2024.04.11 Conceptverslag commissie EDVW
Tekst van het document
40
45
50
De heer Zwanenberg (GL) is hiervoor. Hij heeft het genoemd in zijn bijdrage. Alle punten die de heer Dijkstra noemt worden ook genoemd dor het college in de beantwoording van diens vragen. Er wordt gezegd dat het staand beleid is, dat het college eigenlijk de motieven hiervoor ook niet ziet en dat het deze casus dus meeneemt bij het beleid. Ales wat de heer Dijkstra vraagt wordt aangestipt in de beantwoording van de schriftelijke vragen. Daarin wordt ook gezegd dat het college dit meeneemt bij de uitwerking van het actieplan. Spreker denkt dat dit de goede lijn is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) leest “ik neem dit mee” als “U hoort nog van ons”. Hij begrijpt dat GL het wel met EenUtrecht eens is en dus voor die door spreker genoemde punten is, maar dat GL denkt dat de wethouder het al over heeft genomen. Zo had hij het niet gelezen. Is dat een goede interpretatie? Volgens de heer Zwanenberg (GL) worden alle punten die EenUtrecht daarnet heeft genoemd geadresseerd in de beantwoording van de schriftelijke vragen, waaronder het punt erfpacht. Dat wordt specifiek en uitgebreid benoemd. Het zijn dus allemaal zaken die worden meegenomen bij Pagina 28 van 72
de verdere uitwerking van het actieplan. Zijn fractie meent dat, als iets wordt genoemd dat ook een verplichting schept.
5
10
15
Mevrouw Van der Wilt (D66) kan zich aansluiten bij wat is gezegd. D66 ziet de meerwaarde van het goed samenwerken met en het stimuleren van wooncoöperaties en denkt dat het college de wooncoöperaties als meest werkbare oplossing ziet om de ambities voor het Fonds betaalbare koop te realiseren. Wat D66 betreft blijft het ook in dat licht een heel belangrijk doel omdat meer mensen gewoon toegang moeten krijgen tot een betaalbare koopwoning. Verscheiden leden hebben erop gewezen dat het geen gemakkelijk standpunt is. De commissie heeft ook een mooi bezoek aan Wenen gebracht waaraan spreekster mocht deelnemen. Daar is hier uitgebreid bij stilgestaan. De raad is inmiddels alweer twee jaar op weg in deze collegeperiode. Het zou mooi zijn om ook de resultaten daarvan te plukken. Zij wil zich niet zo vastzetten als de heer Dijkstra met vijf stuks in vijf jaar. Dat laat zij graag aan het college over, maar zij begrijpt de op resultaatgerichte wens van de heer Dijkstra wel. Zij hoopt die resultaatgerichtheid ook terug te zien in de uitwerking van het actieplan. De voorzitter ziet dat de andere fracties geen behoefte hebben om nog iets in te brengen. Hij stelt voor deze vergadering te beëindigen, van de lunch te genieten en om 14.00 uur verder te gaan met de beantwoording van het college. De voorzitter schorst de vergadering om 12.55 uur.
20
25
30
Pagina 29 van 72
Verslag openbare middagvergadering commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 5
Datum Locatie Verslag door
11 april 2024 Raadszaal, Utrecht mevrouw M. de Mul (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen 10
15
De voorzitters Cees Bos en Bert van Steeg, de wethouders Dennis de Vries en Lot van Hooijdonk, de leden Kirsten Alblas (CU), Cees Bos (Stadsbelang Utrecht), Joachim Cornielje (PvdA), Gert Dijkstra (EenUtrecht), Ramon Emmen (UtrechtNu!), Rachel Heijne (GroenLinks), Maarten van Heuven (PvdD), Gertjan te Hoonte (VVD), Myrthe Minnaert (BIJ1), Annemijn Oudejans (Student & Starter), Victor Paalman (Horizon), Charlotte Passier (Volt), Ralph Peters (D66), Lenno van Straalen (CU), Mirac Usta (Denk), Jelle Vintges (VVD), Berdien van der Wilt (D66), Pepijn Zwanenberg (GroenLinks), Jantine Zwinkels (CDA), de commissiegriffier Mariska de Vos
Verslag commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 20 10 Echt werk maken van Utrechtse wooncoöperatieven ................................................................30 Lijst van toezeggingen .................................................................................................................32 11 Spoeddebat raadsbrief Overvecht-Noord aardgasvrij ................................................................33 25 De voorzitter heropent de vergadering. Hij geeft het woord aan de wethouder voor de beantwoording van de gestelde vragen.
10 Echt werk maken van Utrechtse wooncoöperatieven 30
35
40
Wethouder De Vries geeft aan dat hij wat vragen zal bundelen om op die manier tijd te winnen. Er is door een aantal fracties gevraagd of wooncoöperaties voorrang kunnen krijgen bij erfpacht. Zij zijn echter geen commerciële partijen. Met betrekking tot de nieuwe nota Grondbeleid staat een koerswijziging naar actief grondbeleid voor onder andere het langjarig betaalbaar wonen. Daarbij moet worden bekeken hoe ongelijk kan worden behandeld om uiteindelijk dezelfde kansen te creëren. Hierop zal de wethouder terugkomen in een raadsbrief. Over de actielijnen die in het actieplan staan zegt de wethouder dat het roer niet om hoeft. Het actieplan is geen dode letter. Hij neemt de raadscommissie mee in de acties en stappen die gezet zijn. Op de eerste plaats de interne organisatie, waarin zowel een onafhankelijk steunpunt is als een gemeentelijk aanspreekpunt. Verder worden er bijeenkomsten en cursussen georganiseerd waar coöperaties elkaar kunnen ontmoeten, kennis kunnen uitwisselen en elkaar kunnen ondersteunen. De verwachting is dat het beleid rondom wooncoöperaties voor de zomer kan worden vastgesteld voor de uitgifte van grond via een tender. Op actielijn B, gunstige erfpachtvoorwaarden en grondbeleid, komt de wethouder terug via een raadsbrief. Daarin worden de vragen die hierover zijn gesteld beantwoord, zodat een goed debat kan worden gevoerd inde Pagina 30 van 72
5
10
commissie van 13 juli over de Nota Grondbeleid. Voor wat betreft actielijn C, ondersteunende financiering, worden gesprekken gevoerd met banken maar ook met de diaconie van de protestantse kerken die mogelijk mee willen investeren. Verder wordt de regeling aangekondigd in de raadsbrief Betaalbaar wonen, en de inzet van het Fonds betaalbare koop uitgewerkt. Het doel is een regeling met een zo groot mogelijk bereik. Verwacht wordt dat dat voor de zomer gereed is. Daarover wordt de raad meegenomen middels een raadsbrief. Daarnaast komt er ook een landelijk fonds voor wooncoöperaties om juist het financieringsvraagstuk te verkleinen. Dat is een van de grootste uitdagingen. Bij wooncorporaties is namelijk sprake van sprokkelfinanciering, waarbij de financiering op een creatieve manier bij elkaar moet worden gesprokkeld. Daarop zijn nog wat stappen te zetten. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of er, voor wat betreft de erfpacht, wel of niet een speciale set van voorwaarden komt voor de wooncoöperatieven. Wethouder De Vries antwoordt dat er een Uitvoeringsplan is aangekondigd waarop kan worden gereageerd. Dat is in lijn met het debat dat gevoerd gaat worden in relatie tot grondzaken.
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De wethouder gaat verder met de bespreking van actielijn D, het beschikbaar krijgen van locaties. De gemeente is druk bezig met meerdere locaties als het gaat om wooncoöperaties en CPOinitiatieven: de tender voor een wooncoöperatie op de gemeentelijke kavel G15 in Leidsche Rijn, waarvan verwacht wordt dat er komend najaar kan worden gestart. Ook de tender voor een wooncoöperatie op de gemeentelijke kavel Zuilense Vecht en een CPO in de dorpskern van Vleuten met als inzet zes tot acht appartementen in het betaalbare koopsegment. Verder noemt hij de locatie Strosteeg, waarbij de mogelijkheid tot een wooncoöperatie is opgenomen in de visie. De verkenning om langjarig betaalbaar wonen mogelijk te maken door middel van wooncoöperaties is gestart met de Rabobank en BPD. In het actieplan is opgenomen dat de gemeente minimaal twee locaties per jaar wil realiseren, momenteel zijn er zeven locaties in beeld. Er is schaarste in de stad qua grond, dus de wethouder kan niet toezeggen dat er vijf locaties per jaar worden ontwikkeld. Wel dat zij zich zoveel mogelijk zullen inspannen. Vervolgens verwijst de wethouder naar de opmerking van EenUtrecht over 41 initiatieven. Hij geeft aan dat er bij de gemeente 17 bekend zijn. Hij stelt voor dat de initiatieven contact zoeken met de gemeente door te mailen naar wooncooperaties@utrecht.nl.
Op de vraag van de VVD over de dekking antwoordt de wethouder dat er drie miljoen beschikbaar is vanuit het coalitieakkoord voor het Fonds betaalbare koop. Het college wil dat bedrag breder inzetten om juist langjarig betaalbaar wonen te realiseren. Coöperatief wonen is daar een onderdeel van. Bij1 vroeg of de gemeente wat kan doen aan de drempels bij coöperatief wonen, bijvoorbeeld verschillende snelheden bij projectontwikkelaars. Naast de regulierenlocaties wordt ook naar mogelijke alternatieven gekeken. Een voorbeeld hiervan is dat de gemeente het afgelopen jaar benaderd is door een wooncoöperatie die een kantoorpand wilde aanschaffen met de toezegging dat de locatie getransformeerd kon worden. Dat is binnen anderhalve dag gedaan, maar in die tijdspanne was pand al verkocht. Waar kansen zijn wordt dus gekeken hoe dat zo snel en goed mogelijk kan worden gerealiseerd. Voor wat betreft het verhogen van het tempo voor wooncoöperaties laat de wethouder weten dat wordt geprobeerd sneller te werken. Het afwijken van kostendoorrekeningen in een project is lastiger en niet wenselijk. Verder werd gevraagd naar het prioriteit geven aan wooncoöperaties op verschillende locaties in de stad. De wethouder zegt dat de ruimte schaars is, dus er moet worden gekozen. Per project wordt bekeken waar er kansen zijn voor wooncoöperatieven.
Over het ophalen van behoeftes zegt de wethouder dat er met alle wooncoöperaties wordt gesproken, door het organiseren van bijeenkomsten en cursussen. Het is belangrijk dat mensen met elkaar in contact komen, waarvoor ook netwerkborrels worden georganiseerd. Verder werd gevraagd of de gemeente nog wat kan betekenen in de financiering, via een subsidie, een lening of garantstelling. De wethouder licht toe dat de inzet van het Fonds betaalbare koop wordt uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. Dit zal voor de zomer gereed zijn. Daarover wordt de raad geïnformeerd via een raadsbrief. Verder vroeg BIJ1 naar het behouden en delen van kennis. De wethouder geeft aan dat er momenteel een platform van de Utrechtse wooncoöperaties in oprichting is. Dat wordt door de gemeente gestimuleerd. Het is goed om te merken dat dat heel erg bottom-up wordt georganiseerd. Aan Stichting !WOON is gevraagd om de coöperaties hierbij te ondersteunen. Pagina 31 van 72
5
10
15
De CU vroeg of de koopstartregeling kan worden gestimuleerd en meegenomen in de uitwerking. Dat is echter een heel andere regeling. Met het budget van drie miljoen daarmee kan een beperkt aantal mensen eenmalig worden geholpen. Er komt wel een landelijk Fonds betaalbare koop waar dan gebruik van kan worden gemaakt. Op de opmerking van GroenLinks over de hoepels waar men door heen moet komt de wethouder terug in het Uitvoeringsplan, net als de vraag over erfpacht. D66 vroeg om een resultaatgericht actieplan. De wethouder geeft aan dat in de raadsbrief Betaalbaar wonen de inzet van het Fonds betaalbare koop aan de orde kwam, net als de verschillende mogelijkheden die er zijn voor wooncoöperaties. Via de Programmabegroting 2025 wordt de wijziging van met name het doel van het Fonds betaalbare koop ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. De precieze uitvoering zal volgen in het uitvoeringsprogramma, dat rond de zomer gereed zal zijn. Hierin wordt de input uit de commissievergadering van vandaag en uit het gesprek over het grondbeleid meegenomen. Mevrouw Van der Wilt (D66) hoorde de wethouder zeggen dat het in verband met grondschaarste lastig is om te starten voor wooncoöperaties. Aan de wethouder wordt gevraagd of bedoeld wordt dat zij dan ook de hoogte in kunnen. Wethouder De Vries antwoordt dat dit een randvoorwaarde is die hij wilde meegeven.
Er wordt toegewerkt naar het doel dat is gesteld in het actieplan. Waar mogelijk worden kansen benut, zoals bij het kantoorpand dat hij net noemde. Dat kan op meerdere manieren.
20
De voorzitter informeert of er gemiste vragen zijn. De heer Van Straalen (CU) vraagt of de casus Overhoop een gewenste uitkomst is van het beleid zoals dat nu is vormgegeven. Als er later wijzigingen worden toegepast, biedt dat dan kansen voor Overhoop?
25
Wethouder De Vries antwoordt dat dit een heel specifieke vraag over een heel specifieke casus is. Dat maakt de vraag moeilijk te beantwoorden. De voorzitter stelt voor dat de CU dit schriftelijk afdoet of contact opneemt met de betrokken ambtenaar. Hij verzoekt het antwoord te delen met de rest van de vergadering als het belangrijk is. Vervolgens vraagt hij of er toezeggingen zijn gedaan.
30 Lijst van toezeggingen: 1. voor de commissie van 13 juni 2024 volgt een raadsbrief over de gestelde vragen over grondzakenaspecten van coöperatief wonen; 2. voor de zomer 2024 volgt het uitvoeringsplan coöperatief wonen 35
De voorzitter vraagt of de agenderende fracties hun doel hebben bereikt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) meldt dat hij de brief afwacht. Hij zal niet met een motie in de eerstvolgende raad komen. De voorzitter sluit het onderwerp af en schorst de vergadering. - Schorsing –
40
De voorzitter heropent de vergadering.
Pagina 32 van 72
11 Spoeddebat raadsbrief Overvecht-Noord aardgasvrij De voorzitter zegt dat hier 120 minuten voor zijn gereserveerd. De agenderende fracties willen met de wethouder in debat omtrent het nieuwsbericht van Eneco en de ontvangen raadsbrief. Het onderwerp zal in twee termijnen worden behandeld. 5
10
15
20
25
De voorzitter geeft het woord aan het CDA voor hun bijdrage. Mevrouw Zwinkels (CDA) zegt best geschrokken te zijn van de berichtgeving over het stopzetten van de samenwerking met Eneco en van het persbericht van Eneco daarover. Het CDA vraagt de wethouder hoe dit heeft kunnen gebeuren, en wie het initiatief heeft genomen om de samenwerking stop te zetten. Dit stond blijkbaar al op de agenda van 4 april, bleek uit de beantwoording van schriftelijke vragen. Dit is niet eerder aan de raad verteld. Een gepland debat over buurtinitiatieven werd af geserveerd omdat er op stadsverwarming zou worden overgegaan in Overvecht-Noord. Nu is de wereld compleet anders. Het CDA vraagt waarom het overleg niet alsnog doorgaat. Bestuurders zouden als volwassen mensen het gesprek moeten voeren over hoe verder. De verantwoordelijkheid richting buurtbewoners moet worden gedragen. Voor hen is het compleet onduidelijk wat er gaat gebeuren. In de beantwoording van de raadsvragen staat dat Eneco de schuldige zou zijn in het veroorzaken van de verwarring en onduidelijkheid. Hoewel je er wat van kan vinden dat de communicatie eenzijdig plaatsvindt, vindt het CDA het ook wel makkelijk om met de beschuldigende vinger te wijzen. De heer Peters (D66) zegt dat duidelijk is benoemd dat er nog afspraken gemaakt moeten worden om tot een kostenneutraal voorstel te komen. Dat voorstel ligt er dus nog niet.
Het is dus nog niet duidelijk dat eruit wordt gekomen, hoewel dat wel de insteek is. Mevrouw Zwinkels (CDA) zegt dat die voorstelling van zaken wel klopt. We waren er nog niet uit en er zijn ook kanttekeningen geplaatst bij de oplossing van stadsverwarming van Eneco. Er werd wel continu gesuggereerd dat er wel constructief aan gewerkt werd. Het verbaast haar dat een partner van de gemeente op deze manier kenbaar maakt dat de samenwerking wordt stopgezet en dat de gemeente op deze manier reageert op de vragen van het CDA. De heer Peters (D66) zegt dat iedereen leest dat er constructief gewerkt is om er samen uit te komen. Dan kan alsnog blijken dat dat niet lukt. Hij vraagt waar de verbazing van het CDA precies zit.
30
35
Mevrouw Zwinkels (CDA) antwoordt dat er drie weken geleden nog volop werd ingezet op deze oplossing. Andere alternatieven werden af geserveerd. In de beantwoording van de brief is nu te lezen dat opnieuw aan tafel wordt gegaan met buurtinitiatieven. Dat is natuurlijk goed maar hen is totaal geen recht gedaan in de manier hoe er met ze is omgegaan in de afgelopen maanden. Blijkbaar was de relatie met Eneco erg fragiel. Het college had dan ook een andere boodschap te vertellen naar de raad. De heer Peters (D66) leest ook dat na het debat met de raad, een maand geleden, pas duidelijk werd dat het een moeilijke kluif zou worden. Het is dan niet raar dat het college tijdens het debat zei dat ze probeerde eruit te komen, maar later bleek dat dat niet het geval was.
40
Mevrouw Zwinkels (CDA) zegt dat als D66 alleen naar Eneco wil blijven wijzen en vindt dat het college niets te verwijten valt, dan is er geen debat te voeren. Als er verwijten worden uitgedeeld naar samenwerkingspartners, dan moet een betrouwbare overheid daar heel anders mee omgaan. De voorzitter maakt een punt van orde en zegt dat het omkatten van vragen niet bevorderlijk is voor het debat.
45
De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat het erop lijkt dat mevrouw Zwinkels wordt gecontroleerd op haar inbreng, in plaats van het college op het functioneren. Mevrouw Zwinkels (CDA) dankt de heer Te Hoonte voor zijn scherpe analyse. Pagina 33 van 72
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of mevrouw Zwinkels erkent dat als het debat op deze manier wordt gevoerd, het geen recht doet aan de controlerende taak van de raad, die ook bij coalitiepartijen ligt. 5
Mevrouw Zwinkels (CDA) antwoordt dat de raad op een open en constructieve manier het debat moet aangaan. Anders worden er ongewenste fouten toegelaten. De heer Peters (D66) vraagt wat er niet constructief was aan zijn vorige vraag. De voorzitter geeft aan dat de heer Peters zijn drie vragen heeft gesteld en wil doorgaan met de inbreng van het CDA.
10
De heer Peters (D66) maakt een punt van orde door aan te geven dat er een goed constructief debat wordt gevoerd met constructieve vragen. Als door het CDA en de VVD wordt gezegd dat dat niet zo is, dan wil de heer Peters daar op kunnen reageren.
15
Mevrouw Zwinkels (CDA) gaat verder met haar betoog. Zij is benieuwd hoe het zit met de wijkberichten, waarin een korting werd beloofd op de energierekening. Dit vindt zij erg vaag, en hierover is niet besloten in de gemeenteraad. Zij vraagt de wethouder om opheldering. Verder vraagt zij, in het kader van zorgvuldige communicatie, waarom het college er niet gewoon langs gaat of een bijeenkomst of inloopspreekuur organiseert. Op die manier kunnen inwoners hun zorgen uiten en opheldering krijgen, en weten zij dat de gemeente er voor ze is. Zij kunnen dan in gesprek over de gevolgen van deze zaken.
20
25
30
35
40
45
De heer Cornielje (PvdA) hoort dat het CDA zegt dat het beschuldigen van Eneco makkelijk is. Op 2 april was er een informatiebijeenkomst, waar Eneco niet kwam opdagen. Op 4 april zou er een overleg zijn tussen Eneco en de gemeente, maar op 3 april zette Eneco eenzijdig een stop achter de samenwerking. Vindt het CDA dat Eneco ook wat te verwijten valt? Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt dat zeker. Beiden zijn wat te verwijten, het gaat om de eenzijdige communicatie terwijl het partners zijn in de samenwerking. Mevrouw Zwinkels heeft er over nagedacht om in plaats van een spoeddebat een kleine hoorzitting te houden. Ze wil echt weten wat er is gebeurd. Hoe kijkt de woningcorporatie hiernaar, en de buurtinitiatieven? Hoe zitten de verantwoordelijkheden van het college hierin? Dat moet openbaar worden gemaakt. Mevrouw Oudejans (Student & Starter) zegt dat participatie inderdaad belangrijk is. Er worden vier bijeenkomsten georganiseerd. Wat voor bijeenkomsten zouden er nog meer moeten worden georganiseerd voor de buurt? Mevrouw Zwinkels (CDA) antwoordt dat er in de afgelopen tijd wel wat meer had mogen worden geparticipeerd en georganiseerd vanuit de gemeente. Er moet serieus worden gekeken naar plannen van buurtinitiatieven. Dat er vier bijeenkomsten worden georganiseerd is heel goed, zij is wel benieuwd naar de invulling ervan.
Het is jammer dat zo’n wijkbericht tijdens zo’n bijeenkomst hersteld moet worden. Tot nu toe is het erg ongelukkig gegaan. Hopelijk kunnen deze vier bijeenkomsten helpen. Zij gaat verder met haar betoog. Naar de toekomst toe hoopt zij dat het college om de tafel blijft gaan met Eneco. Tegelijkertijd moet ook serieus naar alternatieven worden gekeken, zoals de buurtinitiatieven. Verder moet er goed afstemming worden gezocht met de rijksoverheid als het gaat om de nieuwe Warmtewet, het reguleren van de tarieven van stadsverwarming op een manier die draagvlak krijgt. Verder moet goed worden gekeken naar het plangebied, waar de hoogbouw uit was gehaald. Hoe kunnen de gemeente en Eneco weer nader tot elkaar komen? Misschien dat publiek private samenwerking ook mogelijk is. Het CDA hoopt dat dit college haar verantwoordelijkheid neemt. Dit wordt gezien als een krasje in de ervaring met deze wethouder, waar het CDA erg van geschrokken is. Zij hopen oprecht dat hier goed uit wordt gekomen want dit dient de energietransitie. De voorzitter meldt dat er een voorzitterswissel komt. Hij geeft verder aan dat de heer Emmen (UtrechtNu!) pas om 15.30 uur aanwezig kan zijn. Hij schorst de vergadering. Pagina 34 van 72
- Schorsing – Voorzitter Van Steeg heropent de vergadering. Hij geeft het woord aan de VVD voor hun bijdrage. 5
10
15
20
25
30
De heer Te Hoonte (VVD) dankt mevrouw Zwinkels voor haar opmerkzaamheid bij het persbericht. Hij geeft aan dat de VVD aardgasvrij Utrecht wil, maar moeite heeft met een pilot in Overvecht-Noord. Zij hebben daarom in de loop der tijd geprobeerd het project enigszins behapbaar te houden. Zij hebben de wethouder de kans geboden de Klopvaart, vooral eengezinswoningen, uit het project te houden omdat de gasleiding er jonger was. De wethouder is gevraagd om alternatieven voor stadsverwarming te onderzoeken omdat de VVD de indruk had dat veel mensen niet op stadsverwarming zaten te wachten in deze wijk. Er is gevraagd of, nu broze gasleidingen vervangen moesten worden, niet moest worden afgezien van stadsverwarming en een andere proef moest worden gedaan voor aardgasvrije wijken. Aan het college is gevraagd om buurtinitiatieven te omarmen, recent nog met het ondersteunen van motie 70 en 71 van EenUtrecht. Geen van die voorstellen zijn omarmd door de wethouder. In technische sessies en in commissies is keer op keer gezegd dat stadsverwarming echt het beste was en dat het goed zou komen. In de eerste subsidie ging het maar om een paar honderd huizen, later stuurde het college aan op heel Overvecht-Noord.
Het persbericht van Eneco en de reactie van de wethouder daarop gaf de indruk dat zij overdonderd was over het stranden van het project, maar later bleek dat zij overdonderd was over het feit dat het al buiten op straat lag. Waarover was de wethouder nou overdonderd? Als dat niet was door het stranden van het project, wanneer had zij dan voor het eerst de indruk dat het niet zou lukken? Had de wethouder op 29 februari al signalen? Hoe duidt zij dan het ontraden van de ingediende moties? De brief van Eneco was gedateerd op 20 februari. Had de wethouder op basis van die brief niet moeten concluderen dat de relatie met Eneco dusdanig was verslechterd, en het positief investeringsbesluit in Overvecht-Noord echt geen zekerheid was voor Eneco? Had zij de raad niet minder stellig negatief of zelfs positief moeten adviseren over de moties? Had zij niet moeten informeren over het bestaan van de brief, niet pas na de raadsvergadering? De VVD wil op deze vragen een specifiek antwoord van de wethouder. Er is meer dan 3,16 miljoen is besteed uit gemeentelijke middelen. Er is nog niet voldaan aan de eisen om de verleende 3,75 miljoen project-aardgasvrij-subsidie ook daadwerkelijk te besteden. Als die subsidie terug moet staat een opvolgend project meteen 3,75 miljoen in de min.
Verwacht de wethouder daardoor extra problemen? De heer Peters (D66) las in de antwoorden op de schriftelijke vragen dat dit een vrij besteedbare subsidie was die niet terug hoefde. Leest de VVD dit anders?
35
De heer Te Hoonte (VVD) leest dat het geld apart is gezet in afwachting van besteding om Overvecht-Noord aardgasvrij te maken. Niet dat het vrij besteedbaar geld is. Als het niet wordt gebruikt om Overvecht aardgasvrij te maken, dan is het aannemelijk dat het geld terug moet worden gestort. De heer Peters (D66) zegt dat de vraag niet is of Overvecht-Noord aardgasvrij vrij wordt gemaakt, maar wanneer.
40
45
De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat het gaat over een subsidie die in 2018 is aangevraagd en in 2019 verleend. Er mag worden verwacht dat het een keer wordt uitgegeven aan het van het gas afhalen van woningen. Hij kan zich niet voorstellen dat D66 tevreden is dat het geld op de plank blijft liggen. De heer Peters (D66) zegt dat de subsidie is bedoeld om Overvecht-Noord aardgasvrij te maken. Dat is nog steeds de bedoeling. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat het geen vraag aan D66 was, maar aan de wethouder. Als het geld niet wordt besteed aan het van het gas afhalen van huizen in Overvecht, dan moet aan het rijk worden gevraagd waar zij deze subsidie dan aan willen besteden.
50
Mevrouw Zwinkels (CDA) zegt dat allerlei gemeenten hebben gestreden voor het ontvangen van een subsidie om als koplopersproject aardgasvrij te worden aangemerkt. De gemeente Utrecht Pagina 35 van 72
heeft dat binnengehaald. Is de VVD het ermee eens dat juist die context het extra pijnlijk maakt dat dit voorlopig niet gaat lukken?
5
De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat dat het probleem is bij het groter maken van het project. Het ging om 400 huizen die van het aardgas af moesten. In plaats van een klein en overzichtelijk project is het opgeblazen en gestrand.
10
Mevrouw Zwinkels (CDA) zegt dat er in de beantwoording van de vragen staat dat er geen voorwaarden waren verbonden aan het uitgeven van deze gelden. Daaruit kun je concluderen dat het vrij besteedbare gelden zijn. Daarna staat echter de zin “Er is dus geen financiële impact in die zin dat er gelden zouden moeten worden teruggestort.” Aan de VVD wordt gevraagd of zij het ermee eens zijn dat die relatie niet klopt.
15
De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat de gelden volgens hem niet terug hoeven op het moment dat er daadwerkelijk resultaten worden geboekt in Overvecht. Hij constateert ook dat de lopende middelen, de projectmedewerkers et cetera, zijn betaald uit lopende middelen namelijk € 3,16 miljoen. Daar was het geld niet voor bedoeld. Er moeten huizen van het gas af om dit geld uit deze voorziening te halen.
20
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt voor wat betreft het terugstorten af wat rechtvaardig is om te doen. De ambitie om dit voor 2030 te doen moet worden losgelaten. Dan had net zo goed een andere gemeente dit geld kunnen krijgen. Is het geen morele verantwoordelijkheid om een deel van het geld überhaupt terug te storten naar het rijk, tenzij het wordt gebruikt om een andere wijk aardgasvrij te maken binnen het tijdspad richting 2030? De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat hij het geld het liefst gebruikt om de oorspronkelijke 370 woningen van het aardgas af te halen en alleen voor die specifieke gebouwen een business case te maken.
45
Hij vervolgt zijn betoog met de opmerking dat de leerervaringen slecht vastliggen. Van fouten kun je leren. Hoe zijn de verplichtingen zij daarvoor vanuit de subsidie? Verder is de VVD benieuwd welke middelen deze raad kan inzetten, bijvoorbeeld een raadstoets of raadsenquête. Net als in veel dossiers wijst het college naar Den Haag. Qua wetgeving moet er inderdaad van alles worden aangepast. Hoe kan het dat een project, dat eigenlijk in 2018 gestart had moeten worden, zo afhankelijk is van een wet die de Tweede Kamer nog niet eens besproken heeft? Vooruitlopend op deze wet vraagt de wethouder aan Eneco of zij een deel van het warmtebedrijf mag kopen. Zij is verbaasd dat de samenwerking met Eneco daarna gefrustreerd is. De brief van Eneco maakt duidelijk dat zij niet gecharmeerd waren van het verzoek van deze wethouder. Daarna ging de samenwerking ook heel snel bergafwaarts. Er wordt om een reflectie van de wethouder gevraagd. Hoe afhankelijk zijn wij van die wijziging in Den Haag voor die eerste opgave, en hoe kan het dat de wethouder, vooruitlopend op zoiets, gewoon aan een bedrijf vraagt om de helft over te dragen? We moeten aardgasvrij worden, het is een enorme opgave en dat moet met keuzevrijheid. We kunnen het ons niet permitteren om monopolisten in het zadel te helpen.
We zijn veel te afhankelijk van landen waarvan we dat niet willen zijn of van plekken in Nederland waar aardbevingen optreden. Wat heeft de wethouder geleerd van het klappen van dit project? Wat gaat zij anders doen om te voorkomen dat we de komende jaren vaker worden geconfronteerd met dit soort vastlopende energiezaken? Waarom zou de gemeente beter geschikt zijn om die energietransitie te doen dan één van de grootste energiebedrijven in de wereld? De VVD wil op al deze vragen, ook als ze retorisch worden geïnterpreteerd, een duidelijk antwoord van de wethouder.
50
Mevrouw Heijne (GroenLinks) wil, net als de VVD, van de wethouder weten waarom die wetgeving nodig is. Utrecht is niet de enige stad is waar het niet lukt om de wijk aardgasvrij te maken. In andere steden schrijven warmtebedrijven, inwoners en gemeente samen brieven aan het rijk om te vragen om de instrumenten. Aan de VVD vraagt zij hoe zij dat analyseren ten opzichte van wat in Utrecht gebeurt.
25
30
35
40
De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat dit een pilot was om van te leren. Er zouden gebouwen van het aardgas af gehaald worden, vastgelegd worden waar tegenaan gelopen werd, daarvan Pagina 36 van 72
5
worden geleerd en in ruil voor dat geld worden gedeeld met de rest van de maatschappij. Maar er zijn geen gebouwen van het aardgas afgehaald. Er is wel geconstateerd dat er extra wetgeving nodig is. Ruimte om kookgas aan te wijzen is door het rijk gegund en er zitten wijzigingen aan te komen die ook op verzoek van deze gemeente waren. Maar blijkbaar is er geen vertrouwen bij de partijen met wie wordt samengewerkt, want voordat die middelen er zijn stappen ze eruit. Mevrouw Heijne (GroenLinks) merkt op dat zelfs Eneco aangeeft dat die wetgeving ontbreekt. Dat maakt het moeilijk om een goed aanbod te doen. Hoe kijkt de VVD daarnaar?
10
15
De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat die wetgeving ontbrak toen er een subsidieverzoek werd ingediend bij het rijk. Er was toen ook geen toezegging dat er andere wetgeving zou komen. Het had toen ingecalculeerd moeten worden. Er is veel veranderd sinds die tijd, dat krijg je als projecten helemaal uit de klauwen lopen. De VVD vindt het doodzonde dat de initiatieven die er waren zichzelf al opgeheven hebben. Hun businesscases zijn niet serieus genomen. Nu blijkt dat ze wel gelijk hadden. Mevrouw Zwinkels (CDA) maakt een punt van orde: in plaats van hoorzitting bedoelde zij het instrument van een raadsenquête. De voorzitter geeft het woord aan de Partij van de Dieren voor hun inbreng.
20
25
30
35
De heer Van Heuven (PvdD) vindt het feit dat Eneco zich terugtrekt uit het duurzame warmtenet in Overvecht-Noord een zeer onaangename verrassing en een schok. Het was inderdaad een pilot waar dingen mis kunnen gaan, en waarvan geleerd kan worden. Dat zo’n groot en belangrijk project helemaal gestopt wordt is ongelooflijk. Het is extra pijnlijk dat Eneco het persbericht hierover één dag voorafgaand aan het bestuurlijk overleg verstuurde zonder coördinatie met de andere partijen. Dat Eneco hiertoe besloot is voor de PvdD een teken aan de wand dat er echt iets scheef zat tussen al die partijen aan tafel. De PvdD heeft zich altijd al zorgen gemaakt over het aardgasvrij maken van Overvecht-Noord. Het tempo was te langzaam en er werd te weinig doorgepakt. De wethouder heeft al die tijd gewed op één paard: Eneco. Dat is een commercieel bedrijf in handen van een Japanse multinational die het vermoedelijk geen zier kan schelen wat er gebeurt in de Utrechtse wijken. Wat betreft stadswarmte is Eneco een monopolist, die eigenstandig kan beslissen zonder rekening te houden met concurrentie en dus ook tarieven hoog kan houden en dat ook doet. Zo heel duurzaam is het warmtenet, drijvend op gas en biomassa, ook weer niet. Ondertussen beef de wethouder alleen met Eneco praten over de aanleg van een warmtenet in Overvecht-Noord.
Blijven praten is een goed idee, maar het niet serieus nemen van andere warmte-initiatieven is geen goed idee. Het is een nog slechter idee om raadsmoties om andere initiatieven in Overvecht-Noord wel van de grond te krijgen te ontraden. Daarover schrijft de wethouder dat de partijen vanaf het begin wisten dat het een complexe puzzel zou worden om binnen de gestelde randvoorwaarden te komen tot een haalbaar aanbod. Toch heeft de wethouder moties over andere alternatieven ontraden, eind februari nog. Mevrouw Heijne (GroenLinks) vraagt hoe de PvdD kijkt naar de ondersteuning van bewonersinitiatieven, zowel financieel als in het zoeken naar een alternatieve oplossing voor hun buurt.
40
45
De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat die initiatiefnemers zich als minder gelijkwaardig dan Eneco voelen. Dat beeld is door de wethouder ontkracht, en de coalitiepartijen zijn haar daarin gevolgd. Mevrouw Heijne (GroenLinks) zegt dat ze uitgebreid zijn ondersteund in het zoeken naar drie verschillende alternatieven. Daarbij zijn ze ook ondersteund met externe experts. Ze hebben wekelijks contact gehad met het college. In de beleving van GroenLinks kun je dan niet zeggen dat je de initiatieven niet serieus neemt. De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat de gemeente niet echt heeft geholpen om ze van de grond te krijgen. De initiatiefnemers hadden het gevoel dat ze tegen een muur praatten en dat ze niet als gelijkwaardig aan Eneco zijn behandeld. Dat beeld is ontstaan en is nu extra pijnlijk.
50
Mevrouw Heijne (GroenLinks) concludeert dat zij daar anders tegen aankijkt dan de PvdD. Pagina 37 van 72
De heer Peters (D66) erkent dat dat beeld is ontstaan. Hij voegt daar aan toe dat Eneco partner was van de buurtinitiatieven. Zij zijn samen in gesprek geweest om tot haalbare oplossingen te komen, maar kwamen daar niet uit. Aan de VVD wordt gevraagd in hoeverre er dan sprake is van ongelijkwaardigheid. 5
10
De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat de gemeente met Eneco door bleef praten, maar de gesprekken met de initiatieven kwamen niet van de grond. Er is wel gepraat maar er is niets gebouwd. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de PvdV ook erkent dat er in technische sessies in het verleden kritische vragen zijn gesteld over de vergelijkbaarheid van de initiatieven. Door hen werd onder andere gezegd dat de bron niet goed in de prijs werd meegenomen, maar ambtelijk werd namens de wethouder aangegeven dat dat niet aan de orde was. De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat hij dat beeld ook heeft. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt in hoeverre de PvdD herkent dat de initiatieven wel betrokken zijn, maar vooral om uit te leggen dat hun plan slechter was.
15
20
De heer Van Heuven (PvdD) herkent dat precies. Andere partijen probeerden de lokale initiatieven beter voor het voetlicht te brengen dan de PvdD, dus zij kunnen deze vraag nog beter beantwoorden. De lokale initiatieven hebben altijd te horen gekregen dat ze minder rendabel zouden zijn, de inwoner te veel geld zouden kosten, een klein groepje zouden bevoordelen in plaats van de hele wijk. Dat is geen goed antwoord als je vermoedt dat je eerste plan, met Eneco dreigt te mislukken. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat er op 29 februari een raadsvergadering was, waarbij de raad geen kennis had van de brief van Eneco. De raad werd pas na die raadsvergadering, het afkeuren van de moties en het opheffen van die initiatieven geïnformeerd. De heer Van Heuven (PvdD) heeft die vraag ook en komt daar in zijn bijdrage op terug.
25
30
35
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de PvdD de mening deelt dat de initiatieven ongelijk zijn behandeld in vergelijking met het traject van Eneco, omdat de gemeente op verzoek van Eneco wel is gaan rennen voor het loskrijgen van subsidies. Dat is niet gebeurd met de lokale initiatieven van bewoners. De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat zij van initiatiefnemers hebben vernomen dat zij zich niet als gelijkwaardig behandeld voelen. Hij heeft het beeld dat de wethouder heel bewust op één paard heeft gewed. Dat is niet slim. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de PvdD de mening deelt dat de gemeente enorm veel geld heeft geïnvesteerd in onderzoek van Eneco om te komen tot een business case die klopt. Het onderzoek waar in motie 71 om is gevraagd, hoe bewonersinitiatieven rendabel gemaakt kunnen worden, is afgewezen. Hierbij is dus ook sprake van ongelijke behandeling. De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat zij die motie niet voor niets mede hebben ingediend. De heer Peters (D66) vraagt wat dan wel sluitende argumenten zouden zijn om niet met de buurtinitiatieven in zee te gaan.
40
De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat als buurtbewoners met een potentieel goed alternatief komen voor eigen warmtenetten, dan moet de gemeente daarmee sowieso in zee gaan. Zeker als de plannen met de eerste voorkeur al ingewikkeld zijn. De heer Peters (D66) zegt dat een aantal redenen zijn gegeven waarom de buurtinitiatieven niet haalbaar waren. De PvdD kwalificeert die redenen als niet goed. Wat zouden dan wel goede redenen zijn geweest om niet met de buurtinitiatieven in zee te gaan?
Pagina 38 van 72
De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat hij niet heeft gezegd dat de redenen niet goed waren, maar dat de wethouder ze als niet goed kwalificeert. Daarom heeft zij de gesprekken met de buurtinitiatieven niet op dezelfde manier vormgegeven als met Eneco. 5
10
Hij vervolgt zijn betoog met de opmerking dat de initiatieven in de Klopvaart en de Vechtzoom eind februari door de wethouder zijn ontraden. De coalitiepartijen stemden de moties vervolgens weg. Het college zette al hun geld op een commerciële monopolist waardoor iedereen nu met lege handen staat. In de beantwoording van de schriftelijke vragen staat de zin: “Dat het onhaalbaar zou zijn werd pas duidelijk gedurende de afgelopen weken”. Hoe lang is ‘afgelopen weken’, wat wist de wethouder al tijdens de raad van 29 februari ton ze die twee moties ontraadde? Wist ze toen al dat de samenwerking met Eneco kon mislukken, en hoe kijkt ze dan terug op het ontraden van die moties? Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of de PvdD hierin is geïnteresseerd vanwege de informatieplicht die de wethouder heeft richting de gemeenteraad.
15
20
25
30
35
40
De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat als blijkt dat de wethouder op 29 februari al het angstige vermoeden had dat de samenwerking met Eneco zou kunnen mislukken, dan is er nu een heel groot probleem. Dan heeft zij namelijk moties ontraden over mogelijke alternatieven terwijl ze wist dat haar eerste voorkeur misschien niet kon gebeuren. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt dat er een noodzaak is tot een industriële aanpak om de energietransitie naar aardgasvrije woningen mogelijk te maken. Er moet worden doorgegaan met het inzetten op die industriële aanpak, en daarbij zijn we gebonden aan grote partijen die dit mogelijk kunnen maken. Niet de kleine bewonersinitiatieven. De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat Stadsbelang Utrecht een tegenstelling schets, alsof het alleen maar door een grote partij of kleine initiatieven kan, maar het kan ook met beide. Dat is een slimme strategie. Door te wedden op één partij en andere partijen uit te sluiten wordt het doel niet bereikt. Hij vervolgt zijn betoog met de opmerking dat de doelstelling, dat Overvecht-Noord in 2030 aardgasvrij is, is nu gewoon geschrapt. Een belangrijk Utrechts klimaatdoel is uit zicht. Dit heeft een investering gekost van € 3,16 miljoen. De PvdD vindt het investeren in een belangrijk klimaatdoel van belang, dus dat het geld is uitgegeven vinden zij niet erg.
Maar had het geld niet beter moeten worden uitgeven door te spreiden over meer partijen? De heer Van Heuven bedankt het CDA voor het initiatief van schriftelijke vragen en voor het aanvragen van dit spoeddebat. Hij vraagt hoe de wethouder verklaart dat Eneco één dag voor het bestuurlijk overleg met het nieuws naar buiten kwam. Waarom voelde Eneco de noodzaak om dit te doen en wat zegt dit over de onderlinge verhoudingen? Als de onderlinge verhoudingen zo slecht waren, welk aandeel had de gemeente daar dan in? Hoe reflecteert de wethouder op haar handelingen? Wist de wethouder dat de verhoudingen zo slecht waren tijdens de gemeenteraad van 29 februari? Hoe nu verder? In Amsterdam klapten de gesprekken met Vattenfall, maar is ook sprake van een vorm van heling door weer samen te gaan opereren. Welke toekomst ziet de wethouder voor samenwerking met Eneco in Overvecht-Noord? De wethouder zegt dat ze weer gaat praten met de lokale warmteinitiatieven die ze eerder buiten spel hield. Wat vindt zij van het ontstane beeld dat zij gewed heeft op één paard en heeft verloren? Wat kan zij nu wel voor die lokale warmte-initiatieven betekenen? Mevrouw Heijne (GroenLinks) merkt op dat de PvdD in eerste instantie afgaf op Eneco, maar de wethouder nu verzoekt om toch te kijken of er samenwerking mogelijk is.
45
50
De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat hij het liefst wel samenwerking met Eneco ziet. Er is geïnvesteerd en er zijn wel stappen gezet. Alleen met lokale initiatieven redden we het misschien niet. Er moet niet op één paard worden gewed, dus als Eneco noodgedwongen een goede oplossing is, dan is het noodgedwongen een goede oplossing. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt de PvdD een beetje gratuit in het zoeken naar oplossingen. Zij menen dat de subsidie beter had kunnen worden gespreid over allerhande lokale initiatieven terwijl die nu vol is ingezet op Eneco. We redden het niet met die lokale initiatieven. Pagina 39 van 72
Moeten we de wethouder niet krachtig zeggen dat ze vol aan de bak moet om met Eneco tot een oplossing te komen zodat kan worden voldaan aan de uitbreiding van het warmtenet?
5
De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat duidelijk is dat er actie nodig is. De klimaatcrisis loopt gierend uit de hand en de hele wereld staat in de fik. Als het college weer met Eneco om de tafel moet, en haar ego aan de kant moet schuiven, dan zou dat wel een goede oproep zijn. Maar we weten nog steeds niet wat er gebeurd is. Het moet duidelijk worden wat er in de gesprekken is gebeurd, wat er nog te helen is en welke actie er nog genomen kan worden. De voorzitter geeft woord aan EenUtrecht voor hun inbreng.
10
15
20
25
30
35
40
45
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt het triest en kwalijk. Na 7 jaar studeren zijn we terug bij af, de bewoners tasten volledig in het duister over hoe zij in Overvecht-Noord op een betaalbare manier hun woning in de toekomst aardgasvrij warm kunnen houden. Dat alles heeft Utrecht ook nog eens € 3,16 miljoen gekocht. Het is ook kwalijk, ten eerste omdat Eneco eenzijdig publiekelijk de stekker eruit trekt. Dat is schofferend en daarmee is Eneco geen betrouwbare partner. Zij waren bovendien niet duidelijk over de businesscase. De boeken bleven dicht tot frustratie van de gemeente en de wooncoöperaties. In het debat van gisteren gaf minister Jetten aan dat er veel meer openheid bij energiebedrijven nodig is. EenUtrecht vindt de wethouder mild in haar uitleg, met woorden als “onaangenaam verrast”. Wat EenUtrecht betreft mag zij zich tien keer harder uitlaten over dit wangedrag van Eneco. Aan de wethouder wordt gevraagd of zij bereid is dat te doen. Verder benoemt de heer Dijkstra dat er vandaag een persbericht van Stichting Klimaat030 verscheen. Zij hebben berekend dat Eneco over 2022 € 190 miljoen winst maakte in plaats van de € 10 miljoen die eerder is brieven is gecommuniceerd. Betekent dit dat Eneco financieel meer had kunnen doen en dat geld niet de echte reden is dat Eneco is gestopt? De heer Dijkstra haalt vervolgens de mail aan die zij gisteravond van Eneco ontvingen.
Daarin krijgt de wethouder het verwijt dat zij de zaak heeft opgeblazen omdat de gemeente het zoekgebied verkleinde en daarmee onrendabel maakte. Het tweede punt waarom EenUtrecht dit kwalijk vindt is dat de wethouder de raad te weinig en te laat heeft geïnformeerd over de kans dat het basisalternatief met Eneco voor stadsverwarming in Overvecht-Noord niet zeker is. Mevrouw Heijne (GroenLinks) is ook benieuwd naar het antwoord op de vraag over de winst van Eneco. Zij vraagt aan EenUtrecht wat het verband is tussen deze vraag en de verkleining van het zoekgebied, waardoor het niet meer rendabel zou zijn. De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat het twee losse vragen zijn. Hij bemerkt wel dat Eneco een ontluisterende mail stuurt waarin staat dat de gemeente boter op het hoofd heeft. Het verkleinen van het zoekgebied maakt dat de boel volgens Eneco niet rendabel te maken is. Dat vindt EenUtrecht een stuitende conclusie, en zij vragen de wethouder om dat te weerleggen. De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat EenUtrecht verwijst naar de businesscases die recent zijn opgesteld, maar de gemeente heeft ook zelf onderzoek laten doen. Daaruit bleek dat er voor warmtenetten moeten worden gegaan en niet voor lokale initiatieven. Herkent EenUtrecht dat de ingeslagen weg van het warmtenet ook van het college zelf kwam? De heer Dijkstra (EenUtrecht) herkent dat.
De extra verrassing was dat het argument om de lokale initiatieven af te wijzen was dat de voorinvestering te groot zou zijn, maar als daar slim financiering op wordt gezet wordt het hard terugverdiend. Hij vervolgt zijn betoog met de opmerking dat het afgelopen half jaar wel van de wethouder is vernomen dat het moeilijk en complex is. De wethouder moet in de periode december-februari hebben geweten dat het niet alleen moeilijk was maar ook een risico had om te ontploffen. Waarom is de raad daar in die periode niet in meegenomen? De heer Peters (D66) vraagt hoe EenUtrecht inschat wat dat doet in de onderhandelingspositie van de gemeente in de gesprekken die achter gesloten deuren plaatsvonden.
50
De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat Eneco in zijn mail een boekje opendoet. Hij wil ook de wethouder de gelegenheid geven om dat te doen. Het is goed om transparant met elkaar te Pagina 40 van 72
delen wat er mis is gegaan. Dan ontstaat een betere positie om met elkaar in gesprek te gaan over hoe dit anders kan. De heer Peters (D66) doelt op eind januari. Moest de wethouder toen al aangeven dat er twijfels waren? 5
10
15
20
De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat als dat moeilijk voor de onderhandeling had kunnen zijn, dan had dat in gesloten bijeenkomst moeten plaatsvinden. Bovendien had de raad een totaal ander advies moeten krijgen op de moties in februari. De heer Dijkstra kan die twee zaken niet rijmen met de kennis van nu. Mevrouw Heijne (GroenLinks) zegt dat op 3 november een brief is ontvangen waarin letterlijk staat: “mocht het desondanks onverhoopt niet lukken om tot een haalbaar en betaalbaar aanbod te komen, moeten we nadenken over alternatieve scenario’s. Daarom gaan we verkennen hoe alternatieve scenario’s voor Overvecht-Noord eruit kunnen zien.” Toen is al aangegeven dat er nog steeds geprobeerd werd, maar ook dat het de vraag was of eruit gekomen kon worden. Hoe leest EenUtrecht die brief? De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat hij in de afgelopen maanden inderdaad een dubbel gevoel had. Ook in debatten gaf de wethouder aan dat ze er nog niet uit waren, en gaf zij het signaal dat het nog mis kon gaan. Tegelijkertijd gaf ze vol overtuiging aan dat ze vol zou inzetten op dit alternatief, en dat andere alternatieven niet zouden worden uitgewerkt. Ze zei zelfs letterlijk in het debat op 29 februari dat ze geen twee zaken naast elkaar zou uitwerken, en ontraadde de motie om naar alternatieven te kijken.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) zegt dat er twee dingen naast elkaar worden gezet die in schaal niet vergelijkbaar zijn: het een gaat over een buurt en het ander over een hele wijk. Hoe kijkt EenUtrecht daarnaar?
25
30
De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat het niet over een buurtje ging maar over een buurt van 500 woningen. Het zou ook een voorbeeld kunnen zijn voor meer. Dit soort kleine initiatieven, van behoorlijke omvang, hadden zich kunnen herhalen. Als je deze pioniers de nek omdraait ben je verder van huis. Dit had een wezenlijke bijdrage aan de transitie kunnen zijn. Mevrouw Heijne (GroenLinks) vraagt in hoeverre dit echt schaalbaar was. Was dit echt de oplossing in relatie tot netcongestie, de betaalbaarheid et cetera. Was dit voor EenUtrecht de oplossing om heel Overvecht aan de warmtepompen te krijgen? De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat het altijd en-en is. EenUtrecht is niet van één plan, één verhaal, één monopolist maar meer van koester alle locatie initiatieven. Het is beter om decentraal, kleinschalig veel te doen dan met één monopolist te werken. Hij roept op om voorlopig te kijken of beiden gedaan kunnen worden, en niet alleen in te zetten op de monopolist.
35
40
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de heer Dijkstra erkent dat de wethouder 29 februari zei: “Als meerdere systemen naast elkaar worden gezet wordt het voor andere mensen duurder. Bovendien leidt het tot kosten bij de gemeente die dan niet meer in andere buurten worden geïnvesteerd.“ Daarvoor zei zij dat vooral in het warmtenet moet worden geïnvesteerd. Zij heeft de bewonersinitiatieven echt ontraden ten gunste van het warmtenet. Dat is toch hoe het toen gegaan is? De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat hij precies dat citaat in zijn hoofd had. Het bevestigt ook dat beeld, en dat vindt hij erg kwalijk.
45
De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat dit een week nadat Eneco aan de gemeente meldde dat ze op adresniveau getoetst willen hebben wie er wel en niet mee gaan doen kwam. Inmiddels is de brief van Eneco bekend. Klopt het niet dat de wethouder er best bij had kunnen zeggen dat Eneco nog niet zo enthousiast was, en dat de warmte-initiatieven dus beter in het leven hadden kunnen worden gehouden? Ze had de motie kunnen ontraden, maar voor kunnen stellen om die in te trekken met de toezegging dat ze nogmaals met die mensen in gesprek zou gaan. Was dat een beter optie geweest? Pagina 41 van 72
5
De heer Dijkstra (EenUtrecht) is het daarmee eens. Als vandaag wordt geconstateerd dat de wethouder voor 29 februari ernstige twijfel had over of het met Eneco zou kunnen slagen, dat is er een probleem. Dat had op die dag namelijk gedeeld moeten worden met de raad, en dan had er een verstandig besluit genomen kunnen worden over de 500 woningen. Dat is een belangrijke vaststelling. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of EenUtrecht zich afvraagt of de wethouder voor 29 februari wist dat het met Eneco zou klappen, en waarom de raad dat niet wist. Als de wethouder dat pas na 29 februari wist, hoe kan het dan dat ze niet wist dat de samenwerking met Eneco zo dun was.
10
15
20
25
30
35
De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat in het geval dat de wethouder op of voor 29 februari al wist dat er een serieuze kans was dat het zou klappen, dan had ze anders moeten handelen tijdens die raadsvergadering. Dan is er een probleem. Hij gaat verder met zijn betoog. Op de derde plaats vindt EenUtrecht het kwalijk dat op 21 december in debat zijn gegaan over het alternatief. De wethouder wist toen misschien al of het basisalternatief door zou kunnen gaan. De afgelopen zes jaar zijn de bewoners al drie keer met alternatief gekomen. Zij zijn gestopt nadat de twee moties op 29 februari zijn afgewezen en hebben zichzelf opgeheven. Het vreemde is dat die boodschap niet bij de wethouder is aangekomen. In haar brief nodigt zij hen weer uit om in gesprek te komen. De wethouder geeft nu toe dat het basisalternatief niet betaalbaar en niet concurrerend is. Het alternatief van de bewoners was over de hele exploitatie goedkoper. Het ging er alleen om hoe de voorinvestering met publieke garantie of leningen kon worden gefinancierd. Het onderzoek daarnaar is afgeraden en dat is buitengewoon spijtig. Resumerend constateert EenUtrecht dat er sprake was van een tunnelvisie op het basisalternatief.
Zie de wethouder ook dat zij ongelijk met beide alternatieven is omgegaan, en hoe reflecteert zij daarop? Naar de toekomst zij volgens EenUtrecht drie zaken nodig: ten eerste dat de wethouder erkent dat zij niet open genoeg is geweest over de afbreukrisico’s en dat dat in het vervolg beter met de raad moet worden gedeeld, ten tweede dat er een compleet nieuwe strategie moet worden ontwikkeld voor de energietransitie waarbij we minder afhankelijk zijn van de onbetrouwbare Eneco, de stadsverwarming een kleiner en realistische onderdeel gaat zijn van de hele transitie, en dat er meer ruimte moet worden gemaakt voor andere alternatieven zoals de kleinere lokale energiealternatieven voor collectieve bewonersgroepen. Het derde punt is dat er per direct een herstart moet worden gemaakt met lokale bewonersinitiatieven, zo nodig moet de wethouder dan op de knieën terug moeten naar groepen als NEV en KVA met het vriendelijke verzoek of ze alsnog weer willen herstarten. De heer Dijkstra vraagt een toezegging van de wethouder op al deze punten. Mevrouw Zwinkels (CDA) kan zich vinden in het eerste en derde punt. Zij vindt het tweede punt, waarin gesproken wordt van een onbetrouwbare Eneco, wat vreemd. Er is al een jarenlange samenwerking met Eneco. Er kan dus niet zomaar afscheid worden genomen van Eneco.
Het persbericht was schofferend, maar is dat dan meteen de kwalificatie onbetrouwbaar waard?
45
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt ‘onbetrouwbaar’ geen vreselijk woord. Eneco moet zich aantrekken van wat hier gebeurt. De jaarrekeningen worden via Woo-verzoeken eindelijk publiekelijk, maar in de business case mocht niet worden meegekeken. Er worden conclusies aangeleverd, maar die kunnen nooit gecheckt worden. Hoe betrouwbaar zijn deze conclusies van Eneco dan? Het opbreek-gedrag was ook onbetrouwbaar: zij zeggen het overleg op 4 april af en trekken eenzijdig de stekker eruit. Dat is onbetrouwbaar gedrag, maar daarmee zegt EenUtrecht niet dat het klaar is. Het is een uitnodiging naar Eneco om hier uitleg te geven en het anders te gaan doen.
50
Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt het woord onbetrouwbaar een heel zware kwalificatie. In de mail zegt Eneco dat zij een second opinion heeft laten uitvoeren op de berekening van investeringskosten en operationele kosten. Is EenUtrecht het ermee eens dat Eneco op die manier juist probeert te werken aan een stukje transparantie? Door hen als onbetrouwbaar te kwalificeren wordt dat hele fundament weggemaaid.
40
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dat niet. Hij vindt het jammer dat er door Eneco een derde wordt binnengehaald om het onderzoek te doen. Als je elkaar vertrouwd laat je elkaar meekijken in de boeken. Daar hoeft geen derde voor te worden in gehuurd. Pagina 42 van 72
De voorzitter geeft het woord aan D66 voor hun inbreng.
5
10
De heer Peters (D66) is bezorgd en kritisch over deze gang van zaken. Hun primaire zorg gaat uit naar de onzekerheid voor inwoners van Overvecht-Noord over de verwarming van hun huis. Verder maken zij zich zorgen over het herstellen van vertrouwen in de energietransitie met alle partijen met wie moet worden samengewerkt. D66 wil zich aansluiten bij de vragen die zijn gesteld over de eerste aanwijzing dat Eneco zich zou terugtrekken. Wat waren de overwegingen van de wethouder om dat op dat moment nog niet te delen? Ook is D66 benieuwd naar de proactieve stappen die het college heeft ondernomen om die onwenselijke wending te voorkomen. In het licht van de ontraden moties sluiten zij zich aan bij de vragen die zijn gesteld over de kennis van de wethouder van Eneco’s terugtrekking tijdens de raadsvergadering eind februari. De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat D66 tegen de moties heeft gestemd. Waarom wil D66 dit weten en zou dit tot een andere oordeelsvorming over die moties hebben geleid bij D66?
15
20
25
30
35
40
45
50
De heer Peters (D66) antwoordt dat hij dat inderdaad had willen meenemen in de overweging. Voor D66 is het belangrijk dat het schip zinkend is. Er is een harde deadline en er moet snel naar de overkant worden gevaren. Die overkant is aardgasvrij Utrecht. Op het moment dat alle opties worden opengehouden en alles mee in overweging wordt genomen, terwijl er een beperkte capaciteit bij de gemeente is, dan bereik je die overkant niet. Dan staan er tien stuurlui op een schip die allemaal een andere kant op willen. De overweging van D66 om tegen de motie te stemmen was om duidelijk een richting te kiezen, daar voor te gaan en als dat mislukt verder te kijken. Daarom is destijds aan de wethouder een toezegging gevraagd: stel dat het niet gaat lukken, worden die initiatieven dan opnieuw overwogen? Dat heeft de wethouder toegezegd. De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat je natuurlijk nooit in zee gaan met tien zinkende schepen. Maar wedden op één paard of het hebben van een tunnelvisie is ook geen goede strategie. Had D66 een niet wat meer opener blik moeten houden dan alleen in te zetten op één initiatief, in plaats van meerdere initiatieven tegelijkertijd? Daarmee is veel kostbare tijd verloren gegaan. De heer Peters (D66) antwoordt dat hij dat in de ideale situatie zou hebben, maar er valt veel af te dingen op die initiatieven. Het was verre van een ideaalplaatje dat werd geschetst.
Daarom stelt hij voor om voor de grote schaal, voor de stadsverwarming te gaan. Als D66 had geweten dat het zo moeilijk was, dan hadden zij er extra naar gekeken. Op dat moment stonden zij daar volledig achter. Hij vervolgt zijn betoog met de opmerking dat de huidige situatie verre van ideaal is en vraagt hoe de wethouder deze complexe uitdaging gaat aanpakken. Overvecht-Noord verdienen duidelijkheid en betrokkenheid bij de volgende stappen. Welk concrete plannen zijn er om hen mee te nemen en wanneer kan de wijk haalbaar en betaalbaar alternatief verwachten? De relatie met Eneco staat ongetwijfeld onder druk. Wat betekent dit voor de toekomstige samenwerking en de brede uitrol van het warmtenet in Utrecht? Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt waar D66 zich op baseert bij de opmerking over de terugtrekkende beweging van Eneco. Het kan ook zo zijn dat de gemeente een terugtrekkende beweging heeft gemaakt. Hoe kan dat meespelen in het vinden van een oplossing? De heer Peters (D66) antwoordt dat hij niet weet wie de terugtrekkende beweging heeft gemaakt. Hij ziet dat twee partijen er niet zijn uitgekomen. Dat kan tegelijkertijd zijn geweest. Het gaat zowel Eneco als de gemeente er om een betaalbaar alternatief op tafel te leggen. Op het moment dat dat niet het geval was zijn er misschien wel terugtrekkende bewegingen gemaakt. Hij gaat verder met betoog.
D66 is ook benieuwd of de start van Overvecht-Noord met aardgasvrij nog steeds de meest opportune is, of dat elders sneller en beter aan de slag kan worden gegaan. Aan de wethouder wordt hier een reactie op gevraagd. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt hoe D66 naar de financiën kijkt. Is hij het met het CDA eens dat het geld dat van het rijk is ontvangen alleen gehouden mag worden als er elders aan de slag wordt gegaan met het aardgasvrij maken van een wijk?
Pagina 43 van 72
5
10
De heer Peters (D66) antwoordt dat er aan de slag moet worden gegaan om Utrecht aardgasvrij te maken. Elk huis dat minder wordt aangesloten op het gas is winst. De bewoners op OvervechtNoord hebben recht om te weten wat hun te wachten staat en wanneer. Het is en was een pilotproject, en een pilot is om fouten te maken. Het is goed om stil te staan wat er geleerd wordt van deze pilot. Hij vervolgt zijn inbreng met een vooruitblik: van D66 hoeft er niet te worden verdiend aan het brengen van warmte naar Utrechtse huizen. Daarom moet zo snel mogelijk worden bekeken hoe een warmtenet een publiek eigendom gemaakt kan worden. Aan de wethouder wordt gevraagd wat de mogelijkheden zijn om het opzetten van een warmteontwikkelbedrijf door deze situatie naar voren te trekken. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat nu nog niet vooruit gekeken kan worden. Bovendien zijn daar verschillende varianten voor. Welke variant stelt D66 voor? De heer Peters (D66) antwoordt dat hij verschillende varianten naast elkaar uitgewerkt zou willen zien, om er een afweging in te kunnen maken.
15
20
25
30
35
De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat het voorstel van de minister van Klimaat nog niet eens in Tweede Kamer is besproken. Hoe duidt D66 dat de gemeente aan Eneco heeft aangegeven dat ze het wel een goed idee vindt om het in een eigen warmtebedrijf te stoppen? De heer Peters (D66) antwoordt dat dat twee verschillende dingen zijn. De Wet collectieve warmte zegt dat het voor minimaal 51% in publieke handen komt. Een energieontwikkelbedrijf staat er los van. Het kan zijn dat er én een energieontwikkelbedrijf is én 51% van de aandelen van Eneco. De discussie daarover wordt heel complex. Het is begrijpelijk dat het college de mogelijkheden om daarop vooruit te lopen heeft bekeken, inclusief het terugkopen van een overheidsaandeel in Eneco. De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat het niet om een overheidsaandeel in Eneco gaat maar om een 50%-deelname in het publieke net. Is het niet heel raar dat een gemeente, die met een bedrijf samenwerkt aan het opzetten van een warmtenet in een wijk, aan het bedrijf vraagt: “bent u bereid om verschillende alternatieven te verkennen waaronder de mogelijkheid van een ingroeipad naar 50% publieke deelname? Heeft Eneco de intentie om te participeren in een publiek-privaat warmtebedrijf op basis van de Wcw, zoals deze uiteindelijk zal worden vastgesteld?”. De gemeente Utrecht weet blijkbaar al dat de Eerste Kamer die gaat vaststellen.