2025.03.13 Conceptverslag commissie EDVW
Tekst van het document
Verslag openbare ochtendvergadering commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 5
10
15
20
25
30
35
Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag
13 maart 2025 Raadzaal, stadhuis mw. S. Donkers (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen
De voorzitter, dhr. C. Bos en dhr. B. van Steeg, de wethouders, dhr. D. de Vries, de commissiegriffier, dhr. S. Heerdink, de leden, dhr. D van Vliet (D66), dhr. H. Stellinga (CDA), dhr. G. te Hoonte (VVD) , mw. C. Passier (Volt), De heer R. Biever (Stadsbelang Utrecht), De heer T. Stam (PvdA), Mevrouw B. van der Wilt (D66), De heer Usta (DENK), De heer M. Van Heuven (PvdD), de heer L. van Straalen (ChristenUnie), De heer R. Snijder (Student&Starter), Mevrouw J. Zwinkels (CDA), De heer F. Dekkers (GroenLinks), De heer Dijkstra (EenUtrecht), dhr. Y. Raghib (DENK), dhr. L. van Rooij (Student&Starter), dhr. F. Cicero (Student&Starter), mw. M. Hellevoort (GroenLinks), mw. A. Krul (PvdD),
Afwezigen
Er zijn geen afwezigen gemeld.
Verslag openbare vergadering commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen ............................................................................................................................................................ 1. Opening en mededelingen ............................................................................................................2 2. Vaststellen van de agenda van 13 maart 2025 .............................................................................2 3. Vaststellen van ingekomen agenderingen ....................................................................................2 3.1 Initiatiefvoorstel ‘Geef woningzoekenden een Stem’ ...............................................................2 3.2 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven ................................3 4. Verslagen ......................................................................................................................................5 5. Toezeggingen/moties ....................................................................................................................5 6. Ingekomen stukken .......................................................................................................................5 7.
Debat over geheime brief binnen de portefeuille vastgoed ...........................................................5 8. Raadsvoorstel Beleidsnota vastgoed 2025-2030 ..........................................................................5 Pagina 1 van 57
1. Opening en mededelingen
5
10
De voorzitter opent de vergadering om 10.20 uur en heet iedereen die meekijkt van harte welkom. Hij geeft aan dat via de appgroep is geïnventariseerd wie behoefte had aan een werkbezoek aan mogelijke partners voor een publiek warmtebedrijf. De afspraak was dat dit bezoek zou doorgaan bij minimaal zeven deelnemers. Helaas hebben zich slechts vijf personen aangemeld, waardoor het werkbezoek komt te vervallen. De heer Te Hoonte (VVD) spreekt zijn teleurstelling uit. Hij wijst erop dat de deelnemers die zich hebben aangemeld samen wel de helft van de raad vertegenwoordigen. Hoewel hij begrijpt dat niet iedereen tijd heeft, vindt hij het zonde dat deze kennis nu verloren gaat. Hij vraagt om de contactgegevens van de betrokken partijen, zodat hij zelf een afspraak kan maken. De voorzitter benadrukt dat afspraak ook afspraak is en dat was dat er minimaal zeven aanmeldingen nodig waren.
15
De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan niet te weten waar is afgesproken dat er zeven deelnemers vereist waren. Gezien de omvang van de investering, vindt hij het belangrijk dat de raad zichzelf voldoende informeert voordat er een besluit wordt genomen. De voorzitter zal de contactgegevens verstrekken en geeft aan dat de organisator het minimumaantal van zeven deelnemers heeft bepaald.
2. Vaststellen van de agenda van 13 maart 2025 20
De heer Snijder (Student&Starter) was in de veronderstelling dat zijn fractie had meegeagendeerd bij agendapunt 12. Hij vraagt of het alsnog is toegestaan om dit punt mee te agenderen en of hij daarbij een iets langere spreektijd heeft.
25
De voorzitter inventariseert of de commissie hiermee akkoord gaat, wat het geval blijkt te zijn. Hij doet tevens een algemene oproep om de spreektijden in de gaten te houden en de voortgang van de vergadering te bewaken. Agendapunt 7 is doorgeschoven vanuit de vergadering van 7 februari, waarbij de spreektijden van die vergadering blijven gelden. Verder wordt dit punt in beslotenheid besproken.
30
De heer Usta (DENK) heeft in de appgroep aangegeven dat hij in overleg met de griffier heeft gekeken naar een alternatieve datum voor de RIB over achterstallig onderhoud. Dit zou mogelijk zijn op 1 april, maar dat zou betekenen dat het bijbehorende agendapunt ook verplaatst moet worden. Hij stelt daarom voor om te kijken naar een alternatieve mogelijkheid voor de commissiebespreking van agendapunt 11. De heer Stam (PvdA) geeft vooraf aan dat bij agendapunt 9 enkele geheime bijlagen zijn, die de fractie graag zou willen bespreken.
35
De voorzitter bevestigt dat dit mogelijk is en stelt de agenda vast met de genoemde wijzigingen.
3. Vaststellen van ingekomen agenderingen 3.1 Initiatiefvoorstel ‘Geef woningzoekenden een Stem’ Pagina 2 van 57
De voorzitter doet het voorstel het te agenderen op 10 april voor negentig minuten. Hiermee wordt ingestemd. 5
10
3.2 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven De heer Te Hoonte (VVD) heeft onvoldoende zicht op de LTA, maar het lijkt erop dat er veel fluctuatie zit in de stukken die vanuit het college worden aangeleverd in raadsvoorstellen. Hij vraagt of het college de LTA naast de commissieplanning kan leggen, zodat debatten beter gepland kunnen worden en de agenda gevuld blijft. Hij vreest dat er anders opnieuw veel druk ontstaat en extra dagdelen moeten worden ingepland. Wethouder De Vries neemt dit ter harte.
15
De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat de commissie nog steeds in afwachting is van de woonvisie. Hij is van mening dat deze woonvisie in deze commissievergadering geagendeerd had kunnen worden. Als dit nu niet wordt gepland, bestaat het risico dat de woonvisie pas na de zomer behandeld wordt. Mevrouw Zwinkels (CDA) wacht ook op de woonvisie en vraagt om een bevestiging, in de vorm van een datum, of deze inderdaad nog vóór de zomer komt.
20
Wethouder De Vries legt uit dat het concept al is gedeeld en dat vervolgens de inspraak is gestart. Het proces met de stad is gevolgd, waarbij inwoners tot een week geleden reacties konden indienen. Op basis daarvan worden enkele wijzigingen doorgevoerd, waarna het aangepaste concept bij het college komt en vervolgens naar de raad gaat. Hij verwacht dat dit op korte termijn gebeurt en bevestigt dat de woonvisie zeker nog vóór de zomer wordt aangeboden. De voorzitter stelt voor om alvast met potlood een RIB en een commissievergadering te plannen.
25
30
De heer Te Hoonte (VVD) is van mening dat dit niet de afspraak is, omdat hierdoor later alles weer verzet moet worden. Hij roept de wethouder op ervoor te zorgen dat de woonvisie vóór 1 april aan de raad wordt aangeboden, zodat deze op 10 april geagendeerd kan worden. Als dit niet lukt, kan de agendering pas in mei plaatsvinden, wat betekent dat het in juli wordt behandeld, omdat ook de voorjaarsnota er nog tussen staan. Als de woonvisie daardoor pas na de zomer behandeld wordt, vindt hij dat dit te wijten is aan de wethouder. De voorzitter wijst erop dat er ook in het licht van het proces een datum voor de RIB en de commissievergadering kan worden vastgesteld. Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt dit een goed voorstel en wil de woonvisie graag al op 10 april bespreken. Ze wil dan wel een toezegging van het college over wanneer het stuk wordt aangeleverd.
35
Wethouder De Vries geeft aan dat het stuk aan het eind van de maand naar de raad wordt gestuurd. De voorzitter vraagt of er dan voldoende tijd is om nog een RIB in te plannen. Mevrouw Passier (Volt) vindt het niet haalbaar om een dergelijk belangrijk stuk binnen tien dagen door te nemen en op 10 april te bespreken. Daarom wil zij de standaard procedure volgen.
Pagina 3 van 57
De heer Dijkstra (EenUtrecht) verwacht dat het definitieve stuk niet veel zal afwijken van het concept en hoopt dat iedereen dit al heeft doorgenomen. De voorzitter stelt voor om een RIB te organiseren op 1 april met de intentie om het op 10 april te bespreken. 5
10
De heer Te Hoonte (VVD) maakt hier bezwaar tegen. Hij benadrukt dat hij een signaal wilde afgeven richting het college over het late aanleveren van stukken. Volgens hem kan de woonvisie op 10 april worden geagendeerd als de stukken begin april beschikbaar zijn. Vervolgens kan de bespreking in de eerstvolgende commissievergadering plaatsvinden, zodat er voldoende tijd is om de stukken te bestuderen en een RIB te organiseren. Volgens hem wordt met het voorstel van de voorzitter de commissie nu verantwoordelijk gemaakt voor de vertraging van het college. Hoewel dit de situatie verduidelijkt, wil hij niet dat de woonvisie al op 10 april wordt besproken. De voorzitter probeert pragmatisch te zijn en ruimte te creëren voor zowel een RIB als een commissievergadering. Hij blijft bij zijn voorstel, maar staat open voor alternatieve voorstellen van de heer Te Hoonte.
15
20
Mevrouw Passier (Volt) heeft al aangegeven dat ze het voorstel niet steunt, omdat de termijn om de stukken door te nemen te kort is. Op basis van de reacties uit de commissie vermoedt zij dat er onvoldoende steun is voor het voorstel van de voorzitter en dat de meerderheid de standaard procedure wil volgen. De voorzitter inventariseert en constateert dat er een meerderheid is voor het voorstel van Volt om de procedure te volgen. Mevrouw Van der Wilt (D66) is benieuwd naar de wijzigingen in het stuk naar aanleiding van de inspraak. Ze wil dit goed bekijken en eventueel mensen uitnodigen voor een toelichting.
25
Mevrouw Zwinkels (CDA) wil alvast een definitieve datum in mei vaststellen, zodat de woonvisie niet ondergesneeuwd raakt door de voorjaarsnota. Ze stelt voor om het te combineren met het initiatiefvoorstel van D66 voor woningzoekenden. De voorzitter stelt vast dat de bespreking op 22 mei wordt geagendeerd. De planning van de RIB laat hij aan de commissie over.
30
35
40
Mevrouw Van der Wilt (D66) had liever gezien dat het onderwerp eerder besproken werd, omdat de agenda al erg vol zit richting de voorjaarsnota. Zij wil vasthouden aan haar oorspronkelijke voorstel om het in april te bespreken. De heer Te Hoonte (VVD) benadrukt opnieuw dat hij het probleem heeft aangekaart omdat het college te laat is met het aanleveren van stukken, waardoor de agenda leeg blijft. Nu er een onderwerp is om in april te bespreken, wordt voorgesteld dit naar mei te verplaatsen. Hij vindt dit onlogisch en stelt nogmaals dat het college de woonvisie vóór 10 april moet aanleveren, zodat deze op 10 april geagendeerd kan worden en de RIB in de tussenliggende periode kan plaatsvinden. Volgens hem ontstaat er anders onnodige chaos vanwege een eenvoudig verzoek aan het college. Mevrouw Zwinkels (CDA) maakt een punt van orde en merkt op dat er achter de microfoon persoonlijke opmerkingen naar haar worden geroepen. Ze vindt dit niet gepast. Ze is het eens met het punt dat de heer Te Hoonte maakt, maar gaat er op een andere manier mee om. Pagina 4 van 57
De voorzitter roept op om de korzeligheid achterwege te laten en stelt vast dat de woonvisie op 22 mei wordt geagendeerd.
5
De heer Van Heuven (PvdD) doet een aanvullende oproep en geeft aan dat de Partij voor de Dieren met smart wacht op de klimaatvisie. Hij pleit voor een vergelijkbare oproep als die van de heer Te Hoonte over de woonvisie en sluit daarmee dit onderwerp af. De heer Usta (DENK) vraagt naar de datum van het debat over achterstallig onderhoud in Overvecht. De voorzitter bevestigt dat dit op 10 april zal plaatsvinden en wijst de commissie erop dat de agenda voor die dag nog minimaal gevuld is.
10
4. Verslagen Het concept verslag van de commissie vergadering Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen van 6 februari 2025 wordt ongewijzigd vastgesteld.
15
20
5. Toezeggingen/moties De toezeggingen en motielijst wordt ongewijzigd vastgesteld. De heer Van Straalen (ChristenUnie) had een vraag over het koersdocument leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen. Het nieuwe koersdocument zou in het vierde kwartaal 2024 naar de raad gestuurd worden maar hij heeft het nog niet gezien en hij is benieuwd wanneer dit te verwachten is. Wethouder De Vries gaat dit checken en komt hier later op terug.
25
De heer Snijder (Student&Starter) heeft een vraag over motie 477 ‘vriendelijk zijn voor friendscontracten’ en hij is benieuwd op welke wijze deze is afgedaan. Wethouder De Vries komt naar aanleiding van de inspraakreactie met een brief waarin alle openstaande moties beantwoord worden.
30
6. Ingekomen stukken Nr. 1 Onderzoek Pointer De leden gaan akkoord met het afdoeningsvoorstel.
35
7. Debat over geheime brief binnen de portefeuille vastgoed De voorzitter geeft aan dat het agenda punt in beslotenheid besproken wordt. Hij verzoekt het publiek om de zaal te verlaten en schorst de vergadering om op geheim over te gaan.
40
45
8. Raadsvoorstel Beleidsnota vastgoed 2025-2030 Mededelingen De wethouder heeft geen mededelingen. Mededelingen De commissieleden hebben geen mededelingen. Pagina 5 van 57
5
10
15
20
25
30
35
40
De voorzitter geeft aan dat de Beleidsnota Vastgoed het beleid formuleert aangaande de omgang met gemeentelijke vastgoed. Dit aan de hand van drie doelstellingen en acht leidende principes. Inzet is om via dit vastgoed maatschappelijke meerwaarde te creëren. In de beleidsnota is deze ambitie uitgewerkt naar: “Voldoende en goed gespreid toekomstbestendig vastgoed waar huurders tevreden over zijn en dat bijdraagt aan de maatschappelijke doelstellingen van de gemeente”. Eerste termijn De heer Dekkers (GroenLinks) geeft aan dat hij ook dit agendapunt overneemt van Fred Claassen. Hij ziet dat een aantal eerder besproken punten terugkomen in de nota, waarbij de grootste spanning ligt in de uitvoering en de vraag hoe de ambities waargemaakt kunnen worden. De nota maakt duidelijk dat dit niet altijd mogelijk zal zijn. Voor GroenLinks betekent dit dat er prioriteiten gesteld moeten worden en dat scherp in beeld gebracht moet worden wat de belangrijkste ambities zijn. Voor GroenLinks zijn dat toegankelijkheid en duurzaamheid. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt hoe GroenLinks de prioritering van ambities voor zich ziet. Ze wil weten of dit betekent dat bepaalde panden niet verduurzaamd of niet toegankelijk gemaakt zullen worden. De heer Dekkers (GroenLinks) ziet in de nota enkele handvatten en overwegingen, maar vindt het vooral belangrijk dat er een kader is om hierover in gesprek te gaan.
Hij mist dit, omdat enkele indicatoren niet zijn opgenomen. Mevrouw Zwinkels (CDA) herhaalt haar vraag en is benieuwd hoe GroenLinks de prioritering precies invult. De heer Dekkers (GroenLinks) legt uit dat de nota aangeeft dat er niet op pandniveau gekozen moet worden. Volgens hem is het uitvoeringsprogramma een concreter document waarin de discussie over afzonderlijke panden gevoerd moet worden. Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt juist dat de beleidsnota de plek is om keuzes te maken. Als die keuzes pas in het uitvoeringsprogramma worden gemaakt, kan dit debat beter worden gestopt en het uitvoeringsprogramma worden geagendeerd. De heer Dekkers (GroenLinks) maakt duidelijk dat hij een andere benadering heeft dan het CDA. Hij wil vooral vasthouden aan de afgesproken ambities. De heer Te Hoonte (VVD) vindt het antwoord van de heer Dekkers te makkelijk, terwijl hij de vraag van het CDA terecht vindt. Volgens hem heeft GroenLinks ingestemd met de nieuwe beleidscyclus en zou de nota daarom ook getoetst moeten worden. De heer Dekkers (GroenLinks) benadrukt dat GroenLinks een duidelijke stip op de horizon wil houden en dat het vooral gaat om de vraag wanneer bepaalde zaken worden gerealiseerd.
45
De heer Te Hoonte (VVD) concludeert dat het vasthouden aan al het vastgoed en alle beleidsnota’s niet haalbaar is, tenzij er een grote financiële last bij de inwoners wordt neergelegd. Hij vraagt of de heer Dekkers dit erkent.
50
De heer Dekkers (GroenLinks) erkent dat er een groot gat is tussen de ambities en wat er gerealiseerd kan worden. Hij vindt dat er naar mogelijkheden gezocht moet worden om de ambities alsnog te halen. Hij wil niet beweren dat er geen panden meer nodig zijn voor sport of culturele activiteiten, of dat toegankelijkheid van panden niet meer belangrijk is.
55
De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat niet alles mogelijk is zonder een te grote financiële last voor inwoners. Hij vindt dat GroenLinks onvoldoende keuzes maakt in ambities, waardoor de tekorten alleen maar groter worden. De heer Dekkers (GroenLinks) erkent dat er een grote spanning zit tussen de ambities en de uitvoerbaarheid ervan. Hij pleit ervoor om dit probleem niet te negeren, maar juist scherper te Pagina 6 van 57
formuleren. Hij is het eens met de heer Te Hoonte dat de nota geen concrete lijst bevat met hoe de ambities gerealiseerd moeten worden. 5
10
15
20
25
30
De voorzitter merkt op dat de deelnemers elkaar direct aanspreken en niet via de voorzitter. De heer Dekkers (GroenLinks) biedt hiervoor zijn excuses aan. Hij merkt op dat de voorgestelde indicatoren de spanning tussen ambitie en uitvoering niet goed in beeld brengen. Hij vraagt of het college bereid is om de indicatoren aan te passen en deze scherper te formuleren in het jaarprogramma vastgoed. Als voorbeeld noemt hij de doelstelling om 55 panden toegankelijk te maken, maar hij constateert dat er geen duidelijke afspraak is over hoe inzichtelijk wordt gemaakt dat deze doelstelling daadwerkelijk wordt gerealiseerd. De heer Van Heuven (PvdD) vraagt naar de indicator voor CO₂-uitstoot, die dreigt te vervallen, en wil weten hoe GroenLinks hiertegenover staat. De heer Dekkers (GroenLinks) vindt het een slecht idee om deze indicator te schrappen en wil deze handhaven. Het feit dat de doelstelling niet gehaald wordt, is voor hem geen reden om de indicator te laten vervallen. De heer Van Heuven (PvdD) is blij met deze reactie, omdat dit ook het standpunt van de Partij voor de Dieren is. De heer Dekkers (GroenLinks) steunt het principe dat partijen die veel geld willen verdienen een commerciële huur moeten betalen, maar hij wijst op onlogische situaties in de praktijk.
Hij noemt als voorbeeld een muziekschool die kostendekkende huur kan betalen, terwijl een zelfstandige muziekdocent die muzieklessen geeft als zzp’er een commerciële huurprijs moet betalen. Volgens hem zijn er in de sectoren sport en cultuur veel zzp’ers actief die vaak minder verdienen dan werknemers van een maatschappelijke stichting of vereniging. Hij vraagt of het college bereid is hier iets aan te doen en stelt voor een waarderingssubsidie van één euro in te voeren, zodat deze zelfstandigen in aanmerking komen voor kostprijsdekkende huur. De heer Van Straalen (ChristenUnie) vraagt of het niet beter is om te kijken naar de definitie van een beleidsondersteunende rol in plaats van een oplossing in de vorm van een subsidie.
35
40
45
De heer Dekkers (GroenLinks) wil op zoek naar een oplossing waarbij criteria worden vastgesteld om maatschappelijke belangen die nog niet direct gesubsidieerd worden, beter te waarderen. Hij staat open voor andere oplossingen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) is geen voorstander van het vasthouden aan vastgoed als uitgangspunt. Volgens EenUtrecht moet de overheid geen taken uitvoeren die de gemeenschap zelf beter kan doen. Hij pleit ervoor om commercieel vastgoed te verkopen aan de markt en maatschappelijk vastgoed, waar mogelijk, over te dragen aan de gemeenschap. De gemeente zou vastgoed alleen moeten aanhouden met als doel het te verhuren aan gemeenschapsorganisaties. Hij vraagt of het college dit standpunt deelt en of dit explicieter kan worden opgenomen in de beleidsnota. Volgens hem zou de formulering moeten zijn dat gemeentelijk vastgoed in principe alleen bedoeld is voor de verhuur van maatschappelijk vastgoed, primair aan gemeenschapsorganisaties tegen een maatschappelijk tarief. Waar mogelijk wordt onderzocht of deze organisaties het vastgoed kunnen overnemen of volledig kunnen aankopen.
50
De heer Van Straalen (ChristenUnie) wijst erop dat hij enkele jaren geleden samen met D66 een motie heeft ingediend om het ‘right to bid’ in de nota te verankeren. Dit houdt in dat eerst wordt gekeken of een maatschappelijke partij een pand kan overnemen. Hij vraagt hoe de heer Dijkstra hiertegen aankijkt en of dit goed is verwerkt in de nota.
55
De heer Dijkstra (EenUtrecht) deelt deze mening volledig en vindt dat dit principe beter verwerkt moet worden in de nota, omdat hij het nu onvoldoende terugleest.
60
De heer Stam (PvdA) vraagt of EenUtrecht een risico ziet dat sommige partijen de kosten van vastgoed niet kunnen dragen. Pagina 7 van 57
5
10
De heer Dijkstra (EenUtrecht) is van mening dat deze partijen steeds beter georganiseerd raken. Wanneer zij een pand overnemen, kunnen zij het vaak efficiënter en goedkoper onderhouden dan de gemeente. Hij ziet hierin grote voordelen en pleit ervoor om meer ruimte te geven aan deze aanpak. De heer Stam (PvdA) vraagt of EenUtrecht niet meer heil ziet in zelfbeheer dan in zelfbezit. Hij noemt als voorbeeld de voedselbank, die zelf geen kapitaal heeft, maar wel goed georganiseerd is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt beide vormen belangrijk. Zelfbeheer is laagdrempeliger en daarom gemakkelijker te realiseren, maar hij wil ook ruimte bieden aan organisaties die volledige eigendom willen verwerven.
15
De heer Stam (PvdA) vraagt wat de verkoop van vastgoed betekent voor de ambities in de beleidsnota als een koper geen middelen heeft om bijvoorbeeld te verduurzamen.
20
De heer Dijkstra (EenUtrecht) wijst erop dat de gemeente hier ook niet altijd de financiële middelen voor heeft. Volgens hem kunnen gemeenschapsorganisaties het mogelijk goedkoper organiseren dan de gemeente, die te maken heeft met overheadkosten, standaard risico-opslagen en strikte onderhoudscriteria.
25
De heer Te Hoonte (VVD) vindt het een interessant voorstel. Hij maakt zich zorgen over de welzijnsorganisaties, waarvan de contracten eens in de zoveel jaar opnieuw worden aanbesteed en die ook gebouwen nodig hebben. Hij vraagt hoe de heer Dijkstra dit voor zich ziet en of dit niet tot problemen leidt.
30
35
40
45
50
55
60
De heer Dijkstra (EenUtrecht) wijst erop dat woningcorporaties ook een rol hebben in het creëren van maatschappelijk vastgoed. Hier mag kritischer naar gekeken worden, mogelijk in coproductie. Een van de doelstellingen in de nota is het voorzien in voldoende maatschappelijk vastgoed, maar voor hem is vooral het woord voldoende een grote vraag. Volgens EenUtrecht is er te weinig aanbod voor de grote vraag. Buurtruimtes zijn volgens hem essentieel om wijken gezond, leefbaar en vitaal te houden. Tijdens de RIB bleek dat er een inventarisatie loopt naar de behoefte aan buurtruimtes. Hij vraagt wat de scope van deze inventarisatie is en wanneer de resultaten beschikbaar komen. Daarnaast vraagt hij een toezegging om deze inventarisatie nog vóór de zomer af te ronden. Ook wil hij weten of de wethouder erkent dat er een tekort is aan maatschappelijke ruimten en wat hij van plan is hieraan te doen. Mevrouw Zwinkels (CDA) is benieuwd naar de invulling van voldoende maatschappelijk vastgoed en wat de heer Dijkstra precies aan de wethouder vraagt. Wil hij meer afstemming met andere wethouders of is er een breder probleem dat moet worden doorbroken? Ze richt zich hierbij met name op sporthallen, waar volgens haar een groot tekort aan is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) wil vooral de focus leggen op sociaal-culturele ruimtes.
In sommige wijken is hier voldoende aanbod, maar in andere wijken is het minimaal. Hij wil dat dit goed in kaart wordt gebracht en begrijpt dat hier al een proces voor loopt. De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of het niet belangrijk is om voor alle beleidsvelden in kaart te brengen wat nodig is. Volgens hem ontstaat er een scheef beeld in de besluitvorming als iedere partij alleen zijn eigen prioriteiten onder de aandacht brengt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) wacht het antwoord van de wethouder af en geeft aan dat hij niet voor niets naar de scope van de inventarisatie heeft gevraagd. Hij erkent dat er een duidelijk tekort is aan sporthallen. De heer Dekkers (GroenLinks) ziet dat EenUtrecht een groeiende behoefte aan maatschappelijk vastgoed constateert voor belangrijke stedelijke doelen. Hij vraagt hoe dit zich verhoudt tot de wens om het gemeenschappelijk vastgoed te verkleinen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) benadrukt dat hij nooit heeft gezegd dat maatschappelijk vastgoed moet worden verkleind. Integendeel, hij stelt juist dat er meer vraag is dan aanbod. Zijn vraag is Pagina 8 van 57
wie eigenaar zou moeten zijn van dit vastgoed. Hij vindt dat gemeenschapsorganisaties en woningcorporaties hier de eerste aangewezen partijen voor zijn, terwijl de gemeente een vangnetfunctie moet vervullen. 5
10
Mevrouw Passier (Volt) vraagt om verduidelijking of de heer Dijkstra pleit voor een model zoals bij onderwijshuisvesting. Ze zoekt naar een concreet beeld van hoe hij dit voor zich ziet. De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan voorstander te zijn van minder gemeentelijk vastgoed en meer maatschappelijk vastgoed. Wat hem betreft zou gemeenschapsvastgoed in handen van de gemeenschap zelf of van woningcorporaties moeten komen. Mevrouw Passier (Volt) begrijpt het voorstel beter, maar is ook benieuwd hoe dit in de praktijk wordt ontwikkeld.
15
20
De heer Dijkstra (EenUtrecht) ziet een faciliterende en ondersteunende rol voor de gemeente. Hij wil niet dat de gemeente alles in eigendom houdt, maar dat vastgoed op een passend moment kan worden overgedragen. Hij hoort in de stad dat sommige organisaties bij commerciële verhuurders soms een lagere huur betalen dan bij de gemeente. Hij vraagt of de wethouder erkent dat dit geen incident is. Daarnaast wil hij weten of de wethouder mogelijkheden ziet om de kostprijsdekkende huur lager vast te stellen, aangezien in de huidige berekening allerlei componenten, zoals groot onderhoud, zitten die doorgeschoven kunnen worden aan de huurder.
25
De heer Te Hoonte (VVD) verwacht dat het antwoord van de wethouder zal zijn dat de kostprijsdekkende huur nog verder omhoog moet, gezien de berekening die vanochtend is gedeeld. Daarbij is al aangegeven dat deze kosten in de huurcontracten worden verwerkt, tenzij er een alternatieve dekking wordt gevonden. Hij vraagt de heer Dijkstra om een concreet voorstel te doen over waar het benodigde geld vandaan zou moeten komen.
30
De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat hij al een voorstel heeft gedaan over de componenten die worden meegerekend in de huurprijs. Een andere mogelijkheid zou zijn om de kosten te verdelen over de gehele vastgoedportefeuille in plaats van per pand.
35
De heer Te Hoonte (VVD) wijst erop dat er al een tekort van een miljard euro is voor het verduurzamen van gemeentelijke panden. Als daar jaarlijks nog eens 36 miljoen euro bij moet worden opgebracht, betekent dit dat huurders dit als extra huur zullen moeten betalen. Dit staat nog los van de bestaande tekorten die al in de plannen zijn opgenomen voor toegankelijkheid en circulariteit.
40
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dat het een keuze is of bepaalde kosten wel of niet worden doorberekend en of de eigenaar/verhuurder daar zelf verantwoordelijkheid voor draagt. Volgens hem moet hier creatief en zorgvuldig naar worden gekeken.
45
50
55
60
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt opnieuw waar de kosten dan vandaan moeten komen, aangezien er bij de voorjaarsnota tekorten ontstaan die EenUtrecht zal moeten dekken. Hij is benieuwd welke voorstellen EenUtrecht hiervoor zal doen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) verwijst naar de tegenbegroting die zijn fractie vorig jaar heeft ingediend. Hoewel deze niet is aangenomen, laat die volgens hem wel zien dat er andere keuzes mogelijk zijn. De heer Stam (PvdA) vraagt of EenUtrecht in die tegenbegroting ook bezuinigingen op het onderhoud van vastgoed heeft opgenomen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) moet het antwoord hierop schuldig blijven. De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of het voorstel van EenUtrecht betekent dat de gemeente geen zeggenschap meer zou moeten hebben over de duurzaamheid, toegankelijkheid en het onderhoud van gebouwen en dat deze verantwoordelijkheid volledig bij de gebruikers komt te liggen. Pagina 9 van 57
5
10
15
20
25
De heer Dijkstra (EenUtrecht) is van mening dat alle gebruikers zich moeten houden aan de kaders en regels van de overheid, en dat deze zaken daaronder vallen. Het laatste punt dat hij aanstipt, is de definitie van kostprijsdekkende huur en wie daarvoor in aanmerking komt. Volgens hem worden organisaties die beleidsondersteunend werk doen, maar geen subsidie ontvangen, benadeeld doordat ze een commercieel tarief moeten betalen. Dit vindt EenUtrecht niet logisch. Daarom vraagt hij waarom niet alle maatschappelijke organisaties automatisch in aanmerking komen voor kostprijsdekkende huur, ongeacht of ze een subsidierelatie met de gemeente hebben. Tot slot vraagt hij de wethouder of hij erkent dat het makkelijker is om samen te werken met maatschappelijke initiatieven zonder een subsidierelatie. Mevrouw Passier (Volt) is verbaasd over de koppeling tussen subsidierelaties en kostprijsdekkende huur. Tijdens de RIB bleek volgens haar dat er breder wordt gekeken naar maatschappelijke partijen, zoals de voedselbank, en niet alleen naar subsidierelaties. Ze vraagt de heer Dijkstra waar hij zijn zwart-wit standpunt op baseert. De heer Dijkstra (EenUtrecht) verwijst naar de nota, waarin hij leest dat het niet hebben van een subsidierelatie een uitzondering is. Hij pleit ervoor om dit juist de standaard te maken voor alle partijen die beleidsondersteunend werk doen.
Mevrouw Passier (Volt) vraagt wat er gebeurt met vastgoed in eigendom van gemeenschapsorganisaties als zij er na tien jaar uit vertrekken en het pand wordt verkocht. De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt dat veel locaties langer dezelfde functie behouden dan tien jaar. In zo’n geval kan een woningcorporatie het vastgoed overnemen of kan een ander initiatief in het pand trekken. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of dit betekent dat een gemeenschapsorganisatie het pand met winst mag doorverkopen.
30
35
40
45
50
55
60
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dat hierover bij verkoop afspraken gemaakt kunnen worden. Hij wijst erop dat in het omgevingsplan bestemmingen zijn vastgelegd, wat beperkingen oplegt aan de verkoop. Als eigenaar kun je gebruikmaken van eigenaarsrechten, dus een gemeenschapsorganisatie zou in principe een pand met winst kunnen verkopen. De nieuwe eigenaar zal zich echter wel moeten houden aan de geldende kaders en regels. Als een pand een maatschappelijke bestemming heeft, blijft die bestemming ook voor de nieuwe eigenaar van kracht. Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt het goed dat de nota er ligt en dat de kaders hiermee getoetst kunnen worden. Ze benadrukt het belang van dit onderwerp, omdat veel inwoners gebruikmaken van maatschappelijk vastgoed. Ze complimenteert de ambtenaren voor de presentatie tijdens de RIB. Vervolgens vraagt ze of het klopt dat er weinig nieuws in de nota staat. Het CDA vraagt zich af waarom de ambities niet zijn aangepast om ze realistischer te maken. Het CDA constateert daarnaast dat de kostprijsdekkende huur hoger ligt dan de marktconforme huur en wil weten hoe kan worden voorkomen dat de gemeentelijke huurprijs hoger wordt dan die van de markt. Mevrouw Zwinkels vraagt of samenwerking met externe partijen een beter alternatief zou zijn en of er mogelijkheden zijn om de kostprijsdekkende huur te verlagen door kosten te besparen.
De heer Dekkers (GroenLinks) hoorde EenUtrecht suggesties doen om de kosten te verlagen en vraagt zich af of het CDA eerst helder wil hebben waarom de marktconforme huur lager ligt dan de kostprijsdekkende huur. Volgens hem is het bij marginale huren bij leegstand niet wenselijk. Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft de indruk gekregen dat de situatie waarin de kostprijsdekkende huur hoger is dan de marktprijs geen uitzondering meer is. Daarom wil ze graag een reflectie van de wethouder hierover. Ze is het eens met GroenLinks dat hier inzicht in moet komen. Over erfgoed merkt ze op dat de cultuurhistorische waarde in de nota slechts kort wordt aangestipt, met als enige verwijzing de verantwoording voor de Domtoren. Erfgoed is echter een bijzondere categorie vanwege het onderhoud, de verduurzaming en de verhuur. Bovendien is erfgoed het grootste percentage van het gemeentelijke vastgoed. Mevrouw Zwinkels vindt het teleurstellend dat in de nota staat dat erfgoed er niet is vanwege beleidsdoelstellingen, maar Pagina 10 van 57
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
omdat de gebouwen bij de geschiedenis en identiteit van de stad horen. Dit wekt volgens haar de indruk dat de gemeente erfgoed als een last ziet in plaats van als iets waardevols om te koesteren. Ze vraagt of de afdeling Erfgoed heeft meegelezen en welke rol zij in de praktijk spelen, aangezien zij veel kennis in huis hebben. Volgens haar zou Erfgoed leidend en faciliterend moeten zijn in samenwerking met externe kennisdragers. Daarnaast vindt het CDA dat er doelstellingen voor erfgoed moeten worden geformuleerd, bijvoorbeeld voor de restauratie en het onderhoud denkend aan de werfkelders. Ze wil weten hoe deze werkzaamheden nog beter kunnen worden uitgevoerd met expertise uit de samenleving. Wat betreft maatschappelijk vastgoed merkt ze op dat veel maatschappelijke initiatieven in de problemen komen door de gemeente als verhuurder. Mevrouw Zwinkels noemt als voorbeeld LadyFit, dat opnieuw aangeeft dat het voortbestaan van de organisatie onder druk staat. Volgens hen is het nieuwe beheersplan niet in overleg tot stand gekomen. Ze wil hierover een reactie van de wethouder. Het CDA sluit zich aan bij de ChristenUnie over de subsidierelatie, een onderwerp dat de ChristenUnie later in hun eigen inbreng verder zal toelichten. Over het Makelpunt, dat vraag en aanbod van vastgoed samenbrengt, is mevrouw Zwinkels benieuwd of dit effectief functioneert.
Ze krijgt signalen dat dit niet altijd goed werkt en wil van de wethouder horen hoe partijen zich kunnen aanmelden en of het Makelpunt beter gepromoot kan worden. De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt hoe het CDA denkt om te gaan met maatschappelijke organisaties die de kostprijsdekkende huur niet kunnen betalen. Hij wil weten of het CDA vindt dat dit via beleidsprogramma’s opgelost moet worden of door andere huurstructuren. Mevrouw Zwinkels (CDA) wil dit zo transparant mogelijk maken, zodat er geen verkapte subsidies ontstaan die niet te verantwoorden zijn. Ze wil herhaling van situaties zoals bij de Social Impact Factory voorkomen. Mevrouw Passier (Volt) heeft in haar eigen inbreng ook vragen over het Makelpunt, omdat ze het belangrijk vindt dat beschikbare ruimte gedeeld wordt. Ze vraagt of het CDA vindt dat de gemeente hierin een regierol moet nemen om actief te kunnen sturen. Mevrouw Zwinkels (CDA) deelt deze mening, maar merkt op dat het college vaak een andere definitie van regie hanteert. Volgens haar wordt regie vaak onnodig ingewikkeld gemaakt, waardoor initiatieven jaren moeten wachten op huisvesting. Het CDA pleit er al langer voor om maatschappelijke opgaven mee te nemen in ruimtelijke ontwikkelingen. Dit zou echter ook moeten gelden voor bestaande wijken. Wanneer er nieuwe woningen worden toegevoegd, moeten ook de voorzieningen in de wijk toenemen.
Mevrouw Zwinkels wil weten hoe het college dit gaat aanpakken in Welgelegen, Vleuten, De Meern en Leidsche Rijn, met name met betrekking tot sporthallen. Ook vraagt ze of de betaalbaarheid van maatschappelijk vastgoed goed wordt geborgd in de grondexploitatie bij projectontwikkeling van nieuwbouw. Voor Merwede wil ze weten hoe dit is geregeld. Daarnaast wijst ze op het principe van ongelijk investeren in gelijke kansen, waardoor wijken zoals Vleuten en De Meern lager worden geprioriteerd. Ze vraagt of dit principe daadwerkelijk rekening houdt met het beschikbare maatschappelijk vastgoed in een wijk. In de nota staat letterlijk dat er alleen geïnvesteerd wordt in Overvecht en Zuidwest, maar het CDA zou liever een betere spreiding van maatschappelijk vastgoed over de hele stad zien. Wanneer een wijk minder maatschappelijk vastgoed heeft, zou daar juist een inhaalslag moeten worden gemaakt. Dit geldt ook voor de buurtbureaus en wijkbureaus waar EenUtrecht over sprak en die in de wijken gevestigd moeten worden. Tot slot wil mevrouw Zwinkels van de wethouder weten of hij een duidelijk beeld heeft van in welke wijken het maatschappelijk vastgoed zal groeien en of hierop wordt voorgesorteerd. De heer Stam (PvdA) is van mening dat grip op groei en balans een essentiële voorwaarde is binnen de vastgoednota.
Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt het begrip groei en balans vaag, omdat dit gebaseerd is op een RSU en een barcode. Voor haar is het niet duidelijk wat groei en balans precies inhouden. Ze pleit voor een betere spreiding van maatschappelijk vastgoed over de verschillende wijken. Ze vindt het opvallend dat er onlangs nog is geïnvesteerd in Podium Oost, wat een voorbeeldproject voor de Pagina 11 van 57
gemeente is geweest. Binnen dit beleid had echter ook de vraag gesteld kunnen worden of zo’n investering in Oost nog wel op zijn plaats was. 5
10
De heer Stam (PvdA) vindt dat het vooral neerkomt op prioriteren. Hij vindt het logisch dat bij de toevoeging van maatschappelijk vastgoed wordt gekozen voor de wijken waar de behoefte het grootst is. Mevrouw Zwinkels (CDA) is het ermee eens dat maatschappelijk vastgoed vooral terecht moet komen in de wijken die het het meest nodig hebben. Ze vergelijkt dit met groenvoorzieningen: het CDA wil ook investeren in wijken met weinig groen en diezelfde lijn doortrekken naar vastgoed. Dit gebeurt volgens haar echter niet door te focussen op ongelijk investeren in gelijke kansen en uitsluitend te kijken naar Overvecht en Zuidwest. Ze hoopt dat de PvdA haar steunt wanneer zij met een voorstel komt.
15
De heer Stam (PvdA) vindt dit een praktische benadering en noemt de voedselbank als voorbeeld. Lunetten en Oost delen samen één voedselbank, terwijl Overvecht meerdere locaties heeft. Hij vindt het daarom logisch dat maatschappelijk vastgoed wordt toegevoegd op plekken waar de behoefte het grootst is.
20
Mevrouw Zwinkels (CDA) verwijst naar haar bezoek aan de voedselbank in Leidsche Rijn, waar inwoners uit De Meern naartoe moeten komen.
25
30
35
40
45
50
55
60
De heer Te Hoonte (VVD) vindt het idee van groei en balans goed te volgen, behalve de barcode. Volgens hem impliceert de nota dat wanneer er meer woningen worden gebouwd, er ook meer voorzieningen moeten komen. Hij noemt Rijnenburg als voorbeeld: als daar woningen worden gebouwd, moeten bewoners daar ook toegang hebben tot gemeentelijke voorzieningen en een huisarts. Hij zou het onlogisch vinden als deze bewoners voor maatschappelijke voorzieningen naar Overvecht zouden moeten, alleen vanwege het principe van ongelijk investeren. Hij vraagt mevrouw Zwinkels of zij dit soort afwegingen in de beleidsnota ook vreemd vindt. Mevrouw Zwinkels (CDA) herkent dit probleem en benadrukt dat groei en balans nu te veel gericht is op nieuwbouw, terwijl er ook aandacht moet zijn voor de bestaande wijken. De heer Te Hoonte (VVD) vindt dat de besliskaders onduidelijk zijn over hoe ongelijk investeren in gelijke kansen moet worden toegepast. Hij vraagt of mevrouw Zwinkels zou steunen dat er meer concrete kaders worden vastgesteld. Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt dit een terechte vraag. Volgens haar ontbreken duidelijke kaders en wordt er nu een vaag principe gehanteerd. Ze pleit voor een meer genuanceerde afweging. Binnen het programma "Samen voor Overvecht" valt volgens haar nog veel winst te behalen.
Ze wil integraal kijken naar wat elke wijk nodig heeft en benadrukt dat ze zeker niet tegen investeringen in Overvecht is. Haar doel is om ervoor te zorgen dat iedereen in Utrecht daadwerkelijk mee kan doen. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of het CDA een duidelijk beeld heeft van wat onder voldoende vastgoed wordt verstaan. Mevrouw Zwinkels (CDA) herkent dit en merkt op dat dit slechts beperkt is beschreven. Volgens haar zou dit meer vanuit de verschillende beleidsvelden moeten komen. Ze wil bovendien zorgen voor een betere spreiding, zodat bepaalde buurten niet worden overgeslagen. Het CDA wil ook meer duidelijkheid over de opmerking dat er beter gekeken moet worden naar de functie en de doelgroep van een gebouw. Mevrouw Zwinkels vraagt zich af of dit betekent dat bepaalde doelgroepen worden voorgetrokken en hoe dit op een transparante en eerlijke manier wordt geregeld. Ze wil weten voor wie het maatschappelijk vastgoed bedoeld is en wat het concrete voorstel van het college hierover is. Mevrouw Passier (Volt) vindt het een interessant onderwerp en haakt aan op de punten van mevrouw Zwinkels, vooral omdat er een sterke vergrijzing op komst is. Ze vraagt zich af of er niet ook gekeken moet worden naar de toekomstige behoeften van de gemeente. Pagina 12 van 57
5
Mevrouw Zwinkels (CDA) erkent dat vergrijzing een belangrijk vraagstuk is, maar geeft aan dat ze door haar uitgebreide inbreng geen ruimte had om dit ook nog te bespreken. Ze wijst erop dat deze doelgroep niet expliciet in de nota wordt benoemd, maar dat dit wel past binnen het bredere doel dat iedereen in de samenleving moet kunnen meedoen. De voorzitter merkt op dat de interrupties en antwoorden erg lang zijn, wat ten koste gaat van de beschikbare tijd. Hij wijst erop dat er slechts 120 minuten zijn gereserveerd voor dit onderwerp.
10
De heer Stam (PvdA) vindt dat maatschappelijk vastgoed vooral ten goede komt aan groepen met de meeste sociaaleconomische voordelen, waardoor het niet gelijk verdeeld is. Hij vraagt of mevrouw Zwinkels het hiermee eens is en erkent dat er iets moet gebeuren om dit recht te trekken.
15
Mevrouw Zwinkels (CDA) is het hier niet mee eens en vraagt om bewijs. Ze wijst erop dat er veel minderbedeelde groepen in de stad zijn waarvoor zaken niet goed geregeld zijn. Ze noemt als voorbeeld Stichting CQ, die slechts een tijdelijke locatie heeft en maar moet afwachten waar ze naartoe kunnen als er nieuwbouwontwikkelingen plaatsvinden.
20
De heer Stam (PvdA) wijst op de sportsector, waar volgens hem het meeste maatschappelijk vastgoed in Overvecht ligt, terwijl de gebruikers daarvan in andere wijken wonen.
25
30
35
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt om feitelijke onderbouwing hiervan. Ze benadrukt dat maatschappelijk vastgoed breed beschikbaar moet worden gesteld, zodat mensen elkaar daar kunnen ontmoeten. De heer Stam (PvdA) concludeert dat dit nu niet het geval is en vindt dat dit juist moet veranderen. Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt dat de nota op veel punten te vaag blijft en zou graag concretere uitwerkingen zien. Ze wijst op netcongestie als een groot probleem, dat wel wordt aangestipt in de nota, maar waarvoor geen oplossingen worden geboden. Volgens haar geeft de nota de indruk dat hier geen oplossing voor is en ze wil weten welke concrete maatregelen de wethouder voorstelt. Wat betreft verduurzaming en toegankelijkheid blijft het CDA dit onderwerp volgen, maar mevrouw Zwinkels geeft aan dat er vandaag geen tijd meer was om hier dieper op in te gaan. Ze is benieuwd naar het uitvoeringsprogramma en hoopt dat deze onderwerpen daarin uitvoerig worden beschreven.
40
De heer Van Vliet (D66) constateert dat het doel om vastgoed in te zetten voor maatschappelijke doeleinden niet altijd goed werkt. Panden kunnen enkel worden verhuurd tegen een kostprijsdekkende huur, maar veel organisaties kunnen dit niet betalen. Hij concludeert dat het verstandiger is om panden te verkopen, te herbestemmen of commercieel te verhuren.
45
De heer Van Heuven (PvdD) wijst erop dat in de nota staat dat de kostprijsdekkende huur kan worden vervangen door de marktconforme huur wanneer deze lager is. Volgens hem betekent dit dat er geen noodzaak is om panden te verkopen.
50
55
De heer Van Vliet (D66) vindt dat prima als dat mogelijk is, maar ziet tegelijkertijd dat het gat in de begroting opgelost moet worden. Hij is van mening dat als een pand niet verhuurd kan worden tegen een normale huurprijs, verkoop een beter alternatief is. De heer Van Heuven (PvdD) leest voor dat in de nota staat dat dit niet geldt wanneer de marktconforme huur lager is dan de kostprijsdekkende huur, omdat dan altijd de marktconforme huur wordt gehanteerd. Volgens hem is er dan geen reden om uit te wijken naar verkoop. De heer Van Vliet (D66) krijgt signalen dat sommige organisaties graag bij de gemeente zouden willen huren, maar dat niet kunnen betalen. Hij vraagt zich af wat dit betekent voor het bestaande vastgoed en of het wellicht beter op een andere manier kan worden ingezet.
Pagina 13 van 57
De heer Van Heuven (PvdD) vindt dat een vreemde redenering, omdat de huren na verkoop alleen maar hoger worden. 5
De heer Van Vliet (D66) erkent dat dit geen oplossing is voor maatschappelijke initiatieven, maar ziet het wel als een oplossing voor het begrotingstekort en het probleem dat de gemeente zelf niet in staat is om alle panden te verduurzamen. Hij wil maatschappelijke partijen de kans geven dit beter en goedkoper te doen dan de gemeente.
10
Mevrouw Passier (Volt) stelt dat dit ook gevolgen heeft voor de gemeentelijke beleidsdoelen. Als maatschappelijke partijen geen betaalbare ruimte hebben, zullen zij mogelijk steeds moeten verhuizen. Ze vraagt hoe D66 hierover heeft nagedacht.
15
De heer Van Vliet (D66) geeft aan dat hij dit ook niet ideaal vindt, maar benadrukt dat partijen zich bewust moeten zijn van de financiële problemen van de gemeente. Voor D66 valt vastgoed ook onder de bezuinigingsopgave. Mevrouw Passier (Volt) concludeert dat D66 het accepteert dat ambities op andere beleidsterreinen worden teruggeschroefd.
20
25
30
35
De heer Van Vliet (D66) vindt dat Volt zijn standpunt niet goed begrijpt. Volgens hem moet er een "kaasschaafmethode" worden toegepast: een beetje verkopen, een beetje commercieel verhuren en een beetje herbestemmen, maar zeker niet alles. De heer Van Straalen (ChristenUnie) deelt de mening dat, wanneer de maatschappij een taak beter kan uitvoeren dan de gemeente, verkoop overwogen moet worden. Hij vraagt echter of D66 ook pleit voor de verkoop van panden met een strategische meerwaarde binnen de gemeentelijke portefeuille. De heer Van Vliet (D66) benadrukt dat dit niet de voorkeur heeft. De heer Van Straalen (ChristenUnie) blijft kritisch. Hij wijst erop dat verkoop slechts een eenmalige opbrengst oplevert, terwijl het pand dan definitief uit gemeentelijk bezit verdwijnt. Hij benadrukt dat hier risico’s aan verbonden zijn en roept D66 op om hier voorzichtig mee om te gaan. De heer Van Vliet (D66) geeft aan dat hij zorgvuldig te werk wil gaan, net zoals bij andere bezuinigingen. Hij benadrukt dat de bezuinigingsopgave ook voor vastgoed geldt, maar dat dit niet rücksichtslos moet gebeuren.
40
De heer Dekkers (GroenLinks) kent veel maatschappelijke organisaties die niet voor niets bij de gemeente aankloppen om te huren. Hij vraagt waar de heer Van Vliet de veronderstelling vandaan haalt dat deze organisaties op de markt gebouwen kunnen vinden met dezelfde kwaliteit, toegankelijkheid en duurzaamheid die de gemeente belangrijk vindt.
45
De heer Van Vliet (D66) erkent dat dit waarschijnlijk niet zal lukken en vindt dat jammer. Tegelijkertijd constateert hij dat er een bezuinigingsopgave ligt, waar vastgoed ook onderdeel van is.
50
55
De heer Dekkers (GroenLinks) is van mening dat D66 het paard achter de wagen spant, omdat maatschappelijke organisaties hierdoor met hogere huren te maken krijgen en vervolgens extra subsidies moeten aanvragen om hun activiteiten te kunnen blijven uitvoeren. De heer Van Vliet (D66) vindt dat hij eerlijk moet zijn dat het betekent dat sommige maatschappelijke zullen mogelijk niet kunnen blijven bestaan, simpelweg omdat de gemeente er geen geld voor heeft. Ook de subsidiebudgetten zijn niet onuitputtelijk. Hij wil kijken welke organisaties het meest noodzakelijk zijn voor de gemeenschap en benadrukt dat er keuzes gemaakt moeten worden. Hij gaat ervan uit dat GroenLinks ook niet tevreden is met een gat in de begroting.
Pagina 14 van 57
De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of dat betekent dat er afscheid wordt genomen van waardevolle initiatieven en op basis waarvan die keuzes dan gemaakt worden. 5
De heer Te Hoonte (VVD) hoort D66 zeggen dat wanneer een huurder de kostprijsdekkende huur niet kan betalen, waardoor de gemeente verlies lijdt omdat er een marktconforme huur zou moeten worden gerekend, het betreffende pand verkocht wordt. De heer Van Vliet (D66) bevestigt dit.
10
15
20
25
30
35
40
De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat dit een positief effect op de begroting heeft, omdat het betekent dat een financieel gat wordt afgedekt door verkoop. Hij kan deze redenering volgen en is blij dat D66 ruimer denkt over de verkoop van maatschappelijk vastgoed. Hij vraagt of D66 voorbeelden heeft van partijen of panden die volgens hen op de lijst zouden moeten komen van vastgoed dat niet langer tegen een niet-dekkende huur mag worden verhuurd. De heer Van Vliet (D66) wijst erop dat de vastgoedmarkt drie jaar geleden anders was en dat de kosten sindsdien zijn veranderd. Daarom vindt D66 nu dat er meer vastgoed verkocht, herbestemd of commercieel verhuurd moet worden. Hij geeft aan dat hij de tweede vraag van de heer Te Hoonte is vergeten. De heer Te Hoonte (VVD) vindt het onduidelijk wat D66 als leidraad neemt en of het gaat om duizend of honderdduizend vierkante meter vastgoed. Voor hem is niet helder hoeveel panden momenteel onder de kostprijsdekkende huur worden verhuurd. De heer Van Vliet (D66) erkent dat hij dit ook niet weet en geeft aan dat hij dit punt in zijn bijdrage verder had willen bespreken. De heer Van Rooij (Student&Starter) vraagt hoe de verkoop van maatschappelijk vastgoed zich verhoudt tot de afspraken die in het coalitieakkoord zijn gemaakt.
De heer Van Vliet (D66) is van mening dat de afspraken zijn gemaakt in de veronderstelling dat de doelstellingen haalbaar zouden zijn. Volgens D66 blijkt dat in sommige gevallen niet het geval te zijn en moet er naar andere oplossingen worden gekeken. Daarnaast wijst hij erop dat de bezuinigingen die nu nodig zijn, drie jaar geleden nog niet bekend waren. De heer Van Rooij (Student&Starter) vindt het antwoord van D66 vreemd, aangezien in het coalitieakkoord staat dat bij eventuele verkoop niet alleen naar de prijs moet worden gekeken, maar vooral ook naar de maatschappelijke meerwaarde. Hij vraagt hoe D66 deze afweging maakt. De heer Van Vliet (D66) geeft aan dat gekeken moet worden naar welk vastgoed behouden moet blijven. Net als in het sociaal domein zullen er keuzes gemaakt moeten worden en zullen sommige zaken als minder prioritair worden beschouwd.
45
De voorzitter merkt op dat D66 dit punt al drie keer heeft toegelicht en vraagt zich af hoeveel verhelderende vragen hier nog over gesteld moeten worden. Hij stelt voor om het hierbij te laten.
50
De heer Van Vliet (D66) heeft technisch gevraagd om een overzicht van al het gemeentelijk vastgoed, inclusief kosten en opbrengsten. Hij constateert echter dat zo’n lijst niet beschikbaar is. Dit baart D66 zorgen, omdat er op deze manier niet goed beoordeeld kan worden hoe het vastgoed kan bijdragen aan de financiële opgave. De heer Te Hoonte (VVD) maakt een punt van orde en wijst erop dat hij eerder om een soortgelijke lijst heeft gevraagd. Deze lijst is destijds onder geheimhouding verstrekt.
55
De voorzitter bevestigt dat hij deze lijst ook heeft ontvangen.
60
De heer Van Vliet (D66) concludeert dat hij verkeerd is geïnformeerd. Hij heeft de lijst opgevraagd maar niet ontvangen, en vraagt zich nu af of de organisatie zelf wel goed in beeld heeft wat er in bezit is. Volgens hem kan er zonder dit overzicht niet effectief worden gestuurd op de doelstellingen. Hij vraagt de wethouder om vóór het einde van het jaar een geactualiseerde lijst Pagina 15 van 57
5
10
15
20
25
30
35
40
te delen met aanvullende informatie, zoals de verwachte opbrengsten bij verkoop en de huidige huuropbrengsten. Hij benadrukt dat D66 deze lijst niet aanvraagt om willekeurig te schrappen in het vastgoedbestand, maar omdat het kennelijk niet op orde is. Daarnaast onderschrijft D66 alle duurzaamheidsambities, maar maakt zich zorgen over de hoge kosten die hiermee gepaard gaan. Volgens de heer Van Vliet suggereert de nota dat de kosten bij maximale verduurzaming erg hoog zijn. Hij zou liever investeren in maatregelen die meer duurzaamheid opleveren en noemt daarbij het verduurzamen van particuliere woningen als voorbeeld. Dit zou in de binnenstad niet alleen de duurzaamheidambities verbeteren, maar ook bijdragen aan minder geluidsoverlast en lagere energiekosten. Daarmee zou volgens hem een driedubbele winst worden behaald. Hij wil weten wat de visie van het college hierover is. De heer Van Heuven (PvdD) is van mening dat de klimaatambities niet passen binnen de driedubbele winst waar D66 over spreekt, omdat D66 deze ambities juist aan het afschalen is. Hij vraagt of dit klopt. De heer Van Vliet (D66) ontkent dit en stelt dat het er voor D66 om gaat dat er slechts een beperkt budget beschikbaar is voor verduurzaming. Volgens hem moet elke euro zo veel mogelijk impact hebben op verduurzaming.
De heer Van Heuven (PvdD) concludeert dat dit betekent dat er extra financiële middelen gevonden moeten worden om gemeentelijk vastgoed energieneutraal te maken. Hij vindt dit een logische stap. De heer Van Vliet (D66) vraagt ten koste waarvan dit zou moeten gebeuren. De heer Van Heuven (PvdD) stelt voor om te bezuinigen op activiteiten die een negatieve impact op het klimaat hebben. Hij vindt dat D66 zo snel mogelijk moet inzetten op het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed, inclusief stimulering van particulier vastgoed. Hij heeft het gevoel dat D66 het gemeentelijke vastgoed hierbij laat vallen. De heer Van Vliet (D66) stelt juist voor om de beschikbare middelen voor verduurzaming van vastgoed te besteden aan particuliere woningen, zodat de duurzaamheidsambities alsnog worden behaald. Volgens hem heeft de gemeente de taak om verduurzaming te bevorderen, maar vraagt hij zich af of de focus momenteel op de juiste zaken ligt, gezien de beperkte financiële middelen. Mevrouw Passier (Volt) vraagt of D66 zich ervan bewust is dat de gemeente via subsidies ook de energiekosten van veel maatschappelijke organisaties dekt. De heer Van Vliet (D66) beaamt dit. Mevrouw Passier (Volt) vraagt wat er gebeurt met de energielasten van deze organisaties als de middelen voor het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed in plaats daarvan worden ingezet voor particuliere woningen.
45
De heer Van Vliet (D66) ziet dit als een rekensom waarbij gekeken moet worden of het investeren in gemeentelijk vastgoed daadwerkelijk leidt tot lagere energiekosten, dan moet dat zeker gebeuren. Maar als dit niet het geval is, vindt hij het wellicht zinvoller om de panden te verkopen, omdat particulieren mogelijk efficiënter en tegen lagere kosten kunnen verduurzamen.
50
Mevrouw Passier (Volt) gaat ervan uit dat verduurzaming automatisch leidt tot lagere energiekosten.
55
De heer Van Vliet (D66) is het daarmee eens en geeft aan niets gezegd te hebben dat dit tegenspreekt. Hij wijst erop dat de nota stelt dat hergebruik van materialen duurder is dan nieuwe materialen, maar volgens hem kan hergebruik soms juist goedkoper zijn. Hij wil dat de vastgoedorganisatie eerst op zoek gaat naar herbruikbare materialen en vraagt de wethouder om toe te zeggen dat deze werkwijze binnen de organisatie wordt geïmplementeerd.
Pagina 16 van 57
De heer Te Hoonte (VVD) is van mening dat de beleidsnota dit al voorschrijft. Hij vraagt zich af waarom het college hier als geheel verantwoordelijk voor is, als dit per individueel beleidsveld nog apart moet worden vastgelegd. 5
10
De heer Van Vliet (D66) begrijpt dit punt, maar vindt dat de nota hierover te mager is geformuleerd. De heer Te Hoonte (VVD) deelt dit gevoel en stelt dat het college te weinig aandacht besteedt aan hergebruik van materialen, terwijl er voor inwoners van de stad wél regels op dit gebied gelden. Hij vraagt of de heer Van Vliet erkent dat dit nog niet goed geregeld is. De heer Van Vliet (D66) vindt dat zijn eerdere inbreng al duidelijk maakt dat hij van mening is dat de gemeente hier te weinig mee doet.
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of deze kritiek gericht is op de wethouder Vastgoed of op de wethouder Circulair (van D66), die er blijkbaar niet in slaagt dit binnen de organisatie goed te regelen. De heer Van Vliet (D66) ziet het college als één geheel en vindt dat dit geen kwestie is van individuele wethouders. Hij maakt zich daarnaast zorgen over de beperkte mogelijkheden om functies in panden te mixen. Veel gemeentelijke panden worden slechts op specifieke momenten gebruikt. D66 stelt daarom voor om een pilot te starten met bijvoorbeeld tien panden, waarbij deze gedurende een jaar extra functies krijgen op momenten dat ze anders leeg zouden staan. Hij vraagt de wethouder om vóór de zomer een lijst te sturen met panden die geschikt zijn voor deze pilot en om deze vervolgens vóór het einde van het jaar daadwerkelijk te starten. Daarna wil hij het project "Mixen Maar" evalueren en onderzoeken hoe dit breder kan worden toegepast. Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft eerder gepleit voor het beschikbaar stellen van vastgoed voor andere doelgroepen, maar merkt op dat dit al moeilijk bleek te zijn vanwege beheeraspecten. Ze vraagt D66 hoe zij oordelen over het optreden van het college in de afgelopen vier jaar op dit gebied. De heer Van Vliet (D66) constateert dat er nog geen goede uitvoering is gegeven aan de motie "Mixen Maar".
Hij vindt dat hier alsnog werk van moet worden gemaakt en dat de motie uitgevoerd moet worden. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt hoe D66 denkt dat dit gerealiseerd kan worden, aangezien het tot nu toe niet gebeurt. Ze is ervan overtuigd dat de barrières aan de kant van de gemeente liggen en wil weten hoe D66 oordeelt over de resultaten van dit college. De heer Van Vliet (D66) wil simpelweg beginnen met een pilot en hierover harde afspraken maken, inclusief een duidelijke deadline voor de start ervan. Hij vindt het erg jammer dat het binnen het college niet is gelukt om hier tot nu toe goede uitvoering aan te geven. Tot slot sluit hij zich aan bij EenUtrecht en bij wat mogelijk de ChristenUnie nog zal zeggen over het maatschappelijk tarief voor gesubsidieerde instellingen. De heer Van Straalen (ChristenUnie) vraagt naar de uitvoering van de motie "Community Right to Bid", zodat bewonersorganisaties de kans krijgen om vastgoed aan te kopen en zo een gelijkwaardige positie krijgen ten opzichte van andere partijen. In de nota staat dat dit pas wordt overwogen wanneer er geen bezuinigingsvraagstukken spelen. Hij vraagt hoe D66 tegen de invulling van deze motie aankijkt. De heer Van Vliet (D66) vindt dat dit geen juiste uitwerking is van de motie, die juist vraagt om dit instrument vaker in te zetten.
De heer Van Straalen (ChristenUnie) ziet in de nota een aantal herkenbare principes zoals dat het gemeentelijk vastgoed is bedoeld voor de huisvesting van maatschappelijke voorzieningen, die goed gespreid zijn, met duidelijke onderwijsnormen en toegankelijkheidseisen. De nota stelt ook dat vastgoed wordt verhuurd aan maatschappelijke partijen die beleidsondersteunend zijn. Pagina 17 van 57
5
10
15
20
25
De ChristenUnie begrijpt deze definitie niet, omdat een partij volgens de nota beleidsondersteunend is als zij een subsidierelatie met de gemeente heeft. De heer Van Straalen vraagt wat dit betekent voor organisaties die wel een belangrijke bijdrage leveren aan de stad, maar geen subsidie ontvangen. Hij wil weten of deze organisaties achteraan in de rij staan en of zij dan een marktconforme huur moeten betalen. Hij vraagt of de wethouder bereid is deze definitie aan te passen. Als dat niet het geval is, overweegt de ChristenUnie een motie in te dienen. Hij wijst erop dat wethouder Eerenberg eerder heeft gezegd dat kringlooporganisaties geen plek kunnen krijgen in gemeentelijk vastgoed en daarbij verwees naar deze nota. De heer Van Straalen wil weten of dit klopt en wat er nodig is om dit te veranderen. Mevrouw Passier (Volt) merkt op dat er voorwaarden verbonden zijn aan subsidies en dat partijen daaraan moeten voldoen. Ze stelt dat zonder deze voorwaarden maatschappelijk vastgoed breder zou worden opengesteld, wat zij problematisch vindt. Ze vraagt of de ChristenUnie hier goed over heeft nagedacht. De heer Van Straalen (ChristenUnie) vindt dat de nadruk moet liggen op de bijdrage aan beleidsdoelstellingen en niet puur op de vraag of een organisatie subsidie ontvangt. Volgens hem is het criterium van geen subsidie krijgen vreemd.