2e raadsvergadering 20 februari 2025
Tekst van het document
2025 NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT 2e vergadering – 20 februari 2025 Vergadering van de gemeenteraad, gehouden op donderdag 20 februari 2025 te 10.00 uur. Voorzitter: mevrouw Al-Saqaff, plaatsvervangend voorzitter, afgewisseld door de heer Bosch en de heer Te Hoonte.
Aanwezig zijn de leden: Ait Daoua, Al-Saqaff, Assen, Bode, Bos, Bosch, Chirino, Claasen, DadaAnthonij, Dekkers, Deldjou Fard, Dijkstra, Fattal, Van der Graaf, Hellevoort, Heijne, Hessel, Van
Heuven, Te Hoonte, Hornsveld, Kleinrensink, Koning, Maas, Meerding, Nolten, Paalman, De Pagter, Passier, Peters, Ramaker, Raaijmakers, Sasbrink, Snijder, Van Steeg, Stellinga, Stylianou, Sungur, Talhaoui, Vasters, Vermeulen, Van Vliet, De Vries, Van der Wilt, Van der Zweth en Zwinkels.
Aanwezig zijn de wethouders: Eerenberg, Maatoug, Oosters, Schilderman, Streefland, Voortman en De Vries.
Afwezig is: mevrouw Dijksma, burgemeester. Griffier: de heer Israel.
1. Opening. De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. Bericht van verhindering is
ontvangen van burgemeester Dijksma. De leden Hellevoort en Talhaoui zullen alleen aanwezig zijn
bij de stemmingen vanavond. Voorts meldt zij dat dit de laatste raadsvergadering is voor mevrouw Stylianou voordat zij met zwangerschapsverlof gaat. Zij wenst haar namens de raad een heel fijn
verlof. Vervolgens feliciteert zij wethouder Schilderman met het feit dat zij op 1 februari jl. in het huwelijk is getreden.
(Applaus.)
8. Benoeming commissieleden. De voorzitter geeft het woord aan de voorzitter tot onderzoek van de geloofsbrieven, mevrouw Passier.
Proces-verbaal van de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven van de nieuw benoemde commissieleden.
Mevrouw Passier (voorzitter tot onderzoek van de geloofsbrieven) heeft samen met de raadsleden
Raadsvergadering van 20 februari 2025
2
Nolten en Koning onderzoek gedaan naar de geloofsbrieven van Emma Usmany, Felice Cicero, Robert Biever en Raphael Klijn. De commissie is tot de conclusie gekomen dat zij voldoen aan de vereisten om commissielid te worden. Deze vereisten staan in de Verordening op de raadscommissies die de raad heeft vastgesteld. Ook hebben zij geen functies die onverenigbaar zijn met het
commissielidmaatschap. De commissie adviseert de raad daarom om Emma Usmany, Felice Cicero, Robert Biever en Raphael Klijn toe te laten als lid van de raadscommissies.
De voorzitter dankt de commissie voor haar advies en stelt voor conform te besluiten. Emma Usmany, Felice Cicero, Robert Biever en Raphael Klijn worden hierna bij acclamatie benoemd. Emma Usmany, Felice Cicero en Robert Biever leggen daarop in handen van de voorzitter de in de Gemeentewet voorgeschreven belofte af.
Raphael Klijn legt in handen van de voorzitter de in de Gemeentewet voorgeschreven eed af. De voorzitter feliciteert de nieuwe commissieleden van harte met hun benoeming en wenst hun veel succes (Applaus.)
2. Vaststellen agenda. De heer Van Heuven (PvdD) heeft aangegeven dat agendapunt 20 een A-punt kan worden. De voorzitter concludeert dat agendapunt 20 wordt gewijzigd in een A-punt. De heer Stellinga (CDA) merkt met betrekking tot de agendapunten 13, 14 en 15 op dat er
onduidelijkheid bestaat over de vraag of een advies daarover gefiatteerd is. Hij verzoekt die punten van de agenda af te voeren en op de agenda van maart als A-punt op te nemen.
De heer Bosch (UtrechtNu!) heeft een punt van orde bij een van deze voorstellen. Hij vindt het
vreemd dat de brieven bij twee voorstellen wel persoonlijk zijn ondertekend en bij het derde voorstel niet. Hij verzoekt hierin uniform te handelen. De voorzitter heeft deze oproep gehoord. De heer Sungur (DENK) vraagt of doorschuiven naar een volgende vergadering geen problemen veroorzaakt met de beslistermijnen.
De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat dit is uitgezocht. Het gaat geen juridische consequenties opleveren.
De voorzitter concludeert dat de agendapunten 13, 14 en 15 doorschuiven naar de raadsvergadering van 27 maart 2025.
De agenda wordt daarop zonder stemming vastgesteld, met inachtneming van de aangebrachte wijzigingen.
Raadsvergadering van 20 februari 2025
3
3. Ingekomen stukken. Over de ingekomen stukken wordt zonder stemming besloten overeenkomstig hetgeen daaromtrent is voorgesteld.
4. Geheimhouding. De voorzitter stelt voor om, conform artikel 89, lid 4 van de Gemeentewet, de door het college
opgelegde geheimhouding van de documenten zoals vermeld in de bij de agenda gevoegde bijlage, op te heffen.
Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van de voorzitter besloten. 5. Notulen raadsvergadering 23 januari 2025. Deze notulen worden zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. 6. Notulen vragenuur 9, 16 en 30 januari 2025. Deze notulen worden zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. 7. Actuele moties. Dit agendapunt wordt zal om 14.00 uur behandeld worden. 9. Raadsvoorstel benoeming voorzitter adviescommissie participatie. Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. De voorzitter wenst mevrouw De Vries veel succes in deze functie.
(Applaus.)
10. Raadsvoorstel Gunning externe accountant. Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. 11. Raadsvoorstel Zienswijze Kaderbrief 2026 GGDrU. Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. 12. Raadsvoorstel Vaststelling TAM (Tijdelijke Administratieve Maatregel) – omgevingsplan Warmtesysteem Papendorp.
Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. 13. Raadsvoorstel Bezwaar Vuurwerkverbod.
Raadsvergadering van 20 februari 2025
4
14. Raadsvoorstel Bezwaar Thematerkade A. 15. Raadsvoorstel Bezwaar Thematerkade B. Deze punten zijn van de agenda afgevoerd. 16. Raadsvoorstel Ontslag op eigen verzoek plaatsvervangend ombudsman. Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. 20. Raadsvoorstel Zienswijze kadernota 2026 VRU. Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. 17. Initiatiefvoorstel Participatie- en inspraakverordening gemeente Utrecht. De voorzitter nodigt de heer Dijkstra, portefeuillehouder van dit voorstel, uit om in vak-C te gaan zitten.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) is blij dat hij vandaag het initiatiefvoorstel kan voorleggen. Het gaat om de vraag hoe de democratie moet worden ingericht. De werking van de democratie hangt niet alleen af van de Grondwet, maar ook van hoe men daarmee omgaat. De gemeente heeft te maken met
lokale democratie en met participatie. Daarbij kun je niet zonder een aantal duidelijke regels en basisbeginselen. Dat is de essentie van het initiatiefvoorstel. In het voorstel van het college
ontbreken goed omschreven en vastgelegde rechten. Hij dankt de tientallen Utrechters die de
afgelopen jaren heel actief zijn geweest met participatie. Bijna alle adviezen zijn verwerkt in het
initiatiefvoorstel. Tot slot dankt hij Wouter, Daan en Jelmer voor hun actieve ambtelijke inbreng, alsmede zijn fractiemedewerker Rik Verdenius, die hier heel veel tijd in heeft gestoken.
De heer Maas (Volt) is blij met dit initiatiefvoorstel. De strekt ter vervanging heeft een aantal zaken opgelost, maar Volt heeft hier en daar nog wat problemen, die hij duidelijk zal maken met amendementen.
De heer Dekkers (GroenLinks) complimenteert de fractie van EenUtrecht met de consequente inzet op dit punt. GroenLinks zal haar standpunt inbrengen bij de behandeling van het raadsvoorstel.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) spreekt zijn dank uit voor de mooie woorden en hoopt dat het voorstel wordt aangenomen.
(Mevrouw Al-Saqaff draagt hierop het voorzitterschap van de vergadering over aan de heer Bosch.) 18. Raadsvoorstel Verordening Samenwerking, participatie en inspraak. De heer Dekkers (GroenLinks) heeft gekeken of het vastgestelde beleid goed is verwerkt in de
verordening. In de commissie heeft hij aangekondigd op twee punten een amendement te zullen
Raadsvergadering van 20 februari 2025
5
indienen. In de verordening komen de woorden "inclusie" en "diversiteit" nog niet voor. Daarom dient hij een amendement in (amendement 23, Inclusie en diversiteit hoort in de verordening).
In artikel 5 lid 1 is geprobeerd om amendement 219 te verwerken, maar een belangrijk onderdeel is nog niet meegenomen. Buurten en wijkplatforms hebben in Samen stad maken de procesrol om
goede participatie te bevorderen. De inclusieve stakeholdersanalyse, zoals bedoeld in artikel 5 lid 1b, legt de basis voor een inclusief en divers samenwerkingsplan. Hij dient hiertoe een amendement in (amendement 24, Amendement 219 "Begin zo vroeg mogelijk met participatie" beter verwerken). De heer Dijkstra (EenUtrecht) mist in het amendement dat juist in de beginfase relevante stakeholders moeten worden betrokken.
De heer Dekkers (GroenLinks) reageert dat de tekst impliceert dat zij betrokken worden bij het maken van het samenwerkingsplan.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) meent dat de strekking van amendement 219 was dat dat, voorafgaand aan de bestuurlijke besluitvorming, zou moeten gebeuren. De kern ontbreekt dus.
De heer Dekkers (GroenLinks) spreekt van een misverstand. Voordat er een samenwerkingsplan wordt gepresenteerd, worden zij betrokken bij het maken van het samenwerkingsplan. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt waarom dat niet heel expliciet wordt vastgelegd. De heer Dekkers (GroenLinks) zegt nogmaals dat het expliciet in het amendement staat. De heer Van Steeg (CDA) vindt het belangrijk om de inwoners op een goede manier te betrekken bij de besluiten die in de raad worden genomen. Het CDA vindt het belangrijk dat het bewonersbod in
de Participatieverordening is opgenomen. In de commissie bestond wel enige terughoudendheid om dat bewonersbod daadwerkelijk toe te passen. Daarom dient hij mede namens EenUtrecht, PvdA,
ChristenUnie en GroenLinks een motie in (motie 50, Een sterk bewonersbod ontstaat niet vanzelf). De heer Dijkstra (EenUtrecht) dient zeven amendementen in. Het eerste amendement stelt voor om de bekende stakeholders te raadplegen voordat er een collegebesluit is (amendement 25, Tijdig betrekken bij participatie).
Het tweede amendement stelt voor om gelijke informatie aan de marktpartijen en
gemeenschapspartijen bekend te maken (amendement 26, Gelijke informatiepositie bij participatie).
Het derde amendement stelt een terugvaloptie voor door middel van burgerparticipatie (amendement 27, Burgerparticipatie als terugvaloptie).
Het vierde amendement regelt dat er ruimte is om een eigen voorstel in te dienen en dat dit wordt meegenomen in het staande traject van het project (amendement 28, Alternatief voorstel bij participatie).
Met het oog op de Woo-verzoeken en klachtenbezwaren stelt het vijfde amendement voor om onafhankelijke begeleiding op te nemen (amendement 29, Onafhankelijke begeleiding bij participatie).
EenUtrecht vindt het belangrijk om het recht om zelf te kunnen beslissen in de verordening op te
nemen en dient hiervoor een amendement in (amendement 30, Soms zelf beslissen bij participatie).
Een grote omissie in het collegevoorstel is dat wordt opengehouden wanneer er sprake kan zijn van
Raadsvergadering van 20 februari 2025
6
participatie. EenUtrecht wil het VNG-model volgen en dient daarom een amendement in (amendement 31, Participatie niet in onzekerheid laten).
Mevrouw Meerding (VVD) zegt dat de Participatieverordening is bedoeld om duidelijke kaders te
creëren. Het college heeft ervoor gekozen om af te wijken van de VNG-modelverordening en dat
komt de duidelijkheid niet ten goede. Daarom dient de VVD een motie in (motie 51, Herdefinieer de definities).
De heer Van Vliet (D66) vraagt of de VVD niet bang is dat met deze precieze definiëring groepen worden uitgesloten.
Mevrouw Meerding (VVD) leest in de huidige definitie dat ook gebruikers van Utrecht kunnen participeren. Dat vindt de VVD te breed.
De heer Van Vliet (D66) meent dat die definitie ook de woningzoekenden omvat. Het is toch juist de bedoeling om die te laten participeren?
Mevrouw Meerding (VVD) is het daar deels mee eens, maar dat geldt alleen voor specifieke projecten. Mevrouw Oosters (wethouder) gaat over tot de beantwoording. Amendement 23 krijgt een positief advies, omdat dit voor verduidelijking zorgt.
De heer Sungur (DENK) vraagt waarom het college hier niet zelf aan heeft gedacht. Mevrouw Oosters (wethouder) zegt dat in de verordening staat dat de leidende principes worden
gehanteerd, terwijl in de toelichting een verduidelijking daarvan is opgenomen. Dit amendement verankert die principes in de verordening.
Amendement 24 krijgt eveneens een positief advies, omdat dit duidelijk maakt om welke groepen het gaat.
Motie 50 ziet zij als extra zetje in de rug en deze motie krijgt daarom een positief advies.
Amendement 25 wordt ontraden, omdat de term "initiërende fase" niet voor alle gemeentelijke opgaven duidelijk is.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) wijst op de uitleg in het amendement: voorafgaand aan bestuurlijke besluitvorming.
Mevrouw Oosters (wethouder) zegt dat in het tweede punt staat dat alle Utrechters moeten worden betrokken bij de volgende stap in de samenwerkingsvorm. Dat kan het college niet waarmaken.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt naar het oordeel van de wethouder als die zin wordt geschrapt. Mevrouw Oosters (wethouder) meent dat de essentie van amendement 219 goed is verwoord in de verordening. Zij vindt het niet nodig daaraan nog een artikel toe te voegen.
In reactie op amendement 26 zegt zij dat er altijd openheid van informatie is, maar dat een volledig gelijke informatiepositie niet haalbaar is. Daarom ontraadt zij dit amendement.
Raadsvergadering van 20 februari 2025
7
De heer Dijkstra (EenUtrecht) meent dat het om de essentie gaat. Mevrouw Oosters (wethouder) herhaalt dat zij een gelijke informatiepositie niet kan waarmaken. De werkwijze is al dat mensen de juiste informatie krijgen, zodat het amendement daardoor ook overbodig is. Zij meent dat nu een catch-22 situatie ontstaat.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) weerspreekt dat. Met één zin wordt verduidelijking aangebracht. Mevrouw Oosters (wethouder) zegt dat de verordening een juridisch instrument is. Het college kan het niet waarmaken om een gelijke informatiepositie te creëren. Daarom ontraadt zij het amendement.
Ook amendement 27 moet zij ontraden. Burgerparticipatie is een vorm die niet voor alle Utrechters behulpzaam is.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) meent dat burgerparticipatie inclusief peilen tot een meer inclusieve deelname kan leiden dan alleen peilen.
Mevrouw Oosters (wethouder) deelt die stelling niet. Burgerparticipatie vergt veel investeringen in betrokkenheid, terwijl peilen vaak laagdrempelig is.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat peilen nog steeds onderdeel kan zijn van de ladder van burgerparticipatie.
Mevrouw Oosters (wethouder) reageert dat in plaats van de ladder gekozen is voor het kompas, waarin heldere keuzes worden gemaakt voor de vorm van participatie.
In reactie op amendement 28 zegt zij dat ideeën van stakeholders juist vroeg in het proces zijn
opgevraagd en zijn meengenomen in de planvorming. Omdat het amendement stuurt op het los van elkaar ontwikkelen van plannen, moet zij het ontraden.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) meent dat door dit amendement kan worden voorkomen dat mensen andere routes gaan zoeken, die onwenselijker zijn.
Mevrouw Oosters (wethouder) denkt dat de inzet van het college juist zo veel mogelijk juridische procedures voorkomt.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft in de afgelopen maand met drie bewonersgroepen gesproken, die alle drie juridische stappen gaan zetten.
Mevrouw Oosters (wethouder) vraagt zich af of een aan het begin ingediend alternatief plan van deze bewoners niet had geleid tot een juridische procedure. Door te zoeken naar een gezamenlijk plan, kom je niet in een conflict.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft daarom zes amendementen ingediend. Er zijn de komende jaren heel veel extra ambtenaren nodig. Er is een ander soort verordening nodig.
Mevrouw Oosters (wethouder) zegt dat niemand de situaties van conflict tussen bewoners en
Raadsvergadering van 20 februari 2025
8
gemeente ontkent. Zij denkt dat het gaat om de leidende principes voor houding en gedrag en die zijn niet altijd te vatten in regels in de verordening.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) meent dat er ook participatierechten moeten worden vastgelegd. Mevrouw Oosters (wethouder) reageert dat dit juist in deze verordening is gebeurd.
In reactie op amendement 29 meent zij dat de gemeente een grote betrokkenheid bij het standpunt
van bewoners kan hebben door samen te bouwen aan plannen. Een onafhankelijke begeleiding zorgt voor tegenstelling en daarom ontraadt zij het amendement.
Ook amendement 30 wordt ontraden, omdat dit een tegenstelling creëert die averechts werkt op de beweging van Samen stad maken.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) wijst op Utrecht Overvecht, waar 620 zienswijzen zijn ingediend en op de dreiging met advocaten door bedrijven. Dan kun je toch niet zeggen dat het goed gaat? Mevrouw Oosters (wethouder) reageert dat daarom nieuw beleid is vastgesteld voor de
samenwerking met de stad. In een aantal gevallen is dat niet goed gegaan en daarom wordt het nieuwe beleid nu in een verordening vervat.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt de wethouder of zij met haar ambtenaren op haar eigen
eilandje in haar eigen wereld gaat leven. Voor het aantal bezwaren, zienswijzen en de frustraties in de stad is de nieuwe verordening geen oplossing.
Mevrouw Oosters (wethouder) zegt dat het beleid niet alleen met ambtenaren is opgesteld. Er is met allerlei bewoners van allerlei wijken gesproken. Zij wil juist kijken naar de samenwerking. De voorstellen van EenUtrecht werken volgens haar polariserend.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) meent dat een en ander met de voorstellen van de heer Dijkstra
juridisch ingekaderd kan worden en dat de willekeur verdwijnt. Met de huidige werkwijze gaat alles digitaal en is alles te manipuleren. Zij wijst in dit verband op een reactie uit Panama inzake parkeergarage Paardenveld.
De heer Snijder (Student & Starter) verzoekt mevrouw Hessel woorden als "manipuleren" achterwege te laten.
Mevrouw Oosters (wethouder) zegt dat online participatie op een veilige manier moet gebeuren. Met techniek kan voorkomen worden dat er mensen uit Panama reageren op het participatietraject van parkeergarage Paardenveld.
Met betrekking tot amendement 31 begrijpt zij de stap die de heer Dijkstra wil zetten. Er is juist gekeken naar het kompas, dat richting geeft om een samenwerkingsvorm te kiezen. Door een limitatieve lijst op te nemen, wordt de samenwerking meer beperkt. Daarom ontraadt zij het amendement.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat het in het voorstel van het college een open eind is. Alle onzekerheid is voor de bewoners.
Raadsvergadering van 20 februari 2025
9
Mevrouw Oosters (wethouder) denkt dat een open eind ook kansen kan bieden om de samenwerking met de stad op te zoeken.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt de wethouder na te denken over haar woorden dat zijn voorstellen polariserend zouden werken. Wil zij die woorden heroverwegen?
Mevrouw Oosters (wethouder) begrijpt dat de heer Dijkstra juist zoekt naar mogelijkheden voor samenwerking met de stad. Zij waardeert dat hij naar verbinding zoekt.
Tot slot reageert zij op motie 51 van de VVD. De definitie van Utrechters is bewust breed gelaten.
Toekomstige bewoners en gebruikers moeten een stem hebben in sommige trajecten. Stakeholder is een Nederlands begrip. "Belanghebbende" heeft een juridische betekenis die te beperkt is voor dit thema. De motie wordt ontraden.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Stemming over het voorstel, de amendementen en de moties vindt vanavond plaats.
19. Raadsvoorstel Beleidsnota Sport en Bewegen 2025-2032. De heer Van Steeg (CDA) meent dat het maar de vraag is of de ambities die in de nota staan,
daadwerkelijk in de praktijk worden gehaald. Het CDA maakt zich zorgen over de voorgestelde tariefsverhoging voor accommodaties. De sportverenigingen zijn enorm belangrijk bij de
hervormingen van het sociaal domein en een verantwoordelijke samenleving. Het CDA vindt dat de gemeente juist moet investeren in sportverenigingen en dient daarom samen met EenUtrecht en
Utrecht Solidair een motie in (motie 52, Vind alternatief voor tariefverhoging sportaccommodaties).
Voor de zaalsport is de accommodatie de komende jaren beperkt. Er wordt te veel gekeken naar wat
niet kan. Daarom dient hij samen met EenUtrecht en Utrecht Solidair een motie in (motie 53, Wat kan wel bij binnensport!).
Het CDA heeft eerder een motie ingediend om de betaalbaarheid van sport te bevorderen, waarna het grootste gedeelte van het geld is bestemd voor de U-pas. Hij dient samen met EenUtrecht en Utrecht Solidair wederom een motie in (motie 54, Houd sport betaalbaar en toegankelijk).
Mevrouw Stylianou (D66) dient als eerste een motie in over een maatschappelijk 0-tarief (motie 55, Maatschappelijk 0-tarief de gamechanger). De motie wordt mede ingediend door ChristenUnie, PvdA, GroenLinks, EenUtrecht en CDA.
De heer Van Steeg (CDA) wijst op het beslispunt in het voorstel om niet of slechts beperkt in te
zetten op de mogelijkheden voor het maatschappelijk gebruik van sportaccommodaties. Hoe is dat hiermee te rijmen?
Mevrouw Stylianou (D66) vindt dat meer ruimte moet worden gegeven aan ondernemerschap van sportaanbieders. Zij gelooft dat daar nog iets mogelijk is.
Zij dient vervolgens, mede namens PvdA, GroenLinks VVD, EenUtrecht, CDA en Student & Starter een tweede motie in (motie 56, Nee heb je, ja kun je krijgen: meer ruimte voor initiatieven vanuit de sport).
Sport Utrecht heeft aangegeven dat het niet helpt om een selectie te maken tussen clubs. Daarom
dient zij mede namens het CDA een motie in (motie 57, Houd het huidige sportlandschap overeind)
Raadsvergadering van 20 februari 2025
10
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt zich af wat D66 met deze motie wil. Wil D66 niet dat kinderen gelijke kansen krijgen om te gaan sporten?
Mevrouw Stylianou (D66) meent dat de indruk wordt gewekt dat sommige sportaanbieders niet meer ondersteund worden.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vindt dat het gaat om keuzes maken. De gemeente wil de ongelijkheid aanpakken, maar deze motie beoogt om het huidige sportlandschap in stand te houden.
Mevrouw Stylianou (D66) onderscheidt drie punten: sportstimulering, sportaccommodaties en sportaanbieders. Zij vindt het zonde als de netwerkfunctie wordt geherprioriteerd.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) concludeert dat er met de motie minder geld gaat naar het oplossen van de ongelijkheid.
Mevrouw Stylianou (D66) zegt dat in het raadsvoorstel staat dat het principe Ongelijk investeren voor gelijke kansen vooral ziet op de sportstimulering.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) ziet in de tweede overweging dat Ongelijk investeren voor gelijke kansen niet leidt tot een vitaal sportlandschap. Klopt dat?
Mevrouw Stylianou (D66) staat achter het principe, maar zij meent dat bij sportaanbieders aan de lange termijn moet worden gedacht.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt welk verschil de motie maakt voor het voorstel. Mevrouw Stylianou (D66) zegt dat het gaat om de uitleg van het leidende principe in het eerste beslispunt van het raadsvoorstel.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) voegt toe dat volgens haar de VVD de motie heeft mede ondertekend. De voorzitter concludeert dat de VVD geacht wenst te worden de motie te hebben meeondertekend. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt dat Utrechts gemeenschapsgeld terecht moet komen bij Utrechters over de gehele breedte. Hij is dan ook blij dat in de beleidsnota wordt gekozen voor
breedtesport in plaats van topsport. In de beleidsnota staat echter dat bij financiële meevallers dat geld deels ten goede komt aan topsportevenementen. Daarom dient hij een amendement in (amendement 32, Geen topsport maar breedtesport, ook bij financiële meevallers).
Stadsbelang Utrecht vindt het niet verantwoord om deze beleidsnota vast te stellen voor de periode 2025-2032. De gemeenteraad heeft een mandaat tot maart 2026 en moet niet over zijn graf heen regeren. Daarom dient hij een amendement in (amendement 33, Niet over graf heen regeren). De heer Snijder (Student & Starter) zegt dat sport belangrijk is voor gezondheid en welzijn en
bijdraagt aan gemeenschapszin. Hij steunt de Sportnota en de ambities daarin, maar ziet ook ruimte voor aanscherpingen. Samen met CDA, D66, ChristenUnie, EenUtrecht en Utrecht Solidair dient hij
Raadsvergadering van 20 februari 2025
11
een amendement in (amendement 34, In buurgemeenten willen óók mensen sporten).
Hij is blij dat met de onderwijsinstellingen een convenant wordt opgesteld om studenten meer te
laten sporten. Een convenant is echter niet genoeg; het moet ook worden uitgevoerd. Daarom dient
hij samen met CDA, D66, EenUtrecht en Utrecht Solidair een motie in (motie 58, Van convenant naar concrete actie!).
Het laatste voorstel gaat over roeien. Die sport staat onder druk en daarom stelt hij voor om het belang van roeien expliciet op te nemen in de sportnota. Hij dient samen met CDA, PvdA, D66,
EenUtrecht en Utrecht Solidair een amendement in (amendement 35, Laat roeien groeien, ook in de sportnota).
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) meent dat sport onder druk staat. Vrijwel overal is de vraag groter dan het aanbod. Daarom steunt de VVD het voorstel van D66.
Het college stelt voor om voorlopig alleen financiële ondersteuning te geven aan sport- en beweegevenementen. De VVD vindt dat een gemiste kans en dient mede namens D66 een amendement in (amendement 36, Houd de deur open voor verbindende en lucratieve sportevenementen).
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt waarom lucratieve evenementen steeds geld nodig hebben van de gemeente. Is een investering in de Utrechtse jeugd niet beter?
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) is van mening dat vooral in jeugd wordt geïnvesteerd. Evenementen
hebben een verbindend karakter en zetten Utrecht internationaal op de kaart. Naast de investeringen van verschillende partners is het logisch dat ook de gemeente een bijdrage levert.
Voorts dient zij een motie in inzake het zwembad Máximapark (motie 59, Een generatie kinderen wacht op een zwembad dat er maar niet komt).
De heer Maas (Volt) maakt zich grote zorgen over de nota. Er is te weinig financiering om de
ambities te halen. Het voorstel zal veel meer kosten met zich meebrengen dan nu kan worden
overzien. Daarom steunt Volt de nota niet, maar een aantal van de ingediende moties wel. Bij de Voorjaarsnota zal Volt wijzigingen voorstellen.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zegt dat sporten bijdraagt aan een langer en gezonder leven en
belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen, mentale gezondheid en plezier. Daarbij vindt de PvdA Ongelijk investeren voor gelijke kansen essentieel. Moties van de PvdA over het
solidariteitspotje en ongelijke tariefverhogingen zijn reeds aangenomen. Zij vraagt wanneer de concrete uitwerking van die moties kan worden verwacht. De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan wethouder Oosters. Mevrouw Oosters (wethouder) dankt de leden voor hun inbreng. Als eerste reageert zij op motie 52. Omdat dit voorstel afwijkt van wat de raad bij de begrotingsbehandelingen heeft besloten, wordt de motie ontraden. Het eerste punt kan het college niet waarmaken, maar de andere twee punten worden al meegenomen bij de eerdere opdracht van de raad.
Raadsvergadering van 20 februari 2025
12
De heer Van Steeg (CDA) vraagt of dit past bij de bredere lijn van het college om meer met de
samenleving op te lossen. Nu worden verenigingen op kosten gejaagd, waardoor mensen minder naar verenigingen gaan.
Mevrouw Oosters (wethouder) zegt dat er verschillende redenen zijn voor het oplopen van kosten in de stad. Dit voorstel gaat uit van het fonds van 5 miljoen om zo veel mogelijk een zachte landing voor de tariefverhoging te bewerkstelligen.
De heer Van Steeg (CDA) vindt dat de doelstellingen, zoals betaalbaarheid en sport voor alle Utrechters, hiermee steeds verder uit het zicht komen.
Mevrouw Oosters (wethouder) vindt de tariefverhoging niet dusdanig hoog dat zij een dergelijk effect verwacht. In de nota wordt juist gekeken hoe bewoners die niet veel te besteden hebben, zo veel mogelijk worden ontzien.
De heer Van Steeg (CDA) wijst op de oplopende energiekosten voor verenigingen. Vindt de wethouder dat de doelstellingen in het wetsvoorstel dichterbij komen met deze nota? Mevrouw Oosters (wethouder) denkt dat de nota een positief effect kan hebben.
In motie 53 gaat een van de punten over de sporthal Vleuten. Omdat het daarbij gaat om een eerder door de raad genomen besluit, laat zij het oordeel over deze motie aan de raad.
De heer Van Steeg (CDA) vraagt of de wethouder ook vindt dat dit perfect past bij een bewonersbod. Mevrouw Oosters (wethouder) ziet plussen en minnen en wijst op een private partij zoals bij Oudenrijn. Er liggen zeker kansen, maar het is nog niet zeker dat dit de oplossing is.
Motie 54 wordt ontraden, omdat die te veel stuurt op een uitkomst van de evaluatie en wat daarmee zou moeten gebeuren. Zij zegt toe een evaluatie te gaan houden en de uitkomst daarvan eind 2026 met de raad te communiceren.
De heer Van Steeg (CDA) zegt dat de motie beoogt om het geld dat beschikbaar is voor sport en cultuur daar echt voor te bestemmen. Dat kan geen reden zijn om de motie te ontraden.
Mevrouw Oosters (wethouder) wijst op de voorgestelde verdeling: € 600.000 voor de U-pas en
€ 300.000 voor een nadere regel. Daarmee kun je de middelen op een effectieve manier inzetten
voor de doelgroep. De vraag of het geld inderdaad voldoende terechtkomt bij sport en cultuur zal worden meegenomen bij de evaluatie.
De heer Van Steeg (CDA) concludeert dat het grootste deel van het geld bij de U-pas komt en niet bij sport en cultuur. Waarom is de nota te veel sturend?
Mevrouw Oosters (wethouder) is het niet eens met de uitspraak dat het geld niet terechtkomt bij
sport en cultuur. De communicatie over de armoederegeling en de U-pas kan sturing en richting
geven aan een hogere inzet op sport en cultuur. De motie stuurt op de uitkomst van de evaluatie en niet per se op het doel.
Raadsvergadering van 20 februari 2025
13
De heer Van Steeg (CDA) vraagt de wethouder waar nu precies de pijn in deze motie zit. Mevrouw Oosters (wethouder) zegt dat het gaat om de uitkomst van de evaluatie. In de motie wordt te veel gestuurd op een gescheiden budget. Zij wil kijken of de voorgestelde manier effectief is. Wellicht kan een verruiming van punt 2 uit de motie voor een positief oordeel zorgen.
Met betrekking tot motie 55 zegt zij dat er geen capaciteit is om dit te doen. Wel kan bij het
uitvoeringsprogramma 2027-2028 opnieuw naar de prioritering worden gekeken. Voor nu is het een ongedekte motie. Zij ontraadt de motie.
Motie 56 wordt eveneens ontraden. Het college wil hiermee aan de slag, maar kan dat niet op de gevraagde termijn.
Motie 57 is volgens haar overbodig. In de nota staat dat Utrecht een vitaal sportlandschap wil voor alle Utrechters. Over sportstimulering staat precies hetzelfde als wat de motie beoogt.
In reactie op amendement 32 zegt zij dat de prioriteit van de nota ligt bij de breedtesport. Voor dat doel ligt echter ook toegevoegde waarde in de topsport. Daarom ontraadt zij het amendement. Amendement 33 vindt zij onverstandig. Sport heeft een toekomstperspectief nodig en met de
tussentijdse uitvoeringsprogramma's kan goed worden gestuurd. Zij ontraadt het amendement. Amendement 34 vindt zij te sturend op alleen studentensport. Het gaat om extra inzet en extra onderzoek en dat kan niet worden waargemaakt met de beschikbare capaciteit.
Met betrekking tot motie 58 kan zij een positief advies geven. Het gaat om het opnemen van de acties in het uitvoeringsprogramma.
Ook amendement 35 krijgt een positief advies.
Wat in amendement 36 wordt gevraagd, kan zij niet waarmaken. Daarom ontraadt zij het amendement.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wijst op de opbrengsten voor de gemeente. Mevrouw Oosters (wethouder) kan de opbrengsten niet op voorhand in de boeken zetten. Op die manier kan zij niet begroten.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat topsportevenementen ook iets opleveren voor de gemeente en de inwoners.
Mevrouw Oosters (wethouder) vindt dat het beschikbare geld op een effectieve manier moet worden ingezet. Er is geen geld beschikbaar om grotere evenementen te organiseren.
Hoewel zij de motivatie in motie 59 begrijpt, moet zij de motie toch ontraden. De gemeente wil het zwembad realiseren, maar het is niet haalbaar om dat op de in de motie voorgestelde termijn te doen.
De heer Snijder (Student & Starter) zegt dat in zijn motie de sportverenigingen in algemene zin zijn benoemd. Kan de wethouder daar nog een keer naar kijken?
Mevrouw Oosters (wethouder) reageert dat het de vraag is wanneer je deze inzet pleegt. Als er aparte capaciteit voor moet worden ingezet, kan de gemeente dat niet waarmaken.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Stemming over het voorstel, de amendementen en de moties vindt vanavond plaats.
Raadsvergadering van 20 februari 2025
14
(De heer Bosch draagt hierop het voorzitterschap van de vergadering over aan mevrouw Al-Saqaff.) 21. Raadsvoorstel Regionale Aanpak Dakloosheid U16 2024-2030. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zegt dat dakloosheid in de eerste plaats een woonprobleem is. De nota is een stap in de goede richting om die strijd aan te gaan in samenwerking met de regio. De PvdA
vindt dat de afspraken over woningen nog concreter moeten. Ontslag uit een instelling is een grote risicofactor om dakloos te worden. Daarom dient zij mede namens GroenLinks, D66, EenUtrecht, PvdD, Volt en BIJ1 een motie in (motie 60, Niemand wordt ontslagen uit een instelling zonder vervolg).
De ChristenUnie zal met steun van de PvdA een voorstel indienen om de kostendelersnorm af te schaffen.
Mevrouw Nolten (BIJ1) ziet dat de doorstroom van opvang naar een woning heel moeilijk is vanwege de wooncrisis en het lage aantal beschikbare sociale huurwoningen. Een verhoging van de inzet op sociale huurwoningen is dan ook essentieel. Daarom dient zij samen met de PvdD een motie in (motie 61, Geef Housing First prioriteit met 50% sociale huur).
Mevrouw Chirino (ChristenUnie) meent dat het toevoegen van nieuwe woningen niet snel genoeg gaat. Daarom heeft de ChristenUnie met eerdere moties opgeroepen om woningdelen meer te
stimuleren en de belemmeringen zo veel mogelijk weg te nemen. Een van die belemmeringen is de kostendelersnorm. Daarom dient zij samen met PvdA, EenUtrecht, GroenLinks, Volt en PvdD een motie in (motie 62, Maak werk van de afschaffing van de kostendelersnorm).
Mevrouw Van der Wilt (D66) vindt dat slimmer moet worden omgegaan met bestaande woonruimte door in te zetten op woningdelen. Daarom dient zij samen met ChristenUnie, Student & Starter, EenUtrecht, GroenLinks en PvdA een motie in (motie 63, Liever een gedeeld dak, dan dakloos!).
Mevrouw Streefland (wethouder) gaat over tot de beantwoording. Motie 60 krijgt een positief advies.
De motie is ondersteuning van beleid, maar als iemand zelf besluit te vertrekken of wordt geschorst, heeft de gemeente daar niet altijd invloed op.
Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of de wethouder ook aan sancties denkt. Mevrouw Streefland (wethouder) zegt dat voor jongeren specifiek wordt ingezet op de big five:
support, wonen, school en werk, inkomen en welzijn. Er worden afspraken gemaakt om jongeren niet los te laten voordat er een vervolgplek is. Zij heeft geen handhavingsinstrumenten, maar de motie benadrukt de noodzaak om jongeren niet los te laten.
De heer De Vries (wethouder) reageert op motie 61. Hij moet de motie ontraden. De principes van
Housing First worden gesteund en daar wordt het gesprek over de percentages gevoerd. 40% is zeer ambitieus en een ophoging naar 50% is onhaalbaar. Hij zegt toe het Housing First principe mee te nemen in het verdeelbesluit en zal hierover in Q2 een update geven.
Mevrouw Nolten (BIJ1) zegt dat er, om het tekort in te lopen, drastisch moet worden bijgesteld. De
Raadsvergadering van 20 februari 2025
15
ambitie van 40% is kennelijk niet genoeg. De heer De Vries (wethouder) doelde specifiek op het principe Housing First. Het gesprek over de verdeling van betaalbaar wonen wordt gevoerd bij de Nota wonen en volkshuisvesting. Ook in
vergelijking met andere gemeenten is 40% al zeer ambitieus, zeker als je kijkt naar de haalbaarheid van projecten.
Mevrouw Nolten (BIJ1) zegt dat betaalbaar subjectief is. Voor de doelgroep daklozen is sociale huur betaalbaar, maar andere segmenten niet.
De heer De Vries (wethouder) is het daarmee eens, maar wijst op de uitdagingen in projecten. De gemeente is ook stevig in gesprek met de regiogemeenten over dit onderwerp.
Motie 63 krijgt een positief advies. De wethouder ziet de motie als een aanmoediging en laat het oordeel aan de raad.
Mevrouw Voortman (wethouder) reageert op motie 62. Het college staat positief tegenover deze
motie. Het college zal hier nog meer op inzetten, en ook outreachend. Zij zegt toe dat het college actief blijft inzetten op de lobby en in gesprek gaat over de rol die de stad kan spelen bij de verkenning die het kabinet voornemens is te doen.
De heer Sungur (DENK) vraagt of de wethouder de motie overneemt. Mevrouw Voortman (wethouder) kan de motie overnemen, maar zij denkt dat de ChristenUnie de motie wellicht in stemming wil brengen.
Mevrouw Chirino (ChristenUnie) wil de motie in stemming brengen. De heer Sungur (DENK) zegt dat DENK vier jaar geleden een motie heeft ingediend over een sterke lobby. De wethouder heeft die overgenomen. Wat is de stand van zaken?
Mevrouw Voortman (wethouder) heeft dat keer op keer onder de aandacht gebracht. Vorig jaar is een motie om de kostendelersnorm te schrappen, helaas weggestemd in de Tweede Kamer. In het hoofdlijnenakkoord staat dat het kabinet er een verkenning naar wil doen.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Stemming over het voorstel en de moties vindt vanavond plaats.
22. Raadsvoorstel Wijziging APV Utrecht 2010, partiële herziening Hoofdstuk 3 Seksbedrijven e.d. 2024, en Verordening horeca Utrecht 2024.
Mevrouw De Vries (PvdD) is niet overtuigd van alle aspecten van deze APV-wijziging en dient daarom enkele amendementen en moties in. Het college stelt voor de verplichte sluitingstijden voor
seksbedrijven te verschuiven, maar daarmee wordt er een uur van de totale maximale openingstijd afgesnoept. Daarom dient zij mede namens BIJ1, EenUtrecht en Volt een amendement in (amendement 37, Geen uurtje afsnoepen van openingstijden).
Hoewel het goed is om als ondernemer in contact te staan met de werknemers, heeft de PvdD
Raadsvergadering van 20 februari 2025
16
twijfels over een verplichting tot doorlopende gesprekken. In de commissie bleek dat de wethouder zelf ook niet weet hoe dit precies gaat werken. Zij dient daarom mede namens BIJ1 en EenUtrecht een amendement in (amendement 38, Doorlopende gesprekken geen verplichting).
De heer Bosch (UtrechtNu!) meent dat in de horeca die doorlopende gesprekken ook verplicht zijn. Mevrouw De Vries (PvdD) zegt dat het hier gaat om seksbedrijven. In de APV-wijziging staat niet hoe een en ander er precies gaat uitzien. De PvdD ziet deze verplichting als een belemmering en inperking.
De keuze om maximaal vijftien werkruimten toe te staan, is willekeurig. Met de wijziging wordt het totale aantal toegestane werkruimten ingeperkt. Daarom dient zij mede namens BIJ1 en EenUtrecht een motie in (motie 64, Kleinschalig is geen rekensom).
De PvdD vindt dat het maximum aantal vergunningen hoger zou mogen zijn dan zes. De wethouder ziet de noodzaak om dit aantal te verhogen op dit moment niet. Als de situatie verandert, wil de PvdD graag dat het college daar proactief op handelt. Daarom dient zij mede namens BIJ1, EenUtrecht en Volt een motie in (motie 65, Meer vergunningen bij meer vraag).
Bij het raadsvoorstel over thuissekswerk heeft de PvdD al gesproken over het besluit van het college
om het beleid niet te laten aansluiten bij de wettelijke grens van 18 jaar voor sekswerk. Ook nu stelt
het college voor de grens bij 21 jaar te leggen. Volt dient hierover straks mede namens de PvdD een amendement in.
Mevrouw Nolten (BIJ1) vindt het goed dat er meer schot in de zaak komt bij het opstarten van de nieuwe kleinschalige sekswerklocaties in de stad, maar is bezorgd dat sommige zaken die het
college en de commissie-Sorgdrager belangrijk achten, niet door de markt opgelost gaan worden. In
theorie zouden sekswerkers die willen verzelfstandigen, gezamenlijk een locatie kunnen exploiteren, maar in de praktijk is de drempel hoog. Daarom dient zij samen met PvdD en EenUtrecht een motie in (motie 66, Ondersteun sekswerkers bij het oprichten van coöperatief).
De heer Van Vliet (D66) vraagt of de motie niet betekent dat in de toekomst een variant van een proeftuin waar sekswerkers in loondienst willen werken, wordt uitgesloten.
Mevrouw Nolten (BIJ1) kan die zorg wegnemen. Het is de bedoeling dat verschillende voorkeuren de ruimte krijgen.
Tot dusverre zijn er geen proeftuinen waarbij deelname van sekswerkers in een kwetsbare positie mogelijk is. De wethouder heeft gezegd dat er geen vergunningsvoorwaarden gesteld kunnen
worden om werkplekken voor deze doelgroep te garanderen. Daarom dient zij met PvdD, EenUtrecht en Volt een motie in (motie 67, Geef inclusie prioriteit in kleinschalige sekswerkplekken).
De heer Maas (Volt) vindt de wijziging van de APV een stap vooruit, die het mogelijk maakt dat meer sekswerkers in de stad legaal hun werk kunnen doen. Het is echter ook een voorzichtige stap. Daarom steunt Volt een aantal voorstellen van de PvdD. Jonge sekswerkers wordt geen veilige
werkplek geboden door het college. Volt wil graag dat zij in een professionele omgeving werken,
waar sociale controle is. Daarom dient hij samen met PvdD, BIJ1 en EenUtrecht een amendement in (amendement 39, Veilig sekswerk vanaf 18).
Hij begrijpt dat dit een gevoelig onderwerp is, maar vindt het jammer dat nu al duidelijk is dat de
meeste moties en amendementen het vandaag niet gaan halen, omdat de coalitie al afspraken heeft
Raadsvergadering van 20 februari 2025
17
gemaakt. Hij roept de raad op om besluiten in deze zaal te nemen en niet daarbuiten. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) zegt dat zijn fractie op zoek is naar een balans tussen de
inherente risico's van sekswerk en de wens van sommigen om in deze branche te werken, een balans tussen controlerende mechanismen en versoepeling van regelgeving, een balans tussen wensen van
sekswerkers en zorgen van omwonenden, politie en veiligheidsdiensten. Die balans krijgt een plek in de eerste beslispunten van het voorstel, met een kleine omvang van locaties, een redelijke
minimumleeftijd en verbeterde openingstijden. Daarom onderschrijft de ChristenUnie die eerste beslispunten. Het voorstel omtrent de darkrooms is in disbalans met de minimumleeftijd, de
wettelijke garanties op het gebied van hygiëne en met sociale veiligheid in het uitgaansleven. Daarom dient hij een amendement in (amendement 40, Darkrooms uit het APV-voorstel).
Mevrouw Nolten (BIJ1) vraagt of de ChristenUnie zich ervan bewust is dat het vooral gaat om plekken uit de queer gemeenschap, waar sociale veiligheid al hoog in het vaandel staat.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt dat hier stevige voorschriften voor moeten komen en ziet die niet in het voorstel.
Mevrouw Nolten (BIJ1) vindt het een beetje naïef om te denken dat er nooit een darkroom in Utrecht zal komen als het hiermee moeilijker wordt gemaakt.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt, gezien de zorgen over sociale veiligheid en risico's op mensenhandel, regulering met betrekking tot leeftijd, vergunningen en hygiëne essentieel.
Mevrouw Nolten (BIJ1) ziet de link tussen mensenhandel en darkrooms niet. Het gaat vooral om een doelgroep die elkaar veilig weet te houden, juist omdat zij in de samenleving met onveiligheid te maken hebben.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) heeft alle vertrouwen in deze gemeenschap, maar zegt dat er ook andere groepen en mensen op die plek kunnen komen.
De heer Van Steeg (CDA) vraagt hoe een positieve houding ten opzichte van de eerste beslispunten te rijmen is met de stevige argumentatie in het amendement.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) zegt dat er door kleinschalige locaties. een minimumleeftijd en voorschriften op veiligheid een veilige omgeving kan worden gecreëerd.
De heer Van Steeg (CDA) vindt dat in schril contrast staan met het amendement. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) weegt het voorstel zoals het voorligt en kijkt naar alle
beslispunten. In veel beslispunten ziet hij een balans tussen de zorgen die er zijn en de roep in de stad om dit werk te doen. Bij het punt van de darkrooms ziet hij die niet.
De heer Van Steeg (CDA) meent dat de zorgen ook in het eerste deel van de APV-wijziging zitten en daar stapt de ChristenUnie vrij gemakkelijk overheen.
Raadsvergadering van 20 februari 2025
18
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) wijst op het intense debat in de commissie. De ChristenUnie stapt daar niet gemakkelijk overheen. De plannen voor het Zandpad gingen veel verder.
De heer Bosch (UtrechtNu!) herhaalt de vraag wat darkrooms te maken hebben met mensenhandel. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt dat mensenhandel en risico's op uitbuiting niet alleen in darkrooms, maar ook breed in deze branche spelen. Die risico's moeten niet onbenoemd blijven.
Mevrouw Meerding (VVD) vraagt of de ChristenUnie zich realiseert dat er een ingrijpende wijziging voorligt.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) realiseert zich dat. Met de wensen die in de stad leven, moet je tot een pakket komen waarbij deze activiteiten schoon, veilig en transparant kunnen plaatsvinden.
Mevrouw De Vries (PvdD) vraagt of de ChristenUnie begrijpt dat darkrooms geen sekswerk inhouden. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) zegt dat voor hem voorop staat dat er veel risico's zijn.
Daaraan is in het voorstel niet voldoende aandacht besteed. Het was wellicht logischer geweest om een besluit over darkroom los te behandelen. Het ligt echter op deze manier voor.
Mevrouw Meerding (VVD) zegt dat de VVD kritisch is geweest in het commissiedebat. De regels voor sekswerk vindt de VVD te ruim. Ze houden te weinig rekening met de impact en overlast voor omwonenden en met de veiligheid en de zorg voor sekswerkers zelf. Daarom dient zij twee
voorstellen in. De VVD stelt voor de sluitingstijden voor sekswerkbedrijven te verruimen en dient
daarvoor mede namens CDA, UtrechtNu! en Utrecht Solidair een amendement in (amendement 41, Gun omwonenden van sekswerk hun nachtrust).
In het tweede amendement wordt voorgesteld om het verhuren van een werkruimte alleen per dag mogelijk te maken (amendement 42, Beperk wisselingen bij werkruimtes). Het amendement wordt mede ingediend door UtrechtNu! en Utrecht Solidair.
In de commissie heeft de VVD ook kritiek geuit op het verder versoepelen van de regels voor darkrooms. De VVD sluit zich op dat punt aan bij het voorstel van de ChristenUnie. Over de parkeergarage Paardenveld zal later nog worden gesproken.
Mevrouw Assen (PvdA) meent dat de VVD enkele jaren geleden nog voorstander was van het realiseren van meer dan 100 plekken aan het Zandpad.
Mevrouw Meerding (VVD) vindt raamprostitutie aan het Zandpad een heel andere situatie. Nu gaat het om thuissekswerk en een proeftuin, waarbij een van de locaties een woonwijk is.
Mevrouw Assen (PvdA) vraagt hoe volgens de VVD sekswerk in de stad moet plaatsvinden. Mevrouw Meerding (VVD) vindt het zoeken naar werkruimtes geen probleem. Wel moet per locatie
gekeken worden of die geschikt is. De VVD heeft ook geopperd om naar industrieterreinen te kijken. De VVD wil met haar voorstellen concreet meedenken over verbetering van het beleid.
Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of de VVD nog opkomt voor sekswerkers, die een legaal beroep willen
Raadsvergadering van 20 februari 2025
19
uitoefenen. Mevrouw Meerding (VVD) zegt dat de VVD kritisch kijkt naar de APV-wijziging en naar de locatie Paardenveld. Dat kan betekenen dat zij tegen voorstellen moet stemmen. De VVD heeft niet principieel iets tegen sekswerk.
De heer Van Steeg (CDA) heeft in de commissie aangegeven dat het CDA kritisch is op de
voorliggende voorstellen, ook op het gebied van darkrooms en het voorstel voor de parkeergarage.
De wethouder zei in de commissie dat de raad het participatieproces niet moet doorkruisen. Het CDA dient mede namens UtrechtNu! een motie in over darkrooms (motie 68, Verbeter veiligheid van darkrooms door personeelstraining).
Mevrouw Fattal (GroenLinks) is blij met het voorliggende voorstel, waarmee de uitvoering van het beleid mogelijk wordt gemaakt. Zij hoopt dat het voorstel verandering gaat brengen in de stad.
De heer Eerenberg (wethouder) gaat over tot de beantwoording. Zijn vertrekpunt blijft het rapport van de commissie-Sorgdrager, waarvan de adviezen stap voor stap worden opgevolgd.
In reactie op amendement 37 zegt de wethouder dat hij goed heeft geluisterd naar sekswerkers,
wijkplatforms en politie, en heeft geprobeerd al die perspectieven in het voorstel onder te brengen. Daarom is gekozen voor een uur eerder sluiten.
Mevrouw De Vries (PvdD) meent dat er met haar voorstel alsnog de mogelijkheid bestaat om een andere openingstijd te handhaven. Op die manier kunnen de zorgen van de politie worden ondervangen.
De heer Eerenberg (wethouder) vindt dat een uurtje korter open in de late uren helpt voor de mensen die zich zorgen maken over overlast. Hij ontraadt daarom amendement 37.
Amendement 38 wordt eveneens ontraden. Exploitanten van sekswerklocaties moeten goed werkgever zijn en doorlopend met hun medewerkers in gesprek zijn.
Mevrouw De Vries (PvdD) meent dat doorlopende gesprekken ook mogelijk zijn wanneer dat geen verplichting is.
De heer Eerenberg (wethouder) onderkent dat, maar hij vindt het belangrijk dat exploitanten moeten kunnen aantonen dat zij zich fatsoenlijk richting de sekswerkers gedragen. Als een exploitant dat niet doet, wil hij een handhavingsinstrument in handen hebben.
Motie 64 wordt ontraden. Het aantal is in samenspraak bepaald op basis van de gevoerde gesprekken.
Motie 65 krijgt eveneens een negatief advies. Als er te weinig ruimte is voor het aantal vergunningaanvragen, zal het college dat bij de raad melden.
In reactie op motie 66 zegt hij dat het eerste punt al gedeeltelijk is uitgevoerd. Het tweede punt kan hij niet waarmaken, omdat hij de rollen zuiver moet houden. Hij ontraadt de motie.
Mevrouw Nolten (BIJ1) concludeert dat de drempel er nog steeds is. Vanuit het college is er een wens tot verzelfstandiging, maar het college wil daar niets voor doen.
Raadsvergadering van 20 februari 2025
20
De heer Eerenberg (wethouder) zegt dat de motie het college verzoekt ondersteuning te bieden bij het aanvragen van een vergunning. Het college moet diezelfde vergunning echter ook toetsen.
Mevrouw Nolten (BIJ1) wil dat er concrete hulp wordt geboden. Dat kan ook door een andere partij dan de gemeente.
De heer Eerenberg (wethouder) heeft in meerdere debatten gezegd dat hij het model waarbij
sekswerkers zelf verantwoordelijkheid nemen, een heel mooi model vindt. Als andere organisaties sekswerkers willen helpen, vindt hij dat een goed idee.
Mevrouw Nolten (BIJ1) reageert dat sekswerkers in de stad een drempel ervaren, omdat het ingewikkeld is.
De heer Eerenberg (wethouder) vindt dat het college niet zijn eigen werk moet beoordelen. Daar ligt de grens in het kader van zorgvuldigheid. Daarom ontraadt hij de motie.
Motie 67 krijgt een negatief advies. Als er meer aanvragen komen dan er ruimte is, mag er niet
getoetst worden op de mate van kwetsbaarheid van beoogde sekswerkers die de exploitant in dienst wil nemen. Vergunningverlening is een juridisch instrument en daarom zijn harde spelregels nodig. Mevrouw Nolten (BIJ1) vindt dit een cynische lezing van de wet. Mensen hebben nu geen
gelijkwaardige positie. Daarom wordt gevraagd om het bij gelijke competentie mee te wegen. De heer Eerenberg (wethouder) zegt dat de intentie van de motie goed is, maar vindt selectie leiden tot een grijs gebied. Wat is een kwetsbare sekswerker en kan een ondernemer garanderen welk
percentage sekswerkers kwetsbaar is? Hij is bang dat hiermee het paard achter de wagen wordt gespannen.
Mevrouw Nolten (BIJ1) concludeert dat er deze raadsperiode een hele kleine kans is dat er sekswerkers aan de proeftuinen gaan deelnemen.
De heer Eerenberg (wethouder) vindt die conclusie niet terecht. Hij vindt de voorgestelde selectie leiden tot een moeras aan juridische problemen, waardoor de vergunning er niet komt.
Mevrouw Nolten (BIJ1) verduidelijkt dat de motie voorstelt om, als er verschillende scenario's voorliggen, te kiezen voor degene die dat ook aanbiedt bij gelijke competentie.
De heer Eerenberg (wethouder) vindt het juridisch niet hard te maken om voorrang te geven bij gelijke competenties.
Amendement 39 wordt onder verwijzing naar eerdere debatten ontraden. Het college is van mening dat mensen vanaf 21 net wat volwassener beslissingen kunnen nemen.
De heer Maas (Volt) concludeert dat de wethouder net doet alsof 19- en 20-jarige sekswerkers niet bestaan.
De heer Eerenberg (wethouder) weerspreekt dat. Het is belangrijk om zeker te weten dat de
sekswerkers die straks in de proeftuin aan de slag geen, zeer bewust en geëmancipeerd die keuze
Raadsvergadering van 20 februari 2025
21
hebben gemaakt. De heer Maas (Volt) vraagt of het niet juist veiliger is om die kwetsbare groep toe te laten, zodat er toezicht op is.
De heer Eerenberg (wethouder) hoopt dat de gemeente met dit beleid 19- en 20-jarigen kan
verleiden om te beslissen dat zij nu nog niet dit vak in moeten gaan. Als zij zich melden op 21-jarige leeftijd, is het aannemelijker dat zij een bewuste keuze hebben gemaakt.
De heer Maas (Volt) zegt dat een 18-jarige wél mag kiezen, maar blijkbaar niet voor een beroep mag kiezen. Hij hoopt dat deze omissie in de toekomst kan worden hersteld.
De heer Eerenberg (wethouder) vervolgt met amendement 40. Hij ontraadt het amendement, omdat het een wens van de raad was om het op deze manier te gaan doen. Hierover is in januari 2024 een raadsbrief gestuurd. Het college handhaaft daarom het voorstel.
Amendement 41 krijgt onder verwijzing naar de eerdere argumentatie een negatief advies. Het college heeft in het voorstel een goede balans gevonden.
Amendement 42 krijgt eveneens een negatief advies. Er is een nadrukkelijke wens van sekswerkers om in kleinere tijdeenheden te kunnen werken. Voor het voorkomen van overlast worden in de spelregels allerlei waarborgen opgenomen.
Tot slot reageert hij op motie 68. Op inhoud vindt de wethouder dit een goede motie, maar hij moet
de motie toch ontraden vanwege de niet kloppende uitwerking. Hij biedt wel aan om met behulp van ambtelijk advies de motie kloppend te maken.
De heer Van Steeg (CDA) neemt dit aanbod aan en zal in tweede termijn een alternatief voorstel indienen.
De voorzitter schorst hierna de vergadering voor de lunchpauze. Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan de heer Van Steeg. De heer Van Steeg (CDA) deelt mee dat motie 68 wordt ingetrokken en dat hij in plaats daarvan amendement 43 indient (Verbeter veiligheid van darkrooms door personeelstraining).
De heer Van der Zweth (PvdA) wil een punt van orde maken. De middagvergadering wordt altijd begonnen met de behandeling van de actuele moties.
De voorzitter stelt dat agendapunt 22 bijna afgerond is. De wethouder zal alleen nog een reactie geven op amendement 43. Daarna kunnen de actuele moties aan de orde komen. Mevrouw De Vries (PvdD) merkt op dat ook zij nog een motie wil indienen. De voorzitter zal in dat geval toch eerst de actuele moties aan de orde stellen. Daarna zal de behandeling van agendapunt 22 worden vervolgd. 7. Actuele moties.
Raadsvergadering van 20 februari 2025
22
Actuele motie 48, Wijkgerichte invoering verhuurvergunning. Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt dat er geen gewoonte van gemaakt moet worden dat een naar een
volgende raadsvergadering doorgeschoven agendapunt toch op de agenda wordt gezet in de vorm van een actuele motie.
De heer Van der Zweth (PvdA) is het daarmee eens. De achtergrond in dit geval is dat er in 2020 al
schriftelijke vragen over dit onderwerp gesteld zijn. Het is duidelijk dat er tijd gemoeid zal zijn met de invoering van de verhuurvergunning. Als de behandeling dan weer een raadsvergadering verder wordt verschoven, zal men daarmee in de problemen komen.
In de commissie is er een goed debat gevoerd, waarin brede steun was voor de verhuurvergunning, van de VVD tot BIJ1. Dat is ook wel nodig, want er wordt al sinds 2020 op de verhuurvergunning gewacht. In die vijf jaar zijn er vijf sets schriftelijke vragen ingediend en zijn er vijf raadsbrieven
verschenen over de verhuurvergunning, en nog steeds is men niet zo ver dat die er gaat komen. De indieners van de motie willen tempo maken. Laat het college komen met een onderbouwing en een
en ander in een verhuurverordening gieten, waarna het politieke debat over de inhoud gevoerd kan worden. Hij dient namens de fracties van PvdA, GroenLinks, VVD, PvdD, Volt, Student & Starter,
ChristenUnie, EenUtrecht en BIJ1 motie 48 in (Wijkgerichte invoering verhuurvergunning), waarin het college wordt opgedragen:
1. Een verhuurverordening met invoering van de verhuurvergunning te onderbouwen en uiterlijk begin Q4 2025 voor te leggen aan de raad;
2. Dit middel niet gelijk stadsbreed in te voeren, maar te beginnen in een wijk of buurt waar
leefbaarheid onder druk staat en aantoonbare problemen met verhuurders zich voor doen;
3. Bij de invoering van de verhuurvergunning kostendekkende leges te hanteren om invoering en eerste controle kostenneutraal te houden;
4. Bij deze kostendekkende leges, een staffel te onderzoeken om een passend onderscheid te maken tussen grotere en kleine verhuurders.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt waarom de verhuurvergunning alleen geldt voor private
verhuurders en niet voor corporaties. Die hebben toch ook veel huizen met schimmels en andere misstanden?
De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat er ook andere mogelijkheden zijn om het gesprek met
de corporaties te voeren en om hen aan de afspraken te houden. Helaas zijn er genoeg voorbeelden
van situaties waarin dat nodig is. Voor particuliere verhuurders zijn die mogelijkheden er echter niet. Dat verandert als de motie wordt aangenomen.
De heer De Vries (wethouder) heeft in het commissiedebat een aantal mitsen en maren bij de
verhuurdervergunning meegegeven. Dat betreft onder meer de handhaving. Je kunt leges deels
kostendekkend maken, maar daarna wil je ook kunnen handhaven. Daarnaast moet je zaken kunnen
inregelen bij de start. Daarvoor is menskracht nodig. Inderdaad is de afdeling Wonen gegroeid, maar desondanks zullen er keuzes gemaakt moeten worden; als er mensen moeten worden ingezet voor de verhuurdervergunning, zullen andere zaken minder of niet meer gedaan kunnen worden. Wat
betreft het inregelen van de vergunning en de handhaving is de motie dus ongedekt. Dat maakt dat hij de motie moet ontraden.
Raadsvergadering van 20 februari 2025
23
De heer Te Hoonte (VVD) heeft begrepen dat de afdeling Wonen van 6 naar 26 is gegaan. Dat geld is voor betaalbaar wonen beschikbaar gemaakt. Dat zou dan toch niet tot de conclusie "ongedekt" moeten leiden?
De heer De Vries (wethouder) antwoordt met de beschikbare middelen het meldpunt is ingeregeld, evenals de handhaving. Hij ziet dat de grote meerderheid van de raad de wens heeft om tot een
verhuurvergunning te komen. Hij heeft de motie ontraden, maar als de raad een andere afweging maakt, zal hij een keuze moeten maken en die keuze terugkoppelen naar de raad.
Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt op welke manier en wanneer dat teruggekoppeld zou kunnen worden.
De heer De Vries (wethouder) kan zich voorstellen dat hij dit terugkoppelt als de raad aan zet is bij de behandeling van de Voorjaarsnota.
De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat in de motie niet wordt gesproken over de handhaving. Als de verhuurvergunning er eenmaal is – dat zal in de volgende raadperiode zijn – zal de handhaving op dat moment onderdeel van het debat zijn.
In de motie wordt gesproken over kostendekkende leges. De invoering en de eerste controle kunnen daar dus uit bekostigd worden. Daarnaast is er de bestaande capaciteit bij de afdeling. Hij kan daarom het oordeel "ontraden" niet plaatsen.
Actuele motie 49, Verkeerssituatie Draaiweg verdient onafhankelijk onderzoek. De heer Dijkstra (EenUtrecht) deelt mee dat hij zijn actuele motie 49 intrekt. De motie is goed voorbereid in overleg met de bewoners, en wordt ook in goed overleg met bewoners weer