2024.04.11 Conceptverslag commissie EDVW
Tekst van het document
In tijden van individualisering en vereenzaming hebben veel mensen behoefte aan een woonplek waar mensen samenwonen en naar elkaar omkijken. Maar liefst 854 Utrechters hebben aangegeven in zo’n hofje te willen wonen. Spreker is benieuwd of de wethouder inmiddels met de Stichting Knarrenhof heeft gesproken en of hij ook echt bereid is te zoeken naar een locatie voor een dergelijk hofje in deze gemeente.
25
Mevrouw Zwinkels (CDA) moet eraan wennen dat zij zoveel bijval krijgt uit de coalitiepartijen. Zij is wat van haar à propos, maar zij is er natuurlijk erg blij mee. Maar de raad is nu alweer halverwege deze periode en de vorige raadsperiode is voorbij. Toen zat de CU ook in de coalitie. Waarom is er dan in de afgelopen zes jaar niets gebeurd? Gaan fracties nu in gesprek met elkaar over dat er mogelijk een knarrenhofje kan komen? Hoe kan dat?
5
10
15
30
35
De heer Van Straalen (CU) meent dat het voor het CDA geen verrassing kan zijn dat de CU zich vaak hard maakt voor toegankelijke woningen en voor geschikte huisvesting voor ouderen, zeker in tijden van individualisering en vereenzaming. Hij is het met het CDA eens dat de raad vanuit het college best wat meer mag verwachten. Het verbaasde hem dat de gemeente niet bijhoudt hoeveel woningen sinds dat actieplan zijn opgeleverd. Op dat punt vinden de twee fracties elkaar. Hij vraagt mevrouw Zwinkels zich goed vast te houden: hij wil zich volledig aansluiten bij de vragen van het CDA over de toegankelijkheid en de woningen in Leidsche Rijn. Sprekers laatste punt is dat deskundigen zich aan de kant gezet voelen en aangeven dat zij niet kunnen participeren in overleg met de gemeente. Het is wel belangrijk dat zij aan tafel zitten. Hoe zorgt de wethouder ervoor dat die werkgroep Wonen weer een stem krijgt aan de overlegtafel? De heer Dijkstra (EenUtrecht) sluit zich helemaal aan bij de vragen van het CDA. De voorzitter vindt dat bijzonder.
40
45
50
Het lid Minnaert (BIJ1) vindt het een dramatische start. BIJ1 heeft voor dit debat een iets andere insteek dan de andere agenderende fracties. Ook BIJ 1 maakt zich zorgen over de realisatie van woonzorgwoningen en specifiek over toegankelijke woonzorgwoningen. De fractie ziet dat de focus van dit debat en het beleid van de gemeente gericht zijn op toegankelijke woningen voor senioren terwijl de groep mensen die misschien een woonzorgwoning nodig hebben een stuk groter is dan alleen senioren. Ook ziet BIJ1 dat de oplossing voor ontoegankelijke huisvesting niet alleen kan liggen in het ontwikkelen van speciaal toegankelijke huisvesting, maar dat die moet liggen in meer toegankelijke huisvesting in het algemeen. Om in aanmerking te komen voor een woonzorgwoning heeft iemand een indicatie nodig. Niet iedereen die een toegankelijke woning nodig heeft kan zo’n indicatie krijgen. Ook zijn er soms leeftijdseisen voor woonzorgwoningen, terwijl niet iedereen die een woonzorgwoning nodig heeft boven die leeftijdsgrens zit. Toegankelijke woningen als een ander segment wonen aanmerken leidt ook tot het risico van meer segregatie en van het ontoegankelijk blijven van normale woningen. Het CDA gaf al aan dat dat het geval is in Leidsche Rijn. Meer toegankelijke woningen betekent ook dat mensen die beperkingen krijgen of wier mobiliteit vermindert daar langer kunnen blijven wonen.
BIJ1 ziet daarom graag dat de gemeente meer werk gaat maken van het toegankelijker maken van alle vormen van woningen, bijvoorbeeld ook studentenwoningen. BIJ1 is benieuwd welke stappen de Pagina 15 van 72
gemeente kan zetten om toegankelijkheid beter te verankeren in beleid en afspraken te maken met corporaties en ontwikkelaars.
5
10
15
20
25
Mevrouw Zwinkels (CDA) is eigenlijk wel blij met deze goede aanvullingen. Zij deelt de wens om alle woningen toegankelijker te maken. Maar als er toch een prioriteit moet worden aangebracht, is de vraag waarvoor het eerst moet worden gekozen, b.v. dat mensen met een rolstoel op de begane grond kunnen wonen, dat de woningen in ieder geval bezocht kunnen worden of dat er geen te hoge drempels zijn. Is BIJ1 het ook met haar eens dat ook moet worden gekeken naar waar op kortetermijnwinst kan worden geboekt? Het lid Minnaert (BIJ1) denkt dat dat zeker belangrijk is om te kijken wat op korte termijn mogelijk is. Het is daarbij wel belangrijk te onthouden dat mensen die een toegankelijke woning nodig hebben niet alleen maar in een woning leven, maar ook naar buiten willen en bij andere mensen op bezoek willen gaan. Als de gemeente wil dat mensen goed inclusief mee kunnen doen, moet zij verder kijken dan alleen de eigen woning. De heer Usta (DENK) vindt het essentieel stil te staan bij doelgroepen die zorg en ondersteuning nodig hebben. Het is belangrijk dat mensen zich thuis voelen in een comfortabele omgeving. Het verbinden van wonen met zorg speelt hierbij een belangrijke rol. Daarmee is ook de doorstroming in de woningmarkt gediend. Dat vraagt om een divers aanbod van aantrekkelijke woningen en woonvormen voor ouderen.
In het verleden is ervaren dat cultuur-sensitieve woonvormen onmisbaar zijn voor mensen met een migratieachtergrond. Kan de wethouder toelichten hoe deze groep wordt voorzien van een cultuur-sensitieve woonvorm? Hoe kan de wethouder garanderen dat deze doelgroep adequaat inclusieve zorg kan verkrijgen? Hij denkt dan aan zorgverleners die dezelfde taal spreken. Hij heeft verder een praktische vraag. In de beantwoording van de vraag over ontoegankelijke woningen wordt gesuggereerd dat de gemeente hierover geen enkele klacht heeft ontvangen. Is de wethouder het met DENK eens dat het niet ontvangen van een klacht niet per definitie betekent dat de problemen er niet zijn en is de wethouder het met DENK eens dat hier aan de voorkant rekening mee moet worden gehouden aan de hand van specifieke criteria? De voorzitter feliciteert mevrouw Meerding met haar nieuwe rol als fractievoorzitter.
30
35
40
45
Mevrouw Meerding ((VVD) bedankt de voorzitter. Zij geeft aan dat de VVD goede huisvesting voor ouderen heel belangrijk vindt. Niet voor niets heeft haar fractie ooit en motie voor een verhuisadviseur voor ouderen ingediend. Vanwege de spreektijd sluit zij zich grotendeels aan bij de inbreng van het CDA. Als zij naar de beantwoording van de schriftelijke vragen kijkt, dan begrijpt zij heel goed dat deze beantwoording onbevredigend voelt. Ook voor de VVD voelt dat zo. Met name de evaluatie van het actieplan en de terugkoppeling die de raad hierop heeft gekregen is echt veel te mager. De VVD wil dan ook dat het college voortaan duidelijker gaat terugkoppelen wat er met het actieplan is gerealiseerd. Dat betekent in ieder geval hoeveel wooneenheden er specifiek voor ouderen zijn bijgebouwd, welke andere maatregelen zijn genomen om ouderen beter te laten doorstromen op de woningmarkt en wat de resultaten hiervan zijn in aantallen. Andere fractie hebben daarom gevraag en zij vraagt dat nogmaals. Kan de wethouder dat toezeggen? Mevrouw Hornsveld (GL) vindt het leuk om ook eens in deze commissie onder dit voorzitterschap te mogen floreren. Zij sluit zich aan bij vele punten van vorige sprekers, vooral wat betreft toegankelijkheid en doorstroming. Zij vraagt of er focus is op en ondersteuning voor collectieve woonvoorzieningen van en voor lhbti+ ouderen.
Zij weet dat die bestaan en dat organisaties als Roze 50+ zich daarmee bezighouden. Deze groep heeft het immers vaak lastig en voelt zich niet thuis in traditionele zorginstellingen en woonvoorzieningen. De voorzitter wijst mevrouw Hornsveld erop dat zij haar pasje is vergeten. Mevrouw Hornsveld (GL) was al klaar. Zij hoopt dat iedereen haar inbreng heeft meegekregen. De voorzitter stelt vast dat hij alle sprekers heeft gehad. De voorzitter schorst de vergadering om 11.32 uur en heropent deze om 11. 47 uur. Pagina 16 van 72
5
10
15
20
25
De voorzitter vraagt aandacht voor de aanwezigheid van klas 1H van Academie Tien die hier een maatschappelijke stage heeft. Hij heet de klas welkom. Soms is het een beetje saai, omdat de commissie moet wachten op antwoorden, maar meestal is het heel gezellig in zo’n commissievergadering. Hij hoort dat de vergadering een beetje moet opschieten. Hij vraagt de wethouder dus op te schieten. Om 12.00 uur gaat deze klas uit en hij wil wel dat de wethouder dan klaar is met zijn beantwoording. Wethouder De Vries begrijpt dat dat de druk hoog is. Hij doet zijn best. Hij bedankt het CDA voor het agenderen van het onderwerp en voor het feit dat commissie op deze manier het debat heeft gevoerd. Dat geeft al aan hoe belangrijk dit is. Hij begint met een wat meer algemeen antwoord. Verscheidene leden hebben vragen gesteld over hoe het zit met die Woonzorgvisie die eraan komt. Dat heeft met een aantal zaken te maken. Het college zoekt constant naar hoe de gemeente zich op dit punt verhoudt tot het Rijk, b.v. ten aanzien van de wetten die eraan komen, zoals de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting. Dat is een kwestie van timing. Bij die versterking regie volkshuisvesting bekijkt het college of dat past binnen de Utrechtse standaard Bestuur en verantwoorden. In dat proces is het college nu ook gestart met het woonzorgprogramma.
Dat wil het college terecht laten komen in de Beleidsnota Wonen, in het koersdocument en ook in de Sociale Visie. Voor de zomer komt het college met een brief om dit toe te lichten. Het CDA stelde een vraag over de evaluatie van het actieplan. Die evaluatie bestond uit een vragenlijst onder de partners van het actieplan en het bespreken van de uitkomsten van die lijst met die partners. Die evaluatie is dus deels schriftelijk geweest (die vragenlijst) en deels mondeling (de gesprekken met de partners). De belangrijkste punten uit die evaluatie heeft het college gedeeld met de raad in de beantwoording van de raadsvragen. Het CDA wilde daar toch wat grondiger over worden geïnformeerd. Spreker zegt toe dat hij in de tweede helft van 2024 de raad zal informeren over hoe het college verder wil gaan met dat actieplan en hoe het college dat vervolgens weer wil evalueren. Dat zou hij mee willen nemen tegen het einde van 2024. Mevrouw Zwinkels (CDA) dankt voor de toezegging. Zij begrijpt dat college en commissie in de tweede helft van dit jaar dan ook nog ingaan op die evaluatie. Of gaat het alleen maar over vooruitkijken?
30
35
40
45
50
55
Wethouder De Vries antwoordt dat hij voorstelt beide te bespreken. Hij kan zich voorstellen dat er een stuk herhaling in zit omdat er voor een deel gesprekken zijn gevoerd, daarover kan hij nog wel iets toevoegen. Maar ook is voor een deel de informatie opgehaald bij de deelnemers en dat is voor een deel al gecommuniceerd in de beantwoording van de vragen. Het CDA maakte ook een opmerking over de buurtbinding. Een van de zaken waarvan het college ziet dat het wel werkt is de buurtbinding. Hij ziet ook het belang van buurtbinding met name voor de doelgroep ouderen. Het is fijn om in de eigen buurt te kunnen blijven wonen. Het is bekend dat de gemeente werkt met een Huisvestingsverordening en sinds maart 2024 is dit er een onderdeel van. Corporaties kunnen buurtvoorrang geven of instellen bij seniorenwoningen. Dat zijn woningcomplexen die zijn gelabeld voor 65+ voor minimaal 50% van het vrijkomende aanbod. De eerste nieuwbouwprojecten met buurtvoorrang dienen zich nu ook aan. Het CDA stelde een aantal vragen over het doorstromingsonderzoek van RIGO. Een van die vragen was of dat onderzoek kan worden gedeeld. Dat lijkt hem een heel goed plan, dan kunnen de commissie en hij het gesprek daarover met elkaar voeren eind 2024. Hij kan zich voorstellen dat hij dat meeneemt in het volledige pakket.
Een van de dingen die uit die technische sessie kwam was dat vraagstuk van die een- of tweekamerwoningen en wat dat betekent voor de productie. Die doelgroep ouderen is een heel diverse doelgroep. Uit de technische doelgroep kwam ook de informatie dat mensen wel willen verhuizen, maar dat zij net die ene kamer erbij willen hebben. Dat zal uiteindelijk ook een relatie hebben met de woningen die nieuw gebouwd worden in de stad. Daar moet de gemeente goed op sturen. Mevrouw Van der Wilt (D66) hoort dat de wethouder zegt dat hij dat doorstromingsonderzoek deelt met de commissie in Q4 bij dat plaatje. Waarom kan dat al niet bij de Woonzorgvisie worden gedeeld? Dan kan de commissie inschatten of het daarmee een raakvlak heeft. Dat lijkt haar prettig. Wethouder De Vries meent dat hij daarnet heeft gezegd dat het college de raad hierover in Q4 zal informeren. Dat geldt ook voor de Woonzorgvisie. Misschien lopen dingen door elkaar. Pagina 17 van 72
Mevrouw Zwinkels (CDA) dacht dat de Woonzorgvisie in Q3 zou komen.
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Volgens wethouder De Vries komt die in Q4, maar hij corrigeert zich meteen: het is Q3. Hij zal dat doorstromingsonderzoek daarin meenemen. Als de gemeente de doorstroming wil stimuleren, dan wil het college kijken of dat niet allen kan voor de doelgroep ouderen, maar ook of dat breder dan deze doelgroep kan. De raad heeft ook het plan Beter aanpakken bestaande voorraad ontvangen. Daarin beschrijft het college hoe het dit wil stimuleren. Dat zit niet alleen in de nieuwbouw, maar ook in bestaande maatregelen. Daarin is niet echt één maatregel leidend. Een van de zaken is bijvoorbeeld de aanstelling van een verhuisadviseur waarover de commissie ook is geïnformeerd. Het CDA vroeg ook hoe de samenwerking met het veld wordt verbeterd en wat dat dan betekent voor de rol van de gemeente. Een onderdeel van de evaluatie is ook het verbeteren van die samenwerking. Er is uiteindelijk een nieuwe overlegstructuur uitgekomen. Die past het college nu toe en uiteindelijk gaat het college deze overlegstructuur natuurlijk ook evalueren. Het is constant zoeken naar wat het beste werkt. Verder maakte het CDA een opmerking over de integrale uitvoering en eigenlijk over de rol van het college of de wethouders. Spreker zit hier en hij voelt zich sterk verantwoordelijk, maar hij doet dit wel samen met zijn collega Voortman. Die is er inhoudelijk bij betrokken, met name vanuit het zorgvraagstuk.
Zij had er echt bij willen zijn vandaag, maar haar stemvermogen is minimaal. Hij hoopt dat zij de avond doorkomt. Zij zijn er echt gezamenlijk verantwoordelijk voor. Verder zijn er vragen over de toegankelijkheid en de rol van ontwikkelaars. Het CDA maakte hier een echt kritische opmerking in de zin van: “Zien jullie dat dan niet?” of “Ik heb ook een aantal afbeeldingen gezien van toegankelijkheid”. Spreker heeft dat ook gezien, ook in de nieuwbouw. Hierin speelt ook het Bouwbesluit mee op grond waarvan de gemeente ontwikkelaars kan verplichten tot maatregelen in relatie tot die toegankelijkheid. Per 1 januari 2022 is in het Bouwbesluit opgenomen dat alle toegangen tot nieuwbouwwoningen maximaal 20 mm hoog mogen zijn. Ook hier is weer te zien dat het gereguleerd moet worden en dat het niet vanzelf gaat. De gemeente is hier dus voor een deel afhankelijk van het Bouwbesluit. In de nieuwbouw is het college constant in overleg om te kijken hoe het uitkomt en hoe het past. Het college heeft onlangs de motie ‘Eisen in de ijskast” overgenomen. Het college zoekt constant hoe het past binnen de kaders die er zijn. Daarin gaat het nieuwe Bouwbesluit wel meehelpen. Dat gaat bijvoorbeeld ook over de route van de openbare weg naar de woning. Mevrouw Hornsveld (GL) hoort: “we nemen het mee” en “We vinden het best”. Zij vindt dat niet genoeg.
Nieuwbouw zou gewoon standaard goed geregeld moeten zijn en er zou niet moeten worden gekeken of het past in het Bouwbesluit. Het moet gewoon. Het is nieuw, dus wat is het probleem? Wethouder De Vries heeft daarnet gezegd dat de gemeente wel afhankelijk is van dat Bouwbesluit. Als er andere eisen bijkomen die niet in dat Bouwbesluit staan, dan komen die als een plus boven op het project. Hij hoort dat mevrouw Hornsveld zegt dat het moet. Hij kan zeggen dat hij het daarmee eens is, maar tegelijkertijd voeren de commissie en hij het gesprek over ‘Eisen in de ijskast’. Dat is het probleem waar het college mee zit. Hij wil eerlijk zijn: het is niet gemakkelijk en het zijn spannende tijden om het voor elkaar te krijgen. De gemeente stelt hoge eisen zoals 40% sociaal en 35% middensegment. Het gaat allemaal niet vanzelf. Maar het Bouwbesluit helpt daar wel bij. Daarin wordt dit soort zaken beschreven. Hij hoopt dat hij de commissie tegemoet is gekomen met die eis die het college ontwikkelaars mee wil geven. Hoe hard of hoe zacht is dat? Het is een harde eis om die woningen toegankelijk te maken, zeker nu die eis vanaf 1 januari 2022 is opgenomen in het Bouwbesluit. Hij heeft al iets gezegd over de hoogte van de drempel en de route vanaf de openbare weg. Ook de draaicirkel wordt daarin meegenomen. Dit is nu wel geborgd in dat Bouwbesluit.
Bij woonvormen die in samenwerking met zorgpartijen worden ontwikkeld worden vaak door die zorgpartijen nog extra eisen boven op het Bouwbesluit gesteld. Daar kan de gemeente aan de voorkant in meegaan. Dat gaat dan bijvoorbeeld over de woonkeurlabel. Mevrouw Zwinkels (CDA) brengt naar voren dat haar punt betrekking had op het kwaliteitskenmerk. Dat zag eruit als iets lokaals. Voegt dat nu iets toe ten opzichte van het Bouwbesluit? Wethouder De Vries heeft het over het woonkeurlabel. Zorgpartijen hebben soms een specifieke eis ten aanzien van de woningen en dat is toch wel een kleine plus boven op het Bouwbesluit. Het CDA en andere fracties hadden ook vragen over hoe het zit met die registratie en of die verbeterd Pagina 18 van 72
5
kan worden. Er werd ook om een toezegging op dat punt gevraagd. Die monitoring is een afspraak uit het actieplan en het college wil dat zeker doen, maar op dit moment gaat dat niet gelijk. De gemeente is ook afhankelijk van de definities op rijksniveau, binvoorbeeld over wat wordt verstaan onder een nul-tredenwoning of geclusterde woonvormen. Vanuit het Rijksprogramma Wonen en zorg voor ouderen wordt ook een monitoringsysteem opgezet. Daar wil het college zo goed mogelijk op aansluiten. Dan is het van belang dat er duidelijke afspraken zijn over die definities. Als het college die heeft, kan het ook gaan monitoren. Daarin is het MPR het aangewezen instrument (Meerjarenperspectief Ruimte) Hij hoopt hiermee te voldoen aan de vraag om een toezegging.
10
De heer Van Straalen (CU) vindt het mooi dat de gemeente dit beter gaat monitoren. Geldt dat dan zowel voor de bestaande voorraad als voor nieuwe woningen?
15
Wethouder De Vries vindt dit een goede vraag. Hij moet even kijken of dat haalbaar is binnen de bestaande voorraad. Als het gaat om deze specifieke punten, is er niet altijd zicht op omdat in het verleden niet op die manier is meegenomen. Hij laat het uitzoeken en hoopt er in zijn beantwoording op terug te komen. Mevrouw Van der Wilt (D66) meent dat de gemeente toch haar eigen PRC-indicatoren heeft, de indicatoren van het actieplan. Er kan op landelijke zaken worden gewacht, maar de gemeente kan toch ook nu al monitoren?
20
25
30
35
40
45
50
Wethouder De Vries denkt dat het effectiever is om dit gezamenlijk met het Rijk te doen. Hij zei al dat het lastig is om te monitoren binnen de bestaande voorraad. Hij kan dat echt niet toezeggen. Het college wil samen met het Rijk oplopen omdat het een rol speelt bij het mogelijk maken van deze woningen. Soms is er sprake van verschillende definities. Dan helpt het wel, als partijen het over hetzelfde hebben ten aanzien van wat nodig is om deze woningen te realiseren. Hij geeft de commissie echt mee dat het goed is om hier samen met het Rijk op te lopen. Mevrouw Zwinkels had het daarnet ook over het beeld. Spreker heeft die foto’s ook voorbij zien komen. De commissie Wonen van Solgu en de gemeente hebben niet hetzelfde belang. De woningen die worden toegevoegd moeten toegankelijk zijn voor iedereen. Het eerlijke verhaal is dat de gemeente hiervan ver komt. Hij moet bekijken hoe dit in de toekomst op de juiste manier moet worden gedaan. Te zien is ook dat die regelgeving, zoals het volgen van het Rijk, dezelfde definities en het Bouwbesluit, als het gaat om toegankelijkheid, ergens zal wringen. Er moet altijd worden gezocht naar hoe het het beste kan worden georganiseerd. Dat geldt ook voor bovenwettelijke eisen in de nieuwbouw. Dat kan soms ook iets betekenen voor de financiële haalbaarheid van projecten. Mevrouw Zwinkels (CDA) gaat kort in op het beeld van Leidsche Rijn.
Haar fractie heeft van Solgu voorbeelden gekregen van projecten met als bouwjaar 2022. De wethouder komt van ver, maar dit is een project van twee jaar terug. Deelt de wethouder deze urgentie en wil hij daarom het antwoord op schriftelijke vragen daarom nuanceren? Wethouder De Vries deelt de urgentie. Hij hoopt dat dat ook in zijn antwoorden naar voren komt. Maar het tweede deel van de vraag van mevrouw Zwinkels heeft te maken met dat Bouwbesluit. Mevrouw Zwinkels spreekt over de nieuwbouw uit 2022, maar op het moment dat de afspraken werden gemaakt gold er nog een ander Bouwbesluit. Dat loopt hier voor een deel door elkaar. Het is niet iets om trots op te zijn, maar dit is de manier waarop het is verlopen. Verder werd er een opmerking gemaakt over doelgroepenbeleid. De gemeente heeft een actieplan voor studentenhuisvesting, hoe doet de gemeente dat voor ouderen? De gemeente heeft natuurlijk het actieplan Een (t)huis voor ouderen. Dat is in 2022 ondertekend door de gemeente, ontwikkelaars, woningcorporaties, Zilveren Kruis, belangenbehartiging, beleggers en ouderenzorg. Dat is echt gericht op het wonen van ouderen. Het heeft betrekking op wonen zonder of met lichte zorg, wonen met zorg en speciaal op ontmoeten en bewegen. In de Woonvisie is er ook aandacht voor de aandachtgroep ouderen. Momenteel is het college bezig met een uitvoeringsprogramma.
Dat gaat over gezondheid, welzijn en zorg voor ouderen onder de WMO-beleidsnota Samen leven, Samen zorgen.
Pagina 19 van 72
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of de wethouder bereid is om het uitvoeringsprogramma dat eraan komt –wat hard geformuleerd – weg te halen bij WMO en onder Wonen te plaatsen zodat het net zo belangrijk wordt al studentenhuisvesting. 5
Wethouder De Vries antwoordt dat dit specifiek gaat over zorg voor ouderen. Wonen is daar een belangrijk onderdeel van, maar hij zou niet alle zorgvragen naar de portefeuille Wonen willen trekken. Mevrouw Zwinkels vraagt of er dan vanuit Wonen een aparte beleidsnota over ouderenhuisvesting komt.
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Wethouder De Vries heeft daarover iets gezegd aan het begin van zijn beantwoording. Het gaat erom de Woonzorgvisie en de aandacht die ouderen juist daarin krijgen, het woonzorgprogramma en ook de beleidsnota Wonen die eraan komt met elkaar te combineren en ook in lijn te brengen met de wet- en regelgeving vanuit het Rijk. Dat wordt eigenlijk het proces. Er werd ook de opmerking gemaakt dat de gemeente haar eigen verantwoordelijkheid moet nemen en niet altijd naar de regio hoeft te wijzen. In het actieplan Een (t)huis voor ouderen laat het college zien dat het die eigen verantwoordelijkheid ook neemt. Bij de Woonzorgvisie is het wel belangrijk om, met name in verband met de Wet versterking regie volkshuisvesting, de regio goed mee te nemen. Het is dus en-en. Spreker hoorde van Stadsbelang Utrecht dat deze fractie blij is met het actieplan Een (t)huis voor ouderen. Hij hoorde daarnet in de wandelgangen van de voorzitter dat er daar ook al langer vragen zijn, net als bij het CDA. Deze fractie zei ook dat zij een gebrek aan zichtbare resultaten merkt. Het is fijn te horen dat Stadsbelang Utrecht blij is met het actieplan. Dat actieplan is een gelijkwaardige samenwerking met al die verschillende partijen. Wat de zichtbaarheid betreft wijst hij erop dat het komende jaar een aantal mooie nieuwbouwprojecten wordt opgeleverd.
Daarnaast heeft de gemeente samen met de corporaties een woonadviseur aangesteld die alle ouderen boven 55 jaar helpt bij het nadenken over hun toekomstige woonsituatie. Hij zet ook hard in op doorstroming vanuit de aanpak voor het beter benutten van de bestaande woonvoorraad. Het college herkent wel dat het tijd wordt, vooral bij het creëren van nieuwe woonvoorzieningen, met name in de nieuwbouw. Dat is nu nog niet altijd zichtbaar, maar er komt het een en ander aan. Stadsbelang Utrecht maakte evenals andere fracties ook een opmerking over het knarrenhof en zou in elke wijk wel zo’n voorziening willen hebben. Spreker heeft al gezegd dat de doelgroep ouderen zeer divers is. Er zijn verschillende behoeften. Juist in het actieplan Een (t)huis voor ouderen probeert het college daar rekening mee te houden. Het college zet dus echt in op een divers aanbod van woonzorgvormen. Een knarrenhof is daar inderdaad een mooi voorbeeld van. Het college vindt het belangrijk om het aanbod aan te laten sluiten bij de behoefte in de wijk. Hij zegt niet toe dat er in elke wijk iets komt, maar het college gaat wel per wijk bekijken welke woonzorgvorm daar de meest passende is. Verder is ook de vraag gesteld of er al een afspraak is. De afspraak staat. Op dit moment wordt de afspraak gemaakt, spreker heeft al wat heen en weer zien gaan in zijn eigen e-mail.
De heer Van Straalen (CU) hoort de wethouder zeggen dat de woonwensen bij ouderen divers zijn, maar hij weet wel dat 854 Utrechters graag in zo’n knarrenhof zouden wonen. Spreker is blij dat die afspraak staat, maar hij merkt toch wel in deze commissie dat er meer draagvlak is om het gewoon te gaan realiseren. Dan is een locatie nodig. Hij vraagt de wethouder of hij kan toezeggen dat hij op zoek gaat naar een locatie, zodat er niet alleen over wordt gepraat, maar het ook wordt gerealiseerd. Wethouder De Vries moet letten op wat hij zegt. De commissie kan hem opdragen op zoek te gaan naar een locatie, maar hij heeft niet voor niets een afspraak. Die gaat juist over hoe dit wordt gerealiseerd. De wil is er, maar de wil staat niet altijd in relatie tot het eindresultaat. De commissie mag aannemen dat die wil er is omdat dit een van de manieren is om tegemoet te komen aan de wensen van heel veel ouderen in deze stad en elders in het land. Hij kan zich voorstellen dat het college de raad hierover informeert en hierin meeneemt omdat dit voor vele raadsleden een belangrijk thema is. D66 wees op de relatie met de WMO. Hij ziet ook wel een besparing, als mensen op de juiste manier bij elkaar wonen. Dat wil het college terugzien in die Woonzorgvisie. Het is een mooi voorstel om het op die manier te doen. Daarom pakt hij dit samen met zijn collega Voortman op.
Dit is weer eens een voorbeeld van hoe de gemeente met de juiste woonvorm op zorgkosten kan besparen. Het college werkt met de partners aan die verschillende woonconcepten. Voorbeelden zijn Aafia, een woongroep van migranten-ouderen, en het Hof van Pagina 20 van 72
5
10
15
20
25
30
Leeuwesteyn dat dit jaar wordt opgeleverd. In de praktijk blijkt dat dit soort concepten kosten kan voorkomen. Hij neemt het voorstel van D66 graag mee, maar dan zou hij dat, wellicht in de lijn van mevrouw Zwinkels, willen meenemen in de nota Wonen. Daar valt uiteindelijk ook een stuk woonzorgvisie onder. Het college bekijkt hoe een en ander zich tot elkaar verhoudt, maar dit komt naar de raad. D66 vroeg ook om een analyse van verhuizingen van ouderen. Op 7 februari 2024 is dat onderzoek doorstroming met de raad gedeeld. Op dit moment is het college bezig met de implementatie van die aanbevelingen. Hij kan zich voorstellen dat het college de raad op de hoogte houdt van deze ontwikkelingen via de kwartaalrapportage Wonen. D66 zou ook grotere en meer gewaagde voorbeelden willen zien. D66 wees op Amsterdam en vroeg hem toe te zeggen om naar die voorbeelden te kijken. Het is bekend dat spreker ervan houdt om een beetje buiten de lijntjes te kleuren en grote en gewaagde voorstellen te doen. hij wil er zeker naar kijken. Hij moet wel nagaan wat dit toevoegt aan de zaken die de gemeente nu doet bij b.v. het realiseren van de woningen of het beïnvloeden van de doorstroming. Hij neemt de suggestie graag mee. Mevrouw Van der Wilt (D66) dankt voor de steun. Zij noemt dit ook omdat zij de samenhang een beetje mist.
Er is een beleidsvisie Wonen, dan is er een actieplan ouderen en dan weer een Woonzorgvisie. Het voelt heel versnipperd. Zij mist een stukje focus op die ouderen en de urgentie daarvan, ook vanuit die doorstroomgedachte. Dat is eigenlijk de bedoeling van haar oproep of hartenkreet. Wethouder De Vries kan alleen maar zeggen dat het college zich daarvan bewust is. Hij heeft al iets gezegd over de beleidsnota Wonen en de Woonzorgvisie. Hij kan zich echt voorstellen dat het daar goed in terugkomt. Hij wil heel duidelijk zijn. Hij had het daarnet over in de wandelgangen met mevrouw Zwinkels en hij hoort dat ook in de commissie. Er was weinig onderling debat in de commissie omdat de leden het gewoon met elkaar eens zijn. Dat is niet voor niets zo: raad en college staan samen voor een heel groot vraagstuk Daar moeten zij iets aan doen. Die urgentie ziet hij ook. Hij heeft al iets gezegd over dat knarrenhof. De suggesties voor de doorstroming, het aantal te realiseren woningen en de knarrenhoven neemt hij mee in de beleidsnota Wonen en uiteindelijk in de Sociale visie. Verder zei mevrouw Van der Wilt: “Niets zonder ons over ons” en vroeg zij of dit kan worden meegenomen in die Woonzorgvisie. Het college is hierover met verschillende partijen in gesprek en die hebben ook een participerende rol in die gesprekken.
Soms gaat het om een wettelijke rol, zoals bij de huurdersvertegenwoordiging van de corporaties. Spreker heeft zelf wel eens gedacht aan andere vormen, een woonraad kan ook een vorm zijn. Hij kan zich zeker voorstellen dat het college dat meeneemt. Het college was dat ook al van plan ten aanzien van de beleidsnota Wonen omdat dat de stad aangaat. Daar moet een vertegenwoordiging van de stad bij worden betrokken.
35
Mevrouw Van der Wilt (D66) vindt dat toch wat te vrijblijvend. De wethouder zegt dat het bijvoorbeeld een woonraad zou kunnen zijn. Daarover is volgens haar een motie aangenomen. Die moet er gewoon komen. Ouderen vormen dan ook een heel belangrijke groep die er expliciet bij moet worden betrokken. De wethouder moet dit als een haakje gebruiken om dit echt te gaan doen.
40
Wethouder De Vries denkt dat mevrouw Van der Wilt en hij misschien langs elkaar heen praten. Volgens hem is dit juist wat hij net zegt. De CU heeft iets gezegd over het knarrenhof en over het aan tafel krijgen van belanghebbenden. Daar is hij al op ingegaan. BIJ1 zei dat toegankelijkheid niet alleen voor ouderen belangrijk is en dat die toegankelijkheid er eigenlijk voor iedereen zou moeten zijn. Ook het college vindt die toegankelijkheid een belangrijk onderdeel van nieuwe ontwikkelingen, maar hij zegt erbij dat er veel winst is in de nieuwbouw. Die nuance voegt hij toe. Het college volgt het Bouwbesluit en tegelijkertijd is het zoeken in de eisen die gesteld worden in relatie tot de nieuwbouw. BIJ1 zei ook dat het verder gaat dan wonen en dat het over die hele openbare ruimte gaat. Om die openbare ruimte toegankelijker te maken is er ook het uitvoeringsprogramma Utrecht voor iedereen toegankelijk. Bij herinrichtingsprojecten zorgt de gemeente ervoor dat die openbare ruimte ook toegankelijk wordt. Dat doet de gemeente op basis van het ‘werk met werk’ principe. Als een straat openligt, wordt die toegankelijkheid meegenomen.
45
50
55
Het lid Minnaert (BIJ1) wijst erop dat bij woonzorgwoningen de aandacht vooral is gericht op senioren en dat er vaak alleen maar senioren komen te wonen, terwijl er mensen zijn die geen senioren zijn maar die woningen wel nodig hebben. Kan de wethouder toezeggen om ook rekening te houden met andere doelgroepen die woonzorgwoningen nodig hebben? Pagina 21 van 72
5
10
15
20
Wethouder De Vries heeft in zijn beantwoording al gezegd dat de gemeente samenwerkt met zorgpartijen. Dat gaat soms verder dan de doelgroep ouderen. Er zijn immers ook andere personen en partijen die zorg nodig hebben. Het college houdt daar zoveel mogelijk rekening mee. Dat doet het overigens ook in de toewijzing van woningen. DENK vroeg wat de gemeente doet aan cultuur-sensitieve woningen. Spreker herhaalt dat de doelgroep ouderen zeer divers is. Dit is een stukje dat het college meeneemt. Het probeert ook woonvormen te realiseren die aansluiten op bijvoorbeeld diversiteit. Zo is er dit jaar een woongroep met migratieachtergrond gerealiseerd in de wijk Kanaleneiland. DENK vroeg ook of migrantenouderen inclusieve zorg kunnen krijgen, bijvoorbeeld in hun eigen taal. Het college probeert in zijn beleid ook aandacht te hebben voor die diversiteit. Dat is dus ook cultuurdiversiteit. Bij de dagbesteding zijn er ook veel migrantenouderen. Met hen wordt gesproken in hun eigen taal, het eten komt uit de eigen cultuur en de activiteiten zijn passend bij die groep. Gemeente en zorgpartijen werken ook samen in het netwerk Migrantenouderen en in het netwerk Migrantenouderen/dementie. Beide netwerken zijn ook gericht op het inclusiever maken van zorg. Verder stelde DENK dat het feit dat er geen klachten zijn ontvangen van ouderen niet betekent dat er geen klachten zijn. Dat klopt.
Het college is zich daarvan bewust. Het zoekt wel constant naar mogelijkheden om die vindbaarheid te verbeteren. GL vroeg wat de gemeente doet voor lhbti+ ouderen die ook collectieve woonvormen nodig hebben. Spreker heeft al een paar keer iets gezegd over de diversiteit. In Utrecht is er de Utrechtse Alliantie Regenboog 50+. De partners hierin zijn gezamenlijk aan de slag met het inclusiever maken van hun dienstverlening. De gemeente ondersteunt deze alliantie ook financieel. Het college is heel blij dat er zoveel aandacht is voor deze groep ouderen. Die wens voor collectieve woonvormen ziet het college breder, hij heeft daar al iets over gezegd. Dat kan per wijk verschillen. Het college neemt dit ook mee in de beleidsnota Wonen. De voorzitter kijkt rond om te zien of er nog onbeantwoorde vragen zijn.
25
Mevrouw Van der Wilt (D66) had nog specifiek aandacht gevraagd voor de ‘GoldenGirls’ woningen en de pre-mantelzorgwoningen. Zij haalt dit aan omdat het haar om het concrete hiervan ging. Zij is benieuwd hoe dit wordt meegenomen in de Woonzorgvisie. Wethouder De Vries zal proberen die concreetheid mee te nemen in de Woonzorgvisie.
30
De heer Usta (DENK) meent dat hij ook een gemiste vraag heeft.. Dat was de vraag of er, als de gemeente geen klachten ontvangt over toegankelijkheid, toch problemen kunnen spelen en of daar op voorhand specifieke criteria aan moeten worden verbonden. Wethouder De Vries heeft daar iets over gezegd in zijn algemene beantwoording. Het heeft met name een relatie met het Bouwbesluit en de nieuwbouw.
35
Mevrouw Zwinkels (CDA) had een vraag over die anterieure overeenkomsten. Waar is te zien dat het is vergeten in anterieure overeenkomsten, waar is te zien dat partijen zich er niet aan houden en wat doet de gemeente eraan?
40
Wethouder De Vries is bang dat hij op deze heel specifieke vraag nu geen antwoord kan geven. Ook ontwikkelaars hebben zich inde kern te houden aan het Bouwbesluit. Er is een kort debat geweest over de voorbeelden. Mevrouw Zwinkels en hij hebben dezelfde voorbeelden in Leidsche Rijn voorbij zien komen. Dat zou niet meer kunnen met het huidige Bouwbesluit. Als het gaat om bovenwettelijke eisen, dan moet altijd worden bekeken hoe het zo goed mogelijk wordt ingepast, ook in relatie tot het financiële plaatje en de gemeentelijke eisen.
45
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of het dan mogelijk is dat de commissie meer projectgericht die antwoorden, eventueel vertrouwelijk, krijgt in een voortgangsrapportage. Zij vindt het wel belangrijk dat de raad daar ook op monitort en dat daar niet alleen over wordt gepraat, maar dat er in de praktijk ook gehandhaafd wordt.
50
Wethouder De Vries zoekt naar de juiste beantwoording. In anterieure overeenkomsten neemt de gemeente die toegankelijkheid altijd mee. Dat is een standaardonderdeel van die anterieure overeenkomsten. Bij bovenwettelijke eisen moet hij kijken wat mogelijk is. Hij is wat huiverig om dit voor specifieke projecten met de commissie te delen en dat niet omdat hij dat niet wil. Er zijn nogal wat projecten in de nieuwbouw. Hij zoekt hoe het college dit zo goed mogelijk kan doen. Pagina 22 van 72
Mevrouw Zwinkels (CDA) kan de wethouder wel een handje helpen. Misschien is het mogelijk te beginnen met de projecten waar een kwaliteitskenmerk op zit en waarbij bijvoorbeeld met zorgpartijen wordt samengewerkt. 5
10
Wethouder De Vries gaat kijken hoe hij dit zo goed mogelijk kan regelen. Hij begrijpt de vraag. Mevrouw Zwinkels is op zoek naar waar het fout gaat. Hij heeft toegezegd dat het college in Q4 hierover iets zal zeggen, ook in relatie tot de evaluatie. Hij kan zich voorstellen dat het college deze specifieke vraag daarin meeneemt. Hij stelt voor het zo te doen. Hij merkt dat het stil blijft in de zaal. Hij blijft zoekende. Misschien is het mogelijk om in algemene zin iets te zeggen over of het goed gaat of niet goed gaat en, wat de gemeente moet doen, als het niet goed gaat. Volgens hem is dat een beetje wat mevrouw Zwinkels zoekt. Hij herhaalt dat hij huiverig is om per project te laten zien hoe het daar zit. Dan wordt het een soort micromanagement en de vraag is of dat bij alles wat op het bordje van de gemeente ligt op dit moment helpt. Hij probeert echt mevrouw Zwinkels een beetje tegemoet te komen, maar hij probeert ook even de andere kant te schetsen.
20
Mevrouw Zwinkels (CDA) wil absoluut geen micromanager zijn. Maar uiteindelijk gaat het wel om wat hier wordt gerealiseerd en wat er van die ambities overeind blijft staan, als het gaat om de programpraktijk. Daarom deed zij de suggestie om het in de voortgangsrapportage mee te nemen. Als er dan bijzonderheden te vermelden zijn bij het zich beroepen op die anterieure overeenkomsten zou dat de plek kunnen zijn om dat te vermelden. Indien nodig zou dat vertrouwelijk kunnen worden gedaan, als het gaat om een anterieure overeenkomst met vertrouwelijke afspraken.
25
Wethouder De Vries heeft daarnet in zijn beantwoording iets gezegd over de monitoring in algemene zin en over de wijze waarop het college de raad daarin meeneemt. Dat is iets waarop de raad kan sturen. Hij moet ernaar kijken, maar hij kan zich wel voorstellen dat, als er bij de projecten bijzonderheden zijn, het college dat met de raad kan delen. Dat zou kunnen in die brief in Q4.
15
De voorzitter merkt op dat hij mevrouw Zwinkels eigenlijk al één vraag te veel heeft toegestaan. Hij denkt niet dat het college de toezegging wil doen op de manier die zij zou wensen. Het staat mevrouw Zwinkels natuurlijk vrij om de instrumenten die zij heeft te gebruiken om dat af te dwingen. Hij stelt vast dat wethouder De Vries klaar is met zijn beantwoording. 30
Mevrouw De Vos heeft de volgende toezeggingen genoteerd: - in Q4 2024 volgt een raadsbrief inzake toelichting en evaluatie actieplan; - in Q4 2024 komt er een raadsbrief inzake monitoring realisatie woonzorgwoningen; - In Q4 2024 wordt de raad geïnformeerd over knarrenhof-mogelijkheden.
35
- In Q4 2024 komt de wethouder terug op het borgen van toegankelijkheid in anterieure overeenkomst. De voorzitter vraagt of de leden toezeggingen hebben gehoord die niet zijn vermeld.
40
45
Mevrouw Van der Wilt (D66) merkt op dat zowel de Woonvisie als de Woonzorgvisie zijn genoemd. Het is haar niet helemaal duidelijk. Die brief in Q4, raadsbrief evaluatie Een (t)huis voor ouderen, gaat die echt over Een (t)huis voor ouderen? Dan is er nog een brief over woonzorgwoningen, komt die in het kader van de Woonzorgvisie of in het kader van de Woonvisie? Zij hoort het graag van de wethouder, dan kan zij het goed opschrijven. Wethouder De Vries heeft hierover iets gezegd in zijn inleiding. Het college is gestart met het proces om te komen tot een woonzorgprogramma. Dat woonzorgprogramma komt uiteindelijk terecht in de beleidsnota Wonen, in het koersdocument en vervolgens in de Sociale Visie. Dat programma laat het college op verschillende plekken terugkomen. Daarover zal het college de commissie informeren in Q4 2024.
Pagina 23 van 72
De voorzitter merkt op dat wethouder De Vries net heeft aangegeven Q3, nu hoort hij weer Q4. Wat komt er nu in Q3 2024 en wat komt er nu in Q4 2024? Wethouder De Vries antwoordt dat de wonen-brief in Q4 2024 komt en het stukje woonzorgvisie en het idee daarbij komt in Q3 2024. 5
Het is de voorzitter duidelijk. Hij wil dit agendapunt afronden. Hij vraagt aan de agenderende fracties of zij hun doel hebben bereikt of dat zij misschien nog iets in de raad willen doen.
10
Mevrouw Zwinkels (CDA) vond het een heel plezierig commissiedebat. Zij is voor een groot deel wel, maar nog niet geheel tevreden met de beantwoording. Over twee dingen wil zij graag een motie maken. Dat is in de eerste plaats een wat bredere motie om het belang van het onderwerp en ook het hopelijk bredere draagvlak in deze commissie te onderstrepen en verder om die versnippering waarover is gesproken wat tegen te gaan. De tweede motie gaat over het laatste punt, die anterieure overeenkomsten. Wellicht kan zij daarin het college nog een specifieke richting meegeven.
15
De heer Temming (Stadsbelang Utrecht) is tevreden met de toezegging over knarrenhoven, maar zijn fractie denkt er toch aan om een motie in te dienen om die in elke wijk te organiseren. Mevrouw Van der Wilt (D66) sluit zich aan bij de geest van de motie van het CDA over draagvlak en tegengaan van versnippering. De heer Van Straalen (CU) kijkt mee met de motie van Stadsbelang Utrecht en overweegt om zelf daarover ook een motie in te dienen.
20
De voorzitter ziet dat anderen geen moties willen indienen. Hij vraagt hoeveel tijd nodig is voor de behandeling in de raad. Hij begrijpt dat een halfuur voldoende is.
10. Echt werk maken van Utrechtse wooncoöperatieven 25
30
35
40
45
50
De voorzitter deelt mee dat de commissie 60 minuten heeft voor dit agendapunt. De agenderende fracties willen met elkaar en met het college debatteren over een aantal vragen, mede naar aanleiding van de beantwoording van schriftelijke vragen over belonen of afstraffen van wooncoöperatieven en de raadsbrief over betaalbaar wonen en inzet Fonds betaalbare koop. Het agendapunt wordt in één termijn besproken. Hij geeft het woord aan de agenderende fracties. De heer Dijkstra (EenUtrecht) brengt naar voren dat EenUtrecht vorig jaar september op haar fractiekamer even heeft gesproken met deze sympathieke wethouder over dit mooie onderwerp. Op 8 februari 2024 is er een kort debat over geweest. De zorg van zijn fractie was en is nog steeds dat het bestaande plan voor wooncoöperatieven een beetje een dode letter is. Hij wijst op het voorbeeld van OverHoop. Deze wooncoöperatie is een nettobetaler omdat zij bij de meerwaardeafdracht erfpacht gelijk wordt behandeld als woningcorporaties en commerciële partijen. Dat is dus niet het stimuleren van wooncoöperatieven. Daar moet Utrecht wel van af. In de afgelopen periode zijn er twee coöperatieven die een plek hebben gekregen, tietallen zijn gesneuveld, ondanks het actieplan. De boodschap van EenUtrecht is dat er of een beter actieplan moet komen of dat de gemeente het gewoon niet doet.
In het gesprek op 8 februari 2024 gaf de wethouder al een aantal dingen aan. Dat is fijn. Spreker loopt ze af aan de hand van die vier actielijnen. Om het van de grond te krijgen moet de interne organisatie worden verstrekt. Die moet deze groepen ook kunnen begeleiden. De wethouder wees toen naar !WOON. dat is mooi, maar het is echt te weinig. Er is echt actieve begeleiding en ondersteuning nodig. Er is eerder al eens gesproken over die erfpachtvoorwaarden. Bij OverHoop merkt zijn fractie dat, als de gemeente dat niet doet, zij niet stimuleert, maar demotiveert. Hier is echt ongelijk behandelen voor gelijke kansen nodig, simpelweg omdat commerciële partijen niet gelijk zijn aan wooncoöperatieven. Dat doet de gemeente op heel veel andere plekken ook, dus waarom niet hier? Wat de financiering betreft is het goed op te merken dat het Fonds betaalbare koop waarschijnlijk meer open gaat staan voor leningen voor wooncoöperatieven, maar daar moeten dan wel harde afspraken over worden gemaakt. Het aantal locaties is nu slechts twee, dat moeten er meer worden, minimaal vijf voor de komende vijf jaar. Spreker wil in het debat een scherpe keuze voorleggen: òf de raad geeft eerlijk toe dat het de gemeente om wat voor reden dan ook niet lukt en dan kan het actieplan Pagina 24 van 72
in de prullenbak, òf de gemeente neemt het wel serieus en dan moet de commissie vandaag een paar dingen afspreken en dan moet de wethouder daar tijdig op terugkomen. Als de commissie dit serieus neemt, dan wil EenUtrecht de volgende vier dingen voorstellen en graag ook vier keer een toezegging van de wethouder krijgen: 5
1. Zorg ervoor dat vijf locaties binnen vijf jaar worden georganiseerd; 2. Maak een voorstel voor speciale erfpachtvoorwaarden voor wooncoöperatieven; 3. Zorg inderdaad wel voor een substantieel budget voor ondersteuning vanuit de gemeente zelf; 4. Zorg ervoor dat een substantieel deel van het Fonds betaalbare koop aan leningen beschikbaar komt voor wooncoöperatieven (daar zit wel wat beweging in).
10
Spreker vraagt dus vier keer een toezegging die uiterlijk september 2024 naar de raad komt.
15
Mevrouw Meerding (VVD) vond de bijdrage van de heer Dijkstra een bondige bijdrage. Zij heeft zelf ook een bondige bijdrage. Toen het initiatiefvoorstel over woningcoöperaties werd ingediend waarschuwde de VVVD dat er geen financiële middelen waren vrijgemaakt bij dit initiatiefvoorstel en dat het initiatief dan ook een tandeloze tijger zou worden. Toch heeft een meerderheid van de raad toen besloten om een amendement van de VVD over de financiële middelen niet aan te nemen, maar wel voor het voorstel te stemmen. De commissie ziet daar nu voor een deel de gevolgen van. Het college heeft uiteindelijk wel wat geld vrijgemaakt, maar middelen moeten ook beschikbaar zijn voordat iemand aan een actieplan begint. Anders ontstaan rare situaties en komt er weinig actie, zoals nu ook een beetje het geval is. Zij heeft nog één vraag aan de wethouder.
20
De voorzitter ziet een interruptie en geeft het woord aan D66. Mevrouw Van der Wilt (D66) dacht dat zij al consent had van de voorzitter. Zij meent dat er wel middelen zijn gereserveerd, ook in het akkoord rond betaalbare koop en de link met de wooncoöperaties. Hoe ziet de VVD dat dan? Is dat niet toereikend?
25
30
Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat haar punt eigenlijk meer was dat toen het initiatiefvoorstel was ingediend, de initiatiefnemers daar geen dekking bij hebben geleverd. Daar heeft de VVD ten een punt van gemaakt. Het college heeft op een later moment wel geprobeerd middelen te vinden. Dat is niet helemaal de goede volgorde. Zij vindt het een lastige vraag of er meer geld bij moet. Op zich staat de VVD er wel voor open om daarnaar te kijken, als het college met een voorstel komt. Haar fractie ziet in elk geval wel dat er weinig van de woningcoöperatieven terechtkomt. Mevrouw Van der Wilt (D66) dacht even dat de VVD zei dat er geen geld is en dat er dus niets kan. Maar zo moet zij het niet zien, als zij het goed begrijpt.
35
40
45
Mevrouw Meerding (VVD) denkt dat mevrouw Van der Wilt het goed begrijpt. Er zit inderdaad enige nuance in. Zij wil nog één vraag stellen. In de schriftelijke vragen ging het eigenlijk over een stukje grondbeleid en over de economische meerwaardeafdracht. Zij vraagt of de wethouder kan toelichten waarom OverHoop dit onder de huidige regels wel moet afdragen omdat de veronderstelling van de VVD was dat dit alleen voor woningcorporaties geldt. Wellicht is daar een verantwoordelijkheid overgegaan door het overnemen van woningen van Woonin. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat er in een eerdere communicatie al een antwoord op die vraag is gekomen. De wethouder heeft gezegd dat hij ze op dezelfde manier wil behandelen als woningcorporaties en commerciële beleggers. Vindt de VVD dat ook correct? Mevrouw Meerding(VVD) heeft die beantwoording ook gezien. Daar komt haar vraag ook uit voort. De VVD heeft meer de vraag uit welk beleid blijkt dat zij gelijkgesteld worden. Als dat staand beleid van de gemeente is, dan zegt haar fractie dat staand beleid moet worden uitgevoerd. Maar als het geen staand beleid is, dan kan de raad zijn mening daarover uitspreken.
Pagina 25 van 72
De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt dat het staand beleid is en dat de wethouder dit niet uit zijn duim zuigt. Zegt de VVD dan met EenUtrecht dat het specifiek beleid mag worden en dat de raad voor wooncoöperatieven de regel ’ongelijk behandelen voor gelijke kansen’ mag hanteren? 5
10
Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat de VVD daar nog niet zover in gaat als de heer Dijkstra. Haar fractie wil dan eigenlijk een goed onderbouwd voorstel zien dat aangeeft wat er gebeurt, als de gemeente dit wel doet en wat er gebeurt, als zij dit niet doet. De gemeente zal dan natuurlijk inkomsten mislopen. Haar fractie wil dan wel zicht hebben op hoe groot dat bedrag is voordat zij hierover een uitspraak doet. De heer Dijkstra (EenUtrecht) begrijpt dat het nog geen ja is, maar ook geen nee. De VVD wacht het dus af. Mevrouw Meerding (VVD) bevestigt dit. De VVD wacht het af. Daarom heeft zij ook een vraag aan de wethouder gesteld.
15
20
25
30
35
40
45
50
Het lid Minnaert (BIJ1) geeft aan dat BIJ1 blij is dat de gemeente de ambitie heeft om het realiseren van wooncoöperaties te stimuleren. In een tijd waarin wonen steeds verder vermarkt wordt en het recht op eigendom telkens boven het recht op wonen wordt geplaatst besluiten steeds meer mensen uit noodzaak of uit idealisme een andere manier van wonen op te zetten, onder andere in de vorm van woongroepen en wooncoöperaties. Maar dat is niet gemakkelijk. Collectieven als De Jelt en Stichting Complex zijn al ruim vijf jaar bezig met het opzetten van woonlocaties. Zij lopen om de haverklap op tegen een kapitalistisch systeem dat niet is ingericht op deze vorm van collectief wonen. Daarom is het goed dat de gemeente zoekt naar manieren om wooncoöperaties te ondersteunen en te begeleiden en, waar mogelijk, obstakels wegneemt of verkleint. Op basis van ervaringen van verschillende wooncoöperaties ziet BIJ1 een aantal belemmeringen waarvoor er bij de gemeente de ruimte is om er iets aan te doen. Zo is het tempo in het proces waarmee wooncoöperaties werken heel anders dan dat van projectontwikkelaars en commerciële partijen. Op sommige momenten is het proces te traag voor mensen bij wie het om hun eigen huisvesting gaat, op andere momenten worden wooncoöperaties ingehaald door partijen die sneller kunnen acteren op b.v.
aankoop van land en die toegang hebben tot de benodigde financiële middelen. BIJ1 is daarom op zoek naar een manier om het proces op sommige momenten te versnellen en op andere momenten te vertragen. BIJ1 ziet b.v. dat het ontwikkelen en het indienen van een principeverzoek uit verschillende stappen bestaat en vaak zonder positief resultaat is. Zij vraagt de wethouder toe te zeggen om in overleg met wooncoöperaties het proces vanuit de gemeente nog een keer onder de loep te nemen en te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om dit proces te versnellen. Ook is BIJ1 benieuwd naar de mogelijkheden om betalingen die aan de gemeente moeten worden gedaan voor wooncoöperaties te laten vervallen. Voor het vertragen zoekt BIJ1 naar mogelijkheden om specifiek rondom aankoop van gronden of bestaande panden het proces te vertragen zodat wooncoöperaties meer kansen krijgen. Welke rol kan de gemeente oppakken door b.v. gronden en panden aan te kopen en daarvoor via tenderprocedures geschikte wooncoöperaties te vinden of door het inzetten van bestemmingsplannen en omgevingsvisies om wooncoöperaties meer prioriteit te geven op bepaalde locaties? BIJ1 is blij dat er vanuit de gemeente meer begeleiding en ondersteuning is voor wooncoöperaties, maar deze fractie ziet nog wel ruimte om dit uit te breiden. Dat zou b.v.
kunnen bij het uitzoeken of het bouwen voor een wooncoöperatie echt kan op een bepaalde locatie. Dit kan lastig zijn voor mensen die niet in het vakgebied zitten en ook geen toegang hebben tot alle nodige informatie. Kan de wethouder toezeggen bij de wooncoöperaties op te halen welke behoefte aan begeleiding zij nog meer hebben en kan hij kijken of de gemeente daaraan kan voldoen? Wat het geld betreft wijst het lid erop dat al eerder bekend is geworden dat het voor wooncoöperaties vaak lastig is om hun begroting rond te krijgen. BIJ1 zou graag zien dat er vanuit de gemeente meer regelingen komen om wooncoöperaties te helpen om hun begroting rond te krijgen. BIJ1 vraagt een reactie van de wethouder. BIJ1 ziet tenslotte dat wooncoöperaties bij het realiseren van locaties veel kennis opdoen en dat die vaak verloren gaat zodra de locatie is gerealiseerd. BIJ1 ziet graag meer aandacht voor ‘giving thought’ concepten en is benieuwd welke rol de gemeente kan spelen in het behouden van kennis en ervaring en het beschikbaar maken daarvan voor nieuwe wooncoöperaties. Pagina 26 van 72
De heer Van Straalen (CU) beaamt dat financiering een grote uitdaging is voor wooncoöperaties. Hij is benieuwd wat het voorstel precies is en wat de gemeente kan doen. Hij weet dat er in Amsterdam een soort stimuleringslening is. Hij vroeg zich af of de gemeente niet een garantstelling af kan geven. Waar denkt het lid Minnaert aan? 5
10
Het lid Minnaert (BIJ1) denkt dat geld geven de beste manier is. Zij denkt dus aan een subsidieregeling of een financieringsregeling. Maar BIJ1 ziet ook dat er op dit moment veel geld naar de gemeente zelf toe gaat. Misschien kan daarin worden gesneden. Bij de gemeente zit ook veel kennis en expertise. Misschien kan die beschikbaar worden gesteld voor wooncoöperaties. Op een bepaald moment zijn architecten, landschappers en ecologen nodig. Misschien kan de gemeente daarin ondersteunen zodat de begroting omlaag gaat. Maar een financieringsregeling is het belangrijkste. De heer Dijkstra (CDA) heeft nu geen inbreng. Hij wacht de beantwoording af.
15
20
25
De heer Van Straalen (CU) stelt dat wooncoöperaties een belangrijke bijdrage leveren aan het toevoegen van betaalbare woningen die zo hard nodig zijn in deze stad. Daarnaast dragen zij ook bij aan de versterkring van leefbaarheid in buurten, met oog voor elkaar en voor de natuur. Zij kunnen echt het cement zijn voor een wijk of een buurt. Daarom heeft zijn fractie in 2021 samen met GL een actieplan opgesteld om het starten van wooncoöperaties gemakkelijker te maken. De CU is blij dat er nu geld beschikbaar komt om initiatieven te ondersteunen. Wooncoöperaties lopen immers nogal eens tegen verschillende uitdagingen aan. Hij was gisteren toevallig in OverHoop. Dat is zoveel meer dan een plek om te wonen, het project heeft echt een cruciale rol in de wijk. De regels rond de erfpacht die hier zijn toegepast laten niet zien dat de gemeente dit initiatief echt steunt. Hij vraagt aan de wethouder of hij dit een gewenste uitkomst van het beleid vindt. Zo niet, is dit dan geen aanleiding om de regels rond erfpacht bij wooncoöperaties anders vorm te geven/? Uit de beantwoording blijkt dat deze casus wordt meegenomen om van te leren bij het opstellen van beleid voor wooncoöperaties, maar spreker is wel benieuw hoe dit precies vorm wordt gegeven. Biedt dit ook nog kansen voor OverHoop?
30
De heer Dijkstra (EenUtrecht) hoort dat de CU aan de wethouder vraagt of het ook anders zou kunnen met de meerwaardeafdracht van de erfpacht. Zou de CU ook vinden dat het hier moet gaan om ongelijk behandelen, dus anders behandelen dan woningcorporaties en commerciële beleggers?
35
De heer Van Straalen (CU) antwoordt dat het actieplan dat destijds is ingediend was bedoeld om wooncoöperaties beter te ondersteunen. Nu ziet hij dat de gemeente dat wel beaamt en dat probeert, maar in de praktijk ziet hij dat niet altijd terug. De regels die zijn toegepast rond de erfpacht stroken niet met dat streven. De raad moet dus bekijken of het beleid zoals het nu is vormgegeven strookt met wat de raad eigenlijk wil of dat aanpassing nodig is.
40
De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt dat het antwoord bekend is. Het strookt dus niet met de wens. Het is demotiverend. Het is het een of het ander. De raad moet toch die stap gaan maken. Zegt de CU nu wel of niet dat zij net als EenUtrecht voor speciale voorwaarden is voor meerwaardeafdracht erfpacht, die voordeliger zijn dan de voorwaarden voor commerciële partijen? De heer Van Straalen (CU) wil het debat wel in de goede volgorde voeren. Hij ziet ruimte om het anders te doen en hij vraagt aan de wethouder hoe dat zou kunnen worden ingericht en of het beleid niet moet worden aangepast. Hij wil het antwoord van de wethouder afwachten.
45
50
De heer Dijkstra (EenUtrecht) denkt dat het goed is dat iemand maar drie keer mag interrumperen. Ergens houdt het op. Het blijft een beetje een politiek antwoord. De gemeente kan het maar op één manier doen: zij kan gelijk behandelen of zij kan ongelijk behandelen. De commissie moet er niet omheen draaien. Dit is een laatste poging. Gaat de CU die stap nu zetten samen met EenUtrecht voor een speciale behandeling? De voorzitter interrumpeert zelf. De heer Dijkstra stelt een vraag drie keer op een andere manier en het antwoord is gegeven. Spreker hoopt niet dat dit de opmaat is voor het drie keer dezelfde vraag stellen aan andere fracties. Hij geeft de CU de gelegenheid om deze vraag te Pagina 27 van 72
beantwoorden, maar hij ziet wel steeds een herhaling van zetten bij de vraagstelling van de heer Dijkstra.
5
De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft een punt van orde. Hij ziet de CU heel moeilijk zoeken naar woorden om een vraag niet te beantwoorden. Dat is ook politiek. Spreker probeert dat zo scherp mogelijk te herformuleren zodat er toch een antwoord komt. De voorzitter begrijpt dit, maar hij heeft in eerdere debatten vaak gezien dat de heer Dijkstra vragen drie keer in een ander jasje stopt en dan vier of vijf fracties dezelfde vragen gaat voorleggen. Het zorgt er wel voor dat het ontzettend veel tijd kost. Spreker vraagt de heer Dijkstra daar toch wat voorzichtiger mee om te gaan.
10
15
20
25
30
35
De heer Van Straalen (CU) gaat er toch op reageren. Volgens hem draait hij er niet omheen, hij is duidelijk. Hij vraagt of het beleid hier op de juiste manier is toegepast. Als dat zo is, dan is dat geen gewenste uitkomst en dan vraagt hij of dat geen aanleiding is om de beleidsregels aan te passen. Spreker hoopt dat de gemeente vanuit het actieplan wat meer werk kan maken van de ondersteuning om te helpen bij de realisatie. Een wooncoöperatie doorloopt, anders dan een projectontwikkelaar, maar één keer het proces en begeleiding is cruciaal om tot succesvolle initiatieven te komen. Erkent de wethouder dit en kan hij toezeggen dat dit nadrukkelijk onderdeel is van het raadsvoorstel dat de commissie nog krijgt? Een ander bekend probleem is de financiering. Kan de gemeente hier ook iets betekenen door b.v. een garantstelling of een garantstellingfonds in te stellen of, zoals in Amsterdam, door een stimuleringsregeling? Hij vraagt om een reactie van de wethouder over wat de gemeente op dit punt kan doen. De heer Zwanenberg (GL) brengt naar voren da GL al lang voorstander is van wooncoöperaties. Er werd al vermeld dat GL in 2021 samen met de CU een initiatiefvoorstel hiervoor in heeft gediend. Het is een niche, zoals het college het noemt, maar dan wel een niche die goed bij Utrecht past en zorgt voor langjarige betaalbaarheid van woningen.
Daarom ziet GL die niche graag groter worden in Utrecht. Zijn fractie meent echter ook dat het niet snel genoeg gaat, al ziet zij gelukkig wel dat het college vaart wil maken en ook scherp ziet wat veel voorkomende obstakels zijn. Inmiddels zijn er een gemeentelijk steunpunt en een gemeentelijk aanspreekpunt. Spreker denkt dat college en raad echt wel een gezamenlijk doel hebben en scherp hebben wat er moet gebeuren, bijvoorbeeld het weghalen van administratieve en procedurele hobbels. GL denkt dat het goed is om ook te kijken naar het erfpachtbeleid en naar de financieringsconstructies die wooncoöperaties helpen, waaronder het grondbeleid. Daarom ziet GL uit naar de verdere uitwerking van het actieplan zodat Utrecht straks veel meer wooncorporaties heeft. Zijn fractie had dat actieplan liever eerder gehad dan dit debat, maar zijn fractie heeft het natuurlijk niet geagendeerd. De voorzitter vraagt de heer Dijkstra drie verschillende vragen te stellen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) denkt dat dat zeker lukt. Hij heeft daarnet vier toezeggingen van de wethouder gevraagd. Zijn vraag aan GL is of GL deze vier gevraagde toezeggingen steunt, waaronder die ongelijke behandeling bij de erfpachtvoorwaarden.