CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

6e raadsvergadering 6 juni 2024

Gemeenteraad 11 juli 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen raadsvergadering 6 juni 202433.484 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

hartgrondig mee oneens. Zij zegt daarbij ook welk gevoel de motie bij haar oproept. Overigens

moesten in sommige steden waar een overnachting werd toegestaan de demonstraties daarna alsnog beëindigd worden, omdat er bijvoorbeeld vernielingen plaatsvonden. Daarbij komt dat de voorzitter van het college van bestuur niet in zijn eentje gehandeld heeft, maar dat heeft gedaan namens het

instituut. Daarnaast zal hij dat hebben beoordeeld aan de hand van de risico's die de universiteit en ook de eventuele overnachters zouden kunnen lopen.

De heer Sungur (DENK) hoort de burgemeester spreken over risico's en mogelijke vernielingen in

andere steden. Dit zijn allemaal redenaties vanuit wantrouwen, terwijl in het document van Amnesty heel duidelijk stond dat uitgegaan moest worden van vreedzame demonstraties. Hoe rijmt de burgemeester dat?

Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat er een verschil is tussen een vreedzaam protest in

de openbare ruimte en een bezetting van een gebouw. Daarover heersen verschillende opvattingen. De universiteit heeft wel degelijk ruimte geboden voor een demonstratie, als die zou plaatsvinden tussen de openings- en sluitingstijden en onder de voorwaarde dat andere gebruikers van het

gebouw daar geen hinder van zouden ondervinden. Dat is het beleid van de universiteit, dat aan de universiteit moet worden gelaten.

De heer Sungur (DENK) merkt op dat niemand hinder had van een paar tenten op het pleintje van de universiteit. In Utrecht is gekozen voor een andere, hardhandige aanpak, waarbij de demonstranten zijn weggevaagd. Dat is wat in de motie veroordeeld wordt.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) vindt dit een heel verkorte weergave van de werkelijkheid. De

bijeenkomst heeft uren geduurd. Er is uitgebreid gecommuniceerd, door de universiteit zelf en later ook door de politie, wat de spelregels waren. Het goede is dat veel mensen daar uiteindelijk gehoor aan hebben gegeven; dat wordt steeds vergeten. In de motie wordt gesproken over "de

demonstranten", maar een heel groot deel van die demonstranten luistert wel als hun gevraagd wordt om uit een gebouw te vertrekken, of vertrekt alsnog als de politie ingezet wordt om een bezetting te beëindigen. Zij stelt voor om ook op dit punt de nuance vast te houden.

Over motie 205 (Steun wederopbouw Gaza via VNG) merkt zij het volgende op. De raad heeft eerder

vrij hard uitgesproken dat de gemeente geen geld meer vrijmaakt voor wederopbouw, waar dan ook, na aardbevingen en allerlei andere situaties. In het commissiedebat heeft zij de heer Sungur verteld dat er wel degelijk nu al vanuit de VNG in de Palestijnse gebieden wordt gewerkt aan

capaciteitsversterking en hopelijk straks aan wederopbouw. In het licht van de eerdere uitspraak van

de raad kan zij motie 205 niet omarmen. Wel kan zij toezeggen dat zij het gevraagde in de motie als voorzitter van de VNG op de agenda zal zetten en ervoor zal zorgen dat de programma's die

momenteel lopen in de komende tijd niet van de agenda gaan. Overigens loopt het geld over het algemeen via het ministerie van Buitenlandse Zaken, dus daar is men wel afhankelijk van.

Raadsvergadering van 6 juni 2024

22

De heer Sungur (DENK) merkt op dat in de motie niet wordt gezegd dat de gemeente geld moet

geven. In de motie wordt expliciet gevraagd om de VNG op te roepen tot actie. Volgens hem gebeurt dat al; dat is ook in lijn met wat de burgemeester vorige week in de commissievergadering aangaf. Mevrouw Dijksma (burgemeester) leest toch meer in de motie. Als de motie vraagt wat zij vorige

week al heeft gezegd, is de motie overbodig. Maar in feite wordt in de motie verwacht dat ook de gemeente Utrecht een bijdrage levert. Zij kan immers moeilijk andere gemeenten oproepen een bijdrage te leveren als Utrecht zelf geen bijdrage levert. De VNG runt het programma, dus niet individuele gemeenten.

De heer Sungur (DENK) stelt dat het ook kan gaan om het leveren van kennis of mensen, zoals dat

ook in Oekraïne is gebeurd. Er kunnen gemeenten zijn die zeggen dat ze wel iets willen bijdragen. Die mogen dan niet worden uitgesloten.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) herhaalt dat dit moet lopen via de algemene ledenvergadering van de VNG. Die vindt overigens heel binnenkort plaats. Daar kan men een actuele motie indienen. De vereniging kan zich daar dan over uitspreken.

In motie 206 (Meldpunt voor activisten) wordt het college verzocht om een onafhankelijk meldpunt in te stellen. Formeel moet zij deze motie ontraden, omdat de motie ongedekt is. Als er een

meldpunt wordt ingesteld, nog los van het feit dat de gemeente daar de mensen niet voor heeft,

moeten daar financiën voor worden vrijgemaakt, en die zijn er op dit moment niet. Wel vindt zij het een goed idee dat er een dergelijk meldpunt in Nederland gaat komen. Zij heeft de indruk dat

Amnesty op dit punt al veel werk doet. Zij is bereid om met Amnesty hierover in overleg te treden.

Motie 207 (Geen verbod op "From the River to the Sea, Palestine will be free") ontraadt zij eveneens, ook in het licht van de motie die de raad eerder heeft aangenomen, waarin de burgemeester wordt opgeroepen om haar verbindende werk om groepen nader tot elkaar te brengen voort te zetten. Alleen al in deze raad kan men vaststellen dat de genoemde leus niet tot verbinding leidt. Zij

verzoekt de raad om het gestelde in de motie niet van haar te vragen. Zij zal dat sowieso ook niet doen.

In motie 208 (UU verbreek banden met Israëlische instellingen) wordt het college opgeroepen de

Universiteit Utrecht te vragen alle banden met Israëlische instellingen te verbreken. Ook deze motie

ontraadt zij. Op dit moment lopen er tal van gezamenlijke onderzoeken, bijvoorbeeld op het vlak van klimaat. Het is echt niet aan het college of de gemeenteraad om te beslissen om dergelijke

onderzoeken te beëindigen. Dat is aan de universiteit zelf, in overleg met de eigen achterban. Op dit moment bekijkt de universiteit de banden die zij met Israëlische instellingen heeft. De universiteit zal daar op een later moment op terugkomen. De motie doorkruist dit proces.

Zij is van mening dat de heer Sungur voor het gevraagde in motie 209 (Pleit voor erkenning

Palestina) zijn contacten in de Tweede Kamer moet aanspreken. Dit is niet iets wat de gemeenteraad

van Utrecht aangaat. Dit is bij uitstek een nationale kwestie, die in Den Haag besproken moet worden en niet in Utrecht. Daarom ontraadt zij motie 209.

In motie 210 (Stadhuis in kleuren Palestijnse vlag) wordt gevraagd het stadhuis uit te lichten in de

kleuren van de Palestijnse vlag. Het beleid in Utrecht is dat bij bepaalde gebeurtenissen de Utrechtse vlag halfstok wordt gehangen. Gelet op de verbindende rol die de gemeente en die zij als

burgemeester wil spelen, lijkt haar het halfstok hangen van de Utrechtse vlag ook een signaal om te laten zien dat men solidair is met de mensen die lijden onder dit type enorm hevige inzet.

Raadsvergadering van 6 juni 2024

23

Mevrouw Nolten (BIJ1) weet dat de Utrechtse vlag halfstok is gegaan na de gebeurtenissen op 7

oktober. Zij vraagt zich af wat het beleid is na bijvoorbeeld de aanval op Rafah van de afgelopen weken.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat daar niet apart voor is gevlagd. Overigens is het verschrikkelijk wat daar gebeurd is, maar zulke dingen gebeuren ook op andere plekken in de wereld. Daarvoor wordt in Utrecht niet elke keer de vlak halfstok gehesen.

Mevrouw Nolten (BIJ1) kan zich voorstellen, juist omdat in Utrecht zo uitgebreid gedemonstreerd

wordt voor de slachtoffers die vallen in Gaza, dat veel Utrechtse burgers het zouden waarderen als dit wel gebeurt. Is de burgemeester van plan om dat in de toekomst wel te doen?

Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat Utrecht een vlaggenprotocol heeft. Daarin wordt

niet voorgeschreven dat er in dit geval op deze manier gevlagd moet worden. Soms wordt de vlag halfstok gehangen op basis van een verzoek vanuit de raad, maar daar wordt heel terughoudend mee omgegaan, omdat dit altijd leidt tot nieuwe discussies.

Mevrouw Nolten (BIJ1) merkt op dat de burgemeester naar buiten is gekomen om met de

demonstranten te spreken toen die voor het stadskantoor demonstreerden. Zij kan zich voorstellen dat deze groep mensen het heel fijn had gevonden als er ook een vlag halfstok had gehangen voor de Palestijnse slachtoffers.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat zij naar buiten is gekomen – dat was haar ook

gevraagd – om de demonstranten te woord te staan. Ook dat is een manier om te laten zien waar je staat.

Over motie 211 (Zionisme = Racisme!) wil zij niet zo veel zeggen. Deze uitspraak heeft in het hart

van de joodse gemeenschap, ook in Utrecht, een bepaalde klankkleur. Een dergelijke uitspraak helpt niet. Om die reden ontraadt zij de motie.

Zij vindt het jammer dat de heer Dijkstra in motie 212 (Zorgvuldige aanpak bij inzet geweld ME) één moment waarvan hij vond dat er te snel werd opgetreden, en waarover al een goed gesprek is

geweest met de politie, heel erg verbreedt. Zij heeft al overleg gehad met de politie. Het is eigenlijk de bedoeling om het altijd zo te doen zoals de heer Dijkstra in zijn motie heeft beschreven. Ook de politie zelf vindt dat. Zij kan het oordeel over de motie daarom aan de raad laten.

De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat in de motie gezegd wordt dat er meerdere vorderingen

moeten worden afgegeven alvorens geweld te gebruiken. Zorgt dat er niet voor dat er meer discussie ontstaat over wanneer de politie mag optreden?

Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat die discussie er altijd al is. Er wordt altijd meerdere keren gevorderd, alleen zie je soms – dat is het voorbeeld waar de heer Dijkstra op doelt – dat dit niet altijd goed meegekregen wordt, of dat het snel gaat. Dat moet je dus zo zorgvuldig mogelijk doen. Het is goed om daarvan te leren.

De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat het goed is dat de politie kritisch naar zichzelf wil kijken

omdat ze prudent wil optreden. Maar het is ook goed om te zeggen dat er duidelijke regels zijn rond

Raadsvergadering van 6 juni 2024

24

het vorderen. Als er gevorderd wordt, moet men gewoon weggaan. Hij vraagt zich af wat de motie bijdraagt.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) stelt dat dit klip-en-klaar is. Als er gevorderd wordt, moet men daarnaar luisteren.

De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat in de motie een andere suggestie gewekt wordt. Mevrouw Dijksma (burgemeester) stelt dat zij specifiek kijkt naar het dictum van de motie. Daarin

wordt een verzoek gedaan dat redelijk is, aangezien dat al de werkwijze van de politie is. Dat de raad dat nog een keer wil benadrukken, begrijpt zij. Zij ziet de motie niet als een inbreuk op de tot nu toe gehanteerde werkwijze, maar als een bevestiging van de wijze waarop het hoort te gaan.

De heer Bosch (UtrechtNu!) merkt op dat in de motie staat dat waar mogelijk meerdere keren moet worden gevorderd alvorens er geweld gebruikt wordt. Het moet echter duidelijk zijn dat de politie niet meerdere keren hoeft te vorderen.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) merkt op dat men met elkaar heel graag wil dat mensen die ergens moeten verdwijnen, dat uit zichzelf doen, zodat er geen geweld hoeft te worden gebruikt. Dat is ook

haar een lief ding waard en dat geldt ook voor de politie. Zij ziet de motie als een herbevestiging van dat feit.

De heer Bosch (UtrechtNu!) wist niet dat de gemeenteraad van Utrecht over de landelijke politie gaat. Mevrouw Dijksma (burgemeester) verduidelijkt dat de motie gaat over de wijze waarop de Utrechtse driehoek de politie inzet. De inzet van de politie is uiteindelijk haar bevoegdheid.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt dat als er al consensus was over de werkwijze zoals die in de motie is weergegeven, de motie dan overbodig is. Waarom adviseert de burgemeester dan positief over de motie?

Mevrouw Dijksma (burgemeester) merkt op dat zij de motie "oordeel raad" heeft gegeven. Daarbij

heeft zij gezegd dat ze niet negatief over de motie is. Als men de motie overbodig vindt, moet men tegenstemmen.

In motie 213 (Demonstreren is een recht, ook op de universiteit) wordt gevraagd om tafel te gaan met de Universiteit Utrecht en andere betrokkenen, zoals een vertegenwoordiger van Amnesty

Nederland. Dat zal gebeuren. Maar in de motie wordt ook gevraagd om de richtlijn die naar buiten is gebracht over het beleid rondom demonstraties anders vorm te geven. Daarmee wordt zij opnieuw

aangezet tot het treden van de bevoegdheid van de Universiteit Utrecht. Zij vindt dat dit niet op die manier aan haar gevraagd kan worden. Het gesprek met de Universiteit wordt gevoerd. De

Universiteit voert dat gesprek ook met haar eigen achterban en ook met de demonstranten. Zij wil graag overleg voeren met de in de motie genoemde mensen, maar in de motie wordt de opdracht gegeven om op voorhand de richtlijn te wijzigen. Dat vindt zij niet verstandig.

De Partij voor de Dieren heeft gevraagd of zij kan toezeggen dat het nooit zal gebeuren dat dieren

door de politie worden ingezet vanwege capaciteitsproblemen. Dat is inderdaad niet de bedoeling. Als er te weinig capaciteit is, is de nationale politie er om Utrecht bij te staan. De inzet van dieren

Raadsvergadering van 6 juni 2024

25

heeft veel meer te maken met de effectiviteit van het optreden. Zij kan niet toezeggen dat er nooit dieren zullen worden ingezet.

Mevrouw De Vries (PvdD) vraagt wat de inzet van dieren te maken heeft met de effectiviteit. Ook

heeft zij gevraagd om de toezegging dat dieren niet achter de hand worden gehouden bij de inzet

van de politie. Waarom zouden dieren achter de hand moeten worden gehouden bij een vreedzame demonstratie?

Mevrouw Dijksma (burgemeester) weet niet wat de politie achter de hand heeft bij demonstraties. Het gaat in dit geval om het toestemming geven voor de inzet van dieren. Daar gaat zij wel over. Mevrouw Nolten heeft een mail van de universiteit aangehaald, die verstuurd zou zijn aan de

medewerkers van de universiteit, waarin de universiteit laat weten dat de gemeente heeft besloten dat er voorlopig geen evenementen met risico op nieuwe bezettingen in de binnenstad mogen

plaatsvinden. Zij kent die mail niet, maar zij zal het nagaan. Natuurlijk vinden er wel gesprekken

plaats met de Universiteit Utrecht over de wijze waarop zij haar gebouwen op een verstandige wijze kan beveiligen, maar deze opdracht heeft zij niet voor ogen. Zij zal dit moeten nakijken. Mevrouw Nolten (BIJ1) zal de betrokken mail naar de burgemeester doorsturen. De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De stemming over de moties zal plaatsvinden aan het eind van de vergadering. 17. Actuele moties De voorzitter wijst erop dat aan alle fracties wordt toegestaan om bij dit agendapunt één vraag aan een van de indieners en één vraag aan het college te stellen.

Motie 198. Bevordering veilige kattenkragen en vogelvriendelijke plekken in Utrecht. De heer Dijkstra (EenUtrecht) constateert dat katten jaarlijks in Nederland ongeveer 18 miljoen

vogels doden en dat daardoor de vogelstand afneemt, bij beschermde vogels gemiddeld jaarlijks met 5%. Loslopende katten dragen aanmerkelijk bij het verminderen van biodiversiteit onder vogels.

Zowel de Vogelbescherming als de Dierbescherming pleiten voor dergelijke kattenkragen in. Daarom dient hij motie 198 (Bevordering veilige kattenkragen en vogelvriendelijke plekken in Utrecht) in, die het college opdraagt om:

1. Een eenvoudige laagdrempelige voorlichtingscampagne uit te voeren, waarin

katteneigenaren worden geïnformeerd over de impact van katten op de vogelstand;

2. De katteneigenaren daarin aan te sporen om hun katten op een verantwoorde manier

buiten te laten, inclusief het gebruik van veilige felgekleurde kattenkragen (safety collars); 3. In dezelfde campagne vogelvriendelijke plekken in Utrecht te stimuleren;

4. Dit alles te doen samen met of op initiatief van lokale vogelgroepen en groeninitiatieven. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) wijst erop dat de gemeente kampt met een tekort van € 90 miljoen en dat deze campagne ook geld kost. Zij is benieuwd naar de dekking van de motie.

Raadsvergadering van 6 juni 2024

26

Het gaat de heer Dijkstra (EenUtrecht) met name om het signaal dat de gemeente afgeeft en niet om het opzetten van een grootschalige campagne.

De heer Van Heuven (PvdD) stelt dat het vooral de wilde kat is die verantwoordelijk is voor het doden van vogels en dat de safety collars weinig zin hebben. Wilde katten moeten gesteriliseerd worden. De heer Dijkstra (EenUtrecht) reageert dat de heer Van Heuven een goed punt maakt. In de stad Utrecht gaat echter het met name om huiskatten en niet om wilde katten die de vogels doden.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) beaamt dat katten een schrikbarende schade toebrengen aan de vogelstand. Is het niet beter om huisdiereigenaren te verplichten om hun kat binnen te houden?

De heer Dijkstra (EenUtrecht) reageert dat dat een goede suggestie is, zeker in het broedseizoen van vogels.

Mevrouw Voortman (wethouder) moet motie 198 ontraden. De genoemde maatregelen worden reeds

door de Dierenbescherming gecommuniceerd richting kattenverzorgers. De Dierenbescherming pleit voor een landelijke chipplicht en het college ondersteunt dit. Daarnaast weegt het college ook het

welzijn van de kat mee. Zij onderstreept de woorden van de heer Van Heuven. Het college kan tips

toevoegen aan de gemeentepagina over vogelvriendelijke tuinen. Voor extra maatregelen is er geen financiële dekking.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) meent te horen dat de wethouder de strekking van de motie deelt. Mevrouw Voortman (wethouder) ontkent dit. Deze maatregelen kunnen enig effect hebben, maar het is niet aan de overheid om deze maatregelen te treffen. De maatregelen zullen bovendien per kat verschillen.

De voorzitter deelt mee dat aan het eind van de vergadering gestemd zal worden over de actuele motie.

Daarop schorst hij de vergadering.

(Bij heropening van de vergadering heeft de heer Zwanenberg het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan mevrouw Dijksma.) Na hervatting van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 18. Raadsvoorstel Nota van uitgangspunten Deelgebied 6 Merwedekanaalzone. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt het belangrijk dat er bij nieuwe gebiedsontwikkelingen

ook nadrukkelijk ruimte wordt gemaakt voor levensbeschouwing, zoals kerken, moskeeën en andere religieuze instellingen. Deze leveren een cruciale bijdrage aan de sociale cohesie in een wijk. Hij constateert dat Deelgebied 6 Merwedekanaalzone een nieuwe stadswijk moet worden waar Utrechters

kunnen wonen, werken en verblijven. Daarom dient hij mede namens DENK motie 214 (Ruimte voor levensbeschouwing) op, die het college opdraagt om:

Raadsvergadering van 6 juni 2024

27

1. Bij de uitwerking van het omgevingsplan en de stedenbouwkundig(e) plan(en)) voor Deelgebied 6 Merwedekanaalzone nadrukkelijk voor levensbeschouwelijke organisaties, zoals kerken, moskeeën en andere religieuze instellingen, conform de richtlijnen uit het Koersdocument ‘Leefbare stad en

maatschappelijke voorzieningen’ te onderzoeken hoeveel ruimte er nodig is in Deelgebied 6 en hier ook vierkante meters voor te reserveren;

2. Voor de specifieke behoeften in contact te treden met levensbeschouwelijke gemeenschappen of hun koepelorganisaties, zoals bijvoorbeeld Platform Interculturele Kerken Utrecht, Samen Kerk In Nederland, Samenwerkingsverband Moskeeën Utrecht en Omgeving en Diyanet.

Hij stelt vast dat er een grote vraag is naar ruimte voor CPO-initiatieven, woongroepen,

friendswoningen en onzelfstandige studenteneenheden in Utrecht. Het verhogen van het percentage woningen voor ‘Overige huishoudens’ in Deelgebied 6 Merwedekanaalzone past bij de woonwensen

van een groeiende groep. Daarom dient hij mede namens Volt, Student & Stater en GroenLinks motie 215 (Woonwensen Deelgebied 6 Merwedekanaalzone) in, die het college opdraagt om: 1. Bij de uitwerking van het omgevingsplan en de stedenbouwkundig(e) plan(en)) voor Deelgebied 6 Merwedekanaalzone in te zetten op de volgende mix van doelgroepen: - 60 procent: 1-2 persoonshuishoudens (starters, ouderen, studenten (zelfstandig), huishoudens zonder kinderen.

- 30 procent: Meerpersoonshuishoudens

- 10 procent: Overige huishoudens (CPO, woongroepen, friendswoningen en onzelfstandige studenteneenheden);

2. Hierover de raad nader te rapporteren in Q4. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt wat van deze motie de gevolgen zouden zijn voor groepen als gezinnen.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) legt uit dat er hierdoor meer ruimte kan komen voor gezinnen, maar wel in de doelgroep "overige huishoudens".

De heer Te Hoonte (VVD) reageert dat hier maar een klein deel van de gezinnen aan wenst deel te nemen. Mogelijk beperkt dit zelfs de vrijheid van gezinnen in Deelgebied 6 Merwedekanaalzone. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) denkt van niet. Juist woongroepen en wooncorporaties zijn

plekken waar Utrecht in de toekomst wellicht op een betere manier met elkaar samen kunnen leven. De heer Stellinga (CDA) is blij met het voorliggende stuk, mede gelet op de realiteitszin die ervan uitgaat. Hij dient amendement 46 (Meer middenhuur in Deelgebied 6) in, met het dictum: De Nota van uitgangspunten Deelgebied 6 Merwedekanaalzone vast te stellen, met dien

verstande dat paragraaf 3.3.1 wordt aangepast, waarbij voor het gereguleerde woonprogramma de volgende percentages gehanteerd worden: -27,5% sociale huur

-5% studentenwoningen

-22,5% regulier sociaal programma -5% bijzondere doelgroepen -27,5% middensegment

-minimaal 17,5% middeldure huur -maximaal 10% middeldure koop.

Raadsvergadering van 6 juni 2024

28

De heer Snijder (Student & Starter) verheugt zich op de plannen voor de Merwedekanaalzone, want het zou zonde zijn als ongebruikte ruimte het komende jaar ongebruikt blijft. Tijdelijke

voorzieningen kunnen een waardevolle aanvulling zijn voor omwonenden, woningzoekenden en de

eerste bewoners van het gebied. Daarom dient hij mede namens Volt, EenUtrecht en D66 motie 216 (Omarm de braakliggende terreinen in Deelgebied 6) in, die het college opdraagt om:

1. Binnen de projectorganisatie van de Merwedekanaalzone het centrale loket voor tijdelijke voorzieningen hiervoor in te zetten;

2. Dit actief uit te dragen bij de partijen binnen en buiten het plangebied; 3. De mogelijkheid van tijdelijke evenementen expliciet mee te nemen;

4. De mogelijkheid voor tijdelijke studentenhuisvesting in bestaande gebouwen expliciet mee te nemen;

5. Bij het verstrekken van vergunningen en het sluiten van overeenkomsten te streven om overwegingen te maken voor periodes langer dan één of twee jaar.

Hij vraagt de wethouder om toe te zeggen dat hij in gesprek gaat met de Straatnamencommissie om een eerdere motie van GroenLinks, die oproept namen te geven aan niet-vertegenwoordigde groepen, toe te passen in Deelgebied 6.

Hij constateert dat de raad bij de vaststelling van de Omgevingsvisie Merwedekanaalzone in oktober 2021 heeft besloten de bruggen in Deelgebied 6 bij de Jutfasepunt en Overijssellaan niet vast te stellen onder andere omdat er grote weerstand bestond rondom het aanleggen van de grote hoeveelheid bruggen. Uit de documentatie bij het raadsvoorstel blijkt dat er in fase 1 van de

ontwikkeling van het Deelgebied 6 geen fietsbruggen over het Merwedekanaal nodig zijn en in fase 2

de noodzaak voor de ontwikkelingen van fietsbruggen onzeker blijft. De maatschappelijke weerstand tegen extra bruggen is nog steeds aanwezig, vooral bij roeiers en waterscouts. Hij dient daarom samen met EenUtrecht en Horizon motie 217 (Pas bruggen bouwen als we bruggenbouwen voor

Utrechtse watersporters) in, die het college opdraagt om: voordat de raad voorstellen krijgt voor de aanleg van bruggen bij Deelgebied 6 eerst alternatieven voor de watersporters geboden moeten worden, bijvoorbeeld polder Rijnenburg.

De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat er veel is onderhandeld over het verwijderen van bruggen,

terwijl in de voorliggende motie ruimte is om deze bruggen toch aan te leggen. Hij hoort graag een bevestiging dat het verbod op bruggen blijft staan.

De heer Snijder (Student & Starter) zou dit aan de raad willen voorleggen. De heer Te Hoonte (VVD) heeft het zo begrepen dat het een raadsbesluit betreft om überhaupt

bruggen te bouwen. Het behoeft een raadsbesluit om over te gaan tot het bouwen van bruggen en deze motie gaat daar tegenin. Daarom zou motie 217 ingetrokken moeten worden. De heer Snijder (Student & Starter) kan zich vinden in die woorden. De heer Claasen (GroenLinks) voelt spanning tussen de wens om de Merwedekanaalzone snel in

productie te krijgen en de wens om een bouwprogramma te hebben dat past bij de ambitie van het coalitieakkoord. Hij dient daarom mede namens Student & Starter, D66 en PvdA amendement 47 (Ambitie houden in goede en slechte tijden) in, met het dictum:

Aan het ontwerp raadsbesluit Nota van uitgangspunten Deelgebied 6 Merwedekanaalzone,

Raadsvergadering van 6 juni 2024

29

kenmerk 12048903 toe te voegen:

Beslispunt 3: "Een uiterste inspanning te doen om een bouwprogramma te realiseren met 40% sociale huur, 35% middencategorie en 25% dure woningen.

En: "Aanvullend onderzoek te doen naar maatregelen die de financiële haalbaarheid van dit project kunnen verbeteren zoals genoemd in het raadsvoorstel, aangevuld met mogelijkheden om het

aantal woningen verder te verhogen waarbij tevens de financiële impact van deze voorstellen in beeld worden gebracht en deze door een extern bureau worden beoordeeld. En daarbij te onderzoeken hoe binnen het Omgevingsplan flexibel omgegaan kan worden met het bouwprogramma."

- In dit onderzoek mee te nemen om het aantal van 10.000 woningen in Merwedekanaalzone beperkt los te laten, mits dit binnen de kaders van de beschikbare mobiliteit past;

- Bovenstaande in Q4-2024 aan de raad te verstrekken, zodat dit meegewogen kan worden bij de volgende stappen in Merwedekanaalzone Deelgebied 6".

De heer Te Hoonte (VVD) wijst op de afspraak om 10.000 woningen te realiseren. De raad zou bovendien altijd via een uitgangspuntennotitie geïnformeerd worden als er nieuwe stukken in behandeling worden genomen.

De heer Claasen (GroenLinks) memoreert dat tijdens het commissiedebat de wethouder vroeg om richting en marge. Een beperkte afwijking op het eerdere besluit kan onderzocht worden als men daarmee het resultaat in beeld krijgt.

De heer Te Hoonte (VVD) plaatst vraagtekens bij het begrip "beperkte afwijking". De heer Claasen (GroenLinks) legt uit dat een offer wordt gewogen tegen hetgeen het opbrengt. Een beperkte afwijking kan op dit moment niet gekwantificeerd worden.

De heer Te Hoonte (VVD) wijst op de voorwaarde van 10.000 woningen voor Deelgebied 5

Merwedekanaalzone. De coalitie lijkt nu te willen toornen aan de uitgangspuntennotitie. Hij roept de coalitie op om hierover na te denken.

De heer Claasen (GroenLinks) antwoordt dat erover nadenken in dit geval niet leidt tot een ander amendement.

De heer Te Hoonte (VVD) was voornemens om de uitgangspuntennotitie te steunen, maar

amendement 47 schendt alle afspraken rondom de Merwedekanaalzone. Daarmee trekt de VVD haar steun in en heroverweegt zij de steun voor deelgebieden 3, 4 en 5.

De heer Bos (Stadbelang Utrecht) aarzelt over de uitgangspuntennotitie om een aantal redenen. Als amendement 47 wordt doorgevoerd, zal de heer Bos het voorstel niet steunen.

De heer Van der Zweth (PvdA) steunt de uitgangspuntennotitie. Hij geeft aan dat het zinvol is om de ambitie op het percentage betaalbare woningen te verhogen als die ruimte er is. Daarmee steunt de PvdA ook amendement 47. Volgens de uitgangspuntennotitie wordt dit echter lastig, en daarom dient het college verder te kijken en te onderzoeken hoe het percentage betaalbare woningen

Raadsvergadering van 6 juni 2024

30

vergroot kan worden, ook in Deelgebied 6. Daarnaast meent de wethouder dat kleinere woningen waar nodig als optimalisatie achter in de rij staan. De PvdA hoopt dat dit zo blijft.

De heer Te Hoonte (VVD) stelt voor om dit in een motie te zetten in plaats van in een amendement. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt het belangrijk om de betaalbaarheidspercentages te amenderen. De heer Te Hoonte (VVD) heeft behoefte aan een schorsing later vandaag om te reflecteren op amendement 47.

De heer Van der Zweth (PvdA) begrijpt dat de timing van het amendement niet ideaal is. De heer Eerenberg (wethouder) benadrukt dat er in de Merwedekanaalzone straks een extra 1.500

tot 2.000 woningen gebouwd zullen worden. Hij begrijpt daarnaast het punt van de VVD dat het gaat om een dossier met historie en dat dit gerespecteerd dient te worden. Daarom dienen de besluiten op een zorgvuldige manier te worden genomen.

Dat brengt de wethouder bij amendement 46 over meer middenhuur in Deelgebied 6. Hij moet dit

amendement ontraden, want de doelgroepenpercentages komen niet overeen met de door de raad gekozen verdeling. Het siert het CDA dat het consequent blijft strijden voor middenhuur.

De heer Stellinga (CDA) vraagt om de motivering van de wethouder om amendement 46 te ontraden anders dan dat het niet strookt met de overtuiging van de coalitie.

De heer Eerenberg (wethouder) legt uit dat met amendement 46 het percentage sociale huur

verminderd zou worden en dat dit onwenselijk is, gezien de lange wachtlijsten en de kwetsbare groepen.

De heer Stellinga (CDA) wijst erop dat als gevolg van doorstroming meer middenhuur ook de sociale huur vrijmaakt.

De heer Eerenberg (wethouder) reageert dat er geen sprake is van een-op-eendoorstroming bij de bouw van elk nieuw middenhuurhuis. De snelste manier om meer sociale huurwoningen te realiseren, is om veel sociale huurwoningen te bouwen.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat het mogelijk is om het aantal sociale huurwoningen zoals de wethouder voor ogen heeft te realiseren als er wordt uitgegaan van de huidige basis aan sociale huurwoningen.

De heer Eerenberg (wethouder) komt hier graag later op terug.

Dat brengt de wethouder bij motie 216 over ongebruikte ruimte in Deelgebied 6. Hij kan deze motie overnemen. Daarbij merkt hij op dat het een organische ontwikkeling betreft en dat er op andere plekken steeds ruimte vrijkomt.

Hij reageert op motie 217 over pas bruggen bouwen als de gemeente bruggen bouwt voor Utrechtse watersporters. Er komt op een later moment een raadsvoorstel over de te bouwen bruggen. Tegen die tijd zal de raad moeten afwegen of er dan voldoende tegemoetgekomen is aan de wensen van roeiers. Daarmee ontraadt de wethouder motie 217.

Raadsvergadering van 6 juni 2024

31

Amendement 47 moedigt het college aan om het woonprogramma meer toe te spitsten op het

woonprogramma zoals dat in het coalitieakkoord is afgesproken. Het college wordt uitgenodigd om de grenzen op te zoeken van hetgeen eerder is afgesproken. Het zou zinnig zijn om als tussenstap eerst nader onderzoek te doen naar het precieze effect van amendement 47.

Datzelfde geldt voor motie 214 over meer ruimte voor levensbeschouwing: hier dient eerst onderzoek naar te worden gegaan.

De heer Van der Zweth (PvdA) legt uit dat amendement 47 vraagt om het doen van "een uiterste

inspanning" en om een aanvullend onderzoek te doen naar de hoeveelheid woningen. De PvdA zou de wethouder willen aansporen om de dilemma's aan te tonen.

De heer Eerenberg (wethouder) zou er voorstander voor zijn om voor amendement 47 en voor moties 214 en 215 eerst een onderzoek te organiseren.

De heer Te Hoonte (VVD) zou kunnen leven met een toezegging om een onderzoek in te zetten, maar niet met een amendement dat de eerdere afspraken schendt door naar meer dan 10.000 woningen te streven.

De heer Snijder (Student & Starter) vraagt of de wethouder wil toezeggen dat, wanneer de bruggen worden gebouwd, er een alternatief geboden kan worden voor de roeiers.

De heer Eerenberg (wethouder) reageert dat reeds bedongen is dat er een raadsbesluit volgt over de belangen van de roeiers. Op dat moment kan de raad wegen of er voldoende alternatieven voor de

roeiers gevonden zijn. Het college kan op dit moment, tien jaar voor dato, niet garanderen dat elke roeier over tien jaar naar zijn of haar oordeel voldoende alternatieven heeft gevonden.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) legt uit dat met de door het CDA beoogde woningmix het aantal

sociale huurwoningen op peil kan blijven, maar dat met een andere woningmix gekomen kan worden tot een optimalisatie. Zou dat ook kunnen worden betrokken in het door de wethouder voorgestelde onderzoek?

De heer Eerenberg (wethouder) denkt van niet. Het CDA stelt namelijk een forse vermindering van het aantal sociale huurwoningen voor.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) meent dat de wethouder relatieve en absolute cijfers door elkaar haalt. Door het aantal woningen te verhogen en het percentage sociale huurwoningen te verlagen, wordt het absolute aantal sociale huurwoningen niet lager.

De heer Eerenberg (wethouder) wijst erop dat er in het amendement 46 niets staat over onderzoek of iets dergelijks. De wethouder beoordeelt het amendement zoals het is opgeschreven.

De heer Stellinga (CDA) vindt het prima als de wethouder zijn amendement eerst onderzoekt. Hij

vraagt of de wethouder van mening is dat de hoeveelheid en de percentages middenhuur nooit ten koste kunnen gaan van de hoeveelheid sociale huurwoningen. In dat geval komt er van de

aanbevelingen van de Rekenkamercommissie niets terecht en is er heel veel sociaal, heel veel vrije sector en nul middenhuur.

Raadsvergadering van 6 juni 2024

32

De heer Eerenberg (wethouder) legt uit dat de Rekenkamercommissie terechte conclusies heeft

getrokken, maar dat dit ging over groei van middenhuur over de gehele stad. Het middensegment naar 27,5% brengen enkel in Deelgebied 6 ten koste van sociale huurwoningen strookt daar niet mee. Daarnaast zijn de reeds bestaande plannen voor Deelgebied 6 ten aanzien van het middensegment ambitieuzer dan in andere wijken in Utrecht.

De heer Stellinga (CDA) wil in elk geval weten of sociale huur ten koste mag gaan van middenhuur. De heer Eerenberg (wethouder) wijst erop dat het college geregeld plannen voorstelt met 100% middenhuur.

De wethouder moet motie 214 over ruimte voor levensbeschouwing ontraden, omdat deze motie

oproept om de uitkomsten te reserveren en geen rekening te houden met het onderzoek, dat in Q4 2024 besproken zal worden. De wethouder doet een beroep op de flexibiliteit van de raad wanneer

er aanvullende zaken uitgezocht dienen te worden. Het reserveren van ruimte gaat namelijk altijd ten koste van iets anders. Dit dient eerst te worden afgewogen.

Hij kan motie 215 over woonwensen Deelgebied 6 Merwedekanaalzone positief adviseren. De wethouder kan amendement 47 positief adviseren.

De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of amendement 47 niet een motie zou moeten zijn. De heer Eerenberg (wethouder) reageert dat dit aan de raad zelf is. Als louter het woord "amendement" verandert in het woord "motie", verandert er niets.

De heer Van der Zweth (PvdA) stelt dat het voor marktpartijen uitmaakt of een

woningbouwprogramma in een uitgangspuntennotitie wordt geamendeerd of dat dit in een motie komt. Hier zit een politieke agenda achter.

De heer Eerenberg (wethouder) geeft de heer Van der Zweth gelijk: een amendement heeft feitelijk een andere uitwerking. Materieel gaat het college echter hetzelfde doen. De heer Snijder trekt moties 216 en 217 in.

Daarnaast hij heeft gevraagd om een toezegging of de wethouder in gesprek kan gaan met de

Straatnamencommissie om een eerdere motie van GroenLinks, die oproept namen te geven aan nietvertegenwoordigde groepen, toe te passen in Deelgebied 6.

De heer Eerenberg (wethouder) zegt toe in gesprek te gaan met de Straatnamencommissie om een eerdere motie van GroenLinks, die oproept namen te geven aan niet-vertegenwoordigde groepen, toe te passen in Deelgebied 6.

Mevrouw Meerdink (VVD) constateert dat de vergadering aanzienlijk is uitgelopen. Zij suggereert om te kijken welke raadsvoorstellen vanavond prioritiet hebben. De voorzitter schorst hierop de vergadering tot 19.45 uur.

Raadsvergadering van 6 juni 2024

33

(Bij hervatting van de vergadering heeft mevrouw Dijksma het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan de heer Zwanenberg.) De voorzitter heropent de vergadering en heet de aanwezigen welkom in de avondvergadering.

Speciaal heet hij de gasten van de raad op de publieke tribune welkom. Daarop stelt hij aan de orde de voortzetting van de behandeling van:

18. Raadsvoorstel Nota van uitgangspunten Deelgebied 6 Merwedekanaalzone. De heer Claasen (GroenLinks) merkt op dat er vandaag meermalen gesproken is over principes en

over politieke realiteit. In de pauze heeft hij nagedacht over de politieke realiteit, in de context van in het verleden gemaakte afspraken en in de commissie gewekte verwachtingen. Tegen de achtergrond van die realiteit trekt hij amendement 47 in en dient hij amendement 48 (Ambitie houden in goede en slechte tijden) in, waarvan het dictum bestaat uit de eerste twee regels uit het dictum van amendement 47. Het amendement houdt in dat het college wordt gevraag om een uiterste

inspanning te doen om te zorgen dat 40% van de daar te realiseren woningen bestaat uit sociale huurwoningen, 35% uit betaalbare huur- en koopwoningen en slechts 25% dure woningen. De indieners van het amendement hopen dat daarmee het plan haalbaarder wordt en dat meer Utrechters zonder een dikke portemonnee daar terechtkunnen.

De heer Vasters (D66) stelt vast dat er iets mis is gegaan in de communicatie bij het uit elkaar halen van amendement 47. Hij vraagt om een paar minuten schorsing. De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan de heer Vasters. De heer Vasters (D66) merkt op dat hij in de schorsing even overleg heeft gevoerd met de indieners van motie 48. De uitkomst is dat het amendement 48 niet wordt gewijzigd, maar dat hij motie 218 indient (Meer woningen in Merwedekanaalzone mogelijk maken), waarin het college wordt opgedragen:

1. Aanvullend onderzoek te doen naar maatregelen die de financiële haalbaarheid van dit project kunnen verbeteren zoals genoemd in het raadsvoorstel, aangevuld met mogelijkheden om het

aantal woningen verder te verhogen waarbij tevens de financiële impact van deze voorstellen in beeld worden gebracht en deze door een extern bureau worden beoordeeld. En daarbij te onderzoeken hoe binnen het Omgevingsplan flexibel omgegaan kan worden met het bouwprogramma,

2. Om in het aanvullende onderzoek naar de financiële haalbaarheid van het project, zoals

gerefereerd in amendement "Ambitie houden in goede en slechte tijden", de mogelijkheid mee te nemen om het aantal van 10.000 woningen in Merwedekanaalzone beperkt los te laten, mits dit binnen de kaders van de beschikbare mobiliteit past,

3. Bovenstaande in Q4-2024 aan de raad te verstrekken, zodat dit meegewogen kan worden bij de volgende stappen in Merwedekanaalzone Deelgebied 6.

Deze motie wordt mede ingediend namens Student & Starter. Mevrouw Bode (Volt) hoort graag van D66 over welk type woningen deze motie gaat.

Raadsvergadering van 6 juni 2024

34

De heer Vasters (D66) legt uit dat het om verschillende woonvormen gaat. Het gaat met name om woningen die iets bijdragen aan de businesscase.

Mevrouw Bode (Volt) wijst erop dat woningen die bijdragen aan de businesscase, meestal niet de betaalbare woningen zijn. Is dit een pleidooi voor meer dure woningen?

De heer Vasters (D66) legt uit dat motie 218 een pleidooi is voor woningen in plaats van geen woningen. D66 heeft liever kleinere woningen dan een plangebied zonder woningen.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) trekt motie 214 in. Hij dient mede namens DENK motie 219 (Ruimte voor levensbeschouwing) in, die het college opdraagt om:

1. Bij de uitwerking van het omgevingsplan en de stedenbouwkundig(e) plan(en) voor Deelgebied 6 Merwedekanaalzone nadrukkelijk voor levensbeschouwelijke organisaties, zoals kerken, moskeeën en andere religieuze instellingen, conform de richtlijnen uit het Koersdocument ‘Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen’ te onderzoeken hoeveel ruimte er nodig is in Deelgebied 6; 2. Voor de specifieke behoeften in contact te treden met levensbeschouwelijke

gemeenschappen of hun koepelorganisaties, zoals bijvoorbeeld Platform Interculturele

Kerken Utrecht, Samen Kerk In Nederland, Samenwerkingsverband Moskeeën Utrecht en Omgeving en Diyanet.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) merkt op dat Kanaleneiland de laatste huisarts dreigt te verliezen omdat de gemeente geen plek kan bieden aan deze huisarts, terwijl het aantal gelovigen in

Nederland 20% is. Zou de gemeente zich niet harder moeten maken voor de huisartsen, die er wel voor iedereen zijn?

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) ziet juist in de stad een enorme behoefte aan plekken waar mensen van gedachten kunnen wisselen over hun geloof en waar zij de verbinding kunnen opzoeken.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) kan zich vinden in die woorden, zeker als het gaat om buurthuizen waar niemand wordt uitgesloten, maar het zou opmerkelijk zijn als de gemeente zich niet bezig zou houden met ruimte voor huisartsen en wel met ruimte voor religieuze aangelegenheden.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) kent alleen kerken en moskeeën waar iedereen welkom is en pleit ervoor om ruimte te maken voor huisartsen. Zij vallen ook onder de "leefbare voorzieningen" zoals beschreven in het dictum van de motie.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt om de bevestiging van de ChristenUnie dat de gemeente zich hard moet maken om in elke wijk ruimte te maken voor een huisarts.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) bevestigt dit, en dat geldt ook voor de Merwedekanaalzone. De heer Stellinga (CDA) dient motie 220 (Onderzoek meer middenhuur in Deelgebied 6) in, die het college oproept om:

1.Te onderzoeken of het haalbaar is om het middensegment in het gereguleerde

Raadsvergadering van 6 juni 2024

35

woonprogramma te laten stijgen;

2. De raad in Q4 te informeren over de uitkomsten van dit onderzoek. De heer Eerenberg (wethouder) constateert dat er op heel veel punten draagvlak is voor het

masterplan omtrent de Merwedekanaalzone en dat op andere punten de raad het college aanmoedigt om een extra stap te zetten. Meer woningen van de ene categorie, betekent echter minder woningen van de andere categorie.

De wethouder geeft amendement 48 oordeel raad met een positief advies.

De wethouder geeft motie 215 over de woonwensen Deelgebied 6 Merwedekanaalzone oordeel raad met een positief advies.

De wethouder geeft motie 218 over meer woningen in Merwedekanaalzone mogelijk maken oordeel raad met een positief advies.

De wethouder geeft motie 219 over ruimte voor levensbeschouwing oordeel raad met een positief advies.

De wethouder geeft motie 220 over onderzoek naar middenhuur in Deelgebied 6 oordeel raad met een positief advies.

De voorzitter verklaart de behandeling van dit agendapunt voor geëindigd. Aan het eind van de vergadering zal gestemd worden over het voorstel, de amendementen en de moties.

19. Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop,

Coördinatiebesluit energielandschap Rijnenburg en Reijerscop en brief aan Provincie Utrecht over zoekgebieden zon en wind.

De heer Te Hoonte (VVD) constateert dat het college voornemens is windturbines te plaatsen in de

polder Rijnenburg & Reijerscop, terwijl de polder een toekomstige woningbouwlocatie is. Gedurende het gehele proces door inwoners van zowel Utrecht (Leidsche Rijn), De Meern en Nieuwegein is

aangegeven dat er grote bezwaren zijn tegen het plaatsen van windmolens, zoals ook blijkt uit het

vaststellingsrapport, en aan deze bezwaren is slechts in zeer beperkte mate tegemoet gekomen. Het college zegt lokale normen te stellen, maar kan op geen enkele wijze in de praktijk aantonen dat deze normen voor dergelijk hoge windturbines voldoende zijn. De ontwikkeling van het

energielandschap werd daarnaast beoogd om tijdelijk te zijn, in afwachting van eventuele

woningbouw in de polder Rijnenburg, aangezien woningbouw in de toekomst gehinderd kan worden door de aanwezigheid van de windturbines, zeker als landelijke normen worden aangescherpt.

Daarom dient hij mede namens UtrechtNu!, EenUtrecht, Utrecht Solidair en het CDA amendement 49 (Geen windturbines in Rijnenburg en Reijerscop) in, met het dictum:

Alle beslispunten van het ontwerp raadsbesluit Raadsvoorstel Chw bestemmingsplan, Windpark

Rijnenburg en Reijerscop, Coördinatiebesluit energielandschap Rijnenburg en Reijerscop en brief aan

provincie Utrecht over zoekgebieden, kenmerk 119722366 te schrappen en 2 nieuwe beslispunten in te voegen:

1. Niet Akkoord te gaan met het vaststellingsrapport met daarin de beantwoording van de zienswijzen en wijzigingen over bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan, windpark

Rijnenburg en Reijerscop’. Omdat de verwerking van de zienswijzen onvoldoende recht doet aan de ingediende zienswijzen;

2. Het bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan, windpark Rijnenburg en Reijerscop’ dat is

vastgelegd in het digitale bestand NL.IMRO.0344.BPWINDRIJNENREIJER-VA01.gml met ondergrond

Raadsvergadering van 6 juni 2024

36

NL.IMRO.0344.BPWINDRIJNENREIJER-VA01.dgn niet vast te stellen, waardoor wordt voorkomen dat in het gebied windturbines worden geplaatst en de geplande toekomstige woningbouw beter te realiseren wordt;

3. Het niet-vast stellen te onderbouwen met de opgenomen overwegingen;

4. Het college op te dragen met Rijne-energie tot een financiële afwikkeling te komen. Eventuele kosten hiervan te zien als een investering in de toekomstige woningbouw en dit uit de daarvoor beschikbare voorzieningen en reserves te dekken.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) prijst het fidele amendement, maar ziet ook dat de eerste twee beslispunten overbodig zijn. Men kan simpelweg tegen het voorstel stemmen.

De heer Te Hoonte (VVD) heeft die beslispunten erin gezet voor het geval dat iemand zegt dat het

precieze plannummer moet worden genoemd dat niet wordt vastgesteld. De VVD denkt dat de eerste twee beslispunten noodzakelijk zijn. Hij raad de heer Bos aan om, net als in het verleden, tegen de windmolens in Rijnenburg en Reijerscop te stemmen.

Hij dient mede namens UtrechtNu!, EenUtrecht, Utrecht Solidair en het CDA amendement 50 (Integraal plan Rijnenburg) in, met het dictum:

Alle beslispunten van het ontwerp raadsbesluit Raadsvoorstel Chw bestemmingsplan, Windpark

Rijnenburg en Reijerscop, Coördinatiebesluit energielandschap Rijnenburg en Reijerscop en brief aan

Provincie Utrecht over zoekgebieden, kenmerk 119722366 te schrappen en 2 nieuwe beslispunten in te voegen:

"1. Niet Akkoord te gaan met het vaststellingsrapport met daarin de beantwoording van de zienswijzen en wijzigingen over bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan, windpark

Rijnenburg en Reijerscop’. Omdat de verwerking van de zienswijzen onvoldoende recht doet aan de ingediende zienswijzen;

2. Het bestemmingsplan ‘Chw bestemmingsplan, windpark Rijnenburg en Reijerscop’ dat is

vastgelegd in het digitale bestand NL.IMRO.0344.BPWINDRIJNENREIJER-VA01.gml met ondergrond

NL.IMRO.0344.BPWINDRIJNENREIJER-VA01.dgn niet vast te stellen, waardoor wordt voorkomen dat in het gebied windturbines worden geplaatst en de geplande toekomstige woningbouw beter te realiseren wordt;

3. Het college op te dragen tot integrale planuitwerking in de polder Rijnenburg te komen waarbij het positioneren van grootschalige energieopwek, investeringen in de

(energie)infrastructuur, recreatie waaronder de roeibaan en woningbouw in samenhang

worden ontwikkeld om zo tot een optimale en evenwichtige toedeling van functies te komen." De heer Stellinga (CDA) stelt dat er met het onterechte bestemmingsplan Rijnenburg een dappere

poging wordt gedaan, maar CDA kan er niet mee instemmen. Het CDA is voor windenergie, ook op land, maar vindt dat Rijnenburg nodig is voor betaalbare en duurzame woningbouw. De

omwonenden maken zich terecht zorgen over de vier windturbines, die dezelfde hoogte hebben als de Eiffeltoren.

De heer Vasters (D66) legt uit dat de polder groot is en dat er zowel ruimte is voor woningen als voor windmolens. Waarom die valse tegenstelling?

Raadsvergadering van 6 juni 2024

37

De heer Stellinga (CDA) reageert dat er geen sprake is van een tegenstelling wanneer vier

windturbines vlak bij bestaande woningen worden gezet. De externe effecten van een molen mogen niet worden onderschat en dat is precies wat hier gebeurt.

De heer Vasters (D66) wijst erop dat de polder groot is en dat de gehanteerde afstanden omvangrijk zijn.

De heer Stellinga (CDA) is van mening dat de afstanden in de polder Rijnenburg niet groot genoeg zijn, in tegenstelling tot de windturbines op de Maasvlakte.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) anticipeerde op een interruptie van D66 of GroenLinks waarin gemeld zou worden dat de windturbines 12 meter kleiner zijn dan de Eiffeltoren.

De heer Stellinga (CDA) bedankt de heer Bos voor zijn inbreng. De derde verdieping van de Eiffeltoren is 270 meter hoog.

De heer Van Heuven (PvdD) vindt de plannen niet ver genoeg gaan. Het gaat uiteindelijk om slechts vier windturbines, waarvan er één onzeker is. Bovendien krijgt de ecologie er geen boost van. PvdD

heeft in de commissie om een groen fonds gevraagd waarbij inkomsten van de OZB van de turbines gebruikt worden voor ecologische versterking van de twee gemeentelijke percelen waar turbines

komen te staan. Dit blijkt onmogelijk te zijn. De PvdD heeft twee vragen, mede namens GroenLinks: 

Kan de wethouder toezeggen om beide gemeentelijke percelen kruidenrijk te laten beheren tot de initiatiefnemers en met hen daarover goede afspraken te maken?

Kan de wethouder toezeggen de natuurontwikkeling op zo veel mogelijk grond in het

energielandschap mee te nemen en kan het college meenemen dat financiering hiervan komt uit de huur van grond?

Mevrouw Heijne (GroenLinks) is verheugd over de stappen die gezet worden richting meer duurzame energie in Utrecht. Daarnaast is haar dochter jarig op de dag dat de raad besluit over de

windturbines, en een duurzame toekomst is dan een mooi verjaardagscadeau. De toekomst kan niet zonder duurzame energie. Deze plaatsing van windturbines is niet vergelijkbaar met de werkwijze van Shell en de opbrengsten van het opwekken van energie zullen in het gebied blijven.

De heer Te Hoonte (VVD) vraagt in hoeverre de werkwijze van Mitsubishi niet vergelijkbaar is met die van Shell.

Mevrouw Heijne (GroenLinks) legt uit dat er sprake is van 50% lokaal eigendom: het project wordt

uitgevoerd door een bewonersorganisatie, die hard werkt om alles tot een succes te brengen. Dat is een essentieel verschil met de werkwijze van Shell. Zij is trots op alle mensen die zich vol overgave inzetten voor een schone toekomst voor de kinderen van Utrecht.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) wijst op adviezen van artsen dat windturbines

gezondheidsklachten en burnouts kunnen veroorzaken. 41 decibel kan zorgen voor schade als dit onophoudelijk doorgaat.

Raadsvergadering van 6 juni 2024

38

Mevrouw Heijne (GroenLinks) maakt zich niet zo veel zorgen om geluid dat vergelijkbaar is met het geluid van een koelkast.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) hoopt dat GroenLinks kan toezeggen dat, wanneer het toch

schadelijk blijkt om naast een windturbine te wonen, mensen dit op GroenLinks kunnen verhalen. Mevrouw Heijne (GroenLinks) is ervan overtuigd dat de vier windturbines een goede toevoeging zijn aan de stad.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) stelt voor om een enquête te houden in de stad over de

windturbines. Dan zal blijken dat de Utrechter hier schande van spreekt, behalve de Utrechters die er geld aan verdienen.

De voorzitter wijst erop dat het niet is toegestaan om te spreken in termen als "de Utrechter vindt dit" of "de Utrechter vindt dat".

Mevrouw Heijne (GroenLinks) is ervan overtuigd dat er een verantwoorde beslissing wordt genomen die belangrijk is voor de toekomst van de stad en van de kinderen.

De heer Bosch (UtrechtNu!) feliciteert mevrouw Heijne met haar dochter, maar niet met de

windturbines. Het voorliggende raadsvoorstel is namelijk zorgelijk. De gemeente Utrecht voldoet na

aanname van het voorstel enerzijds aan de RES-doelen, maar anderzijds zijn deze doelen niet op een

goede manier ingevuld door het college. UtrechtNu! is tegen windturbines en er rest niets anders dan tegen het voorstel te stemmen. Zijn partij zal altijd blijven strijden tegen de inefficiënte

bestuurscultuur van dit college, waarbij grote groepen inwoners worden opgezadeld met zaken die ze niet willen. Kernenergie is de enige oplossing om te voldoen aan een CO2-neutrale toekomst. Daarom dient hij motie 221 (Uranium Fever) in, die het college opdraagt om:

• Serieus werk te maken van de mogelijkheden voor kernenergie in de gemeente Utrecht, met speciale aandacht voor de polders Rijnenburg en Reijerscop;

• Beleidsmatig te onderzoeken hoe de gemeente Utrecht het budget uit het hoofdlijnenakkoord voor kernenergie kan inzetten om gecombineerde opgaven in de gemeente te realiseren, zoals de

ontwikkeling van een kerncentrale in combinatie met een bedrijventerrein, natuurgebied en/of woonwijk;

• In dit onderzoek mee te nemen hoe Rijksgelden effectief kunnen worden benut voor het

ontwikkelen van een innovatief en duurzaam project dat verschillende gemeentelijke opgaven combineert;

• De raad te informeren over de voortgang en resultaten binnen maximaal één jaar na de installatie van een nieuw kabinet en de mogelijke vervolgstappen voor de implementatie van kernenergie in de gemeente.

De heer Vasters (D66) hoort van de heer Bosch graag hoe Utrechters denken over een kerncentrale in de achtertuin.

De heer Bosch (UtrechtNu!) zou dat persoonlijk leuk en gezellig vinden. Maar als mensen na enquêtering geen kerncentrale in de achtertuin zouden willen, dan kan UtrechtNu! daarmee instemmen.

Raadsvergadering van 6 juni 2024

39

De heer Vasters (D66) vraagt of in deze motie dan niet zou moeten staan dat omwonenden over kernenergie worden gevraagd.

De heer Bosch (UtrechtNu!) beaamt dat, maar weet ook dat de motie toch niet wordt aangenomen. Daarmee is het een vingeroefening om te laten zien waar UtrechtNu! voor staat.

De heer Vasters (D66) weet voortaan hoe hij de moties van UtrechtNu! ongeveer moet beoordelen. De heer Bosch (UtrechtNu!) legt uit dat dit niet over alle moties gaat. Hij heeft echter niet het gevoel dat moties over kernenergie warme gevoelens oproepen in Utrecht.

De heer Van der Zweth (PvdA) benadrukt dat er in Rijnenburg veel woningbouw moet komen. De

PvdA gaat ervan uit dat de landelijke normen geen problemen gaan opleveren. De PvdA verzoekt de

wethouder om toe te zeggen de raad erbij te betrekken wanneer de landelijke normen toch wijzigen en dit invloed heeft op het proces.

De heer Stellinga (CDA) vraagt of de PvdA de standpunten gaat heroverwegen op het moment dat de landelijke normen wel problemen zouden opleveren.

De heer Van der Zweth (PvdA) reageert dat desondanks Klein Rijnenburg gerealiseerd moet worden, ook wanneer de windturbines en de afstandsnormen een probleem opleveren.

De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat bij twijfel men niet kan instemmen met een bestemmingsplan.

De heer Van der Zweth (PvdA) gaat ervan uit dat eventuele landelijke normen geen problemen gaan opleveren. De PvdA steunt het opwekken van duurzame energie.

De heer Te Hoonte (VVD) wijst erop dat door in te stemmen met het raadsvoorstel, Klein Rijnenburg in gevaar komt.

De heer Van der Zweth (PvdA) ontkent dit. Er kunnen altijd dingen veranderen, maar het heeft geen zin om een raadsvoorstel aan te passen op basis van hypothesen.

De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat er op dit moment nog geen normen zijn. De heer Van der Zweth (PvdA) gaat ervan uit dat eventuele de landelijke normen geen problemen

gaan opleveren. De partijen die interrumperen dienen überhaupt geen voorstellen in voor duurzame energie.

De heer Stellinga (CDA) wijst erop dat het CDA straks een voorstel indient om windenergie mogelijk te maken op de Lage Weide.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) memoreert dat in 2007 toenmalig raadslid Mirjam Bikker de

eerste motie indiende over het onderzoeken van de mogelijkheden tot windenergie in Rijnenbrug. In

Raadsvergadering van 6 juni 2024

40

2016 was het de motie van de Partij voor de Dieren die het plan nieuw leven in blies. Daarom is de ChristenUnie blij dat het zover is: er wordt gestemd over een raadsvoorstel met een

bestemmingsplan voor een windpark in Rijnenburg en Reijerscop. Dit is een mooie stap in de energietransitie.

De heer Vasters (D66) heeft tijdens het commissiedebat stilgestaan bij de klimaatcrisis en de

verantwoordelijkheid die de gemeente hieromtrent moet nemen. D66 steunt het voorliggende bestemmingsplan, waarmee het mogelijk wordt om de opwekking van duurzame energie te

verdubbelen. Het energieprobleem wordt daarmee deels opgelost en er wordt bijgedragen aan het woningtekort.

De heer Stellinga (CDA) verzoekt D66 om te reflecteren op de bijdrage die Noord-Rijnenburg aan de woningbouwcrisis zou kunnen leveren, neerkomend op 36% tot 40% van alles wat het kabinet tot 2030 van Utrecht vraagt op het gebied van woningbouw.

De heer Vasters (D66) heeft begrepen dat de noordzijde van deze polder niet uitermate geschikt is voor woningbouw in verband met de watersituatie. Aan de zuidkant daarentegen is er ruimte om 25.000 woningen te realiseren.

De heer Stellinga (CDA) is van mening dat windenergie beter op een andere plek gerealiseerd kan worden, zodat er meer woningen in Rijnenburg kunnen komen.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) wil het onzalige plan voor een windpark in Rijnenburg en

Reijerscop schrappen. Hij wenst iedereen echter wel veel succes met de realisatie ervan, gezien het aantal uitdagingen.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) voorspelt dat de Raad van State meer procedures zal gaan

behandelen als gevolg van het plan voor een windpark in Rijnenburg en Reijerscop. Daarnaast gaat dit alles de gemeente Utrecht veel geld kosten, terwijl dit geld veel beter besteed kan worden.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) benadrukt dat er veel goede redenen zijn om het plan voor een windpark in Rijnenburg en Reijerscop te realiseren, waaronder de netcongestie en de klimaatverandering.

Zij reageert op de vraag van de Partij voor de Dieren over de gemeentelijke percelen. De wethouder kan toezeggen om beide gemeentelijke percelen kruidenrijk te laten beheren door de initiatiefnemers en met hen daarover goede afspraken te maken.

Zij ontraadt amendementen 49 en 50, want de gemeente heeft niet voor niets hard gewerkt aan het plan voor een windpark in Rijnenburg en Reijerscop.

Zij ontraadt motie 221 over de Uranium Fever. In Nederland is de rijksoverheid verantwoordelijk voor kernenergie en zij heeft hiervoor twee locaties aangewezen: Borsele en de Maasvlakte. Hier bestaat weinig draagvlak voor onder de Utrechters.

De heer Eerenberg (wethouder) reageert als eerste op de vraag van de Partij voor de Dieren over de ontwikkeling van het noordelijk gebied. De wethouder zegt toe de natuurontwikkeling op zo veel

mogelijk grond in het energielandschap mee te nemen en de financiering hiervan uit de huur van de grond te laten komen. Het college werkt momenteel aan een programmatische verkenning, waarin

Raadsvergadering van 6 juni 2024

41

ook het noordelijke deel wordt meegenomen, en hier komt een nadruk te liggen op natuur,

waterberging en dergelijke. Of daarbij de huuropbrengsten benut kunnen worden, is onderwerp van onderzoek. Dit vergt echter een raadsbesluit.

Ook zegt de wethouder toe dat wanneer de landelijke normen worden aangepast en dit invloed heeft op het plan voor een windpark in Rijnenburg en Reijerscop, het uitgangspunt van het college blijft om beide ontwikkelingen mogelijk te maken.

De voorzitter verklaart de behandeling van dit agendapunt voor geëindigd. De stemming over het voorstel, de amendementen en de moties zal plaatsvinden aan het eind van de vergadering.

20. Raadsvoorstel Beleidsnota Locatiebeleid evenementen en wijziging APV gemeente Utrecht 2010, locatieprofielen evenementen

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) is voor spreiding van evenementen over de gehele stad en in de tijd.

Daarom dient de VVD mede namens het CDA amendement 51 (Spreid de hoeveelheid evenementen) in, met het dictum:

Beslispunt b van het ontwerp raadsbesluit Beleidsnota locatiebeleid evenementen en wijziging APV gemeente Utrecht 2010, locatieprofielen evenementen, kenmerk 12204416:

b. "Niet toestaan van middelgrote, grote en zeer grote evenementen op onverharde locaties van 1 november t/m 31 maart waarvoor een locatieprofiel geldt."

te schrappen: "En dientengevolge de nummering van beslispunt 1 hierop aan te passen."

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=10e66fc4-5add-4e9b-bdcf-af48dd869ae2