22e raadsvergadering gemeenteraad 17 december 2020.doc
Tekst van het document
Als er in de Merwedekanaalzone een anti-autobeleid is, bestaat de kans dat de buurtbewoners hun auto's neerzetten op plaatsen die bedoeld zijn voor de bezoekers en werknemers van de Woonboulevard. De VVD-fractie steunt de motie die de CDA-fractie zal indienen. Hij is benieuwd hoe de wethouder daarover denkt.
Vergadering van 17 december 2020
16
Mevrouw Zwinkels (CDA) dient motie 462 (Een blauwe zone invoeren op de Woonboulevard) in. Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) merkt op dat het nu niet gaat over parkeren. Zij is het ermee eens dat de situatie misschien moet worden aangepast. Kan de wethouder toezeggen de parkeersituatie te betrekken bij de schouw en de raad daarvan op de hoogte te brengen? Dat is nuttiger dan nu een blauwe zone invoeren. De heer Wijmenga (ChristenUnie) merkt op dat het debat over de blauwe zone op de Woonboulevard al drie keer eerder door de raad is gevoerd, waarbij de invoering van betaald parkeren steeds als de beste oplossing uit de bus kwam. De Woonboulevard wilde dat dan weer niet. Wat is er anders aan de huidige situatie vergeleken met 2016, toen de raad dat debat ook heeft gevoerd, waarbij werd geconcludeerd dat betaald parkeren de beste oplossing is? Mevrouw Zwinkels (CDA) is het met mevrouw Dekker eens. De motie staat enigszins los van het voorstel. De CDA-fractie spreekt wel degelijk over de Woonboulevard. Vandaar dat zij een motie met een opdracht en geen amendement heeft ingediend. Het parkeren is een aanhoudend probleem. Het is ook iets waarop ondernemers continu hameren. Zij hoopt dat hierover niet een vierde keer hoeft te worden gedebatteerd. Er is nog steeds geen oplossing.
Het gaat haar er niet om morgen de blauwe zone in te voeren, maar zij wil graag zien dat dit door de gemeente als een optie wordt ingebracht. Zij hoopt daarmee mevrouw Dekker tegemoet te komen. Er moet voor gezorgd worden dat het parkeerprobleem in de gesprekken met ondernemers echt wordt aangepakt. De heer Wijmenga (ChristenUnie) vraagt mevrouw Zwinkels of haar fractie, als opnieuw blijkt dat betaald parkeren de beste oplossing is, dat dan steunt. Hij heeft weinig vertrouwen in de blauwe zone. Mevrouw Zwinkels (CDA) antwoordt niet te weten wat de beste oplossing is, omdat de fractie niet alle oplossingen op een rij kan zetten. Als de gemeente de bereidheid toont om meer oplossingen naast elkaar te zetten, kan daadwerkelijk een gesprek worden gevoerd. Volgens haar is ook betaald parkeren in de ochtend een mogelijkheid. Het is echter bekend dat daar geen draagvlak voor is. De gemeente moet daar werk van maken, zodat ook die optie dichterbij komt. De heer Van Dalen (VVD) stelt dat de wethouder in de commissievergadering heeft gezegd dat er in Utrecht geen blauwe zones zijn en dat die niet bij het parkeerbeleid horen. Wellicht zijn die toch wel een goede oplossing. Hij onderschrijft wat mevrouw Zwinkels daarover zegt. Dit moet worden onderzocht. Misschien is het de beste oplossing mét draagvlak bij ondernemers.
De heer Van Heuven (PvdD) stelt dat de PvdD-fractie geen voorstander is van het voorstel. Ze ziet vooral de voordelen van het voorstel als dat wordt ingezet voor marketingcommunicatie en daarmee voor meer wegwerpspullen, gratis parkeren en negatieve impact op milieu en klimaat. De PvdD-fractie maakt zich er zorgen over dat er te weinig oog is voor het veraangenamen en vergroenen van de verblijfsruimte. Daarom stemt ze tegen het voorstel. Wel steunt de PvdD-fractie de motie van de D66-fractie tegen kentekencamera's ten behoeve van marketing en communicatie. Die motie heeft de PvdD-fractie meeondertekend. Zijn fractie zal ook instemmen met de moties van DENK en SP. Wat hem betreft, wordt hier zo snel mogelijk betaald parkeren ingevoerd. De heer Verschuure (wethouder) merkt op dat de Bedrijveninvesteringszone (BIZ) niet gaat over cameratoezicht. De BIZ betaalt dat ook niet. Het oordeel over motie 462 laat hij over aan de raad. In het plan van aanpak is er sprake van dat men in de toekomst graag gebruik wil maken van de informatie die afkomstig is uit nog niet bestaande camera's om bezoekersaantallen te meten. Dat kan ook op andere manieren worden gedaan. Als daar een privacy-assessment op wordt losgelaten, is dat waarschijnlijk niet eens een probleem. Als het convenant volgend jaar aan de orde is, zal daar nader over worden gesproken. Motie 462 is op dit moment overbodig.
Het woord "marketingdoelstellingen" is een eigen leven gaan leiden en vraagt om enige nuancering.
Vergadering van 17 december 2020
17
Men wil graag weten hoe druk het op bepaalde momenten is. Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) dankt de wethouder voor zijn antwoord. Zij is het niet eens met de kwalificatie "overbodig". In de raad is nog nooit gesproken over het gebruik van camera's voor communicatie en marketing. Zij ziet dat anders dan de wethouder. De heer Verschuure (wethouder) vindt dit een mooi voorbeeld van dualisme. Motie 460 van de DENK-fractie gaat over het verbeteren van de toegankelijkheid. Binnenkort zal in samenwerking met de ondernemersvereniging een schouw worden georganiseerd in de openbare ruimte op de Woonboulevard. Het is prima om dit bij de besprekingen te betrekken. Hij wil echter aan verwachtingsmanagement doen. Praten over het uitstallen van goederen in de openbare ruimte kost geen geld, maar er kan ook worden gesproken over het herinrichten van de openbare ruimte. Geprobeerd wordt dat te stutten met de BIZ en enige middelen van de gemeente, maar die zijn beperkt. Voor de openbare ruimte geldt sowieso dat daar eens in de zoveel tijd over wordt gesproken. Hij is positief over motie 460, maar wil wel vragen om meer tijd, ook vanwege corona. Het uitvoeren van de schouw is nu heel lastig. De gemeente mag nu niet met een groep mensen de straat op. Als hij tot het eind van het jaar de tijd kan krijgen, kan hij de motie overnemen. Anders niet, want in de motie staat iets anders.
De heer Schipper heeft motie 461 ingediend. Hij is het met de heer Schipper eens: wat niet is, kan nog komen. In het verleden is echter niet gekozen voor een plat tarief. Hij kan op de motie positief reageren, zij het dat het peilen van het draagvlak aan de ondernemers zelf is. Hij kan hun vragen een dubbele peiling te doen, maar dat is aan de ondernemersvereniging zelf. Hij kan de boodschap in de motie - de raad heeft nu positief besloten, maar wil de volgende keer bekijken hoe het draagvlak voor een degressieve heffing zich verhoudt tot het draagvlak voor een platte heffing - overbrengen, maar de gemeente zal niet zelf een draagvlakmeting doen. De heer Schipper (SP) beseft goed dat dit aan de ondernemers zelf is. De wethouder heeft toegezegd de in de motie verwoorde boodschap over te brengen aan de ondernemers. Het lijkt hem daarom niet nodig om de motie in stemming te brengen. De SP-fractie trekt de motie in. De voorzitter stelt vast dat motie 461 wordt ingetrokken. De heer Verschuure (wethouder) vervolgt dat motie 462, die gaat over blauwe zones, een herhaling van het debat is en niet in het beleid van het college past. Binnenkort komt de parkeervisie van wethouder Van Hooijdonk aan de orde. De raad kan daarover het debat voeren. In Utrecht zijn geen blauwe zones. Een van de belangrijke redenen daarvan is dat de handhaving ervan ingewikkeld is.
Via betaald parkeren wordt ook een deel van de handhaving betaald. Bij blauwe zones is dat niet geregeld. Het college zal binnenkort met de raad over de Merwedekanaalzone spreken. Daarmee komt ook het reguleren van parkeren in de omgeving van de Merwedekanaalzone aan de orde. Het college zal met de bewonersvereniging een gesprek voeren over hoe men het parkeren ziet. Het is duidelijk dat een vorm van regulering nodig is. Hij moet motie 462 een negatief advies meegeven, omdat het college niet voorstelt om aan blauwe zones te beginnen. Mevrouw Zwinkels (CDA) stelt dat de wethouder de optie van een blauwe zone niet wil onderzoeken, onder andere vanwege de handhaving. Er kan echter worden bekeken hoe daar een mouw aan te passen is. De heer Verschuure (wethouder) zegt dat mevrouw Zwinkels en hij een verschil van inzicht hebben in het gewenst instrumentarium om parkeren te reguleren. Het college stelt niet voor om met blauwe zones te werken. Eén van de belangrijke argumenten is dat daarvoor handhaving moet worden georganiseerd, terwijl daar geen inkomsten tegenover staan. Zeer binnenkort ontvangt de raad de parkeervisie. Dat is een mooie gelegenheid om daarover het gesprek aan te gaan. De heer Sungur (DENK) trekt motie 460 in na de toezegging van de wethouder. De voorzitter stelt vast dat motie 460 is ingetrokken.
Vanavond zal worden gestemd over het voorstel en de ingediende moties. Daarop schorst hij de vergadering.
Vergadering van 17 december 2020
18
Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 13. Raadsvoorstel Deelname experiment Centrale Stemopneming. De voorzitter heet burgemeester Dijksma van harte welkom in deze digitale raadsvergadering. De heer Van Waveren (CDA) heet de burgemeester van harte welkom en wenst haar succes met deze vliegende start. De raad heeft de afgelopen week veel informatie aangaande dit voorstel gekregen. Het standpunt van de CDA-fractie blijft dat het niet handig is om op dit moment deel te nemen aan een experiment, omdat dit extra complexiteit en nieuwigheid in het proces brengt. Het is begrijpelijk dat als aan de RIVM-maatregelen moet worden voldaan, een aanpassing van het telproces nodig is. In de brief staat dat op een aantal stemlocaties sowieso anders moet worden geteld. Hij krijgt van het college graag de bevestiging dat dit ook kan zonder deelname aan het experiment en dat het experiment dus niet nodig is om de maatregelen te treffen die nodig zijn om de telling goed te laten verlopen. Als dat kan, blijft de CDA-fractie bij het standpunt dat dit experiment beter later kan worden gedaan en dat beter kan worden afgewacht om te zien of dit echt van meerwaarde is. Als het college vindt dat het nodig is om dit goed te kunnen organiseren, hoort hij daar graag de onderbouwing van. Vervolgens zal de CDA-fractie haar keuze overwegen.
De heer Gilissen (VVD) merkt op dat het vanzelfsprekend aan de burgemeester is om de vraag van de heer Van Waveren te beantwoorden, maar ook hij zal daartoe een poging doen. Dit is geen experiment met centrale stemopneming. Zijn fractie wil in maart 2021 veilig kunnen stemmen. Daartoe wil de VVD-fractie extra ruimte zien. Centrale stemopneming biedt de mogelijkheid om extra ruimte te creëren. Boven dit voorstel had moeten staan: Veilig stemmen maart 2021 in coronatijd. Dat zou een stuk beter zijn geweest. De heer Van Waveren heeft daarover in de commissievergadering een opmerking gemaakt. Het is zijn conclusie dat er nog een paar nachtjes over moet worden geslapen. De VVD-fractie kan op geen enkele wijze lering trekken uit wat centrale stemopneming voor Utrecht betekent. Kan de burgmeester bevestigen dat dit over veilig stemmen gaat en minder over centrale stemopneming zelf? In de commissievergadering was de VVD-fractie kritisch over de uitgangspunten en over de totstandkoming van het voorstel. Het belang van veilig kunnen stemmen in coronatijd is voor de VVDfractie erg zwaarwegend. Het kost ook geld. Hij zal daarover dadelijk iets meer zeggen. Langs die lijn is de VVD-fractie voornemens het voorstel te steunen.
In de commissievergadering heeft de VVD-fractie gezegd zich zorgen te maken over het feit dat in Utrecht de begroting vanwege de verkiezingen behoorlijk onder druk staat. Dit heeft voor een deel te maken met de systematiek. Elke verkiezing opnieuw moeten de gemeenteraad en het college aanlopen tegen het feit dat de verkiezingskassen niet dermate zijn gevuld als eigenlijk gewenst is. Wat de fracties van VVD en Student & Starter betreft, zijn verkiezingen het hart van de democratie. Dat betekent dat er ook een substantiële financiële bijdrage tegenover zou moeten staan. Hij heeft daartoe motie 463 (Verkiezingen het hart van onze democratie) opgesteld, die hij bij dezen indient. Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) deelt mee dat de D66-fractie nog steeds kritisch is over dit voorstel. De D66-fractie is nog niet overtuigd van de noodzaak om op dit moment, onder deze bijzondere omstandigheden, deel te nemen aan een experiment met centrale stemopneming. Het Rijk vergoedt de kosten daarvan bij lange na niet. De gemeentelijke financiën staan onder druk vanwege corona en het gemeentefonds. De raad voert geregeld pittige discussies over kleinere bedragen dan de kosten van centrale stemopneming. Dit financiële argument ligt de D66-fractie zwaar op de maag. Wat de D66-fractie betreft, geeft de burgemeester een helder signaal in de richting van BZK.
Dit zal in de toekomst geen acceptabele werkwijze zijn. Op dit punt is het voorstel enorm veel duurder dan decentraal tellen. Ook na de verkregen informatie blijft er een verschil van ten minste € 60.000. Het is voor de D66-fractie het belangrijkste om een toegankelijk, betrouwbaar en transparant telproces te kunnen garanderen. Kan de burgemeester duiden hoe de transparantie en toegankelijkheid van het telproces verschillen met en zonder centrale stemopneming? Is het niet wenselijk om onafhankelijk van centrale stemopneming bij het tellen per partij 's avonds een livestream per stembureau te hebben, als fysiek bijwonen misschien onmogelijk is? Daarnaast is het voor de D66-fractie belangrijk dat de door het RIVM uitgevaardigde maatregelen worden opgevolgd.
Vergadering van 17 december 2020
19
De D66-fractie denkt daarbij aan de anderhalvemetermaatregel en aan het limiteren van het aantal mensen op bijeenkomsten. Te denken valt aan een relatief beperkte ruimte. Mevrouw De Boer (GroenLinks) wijst op de brief van het kabinet over de verkiezingen bij de herindeling, waarin staat dat 25% van de tellers niet genoeg ruimte had om de anderhalvemetermaatregel in acht te nemen. Hoe denkt de D66-fractie daarover? De GroenLinksfractie maakt zich daarover grote zorgen. Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) zegt dat ook de D66-fractie zich daar zorgen over maakt. Daarom is dit punt belangrijk. Behalve de anderhalvemetermaatregel waar de GroenLinks-fractie op doelt, maakt de D66-fractie zich ook zorgen over de grote bijeenkomst die nu kan worden georganiseerd om het tellen van stemmen mogelijk te maken. Daarom wilde zij deze vraag aan de burgemeester stellen. Mevrouw De Boer (GroenLinks) zegt dat te snappen, want ook de GroenLinks-fractie maakt zich daar zorgen over. 25% van de tellers heeft gezegd dat dit niet lukte. Is dat voor de D66-fractie acceptabel? Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) antwoordt dat 25% ook voor de D66-fractie te veel is. De heer Koppelaar (Student & Starter) merkt op dat mevrouw Dekker het voorstel deed om stemmen niet fysiek toegankelijk te maken voor mensen die daar een kijkje willen nemen, maar met een livestream te werken.
De gemeenteraad weet dat als een livestream wegvalt, de raad niet openbaar kan vergaderen. Hetzelfde geldt voor het stemmen tellen. Hoe denkt mevrouw Dekker daarover? Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) antwoordt dat zij heeft gesproken over het mogelijk maken van een livestream, waarbij het nog steeds mogelijk blijft de locatie fysiek te bezoeken. De heer Gilissen (VVD) zegt dat een livestream niet gratis is. Kan mevrouw Dekker reageren op de motie? De vraag van mevrouw Dekker illustreert precies wat zijn grote zorg is, namelijk dat de raad vanwege schaarste een keuze moet maken, terwijl die open en zo transparant mogelijk wil werken. Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) zegt dat motie 463 precies aangeeft waar de pijn zit. De gemeente moet telkens de verkiezingen organiseren, terwijl Binnenlandse Zaken daar niet genoeg geld voor beschikbaar stelt. De D66-fractie is het eens met de uitgangspunten van de VVD-fractie. Kan de burgemeester zeggen hoe de maatregelen moeten worden gevolgd bij het tellen van de stemmen met en zonder centrale stemopneming? Mevrouw De Boer (GroenLinks) vindt het een lastig raadsvoorstel. Er ontbreekt veel informatie. Dat heeft voor een deel te maken met het feit dat alles heel snel gaat, ook in Den Haag. Elke dag is er weer wat anders. Men heeft ook onderschat hoe dit punt in de raad ligt. Zij vraagt het college om dit in de toekomst wat steviger te onderbouwen.
Dat voorkomt een hoop discussie. Vandaag is de oordeelsvorming aan de orde, terwijl meteen ook een besluit moet worden genomen. Dat is niet handig. Het veilig kunnen stemmen en tellen en het daarbij transparant zijn, staan voorop. Het is aannemelijk dat centrale stemopneming de beste garanties geeft, maar de GroenLinks-fractie vraagt zich af of dit dan nog een experiment met centrale stemopneming kan worden genoemd. In coronatijd vindt een experiment plaats om te zien wat centrale stemopneming brengt, terwijl eigenlijk wordt geëvalueerd wat het effect van corona bij de verkiezingen is. De motie van de VVD-fractie is erg interessant. Steeds als het over de verkiezingen gaat, komt men uit bij de constatering dat er geen geld is. Er moet worden gediscussieerd over wat de raad echt nodig vindt, in plaats van dat men zegt nergens geld voor te hebben en alles te schrappen. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat de PvdA-fractie het voorstel in de commissievergadering heeft gesteund. Het is een logisch moment om aan het experiment centrale stemopneming mee te doen. Voor de PvdA-fractie is het belangrijkste dat iedereen in staat moet worden gesteld om te kunnen stemmen. Als iemand een kwetsbare gezondheid heeft, mag dat niet betekenen dat men uit angst thuisblijft. Daarom is het goed dat er mogelijkheden zijn als vervroegd stemmen en bijzondere stembureaus.
Vergadering van 17 december 2020
20
Het gevolg is wel dat de stemmen op verschillende plaatsen binnenkomen en het tellen van de stemmen lastiger is. De opmerkingen van mevrouw De Boer komen overeen met die van zijn fractie. Het is erg vervelend dat het Rijk alleen gedeeltelijk compenseert. Het is aan de burgemeester om dat signaal over te brengen naar Den Haag. In januari a.s. is er een debat over vrijwilligers. Er komen nu al signalen binnen dat mensen zich weliswaar aanmelden als vrijwilliger, maar van de gemeente geen enkele reactie krijgen. Het is zonde om daar nog weken mee te wachten. Hij hoopt dat de burgemeester erop toeziet dat dit goed gaat. De heer Gilissen (VVD) zegt benieuwd te zijn hoe recent de signalen zijn die de heer Van der Zweth te horen kreeg. Toevallig heeft hij deze week een e-mailbericht gekregen om zich op te geven voor een stembureau. De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat die signalen afgelopen maandag of dinsdag bij hem zijn binnengekomen. Maar wellicht heeft men juist daarna dezelfde e-mail ontvangen als de heer Gilissen. De heer Van Deún (PVV) zegt dat voor de PVV-fractie veiligheid voorop staat. Niemand in dit land wil Amerikaanse toestanden. Toch maakt de PVV-fractie zich nog zorgen. De burgemeester kan in het uiterste geval gebruikmaken van haar bevoegdheid tot het vorderen van grote locaties om te gebruiken als stembureau. Dat kan op allerlei plekken.
Die bevoegdheid heeft de burgemeester in bijzondere omstandigheden. Verkiezingen in coronatijd zijn bijzonder. Kan de burgemeester deze bevoegdheid inzetten en, zo nee, waarom niet? Via gebruikmaking van die bevoegdheid kan centrale stemopneming misschien voorkomen worden. De veiligheid van de stembiljetten moet altijd topprioriteit zijn, maar zeker nu er op verscheidene dagen kan worden gestemd. Veel is uit de antwoorden duidelijk geworden, maar toch wil de PVVfractie weten hoe het precies gaat met het vervoer en de borging van de biljetten van de early votinglokalen. Over de andere zaken aangaande de verkiezingen zal in januari in de commissievergadering nog worden gesproken. Laat eerst de Tweede Kamer haar werk doen en besluiten nemen. Daarna wordt er weer verder gesproken. De heer Sungur (DENK) zegt dat de DENK-fractie aanvankelijk positief was over het voorstel. In de commissievergadering ontstonden bij de fractie meer twijfels. Het voorstel dat nu aan de raad voorligt, kan de DENK-fractie echter wel steunen. Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) zegt De ChristenUnie-fractie is er nog niet helemaal van overtuigd dat meedoen aan de pilot verstandig is. De ChristenUnie-fractie staat open voor goede argumenten. Het is goed dat dit onderwerp in januari in de raad zal worden besproken. Net als veel andere fracties heeft de ChristenUnie-fractie nog veel vragen.
Uiteindelijk vindt de ChristenUniefractie dat de verkiezingen veilig, helder en betrouwbaar moeten zijn. De twijfels over dit voorstel hebben te maken met de betrouwbaarheid en eenduidigheid van het telproces. Vanwege corona is er in feite geen centrale stemopneming. Er moeten nog maatoplossingen worden bedacht, bijvoorbeeld het tellen op lijst- en kandidaatsniveau op 35 locaties. De meest ideale oplossing lijken locaties te zijn waar normaal kan worden geteld. Voor locaties waar dat niet kan, moet een centrale plek komen. Over de veiligheid van de centrale locatie wordt veel gezegd. Is die coronaproof? Is die meer coronaproof dan de stemlokalen waar op lijstniveau kan worden geteld? Mevrouw Sasbrink (PvdD) zegt dat de PvdD-fractie zich bewust is van de nadelen die aan dit experiment kleven: extra kosten en extra organisatorische inzet. Daarnaast is er de kanttekening die mevrouw De Boer plaatste: gaat het experiment over centrale stemopneming of over het stemmen in coronatijd? De nadelen wegen voor de PvdD-fractie minder zwaar dan het grote voordeel: voldoende ruimte om veilig en nauwkeurig stemmen te tellen op een transparante wijze. Daar ligt voor de PvdDfractie het zwaartepunt.
De goede ervaringen van andere gemeenten en het feit dat het verkiezingsproces vanwege corona sowieso anders zal lopen, maakt dat de PvdD-fractie van mening is dat dit experiment volgend jaar moet worden aangegaan. De PvdD-fractie zal met het voorstel instemmen. De heer Koppelaar (Student & Starter) zegt dat alles anders gaat dan men het afgelopen jaar gewend
Vergadering van 17 december 2020
21
is. Hetzelfde zal ook gelden voor de manier waarop de verkiezingen in maart a.s. worden vormgegeven. Het college doet het voorstel om in Utrecht te werken met centrale stemopneming. De Student & Starter-fractie kan zich daarin goed vinden. Behalve dat het de beste manier is om de veiligheid van de stemmentellers te garanderen, zorgt dit er ook voor dat kan worden geteld door een frisse ploeg op een centrale locatie. Zo worden fouten bij het tellen voorkomen. Het is duidelijk dat de centrale stemopneming op gespannen voet staat met de bekostiging van de processen rond de verkiezingen. Het lijkt de Student & Starter-fractie verstandig om nog eens goed te onderzoeken hoe de financiering beter kan worden geregeld. Daarom is de motie die de VVD-fractie mede namens de Student & Starter-fractie heeft ingediend verheugend. Het is echter heel begrijpelijk waarom deze extra investering nodig is. Daarom zou men voor dit voortel moeten stemmen. De heer Wiegant (SP) is het eens met veel dat is gezegd. Voor de SP-fractie is op dit moment het belangrijkste dat het stemmen en het tellen veilig gebeurt. Hij denkt dat het voorstel daaraan bijdraagt. De SP-fractie zal voorstemmen. Mevrouw Dijksma (burgemeester) dankt de raadsleden hartelijk voor hun inbreng. Dit is voor haar een heel mooi onderwerp om het eerste debat in de raad te mogen voeren: het feest der democratie.
Het is nu echter een feest dat onder een moeilijk gesternte plaatsvindt. Als er niet eerder was nagedacht over centrale stemopneming, zou juist de coronaproblematiek tot waarschijnlijk eenzelfde soort voorstel hebben geleid. Dat is wat de heer Gilissen, mevrouw De Boer en anderen terecht naar voren brachten. In de kern gaat het erom dat het hele proces veilig en in alle transparantie op gepaste afstand plaatsvindt. Enkele zaken zorgen ervoor dat de verkiezingen op een andere manier moeten worden georganiseerd dan men is gewend. Naast het feit dat er een anderhalvemetersamenleving is, zijn er drie verschillen ten opzichte van hoe het normaal gaat. Er wordt vroeg gestemd op maar liefst twintig stembureaus, op maandag en dinsdag voorafgaande aan de verkiezingen op 17 maart a.s. Er is het briefstemmen, waarbij de stemmen via elf afgiftepunten of per post worden ontvangen. En er zijn bijzondere stembureaus met beperkte toegang, waar alleen kiesgerechtigden die verblijven in verpleeg- en verzorgingshuizen hun stem mogen uitbrengen. Dat allemaal bij elkaar opgeteld, maakt dat op een deel van de stembureaus alleen geteld kan worden op basis van de lijst en, gezien de ruimte, niet op basis van de kandidaat.
Omdat er - mevrouw Dekkers zei dat terecht - juist eenduidigheid moet zijn, is het van groot belang dat niet bij een deel van de stembureaus het hele proces van stemmen tellen kan plaatsvinden en bij een ander deel alleen op lijstniveau geteld kan worden, waarna vervolgens op een andere locatie op kandidaatniveau geteld moet worden. De cesuur die nu wordt aangebracht, namelijk dat op alle locaties alleen op lijstniveau geteld wordt, waarna de volgende dag in de Jaarbeurs met een frisse ploeg op kandidaatniveau geteld wordt, biedt de garantie om het, bij al die andere nieuwigheden die deze keer aan de orde zijn, zo goed en zo zuiver mogelijk te doen. Daarmee komt er een onbetwistbare uitslag. Zij denkt dat de heer Gilissen en mevrouw De Boer de spijker op de kop slaan. Het gaat om een betrouwbare, veilige en transparante manier van stemmen tellen, dus daarom is het verstandig, eenduidig en voor iedereen helder als het tellen van de stemmen op alle stembureaus hetzelfde is. Dat kost meer geld. Onder andere door de D66-fractie is gevraagd of zij bereid is om daarover een signaal af te geven in Den Haag. Natuurlijk is zij daartoe bereid.
De fracties van D66 en Student & Starter hebben motie 463 ingediend, waarin wordt gevraagd om de wijze van financiering te onderzoeken, alternatieve financieringsvormen te bekijken en erop toe te zien dat er voldoende middelen beschikbaar zijn voor de verkiezingen. Het lijkt haar verstandig om dit te doen, hoewel het gezien het financiële getij geen eenvoudig onderzoek zal zijn. Zij kan zich voorstellen dat dit misschien ook een steuntje in de rug is. Zij wil daarom motie 463 overnemen. Mevrouw Dekkers heeft gevraagd in hoeverre het mogelijk is om per stembureau een livestream te organiseren. Zij zal dit uitzoeken. Zij kan daar in een volgend debat - op 7 januari a.s. - misschien iets meer over zeggen. Zij geeft wel een winstwaarschuwing. In de systematiek is livestreamen kwetsbaarder dan mensen fysiek laten toezien op het transparant zijn van het tellen van de stemmen. Het is echter ook een kwestie van meer kosten. Of die de moeite waard zijn, zal uit het onderzoek moeten blijken. Zij is van harte bereid om dat na te gaan. Mevrouw De Boer heeft iets gezegd over het proces. Dat trekt zij zich aan. Maar zij tekent daarbij aan dat op dit moment in de Tweede Kamer nog het debat wordt gevoerd met minister Ollongren over enkele losse eindjes in het voorstel. Het is voor de gemeenten lastig om alle vragen te beantwoorden terwijl in Den Haag nog niet alle zaken duidelijk zijn.
Vergadering van 17 december 2020
22
Zij kan melden dat alle vrijwilligers die zich via de website hebben gemeld inmiddels een reactie hebben gekregen. Afgelopen maandag zijn de oud-stembureauleden benaderd. Vandaag worden de nieuwe aanmelders benaderd. De heer Van Deún heeft gevraagd waarom zij haar bevoegdheid niet kan inzetten om stembureaus te vorderen. Als een burgemeester bevoegdheden inzet die vrij stevig zijn, moet daar een zeer sterke aanleiding voor zijn. Op dit moment is die aanleiding er niet. Het gaat best ver om locaties te vorderen die verscheidene dagen moeten worden gebruikt. Zij denkt dat het op dit moment niet aan de orde is om dat te doen. Als men vergaande bevoegdheden heeft, moet men die alleen proportioneel inzetten. De heer Van Deún heeft ook een vraag gesteld over het vervoer van de stembiljetten. Daar is door burgemeester Den Oudsten al iets over gezegd in een brief naar aanleiding van de vorige commissievergadering. Het vervoer vindt op dezelfde wijze plaats als bij eerdere verkiezingen. Hooguit is er soms een extra vervoersbeweging, maar die is net zo goed beveiligd. Mevrouw Streefland heeft gevraagd of de Jaarbeurs coronaproof is. Dat is het geval. Daarover staat in de brief het een en ander. Er zijn verscheidene in- en uitgangen. Ook de anderhalvemetermaatregel is goed te handhaven.
Dit maakt het mogelijk dat ook anderen op het telproces kunnen toezien, wat vanuit het oogpunt van transparantie van belang is. Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) dankt de burgemeester voor haar beantwoording. Zij heeft een vraag over de eenduidigheid. Het is nu eenmaal zo dat er op 35 locaties niet op dezelfde manier geteld zal worden. Er is dus geen sprake van eenduidigheid, ook niet met centrale stemopneming. Hierover wil zij meer duidelijkheid. In de brief van de heer Den Oudsten werd duidelijk dat de anderhalvemetermaatregel in de Jaarbeurs is gewaarborgd. Het blijft echter een evenement waarbij honderden mensen op één locatie bij elkaar komen. Zij zou op haar vraag dus graag een dieper antwoord willen krijgen. Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) wil aan de vraag van mevrouw Dekker-Abdulaziz toevoegen dat er 105 locaties zijn waar wél op lijstniveau kan worden geteld, coronaproof. Is dat minder veilig dan de Jaarbeurs? Mevrouw Dijksma (burgemeester) stelt dat het meer de optelsom der dingen is die maakt dat de voorkeur uitgaat naar het centraal tellen in de Jaarbeurs. Er zijn verschillende veranderingen ten opzichte van de normale situatie, om te beginnen de anderhalve meter. Aanvankelijk werd 100 m² voldoende geacht om op anderhalve meter afstand ook op kandidaatniveau te kunnen tellen. In de praktijk bleek echter dat dit niet goed uitpakt. Er was meer ruimte nodig.
Ook hebben de stembureaus te maken met een aantal andere zaken dan normaal, namelijk het briefstemmen en het vroeg stemmen, en, gelet op de fysieke omstandigheden, het op die locatie niet op kandidaatniveau kunnen tellen. Deze optelsom geeft de doorslag om te besluiten dit zo eenvoudig, transparant en eenduidig mogelijk te doen: alle stembureaus tellen ter plekke op lijstniveau en het tellen op kandidaat-niveau gebeurt centraal - de volgende dag, met een frisse ploeg tellers - in de Jaarbeurs, onder omstandigheden die acceptabel zijn, met inachtneming van de richtlijnen van het RIVM. Dat is de hele redenering. Daarmee worden minder risico's gelopen. Natuurlijk kan men onaangename verrassingen tegenkomen, zoals men gezien heeft bij de herindelingsverkiezingen. Die wil men zo veel mogelijk voorkomen. Daarom pleit zij ervoor om de voorgestelde werkwijze toch een kans te geven. Die zal vanzelfsprekend worden geëvalueerd. Hiermee wordt een heldere lijn getrokken. Dat is voor iedereen die aan het verkiezingsproces deelneemt, als vrijwilliger of als voorzitter van een stembureau, het meest duidelijk. Mevrouw Dekker noemde het tellen van de stemmen in de Jaarbeurs een evenement. Zij vindt dat geen gepast woord. Het is weliswaar het feest der democratie, maar het is geen feest. Het is een noodzakelijk democratisch proces, dat veilig, met inachtneming van de coronaregels, moet verlopen.
De Jaarbeurs is coronaproof. Dat is verkend. Uiteindelijk is het aan de raad om daarover een afweging te maken. De raad is de baas. De heer Van Waveren (CDA) stelt dat de burgemeester de bevoegdheid heeft om dit soort dingen te regelen en om de komende tijd maatwerk te leveren. Dit hoeft niet per se in een raadsbesluit vastgelegd te worden, ware het niet dat de raad een raadsbesluit moet nemen over het aannemen van € 40.000 van het Rijk om deel te nemen aan de proef. Als de burgemeester belooft om goed te bekijken wat nodig is om maatwerk te leveren, helpt dat zijn fractie misschien bij de stemming.
Vergadering van 17 december 2020
23
De heer Koppelaar (Student & Starter) merkt op dat hij tijdens dit debat een bericht ontvangen heeft van iemand die heel graag stemmen wil tellen, maar dat dit niet kan omdat zij alleen over een buitenlands telefoonnummer beschikt. Hetzelfde zou ook gelden voor mensen die geen 06-nummer hebben. Als je stemmenteller wil worden, moet je een 06-nummer opgeven. Kan de burgemeester dit punt betrekken bij het proces? Het zou goed zijn als ook deze mensen een bijdrage kunnen leveren aan de verkiezingen, aangezien alle tellers keihard nodig zijn. De heer Gilissen (VVD) zegt met een dilemma te zitten. Hij stelt voor om motie 463 wel in stemming te brengen, want met een aangenomen motie in de hand kan de burgemeester het gesprek rond de voorjaarsnota sterker voeren. Mochten de collega's daar onverhoopt bezwaren tegen hebben, dan hoort hij die graag nu. Mevrouw Dijksma (burgemeester) merkt op dat de heer Van Waveren formeel gelijk heeft. Het raadsbesluit is alleen nodig om deel te kunnen nemen aan de proef en om het geld binnen te kunnen harken. Als de gemeente de € 40.000 ontvangt, is dat niet genoeg, maar beter dan niets. Overigens weet zij dat de raad veel waarde hecht aan betrokkenheid bij dit proces. Zij kan zich voorstellen dat men deze discussie alsnog met elkaar voert. Daar heeft zij alle begrip voor. Zij ziet daar elke keer opnieuw naar uit.
Zij heeft op dit moment geen informatie over het punt dat de heer Koppelaar inbracht. Zij zal dit uitzoeken en daarover op 7 januari a.s. antwoorden. De voorzitter zegt de burgemeester dank voor de beantwoording. Hij deelt mede dat de stemming over het voorstel en de ingediende moties vanavond zal plaatsvinden. De voorzitter schorst daarop de vergadering tot 15.00 uur.
(Bij heropening van de vergadering heeft de heer Zwanenberg het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan mevrouw Rajkowski.) De voorzitter heropent de vergadering en wenst iedereen welkom terug, ook de mensen die thuis meekijken. Ze meldt dat de stemmingen vanavond zullen plaatsvinden. Actuele moties. Actuele motie 449. "Eens gegeven…(giften in de bijstand)". Mevrouw Podt (D66) wijst erop dat de coronacrisis bij veel mensen in Utrecht, in het bijzonder mensen in de bijstand, tot financiële problemen leidt. Maar als ze iets extra's krijgen om deze tijd goed door te komen, worden ze gekort op hun bijstand. Dit is onwenselijk en daarom dient ze motie 449 (Eens gegeven…(giften in de bijstand)) in, namens de fracties van D66, GroenLinks, PvdA, Student & Starter, SP, DENK, PvdD en ChristenUnie. Het dictum draagt het college op in de periode tot 30 juni 2021 (eenmalig) giften tot een totaal van € 1.000 vrij te laten van korting op de bijstandsuitkering, in lijn met de mogelijkheden die de Participatiewet biedt. Mevrouw Voortman (wethouder) kan de motie overnemen, omdat ze het zeer met de indieners eens is dat mensen in deze tijden wat financiële steun goed kunnen gebruiken. Bovendien valt de motie binnen de kaders van de Participatiewet. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vindt het fijn dat de motie wordt overgenomen.
Ze herinnert eraan dat eerder is gevraagd of er überhaupt niet meer giften vrij kunnen worden gelaten. Daar komt nog een reactie op. Ze stelt voor bij de uitwerking daarvan mee te nemen of deze mogelijkheid in coronatijd werkt. Is de wethouder bereid dat te doen? Mevrouw Voortman (wethouder) zal sowieso kijken wat de ervaringen hierbij zijn. Ze zegt toe die met de raad te delen. Ook komt ze met een reactie op het verzoek te kijken wat er in andere steden gebeurt met structurele giften.
Vergadering van 17 december 2020
24
Mevrouw Podt (D66) bedankt de wethouder voor het overnemen van de motie. Ze zal bij de medeindieners checken of ze hiermee de motie kan intrekken. Ze komt hierop later terug. Actuele motie 450. Belevingsonderzoek naar een vuurwerkloze jaarwisseling. Mevrouw De Boer (GroenLinks) herinnert aan het initiatiefvoorstel van de fracties van GroenLinks en PvdD dat in de commissie is behandeld om van de jaarwisseling een feest voor iedereen te maken. Een aantal fracties heeft daarop voorgesteld eerst te kijken hoe het deze jaarwisseling loopt met het landelijk vuurwerkverbod. De fracties van GroenLinks en PvdD vinden dit een goed idee, maar willen dan wel dat dit goed wordt geëvalueerd. Ze geven daarbij een aantal zaken mee. Die staan in de motie die ze samen indienen. Het dictum draagt het college ten eerste op een neutraal en feitelijk belevingsonderzoek te doen, gericht op het ontbreken van vuurwerk tijdens de jaarwisseling onder inwoners, zorgorganisaties en zorgmedewerkers, huisartsen, handhavers, politie en vuurwerkverkopers middels een digitale consultatie en (telefoon)gesprekken. Ten tweede deze informatie breed mee te nemen in de gebruikelijke evaluatie van de nieuwjaarsnacht en in te gaan op hoe positieve en negatieve aspecten anders ervaren zijn door het eenmalige verbod. En ten derde eventueel extra budget te vinden in de middelen voor participatie/inspraak.
De heer Koning (D66) vraagt wie de inwoners zijn die extra geraadpleegd moeten worden en of dit een representatieve groep is van de Utrechtse bevolking. Mevrouw De Boer (GroenLinks) antwoordt dat bij de inwonersenquêtes vragen kunnen worden meegenomen. Dat betreft een representatieve, brede groep. Verder is dit aan de invulling van het college. Daarbij valt te denken aan de mogelijkheid dat inwoners ergens een reactie kunnen achterlaten. De indieners hebben geen specifieke doelgroep op het oog bij de inwoners. Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) mist dat er geen aanbod is voor alternatieven; die hebben ook niet in het initiatiefvoorstel gestaan. Ze vraagt waarom niet wordt gevraagd wat mensen tijdens de vuurwerkloze jaarwisseling wel doen en dit mee te nemen in het belevingsonderzoek. Mevrouw De Boer (GroenLinks) vindt het een heel goed idee om te kijken wat mensen wel doen en daarover vragen te stellen. Ook kan daarbij bekeken worden of een vuurwerkshow in de buurt uitmaakt in de behoefte van mensen om zelf al dan niet vuurwerk af te steken. Ze geeft de suggestie mee aan het college om hierover ook vragen te stellen in het onderzoek. De heer Gilissen (VVD) merkt op dat het kabinet het voornemen had om de mogelijkheden voor het afsteken van vuurwerk te beperken. De VVD-fractie is uitermate geïnteresseerd wat de impact daarvan is, maar dat kan nu niet worden gecheckt.
Is mevrouw De Boer het met hem eens dat ook de volgende jaarwisseling, met beperkte mogelijkheden om vuurwerk af te steken, moet worden meegenomen, om te weten wat de impact van een vuurwerkverbod is? Mevrouw De Boer (GroenLinks) is dat niet met de heer Gilissen eens. De GroenLinks-fractie is voor een totaal vuurwerkverbod om redenen die ook in het initiatiefvoorstel hebben gestaan. Voor de weging van het initiatiefvoorstel is het belangrijk te weten hoe dit totale verbod uitpakt. Het staat de heer Gilissen vrij om een initiatief te nemen om te kijken hoe een beperkt vuurwerkverbod uitpakt. Mevrouw Dijksma (burgemeester) reageert op de motie die voorligt en niet op het debat dat eerder is gevoerd. Het college is zeer bereid om zo'n neutraal belevingsonderzoek te doen, zoals opgedragen onder dictumpunten 1 en 2. Het derde dictumpunt is niet gedekt. Maar omdat het woord "eventueel" is toegevoegd, is het voor het college mogelijk de motie over te nemen. De heer Koning (D66) vindt dat deze motie niet ten koste van andere zaken mag gaan. Hij vraagt de toezegging dat ze niet ten koste gaat van belangrijke taken in het domein Veiligheid. Mevrouw Dijksma (burgemeester) vindt het niet verstandig om zo maar budget van iets anders weg te halen, als onbekend is wat daarvoor terugkomt. Ze ziet het derde dictumpunt als een verzoek om te kijken wat er nodig c.q.
mogelijk is en ten koste van wat een eventuele dekking zou zijn. Dit is iets anders dan zo maar geld weghalen uit het participatie- en inspraakbudget. Daarom zegt ze toe dit
Vergadering van 17 december 2020
25
aan de raad te laten zien. Dan kan de raad afwegen of dit wijs is of niet. Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) vraagt of in het belevingsonderzoek expliciet vragen kunnen worden meegenomen over alternatieven die de mensen zelf hebben en hoe ze alternatieven van de gemeente als een vuurwerkshow hebben ervaren. Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat dit kan. Ze waarschuwt ervoor het onderzoek te overladen met vragen, omdat het anders te groot, zwaar en duur wordt en zelf een probleem. Ze is bereid dat ene punt mee te nemen. Ze heeft begrepen dat de indiener daar geen bezwaar tegen heeft. Mevrouw De Boer (GroenLinks) legt uit dat ze ambtelijk het advies heeft gekregen om dictumpunt 3 als dekking op te nemen. Ze vindt het prima als de burgemeester naar andere opties wil kijken. Ze trekt motie 450 in. Actuele motie 451. Komt Kondor Wessels Projecten (KWP) de gemaakte afspraken alsnog na? De heer Ișik (PvdA) meldt dat de gang van zaken rond de Wilhelminawerf, met als resultaat onbetaalbare koop- en huurwoningen, de indieners heel kwaad maakt. Ze zijn ook kwaad omdat het college vaak grove fouten maakt en ontwikkelaars er makkelijk mee wegkomen. Ze zijn boos omdat de stad op deze manier onbetaalbaar wordt. Als voorbeeld noemt hij project Zijdebalen, waar het afgesproken aantal sociale huurwoningen niet terugkomt.
Het is vervelend dat de ontwikkelaar voor de Wilhelminawerf zijn afspraken niet nakomt en dat het college er niet in is geslaagd ervoor te zorgen dat de ontwikkelaar de gemaakte afspraken uitvoert. Daarom dient hij de motie in namens de fracties van PvdA, GroenLinks, D66, SP, Student & Starter, VVD en DENK. Als de ontwikkelaar in gebreke blijft bij het realiseren van sociale huurwoningen, zijn er twee mogelijkheden, direct starten met een juridische procedure en/of het beëindigen van de zakelijke relatie. Kan het college hierop reageren? Mevrouw Sasbrink (PvdD) meldt dat de PvdD-fractie deze motie van harte steunt en ook verontwaardigd is over de verhoging van de huurprijzen. Ook zij wil nooit meer zien dat het college zich zo laat inpakken door marktpartijen, die de hoofdprijs willen verdienen. Ze vraagt of de motie niet scherper verwoord had kunnen worden, concreter: hoe, wanneer, waar de raad wil dat het college dit vastlegt. De twee toezeggingen die de heer Ișik vraagt, staan niet in de motie. De heer Ișik (PvdA) antwoordt dat hij had gewild dat de motie verder ging en zou oproepen de afspraken in een extra document vast te leggen, of dat er een scherpe formulering zou komen van het college voor de ontwikkelaars. Daarvoor had hij echter niet de brede steun van andere fracties. De heer Te Hoonte (VVD) maakt een punt van orde.
Hij weet niet of het vragen van twee toezeggingen in het format van een actuele motie past. De heer Ișik heeft het dictum niet voorgelezen, daarom ontstaat er voor de luisteraars een vreemd beeld over wat niet in de motie staat en niet wat er wel in staat. Hij hecht eraan dat het dictum wordt voorgelezen. De strekking van de motie is tot nu toe niet gedeeld. De voorzitter wijst erop dat de afspraak is dat de strekking van de motie wordt gedeeld, maar dat de motie niet voorgelezen hoeft te worden. Het is aan de raad om deze afspraak te veranderen. Ze stelt voor het te houden bij het delen van de strekking. De heer Ișik (PvdA) reageert dat de strekking van de motie heel duidelijk is. Afspraak is afspraak, de ontwikkelaar moet de afspraken nakomen en teruggaan naar de afgesproken huurprijs. Op basis daarvan moet de ontwikkelaar de woningen verhuren. De heer El Abassi (DENK) is het met de PvdD-fractie eens en sluit zich aan bij de vragen die aan de heer Ișik zijn gesteld. Deze heeft gezegd dat de formulering van de motie mede afhankelijk was van hoe andere fracties erin staan om een meerderheid te krijgen. Hij mist bij deze en de volgende motie de nadruk op het juridisch bindend vastleggen van afspraken. De heer Ișik (PvdA) vindt het belangrijk twee dingen mee te geven. Als hij dit specifiek zou hebben
Vergadering van 17 december 2020
26
opgenomen, wekt hij de indruk dat de afspraken die in de brief zijn verwoord, niet voldoende zouden zijn. Bovendien heeft hij gezegd dat hij dit graag in een extra document vastgelegd zou zien. De motie is het eindresultaat van de discussie onder de indieners. Hij begrijpt de heer EL Abassi en mevrouw Sasbrink, want hij had liever ook een scherpere formulering gebruikt. De heer Diepeveen (wethouder) beschouwt de tekst van de motie als een bevestiging en ondersteuning van de door het college ingezette lijn. Hij zal de raad begin volgend jaar informeren over de voortgang van de stappen die het college heeft gezet en zal zetten. Die zullen waar nodig juridisch van aard zijn. Overigens, in de laatste constatering spreekt de motie over Volker Wessels, dat moet Kondor Wessels Vastgoed zijn als ondertekenaar van het Stadsakkoord. Dit staat correct in de eerste overweging van motie 452, die nog volgt. Het college kan inhoudelijk instemmen met deze motie en kan haar overnemen, maar wellicht stellen de indieners het op prijs als de raad zich erover uitspreekt. Daarom laat hij het oordeel over aan de raad. De heer Wijmenga (ChristenUnie) vraagt de wethouder te bevestigen dat wat in 2016 is afgesproken, afdwingbaar is en het niet nodig is deze afspraken apart te gaan vastleggen.
De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat het college ervan uitgaat dat de afspraken die zijn gemaakt in november en december 2016 afdoende zijn. Het college gaat op die lijn verder. De heer Ișik (PvdA) vindt het cruciaal en zeer belangrijk dat de raad een signaal afgeeft in de richting van ontwikkelaar en samenleving. Hij is het met de wethouder eens dat er een raadsbrede uitspraak moet komen. Daarom laat hij de motie in stemming brengen. Actuele motie 452. Compensatie sociale huurwoningen Wilhelminawerf. De heer Ișik (PvdA) wijst erop dat deze ontwikkelaar in dezelfde periode in 2016 heeft toegezegd dat de compensatie van het percentage sociale huurwoningen zou worden gerealiseerd. Na vier jaar is die compensatie er nog steeds niet. Hoe kan dat? Hij verwacht niet dat de ontwikkelaar zich aan de afspraken zal houden en maakt zich grote zorgen, omdat deze een van de grote partners is van de stad en het Stadsakkoord heeft getekend. Daarom dient hij namens de fracties van PvdA, GroenLinks, SP, PvdD, Student & Starter, PVV en DENK een motie in met in het dictum dat bij een volgend project van KWP de percentages sociale huur en middenhuur ten minste in lijn zijn met de Woonvisie. De heer Wijmenga (ChristenUnie) vindt dit een lovenswaardige motie, maar hij heeft moeite met het feit dat in het dictum staat "bij een volgend project van…".
Volgens hem gaat het om alle komende projecten. De vraag is waar de knip wordt gelegd. Valt de Archimedeslaan er ook onder, waar al is begonnen, of start de uitvoering van de motie vanaf nu? De heer Ișik (PvdA) zegt dat hij in het dictum iets anders had gewild. Het gaat hem erom dat linksom of rechtsom de compensatie binnen afzienbare tijd op papier plaatsvindt. Het maakt hem niet uit bij welk project, maar er moet vastgelegd worden dat er binnen een vastgestelde termijn compensatie plaatsvindt. Als dit bij de Archimedeslaan kan, graag, maar zo niet, zo snel mogelijk. De heer Te Hoonte (VVD) valt het op dat in de eerste constatering gerefereerd wordt aan de brief, terwijl zojuist is geconstateerd dat die brief voor de raad bindend is. Daarin staat duidelijk dat de compensatie gaat over de Merwedekanaalzone. Hoe ziet de heer Ișik dit? Haalt hij met deze motie zijn vorige motie niet onderuit? De heer Ișik (PvdA) vindt dat de heer Te Hoonte eerlijk moet zeggen dat hij geen sociale huurwoningen wil. De compensatie in de Merwedekanaalzone heeft na vier jaar nog steeds niet plaatsgevonden en hij gelooft er niet in dat dit alsnog zal gebeuren. Daarom vraagt hij met deze motie een uitspraak van de raad. De heer Te Hoonte (VVD) zegt als punt van orde dat hij de suggestie verre van zich werpt dat de VVDfractie geen sociale huurwoningen zou willen.
Hij vindt dit geen relevant antwoord op zijn vraag.
Vergadering van 17 december 2020
27
De voorzitter vindt dit geen punt van orde. Dit is een politieke mening en framing hoort volgens haar helaas bij het debat. De heer El Abassi (DENK) vindt de uitspraak van de heer Ișik niet vreemd, omdat de VVD-fractie niet echt voor sociale huurwoningen opkomt. Ook is het niet vreemd dat de heer Işik verwijst naar de brief van 10 november 2016, gezien de belofte daarin over sociale huurwoningen. Hij vraagt of hij de motie moet lezen als "bij ieder volgend project" en niet "bij een volgend project". De heer Ișik (PvdA) antwoordt dat hij met de opmerking "bij een volgend project" druk wil uitoefenen, omdat er de afgelopen vier jaar niets is gebeurd. De realisatie van een project zal zeker drie tot vier jaar duren, terwijl de wachttijd in Utrecht voor een sociale huurwoning ruim twaalf jaar is. Hij wil zo snel mogelijk vastgelegd hebben waar de compensatie plaatsvindt. De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt mede namens collega Verschuure dat hij er zeker op zal toezien dat de percentages in een volgend project overeenkomen met de Woonvisie. Die percentages zullen niet heel strak 35 en 25 zijn, maar projectafhankelijk. Bij de afspraken over de Wilhelminawerf in 2016 was de huidige Woonvisie nog niet vastgesteld. Daarom zal hij ruimte zoeken voor extra volkshuisvestelijke prestaties voor Kondor Wessels Projecten. Hij stemt in met dictumpunt 2.
Uiterlijk eind 2021 zal hij de raad informeren over de resultaten in een volgend project, dan wel volgende projecten van KWP. Inhoudelijk kan hij de motie overnemen, maar hij kan zich voorstellen dat de indieners het op prijs stellen dat de raad zich over deze motie uitspreekt. Hij laat het oordeel aan de raad. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de wethouder er geen risico in ziet dat de gemeente met lege handen komt te staan als ze de inhoud van de brief uit 2016 oprekt. De heer Diepeveen (wethouder) herinnert eraan dat de brief in 2016 tot stand kwam met 30% compensatie aan de Merwedekanaalzone toen KWP probeerde daar grondposities te verwerven. Dat is op niets uitgelopen. De vorige wethouder, de heer Jansen, heeft gezegd dat hij zich wilde inspannen om de toezegging van KWP waar dan ook in de stad te laten gelden. Die lijn heeft hij in de commissie uiteengezet. De heer Schipper (SP) vraagt of de wethouder het met hem eens is dat de raad zich niet blind moet staren op de Archimedeslaan, maar breder moet kijken. De heer Diepeveen (wethouder) is het ermee eens dat er stadsbreed naar moet worden gekeken. De heer Koppelaar (Student & Starter) vraagt meer duidelijkheid van de wethouder op zijn duiding van het eerste dictumpunt. In de brief gaat het om 30% sociale huur, terwijl de motie oproept voor 35% sociale huur te gaan.
Welk percentage hanteert de wethouder? De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat de Woonvisie na het schrijven van de brief is vastgesteld. Daarin staat een hoger percentage voor sociale huur. Dat is een nieuwe werkelijkheid. In de koers van het college leidt dit ertoe dat het bij KWP probeert te bewerkstellingen dat dit leidt tot een extra volkshuisvestelijke prestatie. De Woonvisie geldt voor alle projecten in de stad en voor alle projectontwikkelaars, evenals het stadsakkoord. De heer Koning (D66) meldt dat de D66-fractie overweegt deze motie te steunen. Ze is het eens met het idee hoge eisen te stellen aan bouwprojecten en dat heel goed te borgen. Maar ze vindt ook dat het de raad niet past om een enkele marktpartij te straffen. Deze motie ademt dat wel uit. De D66fractie gaat ervan uit dat de afspraken bij de Wilhelminawerf zullen worden nagekomen. Is de wethouder met hem van mening dat het juridisch niet houdbaar is aan een specifieke ontwikkelaar andere eisen te stellen dan aan andere, en dat dit per projectlocatie wel mogelijk is middels anterieure overeenkomsten? De heer Diepeveen (wethouder) bevestigt dat dit projectafhankelijk is. Het ligt hier tweeledig: aan de ene kant de algemene stedelijke kaders zoals de Woonvisie en afspraken met marktpartijen in het stadsakkoord. Aan de andere kant een uit het verleden meegenomen specifieke afspraak die
Vergadering van 17 december 2020
28
betrekking heeft op deze ene partij. Hij poogt beide tot hun recht te laten komen. Daarom spreekt hij over een extra volkshuisvestelijke prestatie. De heer Wijmenga (ChristenUnie) vraagt wat er aan de acties van het college verandert als de motie in stemming wordt gebracht. De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat het aan de raad is of het aannemen van de motie meerwaarde heeft in de richting van KWP. De heer Ișik (PvdA) dankt voor de reactie van de wethouder. Hij zal de motie in stemming laten brengen om als raad een signaal aan de projectontwikkelaar te geven dat hij afspraken dient na te komen en om een signaal te geven aan de samenleving dat de raad alles op alles zet om de projectontwikkelaar aan het werk te zetten. Actuele motie 453. Ontheffing plakverbod voor politieke partijen in verkiezingstijd. De heer Sungur (DENK) verwacht dat partijen de komende verkiezingen vanwege de coronacrisis nauwelijks in staat zullen zijn om te gaan canvassen, flyeren en mensen op straat aan te spreken. Daarom vindt hij het eens te meer belangrijk om meer zichtbaar te zijn in de stad en bij te kunnen dragen aan de verkiezingsopkomst.
Daarom roep de fractie van DENK, samen met de fracties van D66, CDA, Stadsbelang Utrecht, PVV en SP via de ingediende motie op om politieke partijen ontheffing te verlenen voor het plakverbod, zodat ze via spandoeken of sandwichborden campagne kunnen voeren. Om veel rommel in de stad te voorkomen, pleiten ze ervoor om nadere regels uit te werken, zodat de verkeersveiligheid geborgd blijft en partijen zelf verantwoordelijk zijn voor het opruimen van hun campagnemateriaal in de openbare ruimte. Hij pleit ervoor na de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 te evalueren hoe dit is gegaan, om te bekijken of de raad hiermee wil doorgaan. De heer Koppelaar (Student & Starter) begrijpt uit de toelichting en de constateringen dat het om een tijdelijke maatregel gaat in verband met de coronacrisis, terwijl het dictum pleit voor een permanente maatregel. Wat is het doel van deze motie? De heer Sungur (DENK) antwoordt dat het dictum uitgaat van een positieve ervaring en ervan uitgaat dat politieke partijen in staat zijn om verantwoordelijk om te gaan met deze ontheffing. Het spreekt de wens uit om dit blijvend te maken. Maar het kan misgaan. In de politiek is niets per se permanent. Over een tijdje kan er opnieuw naar worden gekeken of hiermee moet worden doorgegaan.
De heer Gilissen (VVD) vraagt waar de gemeenteraad voor stemt als deze motie in stemming wordt gebracht en waarom dit niet in de tekst staat. De heer Sungur (DENK) antwoordt dat hij niet heel veel tijd heeft gehad om de motie met iedereen te kunnen afstemmen. Hij staat open voor een toezegging van de burgemeester dat deze ontheffing de komende twee verkiezingen, dus ook die voor de gemeenteraad, wordt beproefd, voordat ze definitief wordt gemaakt. De motie spreekt een wens uit om die blijvend te geven, ervan uitgaande dat de politieke partijen hiermee verantwoord kunnen omgaan. Daarom staat er in het dictum dat er regels moeten worden opgesteld waaraan de politieke partijen zich moeten committeren, waaronder de regel dat ze zelf hun campagnemateriaal opruimen. De heer Van Der Zweth (PvdA) begrijpt dat de partijen het materiaal zelf binnen een week moeten opruimen. Hij vraagt of de heer Sungur met hem deelt dat dit maar een deel van het probleem is en er met slecht weer veel troep in de openbare ruimte terechtkomt en vervuiling optreedt, wat men niet wil. De heer Sungur (DENK) vindt het inherent aan een verkiezingstijd dat er rommel op straat terechtkomt. Flyers van alle partijen zwerven overal rond, ook bij de vorige verkiezingen. Met die borden wordt niet heel veel gedoe binnengehaald. Hij gaat ervan uit dat de politieke partijen hiermee verantwoord omgaan.
Ze kunnen elkaar erop aanspreken.
Vergadering van 17 december 2020
29
Mevrouw De Boer (GroenLinks) constateert dat de heer Sungur optimistisch is. Ze wijst erop dat de borden zijn afgeschaft en in het kader van de coronacrisis deze verkiezingen weer voorbedrukte borden worden gebruikt. Waarom is het dan nog nodig om overal te kunnen plakken in de stad? De heer Sungur (DENK) antwoordt dat de verkiezingsborden helpen om de verkiezingen meer zichtbaar te maken, maar die niet de hele stad dekken. Daarom is het juist in deze periode, waarin er minder op straat mogelijk is, belangrijk om de mensen op die manier te attenderen op de verkiezingen. Hij zou het problematisch vinden als de opkomst onder de 50% ligt. Daarom regelt hij dit liever aan de voorkant en gaat hij liever uit van vertrouwen. Achteraf kan worden besproken hoe het is gegaan. De heer Van Heuven (PvdD) herinnert eraan dat de PvdD-fractie voor de voorbeplakte borden heeft gestemd, omdat ze autobewegingen van plakteams voorkomen. Die komen met de plakontheffing terug. Wat vindt de heer Sungur hiervan? De heer Sungur (DENK) antwoordt dat hij zelf geen bakfiets heeft, maar heel veel partijen wel. Zijn partij zal een van de weinige zijn die de auto zal gebruiken. Hij verwacht dat het aantal bewegingen zal meevallen. Hij maakt zich grotere zorgen over de opkomst en de vertegenwoordiging van bepaalde groepen.
Mevrouw Streefland (ChristenUnie) meldt dat de ChristenUnie-fractie geen voorstander van deze ontheffing is en echt die verrommeling ziet aankomen. Ze vraagt hoeveel borden er van de heer Sungur mogen komen en of partijen er lustig op los mogen plakken. Ook vraagt ze of bewezen is dat er een relatie is tussen meer plakken en een hogere opkomst. De heer Sungur (DENK) denkt dat er een relatie is tussen meer zichtbaarheid en een hogere opkomst. Meer plakken betekent meer zichtbaarheid. Hij weet niet of er ooit onderzoek is gedaan naar een causaal verband. Hij vindt het een goed idee om in het kader van de regels iedere fractie een x-aantal plekken toe te wijzen. Op die manier kan het college invulling geven aan de regels die in de motie worden voorgesteld, zodat op een verantwoorde manier campagne kan worden gevoerd, zonder afbreuk te doen aan de opkomst. Mevrouw Dijksma (burgemeester) is een klein beetje spelbreker door deze motie te ontraden. Een deel van de argumenten is al genoemd, namelijk dat dit in een samenleving waar men kien moet zijn op ruimte in de openbare ruimte vanwege het handhaven van de anderhalvemetersamenleving, geen dingen moet doen die leiden tot potentieel extra verrommeling van dezelfde openbare ruimte. Verkiezingsborden zijn objecten die de begaanbaarheid van de openbare ruimte tegengaan.
Bovendien is het risico dat het gemeente na de verkiezingen alsnog aan de lat staat om al die spandoeken en borden op te ruimten. Die kostenpost moet men niet opzoeken. Ten slotte gaat het hier ook om rechtsgelijkheid. Immers, waarom krijgen politieke partijen wel ruimte voor hun uitingen op straat, terwijl ondernemers die mogelijkheid niet wordt gegund? Daar komt bij dat het dictum lastig is opgesteld. Daarin staat plat gezegd: laat ons plakken en zoek het maar uit, college, onder welke omstandigheden dat het beste kan. Als de indieners van mening zijn dat ze dit privilege voor de politiek zouden moeten hebben, moeten ze ook de condities waaronder die worden gegeven zelf verzinnen. Ook om die reden heeft ze problemen met de motie. Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) wijst erop dat het om vrije plakplaatsen gaat die ook door ondernemers kunnen worden gebruikt. In die zin is er geen uitzondering voor politieke partijen. Op dit moment zijn er nul openbaar toegankelijke plakplaatsen in Leidsche Rijn, Oost of de wijk Noordoost en maar één in Overvecht. Is de burgemeester bereid om meer en beter gespreide vrije plaklocaties toe te voegen voor maatschappelijke uitingen? Mevrouw Dijksma (burgemeester) reageert dat in de motie niet staat dat ook de ondernemers ontheffing kunnen krijgen. Ze gaat uit van wat er geschreven staat.
Er zijn op dit moment 30 vrije plakplaatsen en meer dan 1500 andere reguliere plekken, zoals displays, frames, vitrines en bushokjes, waar in het verleden en ook nu weer gebruik van kan worden gemaakt om jezelf in de aanbieding te doen. Bovendien heeft de raad bij amendement begin deze maand de oorspronkelijke bezuiniging op de kosten voor de plaatsing van verkiezingsborden