6e raadsvergadering 10 maart 2022.docx
Tekst van het document
Dierenambulance heeft hieraan veel extra werk en maakt veel extra kosten. Hij dient deze motie in, samen met de fracties van SP en PVV, om de Dierenambulance eenmalig te ondersteunen met een bedrag van € 100.000, dat over is van de aanpak van de eikenprocessierups.
Mevrouw De Boer (GroenLinks) heeft begrepen dat vogels met vogelgriep snel worden opgehaald,
maar dat het waterschap verantwoordelijk is voor vogels in het water. Hoe verhoudt zich dit tot deze motie?
De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat veel vogels op het land sterven of ziek worden en dan moeten worden opgehaald door de Dierenambulance.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) heeft begrepen dat dit een gemeentelijke taak is. Waarom moet er dan geld naar de Dierenambulance?
De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat de gemeente dit uitbesteed aan de Dierenambulance. De zorgverlening door de Dierenambulance staat hierdoor onder druk en heeft daarvoor extra geld nodig.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) reageert dat de Dierenambulance een fantastische organisatie is die grotendeels op vrijwilligers draait. De vogelgriep leidt zeker tot extra werk. Dat dit tot grote financiële problemen zou leiden, heeft de gemeente niet bereikt. In het contact met de
Dierenambulance is geen bedrag van € 100.000 genoemd, maar eerder een bedrag van rond de
€ 5.000. Dit loopt via de Dierenbescherming. Daarmee zal de gemeente de komende tijd in gesprek gaan en met een open oor luisteren hoe dit vraagstuk aangepakt moet worden.
De heer Sungur (DENK) hoort verschillende bedragen. Hij vraagt waar het probleem zit. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat er vogels worden opgehaald, waarvoor extra ritten moeten worden gemaakt en beschermende kleding nodig is. Dit levert extra kosten op.
Mevrouw De Boer (GroenLinks) vraagt in hoeverre er enige coördinatie is op de vogelgriep tussen de verschillende overheden.
Raadsvergadering van 10 maart 2022
44
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat de gemeente een kadercontract heeft met de
dierenbescherming. Die besteedt uit aan onderaannemers, afhankelijk van de diersoort. Ze neemt als aandachtspunt mee of ze daarbij het overleg moet zoeken met de waterschappen.
De heer Schipper (SP) wijst erop dat de gevolgen van de vogelgriep er nu al zijn. Wanneer denkt de
wethouder uitsluitsel te hebben? Als het werkelijk om € 5.000 gaat, is het volgens hem een optie om dit uit het overgeschoten fractiebudget van de SP te bekostigen.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) herhaalt dat haar geen berichten hebben bereikt over financiële problemen. Binnen enkele weken gaat ze in gesprek met de Dierenbescherming, ze zal hierover rapporteren aan de raad in Q2.
De heer Van Heuven (PvdD) wijst erop dat de Dierenambulance over het algemeen bescheiden is en het waarschijnlijk lastig vindt om met een extra bedrag te komen. Naast extra ritten en
beschermende kleren is het voorstelbaar dat men extra geld nodig heeft voor menskracht. Is de wethouder bereid het bedrag waarmee de Dierenambulance zal komen, te betalen?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) reageert dat het zo niet werkt. De gemeente werkt via de
Dierenbescherming met een taakstellend budget. Dat is onlangs herijkt. Ze zal met een open oor luisteren wat het verhaal is en wat er al dan niet mogelijk is. In Q2 komt ze daarop terug. 5. Actuele motie 70. Supermarkt op de Uithof. De heer Van der Zweth (PvdA) wijst erop dat men al jaren wacht op een volwaardige supermarkt.
Wellicht komt er een buiten de Uithof. Marktpartijen die het initiatief willen nemen, krijgen niet eens
een fatsoenlijk gesprek op gang. Daarom hebben studenten deze middag een petitie aangeboden om hiermee haast te maken.
De motie dient hij in, mede namens de fracties van VVD, GroenLinks, Student & Starter, PvdD, D66, ChristenUnie en CDA met de opdracht, de komende twee jaar werk te maken van een full-service
supermarkt op de Uithof; het gesprek hierover aan te gaan met marktpartijen die interesse hebben getoond hier initiatief toe te nemen; de gemeenteraad periodiek te informeren over de stand van zaken.
De heer Bosch (PVV) steunt de motie, maar vraagt zich af in hoeverre dit door de gemeente kan worden bepaald, omdat het een universiteitsterrein is.
De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat de gemeente een rol heeft in de omgevingsvisie. De
initiatiefnemers krijgen niet eens een goed gesprek op gang met ambtenaren, laat staan samen met de universiteit. Dit laat zien waar dit proces stokt. Dat dient te veranderen.
De heer Verschuure (wethouder) kent de petitie en de wens voor een grote supermarkt. Het is geen kwestie dat het college dit niet wil, maar dat dit de grond van de universiteit betreft. Hij wijst erop dat het aantal inwoners dermate laag is, dat een grote supermarkt er niet exploitabel is.
Marktpartijen willen eigenlijk een supermarkt ontwikkelingen waar veel mensen met de auto naartoe
gaan en die een functie heeft voor een veel groter gebied dan het Sciencepark. Als dit zo is, kan zo'n supermarkt beter functioneren op de Archimedeslaan. Hij denkt dat de huidige supermarkt op het
Raadsvergadering van 10 maart 2022
45
Sciencepark kan worden uitgebreid. Met de motie krijgt spreker een opdracht die hij niet kan waarmaken. Daarom ontraadt hij de motie.
Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) vraagt of de wethouder het met haar eens is dat ook moet worden gekeken naar de toekomstige bewoners, de vele studenten die vanuit andere delen van de stad of erbuiten komen en de werkenden in de vele bedrijven. Er zijn veel bezoekersstromen. De huidige supermarkt kan ze niet allemaal bedienen, daarom is er een grotere nodig.
De heer Verschuure (wethouder) reageert dat de exploitatie realistisch moet zijn en er op dit moment te weinig mensen wonen op het Sciencepark. Die supermarkt zal nooit alleen een functie hebben
voor mensen die wonen in dat gebied, maar een veel groter verzorgingsgebied moeten hebben. Op
dit moment wordt gewerkt aan het autoluwer inrichten van het Sciencepark met alternatieve vormen van vervoer. Dus is het de vraag of daar wel een grote supermarkt moet worden gerealiseerd. Hij
denkt dat een andere plek beter is. Als er in de toekomst veel meer mensen komen te wonen, gaat een grote supermarkt wel tot de mogelijkheden behoren.
Mevrouw De Koning (GroenLinks) vraagt of de wethouder het met haar eens is dat de gemeente een
verantwoordelijkheid heeft om ervoor te zorgen dat er goede voorzieningen zijn wanneer ergens veel grond in handen is van één eigenaar en er veel mensen wonen, en dus de universiteit erop mag aanspreken dat zij een verplichting heeft om voorzieningen zoals een supermarkt te realiseren.
De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat de gemeente een eigenaar niet kan dwingen daarvoor grond ter beschikking te stellen en ook niet gaat over het exploiteren van supermarkten. Hij ziet een grote supermarkt op die locatie niet als reële optie en wil de verwachtingen wat dempen.
De heer Schipper (SP) merkt op dat op de Archimedeslaan een terrein ligt waar wellicht in de
toekomst woningbouw komt, maar niet op afzienbare termijn. Hij vraagt of het mogelijk is een dergelijke voorziening tijdelijk op de Archimedeslaan te laten landen.
De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat de raad binnenkort een brief krijgt waarin een aantal
locaties bekend wordt gemaakt voor tijdelijk wonen. Dit is een van die plekken. Daarom is deze plek nog niet geschikt.
De heer Van der Zweth (PvdA) heeft van marktpartijen gehoord dat ze op het Sciencepark iets willen realiseren, soms door gebruik te maken van de bestaande parkeervoorzieningen. Hij vraagt of de
wethouder het met hem eens is dat er een open gesprek moet plaatsvinden waarin de mogelijkheden worden afgetast.
De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat hij de initiatiefnemers kent en weet dat ze een
supermarkt willen met een groter verzorgingsgebied waar men met de auto naartoe kan. Alleen het Uithofterrein is een te klein verzorgingsgebied om producten goedkoop te kunnen leveren. Het
college vindt het niet slim dat op dit moment op deze plek te realiseren, wellicht in de toekomst wel. Bovendien is het aan de universiteit om daarvoor grond beschikbaar te stellen. Hij ontraadt de motie en herhaalt dat hij haar niet kan uitvoeren.
6. Actuele motie 71. Daklozenopvang bij code geel.
Raadsvergadering van 10 maart 2022
46
Mevrouw Assen (PvdA) heeft eerder vragen gesteld over de daklozenopvang bij code geel en code oranje, maar door de actuele omstandigheden met code oranje zijn die over code geel
ondergesneeuwd geraakt. De raad wil op voorhand duidelijkheid hoe de gemeente omgaat met code
geel. Deze motie vraagt heldere afspraken te maken, ook bij code geel, met de partners in de stad en in G-4 verband. Ze wordt mede ingediend namens de fracties van SP, PvdD, GroenLinks en Student & Starter.
Mevrouw Streefland-Driesprong (wethouder) dankt voor de motie. Op 9 maart is op de valreep een brief over de koudweerregeling naar de raad gestuurd. Wellicht moet deze extreemweerregeling
worden genoemd. Daarin staat de complexiteit ervan binnen de G4 uitgelegd. De motie geeft genoeg ruimte om op 4 april het goede gesprek met de partners te voeren over de afstemming en hoe de opvang eruit moet zien. Op 14 april volgt dan een gesprek met de G4 over afstemming en
overeenstemming. Ze zal haar uiterste best doen om daarbij ook code geel mee te nemen en neemt de motie over.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) is benieuwd naar de financiële impact. Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) antwoordt dat dit een onderwerp is in het gesprek
dat ze voert met de partners en de G4. Dit is overigens niet alleen een financieel punt, omdat ook de uitvoering complex is, naast het feit dat hierover de in de G4 heel verschillend wordt gedacht. De inzet is er.
Mevrouw Assen (PvdA) trekt motie 71 in, omdat ze is overgenomen. 7. Actuele motie 72. Het opkomstpercentage verhogen in Overvecht en Kanaleneiland. De heer El Abassi (DENK) wijst erop dat een belangrijke factor bij de opkomst bereikbaarheid is, in fysieke en niet-fysieke zin, namelijk dat mensen moeten weten waar ze kunnen stemmen. Het is
voor velen zeer verwarrend dat op 14 en 15 maart veel minder stembureaus open zijn. Ook is het in het kader van motie 188/2021 niet uit te leggen dat er dan geen stembureaus zijn in buurten waar de opkomst lager is dan 40%. Om de drempel voor mensen te verlagen om te gaan stemmen, dient hij deze motie in met de opdracht,
1. op 14 en 15 maart (mobiele) stembureaus in te zetten om het stemmen voor de Utrechters toegankelijker te maken;
2. dit in buurten dient te worden gedaan waar de opkomst, overeenkomstig motie 188, laag is; 3. hierbij in ieder geval een (mobiele) stembureau beschikbaar te hebben in de buurt van winkelcentrum Nova Kanaleneiland en Shoppingcenter Overvecht.
De heer Bosch (PVV) vraagt waarom in de opdracht niet staat dat er een busje in Ondiep en Zuilen moet rijden.
De heer El Abassi (DENK) wijst op dictumpunt 2 waar gesproken wordt van buurten waar de opkomst laag is.
De heer Van der Zweth (PvdA) deelt dat de opkomst moet worden verhoogd, maar vindt het vreemd
Raadsvergadering van 10 maart 2022
47
voelen dat de wijken waar DENK hoog scoort eruit worden gelicht in de titel, en andere niet. De heer El Abassi (DENK) reageert dat het dictum belangrijk is, en niet de titel van de motie. Het is
volgens hem beter als dictumpunt 3 niet wordt meegenomen, want de motie gaat over alle wijken. Hij kan zich voorstellen dat het college het niet mogelijk acht vijf of zes stembureaus te plaatsen. Daarom vraagt hij te beginnen in de buurten waar de opkomstpercentages het laagst zijn.
De heer Gilissen (VVD) vraagt waarom deze motie nu wordt ingediend. De verkiezingen zijn er immers al snel.
De heer El Abassi (DENK) antwoordt dat hem nu pas bekend is op welke locaties die stembureaus
staan. Bovendien, er zijn al mobiele stembureaus. Het is alleen de vraag waar ze moeten staan en
wanneer. Hij pleit ervoor dit zo snel mogelijk te regelen, ook in het kader van motie 188 uit 2021. Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat het opkomstpercentage moet worden verhoogd, onder andere in Overvecht en Kanaleneiland. Daarom worden er op 16 maart 42 extra locaties
ingericht en 45 extra stembureaus. In Zuidwest stijgt het aantal van 12 jaar 18, in Noordwest van 17 naar 27 en in Overvecht van 17 naar 21. In de brief van 15 februari is de raad meegedeeld dat een mobielstembureau niet mogelijk is, omdat wettelijk voorgeschreven wordt dat in de stembureaus
anderhalve meter afstand moet worden gehouden. Daarvoor is een enorme trailer nodig, een dure en
moeilijk verplaatsbare oplossing. In het winkelcentrum Nova Kanaleneiland zijn twee stembureaus en bij het Shoppingcenter Overvecht is er een bij de bibliotheek, bij Impuls en bij zwembad De Kwakel. Ze hoopt hiermee de opkomst te verhogen. De motie is niet uitvoerbaar.
De heer El Abassi (DENK) wijst erop dat in het dictum niet alleen gesproken wordt van mobiele
stembureaus, maar ook vaste stembureaus worden bedoeld op 14 en 15 maart. Dit geldt ook voor andere gebieden.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat alle mensen op 16 maart kunnen stemmen, want dan staan er extra bureaus, vooral op plekken waar de opkomst laag is. Daarvoor zijn duizend
vrijwilligers op de been. Ze is van mening dat ze hiermee motie 188 heeft uitgevoerd. Bovendien is
het nu te kort dag. Dan had de heer El Abassi deze discussie moeten voeren naar aanleiding van de brief van 15 februari jl.
8. Actuele motie 73. Geen online gebiedsverbod op deze manier. De heer Koning (D66) dient deze motie in, mede namens de fracties van DENK en SP, met de opdracht, de last onder dwangsom in te trekken en het verzoek,
1. niet alleen advies in te winnen van de juristen die de gemeente bijstaan, maar ook van experts en hoogleraren die gespecialiseerd zijn in staats- en bestuursrecht en/of het openbare orderecht;
2. deze adviezen, de bestuurlijke/juridische afwegingen die ten grondslag lagen aan het inzetten
van de aanvankelijke last onder dwangsom, en de beslisnota's die ten grondslag liggen aan het besluit op bezwaar zo spoedig mogelijk te doen toekomen aan de raad.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) vraagt waarom deze motie wordt ingediend, omdat het advies van de burgemeester is het besluit niet in te trekken, daar dit jurisprudentie betekent. Hij wijst er
Raadsvergadering van 10 maart 2022
48
bovendien op dat de raad het informatierecht heeft en dit niet in een motie hoeft te worden uitgesproken.
De heer Koning (D66) antwoordt dat uit het debat van afgelopen dinsdag blijkt dat het onbekend is of er jurisprudentie ontstaat, omdat onduidelijk is of er beroep wordt aangetekend.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) herinnert eraan dat al twee uur over dit onderwerp is gesproken en ze omstandig heeft uitgelegd waarom ze het nodig en proportioneel vindt om deze stap te zetten, namelijk om te beletten dat iemand met een groep mensen de stad kort en klein komt slaan. Ze
moet daarvoor middelen in kunnen zetten. Dit middel is niet eerder ingezet, maar ze verwacht dat
hier jurisprudentie uitkomt. De motie wil dit pad op voorhand afsluiten. Ze vindt dat teleurstellend,
omdat de verplaatsing en aankondiging van geweld steeds meer op internet plaatsvindt. De overheid moet daarin weerbaarder zijn en zich daartegen kunnen wapenen. Ze snapt niet waarom ze dit wel mag doen in het fysieke domein, maar niet in het virtuele. Ze ontraadt de motie.
De heer Van Corler (GroenLinks) vraagt hoe de burgemeester aankijkt tegen het verzoek om advies in te winnen, breder dan alleen de juristen van de gemeente.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) vindt dat goed. Dit onderwerp is eerder binnen de G4 en met
verschillende juridische experts verkend en ze zal dit blijven doen. Veel gemeenten kijken naar dit instrument. Ze vindt het verstandig zoveel mogelijk mensen bij dat debat te betrekken.
De heer Sungur (DENK) vraagt of de raad op enig moment een terugkoppeling kan krijgen hoe dat debat is geweest en hoe externe juristen ertegenaan kijken.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat de raad die krijgt, bijvoorbeeld als er een volgende
stap wordt gezet. Ook kan ze verslag doen van de debatten die binnen de gemeente gaande zijn. Ze wijst erop dat er niet alleen intern aan gewerkt is.
9. Actuele motie 94. Schrap de korting op bijstand dakloze. De heer Wiegant (SP) wijst erop dat bijstandsgerechtigden die dakloos zijn in Utrecht 15% worden gekort op hun uitkering, omdat ze geen woonlasten hebben. Hij vindt dit niet rechtvaardig en arbitrair. Bovendien zijn er verblijfskosten, zoals € 6 per dag voor de 24-uurs opvang, als het
raadsvoorstel daarover vandaag wordt aangenomen, en zijn veel dingen voor een dakloze duurder dan voor iemand met een woning, zoals kleren wassen. Hij dient deze motie in, mede namens de PvdA-fractie, met de opdracht, 1. 2.
per 1 juli 2022 de korting op de bijstand voor daklozen af te schaffen; dit budgettair in te ruimen in de eerstvolgende voorjaarsnota.
Mevrouw Streefland-Driesprong (wethouder) ontraadt de motie, omdat met de 15%-korting rekening
wordt gehouden met het feit dat het leven op straat in sommige opzichten duurder kan zijn. Daarom is er geen korting van 20%, zoals in Rotterdam, of 18%, zoals in Den Haag. Maatwerk is mogelijk als iemand aantoonbaar woonkosten heeft. Dan is die korting niet van toepassing. Ze benadrukt dat de eigen bijdrage van € 6 een kleine bijdrage is in het totaalconcept van 24-uurs opvang, inclusief
maaltijden, drinken en zorg. Inwoners met een volledige bijstandsuitkering besteden bovendien
Raadsvergadering van 10 maart 2022
49
meer dan 15% van de uitkering aan woonlasten. Ze wil graag gelijkheid tussen de groepen die in de
daklozenopvang zitten: bijstandsgerechtigden, WW'ers en mensen met een laag inkomen. Die laatste twee groepen betalen ook voor de dagopvang en hebben vaak een lager besteedbaar inkomen.
Bovendien zit er geen dekking bij de motie, terwijl die ongeveer € 700.000 per jaar gaat kosten. De heer Wiegant (SP) begrijpt de tegenwerking van de wethouder. Hij vraagt hoe zij aankijkt tegen de opmerking dat dit vrij arbitrair voelt, dat verblijfskosten een speciale status krijgen en andere kosten niet.
Mevrouw Streefland-Driesprong (wethouder) kan er deels in komen dat sommige keuzes arbitrair
voelen als het gaat om deze groep zo goed mogelijk hulp te bieden bij het zoeken van een woning
en zelfstandigheid. Daklozen kunnen bij de opvang gebruikmaken van voorzieningen als het wassen van de kleding. Ze bekijkt dus wat de gemeente voor die groep kan betekenen en deelt dat dit soms arbitrair lijkt.
De voorzitter schorst hierop kort de vergadering.
(Bij hervatting van de vergadering heeft de heer Zwanenberg het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan mevrouw Dijksma.) Na hervatting van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 29. Raadsvoorstel Wijziging voorwaarden middenhuur. De heer Wijmenga (ChristenUnie) meldt dat de ChristenUnie-fractie de toevoeging van de categorie Nieuw Hoogstedelijk kan steunen voor de Merwedekanaalzone, maar niet voor Leidsche Rijn
Centrum, zoals het college voorstelt. Hij dient daarom amendement 39 in, Leidsche Rijn Centrum is
een brug te ver, mede namens de fracties van PvdA, GroenLinks, D66, Student & Starter en PvdD, om in beslispunt 1a Leidsche Rijn Centrum te schrappen. Het gaat immers om een zeer beperkt aantal woningen en in het Actieplan Middenhuur zit al de mogelijkheid om in geval van economische noodzaak af te wijken van de eisen hierin.
Mevrouw De Koning (GroenLinks) wijst erop dat het toevoegen van woningen onder de duizend euro
in Utrecht belangrijk is. Het is goed dat uit de evaluatie blijkt dat regulering van de huur goed werkt.
De GroenLinks-fractie wil twee dingen veranderd hebben. De huur wordt namelijk gereguleerd, maar de servicekosten kunnen hoog uitvallen. Dit is bij wet niet toegestaan, maar het kost veel geld en
moeite om ze juridisch aan te pakken. Ze dient dus amendement 40 in, stop te hoge servicekosten,
mede namens de fracties van Student & Starter, PvdD, SP en CDA, met de strekking dat huurders van middenhuurwoningen altijd naar de huurcommissie en het huurteam mogen, als ze een meningsverschil hebben met een huurbaas over bijvoorbeeld de servicekosten.
Het is heel lastig een woning te huren als je een lager middeninkomen hebt, of zelfs een hoger,
waarmee men net in de sociale huurcategorie valt. Het gevolg is dat mensen die eigenlijk te weinig
verdienen voor een middenhuurwoning, afhankelijk worden van de vrije markt en honderden euro's meer kwijt zijn aan huur. Daarom vraagt ze zo laag mogelijke inkomenseisen voor middenhuur te
stellen en dient motie 109 in, Meer toegang tot middenhuur, mede namens de fracties van Student & Starter, PvdA, ChristenUnie, D66 en SP met de opdracht,
Raadsvergadering van 10 maart 2022
50
1. ten minste 4 pilotprojecten te starten in 2022 en 2023, waarbij de lagere inkomenseis van 36 x de maandhuur gehanteerd wordt, deze projecten te evalueren, waarbij bekeken wordt of er sprake is van significant meer betalingsproblemen dan bij andere middenhuurprojecten;
2. de raad uiterlijk in 2024 over de uitkomsten van de pilotprojecten te informeren;
3. de raad een voorstel te doen voor het verlagen van de maximale minimale inkomenseisen in het actieplan middenhuur, wanneer uit de pilotprojecten blijkt dat er geen sprake is van een significant hoger percentage huurders met betalingsproblemen en er ook geen andere zwaarwegende bezwaren ontstaan.
De GroenLinks-fractie vindt het niet acceptabel de huren in deze tijden te verhogen met de index plus 1%. Daartoe steunt ze het amendement van de PvdA-fractie om de verhoging van de
bovengrens van middenhuur niet meer mogelijk te maken en uit dit voorstel te halen. Dan kan de GroenLinks-fractie dit voorstel steunen.
De heer Ișik (PvdA) is blij met de aanscherping van de randvoorwaarden voor de middenhuur, omdat de betaalbaarheid van het middensegment voor de middenklasse heel belangrijk is. Hij wil de
zeggenschap van marktpartijen minimaliseren en gewoon een betaalbaar middensegment hebben, en dient hiertoe amendement 41 in, Huurprijzen van het middensegment moeten betaalbaar zijn,
mede namens de fracties van GroenLinks, D66, Student & Starter, PvdD en SP dat besluit beslispunt 1c. te vervangen door:
1. de jaarlijkse indexatie van de bovengrens van het middenhuursegment aan te passen naar een jaarlijkse indexatie met de consumentenprijsindex (CPI) conform de berekening in de uitvoeringswet huurprijzen woonruimte artikel 10, lid 3;
2. het is niet toegestaan gedurende de exploitatietermijn een middenhuurwoning voor een hogere
prijs dan deze bovengrens te verhuren; er kan dan ook geen sprake zijn van huurverhogingen tot boven de bovengrens gedurende een verhuurperiode of bij een verandering van huurder.
De heer Van der Marel (VVD) vindt dat er een evenwichtig pakket ligt. Daarom is hij benieuwd naar de reactie van de wethouder op de motie en amendementen, met name naar de reactie op motie
109, omdat de wethouder een goed argument had om de inkomenseis niet te verlagen. Hij steunt amendement 40.
Mevrouw Zwinkels (CDA) benadrukt dat de middenhuur voor de CDA-fractie een belangrijk segment is. Ze is blij met amendement 40. Ze houdt de regulering van deze sector goed in de gaten.
Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) vindt dat het college het Actieplan Middenhuur met dit
voorstel om de voorwaarden voor middenhuur aan te passen, ondermijnt. Immers, met dit voorstel
ligt de weg open naar kleine en relatief dure woningen. Ook kunnen veel mensen niet voldoen aan de gestelde inkomenseisen. Huurders worden hiervan de dupe. Ze dient daarom drie amendementen in. Amendement 42, Voorkom verdere afwijking van het Actieplan Middenhuur, mede namens de
fracties van PvdA, PvdD en SP, stelt voor om besluit 6.1a van het raadsvoorstel te schrappen en
daarmee te zorgen dat bijna overal in de stad dezelfde voorwaarden blijven gelden, met uitzondering van de Binnenstad.
Mevrouw De Koning (GroenLinks) merkt op dat in de stad met name jongeren en studenten zoeken
naar woningen voor alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens. Ze vraagt of zij niet juist behoefte hebben aan een variatie van huizen van 40m² tot 80m², zoals wordt voorgesteld.
Raadsvergadering van 10 maart 2022
51
Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) reageert dat de coalitiepartijen altijd hebben gezegd dat ze geen dure kippenhokken willen. Met dit raadsvoorstel gaat dat gebeuren. Dat wil de Student &
Starter-fractie voorkomen. Ze vindt het jammer dat er geen hoge ambitie wordt gesteld, want met dit raadsvoorstel wordt de ambitie heel veel lager gesteld. Als de mogelijkheid voor relatief dure kleine woningen niet wordt geboden, kan de gemeente daar altijd nog op terugkomen.
Mevrouw De Koning (GroenLinks) vindt deze redenering onjuist, omdat de raad alsnog besluit over invoering van deze maatregel. Bovendien is er variatie nodig. De kleinste woning wordt 40 m² en moet het goedkoopst zijn, de goedkopere woningen voor de alleenstaanden waar de Student & Starter-fractie vaak voor zegt te zijn.
Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) begrijpt dat deze mogelijkheid voor de Binnenstad wordt geboden, maar begrijpt dat niet voor de rest van de stad, omdat daar grotere woningen mogelijk
zijn. Het is zonde dat er een grens wordt gesteld en duurdere woningen op minder vierkante meter kunnen worden gerealiseerd.
Ze vervolgt dat het college de bevoegdheid heeft om af te wijken van de normen voor middenhuur. Ze vindt dat hiermee uiterst terughoudend moet worden omgegaan. Ze ziet liever dat de raad het mandaat heeft om al dan niet af te wijken van de kaders voor middenhuur. Hiertoe dient ze
amendement 43 in, De raad aan zet bij afwijking van het Actieplan Middenhuur, mede namens de fracties van PVV, PvdA, PvdD en SP, waarin een vijfde beslispunt wordt toegevoegd.
Ten slotte dient ze amendement 44 in, Een betaalbare maximale minimale inkomenseis, mede
namens de fracties van PvdA en PvdD. Ze vindt de verlaging van de inkomenseis naar 42 maal de
maandhuur onvoldoende en pleit ervoor deze te verlagen tot 36 maal de maandhuur. Hiertoe stelt ze voor beslispunt 6.1d aan te passen.
De heer Schipper (SP) heeft afgelopen week vragen ingediend over het gedrag van corporaties op het gebied van de middenhuur, omdat ze vaak de hoofdprijs vragen. Hij ziet uit naar de beantwoording
ervan. Hij is blij met het Actieplan Middenhuur, dat verhuurders moet beteugelen in dezen. Maar met het raadsvoorstel wordt inbreuk gemaakt op dat actieplan, waarvan SP-wethouder Jansen de
geestelijk vader is. De SP-fractie steunt de motie en amendementen om het Actieplan Middenhuur te koesteren en beschermen.
De heer Koning (D66) wijst erop dat de D66-fractie mede-indiener is van een aantal voorstellen, die ervoor zorgen dat meer gebieden in de stad worden beschermd en er wordt geëxperimenteerd en
geleerd wat er mogelijk is, zodat in de toekomst meer Utrechters in een beschermde woningmarkt kunnen huren.
De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat hij amendement 39, Leidsche Rijn Centrum een brug
te ver, begrijpt, omdat ook het college de lijn hanteert dat het kiezen voor kleinere woningen in het
kader van de gebiedsontwikkelingen moet worden gedaan. Maar omdat Leidsche Rijn Centrum al zo ver is ontwikkeld, probeert het college dit nu te benoemen. Spreker gaat ervan uit dat het
amendement wordt aangenomen, maar ontraadt het toch. Hij stelt voor in dat geval per gebied een besluit te nemen. Hij zal er nader op terugkomen in het kader van de gebiedsontwikkeling.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) vindt dat de route moet zijn zoals bij de Merwedekanaalzone
Raadsvergadering van 10 maart 2022
52
gekozen: eerst een voorstel voorleggen aan de raad om af te wijken van het Actieplan Middenhuur en dat vervolgens verwerken in de verordening. Hij heeft begrepen dat Leidsche Rijn Centrum ertussen wordt geduwd vanwege een discussie met de ontwikkelaar. In dat kader moet het amendement worden begrepen.
De heer Diepeveen (wethouder) begrijpt de redenering. Maar gezien de stand van de ontwikkeling van Leidsche Rijn Centrum had hij verwacht dat de raad met het collegevoorstel mee kon gaan.
Amendement 42 pleit ervoor nieuw hoogstedelijk helemaal uit het voorstel te halen. Dat ontraadt het college. Hij begrijpt deze keuze van de fractie van Student & Starter niet in het licht van de
besluitvorming over de Merwedekanaalzone, waar ze akkoord is gegaan met deze vormgeving van middenhuur.
Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) wijst erop dat het verschil is dat voordat dit raadsvoorstel er lag, de raad per gebied kon kiezen voor hoogstedelijk. Nu wordt een heel gebied daarvoor ingezet. Dat wil ze niet.
De heer Diepeveen (wethouder) begrijpt dat. Over de Merwedekanaalzone heeft besluitvorming
plaatsgevonden, dat wordt hier bevestigd. Over Leidsche Rijn Centrum kan een oordeel worden geveld met amendement 39.
Amendement 40 gaat over de servicekosten. In de brief van 8 maart staat dat het college met
verhuurders van de middenhuur afspraken wil maken over het vastleggen van de toegang van hun huurders tot de huurcommissie. Het amendement probeert dit vast te leggen. Hij laat het oordeel aan de raad.
Motie 109, meer toegang tot middenhuur, is goed hanteerbaar. Hiertoe moeten afspraken met marktpartijen worden gemaakt. Uiteindelijk gaat het om de voorwaarden, mogelijkheden en
eventuele effecten van het verlagen van de maximale minimale inkomenseis naar 36 maanden.
Daarnaar moet goed worden gekeken. Hij vindt het belangrijk met voorrang te kijken naar de kansen
van eenpersoonshuishoudens, omdat ze over het algemeen lagere lasten hebben. Bij de pilot moet er in het bijzonder op worden gelet dat er geen onbedoelde neveneffecten optreden in de zin van voorrang van kansrijke, hoger opgeleiden die een gunstiger inkomstenperspectief hebben dan mensen met een stabiel laag inkomen. Hij neemt motie 109 over.
Hij vervolgt dat amendement 44 in het verlengde hiervan ligt, maar een stap verder gaat. Hij ontraadt het om gelijk die 36 maanden in te voeren, omdat hij de voorkeur geeft aan de benadering via de motie en de pilot.
Amendement 43 ontraadt hij, omdat er niet voor niets nu een systeem is waarin het college met
ruime verantwoordingsverplichtingen de bevoegdheid heeft op basis van kwaliteit en economische haalbaarheid af te wijken van het actieplan en daarover te rapporteren. Dat systeem loopt goed. Hiermee hebben kleine afwijkingen geen lange doorlooptijd via de raad nodig; dat is belangrijk.
Bovendien, in de praktijk legt het college een raadsbesluit voor als het om grote afwijkingen gaat, zoals bij de Merwedekanaalzone.
Amendement 41 gaat over de betaalbaarheid van de huurprijzen. Spreker wijst erop dat het
Actieplan Middenhuur twee doelen dient, het stimuleren van de bouw en het borgen van de prijs en kwaliteit. Die moeten met elkaar in balans zijn. Hij ziet bij dit amendement enig risico voor het
tempo waarop het college afspraken kan maken met partijen, omdat ze hun ruimte beperkt zien
worden om wat grotere woningen te bouwen. Het wordt minder aantrekkelijk deze te bouwen, omdat ze eerder tegen de bovengrens aanlopen.
Raadsvergadering van 10 maart 2022
53
De heer Ișik (PvdA) reageert dat het inkomen van mensen niet zo snel stijgt als de huren stijgen. Hij
pleit ervoor tegen de marktpartijen te zeggen dat de gemeente betaalbare woningen wil hebben voor het middenkader en ze maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten dragen.
De heer Diepeveen (wethouder) begrijpt dit appel maar hij waarschuwt ervoor dat door het risico op minder grote woningen minder differentiatie mogelijk is. Als dit amendement wordt aangenomen, gaat het college in gesprek met partijen, omdat er mogelijk een betekenisvolle wijziging in het
samenhangend pakket wordt aangebracht. Hij zal de komende tijd goed volgen wat dit betekent voor het tempo, de productie en het type woningen. Gezien de ontwikkelingen in de conjunctuur, moet de komende tijd toch al alles goed in de gaten worden gehouden. Over een jaar, of zoveel eerder als nodig, komt hij hierop terug.
De heer Ișik (PvdA) vraagt de wethouder meer vanuit de samenleving te redeneren in plaats vanuit de marktpartijen.
Mevrouw De Koning (GroenLinks) vindt het goed dat de wethouder zegt dat hij dit gaat evalueren,
maar zij vindt hem te voorzichtig klinken. Het voorstel van de fracties van GroenLinks en de PvdA is de situatie van de afgelopen jaren vasthouden en de huurprijzen niet omhooggooien. De afgelopen jaren is immers een redelijk groot aandeel middenhuurwoningen gerealiseerd. De wethouder moet die ambitie uitstralen naar de ontwikkelaars.
De heer Diepeveen (wethouder) begrijpt dat heel goed, maar hij wijst erop dat in het pakket
afspraken worden gemaakt over gemiddelden; dat is niet eerder gebeurd en is van betekenis. Ook de verlenging van de exploitatietermijn van 20 naar 25 jaar is van betekenis om het
middenhuursegment steviger te maken. Natuurlijk voelt hij met de indieners mee en is de timing van dit voorstel lastig. Daarom acht hij het denkbaar dit op een later moment te doen. Hij heeft zijn
kanttekeningen geplaatst en zegt toe zo snel als mogelijk bij de raad terug te komen, uiterlijk over een jaar, om te vertellen wat de effecten van amendement 41 zijn.
Mevrouw De Koning (GroenLinks) trekt motie 109 in, omdat ze is overgenomen. De heer Schipper (SP) is het heel erg eens met de leden Işik en De Koning over amendement 41.
Immers, de grondstoffen worden duurder, wat betekent dat men op termijn problemen kan krijgen
om de afspraken te handhaven. Daarom vindt hij dat daaraan niet te vroeg moet worden gemorreld. Dit moment is te vroeg.
De voorzitter verklaart hiermee de beraadslaging over dit onderwerp voor geëindigd. De stemming
over het voorstel en de ingediende amendementen zal plaatsvinden aan het eind van de vergadering De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na hervatting van de vergadering stelt de voorzitter gelijktijdig aan de orde: 30. Raadsvoorstel Wijziging Huisvestingsverordening regio Utrecht 2019, gemeente Utrecht i.v.m. wet opkoopbescherming en aantal technische wijzigingen.
Raadsvergadering van 10 maart 2022
54
31. Raadsvoorstel Wijziging Huisvestingsverordening regio Utrecht 2019, gemeente Utrecht i.v.m. verlaging percentage verloting woningen.
32. Raadsvoorstel Aanpassing vergunningvereisten omzetten zelfstandige in onzelfstandige woonruimte huisvesting tot drie personen.
De heer Van der Marel (VVD) is benieuwd naar de evaluatie van de Regionale
Huisvestingsverordening of de opkoopbescherming werkt. De VVD-fractie stemt voor. Ze staat onder het amendement dat de fractie van Student & Starter zal indienen over de loting. Het voorstel van de D66-fractie gaat haar te ver, want dan blijft er niets mee over voor de mensen op de wachtlijst. De
VVD-fractie staat ook onder twee amendementen bij agendapunt 32, een mildere en een strengere versie.
De heer Koppelaar (Student & Starter) is zeer tevreden over de opkoopbescherming. Zijn fractie staat onder de motie die hierover wordt ingediend. Hij merkt op dat woningen bij de doelgroep terecht
moeten komen waarvoor ze zijn bedoeld. De corporaties hebben in de mail aan de raad bevestigd dat voor starters juist het tegenovergestelde geldt als het lotingspercentage wordt verlaagd naar 10%, en loten een goed instrument is om ervoor te zorgen dat starterswoningen bij starters
terechtkomen. Een meerderheid van de raad vindt 20% te hoog, Student & Starter vindt 10% te laag. Daarom dient ze amendement 45 in, Starterswoningen ook echt voor starters, mede namens de fracties van VVD en D66 om het percentage naar 15 te verlagen.
Mevrouw De Koning (GroenLinks) vraagt waarom Student & Starter niet voorstelt jongeren voorrang te geven op jongerenwoningen en het instrument loting nodig heeft voor de hele woningmarkt.
De heer Koppelaar (Student & Starter) heeft begrepen dat voorrang mogelijk is, maar er nog niet is. De mogelijkheid van loten is er al wel. Door de percentages aan te passen kan ervoor worden gezorgd dat starterswoningen bij de doelgroep terechtkomen.
Mevrouw De Koning (GroenLinks) reageert dat dit niet klopt, omdat het al mogelijk is om voorrang aan jongeren te geven. Ze snapt niet waarom de Student & Starter-fractie het instrument van de
voorrangsregeling niet wil gebruiken, maar in plaats daarvan een loting wil invoeren, wat ook voor
heel veel verliezers zorgt op de woningmarkt. Over die voorrangsregeling dient ze later een mooie motie in.
De heer Koppelaar (Student & Starter) weet dat die voorrangsregeling er is, maar weet ook dat
corporaties ervoor pleiten het lotingspercentage op 20% te houden, omdat dit instrument werkt om
de juiste woningen bij de juiste doelgroep te krijgen. De rest van de huisvestingsregio gaat dit doen, terwijl de gemeente de andere kant op beweegt. Dat vindt hij contraproductief.
Hij is het niet eens met het genoemde frame, omdat bij lootwoningen iedereen een kans maakt in
plaats van alleen de mensen die al twaalf jaar of langer staan ingeschreven. Zijn fractie wil niet alles
verloten, maar vindt dat door een deel te verloten ook een andere doelgroep de kans geboden wordt op een woning.
De Student & Starter-fractie pleit al langer tegen de onnodig strenge en stigmatiserende
vergunningseisen voor samenwonen met drie personen. Het collegevoorstel is een klein stapje in de
Raadsvergadering van 10 maart 2022
55
goede richting, maar is nog steeds onvoldoende. De bestaande woningvoorraad wordt immers vaak zeer inefficiënt benut. Daarnaast zijn er veel spookstudenten, omdat ze vaak illegaal samenwonen met z'n drieën. Dat is onwenselijk. Om samenwonen toegankelijker te maken, dient spreker mede namens de VVD-fractie amendement 46 in, Samenwonen met z'n drieën zonder leefbaarheidstoetsen. Dit is het meest verstrekkende amendement.
Mevrouw De Koning (GroenLinks) vraagt waarom de Student & Starter-fractie de hele vergunning wil weghalen en daarmee de eisen aan goed verhuurderschap, een belangrijk middel in de strijd tegen slechte verhuurders.
De heer Koppelaar (Student & Starter) antwoordt dat de leges blijven bestaan met zijn voorstellen. Hij denkt dat de leefbaarheidstoetsen kunnen vervallen, omdat de Woningwet en het Huurrecht
voldoende handvatten biedt om te handhaven op misstanden. Een huurder kan bijvoorbeeld naar de
Huurcommissie stappen om zijn gelijk te halen. Ook de gemeente heeft instrumenten om er iets aan te doen.
Mevrouw De Koning (GroenLinks) reageert dat in de vergunning bovenwettelijke eisen staan hoe een verhuurder zich moet gedragen en het mogelijk maakt een boete op te leggen. Het team dat de huisjesmelkers bestrijdt, vindt dit een belangrijk wapen. Daarom wil spreekster zo houden.
De heer Koppelaar (Student & Starter) vervolgt zijn betoog en dient amendement 47 in, Samenwonen met z'n drieën zonder algemene leefbaarheidstoets, ook namens de VVD-fractie. Dit is minder
verstrekkend dan A46. Met dit amendement blijft de fysieke leefbaarheidstoets wel van toepassing.
De Student & Starter-fractie vindt de algemene leefbaarheidstoets stigmatiserend en onnodig, alsof bewoning door drie personen automatisch tot overlast leidt, terwijl dit meestal niet het geval is.
Bovendien is de burgemeester bevoegd op te treden als er sprake is van overlast. Daarom bepleit hij aan de voorkant niet onnodige drempels op te werpen. Door samenwonen van drie personen
makkelijker te maken, kan een kleine bijdrage worden geleverd aan het voorkomen van illegale
situaties en kan meer mensen een dak boven het hoofd worden geboden. Maar dit is nog steeds niet genoeg.
De heer Koning (D66) merkt op dat de opkoopbescherming er eindelijk is en die veel zal betekenen voor woningzoekenden in de stad. Bij de motie van de GroenLinks-fractie, die hierna wordt
ingediend, is het belangrijk dat studentenhuizen gesticht kunnen worden en grote huizen in kamers verhuurd. Hij dient motie 110 in, Bescherm kansen studenten en starters bij uitbreiding opkoopbescherming, met de opdracht, 1.
om te monitoren wat het effect van deze regelgeving is op: a.
b.
vestiging van nieuwe studentenhuizen;
de extra beperking die die oplevert voor splitsen van grote woningen naar starterswoningen,
2. bij negatieve effecten van verdere verhoging van de prijsgrens voor opkoopbescherming voorstellen te doen om: a.
b.
uitzondering te maken voor het vestigen van studentenhuizen;
voor splitsing bij bewoning van één van de ontstane woningen door de koper deze ook onder opkoopbescherming te laten rekenen.
Soms woont iemand tijdelijk buiten Utrecht voor werk of langdurige mantelzorg. Duurt dit langer dan twaalf maanden, heeft men pech. Daarom vraagt spreker de toezegging van de wethouder dat het
Raadsvergadering van 10 maart 2022
56
afwegingsartikel wordt gebruikt als baan of zorg op het spel staan door de opkoopbescherming. Als het voorstel over 10% loting wordt gevolgd, zijn er haast geen woningen beschikbaar voor
jongeren tussen 18 en 30 jaar die op de wachtlijst staan. 50% van de actief woningzoekenden valt in die categorie. Dit betekent dat eigenlijk 50% van de huizen aan deze categorie moet worden
toegewezen voor gelijke kansen op de woningmarkt. Linkse fracties kiezen er bij de loting voor om juist het tegenovergestelde te doen. Wat zeggen ze tegen de startende leraren, zorgmedewerkers, politieagenten, loodgieters en andere starters?
De heer Ișik (PvdA) reageert dat er altijd plek is als de gemeente van de projectontwikkelaar vraagt meer middenhuur- en sociale huurwoningen te bouwen. Dat wil de D66-fractie niet.
De heer Koning (D66) vindt het een drogreden om te denken dat meer bouwen de wachtlijsten
volledig oplossen en dit een oplossing is voor deze groep mensen. Ook als de wachttijd twee jaar is, hebben ze minder kansen op een sociale huurwoning. Dat is fundamenteel problematisch.
De heer Ișik (PvdA) wijst erop dat dit college sociale huurwoningen verkoopt, het aantal vermindert in Overvecht en minder sociale huurwoningen bouwt. Wat er vrij komt, wil ze verloten.
De heer Koning (D66) is het daar helemaal niet mee eens. In de periode dat de PvdA een wethouder leverde op wonen, acht jaar geleden, zijn er twee keer zoveel sociale huurwoningen verkocht als
gebouwd. Dit college bouwt vijf keer zo veel sociale huurwoningen als het verkoopt. Spreker raadt aan naar deze cijfers te kijken.
Hij vervolgt met de brandbrief van de woningcorporaties. De D66-fractie staat voor gelijke kansen
voor iedereen. Daarom heeft ze met de Student & Starter-fractie een amendement opgesteld waarin
het dictum regelt dat 50% wordt toegewezen aan jonge starters met een smalle beurs. Amendement 48, Sociaal en rechtvaardig woonbeleid met kansen voor iedereen, dient hij in mede namens deze fractie.
Het voorstel om de vergunningsvereisten aan te passen is beter dan de huidige
vergunningsvereisten, maar er wordt een te kleine stap gezet. Daarom heeft de D66-fractie samen
met de Student & Starter-fractie een amendement ingediend en steunt ze het amendement dat wat verder gaat.
Mevrouw De Koning (GroenLinks) denkt dat met name de starters wachten op de
opkoopbescherming. Deze is keihard nodig. Utrecht loopt voorop door deze voor de hele stad te laten gelden. De GroenLinks-fractie maakt zich zorgen over de woningen die net niet onder de opkoopbescherming vallen. Ze weet dat het juridisch niet makkelijk is om de grens voor de
opkoopbescherming te verhogen. Daarom heeft ze hierover een onderzoekmotie opgesteld. Motie 111, Huizen om in te wonen, niet voor speculanten en beleggers, dient ze in mede namens de fracties van PvdA, ChristenUnie, Student & Starter, D66 en PvdD, met de uitspraak dat zoveel mogelijk woningen in Utrecht onder opkoopbescherming moeten vallen en de opdracht,
• te onderzoeken of de grens van goedkope en middeldure woningen die vallen onder de
opkoopbescherming kan worden verhoogd naar ten minste 80% van de woningen in eigendom van eigenaar-bewoners, hierbij samen te werken met andere grote gemeentes, waaronder Amsterdam;
• de uitkomsten van dit onderzoek uiterlijk in Q1 van 2023 met de raad te delen, samen met een eerste inschatting van de effecten van de opkoopbescherming, zo mogelijk gelijktijdig een
Raadsvergadering van 10 maart 2022
57
voorstel te doen voor het verder verhogen van de WOZ-grenswaarde van de opkoopbescherming.
Een ander groot discussiepunt is hoe er voldoende woningen bij jongeren terechtkomen. De
GroenLinks-fractie vindt het onrechtvaardig om woningen te behandelen als een lot uit de loterij,
omdat daarbij altijd mensen verliezen die niet weten wanneer ze dan wel aan de beurt zijn. Daarom vraagt ze voorrangsregels in te voeren voor jongeren die een woning zoeken.
De heer Koning (D66) vraagt wat mevrouw De Koning vindt van het feit dat 50% van de actief
woningzoekenden achter het net vissen en aan slechts 17% een woning wordt toegewezen, terwijl de GroenLinks-fractie dit wil terugbrengen naar 10%. Het is toch een heel goede stap om eerlijke
kansen op een woning te bieden aan mensen en niet te discrimineren tussen iemand die 20 of 25 jaar is en iemand die langer op de wachtlijst staat?
Mevrouw De Koning (GroenLinks) reageert dat het wachtlijstsysteem voorspelbaar is. Ze is het ermee eens dat dit voor jonge mensen onder de 30 jaar lastig is, omdat ze onvoldoende wachttijd hebben. Daarom kiest zij ervoor voorrang te bieden aan die jongeren bij bepaalde woningen. Dit betekent
niet dat iedereen voor elke woning zou moeten loten. Loten is namelijk een onrechtvaardig systeem. De heer Koning (D66) reageert dat het niet om iedereen gaat, maar dat hij juist voor die 50% een
evenredig aandeel beschikbaar wil stellen aan jonge mensen. Dit zijn mensen die anders een plek in een andere stad zoeken, die beginnen aan hun carrière, maar geen betaalbaar huis kunnen vinden. De voorzitter grijpt in, omdat het erop lijkt dat het commissiedebat wordt overgedaan. Bovendien wijst ze erop dat verkiezingsdebatten elders plaatsvinden. Er kunnen motie en amendementen ingediend worden en daarover kan men vragen stellen.
Mevrouw De Koning (GroenLinks) vindt dat de heer Koning een karikatuur van zijn eigen voorstel
maakt, want hij wil 50% van de woningen via een loting beschikbaar stellen en verdedigt niet waarom dit een rechtvaardige en transparante manier is om woningen bij mensen te krijgen. Ze pleit ervoor voorrang aan jongeren te geven voor het percentage jongeren dat men op de woningmarkt wil
hebben. Ze dient motie 112 in, Woningen voor jongeren, mede namens de fracties van SP en PvdA, met de opdracht, zorg te dragen voor een passende en eerlijke verdeling van woonruimte,
waarbinnen ook jongeren voldoende woningen kunnen krijgen; hierover afspraken te maken met
woningcorporaties bij de eerstvolgende prestatieafspraken en daarbij ook te bespreken wat ervoor nodig is om vaker voorrang te geven aan jongeren door woningen met een jongerenlabel aan te bieden.
De heer Koning (D66) wijst erop dat het feit dat de GroenLinks-fractie kiest voor het percentage van 10 en een onderzoek te starten naar iets wat op den duur misschien tot meer toewijzing kan leiden, ervoor zorgt dat deze groep van 18 tot 30 jaar in de kou staat. Waarom kiest ze daarvoor?
Mevrouw De Koning (GroenLinks) antwoordt dat er al een voorrangsregeling is die gebruikt wordt voor 8% van de woningen. Dit instrument moet alleen wat vaker worden gebruikt.
Ze is blij met het voorstel voor de lichtere vergunning voor het verhuren aan drie personen en vindt het ook verstandig dat er een vergunningsplicht blijft als belangrijk wapen in de strijd tegen huisjesmelkers.
Raadsvergadering van 10 maart 2022
58
De heer Wijmenga (ChristenUnie) vindt dit mooie voorstellen op de valreep van deze collegeperiode. Opkoopbescherming is geen wondermiddel, maar biedt wel mensen de gelegenheid om een
wooncarrière te maken. Hij had graag een hoger huurbedrag gezien, maar omdat dit juridisch lastig is, heeft zijn fractie motie 111 mede ingediend. Hij steunt het voorstel, maar stemt niet in met het voorstel om het lotingspercentage te verlagen, omdat destijds een verhoging naar 20% bewust
samenviel met de nieuwe regel om een deel van de inschrijftijd te behouden, waardoor er een balans
is ontstaan tussen lotingspercentage en inschrijftijd. Die wordt met een verlaging van het percentage eruit gehaald.
De ChristenUnie-fractie steunt de versoepelingen van de vergunningsvoorwaarden voor wonen met drie personen en is benieuwd hoe het college monitort welke effecten dit in de praktijk oplevert.
Spreker is op zoek naar de wijze waarop de raad kan controleren dat dit het gewenste effect heeft en niet bureaucratisch blijft.
De heer Ișik (PvdA) is blij met de opkoopbescherming, blij dat verloting van sociale huurwoningen wordt verminderd en is geen voorstander van versoepeling van de vergunning, zolang de opkoopbescherming nog niet in werking is getreden.
Mevrouw Zwinkels (CDA) is ook blij met het instrument van opkoopbescherming en vindt het goed dat het college er vaart achter zet. Ze dient een onderzoekmotie in om te kijken of de
opkoopbescherming wijkspecifiek kan worden gemaakt en kan worden gedifferentieerd. Ze dient motie 113 in, Wijkgerichte benadering onderzoeken in de opkoopbescherming met de oproep, 1.
2.
te onderzoeken in hoeverre een wijkgerichte benadering toe te passen is in de uitvoering van de opkoopbescherming, denk aan een actuele analyse op wijk- en buurtniveau, en mogelijke doelstellingen;
uiterlijk eind 2022 de raad te informeren met een brief over deze aanpak.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) is blij met invoering van de opkoopbescherming, maar vindt dat de
prijsgrens hoger kan liggen dan de 60% die nu gehanteerd wordt. Daarom steunt ze motie 111. Ze
vindt het goed om het lotingspercentage te verlagen, omdat loten arbitrair is en anderen nog langer moeten wachten. Ook steunt ze het verlichten van de eisen voor samenwonen van drie volwassen,
omdat dit de wens is voor samengestelde huishoudens of relaties, of bevriende starters. Ze vindt het wel spannend wat dit met de druk op de omgeving doet. Maar het verschil tussen twee of drie
bewoners vindt ze te overzien en opwegen tegen de voordelen om het makkelijker te maken om samen te wonen met z'n drieën.
De heer Schipper (SP) merkt op dat iedereen die een groot hart heeft voor loters en starters mag
hopen dat die niet bij de SSH of Jebber terechtkomen, want daar wordt € 1.004 voor 41 m² gevraagd. Al die woningen worden verloot. Hij steunt van harte de verlaging van het lotingspercentage naar 10
en de opkoopbescherming. Ook kan de SP-fractie instemmen met het laatste voorstel. Ze staat onder diverse moties en amendementen.
De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na hervatting van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan de heer Diepeveen.
Raadsvergadering van 10 maart 2022
59
De heer Diepeveen (wethouder) begint bij het onderwerp loting. Na alles wat vooraf is gegaan zal het
de raad niet verbazen dat de wethouder amendement 45 van de heer Koppelaar wil overlaten aan het oordeel van de raad. Dit is niet voor niets teruggebracht na de aangenomen motie in de zomer van 2021.
Dit betekent ook dat de wethouder amendement 48 van D66 over de 50% ontraadt. De heer Koning haalde de brief van de corporaties aan, maar de corporaties willen deze kant in ieder geval niet op.
De raad moet ook in gedachten houden dat de regionale huisvestingsverordening het maximeert op 20%.
De wethouder komt op de vergunningvereisten. Het vergaande amendement 46 spreekt van geheel schrappen. Het college ontraadt dit amendement.
Ook de minder vergaande variant, amendement 47, ontraadt de wethouder. Hier is ook in de
commissie over gesproken. De algemene leefbaarheidstoets heeft wel degelijk een functie bij
ernstige overlastsituaties, dus die wil het college behouden. Met deze lichte vergunningtoets voor drie personen is een stap in de goede richting gezet.
De heer Wijmenga vroeg om de effecten te monitoren. Dit zal de gemeente zeker doen. Dit is ze sowieso al gewend om te doen en met deze wijziging is er extra reden om dat de komende tijd intensief te doen. Het college zal dus terugkomen op de monitoring.
In motie 112 van mevrouw De Koning, Woningen voor jongeren, wordt het college aangemoedigd om met de corporaties in prestatieafspraken meer afspraken te maken over gelabelde woningen. Deze motie kan het college prima uitvoeren. Ze past ook in de in de commissie gedane toezegging. De motie wil de wethouder dus overnemen.
In motie 111 van mevrouw De Koning wordt gevraagd om meer opkoopbescherming. Deze motie is helemaal in lijn met de brief van 25 februari. Er wordt verzocht om samen met Amsterdam, waar
men ook met 60% werkt, te onderzoeken of de grens kan worden verhoogd. Het college kan deze motie overnemen.
Motie 110 van de heer Koning gaat over de kansen van studenten. Het monitoren waarover wordt
gesproken in deze motie is natuurlijk een prima zaak. Dat is logischerwijs ook een element in het
onderzoek waarover in motie 111 gesproken wordt. Het tweede dictum gaat echter over het "hoe",
terwijl het "of" voorlopig nog aan de orde is. Het is een "what if"-motie. Bovendien zullen uiteraard ook de mogelijkheden voor studentenhuizen meegewogen worden in het "of". In deze motie kiest uitspraak 2b al voor een heel specifieke route die potentieel een sluiproute kan gaan vormen. De
consequenties van deze uitspraak kunnen nu nog niet overzien worden. Er is nog geen behoorlijk
debat over gevoerd. Het college vindt deze uitspraak veel te vroeg. Daarom ontraadt de wethouder motie 110.
De heer Koning vroeg ook nog om in te gaan over de opkoopbescherming in de praktijk. In artikel
3.4.5.2b is een soort hardheidsclausule opgenomen. Dat betekent dat er altijd in individuele gevallen mogelijkheden tot maatwerk zijn. Er is altijd een mogelijkheid om het verhuren van een woonruimte zwaarder te laten wegen dan het belang van de opkoopbescherming. De gemeente zal dit uiteraard monitoren en hierover rapporteren aan de raad. Dan komen dit soort punten ongetwijfeld naar
boven, want het is een nieuwe wet waarvan het college niet weet hoe deze in de praktijk in alle gevallen uitpakt.
Mevrouw Zwinkels vraagt in motie 113 om wijkspecifiek onderzoek. Dat verdraagt zich slecht met de
stadsbrede invoering van de opkoopbescherming. Het college voert deze juist stadsbreed in op basis van onderzoek. Deze is voor alle wijken van belang. Een wijkgerichte aanpak ligt hierbij niet voor de
hand. Dat neemt niet weg dat het college bij de monitoring van de opkoopbescherming wel zal gaan kijken wat hij in de verschillende wijken doet. De WOZ-waardes verschillen namelijk in de
Raadsvergadering van 10 maart 2022
60
verschillende wijken. In de ene wijk valt een groter deel onder deze bescherming dan in de andere. Mevrouw Zwinkels (CDA) steunt ook de stadsbrede aanpak, maar het CDA zou willen zijn dat het
college, vooruitlopend op de mogelijk effecten, al de instrumenten in handen heeft om daarop te reageren als dat nodig blijkt in de verschillende wijken.
De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat in de motie gevraagd wordt om onderzoek te doen
naar een wijkgerichte benadering. De gemeente heeft alle wijken onderzocht en geconcludeerd dat
alle wijken met hetzelfde fenomeen te maken hebben, namelijk het verminderen van de kansen van starters op de woningmarkt en het toenemen van de opkoop met de bedoeling om te verhuren.
Daarmee kwalificeert de hele stad zich voor een stadsbrede invoering van de opkoopbescherming.
Hierbij komt het college niet toe aan een wijkgerichte benadering. Daarom ontraadt de wethouder de motie.
Mevrouw Zwinkels (CDA) merkt op dat er net een oproep was om de opkoopbescherming uit te breiden naar 80%. Hierin zou je toch ook kunnen meenemen hoe dit zich verhoudt in de verschillende wijken?
De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat er natuurlijk goed gekeken zal worden naar juridische mogelijkheden. Hierbij wordt ook weer gekeken naar het totaal van de stad, net als er gedaan is bij de invoering van de opkoopbescherming in dit voorstel.
De voorzitter vraagt of er leden zijn die moties willen intrekken. Mevrouw De Koning (GroenLinks) trekt motie 112 in. Deze is overgenomen door het college. Motie 111 brengt zij graag in stemming, omdat deze een uitspraak van de raad vraagt.
De heer Koning (D66) merkt op dat de wethouder punt 2b van het dictum van motie 110 te stellig
vond, maar hier staat juist dat het college eventueel met een voorstel kan komen, waarna de raad het erover kan hebben. De stelligheid die de wethouder meent te zien, is er niet. Misschien komt hij tot een andere conclusie.
De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat de motie om de uitspraak van de raad vraagt om het college op te dragen om een voorstel te doen voor splitsing bij bewoning van een van de ontstane
woningen door de koper deze ook onder opkoopbescherming te laten rekenen. Dat gaat natuurlijk
heel ver in de uitwerking. Motie 111 vraagt om uit te zoeken of de 80% kan. In motie 110 wordt dan al gezegd dat er, als dat al zou gebeuren, mogelijk een probleem is met studentenhuisvesting. Dat
moet je natuurlijk afwegen bij de of-vraag. Dan wordt er gekozen voor een route waarbij men bij een splitsing kan blijven wonen in de woning zonder onder het verhuurverbod te vallen. De wethouder wil dit laten rusten en zich beperken tot de monitoring van het in het eerste punt van het dictum genoemde. Dit zegt hij graag toe.
De voorzitter verklaart hiermee de beraadslaging over dit onderwerp voor geëindigd. De stemming
over de voorstellen en de ingediende amendementen en moties zal plaatsvinden aan het eind van de vergadering.
Raadsvergadering van 10 maart 2022
61
De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde. 33. Raadsvoorstel Visie Speelruimte Utrecht 2021 - Spelen in je eigen buurt. De heer Vonk (GroenLinks) dankt de wethouder voor de strekt ter vervanging. Veel van de punten
zijn daarin mooi opgenomen. De heer Vonk was vanochtend bij de kinderraad in Kanaleneiland. Die bevestigde waarom dit voorstel zo belangrijk is, voor het vervangen van speeltoestellen, maar ook om meer speelruimte in de buurt te krijgen. Daarom dient de heer Vonk amendement 49 (Meer
ambitie dan Jantje beton!) in, mede namens de fracties van Student & Starter, PvdA, ChristenUnie en
D66. Hierin wordt de ambitie van bespeelbare ruimte van 3% naar 5% verhoogd. Omdat dit in wijken als de binnenstad lastig kan zijn, gaat het om een streven.
De heer Saiah (D66) bedankt het college en de ambtelijke staf voor de strekt ter vervanging. Daar stond zo goed als alles in wat genoemd was in de commissie, zeker op het gebied van
toegankelijkheid en inclusie. De heer Saiah heeft nog één vraag. In de commissie had hij een punt gemaakt over speelplekken specifiek voor meiden. De wethouder had toegezegd hierop terug te komen in de strekt ter vervanging, maar dit is niet gebeurd. De heer Saiah krijgt graag een
toezegging dat hier specifiek rekening mee kan worden gehouden. Speelplekken voor meiden zijn namelijk een vak apart.
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of de heer Saiah kan toelichten wat het vak apart is. De heer Saiah (D66) had in de commissie het boek "Invisible women" aangehaald. Daarin komt naar voren dat de openbare ruimte vaak wordt ingericht vanuit het perspectief van mannen of jongens. Dat is bij speeltuinen ook vaak het geval. PM-dance geeft aan dat meiden bij hen vaak vragen om een dansondergrond of iets anders dan wat er standaard is. De heer Saiah vraagt het college om expliciet rekening te houden met de wensen van meiden, omdat die misschien minder vaak participeren dan jongens.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt dat er voor ieder kind in de stad een leuke, uitdagende en vooral veilige plek moet zijn om te spelen, te bewegen en zich daarmee te ontwikkelen. Hij is dan ook blij met de visie en de strekt ter vervanging. Voor een groep voor wie spelen niet
vanzelfsprekend is en de kinderen met een beperking is vanuit het SamenSpeelAkkoord de afgelopen jaren hard gewerkt. Zes speeltuinen zijn voor iedereen toegankelijk gemaakt. De wethouder zei in de commissie toe dat dit voor nieuwe speelplekken standaard gaat worden. Hoe zit het met de overige bestaande speeltuinen? Gaan die aan de hand van deze visie ook toegankelijk gemaakt worden? De heer Van der Graaf krijgt graag een toezegging.
De heer Gilissen (VVD) complimenteert de wethouder. Na een stevig commissiedebat is het stuk veel
beter geworden. Hij heeft twee vragen en twee moties. Er is een passage over verlichting. Die staat er met name in de context van toegankelijkheid. Ziet de wethouder ook dat het toevoegen van