boudier-Bakkerlaan (IBB), Tuindorp-West Complex en de Sterren. Hij kan de motie positief adviseren. De heer Paalman (Horizon) stelt dat luidere plekken bij dergelijke studentencomplexen horen. De heer Eerenberg (wethouder) is er geen voorstander van om overlast te tolereren. Daar zijn namelijk normen voor.
De heer Paalman (Horizon) zal het woord "luid" uit de motie halen en deze opnieuw indienen. De voorzitter schorst hierop kort de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan de heer Stellinga. De heer Stellinga (CDA) dient motie 280 (Zoek fondsen voor het IBB) (voorheen motie 278) in, die het college opdraagt om:
1. Met de SSH in gesprek te blijven om te bezien op welke wijze zij de SSH met middelen en/of menskracht kan ondersteunen om de vernieuwing van het IBB-Complex, inclusief de realisatie van zoveel mogelijk nieuwe studentenwoningen, zo snel mogelijk te realiseren;
Raadsvergadering van 27 juni 2024
39
2. De raad hierover uiterlijk Q4 2024 nader te informeren. De heer Paalman (Horizon) dient motie 281 (Behoud profielen IBB, TWC, en de Sterren) (voorheen motie 279) in, waarmee de raad uitspreekt dat:
1. De studentencomplexen op de Ina Boudier-Bakkerlaan (IBB), Tuindorp-West Complex
(TWC) en de Sterren unieke plekken in Utrecht zijn, waar veel studenten wonen en elkaar ontmoeten, en waar het huidige profiel als dynamische, levendige, en studentikoze plek behouden moet worden;
2. Het onwenselijk is dat bij eventuele herontwikkelingen plannen gemaakt worden die tegen dit profiel indruisen.
De heer Eerenberg (wethouder) reageert op motie 280 inzake fondsen voor het IBB. De motie doet geen greep in de toekomstige programmabegroting en dus kan hij de motie positief adviseren.
Hij reageert op motie 281 inzake en behouden van de profielen van de IBB, het TWC, en de Sterren. Hij kan de motie positief adviseren.
In reactie op de vraag van de PvdA over de communicatie met studenten legt de wethouder uit dat er een woon- en wensonderzoek is gedaan. Uit dit representatieve onderzoek bleek dat jonge studenten met kleinere kamers genoegen wensen te nemen, mits dat tot onzelfstandige
studentenhuisvesting leidt. Wethouder De Vries heeft dit onderzoek besproken met VIDIUS. Die organisatie is voorstander van kleinere kamers wanneer de situatie daarom vraagt.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemmingen over de moties zullen vanavond plaatvinden.
24. Afrondende besluitvorming na debat over Inclusieve gemeentelijke organisatie. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) heeft in de commissie complimenten uitgesproken voor de
plannen die er liggen. GroenLinks wil graag dat de wethouder hardere maatregelen gaat inzetten om te monitoren of het beleid effectief is. Daarom dient zij samen met DENK, PvdA, EenUtrecht en Utrecht Solidair een motie in (motie 282 "Controle op Institutioneel Racisme bij de Afdeling Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH)").
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) meent dat het verstandig is om te wachten op advies van deskundige organisaties alvorens een afweging te maken welk middel moet worden ingezet.
Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) memoreert dat de eerste motie op dit punt is ingediend in 2022. Vorig jaar was er het uitvoeringsplan en in december was er ook een debat over. Straks loopt de raadstermijn ten einde en is het budget op. Het is een belangrijk onderwerp voor heel veel Utrechters.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) weet dat GroenLinks en andere fracties waarde hechten aan een veilige werkomgeving. Daar moet je toch zorgvuldig mee omgaan?
Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) meent dat haar voorstel niet belemmerend werkt. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) is blij om te horen dat een veilige werkomgeving volgens
Raadsvergadering van 27 juni 2024
40
GroenLinks moet worden meegewogen bij de uitvoering van dit voorstel. De heer Sungur (DENK) ziet in het uitvoeringsplan dat er ondanks alle inspanningen geen stijging is
in de streefcijfers. Diversiteit wordt niet vanzelf bereikt. Het vergt soms stevige maatregelen. Onder
verwijzing naar de Technische Universiteit Eindhoven zegt hij dat een evenwichtige instroom bereikt kan worden door een voorkeursbeleid voor vrouwen. Daarom dient hij een motie in (motie 283 "Tijdelijk voorkeursbeleid bij gelijke geschiktheid").
Mevrouw Streefland (wethouder) gaat over tot de beantwoording. Met betrekking tot motie 282 zegt zij dat het gevraagde op dit moment met de expertcommissie wordt uitgezocht. Het aspect van de veilige werkomgeving moet zeker meegenomen worden. De uitkomst van het onderzoek zal in Q3
2024 in een brief aan de raad gedeeld worden. Zij wil graag deze route volgen en ontraadt daarom de motie.
Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) vraagt wat er concreet gebeurt nadat de brief is gestuurd. Mevrouw Streefland (wethouder) antwoordt dat er een technische sessie komt, waarvoor de experts worden uitgenodigd om met de raad te spreken. Daarna wordt bepaald welke interventies kunnen worden gedaan.
Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) vertrouwt erop dat het onderzoek goed gebeurt, zodat iedereen in de organisatie zich veilig voelt. Daarna moet de wethouder in actie komen, anders moet de raad een raadsinformatiebijeenkomst organiseren en een commissiedebat en raadsdebat agenderen, terwijl er al zo veel tijd verlopen is.
Mevrouw Streefland (wethouder) zegt dat de planning van raad en college niet altijd gelijk lopen. Zij wil graag het doel bereiken op een manier die passend en gegrond is.
In reactie op motie 283 zegt zij dat wordt gewerkt aan een verkenning voor het instellen van een
voorkeursbeleid. Daarvoor is een juridische toets nodig. Ook wordt gekeken of het andere beleid dat
gevoerd wordt, niet voldoende is en of het mogelijk is om dit alleen voor schaal 12 en hoger te doen. De COR zal hier uiteindelijk over moeten besluiten. De motie krijgt oordeel raad.
De heer Sungur (DENK) denkt dat een positief oordeel van de raad over de motie de wethouder kan helpen om dit te bewerkstelligen.
Mevrouw Streefland (wethouder) weet dat dit voor de raad een belangrijk thema is, maar wijst op de zaken die zij zojuist als voorbehoud heeft genoemd. Voorts is het goed dat er slechts om een tijdelijk voorkeursbeleid wordt gevraagd.
De heer Sungur (DENK) zegt dat de insteek is dat het op een gegeven moment niet meer nodig is. De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemmingen over de moties en het voorstel zullen vanavond plaatsvinden.
Raadsvergadering van 27 juni 2024
41
25. Afrondende besluitvorming na debat over Raadsbrief Monitoring inburgering. De heer Dijkstra (EenUtrecht) dient mede namens Volt twee moties in. Inburgeraars worden vaak
ontmoedigd om praktijkonderwijs te volgen, omdat ze eerst goed Nederlands moeten leren. In veel gemeenten wordt de praktijkroute echter als volwaardig alternatief aangeboden. Daarom dient hij een motie in (motie 284 "Bij inburgering praktijkonderwijs als volwaardig alternatief aanbieden"). De tweede motie is getiteld "Inburgering vanaf dag één" (motie 285).
Mevrouw Streefland (wethouder) reageert op motie 284. Een inburgeraar die geen mbo-2-diploma of hoger haalt, blijft inburgeringsplichtig volgens de Wet inburgering. In die zin is het geen volwaardig alternatief voor de wettelijke leerroutes. Het reguliere mbo-onderwijs wordt al voor jongeren
ingezet, met inachtneming van het toelatingscriterium voor het reguliere onderwijs. Als een jongere
een mbo-2-diploma of hoger haalt, is hij definitief vrijgesteld van de inburgeringsplicht. Zij ontraadt de motie.
Motie 285 ondersteunt de aanpak van de gemeente. In Utrecht kunnen mensen die in een azc in de regio Utrecht wonen binnen anderhalf uur reistijd, starten met hun inburgering. De daadwerkelijke
start is afhankelijk van de persoonlijke situatie. Zij ontraadt de motie, omdat het niet altijd mogelijk en wenselijk is om al in een azc te starten met het inburgeringstraject. Er zijn soms praktische
belemmeringen, zoals het ontbreken van studiefaciliteiten of een te grote reisafstand. De beste oplossing is rust in het opvanglandschap, zodat mensen vanaf dag één kunnen meedoen.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemmingen over de moties en het voorstel zullen vanavond plaatsvinden.
26. Afrondende besluitvorming na debat over Toegankelijke woonzorgwoningen. Mevrouw Zwinkels (CDA) dient na een goed commissiedebat twee moties in. De eerste motie wordt mede ingediend namens D66, ChristenUnie en EenUtrecht (motie 286 "Ga versnippering bij het realiseren van woonzorgwoningen tegen").
De tweede motie dient zij mede in namens ChristenUnie en EenUtrecht (motie 287 "Voortvarend van start met maatregelen voor woonzorgwoningen").
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) zegt dat veel senioren in de stad behoefte hebben aan een
woonplek waar mensen samenleven en naar elkaar omkijken. Geclusterde woonvormen hebben een bewezen positief effect op het welbevinden van senioren en op het zorggebruik en de zorgkosten.
Hij dient daarom samen met EenUtrecht en CDA een motie in (motie 288 "Geclusterde woonvormen voor senioren in Utrecht").
De heer Sungur (DENK) dient een motie in voor woonzorgvoorzieningen voor ouderen met een
migratieachtergrond (motie 289 "Woonzorgvoorzieningen voor ouderen met migratieachtergrond"). De heer De Vries (wethouder) begint zijn beantwoording met motie 286. De opgave voor ouderen is een gecombineerde opgave en vraagt om een goede samenwerking tussen de verschillende wethouders. De doelgroep ouderen wordt benoemd in de beleidsnota Wonen. Het monitoren is niet
eenvoudig, omdat woningen niet altijd een zorglabel hebben en omdat niet voor alle zorg een zorgwoning nodig is. Hij heeft in de commissie toegezegd in Q4 2024 met een raadsbrief te komen
Raadsvergadering van 27 juni 2024
42
waarin een betere monitoring van de woonzorgwoningen aan de orde komt. Hij ontraadt de motie. Mevrouw Van der Wilt (D66) begrijpt dat monitoren moeilijk maar ook belangrijk is en dat de wethouder er in een brief op terug komt. Waarom kan de wethouder de motie dan niet overnemen? De heer De Vries (wethouder) zegt dat het dictum over veel meer gaat dan alleen monitoren.
Motie 287 is volgens de wethouder overbodig, omdat dit al gebeurt. Het plan "Beter benut bestaande voorraad" is met de raad gedeeld. In de vierde kwartaalrapportage "Versneld realiseren sociale
woningbouw" wordt de raad geïnformeerd over de aanpak. Met het actieplan Thuis voor ouderen
werkt de gemeente aan diverse maatregelen gericht op passend wonen en doorstroming. Ook heeft de gemeente regelmatig contact met de partners over communicatie met de doelgroep. De woonadviseur voor ouderen geeft gratis advies en ondersteuning en voert een bewustwordingscampagne.
Motie 288 is eveneens overbodig, omdat dit al wordt gedaan in het bestaande beleid. De heer Sungur (DENK) zegt dat de wethouder de motie ook kan zien als aanmoediging. De heer De Vries (wethouder) vindt het belangrijk om te benadrukken dat de gevraagde maatregelen al gehanteerd worden.
Motie 289 wordt ontraden. In de beleidsnota Wonen is aandacht voor ouderen met een migratieachtergrond. Daarnaast wordt ingezet op een divers aanbod van woonconcepten voor een breed
scala aan doelgroepen. Bij het ontwikkelen van die woonconcepten is de gemeente afhankelijk van marktpartijen en zorgpartijen.
De heer Sungur (DENK) wijst op een artikel over Rotterdam, waaruit blijkt dat ouderen gezonder zijn als er specifiek beleid wordt gehanteerd dat meer gericht is op hun achtergrond. Utrecht heeft dat ook nodig.
De heer De Vries (wethouder) vindt met die toelichting de motie overbodig, omdat dit al wordt meegenomen.
De heer Sungur (DENK) nodigt de raad uit om voor de drie overbodig verklaarde moties te stemmen om daarmee de wethouder extra aan te moedigen in het huidige beleid.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemmingen over de moties en het voorstel zullen vanavond plaatsvinden.
28. Afrondende besluitvorming na debat over Toelichting locatiekeuze VO-school Overvecht. De heer Van der Zweth (PvdA) is verheugd dat een groot deel van het plan voor sloop/nieuwbouw
van tafel is. De PvdA wil echter dat ook de beperkte sloop van de shortlist wordt geschrapt. Daarom dient hij samen met VVD, CDA, EenUtrecht, Volt en UtrechtNu! een motie in (motie 290 "Geen sloop woningen ZONOR-dreven").
De heer Aït Daoua (D66) vraagt of Bo-Ex ook zijn steun heeft ingetrokken voor de beperkte sloopvariant.
Raadsvergadering van 27 juni 2024
43
De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat de corporatie altijd al voorstander was van renovatie, maar
bereid was om met de gemeente mee te denken. Vervolgens heeft Bo-Ex zich teruggetrokken uit de
grootschalige gebiedsontwikkeling. Dat zegt ook iets over hoe de woningcorporatie naar de beperkte variant kijkt.
De heer Aït Daoua (D66) heeft gesproken met de directeur van Bo-Ex. Die staat niet onwelwillend
tegenover de beperkte sloop. De woningen kunnen niet gerenoveerd worden in bewoonbare staat. De bewoners moeten dus sowieso uit hun woning.
De heer Van der Zweth (PvdA) meent dat het gaat over een locatie voor een VO-school. Daar zijn
andere opties voor. Bewoners moeten niet voortdurend in onzekerheid blijven. De bewoners gaan het plan wegstemmen en dan moet er toch naar een andere locatie worden gekeken.
De heer Aït Daoua (D66) vindt dat deze locatie een mooie kans biedt omdat er ook nieuwe woningen kunnen worden gerealiseerd. Neemt de PvdA het woningtekort in Overvecht niet serieus?
De heer Van der Zweth (PvdA) wijst op beslispunt 3, waarin staat dat in dat gebied moet worden gekeken naar groen en naar betaalbaar wonen.
De heer Sungur (DENK) vindt de komst van de VO-school in Overvecht enorm belangrijk. Ook daarover moet niet te lang onzekerheid bestaan.
De heer Van der Zweth (PvdA) meent dat ook een sloop/nieuwbouwtraject heel lang duurt. Als bewoners het plan wegstemmen bij een draagvlakmeting, gaat het ook niet door.
De heer Sungur (DENK) zegt dat bij de keuze tussen de twee andere locaties de voorkeur eerder
moet uitgaan naar de Winterboeidreef, omdat realisatie op de locatie van Careyn langer kan duren dan vijf jaar.
De heer Van der Zweth (PvdA) vindt de Winterboeidreef qua locatie gunstig: dicht bij een station, op de rand van twee wijken en het kan iets betekenen voor segregatie.
De heer Snijder (Student & Starter) vraagt waarom de PvdA hier zo tegen is. Er kunnen meer
woningen worden gebouwd op hetzelfde oppervlak en er kan extra sport gerealiseerd worden. De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat voor de sporthal een andere locatie kan worden gezocht. Binnen de ZONOR-dreven is ruimte om woningen te bouwen of op te toppen.
De heer Snijder (Student & Starter) meent dat de woningen toch moeten worden gerenoveerd. Investeren in een school en een sporthal kan ook een toevoeging zijn voor de wijk.
De heer Van der Zweth (PvdA) vindt het prima dat de renovatie samen met extra woningbouw op die
plek wordt gedaan. Daar is geen sloop/nieuwbouw voor nodig. Natuurlijk kunnen een school en een sporthal iets toevoegen aan de wijk, maar dat is ook het geval op een van de twee andere locaties.
Raadsvergadering van 27 juni 2024
44
De voorzitter verzoekt de raadsleden om het commissiedebat niet over te doen. Dit is een afrondende besluitvorming.
De heer Snijder (Student & Starter) vraagt waarom deze locatie van de lijst af moet. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat de andere twee locaties een goede kans hebben. Zowel de woningcorporatie als de bewoners willen de ZONOR-dreven niet als locatie.
De heer Dekkers (GroenLinks) heeft in de commissie gezegd dat GroenLinks zou nadenken over een gecombineerde locatie Vader Rijndreef/Loevenhoutsedijk. GroenLinks ziet af van dat voorstel
vanwege de problemen aldaar door een gescheiden huisvesting van school en sporthal. GroenLinks
vindt een brede VO-school in Overvecht belangrijk en denkt dat het vasthouden aan één criterium en 100% dekking alle locaties afsluit.
De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat ooit is begonnen met één locatie. Nu staan er zelfs drie op de shortlist.
De heer Dekkers (GroenLinks) meent dat de conclusie is dat geen enkele locatie volledig voldoet. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of GroenLinks het met hem eens is dat sloop/nieuwbouw heel ingrijpend is voor de bewoners en dat je daar zeer terughoudend mee moet zijn.
De heer Dekkers (GroenLinks) beaamt dat sloop/nieuwbouw ingrijpend is. Daarom is het beleid om
daar terughoudend mee te zijn. Als alle andere locaties afvallen, komt het oorspronkelijke plan weer in beeld.
De heer Sungur (DENK) begrijpt dat het ZONOR-gebied voor GroenLinks een reële optie is voor huisvesting van de VO-school.
De heer Dekkers (GroenLinks) heeft in de commissie gezegd dat de optie met beperkte sloop/nieuwbouw bij de ZONOR-dreven niet aantrekkelijker is dan de grotere gebiedsontwikkeling. De school verdient een mooie plek in de wijk.
De heer De Pagter (VVD) wil de locatie bij de ZONOR-dreven schrappen en heeft daarom de motie
van de PvdA gesteund. Ook wil de VVD dat de locatie in Overvecht-centrum in beeld blijft. Daarom dient hij een motie in (motie 291 "Middelbare school in het centrum van de aandacht").
De afstandsnorm van 50m van een drukke weg die het college tegen deze locatie heeft ingebracht, is verouderd. De GGD-en hebben vorig jaar een nieuw advies uitgebracht, omdat de uitstoot van auto’s sinds 2008 is teruggelopen. De nieuwe norm is 25m en daaraan voldoet deze locatie ruim.
Mevrouw Bode (Volt) vindt dat de opmerking "alleen ga je sneller en samen kom je verder" hier wel van toepassing is, gelet op hoe het proces rond de locatiekeuze voor de middelbare school in
Overvecht is verlopen. Bijna iedereen wil die school in Overvecht, maar de vraag is alleen waar en ten koste waarvan. Bij de ZONOR-dreven zouden 300 woningen gesloopt moeten worden. De
bijeenkomst over dit plan was emotioneel. Volt is blij dat die locatie nu is afgevallen. Het college doet nu een voorstel om drie locaties te onderzoeken: de ZONOR-dreven met minder
Raadsvergadering van 27 juni 2024
45
sloop/nieuwbouw, de Winterboeidreef en Careyn Rosendael. Volt kan zich hierin deels vinden, maar
blijft zich verbazen over de selectiecriteria en de weging daarvan. De Winterboeidreef gaat ten koste van een of twee basisscholen. De Loevenhoutsedijk valt echter volgens het college af omdat het
lastig is om een andere plek voor het sportveld te vinden. Zij dient samen met de PvdD en Utrecht
Solidair een motie in om de locatie Loevenhoutsedijk toe te voegen aan de shortlist (motie 292 "Voeg Loevenhoutsedijk toe aan de selectie").
De heer Snijder (Student & Starter) vraagt waar volgens Volt dan een sportveld in Overvecht kan worden gerealiseerd.
Mevrouw Bode (Volt) meent dat dit onderzocht moet worden. De heer Snijder (Student & Starter) denkt dat dit voor nog meer vertraging zorgt. Mevrouw Bode (Volt) vindt dat snelheid minder belangrijk is dan een goed en gedegen onderzoek. De heer Snijder (Student & Starter) memoreert dat er al lange tijd wordt gezocht naar een locatie. Nu is er een shortlist van drie locaties en daar is de Loevenhoutsedijk niet bij.
Mevrouw Bode (Volt) zegt dat Volt een andere kijk heeft op de selectiecriteria van het college. De heer Aït Daoua (D66) vraagt of hiermee het probleem niet verplaatst wordt. Het vinden van een alternatieve locatie voor sportfaciliteiten is immers niet kansrijk.
Mevrouw Bode (Volt) zegt dat, ook na het toevoegen van de Loevenhoutsedijk, kan blijken dat die plek niet geschikt is. Zij vindt de locatie echter kansrijk genoeg om ernaar te kijken.
De heer Aït Daoua (D66) lijkt verder onderzoek onnodig, omdat deze optie ten koste gaat van sport in Overvecht.
Mevrouw Bode (Volt) vindt dat nog niet duidelijk. Het gaat om het maken van een selectie. Alle locaties hebben voors en tegens.
Overvecht-centrum heeft als locatie ook potentie en daarom steunt Volt de motie van de VVD. De
locatie ZONOR-dreven valt voor Volt af vanwege de impact van sloop/nieuwbouw op de bewoners en daarom steunt Volt de motie van de PvdA.
Tot slot is het voor Volt leidend dat er niet in de hoofdgroenstructuur wordt gebouwd. De PvdD zal dit in haar inbreng verwoorden.