CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.03.13 Conceptverslag commissie EDVW

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 10 april 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen33.918 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De heer Van Heuven (PvdD) vraagt of circulair renoveren de voorkeur heeft en of sloopnieuwbouw alleen als uitzondering wordt toegepast wanneer dit een betere optie blijkt. Wethouder De Vries bevestigt dat dit de richting is voor de toekomst waarin de gemeente zich wil ontwikkelen.

50

De heer Van Heuven (PvdD) vraagt of dit nog in de nota wordt opgenomen of dat hiervoor een amendement nodig is.

55

Wethouder De Vries geeft aan dat de heer Van Heuven een amendement kan indienen als hij dit anders verwoord wil zien. De huidige formulering is tot stand gekomen in samenspraak met de nota circulair. Als dat niet scherp genoeg is, vraagt hij de heer Van Heuven om hier zelf een voorstel voor te doen.

60

Mevrouw Passier (Volt) stuurt aan op een toezegging voor een strekt ter vervanging, zodat het aantal moties en amendementen in de raad beperkt blijft. Pagina 33 van 57

De voorzitter merkt op dat meerdere mensen in de zaal dit beamen.

5

10

15

20

Wethouder De Vries herhaalt wat de toezegging zou moeten inhouden, maar benadrukt dat hiervoor echt een amendement nodig is. Hij gaat verder in op het voorbeeld van Den Bosch. De gemeente houdt zich aan de wettelijke eisen ook de stap naar Energie Neutrale Gebouwen (ENG) wordt gezet, welke in 2030 al de norm wordt. Al het nieuwbouw voldoet aan de BENG-norm en draagt bij aan het klimaatakkoord. Bij renovaties worden maatregelen uitgevoerd die financieel en technisch haalbaar zijn, aangevuld met extra verduurzamingsmaatregelen zoals de CO₂besparingsmethode, al is hier slechts beperkt budget voor. Steden verschillen sterk qua vastgoed, wat vraagt om een gedifferentieerde aanpak. Den Bosch heeft ervoor gekozen verduurzaming te clusteren zonder een strikt einddoel vast te stellen. Dit clusteren kan kansen bieden voor betaalbaarheid in de toekomst en wordt overwogen, maar de haalbaarheid hangt af van de beschikbare middelen en de CO₂-reductiemethode die momenteel wordt gevolgd. Momenteel gebruikt de gemeente de richtlijn van de provincie Utrecht. Mevrouw Passier (Volt) had ook nog gevraagd wat de gevolgen zijn voor de CO₂-uitstoot op korte en lange termijn. In Den Bosch wordt bijvoorbeeld alles op korte termijn naar energielabel B gebracht, en dat zou voor Utrecht ook een haalbare oplossing kunnen zijn om aan de wettelijke eisen te voldoen.

Mocht de wethouder hier nu geen direct antwoord op kunnen geven, dan zou zij dit graag in de toegezegde brief terugzien. Wethouder De Vries verduidelijkt dat de CO₂-reductie vooral een langetermijndoel is. Het gaat om het effect van de uitstoot op de toekomst en hier is onderzoek naar gedaan. Op basis daarvan is een bepaald bedrag vastgesteld. Hij kan dit desgewenst ook in de brief opnemen.

25

30

35

40

Mevrouw Passier (Volt) vraagt een toezegging dat er in de brief een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de aanpak van Den Bosch en de door Utrecht gekozen strategie op zowel korte als lange termijn. Wethouder De Vries vindt dit een technisch complexe vraag die veel rekenwerk vereist. Hij geeft aan dat de CO₂-reductie in Utrecht juist bedoeld is om nu al besparingen te realiseren, zodat in de toekomst minder ingrijpende maatregelen nodig zijn. Bovendien weet hij niet of de gemeente Den Bosch bereid is de benodigde gegevens aan te leveren. Hoewel hij de intentie heeft om dit inzichtelijk te maken, kan hij niet garanderen dat dit lukt binnen de verzamelbrief die voor het tweede kwartaal is toegezegd. Binnen de beschikbare middelen wordt er zo energiezuinig mogelijk gebouwd, maar energieneutraal bouwen is technisch nog niet altijd haalbaar. De bezuiniging van honderdduizend euro, waar de heer Van Heuven naar vroeg, komt uit de kapitaalgoederennota van 2019. In die nota had de UVO 54 projecten aangedragen, waarvan een deel rendabel en een deel onrendabel werd geacht op basis van bouwjaarklasse. Dit besluit dateert dus nog uit het verleden. De heer Van Heuven (PvdD) geeft aan dat hij de tabel in de nota niet begreep en dat de uitleg van de wethouder hem ook niet voldoende duidelijkheid biedt.

Hij wil weten welke projecten nu niet doorgaan en wat er alsnog mogelijk zou zijn als deze bezuiniging wordt teruggedraaid. Wethouder De Vries geeft aan dat het om een aantal specifieke panden gaat, maar dat hij deze nu niet paraat heeft. Hij zal hier in de toegezegde brief op terugkomen. De heer Van Heuven (PvdD) waardeert deze toezegging, maar concludeert dat de gemeente op vastgoed bezuinigt terwijl juist extra investeringen nodig zijn.

45

Wethouder De Vries benadrukt dat deze bezuiniging al in 2019 is vastgesteld. De afschrijvingstermijnen komen terug in de nota WAAVA. Deze termijnen kunnen daarin worden Pagina 34 van 57

aangepast, maar er moet worden bekeken hoe dit zich verhoudt tot andere financiële verplichtingen. De wethouder begrijpt de vraag, maar geeft aan dat dit onderwerp niet thuishoort in de vastgoednota. 5

10

15

20

25

De heer Van Heuven (PvdD) vraagt of de gemeente alsnog gebruik kan maken van nieuwe regelgeving wanneer deze in de nota WAAVA wordt vastgelegd. Wethouder De Vries verduidelijkt dat de afschrijvingstermijnen die in de WAAVA worden vastgelegd direct gekoppeld zijn aan de financiële systematiek van de gemeente. Hij geeft aan dat er al wordt geëxperimenteerd met deze systematiek en dat de betrokken projecten momenteel individueel aan de raad worden voorgelegd. Eventuele wijzigingen vanuit de WAAVA zullen vervolgens door vastgoed worden overgenomen. Klimaatadaptief bouwen is volgens de wethouder een leidend principe, omdat het college het maximale wil doen om de stad voor te bereiden op de toekomst. Bij elk nieuw pand wordt gekeken naar de kosten en welke klimaatadaptieve maatregelen getroffen kunnen worden. Dit wordt per gebouw beoordeeld, waardoor er per locatie verschillende keuzes worden gemaakt. De vraag van de PvdA over een mogelijk begrotingstekort bij de overgang van commerciële huur naar kostprijsdekkende huur zal de wethouder eveneens in de brief beantwoorden. De wethouder geeft verder aan dat de gemeente al meerdere debatten heeft gevoerd over de rol van de gemeente bij de huisvesting van eerstelijnszorg in wijken.

Hoewel de gemeente niet verantwoordelijk is voor de huisvesting van dergelijke partijen, is hier in het verleden wel een uitzondering voor gemaakt om deze organisaties te ondersteunen. De basis van de kostprijsdekkende huur is al eerder uitgelegd. Als er toch sprake zou moeten zijn van een tijdelijke huurverlaging, dan ligt het aan de betreffende beleidsvelden binnen de gemeente om hiervoor extra middelen vrij te maken. Vastgoed is ondersteunend aan andere beleidsvelden en van daaruit komt de inspraak. Wel wordt er jaarlijks een tevredenheidsonderzoek uitgevoerd om te peilen hoe gebruikers het gemeentelijk vastgoed ervaren. De beleidsvelden spelen hierin een belangrijke rol, maar de wethouder beschikt daarnaast over enkele middelen waarmee hij kan sturen op het verbeteren van tevredenheid. Gemiste antwoorden

30

Mevrouw Passier (Volt) had gevraagd om scenario’s met het ook op de aankomende bezuinigingen. Wethouder De Vries gaat het even checken.

35

Tweede termijn

40

De heer Van Heuven (PvdD) heeft de wethouder de argumenten horen noemen over energieneutraal en energiezuinig bouwen. Hij wil weten of het mogelijk is om de energiezuinigheid verder op te krikken richting de wettelijke eisen. Wanneer energieneutraal niet haalbaar is, wil hij dat het in elk geval zoveel mogelijk wordt nagestreefd, maar hij vindt energiezuinig te minimaal.

45

50

Wethouder De Vries geeft aan dat bij het eerste antwoord de techniek meespeelt en bij het tweede antwoord de financiën. Het eerste antwoord geeft juist aan wat er nodig is, terwijl bij het tweede antwoord de ambities worden gedeeld en per pand wordt bekeken hoe het wél kan. De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat bij klimaatadaptief bouwen vaak wordt gezegd dat het technisch niet mogelijk is. Hij herinnert zich de discussie over de groene gevels nog. Hij vindt dat de argumentatie vaak door elkaar heen loopt. Het woord energiezuinig vindt hij nog steeds te minimaal en als de wethouder hier niets op kan toezeggen, zal hij een amendement indienen.

Pagina 35 van 57

Wethouder De Vries komt terug op de vraag over de scenario’s en geeft aan dat dit vooral gaat over beleidsmatige keuzes. In de kern is vastgoed altijd dienend of volgend op andere beleidsvelden. 5

10

15

20

25

30

De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt om een toezegging of de wethouder vóór de eerstvolgende raadsvergadering, waarin dit besproken wordt, kan aangeven wat precies de scope is. Hij wil weten welke behoeften worden meegenomen. Daarnaast vraagt hij een toezegging om nadrukkelijker samen te werken met woningcorporaties en te onderzoeken waar zij complementair kunnen zijn. Hij verzoekt de wethouder dit ook in de brief op te nemen. De voorzitter vraagt waar EenUtrecht precies op doelt, aangezien er nog geen toezegging is genoteerd. De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat dit nog niet als officiële toezegging is vastgelegd. Wethouder De Vries kan wel iets vertellen over de scope van de vraag naar maatschappelijk vastgoed en hij kan dit ook voor de raad verduidelijken. Hij vraagt om nadere verduidelijking over de tweede vraag, die betrekking heeft op samenwerking met corporaties voor de inzet van maatschappelijk vastgoed. De heer Dijkstra (EenUtrecht) benadrukt dat er een groot tekort is aan maatschappelijk vastgoed en hij is van mening dat de gemeente dit niet alleen kan oplossen. Hij mist de rol van de woningcorporaties volledig in de nota. Hij zoekt naar manieren om dit beter vorm te geven en vraagt de wethouder om dit verder uit te zoeken. Wethouder De Vries weet dat verschillende woningcorporaties hier al mee bezig zijn.

Hij kan hierover in algemene zin iets opnemen in de brief. De heer Dijkstra (EenUtrecht) wil dat dit zo concreet mogelijk wordt vermeld en niet slechts in algemene termen. Wethouder De Vries zegt toe zijn best te zullen doen.

35

40

45

De heer Dekkers (GroenLinks) herinnert aan een toezegging van de wethouder bij de programmabegroting van 2023, waarin hij aangaf terug te komen op de vraag welke daken geschikt zijn voor buurtstroom, hij heeft de uitwerking daarvan gemist in de nota. In de nota zijn indicatoren opgenomen op het niveau van de drie doelstellingen, maar hij vindt het moeilijk om de realisatie op detailniveau goed te volgen. Hij vraagt hoe en wanneer de wethouder de raad inzicht kan geven, zodat de realisatie écht goed te volgen is. Wethouder De Vries kan het eerste punt meenemen in de verzamelbrief. Voor het tweede punt zoekt hij nog naar een geschikte termijn. De heer Dekkers (GroenLinks) zou het liefst al voor de raadsbehandeling een antwoord hebben, maar wanneer dat niet haalbaar is kan het ook meegenomen worden in het uitvoeringsprogramma. Wethouder De Vries geeft aan dat dit in het uitvoeringsprogramma wordt meegenomen.

50

Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat Lady Fit aangeeft niet geraadpleegd te zijn en zij wil hier opheldering over. Verder zal het CDA met een aantal voorstellen komen in de raad. Gezien de vele aangekondigde amendementen is zij benieuwd of de wethouder alsnog een strekt ter vervanging overweegt.

55

Wethouder De Vries wil geen welles-nietes-discussie voeren over Lady Fit. Hij weet wel dat deze kwestie al langer speelt en dat er al meerdere gesprekken zijn gevoerd. Wat betreft de strekt ter vervanging heeft hij geprobeerd om er met de indieners uit te komen, maar dat is niet altijd gelukt. Volgens hem is de juiste route dan een amendement.

Pagina 36 van 57

De voorzitter vraagt naar de toezegging op het tweede punt van GroenLinks. De griffie heeft de toezegging niet goed kunnen noteren. 5

Wethouder De Vries verduidelijkt dat de toezegging inhoudt dat hij inzicht zal geven in de indicatoren en hoe de monitoring wordt meegenomen in het uitvoeringsprogramma. De heer Dekkers (GroenLinks) geeft aan dat het belangrijk is dat de realisatie op detailniveau gevolgd kan worden.

10

De voorzitter vraagt of dit in een brief wordt opgenomen vóór de raadsbehandeling. Wethouder De Vries geeft aan dat dit wordt meegenomen in het uitvoeringsprogramma.

15

De voorzitter inventariseert of er nog partijen zijn die iets willen meegeven voor de raadsbehandeling. De heer Van Straalen (ChristenUnie) wil met een motie komen over de definitie van beleidsondersteunend en een motie rond de community right to bid.

20

25

Mevrouw Passier (Volt) komt met een motie over de indicatoren en een amendement, samen met de PvdD, om de CO₂-indicator niet te schrappen. Daarnaast dient zij een amendement in om circulair bouwen boven sloop-nieuwbouw te stellen. Mevrouw Van der Wilt (D66) overweegt nog een voorstel over “Mixen Maar” en wacht het vastgoedoverzicht af. D66 kijkt daarnaast graag met de ChristenUnie mee naar de betekenis van beleidsondersteunend in combinatie met de subsidierelatie. De heer Biever (Stadsbelang Utrecht) sluit aan bij de andere partijen en kijkt mee.

30

35

40

45

De heer Van Heuven (PvdD) steunt de twee amendementen van Volt en wil daarnaast iets doen met de term energiezuinig, zodat de ambitie op dit vlak wordt verhoogd. De heer Dijkstra (EenUtrecht) ondersteunt de moties van de ChristenUnie en vindt dat de tweede motie nog aangescherpt mag worden. De heer Van Rooij (Student&Starter) komt met een amendement over de kaders bij tijdelijke verhuur. Hij kijkt daarnaast graag met GroenLinks mee over de indicatoren. De heer Stam (PvdA) sluit zich aan bij GroenLinks en Student&Starter over de leegstandswet. Mevrouw Van der Wilt (D66) maakt een punt van orde, omdat de vergadering twee uur langer heeft geduurd dan gepland. Zij verzoekt om in de toekomst realistischer te plannen. De voorzitter begrijpt haar punt en geeft aan dat dit eerder op andere manieren is besproken. Hij inventariseert dat het agendapunt voor zestig minuten op de raadsagenda komt te staan. De voorzitter schorst de vergadering voor drie minuten voor een voorzitterswissel.

50

55

Toezegging Wethouder De Vries komt in het tweede kwartaal met een uitvoeringsprogramma en daar wordt per wijk gemotiveerd wat voldoende gespreid zou moeten zijn. Tevens wordt de uitwerking van de indicatoren meegenomen. Wethouder De Vries komt voor de zomer met een overzicht van de gemeentelijke panden met daarin de huuropbrengsten, onderhoudskosten en boekwaarden. Wethouder De Vries komt met een verzamelbrief in het tweede kwartaal. Hierin worden de volgende onderwerpen behandeld: situaties waarin de commerciële huur lager is dan de kostprijsdekkende huur, de onderbouwing van de onderdelen van de kostprijsdekkende huur, informatie over de pilot "Mixen maar", het sturen op meervoudig gebruik van vastgoed, het verschil in CO₂-uitstoot tussen de gehanteerde methodieken, de negatieve effecten op de Pagina 37 van 57

5

begroting bij een verschil tussen commerciële en kostprijsdekkende huur, en hoe de relatie met woningcorporaties wordt ingevuld. Wethouder De Vries komt vóór de raadvergadering met een verduidelijking van de scope en hoe dit in het uitvoeringsprogramma land.

9. Raadsbrief Halfjaarlijkse voortgangsrapportage Realisatie sociale huisvesting vierde kwartaal 2024 10

Mededelingen De wethouder heeft geen mededelingen. Mededelingen De commissieleden hebben geen mededelingen.

15

20

De voorzitter geeft aan dat de kwartaalrapportage conform afspraak actief op de agenda geplaatst wordt van de commissie EDVW. Bij de bespreking van de rapportage over het tweede kwartaal van 2024 is afgesproken de rapportages over het derde en vierde kwartaal samen te voegen en voortaan halfjaarlijks te rapporteren. Daarbij is toegezegd de vragen van EenUtrecht mee te nemen en zo mogelijk een lijst van locaties voor tijdelijk wonen op te nemen. (T826). Ook de terugkoppeling op de toezegging toe te werken naar 4000 woningen voor kwetsbare Utrechters (T420) verloopt via deze rapportage. Eerste termijn

25

30

35

40

45

50

55

De heer Dijkstra (EenUtrecht) maakt een punt van orde, omdat er nog vier agendapunten openstaan. De voorzitter geeft aan dat agendapunt 11 al van de agenda is gehaald en dat het mogelijk nog haalbaar is om de resterende punten te bespreken. De heer Van Straalen (ChristenUnie) blijft zich zorgen maken over de huisvesting van de meest kwetsbare inwoners. De druk op de opvang neemt steeds verder toe, terwijl in 2024 slechts 75 procent van de plaatsingen is gerealiseerd. Voor 2025 wordt een toenemende vraag verwacht, terwijl het woningaanbod juist zal afnemen. Dit betekent dat veel mensen niet geholpen kunnen worden of langer in de opvang moeten blijven. De ChristenUnie beschouwt dit als een crisissituatie en vindt dat het ook als zodanig benaderd moet worden. De ChristenUnie is positief over het feit dat er opnieuw gekeken wordt naar woningdelen. Daarnaast wordt er gewerkt aan werkafspraken met corporaties om woningdelen en hospitaverhuur te stimuleren. Onlangs is hierover nog een motie ingediend, en hij vraagt of de wethouder al kan aangeven hoe de gesprekken met de corporaties verlopen. De provincie Utrecht wijst de gemeente op de grote potentie van optoppen, waarmee ruim 9.000 extra woningen gerealiseerd zouden kunnen worden. De helft van deze woningen is in handen van woningcorporaties.

Hij vraagt de wethouder welke stappen gezet kunnen worden om deze optoppotentie te benutten en of de gemeente woningcorporaties daarbij kan ondersteunen. De ChristenUnie vindt het goed dat er wordt gekeken naar tijdelijke woonoplossingen, maar vindt het teleurstellend dat de ontwikkeling van Wetering-Zuid vertraagd is. Hij wil weten of dit te wijten is aan interne of externe factoren. Daarnaast vraagt de ChristenUnie naar het Nieuwe Zandpad, dat voortvarend is opgepakt. De ChristenUnie zou daar graag 100 tot 120 woningen gerealiseerd zien en vraagt welke acties de wethouder kan ondernemen om dit proces te versnellen. Mevrouw Van der Wilt (D66) is van mening dat de woningnood onverminderd hoog is en vindt het goed dat het college alles uit de kast trekt om dit op te lossen. Permanente bouw staat voor D66 op nummer 1, en de rapportage onderschrijft dit door inzicht te geven in de hoge kosten van andere oplossingen. D66 schrikt van de vertragingen bij de ontwikkeling van tijdelijke woningen in Wetering-Zuid en Tussen de Rails. Bij Wetering-Zuid loopt de vertraging inmiddels op tot vier jaar, en in plaats van de geplande 400 tot 500 woningen komen er nu slechts 160. Uit de brief wordt onvoldoende duidelijk of dit financiële gevolgen heeft, met name in verband met de subsidie vanuit Pagina 38 van 57

5

10

15

20

het Rijk. Zij vraagt of hier al meer duidelijkheid over is en hoe het college de raad hierover op de hoogte houdt. Het voordeel van tijdelijk wonen zou volgens de wethouder moeten zijn dat het sneller gerealiseerd wordt, maar dit blijkt niet haalbaar. Het college heeft aangegeven in een andere brief terug te komen met een keuze over het al dan niet doorgaan met tijdelijke woningbouw. D66 roept het college op om de focus te leggen op het versnellen van permanente woningbouw, omdat dit huurders meer zekerheid biedt. D66 ziet dat dit mogelijk is met de Utrechtse aanpak, die al bijna 3.000 sociale huurwoningen heeft opgeleverd. Zij wil weten of de wethouder bereid is zich na deze projecten volledig in te zetten op permanente woningbouw en tijdelijke woningbouw af te ronden. De heer Van Straalen (ChristenUnie) is het ermee eens dat permanente woningbouw de voorkeur heeft, maar vindt dat D66 te snel wil stoppen met tijdelijke woningbouw. Hij vraagt of D66 het ermee eens is dat een braakliggend terrein zonder concrete plannen alsnog benut kan worden voor tijdelijke woningbouw. Mevrouw Van der Wilt (D66) vindt dat de locaties die het college nog voor ogen heeft als kansrijk nog nader kan onderzoeken, maar merkt op dat deze mogelijkheden steeds schaarser worden.

Zij vindt het dan niet realistisch om veel capaciteit op tijdelijke woningbouw te blijven richten en wil liever focussen op permanente woningen. De heer Van Straalen (ChristenUnie) vraagt of er nog wel gekeken moet worden naar de locaties die op de lijst staan en hoe daar versnelling haalbaar is.

25

Mevrouw Van der Wilt (D66) vindt dat een goed idee als er nog opties zijn en is hier ook benieuwd naar.

30

De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat tijdelijke woningen moeilijker te realiseren blijken dan gedacht. Hij wijst erop dat fabrieksmatige bouw voordelen kan hebben voor tijdelijke woningbouw en vraagt of mevrouw Van der Wilt het ermee eens is dat sommige locaties kunnen worden omgezet naar permanente bebouwing, maar dat niet alles ter plekke gebouwd hoeft te worden. Mevrouw Van der Wilt (D66) begrijpt de vraag niet goed.

35

40

45

50

55

De heer Te Hoonte (VVD) verduidelijkt dat complete huizen in een fabriek gebouwd kunnen worden en dat de wijk of buurt zo ontwikkeld moet worden dat deze woningen erin passen. Dit kan een oplossing zijn als het moeilijk blijkt om een tijdelijke woonoplossing te realiseren. Mevrouw Van der Wilt (D66) erkent dit, maar wijst erop dat de vertraging ook te maken heeft met factoren zoals flora- en faunaonderzoeken. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat het voordeel van permanente bouw is dat het onderzoek dan direct voor lange termijn wordt gedaan, zodat er niet twee keer een flora- en faunaonderzoek nodig is voor dezelfde locatie. Mevrouw Van der Wilt (D66) onderschrijft dit. D66 is blij met de aandacht voor woningdelen en splitsen en hoopt dat het college hier voortvarend mee doorgaat. Wel is D66 verbaasd dat het college in gesprek is met twee zorgaanbieders over de aankoop van panden. Eerder is al gevraagd hoe het college deze maatregel weegt in het kader van risico’s en kosten. Dit is nog niet volledig duidelijk en zij wil hierover meer inzicht krijgen voordat er een besluit wordt genomen. De heer Stam (PvdA) vraagt of mevrouw Van der Wilt ook de kosten wil zien van het niet uitvoeren van tijdelijke woningbouw. Mevrouw Van der Wilt (D66) deelt deze mening zeker, maar vindt dat er keuzes gemaakt moeten worden.

Wanneer woningdelen of optoppen veel meer impact kan hebben met minder middelen, geeft zij daar de voorkeur aan. Zij mist een duidelijk inzicht in de effectiviteit van iedere maatregel. Met die informatie kunnen beter afwegingen worden gemaakt over of een maatregel de beschikbare middelen waard is.

Pagina 39 van 57

De heer Stam (PvdA) concludeert dat D66 de deur niet bij voorbaat sluit voor tijdelijke woningbouw. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

Mevrouw Van der Wilt (D66) vindt "de deur dichtgooien" een te harde stelling, omdat zij heeft aangegeven dat er vooral ingezet moet worden op andere opties. Ze wil dit graag genuanceerd houden. De heer Stam (PvdA) gaat daar graag in mee, omdat hij D66 aan zijn zijde hoopt te hebben als het gaat om tijdelijke woningen voor kwetsbare doelgroepen. Niet ieder project lukt, maar ze leveren vaak wel 300 extra woningen op. Mevrouw Van der Wilt (D66) gaat verder met de brief over de verdeling van de schaarste. Vorig jaar werd al duidelijk dat het percentage niet haalbaar was en half februari zou hier meer duidelijkheid over komen. Ze vraagt of de wethouder inmiddels meer informatie heeft en welke conclusies daaraan verbonden zijn. De positie van jongeren is voor D66 nog altijd zorgwekkend, omdat in de brief staat dat er geen zicht is op het aantal kwetsbare jongeren, terwijl zij het meeste risico lopen op woningloosheid. Ze wil weten hoe het college zo snel mogelijk beter inzicht in deze groep kan krijgen. Van alle huurwoningen gaat 45 procent naar kwetsbare groepen, en hoewel mevrouw Van der Wilt daar begrip voor heeft, ziet zij tegelijkertijd een daling in het percentage woningen dat via loting wordt toegewezen. Het aantal reacties op een verlootbare woning loopt inmiddels op tot 6.500. Hierdoor worden jongeren en starters vanzelf kwetsbaar of zelfs dakloos.

Ze wil hier graag een apart debat over voeren bij de behandeling van de Nota Wonen, maar vraagt alvast om een eerste reflectie van de wethouder. De heer Stam (PvdA) complimenteert het college voor de brief en de duidelijke update. Het verkrijgen van overzicht bij vastgoed is soms lastig, en dit helpt daar zeker bij. Tevens laat het zien hoeveel werk er door de diverse partijen is verricht en nog steeds nodig is. Hoewel er afgelopen jaar een toename was van het aantal sociale huurwoningen in de absolute cijfers dat Utrecht er nog niet is. De doelstelling van 40 procent sociale huur in de planvoorraad wordt nog niet gehaald, en de gemeente geeft aan dat de planvorming stagneert. Tegelijkertijd ziet de PvdA dat corporaties plannen in beweging kunnen brengen. Hij wil van de wethouder weten hoe het college de corporaties in positie brengt om woningbouw te versnellen, zoals gevraagd in motie 38. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt zich af of het wel aan de gemeente is om dit te doen, of dat de corporaties zelf een stap moeten zetten door panden aan te kopen, zoals bij de Spark. Voortdurende interventie kan volgens hem ook voor onrust zorgen en projecten zelfs vertragen. De heer Stam (PvdA) is het hier deels mee eens. Tegelijkertijd is het voordeel van de Spark dat dit project kon starten doordat er 30 procent sociale woningen werden ingekocht.

Wat hem betreft kan dit ook als een soort Makelpunt, om corporaties te koppelen aan gebiedsontwikkelingen. De heer Te Hoonte (VVD) wijst erop dat het in dit geval niet de gemeente was, maar een zelfstandige actie van een corporatie. Hij vindt het een mooie stap, maar benadrukt dat niet alles door de gemeente geregeld hoeft te worden. De heer Stam (PvdA) vindt het waardevol als de gemeente een matchmaker-rol speelt wanneer een bouwproject stilvalt.

50

55

60

De heer Te Hoonte (VVD) erkent dat dit kan, maar wijst erop dat het toevoegen van sociale woningbouw meestal het financiële probleem niet oplost. Het is volgens hem geen magische oplossing die ervoor zorgt dat bouwen van sociale woningen geld oplevert. De heer Stam (PvdA) is het ermee eens dat het geen toverstokje is, maar ziet dat voorinvesteringen wel kunnen helpen. Hij merkt op dat er bij tijdelijke woningbouw een klein aantal woningen wordt gerealiseerd en dat dit een lastig proces is. Toch wil hij deze optie niet direct uitsluiten in een tijd waarin steeds meer woningen aan kwetsbare doelgroepen worden toegewezen. Tijdelijk wonen is een middel dat ingezet moet worden, en daarom heeft de PvdA ook de motie "Alle tredes tegelijk" ingediend voor kwetsbare doelgroepen. Pagina 40 van 57

Mevrouw Van der Wilt (D66) begrijpt dat de PvdA hier voorstander van is, maar is benieuwd of de PvdA ook de risico’s erkent die het college noemt, zoals het probleem van doorstroom wanneer geschikte locaties opraken. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

De heer Stam (PvdA) ziet deze risico’s zeker, maar wijst erop dat er ook een wooncrisis is. Dit brengt op zichzelf grote maatschappelijke en financiële risico’s met zich mee wanneer mensen niet gehuisvest kunnen worden. Hoewel hij liever permanent bouwt, is dat niet altijd mogelijk. Mevrouw Van der Wilt (D66) erkent dat er meerdere oplossingen zijn, maar mist duidelijkheid over hoe de PvdA prioriteiten stelt en of permanente woningen de voorkeur krijgen. De heer Stam (PvdA) bevestigt dat permanente woningbouw altijd de voorkeur heeft, maar dat dit steeds lastiger wordt. Tijdelijke woningen kunnen wat hem betreft ook worden gerealiseerd op locaties die niet oorspronkelijk voor woningbouw bestemd zijn. Mevrouw Van der Wilt (D66) wil dan wel dat er naar de juiste cijfers wordt gekeken. De Utrechtse aanpak heeft geleid tot 3.000 extra sociale huurwoningen, terwijl tijdelijke woningbouw slechts enkele honderden woningen heeft opgeleverd. Wat haar betreft is het duidelijk welke aanpak het meest effectief is. De heer Stam (PvdA) benadrukt dat de inzet van capaciteit op de Utrechtse aanpak groter is dan op tijdelijke woningbouw. Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) deelt de urgentie die de heer Stam schetst, maar vindt dat er veel moeite wordt gestoken in iets dat niet goed loopt.

Ze stelt dat de capaciteit ook ingezet kan worden voor permanente woningbouw en is benieuwd hoe de heer Stam daartegen aankijkt. De heer Stam (PvdA) is van mening dat de realisatie van tijdelijke woningen door een ander team wordt uitgevoerd dan permanente woningbouw. Hij vindt het belangrijk dat er een tweesporenbeleid wordt gevoerd. Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) vindt dit een bureaucratisch argument en wijst erop dat er zeer bekwame ambtenaren zijn die op verschillende plekken kunnen worden ingezet. Ze vraagt of de heer Stam haar mening hierover deelt. De heer Stam (PvdA) wijst erop dat permanente woningbouw niet overal mogelijk is vanwege stikstofvraagstukken. Hij leest verder in de stukken dat de mogelijkheid wordt overwogen om particuliere sociale huur meer in te zetten, waarbij zaken zoals de maximale huur als een knelpunt worden ervaren. Hij vindt het prima als hierin bemiddeld wordt, maar voor de PvdA moet de hoofdmoot van sociale huur via corporaties blijven verlopen. Hij vraagt of de wethouder deze visie onderschrijft. Mevrouw Passier (Volt) vindt de boodschap uit de brief weinig verrassend, aangezien de woningnood nog steeds onverminderd hoog is. De druk op opvang en passende woningen blijft eveneens groot.

Volt is kritisch op de inzet van tijdelijke woningen, omdat de woonbehoefte niet tijdelijk is en dergelijke woningen vaak op ongeschikte plekken worden geplaatst, met alle gezondheidsgevolgen van dien. Vorige maand is er al een debat gevoerd over de Ravellaan en vanmorgen een debat over Place2BU. Volt is blij dat D66 hier kritischer naar kijkt en steunt de oproep van mevrouw Van der Wilt om de focus weer op permanente woningbouw te leggen. De heer Van Straalen (ChristenUnie) hoort veel kritiek op tijdelijke woningen, terwijl het wel om een fors aantal potentiële woningen gaat. Hij vindt dat als Volt deze optie wil uitsluiten, zij ook de keerzijde moet bekijken en inzien dat mensen hierdoor langer in de opvang blijven. Hij vraagt zich af of tijdelijke woningen in dat geval geen uitkomst kunnen bieden. Mevrouw Passier (Volt) heeft hier een andere mening over, omdat de meest kwetsbare mensen vaak behoefte hebben aan rust en niet aan de onzekerheid of ze ergens kunnen blijven wonen. Vanmorgen is gekeken of Place2BU de vergunning verlengd kan worden, in de hoop dat deze mensen daarna door kunnen stromen naar andere huisvesting. Ze wil zeer kritisch kijken naar de Pagina 41 van 57

locaties waar tijdelijke woningen worden neergezet en vooral naar wie in deze woningen terechtkomen. 5

10

15

20

De heer Van Straalen (ChristenUnie) deelt de mening dat permanente woningen beter zijn, maar wil ook realistisch blijven. Hij waarschuwt dat als tijdelijke woningen worden uitgesloten, de beschikbare woonruimte verder afneemt. Mevrouw Passier (Volt) erkent dit, maar benadrukt dat de gemeente waarschijnlijk geen oplossing heeft voor mensen die over tien jaar opnieuw op straat komen te staan. De heer Te Hoonte (VVD) staat achter tijdelijke woningbouw, maar is altijd kritisch geweest over locaties waar ook permanente woningbouw mogelijk is. Hij vraagt of Volt erkent dat plekken als de Wetering wel geschikt zijn voor tijdelijke woningen, terwijl locaties zoals Tussen de Rails eigenlijk voor permanente woningbouw gereserveerd moeten blijven. Mevrouw Passier (Volt) deelt deze mening en stelt dat er verschillende redenen zijn om op Tussen de Rails geen tijdelijke woningen te realiseren. Ze heeft verder gelezen dat de gemeente onder actief toezicht staat van de provinciale toezichthouder vanwege de achterlopende realisatie van huisvesting voor statushouders. Volt is benieuwd hoe het college van plan is de taakstelling voor dit jaar te behalen en tegelijkertijd de helft van de achterstand van vorig jaar in te lopen. De heer Stam (PvdA) vraagt hoe Volt het rijmt dat er een achterstand is bij de huisvesting van statushouders, terwijl zij tegelijkertijd geen nieuwe tijdelijke woningen wil.

25

30

35

40

45

50

55

60

Mevrouw Passier (Volt) ondersteunt de oproep van D66 om naar andere manieren te kijken om extra woningen te realiseren. De heer Stam (PvdA) erkent dat optoppen een optie is, maar benadrukt dat dit ook jaren kan duren. Hij vindt tijdelijke woningbouw een doelmatige oplossing. Mevrouw Passier (Volt) ziet dit anders, omdat de aantallen steeds naar beneden worden bijgesteld en projecten worden uitgesteld. Volt constateert ook dat er dit jaar minder geschikte woningen zijn voor kwetsbare groepen, terwijl de vraag toeneemt. Vorig jaar zijn minder kwetsbare en bijzondere doelgroepen gehuisvest omdat niet alle woningen geschikt waren. Ze wil van de wethouder weten waarom het college verwacht dat deze plekken dit jaar wel toegewezen kunnen worden, of dat dezelfde risico’s als vorig jaar te verwachten zijn. Daarnaast vraagt ze welke maatregelen worden genomen om de leefbaarheid in de buurt te behouden. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat er momenteel 6600 woningen in de wacht staan vanwege het stikstofprobleem, waaronder veel corporatiewoningen. Hij wil onderzoeken of tijdelijke woningen een oplossing kunnen bieden voor het stikstofdossier of de netcongestie. In de Utrechtse aanpak mist hij deze wisselwerking. Volgens hem moet er opgeschaald worden en moet er gekeken worden naar wat wél mogelijk is op verschillende locaties.

Hij benadrukt daarnaast dat het niet alleen om sociale huurwoningen gaat, maar dat de gemeente ook gebaat is bij meer koopwoningen. Dit zou een verhuistrein op gang brengen, waardoor uiteindelijk ook sociale huurwoningen vrijkomen. De heer Te Hoonte vindt dat er bij sommige projecten kritisch moet worden bekeken of realisatie nog haalbaar is en of tijdelijke woningbouw nog wel verstandig is als een project niet binnen deze ambtstermijn kan worden afgerond. Hij vraagt hoe de sociale woningbouw in omliggende gemeenten zich verhoudt tot die van Utrecht, omdat hij het idee heeft dat Utrecht hierin erg hoog zit in vergelijking met andere gemeenten. Tot slot wil hij weten of de mogelijkheid voor tijdelijke woningbouw in Rijnenburg opnieuw onderzocht kan worden, aangezien dit verder van het Natura 2000-gebied af ligt. De heer Van Rooij (Student&Starter) waardeert de stappen die gezet worden in de sociale woningbouw en is blij met verschillende punten uit de brief. Toch blijft het voor jonge Utrechters een grote uitdaging om een woning te vinden. Hij moet in de voortgangsbrief steeds tussen de regels door zoeken naar wat er specifiek voor studenten gedaan wordt, terwijl de crisis voor hen bijzonder nijpend is. Hij stelt daarom voor om studentenhuisvesting een eigen kopje te geven in de volgende voortgangsbrief.

Daarnaast vraagt hij de wethouder hoe vaak corporaties een jongerenlabel toekennen aan sociale huurwoningen en waarom dit niet vaker gebeurt bij Pagina 42 van 57

bestaande woningen. Hij verzoekt de wethouder om in de rapportage op te nemen hoe vaak dit gebeurt en of corporaties dit vaker kunnen toepassen. 5

10

15

20

25

30

De heer Usta (DENK) benadrukt dat de wooncrisis veel inwoners raakt en dat vertragingen betekenen dat mensen langer in onzekerheid leven. Hij vraagt waarom er geen ambitie is om het percentage sociale huur te verhogen. In omliggende gemeenten wordt gesproken over een minimale sociale huurvoorraad van 30 procent, en Utrecht zou hierin het voortouw moeten nemen door dit percentage verder op te schroeven. De gemeente worstelt met het stellen van prioriteiten, en volgens de heer Usta vraagt dit om scherpe keuzes. Hij wil weten hoe het college deze afwegingen maakt. Huisvesting en bouw zouden bovenaan de prioriteitenlijst moeten staan, wat betekent dat er extra middelen voor woningbouw vrijgemaakt moeten worden. DENK vindt dat de gemeente doortastender moet optreden bij het benutten van deze middelen en sluit zich aan bij D66 wat betreft de oproep om zaken concreter te maken, zodat er meer duidelijkheid ontstaat. Mevrouw Krul (PvdD) stelt dat uit de bespreking van vorig jaar al bleek dat er geen sterke aanpak was tegen de wooncrisis en dat de huidige rapportage dit beeld niet verandert. De PvdD sluit zich aan bij de ChristenUnie en begrijpt niet waarom er nu over 30 procent sociale huur gesproken wordt, terwijl in het coalitieakkoord 40 procent is afgesproken.

Het is onduidelijk hoeveel sociale huur er daadwerkelijk gerealiseerd is en wat bijvoorbeeld de betekenis van een blauw blokje in de voortgangsrapportage inhoudt. Hierdoor wordt het moeilijk om de voortgang te beoordelen. Mevrouw Krul vraagt daarom een toezegging om inzichtelijk te maken welk percentage daadwerkelijk gerealiseerd is, bijvoorbeeld in een algemene stand-vanzakenparagraaf. Daarnaast merkt ze op dat veel projecten in dezelfde fase lijken te staan als een half jaar geleden en vraagt de wethouder wanneer er daadwerkelijk voortgang zichtbaar zal zijn en welke concrete afspraken er met corporaties zijn gemaakt. De complete voortgang van het optoppen van flats is nog niet inzichtelijk. Tot slot spreekt mevrouw Krul haar ongenoegen uit over de manier waarop in de stukken wordt verwezen naar flora- en faunaonderzoeken. Ze stoort zich eraan dat het uitvoeren van deze onderzoeken meerdere keren als “helaas” wordt omschreven, alsof de schuld van de wooncrisis bij dieren en natuur ligt. Ze benadrukt dat natuurbescherming onderdeel is van de Omgevingswet en dat onderzoek en zorgvuldigheid het minste is wat gedaan kan worden wanneer er gebouwd wordt in leefgebieden van dieren. De voorzitter schorst de vergadering voor het diner om 16:53 uur, daarna volgt de inbreng van GroenLinks nog en zal er nog een geheim deel besproken worden.

35

40

45

50

Lijst van toezeggingen Wethouder De Vries komt in het tweede kwartaal met een uitvoeringsprogramma en daar wordt per wijk gemotiveerd wat voldoende gespreid zou moeten zijn. Tevens wordt de uitwerking van de indicatoren meegenomen. Wethouder De Vries komt voor de zomer met een overzicht van de gemeentelijke panden met daarin de huuropbrengsten, onderhoudskosten en boekwaarden. Wethouder De Vries komt met een verzamelbrief in het tweede kwartaal. Hierin worden de volgende onderwerpen behandeld: situaties waarin de commerciële huur lager is dan de kostprijsdekkende huur, de onderbouwing van de onderdelen van de kostprijsdekkende huur, informatie over de pilot "Mixen maar", het sturen op meervoudig gebruik van vastgoed, het verschil in CO₂-uitstoot tussen de gehanteerde methodieken, de negatieve effecten op de begroting bij een verschil tussen commerciële en kostprijsdekkende huur, en hoe de relatie met woningcorporaties wordt ingevuld. Wethouder De Vries komt vóór de raadvergadering met een verduidelijking van de scope en hoe dit in het uitvoeringsprogramma land.

55 Pagina 43 van 57

5

Verslag openbare avondvergadering 10 commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 15

Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag

13 maart 2025 Raadzaal, stadhuis mw. S. de Loos (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen 20

25

De voorzitter, dhr. B. van Steeg, de wethouders, dhr. D. de Vries, mw. S. Schilderman, de commissiegriffier, dhr. S. Heerdink, de leden, mw. A. Krul (PvdD), mw. B. van der Wilt (D66), mw. B. Nederhand (Volt), mw. C. Passier (Volt), mw. M. Hellevoort, (GroenLinks), mw. R. Heijne (GroenLinks), dhr. G. te Hoonte (VVD), mw. J. Zwinkels (CDA), dhr. J. Cornielje (PvdA), dhr. T. Stam (PvdA), dhr. L. van Straalen (ChristenUnie), dhr. G. Dijkstra (EenUtrecht), dhr. L. van Rooij (Student&Starter), dhr. M. Usta (DENK)

Afwezigen Verslag openbare vergadering commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen

30

9. Raadsbrief Halfjaarlijkse voortgangsrapportage Realisatie sociale huisvesting Q24 .................44 Toezegging .....................................................................................................................................49 10. Raadsvoorstel Zienswijze Afvalverwijdering Utrecht (AVU) Programma- en productbegroting 2026 AVU ........................................................................................................................................49 12. Raadsbrief Uitvoeringsprogramma wooncoöperaties 2024-2026 .............................................51

35

9. Raadsbrief Halfjaarlijkse voortgangsrapportage Realisatie sociale huisvesting Q24 Pagina 44 van 57

De voorzitter heropent de vergadering.

5

10

15

20

25

30

35

Mevrouw Hellevoort (GL) ziet in de rapportage terug dat hard gewerkt wordt aan het realiseren van voldoende sociale huurwoningen en blijft de aanpak van het college steunen. Het verheugt GroenLinks dat werk wordt gemaakt van de aankoop van panden. Evenals Volt en D66 is GroenLinks van mening dat prioriteit moet worden gegeven aan permanente ten opzichte van tijdelijke woningen. Wat betreft huisvesting van kwetsbare doelgroepen maakt GroenLinks zich zorgen over het beroep op leefbaarheid, wat bij toewijzing van woningen regelmatig tot uitsluiting van deze groepen leidt. GroenLinks vraagt de wethouder hierbij terughoudend te zijn en het beroep op leefbaarheid te beperken tot complexen waar echt grote problemen aanwezig zijn. Meer inzetten op hulp en ondersteuning aan deze doelgroepen is gewenst. In de raadsbrief staat dat de ‘ondersteuningsstructuur niet optimaal is ingeregeld’. GroenLinks vraagt de wethouder dit toe te lichten en wil hier eventueel later verder op ingaan, aangezien ondersteuning volgens haar een essentiële voorwaarde is bij toewijzing aan kwetsbare doelgroepen. Het programma voor sociale huisvesting loopt eind 2025 af. GroenLinks vraagt de wethouder om toe te lichten wat er na 2025 gaat gebeuren. De voorzitter schorst de vergadering voor twee minuten om de aanwezigen op de publieke tribune de gelegenheid te geven de zaal te verlaten.

[GEHEIM DEEL] De voorzitter heropent de vergadering. Wethouder De Vries beantwoordt de vraag van de ChristenUnie over het versnellen van hospitaverhuur en woningdelen. De gemeente werkt hieraan samen met de woningcoöperaties. Nu in de vorm van pilots, in de toekomst zullen op grotere schaal projecten worden georganiseerd. De onderwerpen betreffen onder andere het toewijzingssysteem. Zo zou op een andere manier met wachtlijsten kunnen worden gewerkt, bijvoorbeeld het al dan niet verzilveren van de optoppotentie. Optoppen en uitbuiken gebeurt ook nu al, bijvoorbeeld op Kanaleneiland waar garageboxen worden omgebouwd. In de provincie lopen twee optoppilots en naar verwachting wordt het optoppen in Utrecht in samenwerking met coöperaties en de provincie versneld. De pilots eindigen in 2026, waarna met bouwen gestart zou kunnen worden. De wethouder informeert de commissie dat het project Wetering-Zuid vertraagd is door interne oorzaken binnen de gemeente Utrecht, maar ook door de externe factor van aanbesteding van de woningbouw via Aedes. De heer Van Straalen (CU) vraagt of het Rijksvastgoedbedrijf in deze kwestie iets zou kunnen betekenen.

40

45

50

55

Wethouder De Vries antwoordt dat het Rijksvastgoedbedrijf in het verleden betrokken was bij specifieke woningen die op één manier geplaatst konden worden. Dit is bij tijdelijke woningen niet gewenst en opgenomen in de – vertraagde – aanbesteding van Aedes. Voor de aanbesteding van het Zandpad wacht Portaal totdat de aanbesteding van Tussen de Rails gereed is, zodat het risicoprofiel en de investeringsruimte bekend zijn, maar het college dringt aan op versnelling van het proces. De wethouder antwoordt op de vraag van D66 of de vertraging van enkele projecten tot financiële problemen leidt, dat het college intensief in gesprek is met Binnenlandse Zaken over verlenging van de subsidies. Binnenlandse Zaken denkt mee en geprobeerd wordt om de huidige subsidies te verlengen. Als alternatief kan de financiering ingebracht worden in de vorm van nieuwe subsidies. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt de wethouder wanneer hierover duidelijkheid kan worden verstrekt en of dit in ieder geval gebeurt vóór de voorjaarsnota, omdat de financiering een knelpunt kan zijn. Wethouder De Vries informeert dat hij vóór de aanstaande raadsvergadering nog een brief hierover aan de commissie zal sturen. De wethouder geeft aan dat de focus van het sociale huisvestingsbeleid ligt bij het versnellen van de bouw van permanente sociale huurwoningen.

Wat betreft tijdelijke woningen laat het college geen kansen liggen, maar zijn de locaties beperkt. Uit tijdelijk wonen kunnen lessen worden geleerd die kunnen worden gebruikt voor permanent wonen, Pagina 45 van 57

zoals de realisatie van bepaalde modules voor tijdelijk wonen die voor permanent wonen kunnen worden gebruikt. 5

10

15

20

25

30

35

40

Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of het college in zijn afweging ook meeneemt dat blijkt dat er minder opties zijn voor doorplaatsen, waardoor permanent misschien ook in dit geval beter kan zijn. Wethouder De Vries reageert dat samen met de coöperaties een beginafspraak met een risicoprofiel moet worden gemaakt. Wethouder De Vries deelt de commissie naar aanleiding van een binnengekomen bericht mee dat naar verwachting eind maart uitspraak over de subsidies wordt gedaan. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of eind maart uitspraak kan worden gedaan over de afwegingen voor het kopen van panden. Wethouder De Vries geeft aan dat bij aankopen kostendekkendheid een voorwaarde is. Het aankopen van woningen is lastig, maar panden van bijv. zorgpartijen liggen meer binnen bereik van de gemeente. In voorkomende gevallen benut de gemeente dergelijke kansen. Mevrouw De Wilt (D66) wil weten of de raad wordt geïnformeerd over eventuele aankopen, in verband met de hieraan verbonden risico’s. Wethouder De Vries antwoordt bevestigend. Dit zal gebeuren middels een raadsbrief. Wethouder De Vries licht de resultaten van het Verdeelbesluit 2024 toe. De voorraad permanente sociale huurwoningen heeft in 2024 de grootste groei sinds 2020 doorgemaakt. Relatief weinig woningen zijn aan de voorraad onttrokken.

Het totaal van de doelstelling van 1182 woningen voor aandachtsgroepen is echter niet behaald: 74% van de doelstelling van 1182 woningen is gerealiseerd. Dit komt mede doordat het aanbod afhankelijk is van het soort woningen dat wordt aangeboden. De vraag van eenpersoonshuishoudens, en dus naar kleinere woningen, is groot in vergelijking met het aanbod hiervan. Voor de toekomst liggen er kansen in het woningdelen in grotere woningen. Mevrouw De Wilt (D66) vraagt de wethouder of het aantal door de motie beoogde woningen voor aandachtsgroepen niet moet worden verdubbeld, om te voorkomen dat de gemeente Utrecht onder verhoogd toezicht van de provincie komt te staan. Wethouder De Vries reageert dat hij nog terugkomt op de statushouders. De 74% betreft het totaal aantal personen binnen de aandachtsgroepen. De heer Usta (Denk) vindt het kortzichtig dat eenpersoonshuishoudens alleen een kleinere woning zouden willen.

45

Wethouder De Vries reageert dat eenpersoonshuishoudens ook om budgettaire redenen vaak een kleinere woning willen. De heer Usta (Denk) merkt op dat het dus niet om kleine, maar om goedkope woningen gaat.

50

Wethouder De Vries antwoordt dat uit woonwensenonderzoek blijkt dat sprake is van een mismatch van woonwensen van kleine huishoudens en wat in de realiteit mogelijk is.

55

Wethouder De Vries geeft aan dat in het beleid ook specifiek gefocust wordt op kwetsbare jongeren. Verborgen dakloosheid is niet altijd zichtbaar. Daarom wordt een ETOS-light-telling uitgevoerd waarin deze groep specifiek is opgenomen.

60

Mevrouw De Wilt (D66) merkt op dat de ETOS-light pas in 2026 wordt uitgevoerd. In deze en de vorige raadsbrief zijn jongvolwassenen niet opgenomen. Zij vraagt zich af hoe kan worden ingeschat wat de vraag van deze groep is, en zou graag willen dat vóór 2026 meer duidelijkheid wordt verschaft. Pagina 46 van 57

5

10

15

20

25

30

35

Wethouder De Vries reageert dat gewacht moet worden op de uitkomsten van ETOS-light. Wel zijn er verschillende partners, zoals SSH en Goede Buur, die diverse initiatieven voor jongvolwassenen ontplooien. Voor de kwetsbare jongeren wordt wel wat gedaan, maar de groep is op dit moment niet goed genoeg in beeld. Wethouder De Vries antwoordt op de vraag vanuit de commissie of het verdeelbeleid niet tot gevolg heeft dat jongeren en starters straks ook kwetsbaar worden omdat ze geen woning kunnen krijgen. In de nota Wonen en Volkshuisvesting wordt aandacht besteed aan huisvesting voor jongeren die nu geen eigen woning hebben en dat dit in de toekomst tot kwetsbaarheid kan leiden door bijvoorbeeld dreigende dakloosheid. De wethouder beantwoordt de vraag van de PvdA wat de gemeente doet om ervoor te zorgen dat coöperaties actief meewerken, en om motie 38 te versnellen. Hij geeft aan dat gerichte versnellingsinitiatieven lopen, waarbij samen met coöperaties wordt gekeken naar zowel projecten als werkprocessen. Hierbij wordt gekeken of dit kan worden gekoppeld aan de vijfde tranche van de Utrechtse Aanpak. De raad zal over de voortgang geïnformeerd worden. Het middel tijdelijk wonen is zoals reeds aangekaart ingewikkeld, maar moet wel blijven worden ingezet. Elke woning is er één.

De wethouder verschaft een verduidelijking naar aanleiding van de vraag van Volt, zoals herhaald door D66, het inlopen van de achterstand wat betreft de statushouders. In samenwerking met woningcoöperaties en andere partijen, zoals de provincie, wordt tempo gemaakt om het beoogde aantal woningen voor statushouders te behalen. Hiertoe worden wederkerige afspraken met de coöperaties gemaakt. Het is niet genoeg om alleen te focussen op aantallen, ketenregie is ook belangrijk. Ook wordt voor deze groep ingezet op woningdelen. Op de vraag van Volt over leefbaarheid antwoordt de wethouder dat bij tijdelijk-wonenprojecten actief wordt ingezet op communitybuilding. Dat wordt in de projecten ingeregeld. In reactie op de vraag van de VVD over hoe aangekeken wordt tegen de wisselwerking tussen tijdelijk wonen, netwerkcongestie en stikstofproblematiek, antwoordt de wethouder dat wat betreft stikstof momenteel wordt onderzocht wat het effect is als gevolg van de permanente woningbouw. Ten aanzien van netwerkcongestie worden voorbereidingen getroffen op een mogelijke stop voor aansluitingen voor kleinverbruik. In de MPR wordt ingegaan op de invloed van deze factoren op ruimtelijke projecten. Er zijn meerdere mogelijkheden voor tijdelijk wonen en bij het bepalen van de haalbaarheid worden deze factoren in overweging genomen. Bij lopende projecten is rekening gehouden met netcongestie.

De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat zijn vraag was of niet zou moeten worden gekeken of bijvoorbeeld op plaatsen waar permanent bouwen vanwege stikstof niet mogelijk is, wel tijdelijke woningen kunnen worden gerealiseerd. Of andersom, zoals waar vanwege netcongestie niet permanent kan worden gebouwd, tijdelijk wel mogelijk is. Hij zou graag zien dat dit vraagstuk concreet wordt opgepakt.

40

Wethouder De Vries geeft aan dat in de huidige onderzoeken waar mogelijk wel wordt geprobeerd mee te nemen of tijdelijke bouw mogelijk is waar permanente bouw niet mogelijk is. Hij vraagt de heer Te Hoonte of hij wenst dat het college hierover naar de raad communiceert, of dat hij wil dat het college actie onderneemt.

45

De heer Ten Hoonte (VVD) antwoordt dat de VVD gericht is op het bereiken van resultaten voor de woningbouw en denkt dat grondig onderzoeken waar permanente of tijdelijke bouw mogelijk is, hieraan kan bijdragen.

50

55

Wethouder De Vries geeft antwoord op de door de VVD gestelde vraag over de bouw van sociale huurwoningen in regiogemeenten. In teamverband werken alle gemeenten naar 30% sociale woningen in de nieuwbouw. Dit is ook in de woonvisies van het beleid van de regio vastgelegd. Daarnaast is er het overleg in de Woondeal. Het gaat niet alleen om het realiseren van sociale huurwoningen, maar ook om het huisvesten van aandachtsgroepen. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat in de woonvisie aangestuurd wordt op 30% sociale huurwoningen. Maar als de buurgemeenten sturen op 30% en Utrecht op 40%, komt het percentage voor Utrecht uit op meer dan 30%. Daarnaast bouwt Utrecht ook meer dan de andere regiogemeenten.

Pagina 47 van 57

5

10

15

20

25

30

35

40

45

Wethouder De Vries bevestigt dat Utrecht op grond van een politieke keuze 40% sociale huurwoningen wil realiseren. Het minimum is echter 30% overeenkomstig de Woonvisie. De wethouder gaat in op de gestelde vraag over Rijnenburg en het ontbreken van een tijdelijk woonproject aan de noordkant van de stad. Zoals reeds aan de raad gecommuniceerd in het onderzoek Tijdelijk wonen van juni 2023, was de belangrijkste reden om te besluiten een tijdelijk woonproject te realiseren in Rijnenburg dat de voorinvesteringen in voorzieningen te groot waren. Ook is besloten geen tijdelijke woningen te realiseren in Papendorp omdat dit toekomstige permanente woningbouw in de weg zou zitten. In Papendorp wordt ingezet op versneld permanent. In reactie op de vraag van Student&Starter of studentenhuisvesting in de rapportage geen apart label moet krijgen, geeft de wethouder aan dat het hier gaat over de huisvesting van aandachtsgroepen en meer sociale huur. Voor studentenhuisvesting bestaat een afzonderlijke rapportage die met de raad wordt gedeeld. De volgende rapportage volgt in het tweede kwartaal. De wethouder beantwoordt de vraag van Student&Starter of het jongerenlabel door coöperaties niet alleen bij nieuwbouw maar ook voor bestaande bouw kan worden toegepast, en of het college hierover kan rapporteren.

Coöperaties mogen zelf bepalen of een jongerenlabel wordt toegepast, maar in de jaarlijkse woningmonitor wordt ook de toewijzing aan jongeren bewaakt. Het jongerenlabel is ook opgenomen in de conceptnota Volkshuisvesting. De heer Van Rooij (Student&Starter) vraagt of het college bereid is om de toepassing van het jongerenlabel te stimuleren, omdat dit nu in de praktijk tegenvalt. Wethouder De Vries antwoordt dat hierover rond de nota Volkshuisvesting gesprekken zullen worden gevoerd met de coöperaties en dat het onderwerp verder ingeregeld zal worden. Vervolgens reageert de wethouder op de vraag van DENK waarom gezien het tekort aan sociale huurwoningen niet nog meer sociale woningbouw wordt gerealiseerd. De schaarste blijft inderdaad bestaan, maar ook in de op handen zijnde nota Volkshuisvesting wordt ingezet op meer betaalbare woningen. De heer Usta (DENK) vraagt of geen extra middelen kunnen worden aangewend. Wethouder De Vries geeft aan dat wonen een speerpunt is, maar dat in de begroting keuzes moeten worden gemaakt. In samenwerking met het Rijk wordt echter veel nieuwbouw gerealiseerd, met name permanente woningen. Met betrekking tot de opmerking van de PvdD dat het percentage van 40% nog niet terug wordt gezien, geeft de wethouder aan dat deze 40% de ambitie is zoals vastgelegd in het coalitieakkoord. Het kost tijd deze ambitie te realiseren.

Op de vraag van mevrouw Krul (PvdD) of er geen percentage daadwerkelijke realisatie van woningen zou moeten worden benoemd, verwijst de wethouder naar de met de raad gedeelde voortgangsrapportage. GroenLinks gaf aan dat er goed gekeken moet worden naar de leefbaarheid. Het college besteedt aandacht aan communitybuilding, en kijkt in samenwerking met de coöperaties hoe in complexen de leefbaarheid zo goed mogelijk kan worden aangepakt. Dit heeft ook te maken met toewijzing. Mevrouw Hellevoort (GL) reageert dat zij de vraag anders bedoelde. Nu wordt regelmatig gezien dat mensen niet worden gehuisvest omdat dit ten koste van de leefbaarheid zou gaan. GroenLinks roept hierbij terughoudend te zijn, daar dit beleid ten koste gaat van kwetsbare personen die een woning nodig hebben.

50

Wethouder De Vries antwoordt dat leefbaarheid wel een belangrijk vraagstuk is, en in de gemeente wordt op allerlei niveaus en op allerlei manieren aan de leefbaarheid gewerkt. En leefbaarheid gaat juist over de mensen en bouwen aan gemeenschappen.

55

Mevrouw Hellevoort (GL) is het hiermee eens, maar voert aan dat als reden voor het niet behalen van de doelstelling voor huisvesting van kwetsbare groepen de leefbaarheid als argument wordt opgegeven. In het kader van Housing First verdient iedereen een dak boven zijn hoofd, en dient dus terughoudendheid betracht te worden bij het beroep op leefbaarheid.

60

Wethouder De Vries zegt dat ook Housing First altijd iets met leefbaarheid te maken heeft. En leefbaarheid speelt bij toewijzing in complexen en wijken wel mee. Ook passend wonen en het aanbod spelen mee. Wat betreft de vraag van GroenLinks of het programma Huisvesting ook niet na 2025 moet worden doorgezet, verwacht hij dat na de volgende halfjaarlijkse Pagina 48 van 57

voortgangsrapportage, rond het zomerreces, de raad geïnformeerd wordt over de plannen van het college voor sociale huisvesting. 5

Mevrouw Hellevoort (GL) verduidelijkt haar vraag over hoe de ondersteuningsstructuur is geregeld. Als het gaat over het huisvesten van kwetsbare personen, moet ook een goed geregelde ondersteuningsstructuur aanwezig zijn. Zij wil weten of die er is.

10

Wethouder De Vries geeft aan dat de ondersteuning persoonsafhankelijk is. Bij statushouders wordt dit bijvoorbeeld uitgevoerd door vrijwilligers van Vluchtelingenwerk. Vanuit de gemeente wordt ondersteuning geboden in het kader van ketenregie. Hierop zal het komende jaar meer worden ingezet.

Toezegging 15

Wethouder De Vries stuurt de raad voorafgaand aan de raadsvergadering een brief met aanvullende informatie over de Atoomweg. De voorzitter schorst de vergadering 1 minuut.

10. Raadsvoorstel Zienswijze Afvalverwijdering Utrecht (AVU) Programma- en productbegroting 2026 AVU 20

25

30

35

40

45

50

55

Mevrouw Van der Wilt (D66) spreekt in het kader van de Week van de Afvalhelden de waardering van D66 uit voor de medewerkers van Stadsbedrijven. D66 steunt de zienswijze. D66 vraagt de wethouder om een toezegging dat indien de gemeente de rechtszaak over de kosten voor de verwerking van lachgascilinders wint, de baten ten gunste komen van de afvalstoffenheffing zodat deze niet onnodig verhoogd wordt. Mevrouw Heijne (GL) wil de zienswijze graag wat richting meegeven over aanstaande aanbestedingen. De aanbestedingscontracten voor grof restafval en GFT lopen af in 2026. GroenLinks heeft via een nieuwsbericht vernomen dat Utrecht heeft besloten na afloop van deze contracten aan te sluiten bij een publieke partij en vindt dit een positieve ontwikkeling. De partij vraagt de wethouder om meer duidelijkheid te verschaffen over de bijbehorende processen en hoe de raad over de nieuwe contracten geïnformeerd wordt. Bij de selectie van de publieke partij wil GroenLinks meer aandacht voor de aspecten duurzaamheid en social return. Het aanbestedingscontract voor textiel loopt in 2025 af. GroenLinks vraagt de wethouder te bevestigen dat de huidige aanbesteding met één jaar wordt verlengd. In de praktijk is gebleken dat financiële overwegingen in het huidige contract een grotere rol spelen dan duurzaamheid. GroenLinks betreurt dit en wil dit in een volgend contract voorkomen.

In de textielaanbesteding is social return tot nu toe nog helemaal niet meegenomen. Dit terwijl de gemeente Utrecht social return juist als uitgangspunt heeft, en de verwerking van de grote en zeer vervuilende textielstroom juist ruimte voor sociale werkgelegenheid biedt. GroenLinks vindt het belangrijk dat deze component bij het volgende contract wordt meegenomen en vraagt de wethouder social return op te nemen in de zienswijze en zich hiervoor in te zetten in het DB. De heer Cornielje (PvdA) geeft aan dat uit de begroting blijkt dat de AVU een kleine organisatie is met weinig overhead. De speelruimte van de gemeente is beperkt. Toch blijkt dat 4% van bestaat nog bestaat uit verpakkingsglas. Dit past niet binnen de circulaire ambities van de gemeente en creëert een extra kostenpost. De PvdA vraagt de wethouder of hij mogelijkheden ziet om deze hoeveelheid te reduceren, bijvoorbeeld door middel van een bewustwordingscampagne. De PvdA deelt de visie van de AVU dat de hoeveelheid afval per huishouden omlaag moet. De circulaire transitie moet doorgaan, maar de PvdA ziet diftar niet als oplossing vanwege de mogelijke financiële uitdagingen hiervan voor grote gezinnen en creëert een prikkel om afval in het openbaar weg te gooien. De heer Te Hoonte (VVD) reageert dat diftar niet binnen de context van de zienswijze en daarom zijns inziens hier niet dient te worden genoemd.

De VVD is tegen diftar. Pagina 49 van 57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=6b81491b-e2cb-4f98-9e2a-6bf068efde79