2e raadsvergadering 20 februari 2025
Tekst van het document
ingetrokken, om de volgende reden. Hij begrijpt dat veel fracties de motie voorbarig vinden. Dan zou het jammer zijn als de motie niet op de inhoud, maar op de timing wordt afgewezen; dat zou geen goed signaal geven. Om die reden trekt hij de motie in.
Hij vindt het wel spijtig dat de gemeenteraad een kans laat lopen om aan de bewonersgroep en de buurt te laten zien dat de raad een gebaar in hun richting maakt om het vertrouwen weer te herstellen. Die kans laat de gemeenteraad nu liggen.
De voorzitter deelt mee dat aan het eind van de vergadering gestemd zal worden over de actuele motie 48.
Hierna stelt zij aan de orde de voortzetting van de behandeling van: 22. Raadsvoorstel Wijziging APV Utrecht 2010, partiële herziening Hoofdstuk 3 Seksbedrijven e.d. 2024, en Verordening horeca Utrecht 2024.
Raadsvergadering van 20 februari 2025
24
Mevrouw De Vries (PvdD) trekt motie 64 in en dient daarvoor in de plaats motie 69 in (Kleinschalig is geen rekensom), waarin in het dictum de woorden "op te dragen" zijn vervangen door "te heroverwegen". Het dictum luidt nu dus als volgt:
1. Het maximum aantal werkruimten bij seksbedrijven te heroverwegen wanneer na evaluatie of tijdens de looptijd van de proeftuin blijkt dat hier behoefte aan is vanuit de sector;
2. De raad hierover een voorstel voor te leggen wanneer hier sprake van is.
Zij trekt ook motie 65 in en zal die vervangen door een nieuwe motie, waarin in het dictum het
woord "ophogen" wordt vervangen door "heroverwegen". Deze motie moet echter nog opgesteld en verstuurd worden.
Mevrouw Nolten (BIJ1) trekt motie 66 in. In plaats van deze motie dient zij motie 70 in (Ondersteun
sekswerkers bij het oprichten van coöperatief), waarin het tweede punt van het dictum is aangepast, zodat dit als volgt luidt:
2. Wanneer sekswerkers interesse hebben om een kleinschalige sekswerklocatie te exploiteren als collectief, andere partijen in de stad te enthousiasmeren sekswerkers te ondersteunen bij het
vormen van een corporatie, en daarbij ook kwetsbare sekswerkers desgewenst een rol te geven. De voorzitter schorst daarop de vergadering voor enkele minuten, om mevrouw De Vries de tijd te geven haar nieuwe motie op te stellen en rond te sturen.
Na heropening van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan mevrouw De Vries. Mevrouw De Vries (PvdD) deelt mee dat motie 65 wordt ingetrokken dat en daarvoor in de plaats
motie 71 (Meer vergunningen bij meer vraag) wordt ingediend, waarin het college wordt verzocht: 1. Het maximaal aantal vergunningen te heroverwegen wanneer het vergunningenplafond voor seksbedrijven binnen de APV is bereikt of wanneer het blijkt dat dit maximaal aantal
vergunningen zodanig een drempel is voor ondernemers dat dit tot gevolg heeft dat zij geen seksbedrijf in Utrecht starten of voortzetten;
2. De raad hierover een voorstel voor te leggen wanneer hier sprake van is. De heer Eerenberg (wethouder) vindt het mooi dat men in de tweede termijn op een aantal punten dichter bij elkaar is gekomen.
Amendement 43 (Verbeter veiligheid van darkrooms door personeelstraining) is een aanscherping
van het darkroombeleid exclusief voor de horeca. Hij kan dit amendement voorzien van een positief
advies. Hij benadrukt dat in dit amendement alleen iets wordt geregeld voor de horeca, dus niet voor evenementen.
De heer Van Steeg (CDA) vraagt of de wethouder kan toezeggen dat het beleid ook voor evenementen zal gelden?
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat het amendement betrekking heeft op wat in de APV is
geregeld voor de horeca. Het evenementenbeleid is op een andere plek geregeld, dus als men daarin iets wil wijzigen, zal men een motie moeten indienen. Het gaat hier om een grijs gebied, daarom zal hij zo meteen komen met een precieze toezegging; de heer Van Steeg moet dan maar zeggen of die toezegging naar tevredenheid is.
Motie 69 (Kleinschalig is geen rekensom) moet hij voorzien van een negatief advies. De laatste drie
Raadsvergadering van 20 februari 2025
25
woorden van het eerste punt van het dictum luiden "vanuit de sector". In de motie wordt dus gezegd: als uit de evaluatie blijkt dat er bij de sector behoefte bestaat aan uitbreiding, doen we dat. Daarbij
wordt dus voorbijgegaan aan de mening van omwonenden, politie of anderen. In de evaluatie zouden echter alle geluiden moeten worden betrokken.
Mevrouw Fattal (GroenLinks) merkt op dat in de motie staat dat uitbreiding heroverwogen wordt
wanneer dat signaal er komt. Dan is het nog steeds aan het college en de raad om goed te kijken welke signalen er nog meer bestaan in de stad.
De heer Eerenberg (wethouder) stelt dat hij nu bezig is met close reading, maar hij leest toch echt
dat als vanuit de sector het signaal komt dat uitbreiding gewenst is, er dan een heroverweging volgt. Hij voelt er meer voor om uitbreiding te heroverwegen als uit de evaluatie dat beeld ontstaat. Hij is
nu even pietje precies, maar hij wil voorkomen dat een volgend college of raad de tekst in de motie anders beoordeelt.
Mevrouw Assen (PvdA) merkt op dat in de motie ook staat: "De raad hierover een voorstel voor te leggen wanneer hier sprake van is".
De heer Eerenberg (wethouder) leest in de motie toch echt dat als uit de evaluatie blijkt dat de sector behoefte heeft aan meer werkruimten, de raad daarover dan een voorstel wil. Hij vindt het belangrijk om vanuit zijn verantwoordelijkheid te zeggen dat in de evaluatie alle geluiden moeten worden meegenomen, dus ook de geluiden van de omwonenden en de politie.
In motie 70 (Ondersteun sekswerkers bij het oprichten van coöperatief) is het probleem van de
dubbele petten eruit gehaald en zijn de kwetsbare sekswerkers toegevoegd. Om die reden kan de motie een positief advies krijgen.
Ook motie 71 (Meer vergunningen bij meer vraag), waarin gevraagd wordt om een heroverweging als er zo veel vraag is dat de vergunningen opraken, kan hij een positief advies geven. Het gestelde in deze motie is in lijn met zijn beantwoording in eerste termijn.
Ten slotte komt hij met de beloofde toezegging over de darkrooms op festivals. Namens het college zegt hij toe dat aan de volgende Nadere regel evenementen gemeente Utrecht zal worden
toegevoegd hoe personeel wordt getraind op het gebied van sociale veiligheid, signalering van grensoverschrijdend gedrag en ingrijpen bij onveilige situaties daar waar het gaat over het exploiteren van darkrooms bij evenementen.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) merkt op dat op festivals ook jonge mensen komen die daar dansen, plezier hebben en vaak ook pillen gebruiken. Veel jonge mensen gaan daardoor ook
regelmatig out. Zij vraagt de wethouder of hij dat de goede omgeving voor een darkroom vindt. De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat hij het voorstel niet zou hebben ingediend als het
antwoord op die vraag "nee" geweest zou zijn. Het CDA stelt in feite een aanscherping voor, zodat het personeel goed getraind wordt. Het CDA heeft in die zin goed naar de zorgen van mevrouw Hessel geluisterd.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt zich af hoe zij het trainen van het personeel voor zich moet zien. Gaat het personeel mee de darkroom in? Het idee zelf is al bizar. De mensen in Utrecht vallen
van hun stoel als zij horen over een darkroom op evenementen. Is de wethouder niet bang dat dit tot
Raadsvergadering van 20 februari 2025
26
ongelukken en slachtoffers gaat leiden? De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat hij daar niet bang voor is. Er wordt voorzien in een behoefte. Het college heeft dan de dure plicht om dat goed te regelen. Er zitten al heel veel
beperkingen in het voorstel van het college en het CDA voegt daar nu een beperking aan toe. Hij is ervan overtuigd dat mensen die van deze voorziening gebruik gaan maken dat in deze context op een veilige en verantwoorde manier doen.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) hoort de wethouder zeggen dat er wordt voorzien in een behoefte.
Begrijpt zij nu goed dat de gemeenteraad moet gaan voorzien in elke seksuele behoefte van mensen? De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat de gemeenteraad als vertegenwoordiger van de
Utrechtse bevolking serieus moet debatteren over alle belangen die er in de stad spelen, ook als die belangen gaan over de behoeften van sekswerkers en hun klanten.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Stemming over het voorstel en de moties vindt vanavond plaats.
23. Raadsvoorstel Voorkeursrecht Overvecht Centrum Fase 1 en 2. De heer Vasters (D66) stelt dat het vestigen van een voorkeursrecht op onroerend goed een
ingrijpende maatregel is. Dit beperkt de verkoopmogelijkheden van grondeigenaren en leidt tot
onzekerheid en vertraging in de gebiedsontwikkeling. D66 is door de wethouder in voldoende mate
gerustgesteld dat deze maatregel een voorspoedige ontwikkeling van dit gebied niet in de weg staat. Desondanks zijn enkele vragen nog onvoldoende beantwoord. Waarom is het vestigen van een
voorkeursrecht specifiek op deze percelen en op dit moment noodzakelijk? En helpt de maatregel bij het realiseren van de bouwplannen? D66 staat achter het toepassen van de Wet voorkeursrecht
gemeenten. Het vestigen van een voorkeursrecht kan echter ook op gespannen voet staan met de beperkte hoeveelheid capaciteit en financiële middelen van de gemeente. D66 verzoekt de
wethouder om te bevestigen dat het voorkeursrecht uitsluitend wordt toegepast bij gegronde redenen en dat de gemeente zich na vestiging van het voorkeursrecht actief zal inzetten om vertraging in de ontwikkeling te voorkomen.
De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of voor D66 het sturen op een gebiedsontwikkeling ook een reden is om het voorkeursrecht toe te passen.
De heer Vasters (D66) bevestigt dat, om meer sturing en grip te krijgen op een ontwikkeling, het voor D66 wenselijk is dat de gemeente het voorkeursrecht toepast.
De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt wat de aanleiding is voor de vragen van D66. In de Nota
Grondbeleid zijn immers reeds afspraken gemaakt over het tegengaan van speculeren en over grip op de ontwikkeling.
De heer Vasters (D66) is het niet oneens met het vestigen van het voorkeursrecht in Overvecht
Centrum. D66 ziet echter dat het veelvuldig toepassen van het voorkeursrecht uiteindelijk niet
Raadsvergadering van 20 februari 2025
27
mogelijk is. Hier is daadwerkelijk uitvoeringskracht en financiële capaciteit voor nodig. Daarom is het wenselijk dat aan het toepassen van het voorkeursrecht een aantal voorwaarden worden gesteld.
De heer De Pagter (VVD) vraagt of D66 de indruk heeft dat Overvecht Centrum te maken heeft met "vastgoedcowboys".
De heer Vasters (D66) heeft die indruk niet, maar toch zijn er wel zorgen die ertoe leiden dat D66 wil weten waarom het voorkeursrecht specifiek hier wordt toegepast. Het is ingewikkeld om te beoordelen hoe ontwikkelaars zich in dit gebied manifesteren.
De heer De Pagter (VVD) heeft vernomen dat D66 het voorkeursrecht alleen wil toepassen als er "vastgoedcowboys" in beeld zijn. Hij gaat ervan uit dat D66 tegen het raadsvoorstel stemt.
De heer Vasters (D66) reageert dat er gegronde redenen dienen te zijn om het voorkeursrecht toe te passen. Eén daarvan is een hoog risico op grondspeculatie.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) geeft aan dat de projectleider in een video positief was over de
samenwerking en de plannen, terwijl op hetzelfde moment de ondernemers op de hoogte gesteld werden van de plannen van de gemeente om het voorkeursrecht te vestigen.
De heer Vasters (D66) begrijpt de zorgen van de ontwikkelaars. In een openplanproces is goed
samengewerkt met de gemeente. Echter, indien het speculatierisico aanwezig is, is het begrijpelijk dat het voorkeursrecht wordt toegepast.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of de gemeente niet ook moet onderzoeken of de
projectleiding deels verantwoordelijk is geweest voor het verhoogde risico op speculatie. Als blijkt
dat het voorkeursrecht is gevestigd omdat er angst is voor speculatie, hoe kan het projectbureau dan zo jubelend zijn over deze vastgoedondernemers?
De heer Vasters (D66) beaamt dat, indien er geen groot risico op speculatie is, het vestigen van het voorkeursrecht niet wenselijk is. De beoordeling van het college is echter dat dit risico hoog is.
De heer Stellinga (CDA) dient motie 72 (Een betrouwbare gemeente) in, die het college opdraagt om: 1. In de toekomst in elk individueel geval, waarin het vestigen van een voorkeursrecht wordt
overwogen, te beoordelen of het vestigen van een voorkeursrecht, gelet op de omstandigheden van dat geval, meerwaarde heeft om grip op gebiedsontwikkelingen te houden/te krijgen of niet;
2. Het nemen/voorstellen van een besluit tot het vestigen van een voorkeursrecht in individuele gevallen afhankelijk te maken van de beoordeling als bedoeld onder 1.
Mevrouw Voortman (wethouder) heeft van D66 een aantal vragen ontvangen. Het voorkeursrecht
mag niet zomaar worden ingezet. Een voorstel tot toepassen van het voorkeursrecht wordt altijd met
de raad gedeeld en is, conform de principes, afgewogen actief grondbeleid. Met het vrijgeven van het Masterplan Overvecht Centrum voor inspraak ontstaat automatisch een hoger risico op
grondspeculatie, want daarmee wordt duidelijk wat de ontwikkelmogelijkheden zijn. Daarnaast kan
zelfrealisatie door de partijen gewoon doorgang vinden, ook met het voorgangsrecht, en geeft het in die zin geen vertraging. Het voorkeursrecht zorgt ervoor dat er niet gespeculeerd kan worden, en
Raadsvergadering van 20 februari 2025
28
juist speculatie zorgt voor vertraging. Bovendien dient de gemeente door het vestigen van het voorkeursrecht binnen drie jaar na het vestigen van het voorkeursrecht een visie of een omgevingsplan vastgesteld te hebben.
Zij reageert op motie 72 inzake een betrouwbare gemeente. Dit is reeds staand beleid. Reagerend op een van de overwegingen benadrukt zij dat de gemeente juist wel extra regie krijgt op de gewenste ontwikkelingen. De huidige eigenaren zullen naar verwachting namelijk niet snel weer met andere partijen dan de gemeente willen samenwerken. De gemeente heeft immers het eerste recht van
kopen. Daarnaast biedt goed in overleg zijn niet een garantie dat er per definitie niet gespeculeerd gaat worden. Verder geeft zij mee dat de raad altijd de argumenten per project kan inzien bij het raadsvoorstel. Zij ontraadt de motie.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Over het voorstel en de motie zal aan het eind van de vergadering gestemd worden.
24. Raadsvoorstel Beleidsnota Omgevingsvisie Overvecht 2025 – 2040. De heer Van der Zweth (PvdA) constateert dat de voorliggende Omgevingsvisie belangrijke stappen zet in onderwerpen als verkeersveiligheid, goed en fijnmazig openbaar vervoer en goede
voorzieningen. De Omgevingsvisie sorteert echter veel voor op sloop en nieuwbouw op veel plekken in Overvecht. De PvdA steunt deze sloop niet. Sloop verbreekt immers sociale structuren, werkt
gentrificatie in de hand en is niet duurzaam. Daarom dient hij mede namens Volt, GroenLinks en Partij voor de Dieren amendement 44 (Terughoudend met sloop) in.
De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt of de PvdA heeft vernomen dat de mensen in Overvecht zich niet gehoord voelen.
De heer Van der Zweth (PvdA) bevestigt dat hij daarvan op de hoogte is. Zo is ook door heel veel bewoners aangedragen dat de verkeersveiligheid en het ov goed dienen te zijn.
De heer Bosch (UtrechtNu!) stelt dat zorgen over bereikbaarheid en zorgen om in Overvecht nog te kunnen wonen zoals men dat wil, voor de PvdA niet belangrijk genoeg is gevonden om er een amendement over in te dienen.
De heer Van der Zweth (PvdA) benadrukt dat fijnmazig openbaar vervoer alles te maken heeft met
bereikbaarheid. Dit zou de heer Bosch moeten weten, gezien zijn beroep. Nieuwbouw in Overvecht is daarnaast wenselijk, zodat mensen kunnen verhuizen indien zij dat willen.
De heer Bosch (UtrechtNu!) legt uit dat bewoners in Overvecht niet de keuze krijgen om met een auto nog naar Overvecht te kunnen.
De heer Van der Zweth (PvdA) reageert dat bereikbaarheid meer is dan alleen de auto. In Overvecht zal het aantal auto's moeten dalen, want anders gaat groei van de wijk ten koste van de verkeersveiligheid.
Raadsvergadering van 20 februari 2025
29
De heer Aït Daoua (D66) begrijpt dat de PvdA terughoudend is in sloop en nieuwbouw. Het
uitgangspunt om niet te slopen in woonbuurten, lijkt echter onjuist. Daar staan immers huizen die in de jaren zestig en zeventig zijn gebouwd.
De heer Van der Zweth (PvdA) wijst erop dat de Utrechtse Leidraad voor Sloop of Renovatie aangeeft dat sloop bij stedelijke buurten en groene buurtranden niet de eerste stap is. De leidraad stelt
meerdere voorwaarden aan sloop. De PvdA heeft als uitgangspunt om niet te slopen in woonbuurten omdat Overvecht geen wit doek is. Minimaal 70% mag niet worden gesloopt. Er dient te worden
doorontwikkeld op de huidige stand van de wijk. Bovendien kunnen er woningen worden toegevoegd zonder sloop.
De heer Aït Daoua (D66) wijst erop dat woningen die gebouwd zijn in de jaren zestig en zeventig nog een x-aantal jaren houdbaar zijn. Kijkt de PvdA niet naar de toekomst?
De heer Van der Zweth (PvdA) kijkt wel degelijk naar de toekomst, maar is tevens van mening dat
woningen in Overvecht gerenoveerd kunnen worden. Er bestaat onzekerheid over sloop in Overvecht en deze dient te verdwijnen.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of de PvdA alle sloop zou willen schrappen, waarmee alle slooponzekerheid wordt weggenomen.
De heer Van der Zweth (PvdA) benadrukt dat ook rond het station en het centrum men terughoudend dient te zijn met sloop. Echter, sloop in deze gebieden wil de PvdA niet uitsluiten. Hier is namelijk de kans om daadwerkelijk veel betaalbare woningen toe te voegen.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) reageert dat bewoners niets hebben aan "waarschijnlijk niet, maar het kan wel".
De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat het wenselijk is om enkele tientallen woningen te slopen als daar honderden woningen voor in de plaats kunnen komen.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt hoe hij, indien zou worden aangekondigd dat het huis van de ouders van de heer Van der Zweth gesloopt wordt, van plan is om hen op te vangen.
De heer Van der Zweth (PvdA) reageert dat sloop/nieuwbouw voor iedereen heftig is. Het is
ingewikkeld wanneer mensen hun huis uit moeten omdat het gesloopt wordt. Hier dient de PvdA dan ook een amendement toe in. Het grotere goed weegt soms echter zwaarder.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) stelt dat veel mensen betaalbare en kwalitatief goede woningen willen. Energie en verwarming worden een steeds groter onderdeel van de woonlasten. Door de
energetische kwaliteit van een aantal van de woningen in Overvecht daalt betaalbaarheid van deze woningen. Dit overwegende, denkt de PvdA dat mensen geholpen zijn met het niet-slopen van de woning?
Raadsvergadering van 20 februari 2025
30
De heer Van der Zweth (PvdA) denkt inderdaad dat mensen daarmee geholpen zijn. Bovendien heeft het niet-slopen van woningen meer voordelen. In de praktijk keren bovendien veel bewoners niet terug in de nieuwbouwwoning en krijgen de nieuwe huurders een hogere huur.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) herhaalt dat de woonlasten voor een steeds groter deel bestaan uit energiekosten. Deze kosten zullen alleen maar stijgen bij woningen van een slechte energetische kwaliteit.
De heer Van der Zweth (PvdA) erkent dat er niets aan bestaande woningen wordt gedaan als
sloop/nieuwbouw boven de markt hangt. Door duidelijk te maken dat woningen niet gesloopt worden, zijn mensen eerder geneigd om hun woning te renoveren.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) stelt dat renovatie nooit de energetische kwaliteit biedt die sloop/nieuwbouw kan leveren. De huurders zijn de dupe van amendement 44, want de betaalbaarheid van de woning is in het geding als er niet gesloopt mag worden.
De heer Van der Zweth (PvdA) wil niet elke woning na veertig jaar tegen de vlakte gooien. Het gaat
om bestaande wijken met bestaande sociale structuren en een bestaande identiteit. Desalniettemin moet er veel in de wijken gebeuren.
Mevrouw Passier (Volt) heeft een punt van orde. Het is de goede gewoonte dat het debat hard op de inhoud en zacht op de persoon wordt gevoerd. Het is niet chique dat de ouders van heer Van der
Zweth en het beroep van de heer Bosch bij het debat worden gehaald. Zij verzoekt haar collega's het debat op de inhoud te voeren.
De voorzitter bedankt mevrouw Passier voor haar punt van orde. Mevrouw Sasbrink (PvdD) stelt dat het college onvoldoende doet om de groennormen te halen. Ook
met de voorliggende Omgevingsvisie worden de groennormen niet gehaald. Daarover dient zij mede namens Volt amendement 45 (Groen groeit mee in Overvecht) in.
Ook stelt zij dat bomen net zo belangrijk zijn als woningen. Zij dient daarom mede namens Volt amendement 46 (Bomen zijn net zo belangrijk als woningen) in.
Zij meent dat er niet gebouwd zou mogen worden in de Hoofdgroenstructuur. Het is stuitend dat van alle uitgangspunten die zijn meegegeven richting de Omgevingsvisie, alleen de uitgangspunten over groen geschrapt zijn. Daarom steunt de PvdD amendement 70.
Zij constateert dat in de Omgevingsvisie is opgenomen dat wanneer het niet lukt om in het
Noorderpark sportvelden te realiseren, er opnieuw gekeken wordt naar een andere locatie die
“mogelijk ten koste gaan van openbare ruimte, parken en volkstuinen”. De biodiversiteit staat echter
zwaar onder druk staat en daarom is het niet wenselijk sportvelden te realiseren op locaties waar dat
de biodiversiteit schaadt. Daarom dient zij mede namens Volt, GroenLinks, EenUtrecht, ChristenUnie, Utrecht Solidair, VVD en PvdA amendement 47 (Behoud biodiversiteit en gemeenschapszin in de volkstuinen) in.
Zij is van mening dat in de tekst en plattegronden van de Omgevingsvisie Overvecht niet duidelijk wordt waar exact bijgebouwd gaat worden. Binnenhoven zijn voor de huidige bewoners van groot belang om veilig te spelen, elkaar te ontmoeten, verkoeling te vinden en te verblijven. Zij dient daarom mede namens Volt en Utrecht Solidair amendement 48 (Ontzie de binnenhoven) in.
Raadsvergadering van 20 februari 2025
31
De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt wat de PvdD bedoelt met de binnenhoven. Mevrouw Sasbrink (PvdD) licht toe dat het de partij gaat om het groen tussen de bebouwing in, ofwel het groen dat omringd is door de bebouwing.
Om andere fracties tegemoet en omdat amendement 48 mogelijk te ver strekt, dient zij mede
namens Volt, Utrecht Solidair, CDA, Student & Starter en D66 motie 73 (Ontzie de binnenhoven) in, die het college verzoekt om bij de verdichtingsplannen het groen in de binnenhoven in de huidige woonblokken zo veel mogelijk te behouden.
Om het vertrouwen in het vervolgproces terug te winnen, dienen de Partij voor de Dieren, EenUtrecht en het CDA namens inwoners de inwonersmotie 74 (Een betere participatie waarbij bewoners écht betrokken worden) in, die het college opdraagt om:
1. om de benoemde omissies bij een nadere uitwerking van de Omgevingsvisie Overvecht te
herstellen door vanaf het begin samenwerking met bewoners in de plannen op te nemen, hen
hiervoor het benodigde budget ter beschikking te stellen en met hen vooraf vast te stellen wat de waarde van hun inbreng kan zijn;
2. dit in nauw contact met de Adviescommissie Participatie uit te voeren en volgens de beginselen geformuleerd door deze Adviescommissie.
De heer De Pagter (VVD) vraagt hoe de Partij voor de Dieren het benodigde budget beschikbaar wenst te stellen.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) antwoordt dat op het moment dat de ontwikkelplannen uitgewerkt worden, er vanuit gemeentelijk budget ruimte is om in de plannen aan participatie te doen. Daarbinnen zou men tegemoet kunnen komen aan de wensen van de bewoners.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) neemt aan dat de Partij voor de Dieren de participatie vanuit de aangenomen participatienota vorm wil geven.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) beaamt dat. Binnen die nota is voldoende ruimte voor de gewenste participatie.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt zich af of dit geen staand beleid. Mevrouw Sasbrink (PvdD) is benieuwd of de wethouder het voorstel van de Partij voor de Dieren kan overnemen. Om het vertrouwen terug te winnen, is het goed om een uitspraak te doen over motie 73. In het traject naar de Omgevingsvisie heeft men steken laten vallen ten aanzien van de
participatie. Om verder te gaan, is het goed om als raad te zeggen dat bij de uitwerking van de Omgevingsvisie de participatie wel op de goede manier wordt gedaan.
Mevrouw Nolten (BIJ1) merkt op dat het omgevingsplan het percentage sociale huur verlaagt, terwijl duurdere woningen worden toegevoegd, met onvermijdelijke stijging van huurprijzen tot gevolg. Overvecht dreigt te veranderen in een wijk waar vooral de rijke toekomstige bewoner profiteert.
Overvecht moet leefbaar en betaalbaar blijven voor de huidige bewoners. Daarom dient BIJ1 mede
namens DENK motie 75 (Bescherm Overvecht - stop de sloop en behoud sociaal) in, die het college opdraagt om:
Raadsvergadering van 20 februari 2025
32
1. De plannen voor de herontwikkeling van Overvecht aan te passen door in plaats van grootschalige sloop, in te zetten op renovatie van bestaande woningen, met behoud van de huurprijzen voor sociale woningen;
2. Actief beleid te ontwikkelen om het percentage sociale huurwoningen op zijn minst gelijk te
houden ten opzichte van de nieuw te bouwen woningen, in plaats van het absolute aantal sociale
huur te behouden, en maatregelen te nemen om de verhoging van huren door de toevoeging van middenhuur en koopwoningen tegen te gaan;
3. De gemeente en betrokken projectontwikkelaars te verplichten de belangen van de huidige
bewoners beter te vertegenwoordigen in het verdere proces, en ervoor te zorgen dat er echt een participatieproces komt dat ruimte biedt voor de stemmen van de bewoners.
De heer Bosch (UtrechtNu!) merkt op dat hem is verzocht de titels van zijn twaalf amendementen aan te passen, omdat die allemaal dezelfde naam dragen.
De heer Sungur (DENK) wijst op de afspraak binnen de raad dat in titels van moties en amendementen de inhoud zo veel mogelijk terugkomt.
De voorzitter staat toe dat de heer Bosch zijn twaalf amendementen dezelfde titel geeft, mits hij
deze voorziet van een nummer. In dat geval kunnen de amendementen wel onderscheiden worden. De heer Bosch (UtrechtNu!) stelt dat de Omgevingsvisie Overvecht 2025 – 2040 waardeloos is. De
inwoners zijn namelijk niet genoeg gehoord. Er zijn immers 600 zienswijzen ingediend. Wanneer zijn er door de gemeente voldoende lessen geleerd? Het college dient opnieuw naar de tekentafel te gaan en de bewoners de steun en inbreng te geven die zij verdienen.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) stelt dat zienswijzen een gevolg zijn van het niet toepassen van participatie. Door goede participatie toe te passen conform het participatiemodel, echter, zal het
aantal zienswijzen niet afnemen. Het niet inrichten van participatie is wellicht beter dan het inrichten van participatie, want participatie schept verwachtingen.
De heer Bosch (UtrechtNu!) ziet dat anders. Met die argumentatie zou ook de raad overbodig zou
zijn. Je zou dan kunnen zeggen: jas alle raadzetels eruit en laat één iemand de beslissing nemen,
dan is er ook geen tegenspraak meer. Daar wordt echter niet voor gekozen. UtrechtNu! zegt: luister naar de inwoners. Het is cruciaal dat het participatietraject goed doorlopen wordt, wat nu niet is
gebeurd. Het is namelijk niet gebruikelijk dat er 600 zienswijzen op één omgevingsvisie worden ingediend.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) stelt dat het juist verheffend is dat het participatieproces niet
goed is ingericht. Dit roept de vraag op wat het resultaat zou zijn als er helemaal geen participatie wordt uitgevoerd. Dat heeft tot gevolg dat er veel zienswijzen komen. De gemeente kan daarmee dan haar beleid verbeteren. Wat nu gebeurt, is dat zienswijzen gewoon worden weggeschoven.
De heer Bosch (UtrechtNu!) legt uit dat 600 mensen de moeite hebben genomen een zienswijze in te dienen. Er zijn echter duizenden andere mensen in Overvecht die dat niet kunnen, of niet weten dat het mogelijk is om een zienswijze in te dienen. Hij vindt dat ook die mensen gehoord moeten worden, want plannen moeten kunnen rekenen op een draagvlak. Bij de invoering van de
Raadsvergadering van 20 februari 2025
33
Omgevingsvisie werd hem verteld dat dit een document zou zijn voor de inwoners van het gebied. Hij moet echter tot de conclusie komen dat in Overvecht hele groepen mensen niet gehoord zijn.
Hij dient amendement 49 in (Een bereikbare en leefbare wijk, deel 1), inzake autoluwte in Overvecht. Hij dient amendement 50 in (Een bereikbare en leefbare wijk, deel 2), inzake een goed ingerichte as. Hij dient amendement 51 in (Een bereikbare en leefbare wijk, deel 3), inzake voldoende parkeervoorzieningen.
Hij dient amendement 52 in (Een bereikbare en leefbare wijk, deel 4), inzake de route De Carnegiedreef–Zamenhofdreef toegankelijk houden.
Hij dient amendement 53 in (Een bereikbare en leefbare wijk, deel 5), inzake de autovrije as.
Hij dient amendement 54 in (Een bereikbare en leefbare wijk, deel 6), inzake het beschikbaar blijven van de Tripkade/Tiberdreef.
Hij dient amendement 55 in (Een bereikbare en leefbare wijk, deel 7), inzake herinrichting van de Centrale As.
Hij dient amendement 56 in (Een bereikbare en leefbare wijk, deel 8), inzake doorstroming van verkeer in Overvecht.
Hij dient amendement 57 in (Een bereikbare en leefbare wijk, deel 9), inzake een evenwichtige verdeling van de openbare ruimte.
Hij dient amendement 59 in (Een bereikbare en leefbare wijk, deel 10), inzake toegankelijkheid voor mensen met een fysieke beperking.
Hij dient amendement 60 in (Een bereikbare en leefbare wijk, deel 11), inzake het beschikbaar blijven van elk type vervoer.
Hij dient amendement 61 in (Een bereikbare en leefbare wijk, deel 12), inzake het onnodig weren van de auto.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) dient mede namens Utrecht Solidair amendement 62 in (Geef Overvecht woonzekerheid, maak een einde aan de sloopangst), inzake inzet op een groter en gemengd woningaanbod.
Omdat amendement 62 verstrekkender is dan amendement 44, verzoekt hij om amendement 62 eerder in stemming te brengen.
De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt op welke manier amendement 62 verstrekkender is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) legt uit dat met amendement 62 de optie van slopen wordt
opengehouden voor delen van de rood aangegeven gebieden. EenUtrecht wil het slopen van de
stedelijke buurten geheel uitsluiten, terwijl de PvdA hier voorwaarden aan stelt vanuit de Leidraad Sloop/Nieuwbouw.
De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt naar de impact van amendement 62. De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat zijn voorstel zorgt voor meer woonzekerheid en
slaaprust voor veel Overvechters. Daarnaast wordt de groei aangepast aan de bestaande buurten in plaats van andersom.
Tevens dient hij amendement 63 (Groeien passend bij de wijk Overvecht in) in, met de strekking om de 5.000 woningen niet als minimumeis, maar als een streven te beschouwen, waarbij leefbaarheid en groen maatgevend zijn.
Raadsvergadering van 20 februari 2025
34
Hij dient mede namens UtrechtNu!, Utrecht Solidair en het CDA motie 76 (Participatie Omgevingsvisie Overvecht niet goed genoeg) in, die de raad oproept om uit te spreken dat de participatie voor de Omgevingsvisie Overvecht niet goed genoeg is uitgevoerd.
Hij dient mede namens UtrechtNu! en Utrecht Solidair motie 77 (Representatieve wijkpeiling Omgevingsvisie Overvecht) in, die het college opdraagt om: 1. De representatieve wijkpeiling te organiseren;
2. De uitkomst van de wijkpeiling zo snel mogelijk in 2025 met de gemeenteraad te delen, samen met een al dan niet aangepaste versie van de Omgevingsvisie Overvecht.
De heer De Pagter (VVD) steunt de voorliggende Omgevingsvisie niet. Met name het mobiliteitsbeleid is namelijk desastreus. Een aantal grondgebonden koopwoningen in het Stationsgebied staan
ingetekend als stedelijke buurt, waarmee de gemeente groen licht wil geven aan sloop van de
woningen ten behoeve van de bouw van nieuwe flats. Dit is bizar en onrealistisch; deze onzekerheid
dient te worden weggenomen. Hij dient daarom mede namens UtrechtNu!, EenUtrecht, PvdD en PvdA amendement 64 (behoud betaalbare woningen Stationsgebied Overvecht) in inzake het behoud van woningen in het Stationsgebied.
Tevens dient hij mede namens EenUtrecht amendement 65 (behoud woningen ten zuiden van Rio Brancodreef) in inzake behoud van woningen aan de Rio Brancodreef.
De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of de VVD zich realiseert hoe amendement 64 zich verhoudt tot alle andere voorstellen.
De heer De Pagter (VVD) licht toe dat amendement 64 betrekking heeft op grondgebonden woningen die op een bepaalde plek staan. Dit zijn woonbuurten en geen stedelijke buurten. Dit gaat om de woningen met tuintjes, die de VVD graag wil behouden.
De VVD hoort van de wethouder graag wat het betekent dat er voorlopig geen besluit wordt
genomen over de Carnegiedreef. Hoe zien de toekomstige stappen er precies uit? Kan de wethouder toezeggen dat de herinrichting van de Noordelijke Randweg Utrecht randvoorwaardelijk is voor alle maatregelen?
De VVD dient mede namens EenUtrecht en UtrechtNu! amendement 66 (De Carnegiedreef open voor verkeer) in.
De VVD dient mede namens UtrechtNu!, EenUtrecht en het CDA amendement 67 (schrap de knips definitief) in.
De VVD dient mede namens UtrechtNu! EenUtrecht en het CDA amendement 68 (behoud de autoverbinding tussen Tuindorp en Overvecht) in.
De heer Sungur (DENK) benadrukt dat Overvecht geen speeltuin is voor projectontwikkelaars, maar
een wijk waar ruim 37.000 mensen wonen. In de beleidsnota worden geen garanties gegeven aan de bewoners om Overvecht beter te maken. De 5.000 nieuwe woningen zullen grotendeels in het
middensegment en de vrije sector vallen, waarbij er dus sprake is van gentrificatie en Overvechters worden weggejaagd. Waarom wordt er niet ingezet op gemengd wonen? DENK pleit voor harde
garanties voor Overvechters, waardoor zij niet worden verdrongen door stijgende woonlasten en
woningtekorten. Daarom dient hij motie 78 (Geef Overvechters voorrang bij woningen in Overvecht) in, die het college opdraagt om:
1. De huidige bewoners van Overvecht voorrang te verlenen bij de toewijzing van nieuw te bouwen woningen in de wijk;
Raadsvergadering van 20 februari 2025
35
2. Hiervoor concrete afspraken te maken met woningcorporaties en projectontwikkelaars om deze voorrang effectief en rechtvaardig toe te passen;
3. De raad te informeren over de voortgang en de resultaten van deze afspraken.
Hij dient motie 79 (Minimaal 50% van nieuwe woningen zijn sociale huur) in, die het college opdraagt om:
1. Conform de richting die de Omgevingsvisie Overvecht 2040 aangeeft, te borgen dat ten minste 50% van de geplande 5000 extra woningen in Overvecht sociale huur betreft;
2. Hierover bindende afspraken te maken met woningcorporaties en projectontwikkelaars. Hij dient motie 80 (Werkgelegenheid voor Overvechters) in, die het college opdraagt om:
1. Bedrijven die zich vestigen in de nieuw te ontwikkelen gebieden in Overvecht te stimuleren en mogelijk te verplichten te investeren in de wijk door:
a. Opleidings- en leerwerktrajecten op te zetten gericht op Overvechters;
b. Werkgelegenheidsdoelstellingen op te nemen waarbij een deel van de nieuwe banen wordt ingevuld door bewoners van Overvecht;
2. Als gemeente actief het voortouw te nemen door:
a. Een plan op te stellen om bedrijven te ondersteunen bij het aanbieden van opleidingen en banen voor Overvechters;
b. In samenwerking met onderwijsinstellingen, sociale partners en bedrijven een
‘Overvecht Werkt’-programma te ontwikkelen gericht op scholing, stageplekken en duurzame arbeid voor bewoners;
3. De gemeenteraad hierover binnen een jaar te informeren.
Hij stelt dat een data-gestuurde, transparante verkeersanalyse noodzakelijk is om te doorgronden of de voorgestelde verkeersmaatregelen bijdragen aan de doelstellingen op het gebied van
verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid en dient daarom motie 81 (Verkeersanalyse van mobiliteitsplannen uit Omgevingsvisie Overvecht) in, die het college opdraagt om: 1. Een verkeersanalyse uit te voeren die minimaal de volgende aspecten omvat:
a. De verkeersstromen en -intensiteit op de centrale as en in de omliggende woonwijken.
b. De effecten van de autovrije zone op de bereikbaarheid, verkeersdrukte en verkeersveiligheid op de buurten binnen Overvecht.
c. De impact van de herinrichting op de doorstroming van het autoverkeer.
d. De gevolgen voor ondernemers, hulpdiensten en bewoners met een mobiliteitsbeperking. 2. De resultaten van deze analyse voor de zomer van 2026 te delen met de gemeenteraad.
Daarnaast dient hij motie 82 (Geen autovrije zone midden in Overvecht) in, die het college opdraagt om:
1. Af te zien van de geplande autovrije zone midden in Overvecht.
2. Alternatieve maatregelen, zoals snelheidsremmende maatregelen en slimme verkeersfilters, te onderzoeken en in te zetten om de mobiliteitsdoelen binnen de Omgevingsvisie te bereiken.
De heer Stellinga (CDA) stelt dat de toekomst van Overvecht met deze visie, die het CDA niet zal
steunen, in de aap gelogeerd is. In de visie wordt krampachtig vastgehouden aan het bouwen van
5.000 woningen in Overvecht. Het CDA vindt dat Overvecht moet groeien met de menselijke maat, met voldoende groen, sport en andere voorzieningen. Hij dient daarom mede namens Utrecht Solidair amendement 69 (Wees lief voor Overvecht!) in inzake het aantal gestelde werk- en woonplekken te verlagen.
Raadsvergadering van 20 februari 2025
36
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) constateert dat het CDA wil terugkomen op de gemaakte afspraken met de ontwikkelaars.
De heer Stellinga (CDA) streeft naar een stad op mensenmaat. Dit betekent dat het aantal woningen afgestemd moet worden op de leefbaarheid. Het bouwen van 5.000 woningen kan alleen als de leefbaarheid van de stad daarbij behouden blijft, met voldoende groen en voorzieningen.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) reageert dat in dat geval de uitruil tussen corporaties en marktpartijen niet mogelijk is.
De heer Stellinga (CDA) hecht eraan dat de leefbaarheid in Overvecht wordt gehandhaafd. Het CDA ziet het honoreren van de afspraken, en daarmee de bouw van 5.000 woningen, niet gebeuren binnen een leefbare stad.
Het CDA stelt dat met de voorliggende Omgevingsvisie Overvecht wordt afgeknepen met knips,
wegversmallingen en het onoordeelkundig sluiten van de Centrale As voor autoverkeer. Daarom steunt het CDA de voorstellen van de VVD hieromtrent.
Hij dient mede namens de PvdD, Volt, EenUtrecht, UtrechtNu! en Utrecht Solidair amendement 70 (Niet bouwen in de Hoofdgroenstructuur in Overvecht!) in, inzake het behoud van groen in de Hoofdgroenstructuur.
Het CDA vindt in de Omgevingsvisie over de toevoeging van veldsportmogelijkheden weinig
concreets. Daarom dient hij mede namens D66, Student & Starter en Utrecht Solidair amendement 71 (Geef veldsport de ruimte in Overvecht!) in, inzake ruimte voor een sportcomplex. Hij dient motie 83 (Veldsport op het riool!) in, die het college opdraagt om:
1. In overleg met de relevante stakeholders te onderzoeken of een snellere verplaatsing van de
rioolwaterzuiveringsinstallatie in Overvecht dan 2040-2050 mogelijk is, teneinde ter plaatse ruimte te maken voor sportvelden;
2. De raad uiterlijk Q2 over de uitkomsten van dit onderzoek te informeren.
Ten slotte dient hij mede namens UtrechtNu!, Utrecht Solidair en EenUtrecht motie 84 (Leer van je fouten!) in, die het college opdraagt om:
1. Het participatieproces opnieuw te laten evalueren en te laten onderzoeken, maar dit keer door een onafhankelijke, deskundige, derde partij;
2. Deze evaluatie / dit onderzoek te in overleg met de bewoners te dekken uit het budget ‘Samen voor Overvecht’ en de extra middelen die daarvoor recentelijk van het Rijk zijn ontvangen;
3. De raad uiterlijk Q2 2025 over de uitkomsten van deze her-evaluatie / dit onderzoek te informeren.
De heer Dekkers (GroenLinks) geeft aan dat veel zorgen over de Omgevingsvisie reeds deels zijn
verwerkt in de beleidsnota. GroenLinks hoopt deze zorgen een plek te kunnen geven via een aantal voorstellen. De Omgevingsvisie geeft voor de verschillende woongebieden algemene kaders voor mogelijke ontwikkelingen. Er zit een lange periode tussen het vaststellen van algemene kaders, uiteindelijke besluitvorming en daadwerkelijke uitvoering van plannen. Dit kan langdurige
onzekerheid veroorzaken voor bewoners en risico's op verwaarlozing van woningen, het voortijdig uiteenvallen van gemeenschappen en ongewenste verhuisbewegingen. Er zijn dus aanvullende
afspraken nodig om dit te voorkomen. Daarom dient hij mede namens de PvdA motie 85 (Eventuele
sloop en nieuwbouw in de toekomst mag niet leiden tot verwaarlozen van woningen en uiteenvallen van gemeenschappen) in, die het college opdraagt om:
Raadsvergadering van 20 februari 2025
37
1. Met corporaties en zo mogelijk ook met ontwikkelaars een inschatting uit te werken wanneer er voor welke plekken in de wijk nadere besluiten genomen gaan worden over of en hoe die plekken ontwikkeld gaan worden en sloop en nieuwbouw aan de orde zou kunnen zijn;
2. Met corporaties en zo mogelijk ook ontwikkelaars afspraken te maken hoe voorkomen kan worden dat in de tussentijd woningen verwaarlozen en gemeenschappen vroegtijdig uiteenvallen;
3. Bestaande en toekomstige Overvechters hierbij te betrekken en hun regelmatig te informeren; 4. Dit te verwerken in de uitvoeringsstrategie in de Verdieping.
Hij stelt dat het wenselijk is dat tussen de abstracte Omgevingsvisie en de concrete bouwplannen
een stedenbouwkundige detaillering komt voor enkele gebieden. Dit biedt mogelijkheden om diverse zorgen en vragen een plek te geven. Bij de participatie over de Omgevingsvisie zijn echter zorgen en
vragen ingebracht over het Stationsgebied, de Thema- en TiZa-dreven en de Carnegiedreef. Hij dient daarom mede namens de PvdA motie 86 (Stedenbouwkundige detaillering) in, die het college
opdraagt om 1. Het initiatief te nemen voor een nadere stedenbouwkundige detaillering voor het Stationsgebied;
2. Dit te doen samen met de corporaties en ontwikkelaars, maar ook samen met (vertegenwoordigers van) bestaande huurders, bewoner-eigenaars en een vertegenwoordiging van Overvechters van de Toekomst;
3. Dit te verwerken in de uitvoeringsstrategie van de Verdieping. De heer Van der Zweth (PvdA) wenst geacht te worden motie 85 niet mede te hebben ingediend. De heer Dekkers (GroenLinks) verzoekt het college om toe te zeggen een leidraad sloop/nieuwbouw op te stellen.
In de discussies over bereikbaarheid van en binnen Overvecht zijn veel zorgen geuit over
vervoersongelijkheid en toegankelijkheid voor mensen met een beperking. Voor de leefbaarheid,
verkeersveiligheid en bereikbaarheid van Overvecht is een mobiliteitstransitie nodig, zeker als het
aantal mensen dat in Overvecht woont en werkt, sterk toeneemt. Daarom dient hij mede namens D66 motie 87 (Mobiliteitstransitie, vervoersongelijkheid en toegankelijkheid) in, die het college opdraagt om:
1. Uit te werken hoe we mobiliteitstransitie in Overvecht kunnen bevorderen rekening houdend met vervoersomgelijkheid en toegankelijkheid voor mensen met een beperking;
2. Hierbij in ieder geval U op Leeftijd en SOLGU, sleutelfiguren en organisaties uit de wijk (o.m.
organisaties die bewegen en fietsen stimuleren), de verkeerswerkgroep van het wijkplatform, de Fietsersbond en ROVER te betrekken;
3. Dit te verwerken in de uitvoeringsstrategie in de Verdieping in samenhang met het programma vervoersongelijkheid.
Ten slotte dient hij motie 88 (2x1 zonder doorlopende middengroenstrook biedt meer kansen voor groen) in, die het college opdraagt om bij nadere besluitvorming over versmalling van doorgaande wegen in Overvecht ook de mogelijkheid van een profiel van 2 x 1 zonder doorgaande middengroenstrook te betrekken.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) is van mening dat er creatief gekeken moet worden naar
nieuwe sportlocaties. Daarom dient hij mede namens PvdD, GroenLinks EenUtrecht motie 89 (Wees creatief in het zoeken naar nieuwe sportvelden in Overvecht) in, die het college opdraagt om:
1. Als het Noorderpark geen optie blijkt te zijn voor sportvelden, opnieuw creatief te kijken naar alternatieven. En daarbij:
Raadsvergadering van 20 februari 2025
38
a. Creatief te zijn in het zoeken naar dubbelgebruik en beter benutten van bestaande sportvelden b. Creatief te zijn in het zoeken naar gebruikmaken van al bestaande openbare sportvelden in
Overvecht, door daar bijvoorbeeld een kwaliteitsverbetering door te voeren, of net iets te vergroten. c. Creatief te zoeken naar mogelijke locaties van nieuwe sportvelden
2. Wanneer er keuzes te maken zijn waarin ook een sportveld passend zou zijn, hierop te anticiperen en die keuze voor een sportveld eerder te maken dan strikt noodzakelijk. 3. Steeds te kijken naar ‘hoe dan wel’ in plaats van naar ‘het kan niet'.
Het is belangrijk dat het aanbod in de wijk aansluit en blijft aansluiten bij de wensen van
Overvechters op sportgebied. Ook dient hij daarom mede namens EenUtrecht motie 90 (Neem ook sporten mee van Overvechters) in, die het college opdraagt om:
1. De sportbehoeften van de Overvechters te onderzoeken en dit mee te nemen bij de ontwikkeling van sport in Overvecht;
2. Dit te onderzoeken door dit onderwerp steeds mee te nemen bij bijvoorbeeld de komende
participatietrajecten om op die manier meer inzicht te krijgen in de wensen en behoeften van Overvechters;
3. Ook de maatschappelijke organisaties in Overvecht die zich bezighouden met Sport en Bewegen te betrekken bij dit onderzoek;
4. Dit terug te koppelen naar de raad op momenten dat er een terugkoppeling volgt over sportvelden of participatie.
Tenslotte dient hij mede namens EenUtrecht, Partij voor de Dieren en Student & Starter motie 91 (Groene gevels horen bij de toekomst van een groen en gezond Overvecht) in, die het college opdraagt om:
1. ‘Groene gevel, tenzij’ standaard vanaf de ontwerpfase te integreren in alle nieuwbouwplannen voor Overvecht.
2. Waarbij ‘Groene gevel, tenzij’ betekent dat we bij alle nieuwbouwprojecten de ontwikkelaar vragen om groene gevels te realiseren, en dat er een uitzondering is wanneer goed onderbouwd is waarom dit niet of slechts deels kan.
3. Dit te koppelen aan het Utrechts Planproces en per project aan de raad terug te koppelen of dit gaat lukken en zo nee, waarom niet en waarom het college deze ‘tenzij’ heeft goedgekeurd.
De heer De Pagter (VVD) noemt het een eenheidsworst om van alle gevels te eisen dat deze groen moeten zijn.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) legt uit dat dit principe meegenomen kan worden vanaf de start van de planvorming. En wanneer groene gevels geen optie zijn, kan hier onderbouwd van worden afgewogen.
De voorzitter deelt mede dat er een fout is gemaakt in de nummering van de amendementen. Het eerstvolgende amendement zal het nummer 58 krijgen.
De heer Snijder (Student & Starter) dient mede namens D66, EenUtrecht en het CDA amendement 58 (Ook jongeren verdienen een goede plek in Overvecht) in, inzake een goede plek voor jongeren. Hij dient mede namens D66, EenUtrecht en het CDA amendement 72 (Ruimte voor flexwerk -en studieplekken) in, inzake ruimte voor flexwerk -en studieplekken.
Hij dient mede namens D66, CDA en Student & Starter motie 92 in (Ook Overvecht verdient nachtcultuur), die het college opdraagt om:
Raadsvergadering van 20 februari 2025
39
1. Op het gemengde bedrijventerrein nachtcultuur te realiseren en ruimte te bieden voor 24/7-
levendigheid en zwaardere horecacategorieën (zoals nachthoreca), zodat deze ambitie op termijn via het Omgevingsplan kan worden verwezenlijkt;
2. Onderzoek te doen naar concrete locaties in Overvecht waar nachtcultuur gerealiseerd kan worden conform de motie ‘’van zoekopdracht naar vindopdracht’’.
Mevrouw Bode (Volt) zegt dat het college vele goede sociale huurwoningen wenst te slopen. De Omgevingsvisie is losgezongen van de realiteit en heeft geen draagvlak van wijkbewoners,
ondernemers en andere belanghebbenden. Er wordt een grote kloof tussen inwoner en politiek
ervaren. De participatie bij de Omgevingsvisie Utrecht is klaarblijkelijk mislukt: er ligt een visie die
niemand lijkt te willen en waar men zich niet in herkent. Daarom dient zij mede namens UtrechtNu!,
EenUtrecht en Partij voor de Dieren motie 93 (Samen met Overvecht) in, die het college opdraagt om: 1. Het participatietraject opnieuw te doen in de vorm van een beraad, waarin een gelote afspiegeling van de wijkbewoners, organisaties en andere belanghebbenden geïnformeerde adviezen kunnen geven over de invulling van de Omgevingsvisie;
2. Hier in de Voorjaarsnota van 2025 een budget voor te reserveren;
3. Samen met de voorjaarsnota een startnotitie voor het beraad met de raad te delen;
4. Voor het einde van het jaar met een raadsvoorstel te komen waarin de kaders en het mandaat van het beraad worden vastgelegd.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) stelt dat, door de participatie opnieuw te doen in de vorm van een beraad, er een precedent zou worden geschept. Dan zal in de toekomst bij elke Omgevingsvisie de wens geuit worden om dit via een beraad vorm te geven.
Mevrouw Bode (Volt) is groot voorstander van burgerberaden. Juist bij een grote ontwikkeling als
deze is het zaak dat het proces goed en met de juiste betrokkenheid wordt vormgegeven. Alleen zo kunnen er goede plannen komen.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) memoreert dat Volt heeft ingestemd met participatie bij ontwikkelingsprojecten.
Mevrouw Bode (Volt) reageert dat de uitkomsten van de participatie omtrent de Omgevingsvisie Overvecht onvoldoende zijn.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) constateert dat, door participatie op een andere manier vorm te geven, er wordt afgeweken van het beleid waar Volt eerder mee ingestemd heeft.
Mevrouw Bode (Volt) hecht eraan dat bij grote ontwikkeltrajecten bewoners op de juiste manier
worden betrokken. Dit is in dit geval de beste manier om te komen tot een plan dat draagvlak heeft. Dat sluit echter niet uit dat bij allerlei andere ontwikkeltrajecten nog steeds het vastgestelde participatiebeleid gevolgd kan worden.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) wenst geacht te worden motie 93 mede te hebben ingediend.
Raadsvergadering van 20 februari 2025
40
Mevrouw Bode (Volt) verzoekt om motie 93 als eerste in stemming te brengen. Indien de raad
instemt met motie 93, zijn alle andere voorstellen niet nodig. Er wordt dan namelijk een stap terug gedaan.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) doet het aanvullende verzoek om ook motie 77 voorrang te geven bij de stemming.
Mevrouw Bode (Volt) constateert dat in de Omgevingsvisie Overvecht onvoldoende rekening wordt gehouden met het streven uit het coalitieakkoord om voor elke nieuwe woning één boom aan te
planten. Er zijn genoeg mogelijkheden om bomen en groen toe te voegen. Daarom dient zij mede
namens de Partij voor de Dieren, het CDA en UtrechtNu! motie 94 (RSU-groen moet je doen) in, die het college opdraagt om:
1. Te onderzoeken wat er nodig is om de groennormen, zoals vastgesteld in de RSU te halen; 2. De bewoners hierbij te betrekken;
3. De raad hierover uiterlijk Q3 2025 te informeren. De heer Aït Daoua (D66) stelt dat met de voorliggende Omgevingsvisie Overvecht verandert. Door duizenden nieuwe woningen en werkplekken te realiseren, creëert de gemeente kansen.
Hij dient mede namens UtrechtNu!, PvdA en Student & Starter motie 95 (Meer voorzieningen voor een leefbaar Overvecht) in, die het college opdraagt om:
1. In de Nota van Uitgangspunten per deelgebied te specificeren welke extra voorzieningen
noodzakelijk zijn om het voorzieningenniveau per deelgebied op of boven het stedelijk gemiddelde te krijgen;
2. Hierdoor te waarborgen dat alle Overvechters binnen 10 minuten toegang hebben tot voldoende
voorzieningen, inclusief sportfaciliteiten, gezondheidszorg, nachtcultuur, onderwijs en recreatie (in lijn met Utrecht 10-minutenstad en de Barcode);
3. De gemeenteraad periodiek te informeren over de voortgang van de uitbreiding van voorzieningen.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of D66 van Overvecht de eerste 10-minutenwijk wil maken. De heer Aït Daoua (D66) reageert bevestigend.
Hij dient mede namens EenUtrecht en PvdA motie 96 (Houd Overvecht bereikbaar) in, die het college opdraagt om:
1. De fasering van zowel woningbouw als mobiliteitsmaatregelen op elkaar af te stemmen,
gebruikmakend van meetbare verkeerskundige analyses, waarbij monitoring en tussentijdse aanpassingen structureel worden meegenomen;
2. Bij verdere ontwikkeling en concrete uitwerking van de Omgevingsvisie Overvecht, onder anderen in Nota van Uitgangspunten, concreet te onderbouwen hoe het mobiliteitssysteem de voorgestelde
ontwikkelingen kan opvangen, en welke maatregelen nodig zijn om de bereikbaarheid van de wijk en de doorstroming op de NRU zo goed mogelijk te waarborgen.
3. Dit te toetsen aan criteria voor de doorstroming van het verkeer op de ontsluitingswegen, zodat mobiliteitsmaatregelen niet leiden tot onevenredige opstoppingen;
4. Actief in overleg te blijven met de provincie en het Rijk over noodzakelijke investeringen in de NRU.
Raadsvergadering van 20 februari 2025
41
Hij dient mede namens EenUtrecht en PvdA motie 97 (Is de knip op de Mr. Tripkade nodig?) in, die het college opdraagt om:
1. Te onderzoeken of de beperking van het autoverkeer bij de Mr. Tripkade nodig is om de ambities te realiseren, en welke maatregelen passend zijn;
2. In dit onderzoek alternatieve maatregelen mee te nemen;
3. De planning van het onderzoek en de terugkoppeling van de resultaten van dit onderzoek, inclusief concrete opties/aanbevelingen, te verwerken in de uitvoeringsstrategie in de verdieping.
De heer De Pagter (VVD) wenst geacht te worden de moties 96 en 97 mede te hebben ingediend. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) stelt dat de manier waarop het college naar Overvecht kijkt,
onbestaanbaar is. Zo worden de volkstuintjes van Utrecht, die reeds 70 jaar bestaan, verbouwd tot voetbalvelden. Er wordt totaal niet hartelijk omgegaan met de bewoners uit de stad. Bovendien is
Overvecht reeds de groenste wijk van Utrecht, maar desondanks wordt voorgesteld om te eisen dat alle gevels groen dienen te zijn. Is de gemeente dienstbaar aan inwoners, of legt de gemeente haar
wil op aan inwoners? Het gehele participatietraject voor de Omgevingsvisie van Overvecht is mislukt en dient opnieuw te worden uitgevoerd.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) acht het raadsvoorstel, gezien het aantal moties en amendementen, als onvoldragen. Hij kan niet instemmen met het voorstel. De voorzitter schorst hierop de vergadering voor 20 minuten. De voorzitter heropent de vergader en doet een ordevoorstel. Zij heeft vernomen dat de wethouder
meer tijd nodig heeft voor de beantwoording van de moties en amendementen en stelt daarom voor
om door te gaan met agendapunt 26 (Afrondende besluitvorming na debat over hervormingen in het sociale domein). De raadsleden gaan daarmee akkoord.
Zij schorst opnieuw de vergadering voor enkele minuten.
(Bij hervatting van de vergadering heeft mevrouw Al-Saqaff het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan de heer Te Hoonte.) De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde: 26. Afrondende besluitvorming na debat over hervormingen in het sociale domein Mevrouw Ramaker (VVD) licht toe dat voor de hervormingen in het sociale domein kaders zijn vastgesteld en dat er een reserve is ingesteld. Het kunnen controleren en bijsturen hierop is
belangrijk. Daarom dient de VVD mede namens EenUtrecht motie 98 (Visualisatie voortgang en samenhang hervormingen) in, die het college opdraagt om:
1. De voortgang en de samenhang van de hervormingen binnen het sociale domein te visualiseren in tijd, budget en kwaliteit in de voorjaarsnota 2025 bij alle daarop volgende stukken in de P&C cyclus; 2. Het voorstel van deze visualisatie de adviescommissie Control en Financiën in tweede kwartaal 2025 voor te leggen.
Raadsvergadering van 20 februari 2025
42
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt het opmerkelijk dat fracties die door hun spreektijd heen zijn, toch moties en amendementen kunnen indienen. Het is wenselijk dat er opnieuw wordt nagedacht over de regels omtrent spreektijd.
De voorzitter stelt voor om dit punt nogmaals te maken nadat het voorzitterschap weldra is overgedragen aan de gekozen plaatsvervangend voorzitter, mevrouw Al-Saqaff.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) dient mede namens Utrecht Solidair motie 99 (Eerst weten wat sociaal nodig is, dan beslissen) in, die het college opdraagt om:
1. Een globale inventarisatie te doen naar de huidige behoefte aan diensten en activiteiten in
het sociaal domein zodat de gemeenteraad zicht krijgt op de mate waarin het huidige aanbod nu voorziet in de vraag;
2. Dit inzicht inclusief de conclusies zo snel als mogelijk te delen met de gemeenteraad; 3. Dit mee te nemen in de verdere aanpak van de Hervormingen sociaal domein.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) maakt zich zorgen over de hervormingen binnen het sociaal domein.
Utrecht geeft naar verhouding in de G4 het minste uit aan het sociaal domein. Bovendien is het de
vraag of daarbovenop nog veel winst te behalen valt. Het tegengaan van de groeiende ongelijkheid in Utrecht is een grote prioriteit van de gemeente. Toenemende ongelijkheid tast niet alleen de
individuele gezondheid en het welzijn van inwoners aan, maar ook de maatschappelijke cohesie, leefbaarheid en veerkracht van de stad als geheel. Daarom dient zij mede namens GroenLinks, EenUtrecht en ChristenUnie motie (100) in, die het college opdraagt om:
1. In de sturings- en informatiemomenten over hervormingen in het sociaal domein aan de raad duidelijk te maken hoe het uitgangspunt van ongelijk investeren voor gelijke kansen wordt toegepast;
2. Daarbij gebruik te maken van de slotadviezen van de Expertgroep Ongelijk Investeren voor Gelijke Kansen en hierover terug te koppelen aan de raad.
Mevrouw Van der Wilt (D66) is verheugd over het feit dat er draagvlak is om hervormingen in het sociale domein te volgen. Dit is nodig, want de zorg staat onder druk door tekort aan personeel.
Eventuele investeringen die soms vooraf nodig zijn om verderop in de keten de druk te verlagen, goed terechtkomen. Zij dient daarom mede namens ChristenUnie, EenUtrecht, GroenLinks, PvdA, VVD, Student & Starter en het CDA motie 101 (Geef richting aan de reserve) in, die het college opdraagt om:
1. In de Voorjaarsnota 2025 duidelijkheid te geven over het afwegingskader wat de gemeente toepast bij het inzetten en verdelen van de hervormingsreserve;
2. Hierbij extra aandacht te hebben voor het belang van investeringen in de sociale basis, o.a. voor het mogelijk maken van de overgang van individueel naar groepsgerichte zorg;
3. Daarbij toe te lichten op welke wijze het college de raad informeert en in positie brengt als er tussentijds sprake lijkt van over- of onderbenutting van de reserve;
4. In de standaard P&C momenten te verantwoorden welke keuzes gemaakt zijn in het aanwenden van de reserve en hoe deze bijdragen aan de bredere hervormingen in het sociaal domein.
De heer Van Steeg (CDA) dient mede namens de ChristenUnie motie 102 (Geef richting en maak cultuuromslag concreet) in, die het college opdraagt om:
Raadsvergadering van 20 februari 2025
43
1. De ontwikkeling naar vrijwilligerswerk en informele zorg in de stad inzichtelijk te maken; 2. Hierbij de ontwikkeling van een aantal organisaties in de stad als benchmark te nemen; 3. Daarbij genoemde ontwikkeling ook kwalitatief in beeld te brengen;
4. En in de reguliere informatievoorziening aan de raad aan te geven hoe deze ontwikkeling verder wordt ondersteund en versterkt.
Mevrouw Hornsveld (GroenLinks) benadrukt dat de mensen in het sociale werkveld het tijdens deze bezuinigingstijd zeer zwaar hebben. De raad dient zich ervoor in te spannen om deze groep te ondersteunen.
De heer Maas (Volt) maakt zich zorgen over de ondergrens in het sociaal domein en steunt de nota
niet. Volt onderzoekt mogelijkheden om die ondergrens te verbeteren vanaf de behandeling van de Voorjaarsnota.
De voorzitter geeft het woord aan de wethouder voor de beantwoording. Mevrouw Voortman (wethouder) reageert allereerst op motie 98, inzake de visualisatie van de
voortgang van de hervormingen binnen het sociaal domein. Tijdens de begrotingsbehandeling heeft het college aangegeven met een monitor te komen die zal worden voorgelegd aan de
adviescommissie Control & Financiën. Zij kan de motie overnemen indien wordt bedoeld dat in de monitor een visualisatie opgenomen dient te worden.