2024.11.28 Conceptverslag commissie EDVW
Tekst van het document
Welk afwegingskader wordt gebruikt om energiezuinig bouwen af te wegen tegen circulair bouwen, bijvoorbeeld in tenders? Beide zijn voor GroenLinks belangrijk en moeten goed worden afgewogen. Mevrouw Passier (Volt) maakt uit de vraag op dat het voor GroenLinks het een of het ander is, maar dat hoeft niet zo te zijn. Klopt dat? Mevrouw De Bekker (GroenLinks) onderschrijft dat het zeker niet het een of het ander hoeft te zijn. Er kan bijvoorbeeld naar de CO2-prestatieladder kunnen worden gekeken, zodat ze goed samen kunnen worden afgewogen. Zij vervolgt haar betoog. Circulair opdrachtgeven en inkopen. De gemeente legt direct gewicht in de schaal. Te lezen valt dat wordt gewerkt aan een monitoringsmethodiek. Rotterdam en Delft zouden al een dergelijke methodiek hebben ontwikkeld. Kan daarbij worden aangesloten? Hoe wordt omgegaan met ketenverantwoordelijkheid? Utrecht profileert zich bijvoorbeeld als mensenrechtenstad, maar wordt daar ook naar gekeken in relatie tot de eigen inkoop, bijvoorbeeld als het gaat om hout, natuursteen, grondstoffen voor batterijen en ICT? De heer Dijkstra (CDA) vindt het een uitstekend idee als men zich met die keten bezighoudt. Hoe ziet GroenLinks dat idealiter voor zich? Daar moet iets voor gebeuren. Dat vraagt capaciteit en geld. Mevrouw De Bekker (GroenLinks) speelt deze vraag door naar de wethouder. Pagina 16 van 55
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Zij vervolgt haar inbreng. Circulaire materiaal- en reststromen. GroenLinks is blij met de recent verworven subsidie van € 1,1 miljoen voor de upcyclecentra waarvoor is gepleit samen met Student & Starter. Is de wethouder bereid de mogelijkheid van het laten ophalen van grof vuil door kringloopwinkels, voor Utrecht te onderzoeken? Zij complimenteert de wethouder en de ambtenaren die enorm hard aan dit raadsvoorstel hebben gewerkt. De heer Dijkstra (CDA) hoort GroenLinks verwijzen naar de cyclus waaraan de gemeente een bijdrage wil leveren. Bij aanbestedingen helpt het als concrete tools kunnen worden ingezet, zoals de CO2-prestatieladder en dergelijke. Is GroenLinks het eens dat de tools zo concreet mogelijk moeten zijn en dat men niet verder komt met een vage opmerking als 'we moeten een bijdrage leveren aan de cyclus'? Mevrouw De Bekker (GroenLinks) is het daarmee eens en vindt het een goede toevoeging. De heer Van Heuven (PvdD) laat weten dat Partij voor de Dieren op de ingeslagen weg in deze beleidsnota inhoudelijk niet veel heeft op te merken. Gemaakte keuzes lijken logisch. Wel is het ingewikkeld dat deze nota nog altijd aanstuurt op meer economie en het behouden van de concurrentiepositie. De doelen zijn niet altijd navolgbaar en controleerbaar. Zoals een gemiddelde Nederlanders leeft, zijn voor iedereen vier aardbollen aan grondstoffen nodig.
Met deze beleidsnota wordt gestuurd op minder aardbollen, wat echt nodig is, en komt men meer in de buurt van het ecologisch plafond bekend van de donuteconomie. Een pijnpunt van deze nota is in dit kader dat er onvoldoende geld is. Daarover is al voldoende gezegd. Volgens ChristenUnie is duidelijk hoe een en ander in prioriteiten wordt gesteld als er te weinig geld is, maar voor Partij voor de Dieren is dat niet helder. Hoe wordt dat geprioriteerd? Hoe kan de raad daar keuzes in maken? Zoals de heer Peters al aangaf, benoemt het raadsvoorstel de effectdoelstelling van de helft van nieuwe en niet-hernieuwbare grondstoffen. Hij begrijpt de toevoeging 'niet-hernieuwbaar' niet. Men wil toch sturen op 50% 'nieuwe' grondstoffen? Het maakt niet uit of deze wel of niet-hernieuwbaar zijn. Er moet 50% minder de loop in. Partij voor de Dieren is, voor wat betreft bouwen, voorstander van lange afschrijftermijnen, zeker bij circulair bouwen. Die gebouwen gaan langer mee. In de beleidsnota staat dat dit wordt onderzocht. Waarom is hierin geen fermer standpunt ingenomen en wordt niet benoemd dat bij circulair bouwen langere afschrijftermijnen worden aangehouden? De heer Te Hoonte (VVD) vindt dat het daar juist wringt. Dat is ook aangegeven bij het Berlijnplein en het depot.
Het één is een groot betonnen gebouw dat wel 100 jaar kan blijven staan en het ander is circulair gebouwd, maar het is de vraag of het dan langdurig meegaat. Het kan wel verantwoord worden gesloopt of verplaatst of iets anders mee worden gedaan, maar dat verantwoordt die lange afschrijftermijn niet. Zou niet moeten worden gestuurd op gebouwen die flexibel zijn en langdurig meegaan? De heer Van Heuven (PvdD) is zeker voor flexibel en lang meegaan. Circulair en modulair bouwen dragen daaraan bij. Wat Partij voor de Dieren betreft kan meer worden geïnvesteerd in dergelijke gebouwen door een langere afschrijftermijn. De heer Te Hoonte (VVD) kijkt weleens naar het circulaire gebouw in de Cartesius, maar heeft niet het idee dat het eenvoudig ergens anders naartoe kan worden verplaatst en dat dan nog een gelijk kwaliteitsniveau kan worden bereikt. De heer Van Heuven (PvdD) reageert dat als gebouwen modulair worden ontwikkeld, delen van zo een gebouw eenvoudig en kleinschalig kunnen worden vervangen. Dat is onderbouwd bij het Berlijnplein en het museumdepot. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de heer Van Heuven het eens is dat het goed zou zijn als het college zich nog meer verdiept in hoe tot de beste prestatie kan worden gekomen in de verhouding tussen flexibel, circulair, modulair en een gebouw dat lang meegaat.
De heer Van Heuven (PvdD) denkt dat het college dat bedoelt met: "We onderzoeken die langere afschrijftermijn.", maar zou de vervolgstap daaraan willen verbinden dat beleid wordt gemaakt van de langere afschrijftermijn voordat het wordt onderzocht. Pagina 17 van 55
5
10
15
Hij vervolgt zijn inbreng. Op voedsel is zo veel winst te behalen, meer dan wanneer men zich concentreert op alleen verspilling zoals deze nota doet. Er gaan veel meer grondstoffen in de productie van vlees dan in plantaardig. In de tekst op pagina 17 wordt het woord 'plantaardig' opvallend vermeden. Waarom? Zoals daar wordt gesproken over circulair voedsel, gaat het ook over de plantaardige productie van voedsel. Hij heeft in een interruptie al een punt gemaakt met betrekking tot kringlooplandbouw en het sturen op het aantal dieren. De gemeente geeft veel het goede voorbeeld, maar is de gemeente voldoende streng naar bedrijven? In de nota staan veel woorden als 'stimuleren', 'in gesprek gaan' en 'mogelijk maken'. Is de wethouder ook bereid te kijken waar kan worden aangepakt of verplicht? Kan bijvoorbeeld aan het instrumentarium worden toegevoegd dat zaken kunnen worden geëist of geweigerd als bedrijven zich in Utrecht vestigen? Partij voor de Dieren heeft twijfels over hoe voortvarend dit allemaal gaat worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld inzameling via GFE in de hele stad, is nog steeds niet geregeld terwijl dit wel gewenst is. Als dat niet geregeld is, hoe worden dan alle belangrijke punten in deze nota wel goed geregeld voor 2030 als er ook nog eens onvoldoende geld beschikbaar is? Partij voor de Dieren maakt zich daar zorgen over. Hoe stelt de wethouder de partij gerust?
20
De heer Dijkstra (CDA) hoort Partij voor de Dieren aangeven dat bepaalde bedrijven dan wel of niet worden toegelaten en vraagt de heer Van Heuven dat toe te lichten.
25
De heer Van Heuven (PvdD) is benieuwd of het college bereid is te kijken of vervuilende of niet circulaire bedrijven überhaupt nog gewenst zijn in Utrecht. Aan de bedrijvenlobby wordt gekoppeld dat bedrijven zich in Utrecht mogen vestigen, maar mogelijk zijn bepaalde type bedrijven niet gewenst.
30
35
40
45
50
55
60
De heer Dijkstra (CDA) stelt dat dit wellicht een goed idee is. Ambtenaren en het college hebben baat bij concrete tools/indicatoren die hen kunnen helpen. Kan Partij voor de Dieren helpen met dergelijke indicatoren? De heer Van Heuven (PvdD) heeft geen praktische indicatoren. Een aantal jaren geleden is bijvoorbeeld het hoofdkantoor van McDonald's naar Utrecht gekomen. Hij weet niet of daar een lobby aan vooraf is gegaan, maar zo een bedrijf hoeft wat hem betreft niet in Utrecht te zitten. Niet alle uitstoot of grondstoffenverbruik is in Utrecht, maar dat het hoofdkantoor in Utrecht is gevestigd, sluit niet aan bij Utrecht als circulaire stad. De heer Dijkstra (CDA) vreesde al voor deze persoonlijke vete/afweging. Gezorgd moet worden voor concrete tools vanuit het principe gelijke monniken, gelijke kappen. Hij roept Partij voor de Dieren op daar geen persoonlijk issue van te maken. De heer Van Heuven (PvdD) spreekt tegen dat het een persoonlijk issue is. Als een kruistocht tegen McDonald's wordt gevoerd, is dat altijd vanuit de partij. Het kan wel worden gekoppeld aan doelstellingen. Waarom zou van de boeren meer kringlooplandbouw worden verwacht en worden ze daarbij geholpen, en vervolgens vestigt een van de grootste niet-kringloopbedrijven zich in Utrecht? Daar kunnen wel zaken objectief aan elkaar worden gekoppeld.
De heer Te Hoonte (VVD) zou het waarderen als de heer Van Heuven dan zelf ook met objectieve criteria komt, want hij heeft misschien een beleving van bedrijven waar hijzelf wellicht nooit komt. Juist als het gaat om bedrijven die een omslag maken, gaat het misschien ook over McDonald's waar in Nederland een eigen afvaldienst het afval al jarenlang ophaalt en verwerkt. Het zou goed zijn als Partij voor de Dieren uit de beeldvorming stapt en zelf objectiveert hoe dat wordt gemeten. En als daar een ander bedrijf onder valt dat de heer Van Heuven wel heel leuk vindt, dat hij daar dan ook kritisch op wordt. De heer Van Heuven (PvdD) stelt dat Partij voor de Dieren vaak kritisch is. Het antwoord zit in deze beleidsnota. De wens is dat bedrijven een overstap gaan maken naar circulaire economie en daar worden ambities en doelstellingen aan gekoppeld. Daarin zit al een uitsluitmogelijkheid van bedrijven die nog steeds lineair zijn en niet circulair. Op basis daarvan kan, waar mogelijk, tot eisen en weigeringsgronden worden gekomen en dat dergelijke lineaire bedrijven niet meer gewenst zijn. Pagina 18 van 55
5
De heer Te Hoonte (VVD) constateert dat de heer Van Heuven wil dat er objectieve criteria komen, maar doet aan naming en shaming van bedrijven zonder dat hard kan worden gemaakt of het wel of niet relevant is. Van bepaald eten wordt soms ook gezegd dat het niet gezond is en als het duurzaam en biologisch is, is het ineens wel gezond terwijl het vaak ook niet gezond is. Het wordt tijd dat de heer Van Heuven uit de ik-wil-de-bitterballen-verbieden-retoriek stapt en met objectieve en meetbare criteria komt in plaats van steeds meer te verbieden. De heer Van Heuven (PvdD) wil bitterballen helemaal niet verbieden.
10
15
20
De heer Van Straalen (ChristenUnie) verwijst naar een aangenomen motie die verzoekt of bij aanvragen kan worden gekeken naar het beleid op bijvoorbeeld de R-ladder. Is dat een goed instrument om op verder te gaan? De heer Van Heuven (PvdD) vindt dat een goed idee en denkt dat Partij voor de Dieren daar voor heeft gestemd. De heer Dijkstra (CDA) vraagt of het niet beter is als ambtenaren het gemeentelijke beleid en de eigen gebouwen gaan checken op de R-ladder in plaats van dat ze bedrijven gaan controleren. Hoe ziet Partij voor de Dieren dat?
25
De heer Van Heuven (PvdD) denkt dat de R-ladder een interessant instrument kan zijn om te beoordelen wat voor bedrijven in de toekomst niet meer gewenst zijn. De kennis en kunde van ambtenaren moeten zeker worden ingezet op hoe alle bedrijven kunnen worden meegekregen op de circulaire omwenteling. Soms kan dat vriendelijk en soms moet men strenger zijn. Dat is een vraag voor de wethouder.
30
De heer Dijkstra (CDA) vraagt zich af of het niet wat hypocriet is om te denken dat de gemeente het altijd beter doet dan bedrijven. Zou een super circulair bedrijf het niet vreemd vinden als het een brief krijgt van de gemeente waarin wordt uitgelegd hoe het circulair moet zijn terwijl het al veel circulairder is dan de gemeente? Is dat niet hypocriet?
35
De heer Van Heuven (PvdD) reageert dat er ongetwijfeld bedrijven zijn die meer-circulair zijn dan de gemeente Utrecht. De raad stelt waarschijnlijk deze nota vast. Hoe kunnen bedrijven binnen het kader van deze nota niet alleen worden gestimuleerd circulair te worden, maar kan ook een strengere toon worden aangeslagen?
40
45
De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt de heer Van Heuven wat men ermee opschiet als Utrecht, als een soort linkse calvinist, het hoofdkantoor van McDonald's als de duivel de stad uitzet terwijl dat hoofdkantoor in Nieuwegein of Stichtse Vecht gewoon opnieuw wordt geopend. De heer Van Heuven (PvdD) heeft die discussie wel vaker met de heer Bosch gevoerd. De heer Bosch heeft ook weleens gevraagd waarom in Utrecht überhaupt een klimaatbeleid nodig is als heel China smerig is. Spreker parafraseert de heer Bosch die dit waarschijnlijk niet zo heeft gezegd. Er moet ook vanuit Utrecht zo snel mogelijk zo veel mogelijk worden gedaan wat mogelijk is tegen een vieze planeet en tegen een slecht klimaat.
50
De heer Bosch (UtrechtNu!) constateert dat dat geen antwoord is op de vraag. Spreker heeft inderdaad iets dergelijks gezegd over China en over Rusland en andere landen. In dit geval wordt de werkgelegenheid de stad uit gejaagd, want er zijn nog meer bedrijven die de heer Van Heuven vervolgens in het vizier krijgt. De afgelopen jaren is hem gebleken dat het altijd in stapjes gaat bij Partij voor de Dieren. Niet iedereen wil een veganistische hamburger. Hoe wordt gezorgd dat de werkgelegenheid van deze stad met de ideologische punten…
55
De voorzitter vindt dat de heer Bosch een duidelijke vraag heeft gesteld en dat dan ook een duidelijk antwoord mag worden verwacht.
60
De heer Van Heuven (PvdD) vond de vraag niet helder, maar hoort veel zaken waarop hij graag zou willen reageren. Het is fijn als bedrijven circulair willen worden, maar soms moeten ze strenger worden aangesproken. Hij is benieuwd of dat in het kader van deze beleidsnota mogelijk is en of 'sturen' in plaats van 'stimuleren' kan worden toegevoegd aan het instrumentarium. Pagina 19 van 55
5
10
15
20
25
30
35
40
45
De heer Cornielje (PvdA) vraagt of de heer Van Heuven erkent dat als 9% of 10% van de bedrijven überhaupt iets van circulariteit in de bedrijfsvoering hanteert, het dan van waarde kan zijn om die bedrijven mee te nemen en dat wordt geprobeerd die 90% die dat niet heeft mee te nemen. De heer Van Heuven (PvdD) vindt dat een heel goed idee, zeker als dat met die cijfers wordt onderbouwd. Mevrouw Passier (Volt) beperkt zich tot één punt omdat al veel is gezegd, maar allereerst complimenteert zij de wethouder. Volt let altijd op indicatoren en meetbare doelen en dat is goed in deze nota doorgevoerd. De ambitie is landelijk om in 2030 minstens 30% van nieuwbouwwoningen met minimaal 30% biobased materialen te realiseren. Hetzelfde percentage geldt als doelstelling voor isolatiemaatregelen, verduurzaming en de gebruikte materialen voor utiliteitsbouw. In de nota staat de doelstelling van minimaal 50% hernieuwbare en/of hergebruikte materialen in de openbare ruimte, maar zij heeft dit niet teruggezien bij de bouw. Volt ziet graag een indicator zodat ook de landelijke doelstelling kan worden gevolgd. Kan die worden opgenomen? De heer Te Hoonte (VVD) vindt het een sympathieke beleidsnota waar veel zaken instaan waar VVD veel mee kan, maar het zou de wethouder van Financiën niet mogen verbazen dat VVD er moeite mee heeft dat de nota volledig ongedekt is.
Dit is de tweede beleidsnota van deze wethouder waarbij moet worden geconstateerd dat voor een groot deel van het beleid geen geld is. Als op die manier een motie of amendement wordt ingediend, is het antwoord van de wethouder van Financiën al bekend. Een andere werkwijze is wenselijk. De wethouder moet er ook vanuit haar financiële rol op reflecteren hoe de raad dergelijke nota's ongedekt vaststelt. VVD heeft in 2023 schriftelijke vragen gesteld. Veel daarvan komt terug in de nota, zoals het hergebruik van materialen die uit de openbare ruimte worden gehaald en nu vaak met aannemers de stad uit vertrekken zonder dat iemand weet waar ze blijven. Het is goed dat er ruimte komt om dat materiaal om te zetten zodat het weer kan worden ingezet. Dat betekent dat ook in het handboek Openbare Ruimte nadrukkelijk moet worden verwerkt dat hergebruik van materiaal prioriteit heeft. Hij zag dat nog niet terug bij het Beurskwartier, Lombokplein en andere plannen, maar zou willen dat elke 30x30 straatsteen die nog heel is, weer de straat ingaat. Hij vraagt de wethouder toe te zeggen dat ze zich ook daarop gaat richten. Hij mist ook aandacht voor risico's. Allen willen materiaalgebruik dat wellicht uit het productieproces komt. Dat is geprobeerd door afvalwater voor de wc te gebruiken in Leidsche Rijn en een geluidswal aan te leggen met slakken uit een verbrandingsoven.
Beide projecten waren geen groot succes. Het ene wordt nog steeds gemonitord en met het andere is snel gestopt. Hij vraagt van de wethouder een bredere reflectie op hoe dergelijke risico's zijn ingecalculeerd en wat mogelijk is om zaken terug te draaien als het niet werkt. De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt of de heer Te Hoonte het mooi vindt als klinkers worden hergebruikt. De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat zeker in de binnenstad veel waaltjes liggen. Deze lagen ook op het Domplein. Veel straten in Kanaleneiland, Overvecht of Leidsche Rijn waren enorm opgeknapt als die waaltjes daar waren hergebruikt. Nu worden ze waarschijnlijk verkocht en wordt dat verrekend met de aanbesteding. Het slechtste materiaal kan de stad uit, maar het beste materiaal moet blijven.
50
De heer Bosch (UtrechtNu!) vindt dat interessant klinken. In samenhang met elkaar kan het misschien best mooi zijn, maar de circulaire Ahornstraat zag eruit als een samengeraapt zooitje van twintig/dertig verschillende soorten stenen. Spreker trekt daar de grens, maar de heer Te Hoonte kent het voorbeeld wellicht niet.
55
De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat klinkers die uit een straat worden gehaald, moeten gescheiden worden gehouden en op kleur worden gesorteerd en opgeslagen. Hij is blij dat de wethouder dat heeft ingezien en heeft gezorgd voor ruimte waar dat mogelijk is. Op een gegeven moment zijn de stenen misschien op. Bij Douwe Egberts wordt nu een deel herstraat en dat was nog relatief jong materiaal en nu gaat daar bijna alleen maar nieuw materiaal de straat in. Hij maakt zich dan zorgen dat er veel zit tussen de nota en de praktijk.
60
Pagina 20 van 55
De heer Bosch (UtrechtNu!) kan zich vinden in de uitleg van de heer Te Hoonte. Is de heer Te Hoonte het eens dat, wat niet meer kan worden gebruikt voor definitieve herinrichtingen wellicht kan worden gebruikt voor tijdelijke inrichtingen? 5
10
15
20
25
De heer Te Hoonte (VVD) verwijst naar Leidsche Rijn-centrum. Dat is prachtig en daar is niet bezuinigd op materiaalgebruik, maar alles is nieuw aangevoerd, maar wellicht was daar meer groen mogelijk geweest. Dan hadden minder klinkers hoeven te worden besteld. Dat was dan goedkoper en dichter bij de doelstellingen. Het is een leuke nota, maar het gaat om de praktijk. De gemeente vindt het zelf al moeilijk genoeg en moet dan niet de maat nemen aan andere partijen. Hij vervolgt zijn inbreng. In de nota is het doel genoemd voor het gebruik van hernieuwbare en/of gebruikte materialen in de openbare ruimte: meten in 2024, 30% in 2026 en 40% in 2028. Dat zou suggereren dat jaarlijks 5% van de openbare ruimte opnieuw wordt ingericht. Dat zou niet heel duurzaam zijn en wordt niet gedaan. Kloppen die doelstellingen? Kan de wethouder daarop reflecteren? Soms is het goed als wordt gezorgd dat een gebouw en een straat en een weg lang kunnen blijven bestaan, dat de plannen helder zijn en dat niet twee jaar later weer een nieuw idee ontstaat dat leidt tot sloop. De heer Bosch (UtrechtNu!) heeft vanwege het aantal interrupties geen bijdrage. De voorzitter is de heer Bosch daar zeer erkentelijk voor aangezien de behandeling flink uit de tijd loopt. De behandeling was voorzien in 90 minuten.
Hij vraagt de woordvoerders minder te interrumperen en aan te sluiten bij betogen waarin men zich kan vinden. Hij bekent dat hij aan de Zandweg woont en dat is een rode fietsstraat geworden. Zijn tuin heeft hij met al die dikkoppen uit de Zandweg bestraat. Wethouder Schilderman verzoekt om een schorsing om haar antwoorden voor te bereiden.
30
35
40
45
50
55
60
Schorsing zodat het college de beantwoording kan voorbereiden. Wethouder Schilderman bedankt de commissie voor het bespreken van de nota. Het schrijven van deze nota is best een worsteling geweest. De transitie die de stad, het land, de wereld moeten doormaken, is best groot en nog niet op alle vlakken is bekend hoe dat moet worden gedaan. En dan wordt gezocht naar de rol van Utrecht daarin. Allen weten dat de manier waarop in Utrecht wordt omgegaan met grondstoffen niet houdbaar is, maar niemand weet precies hoe de transitie eruit gaat zien. En de gemeente heeft niet alle middelen, financieel of anderszins, om die transitie helemaal mogelijk te maken. Dan wordt gezocht naar zaken waarop nu wel kan worden ingegrepen en hoe daar zo goed mogelijk indicatoren voor kunnen worden gegeven en plannen voor kunnen worden gemaakt, wetende dat soms nog moet worden gezocht naar instrumenten of geld. Dat is zo helder mogelijk uitgesplitst in deze nota om toch een kader te geven voor hoe hieraan de komende jaren wordt gewerkt, wetende dat de transitie naar een circulaire economie groter is dan dat. Met dat in het achterhoofd komt zij op de punten die benoemd zijn. D66 sprak over de megaton afval die de stad uitgaat. Het overgrote deel (80%) daarvan komt uit de industrie. De gemeente heeft daar relatief weinig invloed op.
In de beleidsnota is de reductie van het huishoudelijke afval niet opgenomen omdat dat in de grondstoffennota staat. Daar is de afgelopen jaren ingezet op systeemverandering en daar wordt op dit moment nog steeds aan gewerkt omdat een aantal zaken uit die grondstoffennota nog wordt uitgevoerd. Dat gebeurt regelmatig en bij de aankomende voorjaarsnota komt terug hoe ver de gemeente daarin staat. Dan kan ook worden ingegaan op de mogelijkheid voor andere indicatoren, want het zijn indicatoren die in de grondstoffennota staan. Er moet iets worden gedaan met het auditrapport op dit punt, maar dat moet wel op de juiste plek terechtkomen. De heer Peters (D66) vraagt of daar dan ook hergebruikindicatoren bij kunnen worden opgenomen. Wethouder Schilderman reageert dat dat best een lastige uitdaging is. In dat kader kan wel in gesprek worden gegaan met bijvoorbeeld Marktplaats om te zien of dat wat oplost. Het is echter de vraag in hoeverre daar een volledig en betrouwbaar beeld van kan worden gekregen. Of dit lukt, zal moeten blijken. D66 vroeg naar convenanten met de prioritaire sectoren. Dat is een mooi idee. Eerder is al het convenant Lokale en Duurzame Voedselketens van de provincie getekend. Dat heeft niet alleen Pagina 21 van 55
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
de gemeente gedaan, maar een heel aantal bedrijven. Eerder zijn al het convenant Toekomstbestendig Bouwen en het manifest Het Nieuwe Normaal ondertekend en er wordt gewerkt aan de citydeal Circulaire Gebiedsontwikkeling. Zij denkt dat ze daarin in de plannen zitten. Op het gebied van zorg vraagt dit meer aandacht. Daar wordt verder naar gekeken. De provincie heeft twee ketenregisseurs die in beeld brengen wat daarvoor nodig is. D66 vroeg naar de inkoopdoelstellingen. Er wordt toegewerkt naar 50% circulair inkopen over het totaal. Daar zitten ook veel diensten bij in het Sociaal Domein en dat is de reden dat ze niet sneller omhoog gaan. Bij diensten zijn wel wat materialen, maar het grotere deel gaat uiteindelijk over andere activiteiten. Veel medewerkers zijn daarin al uitgebreid getraind. In het interne opleidingstraject wordt breed ingezet op zowel opdrachtgevers, projectleiders, ontwerpers als andere relevante collega's. Om echt naar een circulaire toekomst te gaan, moet het niet alleen aan het eind in de aanbesteding worden voorgeschreven, maar moet opdrachten ook anders worden gegeven. Bijvoorbeeld dat het anders wordt beheerd en onderhouden. D66 en anderen vroegen naar de dekking voor het plan. Op dit moment is er al enige dekking gevonden. Er is € 2 miljoen beschikbaar gesteld voor de upcyclecentra.
Er is ruim € 1,1 miljoen Europese subsidie toegekend voor het upcyclen in Utrecht. Deze subsidies staan in ieder geval klaar. Er is al tweemaal gebruik gemaakt van de subsidieregeling Circulaire ambachtscentra voor Rijkswaterstaat. Dit jaar was het idee dat de middelen gedekt waren met die Europese middelen specifiek hiervoor, want dat is een aanzienlijk groter bedrag hierin. Voor de verdere zoektocht naar middelen zal de gemeente het de komende jaren misschien eerder van Europa moeten hebben dan van Den Haag. Maar dat zal blijken. Een andere belangrijke methode om te werken naar meer impact is nagaan hoe dit in al de verschillende onderdelen van het gemeentelijke beleid door kan worden gevoerd. Daar is dan ook aandacht voor. D66 vroeg naar het aanbieden van grof vuil en dat leverde in verschillende fases interessante debatten op. Wat terecht naar voren komt, is dat het voor de inwoners gratis is om het te laten ophalen, maar dat is het voor de gemeente niet. Dat kost geld. Het is de vraag welke prikkelwerking men daar wil inzetten. Want als er spullen op straat staan, is het heel aantrekkelijk om daar wat bij te zetten en dat maakt het lastig om er een bijdrage voor te vragen. Als iemand bijvoorbeeld een kapotte kast neerzet en de buurman plaatst daar een bankstel bij, hoe moet het dan met de betaling? Daarbij komt dat meestal geen naam of adres op zo een bankstel staan.
Dit is wel een uitdaging. Toegezegd is dat wordt teruggekomen op de mogelijkheden rondom de afvalstoffenheffing. Daarin is ook een aantal opties besproken, zoals: Is het interessant om op een andere manier met dat grof vuil om te gaan? Wil men daar wel of geen bijdrage voor vragen? Wanneer is sprake van illegale dumpingen? En wat werkt dan ook hierin? Zij stelt voor bij de voorjaarsnota terug te komen op het voorstel om een klein drempelbedrag in te voeren voor het ophalen van grof vuil. Rondom de afvalstoffenheffing is een aantal van deze thema's benoemd. In dat debat kwam ook naar voren of op dit moment al maatregelen moeten worden genomen die tot gevolg hebben dat het ophalen van afval lastiger wordt. Voor een deel is dat zo. Dat is bij de ontwikkeling van de Merwedekanaalzone expliciet besproken en besloten. Juist door de openbare ruimte anders in te richten en anders te gebruiken, gingen daar de kosten voor de afvalinzameling omhoog. De raad heeft daarmee ingestemd. De heer Dijkstra (CDA) reageert op de opmerking van de wethouder dat bij de voorjaarsnota wordt teruggekomen op de financiële bijdrage. Hoe moet dat worden gezien? Is dat bijvoorbeeld een onderzoek? Wethouder Schilderman heeft de raad in een debat over bijplaatsingen toegezegd dat wordt nagegaan wat kan worden gedaan met de submiddelen en wat kan worden gedaan in relatie tot de tariefstelling.
Zijn meer maatregelen gewenst en mag daar bijvoorbeeld het tarief voor stijgen? Of moet het tarief omlaag en moeten dan bepaalde dingen niet worden gedaan? In dat debat is het grof vuil ook al benoemd. Toen is aangegeven dat zou worden teruggekomen op de vraag of het nog wenselijk is om grof vuil aan huis te laten ophalen. De mogelijkheid tot het heffen van een bijdrage neemt zij op in het totaal zodat het kan worden gewogen. D66 vroeg naar gesprekken met het rijk of bedrijven over wat circulaire bedrijven in de weg staat. In die gesprekken komt een aantal zaken naar voren. Voor het Nationaal programma van het rijk is een lobbybrief gestuurd, omdat de gemeente een aantal van dergelijke belemmeringen van bedrijven had gehoord. Deze zijn meegestuurd richting het rijk. Daarover worden op dit moment gesprekken gevoerd in het kader van de herijking van het NPCE, dus dat wordt zeker meegenomen. Er zijn knelpunten in de regelgeving. Soms komt men in de afvalwetgeving terecht terwijl een bedrijf daar niet wil zitten, met alle gevolgen van dien. Hetzelfde geldt voor het Pagina 22 van 55
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
bestemmen van plekken juist voor circulaire bedrijvigheid. Het college is daar zeker toe bereid. Zij stelt voor de raad een afschrift te geven van de lobby die hierop wordt gedaan, zodat duidelijk is welke zaken nu in de weg staan. Zij laat nog weten binnen welke termijn zij daarop terugkomt. D66 vroeg hoe de gemeente bedrijven kan laten meewerken aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente. Dat is een uitdaging. Bedrijven moeten op een andere manier gaan produceren, net zoals dat inwoners op een andere manier gaan consumeren. Maar de gemeente heeft daar maar beperkte sturing op. Het sturen van circulair ondernemen kan niet via het bestemmingsplan. Soms zijn er privaatrechtelijke mogelijkheden, maar eigenlijk alleen als de gemeente in eerste instantie de grond al in bezit heeft. Voor bedrijventerrein Strijkviertel is dit een van de doelstellingen. Omdat de gronden daar in erfpacht worden uitgegeven, kan daarop worden gestuurd. Maar voor bedrijven die reeds gevestigd zijn of zich vestigen op een kavel die niet van de gemeente is, zijn de sturingsmogelijkheden op dit moment beperkt. Er wordt wel nagegaan hoe daarin meer zou kunnen worden gedaan, maar op dit moment zijn de mogelijkheden daartoe beperkt. De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat Utrecht ook graag een stad wil zijn die niet discrimineert et cetera. En dat geldt ook voor bedrijven.
Dat betekent dat er objectieve meetbare criteria moeten zijn en dat het niet kan zijn dat het ene bedrijf wel en het andere bedrijf niet wordt toegestaan omdat het dit college belieft. Wethouder Schilderman is het daar helemaal mee eens, maar op dit moment heeft de gemeente geen instrument om het te doen en daarmee ook geen afwegingskader, omdat die mogelijkheid er op dit moment niet is. De heer Te Hoonte (VVD) doelt erop dat de wethouder bij Strijkviertel erfpacht gaat gebruiken. Wethouder Schilderman reageert dat dat bij Strijkviertel onderdeel is van het uitgifteprotocol. Daar staat niet in dat de McDonald's niet mag en een ander bedrijf wel, maar wel dat aan bepaalde vereisten zal moeten worden voldaan. Dat gaat ook over het materiaal dat wordt gebruikt en een aantal andere zaken, zodat er wel een gelijk speelveld is. Zij vervolgt de beantwoording. D66 vroeg naar intern beleid voor kapotte apparaten. Dat is er en niet alleen omdat het circulair verstandig is, maar ook omdat het financieel verstandig is. Als onderdeel van de advisering bij de voorbereiding van een aanbesteding nemen de MVO-adviseurs dit standaard mee als aandachtspunt en het is dan ook onderdeel van het circulair inkopen. D66 vroeg ten aanzien van de voedselketen de landbouw in te zetten als kringlooplandbouwgrond. Hierover wordt gesproken en dit komt terug als thema in de klimaatvisie.
Het is niet hierin opgenomen omdat dit in het brede perspectief van klimaat zou moeten worden bekeken en niet zozeer binnen circulair. Als men daarover toch een uitspraak wil doen, is het verstandig als men zich daarin verdiept. En anders komt de discussie terug bij de klimaatvisie. ChristenUnie stelt terecht dat consumeren een heel belangrijk onderdeel hiervan is. Gedrag is een grote belangrijke bijdrage aan de hoeveelheid materialen die worden gebruikt. Daar worden nu al een heel aantal zaken in gedaan. En de belangrijkste methode voor hoe daaraan straks verder invulling wordt gegeven, is via de upcyclecentra. De Repair Cafés kregen eerder al een subsidie van de gemeente. Er is een onderzoek gaande naar de motivatie en naar wat inwoners beweegt om spullen naar een kringloop te brengen. In de klimaatvisie wordt hierop ook teruggekomen. Maar eigenlijk wordt gezocht naar de belangrijkste manieren om die bewustwording helder te maken bij de inwoners. Daar is de gemeente mee bezig, maar dat is met name iets wat landelijk zou moeten worden gedaan, want veel beïnvloeding komt van buitenaf. Het komt als onderwerp terug in de klimaatvisie, maar zij kan zich voorstellen dat daar wellicht een keer apart over moet worden gesproken. Het is aan de raad of eerst de klimaatvisie hierop wordt afgewacht. ChristenUnie vroeg of kringloopwinkels moeten betalen voor golf vuil.
Stichting De Arm, Emmaus Domstad en Emmaus Haarzuilens hebben een aantal kringloopcontainers op de drie milieustraten. Dat zijn veruit de grootste kringlopen van de gemeente. De spullen die zij daar innemen, maar niet kunnen verkopen, kunnen zij kosteloos uitgesorteerd, inleveren bij de milieustraten. Commerciële partijen worden gezien als onderneming en valt het onder de eigen bedrijfsvoering dat zij daarmee bezig zijn. Volgens de nationale wetgeving worden, ook voor kringloopbedrijven, niet-verkoopbare spullen als bedrijfsafval gezien. En daar gaat de gemeente niet over. De heer Van Straalen (ChristenUnie) maakt hieruit op dat een aantal specifieke kringloopwinkels dit systeem hebben. Zou dat ook breder kunnen worden gedaan? Pagina 23 van 55
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Wethouder Schilderman antwoordt dat de drie grootsten onderdeel zijn van de milieustraat. Mensen leveren hun spullen daar in waardoor het onder het regime van de milieustraat valt. Kringloop die niet op de milieustraat zijn, vallen daar niet onder. De heer Van Straalen (ChristenUnie) begrijpt het nog niet helemaal. Een burger kan een bank gratis naar de milieustraat brengen, maar een kringloop moet betalen voor dezelfde bank. Dat is toch vreemd? Wethouder Schilderman vindt het ook vreemd dat de nationale wetgeving voor bedrijfsafval ook geldt voor kringloopbedrijven, maar daar gaat de gemeente niet over. Inwoners mogen gratis spullen inleveren op de milieustraat. Daar staan ook kringloopbedrijven die spullen innemen. Om te voorkomen dat zij vooraf te veel 'nee' moeten zeggen tegen wat wordt aangeboden, kunnen zij de spullen eerst beoordelen en als blijkt dat ze niet verkoopbaar of te repareren zijn, kunnen ze alsnog worden weggegooid. De heer Peters (D66) vindt dit een mooi onderwerp voor in de lobbybrief voor de herziening van het Nationaal Programma Circulaire Economie, juist om erop aan te sturen dat die uitzondering er komt voor kringloopbedrijven. Wethouder Schilderman zal dit opnemen. ChristenUnie sprak over het in gesprek gaan met beginnende bedrijven. De mogelijkheid van de harde sturing heeft zij richting D66 toegelicht.
Het is interessant om voor bestaande initiatieven te verkennen of toekomstgesprekken door Ondernemer Centraal kunnen worden gevoerd of dat ze in het contact van Economie kunnen worden opgenomen. Voor een gedeelte gebeurt dat al. In de bedrijven die zij bezoekt, is het altijd wel een thema. Zij stelt voor in de actieagenda Economie terug te komen op hoe ver daarin kan worden gereikt, want als echt iedereen moet worden bereikt, vraagt dat waarschijnlijk extra capaciteit. Nagegaan moet worden of daarvoor capaciteit kan worden vrijgemaakt. De heer Van Straalen (ChristenUnie) kan zich daarin vinden en wijst erop dat dit een aangenomen motie betreft. Als een bedrijf zich in Utrecht wil vestigen, zou kunnen worden besproken of het beleid heeft op de R-ladder en als dat niet zo is, kan het bedrijf worden gestimuleerd daar beleid op te gaan maken. Wethouder Schilderman bevestigt dat dat onderwerp van gesprek is. Het vraagt wel wat als met alle startende bedrijven in gesprek moet worden gegaan, want dan moeten alle startende bedrijven worden bijgehouden en moet er capaciteit zijn om bij allemaal langs te gaan. Maar bij de bedrijven waarmee wordt gesproken, komt dit aan de orde. Nu wordt gevraagd een stapje verder te gaan en heeft zij aangegeven hoe daarop wordt teruggekomen. Zij vervolgt de beantwoording. Op de vraag van ChristenUnie naar extra middelen is zij al ingegaan.
ChristenUnie vraagt ook te kijken naar budgetten die meer aan de sociale kant zitten, maar daar gaat het juist al heel vaak samen. Bedrijven die zich inzetten voor de circulaire economie kijken ook vaak naar arbeidsmarktaspecten. Vaak gaat dat samen en kan het ook onderwerp van gesprek zijn. Als de vraag is om het hele arbeidsmarktbeleid hierop aan te passen, dan moet ChristenUnie wellicht eerst met de andere fracties in discussie. PvdA vroeg naar afval. Zoals eerder aangegeven komt dat hier niet heel uitgebreid terug, omdat dat in de grondstoffennota staat met de bijbehorende doelstellingen. PvdA vroeg ook naar het mbo. Dat is een belangrijk onderdeel hiervan waar PvdA terecht ook eerder aandacht voor heeft gevraagd. Het mbo-uitvoeringsplan heeft een betere aansluiting tussen de arbeidsmarkt en het onderwijs als doel. Daar wordt veel samengewerkt, ook op het gebied van circulariteit. Dit is onderdeel van het upcyclecentrum, de circulaire grondstoffencorridor en de ontwikkeling van een opleiding voor meubelreparatie. Dat plan is al wel ingegaan in 2023, maar deze zaken kunnen er in ieder geval nog in worden opgenomen. PvdA vroeg wanneer meer zou worden gemeld over circulair afschrijven. Dat komt terug in de nota WAVA. Zij stelt voor dat die discussie dan wordt gevoerd. Dat gaat over het waarderen en afschrijven van de activa en de restwaarden.
CDA vroeg meetbare resultaten ook te prioriteren. Dat wordt gedaan met de indicatoren uit het manifest Het Nieuwe Normaal, waarmee circulair bouwen als gemeenschappelijke taal is ontstaan. Ook het convenant Toekomstbestendig Bouwen speelt hierin een rol. Als belangrijkste Pagina 24 van 55
5
doel is daarin voorgesteld dat dit onderdeel zou worden van het Bouwbesluit, want ook voor bedrijven wordt een betere markt gecreëerd als de regelgeving gelijk is. Het is nog niet gelukt om er landelijke regelgeving van te maken, maar dat zou een mooi doel zijn. Tot die tijd worden de doelen van het convenant nagestreefd. Dat gebeurt samen met drie provincies, wat daadwerkelijk massa biedt. De heer Dijkstra (CDA) vraagt of dat ook wordt meegenomen in de lobbybrief.
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Wethouder Schilderman neemt dat zeker mee in de lobbybrief. CDA vroeg naar organisatieverankering en of voldoende bewustzijn in de gemeente kan worden verkregen. Het bewustzijn groeit, ook binnen de gemeente. Het uitvoeringsprogramma NVOI is hierin een hele belangrijke beweging, juist omdat het niet alleen gaat over inkopen, maar ook over de O (opdracht geven). Dit is terug te zien in beheerbudgetten waar circulair en anders naar wordt gekeken. Dat betekent niet dat iedereen in de organisatie al is bereikt, want daar is soms ook nog wel wat te doen. Er worden cursussen voor aangeboden die veelvuldig worden gevolgd en waarmee pas wordt gestopt als iedereen ze heeft gevolgd. CDA vroeg ook naar de financiering, maar dat heeft ze al beantwoord. CDA vroeg naar de EFRO-subsidie. Dat is op 8 oktober in een raadsbrief over de upcyclecentra benoemd. De uitvoering van die EFRO-middelen loopt. De verwachting is dat in het eerste kwartaal het upcyclecentrum in het Werkspoor al kan worden geopend. Stichting UP Utrecht heeft de campagne vorige week opgestart. De heer Dijkstra (CDA) hoort de wethouder aangeven voldoende op subsidie te zijn ingegaan. Wellicht heeft hij dat gemist. Zijn vraag was of de wethouder bereid is een volledige subsidiescan, inclusief advies, te laten uitvoeren.
Of is dit al gebeurd? Wethouder Schilderman antwoordt dat dit eigenlijk steeds wordt gedaan, ook voordat deze beleidsnota voorlag, bijvoorbeeld de subsidies voor de upcyclecentra zijn al eerder gedaan. Het is wel een mooie suggestie om mee te nemen naar de verdere uitvoering. Het kan dat het grootste gedeelte al is gedaan, omdat het steeds onderwerp is van een zoektocht. De vraag van CDA naar afval heeft zij al beantwoord. DENK vroeg ook naar grof vuil. Daar wordt op teruggekomen richting de voorjaarsnota. Student & Starter vroeg naar upcyclecentra. Op dit moment is het niet zo dat inwoners allemaal naar upcyclecentra gaan of dat een mogelijkheid wordt geboden om spullen op een andere manier daar naartoe te brengen, maar het is wel interessant om na te gaan wat het zou kosten als de ophaalservice naar de upcyclecentra terug zou komen. Zij stelt voor hierop in de volgende updatebrief over de upcyclecentra terug te komen. Student & Starter sloot zich aan bij een plan van D66 om emissievrije wagens van de gemeente uit te lenen in het weekend. Dat is een creatief idee, maar de gemeente is daar niet op toegerust. De wagens staan op een afgesloten terrein. Het vraagt investeringen en brengt werkzaamheden met zich mee voor de organisatie. De verwachting is dat dat niet zal opwegen tegen de voordelen.
Er is wel een mogelijkheid om een elektrische bakfiets te lenen bij de milieustraten. Het vervoer en ook het emissieloze vervoer is echt maar een fractie van de voetafdruk. In deze transitiefase ligt de focus echt op het hergebruik van materialen, want daar zit een enorme klimaatwinst. Student & Starter vroeg of de upcyclecentra kunnen worden uitgebreid met een reparatieservice. Wellicht is service niet helemaal het juiste woord, maar er wordt samengewerkt met de Repair Cafés en er komen workshops over reparaties voor bewoners. Uiteindelijk is Stichting UP opgericht. Daar werken al deze partijen in mee, zoals de kringlooppartijen maar ook de Repair Cafés. Deze worden intensief betrokken bij wat allemaal kan worden aangeboden in die upcyclecentra. Student & Starter vroeg naar de pilot bij de SSH. Met de kringlopen is besproken of zij mogelijkheden zien om meer containers te plaatsen. Vanuit de kringlopen kwam naar voren dat met name bij deze complexen, de kwaliteit van de spullen vaak onvoldoende is voor hen. Maar SSH zorgt zelf nog steeds voor inzameling van bruikbare spullen en deelt deze met de Green Office die door studenten wordt beheerd. SSH zal worden gevraagd welke producten nog meer zouden kunnen worden ingezameld, omdat ze zich op dit moment met name op kleding richten. Wellicht kan dat nog verder worden uitgebreid.
GroenLinks vroeg energiezuinig en circulair te bouwen. Per tender wordt maatwerk uitgevoerd voor wat betreft welke duurzaamheids- en andere thema's worden afgewogen worden. Energie en circulariteit krijgen daarbij beide aandacht. Gezocht wordt naar een methode om beide in balans te Pagina 25 van 55
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
stimuleren. Het meten van de CO2-uitstoot van materialen, het gebruik ervan en de footprint ervan kan bijvoorbeeld bijdragen om ze meer samen te voegen. GroenLinks vroeg of op het gebied van opdrachtgeven en inkopen kan worden aangesloten bij de methodiek van Rotterdam. Op dit moment wordt al actief kennis uitgewisseld met Rotterdam. Nagegaan moet worden of ieder onderdeel van die methode kan worden geïmplementeerd in Utrecht, maar de gemeente gaat zeker te rade bij anderen. GroenLinks vroeg naar ketenverantwoordelijkheid. Bij aanbestedingen in risicosectoren staat standaard in de contracten dat partijen moeten voldoen aan de internationale voorwaarden. Hierop wordt geen actief beleid of visie per sector op ontwikkeld, want dan zou er heel veel werk in beleid zitten op een sector die niet helemaal kan worden overzien. Maar er wordt gestuurd op de partijen die daar wel verantwoordelijkheid voor hebben, namelijk degenen die het daadwerkelijk aanleveren, dat ze moeten voldoen aan de internationale voorwaarden hierop. GroenLinks vroeg of de kringlopen hier meer op kunnen doen. Zij doen daar al veel op, want ze halen al de bruikbare huishoudelijke goederen op. Grof vuil dat niet bruikbaar is, kunnen zij niet verkopen en halen ze dus ook niet op.
Er is al wel eens voorzichtig met ze over gesproken of er een manier is om dat om te draaien, maar zij ervaren al een grote uitdaging om te voldoen aan alle verzoeken die zij krijgen op dit gebied, zeker om spullen op te halen, want dat vraagt best veel van de mensen die langskomen. Dus de inzet zal meer zijn op het brengen. Partij voor de Dieren had een mooi betoog over aardbollen die nodig zijn en zaken die voor Partij voor de Dieren belangrijk zijn. Voor een deel daarvan is er soms een kleine afwijking met hoe de gemeente ernaar kijkt, maar dat is ook politiek. Het is aan de raad om zaken bij te draaien of niet. Het is voor Utrecht belangrijk om concurrerend te blijven en zeker op het gebied van de circulaire transitie. De mogelijkheden rondom bestemmingsplannen heeft zij al benoemd. Partij voor de Dieren vroeg over hoe het zit met de middelen. In de nota is per prioriteit aangegeven hoeveel budget er beschikbaar en nodig is. Als de raad dat anders wil prioriteren, dan kan dat met een amendement. Als de raad een bepaalde inzet of visie wil meegeven over de prioriteiten, dan kan dat met een motie. Partij voor de Dieren vroeg naar de effectdoelstelling niet-hernieuwbare grondstoffen: een beweging naar 50% grondstoffen in plaats van focus op hernieuwbaar. Hernieuwbare grondstoffen zijn milieuvriendelijk en in een groeiende stad zijn veel grondstoffen nodig.
Met alleen hergebruik kunnen de ontwikkelingen, ook rondom bijvoorbeeld woningbouw, niet worden gerealiseerd. Daarom is gekozen voor niet-hernieuwbare grondstoffen. Partij voor de Dieren vraagt naar circulair bouwen. Zij heeft al aangegeven hoe daarop wordt teruggekomen in de nota WAVA. Modulair bouwen en afschrijftermijnen zijn zaken om af te wegen. Het is goed om dan ook te kijken naar wat wordt gedaan met de restwaarde. Daarom wordt erop teruggekomen in de nota WAVA, omdat deze zaken ten opzichte van elkaar zouden moeten worden bezien. Partij voor de Dieren vroeg naar het aanpakken en verplichten van bedrijven rondom het instrumentarium. De gemeente heeft daar beperktere sturing op. Het circulair ondernemen kan lastig via het bestemmingsplan worden afgedwongen en over Strijkviertel heeft zij eerder al iets gemeld. Daarop wordt in de lobby zeker op terugkomen, zoals zij net heeft toegezegd. Partij voor de Dieren vraagt eigenlijk een geruststelling dat het hiermee helemaal goed gaat komen. Zij denkt dat allen nog een grote stap naar voren moeten zetten om deze circulaire transitie mogelijk te maken. Voor een gedeelte heeft dat te maken met het budget, dus niet alle doelstellingen en ambities kunnen worden uitgevoerd als geen aanvullende middelen worden gevonden.
Die aanvullende middelen kunnen gedeeltelijk binnen de gemeente worden gevonden en zullen gedeeltelijk extern moeten worden gevonden. Daarvoor geldt dat een zeer belangrijk deel van deze transitie plaatsvindt bij inwoners en bedrijven en dat de gemeente probeert daar zo veel mogelijk op te sturen binnen haar mogelijkheden, maar is daarbij afhankelijk van anderen. Deze nota is een belangrijke stap, maar niet de laatste stap. Het is niet zo dat hierna achterover kan worden geleund en het daarna geregeld is. Volt vroeg naar de doelstelling voor biobased bouwen. Binnen tenders wordt gericht op minimaal 55% hernieuwbare en of herbruikbare materialen in 2030. Dat geldt ook voor het gemeentelijke maatschappelijk vastgoed. Er wordt samengewerkt met Building Balance om zo veel mogelijk projecten in meer biobased materialen te realiseren. Op grond van de Omgevingswet mogen geen hogere ambities op het circulair bouwen worden verplicht bij bouwprojecten. Daarom richt de gemeente zich op tenders en het eigen vastgoed, waar ze wel invloed op heeft. Tenders zijn circa een derde van de bouw in de stad en dat komt overeen met het landelijke doel. Mevrouw Passier (Volt) heeft de doelstelling voor hernieuwbaar en herbruikbaar gezien. Biobased zit in hernieuwbaar en met de indicator wordt het allemaal op één hoop gegooid. Zij ziet Pagina 26 van 55
graag dat het wordt opgesplitst in twee indicatoren, zodat kan worden bijgehouden hoeveel met biobased wordt gedaan. 5
10
Wethouder Schilderman komt daar graag op terug in de tweede termijn. Mevrouw De Bekker (GroenLinks) leest in de nota dat 50% minder 'nieuwe' grondstoffen en minder 'niet-hernieuwbare' grondstoffen worden gebruikt en de wethouder zegt nu het tegenovergestelde. Wat de wethouder zegt, is een beter idee, maar dat lijkt haar best essentieel.
25
Wethouder Schilderman zal ze in de tweede termijn helderder uitsplitsen. VVD vroeg hoe hiernaar wordt gekeken vanuit Financiën. In Sturen en Verantwoorden zijn afspraken gemaakt over hoe met beleidsnota's wordt omgegaan. Daarin is aangegeven dat het wenselijk is dat beleidsnota's een enige tijd meegaan en dat, zolang het helder is, daar ook ambities in kunnen staan die op dat moment nog niet zijn voorzien van een financiële dekking. Deze werkwijze is afgesproken, maar wordt op dit moment geëvalueerd. Volgens haar spreekt de VVD uit dat dat niet wenselijk is. Het is goed om in de evaluatie te betrekken in hoeverre dat een goed idee is. De nota voldoet hiermee aan de afspraken, maar zij wil één inhoudelijke opmerking maken. De transitie rondom circulariteit kan maar beperkt worden voorspeld en er zijn heel veel externe partijen voor nodig. Dus als alleen een nota kan worden opgesteld met middelen die op dat moment helder zijn, dan zal de bijdrage veel kleiner worden. Het alternatief is om geen nota op te stellen en rondom projecten aan de slag te gaan. Zij heeft eerder het signaal van de raad gekregen dat het belangrijk is om daar ook een kader voor te hebben zodat de raad zich daarover kan uitspreken. Daarom is het er op deze manier in terecht gekomen.
Als de heer Te Hoonte vindt dat dit soort dingen niet meer moet worden gedaan, is het verstandig om dat in de evaluatie van Sturen en Verantwoorden te bespreken.
30
De heer Te Hoonte (VVD) is vooral op zoek naar waar de budgetrechtpositie van de raad nu blijft, omdat een ongedekte nota breed wordt goedgekeurd. Het college gaat al dan niet op zoek naar meer middelen, maar in deze nota geeft de raad richting en het college gaat over het uitvoeringsprogramma. Op deze manier staat de raad aan de zijlijn.
15
20
35
40
45
50
55
60
Wethouder Schilderman memoreert dat de gemeenteraad juist vaker heeft gevraagd naar de relatie tussen beleid en wat terugkomt in bijvoorbeeld de voorjaarsnota of de inzet die wordt gepleegd, bijvoorbeeld om externe subsidies op te halen. Juist deze nota geeft daar dat kader voor en zegt: ga bij de volgende voorjaarsnota of bij de programmabegroting of alle keren daarna, na of voor de voorstellen die nog niet van een dekking zijn voorzien, er ruimte aan zou kunnen worden geboden. En hij zegt dat op zoek wordt gegaan naar middelen om dit alsnog te doen. Een middel kan zijn om bijvoorbeeld subsidies aan te trekken om dat alsnog te gaan doen. Dat is juist hoe daar invulling aan is gegeven. Als VVD daar een andere invulling aan wil geven en in beleidsnota's geen ambities wil die nog niet gedekt zijn, dan moet een ander kader worden afgesproken rondom Sturen en Verantwoorden, want nu is afgesproken dat dit juist de manier is om het te doen, omdat niet alle ambities van de raad kunnen worden voorzien van een dekking. Juist in een beleidsstuk kan worden besloten wat belangrijk is, of men een andere keuze wil maken of dat men op zoek wil gaan naar meer middelen daarvoor. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat dit naar de stad wordt gestuurd alsof het wordt gedaan en dat Utrecht circulair wordt gemaakt en dat daar heel veel geld voor wordt vrijgemaakt. Maar in de praktijk is dat niet zo.
Het beeld tussen wat de wethouder neerzet met deze nota en wat de daadwerkelijke praktijk is, lopen weer uit elkaar. Dat leidt vaak tot teleurstelling bij de inwoners. Wethouder Schilderman stelt dat als VVD alleen ambities wil die zijn gedekt met middelen, dan moet er heel veel in de raad anders. Er wordt vaak gesproken over ambities en dan wordt gezocht hoe deze stap-voor-stap kunnen worden bereikt. Het is meestal niet zo dat inwoners beleidsnota's tot in detail willen bespreken. Meestal gaat het over de projecten die worden uitgevoerd. De heer Peters (D66) reageert dat het op landelijk niveau ook gebeurt. Ook daar wordt bijvoorbeeld uitgesproken om de CO2-uitstoot met zoveel procent te reduceren, zonder dat daar al direct alle specifieke middelen aan zijn gekoppeld. Die worden toch ook elk jaar gevonden? Of klopt dat niet?
Pagina 27 van 55
5
10
15
20
25
30
35
40
45
Wethouder Schilderman bevestigt dat het rijk dat ook zo doet. Rondom circulariteit kunnen nog niet alle stappen naar de toekomst worden voorspeld. Men wil naar een ander soort systeem, maar weet nog niet exact wat dat systeem zal moeten zijn, behalve dat minder grondstoffen worden gebruikt. VVD vroeg naar het handboek Openbare Ruimte. Dat heeft zeker prioriteit. Daarom is een jaar geleden een plek gerealiseerd, zodat zaken kunnen worden hergebruikt. Die plek wordt in gebruik genomen, maar het duurt even voordat dat is terug te zien in alle projecten. In de geactualiseerde versie van het handboek Openbare Ruimte zal dat zeker een belangrijke rol krijgen. Deze komt in het eerste kwartaal van volgend jaar. Daar zit ook een afwegingskader in conform de R-ladder. Dat zal hier en daar wennen zijn, maar zij heeft al mooie mogelijkheden gezien om ook verschillende materialen in de openbare ruimte te gebruiken, bijvoorbeeld andere stoeptegels op de straat dan op de parkeervakken. VVD vroeg aandacht voor risico's. Dat ging specifiek over het vroegtijdig stopzetten van bepaalde projecten. Zij vroeg zich af over welke projecten dat ging. Er wordt altijd goed gekeken naar wat herbruikbaar is, maar misschien wordt iets anders bedoeld. De heer Te Hoonte (VVD) geeft een korte toelichting op verzoek van de wethouder. Bij Veldhuizen ligt een geluidswal waarin slakken zijn verwerkt.
Hoe die zich gedragen, wordt uitgebreid gemonitord. In Leidsche Rijn is begonnen met het aanleggen van een gescheiden afvalwaternet zodat de wc met water van de wasmachine zou worden doorgespoeld, maar dat bleek verkeerd op elkaar te zijn aangesloten waarop die projecten zijn stilgelegd. Als dit soort dingen wordt gedaan, moet er aan de voorkant heel veel aandacht zijn voor het risico en dat vroeg hij aan de wethouder. Wethouder Schilderman vindt dat een goed punt. Vooraf moet worden nagedacht over de risico's. Dat geldt bijvoorbeeld ook als bij de nota WAVA wordt gesproken over afschrijvingstermijnen en restwaarden. Men moet dan van tevoren een beeld kunnen hebben van hoe het er uitziet na die periode en dat is af en toe best lastig als het nog niet kan worden voorspeld. Dus dat zijn risico's en daar moet men rekening mee houden. Die aandacht zal er zeker zijn en dat kan ook worden betrokken in de debatten de komende tijd. \VVD vroeg met betrekking tot de openbare ruimte of de percentages kloppen. De percentages hernieuwbaar en/of hergebruikte materialen gelden alleen voor projecten die de gemeente uitvoert. Het is geen weergave van de openbare ruimte in zijn geheel. Dat lobbyoverzicht komt in het eerste kwartaal en de Klimaatvisie komt in het tweede kwartaal. De voorzitter vraagt de woordvoerders of er nog gemiste vragen zijn.
De heer Van Straalen (ChristenUnie) vroeg naar een apart hoofdstuk met strategieën en doelen voor de gedragsverandering. Daarop heeft de wethouder gereageerd. In het kader daarvan vroeg hij of een bewustwordingscampagne kon worden gevoerd, bijvoorbeeld in samenwerking met de Repair Cafés of vergelijkbare partijen. En hij heeft gevraagd of kan worden onderzocht of mensen de U-pas kunnen gebruiken om spullen te laten repareren. Mevrouw Kolenbrander (Student & Starter) vroeg of het als extra service van de upcyclecentra mogelijk is dat daar tweemaal per maand een markt kan worden georganiseerd. Wethouder Schilderman komt hierop nog terug, net als op de vragen van Volt en GroenLinks.
50
De voorzitter inventariseert of partijen nog een bijdrage hebben en concludeert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Schorsing
55
60
Wethouder Schilderman zal een aantal vragen voor het slotdebat in een brief beantwoorden. Daarin komt zij terug op de vraag van Volt over de uitsplitsing. Ook komt zij daarin terug op de vraag van GroenLinks om helder te zijn over de ruwe materialen en de hernieuwbare materialen. Hetzelfde geldt voor de vraag over de U-pas, omdat ze de mensen van de U-pas niet aan de telefoon krijgt. Ze komt terug op de mogelijkheid ervan. Zij vraagt Student & Starter de vraag te herhalen. Pagina 28 van 55
Mevrouw Kolenbrander (Student & Starter) vroeg of een extra service kan worden toegevoegd aan de upcyclecentra voor het verkopen van spullen, een- of tweemaal per maand. 5
Wethouder Schilderman heeft die vraag in eerste instantie niet gehoord. Er wordt periodiek teruggekomen op de upcyclecentra en zal dit daarin meenemen.
10
De heer Van Straalen (ChristenUnie) mist nog een antwoord op de vraag over de bewustwordingscampagne. De wethouder geeft aan dat een belangrijk deel van het succes uiteindelijk ligt bij gedragsverandering en het gedrag van burgers en bedrijven. In het kader daarvan had hij die vraag gesteld.
15
20
25
30
Wethouder Schilderman heeft aangegeven welke mogelijkheden op dit moment worden gebruikt voor bewustwording. Daarvoor zijn de upcyclecentra belangrijk, maar ook de samenwerking met Stichting UP. Op die manier wordt daaraan invulling gegeven. De voorzitter stelt voor dit agendapunt hiermee af te ronden. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) wijst erop dat nog niet is bepaald hoe dit agendapunt wordt doorgeleid naar de raad. De heer Te Hoonte (VVD) overweegt een motie over de dekking en nog een ander onderwerp, maar dat heeft hij nu niet scherp. De heer Peters (D66) overweegt een voorstel om te laten onderzoeken of iets met de wagens van de milieustraat kan worden gedaan voordat het direct wordt afgeschreven. Wellicht komt D66 met een voorstel voor het opnemen van hergebruikdoelstellingen. Mevrouw Kolenbrander (Student & Starter) overweegt, net als D66, een voorstel over de wagens. De toezeggingen zijn ook niet herhaald. De heer Van Straalen (ChristenUnie) gaat na wat in de nota staat over de gedragsverandering en de ambities en doelen op dat punt en komt wellicht met een voorstel daarop.
35
De voorzitter reageert dat dat mede naar aanleiding is van de toegezegde beantwoording.
40
Griffier Heerdink heeft twee duidelijke toezeggingen genoteerd, namelijk dat de lobbybrief naar de raad komt in Q1 2025. Daarin worden ook de kringloopbedrijven en de afschrijving opgenomen. De zojuist nog gestelde vragen worden schriftelijk beantwoord. En op een aantal punten is toegezegd om zaken mee te nemen. Hij stelt voor ze niet op de lijst op te nemen, maar herhaalt ze wel. Dat gaat om de mogelijkheid van een drempelbedrag, wat terugkomt bij de voorjaarsnota. Dat gaat om circulair afschrijven, wat meegenomen wordt in WAVA. Dat gaat om de ophaalservice en die komt terug in een updatebrief.
45
50
Wethouder Schilderman wijst erop dat het in de lobby met name gaat over kringloop en een aantal zaken die bedrijven raken. Het stuk over afschrijvingen komt in de nota WAVA. In de volgende brief over de upcyclecentra komt zij terug op de ophaalservice en de mogelijkheid van een eventuele markt op verzoek van Student & Starter. Zij laat ook nog weten of de SSH nog iets doet met hun kringloop. De voorzitter sluit de beraadslagingen op dit punt en bedankt wethouder Schilderman.
8. Raadsvoorstel Vaststelling Beleidsnota Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht 55
De voorzitter vraagt of de komende negen minuten voldoende zijn voor één inbreng of dat de vergadering moet worden geschorst en om 14.00 uur vervolgd. Mevrouw Passier van Volt heeft een vergadering hierna en wil graag het woord voeren. Mag zij als eerste het woord voeren? Is het een bezwaar als het ochtenddeel enigszins uitloopt? Pagina 29 van 55
De heer Peters (D66) denkt dat het haalbaar is als de eerste spreker de eerste inbreng doet in tien minuten. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
Mevrouw Passier (Volt) moet echt stipt om 13.00 uur naar het DB. De voorzitter stelt voor even op de wethouder te wachten. Hij heet de kinderen uit groep 7 en 8 die op de publieke tribune zitten van harte welkom. Eerste termijn Mevrouw Passier (Volt) stelt dat het voor de leefbaarheid van Utrecht essentieel is dat vol wordt ingezet op de energietransitie. Volt wil toewerken naar het energiesysteem van de toekomst, waarin opwek, opslag en transport zo veel mogelijk lokaal plaatsvinden en zo veel mogelijk in lokaal eigendom zijn. Het afgelopen jaar hebben haar fractie en zij alles gedaan om het geïntegreerde energiesysteem, waarin dus opwek, opslag en transport van energie en samenhang zijn ingericht, op de agenda te krijgen. Dit is namelijk de manier om het energiesysteem van de toekomst in te richten. Helemaal als ze grotendeels in eigendom zijn van lokale energiegemeenschappen. Hun vastberadenheid heeft soms ook tot ergernissen gelijk bij collega-raadsleden. Zo heeft de heer Peters van D66 haar onlangs nog een Messias-complex proberen aan te praten. En tegen haar collega's wil zij zeggen: "Sorry voor het eindeloze herhalen van onze visie, maar u weet hoe het werkt: Als je ergens in gelooft, dan moet je vasthouden.". En vandaag viert Volt dat de wethouder met dit raadsvoorstel een mooie stap in de juiste richting heeft gezet.