2e raadsvergadering 29 februari 2024
Tekst van het document
de raad deel aan de herdenking van de Februaristaking. Ook andere gemeenten zij hierbij aanwezig.
De burgemeester hecht eraan dat deze vertegenwoordiging gehandhaafd blijft. Tegelijkertijd kunnen
er goede initiatieven zijn die in Utrecht ontplooid kunnen worden om de Februaristaking de aandacht te geven die het nodig heeft. Zij is bereid om deze initiatieven te verkennen en geeft de motie oordeel raad.
Actuele motie 58. Meer drugstestcapaciteit in Utrecht. Mevrouw Stylianou (D66) constateert dat de landelijke laboratoriumcapaciteit voor drugstesten aan het maximum zit terwijl er meer vraag dan capaciteit is. Alternatieven bestaan uit dure
Raadsvergadering van 29 februari 2024
23
laboratoriumtesten, waaronder het apparaat FTIR dat meestal direct een testuitslag geeft voor
MDMA, amfetamine, GHB, ketamine (en op termijn ook cocaïne en 3-MMC). Hierdoor hoeft een
sample minder vaak naar een laboratorium gestuurd te worden. Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Amersfoort beschikken bovendien reeds over een FTIR. Daarom dient zij mede namens D66,
Student & Starter, Volt, Stadsbelang Utrecht, Horizon en BIJ1 motie 68 (Meer drugstestcapaciteit in
Utrecht) in, die het college opdraagt om: De aanschaf van een FTIR-apparaat mogelijk te maken via de incidentele middelen voor leefstijlpreventie.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) worstelt met de dekking van de motie. Er zou budget gevonden zijn
binnen het budget voor leefstijlpreventie voor 2024. Heeft D66 ook gekeken of dit budget aan het eind van 2024 nog beschikbaar is?
Mevrouw Stylianou (D66) legt uit dat het om incidentele impulsen gaat. Aan het einde van het jaar
kan er dus eventueel een andere dekking gevonden worden, waar voorstellen voor moeten volgen. Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt waarom dit niet in de commissie is behandeld. Mevrouw Stylianou (D66) reageert dat dit zou betekenen dat er een commissiedebat wordt
georganiseerd voor één apparaat. Partijen hebben geen interesse getoond voor een uitgebreid debat over het testen van drugs.
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) wijst op de bezuinigingsopgaven waar de gemeente voor staat en het tekort op de begroting. Het is wenselijk dat er nog budget is voor Leefstijlpreventie.
Mevrouw Stylianou (D66) heeft ambtelijk nagevraagd wat de motie voor gevolgen zou hebben voor de begroting en voor het budget voor de leefstijlpreventie. De reactie was dat de gevolgen acceptabel zouden zijn.
De heer Eerenberg (wethouder) stelt dat het nuttig en verstandig is om het FTIR-apparaat aan te
schaffen. Organisaties als Jellinek onderstrepen dit. Aan de andere kant zijn de middelen schaars. Hoewel de dekking technisch mogelijk is, zal door prioriteit te geven aan dit apparaat het budget voor leefstijlinterventie met € 40.000 dalen. Hij geeft de motie oordeel raad.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vraagt of de motie inhoudelijk zou passen bij waar het budget voor bedoeld was, namelijk leefstijlinterventie.
De heer Eerenberg (wethouder) denkt dat voor een groep Utrechters het gebruik van drugs onderdeel is van het leven. Dit overwegende helpt het veilig en verantwoord gebruik van drugs bij een gezondere leefstijl.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) wil van de wethouder weten of het niet verstandiger is om later in het jaar een FTIR-apparaat te financieren, zodat bezien kan worden ten koste van wat er wordt gefinancierd.
De heer Eerenberg (wethouder) reageert dat er vroeg in het jaar weinig te zeggen valt over de staat van de financiën tegen het eind van het jaar.
Raadsvergadering van 29 februari 2024
24
Mevrouw Ramaker (VVD) vindt het opmerkelijk dat de gemeente het gebruik van MDMA gaat bestempelen als onderdeel van een gezonde leefstijl. Dit rijmt niet met preventief gezondheidsbeleid.
De heer Eerenberg (wethouder) stelt dat er nu eenmaal mensen in Utrecht wonen die drugs gebruiken. Dit is de realiteit en verbieden is vaak geen effectieve maatregel. Vanuit
gezondheidsoptiek is het veilig en verantwoord gebruiken van drugs een hele verstandige zet. Een FTIR-apparaat kan hieraan bijdragen.
Mevrouw De Vries (PvdD) vraagt wat er van het budget overblijft als er € 40.000 wordt gereserveerd voor een FTIR-apparaat.
De heer Eerenberg (wethouder) reageert dat het hier gaat om een rollend budget. In Q1 en Q2 zal er nog geld over zijn, maar in Q4 waarschijnlijk niet.
Mevrouw Passier (Volt) vraagt hoeveel geld er precies is gereserveerd voor leefstijlinterventie aan het begin van 2024.
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat dit aan het begin van het jaar om € 400.000 ging. Actuele motie 59. Geen reclame voor smartshops. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) constateert dat er in de openbare ruimte in de gemeente
Utrecht reclame voor smartshops te zien is. Reclame voor smartshops zet aan tot het kopen en het gebruik van bijvoorbeeld designerdrugs, zoals nieuwe varianten van de designerdrug flakka. Het
verbannen van reclame voor smartshops uit de openbare ruimte toegestaan is binnen de definitie van vrijheid van meningsuiting, zoals gesteld door Europees Hof voor de Rechten van de Mens,
aangezien reclames voor smartshops, een negatieve impact hebben op de volksgezondheid. De term reclame voor smartshops is te definiëren als “reclame voor winkels die in hoofdzaak of als
belangrijke nevenactiviteit producten verkopen die omschreven kunnen worden als hallucinerende
middelen (ecodrugs), die niet verboden zijn op grond van de Opiumwet of dienst (kunnen) doen voor het gebruik of de productie van cannabis. Hij dient daarom motie 59 (Geen reclame voor smartshops) in, die het college verzoekt om:
1. In gesprek te gaan met de huidige exploitanten van reclamedragers alsook met de aanvragers van vergunningsplichtige buitenreclame (reclame aan gebouwen) in Utrecht teneinde reclame voor
smartshops in haltevoorzieningen bij het openbaar vervoer, vrijstaande reclamevitrines, billboards,
lichtmasten, de reclamemast langs de A2 en de A12/A27, op rotondes en op steigerdoeken te weren, daartoe afspraken te maken en de raad binnen een jaar over de resultaten te informeren; 2. Een verbod op reclame voor smartshops onderdeel te laten uitmaken van de
aanbestedingsdocumenten bij toekomstige aanbestedingen en contracten met toekomstige exploitanten van reclame in de openbare ruimte.
Mevrouw Stylianou (D66) vraagt hoe de ChristenUnie kijkt naar de positieve aspecten van de
middelen die verkocht worden in de smartshop. Zij noemt het voorbeeld van een persoon met ADD die zich dankzij CBD-olie beter kan concentreren tijdens het werk.
Raadsvergadering van 29 februari 2024
25
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) reageert dat reclame voor smartshops niet bijdraagt aan een openbare ruimte die oproept tot het leven van een gezond leven.
Mevrouw Schilderman (wethouder) legt uit dat de gemeente reclame maken voor smartshops niet geheel kan verbieden. De beste manier om iets te doen aan ongewenste reclame is door geen
reclame meer toe te staan in de openbare ruimte en de middelen die de gemeente hier nu voor
ontvangt te dekken uit de begroting. Dit zou de motie wel uitvoerbaar maken. Zij geeft motie 59 oordeel raad.
Actuele motie 60. Wie A zegt moet ook B zeggen in de Week zonder Vlees en Zuivel. Mevrouw De Vries (PvdD) constateert dat vaker plantaardig eten een grote en positieve impact heeft
op mens, dier en milieu en dat volgende week, van 4 tot en met 10 maart, de Nationale Week zonder Vlees en Zuivel plaatsvindt. Het college benadrukt de doelstellingen van deze week te
onderschrijven. Het college heeft toegezegd dat Utrecht zich aansluit bij deze Week zonder Vlees en Zuivel. Het college heeft tevens toegezegd hier aandacht aan te besteden binnen de gemeentelijke
organisatie, dit via haar communicatiekanalen naar buiten uit te dragen, en bedrijven, instellingen en scholen in Utrecht te wijzen op dit initiatief om zo de impact te vergroten. Zij dient daarom mede namens ChristenUnie, Volt en EenUtrecht motie 70 (Wie A zegt moet ook B zeggen in de Week zonder Vlees en Zuivel) in, die het college opdraagt om:
1. Geen halfbakken werk te leveren en tijdens de Nationale Week zonder Vlees en Zuivel enkel plantaardige opties aan te bieden in haar bedrijfsrestaurants; 2. Dit ook als zodanig zowel intern als extern te communiceren.
Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt of de Partij voor de Dieren ook heeft nagedacht om dit eerst te bespreken met de ondernemingsraad.
Mevrouw De Vries (PvdD) ontkent en reageert dat de motie is voorgelegd aan het college, dat heeft aangegeven het doel te onderschrijven.
De heer Peters (D66) wijst erop dat het college heeft onderschreven om iets te doen met de
Nationale Week zonder Vlees en Zuivel. Wanneer is het genoeg voor de Partij voor de Dieren? Zou de partij niet een keer een motie moeten indienen voor een verbod op vlees eten?
Mevrouw De Vries (PvdD) zou dat een goed idee vinden, maar deze motie gaat puur over de Nationale Week zonder Vlees en Zuivel. Wie A zegt, moet ook B zeggen.
Mevrouw Streefland (wethouder) bevestigt nogmaals dat de gemeente de doelen onderschrijft van de Nationale Week zonder Vlees en Zuivel. De "B" waarvan in de motie wordt gesproken, wordt door het college echter anders ingevuld. Het college heeft gekozen voor een strategie van verleiding en
stimulering om de transitie naar meer plantaardige consumptie te bewerkstelligen. Dit is een traject van de lange adem. Het college hecht aan keuzevrijheid van het personeel. Het rigoureus stoppen met het aanbieden van vlees en zuivel kan bovendien ook averechts werken. Tevens is er een contractuele afspraak met de cateraar. Zij ontraadt motie 60.
Raadsvergadering van 29 februari 2024
26
Mevrouw De Vries (PvdD) vraagt of de wethouder het ermee eens is dat het gelijktijdig meedoen met dit initiatief en het blijven aanbieden van vlees en zuivel tegen elkaar ingaat.
Mevrouw Streefland (wethouder) reageert dat dit volgens het college niet tegen elkaar ingaat. Daarnaast spelen er vele belangen en is de gemeente een inclusieve organisatie. Er zullen nu eenmaal altijd mensen zijn die vlees en/of zuivel willen consumeren.
Actuele motie 61. Bomenkap Europalaan-Noord pas na rechtspraak – II. De heer Van Heuven (PvdD) vraagt aandacht voor de kap van de bomen aan de Europalaan-Noord. Hij constateert dat het college de Europalaan-Noord wil herinrichten om daar een busbaan in het
midden van de weg aan te leggen. Dit gaat gepaard met de kap van 120 bomen en daarvoor is een velvergunning aangevraagd voor 112 bomen, waarvan een flink aantal vanwege hun forse omvang
beeldbepalend en ecologisch belangrijk zijn. De Utrechtse Bomenstichting heeft een beroep en een
voorlopige voorziening bij de rechtbank ingediend tegen de verleende vergunning om de bomen te kappen en op een aantal punten in het gelijk is gesteld. Het is van groot belang dat de bomen
worden beschermd zolang de rechter nog geen uitspraak heeft gedaan. Hij dient daarom mede namens BIJ1, EenUtrecht, VVD, Volt en CDA motie 61 (Bomenkap Europalaan-Noord pas na rechtspraak) in, die het college opdraagt om:
1. Pas over te gaan tot kap van de bomen aan de Europalaan-Noord nadat het definitieve
beroep is afgehandeld en de rechtspraak heeft uitgewezen in hoeverre de kap legitiem is; 2. De bomen aan de Europalaan-Noord niet nu al preventief te snoeien.
De heer Dekkers (GroenLinks) merkt op dat de motie vraagt om te wachten tot de uiteindelijke
rechtsgang. Waarom vraagt de PvdD niet om te wachten tot de uitspraak rondom de voorzieningen, die op een veel kortere termijn speelt?
De heer Van Heuven (PvdD) legt uit dat de eerdere aanvraag van het college niet voldoende was. De PvdD wil dat de bomen aan de Europalaan alle bescherming krijgen vanuit de rechter en het is onwenselijk dat er reeds een helft gekapt gaat worden.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) proeft uit de motie de insinuatie dat het college voornemens is om een illegale bomenkap te realiseren, maar dit is niet het geval. In de collegebrief is keurig
beschreven welke scenario's er mogelijk zijn: het college wordt wel of niet in het gelijk gesteld of de rechter doet een uitspraak in voorlopige voorziening en stelt een definitieve uitspraak uit. Al deze
scenario's zijn legitiem en legaal. Daarnaast zijn er belangen gemoeid met deze kap; het is voor veel partijen zaak dat de woningnood zo snel mogelijk wordt aangepakt. Zij ontraadt motie 61.
De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of de wethouder specifieker in gaan op het snoeien van de bomen. Zou het college particulieren die de bomen snoeien niet moeten aanspreken?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) reageert dat, mocht er een gereden kans zijn dat de rechter het
licht op groen zet, het college samen met een ecoloog kijkt welke bomen eventueel gesnoeid kunnen worden. Dit zal nooit onomkeerbaar zijn.
Raadsvergadering van 29 februari 2024
27
De heer Van Heuven (PvdD) laat weten dat hij nooit heeft geïnsinueerd dat het college iets illegaals doet. Hij vraagt aan de wethouder wat zij bedoelde met "te langzaam rechtspreken"?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat zij hiermee naar het broedseizoen refereerde.
Als een rechter akkoord gaat met de kap en het broedseizoen net een week is begonnen, staat het college met lege handen.
De voorzitter deelt mee dat over de actuele moties gestemd zal worden in de avondvergadering. Daarop stelt hij aan de orde de voortzetting van de behandeling van: 21. Raadsvoorstel Visie Utrecht Circulair 2050. Mevrouw Schilderman (wethouder) bedankt de raad voor de behandeling van de Visie Utrecht Circulair 20, zowel in de gemeenteraad als in de commissie.
Zij reageert op amendement 16 over de eiwittransitie. Voorgesteld wordt om de eiwittransitie breed op te nemen in de Visie Utrecht Circulair 2050. Technisch gezien kan dit, maar de eiwittransitie
omvat meer dan alleen het circulaire aspect. Circulariteit gaat met name over voedselverspilling en
omgang met restvormen. Eerder heeft het college toegezegd de eiwittransitie terug te laten komen in de Klimaatvisie. Zij ontraadt amendement 16.
De heer Van Heuven (PvdD) stelt dat de consumerende kant van voedsel hoort bij de visie. Bij het produceren van vlees worden er veel grondstoffen gebruikt en dit gaat gepaard met veel meer
uitstoot dan bij plantaardig eten. Daarom is het logisch om de eiwittransitie hier te behandelen. Mevrouw Schilderman (wethouder) reageert dat het amendement een wijziging van de focus op
voedselverspilling en omgang met restvormen zou betekenen. Dit kan, maar het college raadt dit niet aan.
Dat brengt haar bij amendement 17 over de grote transities. Het belang van circulariteit binnen de genoemde grote opgaven worden door het college onderstreept. In de praktijk werkt het college reeds aan deze opgaven. Zij kan het amendement positief adviseren.
Zij reageert op motie 86 over circulaire economie binnen het mbo. In de commissie heeft zij reeds
aangegeven dat de punten uit deze motie terugkomen in de beleidsnota en dat het college veelvuldig spreekt met het mbo, ook met betrekking tot de beleidsnota. De wethouder kan de motie overnemen.
Zij reageert op motie 87 over een tweede leven voor grofvuil. Bewoners stimuleren om grofvuil dat
bruikbaar aan te bieden voor hergebruik is reeds staand beleid. In het kader van de ontwikkeling en de realisatie van de twee upcycle centra werkt het college reeds samen met de upcyclepartners.
Daarmee wordt een aantal samenwerkingsverbanden versterkt die het gebruik en bewustwording stimuleren. Zij kan de motie overnemen.
Tot slot apprecieert zij motie 88 over een circulaire economie vanuit de samenleving. Zij herkent de zaken die genoemd staan in de motie. Het college zal rondom de Week van de Circulaire Economie een aantal interessante activiteiten organiseren. Dit zal onder andere plaatsvinden aan het Hof van Cartesius. Zij kan de motie overnemen.
Mevrouw Zwinkels (CDA) trekt motie 88 in, want deze is zojuist overgenomen.
Raadsvergadering van 29 februari 2024
28
De heer Vasters (D66) trekt motie 87 in, want deze is zojuist overgenomen. De heer Talhaoui (PvdA) trekt motie 86, omdat deze is overgenomen. 22. Raadsvoorstel Afwegingskader verharding hoofdfietsroutes. De heer De Pagter (VVD) is nadrukkelijk tegen dit voorstel. Dit is namelijk geen afwegingskader,
maar een dictaat waarom er op zo veel mogelijk plekken rood asfalt moet komen, ook op plekken binnen het beschermde stadsgezicht. De VVD wil geen brede plakken rood asfalt binnen de
beschermde dorps- en stadsgezichten. Op veel plekken in de gemeente, in het bijzonder in Leidsche Rijn, is voor bestrating
gekozen die klimaatadaptief is door de waterdoorlatendheid. Deze bestrating is volgens het
waterschap ook een onderdeel van het "unieke watersysteem" in Leidsche Rijn. Asfalt laat echter geen water door en waterpasserende verharding laat juist zoveel water door dat er geen
watercompensatie nodig is. Daarom dient hij mede namens EenUtrecht, Volt en de Partij voor de
Dieren amendement 18 (Door asfalt gaat geen water) in, dat het college opdraagt om beslispunt 1 als volgt te wijzigen:
Het afwegingskader verharding hoofdfietsroutes als aanvulling op het Mobiliteitsplan 2040 vast te stellen, waarvan de belangrijkste punten zijn dat we bij hoofdfietsroutes blijven kiezen voor rood asfalt en dat er vier uitzonderingen zijn waarbij we geen rood asfalt aanleggen maar fietsvriendelijke klinkers of waterpasserende verharding:
a. In de binnenstad (binnen de Stadsbuitengracht) met uitzondering van de al in rood asfalt uitgevoerde routes.
b. Op bijzondere, beeldbepalende, cultuurhistorische locaties buiten de binnenstad zoals
opgenomen op de kaart op pagina 7 van het afwegingskader, waarbij waar mogelijk gekeken wordt naar de toepassing van een combinatie van de hoofdfietsroute in rood asfalt èn klinkers bij de bijzonder locatie.
c. In smalle straten (in vooroorlogse wijken) zoals opgenomen op de kaart op pagina 7 van het afwegingskader.
d. op locaties waar ten behoeve van de afvoer van hemelwater al waterdoorlatende of waterpasserende verharding ligt.
• Deze vierde uitzondering overeenkomstig toe te voegen op pagina 5 en 6 van het afwegingskader.
De heer De Pagter (VVD) constateert dat het afwegingskader een lijst bevat met straten waar op enig moment in de toekomst rood asfalt (fietsstraat, fietsstroken of fietspaden) zal worden toegepast en dat Pas op het moment dat herinrichting van die straten aan de orde is een afweging moet worden
gemaakt over de keuze van de verharding. Hij dient daarom mede namens EenUtrecht, UtrechtNu! en Volt amendement 19 (De buurt is aan zet) in, dat het college opdraagt om aan beslispunt 1 de volgende zinsnede toe te voegen:
, met dien verstande dat de Bijlage “Overzicht van straten die we omzetten van klinkers naar rood asfalt” uit het afwegingskader wordt geschrapt;
• Een nieuw beslispunt aan het raadsvoorstel toe te voegen dat komt te luiden:
In de planfase van een herinrichting van een hoofdfietsroute waar geen rood asfalt ligt een draagvlakmeting in de buurt te houden over het type verharding en deze stem mee te
wegen, vóórdat een keuze over de verharding wordt gemaakt. Het college informeert de
Raadsvergadering van 29 februari 2024
29
raad tijdig over de resultaten van de draagvlakmeting, zodat de raad zo nodig sturing kan geven.
Mevrouw Passier (Volt) is om meerdere redenen niet tevreden met het Afwegingskader Verharding
Hoofdfietsroutes. Zij dient amendement 20 (Afwegingskader verharding hoofdfietsroutes) in, dat het
college opdraagt om beslispunt 1b van het raadsbesluit Afwegingskader verharding hoofdfietsroutes d.d. 29 februari 2024, kenmerk 11653826 als volgt te wijzigen:
1b. Op bijzondere, beeldbepalende cultuurhistorische locaties buiten de binnenstad zoals opgenomen in de Kadernota Kwaliteit Openbare Ruimte.
Mevrouw Zwinkels (CDA) meldt dat in de Strekt ter Vervanging opeens een aanvulling is gemaakt die de uitzondering op rood asfalt (met dus juist mogelijkheid tot fietsvriendelijke klinkers) beperkt en dat het CDA de aanvulling in de Strekt ter Vervanging een verslechtering vindt van de positie die fietsvriendelijke klinkers heeft ten opzichte van rood asfalt, en hier ook helemaal niet om
gevraagd is. Zij dient daarom mede namens EenUtrecht en Volt amendement 21 (Bescherm
bijzondere locaties) in, die het college opdraagt om de volgende aanvulling uit het raadsvoorstel te schrappen:
“waarbij waar mogelijk gekeken wordt naar de toepassing van een combinatie van de hoofdfietsroute in rood asfalt én klinkers bij de bijzonder locatie.”
De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt aan het CDA of het amendement zich beperkt tot de bijzondere locaties die expliciet genoemd zijn of dat het breder om cultuurhistorische belangrijke locaties gaat. Mevrouw Zwinkels (CDA) legt uit dat de toevoeging in de strekt ter vervanging een verslechtering is van het voorstel. Het CDA wil dus terug naar de oorspronkelijke tekst, waarmee minder afbreuk wordt gedaan aan de bijzondere locaties. Het CDA kijkt daarbij breder naar cultuurhistorische locaties.
Ze dient mede namens EenUtrecht, Volt en VVD motie 89 (Allure vraagt om klinkers, net als andere situaties wellicht) in, die het college opdraagt om:
1. Gebieden die nu als “Allure gebied” zijn ingericht, ook met fietsvriendelijke klinkers te laten, tenzij de gemeenteraad anders beslist”;
2. Met een nadere onderbouwing te komen over hoe de uitkomst voor de straten die het college zelf vermeld heeft in het voorliggende raadsvoorstel, tot stand is gekomen.
Zij dient mede namens EenUtrecht en Volt motie 90 (Betrek criteria als verkeersveiligheid en klimaatadaptatie in het afwegingskader) in, die het college opdraagt om:
1. Recht te doen aan criteria als verkeersveiligheid en klimaatadaptatie in het afwegingskader; 2. De gemeenteraad te informeren over hoe zij dit gaat doen.
De heer Talhaoui (PvdA) constateert dat in het afwegingskader verharding hoofdfietsroutes wordt
voorgesteld om op de belangrijkste hoofdfietsroutes rood asfalt, en in uitzonderingsgevallen rode
klinkers, aan te leggen met als doel om deze hoofdfietsroutes aantrekkelijk te maken. Dit kan leiden tot een toename van het aantal fietsbewegingen op de Weerdsingel en het gebied rond de Weersluis heeft bijzondere ruimtelijke kwaliteiten. Hij dient daarom amendement 22 (Geen (fiets)brug op de
Weerdsluis) in, die het college opdraagt om beslispunt 2 aan het ontwerp raadsbesluit Raadsvoorstel Afwegingskader verharding hoofdfietsroutes, kenmerk 11653826 toe te voegen: 1. Vast te stellen dat er geen (fiets)brug over de Weerdsluis komt.
Raadsvergadering van 29 februari 2024
30
De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan wethouder Van Hooijdonk. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) dankt de raadsleden voor de ingediende moties en amendementen.
Zij reageert op amendement 18 over waterdoorlatende verharding. Asfalt is voldoende adaptief en is geen belemmering. Het college ontraadt dit amendement.
De heer De Pagter (VVD) vraagt of dit niet juist een stap terug is in het beleid, waarin waterdoorlatende verharding is ontwikkeld.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) reageert dat asfalt voldoende waterafvoerend kan zijn. Dit is
een andere methode dan waterdoorlatend asfalt. De raad kan ervan uitgaan dat de juiste procedures worden doorlopen hieromtrent. Er is bovendien goed gekeken naar de betreffende straten.
Zij reageert op amendement 19 over de buurt aan zet laten. Voor de fietsroutes gaat het om een stedelijk belang. Het is dus niet alleen aan de bewoners om te kiezen hoe de fietspaden worden
ontwikkeld. Het afwegingskader is bedoeld om hierop te sturen, zodat er niet bij elk project een discussie ontstaat. Zij ontraadt dit amendement.
Zij reageert op amendement 20 over de bijzondere locaties. De alluregebieden uit de Kadernota
vragen niet een-op-een om klinkers, want dit zou betekenen dat ook op plekken waar asfalt prima op zijn plek is vervangen moet worden door klinkers. Dit is reeds toegelicht in een raadsbrief. Zij verbindt dit amendement met motie 89 over allure en ontraadt beide.
Mevrouw Zwinkels (CDA) verduidelijkt haar amendement. Het CDA wil in kaart brengen waar alle klinkers in alluregebieden liggen, zodat deze behouden kunnen blijven.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) reageert dat in sommige gevallen de combinatie asfalt en klinkers passend is.
Mevrouw Zwinkels (CDA) stelt dat een afwegingskader goed toepasbaar moet zijn. Het is niet zinvol om de lijst met straten waar asfalt passend is te amenderen.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) reageert dat zo'n lijst juist heel duidelijk is. Het gaat om een afweging per straat. Het is te kort door de bocht om vooraf te bepalen dat alle alluregebieden voorzien moeten worden van klinkers.
Mevrouw Zwinkels (CDA) wijst er nogmaals op dat de oordelen in de inhoudelijke toelichting onjuist worden doorvertaald naar het afwegingskader op pagina 5.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) verwijst naar de raadsbrief met de betreffende toelichting over waar asfalt op zijn plek is en waar niet. Daarvan is afgepeld hoe het college vanuit de Kadernota
werkt. De waardevrije indeling is niet te maken. Daarnaast heeft de keuze tussen asfalt of klinkers geen invloed op de verkeersveiligheid.
Raadsvergadering van 29 februari 2024
31
Zij reageert op motie 90 over verkeersveiligheid en klimaatadaptatie. Deze onderwerpen worden per project bezien en spelen een kleinere rol in Afwegingskader. Daarnaast vraagt de motie om iets in
een afwegingskader te verwerken waar de raad vandaag over stemt. Procedureel is dit ingewikkeld. Zij ontraadt de motie.
Mevrouw Zwinkels (CDA) wijst er nogmaals op dat de oordelen in de inhoudelijke toelichting (door asfalt gaat er harder gereden worden) onjuist worden doorvertaald naar het afwegingskader op
pagina 5 (geen uitgesproken voorkeur). Dan is er toch een lichte voorkeur voor klinkers omdat deze de rijsnelheid kunnen verlagen?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat uiteindelijk het gehele ontwerp van een straat doorslaggevend is voor de verkeersveiligheid.
Zij reageert op amendement 21. Er wordt geen specifieke richting gegeven op locaties. En omdat het niet wenselijk is om uitsluitend klinkers te gebruiken, moet zij het amendement ontraden.
Zij reageert op amendement 22 over vaststellen dat er geen (fiets)brug over de Weerdsluis komt. Dit amendement heeft minder betrekking op het voorliggende raadsvoorstel, maar de raad zou dit kunnen vaststellen. Zij geeft het amendement oordeel raad.
De voorzitter inventariseert of de raadsleden behoefte hebben aan een tweede termijn. Mevrouw Zwinkels vraagt om één minuut schorsing, zodat zij haar voorstel kan specificeren en een extra amendement kan indienen.
De voorzitter schorst hierop kort de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan mevrouw Zwinkels. Mevrouw Zwinkels (CDA) dient amendement 23 (Bescherm bijzondere locaties) in, die het college
opdraagt om de volgende aanvulling uit het raadsvoorstel te schrappen met betrekking tot de vijf specifieke bijzondere locaties:
“waarbij waar mogelijk gekeken wordt naar de toepassing van een combinatie van de hoofdfietsroute in rood asfalt én klinkers bij de bijzonder locatie.” De voorzitter schorst hierop kort de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan wethouder Van Hooijdonk. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) reageert op amendement 23, waarvan alleen de inleiding van het dictum is gewijzigd. Zij ontraadt het amendement nog steeds. 23. Afrondende Besluitvorming na debat over Lobbyregister. De heer Maas (Volt) is zes weken geleden opa geworden, en dit maakt allerlei gevoelens in hem los. Gevoelens van liefde en geluk, maar ook gevoelens van zorg en verantwoordelijkheid. De
gemeenteraad zou er alles aan moeten doen om het vertrouwen bij de burgers te versterken. Naast transparantie bij lobby, is ook vertrouwen in de politiek belangrijk voor het aanzien van college en
Raadsvergadering van 29 februari 2024
32
raad in de stad. Vertrouwen in de politiek betekent dat inzicht in de activiteiten van wethouders en raadslieden kan helpen dit te verhogen. Het zou kunnen helpen om ook andere activiteiten,
overleggen en afspraken, zolang dit geen risico’s voor veiligheid of anderszins oplevert, openbaar te maken. Daarom dient hij mede namens UtrechtNu!, EenUtrecht, Horizon en ChristenUnie motie
91(Transparante agenda's) in, die het college en de raadsleden vraagt om hun agenda’s zoveel als mogelijk openbaar te maken.
Hij dient mede namens UtrechtNu!, EenUtrecht, Horizon en CDA ook motie 92 (Integriteit komt niet vanzelf) in, die het college opdraagt op om:
1. Tweejaarlijks een zogenaamd ‘netwerkgesprek’ tussen college en raad te organiseren waarbij de bestuurlijke integriteit centraal staat;
2. Een training bestuurlijke integriteit te organiseren voor college en raad i.s.m. de griffie en/of het stafbureau gemeentesecretaris.
Ook dient hij mede namens UtrechtNu!, Horizon, Partij voor de Dieren, BIJ1 en EenUtrecht motie 93 (Participatie niet alleen voor individuen) in, die het college opdraagt om:
In de participatieparagraaf van raadsvoorstellen op te nemen naast hoe individuele
Utrechters betrokken zijn bij participatie, dat ook voor organisaties, verenigingen of andere verbanden te doen.
De heer Aït Daoua (D66) wil weten waarom Volt het schrijven van de participatieparagraaf niet aan de betrokken ambtenaren zelf laat, vertrouwend in hun oordeel.
De heer Maas (Volt) antwoordt dat het een kwestie is van willen weten met wie ze gesproken hebben, en niet van vertrouwen.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) reflecteert op een goed commissiedebat, waarin aandacht was voor bestuurlijke integriteit. Hij bedankt Volt voor het agenderen van dit debat. Hij bedankt de
burgemeester voor de toezegging dat het college voor de zomer met een brief komt over inperken van de lobbyactiviteiten van wethouders ten aanzien van activiteiten in het verlengde van hun portefeuilles.
De heer Paalman (Horizon) onderschrijft de oproep op de agenda's te openbaren, ook aan de raadsleden. Horizon publiceert reeds elke week de agenda's, en dit is heel eenvoudig.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) bedankt de fractie van Volt voor het agenderen van dit belangrijke onderwerp. Het is van een grote relevantie dat de dilemma's die bij het thema van bestuurlijke
integriteit een rol spelen open met elkaar worden gewisseld. Dit maakt dat iedereen alerter is op waar het daadwerkelijk om gaat.
Zij reageert op motie 91 over transparante agenda's. Open agenda's laten niet zien wat de
consequenties zijn van de desbetreffende afspraken en of dit wel of niet van invloed is geweest op
de besluitvorming. Inwoners zouden soms graag in vertrouwelijkheid met raadsleden en wethouders wensen te spreken. Daarnaast is het in verband met veiligheid voor wethouders en raadsleden soms niet prettig als er een patroon van aanwezigheid op vaste plekken en vaste momenten zichtbaar wordt.
Raadsvergadering van 29 februari 2024
33
Het lijkt de heer Maas (Volt) logisch dat veiligheid prioriteit heeft en ook het punt van
vertrouwelijkheid is begrijpelijk. Echter, Utrechters zullen meer inzicht en vertrouwen moeten krijgen in de zaken waarover gesproken wordt.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) legt uit dat het complex is om alle afspraken vast te leggen in een openbare agenda. Het is niet exact helder op welke manier de oplossingen die worden aangedragen in de motie bijdragen aan de gewenste transparantie. Wel is het wenselijk en fair dat Volt niet alleen het college, maar ook de raad, oproept om de agenda's openbaar te maken. Hier zal de raad zelf over moeten oordelen.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) stelt dat bestuurlijke integriteit een belangrijk onderwerp is,
maar het middel mag het doel niet voorbijstreven. Is de burgemeester bereid om in de lijn van motie 91 te onderzoeken wat er wel kan in het kader van transparantie?
Mevrouw Dijksma (burgemeester) reageert dat college en raad al veel doen op dit gebied in de vorm van het weergeven van de publieke optredens en de (sociale) media. De burgemeester geeft vaak
zelfs een inkijkje in haar privéleven. Er wordt dus wel degelijk hard gewerkt aan de transparantie,
maar motie 91 is niet het instrument dat op een juiste manier tegemoetkomt aan de terechte oproep van de heer Maas. Zij wil niet iets beloven wat ze niet kan waarmaken. Zij ontraadt de motie.
Zij reageert op motie 92 over een netwerkgesprek tussen college en raad over transparantie en
bestuurlijke integriteit. Het is goed om dit gesprek aan te gaan. Zij legt de motie met een positief advies voor aan de raad.
Zij reageert op motie 93 over een participatieparagraaf. In feite is de manier van werken van het college altijd dat niet alleen individuele bewoners, maar ook ondernemers, verenigingen en
organisaties kunnen participeren bij de besluitvorming. Hier wordt altijd verslag van gedaan. Zij zegt
toe om erop in te zetten dat in de voorstellen aan de raad goed inzichtelijk wordt met welke groepen en verbanden er contact geweest is. In de nieuwe formats van het Participatieplan en in het verslag zal dit nog explicieter worden gemaakt. Zij kan echter het voorliggende systeemvoorstel niet overnemen en ontraadt de motie.
De heer Maas (Volt) waardeert de toezegging van de burgemeester. Het uitspreken van een intentie is echter geen toezegging.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) reageert dat dat in haar geval de best mogelijke toezegging is. 24. Afrondende Besluitvorming na debat over Demonstratierecht. Mevrouw Nolten (BIJ1) staat voor het recht om te demonstreren. Hier heeft BIJ1 sinds haar aantreden dan ook herhaaldelijk aandacht voor gevraagd, want verandering komt van onderop en uit de
samenleving. BIJ1 is dankbaar dat er in de afgelopen twee jaar verschillende grote stappen zijn gezet om het demonstratierecht in Utrecht zo goed mogelijk te faciliteren. Op initiatief van BIJ1 is door de burgemeester en de raad het manifest Right to Protest ondertekend, wordt het demonstratierecht jaarlijks geëvalueerd en is de kennisgevingsprocedure aanzienlijk versimpeld en toegankelijker
gemaakt. BIJ1 vraagt het college om een toezegging dat demonstranten voortaan standaard een
evaluatieformulier toegestuurd krijgen na afloop van een demonstratie waarin zij aan kunnen geven wat er goed en slecht ging.
Raadsvergadering van 29 februari 2024
34
Het is waardevol om ervaringen op te halen direct bij de organisatoren van demonstraties over het gevoerde demonstratiebeleid en zo een completer beeld te krijgen naast informatie verstrekt door politie. Daarom dient zij mede namens Partij voor de Dieren, GroenLinks, Volt, Student & Starter motie 94 (Betrek demonstranten bij het demonstratiebeleid) in, die het college opdraagt om: 1. Jaarlijkse stadsgesprekken te organiseren om ervaringen van demonstranten op te halen over het gemeentelijk demonstratiebeleid;
2. Deze opgehaalde informatie met de raad te delen ten behoeve van de jaarlijkse evaluatie van het demonstratiebeleid.
De heer Koning (D66) vraagt wat BIJ1 bedoelt met stadsgesprekken. Mevrouw Nolten (BIJ1) reageert dat bij de evaluaties van demonstraties ook de direct betrokkenen gevraagd moeten worden om hun input.
Mevrouw De Vries (PvdD) is van mening dat veiligheid nooit ten koste mag gaan van dierenwelzijn.
Daarom dient zij mede namens BIJ1 motie 95 (Traangas en kogels zijn nog steeds geen excuus voor het aanvaarden van dierenleed) in, die het college opdraagt om:
1. Met de politie in gesprek te gaan en ervoor te zorgen dat er bij demonstraties en rellen geen honden en paarden door de politie worden ingezet;
2. Samen met de politie, demonstranten en organisaties als Amnesty International na te
denken over alternatieve methoden voor ordehandhaving en oproerbeheersing die geen inzet van dieren vergen;
3. Met de politie in gesprek te gaan over diervriendelijke voorzieningen die getroffen moeten worden voor honden en paarden die niet meer geschikt geacht worden om ingezet te worden.
De heer Koning (D66) wijst erop dat er bij demonstraties niet per definitie sprake is van inzet van paarden en honden. Bovendien bestaan hier landelijke richtlijnen vanuit de politie voor.
Mevrouw De Vries (PvdD) reageert dat dit niet uitsluitend een landelijk vraagstuk is. Dieren ervaren stress wanneer zij worden ingezet bij demonstraties.
De heer Koning (D66) wijst daarnaast op het de-escalerende effect van de inzet van dieren bij
demonstraties. In die zin zou het inzetten van dieren bij demonstraties voordelen kunnen hebben. Mevrouw De Vries (PvdD) ziet deze effecten niet, en de demonstranten evenmin. Dit is dus geen
excuus voor dierenleed. De-escalatie kan op andere manieren worden gerealiseerd, bijvoorbeeld door middel van een waterkanon.
Mevrouw De Vries (PvdD) is kritisch op het gebruik van camera's bij demonstraties. Dit kan een
belemmering vormen om deel te nemen aan demonstraties. Daarom dient zij mede namens BIJ1 en D66 motie 96 (Wees terughoudend met het gebruik van camera's bij demonstraties) in, die het college opdraagt om:
1. Een terughoudende houding aan te nemen rond het gebruik van camera’s bij demonstraties;
2. Bij afwegingen rond het inzetten van camera’s bij demonstraties niet alleen input vanuit de
Raadsvergadering van 29 februari 2024
35
politie, maar ook de ervaringen van demonstranten en input vanuit Amnesty International mee te nemen.
De heer Van Steeg (CDA) dient mede namens de VVD motie 97 (Regels bieden houvast bij demonstraties) in, die het college opdraagt om:
1. De spelregels die de Wom stelt eenduidig en consequent toe te passen bij demonstraties in de stad;
2. Deze spelregels ook helder te communiceren, zodat deze voor iedereen duidelijk zijn en demonstranten en veiligheidsdiensten hierop aanspreekbaar zijn;
3. En de raad jaarlijks te informeren over de toepassing van de Wom in Utrecht. De heer Koning (D66) vraagt aan het CDA wat deze motie precies toevoegt aan staand beleid. De heer Van Steeg (CDA) reageert dat het momenteel onduidelijk is hoe de drie uitgangspunten van de Wom worden toegepast. De gemeente dient hier consequent en helder in te zijn.
De heer Koning (D66) legt uit dat de Wom-wetgeving reeds wordt toegepast en uitgevoerd door de burgemeester. Wat verwacht het CDA precies te bereiken met deze motie?
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat bijvoorbeeld duidelijk moet worden hoe het
verkeerscriterium moet worden toegepast bij demonstraties en hoe de ontwikkeling daarin is.
Daarnaast dient de gemeente er duidelijk over te zijn dat de kennisgevingstermijn daadwerkelijk belangrijk is. Het demonstranten als de regels duidelijk zijn.
Mevrouw Nolten (BIJ1) wijst erop dat er in de RIB met Amnesty International heel duidelijk is gezegd dat het grondrecht om te demonstreren belangrijker is dan de Wom. Vindt de heer Van Steeg dit ook?
De heer Van Steeg (CDA) stelt dat het recht op demonstratie ruim geïnterpreteerd moet worden. De
Wom schept duidelijkheid hieromtrent. Regels zijn er om toegepast te worden. Er zijn uitspraken van rechters die niet genegeerd kunnen worden.
Mevrouw Nolten (BIJ1) vraagt hoe het CDA uitspraken van rechters leest waarin wordt gezegd dat demonstraties ten onrechte zijn verplaatst.
De heer Van Steeg (CDA) erkent dat jurisprudentie haar voortgang heeft, maar hij ziet ook dat de burgemeester een ruime bevoegdheid heeft om de Wom toe te passen in haar stad.
Mevrouw Nolten (BIJ1) vraagt of het CDA niet bang is voor een geleidende schaal waarin de burgermeester steeds meer macht krijgt. Zou de raad hier niet kritisch op moeten zijn?
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat dat het laatste is waar hij op dit moment bang voor is. Mevrouw De Vries (PvdD) wil van het CDA concreet horen wat het beoogt met deze motie.
Raadsvergadering van 29 februari 2024
36
De heer Van Steeg (CDA) wijst op het verkeersbelang, zoals beschreven in de Wom. Dat dient getoetst te worden.
Mevrouw Fattal (GroenLinks) merkt op dat het CDA het specifiek heeft over verkeershinder als een
van de redenen waarom deze motie is ontstaan. Amnesty International heeft erop gewezen dat het
argument van verkeershinder tegen demonstraties in strijd is met Europees recht. Waarom blijft het CDA dan benadrukken dat de wet op die manier uitgevoerd moet worden? De heer Van Steeg (CDA) zegt dat hij dit doet omdat het in de Wom staat. Mevrouw Fattal (GroenLinks) constateert dat het CDA voorstander is van het uitvoeren van de Wom, ook als dit in strijd is met de Grondwet.
De heer Van Steeg (CDA) is er niet voor als het in strijd is met de Grondwet. Een wet is echter ten principale niet in strijd met de Grondwet. Er zijn nu eenmaal momenten waarop het verkeerscriterium van belang is.
Mevrouw Fattal (GroenLinks) constateert dat het CDA een motie indient dat staand beleid ondersteunt en dat ingaat tegen de Grondwet.
De heer Van Steeg (CDA) ziet in dat geval geen ruimte voor discussie. Mevrouw Meerding (VVD) wijst erop dat het aantal demonstraties in Utrecht flink toeneemt. Die
demonstraties schuren of botsen met andere (grond)rechten en belangen. Raadsleden worden vaak
pas achteraf middels een raadsbrief geïnformeerd worden over de voorbereidingen op en het verloop van een demonstratie, ook als er in aanloop al veel commotie omtrent de demonstratie is. Het is niet altijd op voorhand duidelijk welke afwegingen er worden gemaakt omtrent een demonstratie,
bijvoorbeeld bij de keuze om een demonstratie al dan niet op een bepaalde plek door te laten gaan. Zij dient daarom mede namens het CDA motie 98 (Breng de raad beter in positie bij demonstraties)
in, die het college opdraagt om de raad zowel vooraf als achteraf zo snel als mogelijk te informeren
over aangekondigde schurende demonstraties, waarbij inzicht wordt gegeven in de voorbereidingen op en afwegingen omtrent de demonstratie en het verloop. van de demonstratie.
Mevrouw Nolten (BIJ1) vraagt de VVD om een definitie van de term "schurend". Mevrouw Meerding (VVD) heeft deze term gebruikt omdat de burgemeester dit ook vaak doet. Een schurende demonstratie is een demonstratie die van tevoren veel commotie oproept.
Mevrouw Nolten (BIJ1) wil vervolgens weten hoe de VVD deze term beoordeelt, gezien het feit dat de gemeente demonstraties niet beoordeelt op de aanleiding ervan.
Mevrouw Meerding (VVD) reageert dat de motie niet oproept om de demonstraties te beoordelen. De motie roept op om de raad van tevoren te informeren. Zij beperkt zich in de motie tot de demonstraties die commotie oproepen.
Raadsvergadering van 29 februari 2024
37
Mevrouw Nolten (BIJ1) legt uit dat bij deze motie een categorisering van demonstraties benodigd is. Mevrouw Meerding (VVD) erkent dat bij heel veel politieke thema's waarover de raad vergadert moeten worden afgewogen of de raad geïnformeerd wordt.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt het van belang dat er wordt geduid wat "schurend" betekent. De heer Stam (PvdA) vraagt aan de VVD of zij vooraf wenst te sturen op welke demonstraties
toegelaten worden en welke niet. In de overwegingen van de motie van de VVD staat dat de raad zich wil uitspreken over de demonstraties.
Mevrouw Meerding (VVD) bekent dat haar spreektekst anders is geformuleerd dan de motie. Het VVD pleit ervoor dat de raad zich vooraf kan uitspreken over de omgang met een demonstratie. De
burgemeester treft voorbereidingen op een demonstratie, en hierover wenst de VVD van tevoren op de hoogte te worden gesteld.
De heer Stam (PvdA) zegt dat de tekst van de motie leidend is en dat op de vorm sturen ook op de inhoud sturen betekent.
Mevrouw Meerding (VVD) stelt dat de vorm los kan staan van de inhoud. De heer Stam (PvdA) is huiverig voor deze geleidende schaal. Demonstraties mogen niet
gepolitiseerd worden. Hij verzoekt de VVD daarnaast om de tekst van de motie in lijn te brengen met de eigen inbreng.
De heer Koning (D66) memoreert de demonstratie van enkele jaren geleden tegen de
coronamaatregelen voor het restaurant Waku Waku. Toen was het de VVD die op grond van
specifieke onderdelen van de Wom de manifestatie wilde verplaatsen. De VVD sprak zich daarmee uit op een manier dat conform wet bij de burgemeester ligt.
Mevrouw Meerding (VVD) kijkt hier goed op terug. Zij is blij dat de burgemeester gehandeld heeft
naar de oproep van de VVD. Een opdracht meegeven of een voorkeur uitspreken als politieke partij
en deze meegeven aan de burgemeester is niet gek. Heel veel raadsleden bemoeien zich met zaken waarover zij in feite niet gaan.
De heer Koning (D66) stelt dat de vraag is of demonstraties gepolitiseerd moeten worden, terwijl de raad een controlerende rol heeft op demonstraties
Mevrouw Meerding (VVD) reageert dat dergelijke demonstraties altijd politiek zijn. De gronden
waarop de demonstatie voor restaurant Waku Waku destijds is geruimd, zouden ook kunnen gelden voor demonstraties van vandaag de dag. Voor raadsleden en bewoners is het soms niet duidelijk
waarom de ene demonstratie wel wordt toegelaten en de andere niet. De VVD vraagt enkel aan de burgemeester om de raad te informeren over haar afwegingen hieromtrent.
De heer Koning (D66) roept de VVD op om tegen de eigen motie te stemmen. De raad heeft een andere rol dan de burgemeester als het gaat om demonstraties.
Raadsvergadering van 29 februari 2024
38
Mevrouw Meerding (VVD) moet de heer Koning teleurstellen. Mevrouw Fattal (GroenLinks) hecht eraan dat de raad wegblijft van het agenderen van en het uitspreken over demonstraties.
Mevrouw Meerding (VVD) legt uit dat motie 98 gaat over de informatiepositie van de raad. Er wordt
in de motie bovendien om een raadsbrief voor en na de demonstratie gevraagd. Zodoende ontvangt de raad meer informatie over de demonstratie.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) is verheugd over het niveau van het debat en bedankt de raadsleden voor hun inzet.
Het is een goed idee om standaard een evaluatieformulier toe te sturen na afloop van de demonstratie aan de organisatoren van een demonstratie. Zij zegt toe dit te gaan doen.
Zij reageert op motie 94 over de evaluatie van demonstratie en de stadsgesprekken. Dit is in lijn met de eerdere afspraken die zijn gemaakt omtrent het initiatief van Amnesty International. Zij kan de motie positief adviseren.
Zij reageert op motie 95 over dierenleed en de-escalatie. Deze motie is reeds eerder ingediend en toen is deze ontraden. Op een zeer gewetensvolle manier worden paarden ingezet bij het de-
escaleren van demonstraties. Inzet van dieren is minder heftig dan traangas en kogels. Daarnaast heeft gemeente Utrecht geen waterkanon. De burgemeester ontraadt de motie opnieuw.
Mevrouw De Vries (PvdD) stelt dat de inzet van paarden bij demonstraties voor escalatie kan zorgen. Mevrouw Dijksma (burgemeester) legt uit dat de Utrechtse politie bovenaan staat in Nederland als
het gaat om de verbinding met de stad. Utrecht staat hierom bekend. De-escalaties is altijd de eerste afweging. Als de inzet van MA voorkomen kan worden, dan heeft dat de voorkeur. Soms kan het echter niet anders.
Mevrouw De Vries (PvdD) reageert dat deze motie oproept om met de demonstranten en Amnesty International in gesprek te gaan over een oplossing.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) geeft aan dat motie 95 de burgemeester de inzet van dieren bij de-escalatie ontneemt en dat dit onverstandig is. Zij ontraadt de motie.
Zij reageert op motie 96 over camera's bij demonstraties terughoudend inzetten. Dit is reeds staand beleid en past bij de visie van het college. Zij kan de motie overnemen.
Zij reageert op motie 97 over houvast van regels bij demonstraties. De motie lijkt te suggereren dat
de regels op dit moment niet volledig worden toegepast. De burgemeester s het daar niet mee eens.
Elke demonstratie wordt langs de grenzen van de wet beoordeeld en de drie toepassingsgronden van de Wom worden daarin meegewogen. Dit leidt tot een lijn van optreden die wordt afgesproken
binnen de Driehoek. Inderdaad zijn de Wom-gronden aan verandering onderhevig als gevolg van jurisprudentie. De gemeente heeft zich te verhouden tot deze uitspraken. Motie 97 lijkt te
suggereren dat de kaders niet eenduidig worden toegepast. De burgermeester is het daar niet mee eens en daarom ontraadt zij de motie.
Zij reageert op motie 98 over de raad beter in positie brengen bij demonstraties. Het debat heeft
duidelijk gemaakt waarom de burgemeester de motie zou willen ontraden: het is de bevoegdheid van
Raadsvergadering van 29 februari 2024
39
de burgemeester om aan de voorkant een beleidslijn op te stellen, samen met de partners in de
Driehoek, over hoe er moet worden omgegaan met demonstraties. Als de raad vooraf nog zaken gaat meegeven, neemt de raad de rol van de burgemeester op zich.
Mevrouw Meerding (VVD) memoreert de demonstratie bij de Daalsesingel. Winkeliers hebben de VVD benaderd met de opmerking dat zij zich tot op het laatste moment niet goed geïnformeerd voelden. De VVD wenst zo goed mogelijk geïnformeerd te worden over demonstraties.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) reageert dat winkeliers de burgemeester hierover altijd kunnen
bellen en dat diverse winkeliers dit al eens hebben gehad. Daarnaast zijn er vaak onaangekondigde demonstraties, wat informeren aan de raad erg lastig maakt.
Mevrouw Meerding (VVD) stelt dat de raadsbrief veel openbaarheid rondom demonstraties zou creëren.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) zegt dat informatie vanuit het college vaak wordt gegeven. Er
worden omleidingsroutes bekend gemaakt en er wordt met de ondernemersvereniging gesproken. Men weet dus vaak precies wat er gaat gebeuren, alleen is men het daar vaak niet mee eens. Demonstraties mogen echter schuren en hinder veroorzaken.
Mevrouw Meerding (VVD) benadrukt nogmaals dat het gaat om de informatievoorziening aan de raad. Zij heeft met een ondernemingsvereniging gesproken en die gaf aan niet voldoende geïnformeerd te zijn.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) neemt dit mee in de latere evaluatie. De heer Aït Daoua (D66) trekt motie 73 in, omdat deze wordt overgenomen. Mevrouw De Vries (PvdD) trekt motie 96 in, want deze is overgenomen.
(De heer Zwanenberg draagt hierna het voorzitterschap van de vergadering over aan mevrouw Dijksma.) 25. Afrondende besluitvorming na debat stand van zaken UW. De voorzitter inventariseert of er behoefte is aan een besloten vergadering over dit agendapunt. Zij stelt vast dat dit niet het geval is.
De heer Van Steeg (CDA) dient mede namens Volt, ChristenUnie, D66, Partij voor de Dieren en Horizon motie 99 (Houd de raad in positie) in, die het college opdraagt om:
1. De raad actiever te informeren over bekende en actuele financiële risico’s die de Utrechtse begroting direct kunnen raken;
2. De raad in positie te houden, zodat voorliggende keuzes en besluiten tijdig kunnen worden beoordeeld;
3. Onderbestedingen duidelijker inzichtelijk te maken in de lopende begrotingscyclus met daarbij een
Raadsvergadering van 29 februari 2024
40
(cijfermatige) prognose te geven voor het einde van het jaar;
4. En de raad te informeren over de uitvoering hiervan in Q2 van 2024. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) blikt terug op een goed en belangrijk commissiedebat. Het
college heeft een stap naar voren gezet om ervoor te zorgen dat alle werknemers bij UW doorbetaald konden worden. De raad had daarnaast eerder geïnformeerd kunnen worden.
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) is tevreden over het commissiedebat. Het was goed om de
wethouders te horen erkennen dat het proces niet goed verlopen is en in de toekomst anders moet.
Dit geeft het vertrouwen dat in het vervolg de problemen samen kunnen worden aangepakt. Zij dient mede namens het CDA en EenUtrecht motie 100 (Vergelijkend onderzoek financiële status SW Bedrijven) in, die het college opdraagt:
1. Vergelijkend onderzoek te doen naar de financiële situatie van UW en sociaal
werkbedrijven in andere gemeenten en de uitkomsten van het onderzoek te delen met de raad zodra deze beschikbaar zijn;
2. Blijvend te lobbyen bij het Rijk voor het verstrekken van voldoende financiële middelen om zo de toekomst van de sociaal werkbedrijven beter te kunnen waarborgen.
Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) stelt dat er bij SW-bedrijven op het gebied van financiën al veel onderzoek is gedaan, ook bij UB. Wat voegt dit nog extra toe?
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) pleit ervoor dat de lobby voor meer middelen voor SB-bedrijven bij het Rijk steviger wordt ingezet.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wijst erop dat het ministerie van SWZ reeds 63,9 miljoen euro beschikbaar heeft gesteld voor de SW-bedrijven.
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) merkt op dat er diverse nieuwsberichten zijn waarin wordt geschreven dat deze middelen niet voldoende zijn. Volgens de motie wordt er eerst een vergelijkend onderzoek ingezet en dan wordt er gelobbyd.
Zij stelt dat er mogelijk sprake is van sociale onveiligheid binnen UW. Zij dient daarom mede namens GroenLinks, Utrecht Solidair, BIJ1, EenUtrecht en PvdA motie 101 (Onderzoek sociale veiligheid UW waarborgen) in, die het college opdraagt om:
1. Om zo snel mogelijk al dan niet in samenspraak met de Raad van Commissarissen het
ontvangen signaal met betrekking tot de bedrijfscultuur en sociale veiligheid te bespreken met de (waarnemend) directeur van UW, bijvoorbeeld tijdens een algemene vergadering van aandeelhouders;
2. UW te vragen dit jaar een medewerkerstevredenheidsonderzoek uit te voeren om zo eventuele problemen en risico's te kunnen identificeren en de veiligheid, indien nodig, beter te kunnen waarborgen;
3. De voortgang en uitkomsten van het medewerkerstevredenheidsonderzoek met de raad te delen en indien hier aanleiding voor is een aanvullend onderzoek uit te (laten) voeren.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) blikt terug op een scherp commissiedebat. Het is goed dat er op korte
termijn is ingegrepen, zodat de salarissen van UW betaald konden worden. Utrechters hebben recht op werk en recht op ondersteuning bij het vinden van werk. De gemeente heeft een wettelijke taak
Raadsvergadering van 29 februari 2024
41
om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te helpen. Zij dient daarom mede
namens Volt, BIJ1 en GroenLinks motie 102 (Meer grip op een inclusieve arbeidsmarkt) in, die het college opdraagt om:
1. Met een voorstel te komen voor een duurzame sociale infrastructuur van het sociaal
ontwikkelbedrijf waarbij de raad kan sturen op de ambitie om zoveel mogelijk mensen aan passend werk te helpen;
2. Daarbij in ieder geval het scenario te verkennen dat het sociaal ontwikkelbedrijf weer onderdeel van de gemeente wordt;
3. Indien mogelijk gebruik te maken van het transformatiebudget dat het rijk daarvoor beschikbaar wil stellen;
4. Deze plannen ter goedkeuring voor te leggen aan de raad in Q4 2024. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) constateert dat UW ellende in het kwadraat is. Financieel is het al een debacle, maar ook organisatorisch zullen er grote gevolgen zijn. Prijs- en tariefsverhogingen
zijn onvoldoende om verdere verliezen te voorkomen. Functionarissen verlaten UW, waardoor het
personeel met een grote begeleidingsbehoefte de noodzakelijke begeleiding niet krijgt of niet zal
blijven houden. Zonder nieuwe opdrachtgevers zal er gesaneerd moeten worden. Het is niet zeker of er in de toekomst voor de 600 werknemers plek is.
Mevrouw Schilderman (wethouder) reageert als eerste op de heer Bos. Er is aandacht nodig op korte
termijn om UW weer financieel en organisatorisch gezond te krijgen. Zij heeft UW onlangs bezocht en geconstateerd dat er met veel passie wordt gewerkt aan een lastige opgave. Het is van groot belang dat alle mensen die er nu werken dat ook kunnen blijven doen.
Zij reageert op motie 101 over onderzoek sociale veiligheid UW. Zij kan de motie overnemen.
Zij reageert op motie 99 over de raad in positie houden. Wanneer het CDA bedoelt dat er in het
vervolg strenger gekeken wordt naar onderbestedingen, dan kan zij de motie overnemen. Het college streeft ernaar dat de middelen die de raad geautoriseerd heeft, worden ingezet bij de doelstellingen die erbij horen, zonder dat er straks onderbestedingen zijn.
Mevrouw Voortman (wethouder) reageert op motie 100 over vergelijkend onderzoek. Zij kan de
motie overnemen, want in G4-verband is er reeds begonnen met de verkenning van de financiële situatie. Een onderzoek naar een selectie van een aantal SW's is een goed idee.
Zij reageert op motie 102 over meer grip op een inclusieve arbeidsmarkt. De wethouder heeft dit
reeds toegezegd; in Q4 2024 komt het college terug op de toekomstscenario's van UW. De PvdA wil de SW weer onderdeel van de gemeente te laten maken en benadrukt die wens met deze motie. Zij geeft de motie oordeel raad.
De heer Van Steeg trekt motie 99 in, omdat deze is overgenomen. Mevrouw Dada-Anthonij (D66) trekt moties 100 en 101 in, omdat deze is overgenomen. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) trekt motie 101 in, omdat deze is overgenomen. Mevrouw Oudejans (Student & Starter) trekt motie 85 in, omdat deze is overgenomen.
Raadsvergadering van 29 februari 2024
42
De voorzitter stelt voor om agendapunt 26 en het besloten agendapunt 10 in 5 minuten af te handelen.
De raad is daarmee akkoord.
(Mevrouw Dijksma draagt hierna het voorzitterschap van de vergadering over aan de heer Zwanenberg.) 26. Initiatiefvoorstel Bedelverbod. De voorzitter constateert dat de enige spreker, de heer Bosch, een motie heeft bij zijn eigen initiatiefvoorstel.
De heer Bosch (UtrechtNu!) benadrukt dat er niet wordt voorgesteld om het bedelen volledig strafbaar te stellen. Het is bedoeld om bendes buiten de stad te houden. Met een
handhavingsstrategie kan de gemeente hier bovendien een onderscheid in maken.
Hij weet dat het initiatiefvoorstel niet op een meerderheid in de raad kan rekenen. Mede daarom, en
omdat het van belang is om een helder beeld te krijgen van de aard en omvang van de problematiek rondom bedelen in de gehele stad Utrecht, dient hij motie 103 (Bedelen in beeld) in, die het college opdraagt om:
• een duidelijke monitoring in te stellen naar de redenen waarom er bij het Centraal Station
van Utrecht veelvuldig wordt gehandhaafd op bedelactiviteiten en in de rest van de stad nauwelijks; • daarin te onderzoeken in hoeverre het huidige APV-artikel 2:27 effectief is in het tegengaan van overlast door bedelactiviteiten;
• de raad te informeren over de uitkomsten van deze monitoring. Mevrouw Dijksma (burgemeester) reageert op motie 103 over het bedelverbod rondom het
stationsgebied. Dat er in het stationsgebied meer wordt opgetreden tegen bedelactiviteiten is als
volgt te verklaren. Sinds 2023 hanteert het college een intensieve aanpak samen met politie, NS en
de beveiliging van Hoog Catharijne om overlast op en rond het station tegen te gaan. De boetes zijn uitgeschreven op grond van de Wet personenvervoer, die de mogelijkheid biedt om op te treden
tegen bedelaars op het station als de orde wordt verstoord. De aantallen boetes kunnen grofweg en zonder te veel extra informatie in beeld worden gebracht, zodat de raad hiervan op de hoogte is. In die zin kan zij de motie positief aan de raad adviseren.
De heer Bosch (UtrechtNu!) merkt op dat de Wet personenvervoer laat zien dat de behoefte bestaat
om bedelen aan te pakken. Daarnaast gaat het niet uitsluitend om hinderlijk bedelen, maar ook om passief bedelen en om georganiseerd bedelen. Hij kan het advies van de burgemeester overnemen en wil motie 103, ingediend door hemzelf, positief adviseren aan de raad.
De voorzitter deelt mee dat de openbare vergadering nu wordt geschorst en dat in het geheim over
agendapunt 10 zal worden vergaderd. Daarna zal om 17.00 uur het vragenuur plaatsvinden, waarna de openbare raadsvergadering om 20.00 uur zal worden voortgezet. De voorzitter schorst hierop de vergadering.
Raadsvergadering van 29 februari 2024
43
De voorzitter heropent de openbare vergadering. Hij deelt mede dat de nestor van de raad
voorafgaand aan de stemmingen nog iets zal zeggen naar aanleiding van de maidenspeech van de heer Aït Daoua.
De heer Bos (nestor) spreekt de volgende woorden.
Beste Achraf. Je hebt vandaag je maidenspeech gehouden. Je hebt best wel wat persoonlijks
meegedeeld. Je hebt gemeld dat je als zoon van een alleenstaande moeder bent opgegroeid. Ook ik
ben als zoon van een alleenstaande moeder opgegroeid. Mij is altijd ingeprent dat ik een groot risico liep om een criminele carrière te gaan ontwikkelen en een groot risico liep op slecht onderwijs, met een wenkend perspectief op armoede. Dat zul je vast wel herkennen. Ik heb periodes meegemaakt dat we het thuis financieel heel zwaar hadden, waarbij mijn boterham nog weleens belegd was
schuifkaas. Ik neem aan dat iedereen dat wel kent: dan legde je 's avonds een plakje kaas op een
boterham, en de volgende ochtend rook die boterham naar kaas. Ik weet niet of mensen in deze zaal dat kennen, maar ik in ieder geval wel. Maar uiteindelijk is het redelijk goed met mij gekomen.