2025.03.13 Conceptverslag commissie EDVW
Tekst van het document
Mevrouw Passier (Volt) vraagt wat er gebeurt als een organisatie wél bijdraagt aan beleidsdoelstellingen, maar ook standpunten inneemt waar de gemeente niet achter staat. Hoe wordt dit dan gewogen? De heer Van Straalen (ChristenUnie) vindt dat de beoordeling op inhoud moet gebeuren en niet puur op basis van een subsidie. De heer Stam (PvdA) vraagt hoe er hiërarchie wordt aangebracht in de selectie van huurders en op welke basis keuzes worden gemaakt.
30
De heer Van Straalen (ChristenUnie) vindt de definitie van beleidsondersteunend op zich al voldoende en meent dat dit niet de juiste vraag is. Hij vindt het de omgekeerde wereld als organisaties dan maar een subsidie van één euro krijgen, zoals GroenLinks voorstelt, om zo aan de eis te voldoen voor kostprijsdekkende huur.
35
De heer Stam (PvdA) herkent de probleemstelling, maar wil weten hoe de ChristenUnie wél denkt dat de hiërarchie in de verdeling van vastgoed bepaald moet worden. Wat is voor hen de "botte bijl" in dit proces?
40
De heer Van Straalen (ChristenUnie) vraagt het college of er een alternatieve definitie kan worden gehanteerd, waarbij niet uitsluitend wordt gekeken naar de subsidierelatie. Tegelijkertijd erkent hij dat er een zorgvuldige weging moet worden gemaakt.
45
De heer Van Heuven (PvdD) wijst erop dat in de definitielijst staat dat beleidsondersteunend niet alleen een subsidierelatie betekent, maar dat het ook kan verwijzen naar een inkooprelatie en het ondersteunen van beleidsdoelstellingen. Hij concludeert dat een subsidierelatie dus niet per se noodzakelijk is.
50
De heer Van Straalen (ChristenUnie) heeft begrepen dat dit als een uitzondering wordt gezien. Hij maakt zich zorgen dat organisaties zonder subsidierelatie achteraan in de rij komen te staan als het gaat om toegang tot gemeentelijk vastgoed tegen kostprijsdekkende huur.
55
De heer Van Heuven (PvdD) wil hier verduidelijking over, omdat hij nergens ziet staan dat dit een uitzondering is. Hij hoopt dat de wethouder de zorgen van de heer Van Straalen kan wegnemen. De PvdD zou het ondersteunen als niet alleen een subsidierelatie, maar ook een langdurige inkooprelatie en het ondersteunen van beleidsdoelstellingen voldoende zou zijn, zoals in de definitie staat, om als beleidsondersteunend te worden beschouwd. Hij stelt voor om dit in de nota te veranderen naar een "en/of"-constructie en vraagt wat de heer Van Straalen daarvan vindt.
60
De heer Van Straalen (ChristenUnie) vindt dit een terechte suggestie en wijst erop dat tijdens de RIB is besproken dat het een uitzondering zou zijn. Pagina 18 van 57
De voorzitter roept op om kritisch te zijn bij de eigen inbreng en gestelde vragen, zodat de discussie niet onnodig wordt verlengd. 5
10
15
20
25
30
35
40
De heer Van Straalen (ChristenUnie) herinnert eraan dat hij in 2021 de motie "Community Right to Bid" heeft ingediend om dit principe in de visie te verankeren. Nu staat in de nota alleen dat dit instrument kan worden toegepast wanneer er geen bezuinigingsvraagstukken spelen. Hij vraagt de wethouder hoe hij dit moet interpreteren. Tot slot verwijst hij naar het koersdocument Leefbare Stad, waarin volgens hem bepaalde elementen ontbreken. Hij wil van de wethouder weten of wijzigingen in dit koersdocument automatisch worden meegenomen in de vastgoednota. De heer Van Rooij (Student&Starter) is tevreden met de algemene lijn van het beleid, zoals het zorgen voor voldoende maatschappelijk vastgoed, het betaalbaar houden ervan en het binnen die kaders zo veel mogelijk verduurzamen. Hij complimenteert het college hiervoor, maar mist tegelijkertijd een duidelijke aanpak voor initiatieven die een maatschappelijk belang hebben, maar niet specifiek gericht zijn op een wijk of mogelijk zelfs als hinderlijk worden ervaren. Volgens hem mag de kostprijsdekkende huur er niet toe leiden dat maatschappelijke initiatieven financieel onhaalbaar worden. Hij vindt dat de voorwaarden hiervoor nog onduidelijk zijn en noemt daarbij aspecten zoals de bijdrage aan de wijk, de consistentie met gemeentelijk beleid en de bredere maatschappelijke meerwaarde van een initiatief.
Student&Starter wil voorkomen dat financiële tekorten ertoe leiden dat deze criteria strenger worden toegepast bij de toewijzing van kostprijsdekkende huur, waardoor waardevolle initiatieven meer moeten betalen of zelfs kunnen verdwijnen. Daarnaast wil hij waarborgen dat maatschappelijk vastgoed niet onder druk komt te staan doordat er niet wordt voldaan aan de wettelijke duurzaamheidseisen. Dit vraagt volgens hem om een grotere investering dan nu begroot. In de nota ziet hij geen duidelijke aanpak hiervoor en hij pleit daarom voor klimaatbestendige keuzes, zodat hoge kosten in de toekomst kunnen worden voorkomen. Hij vraagt de wethouder om een reflectie op hoe dit concreet zal worden aangepakt. Daarnaast wil hij aandacht besteden aan de kaders en transparantie rondom tijdelijke verhuur onder de Leegstandswet. Naar aanleiding van een motie heeft de raad deze week een brief ontvangen waarin hier meer duidelijkheid over wordt gegeven. Student&Starter waardeert de duidelijkheid over de communicatiekaders, maar vraagt zich af in hoeverre de aanpak in de brief daadwerkelijk verschilt van de eerdere werkwijze. Ook uit hij zorgen over de communicatie met bewoners, omdat in de brief staat dat deze verantwoordelijkheid bij de verhuurders ligt.
Afspraken hierover worden in de contracten met beheerders vastgelegd, maar hij wil weten hoe de gemeente hierop toeziet en welke mogelijkheden er zijn als verhuurders zich niet aan deze afspraken houden. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt hoe Student&Starter aankijkt tegen het feit dat tijdens de RIB een partij aanwezig was die aangaf niet betrokken of gehoord te zijn geweest. De heer Van Rooij (Student&Starter) vindt dat dit contact er wél had moeten zijn.
45
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt vervolgens of het beter was geweest om een beleidsnota zoals deze eerst ter consultatie voor te leggen aan dit soort partijen, zodat inzichtelijk wordt waar zij tegenaan lopen en waar mogelijk rekening mee gehouden moet worden. Ze vraagt of Student&Starter dit een omissie in de beleidsnota vindt.
50
De heer Van Rooij (Student&Starter) merkt op dat hij in het algemeen een duidelijke passage over tijdelijke verhuur onder de Leegstandswet mist in de nota.
55
60
De heer Stam (PvdA) constateert dat er in de discussie mogelijk sprake is van een misverstand, omdat mevrouw Zwinkels het heeft over leegstand, terwijl de heer Van Rooij zich specifiek richt op tijdelijke verhuur van woningen onder de Leegstandswet. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat in de nota staat dat de gemeente zich houdt aan het wettelijke puntensysteem, wat hem niet meer dan logisch lijkt. Hij vraagt Student&Starter hoe zij aankijken tegen het feit dat bepaalde zaken niet in de nota zijn opgenomen, terwijl deze wel aan andere partijen worden opgelegd. Pagina 19 van 57
De heer Van Rooij (Student&Starter) geeft aan dat hij de vraag niet volledig begrijpt.
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De heer Te Hoonte (VVD) verduidelijkt dat de nota weinig aandacht besteedt aan de problematiek rondom de Ravellaan, terwijl vergelijkbare situaties zich ook bij andere panden kunnen voordoen. Hij is benieuwd hoe Student&Starter oordeelt over het gebrek aan aandacht hiervoor in de nota. De heer Van Rooij (Student&Starter) vindt dat dit wél in de nota moet worden opgenomen en geeft aan dat Student&Starter hiervoor een voorstel zal indienen. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of het voorstel dan neerkomt op de eis dat de gemeente zich simpelweg aan de wet houdt. De heer Van Rooij (Student&Starter) bevestigt dit. Student&Starter vindt dat een jaar vooraf informeren niet voldoende is voor huurders. Wat hen betreft moet bij een tijdelijk contract vooraf altijd duidelijk worden uitgelegd waarom het contract tijdelijk is en waarom hier niet van kan worden afgeweken. Ook moet worden afgeweken van communicatie op vaste momenten zodra er meer duidelijkheid is over de herontwikkeling van een pand. In dat geval moeten bewoners direct worden geïnformeerd over hun huurcontract en de gevolgen daarvan. Hij vraagt de wethouder of hij zich hierin kan vinden. Verder vindt Student&Starter dat de kaders voor tijdelijke huur van gemeentelijk vastgoed integraal onderdeel moeten uitmaken van de vastgoednota.
Bij de raadsbehandeling zal daarom een voorstel worden ingediend om de communicatiekaders expliciet op te nemen en aan te vullen met de aandachtspunten die Student&Starter naar voren heeft gebracht. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat hij de nota in algemene zin goed vindt, omdat de meeste relevante zaken erin staan. Hij waardeert het dat er onderscheid wordt gemaakt tussen de gebruikers van vastgoed en de rol van de vastgoedafdeling. De VVD is van mening dat de groei van de stad voorop moet staan en dat er eerst gekeken moet worden naar wijken waar mensen nog geen toegang hebben tot voorzieningen zoals sportfaciliteiten en scholen. Pas daarna komt volgens hem het principe van ongelijk investeren in gelijke kansen aan de orde. De heer Stam (PvdA) wijst erop dat er in een eerder onderwijsdebat is geconcludeerd dat het niet toevoegen van een school in een nieuwe gebiedsontwikkeling ook voordelen kan hebben in het kader van de segregatie. Hij vraagt de heer Te Hoonte of hij hier ook op deze manier naar kan kijken en niet automatisch overal nieuwe voorzieningen wil toevoegen, terwijl deze elders in de stad al beschikbaar zijn. De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat het beleid voorschrijft dat Utrecht een tienminutenstad moet zijn en dat hij zich niet kan voorstellen dat kinderen uit Rijnenburg straks naar Overvecht moeten fietsen.
Hij merkt op dat inwoners van Vleuten en De Meern nu al regelmatig kiezen voor scholen in Woerden, omdat die dichterbij zijn. Volgens hem kan niet alles worden opgelost door uitsluitend te investeren in achterstandswijken ten koste van nieuwbouwwijken. Hij benadrukt dat investeren in achterstandswijken zeker nodig is, maar dat de groei van de stad ook in balans moet blijven. De heer Stam (PvdA) vindt Rijnenburg een uitzonderlijk geval, omdat hier uiteindelijk 45.000 mensen gaan wonen. Hij verwijst naar de Cartesiusdriehoek, waar de toevoeging van een nieuwe school wel gevolgen heeft voor drie bestaande scholen in de omgeving. Volgens hem kunnen groei en balans en ongelijk investeren in gelijke kansen tegelijkertijd worden afgewogen. De heer Te Hoonte (VVD) wijst op het basisscholenbeleid, waarin is vastgelegd dat kinderen in hun eigen wijk naar school moeten kunnen gaan. Dit houdt in dat Cartesius een basisschool krijgt, maar dat de wijk te klein is voor een middelbare school. Volgens hem ontbreekt in de nota het beeld van hoe groot de stad is, zeker wanneer alles per fiets bereikbaar moet zijn. Hij benadrukt dat het drie kwartier fietsen is van Vleuten en De Meern naar de Uithof, en dat dit aspect niet over het hoofd mag worden gezien.
De heer Dekkers (GroenLinks) heeft begrepen dat de rangorde van criteria in de nota niet betekent dat één criterium belangrijker is dan de andere, maar dat alle aspecten worden gewogen. Pagina 20 van 57
Pas wanneer geen enkel criterium doorslaggevend blijkt te zijn, wordt gekeken naar het meest bepalende aspect. 5
10
15
20
25
30
35
40
De heer Te Hoonte (VVD) is het ermee eens dat dit in de nota staat, maar merkt op dat bij het grondbeleid wel strikt volgens een schema is gewerkt. Hij vindt het belangrijk dat het college vastlegt hoe de schema’s gevolgd moeten worden en hoe bindend ze zijn. Voor de VVD is het volkomen onduidelijk wat precies wordt bedoeld met voldoende vastgoed. Hij stelt dat wanneer er geen functie voor vastgoed is dan deze gezocht moet worden, het dan verkocht moet worden. Daarnaast vindt hij dat het vastgoed dat écht noodzakelijk is, zo goed mogelijk moet worden ingezet en dat hier creatief mee moet worden omgegaan. Bij tekorten is volgens hem de eenvoudigste oplossing om de behoefte aan vastgoed naar beneden bij te stellen. Hij verwacht dat er op dit moment te veel vastgoed is en dat een groot deel daarvan te duur is in onderhoud. Sommige panden kunnen niet worden verduurzaamd met de inkomsten uit de kostprijsdekkende huur. Daarom vindt hij dat er iets moet gebeuren met de inkomstenlijnen, zoals hij eerder op de dag in het geheime debat ook al heeft aangegeven. Hij is positief over het feit dat de kostprijsdekkende huur wordt bepaald vanuit het beleidsveld en dat het beleidsveld dit dan zelf moet dekken met subsidie. Dit betekent echter niet dat er sprake mag zijn van excessen, zoals het zogenoemde gouden kranen principe.
Hij stelt dat het stapelen van ambities altijd geld kost en dat dit ook leidt tot een hogere kostprijsdekkende huur voor nieuwbouw. Volgens de heer Te Hoonte kan dit in de vastgoedportefeuille worden gecompenseerd, maar uiteindelijk moet de kostprijs toch ergens gedekt worden. Hij pleit ervoor dat de afdeling vastgoed een actievere rol speelt in het beperken van onnodige luxe, zoals het streven naar architectonisch ontworpen gebouwen waar dit niet nodig is. Soms is een praktisch en functioneel gebouw voldoende. Hij wil dat de wethouder vastlegt dat er binnen de portefeuille een standaardisering komt, waarin basisvoorzieningen zoals toiletten van een bepaald niveau zijn en de gebouwen er goed uitzien, maar zonder dat dit altijd de hoogste standaard hoeft te zijn. Verder erkent hij dat het vastgoed moet voldoen aan de duurzaamheidseisen, maar constateert ook dat dit financieel niet altijd haalbaar is. Hij verwacht dat het college moeite zal hebben om tot een oplossing te komen als er zomaar jaarlijks 36 miljoen euro extra geïnvesteerd moet worden. Daarom vraagt hij de wethouder om een reflectie op de huidige gegevens en een toelichting op hoe deze uitdaging wordt aangepakt. Tot slot wil hij ingaan op de rol van de gemeente als verhuurder.
Sinds de situatie rondom de Ravellaan is het volgens hem noodzakelijk om kritisch te kijken naar de vraag of de gemeente überhaupt nog moet optreden als verhuurder, zeker in het licht van het Didam-arrest. Hij wil niet alleen horen hoe er wordt omgegaan met het puntensysteem, maar ook dat de gemeente een voorbeeldverhuurder is voor de stad. Als de gemeente dit niet op een verantwoorde manier kan doen, zou het verhuren van vastgoed beter overgelaten kunnen worden aan professionals die hier ervaring mee hebben. Op dit moment is hij nog niet overtuigd of de VVD kan instemmen met de nota. Hij heeft behoefte aan een breder plan voor verduurzaming. De voorzitter schorst de vergadering om 13:00 uur tot 14:00 uur voor de lunch.
Pagina 21 van 57
Verslag openbare middagvergadering commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 5
10
Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag
13 maart 2025 Raadzaal, stadhuis mw. S. Donkers (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen 15
20
De voorzitter, dhr. C. Bos en dhr. B. van Steeg, de wethouders, dhr. D. de Vries, de commissiegriffier, dhr. S. Heerdink, de leden, dhr. D van Vliet (D66), dhr. H. Stellinga (CDA), dhr. G. te Hoonte (VVD) , mw. C. Passier (Volt), De heer R. Biever (Stadsbelang Utrecht), De heer T. Stam (PvdA), Mevrouw B. van der Wilt (D66), De heer Usta (DENK), De heer M. Van Heuven (PvdD), de heer L. van Straalen (ChristenUnie), De heer R. Snijder (Student&Starter), Mevrouw J. Zwinkels (CDA), De heer F. Dekkers (GroenLinks), De heer Dijkstra (EenUtrecht), dhr. Y. Raghib (DENK), dhr. L. van Rooij (Student&Starter), dhr. F. Cicero (Student&Starter), mw. M. Hellevoort (GroenLinks), mw. A. Krul (PvdD),
Afwezigen
Er zijn geen afwezigen gemeld.
25
Verslag openbare vergadering commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen
30
..........................................................................................................22 8. Raadsvoorstel Beleidsnota vastgoed 2025-2030 ........................................................................22 9. Raadsbrief Halfjaarlijkse voortgangsrapportage Realisatie sociale huisvesting vierde kwartaal 2024 ................................................................................................................................................38 Lijst van toezeggingen ....................................................................................................................43
35
8. Raadsvoorstel Beleidsnota vastgoed 2025-2030 Pagina 22 van 57
5
10
15
20
25
30
35
Mevrouw Passier (Volt) was blij met het lezen van de nota, maar vraagt zich ook af wat precies wordt bedoeld met voldoende maatschappelijk vastgoed. Gezien de beperkte beschikbare ruimte en budgetten moeten hierin keuzes worden gemaakt. Volgens de nota gebeurt dit op basis van groei en balans en ongelijk investeren in gelijke kansen. Volt sluit zich aan bij de vragen van het CDA over wat ongelijk investeren in gelijke kansen precies inhoudt en hoe dit in de praktijk wordt toegepast. Ze wijst erop dat dit in het initiatiefvoorstel zelfs als risico wordt genoemd en wil hierover een reactie van de wethouder. Daarnaast vraagt zij hoe de wethouder vaststelt dat er voldoende maatschappelijk vastgoed is. De gemeente heeft een visie op welke functionaliteiten goed samengaan binnen vastgoed en Volt is benieuwd hoe hierop gestuurd wordt. Daarnaast wijst mevrouw Passier op de afschrijvingstermijn van 40 jaar en het feit dat de routekaart van het Klimaatakkoord uitgaat van een aanzienlijk aandeel sloop om de klimaatdoelstellingen te halen. Dit lijkt volgens haar niet te stroken met de gemeentelijke visie op het toekomstig gebruik van grondstoffen. Volt wil weten hoe hierin keuzes worden gemaakt met betrekking tot het onderhoud van vastgoed en hoe wordt bepaald welke panden niet langer aansluiten bij de behoefte en daarom gesloopt moeten worden.
Ze wil ook concreet weten wat er kan worden gedaan om vastgoed toekomstbestendig te maken, ondanks de tekorten die er zijn. Daarnaast is ze benieuwd naar de aanpak van Den Bosch, waar het beleid erop is gericht om álle panden minimaal energielabel B te laten behalen. Ze vraagt of het college hiernaar heeft gekeken en hoe deze aanpak is afgewogen ten opzichte van de afwegingen om op korte en lange termijn te besparen. Verder vindt Volt de beleidsdoelen in de nota onvoldoende concreet en merkt zij op dat er weinig indicatoren zijn om de voortgang te meten. Ze vindt het onwenselijk dat de indicator voor CO₂uitstoot komt te vervallen. Volt wil dat deze indicator behouden blijft, zodat er gericht kan worden gestuurd op de duurzaamheidsdoelstellingen. Mevrouw Passier vraagt een toezegging van de wethouder dat dit verder wordt uitgewerkt en dat zij vóór de bespreking van de voorjaarsnota een voorstel ontvangt, zodat dit kan worden meegenomen in de P&C-cyclus. Tot slot wil ze aandacht besteden aan de geplande bezuinigingen. Ze vraagt of het college bereid is om verschillende scenario’s op te stellen waarin de effecten op de stad inzichtelijk worden gemaakt, inclusief een gedetailleerd overzicht van waar precies op bezuinigd wordt. Ze wil ook weten of deze scenario’s met de raad kunnen worden gedeeld.
Mevrouw Zwinkels (CDA) merkt op dat er in de aangekondigde hervormingsbezuinigingen al is aangegeven dat er vastgoed zal worden verkocht, al dan niet commercieel verhuurd. Ze vraagt zich af of deze scenario’s er dan niet al hadden moeten zijn. Mevrouw Passier (Volt) geeft aan dat ze dit ook graag eerder had willen zien.
40
45
50
55
60
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt hoe Volt oordeelt over de beleidsnota en in hoeverre de partij ermee kan instemmen, gezien het risico dat hiermee in feite een ongedekte cheque aan vastgoed wordt afgegeven. Mevrouw Passier (Volt) vindt dit een lastige kwestie. Ze ziet de nota als een document met mooie ambities, maar tegelijkertijd als een nota met een groot financieel tekort. Ze benadrukt dat Volt zij ook niet goed weten waarmee zij instemmen met dit beleid. De heer Van Heuven (PvdD) heeft gemengde gevoelens over de nota. Hoewel de PvdD veel goede ideeën ziet, blijven er nog veel onzekerheden en voorbehouden. Voor de PvdD is het van groot belang dat gemeentelijk vastgoed een maatschappelijk doel dient, van goede kwaliteit is en voor een betaalbare prijs beschikbaar blijft. Over deze punten is al veel gezegd en gevraagd. Het grootste probleem voor de PvdD ligt echter bij de ambitie op het gebied van duurzaamheid. De fractie vindt dat gemeentelijk vastgoed op zijn minst energieneutraal, circulair of klimaatadaptief moet zijn. In de nota wordt energiezuinigheid genoemd als leidend principe, maar de PvdD zou liever zien dat de gemeente energieneutraliteit als uitgangspunt neemt. Volgens de heer Van Heuven zal het niet aanpakken van de klimaatcrisis uiteindelijk juist meer geld kosten.
Bovendien valt hem op dat het budget voor verduurzaming in de nota met honderdduizend euro is verlaagd, zonder verdere toelichting. Dit vindt de PvdD onacceptabel, vooral omdat er eerder al enkele miljoenen zijn bezuinigd op het programma Klimaatvriendelijke Stad. Pagina 23 van 57
5
10
15
20
25
30
35
40
45
Hoewel de PvdD erkent dat er geld nodig is om gebouwen energiezuinig te maken, vindt hij het problematisch dat de gemeente hiervoor uitsluitend naar subsidies kijkt. Hij had meer creativiteit verwacht bij het vinden van financiële oplossingen. Hierbij denkt hij bijvoorbeeld aan langere afschrijftermijnen of het actiever benutten van reserves. Uit het rekenkamerrapport bleek al dat de gemeente nog niet goed omgaat met het verduurzamen van vastgoed. De heer Van Heuven vindt het daarom zorgelijk dat er vooral naar externe financiering wordt gekeken, zonder alternatieve oplossingen te verkennen. Mevrouw Passier (Volt) stelt voor om een onderscheid te maken in de afschrijvingstermijn van verschillende materialen, omdat sommige materialen veel langer meegaan dan andere. Ze vraagt of de PvdD dit ook als optie ziet. De heer Van Heuven (PvdD) is het hiermee eens en vindt dat het werken met verschillende afschrijftermijnen een goed idee is als dat verduurzaming kan bevorderen. Daarnaast vindt hij dat het plan om circulair te werken erg laat komt. Hij wil weten hoe de wethouder ervoor gaat zorgen dat bij renovaties al zoveel mogelijk circulair gewerkt wordt en hoe de gemeente zal leren van eerdere circulaire renovatieprojecten.
In de nota had hij graag meer nadruk gezien op het feit dat circulair renoveren en verduurzamen beter is dan sloop, niet alleen financieel, maar ook vanuit het oogpunt van grondstoffengebruik. Daarnaast is hij teleurgesteld in het leidende principe van klimaatadaptiviteit, omdat er in de nota geen budget voor is vrijgemaakt. Hij vraagt zich af waarom dit als leidend principe wordt benoemd, terwijl er geen concrete invulling aan wordt gegeven. De PvdD wil dat de indicator voor het meten van CO₂-uitstoot behouden blijft en vraagt de wethouder om met een strekt ter vervanging te komen. De heer Stam (PvdA) had een uitgebreide inbreng voorbereid, maar kiest ervoor deze in te korten, aangezien er al veel is gezegd. De PvdA ziet maatschappelijk vastgoed als een onmisbaar middel om maatschappelijke doelen te bereiken en is blij dat de nota prioriteiten van de gemeente centraal stelt, zoals het blijven bouwen en het principe van ongelijk investeren in gelijke kansen. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt wat voor de PvdA de belangrijkste prioriteiten zijn. De heer Stam (PvdA) geeft aan dat hij het belangrijk vindt dat groei en balans in de nota zijn opgenomen. Daarnaast herkent de PvdA zich in de vragen van de ChristenUnie over kostendekkende huur bij beleidsondersteunende partijen, zoals de voedselbank.
Hij maakt zich zorgen over het feit dat bepaalde gebouwen nu winst opleveren, maar dat er een negatief effect op de begroting kan ontstaan als ze in de toekomst worden ingezet voor maatschappelijke initiatieven tegen een kostprijsdekkende huur. Hij vraagt de wethouder hoe wordt voorkomen dat dit een lege huls wordt. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt zich af of de PvdA van plan is alle lopende huurcontracten om te zetten naar een kostprijsdekkende huur, want zo klinkt het volgens hem. De heer Stam (PvdA) vraagt hoe hier op een verantwoorde manier mee kan worden omgegaan. De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat als de PvdA alles wil behouden en tegelijk wil groeien, er geen financiële ruimte is om een markthuur om te zetten naar een kostprijsdekkende huur.
50
De heer Stam (PvdA) stelt dat dit niet de bedoeling is, maar merkt op dat er momenteel gebouwen zijn die winst opleveren en dat hier in de toekomst mogelijk maatschappelijke initiatieven gehuisvest worden, waarvoor dan een lagere huur wordt gevraagd. Dit heeft gevolgen voor de balans en hij vraagt hoe hiermee wordt omgegaan.
55
De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat gezien de wens van de PvdA om zoveel mogelijk vastgoed te behouden, er nauwelijks financiële ruimte overblijft om een markthuur om te zetten naar een kostprijsdekkende huur.
60
De heer Stam (PvdA) vindt dat de heer Te Hoonte hiermee een eigen interpretatie geeft aan zijn woorden en vraagt daarom aan de wethouder hoe dit in de praktijk zal werken. Pagina 24 van 57
De heer Te Hoonte (VVD) wil een financiële onderbouwing zien, omdat eerdere begrotingen lijken te suggereren dat het haalbaar is, terwijl de toelichting juist aangeeft dat er grotere investeringen nodig zijn. Hij vraagt zich af waar de PvdA de ruimte ziet om de huren te verlagen. 5
10
15
20
De heer Stam (PvdA) benadrukt dat het zowel een begrotingsvraag als een praktische vraag is. Niet alle ambities kunnen worden gedekt omdat ze te groot zijn, en hij is benieuwd hoe dit in de praktijk gaat uitpakken. Daarnaast kijkt hij uit naar het antwoord van de wethouder op de vraag van de ChristenUnie over hoe onderscheid wordt gemaakt tussen beleidsondersteunende en nietondersteunende initiatieven. Aangezien de vraag naar maatschappelijk vastgoed groot is, moet hier een duidelijke prioritering in komen. Verder wijst hij op de passage in de nota waarin staat dat de gemeente een actievere rol moet pakken bij eerstelijnszorg, zodra deze wegvalt. Hij vindt dat hier een helderder uitwerking voor nodig is. Ook pleit de PvdA ervoor dat de huisvestingskosten voor maatschappelijke partijen gelijk blijven na verduurzaming. Daarnaast sluit hij zich aan bij de VVD als het gaat om het beperken van overbodige luxe in gemeentelijke gebouwen (het gouden kranen-principe), en bij Student&Starter als het gaat om de vragen over tijdelijke verhuur onder de Leegstandswet. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt welke conclusie de PvdA trekt en hoe het financiële tekort zal worden gedekt. De heer Stam (PvdA) merkt op dat hij bij veel debatten aanwezig is waar wordt aangetoond dat de stad meer maatschappelijk vastgoed nodig heeft. Dat betekent volgens hem dat de gemeente geen vastgoed zou moeten verkopen.
25
De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat de PvdA en GroenLinks vaak uitgaan van financiering vanuit het Rijk. Hij vraagt wat de PvdA gaat doen als er géén extra geld vanuit het Rijk komt.
30
De heer Stam (PvdA) vindt dat moeilijk in te schatten, vooral omdat er nog veel nieuwe taken vanuit de landelijke overheid op gemeenten afkomen. Volgens hem betekent dit ook dat de rijksoverheid hiervoor financiering moet vrijmaken, omdat gemeenten niet alles zelfstandig kunnen bekostigen.
35
40
45
50
55
60
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt nogmaals hoe de PvdA het behoud van vastgoed gaat financieren. Zal de partij de rekening bij de burgers neerleggen of zal er toch vastgoed verkocht moeten worden? De heer Stam (PvdA) stelt dat temporiseren dan de enige optie is, omdat niet alles tegelijkertijd gerealiseerd kan worden. Hij vindt dat vastgoed niet zomaar verkocht kan worden, zeker niet zolang er op verschillende gebieden een tekort is. Volgens hem zou verkoop in dat geval juist nieuwe problemen veroorzaken. De heer Van Vliet (D66) merkt op dat hij al vreesde dat van de drie opties die hij eerder noemde, vooral het verkopen van vastgoed steeds zou worden herhaald. Hij vraagt zich af of er ook meer commercieel verhuurd of herbestemd zou kunnen worden en hoe de PvdA daartegen aankijkt. De heer Stam (PvdA) vindt dat dit maatwerk vereist. Hij wijst erop dat er over het Domplein ook discussies zijn geweest en dat daar nu wordt onderzocht hoe een combinatie kan worden gemaakt van verschillende functies. Volgens de PvdA moet gemeentelijk vastgoed in de eerste plaats een maatschappelijk doel dienen. Hoewel hij commerciële verhuur of herbestemming niet volledig uitsluit, heeft dit geen prioriteit voor de PvdA. De heer Van Vliet (D66) is het ermee eens dat vastgoed in de eerste plaats een maatschappelijk doel dient, maar vraagt zich af wat de PvdA wil doen als dat niet lukt.
De heer Stam (PvdA) wil in dat geval de ambities temporiseren en per situatie kijken wat mogelijk is. Wanneer er sprake is van een stapeling van ambities, wil hij hierin een hiërarchie aanbrengen. Voor de PvdA is het belangrijk dat er vastgoed blijft voor sport, cultuur, integratie, werk en inkomen en asielopvang. Pagina 25 van 57
Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt het vreemd dat de PvdA afwacht en aangeeft het wel te zien om vervolgens als oplossing temporisering te noemen. Ze had op zijn minst verwacht dat het plan om te temporiseren al in de beleidsnota was opgenomen. 5
10
De heer Stam (PvdA) stelt dat hij geen langetermijninschatting kan maken van de uitwerking van de nota. Hij wijst erop dat voor veel landelijke taken ook gewoon landelijke subsidies nodig zijn. Het is voor de PvdA geen optie om panden zoals die van de voedselbank, zwembaden of bibliotheken te verkopen, alleen maar om ze niet te hoeven verduurzamen. Volgens hem blijven deze panden dan nog steeds in de stad staan, blijven ze uitstoten en worden ze vervolgens voor hogere huren verhuurd, waardoor maatschappelijke initiatieven er niet in terecht kunnen. Dit zorgt er misschien op papier voor dat de begroting er beter uitziet, maar in de samenleving is de situatie er dan niet op vooruitgegaan.
15
Mevrouw Zwinkels (CDA) is van mening dat het Rijk al probeert bij te dragen via subsidies, maar dat er dan nog steeds geld tekort is. Als dit extra geld niet komt, vindt ze dat het lokaal bestuur verantwoordelijkheid moet nemen en soms pijnlijke keuzes moet maken. Ze wil weten welke concrete keuzes de PvdA in zo’n geval maakt.
20
De voorzitter geeft aan dat deze vraag al diverse keren door andere partijen is gesteld en roept op om niet in herhaling te vallen en aan te geven dat de vraag al beantwoord is. De heer Stam (PvdA) beaamt dit en rondt hiermee zijn inbreng af.
25
30
35
40
45
50
55
60
De heer Biever (Stadsbelang Utrecht) onderschrijft het belang van voldoende, betaalbaar en toekomstbestendig maatschappelijk vastgoed. Toch ziet Stadsbelang Utrecht nog enkele risico’s, waardoor zij het voorstel op dit moment nog niet kunnen steunen. Zij vragen om een concrete uitwerking van hoe wordt voorkomen dat maatschappelijke organisaties en initiatieven financieel in de knel komen door huurprijzen die niet in lijn zijn met hun draagkracht. De heer Biever vraagt of er mogelijkheden zijn voor een tijdelijke huurverlaging of een ondersteuningsfonds om deze organisaties tegemoet te komen. Daarnaast vindt hij het vreemd dat er geen participatie heeft plaatsgevonden bij de totstandkoming van de nota. Volgens Stadsbelang Utrecht is dit een gemiste kans, omdat maatschappelijke partijen waardevolle input hadden kunnen leveren. Hij verzoekt het college alsnog het gesprek aan te gaan met deze partijen en hun feedback serieus te nemen. Een ander punt van zorg is de financiering van de verduurzaming en uitbreiding van vastgoed. Deze is niet volledig gedekt, en is er naar schatting één miljard euro nodig om aan de ambities te voldoen. Hij verzoekt het college om een nadere uitwerking van het financiële plan, inclusief een toelichting op hoe financiële risico’s worden gemitigeerd.
Daarnaast vraagt hij om een verduidelijking van hoe het afwegingskader voor ongelijk investeren in gelijke kansen wordt toegepast. Hij wil helder krijgen welke wijken prioriteit krijgen en op basis van welke criteria deze keuzes worden gemaakt. Voor Stadsbelang Utrecht is het essentieel dat deze verdeling rechtvaardig en transparant verloopt. Verder roept het schrappen van de indicator voor CO₂-uitstoot vragen op. Stadsbelang Utrecht vindt het onwenselijk dat deze indicator verdwijnt en vraagt de wethouder om een toelichting op hoe CO₂-uitstoot gemonitord wordt en of er alternatieve indicatoren worden gehanteerd. De heer Biever concludeert dat Stadsbelang Utrecht positief tegenover de hoofdlijnen van het voorstel staat, maar verzoekt het college om de genoemde punten verder uit te werken. Daarnaast pleit hij voor een aanvullend participatieproces, zodat maatschappelijke organisaties en andere initiatieven actief betrokken worden bij de verdere uitwerking en uitvoering van het beleid. Wethouder De Vries dankt de leden voor het debat, omdat dit duidelijk laat zien waar de verschillende partijen voor staan. Tegelijkertijd wordt daarmee ook de uitdaging zichtbaar waar de ene helft van de raad vraagt om meer ambitie, terwijl de andere helft juist meer realisme wenst. Dit is precies de balans die het college heeft proberen te vinden bij het opstellen van de nota.
Het gaat dan om thema’s als betaalbaarheid, verduurzaming, toegankelijkheid, spreiding en maatschappelijk gebruik. Hij begint met de vragen van GroenLinks over het schrappen van de indicator voor CO₂-uitstoot en het belang van het blijven volgen van de voortgang. Voor het college was deze indicator lastig, omdat het energiegebruik van de gebruikers niet altijd goed te monitoren is. In plaats daarvan wil de wethouder gebruik maken van energielabels. De labels D tot en met G moeten verdwijnen voor 2033 en dit is de manier waarop het college wil monitoren. Pagina 26 van 57
5
De heer Dekkers (GroenLinks) geeft aan dat het niet alleen ging over de CO₂-indicator, maar ook over de indicatoren voor duurzaamheid en toegankelijkheid. Hij vindt dat bijna geen van de huidige indicatoren een goed beeld geeft van de ambitie en de voortgang.
10
Wethouder De Vries erkent dat bepaalde zaken gevolgd moeten kunnen worden en noemt als voorbeeld de vraag naar voldoende maatschappelijk vastgoed. Het college zal in het tweede kwartaal met een uitvoeringsplan per wijk komen om inzichtelijk te maken hoe dit wordt ingevuld. Beleidsafdelingen dragen aan waar behoefte aan is wat betreft maatschappelijk vastgoed, en dit overzicht zal met de raad worden gedeeld.
15
Mevrouw Passier (Volt) vraagt waarom deze informatie niet al in de nota is opgenomen, omdat dat juist de nota de plek is waar de raad hierover besluit. Bij het uitvoeringsprogramma kan het alleen nog besproken worden, maar niet meer vastgesteld. Ze wil dat het college ervoor zorgt dat dit soort basisprincipes in de nota worden opgenomen. Wethouder De Vries geeft aan dat deze discussie vaker is gevoerd. Het college komt met een voorstel en als de raad dit anders ziet dan is het aan de raad om aanpassingen te doen.
20
Mevrouw Passier (Volt) vindt dit een flauwe reactie. Ze noemt het voorbeeld van CO₂-reductie waarbij nog een politieke keuze mogelijk is, afhankelijk van andere beslissingen. Maar volgens haar is het bepalen van voldoende indicatoren geen politiek debat, maar een kwestie van goed bestuur.
25
Wethouder De Vries vindt dat het een combinatie van beide is. Het college heeft wel degelijk politieke keuzes gemaakt, zoals het opnemen van indicatoren als klanttevredenheid en het aandeel van gebouwen dat aan maatschappelijke partijen wordt verhuurd. Volt kan hier een andere politieke afweging in maken, maar dat is een weging die de raad moet maken.
30
De heer Dekkers (GroenLinks) stelt dat er een directe relatie moet zijn tussen de doelstellingen en de indicatoren die worden gebruikt. Hij mist een systematisch overzicht waarin deze indicatoren gekoppeld worden aan de doelstellingen. Hij vraagt of het college het hiermee eens is.
35
40
45
50
55
Wethouder De Vries geeft aan dat hij het daar in principe mee eens is, en dat er ook afspraken over zijn gemaakt. Hij vindt het dan ook niet juist dat er nu wordt gedaan alsof dit niet het geval is. De heer Dekkers (GroenLinks) geeft aan dat hij dit niet zo heeft gelezen, omdat de huidige indicatoren volgens hem de doelstellingen niet voldoende afdekken. Wethouder De Vries geeft aan dat hij daar een andere mening over heeft, omdat het college juist heeft geprobeerd dit in samenhang op te nemen. Vervolgens licht hij toe dat een zzp’er tegen een maatschappelijk tarief een ruimte kan huren in een buurthuis. Daarnaast geeft hij aan dat 90 procent van het gemeentelijk vastgoed wordt verhuurd aan partijen met een subsidierelatie. Dit betekent dat er maar een beperkt aantal vierkante meters overblijft voor andere gebruikers, leegstandsbeheer moet hier nog vanaf met ongeveer 2 tot 3 procent. De wethouder erkent dat er partijen zijn die van grote waarde zijn maar geen subsidierelatie hebben. Hij geeft aan dat hij daar ook ruimte voor wil creëren in het gemeentelijk vastgoed. Als dit percentage omhoog moet of als het kader anders moet worden ingericht, heeft dit echter gevolgen. Het kan betekenen dat er meer panden nodig zijn of dat partijen die wél een subsidierelatie hebben, geen gebruik meer kunnen maken van deze panden.
De heer Van Straalen (ChristenUnie) leest in de nota dat een kostprijsdekkende huur voor beleidsondersteunende functies wordt gekoppeld aan de subsidierelatie. Als uitzondering wordt genoemd dat gebouwen zonder beleidsdoelstelling verhuurd kunnen worden aan partijen die niet beleidsondersteunend zijn. Hij wil liever sturen op het beleidsondersteunende karakter dan op de subsidierelatie. Wethouder De Vries verduidelijkt dat dit te maken heeft met keuzes over hoe het sociaal domein wordt ingericht en aan wie subsidie wordt gegeven. Als de subsidierelatie als voorwaarde wordt losgelaten, beïnvloedt dat de beslissingsvrijheid van de raad. Technisch gezien is er maar beperkt Pagina 27 van 57
ruimte beschikbaar, en als de subsidierelatie losgelaten wordt, kan er opnieuw een discussie gevoerd worden over wat wel en niet als beleidsondersteunend wordt beschouwd. 5
De heer Van Straalen (ChristenUnie) geeft aan dezelfde worsteling te hebben als de wethouder. Hij wil partijen selecteren op basis van hun maatschappelijke meerwaarde en niet puur op basis van een subsidie. Hij concludeert dat hij op dit punt van mening verschilt met de wethouder en zal dit onderwerp verder meenemen in de discussie.
10
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt niet dat het probleem groter wordt, maar dat het nu eerlijker op tafel komt. Hij vraagt of de wethouder erkent dat er ongelijkheid ontstaat tussen partijen die wél subsidie ontvangen en partijen die dat niet krijgen.
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Wethouder De Vries benadrukt opnieuw dat dit te maken heeft met de keuzes die de raad heeft gemaakt over de inrichting van het sociaal domein. Volgens hem draait het om keuzes en grip: als er voor een ander systeem wordt gekozen, heeft dat directe gevolgen voor de partijen waarmee de gemeente samenwerkt, evenals voor de invulling van het gemeentelijk vastgoed. Dit zou betekenen dat meer partijen aanspraak kunnen maken op de onrendabele top. Wat betreft de vraag van EenUtrecht over het verkopen van vastgoed aan gemeenschapsorganisaties, wijst hij erop dat er al gemeenschapshuizen zijn die zelfstandig opereren. Hij verwijst naar de gemeente Peel en Maas, waar organisaties zelf de exploitatie van vastgoed regelen en al dertig jaar op deze manier werken. De wethouder is enthousiast over dit model, maar stelt dat in de schaarse Utrechtse ruimte het college ervoor heeft gekozen om grip te behouden. Hij waarschuwt dat het toestaan van de verkoop van gemeentelijk vastgoed aan maatschappelijke organisaties betekent dat de gemeente de controle over dat vastgoed verliest. Hij benadrukt dat het doel van maatschappelijk vastgoed is om maatschappelijke activiteiten te faciliteren, niet om vastgoed te beheren of te bezitten.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) begrijpt niet waarom de wethouder eerst enthousiast is over het model in Peel en Maas, maar vervolgens stelt dat dit in Utrecht niet mogelijk is. Volgens hem zou deze aanpak de gemeente juist helpen bij het verlagen van kosten. Wethouder De Vries erkent het dilemma tussen kostenbesparing en vastgoedbeheer enerzijds, en grip houden op maatschappelijk vastgoed en verduurzaming anderzijds. De verduurzamingsopgave is groot en vereist specifieke expertise. Hij wijst erop dat externe partijen mogelijk andere doelen nastreven met het vastgoed, zoals commerciële verhuur. Op dit moment heeft het college ervoor gekozen om zelf de regie te behouden. De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt dat juist het loslaten van die grip, zoals in Peel en Maas, zou zorgen voor meer maatschappelijke meerwaarde. Volgens hem sluiten de initiatieven van gemeenschappen vaak beter aan bij het gemeentelijk beleid als er meer ruimte wordt gegeven aan zelfbeheer. Wethouder De Vries erkent dat Peel en Maas al dertig jaar op deze manier werkt, maar stelt dat Utrecht daar nog niet aan toe is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat Peel en Maas al twintig jaar met dit model werkt en stelt dat Utrecht daarom juist nu zou moeten beginnen met deze aanpak.
Hij vraagt de wethouder of hij het ermee eens is dat het vastgoed in Peel en Maas er niet slechter aan toe is dan dat van de gemeente zelf. Wethouder De Vries bevestigt dat hij dit zeker heeft gezien. Het spreiden van maatschappelijk vastgoed over de stad wordt opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Hij erkent dat er voor veel maatschappelijke partijen een tekort aan vastgoed is en dat deze behoefte in de toekomst alleen maar groter zal worden. Hij wijst erop dat de kostprijsdekkende huur in sommige gevallen hoger kan uitvallen dan commerciële huurprijzen, maar dat dit eerder een uitzondering is dan de regel. Dit kan te maken hebben met het feit dat de gemeente bijzondere gebouwen realiseert, zoals zwembaden en theaters. Daarnaast heeft de gemeente andere ambities dan commerciële partijen, die zich doorgaans beperken tot de vereisten van het Bouwbesluit. Wanneer de gemeente een verlieslijdend pand heeft, kan dit niet gecompenseerd worden met andere panden. Volgens de wet Markt en Overheid is de gemeente verplicht een kostprijsdekkende huur te berekenen en zich Pagina 28 van 57
daaraan te houden. Dit zorgt ervoor dat een directe vergelijking tussen commerciële partijen en de gemeente niet altijd mogelijk is. Bovendien leveren commerciële partijen panden vaak kaal op, terwijl de gemeente doorgaans meer investeert in het gebruiksklaar maken van gebouwen. 5
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of er een overzicht kan worden gemaakt van de situaties waarin de kostprijsdekkende huur hoger is dan de commerciële huurprijs. Wethouder De Vries zegt toe dat hij dit zal doen.
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt om een aanvullende toezegging, namelijk dat de wethouder in een toelichting uiteenzet hoe de wet precies bepaalt dat deze verplichting vastligt. Wethouder De Vries legt uit dat het in de kern draait om het creëren van een gelijk speelveld. Hij belooft een verzamelbrief op te stellen waarin beide vragen worden uitgewerkt en zal hier later bij de raad op terugkomen. Hij bevestigt daarnaast dat de nota, zoals het CDA al opmerkte, een bestendiging is van het bestaande beleid. Verschillende vastgoed gerelateerde documenten zijn hierin samengevoegd. In het debat merkt hij dat er verschillende opvattingen zijn over de relatie tussen ambities en doelstellingen. Volgens het college wordt er in ieder geval gestuurd op duurzaamheid, zoals wettelijk vereist. Dit zal verder landen in het uitvoeringsplan, maar hij erkent ook dat er sprake is van een onrendabele top als het gaat om verduurzaming. De verhouding tussen ambitie en realiteit zit niet alleen in de kosten van verduurzaming, maar ook in de vraag hoeveel vierkante meters vastgoed nodig zijn in de stad. Bovendien geldt dat wanneer een deel van de portefeuille verkocht wordt, er altijd weer nieuwe partijen zijn die van dat vastgoed gebruik zouden willen maken. De heer Te Hoonte (VVD) vindt dit een ingewikkelde kwestie.
Hij is van mening dat de richtlijnen en keuzes over maatregelen in de nota zelf moeten staan. Hij is van mening dat het probleem van de 36 miljoen euro nu bij de voorjaarsnota op tafel gelegd wordt, wat hij niet realistisch vindt. Wethouder De Vries verduidelijkt dat de gemeente een wettelijk kader moet volgen en dat er wordt toegewerkt naar de doelstelling dat er in 2033 geen panden meer zijn met energielabel D tot en met G. Dit gebeurt in tranches, maar hij erkent dat er een onrendabele top is, niet alleen in het verduurzamen van vastgoed, maar ook in sloop, nieuwbouw en aanpassingen om gebouwen te laten voldoen aan de eisen van deze tijd. Dit zijn grote ambities die de gemeente moet afwegen binnen de financiële mogelijkheden. De heer Te Hoonte (VVD) is van mening dat er naar buiten toe een beeld wordt geschetst waarin alles verduurzaamd wordt en iedereen een plek krijgt, terwijl er in werkelijkheid geen geld voor is. Hij vindt dat dit college nalaat om heldere en duidelijke keuzes aan de raad voor te leggen over hoe er met het tekort wordt omgegaan. Volgens hem is het de taak van het college om deze keuzes wel aan de raad voor te leggen, zodat er sturing gegeven kan worden. Wethouder De Vries geeft aan dat in de nota verschillende manieren benoemd worden om met de financiële uitdagingen om te gaan, zoals de Dumava-subsidie.
Hij wijst erop dat een beleidsnota ook gericht is op de toekomst en dat dit de ambitie is die door het college is gesteld. Het is aan de raad om daar eventueel aanpassingen in te doen. Tegelijkertijd kan de wethouder zelf ook niet in de toekomst kijken. Als de wettelijke kaders op verzoek van de VVD zouden worden losgelaten, zou een andere partij zoals de PvdD daar weer anders over denken, aldus de wethouder. De heer Te Hoonte (VVD) vindt dat de wethouder zijn punt op een belachelijke manier wegzet. Volgens hem heeft de raad te horen gekregen dat er een tekort is van 36 miljoen euro, zonder dat er een concreet voorstel is gekomen over hoe dit tekort wordt opgevangen. Hij benadrukt dat de VVD niet pleit voor het opzijzetten van wettelijke eisen, maar stelt dat dit slechts het minimum is. Dat is ook de reden waarom de ELM-maatregel in de nota is opgenomen. Hij verwacht van het college dat er gekeken wordt naar wat wel kan en dat is dan of het extra belasten van de inwoners van Utrecht of het verkopen van vastgoed, wanneer niet kan worden afgeweken van de wettelijke verplichtingen.
Pagina 29 van 57
5
10
Wethouder De Vries is van mening dat de heer Te Hoonte al verder is in zijn denkwijze dan het college. Hij geeft aan dat het college wel degelijk naar de toekomst kijkt en zich bewust is van de opgaven die wachten. In het uitvoeringsprogramma zal concreet worden gemaakt om welke panden het gaat, wat dit betekent voor die panden en hoe dit zich verhoudt tot verduurzaming en toegankelijkheid. Op die manier wordt de nota concreet en kan de raad hierop sturen. Mevrouw Zwinkels (CDA) wil op zijn minst richting het Rijk kunnen aangeven dat de gestelde normen niet gehaald worden, omdat het voor sommige panden simpelweg niet haalbaar is om deze te verduurzamen.
20
Wethouder De Vries erkent dat meerdere gemeenten met dit probleem worstelen en dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hier actief op lobbyt. Erfgoed vormt een belangrijk onderdeel van de vastgoedportefeuille en de wethouder bevestigt dat er intensief contact is met de afdeling erfgoed. Wat betreft Lady Fit ziet hij een uitdaging in hoe het gezamenlijk gebruik in de vorm van beheer werkt. Hij geeft aan dat er met alle huurders is gesproken over het beheermodel en de consequenties daarvan. Dit blijft een aandachtspunt voor de toekomst, maar voor nu is er een acceptabele tussenvorm gevonden. De wethouder merkt ook dat er steeds meer animo is voor een Makelpunt en dat dit periodiek wordt geëvalueerd. Daarnaast ziet hij ook interesse bij andere gemeenten. De inschatting is dat 75 procent van alle zoekvragen gematcht worden zonder actieve tussenkomst van het makelpunt.
25
Mevrouw Passier (Volt) verduidelijkt dat haar vraag vooral aansluit op de vraag van het CDA, namelijk of het college partners die elkaar kunnen versterken, actief bij elkaar wil zetten. Volgens haar wordt daar nu niet op gestuurd en ze vraagt of het college bereid is hierin meer regie te nemen.
15
30
35
40
45
50
Wethouder De Vries kan op dit moment nog geen concreet antwoord geven, maar verwacht hier later in zijn beantwoording op terug te komen. De basis blijft dat maatschappelijke voorzieningen zoveel mogelijk verspreid in de wijken worden geplaatst, wat ook in het uitvoeringsplan verder wordt uitgewerkt. Bij gebiedsontwikkelingen wordt dit standaard meegenomen. De wethouder legt uit dat het proces begint bij Groei en Balans, waarbij gekeken wordt naar voldoende maatschappelijke voorzieningen in de stad. Vervolgens wordt bekeken waar stedelijke culturele voorzieningen een plek kunnen krijgen. Vanuit het principe van ongelijk investeren in gelijke kansen zou bijvoorbeeld overwogen kunnen worden om een bepaalde voorziening in Overvecht te plaatsen. Tegelijkertijd moet een wijkvoorziening natuurlijk in de betreffende wijk zelf landen. Podium Oost, dat als voorbeeld werd genoemd, draagt ook bij aan de verduurzaming van het vastgoed. Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt dat het principe van ongelijk investeren in gelijke kansen nu vooral de indruk wekt dat er uitsluitend wordt geïnvesteerd in Overvecht en Zuidwest. Ze wil weten hoe ervoor gezorgd wordt dat er daadwerkelijk spreiding ontstaat, aangezien daar in deze beleidsnota niet expliciet op wordt aangestuurd.
Wethouder De Vries leest de nota anders en wijst erop dat er letterlijk in staat dat er voldoende verspreid maatschappelijk vastgoed moet zijn. De heer Te Hoonte (VVD) is van mening dat Leidsche Rijn al dertig jaar op investeringen wacht. Hij vindt dat deze locatie, nu er eindelijk ontwikkelingen plaatsvinden, het ook verdient dat daar geïnvesteerd wordt. Hij vraagt zich af voor wie er bij De Machinerie ongelijk geïnvesteerd werd. Voor hem is het duidelijk dat bij grote locaties gewoon voorzieningen moeten komen en dat dit niet afgewogen kan worden tegen het investeren in gelijke kansen.
55
Wethouder De Vries denkt niet dat hij op dit punt veel verschilt van mening met de heer Te Hoonte. Wanneer het gaat om ongelijk investeren in gelijke kansen bij stedelijke voorzieningen, dan ziet hij juist een kans voor een wijk als Overvecht. Hij benoemt daarnaast de snelle ontwikkelingen rondom netcongestie en geeft aan dat het college op projectniveau naar oplossingen zoekt. In de tussentijd wordt er gewerkt aan een afwegingskader voor maatregelen tegen netcongestie. Dit zal een onderdeel worden van de aankomende warmte-nota, die in de zomer van 2025 wordt verwacht. Vervolgens gaat de wethouder verder met de vragen van D66.
60
Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat nog niet al haar vragen zijn beantwoord. Pagina 30 van 57
5
10
15
20
25
30
35
Wethouder De Vries dacht dat veel van haar vragen al aan bod waren gekomen en verwijst, mede met het oog op de beschikbare tijd, naar eerdere antwoorden. In algemene zin heeft hij al aangegeven hoe wordt omgegaan met de spreiding en groei van maatschappelijk vastgoed in de stad. Het document maatschappelijke voorzieningen biedt meer inzicht op wijkniveau. Bij de ontwikkeling van nieuwe wijken wordt nadrukkelijk gekeken naar de toevoeging van voldoende gespreid maatschappelijk vastgoed. Hij wijst op de planvorming voor Podium Oost, die in 2020 is gestart, waarbij de investeringen vooral gericht waren op de verduurzaming van het pand. Groei en Balans geldt volgens hem niet alleen voor nieuwe wijken, maar ook voor bestaande wijken. Dit kan daar betekenen dat er sloop en nieuwbouw plaatsvinden. Het maatschappelijk vastgoed breed beschikbaar stellen hangt bovendien samen met de vraag welke initiatieven beleidsondersteunend zijn. Het college heeft daarbij de keuze gemaakt om een uitzondering te maken voor partijen die een maatschappelijke bijdrage leveren, maar geen subsidierelatie met de gemeente hebben. Mevrouw Zwinkels (CDA) maakt een punt van orde omdat dit niet het antwoord is waar zij naar vroeg. De voorzitter vindt dit geen punt van orde, maar een interruptie.
Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat zij niet goed begrijpt dat er in de nota staat dat er een specifieke doelgroep gezocht moet worden voor een pand in het kader van ongelijk investeren in gelijke kansen. Wethouder De Vries geeft aan dat het grootste deel van het gemeentelijk vastgoed is gekoppeld aan beleidsvelden zoals sport en cultuur. Wanneer een pand vrijkomt, wordt beoordeeld of de locatie geschikt is voor een van deze beleidsdoelen. D66 heeft enkele voorstellen gedaan om leegstaande panden of panden zonder specifieke doelgroep beter te benutten. De wethouder benadrukt echter dat hier ook een risico aan kleeft, gezien de bestaande vraag naar vierkante meters en het gebruik van vastgoed door grote maatschappelijke partijen, zoals broedplaatsen. De heer Van Vliet (D66) is het hier volledig mee eens en wijst daarnaast op de motie "Hand in eigen boezem". Hij vraagt hoe het college de balans ziet tussen het behouden en verkopen van vastgoed.
40
Wethouder De Vries geeft aan dat de motie wordt uitgevoerd en dat het college actief zoekt naar vastgoed dat verkocht kan worden. Een overzicht van de beschikbare panden kan gedeeld worden, zoals in het verleden ook is gedaan. De vraag van D66 ging echter specifiek over het inzichtelijk maken van de verkoopwaarde van deze panden. Dit zou een taxatie vereisen, waarvoor geen financiële middelen beschikbaar zijn.
45
De heer Van Vliet (D66) benadrukt dat hij hier geen langdurig project van wil maken en dat een taxatie niet noodzakelijk is. Hij zou graag een globale schatting zien van de verkoopwaarde, evenals een overzicht van de huuropbrengsten en onderhoudskosten. Hij vindt dat de vastgoedorganisatie over dit inzicht zou moeten beschikken.
50
55
Wethouder De Vries bevestigt dat dergelijke overzichten beschikbaar zijn en dat hij deze naar de raad kan sturen. Hij moet echter nog nagaan op welke manier dit precies kan gebeuren. Voor het inzichtelijk maken van verkoopopbrengsten is een taxatie nodig, wat eerder tot verwarring leidde. De heer Van Vliet (D66) herhaalt dat het niet te ingewikkeld hoeft te worden en dat een ruwe schatting volstaat. Dit kan volgens hem prima worden opgenomen in een raadsbrief. Wethouder De Vries stelt voor om een dergelijk overzicht vóór de zomer in een raadsbrief naar de raad te sturen. De voorzitter vraagt om aan dit overzicht ook de boekwaarde van de panden toe te voegen.
60
Wethouder De Vries benadrukt dat er diverse eisen zijn op het gebied van verduurzaming. Dit betreft onder andere de verplichting om de slechtst presterende gebouwen met energielabel D tot Pagina 31 van 57
5
10
en met G voor 2033 te verduurzamen, evenals strengere eisen voor nieuwbouw en renovatie. Deze eisen gelden niet alleen voor de gemeente, maar ook voor andere vastgoedeigenaren. Hij erkent dat er een beleidsnota circulair bouwen is, maar geeft aan dat dit concept nog in de kinderschoenen staat. Het college wil daarom eerst een plan van aanpak opstellen, zoals ook in de nota is opgenomen. Momenteel brengt circulair bouwen extra kosten met zich mee en is het zoeken naar geschikte materialen nog een uitdaging. Toch wordt er geëxperimenteerd met circulair bouwen, bijvoorbeeld bij het cultuurcluster Berlijnplein en het nieuwe kleedkamergebouw op sportpark Lunetten. Wat betreft de pilot ‘Mixen maar’, ziet de wethouder complexiteit binnen de multifunctionele accommodaties (MFA’s), vooral op het gebied van beheer, exploitatie en samenwerking met onderwijshuisvesting. De heer Van Vliet (D66) wil op voorhand informatie ontvangen over hoe de pilot precies wordt vormgegeven.
15
Wethouder De Vries zegt toe dit mee te nemen in de verzamelbrief. De heer Van Vliet (D66) heeft een punt van orde, omdat hij wordt overgenomen door collega Van der Wilt.
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Wethouder De Vries vervolgt met de vragen van de ChristenUnie. Hij verwijst naar eerdere toelichting van wethouder Eerenberg over het huisvesten van kringloopbedrijven in gemeentelijk vastgoed. Dit is complex, omdat de gevraagde vierkante meterprijs ver onder de kostprijsdekkende huur ligt. Het college kan uit verschillende oogpunten wel overwegen, maar kan niet besluiten om hen simpelweg tegen een lagere huurprijs onder te brengen. De heer Van Straalen (ChristenUnie) vraagt of een kringloopwinkel beleidstechnisch wel onder gemeentelijk vastgoed kan vallen, aangezien wethouder Eerenberg had aangegeven dat er dan iets in de nota vastgoed zou moeten worden aangepast. Wethouder De Vries bevestigt dat het beleidstechnisch mogelijk is, maar dat het in de praktijk zou neerkomen op leegstandsbeheer en bruikleen, omdat kringloopwinkels de huurprijs niet kunnen betalen. Hij geeft aan dat de toevoeging de term en/of bij het hebben van een inkooprelatie of een beleidsondersteunende rol een optie zou kunnen zijn. De keuze voor een strikte subsidierelatie is echter bewust gemaakt. Daarnaast is het de wens van het college om in de toekomst de motie ‘Right to Bid’ te kunnen uitvoeren, maar in de huidige periode van bezuinigingen betekent de verkoop van panden ook een daling van inkomsten.
Als verhuurder heeft regelmatig ook overleg met collega’s van Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH). Wat betreft de brief over tijdelijke verhuur, legt hij uit dat het verschil voornamelijk zit in het feit dat de communicatie nu sterker wordt verankerd in de beheersovereenkomst. De Vastgoedorganisatie Utrecht (VGU) beheert het vastgoed namens de gemeente en door dit aan de voorkant beter te regelen, kan erop worden toegezien dat afspraken uit de brief ook daadwerkelijk worden nageleefd. De heer Van Rooij (Student&Starter) vraagt of dit een verandering is ten opzichte van hoe de situatie tot nu toe was. Wethouder De Vries ziet het vooral als een aanscherping. Hij verwijst naar het geval bij de Ravellaan, waar volgens hem wel tijdig is gecommuniceerd. De motie roept op tot verdere aanscherping en tijdige communicatie. De heer Van Rooij (Student&Starter) begrijpt niet precies wat er nieuw is ten opzichte van de bestaande werkwijze. Wethouder De Vries geeft aan dat als Student&Starter vindt dat de motie niet voldoende tegemoetkomt aan hun wensen, kunnen zij dit aangeven. Volgens hem zit de verandering vooral in het moment van aankondiging en het omgaan met wijzigingen in plannen. De voorzitter merkt op dat de brief over tijdelijke verhuur geen onderdeel uitmaakt van de nota vastgoed. Pagina 32 van 57
De heer Van Rooij (Student&Starter) vraagt of de wethouder het ermee eens is dat deze brief eigenlijk wel in de nota opgenomen zou moeten worden. 5
10
15
20
Wethouder De Vries wijst erop dat er in de nota al iets over is opgenomen. Uiteraard houdt het college zich aan wettelijke eisen, maar deze worden niet in elke beleidsnota opnieuw expliciet vermeld. Als de heer Van Rooij vindt dat dit niet scherp genoeg geformuleerd is, staat het hem vrij om een voorstel tot aanscherping te doen. De wethouder geeft aan dat de gemeente bewoners zal blijven informeren zodra er nieuwe ontwikkelingen zijn. Ten aanzien van het stapelen van ambities herhaalt hij dat dit een brede discussie is, ook in relatie tot duurzaamheid. Dit geldt voor de gehele vastgoedportefeuille. Hij merkt op dat in multifunctionele accommodaties (MFA’s) vaak partijen zitten die met elkaar verbonden zijn en dat hier al rekening mee wordt gehouden bij de ontwikkeling van panden. Hij vermoedt dat dit ook in relatie staat tot het Makelpunt. Mevrouw Passier (Volt) geeft aan dat bij bestaande gebouwen het Makelpunt betrokken is en vraagt zich af of hier actief op wordt gestuurd. Wethouder De Vries legt uit dat er vanuit de beleidsvelden wel op wordt gestuurd, maar niet specifiek op het bij elkaar plaatsen van partijen die goed bij elkaar passen op een bepaalde locatie. Mevrouw Passier (Volt) vraagt of er een voornemen is om hier in de toekomst wel op te gaan sturen.
25
30
35
40
45
Wethouder De Vries vindt dit een goede opdracht en zegt toe dit op te pakken. Hij zal hier in de verzamelbrief op terugkomen en kijken of er gestuurd kan worden op het samenbrengen van complementaire partijen in gedeelde gebouwen. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt hoe deze toezegging zich verhoudt tot de evaluatie van het Makelpunt die naar de raad gestuurd zal worden. Wethouder De Vries verduidelijkt dat hij niet heeft gezegd dat hij een evaluatie zou sturen, maar dat het Makelpunt elk kwartaal wordt geëvalueerd. In de verzamelbrief zal hij ingaan op de vraag of en op welke manier er invloed uitgeoefend kan worden op het samenbrengen van partijen die elkaar kunnen aanvullen. Daarnaast bespreekt hij de routekaart van de VNG voor verduurzaming, waarin wordt gekeken welke panden langjarig gebruikt kunnen worden en welke gesloopt moeten worden. Deze routekaart biedt op nationaal niveau richtlijnen om overheden te helpen bij het behalen van het klimaatakkoord in 2050. De landelijke verdeling bestaat uit 40 procent sloopnieuwbouw, 42 procent renovatie en 18 procent enkel aardgasvrij maken. Dit betekent niet dat iedere gemeente deze richtlijnen volgt; er is sprake van maatwerk per gemeente. Het college zal per pand een afweging moeten maken. Zo wordt bij sporthal Lunetten gekozen voor sloopnieuwbouw vanwege de benodigde oppervlakte van de gymzaal.