22e raadsvergadering gemeenteraad 17 december 2020.doc
Tekst van het document
2020 NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT 22e vergadering – 17 december 2020 Vergadering van de gemeenteraad, gehouden op donderdag 17 december 2020 te 10.00 uur. De raadsvergadering vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadszaal, maar digitaal. Voorzitter: de heer Zwanenberg (ochtendvergadering en laatste deel avondvergadering), mevrouw Rajkowski (middagvergadering) en burgemeester Dijksma (eerste deel avondvergadering). Aanwezig zijn de leden: El Abassi, Assen, Bakker, Bijsterbosch, De Boer, Bos, Van Corler, Van Dalen, Dekker-Abdulaziz, Dekkers, Deldjou Fard, Van Deún, Van Dun, Gilissen, Heijne, Işik, Van Heuven, Te Hoonte, Kleinrensink, Koning, De Koning, Koppelaar, Meerding, De Pagter, Podt, Rajkowski, Saiah, Sasbrink, Schers, Schilderman, Schipper, Schreuder, Streefland-Driesprong, Sturkenboom, Sungur, Virginia, Vonk, Van Waveren, Weistra, Wiegant, Wijmenga, Zwanenberg, Van der Zweth en Zwinkels. Voorts zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Diepeveen, Van Hooijdonk, Verschuure en Voortman. Griffier: mevrouw Van Hall. Opening van de vergadering. De voorzitter opent de vergadering en heet alle raadsleden en de mensen die meekijken of meeluisteren van harte welkom bij de digitale raadsvergadering. Vaststelling agenda. De agenda wordt zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. Ingekomen stukken.
Met betrekking tot de ingekomen stukken wordt zonder stemming besloten overeenkomstig hetgeen daaromtrent is voorgesteld. Bekrachtiging geheimhouding. De voorzitter stelt voor de door het college opgelegde geheimhouding op de documenten zoals vermeld in de bij de agenda gevoegde bijlage, conform artikel 25, lid 3 van de Gemeentewet, te bekrachtigen. De heer Van Waveren (CDA) merkt mede namens de heer De Pagter van de VVD-fractie het volgende op over de brief die hoort bij de aanvraag van de gemeente Utrecht voor het Nationaal Groeifonds. De afgelopen tijd is hij veel tijd kwijt geweest met het beschikbaar krijgen van informatie die de raad gewoon zou moeten hebben. Het college is met het Rijk in overleg gegaan over de financiering van een aantal infrastructurele werken en heeft daarbij het vastgestelde Mobiliteitsperspectief als onderlegger gebruikt. Daarna is het nodige misgegaan. Ten eerste heeft het college binnen het wiel met spaken onderdelen laten afvallen en andere doorgezet. De onvolledige analyse die daarvoor is gebruikt, is pas deze week, na aandringen, met de raad gedeeld. Daaruit is op te maken dat de opwaardering van de stations Overvecht en Leidsche Rijn
Vergadering van 17 december 2020 Centrum buiten de aanvraag vallen. Ten tweede heeft het college onvoldoende laten zien dat het de lessen van de Uithoflijn en de Noordelijke Randweg Utrecht heeft geleerd op het gebied van risicomanagement, afbakening en aansturing. Juist deze zaken moeten aan de voorkant geborgd worden. Hij hoopt dat de raad daarop de komende maanden stuurt om dat goed te organiseren. Ten derde heeft het college onvoldoende lessen getrokken uit de gang van zaken met betrekking tot de openbaarheid rond de Uithoflijn en het songfestival. De raad dient toegang te hebben tot de volledige informatie die het college heeft. De raad moet de stukken kunnen inzien om te weten of die openbaar moeten worden gemaakt en om te beoordelen wat de raad daarmee wil. Anders is het onmogelijk om te controleren en kaders te stellen. Het beeld van een college dat de afspraken met voeten treedt en daardoor fouten maakt, wordt versterkt doordat eerst de pers wordt opgezocht voordat de raad wordt geïnformeerd, en dan ook nog met een persbericht dat op z'n minst de waarheid onrecht aandoet. Daarin wordt gesteld dat de gemeente Utrecht samen met de provincie en de regiogemeenten de aanvraag heeft gedaan, maar het is het ministerie van IenW dat de aanvraag heeft gedaan, mede namens andere overheden. Dit is onnodige dikdoenerij van het college.
Aandacht voor de details van de uitvoering zou belangrijker moeten zijn dan eerst in De Volkskrant staan. Bovendien had het Rijk het mobiliteitsplan eerder dan de gemeenteraad. Dat is niet chic. Daarbij heeft hij over dit voorstel te kampen met een dilemma. Hij is ervan overtuigd dat deze plannen veel beter hadden kunnen zijn en dat ze door een kritische blik veel beter zouden kunnen worden. Tegelijkertijd begrijpt de CDA-fractie dat de positie van Utrecht lastig wordt als eenzijdig de openbaarheid wordt opgeheven. Het college had de raad niet voor dat dilemma moeten stellen, maar had zichtbaar bij het Rijk moeten aandringen op een openbaar proces en de raad tijdig en volledig moeten informeren toen dat niet leek te lukken. Niettemin zal de CDA-fractie de geheimhouding steunen tot het besluit over toekenning door het ministerie is genomen. Vervolgens zal de CDA-fractie voorstellen om de geheimhouding zo snel mogelijk op te heffen. Daarna is er genoeg werk aan de winkel om deze projecten zo snel mogelijk te organiseren. Voorlopig kan de Rekenkamer hierover een dossier opbouwen. De heer Wijmenga (ChristenUnie) is altijd kritisch geweest over het openbaar maken van stukken. De ChristenUnie-fractie heeft hierop bij allerlei projecten aangedrongen. Het verbaast hem dat de heer Van Waveren dit punt zo stevig maakt.
Het verbaast hem dat de heer Van Waveren eerst in de krant laat optekenen wat hij ervan vindt en pas daarna zijn collega's informeert. De raad heeft een kader vastgesteld. Door het college wordt binnen dat kader gehandeld. De heer Van Waveren heeft alle stukken gekregen waar hij om heeft gevraagd. De ChristenUnie-fractie blijft de geheimhouding steunen. De heer Weistra (GroenLinks) wil de heer Wijmenga bijvallen. Hij gunt de heer Van Waveren een mooi afscheidsinterview in de krant, maar de voorbeelden die de heer Van Waveren in de krant laat optekenen, heeft de raad zelf vastgesteld, zowel het wiel met spaken als het stellen van prioriteiten daarbij. Hij heeft begrip voor de twijfels van de heer Van Waveren en zijn wens om alles zoveel mogelijk in de openbaarheid te doen, maar gezien diens ervaring begrijpt hij de dikdoenerij van de heer Van Waveren niet. De heer Işik (PvdA) gaat ervan uit dat het college zijn lessen heeft geleerd en dat de raad bij cruciale wijzigingen proactief door het college zal worden geïnformeerd. Hierna wordt zonder stemming besloten overeenkomstig het voorstel van de voorzitter. Notulen raadsvergadering 26 november en 3 december 2020. Deze notulen worden zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. 1. Raadsvoorstel Verordening beslistermijn schuldhulpverlening.
Mevrouw Rajkowski (VVD) zegt dat dit weliswaar een technisch punt is, maar dat toch een politieke afweging wordt gemaakt. Die gaat over de termijn van acht weken. Als iemand bij de gemeente aanklopt en pas na acht weken uitsluitsel krijgt, is er vaak al veel gebeurd met betrekking tot
2
Vergadering van 17 december 2020 rekeningen. De VVD-fractie begrijpt dat de gemeente ernaar streeft om de dingen eerder afgerond te hebben. Daarom stemt de fractie met het voorstel in. De VVD-fractie houdt echter wel in de gaten dat dit al eerder gebeurt dan pas na acht weken. Hierna wordt zonder stemming overeenkomstig het voorstel besloten. 2. Raadsvoorstel wijziging RvO art. 43 Initiatiefvoorstel. Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel besloten. 3. Afdoening bezwaren Visie en uitnodigingskader Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop. De heer Dekkers (GroenLinks) stelt dat zijn fractie het voorstel steunt, maar daar wel de volgende kanttekening bij wil plaatsen. Er zijn weinig bezwaren tegen besluiten van de gemeenteraad, maar als die er zijn, zijn ze vaak niet ontvankelijk omdat het geen besluiten zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Dat kan frustrerend zijn voor bezwaarmakers. Wellicht kan duidelijker op de website worden vermeld wanneer een bezwaar tegen een raadsbesluit zin heeft of niet. Hierna wordt zonder stemming overeenkomstig het voorstel besloten. 4. Afdoening bezwaren Gebiedsindeling betaald parkeren Bijleveldstraat e.o.
Mevrouw Schilderman (D66) hoopt, in het verlengde van de opmerking van de heer Dekkers zojuist dat het voor de inwoners van Utrecht ondoorzichtig is hoe zij bezwaar kunnen maken, dat binnenkort wordt bezien hoe deze situatie kan worden verbeterd, zodat de inwoners beter kunnen zeggen waarmee zij het wel of niet eens zijn. De D66-fractie kan instemmen. De heer De Pagter (VVD) stelt dat de VVD-fractie het inhoudelijk niet eens is met de aanpassing van de gebiedsindeling. Juridisch gezien klopt het voorgelegde besluit echter, dus de VVD-fractie stemt ermee in. De heer Van Waveren (CDA) stelt dat het bezwaar formeel-juridisch niet gehonoreerd kan worden. Misschien is het verstandig om het bezwaar alvast aan de dossiers voor het meerjarenperspectief ruimte toe te voegen, zodat de raad daar rekening mee kan houden en er niet opnieuw in gebieden geknipt hoeft te worden. De CDA-fractie steunt het voorstel. De heer Işik (PvdA) is blij dat het college heeft geluisterd naar de signalen uit de samenleving en dat er op grond daarvan een aanpassing is verricht. De PvdA-fractie stemt daarmee in. Hierna wordt zonder stemming overeenkomstig het voorstel besloten. 5. Raadsvoorstel derde begrotingswijziging 2020. Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel besloten. 6. Raadsvoorstel Verordening Onroerende-zaakbelastingen 2021.
De heer Gilissen (VVD) vindt het in dit tijdsgewricht passend om lastenverlichting te bieden door de ozb niet op deze manier te verhogen. Gezien de tegenbegroting van enkele weken geleden, zal de VVD-fractie tegenstemmen. De heer Van Heuven (PvdD) is voorstander van een gedifferentieerde ozb, waarbij huiseigenaren met een laag energielabel meer betalen dan eigenaren met een duurzaam energielabel. Helaas is dit nog niet altijd het landelijke beleid. De PvdD-fractie kan met de Utrechtse verordening instemmen. De heer Wiegant (SP) merkt op dat de SP-fractie voorstander is van het verhogen van de inkomsten van de gemeente door middel van het verhogen van de ozb, zeker op bedrijfspanden en dergelijke.
3
Vergadering van 17 december 2020 Het college weigert dit structureel te doen. Het lijkt een taboe te zijn om op die manier de financiën aan te pakken, terwijl er zo veel krapte is. De SP-fractie kan het daarmee niet eens zijn. De heer Van Waveren (CDA) ziet al jarenlang dat de gemeente meer ozb ophaalt dan in de begroting is opgenomen. Dat zou moeten worden geëgaliseerd; de gemeente zou dit geld als bonus terug moeten geven. Zolang dat niet in de verordening is opgenomen, zal de CDA-fractie tegen de verhoging stemmen. De heer Van der Zweth (PvdA) constateert dat de wereld in een enorme crisis is aangeland. Wat de PvdA-fractie betreft, moeten de sterkste schouders dan de zwaarste lasten dragen. In de tegenbegroting heeft de PvdA-fractie voorgesteld het ozb-tarief dit jaar niet te verlagen, maar dat is juist wat het onderhavige voorstel beoogt. De PvdA-fractie stemt daar niet mee in. De heer Van Deún (PVV) heeft tegen de begroting van het college gestemd. Het zou raar zijn als de PVV-fractie dan met het onderhavige voorstel zou instemmen. Daarom stemt ze tegen. Hierna wordt zonder stemming overeenkomstig het voorstel besloten, met inachtneming van de afgelegde stemverklaringen. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat normaal gesproken wordt opgesomd welke fracties voor en tegen hebben gestemd.
De voorzitter gaat ervan uit dat alleen over de B-punten op die manier gestemd wordt. Dit was een Apunt. De standpunten van de fracties zijn duidelijk. De tegenstanders van het voorstel hebben in hun stemverklaring aangegeven dat zij niet met het voorstel instemmen. De heer Sungur (DENK) merkt op dat de DENK-fractie geen stemverklaring heeft gegeven, maar dat ze tegen het voorstel is. Hij wist niet dat het stemmen op deze manier zou gaan. De voorzitter stelt dat het handig is dat er een stemverklaring wordt afgegeven als men tegen een voorstel met een A-status is. Anders wordt ervan uitgegaan dat men ermee instemt. Wat hem betreft is het in dit geval duidelijk welke fracties tegen het voorstel zijn en welke fracties ervoor. Mevrouw De Boer (GroenLinks) valt de voorzitter bij. Bij een A-punt stemt een fractie met het voorstel in, tenzij ze in een stemverklaring verklaart ertegen te zijn. De voorzitter merkt op dat dit precies is wat is afgesproken. Een meerderheid is voorstander van het onderhavige voorstel, zodat het is aangenomen. Uit de stemverklaringen blijkt duidelijk welke fracties ertegen zijn. 7. Raadsvoorstel benoeming Paul Venhoeven, voorzitter Rekenkamer. Op voorstel van de voorzitter wordt de heer Venhoeven bij acclamatie benoemd. De voorzitter deelt mee dat de heer Venhoeven vanavond zal worden beëdigd. 8. Raadsvoorstel Ontheffing woonplaatsvereiste.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) heeft dit voorstel niet bij de stukken van deze vergadering gezien. De voorzitter doet de heer Wijmenga de suggestie de iBabs-pagina te verversen. De heer Wijmenga (ChristenUnie) heeft dit vijf minuten vóór de vergadering al gedaan. Hij zal dat opnieuw doen. Hij kan wel met het voorstel instemmen, maar hij heeft het voorstel niet gezien. Hij heeft al eens met de griffier een discussie gehad over het vereiste dat de raad moet beschikken over de stukken waarover wordt gestemd. De voorzitter stelt vast dat het stuk wel op iBabs staat, maar dat sommige raadsleden dat niet kunnen zien.
4
Vergadering van 17 december 2020 Hierna wordt zonder stemming overeenkomstig het voorstel besloten. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat hij in de veronderstelling verkeerde dat ook over A-punten zou worden gestemd. Daarom heeft hij geen stemverklaring afgelegd bij het voorstel inzake Afdoening bezwaren Visie en uitnodigingskader Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop. Hij wil die stemverklaring graag alsnog afgeven. De voorzitter constateert dat de heer Te Hoonte zeer slecht verstaanbaar is. De heer Te Hoonte (VVD) zal uitzoeken waar dat aan ligt en in de avondvergadering op dit punt terugkomen. 9. Raadsvoorstel Wijziging APV en legesverordening en collegevoorstel Nadere regel ten behoeve van vergunningplicht commercieel aanbieden voertuigen. Mevrouw Schilderman (D66) begrijpt dat de drempel voor aanbieders van deelmobiliteit ervoor dient een te grote druk op de openbare ruimte te voorkomen. De D66-fractie vindt het wel belangrijk dat dit een drempel en geen dijk wordt. De wethouder heeft verzekerd dat het voorstel aanbieders een bepaalde vorm van zekerheid biedt en dat dit positieve effecten heeft op het aanbieden van deelmobiliteit. Daarom kan de D66-fractie in grote lijnen met het voorstel uit de voeten. Drie punten kwamen in de commissievergadering onvoldoende aan de orde.
Elektrische bakfietsen zijn niet in het voorstel opgenomen, terwijl daar wel behoefte aan is en er al systemen voor bestaan. Het college zegt dat wordt begonnen met een pilot met elektrische fietsen, waarvoor een losse concessie is verleend. Als elektrische bakfietsen via een amendement eveneens in het voorstel worden opgenomen, zou dat volgens het college voor een onwenselijk risico zorgen. Dat is onwenselijk. Daarom doet de D66-fractie dat voorstel niet. De D66-fractie ziet wel graag dat deze manier van werken wordt geharmoniseerd. Kan de wethouder toezeggen dat dit zo snel mogelijk gebeurt? In het voorstel worden laadpunten van elektrische fietsen, scooters en dergelijke uitgesloten. De D66fractie vindt dat vreemd, want deze voertuigen moeten net als auto's worden opgeladen. Hetzelfde geldt voor deelmobiliteit. De D66-fractie dient mede namens de heer Koppelaar motie 454 (Laadpunten voor elektrische (deel-)mobiliteit) in. Van de aanbieders van deelmobiliteit worden veel data over de gebruikers gevraagd. Dat kan inbreuk doen op de privacy. De D66-fractie vindt het belangrijk dat de impact van dit punt wordt bekeken en dat de privacy van de gebruikers niet in het geding komt. Daarom moet een privacy-impactassessment worden uitgevoerd. Het college zegt dat de vergunninghouder dat moet doen. De gemeente verwerkt uitsluitend anonieme data.
Wil de wethouder de vergunninghouders vragen dat aan de vergunningaanvraag een privacy-impact-assessment wordt toegevoegd? Is de wethouder bereid erop toe te zien dat de vergunningwijzers genoeg basis hebben voor het verwerken van gegevens en dat daar verantwoord mee wordt omgegaan? De heer Van Heuven (PvdD) heeft in de commissievergadering drie bezwaren tegen deelmobiliteit geuit: geen centrale stalling op plekken die nu groen zijn, lage prijzen voor iedereen, en geen deelmobiliteit vergunnen op basis van fossiele brandstoffen. Op dat laatste punt heeft de wethouder niet gereageerd. Omdat het groen er niet onder zal lijden en omdat geen onnodig hoge prijzen worden verwacht, zijn de bezwaren van zijn fractie weggenomen. De PvdD-fractie dient geen verbetervoorstellen in en kan met het voorstel instemmen. Deze dienstverlening biedt de inwoners van Utrecht het voordeel het eigen vervoermiddel de deur uit te kunnen doen of om dat voor de deur te parkeren. De PvdD-fractie hoopt dat de exploitanten de marktcommunicatie hieraan aanpassen. De heer Van Deún (PVV) beweert dat het verlagen van leges alleen nodig is om dit communistische stokpaardje - deelmobiliteit - van onder andere GroenLinks voor te trekken. Zonder subsidie is deelmobiliteit nooit rendabel. De PVV-fractie vindt deelmobiliteit prima, maar dan ongesubsidieerd. Daarom stemt de PVV-fractie tegen dit voorstel.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) heeft goed nieuws voor de heer Van Deún: het college zal dit
5
Vergadering van 17 december 2020 niet subsidiëren. Het college zal bij een vergunningaanvraag om een privacy-impact-assessment vragen. De bakfiets zal zo snel mogelijk in het nieuwe stelsel worden opgenomen. De bakfiets wijkt af van andere vervoermiddelen doordat een bakfiets meer plaatsgebonden is. De andere vervoermiddelen hebben een ruimere actieradius en meer free floating. Die kunnen op verschillende plekken worden teruggezet. Bakfietsen zijn meer geworteld in een gemeenschap. Een buurt kan besluiten om een bakfiets te nemen. Het college heeft de intentie om bakfietsen op te nemen in het vergunningstelsel. Het zal ook denkwerk moeten verrichten om de bakfiets in te passen. Over motie 545 kan het college een positief advies geven. Zij pakt deze motie graag volgordelijk aan. Het beeld dat de gemeente van de markt heeft - het college heeft marktconsultatie gedaan - is dat er een voorkeur leeft voor inwisselbare accu's. De aanbieder zelf moet de ronde kunnen maken en de accu moet voldoende capaciteit hebben om een aantal ritten te kunnen maken en mag niet ineens leeg zijn. Het gebruik van bakfietsen in de openbare ruimte roept een aantal vragen op, uiteraard ook over de ruimte. Dat is altijd zo. Ook de veiligheid is belangrijk. Er zijn pasjes nodig. Die maken bakfietsen minder laagdrempelig. Bakfietsen zijn minder rendabel dan auto's.
Een paal voor een auto verdient zichzelf vanwege het hogere gebruik eerder terug dan bij fietsen en snorfietsen het geval is. Deze kwesties ziet het college aankomen. Het college zal inventariseren hoe de aanbieders daarover denken. Mochten de aanbieders tegen de verwachting in zeggen dat toch te willen, dan bekijkt het college wat dat betekent en of er mogelijkheden zijn om dat te accommoderen. Ook het medegebruik komt dan aan de orde. Voorzien van deze kanttekeningen kan het college over motie 545 een positief advies geven. Zij neemt de motie met liefde over. Zij noemde al het medegebruik. In alle fietsenstallingen zijn stroompunten aangebracht. Die worden niet veel gebruikt. Maar als het college dit klusje klaart en daarin inzicht verwerft, betrekt het dit aspect erbij. De heer Van Heuven (PvdD) vindt de motie van de D66-fractie goed. Niet iedereen wil voor de deur laadpalen hebben staan, ook niet in het groen. Als de wethouder hiermee aan de slag gaat, kan zij deze randvoorwaarde bij het onderzoek betrekken. Dan kan de raad erover meepraten. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) wijst erop dat een van de lastige dingen is dat in de openbare ruimte veel dingen strijden om voorrang. De situatie is gecompliceerd. Het college zal eerst de zaken in kaart brengen en de behoefte inventariseren. Dan komt het bij de raad terug.
Dan maakt het duidelijk wat het kan accommoderen en hoe dat gaat. De opmerking van de heer Van Heuven is gehoord. Mevrouw Schilderman (D66) bedankt de wethouder voor de toezegging en trekt de motie in. De voorzitter stelt vast dat motie 454 is ingetrokken. Vanavond wordt over het voorstel gestemd. 10. Raadsvoorstel aanpassen voorwaarde opheffen parkeerplaatsen binnenstad. De heer De Pagter (VVD) heeft vorige week in de commissievergadering duidelijk naar voren gebracht dat zijn fractie tegen dit voorstel is. Voor de VVD-fractie is draagvlak belangrijk. In de bestaande systematiek verdwijnt alleen een parkeerplaats als een burger actief de vergunning inruilt voor een garageplek. Die voorwaarde verdwijnt, zodat in de binnenstad tientallen parkeerplaatsen verdwijnen zonder dat er draagvlak voor is. Dat vindt de VVD-fractie een slecht idee. Helaas steunt een meerderheid van de raad dit voorstel. De VVD-fractie hoorde dat burgers zich over dit voorstel zorgen maken. Daarom vindt ze het van belang dat ze bij de uitwerking wordt betrokken. Daarom dient ze motie 455 (Draagvlak bij opheffen parkeerplaatsen) in. Naar aanleiding van het debat van vorige week heeft de VVD-fractie statistieken bestudeerd en heeft ze met ambtenaren gesproken over de inwonersenquête. De wethouder zei vorige week dat het aantal huishoudens in de binnenstad met ten minste één auto is gedaald, van 61% naar 38%.
De VVD-fractie is in de cijfers gedoken. Er is op dat percentage wel wat aan te merken. Dat is afkomstig uit de inwonersenquête die een behoorlijke foutmarge heeft. Het is goed om bij dit soort voorstellen ook cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek te gebruiken. Daarover dient hij motie 456 (Maak gebruik van CBS-cijfers) in.
6
Vergadering van 17 december 2020 De heer Wijmenga (ChristenUnie) gaat in op motie 455 over het betrekken van burgers bij het beleid. Dat was ook een punt dat de ChristenUnie-fractie in de commissiebehandeling maakte. De wethouder heeft gezegd dat te zullen doen en dat de raad daarover zal worden geïnformeerd. Hij vraagt zich daarom af wat motie 455 toevoegt. De heer De Pagter (VVD) denkt dat het belangrijk is om dit vast te leggen. Het is belangrijk dat de parkeervergunninghouders bij het beleid worden betrokken. Zij moeten weten waar de parkeerplaatsen worden opgeheven. Er zijn plekken in de binnenstad waar de afgelopen jaren vanwege herinrichting parkeerplaatsen zijn verdwenen. De parkeervergunninghouders moeten worden betrokken bij het verdwijnen van parkeerplaatsen in hun buurt. Motie 455 roept op tot participatie. De heer Wijmenga (ChristenUnie) merkt op dat motie 455 geen draagvlakmeting beoogt. De heer De Pagter (VVD) stelt inderdaad geen draagvlakmeting voor. Het is hem te doen om het betrekken van mensen die in de binnenstad woonachtig zijn, ondernemers en vergunninghouders. De heer Işik (PvdA) merkt op dat de PvdA-fractie zich kan vinden in de uitgangspunten van het voorstel.
Hij dient motie 457 (Meer ruimte voor de bewonersparticipatie bij de herinrichting van vrijgekomen parkeerplaatsen) in, die beoogt burgers meer zeggenschap te geven, zodat ze bij de herinrichting van de buitenruimte door het opheffen van de parkeerplaatsen mee kunnen praten over wat in hun buurt wordt gerealiseerd. Het is niet dezelfde motie die de VVD-fractie heeft ingediend. De heer Schipper (SP) stelt dat de SP-fractie in de commissievergadering heeft gezegd niet gelukkig te zijn met het voorstel. De SP-fractie vond de bestaande regeling prima. In 2015 of 2016 heeft ze daarmee ingestemd. Dit punt staat in het coalitieakkoord. Er is dus geen beginnen aan om er iets aan te doen. De moties van de VVD-fractie zijn een doekje voor het bloeden. De SP-fractie zal ze wel steunen. De heer Koppelaar (Student & Starter) merkt op dat de Student & Starter-fractie in de commissievergadering heeft gezegd blij te zijn met het voorstel. Het maakt de Student & Starterfractie gelukkig dat extra werk wordt gemaakt van het stimuleren van deelmobiliteit, juist om mensen te verleiden de vergunning op te geven in ruil voor het gebruik van deelmobiliteit. De Student & Starter fractie heeft overwogen om een motie in te dienen om de wethouder ertoe op te roepen om meer tempo te maken met het opheffen van parkeerplaatsen.
De Student & Starter-fractie zal dat echter niet doen, want de wethouder heeft deze ambitie ook. De Student & Starter-fractie hoopt dat zij bereid is om toe te zeggen op zoek te gaan naar middelen om het opheffen van parkeerplaatsen in de binnenstad te versnellen. Minder blik op straat betekent meer leefbaarheid voor iedereen. De Student & Starter-fractie stemt in met het voorstel. De heer Van Deún (PVV) heeft al in de commissievergadering gezegd dat de PVV-fractie nooit akkoord kan gaan met het opheffen van parkeerplaatsen in de binnenstad. De burgers zijn niet blij met het opheffen van parkeerplaatsen. De PVV-fractie vraagt het college dit serieus te nemen. De PVV-fractie plaatst hierbij wel de kanttekening dat inwoners van de binnenstad in ruime mate op de collegefracties hebben gestemd. Dit punt staat in het coalitieakkoord. Hopelijk stemmen de inwoners in maart 2022 anders. De parkeerdruk in de binnenstad is groot. Binnenstadbewoners moeten vaak minutenlang rondjes rijden om een plekje te vinden. Ergernissen van buurtbewoners onderling zijn onverdraaglijk. Een leefbare stad is niet alleen een bankje, een plantje of een fietsje. Het college zegt telkens opnieuw dat het autobezit afneemt en dat dit het opheffen van parkeerplaatsen rechtvaardigt. Het autobezit stijgt echter nog steeds. Er zijn inmiddels 9 miljoen auto's. De PVV-fractie vraagt aandacht voor handhaving.
Op de huidige parkeerplaatsen staan huifkarren, containers en fietsen. De PVV-fractie vraagt de wethouder om het handhaven daarvan meer prioriteit te geven. De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat het opheffen van parkeerplaatsen in de binnenstad de PvdDfractie niet snel genoeg kan gaan, ook daarbuiten. De PvdD-fractie is blij dat er in plaats van
7
Vergadering van 17 december 2020 autoplekken verblijfsplekken en fietsparkeerplekken komen en dat er vergroening plaatsvindt. De PvdD-fractie is blij dat de wethouder toezegt de raad een brief te sturen waarin die wordt geïnformeerd over welke plekken worden opgeheven en welke invulling daar komt. De PvdD-fractie ziet liever een mooiere invulling van de openbare ruimte dan een stuk blik. Hij spoort het college aan om snel dekking te vinden voor het opheffen van nog meer parkeerplaatsen. Net als de Student & Starter-fractie vraagt de PvdD-fractie de wethouder om de toezegging om actief financiering te vinden om nog meer autoparkeerplaatsen op te heffen, ook op en rond de Oudegracht en het Janskerkhof. De PvdD-fractie hoopt bij de eerstvolgende voorjaarsnota hierover al meer te vernemen. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) voelt over motie 455, Draagvlak bij opheffing parkeerplaatsen, een beetje mee met de vraag van de heer Wijmenga. Het college is inderdaad van plan inwoners en ondernemers uit de binnenstad bij het beleid te betrekken. Ook vergunninghouders behoren tot die groepen. Het college doet dat getrapt. Eerst wordt gekozen waar te beginnen. De ambitie is om de hele Oudegracht en het Janskerkhof van geparkeerde auto's vrij te maken, met uitzondering van parkeerplekken voor gehandicapten en dergelijke. Dat is het einddoel. Over fasering kan worden gesproken.
Het college bespreekt de zaken die het meest urgent en gewenst zijn met allerlei mensen in de binnenstad. Dat gebeurt meestal op een georganiseerde manier. Het college kiest vervolgens de veertig plekken waar het nu over gaat. Later komen nieuwe tranches aan de orde. Als er een andere inrichting komt, overlegt het college met de directe omgeving. Het college probeert dat samenhangend te doen. Het college bekijkt niet per parkeerplaats of er een boom dan wel een fietsklem komt. Er is geen sprake van een complete herinrichting van de Oudegracht of het Janskerkhof. Daar zijn geen budgetten voor. Het college spreekt alleen over de voorlopige invulling. Die wordt met de omwonenden besproken. Zij vraagt zich af waar het licht zit tussen wat zij zegt en wat in de moties 455 en 457 gevraagd wordt. Motie 455 vraagt ook om het informeren van de raad. Dat doet zij met liefde. Wat zij heeft gezegd, kan zij ruimhartig toezeggen. Als er meer wordt gevraagd, hoort zij dat graag. Dan moet daarover worden gedebatteerd. De heer Işik (PvdA) is blij met de reactie van de wethouder. De PvdA-fractie vindt dat bij de herinrichting ruimte moet zijn om burgers en hun kinderen te laten meebepalen hoe de buurt wordt ingericht. Als de wethouder er een fietsenstalling wil zien, moet er voor de kinderen ook ruimte zijn voor een kippenhok.
Het college moet ten opzichte van de buurtbewoners en de ondernemers ruimhartig zijn. De heer De Pagter (VVD) wil dat het duidelijk is hoe het informeren en het bij het beleid betrekken van de burgers - in het bijzonder de parkeervergunninghouders - plaatsvindt. Dat kan via wijkberichten of per brief. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) zegt tegen de heer Işik dat er altijd sprake moet zijn van een samenspel. Het college betrekt de mensen bij de nieuwe invulling, maar soms moet het bredere afwegingen maken. De heer Van Waveren is altijd een warm pleitbezorger geweest van meer fietsenstallingen. Ook die overweging moet bij de vaststelling van het beleid worden betrokken. Tegelijkertijd kan worden overlegd wat het beste is. Er is geen sprake van "u vraagt en wij draaien", maar het college luistert goed naar de burgers om te zien wat kan worden gerealiseerd. Anders moet zij de motie van de PvdA-fractie ontraden, maar als de motie in goed overleg kan worden uitgevoerd, kan zij haar ruimhartig omarmen. De heer Işik (PvdA) begrijpt dat het college de motie overneemt. Hij trekt die in. Hij ziet de uitwerking ervan graag tegemoet. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) dankt de heer Işik daarvoor. Tegen de heer De Pagter zegt zij dat het college niet van plan is om vergunninghouders specifiek aan te schrijven. Het college is wel van plan om alle bekende bewonersgroepen aan te schrijven.
De afgelopen tijd heeft zich in de zuidelijke binnenstad vanwege de binnenstadsvisie een nieuwe beweging in gang gezet. Het college weet derhalve dat de mensen daar zijn georganiseerd. Die kan het college bij het beleid betrekken. Hetzelfde geldt voor ondernemers. Daar horen ook vergunninghouders bij. Als het erg dichtbij mensen komt, ligt het voor de hand dat mensen een wijkbericht krijgen.
8
Vergadering van 17 december 2020 De heer De Pagter (VVD) kan zich in deze toezegging schikken en trekt de motie in. De voorzitter stelt vast dat de moties 455 en 457 zijn ingetrokken. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) vervolgt dat motie 456 gaat over de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Als zij zich niet vergist, ontleent het CBS die aan de RDW. Het college vraagt soms rechtstreeks cijfers op bij de RDW om op de hoogte te komen van het adres van privéauto's. Leaseautos horen daar niet bij. Het is altijd een uitdaging om de adressen goed in beeld te krijgen. Het college zal de raad met liefde op de hoogte brengen van de cijfers van de RDW, maar dan moet daar telkens bij worden gezegd dat de informatie eigenlijk niet compleet is. Als zij 456 motie op deze manier mag interpreteren, kan zij die overnemen. De fracties van PvdD en Student & Starter hebben haar aangemoedigd om sneller aan de slag te gaan. Met dit soort aanmoedigingen is zij altijd blij. Zij heeft die nauwelijks nodig, maar dit is wel het grootste vraagstuk. Het college kan de plannen het beste zacht in de stad laten landen. Het grootste vraagstuk is niet de beschikbaarheid van plekken, maar hoe het college de inkomstenderving opvangt. Zij zal zich daarvoor inspannen. Er is sprake van een inspanningsverplichting.
Het college heeft de raad inzake de Strosteeggarage een voorstel gedaan over incidentele bekostiging. Daarmee zijn niet de structurele lasten opgelost. Dat is echter wel een manier om los te komen. Het college hoopt op die manier de komende jaren wat te kunnen doen. De heer Van Deún stelt een vraag over extra handhaven op containers, fietsen en dergelijke die op parkeerplaatsen staan. Als het over bouwgerelateerde zaken gaat - bijvoorbeeld de containers en de bouwwerktuigen - dan is daar een behoorlijke handhaving op. Het college geeft bouwvergunningen af. Die worden echt gecontroleerd, ook op straat. Dat gaat wel goed. Als het over fietsen gaat, is het gesprek in de raad altijd interessant. Als iets hinderlijk is, maar niet gevaarlijk, handhaaft het college niet. Het college doet momenteel een proef ten aanzien van plekken met een bepaald doel, bijvoorbeeld voor gehandicapten. Het college heeft de raad daarover al eerder geïnformeerd. Het college wil proberen om op die plekken meer te handhaven omdat het echt een doelgroep in de weg zit. Op dit moment ziet zij geen ruimte - niet financieel en niet in de politieke sfeer - om daar nog een stapje bij te zetten. De heer De Pagter (VVD) vraagt of de wethouder kan terugkomen op het eerste punt in het dictum van motie 456. Het is fijn dat de wethouder de cijfers noemt.
De heer Van Heuven (PvdD) weet dat de wethouder de vragen van de fracties van Student & Starter en die van hemzelf ziet als een aanmoediging. De wethouder is op zoek naar plannen om nog meer plekken te kunnen opheffen. Hij realiseert zich dat het college hier nog maar anderhalf jaar zit. Het kostte veel tijd voordat dit voorstel aan de raad is gepresenteerd. Kan de wethouder nog een plan indienen om nog meer parkeerplekken op te heffen? Hij zou dat heel prettig vinden. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) verduidelijkt dat in de voorjaarsnota een integrale afweging wordt gemaakt. Die moet nog helemaal in de steigers worden gezet en aan de raad worden gepresenteerd. Het is niet voor niets dat het voorstel over de Strosteeg een beslispunt is over het gebruiken van de incidentele middelen. Die zijn inzetbaar voor het opheffen van parkeerplekken. Dit zou een mogelijkheid kunnen zijn om de raad op basis daarvan een volgend voorstel te doen. Zij is echt voorzichtig met haar bewoordingen, omdat iedereen aanvoelt dat Utrecht een moeilijke voorjaarsnota tegemoet kan zien. Dit gaat over serieus geld, dat het college niet gemakkelijk kan uitdelen. Het college komt in de voorjaarsnota hierop sowieso terug. Dan kan het ook zeggen wat er wel of niet lukt en wat wel of niet kan.
Het is zeker de bedoeling - dat heeft zij ook in de brief gezet dat het jaar op jaar bekijkt wat financieel voor elkaar kan komen. De heer De Pagter vroeg naar het bij het beleid betrekken van het aantal auto's in de omgeving. Hieraan zijn zowel een financiële kant als een zachte landing verbonden. Het college denkt dat dit met om en nabij vijftig plekken per jaar, gezien de ontwikkeling van het autobezit, zacht kan landen. Het college kan elk jaar bekijken welk tempo het handhaaft. Ook dat is een financiële kwestie. Utrecht moet zich dat kunnen veroorloven. Als de zaak helemaal anders wordt, kan ervoor worden gekozen om de landing nog trager te laten verlopen. Het college hanteert om en nabij vijftig parkeerplaatsen als streven. Dat moet financieel kunnen. Hierover wordt de raad jaarlijks geïnformeerd. Zij heeft de heer Van Heuven gezegd dat het
9
Vergadering van 17 december 2020
10
erg voor de hand ligt om dat in het MPB te doen. Het is goed om de door de heer De Pagter gevraagde informatie dan te noemen. Hoe de informatie wordt meegewogen, is aan de politieke constellatie van dat moment. De heer De Pagter (VVD) zegt een ruime toezegging te hebben gehoord op motie 456. Volgens hem is die overgenomen. Hij kan die intrekken. De voorzitter stelt vast dat motie 456 is ingetrokken. Vanavond zal over het voorstel worden gestemd. 11. Raadsvoorstel Voortzetting Wijkontwikkelmaatschappij Noordwest en collegevoorstel Intentieovereenkomst. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat de PvdA-fractie het voorstel steunt. De PvdA-fractie is blij met de rol die de Wijkontwikkelmaatschappij Noordwest en de rol daarvan. De PvdA-fractie had vragen over de timing en de mogelijke risico's, maar is daarover in voldoende mate gerustgesteld. De PvdA-fractie krijgt het signaal te horen dat veel panden worden opgekocht en opgeknapt, maar vervolgens een poos leeg blijven staan. Klopt dat? Kan de wethouder toezeggen dat de periode waarin een pand leegstaat na het opknappen maximaal drie maanden is en om dat gegeven zo veel mogelijk na te streven? In de commissievergadering wilde de wethouder geen evaluatie toezeggen over de afgelopen periode omdat het aandeelhouderschap verandert. De PvdA-fractie denkt dat daar nog steeds lessen uit zijn te trekken, bijvoorbeeld over de leegstand.
De CDA-fractie zal dadelijk een motie indienen over een evaluatie, mede namens de PvdA-fractie. Kan de wethouder toezeggen dat de Wijkontwikkelmaatschappij Noordwest in de komende periode wordt ingezet om te sturen op een meer divers winkelaanbod op de Amsterdamsestraatweg en dat dit wordt gebruikt om zo veel mogelijk leegstand te voorkomen? Mevrouw Zwinkels (CDA) merkt op dat in de commissievergadering al veel is gewisseld. De CDAfractie is door de wethouder gerustgesteld over de financiële risico's, zoals de aangifte van de vennootschapsbelasting. Daarvan lijken de uitgangspunten nu helder te zijn. De CDA-fractie is redelijk positief over het raadsvoorstel. Het is fijn dat het instrument op deze manier een doorstart kan krijgen. Er ontbreken nog wat punten, zoals een goed bedrijfsplan en een uitgebreidere samenwerking met partners. Die wil de CDA-fractie graag zien. De vragen van haar fractie zijn goed beantwoord. De CDA-fractie dient motie 458 (Wijkontwikkelmaatschappij ook tijdig evalueren en met partners versterken) in, die is meeondertekend door de heren Van der Zweth, Wijmenga, Van Dalen en Koppelaar. De heer Van Dalen (VVD) stelt dat de VVD-fractie kritisch is op de Wijkontwikkelmaatschappij omdat de gemeente de eigenaar van het vastgoed is.
Als het een veiligheidsdoel heeft - het opkopen van woningen en bedrijfspanden om te voorkomen dat ondermijning voet aan de grond krijgt - kan hij zich dat voorstellen, maar volgens hem is dat nu wel gelukt. Hij vraagt zich af of dat verder kan worden afgebouwd. Hij hoort graag van de wethouder hoe hij dat voor zich ziet. De overname van het gedeelte van Mitros begrijpt hij. De VVD-fractie kan daarmee instemmen. Hij vraagt de wethouder om de evaluatie af te wachten om dan de raad een voorstel te doen over hoe dit er in de toekomst uit zal zien. De evaluatie is dus belangrijk. De heer Van Dalen is benieuwd naar de samenwerkingspartners. Volgens hem is de 5% waarvan sprake is niet heel veel. Dat schiet niet op. De heer Van der Zweth (PvdA) begrijpt dat de heer Van Dalen voorstelt om de evaluatie af te wachten, maar als het college het voorstel niet aanneemt, vervalt de Wijkontwikkelmaatschappij Noordwest per 1 januari a.s. Ziet de heer Van Dalen dat risico ook? Vindt ook hij dat dit moet gebeuren conform de motie die is ingediend? De heer Van Dalen (VVD) stelt dat het klopt wat de heer Van der Zweth zegt. Hij wil eerst graag weten wat de evaluatie oplevert, maar hij wil ook dat de wethouder dan bij de raad terugkomt om een voorstel te doen over hoe Utrecht met de Wijkontwikkelmaatschappij moet doorgaan. Hij wil graag de uitkomst van de evaluatie zien.
Vergadering van 17 december 2020
11
Mevrouw Zwinkels (CDA) weet dat dit van invloed is op motie 458. Zij begrijpt de behoefte van de heer Van Dalen. De evaluatie is er nog niet. De motie roept niet op om eerst een evaluatie af te wachten voordat een doorstart mogelijk wordt. De doorstart moet niet plaatsvinden. De CDA-fractie ziet dit als een gedeelde verantwoordelijkheid om aan een Wijkontwikkelmaatschappij te werken. Daar staat zij achter. Volgens haar zijn de heer Van Dalen en zij het met elkaar eens dat het aandeelhouderschap moet veranderen. Is de heer Van Dalen het met haar eens dat er sprake is van een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en anderen om hiermee door te gaan? De heer Van Dalen (VVD) is het met het veiligheidsdoel zeker eens. Het is echter heel raar dat de gemeente als overheid eigenaar is van woningen en bedrijfspanden. Hij zou dat liever niet hebben. Als dit ten goede komt van de veiligheid op de Amsterdamsestraatweg, is het prima. Hij wil echter dat als de evaluatie bekend is de wethouder naar de raad terugkomt met een voorstel daarover. Over het aandeelhouderschap zijn mevrouw Zwinkels en hij het eens. Mevrouw Van Dun (D66) hoort de ondertekenaars van de motie met verschillende woorden spreken. De CDA-fractie zegt dat de gemeente moet doorgaan met deze instelling en dat het college uit de evaluatie lessen moet trekken.
De heer Van Dalen zegt dat eerst moet worden bekeken wat de evaluatie oplevert en dat pas dan wordt beslist of ermee wordt doorgegaan. Zij weet dus niet wat zij met deze motie aan moet. De voorzitter merkt op dat het dictum sowieso leidend is en niet de interpretatie die er door partijen aan wordt gegeven. Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt dat mevrouw Van Dun een terecht punt maakt. Een motie moet duidelijk zijn en het dictum is leidend. In het dictum staat niet dat de doorstart afhankelijk wordt gemaakt van de evaluatie. De evaluatie is er om meer inzicht te krijgen in de werking van het instrument en om te besluiten of dit in de toekomst vaker zal gebeuren. De evaluatie is er niet om de Wijkontwikkelmaatschappij in 2021 eventueel niet te laten doorgaan. Dat wil zij als hoofdindiener van de motie onderstrepen. De heer Van Dalen (VVD) merkt op dat Mitros zich zal moeten terugtrekken, zodat de raad gewoon een besluit moet nemen. Hij maakt zich er zorgen over als de gemeente eigenaar van panden is. Als dat ondermijning tegengaat, is dat wellicht goed, maar dat moet alleen tijdelijk zijn. Hij is benieuwd naar de uitkomst van de evaluatie. Hij wil dat de wethouder de raad een voorstel doet over hoe het verder moet. Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) kan met het voorstel instemmen.
Zij vindt het belangrijk dat de raad Utrechtse winkeliers kan steunen, zeker nu Utrecht in een strenge lockdown is terechtgekomen. Ze vreest voor de effecten van corona op winkels en leegstand. De Student & Starter-fractie onderschrijft het belang van de Wijkontwikkelmaatschappij Noordwest om fysieke winkels aantrekkelijk te houden. Het college erkent de relevantie van de Wijkontwikkelmaatschappij Noordwest, maar springt er ook mee in het diepe. De Student & Starter-fractie steunt de motie van de CDA-fractie. Zij vraagt of de raad in het eerste halfjaar van 2021 de uitkomsten van de evaluatie kan krijgen. Zij vindt het uitstekend wat de CDA-fractie doet - de Wijkontwikkelmaatschappij Noordwest voortzetten - maar ze wil zien of de uitkomst van de evaluatie kan worden betrokken bij het nog op te stellen bedrijfsplan. Het is onduidelijk welke partners er komen. Kan de wethouder de raad daarvan op de hoogte houden? De heer Dekkers (GroenLinks) merkt op dat de GroenLinks-fractie het voorstel kan steunen. De GroenLinks-fractie vraagt zich af wat wordt bedoeld met een "beknopte evaluatie". Als dat over het uitstellen van de bespreking van het bedrijfsplan gaat, is hij daar niet erg voor. Een reflectie op de ervaringen met de Wijkontwikkelmaatschappijen in Noordwest en Lombok lijkt hem nuttig, ook voor de wijze waarop die ook in andere winkelgebieden kunnen worden ingezet.
De GroenLinks-fractie ziet liever niet dat dit tot vertragingen leidt. De heer Van Dalen (VVD) vraagt zich af of de GroenLinks-fractie wil dat deze evaluatie wordt gedaan
Vergadering van 17 december 2020
12
om die daarna in een la te gooien. Zo interpreteert hij de woorden van de heer Dekkers. De heer Dekkers (GroenLinks) zegt dat dit een verkeerde interpretatie is. Hij vindt een reflectie op de ervaringen van de Wijkontwikkelmaatschappijen wel nuttig. Hij vindt het belangrijk om te bekijken hoe het draagvlak daarvan kan worden verbreed. Hij is ook beducht voor evaluaties waarin het niet helder is wat een en ander betekent en hoelang alles gaat duren. Mevrouw Van Dun (D66) zegt dat de D66-fractie het voorstel steunt. Zij vindt het voldoende om over een jaar of drie te evalueren. De motie is overbodig. De heer Wijmenga (ChristenUnie) steunt het voorstel. Hij is benieuwd of mevrouw Van Dun denkt voldoende zicht te hebben op het functioneren van het instrument wijkontwikkelmaatschappij. Veel fracties zien dat als een onzeker iets en vragen zich af of er geen betere instrumenten zijn. Hij begrijpt niet waarom een evaluatie pas over enkele jaren voldoende nuttig is. Mevrouw Van Dun (D66) zegt dat de D66-fractie deze kennis heeft opgedaan in de technische briefing en in de commissievergadering. De wethouder heeft toen duidelijk gemaakt wat er is bereikt. De raad heeft ook de nodige stukken gekregen. Dat is voor de D66-fractie voldoende om daar een oordeel op te baseren. Mevrouw Zwinkels (CDA) kan zich voorstellen dat de coronaomstandigheden de situatie wijzigen.
Is het daarom niet interessant om toch een analyse te maken van de positie van de Wijkontwikkelmaatschappij en wat de uitdagingen daarvan zijn? Mevrouw Van Dun (D66) vraagt of mevrouw Zwinkels in een glazen bol kan kijken. Zijzelf kan dat niet. De raad ontvangt berichten dat Nederland heel goed uit de coronaproblematiek zal komen. Het is heel moeilijk om voorspellingen te doen. De D66-fractie is voorzichtig. Mevrouw Van Dun heeft van de wethouder gehoord dat men met verscheidene partners wil werken. Zij heeft daar wel vertrouwen in. Er is een rapport opgesteld waarin staat dat de waarde van de panden uit het bezit niet vermindert. De gemeente lijkt weinig risico te lopen. De heer Van Heuven (PvdD) stelt dat de PvdD-fractie geen voorstander is van het aansturen op steeds meer economische groei. Ze is derhalve geen fan van economische ontwikkelmaatschappijen. In dit geval ligt het toch anders. De Amsterdamsestraatweg verdient een impuls om verloedering en onveiligheid te voorkomen. De PvdD-fractie ziet in dit geval dat een wijkontwikkelmaatschappij een nuttige rol heeft door het realiseren van woningen en het opknappen van gebouwen. Beide zaken zijn daar broodnodig. De PvdD-fractie is voorstander van het voorstel. In hoeverre de Wijkontwikkelmaatschappij daartoe het goede instrument is, kan via een evaluatie worden bekeken.
De heer Verschuure (wethouder) dankt de raad voor de positieve opmerkingen over het functioneren van de Wijkontwikkelmaatschappij. De heer Van der Zweth vraagt hoe het met de leegstand is gesteld. Er is één pand leeg ten gevolge van een gerechtelijke procedure. Dat is niet fijn. Het kan niet worden gevuld. Het college wil echter dat alles zo snel mogelijk wordt bewoond of wordt gebruikt door ondernemers. De ambitie om daar drie maanden voor af te spreken, lijkt zeer gangbaar. De heer Van der Zweth heeft ook gevraagd of kan worden gestuurd op de diversificatie van het winkelaanbod. Dat kan, maar dan op het niveau van branchering. Dat doet het college. Alle sprekers hebben gevraagd om een evaluatie aan het eind van volgend jaar. Dat kan. Hij heeft al een uitgebreide evaluatie toegezegd over drie of vijf jaar. Dat moet kunnen, de gemeente gaat dan juridisch een vervolgtraject in. Het is ook belangrijk om te bekijken hoe dit de afgelopen periode heeft gefunctioneerd en welke lessen daaruit worden getrokken. Het is goed om het vervolgtraject te verbreden door te bekijken hoe de situatie in Lombok is. Het college hoopt in de toekomst hetzelfde te kunnen doen in andere gebieden. Gevraagd wordt een balans te zoeken in het aantal aandeelhouders.
Als er niet opnieuw een lockdown zou zijn gekomen, dan had hij gisteren met iemand op de Amsterdamsestraatweg gelopen om meer interessante mensen te zoeken. Helaas heeft de lockdown ook daar roet in het eten gegooid. Hij kan toezeggen dat de raad aan het einde van het volgend jaar over de ontwikkelingen kan worden geïnformeerd.
Vergadering van 17 december 2020 Als hij motie 458 zodanig mag duiden dat er geen sprake is van een zware evaluatie die beslissend is voor hoe wordt verdergegaan, kan hij de motie een positief advies meegeven. De heer Van Dalen vraagt of het de bedoeling is dat de gemeente in het vastgoed gaat. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat gemeente dit als een doelstelling hanteert. De heer Van der Zweth (PvdA) kan als indiener van de motie 458 beamen dat het is zoals de heer Dekkers en de wethouder dit formuleren. De PvdA-fractie beoogt hetzelfde. De wethouder zegt positief te adviseren. Is de motie daarmee overgenomen? De heer Verschuure (wethouder) kan de motie overnemen als hij de heer Van der Zweth daar een groot plezier mee doet. Hij krijgt van de griffier altijd de opdracht om heel expliciet te zijn. Hij adviseert positief over de motie, maar als de heer Van der Zweth het graag wil, wil hij haar overnemen. De heer Van Dalen vraagt naar het vastgoed. Het is natuurlijk niet de intentie van de Wijkontwikkelmaatschappij om de gemeente als een soort vastgoedhandelaar te laten optreden. Dat heeft zeker een doel, bijvoorbeeld het tegengaan van ondermijning of om aan het gebied een kwaliteitsimpuls te geven. De Amsterdamsestraatweg is een kwetsbare straat, maar ook een fantastische straat. Dat doel en de noodzakelijkheid van de kwaliteitsimpuls zijn er nog steeds.
Afbouwen is niet aan de orde. Het college stelt daarom voor om hiermee verder te gaan. Het is de intentie van het college om samenwerkingspartners te zoeken. Daar doet het zijn best voor, maar dat is best ingewikkeld, zeker in deze periode. Mevrouw Sturkenboom vraagt of de evaluatie niet wat eerder kan worden gedaan. Op dit moment is men druk bezig met het werven van een nieuwe partner. Daar wordt straks een nieuw bedrijfsplan voor opgesteld. De zoektocht naar partners loopt ook. Hij hoopt dat mevrouw Sturkenboom het dictum van de zojuist door hem overgenomen motie kan volgen en om daar iets meer tijd voor te geven, tot het einde van het volgend jaar. De heer Dekkers stelde een vraag over de reflectie. Hij meent daar al op in te zijn gegaan. Mevrouw Van Dun stelt dat een evaluatie over drie à vijf jaar ook goed is. De wethouder denkt dat dit sowieso moet gebeuren, maar daarnaast kan er nu een beknopte evaluatie komen, om te zien welke lessen van het verleden kunnen worden geleerd. Het college moet echter de toezegging gestand doen om over drie à vijf jaar te bekijken hoe het met de Wijkontwikkelmaatschappij gaat. Mevrouw Van Dun (D66) merkt op dat de wethouder spreekt over drie jaar tot vijf jaar. Zij stelt drie jaar voor. Kan de wethouder zich daarin vinden? De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat hij zich daarin kan vinden. Verder heeft hij geen vragen gehoord.
De heer Wijmenga en de heer Van Heuven reflecteerden op het functioneren van de Wijkontwikkelmaatschappij. De heer Van Heuven zei de economische groei niet belangrijk te vinden. Daar is de Wijkontwikkelmaatschappij ook niet voor bedoeld. De voorzitter merkt op dat vanavond zal worden gestemd over het voorstel en de ingediende motie. Daarop schorst hij de vergadering. Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 12. Raadsvoorstel Verordening Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Woonboulevard 2021-2025. Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) stelt dat de D66-fractie voorstander is van doorzetting van de bedrijveninvesteringszone. De fractie is blij dat het college binnenkort met de Woonboulevard Utrecht een schouw uitvoert. De fractie kijkt uit naar de brief van het verslag daarvan. De kentekencamera's ten behoeve van marketing zijn onwenselijk. Het gaat haar fractie specifiek om het gebruik van al dan niet geaggregeerde data, verkregen op veiligheidsgronden, voor marketingdoeleinden. Daarom dient de D66-fractie mede namens de fracties van PvdD, ChristenUnie, SP, DENK en Student & Starter motie 459 (Bezoekers zijn geen marketingdata) in. De heer Dekkers (GroenLinks) merkt op dat de GroenLinks-fractie kan zich aansluiten bij de oproep om de verkeersgegevens niet te gebruiken voor commerciële marketing.
Maar hij neemt aan dat D66 het gebruik van die gegevens voor publieke communicatie, bijvoorbeeld over verkeersmaatregelen,
13
Vergadering van 17 december 2020
14
niet uitsluit. Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) bedankt de heer Dekkers voor zijn vraag. Het gaat de D66-fractie erom een bewuste afweging te maken tussen privacy en andere doeleinden, niet om alles onmogelijk te maken. De heer Van Dalen (VVD) stelt dat de gemeente dit ook zelf doet. Volgens hem maakt de D66-fractie deel uit van de coalitie. Hij is benieuwd hoe mevrouw Dekkers daarover denkt. Als het alleen gaat over het tellen van auto's en het rekening houden met verkeersstromen kan hij zich voorstellen dat dit wél een goed idee is. Hoe denkt mevrouw Dekker daarover? Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) zegt dat in de motie letterlijk staat: "voor al dan niet zwaarwegende doeleinden". Als het college dit wil doen, dan wordt dat in een raadsvoorstel gezet en dan wordt erover gesproken. Als er zwaarwegende redenen zijn, kunnen die worden besproken. De heer Van Dalen (VVD) merkt op dat mevrouw Dekkers spreekt over zwaarwegende redenen. Dat verschilt per persoon en per politieke partij. Hij is benieuwd of de wethouder kan zeggen wat de marketingdoeleinden zijn. Als het alleen gaat om het tellen van auto's, vraagt hij zich af waarom deze motie wordt ingediend, zeker als de gemeente dat zelf ook doet. De gemeente kan dat beter eerst aan de eigen wethouders vragen.
Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) verduidelijkt dat deze camera's zijn opgehangen ten gunste van de openbare orde en veiligheid en niet voor marketingdoeleinden. Als de camera's worden opgehangen voor marketingdoeleinden, kan de raad daarover spreken. Dan kan de raad dat al dan niet zwaarwegend vinden. Nu wordt niet over het verkeer gesproken, maar over openbare orde en veiligheid. De camera's daarvoor worden gebruikt voor commerciële doeleinden. Zij hoopt dat de VVD-fractie het daarmee eens is. De heer Van Heuven (PvdD) weet dat er gegevens met betrekking tot de privacy mee zijn gemoeid. Het gaat hem erom dat deze privacygevoelige gegevens niet door bedrijven mogen worden gebruikt. Als die willen weten hoe druk het op straat is, moeten ze daar iets anders op verzinnen. Ze hebben daar geen privacygevoelige gegevens voor nodig. Daarom heeft hij motie 459 mede ingediend. De heer Van Dalen (VVD) meent hieruit te mogen concluderen dat de heer Van Heuven denkt dat de camera's worden gebruikt om te zien welke kleur haar iemand heeft. Het gaat volgens hem alleen om het tellen van auto's. Hij vindt de motie een beetje onzinnig. Mevrouw Zwinkels (CDA) merkt op dat het heel mooi is dat de D66-fractie de toegevoegde waarde ziet van camera's voor de openbare orde en veiligheid. De CDA-fractie is het ermee eens dat de camera's niet mogen worden gebruikt voor commerciële doeleinden.
De raad heeft over dit punt een brief van het college een brief gekregen. Kan mevrouw Dekker zeggen wat zij in die brief mist? Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) antwoordt dat in de brief nog steeds staat dat dit wordt gezien als bijvangst. De informatie wordt dan nog steeds gebruikt voor commerciële doeleinden. Daar zijn de camera's niet voor bedoeld. De D66-fractie is het daarmee nog steeds niet eens. De fractie zal de nieuwe aanbesteding van camera's kritisch volgen. De D66-fractie wil graag inhoudelijk iets te besluiten hebben. De heer Sungur (DENK) is de afgelopen maanden vaak op de Woonboulevard in Kanaleneiland geweest. Hij heeft daar gezien dat de voetpaden in de voetgangersgebieden regelmatig worden belemmerd door objecten die voor de winkels zijn geplaatst. Hij heeft ter illustratie aan de motie drie foto's toegevoegd. De DENK-fractie denkt dat dit helemaal niet past bij de ambitie die de gemeente heeft in het kader van toegankelijkheid. De DENK-fractie dient daarom samen met de fracties van SP en Student & Starter motie 460 (De Woonboulevard toegankelijk voor iedereen) in. Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt dit een heel mooi voorstel. De CDA-fractie heeft al eerder een oproep gedaan om foto's te maken van plekken waar de toegankelijkheid wordt belemmerd. Mag zij de foto's van de heer Sungur gebruiken? Van wanneer zijn deze foto's? In hoeverre is dit nog steeds een issue
Vergadering van 17 december 2020
15
of is het probleem al opgelost? De heer Sungur (DENK) zegt dat dit tot vorige maand nog een issue was. Hij denkt dat er niets is veranderd. Dit zou gemakkelijk kunnen worden opgelost via het erop aanspreken van de winkeliers. De DENK-fractie denkt dat ook verder kan worden gekeken wat er nog kan worden verbeterd. De foto's mogen worden gebruikt. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt zich af welke verbeteringen de heer Sungur nog meer ziet in de openbare ruimte. Het is een taak van de gemeente om daarin te investeren. Zij dacht bijvoorbeeld aan blindengeleidelijnen. Zij zag die op de foto's van de heer Sungur. Denkt ook hij daaraan? De heer Sungur (DENK) zegt dat dit heel goed zou kunnen. Het valt op dat de stoepen niet overal even breed zijn. Dat punt kan worden bekeken. Ook kan worden bekeken of er meer parkeerplaatsen voor mensen met een fysieke beperking kunnen komen. Dat zijn ideeën die in eerste instantie bij hem opkomen. Wellicht komen er nog meer ideeën binnen. De DENK-fractie ziet daar graag een brief van het college over. De heer Schipper (SP) merkt op dat het hier gaat om een regeling van ondernemers voor ondernemers. Het steekt de SP-fractie, net als in 2010 en 2015, dat hier een degressief belastingbeleid mee is gemoeid, waardoor de grootste spelers het minste bijdragen. Gisteren heeft de SP-fractie een berichtje gekregen van ondernemers die daar erg tevreden mee zijn.
Maar wat niet is, kan nog komen. De SP-fractie vindt dat voor iedereen dezelfde spelregels zouden moeten gelden en dat iedereen hetzelfde belastingtarief zou moeten betalen. Ze dient daarover motie 461 (Gelijke monniken, gelijke kappen bij belastingheffing BIZ) in, namens de fracties van SP, PvdA en DENK. Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft het briefje gelezen. De CDA-fractie heeft dat gisteren ontvangen. Ze begrijpt dat de heer Schipper dat naast zich neerlegt. Klopt dat? Er staat ook in dat kleine partijen kunnen meeliften op de inzet van het collectief. Ook dat zou een reden zijn om dat op deze manier te doen. Hoe ziet de heer Schipper het draagvlak, straks, als grote partijen dan een zeer grote bijdrage moeten betalen? De heer Schipper (SP) wil niet in herhaling vallen. Hij heeft gezegd dat wat niet is, nog kan komen. De SP-fractie gaat hier nu niet voor liggen. Ze vindt dat er sprake moet zijn van gelijke monniken, gelijk kappen. Hetzelfde geldt voor het ondernemersfonds. Over vijf jaar kan er een heel andere situatie zijn. Dan zou het mogelijk moeten zijn het platte tarief te introduceren. Daar gaat de motie over. Daar staat ook in dat zowel mening over de huidige regeling als de mening over invoering van een plat tarief moet worden gepeild. Veel meer vraagt de fractie niet.
De heer Dekkers (GroenLinks) leest in de motie dat moet worden voldaan aan de wettelijke draagvlakcriteria. Hij begrijpt dat dan ook het criterium van de helft van de WOZ-waarde moet tellen, waarmee de grote partijen voordeel kunnen behalen. Hij vraagt de heer Schipper of dit klopt. De heer Schipper (SP) antwoordt dat het woord "wettelijk" er niet voor niets in staat. De heer Van der Zweth (PvdA) is blij dat er een voorstel is voor de bedrijfsinvesteringszones. De PvdAfractie steunt dat. Dat is goed voor de openbare ruimte. Het idee achter de motie is om over vijf jaar te peilen of het draagvlak er is. De grootte van de onderneming wordt daarbij betrokken om te zien of dit op de meer eerlijke manier kan. Dat heeft ook zijn voorkeur. Als de ondernemers dat echt niet willen, houdt het op. Vijf jaar geleden is hetzelfde gevraagd. Daar is niets mee gedaan. De PvdAfractie heeft nu niets anders dan een briefje dat ze pas gisteren kreeg. De PvdA-fractie steunt het voorstel, maar wil dat wordt bekeken of het over vijf jaar anders kan. De heer Van Dalen (VVD) stelt dat de bedrijven op de Woonboulevard dit willen. Volgens hem moet dit worden doorgezet. De VVD-fractie maakt zich wel zorgen over het parkeren.