6e raadsvergadering 6 juni 2024
Tekst van het document
2024 NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT 6e vergadering – 6 juni 2024 Vergadering van de gemeenteraad, gehouden op donderdag 6 juni 2024 te 14.35 uur. Voorzitter: mevrouw Dijksma, burgemeester, afgewisseld door de heer Zwanenberg. Aanwezig zijn de leden: Aït Daoua, Al-Saqaff, Bode, Bos, Bosch, Chirino, Claasen, Dada-Anthonij, Dekkers, Deldjou Fard, Dijkstra, Fattal, Van der Graaf, Heijne, Hessel, Van Heuven, Te Hoonte,
Hornsveld, Kleinrensink, Koning, Maas, Meerding, Nolten, Paalman, De Pagter, Peters, Ramaker, Raaijmakers, Sasbrink, Smit, Snijder, Stam, Van Steeg, Stellinga, Stylianou, Sungur, Vasters, Vermeulen, Van Vliet, De Vries, Van der Wilt, Zwanenberg, Van der Zweth en Zwinkels. Afwezig is het lid: Talhaoui. Aanwezig zijn de wethouders: Eerenberg, Van Hooijdonk, Oosters, Schilderman, Streefland en De Vries.
Griffier: mevrouw Van Hall.
1. Opening. De voorzitter opent de vergadering en heet alle aanwezigen welkom, ook de mensen die thuis
meekijken of meeluisteren. De raadsleden Van der Wilt, Chirino en Talhaoui hebben laten weten later ter vergadering te zullen komen. 2. Vaststellen agenda. De heer Peters (D66) merkt op dat het voorstel onder agendapunt 21 (Raadsvoorstel Zienswijze
Ontwerpbegroting 2025 BghU, inclusief meerjarenperspectief 2026-2028) wat zijn fractie betreft een A-punt kan worden.
De heer Van Heuven (PvdD) wil graag wat tijd hebben om dit voorstel nog even te bekijken voordat erover besloten wordt.
De voorzitter stelt voor om het voorstel als B-punt op de agenda te laten staan en er later over te besluiten. Zij stelt vast dat de raad daarmee instemt.
De agenda wordt daarop zonder stemming ongewijzigd vastgesteld.
Raadsvergadering van 6 juni 2024
2
3. Ingekomen stukken. Met betrekking tot de lijst van ingekomen stukken wordt zonder stemming besloten overeenkomstig
hetgeen daaromtrent is voorgesteld. 4. Opheffing geheimhouding.
De voorzitter stelt voor om, conform artikel 89, lid 4 van de Gemeentewet, de door het college
opgelegde geheimhouding van de documenten zoals vermeld in de bij de agenda gevoegde bijlage, op te heffen.
Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van de voorzitter besloten. 5. Notulen raadsvergadering 25 april 2024. Deze notulen worden zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. 6. Notulen vragenuur 18 april, 16 mei en 23 mei 2024. Deze notulen worden zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. 7. Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan Helling 12-14. Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. 8. Raadsvoorstel Vestiging voorkeursrecht Thematerkade 4 te Haarzuilens. De heer Stellinga (CDA) merkt op dat de CDA-fractie van mening is dat dit voorstel niet noodzakelijk is en dat het ook een oneigenlijke manier is om de consequenties van het Didam-arrest te omzeilen. Zijn fractie stemt daarom tegen het voorstel.
De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat zijn fractie dit voorstel onnodig vindt. Het voorstel legt ook een onnodige werkdruk op de raad en tevens wordt het Didam-arrest omzeild. Het had ook op een
andere manier opgelost kunnen worden. Toch is de beoogde ontwikkeling logisch. Zijn fractie zal het voorstel daarom wel steunen, wel met de oproep om dergelijke zaken in de toekomst niet meer op deze manier te doen.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) sluit zich aan bij de stemverklaring van de CDA-fractie. Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. Op hun verzoek wordt aangetekend dat de leden van de fracties van CDA en EenUtrecht geacht wensen te worden tegen het voorstel te hebben gestemd.
9. Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan Thomas à Kempisplantsoen.
Raadsvergadering van 6 juni 2024
3
De heer Stellinga (CDA) merkt op dat de CDA-fractie naar dit plan heeft gekeken en heeft
geconstateerd dat er maar 20% middenhuur uit voortkomt. Zijn fractie vindt dat allerbelabberdst. In de toekomst moeten op dit punt de teugels weer worden aangehaald. Toch stemt zijn fractie voor, omdat ze in het verleden ook het SPvE heeft gesteund. Ze doet wel de oproep om in de toekomst strenger te zijn op dit punt.
Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. 10. Raadsvoorstel Beleidsnota Bibliotheek 2024 – 2034. Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. 11. Raadsvoorstel Zienswijze ontwerpbegroting GGDrU 2025. Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. 12. Raadsvoorstel Zienswijze Ontwerpbegroting 2025-2028 Het Utrechts Archief (HUA). Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. 13. Raadsvoorstel Wijzigingen Wgr GR Recreatieschap Stichtse Groenlanden. Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. 14. Raadsvoorstel Zienswijze financiële stukken VRU. Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. 15. Spoeddebat over inbesteding Stadsgeldbeheer. De voorzitter deelt mee dat dit spoeddebat is aangevraagd door de fracties van EenUtrecht en CDA. De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt dat het proces te overhaast is gegaan. Er is ook te weinig ruimte
geboden voor hoor en wederhoor met alle betrokken partijen, ook de cliëntorganisaties. Daarnaast is er nog geen goed beeld van alle voor- en nadelen en de impact van de inbesteding. Hij dient daarom motie 199 in (Niet overhaast Stadsgeldbeheer inbesteden) waarin college wordt opdragen:
1. De beslissing om de dienstverlening van Stadsgeldbeheer bij de gemeente in te besteden voorlopig aan te houden en niet in de huidige planning per 1 januari 2025 in te voeren;
2. De komende periode te benutten om de voor- en nadelen van inbesteden versus overlaten aan Stadsgeldbeheer goed in beeld te brengen en af te wegen, samen met betrokkenen;
3. Het eindresultaat te delen met de gemeenteraad.
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) merkt op dat zij de wethouder in het commissiedebat gevraagd heeft
om de overgangsperiode te verlengen, om meer tijd en ruimte te creëren voor een soepele overgang, in goede samenwerking met de Tussenvoorziening, en daarbij de client te betrekken. De wethouder heeft dat toegezegd. Is deze motie dan niet een beetje dubbelop?
Raadsvergadering van 6 juni 2024
4
De heer Dijkstra (EenUtrecht) verduidelijkt dat in de motie wordt bepleit om het besluit nog even aan te houden, zodat partijen echt de ruimte krijgen om alle plussen en minnen van het wel of niet inbesteden te delen.
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) merkt op dat als het besluit wordt uitgesteld, de onzekerheid van de cliënten dan nog langer duurt.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt dat 99% van de cliënten deze discussie ontgaat. Die zijn daar niet mee bezig. Het uitstel van de beslissing zal misschien onder de medewerkers en een deel van de
cliëntengroepen vragen oproepen, maar het belangrijkste is dat er een goed besluit genomen wordt, dat ervoor zorgt dat de drempel om deel te nemen zo laag mogelijk is voor de cliënten.
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) vindt dat dit op hetzelfde neerkomt. De cliënten worden bij de besluitvorming betrokken, wat zij overigens niet terugleest in de motie.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) wijst op de woorden "samen met betrokkenen" in het tweede punt van het dictum van de motie. Daaronder vallen nadrukkelijk ook de cliëntorganisaties. Een goede
discussie over de voor- en nadelen van inbesteding doet veel meer recht aan al het werk dat er tot nu toe aan besteed is.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt zich af waarom over deze zaak een spoeddebat gehouden moet
worden. Bovendien dient de heer Dijkstra een motie in terwijl er al een toezegging is gedaan over het in de motie gevraagde.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) legt uit dat er sprake is van een onomkeerbaar besluit, waar het college aan zal vasthouden. In de motie wordt het besluit op zichzelf ter discussie gesteld. Dat gaat verder dan de gedane toezegging.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) herhaalt dat zij de spoed niet ziet. De wethouder heeft toegezegd langer te wachten met het inbesteden, dus men heeft nog wat langer de tijd. Waarom propt de heer Dijkstra dan toch dit debat ertussen?
De heer Dijkstra (EenUtrecht) kent de wethouder als iemand die vaart wil maken. In de motie wordt
gevraagd een stapje terug te doen, zodat er even tijd is om te bekijken of het besluit wel verstandig was.
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) merkt op dat ook haar fractie heeft geworsteld met de vraag wat
het beste is. Ze vindt het in ieder geval belangrijk dat de doelgroep niet langer in onzekerheid wordt gelaten. Als de keuze wordt uitgesteld, blijft men in die onzekerheid hangen. Het is een goede zaak
dat er een plan van aanpak komt en dat goed wordt bekeken wat van Stadsgeldbeheer behouden kan worden en wat de gemeente gaat doen. Door het besluit uit te stellen, wordt er ook onrust gecreëerd.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) herhaalt dat de doelgroep zelf hier niet mee bezig is. Hij hecht eraan
dat er aan de voorkant op een goede manier hoor en wederhoor wordt georganiseerd en dat goed de
Raadsvergadering van 6 juni 2024
5
impact van het besluit kan worden overzien. Dat is volgens hem onvoldoende gebeurd. Hij vindt het belangrijk om dat alsnog te doen.
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) denkt niet dat er opeens andere inzichten komen als het besluit
wordt uitgesteld. Volgens haar zijn de belangenbehartigers, Rechtop en Goud, best wel positief over het besluit.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) had daar graag met Rechtop en Goud een goed gesprek over gevoerd. De adviezen van Rechtop en Goud zijn hem zijdelings ter ore gekomen nadat het besluit genomen
was. Dat had ook te maken met de koppeling van wonen en zorg, die nadrukkelijk werd gemaakt bij Stadsgeldbeheer, waar kritiek op was. Het is nog maar de vraag of de gemeente die koppeling
loslaat. Zulke dingen hadden moeten terugkomen in een debat voordat een besluit genomen werd. De heer Van Steeg (CDA) had een iets andere afdronk van het commissiedebat. Zijn fractie maakt
zich nog steeds zorgen over de onderbesteding. Hij vraagt zich af of dat uiteindelijk goed zal gaan
en of de goede functie die Stadsgeldbeheer nu vervult, zal kunnen worden voortgezet. Daarom dient hij motie 200 in (Blijf de kracht van Stadsgeldbeheer benutten), waarin het college wordt opgedragen:
1. Nader uit te werken welke verschillen er zijn in dienstverlening tussen de huidige werkwijze van Stadsgeldbeheer en die van de gemeente na inbesteding en daarbij mee te nemen in welke gevallen inbesteding aan de orde is bij complexe hulpvragen;
2. De toegevoegde waarde van diensten van Stadsgeldbeheer te benoemen en uit te werken hoe deze in de nieuwe situatie in goede samenwerking kunnen worden gecontinueerd;
3. Te zorgen dat geen mensen tussen wal en schip vallen en terughoudend te zijn met de overdracht van dossiers;
4. En de raad nog voor de zomer over de eerste stappen te informeren. Deze motie is mede ingediend door mevrouw Hessel.
Mevrouw Voortman (wethouder) is er niet voor om het besluit over de inbesteding uit te stellen,
zoals in motie 199 gevraagd wordt. Los van de vertraging die dat oplevert, vreest zij dat dit leidt tot
meer onzekerheid voor de betrokkenen, maar ook voor de medewerkers. Zij sluit zich kortheidshalve aan bij wat mevrouw Dada-Anthonij daarover gezegd heeft. Zij ontraadt motie 199.
Zij staat positief tegenover motie 200. Zij is het ermee eens dat veel geleerd kan worden van de
consulenten van Stadsgeldbeheer. Hopelijk komen velen van hen bij de gemeente werken, want de werkwijze van de consulenten wil het college graag in de organisatie krijgen.
Natuurlijk blijft er samengewerkt worden met de Tussenvoorziening op heel veel onderwerpen. Ook wethouder Streefland zal dat blijven doen. Of de Tussenvoorziening doorgaat met de afdeling
Stadsgeldbeheer als de gemeente niet meer inkoopt, weet zij niet, maar als dat wel gebeurt, wordt er natuurlijk samengewerkt. Ook op dat punt kan zij de heer Van Steeg tegemoetkomen.
De overdracht van dossiers ziet zij als volgt. Cliënten die aan het eind van het traject zijn, zullen dat traject bij Stadsgeldbeheer afmaken. Daar wil zij ruimte voor geven, ook in overleg met
Stadgeldbeheer. Nieuw instromende cliënten en cliënten die nog een lang traject moeten volgen, worden wel overgedragen. Zij kan motie 200 met deze uitleg overnemen.
Wel wordt in motie 200 gevraagd om een brief voor de zomer. Zij heeft echter al een brief toegezegd in september. Het lijkt haar beter om de raad na de zomer in een keer goed te informeren over de stappen die gezet zijn, ook al omdat er voor de zomer geen debat hierover kan worden
Raadsvergadering van 6 juni 2024
6
geagendeerd. De heer Van Steeg (CDA) heeft goed gehoord van de wethouder dat zij de samenwerking zoekt. De toon vandaag is ook iets anders dan in het debat in de commissie.
Als de bedoelde brief begin september bij de raad kan zijn, kan hij zich daarin vinden. Mevrouw Voortman (wethouder) zegt toe dat de raad de brief begin september zal ontvangen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat de wethouder de motie ook ontraadt omdat die tot
onzekerheid bij de medewerkers zou leiden. Maar de medewerkers van Stadsgeldbeheer hebben ook zorg over hoe het zal gaan met de overdracht. Is het argument van de onzekerheid bij de medewerkers het enige argument om tegen de motie te zijn?
Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat het argument ook is dat het aannemen van de motie de inbesteding met een jaar zou vertragen. Met Stadsgeldbeheer is al bekeken hoe een en ander in
de komende tijd vormgegeven zal worden. De afspraak is al gemaakt om daar ook met medewerkers van Stadsgeldbeheer over te spreken. Zo mogelijk zal zij daar zelf bij aanwezig zijn.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat in de motie bewust niet wordt gesproken over uitstel met een jaar. In de motie wordt gesproken over "voorlopig". Dat kunnen ook een paar maanden zijn.
Mevrouw Voortman (wethouder) leest in de motie vooral dat de beslissing over inbesteding moet
worden aangehouden. Dat is niet wat zij van plan is. Nu is de beslissing genomen om in te besteden. Als de uitwerking daarvan iets meer tijd vraagt dan tot 1 januari 2025, dan wordt er iets meer tijd genomen, maar de beslissing om in te besteden is wel genomen.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt de wethouder of zij erkent dat de volgorde in dit geval niet
correct is geweest. De wethouder heeft iets besloten en vervolgens mogen de betrokken partijen daar iets van vinden. Is zij het daarmee eens?
Mevrouw Voortman (wethouder) is het daar niet mee eens. Expliciet is met elkaar afgesproken waar de raad over gaat en waar het college over gaat. De keuze voor het instrument dat wordt ingezet – aanbesteden, inbesteden of een andere vorm – heeft de raad expliciet bij het college neergelegd.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) is blij met de toezeggingen die de wethouder doet. In de motie van het CDA wordt gesteld dat er geen mensen tussen wal en schip mogen vallen. Gaat de wethouder in de voor september toegezegde brief ook expliciet in op dit punt?
Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat dit het geval is. Ook het college wil dat er niemand tussen wal en schip valt.
De heer Van Steeg (CDA) trekt motie 200 in. De voorzitter stelt vast dat hiermee dit agendapunt is afgehandeld. De stemming over de motie zal plaatsvinden aan het eind van de vergadering.
Raadsvergadering van 6 juni 2024
7
De voorzitter schorst daarop de vergadering.
(Na heropening van de vergadering heeft mevrouw Dijksma het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan de heer Zwanenberg.) De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde: 16. Spoeddebat over politie-inzet bij pro-Palestina demonstraties Universiteit Utrecht. De voorzitter merkt op dat dit debat is geagendeerd door de fracties van BIJ1, DENK, EenUtrecht en PvdD.
Mevrouw Nolten (BIJ1) merkt op dat BIJ1 blij is om te zien dat studenten en docenten ondanks de grote hoeveelheid geweld van de politie blijven demonstreren tegen de genocide in Gaza en de
medeplichtigheid van universiteiten en andere instanties hieraan. BIJ1 staat voor, naast en achter hen en zal dat blijven doen. BIJ1 ziet het als haar rol om hun gelijk op straat hier in de raad te herhalen. Dat heeft BIJ1 vorige week ook gedaan tijdens het commissiedebat. De beantwoording van de
burgemeester in dat debat vindt zij ontoereikend. De burgemeester vraagt nuance van de raad, maar de nuance in haar eigen redevoering ontbreekt wat BIJ1 betreft. Ze snapt de rol en de positie die de burgemeester heeft en ze snapt dat ze bepaalde verantwoordelijkheden heeft ten opzichte van de
politie. Maar ze heeft ook verantwoordelijkheid ten opzichte van de veiligheid van de inwoners van
de stad. Wanneer nodig, zal de burgemeester dus kritisch moeten kunnen kijken naar de politie en het handelen van de politie. Waar de burgemeester zegt vooralsnog geen reden te hebben om de politie niet op haar woord te geloven, zou ze ook geen reden moeten hebben om vreedzame demonstranten en inwoners van Utrecht niet op hun woord te geloven.
Wie naar de demonstranten luistert en zelf aanwezig is geweest of beeldmateriaal heeft bekeken, kan niet anders dan tot de conclusie komen dat het politiegeweld bij de ontbinding van de demonstraties buitenproportioneel was. BIJ1 vindt het belangrijk dat de raad zich daarover uitspreekt en komt daarom, samen met de fracties van DENK, PvdD en EenUtrecht, met motie 201 (Veroordeel het politiegeweld), waarin wordt uitgesproken dat:
1. Het geweld dat is gebruikt bij de politie inzet tegen de vreedzame demonstranten op 7, 8 en 15 mei 2024 buitenproportioneel is geweest;
2. De toepassing van dit geweld wordt veroordeeld. De heer Koning (D66) vraagt wat precies door BIJ1 wordt bedoeld in de motie. Wordt er gezegd dat geweld wordt afgekeurd? Of gaat het over het optreden van de politie? Het lijkt hem belangrijk om dit scherp te krijgen.
Mevrouw Nolten (BIJ1) merkt op dat een groot onderdeel van het politieoptreden was dat er geweld is gebruikt. Dat keurt haar fractie af. Dat is ook in de twee punten van het dictum van de motie te lezen.
De heer Koning (D66) vraagt of het gaat om het geweld dat specifiek in deze situatie gebruikt is. Of gaat het om geweld in het algemeen?
Mevrouw Nolten (BIJ1) begrijpt niet goed waar de onduidelijkheid in zit. In het dictum van de motie
Raadsvergadering van 6 juni 2024
8
wordt specifiek gesproken over de politie-inzet op 7, 8 en 15 mei, die wat BIJ1 betreft buitenproportioneel was. Die inzet wordt veroordeeld.
De heer Koning (D66) vraagt hoe BIJ1 tot de overtuiging is gekomen dat er in geen enkel geval geweld toegepast had kunnen worden in deze casus.
Mevrouw Nolten (BIJ1) meent dat daarover in het commissiedebat uitgebreid over gedebatteerd is. In een nota van Amnesty wordt ook gezegd dat altijd moet worden uitgegaan van vreedzaamheid van
een demonstratie. Het bezetten van een gebouw mag. Daar moet ook ruimte voor gegeven worden. Dat mensen niet meteen weggaan bij een bezetting, betekent wat BIJ1 betreft niet dat op deze manier geweld mag worden gebruikt.
De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat mevrouw Nolten doet voorkomen dat een groot deel van het optreden van de politie uit geweld bestond. Deelt zij wel dat er aan het optreden van de politie een heel lang traject van praten en vragen om weg te gaan vooraf is gegaan?
Mevrouw Nolten (BIJ1) beaamt dat daar enigszins ruimte aan gegeven is. Maar ze vindt het wel zo fair om dan ook in perspectief te plaatsen dat deze studenten als sinds 2020 dit gesprek met de
universiteit aangaan, zonder dat daar ooit gehoor aan is gegeven. Dat het de universiteit niet uitkomt dat er nu gedemonstreerd wordt en er een bezetting plaatsvindt, rechtvaardigt volgens BIJ1 niet dat de studenten verwijderd mochten worden met dit geweld.
De heer Van Steeg (CDA) stelt dat er vele gesprekken hebben plaatsgevonden. Herhaaldelijk is
gevraagd om weg te gaan. Ten slotte zijn de demonstranten gevorderd om weg te gaan. Als zij dan
nog steeds niet weg willen gaan, dan kan de politie toch niet verweten worden dat ze is opgetreden? Mevrouw Nolten (BIJ1) verwijt de politie dat wél, zeker de manier waarop er is opgetreden. Ze heeft
een lange lijst met informatie verstrekt over hoe het politiegeweld is ingezet. Dat ging volgens haar alle perken te buiten.
De heer Van Steeg (CDA) stelt dat de burgemeester daar al op is ingegaan. Deelt mevrouw Nolten wel
dat de demonstranten zelf een verantwoordelijkheid hebben in hoe de politie met hen omgaat op het moment dat hen wordt gevraagd om weg te gaan en er ook wordt gevorderd?
Mevrouw Nolten (BIJ1) weet dat de demonstranten heel professioneel omgaan met de politie en daar ook woordvoerders voor hebben. Zij kennen heel goed de kaders waarbinnen zij mogen
demonstreren. Zij weten ook heel goed wat hun grondrechten zijn. Dat betekent echt dat zij ruimte moeten krijgen. BIJ1 staat daarom achter de keuze van de demonstranten om in de bezetting te blijven.
Mevrouw Meerding (VVD) vindt de term "politiegeweld" lastig. Dit begrip wordt vooral in Amerika
gebruikt om aan te duiden dat echt buitensporig geweld wordt ingezet door de politie, waar mensen ook gewond door raken. Zij is benieuwd of mevrouw Nolten dat in deze context bedoelt. Of spreekt zij zich überhaupt uit tegen enige vorm van politieoptreden?
Mevrouw Nolten (BIJ1) vindt dat het door mevrouw Meerding geschetste geweld in Amerika hier zeker
Raadsvergadering van 6 juni 2024
9
aan de hand is. Zij wil nog wel een keer door de lijst gaan met letsel dat is veroorzaakt bij de
demonstranten, die vreedzaam waren. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten. Zij hoopt dat dat voor mevrouw Meerding hetzelfde geldt.
Mevrouw Meerding (VVD) bestrijdt ten zeerste dat er sprake zou zijn van geweld in de Amerikaanse
context. De VVD werpt dat verre van zich. Zij hoort in elk geval een duidelijk antwoord van mevrouw Nolten, dus zij weet nu hoe zij de motie van mevrouw Nolten moet duiden.
Mevrouw Nolten (BIJ1) vervolgt dat BIJ1 tijdens de demonstraties op 8 en 15 mei opnieuw heeft
gezien dat de inzet van Romeo's de politie allesbehalve verbindend en voorspelbaar maakt, terwijl
dat toch het doel is. Daarom komt BIJ1, samen met DENK en de PvdD, met motie 202 (Geen plek voor Romeo's in Utrecht) waarin het college wordt verzocht per direct te stoppen met de inzet van Romeo’s bij demonstraties in Utrecht.
Daarnaast wil BIJ1 de minister graag handvatten bieden voor de evaluatiegesprekken die zij heeft
toegezegd. Daarom dient zij samen met DENK, PvdD, EenUtrecht, Student & Starter, GroenLinks en PvdA motie 203 in (Geef gehoor aan demonstranten), waarin het college wordt opgedragen:
1. Zoals voorgesteld door de burgemeester, met demonstranten in gesprek te gaan om hun ervaringen met de politie te evalueren;
2. Demonstranten hierbij de mogelijkheid te bieden anoniem hun ervaringen te delen, zonder aanwezigheid van politie;
3. Bij deze gesprekken Amnesty International direct te betrekken;
4. Specifiek voor deze casus, omdat de ervaringen van demonstranten en politie zo ver uit elkaar
liggen, een alternatieve manier mogelijk te maken om klachten in te dienen of melding te doen bij de politie en demonstranten hierbij te ondersteunen als zij hier behoefte aan hebben;
5. De uitkomsten van deze gesprekken en doorgeleiding naar de politie in Q3 terug te koppelen naar de raad.
Zij heeft ten slotte nog een vraag voor de burgemeester. Afgelopen vrijdag heeft de universiteit via een mail aan medewerkers laten weten dat de gemeente heeft besloten dat er voorlopig geen
evenementen met risico op nieuwe bezettingen in de binnenstad mogen plaatsvinden. Klopt deze berichtgeving? Zo ja, is dat niet in strijd met het recht op de vrijheid van onderwijs?
De heer Sungur (DENK) merkt op dat vorige week uitgebreid is stilgestaan bij de vreedzame
studentendemonstraties en de gewelddadige wijze waarop is ingegrepen door de politie. Dat
ingrijpen gebeurde in opdracht van de burgemeester, als gevolg van de aangifte van Anton Pijpers, voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Utrecht. Hij kon een vreedzame
demonstratie op het plein van de UU niet dulden. Wat in Amsterdam, Tilburg, Delft, Groningen, Maastricht en Rotterdam wel kon, mocht niet in Utrecht. De demonstranten mochten niet overnachten en werden weggevaagd.
Het is belangrijk om stil te staan bij de vraag waarom deze studenten, docenten en medewerkers zijn opgestaan. Het gaat om 75 jaar illegale bezetting. Meer dan 140 VN-resoluties die de
apartheidsstaat Israël veroordelen. In het afgelopen halfjaar zijn er meer dan 35.000 Palestijnen,
waarvan 70% vrouwen en kinderen, op brute wijze vermoord. Onderwijsinstellingen en ziekenhuizen zijn met de grond gelijk gemaakt; journalisten en zorgmedewerkers zijn vermoord. Toegang tot
voedsel en water is ontzegd. In de afgelopen maanden is er 25.000 ton aan explosieven ingezet door Israël.
Het Internationaal Gerechtshof heeft geoordeeld dat er aanwijzingen zijn voor een genocide.
Raadsvergadering van 6 juni 2024
10
De heer Van Steeg (CDA) heeft een punt van orde. Geagendeerd is het politieoptreden bij de
universiteit. Het oplossen van het conflict tussen Israël en Palestina is nu niet aan de orde. Hij
verzoekt de heer Sungur in te gaan op de demonstraties die hier hebben plaatsgevonden. Het maken van een statement is niet gepast.
De heer Sungur (DENK) antwoordt dat hij dit verzoek naast zich neerlegt. Al eerder heeft hij aangegeven dat deze agendering wat hem betreft wat breder ligt dan alleen de
studentendemonstraties. DENK heeft in de gemeenteraad ook eerder moties ingediend, met veel
meer partijen, waarin is gepleit voor een staakt-het-vuren en de vrijlating van gegijzelden. Toen is
een dergelijke opmerking niet gemaakt. Hij meent dat hij het recht heeft om zijn pleidooi te houden, omdat dit ook de Utrechters erg raakt.
De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat hij zijn opmerking ook heeft gemaakt tijdens het debat in de
commissie over de demonstraties. Het betoog van de heer Sungur vervuilt het debat. Hij ondergraaft daarmee het demonstratierecht in Nederland. Hij verzoekt de voorzitter om in te grijpen op het moment dat dit nodig is, want de raad is niet de plek om een politiek statement te maken dat losstaat van de raadsagenda.
De voorzitter verzoekt de heer Sungur om zich te houden bij het onderwerp, te weten het politieoptreden bij de demonstraties op de universiteit.
De heer Sungur (DENK) merkt op dat dit een spoeddebat is dat hij breder heeft geagendeerd. Hij wil die discussie niet nog een keer voeren; hij verzoekt de agendering goed na te lezen. Raadsleden
geven per definitie politieke statements af. Hij vindt het ongepast om de voorzitter op te roepen om
hem de mond te snoeren. Hij zal gewoon blijven zeggen wat hij vindt, ongeacht wat een deel van de raadsleden daarvan vindt. Hij zit in de raad om de Utrechters te vertegenwoordigen en dat blijft hij doen.
De heer Van Steeg (CDA) roept de heer Sungur op om dit laatste te blijven doen en geen statements
af te geven die de Utrechters niet aangaan. Het gaat om een internationaal conflict dat heel gevoelig ligt en dat veel mensen raakt, maar dat niet kan worden opgelost in de Utrechtse raad. Hij vraagt de voorzitter ervoor te zorgen dat de discussie beperkt blijft tot het onderwerp, te weten het politieoptreden op de universiteit.
De voorzitter merkt op dat hij de heer Sungur heeft verzocht zich te beperken tot het politieoptreden. Maar uiteindelijk gaat elk raadslid over zijn eigen woorden.
De heer Sungur (DENK) snapt het ongemak van het CDA, maar de demonstranten komen echt niet van Mars; dat zijn Utrechtse studenten en docenten die worden geraakt door wat er speelt in het gebied.
De heer Van Steeg (CDA) stelt dat iedereen het recht heeft om te demonstreren, ongeacht om welk onderwerp het gaat. Maar het gaat nu om de gang van zaken tijdens de demonstratie. De heer
Sungur linkt nu het onderwerp aan het recht op demonstreren. Dat moet juist niet worden gedaan, want daarmee wordt de suggestie gewekt dat de politie tegen demonstreren zou zijn. Hij vindt dit
Raadsvergadering van 6 juni 2024
11
echt schandalig. De voorzitter stelt voor dat wordt doorgegaan met het debat. De heer Sungur (DENK) wil toch even op de woorden van het de heer Van Steeg reageren. Hij vindt het triest dat de heer Van Steeg over de rug van de demonstranten, maar ook over de rug van de
mensen die in Gaza worden geraakt, en ook over zijn rug, er een politiek punt van wil maken. In het
commissiedebat heeft hij al aangekondigd dat hij ook moties zou indienen die over dat gebied gaan. Tot op heden heeft de heer Van Steeg hem daar niet over aangesproken. Wat de heer Van Steeg vandaag doet, vindt hij daarom uiterst triest.
De voorzitter zou het fijn vinden als men probeert elkaar met respect te bejegenen en zo veel
mogelijk bij het onderwerp van het debat te blijven. Hij vindt het vervelend dat men nu al vastloopt in dit debat.
De heer Van Steeg (CDA) wil toch even reageren op de woorden van de heer Sungur, die hem direct aansprak.
De heer Sungur (DENK) merkt op dat de heer Van Steeg begon, door woorden als "schandalig" te gebruiken.
De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan de heer Sungur voor het vervolgen van zijn betoog.
De heer Sungur (DENK) merkt op dat een van de demontranten, van Joodse komaf, beneden in de hal de volgende inspirerende woorden sprak: "De Joodse geschiedenis heeft ons geleerd dat als er
ergens een genocide plaatsvindt, je dan geen bijstander bent. Tegen alle demonstranten wil ik via
deze weg zeggen: jullie doen groots werk. Wijk niet, wees niet bang. Wees trots. Jullie hebben gelijk;
hou vol. Jullie staan aan de juiste kant van de geschiedenis en jullie zullen dan ook zegevieren. From the river tot the see, Palestine will be free."
De heer Bosch (UtrechtNu!) maakt een punt van orde. Hij wil een schorsing. Hij tolereert in de raad
geen antisemitische termen, geen Hamas-termen. De raad staat altijd op tegen antisemitisme, en de heer Sungur gebruikt nu een antisemitische leus. Hij accepteert dat niet.
De voorzitter merkt op dat de bedoelde leus voor verschillende mensen verschillende dingen
betekent. De rechters hebben het gebruik van die leus tot nog toe niet als strafbaar benoemd. De heer Bosch (UtrechtNu!) wil daarover nu niet in discussie gaan. Hij wil dat er nu geschorst wordt. De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan de heer Sungur.
Raadsvergadering van 6 juni 2024
12
De heer Sungur (DENK) wil nog even terugkomen op hoe hij is bejegend, met woorden als
antisemitisme, Hamas en dergelijke. Hij herinnert eraan dat hijzelf als eerste in de gemeenteraad van Utrecht een motie heeft ingediend over het plan van aanpak tegen antisemitisme, dat hij toen met mevrouw Streefland geïnitieerd heeft. Dat is hoe hij in de wedstrijd zit.
Mevrouw Meerding (VVD) spreekt nu namens een aantal partijen. De heer Sungur heeft voor de
schorsing een bepaalde leus uitgesproken die bij veel partijen heel veel gevoelens oproept en raakt. Om die reden vragen zij de heer Sungur hoe hij deze leus bedoelt en uitlegt.
De heer Sungur (DENK) begrijpt de leus aldus dat er wordt gepleit voor gelijkwaardige rechten van Palestijnen in het hele gebied. Daar gaat het over. Hij spreekt dus niet over een apartheidsstaat waarin een groep meer rechten heeft dan andere groepen. Het gaat om gelijkwaardige rechten.
Mevrouw Meerding (VVD) is blij om dat te horen, want wat zij absoluut niet zouden willen uitspreken, is een aanval op Joodse mensen, alsof die aangevallen zouden moeten worden en er niet meer
zouden mogen zijn. Zijzelf wil zich distantiëren van de uitspraak, omdat ze weet welke gevoelens die oproept.
De heer Bosch (UtrechtNu!) begrijpt dat de heer Sungur, gehoord diens uitleg van de uitspraak, niet oproept tot een genocide op Joodse mensen. Hij wil het hierbij laten.
De heer Sungur (DENK) is blij om te horen dat hij niet voor een genocide zou pleiten. Hij vindt het
vergaand dat zoiets verondersteld wordt. Hij heeft juist iemand van Joodse komaf geciteerd, die hem heel erg heeft geïnspireerd door te zeggen dat men van de Holocaust en de Joodse geschiedenis kan leren dat als er ergens een genocide plaatsvindt, men dan geen bijstander mag zijn. Dat is precies
wat hij vandaag probeert te doen: geen bijstander zijn. Hij pakt zijn verantwoordelijkheid; hij voelt
die heel heftig. Daarom vindt hij dat hij iets aan de situatie moet doen. Daarom staat hij hier vandaag en zal hij een aantal moties indienen, samen met BIJ1.
In motie 204 (Anton Pijpers, vertrek) wordt het college verzocht:
Bij het college van bestuur van de Universiteit Utrecht aan te dringen op het vertrek van Anton Pijpers.
De heer Paalman (Horizon) vraagt of de heer Sungur bekend is met het statement van de
Universiteitsraad van twee dagen terug. De Universiteitsraad is een democratisch gekozen orgaan, waarin zowel studenten als medewerkers zijn vertegenwoordigd. In dat statement gaat het
überhaupt niet over een mogelijk ontslag van de heer Pijpers. Ook wordt in dat statement niet
gesproken over het verbreken van de samenwerking met Israëlische universiteiten. Hij is daarom
benieuwd waarom DENK op dit punt moties indient, terwijl de democratische vertegenwoordiging van de Universiteit een andere conclusie trekt?
De heer Sungur (DENK) antwoordt dat de Universiteitsraad niet per se de vertegenwoordiger is van de studenten en docenten die hebben gedemonstreerd. De Universiteitsraad wordt gekozen door slechts een kleine groep van de studenten.
De heer Paalman (Horizon) stelt dat de Universiteitsraad het democratisch gekozen orgaan binnen de Universiteit Utrecht is dat over dit soort zaken gaat. Hij vindt niet dat de gemeenteraad, die helemaal
Raadsvergadering van 6 juni 2024
13
buiten de universiteit staat, zich daar tegenaan zou moeten bemoeien. De heer Sungur (DENK) herhaalt dat de Universiteitsraad niet per definitie de vertegenwoordiger is van degenen die demonstreren. DENK is bij de demonstraties aanwezig geweest en heeft
demonstraten gesproken. Veel van hen zeggen dat Anton Pijpers per direct zou moeten vertrekken, zeker gezien hoe men op andere universiteiten in het land is omgegaan met de
studentendemonstraties. Veel demonstranten hebben ook gevraagd of de gemeenteraad zich hierover zou kunnen uitspreken.
In motie 205 (Steun wederopbouw Gaza via VNG) wordt het college verzocht:
De VNG aan te moedigen om samen met gemeenten en indien mogelijk het Rijk financiële, materiële en/of personele bijdragen te leveren voor de wederopbouw van Gaza. In motie 206 (Meldpunt voor activisten) wordt het college verzocht om:
1. Een onafhankelijk meldpunt in te stellen waar activisten meldingen kunnen maken van
onveiligheid, disproportioneel geweld of discriminatie voor, tijdens of na een demonstratie.
2. Te zorgen voor een goede bekendmaking van dit meldpunt.
In motie 207 (Geen verbod op "From the River to the Sea, Palestine will be free") wordt uitgesproken
dat de leus "From the River to the Sea, Palestine will be free" valt onder de vrijheid van meningsuiting en derhalve niet strafbaar gesteld kan worden, en wordt het college opgedragen actief te lobbyen tegen de inzet om deze leus strafbaar te stellen.
De heer Koning (D66) vraagt of de her Sungur echt vindt dat de gemeenteraad van Utrecht erover gaat welke leuzen er op grond van de landelijke wetgeving wel of niet moeten worden verboden.
De heer Sungur (DENK) antwoordt dat de gemeenteraad daar niet over zou moeten gaan. Maar hij ziet een bepaalde tendens in de Tweede Kamer. Daar is een motie aangenomen waarin steeds
minder ruimte wordt geboden om actief te demonstreren. Voorgesteld is ook om deze leus strafbaar te stellen. Hij vindt het een krachtig signaal als vanuit de gemeenteraad van Utrecht gezegd wordt dat die het daar niet mee eens is. Hij hoopt D66 op dit punt aan zijn zijde te krijgen.
De heer Koning (D66) merkt op dat de vrijheid van meningsuiting een groot goed en een belangrijk
grondrecht is. D66 heeft zich hier landelijk een mening over gevormd. Hij denkt dat het niet helpt als vanuit 350 gemeenten iedereen zijn eigen wensen daarin gaat meegeven.
De heer Sungur (DENK) vindt dat bijzonder, juist omdat de heer Koning wel vaker de burgemeester vraagt om in Den Haag te pleiten voor landelijke wetgeving, bijvoorbeeld inzake een online
gebiedsverbod. Daarover heeft D66 zelf een motie ingediend. Hij vindt het onbegrijpelijk waarom dat op dit punt niet zou kunnen.
De heer Koning (D66) vindt dit appels met peren vergelijken. Online opruiing is een probleem dat in heel Nederland speelt. Dat is iets heel anders dan een specifieke uitspraak.
De heer Sungur (DENK) vindt dat selectief shoppen. De ene keer gaat de raad er wel over en de andere keer niet.
In motie 208 (UU verbreek banden met Israëlische instellingen) wordt het college opgeroepen:
met het College van Bestuur van de Universiteit Utrecht in gesprek te gaan en erop aan te sporen alle banden met Israëlische instellingen te verbreken.
Raadsvergadering van 6 juni 2024
14
In motie 209 (Pleit voor erkenning Palestina) wordt het college verzocht: 1. Bij het Rijk te pleiten voor de erkenning van de Palestijnse staat;
2. In de gemeentelijke communicatie niet langer te spreken over "de Palestijnse gebieden", maar consequent te verwijzen naar "Palestina".
In motie 210 (Stadhuis in kleuren Palestijnse vlag) wordt het college verzocht om:
Het stadhuis van Utrecht op te lichten in de kleuren van de Palestijnse vlag als teken van solidariteit met de Palestijnse volk.
In motie 211 (Zionisme = Racisme!) wordt uitgesproken dat Zionisme een racistische politieke ideologie is.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat erkend moet worden dat het geweld van de politie niet
altijd proportioneel was. Hij wil een compliment maken aan de politie voor de wijze waarop ze het hoofd vaak koel houdt. Alleen moet het bij de inzet van geweld altijd goed gaan. De politie is in
Nederland je vriend – dat komt weinig voor in de wereld – en dat moet gekoesterd worden. Alles
moet er dus aan gedaan worden om het bestaande vertrouwen in de politie niet te beschadigen. Het laatste gebeurt wel als dit soort politie-ingrepen te vaak voorkomen.
Behoorlijk hard ingrijpen binnen 20 seconden na een vordering, terwijl er zes uur lang vreedzaam gedemonstreerd is, breekt het vertrouwen af en dat is schadelijk. Daarom dient hij motie 212 in (Zorgvuldige aanpak bij inzet geweld ME), waarin de burgemeester wordt verzocht om:
1. Bij het afgeven van goedkeuring aan de politie voor het inzetten van de ME en indien nodig gebruiken van geweld altijd de aanwijzing mee te geven dat
a. Voorafgaand aan de vordering een waarschuwing te geven en er na de eerste vordering
voldoende tijd wordt gegeven om vrijwillig te vertrekken. Hoeveel tijd gegeven wordt, is afhankelijk van de situatie;
b. Er - daar waar mogelijk- meerdere vorderingen (tenminste 2) moeten worden afgegeven alvorens geweld te gebruiken;
c. De politie er zorg voor draagt dat de waarschuwingen en vorderingen luid en duidelijk
verstaanbaar zijn en dat de politie zich waar mogelijk vergewist dat duidelijk is wat gevraagd wordt aan de ontvangers van de vordering;
2. Dit met de politie te bespreken en na te gaan of deze aanwijzing zo werkbaar is of op punten nog moet worden verbeterd;
3. Over het resultaat daarvan de gemeenteraad te informeren. De heer Bosch (UtrechtNu!) merkt op dat er voor een vordering van de politie landelijke richtlijnen
bestaan. Hoe ziet de heer Dijkstra het voor zich dat de gemeenteraad van Utrecht gaat over de wijze waarop de landelijke politie handelt?
De heer Dijkstra (EenUtrecht) verduidelijkt dat het verzoek in de motie is gericht aan de
burgemeester. Zij wordt in de motie opgeroepen om in de driehoek goed na te gaan hoe zorgvuldig er is gehandeld bij het inzetten van geweld. De landelijke richtlijnen daarvoor kent hij niet in detail, maar wel is duidelijk dat dit in de afgelopen maand een aantal keren niet zorgvuldig genoeg is gedaan. Als het nodig is geweld te gebruiken, dan moet dat zorgvuldig gebeuren.
De heer Bosch (UtrechtNu!) merkt op dat zelfs de burgemeester daar niet over gaat. De politie heeft
gewoon richtlijnen omtrent het omgaan met vorderingen. Als er wordt gevorderd, moet daar gehoor aan worden gegeven, ongeacht of dat nu binnen 20 of 30 seconden is. Meestal roept de politie
Raadsvergadering van 6 juni 2024
15
minutenlang op om weg te gaan omdat er ontruimd gaat worden. Er kan toch moeilijk verwacht worden dat de politie eerst met de demonstranten een kopje thee gaat drinken.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat het meestal goed gaat, maar dat het soms niet goed gaat. Hij heeft niet van de politie begrepen dat in dit geval is afgeweken van de landelijke richtlijnen, dus
blijkbaar is het toch nuttig om een aanvullende aanwijzing te doen. Dat kan de burgemeester doen. Hij vindt het belangrijk om als gemeenteraad dat signaal af te geven.
Mevrouw Nolten (BIJ1) merkt op dat de politie vorige week heeft aangegeven dat er over de tijdsduur tussen vorderen en ingrijpen juist geen richtlijnen zijn. Misschien zou de term "voldoende tijd" duidelijker vastgelegd moeten worden.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt dat dit ook zo verwoord is in de oproep in de motie. De politie
moet zich er altijd van vergewissen dat de vordering is aangekomen bij de demonstranten en dat er
voldoende tijd is om te kunnen vertrekken. Of dat twee minuten of twee uur moet zijn, hangt af van de situatie. Maar het is volstrekt evident dat in dit geval 20 seconden volstrekt te weinig tijd was. Daar is iedereen het over eens, ook de politie zelf.
De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat in het overleg met de politie door de politie zelf al gezegd
werd: daar moeten we misschien nog eens naar kijken. Door de politie werd ruiterlijk erkend dat er te snel werd ingegrepen.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) is daarom trots op de politie, die daarover in alle openheid het gesprek is aangegaan. De motie is bedoeld als oproep om een en ander beter vast te leggen.
De heer Van Steeg (CDA) vindt dat de motie in feite beoogt de procedures bij de politie minder duidelijk te maken. De motie vraagt immers om meer ruimte te creëren binnen de strakke
procedures die door de politie gevolgd worden en die nodig zijn op het moment dat er wordt opgetreden.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt dat de motie bedoeld is om meer zorgvuldigheid te betrachten
dan tot nu toe het geval was. Hij vindt het belangrijk dat de gemeenteraad zich daarover uitspreekt, als signaal naar de demonstranten en ook naar de politie. Hij denkt dat de politie dat met hem eens zal zijn.
De heer Van Steeg (CDA) vindt dat de motie eerder onduidelijker maakt wanneer de politie op welke
wijze moet optreden. Dat ondergraaft juist het vertrouwen dat de heer Dijkstra zegt te hebben in de politie.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt dat in de motie op geen enkele manier wantrouwen richting de politie wordt geuit. Hij stelt voor het antwoord van de burgemeester af te wachten.
De heer Sungur (DENK) vraagt zich af wat er concreet anders zal gaan als de motie wordt aangenomen.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat demonstranten in het vervolg voldoende tijd krijgen om
Raadsvergadering van 6 juni 2024
16
gevolg te geven aan een vordering. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) gaat ervan uit dat in de driehoek constant gekeken wordt naar de politie-inzet. Het gaat daarbij altijd om het zoeken van de balans tussen het geven van vrijheid en het aanhalen van de teugels als dat echt noodzakelijk is. Hij gaat ervan uit dat die evaluatie in de driehoek plaatsvindt na elke politie-inzet en dat men op basis daarvan tot nieuwe inzichten kan
komen. Hij denkt daarom dat de motie overbodig is. Is de heer Dijkstra op basis van zijn inzichten tot een andere conclusie gekomen?
De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft ervaren dat de politie het open gesprek met mensen van buiten
de driehoek fijn vond. Hij verwacht daarom dat de politie de motie zal zien als een steuntje in de rug in plaats van als een signaal van wantrouwen.
Mevrouw De Vries (PvdD) merkt op dat haar fractie de manier waarop de demonstranten zijn
behandeld door politie en ME afwijst. De inzet was gewelddadig en buitenproportioneel. Haar fractie wil dat dit in de toekomst niet meer gebeurt. Ze hoopt op een goed resultaat van de evaluatie,
waarbij ook de demonstranten en Amnesty International betrokken worden. Daar kunnen lessen uit getrokken worden, om te voorkomen dat het in de toekomst nog een keer gebeurt. Haar fractie is benieuwd of de burgemeester al iets meer kan zeggen over het tijdpad.
Het enige positieve aan het politieoptreden was dat er geen dieren zijn ingezet. Die zijn echter op de locatie wel achter de hand gehouden. Waarom eigenlijk? Het ging immers om een vreedzame demonstratie.
Ook is haar fractie ervan geschrokken dat de burgemeester toegaf dat capaciteitsproblemen een
reden kunnen zijn voor politie en ME om dan maar dieren te gebruiken. Dieren lijden daaronder en dat past niet bij een diervriendelijke stad. Dieren mogen niet gereduceerd worden tot levende
wapenstokken. Eerder gaf de burgemeester aan dat dieren kunnen worden ingezet om escalatie door het gebruik van traangas en kogels te voorkomen. Daarmee wordt echter wel dierenleed aanvaard. Nu wordt ook het gebrek aan menskracht aangevoerd. De Partij voor de Dieren kan zich daar
uiteraard niet in vinden. Kan de burgemeester toezeggen capaciteitsgebrek nooit als reden te
gebruiken om toestemming te verlenen voor de inzet van dieren door politie en ME en het achter de hand houden van dieren bij demonstraties?
Haar fractie heeft de moties van BIJ1 medeondertekend. Ook heeft zij de motie ondertekend die zo meteen door GroenLinks zal worden ingediend.
Mevrouw Fattal (GroenLinks) merkt op dat in de commissie al uitgebreid met elkaar is gesproken over de demonstraties van de afgelopen tijd. GroenLinks heeft toen aangegeven pal achter de
studenten te staan die protesteren tegen het heftige geweld in Gaza. GroenLinks is geschrokken van de verhalen die zij heeft gehoord van demonstranten over het geweld dat zij hebben ervaren.
Daarom steunt GroenLinks de motie 203 van BIJ1, waarin wordt opgeroepen te onderzoeken hoe het kan dat de verhalen van de demonstranten en de politie zo ver uit elkaar liggen.
Zij dient motie 213 in (Demonstreren is een recht, ook op de universiteit), waarin het college wordt verzocht:
Om tafel te gaan met het College van Bestuur van de Universiteit Utrecht en andere betrokkenen, zoals in ieder geval een vertegenwoordiger van de demonstranten en een adviseur van Amnesty
Nederland, met als inzet om het beleid rondom demonstraties voor de toekomst te bespreken en zo mogelijk anders vorm te geven dan de richtlijn die onlangs naar buiten is gebracht.
Raadsvergadering van 6 juni 2024
17
Ze dient deze motie in omdat het niet alleen maar belangrijk is dat het gemeentebestuur en de
politie zelf het goede voorbeeld geven als het gaat om de wijze waarop omgegaan wordt met het demonstratierecht, maar ook andere grote instellingen in de stad, die eveneens de
verantwoordelijkheid dragen om samen dat beleid in Utrecht uit te voeren, ook scherp te houden. Wat GroenLinks betreft gaan de richtlijnen van de Universiteit Utrecht echt te ver.
De heer Koning (D66) stelt vast dat het conflict tussen Gaza en Israël Utrecht niet onberoerd laat. Dat bleek ook in het commissiedebat. In dat debat werd ook duidelijk dat men het erover eens is dat
Utrecht een mensenrechtenstad is en dat geweld veroordeeld wordt. D66 is blij om te horen dat de
burgemeester onderzoek doet naar het verloop en de afloop van de bezetting van de Universiteit en het optreden van de politie bij de demonstraties. De vrijheid van meningsuiting en manifestaties is een onvervreemdbaar grondrecht. Vreedzaam protest moet beschermd worden door de driehoek;
optreden kan alleen aan de orde zijn in geval van wetsovertredingen en wanordelijkheden. D66 zal ervoor blijven staan dat er in Utrecht alle ruimte is voor vreedzame protesten.
De heer Van Steeg (CDA) stelt dat de situatie in Gaza niemand onberoerd laat. Hij vindt het dan ook niet gek dat dit geleid heeft tot demonstraties. Die ruimte is er gelukkig ook in Utrecht. Voor demonstraties zijn er duidelijke regels; het is goed dat die ook op een goede manier worden
toegepast. Er moet echter voor gewaakt moet worden om die regels steeds verder op te rekken en
daarmee de politie steeds meer in het verdachtenhoekje te plaatsten. Daarmee worden het optreden van de politie en ook de geloofwaardigheid van het demonstratierecht ondergraven.
Natuurlijk gaat er weleens iets mis. De politie is daar ook heel helder en transparant over geweest en heeft gezegd dat ze ook naar haar eigen optreden wil kijken. Hij neemt aan dat dit ook gebeurt. Het CDA past ervoor om bij iedere demonstratie de politie in het verdachtenbankje te zetten.
Mevrouw Meerding (VVD) merkt op dat de VVD in het commissiedebat al haar mening gegeven heeft over de demonstraties en het optreden van de driehoek. Daarbij heeft de VVD, anders dan veel
andere fracties, juist haar steun uitgesproken voor het optreden van de politie. Demonstreren is een recht, maar dat recht is niet onbegrensd, en naar de politie heb je gewoon te luisteren.
De VVD heeft het debat over de demonstraties bewust losgekoppeld van de inhoud van de
demonstraties, want het conflict in Gaza zal in deze gemeenteraad niet worden opgelost, en
bovendien gaat de gemeenteraad daar niet over. Toch voelt zij zich door de loop van het debat
genoodzaakt te benoemen dat de VVD het fundamenteel oneens is met de visie op dit conflict zoals die door de eerste sprekers naar voren is gebracht. Van die visie neemt de VVD afstand.
Mevrouw Nolten (BIJ1) vraagt of mevrouw Meerding daarmee afstand neemt van de eigen terminologie die zij hanteert voor het politiegeweld.
Mevrouw Meerding (VVD) verduidelijkt dat zij nu spreekt over de visie op het conflict in Gaza, dus
niet over het politiegeweld. Daarover heeft de VVD haar mening al gegeven in het commissiedebat. Mevrouw Nolten (BIJ1) vraagt of mevrouw Meerding het wel belangrijk vindt dat het politieoptreden door de raad wordt geëvalueerd en of zij dan ook voor motie 203 van BIJ1 kan stemmen?
Mevrouw Meerding (VVD) denkt dat BIJ1 en VVD er fundamenteel anders in staan. Natuurlijk is het
niet zo dat de politie nooit een fout maakt. Ook de VVD kijkt of het politieoptreden op ieder moment
Raadsvergadering van 6 juni 2024
18
goed is geweest. Maar de VVD heeft geen wantrouwen tegenover de politie. Ze vertrouwt de politie en is blij dat de politie met gevaar voor eigen veiligheid haar werk doet. Dat is een fundamenteel andere houding.
Mevrouw Nolten (BIJ1) is blij dat mevrouw Meerding erkent dat de politie niet foutloos is. Maar dan is het toch goed dat wordt geëvalueerd hoe het beter kan?
Mevrouw Meerding (VVD) herhaalt haar in de commissie gemaakte opmerking dat er in geen enkele beroepsgroep foutloos gewerkt wordt. Dat geldt ook voor de politie. Maar dat betekent niet dat de
politie aan de lopende band fouten maakt. Als mensen klachten hebben over de politie, dan staat het
hun vrij om die klacht te uiten of aangifte te doen, waarna de klacht onderzocht kan worden. dat lijkt haar de juiste weg. Ze heeft toch het gevoel dat de VVD heel anders naar de politie kijkt dan BIJ1.
De heer Sungur (DENK) merkt op dat de VVD eerder heeft gepleit voor het afstappen van Russisch gas, vanwege de agressie van Rusland in Oekraïne. Begrijpt hij goed dat de VVD in dit geval niet
inhoudelijk naar de zaak wil kijken? Of vindt de VVD überhaupt dat er in de betrokken regio op dit moment geen sprake is van schendingen van mensenrechten?
Mevrouw Meerding (VVD) denkt dat ze die vraag het beste kan beantwoorden door aan te geven dat de VVD tegen alle door de heer Sungur ingediende moties zal stemmen.
De heer Sungur (DENK) stelt dat dat niet zijn vraag was. Hij heeft erop gewezen dat de naam van de VVD eerder stond onder schriftelijke vragen waarin werd gepleit om geen Russisch gas af te nemen
vanwege de agressie van Rusland in Oekraïne. Momenteel ziet men in Gaza een stevige agressie, die in de richting gaat van een genocide. Geeft dat aanleiding voor de VVD om ook inhoudelijk naar de zaak te kijken? Of kijkt ze in dit geval de andere kant op?
Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat de VVD altijd inhoudelijk naar de zaak kijkt. Maar het conflict in Gaza is een heel ander soort situatie dan de situatie in Oekraïne.
De heer Sungur (DENK) vraagt of mevrouw Meerding kan toelichten waarin de situatie in Gaza verschilt van de situatie in Oekraïne.
Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat zij dat niet zal doen. Zij heeft net gezegd dat zij die discussie niet in de gemeenteraad wil voeren.
De heer Paalman (Horizon) kan zich goed vinden in de woorden van het CDA. Hij vindt het een heel onverstandig idee als de gemeenteraad zich gaat bemoeien met het onderwijsbeleid van de Universiteit.
De heer Snijder (Student & Starter) merkt op dat Student & Stater betreurt wat er is gebeurd tijdens
de protesten. Hij is blij dat daarover een goed debat is gevoerd. Hij dankt alle andere partijen die bij dat debat aanwezig waren. In het vervolg moet het anders en beter. Zijn fractie kijkt uit naar de evaluatie.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zal niet instemmen met alle moties die gaan over Gaza.
Raadsvergadering van 6 juni 2024
19
Inderdaad zijn er fouten gemaakt door de politie. De politie erkent dat zelf ook en trekt daar lering uit. Hij vindt het ongepast dat de gemeenteraad sturing wil geven aan de wijze waarop de politie haar werk doet.
Hij kan zich grotendeels vinden in de inbreng van het CDA. De heer Maas (Volt) merkt op dat hij in zijn bijdrage vanochtend heeft opgeroepen tot respect voor elkaar en binding in de samenleving. In dat licht vindt hij het lastig om naar dit debat te luisteren.
Maar dat laat onverlet dat iedereen voor zijn mening mag uitkomen. Zijn fractie blijft oproepen tot saamhorigheid.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) sluit zich aan bij de woorden van de heer Maas. De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na hervatting van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan mevrouw Dijksma. Mevrouw Dijksma (burgemeester) merkt op dat over dit onderwerp al een vijf uur durend
commissiedebat is gevoerd. Zij heeft in dat debat geprobeerd de nuance te zoeken. Zij hoopt dat dit ook vandaag lukt. In het vorige debat heeft zij gezegd ongelofelijk goed te begrijpen dat de situatie
in Gaza heel veel mensen wereldwijd, in Nederland en zeker ook in Utrecht, niet onberoerd laat. Het is dus logisch dat mensen de straat op gaan om te demonstreren.
Zij heeft ook geprobeerd uit te leggen dat zij bij het faciliteren van demonstraties of het beëindigen van bezettingen onafhankelijk moet beoordelen, los van de inhoud waarvoor de mensen op dat
moment demonstreren. Dat een deel van de raad dat niet doet, vindt zij ingewikkeld. Haar wordt
gevraagd om dingen toe te staan die in een ander geval, met een andere doelgroep, misschien niet getolereerd worden. Misschien zou de raad haar dan wél vragen om in te grijpen. Als dat zou gebeuren, word je als overheid of als stadsbestuur uiteindelijk onbetrouwbaar, omdat er in
vergelijkbare situaties verschillend gehandeld wordt. Dat kan in ieder geval nooit de positie van de
burgemeester zijn. Het onderwerp van de demonstraties laat niemand onberoerd, maar zij moet als het ware met een blinddoek voor de demonstratie of de bezetting moet beoordelen. Zij zal dat hardnekkig tot het laatste moment blijven doen.
Ongetwijfeld zullen er fouten worden gemaakt. Maar daarmee is het optreden van de politie niet op voorhand fout. Zij hecht eraan om ook dat te zeggen. Aan de ene kant hebben enkele fracties hun
oordeel eigenlijk al gegeven, maar aan de andere kant wordt haar gevraagd om een onafhankelijke evaluatie. Dat vindt zij ingewikkeld. Als men aan de ene kant zegt dat het optreden
buitenproportioneel was, en aan de andere kant wil dat er een evaluatie moet komen, heeft men eigenlijk zijn oordeel al klaar.
Mevrouw Nolten (BIJ1) is het niet eens met de burgemeester. Zij heeft geconstateerd dat de beleving van de gebeurtenissen behoorlijk uiteenloopt. Dan is het toch goed dat de gebeurtenissen
geëvalueerd worden? Tegelijkertijd mag de raad er zijn oordeel over vellen dat de toepassing van geweld niet oké is.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) stelt dat men elk oordeel mag vellen, maar daarmee is men niet op voorhand onafhankelijk. De burgmeester moet dat wel zijn. Dit betekent dat zij niet nu al de
conclusie kan delen die sommige fracties, waaronder die van mevrouw Nolten, nu al trekken. Wel
Raadsvergadering van 6 juni 2024
20
heeft zij gezegd dat als de lezing van de politie zo verschilt van die van de demonstranten, men dat bij elkaar moet zien te brengen. Zij wil van harte bevorderen dat dit gebeurt. Daarbij heeft zij
aangegeven dat als mensen zich onheus bejegend voelen, zij een klacht moeten indienen of zelfs aangifte moeten doen.
In feite heeft zij zojuist al uitgelegd waarom zij motie 201 (Veroordeel het politiegeweld) niet kan
voorzien van een positief advies. In deze motie is het oordeel eigenlijk al geveld; gesteld wordt dat vreedzame demonstranten te maken hebben gekregen met geweld. In bepaalde situaties past de
politie geweld toe, maar dan heeft er over het algemeen ook al geweld plaatsgevonden. Het lijkt haar goed om elkaar op dit punt op te zoeken. Zij zal daar meer over zeggen bij het geven van haar oordeel over de motie inzake de evaluatie.
Mevrouw Nolten (BIJ1) is zelf aanwezig geweest bij de demonstratie en heeft daar geconstateerd dat er door de politie geweld is gebruikt tegen vreedzame demonstranten. Overigens is de motie een verzoek aan de raad om het gebruikte geweld te veroordelen.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat het inderdaad gaat om een verzoek aan de raad. Maar zij heeft het recht om de raad te adviseren over het al of niet aannemen van de motie.
In motie 202 (Geen plek voor Romeo's in Utrecht) wordt gevraagd om geen Romeo's in te zetten. Ook deze motie ontraadt zij. Romeo's worden pas ingezet na het vaststellen van een strafbaar feit, op gezag van het OM. Zij gaat er dus niet over, laat staan de raad.
Mevrouw Nolten (BIJ1) stelt dat de burgemeester vindt dat de politie altijd verbindend en
voorspelbaar moet handelen. Vindt zij dat de inzet van Romeo's in dat gedachtegoed past? Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat het haar niet past om op die manier een oordeel over de inzet van Romeo's te vellen. Romeo's worden, op gezag van het OM, ingezet nadat zich strafbare feiten hebben voorgedaan. Het OM heeft daarin zijn eigen zelfstandige bevoegdheid.
Overigens worden Romeo's vaak ingezet om te voorkomen dat de burgemeester een demonstratie voortijdig moet beëindigen.
Motie 203 (Geef gehoor aan demonstranten) kan zij voorzien van een positief advies. Wel maakt zij
daarbij twee opmerkingen. Ten eerste kan het indienen van klachten of het doen van een melding bij de politie niet worden vervangen door een alternatieve klachtenprocedure. Ten tweede zou zij in het dictum van de motie "Q3" willen vervangen door Q4, want met de uitvoering van de motie zal enige tijd gemoeid zijn. Dit is ook het antwoord op een vraag van mevrouw De Vries.
Mevrouw Nolten (BIJ1) kan zich erin vinden als "Q3" wordt vervangen door Q4. Zij stelt vast dat ook de mede-indieners van de motie zich daarin kunnen vinden.
Motie 204 (Anton Pijpers, vertrek) moet zij ontraden. Los van het feit dat de heer Paalman gelijk
heeft dat de gemeenteraad niet gaat over wie er de leiding heeft over een onderwijsinstelling, vindt zij dat deze motie een bepaalde onveiligheid uitstraalt. De gemeenteraad wordt opgeroepen om de voorzitter van een college van bestuur van een universiteit naar huis te sturen omdat hij iets doet
wat een deel van de gemeenteraad niet bevalt. De raad zou dat niet moeten willen doen, nog los van het feit dat de raad daar niet over gaat.
De heer Sungur (DENK) vindt dat de burgemeester het handelen van de heer Pijpers toch wat
lichtvaardig beoordeelt. In zijn bijdrage heeft hij al aangegeven dat de universiteiten in Amsterdam,
Raadsvergadering van 6 juni 2024
21
Delft, Tilburg, Groningen, Maastricht en Rotterdam wél een overnachting hebben toegestaan en de studentendemonstranten niet hebben weggevaagd. In Utrecht is daartoe wel overgegaan, op basis
van de aangifte van Anton Pijpers zelf. Hij vindt dat de gemeenteraad in dat geval het recht heeft om
het signaal af te geven dat de heer Pijpers verkeerd heeft gehandeld. Dat is wat in de motie gevraagd wordt.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) begrijpt wat in de motie gevraagd wordt, maar zij is het daar