6e raadsvergadering 6 juni 2024
Tekst van het document
Zij constateert dat de locatieprofielen niet vertaald zijn naar een regel in het Omgevingsplan en er in een aantal gevallen naast een evenementenvergunning ook een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden. Het college geeft aan dat dit onderdeel van de APV, voor zover het om de fysieke
leefomgeving gaat, binnen nu en tien jaar wordt opgenomen in het Omgevingsplan. Daarom dient zij mede namens de fracties van Volt en D66 motie 222 (Geef (vrijwilligers-)organisaties ook hun evenement) in, die het college opdraagt om:
1. In kaart te brengen voor welke locaties door relatief kleine organisaties vaak een omgevingsvergunning aangevraagd wordt;
2. Op basis hiervan te komen tot een selectie van de meest relevante locaties;
3. En voor deze locaties op basis van de ervaringen van het werken met de locatieprofielen, in 2025 een wijziging van het omgevingsplan op te stellen.
De heer Bosch (UtrechtNu!) is van mening dat evenementen van groot zijn voor Utrecht en een
essentiële rol spelen voor de stad aan haar bewoners. Door de locatieprofielen op sommige pleinen lopen de afbakeningen van het locatieterrein langs gevels en nemen daarmee de aan de gevels
grenzende terrassen (niet zijnde zogenaamde eiland- of pleinterrassen) in. Dit betekent dat deze gevelterrassen moeten worden opgeruimd gedurende de opbouw, afbouw en duur van een
evenement (met uitzondering van gratis stadsbrede evenementen zoals Koningsdag). Daarom dient hij motie 223 (Even niet je locatie) in, die het college opdraagt om:
1. De afbakeningen van de locaties waar gevelterrassen of marktkramen worden
geëxploiteerd aan te passen aan die gevelterrassen en/of marktkramen indien een commercieel evenement wordt georganiseerd;
2. In de vergunningsvoorwaarden op te nemen dat er overleg moet plaatsvinden met (horeca)ondernemers bij die locaties;
3. In de vergunningsvoorwaarden op te nemen dat indien een commercieel evenement wordt
Raadsvergadering van 6 juni 2024
42
georganiseerd door niet aan de locatie gevestigde (horeca)ondernemers, dit helder gecommuniceerd dient te worden naar omwonenden en andere belanghebbenden.
Hij vindt dat de winterstop van tafel moet, maar staat open voor langere hersteltijden, afhankelijk
van de omstandigheden van het weer. Dit mag er echter niet toe leiden dat evenementen verdwijnen. Daarnaast is de winterstop veel te lang. Daarom dient hij amendement 52 in, met het dictum: Beslispunt 1, lid b dat luidt als volgt:
b. "Niet toestaan van middelgrote, grote en zeer grote evenementen op onverharde locaties van 1 november t/m 31 maart waarvoor een locatieprofiel geldt;" te verwijderen uit het raadsvoorstel. Mevrouw Bode (Volt) is blij met de locatieprofielen, hoewel deze wel schaars zijn. Voor
locatieprofielen zal er in hokjes gedacht moeten worden. Het kost namelijk veel geld om voor iedere locatie een apart profiel te maken. Daarom dient zij mede namens de VVD en Volt motie 224 (Evenementlocatie? Denk in hokjes!) in, die het college opdraagt om:
1. Te stoppen met per locatie een locatieprofiel te maken en te komen met een beperkte set locatieprofielen waar de meeste evenementlocaties in passen;
2. Hierover de raad te informeren in de toegezegde raadsbrief van Q1 2025 over mogelijke nieuwe evenementlocaties binnen en buiten de Utrechtse gemeentegrenzen.
De heer Van Heuven (PvdD) vraagt of de wethouder kan toezeggen jaarlijks zo snel mogelijk, na het vaststellen van de zogeheten reserveringskalender de raad te informeren over een eventueel
ongewenst waterbedeffect, zodat de raad en het college kunnen spreken over mogelijke maatregelen tegen te veel festivals op één plek. Hoe denkt het college de locaties te kunnen beschermen als er geen profiel wordt gemaakt wat betreft op- en afbouw, geluid en herstelperiodes? Hij dient amendement 53 (Geen evenementen met dieren) in, met het dictum:
1. Beslispunt 1 vast te stellen met dien verstande dat aan de Beleidsnota Evenementen op pagina 13 na het woord “…schaden.” een nieuwe zinsnede wordt toegevoegd, luidend:
“Wij keuren het gebruik van dieren tijdens evenementen af en zien dan ook graag dat er geen dieren worden ingezet bij evenementen in Utrecht. Wanneer een evenement voornemens is om een of meer dieren te gebruiken verlenen wij geen subsidie voor dit evenement.”
De heer Van Vliet (D66) vraagt wanneer er sprake is van het inzetten van dieren bij evenementen. De heer Van Heuven (PvdD) reageert dat dit gaat om dieren die uit hun natuurlijke omgeving worden gehaald of geen natuurlijk gedrag kunnen vertonen ten bate van het gebruik op een festival.
Hij dient mede namens EenUtrecht amendement 54 (Bij schaarste criteria anders toepassen) in, met het dictum:
1. Beslispunt 1 c. van het raadsvoorstel als volgt te wijzigen:
Bij alle evenementenlocaties te werken met een verdelingssystematiek, die in werking
treedt als er concurrerende aanmeldingen voor een datum en locatie worden ingediend, waarbij het evenement sowieso moet voldoen aan het criterium “Waarde van het
evenement voor omgeving en stad” waarbij de keuze verder wordt bepaald op basis van de volgende kwalitatieve criteria:
i. Bijdrage van het evenement aan een pluriform Utrechts evenementenaanbod voor een breed publiek (met als toetsingsscore 33%);
ii Het evenement is toegankelijk en inclusief georganiseerd (met als toetsingsscore 33%);
Raadsvergadering van 6 juni 2024
43
iii. Het evenement wordt duurzaam georganiseerd (met als toetsingsscore 33%).
2. De Beleidsnota Evenementen hierop aan te passen en het college te verzoeken de Concept Nadere Regel hierop aan te passen.
Hij dient mede namens EenUtrecht amendement 55 (Emissievrije evenemententerreinen) in, met het dictum:
1. Het raadsvoorstel vast te stellen, met dien verstande dat onder beslispunt 1 een nieuw sub e. wordt toegevoegd, luidend:
De tien plekken waarvoor een locatieprofiel is gemaakt worden in de komende vijf jaar emissievrij. Dit betekent dat elk jaar twee locaties zodanig worden ingericht dat
dieselaggregaten en voertuigen op fossiele brandstoffen geweerd kunnen worden; 2. De Beleidsnota Evenementen hierop aan te passen.
Mevrouw Fattal (GroenLinks) deelt de missie dat alle evenementen in Utrecht emissievrij moeten worden, maar zij is de benieuwd naar de dekking die bij de motie hoort.
De heer Van Heuven (PvdD) heeft geen dekking voor de motie, maar vindt dat het college de morele plicht heeft om de locatieprofielen emissievrij te maken. Mensen worden ziek van
luchtverontreiniging en die zorg kost ook geld, wat met dit amendement wordt bespaard. De heer Van Vliet (D66) informeert naar wat de PvdD beoogt voor de evenementen die voor hun open afbouw trucks nodig hebben die op diesel rijden.
De heer Van Heuven (PvdD) stelt voor om de tien locaties waarvoor een profiel is gemaakt, in 2030 emissievrij te maken. Door een zin als in het amendement verwoord op te nemen in de
locatieprofielen, worden de festivalorganisatoren gestimuleerd om over te stappen op emissieloos vervoer.
Hij vraagt om de toezegging dat, wanneer een van zijn moties wordt aangenomen, dit te wijzigen in de Nadere regel.
Hij constateert dat Park Lepelenburg en Wilhelminapark te maken hebben met een slechte
bodemkwaliteit, mede doordat evenementen bijdragen aan de bodemverdichting. Beide parken zijn Rijksmonumenten, waarvoor strikte beschermingsregels gelden. De voorzieningenrechter bepaalde
in 2022 dat een bierfestival in het Wilhelminapark niet mocht doorgaan vanwege de slechte kwaliteit van de bodem door verdichting. Parken dienen beschermd te worden tegen festivalisering. Daarom dient hij mede namens EenUtrecht motie 225 (Geef lucht aan de bodems Lepelenburg en Wilhelminapark) in, die het college opdraag om:
1. In de Concept Nadere Regel onder Artikel 2 Locatieprofielen lid 1 c) Park Lepelenburg in de
categorie Middel 80 dB(A), 95 dB(C) het getal van 6 te wijzigen in 3 en in de categorie Middel 70 dB(A), 85 dB(C) het getal 12 te wijzigen in 6;
2. In de Concept Nadere Regel onder Artikel 2 Locatieprofielen lid 1 f) Wilhelminapark de categorie Groot met het getal 6 te schrappen in de categorie Middel het getal van 12 te wijzigen in 9.
Mede namens EenUtrecht dient hij motie 226 (Kortere op- en afbouwperiodes) in, die het college verzoekt:
1. In de Concept Nadere Regel Evenementen onder artikel 2 Locatieprofielen bij lid 3a de bullets “10 dagen voor evenementen in de categorie groot” en “12 dagen voor
evenementen in de categorie zeer groot” te wijzigen in “7 dagen voor evenementen in de
Raadsvergadering van 6 juni 2024
44
categorieën groot en zeer groot."
Mede namens EenUtrecht dient hij motie 227 (Geen grote en zeer grote evenementen in broedseizoen) in, die het college verzoekt:
1. In de Concept Nadere Regel bij de locaties genoemd onder Artikel 2 Locatieprofielen bij lid
1f tot en met lid i in de Concept Nadere Regel de zinsnede op te nemen, luidend: “Er worden geen evenementen toegestaan in de categorieën groot en zeer groot in de periode van 15 maart tot 15 juli. Hierbij maken we een uitzondering voor het Bevrijdingsfestival in Park Transwijk op 5 mei.”
Mevrouw Bode (Volt) vraagt of er bewijs is voor de overlast voor dieren waar de PvdD van spreekt. De heer Van Heuven (PvdD) wijst erop dat onderzoek heeft uitgewezen dat te hard geluid van
evenementen de embryo's van vogels in hun ei schaadt. Hij noemt het onderzoek van RTL nieuws van vorig jaar over schade van festivals op vogels in het broedseizoen.
De heer Van Vliet (D66) hoort van de PvdD vooral voorstellen die evenementen nagenoeg onmogelijk maken. Dat rijmt niet met de woorden van de PvdD dat zij niet tegen feesten en evenementen zijn. De heer Van Heuven (PvdD) pleit er niet voor om zo veel mogelijk evenementen te verbieden. Wel
dient er een einde te komen aan de festivalisering, waar omwonenden en dieren last van hebben. De heer Van Vliet (D66) constateert dat, de moties en amendementen van de PvdD lezende, de PvdD bijna alle evenementen wil verbeiden.
De heer Van Heuven (PvdD) legt uit dat er te veel evenementen zijn in Utrecht en dat de natuur en dieren in de stad beschermd dienen te worden waar mogelijk.
De heer Van Vliet (D66) dient mede namens Student & Starter motie 228 (Laat kleinschalige
muziekevenementen niet als zwaardere categorie meetellen) in, die het college opdraagt om: 1. Uit te zoeken welke geluidsniveaus voor evenementen klein (A I) en klein (A II) die primair draaien om de muziek, het meest geschikt zijn;
2. Daarbij een goede muziekbeleving centraal te stellen;
3. De evenementen in de categorie klein (A I) en klein (A II) die het geluidsniveau zullen hebben van
de door punt 1 van het dictum vastgestelde geluidsniveau, te laten meetellen als categorie klein (A I) en klein (A II) en niet als categorie ‘middel’.
Mevrouw Bode (Volt) vraagt wat daar de reden van is. De heer Van Vliet (D66) legt uit dat bij voorliggend voorstel een klein evenement in de categorie
"groot" valt wanneer het aantal decibel iets wordt uitgebreid. De koppeling tussen het geluidsniveau en het aantal bezoekers is niet terecht als het gaat om muziekevenementen. Muziekevenementen
gaan namelijk primair om de beleving van muziek en 80 decibel is te laag voor een goede beleving. Mevrouw Bode (Volt) vraagt hoe D66 kijkt naar het perspectief van de niet-deelnemende evenementbezoekers.
Raadsvergadering van 6 juni 2024
45
De heer Van Vliet (D66) legt uit dat met de locatieprofielen duidelijkheid wordt geschept tussen rust en reuring.
Hij dient mede namens Student & Starter en Volt motie 229 (Geef in 2025 en 2026 ruimte aan 2 winterevenementen) in, die het college opdraagt om:
1. Voor de periode 2025 en 2026 per locatie twee evenementendagen in de periode 1 november tot 1 april wel mogelijk te maken indien deze worden aangevraagd op één van de 10 locaties waarvoor locatieprofielen zijn;
2. Waarbij dit niet ten koste gaat van de aantallen voor middel of grote evenementen of zeer grote evenementen in de Nadere regel evenementen.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt wat feest- en gezelligheidspartij D66 vindt van de winterstop. De heer Van Vliet (D66) is geen voorstander van de winterstop, maar de rest van de coalitie heeft andere wensen. Met de nieuwe grote locatie kunnen er door het jaar heen evenementen georganiseerd worden.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt waarom de heer Van Vliet niet voor amendement 52 zou stemmen. De heer Van Vliet (D66) vindt het belangrijk dat er ook in de winter evenementen kunnen plaatsvinden.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) meent te horen dat D66 ernaar uitkijkt om te stoppen met de winterstop wanneer de partij niet meer in een coalitie zit met GroenLinks. De heer Van Vliet (D66) kan daar niets over zeggen. De heer Snijder (Student & Starter) vraagt de wethouder om een toezegging om de UIT elk jaar te laten plaatsvinden.
Hij constateert dat in het coalitieakkoord is afgesproken dat er wordt gezocht naar een permanente evenementenlocatie, maar er nog geen zicht is op een permanente evenementenlocatie. Er is geen jaartal verbonden aan de zoekopdracht en een evenemententerrein in Utrecht is belangrijk om de evenementen in de stad te waarborgen. De gemeente heeft bovendien een belangrijke rol in het
realiseren van het evenemententerrein. Daarom dient hij mede namens EenUtrecht en D66 motie 230 (Maak vaart met evenemententerrein) in, die het college opdraagt om:
1. Voor eind 2025 met een aantal zoeklocaties te komen voor een permanente evenementenlocatie, binnen of net buiten de gemeentegrenzen, of in Rijnenburg;
2. Ook op zoek te gaan naar een tijdelijke evenementenlocatie zolang het realiseren van een permanente evenementenlocatie nog op zich laat wachten;
3. In deze zoeklocaties ook te kijken naar out-of-the-box ideeën, zoals bijvoorbeeld een dak van een P&R;
4. Op zoek te gaan naar dekking voor het realiseren van de permanente evenementenlocatie, ook binnen andere programma’s;
5. Te onderzoeken of de locatie in samenwerking met andere evenementenorganisatoren/de sector gerealiseerd kan worden, en of dit wenselijk is;
Raadsvergadering van 6 juni 2024
46
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) plaatst vraagtekens bij een dak van een P&R als permanente evenementenlocatie.
De heer Snijder (Student & Starter) reageert dat dit slechts een van de ideeën is. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat het dak als permanente evenementenlocatie bij iemand rauw op het dak zou vallen.
Mevrouw Bode (Volt) vraagt aan de heer Snijder waarom hij hiermee vaart wil maken, gezien de toezegging van de wethouder om met mogelijke locaties in Q1 2025 te komen.
De heer Snijder (Student & Starter) zou dat niet weten. Hij zou de motie kunnen aanpassen. De heer Van Vliet (D66) wijst erop dat de door de wethouder gedane toezegging een grovere schets is dan wat de motie vraagt.
Mevrouw Bode (Volt) heeft in het commissiedebat drie keer expliciet gevraagd om de toezegging dat de raad in Q1 2025 een brief ontvangt met mogelijke locaties binnen en buiten de gemeentelijke grenzen voor evenementen.
Volgens de heer Snijder (Student & Starter) kan het geen kwaad om middels een motie opnieuw te vragen om een permanente evenementenlocatie.
De heer Sungur (DENK) dient mede namens BIJ1 amendement 57 (Ruimte voor de Ramadan en Offerfeest) in, met het dictum:
Beslispunt 1 lid d van het ontwerp raadsbesluit Beleidsnota Locatiebeleid evenementen en
wijziging APV-gemeente Utrecht 2010, locatieprofielen evenementen, kenmerk 12204416 als volgt te wijzigen:
“Ruimte te bieden aan de volgende stads- en volksfeesten, herdenkingen en huldigingen, die
onlosmakelijk verbonden zijn met onze stad, gratis toegankelijk en meestal locatie- en datum gebonden zijn:
i. Koningsnacht- en dag
ii. Nationale dodenherdenking iii. Bevrijdingsdag
iv. Keti Koti-herdenking en viering v. Utrecht Canal Pride
vi. Viering van Sint-Maarten
vii. De intocht van Sinterklaas. viii. Ramadan
ix. Offerfeest" Mevrouw Zwinkels (CDA) dient mede namens de VVD motie 231 (Kies voor spreiding en toenadering bescherm onze parken) in, die het college opdraagt om:
1. Drie principes nadrukkelijk centraal te zetten in de locatieprofielen en hierop periodiek de raad te informeren:
a. Spreiding van evenementen concreet te maken, zowel geografisch als in de tijd;
Raadsvergadering van 6 juni 2024
47
b. Onderlinge toenadering van inwoners en initiatiefnemers stimuleren en faciliteren; c. Bescherming van onze parken en proportionaliteit in de drukte van onze pleinen.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) constateert dat de maximale geluidsniveaus bij evenementen in Utrecht nu zijn vastgelegd op 80 dB(A) en 95 dB(C) én voor bijzondere evenementen (met een hoog
maatschappelijk belang) zoals Koningsdag op 90 dB(A) en 105 dB(C), steeds aan de gevel van
omliggende woningen. Dergelijke geluidsniveaus leiden tot gehoorschade bij het publiek, en daarom dient hij mede namens Volt motie 232 (Voorkom gehoorschade en onduldbare overlast bij evenementen) in, die het college opdraagt om:
1. De genoemde normen voor de geluidsniveaus bij evenementen te wijzigen van de huidige maximale waarden van 80 dB(A) en 95 dB(C) naar 70 dB(A) en 85 dB(C) én voor bijzondere
evenementen zoals Koningsdag van 90 dB(A) en 105 dB(C) naar 80 dB(A) en 95 dB(C), steeds aan de gevel van omliggende woningen;
2. Dit van toepassing te verklaren voor alle (bijzondere) evenementen en locatieprofielen;
3. De Beleidsregel Geluid bij buitenevenementen 2009 hierop aan te passen of dit als zodanig op te nemen in de nieuwe 'Nadere regel evenementen’.
Mevrouw Fattal (GroenLinks) constateert dat elke festivalorganisator, klein of groot, moet bijdragen aan het herstel van de natuur – en wellicht zelfs verbeteren van de natuur - op de locatie waar het
festival plaatsvindt. Niet elke festivalorganisator is groot genoeg om daar een impactvolle bijdrage
aan te leveren. Er moet solidariteit tussen festivalorganisatoren bestaan, omdat alle organisatoren er baat
bij hebben dat de natuur in Utrecht op festivallocaties floreert, zoals in lijn met het Utrechtse
beleid rondom evenementen en groen. Daarom dient zij mede namens EenUtrecht, PvdD en PvdA motie 233 (Natuurherstel na festivals, groot en klein) in, die het college opdraagt om:
1. Te onderzoeken, samen met festivalorganisatoren die actief zijn of actief willen zijn in Utrecht, hoe een Utrechts Natuurherstelfonds voor en door festivalorganisatoren eruit kan zien, waarbij festivalorganisatoren op vrijwillige basis een vast tarief afdragen aan het fonds waaruit
festivalorganisatoren de middelen kunnen halen om het park beter achter te laten dan hoe ze het aantroffen;
2. Hierover voor Q4 2025 de raad te informeren. Mevrouw Bode (Volt) vraagt of dit simpeler kan dan een fonds. Het beheren van dat fonds kost de gemeente veel capaciteit.
Mevrouw Fattal (GroenLinks) nodigt Volt uit om een voorstel in te dienen. Wat GroenLinks betreft is het voorstel goed en bemoedigt het de onderlinge solidariteit tussen festivalorganisatoren.
Mevrouw Bode (Volt) vraagt wat er met het natuurherstel gebeurt als blijkt dat er geen solidariteit is tussen festivalorganisatoren.
Mevrouw Fattal (GroenLinks) overweegt in dat geval dwingende maatregelen. Mevrouw Bode (Volt) wijst erop dat het fonds uit motie 233 dan direct in het voorliggende voorstel opgenomen had kunnen worden.
Raadsvergadering van 6 juni 2024
48
Mevrouw Fattal (GroenLinks) denkt dat het goed is om de verantwoordelijkheid eerst bij festivalorganisatoren zelf neer te leggen.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) suggereert om de festivalorganisatoren te laten betalen voor natuurschade.
Mevrouw Fattal (GroenLinks) wijst erop dat het locatieprofielenvoorstel hier reeds op is ingericht.
Organisatoren kunnen niet zomaar een park laten vernielen om vervolgens weg te gaan en niet voor de kosten op te draaien.
Zij dient mede namens EenUtrecht, PvdD, ChristenUnie en PvdA motie 234 (Langer herstel in broedseizoen) in, die het college opdraagt om:
1. Gedurende het broedseizoen (van 15 maart tot 15 juli) alleen bij hoge uitzondering op de onverharde locaties de rustperiode van 18 dagen te hanteren en in alle andere gevallen 21 dagen;
2. Indien er toch een rustperiode van slechts 18 dagen heeft plaatsgevonden, de raad eens
per jaar te informeren over wanneer en waarom dat heeft plaatsgevonden om te kijken hoe op termijn toegewerkt kan worden naar een rustperiode van 21 dagen tijdens het broedseizoen.
Mevrouw Bode (Volt) vraagt waarom er niet direct een rustperiode van 21 dagen wordt gesteld. Mevrouw Fattal (GroenLinks) legt uit dat dat zou betekenen dat een heleboel evenementen dan niet meer zouden kunnen plaatsvinden.
Mevrouw Bode (Volt) vraagt waar de dekking van de motie op is gebaseerd. Mevrouw Fattal (GroenLinks) denkt dat deze motie niet om extra middelen vraagt. Mevrouw Al-Saqaff constateert dat, nadat het niet gelukt is om de winterstop tegen te gaan, er nu
ook nog eens een keer meer tijd tussen festivals zou moeten komen. Heeft GroenLinks nog ergens verliezen geleden in de onderhandelingen met D66?
Mevrouw Fattal (GroenLinks) reageert dat er goede voorstellen worden gedaan door GroenLinks en dat er van de organisatoren en omwonenden ambitieuze zaken worden gevraagd om ervoor te zorgen dat een festival beter achtergelaten wordt.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) constateert dat het Domplein een grote historische, culturele waarde kent en er een gebiedsprofiel Domplein is ontwikkeld met betrokkenheid van bewoners,
ondernemers en organisaties. Vanuit het gebiedsprofiel is de intentie een samenhangende identiteit
voor het plein te ontwikkelen. In de locatieprofielen wordt dit gebiedsprofiel echter geen enkele keer genoemd en is het niet duidelijk welke onderdelen van het gebiedsprofiel betrokken zijn bij de
totstandkoming van het locatieprofiel voor het Domplein. Daarom dient hij mede namens VVD, EenUtrecht, GroenLinks, CDA en PvdA motie 235 (Breng profielen met elkaar in lijn) in, die het college opdraagt om:
1. De raad te informeren over hoe het locatieprofiel en het gebiedsprofiel op elkaar aansluiten;
Raadsvergadering van 6 juni 2024
49
2. Aan het locatieprofiel Domplein in elk geval toe te voegen "in de vergunningsvoorschriften kunnen extra voorwaarden worden gesteld ten behoeve van het voorkomen van het risico op onherstelbare schade aan het monumentale karakter van de locatie".
Hij dient mede namens EenUtrecht, GroenLinks en PvdA motie 236 (Houd fiets- en wandelroutes
open) in, die het college opdraagt om het uitgangspunt vast te stellen dat fiets- en wandelroutes openblijven tijdens evenementen, tenzij dit om zwaarwegende redenen niet mogelijk is.
Hij constateert dat het college een procedure wil vaststellen om tot een evenwichtige verdeling van
evenementen te komen, met als doel een betere spreiding van evenementen in tijd en ruimte en een betere balans tussen levendigheid en leefbaarheid in de stad. De beleidsnota kwalitatieve hanteert criteria voor de verdeling van evenementen bij schaarste, te weten: waarde voor de omgeving, bijdrage aan pluriform evenementenaanbod, toegankelijkheid, inclusiviteit en duurzaamheid.
Daarom dient hij mede namens EenUtrecht en GroenLinks motie 237 (Pas waar mogelijk criteria generiek toe) in, die het college opdraagt om:
1. Bij succes de huidige kwalitatieve verdelingssystematiek bij schaarste op den duur generiek toe te passen op aanvragen in de stad;
2. Hier wellicht op een aantal locaties met hoge cultuurhistorische waarde zoals het Domplein en het Lucasbolwerk mee te starten;
3. De raad hierover uiterlijk eind 2025 na inwerkingtreding van de systematiek over de mogelijkheden te informeren.
De heer Stam (PvdA) deelt mede verheugd te zijn over de komst van de locatieprofielen. Wel heeft de PvdA een aantal inhoudelijke aanpassingen op het voorliggende voorstel en daarom staat de PvdA onder een aantal moties en amendementen.
Mevrouw Oosters (wethouder) bedankt alle aanwezigen voor het mooie debat over de
locatieprofielen. Het traject heeft lang gelopen en zij heeft grote bewondering en waardering voor
iedereen die eraan heeft gewerkt. De zoektocht naar de balans tussen levendigheid en leefbaarheid
is een uitdaging geweest en misschien wel een van de grootste splijtzwammen in de Utrechtse raad. Zij reageert op amendement 51 over het uit het voorstel halen van de winterstop. De wethouder
ontraadt de motie, want de spreiding wordt volgens het college niet problematisch ervaren en omdat er slechts een klein aantal evenementen 's winters in de parken plaatsvindt. Daarnaast dragen de locatieprofielen juist bij aan de spreiding van evenementen.
Zij reageert op motie 222 over de vrijwillige organisaties in het Omgevingsplan meenemen. Voor
kleine organisatoren is het aanvragen van de omgevingsvergunning soms een te grote last. De motie
draagt echter op om reeds in 2025 de vrijwillige organisaties in het Omgevingsplan mee te nemen en dit is te vroeg. Zij kan de motie niet positief adviseren. De wethouder zegt toe om in 2026 de vrijwillige organisaties in het Omgevingsplan mee te nemen.
Dat brengt de wethouder bij motie 223 over de terrassen. Zij ontraadt de motie, want terrassen
moeten voor evenementen afwijken, want anders is de ruimte voor evenementen er niet. Wel kan het college communiceren met de onderliggende ondernemers.
Zij reageert op amendement 52 over het stopzetten van de winterstop. Dit amendement zoekt niet
naar een balans tussen levendigheid en leefbaarheid en daarom moet de wethouder het amendement ontraden.
Zij reageert op motie 224 over in hokjes denken omtrent evenementenlocaties. Het opstellen van de locatieprofielen vereist plaatselijke participatie en onderzoek om te weten wat de draagkracht van
zo'n locatie is. Daarom ontraadt zij de motie. De wethouder zegt toe om bij de verdere uitwerking
Raadsvergadering van 6 juni 2024
50
van locatieprofielen de huidige locatieprofielen te zullen gebruiken als voorbeeld en om de juiste aspecten ervan te kopiëren.
Mevrouw Bode (Volt) stelt dat de gemeente heeft geleerd dat de tien locatieprofielen veel op elkaar lijken. Mogelijk is er zo veel geleerd, dat er veel moeite bespaard kan worden in de vorm van diepgaande onderzoeken.
Mevrouw Oosters (wethouder) ziet de waarde van diepgravend onderzoek en participatie bij het opstellen van een locatieprofiel.
De heer Van Heuven (PvdD) wijst erop dat de gemeente voorlopig niet verdergaat met de locatieprofielen. Zou het niet beter zijn om tot die tijd toch wel in hokjes te denken?
Mevrouw Oosters (wethouder) denkt dat het Omgevingsplan een mooi middel zou kunnen zijn waarmee algemene regels over bepaalde locaties opgenomen kunnen worden. Zij zegt toe om
richting het Omgevingsplan in 2026 bepaalde regels op te nemen omtrent de locatieprofielen.
Dat brengt de wethouder bij de vraag van de PvdD over het waterbedeffect. Zij zegt toe dat het
college op basis van de reserveringskalender van 2025 de raad in Q1 2025 informeert en aangeeft of en, zo ja, waar dat ongewenste waterbedeffect rondom evenementen zou kunnen plaatsvinden. Waar nodig kunnen op maat maatregelen worden genomen voor de locaties waar het waterbedeffect
problematisch. De voortgangsbrief na de reserveringskalender kan jaarlijks worden gestuurd op basis van de vastgestelde reserveringskalender.
Zij reageert op amendement 53 over geen evenementen met dieren. Zij kan het amendement positief adviseren. Dit amendement ondersteunt de lijn van het college met betrekking tot de inzet van dieren bij evenementen.
Zij reageert op amendement 54 over bij schaarse criteria anders toepassen. Zij ontraadt het
amendement, want het voorstel zorgt voor minder kansen voor nieuwe organisatoren, die door het eerste punt uit het amendement niet hebben kunnen bewijzen van waarde te zijn voor de stad. Daarnaast wordt er minder recht gedaan aan de andere criteria.
Zij reageert om amendement 55 over de emissievrije evenemententerreinen. De wethouder moet dit amendement ontraden, want er is geen dekking voor. Zij vult aan dat waar evenementen emissievrij gehouden kunnen worden, dit ook reeds gebeurt.
De heer Van Heuven (PvdD) vraagt aan de wethouder of zij kan toezeggen dat ze beleid maakt van emissievrije evenementen en op zoek gaat naar financiële dekking.
Mevrouw Oosters (wethouder) denkt dat de gemeente op termijn organisatoren meer zekerheid kan bieden over de locatie waar ze zitten, zodat zij meer geneigd zijn om te investeren in de desbetreffende locatie en waardoor duurzaamheid beter gerealiseerd kan worden.
De heer Van Heuven (PvdD) zou het goed vinden om een heffing in te stellen voor festivals die schade toebrengen aan het milieu.
Mevrouw Oosters (wethouder) wijst erop dat de raad op een later moment spreekt over de Nota Luchtkwaliteit. Er wordt reeds veel gevraagd van de organisatoren in de stad.
Raadsvergadering van 6 juni 2024
51
Zij zegt toe dat, als de moties 225, 226 en 227 worden aangenomen, het college de Nadere regel daarop aanpast.
Zij reageert op motie 225 over lucht geven aan de bodems Lepelenburg en Wilhelminapark. Zij ontraadt de motie, want deze roept op tot een sterke mindering van de evenementen in de
genoemde parken. Daarnaast gelooft het college dat het aantal voorgestelde evenementen past bij
de draagkracht van de genoemde parken. De wethouder zegt toe om met name bij de monumentale
parken rekening te houden met de draagkracht en dit mee te nemen in de jaarlijkse voortgangsbrief. Zij reageert op motie 226 over de kortere op- en afbouw periode. De wethouder ontraadt de motie, want het voorstel is te vergaand. Grote en zeer grote evenementen kunnen hierdoor niet veilig
opbouwen en niet doorgaan. Zij zegt toe om met de organisatoren blijvend in gesprek te gaan over hoe de op- en afbouwtijden ingeperkt kunnen worden, zowel in tijd als in ruimte.
Dan beantwoordt de wethouder motie 227 over geen grote en zeer grote evenementen in parken
tijdens het broedseizoen. Voor het organiseren van evenementen bestaat reeds regelgeving die de flora en fauna in het broedseizoen stevig beschermt. Daarnaast is in de ecologische onderzoeken
geconstateerd dat de tijdelijke verstoring van het gebied door een evenement weinig tot geen effect
heeft op het welzijn van de fauna in deze gebieden. Het college is daarom geen voorstander van een broedstop voor grote evenementen tijdens de zomer.
Zij reageert op motie 228 over kleinschalige muziekevenementen niet als zwaardere categorie
meetellen. De wethouder ontraadt de motie, want er is reeds een goede balans gevonden tussen de levendigheid en de leefbaarheid.
Zij reageert op amendement 56 over de overgangsregeling voor de winterstop. Zij kan het amendement positief adviseren.
Zij reageert op motie 229 over in 2025 en 2026 ruimte geven voor twee winterevenementen. Dit is ingewikkeld, want de motie hangt samen met amendement 56. Het risico bestaat dan dat er in de
zomer een evenement niet zou kunnen plaatsvinden. De motie biedt de mogelijk om dit op te lossen, maar zorgt ervoor dat er twee jaar lang één extra evenement kan worden gehouden. Zij geeft de motie oordeel raad.
De wethouder zegt toe zich maximaal in te zetten voor de UIT voor studenten.
Zij reageert op motie 230 over inzet op de grote locaties. Zij wil aan de slag gaan met grote
evenementenlocaties en heeft eerder toegezegd dat het college in Q1 2025 een inventarisatie geeft van de soort locaties die daarin mee worden genomen.
Zij reageert op amendement 57 over ruimte voor de Ramadan en het Offerfeest. Voor deze feesten
worden er op dit moment geen grote evenementen gehouden. De organisatie van deze evenementen is niet locatie- en datumgebonden, zoals de andere volksfeesten dat wel zijn. Zij ontraadt het amendement.
Zij reageert op motie 231 over het kiezen voor spreiding en het beschermen van de parken. Zij kan
de motie positief adviseren. Over het eerste en het derde dictumpunt kan het college rapporteren in de toegezegde voortgangsbrief.
Zij reageert op motie 232 over het voorkomen van gehoorschade. Zij ontraadt de motie, want het algemeen verlagen van de geluidsnormen heeft een grote impact op het diverse aanbod van
evenementen in de stad. Het college beperkt het aantal evenementen waarop het maximaal aantal decibel wordt gehanteerd met zes keer per locatie. Ook worden de duur van en de rusttijd tussen evenementen beperkt. Elke stad hanteert andere normen en andere begrenzingen.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt waarom overal in Utrecht evenementen 10 decibel meer geluid produceren vergeleken met Amsterdam
Raadsvergadering van 6 juni 2024
52
Mevrouw Oosters (wethouder) legt uit dat dat in Amsterdam verschilt per locatie en dat dit mogelijk
wordt teruggedraaid. Geluidsnormen in Amsterdam zijn vaak niet werkbaar voor de organisatoren en niet wenselijk voor de bezoekers. Het aantal evenementen beperken heeft meer invloed dan het verlagen van de geluidsnorm.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt wat het advies zou zijn van de wethouder als hij zich in zijn moties beperkt tot 5 decibel.
Mevrouw Oosters (wethouder) moet de heer Dijkstra teleurstellen. Het college heeft de balans tussen het aantal evenementen, de mogelijke overlast en de geluidsnormen reeds gevonden.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) legt uit dat een bepaalde hoeveelheid decibel gehoorschade kan opleveren. Zij gebruikt zelf oordopjes. Eén evenement waar het geluid te hard staat, kan reeds
gehoorschade opleveren. Tinnitus leidt tot suïcides en hier zou de gemeente iets aan moeten doen. Mevrouw Oosters (wethouder) vindt dat de organisatoren in Utrecht verantwoordelijk omgaan met
het geluid en jongeren op de juiste manier voorlichten. Het is voor de veiligheid belangrijk dat er met geluid wordt gewerkt dat ervoor zorgt dat de bezoekers niet opeenhopen rondom het podium.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vindt het de taak van de gemeente om de jongeren te beschermen. De heer Van Vliet (D66) vraagt of de wethouder kan noemen welke maatregelen de organisatoren reeds treffen om de bezoekers te beschermen.
Mevrouw Oosters (wethouder) noemt de richting van de geluidsinstallaties, het uitdelen van gratis gehoorbescherming en de voorlichting op festivals.
Dat brengt de voorzitter bij motie 233 over het Natuurherstelfonds. Zij kan de motie positief adviseren. Dit staat los van de schade die organisatoren aanrichten aan parken.
Zij reageert op motie 234 over langer herstel in het broedseizoen. De wethouder kan deze motie positief adviseren.
Zij reageert op motie 235 over het in lijn brengen van de profielen en het Domplein. De wethouder heeft een goed gesprek gehad met de Dompleingroep om te kijken waar de raakvlakken zitten
tussen de locatieprofielen en het gebiedsprofiel. Deze raakvlakken zijn er absoluut. Zij kan de motie positief adviseren.
Zij reageert op motie 236 over het openhouden van fiets- en wandelroutes. De wethouder kan de motie positief adviseren.
Zij reageert op motie 237 over het generiek toepassen van de kwalitatieve criteria. Zij moet de motie ontraden, want het toetsen van alle vergunningsaanvragen aan de kwalitatieve criteria gaat te veel capaciteit kosten.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) legt uit dat motie 237 zo is bedoeld dat er na een jaar wordt gereflecteerd, om vervolgens te kijken wat er mogelijk is.
Raadsvergadering van 6 juni 2024
53
Mevrouw Oosters (wethouder) antwoordt dat dit niets verandert aan het advies. Het capaciteitstekort zal ook volgend jaar nog spelen. Wel zal het college toetsen hoe het op de schaarse momenten is gegaan met de kwalitatieve criteria.
De voorzitter bedankt de wethouder voor haar beantwoording. Hij vraagt of er nog fracties zijn die behoefte hebben aan een tweede termijn.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) constateert dat de maximale geluidsniveaus bij evenementen in Utrecht nu zijn vastgelegd op 80 dB(A) en 95 dB(C) én voor bijzondere evenementen (met een hoog
maatschappelijk belang) zoals Koningsdag op 90 dB(A) en 105 dB(C), steeds aan de gevel van
omliggende woningen. Dergelijke geluidsniveaus leiden tot gehoorschade bij het publiek en daarom dient hij mede namens EenUtrecht motie 238 (Beperk gehoorschade en onduldbare overlast bij evenementen) in, die het college opdracht om:
1. De genoemde normen voor de geluidsniveaus bij evenementen te wijzigen van de huidige maximale waarden van 80 dB(A) en 95 dB(C) naar 75 dB(A) en 90 dB(C) én voor
bijzondere evenementen zoals Koningsdag van 90 dB(A) en 105 dB(C) naar 85 dB(A) en 90 dB(C), steeds aan de gevel van omliggende woningen;
2. Dit van toepassing te verklaren voor alle (bijzondere) evenementen en locatieprofielen;
3. De Beleidsregel Geluid bij buitenevenementen 2009 hierop aan te passen of dit als zodanig op te nemen in de nieuwe 'Nadere regel evenementen’.
Mevrouw Oosters (wethouder) moet motie 238 over het beperken van gehoorschade ontraden. Het
college heeft de balans tussen het aantal evenementen, de mogelijke overlast en de geluidsnormen reeds gevonden. In de binnenstad van Utrecht staan de gevels soms dicht op bepaalde locaties, waardoor er bij bepaalde evenementen hogere geluidsnormen worden toegestaan.
De voorzitter verklaart de behandeling van dit agendapunt voor geëindigd. Aan het eind van de vergadering zal gestemd worden over het voorstel, de amendementen en de moties. De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 21. Raadsvoorstel Zienswijze Ontwerpbegroting 2025 BghU, inclusief meerjarenperspectief 2026-2028. De heer Van Heuven (PvdD) memoreert dat hij vanmiddag heeft gevraagd dit voorstel niet als A-punt af te doen, zodat hij nog even de tijd zou hebben om de strekt ter vervanging te lezen. Inmiddels heeft hij dat gedaan. Wat hem betreft hoeft er over het voorstel niet meer gesproken te worden.
De voorzitter deelt mee dat aan het eind van de vergadering over het voorstel gestemd zal worden. 22. Raadsvoorstel Uitgangspuntennotitie Beleidsnota (deel)Omgevingsvisie Lage Weide. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vervangt de heer Talhaiou. De PvdA-fractie had verwacht dat in de
uitgangspuntennotitie iets zou worden gezegd over het grote belang van een mbo voor Lage Weide. Daarom dient zij motie 239 in (Samenwerking Lage Weide en mbo), waarin het college wordt
Raadsvergadering van 6 juni 2024
54
verzocht:
1. Een plan om goede samenwerking tussen het mbo-onderwijs en de bedrijven op Lage Weide te bevorderen op te nemen in de Omgevingsvisie Lage Weide,
2. De raad in Q1 2025 te informeren over de voortgang van deze initiatieven en de samenwerking tussen bedrijven en mbo-instellingen op Lage Weide.
Deze motie wordt mede ingediend door EenUtrecht en Student & Starter. De heer Stellinga (CDA) dient motie 240 in (Schenk klare wijn over windenergie op Lage Weide), waarin het college wordt opgedragen:
1. Onder de voorwaarde dat rekening wordt gehouden met de omgeving en met inachtneming van een zorgvuldig participatietraject te kiezen voor windenergie op Lage Weide;
2. De ruimtelijke inpassing van windenergie op Lage Weide uit te werken in de Beleidsnota (deel)Omgevingsvisie Lage Weide;
3. Het raadsvoorstel en de Uitgangspuntennotitie hierop aan te passen. Mevrouw Schilderman (wethouder) merkt op dat het klopt dat de positie van het mbo niet in de
uitgangspuntennotitie is opgenomen, terwijl het wel de bedoeling was om daarin de betere positie van het mbo en de mbo-banen op Lage Weide op te nemen. Zij wil de in motie 239 voorgestelde aanvulling overnemen.
Motie 240 (Schenk klare wijn over windenergie op Lage Weide) vindt zij iets te voortvarend. De
beleidsnota "Opwekgebieden schone energie in Utrecht" is pas in concept ter inzage gelegd. Zij
verwacht dat de nota pas in Q4 naar de raad gestuurd zal worden. Tot op heden staat daarin dat een focusgebied op Lage Weide aangegeven zal worden. De Omgevingsvisie Lage Weide is op dat
moment hopelijk en waarschijnlijk al verder, maar dat zal niet de plek zijn waar de afweging over dit punt gemaakt zal worden. Ook uit oogpunt van een zorgvuldig participatieproces over potentiële
windmolens op Lage Weide is de beleidsnota "Opwekgebieden schone energie in Utrecht" de plek om het gestelde in de motie op te nemen. Zij ontraadt motie 240.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) merkt op dat motie 239 is overgenomen en kan worden ingetrokken. De voorzitter deelt mee dat aan het eind van de vergadering over het voorstel en de motie gestemd zal worden.
23. Raadsvoorstel Intrekken voorbereidingsbesluit tabaksspeciaalzaken 2023. De voorzitter stelt vast dat over dit voorstel niemand het woord vraagt. Aan het aan het eind van de vergadering zal gestemd worden over het voorstel.
24. Raadsvoorstel Tweede tranche maatregelen op gang houden woningbouw. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat er verschillende voorstellen worden gedaan. Een daarvan betreft het krachtstation. In de commissie werd niet duidelijk wat de onderbouwing was van het
opnemen daarvan. Later kreeg de commissie een brief waarin werd uitgelegd wat een krachtstation
is. Dat was echter de vraag niet. Daarna heeft hij ambtelijk het een en ander uitgevraagd. Daarop is veel informatie gekomen. Wat hem betreft is de onderbouwing nu voldoende.
Wel vraagt hij de wethouder hoe de raad kan weten welke projectvoorstellen onder de maatregelen
Raadsvergadering van 6 juni 2024
55
vallen en welke niet. Kan er een soort afwegingskader gevonden worden, op basis waarvan duidelijk wordt gemaakt om welke redenen een project wordt voorgesteld. De raad kan dan toetsen of die
redenen goed genoeg zijn. Op die manier wordt het proces navolgbaar en wordt voorkomen dat er precedenten worden geschapen.
De heer Snijder (Student & Starter) merkt op dat zijn fractie opnieuw voor een dilemma staat. Moet er gekozen worden voor de kamers die studenten echt willen, onzelfstandige studentenhuisvesting, of
voor de kamers die meer winst opleveren? Dit dilemma komt volgens Student & Starter helaas te vaak voor. Waar ligt de grens? Het is duidelijk dat Utrecht haar verantwoordelijkheden ten aanzien van studentenhuisvesting niet volledig nakomt, ondanks de goede inzet van de wethouder en de gemeente en de afgesproken prioriteiten in het coalitieakkoord.
De voorgestelde wijzigingen in de projecten krachtstation en Livingstonelaan, waarbij onzelfstandige studentenhuisvesting wordt omgezet naar zelfstandige huisvesting vanwege de financiële
haalbaarheid, vindt zijn fractie dan ook zorgwekkend. Het is belangrijk dat onzelfstandige
studentenhuisvesting behouden blijft, ook op andere plekken in de toekomst. Daarom dient zijn
fractie samen met Volt en EenUtrecht motie 241 in (We kunnen dat prima onzelfstandig!), waarin het college wordt verzocht:
1. Te onderzoeken of de toevoeging van goedkope koopwoningen aan de projecten de financiële haalbaarheid kan verbeteren, zodat onzelfstandige studentenhuisvesting toch mogelijk blijft;
2. Hierbij dan de parkeernorm op een minimum te zetten;
3. Dit onderzoek uiterlijk in Q4 2024 te presenteren aan de gemeenteraad.
Zijn fractie verwacht daarnaast extra inzet van de gemeente om de woningnood onder studenten aan te pakken en dit belangrijke aspect van studentenhuisvesting niet uit het oog te verliezen. Daarom dient hij samen met Volt en EenUtrecht motie 242 in (Verlies onzelfstandige studentenhuisvesting niet uit het oog), waarin het college wordt verzocht:
1. Bij de realisatie van studentenhuisvesting daadwerkelijk prioriteit te geven aan onzelfstandige studentenhuisvesting;
2. Zodra onzelfstandige studentenhuisvesting financieel niet mogelijk blijkt te zijn, voor andere
oplossingen te kiezen dan zelfstandige studentenhuisvesting, zoals hogere dichtheid, optoppen of toevoegen van koop of een ander woonprogramma;
3. Hierbij de aantallen voor onzelfstandige studentenhuisvesting op zijn minst gelijk moeten blijven. De heer Eerenberg (wethouder) vindt het fijn dat nu de tweede tranche maatregelen kan worden
besproken. Inmiddels hebben de raadsleden de derde tranche in hun mailbox ontvangen. Maandag
aanstaande zal hij de vierde tranche bespreken. Er wordt dus veel gedaan om door te bouwen en op projectniveau te kijken wat er gedaan kan worden om de woningnood te verminderen. Dat levert dilemma's op.
Het dilemma van de PvdA is hoe voorkomen kan worden dat er willekeur ontstaat en dat het nemen
van maatregelen ingewikkelde precedenten oplevert. De heer Van der Zweth vraagt of er een harder afwegingskader gemaakt kan worden op basis waarvan kan worden bepaald of iets wel of niet kan
worden gedaan. Dit is een interessante opdracht. Hij zegt toe dat te gaan doen. Hij zal zijn best doen om dat te combineren met de vierde tranche.
Student & Starter spreek over het dilemma van projecten die onder het huidige gesternte niet kunnen doorgaan. Door water bij de wijn te doen, kunnen er gelukkig toch studentenkamers opgeleverd
worden, maar niet de studentenkamers die men graag wil. Extra cynisch is dat iedereen dit niet wil; de studenten willen het niet en de ontwikkelaars en de verhuurders ook niet. Maar door alle regels
Raadsvergadering van 6 juni 2024
56
van het Rijk kan er met het realiseren van onzelfstandige kamers onvoldoende geld verdiend worden. Het is echt de landelijke regelgeving die iedereen dwingt om het zo te doen.
De vorige keer is hij door de raad op lobbypad gestuurd. Hij heeft gesproken met minister De Jonge en met de directeur-generaal. Er ligt dankzij de Tweede Kamer 20 miljoen in Den Haag om te
investeren voor dit doel, maar daar wordt niet op aangevraagd vanwege de strikte spelregels die er zijn. Hij heeft bepleit om als dat geld toch niet gebruikt wordt, dat te gebruiken voor dit type
projecten, zodat de kamers tenminste onzelfstandig kunnen worden, waarbij het verschil kan worden bijgepast. Hij hoopt vurig dat de Eerste Kamer de nieuwe wet op de betaalbare huur aanneemt.
Daarin staan ook nieuwe spelregels, waardoor het lonender wordt om weer meer kamers te maken en voor onzelfstandige kamers te gaan.
Als alles op tijd gebeurt en het allemaal meezit, zou er in de zomer met SSH opnieuw kunnen worden gekeken naar bijvoorbeeld de Livingstonelaan. Wellicht kan men het daar op basis van de nieuwe wetgeving toch nog een beetje beter doen. Dat gesprek zal er komen.
De moties 241 en 242 moet hij ontraden. Die zijn te hoekig. Als het niet lukt met de onzelfstandige studentenhuisvesting, zullen zaken als optoppen of het toevoegen van extra woningen niet werken. Wat hem betreft moet er echt ingezet worden op betere spelregels uit Den Haag en een betere waarderingssystematiek in de wet. Daarnaast hoopt hij dat een deel van de door de Kamer
beschikbaar gestelde 20 miljoen richting Utrecht vloeit. In de volgende tranche kan er dan iets meer gedaan worden en kan misschien de huidige tranche nog een beetje verbeteren.
De voorzitter verklaart de behandeling van dit agendapunt voor geëindigd. Na de schorsing zal gestemd worden over het voorstel en de moties.
Er zal een kwartier geschorst worden. Daarna zullen de stemmingen plaatsvinden. De voorzitter schorst daarop de vergadering tot 22.40 uur. De voorzitter heropent de vergadering en verwelkomt Bina Chirino en Berdien van der Wilt terug in de raad. Mohamed Talhaoui is vanavond nog afwezig wegens ziekte, zodat er gestemd zal worden door 44 raadsleden.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) trekt motie 222 (Geef (vrijwilligers-)organisaties ook hun evenement) in, nu is toegezegd dat het in de motie gevraagde in 2026 alsnog gaat gebeuren.
De voorzitter stelt aan de orde de stemming over de moties die zijn ingediend tijdens de behandeling van agendapunt 15, Spoeddebat over Inbesteding Stadsgeldbeheer.
Aan de orde is de stemming over motie 199 (Niet overhaast Stadsgeldbeheer inbesteden). Over motie 199 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van EenUtrecht, Utrecht Solidair, UtrechtNu!, BIJ1 en DENK ervoor gestemd hebben en de overige leden ertegen, zodat de motie is verworpen.
De voorzitter stelt aan de orde de stemming over de moties die zijn ingediend tijdens de
behandeling van agendapunt 16, Spoeddebat over politie-inzet bij pro-Palestina demonstraties Universiteit Utrecht.
Raadsvergadering van 6 juni 2024
57
Aan de orde is de stemming over motie 201 (Veroordeel het politiegeweld). Mevrouw Fattal (GroenLinks) merkt op dat GroenLinks kritisch is over de politie-inzet tijdens de
demonstraties. GroenLinks heeft de motie waarin gevraagd wordt te onderzoeken wat er gebeurd is, meeondertekend. Voordat dat onderzoek is afgerond, wil GroenLinks nog geen uitspraak doen over de politie-inzet.
De heer Snijder (Student & Starter) zal tegen de motie stemmen. Hij wil graag het onderzoek afwachten
Over motie 201 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van DENK, PvdD, BIJ1 en EenUtrecht ervoor gestemd hebben en de overige leden ertegen, zodat de motie is verworpen.
Aan de orde is de stemming over motie 202 (Geen plek voor Romeo's in Utrecht). Over motie 202 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van BIJ1, PvdD en DENK ervoor gestemd hebben en de overige leden ertegen, zodat de motie is verworpen.
Aan de orde is de stemming over motie 203 (Geef gehoor aan demonstranten). Mevrouw Meerding (VVD) vindt dat er een aantal goede dingen in de motie staan, waarmee haar
fractie het best eens is. Maar haar fractie is van mening dat de toon waarop het debat is gevoerd en
het wantrouwen dat daarbij richting de politie is uitgesproken, uiteindelijk de doorslag geeft om niet voor de motie te stemmen.
De heer Van Steeg (CDA) stelt dat zijn fractie de motie vrij eenzijdig vindt. Aan de andere kant vindt
ze wel dat er voor demonstranten een mogelijkheid moet zijn om gehoord te worden. Hij gaat ervan
uit dat dit echt een gesprek oplevert, zoals in de motie staat. Met die gedachte stemt zijn fractie voor de motie.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) merkt op dat zij tegen de motie stemt. Haar fractie heeft veel
respect voor de politie en voor de wijze waarop de politie al die tijd – want de demonstraties zijn al maanden gaande - handelt. Als er dan vernielingen worden gepleegd en er daarna wat klappen vallen, moet er niet gezeurd worden.
Over motie 203 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties
van BIJ1, PvdD, CDA, PvdA, GroenLinks, D66, DENK, Volt, ChristenUnie, Student & Starter, EenUtrecht, Stadsbelang Utrecht en Horizon ervoor gestemd hebben en de overige leden ertegen, zodat de motie is aangenomen.
Aan de orde is de stemming over motie 204 (Anton Pijpers, vertrek). Over motie 204 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van DENK en BIJ1 ervoor gestemd hebben en de overige leden ertegen, zodat de motie is verworpen.
Raadsvergadering van 6 juni 2024
58
Aan de orde is de stemming over motie 205 (Steun wederopbouw Gaza via VNG). De heer Koning (D66) merkt op dat zijn fractie de motie steunt. Zijn fractie heeft de burgemeester wel horen zeggen dat er geen gemeentelijk geld beschikbaar is.
Over motie 205 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van DENK, D66, GroenLinks, BIJ1, PvdD, PvdA, Student & Starter en EenUtrecht ervoor gestemd hebben en de overige leden ertegen, zodat de motie is aangenomen.
Aan de orde is de stemming over motie 206 (Meldpunt voor activisten). Over motie 206 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van DENK, PvdD, BIJ1 en EenUtrecht ervoor gestemd hebben en de overige leden ertegen, zodat de motie is verworpen.
Aan de orde is de stemming over motie 207 (Geen verbod op "From the River to the Sea, Palestine will be free").
De heer Stam (PvdA) merkt op dat de rechter en ook zijn fractie vindt dat deze zin gewoon gezegd mag worden. De motie verandert niks aan de strekking ervan. Daarom stemt zijn fractie tegen de motie.
Mevrouw Fattal (GroenLinks) stelt dat haar fractie zich daar voor een deel bij kan aansluiten. Ook wat
haar fractie betreft heeft het geen nut om te lobbyen bij een Kamer die in een motie al duidelijk heeft uitgesproken wat ze vindt, en bij een kabinet dat waarschijnlijk de mening van de indieners van de motie absoluut niet deelt. Haar fractie stemt daarom tegen de motie.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) merkt op dat Utrecht Solidair tegen de motie stemt, omdat ze de motie haatzaaierij vindt. Het is jammer dat de indienende partijen aan haatzaaierij doen.
Over motie 207 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van DENK, BIJ1, PvdD en EenUtrecht ervoor gestemd hebben en de overige leden ertegen, zodat de motie is verworpen.
Aan de orde is de stemming over motie 208 (UU verbreek banden met Israëlische instellingen). Over motie 208 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van DENK, PvdD, BIJ1 en EenUtrecht ervoor gestemd hebben en de overige leden ertegen, zodat de motie is verworpen.
Aan de orde is de stemming over motie 209 (Pleit voor erkenning Palestina). Over motie 209 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van DENK, D66, GroenLinks, BIJ1, PvdD, PvdA, Student & Starter en EenUtrecht ervoor gestemd hebben en de overige leden ertegen, zodat de motie is aangenomen.
Raadsvergadering van 6 juni 2024
59
Aan de orde is de stemming over motie 210 (Stadhuis in kleuren Palestijnse vlag). De heer Maas (Volt) merkt op dat Volt tegen de motie zal stemmen. Wel zou ze het een goed idee vinden om een moment te zoeken voor het halfstok hangen van de vlag.
Over motie 210 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van DENK, BIJ1 en PvdD ervoor gestemd hebben en de overige leden ertegen, zodat de motie is verworpen.
Aan de orde is de stemming over motie 211 (Zionisme = Racisme!). Over motie 211 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van DENK en BIJ1 ervoor gestemd hebben en de overige leden ertegen, zodat de motie is verworpen. Aan de orde is de stemming over motie 212 (Zorgvuldige aanpak bij inzet geweld ME). Mevrouw Meerding (VVD) merkt op er naar de mening van de VVD best wel goede dingen in de motie staan. Maar de ondertoon van de motie is dat de politie op dit moment nog niet goed zou handelen en onzorgvuldig te werk zou gaan. Daar is de VVD het niet mee eens. Daarom stemt ze tegen de motie.
Mevrouw De Vries (PvdD) merkt op dat de motie te vaag geformuleerd is. Het tweede onderdeel van het dictum geeft de politie veel ruimte om iets anders te doen dan in de motie wordt gevraagd. Om die reden stemt haar fractie tegen de motie.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) beoordeelt alleen het dictum van de motie. Hij heeft goed
geluisterd naar de burgemeester. Hij kan zich vinden in haar woorden. Daarom zal hij instemmen met de motie.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) merkt op dat de burgemeester de motie goed heeft uitgelegd. Op die manier kan zijn fractie de motie steunen.
De heer Sungur (DENK) is van mening dat er in de motie te veel vaagheden staan, waardoor er in de praktijk vrij weinig zal veranderen. Daarom zal zijn fractie tegen de motie stemmen.
Over motie 212 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van GroenLinks, D66, PvdA, BIJ1, ChristenUnie, EenUtrecht, Stadsbelang Utrecht en Utrecht Solidair ervoor gestemd hebben en de overige leden ertegen, zodat de motie is aangenomen.
Aan de orde is de stemming over motie 213 (Demonstreren is een recht, ook op de universiteit). Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) is het er absoluut mee eens dat demonstreren een recht is. In de jaren zeventig heeft ook zij heel erg gestreden voor het demonstratierecht. Maar helaas zijn er nu groepen die het demonstratierecht uit frustratie erg oprekken. Zij stemt tegen deze motie.
Raadsvergadering van 6 juni 2024
60
Mevrouw Nolten (BIJ1) heeft een punt van orde. Zij vindt dit geen stemverklaring. De voorzitter merkt op dat dit is gehoord. Overigens werd in een vorige stemverklaring gezegd dat sommige partijen aan haatzaaien doen. Hij wijst erop dat het niet is toegestaan om in een stemverklaring andere partijen aan te spreken.
Over motie 213 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van Horizon, EenUtrecht, Student & Starter, Volt, BIJ1, PvdD, PvdA, DENK, D66 en GroenLinks ervoor gestemd hebben en de overige leden ertegen, zodat de motie is aangenomen.
Aan de orde is de stemming over de actuele motie 198 (Bevordering veilige kattenkragen en vogelvriendelijke plekken in Utrecht).
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt dit een heel mooie, maar ook redelijk gratuite motie. Het is goed dat het probleem onderkend wordt. Hij stemt in met de motie.
Over motie 198 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van EenUtrecht, Stadsbelang Utrecht, Utrecht Solidair en Volt ervoor gestemd hebben en de overige leden ertegen, zodat de motie is verworpen.
Aan de orde is de stemming over amendement 46 (Meer middenhuur in Deelgebied 6). Over amendement 46 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de
fracties van VVD, CDA en Utrecht Solidair ervoor gestemd hebben en de overige leden ertegen, zodat het amendement is verworpen.
Aan de orde is de stemming over amendement 48 (Ambitie houden in goede en slechte tijden). Over amendement 48 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van VVD, EenUtrecht, Stadsbelang Utrecht, Utrecht Solidair en UtrechtNu! ertegen gestemd hebben en de overige leden ervoor, zodat het amendement is aangenomen.
Aan de orde is de stemming over het geamendeerde raadsvoorstel Nota van uitgangspunten Deelgebied 6 Merwedekanaalzone.
De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat het uitgeklede amendement is aangenomen. Hij had wel
verwacht dat de coalitie het coalitieakkoord hierin zou stoppen. Dat is niet de keuze van de VVD, maar de VVD kiest wel voor woningen, en zal het raadsvoorstel dus steunen.
De heer Stellinga (CDA) sluit zich voor wat betreft het kiezen voor woningen aan bij de stemverklaring van de VVD. Zijn fractie stemt voor het raadsvoorstel.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) stelt dat hij zich ongeloofwaardig zou maken als hij voor dit plan
zou stemmen. Het is financieel niet haalbaar en daarnaast is zijn fractie tegen de enorme verdichting en de enorme hoeveelheid woningen in de deelgebieden 4, 5 en 6. Zeker nu amendement 48 is aangenomen, stemt zijn fractie tegen het raadsvoorstel.
Raadsvergadering van 6 juni 2024
61
Over het geamendeerde raadsvoorstel wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat
de leden van de fracties van EenUtrecht, Stadsbelang Utrecht, Utrecht Solidair en UtrechtNu! ertegen
gestemd hebben en de overige leden ervoor, zodat het geamendeerde raadsvoorstel is aangenomen. Aan de orde is de stemming over motie 215 (Woonwensen Deelgebied 6 Merwedekanaalzone). Over motie 215 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van VVD, CDA, Utrecht Solidair en UtrechtNu! ertegen gestemd hebben en de overige leden ervoor, zodat de motie is aangenomen.
Aan de orde is de stemming over motie 218 (Meer woningen Merwedekanaalzone mogelijk maken). De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat zijn fractie dit onderdeel niet kan steunen. Er is echt wel een limiet aan wat er in de Merwedekanaalzone mogelijk is. Die limiet is zorgvuldig opgezocht. Er komt ook nog een fase 2 in deelgebied 5, die misschien ooit gerealiseerd gaat worden. Daarbij zal het
uitvoeren van de motie ertoe leiden dat er weer bruggen bij moeten komen. Wat zijn fractie betreft is het dus overbodig om op dit punt onderzoek te doen.
De heer Van der Zweth (PvdA) stelt dat ook zijn fractie op het standpunt staat dat 10.000 woningen
in de Merwedekanaalzone al heel veel is. Maar zijn fractie staat er wel voor open om te onderzoeken wat een hoger aantal woningen zou betekenen, zeker als men ook een ambitieuzer
woningbouwprogramma voor elkaar zou kunnen krijgen. Daarom stemt zijn fractie voor de motie. De heer Stellinga (CDA) deelt mee dat ook zijn fractie weinig problemen heeft met het onderzoeken van dingen. Ook de CDA-fractie stemt daarom voor de motie.
Over motie 218 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van GroenLinks, D66, DENK, PvdA, CDA, BIJ1, ChristenUnie, Student & Starter en Horizon ervoor gestemd hebben en de overige leden ertegen, zodat de motie is aangenomen.
Aan de orde is de stemming over motie 219 (Ruimte voor levensbeschouwing). De heer Stellinga (CDA) merkt op dat de naam van het CDA door omstandigheden niet onder de motie staat; dat had eigenlijk wel gemoeten.