CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2024.04.11 Conceptverslag commissie EDVW

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 23 mei 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen49.919 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

5

Verslag openbare ochtendvergadering commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen

10

Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag

11 april 2024 Stadhuisbrug 1, Utrecht C. de Bouter (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen 15

20

25

30

35

De voorzitter, dhr. C. Bos, de wethouders mw. S. Schilderman en dhr. D. de Vries, de commissiegriffier mw. M. de Vos, de leden dhr. J. Cornielje (PvdA), dhr. G. Dijkstra (EenUtrecht), dhr. H. Dijkstra (CDA), mw. R. Heijne (GL), dhr. G. te Hoonte (VVD), mw. I. Hornsveld (GL), mw. R. Leever (PvdA), mw. T. Meerding (VVD), het lid M. Minnaert (BIJ1), mw. X. Minnaert (PvdD), dhr. L. van Straalen (CU), dhr. N. Temming (Stadsbelang Utrecht), dhr. M. Usta (DENK), dhr. J. Vasters (D66), mw. B. van der Wilt (D66), mw. J. Zwinkels (CDA)

Verslag commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 1. Opening………………………………………………………………………………………….2 2. Vaststellen van de agenda van 11 april 2024…………………………………………….. ...2 3. Vaststellen van ingekomen agenderingen……………………………………………………2 3.1 Raadsvoorstel Wijziging Huisvestingsverordening gemeente Utrecht……………………2 3.2 Raadsinformatiebijeenkomst Trillingen door elektrische bussen………………………….2 3.3 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven………………..3 4. Verslagen Conceptverslag vergadering 14 maart 2024……………………………………………….3 5. Toezeggingen/moties…………………………………………………………………………3 6. Ingekomen stukken…………………………………………………………………………...3 7. Raadsvoorstel Zienswijze programma- en productbegroting Afvalverwijdering Utrecht (AVU) 2025 en begrotingswijziging 2024……………………………………………..3 8. Raadsbrief emissie-loos gemeentelijk voer- en vaartuigenpark…………………………5 9. SV 2023 nr. 230 Waar blijven de toegankelijke woonzorgwoningen?………………….12 10. Echt werk maken van Utrechtse wooncoöperatieven……………………………………24 Lijst van toezeggingen……………………………………………………………………………29 Pagina 1 van 72

Gele arcering op p. 13

1. Opening 5

De voorzitter opent de vergadering om 10.00 uur. Hij deelt mee dat het avonddeel van de vergadering om 19.30 uur begint. Maar het zou mooi zijn als de commissie de vaart erin houdt zodat vanavond niet hoeft te worden vergaderd. Mevrouw Passier (VOLT) deel mee dat zij door haar werkzaamheden niet aanwezig kan zijn bij het avonddeel van de vergadering.

2. Vaststellen van de agenda van 11 april 2024 10

15

20

De voorzitter geeft aan dat aan de agenda een spoeddebat is toegevoegd over de raadsbrief Overvecht-Noord aardgasvrij. Hij stelt vast dat iedereen akkoord gaat met de agenda. Deze is daarmee vastgesteld. Het is een volle agenda, maar de ambitie is toch wel de vergadering in de middag af te ronden. Daarom verzoekt spreker de leden om binnen hun spreektijd te blijven. De heer Te Hoonte (VVD) heeft een punt van orde. De voorzitter zegt dat de commissie niet het hele middagdeel nodig heeft, maar volgens spreker is voor het debat over Rijnenburg drie uur gepland en twee uur voor het debat over de warmteperikelen. Als de commissieleden elkaar opjagen om geen avondvergadering te hebben, doet dat geen recht aan de net vastgestelde agenda. Het lijkt hem goed dat iedereen ermee rekening houdt dat er een avonddeel is. De voorzitter meent dat de heer Te Hoonte gelijk heeft. Deze moet echter zijn opmerking zien als een aansporing, niet als een vorm van opjagen. Het woord ‘opjagen’ heeft hij ook niet gebruikt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) dacht dat de avondvergadering zou beginnen om 20.000 uur, maar hij begrijpt dat het 19.30 uur wordt.

3. Vaststellen van ingekomen agenderingen 25

30

35

40

3.1 Raadsvoorstel Wijziging Huisvestingsverordening gemeente Utrecht De voorzitter geeft aan dat het voortel is dit onderwerp te agenderen voor de commissievergadering van 23 mei 2024 met een behandeltijd van 90 minuten. Hij stelt vast dat de commissie hiermee akkoord gaat.

3.2 Raadsinformatiebijeenkomst Trillingen door elektrische bussen De voorzitter deelt mee dat wordt voorgesteld dit punt te agenderen voor een RIB (raadsinformatiebijeenkomst) van 60 minuten op de eventuele RIB-avond van 14 mei 2024 met uitnodiging voor de leden van de commissie MGOR (Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte) en wethouder Van Hooijdonk. De heer Te Hoonte (VVD) neemt aan dat de hoofdinvalshoek de portefeuille geluid, trillingen en milieu is en niet mobiliteit. De voorzitter bevestigt dit. Het wordt dus 60 minuten. Hij stelt vast dat de commissie hiermee instemt.

3.3 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven De voorzitter stelt vast dat er geen voorstellen zijn voor een andere RIB of commissievergadering.

Pagina 2 van 72

4. Verslagen, concept-verslag vergadering commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 14 maart 2024 De voorzitter merkt op dat de griffie geen tekstuele opmerkingen over het verslag heeft ontvangen. Iedereen gaat akkoord. Het verslag is vastgesteld. 5

5. Toezeggingen/moties De voorzitter ziet dat er ook hierover geen opmerkingen zijn. Daarmee is deze lijst vastgesteld.

6. Ingekomen stukken De voorzitter deelt mee dat er geen ingekomen stukken zijn. 10

Wethouder Schilderman is een mededeling vergeten. Wethouder Voortman is ook uitgenodigd bij agendapunt 8, maar zij zal helaas niet aanwezig zijn. Het is niet primair haar portefeuille, maar belangrijker is dat zij keelontsteking heeft. Wethouder De Vries is er wel. De voorzitter constateert dat dit wel ontzettend laat is aangegeven. Het is wel niet haar portefeuille, maar zij is hiervoor wel expliciet uitgenodigd.

15

Wethouder Schilderman begrijpt dat. Zij heeft wethouder Voortman gisteren gesproken, toen kon zij al bijna niet spreken. Zij vermoedt dat dat vandaag helemaal niet meer gaat. De voorzitter meent dat wethouder Voortman dat gisteren had kunnen meedelen.

20

De heer Te Hoonte (VVD) moet even bij zijn woordvoerder checken van wie die behoefte kwam en of zijn fractie die behoefte had. Het was handig geweest dat bij het vaststellen van de agenda te weten. De andere overweging is om het uit te stellen. Daar is hij op zich niet voor, maar nu moet iedereen ruggenspraak plegen.

7. Raadsvoorstel Zienswijze programma- en productbegroting Afvalverwijdering Utrecht (AVU) 2025 en begrotingswijziging 2024 25

30

35

40

45

De voorzitter deelt mee dat de raad de ontwerpbegrotingswijziging 2024 en de ontwerpbegroting 2025 van de gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht (AVU) heeft ontvangen. De AVU stelt de raad in de gelegenheid voor 15 mei 2024 hierop te reageren met een zienswijze. De bespreking vindt plaats in twee termijnen, de behandeltijd is 15 minuten. De heer Vasters (D66) brengt naar voren dat D66 akkoord gaat met de zienswijze. Hij heeft nog wel een vraag aan het college over de lachgasproblematiek. Er lijkt in elk geval op korte termijn geen landelijke inzamelingsregeling te komen. Dat betekent dat extra-kosten voor controleren en verwerken van die lachgascilinders door de gemeenten zullen moeten worden gedragen. Zijn fractie is benieuwd of de wethouder een (grove) indicatie kan geven van wat dat zal betekenen voor de afvalstoffenheffing. Hoeveel gaat die omhoog voor een gemiddeld Utrechts gezin? Mevrouw Minnaert (PvdD) kan kort zijn over dit voorstel. De PvdD ziet liever dat de oorzaak van het probleem wordt aangepakt en dat lachgascilinders op een andere manier ingeleverd kunnen worden zodat er minder kans is op explosies. Haar fractie heeft meermaals gepleit voor een gedoog-ophaalpunt waar mensen anoniem lege cilinders kunnen inleveren.

De PvdD ziet graag terug in het raadsvoorstel en in de zienswijze voor de AVU dat deze lachgascilinders anoniem kunnen worden ingeleverd. Kan de wethouder toezeggen dit toe te zullen voegen? Verder vindt de PvdD het natuurlijk goed om rekening te houden met eventuele schade door explosies. Haar fractie is niet per se tegen die lijn, maar ziet liever een echte oplossing. De voorzitter schorst de vergadering om 10.10 uur en heropent deze om 10.13 uur.

Pagina 3 van 72

5

10

Wethouder Schilderman gaat in op de opmerking van D66 over de lachgascilinders. Er zijn nog allerlei gedachten in ontwikkeling over hoe om te gaan met deze cilinders. Nagedacht wordt over de vraag of uiteindelijk een inzamelingssysteem niet beter zou zijn of dat ze bijvoorbeeld in de nascheidingsfase beter uit het afval kunnen worden gehaald zodat de problematiek niet ontstaat. Een eerste grove schatting van de verhoging van de heffing is 1 à 2 euro. De PvdD vraagt naar het anoniem inleveren van lachgascilinders. Dat kan nu ook al op de Utrechtse afvalscheidingsstations. De AVU is echter een samenwerkingsverband dat zich alleen met de contractering van het afval bezighoudt. Het college zal dus niet voorstellen om dit toe te voegen aan de zienswijze, maar op dit moment kan iemand al anoniem lachgascilinders inleveren. Mevrouw Minnaert (PvdD) vraagt of de wethouder mogelijkheden ziet om andere gemeenten aan te sporen om dit te doen, bijvoorbeeld via de AVU.

15

Wethouder Schilderman denkt dat de AVU daar niet echt het middel voor is. Maar het thema lachgascilinders staat zeer zeker op de agenda. Overigens heeft het college niet het idee dat het anoniem in kunnen leveren per se de oplossing is. Dat kan nu ook al en toch komen die cilinders nog steeds terecht in het restafval.

20

De voorzitter stelt vast dat er geen onbeantwoorde vragen zijn en gaat over tot de tweede termijn.

25

30

35

40

De heer Dijkstra (CDA) ziet dat de gemeente in de zienswijzebrief de AVU vraagt welke taken zij kan afschalen of beëindigen in het kader van de bezuinigingen. Het CDA vindt het wel gemakkelijk om dat zo te doen. Moet de gemeente hierin niet meer richting geven? De heer Usta (DENK) vraagt de wethouder of de mensen die lachgascilinders komen terugbrengen niet kunnen worden beloond met een vergoeding, zodat het niet opgeruimd hoeft te worden. Hij vergelijkt het met statiegeld bij flessen. Wethouder Schilderman denkt dat het CDA eigenlijk vraagt naar de uitdagingen voor 2026. Op dit moment vraagt het college aan alle gemeenschappelijke regelingen waaraan de gemeente deelneemt op ongeveer dezelfde wijze om opties in kaart te brengen. Het college heeft voorgesteld om daarvoor niet vooraf een richting aan te geven, ook omdat het vanuit alle gemeenten eigenlijk dezelfde algemene opdracht zou willen laten geven zodat per gemeenschappelijke regeling kan worden bekeken wat mogelijk de opties zijn. Zij kan zich voorstellen dat dat voor elke gemeenschappelijke regeling heel anders kan zijn. Bij de AVU werken maar ongeveer drie mensen, bij de GGD ligt dat heel anders. Dat moment van richting geven komt echter wel degelijk. DENK stelt een vraag over het inleveren van lachgascilinders. Die vraag is eerder al eens gesteld door D66.

Amsterdam heeft dat een tijdje geprobeerd, maar het bleek dat dat niet het gewenste effect had. Het bedrag dat moet worden gegeven moet erg hoog zijn, wil het enig effect hebben. Verder moet een gemeente dat zelf betalen of de producent zou moeten worden verplicht om van tevoren dat statiegeld op de aanlevering van die cilinders zelf te zetten. Dat gebeurt op dit moment niet en daarom ziet het college daar nu geen oplossing in.

45

De heer Dijkstra (CDA) vindt het fijn dat de wethouder aangeeft dat dat moment van richting wel komt. Kan zij meer specifiek aangeven wanneer de raad dat kan verwachten?

50

Wethouder Schilderman antwoordt dat Utrecht met een groot aantal gemeenten heeft afgesproken dit aan alle gemeenschappelijke regelingen te vragen bij het in kaart brengen van zaken voor 2026. Die vragen worden nu gesteld. Zij verwacht dat het college daar later dit jaar of tegen het einde van dit jaar meer over zal weten. Zij komt er in ieder geval op terug bij de Voorjaarsnota. Het is een lijn waarin op wat langere termijn besparingen zouden kunnen zitten.

55

De voorzitter denkt dat de commissie klaar is met dit punt. Dit voorstel gaat als A-punt naar de raad van 25 april. Er zijn geen toezeggingen, wel antwoorden.

8. Raadsbrief emissie-loos gemeentelijk voer- en vaartuigenpark De voorzitter deelt mee dat de behandeltijd 45 minuten is en dat er één termijn is. De agenderende fracties willen graag in debat. Zij zijn benieuwd naar het tempo van verduurzaming. Pagina 4 van 72

5

10

15

20

25

30

35

De heer Te Hoonte (VVD) signaleert onrust onder de ondernemers over de zero-emissiezone en het emissie-loos vervoer in de binnenstad. De VVD kan dat begrijpen. Elektrische voertuigen zijn immers niet goedkoop en zeker voor ondernemers die zelden in het centrum hoeven te zijn zal omschakelen vaak een lastige keuze zijn. Toch vraagt de gemeente dat aan ondernemers in deze stad en dat betekent dat de gemeente dan ook voorop moet lopen door het goede voorbeeld te geven. Na het lezen van de geagendeerde brief betwijfelt zijn fractie of de gemeente zelf die ambitie heel sterk heeft. Als in 2023 wordt gesteld dat het doel voor 2030 niet wordt gehaald, vindt zijn fractie dat wat te vroeg. In het stuk staat: “We gaan de emissiezone halen, maar niet helemaal”. Er staat altijd wel een bijwoordje bij als kanttekening. De gemeente moet focussen op zero-emissie en moet zichzelf een hoger doel stellen dan zij oplegt aan ondernemers en zou ook moeten inzetten op zero-missie in andere delen van de stad voor zichzelf. Zijn fractie ziet dat niet, zij ziet dat toch nog uitzonderingen worden gemaakt voor het gemeentelijk wagenpark. De VVD wil eigenlijk weten waarom dat gebeurt en of de gemeente niet meer zou kunnen vervangen dan in de brief staat. Ook denkt zijn fractie dat er meer kansen zijn voor waterstof dan die welke de gemeente nu lijkt te grijpen.

Een van de aannemers die veel voor de gemeente doet in de openbare ruimte heeft een volledig waterstof-wagenpark dat vanuit Nieuwegein wordt ingezet, terwijl de gemeente zelf die stap niet zet. Waarom werkt de gemeente niet samen met zo’n partij om te kijken of het eigen wagen[park ook niet kan worden voorzien van waterstof? De VVD vraagt het college de toezegging dat er een tandje meer wordt gedaan en dat de gemeente nastreeft dat zij zelf volledig voldoet aan de eisen van de zero-emissiezone. Ook vraagt zijn fractie de toezegging dat, als de gemeente zichzelf uitzonderingen verleent, die ook aan ondernemers worden verleend. Mevrouw Heijne (GL) vindt de oproep dat de uitzonderingen voor de gemeente ook moeten gelden voor de ondernemers een goede oproep. Volgens haar is het nu echter zelfs andersom. Hoe kijkt de heer Te Hoonte daartegenaan? Er zijn voor ondernemers behoorlijk wat uitzonderingen gemaakt. Toen zij die zag vroeg zij zich af wat de gemeente eigenlijk doet aan emissie-loos. De gemeente moet ambitieus blijven en moet tenminste binnen de vrijstellingen blijven die nu voor ondernemers gelden. De heer Te Hoonte (VVD) denkt daar bij dit dossier anders over. Het is eigenlijk een doorlopend thema van deze dag dat de gemeente soms wel echt iets roomser voor zichzelf mag zijn dan voor anderen. Hij meent dat de gemeente hierin het voorbeeld moet geven.

Hij ziet de complexiteit rond de werven en het gewicht. Daar lopen ondernemers ook tegenaan. De gemeente zou heel goed kunnen zeggen dat zij dat daar dan niet doet, maar zij zou elders een extra elektrische bestelbus in kunnen zetten. De gemeente kan dat gewoon doen, ondernemers kost dat geld. Hij meent dat dat de maatstaf moet blijven. Mevrouw Heijne (GL) stelt dat haar fractie absoluut de opvatting deelt dat de gemeente ambitieuzer mag zijn voor zichzelf, ook vanwege de voorbeeldfunctie. Tegelijkertijd is het goed voor ogen te houden wat mogelijk is. Kraantrechters zijn gewoon niet te krijgen. Hoe denkt de heer Te Hoonte dat dan op te lossen?

40

45

50

55

De heer Te Hoonte (VVD) ziet bij de gemeente heel veel de reactie dat dingen niet mogelijk zijn. Dat is ook het geval bij de vuilniswagens. In Utrecht kon dat niet, maar in andere steden rijden ze wel. In doelstellingen ziet hij allemaal komma’s en ‘maren’, terwijl andere gemeenten zeggen dat zij dat gewoon gaan regelen. Deze gemeente doet alsof zij de duurzaamste stad van Nederland is. Dat doet zij ook door heel veel regels aan anderen op te leggen. Maar als het op de gemeente zelf aankomt, dan blijft het een beetje bij vegetarische en veganistische broodjes. Dan durft de gemeente niet door te pakken bij de dossiers waar zij echt impact kan hebben. De heer Vasters (D66) merkt op dat Utrecht vaak wordt gezien als koploper bij de ontwikkeling van een duurzaam mobiliteitssysteem. Dat geldt zowel voor de aandacht voor de fiets als alternatief voor de auto, maar ook voor het inzetten op voertuigen met en lage emissie of een zero-emissie. Daarnaast is de gemeente hard bezig om haar eigen vervoer- en vaartuigenpark volledig emissie-loos te maken. D66 steunt dit streven van harte en heeft begrip voor de uitdagingen die gepaard gaan met het voorop lopen. Zoals daarnet al is gezegd, zijn externe leveranciers lastig te vinden en voor sommige voertuigen, zoals zwaar materieel, zijn nog geen zero-emissie opties beschikbaar. Ook mist de gemeente nog laadapparatuur en laadcapaciteit.

Daarom moet de gemeente keuzes maken. D66 is erg blij met de verwachting dat alle lichte Pagina 5 van 72

bedrijfsvoertuigen, het materieel dat in de zero-emissiezone wordt gebruikt en alle vaartuigen in 2025 emissie-loos zullen zijn. Omdat het voor sommige zwaardere voertuigen moeilijk wordt in 2030 over te gaan lijkt een 100% emissie-loos wagenpark niet realistisch. 5

10

De heer Te Hoonte (VVD) vraagt waarom het voor zwaar materieel lastig zou zijn, als partners die voor de gemeente werken het wel voor elkaar krijgen. Zit het dan in het materieel of zit het in de manier waarop de gemeente dingen doet? De heer Vasters (D66) noemt als voorbeeld de vrachtwagens die worden gebruikt voor het optillen van ondergrondse containers. Die gebruiken erg veel energie en die opties zijn er nog niet. In dat soort gevallen kan een uitzondering worden gemaakt voor de gemeente. Dat is heel praktisch. De heer Te Hoonte (VVD) denkt dat het dan ook heel praktisch is dat de gemeente in de zeroemissiezone die ondergrondse containers nauwelijks heeft. Dan zou het daar geen enkel probleem zijn om zich aan de regels te houden.

15

20

25

30

35

De heer Vasters (D66) merkt op dat het niet alleen om de zero-emissiezone gaat. Uiteindelijk wil de raad naar 100% emissie-loos voor de hele gemeente en voor alle voertuigen. In dat soort gevallen kunnen uitzonderingen worden gemaakt. Hij zegt wel expliciet dat het uitzonderingen zijn. Er is een streven te komen tot 95% emissie-loos. Dat leest hij in elk geval in de brief. Dat is dicht bij die 100% en het is logisch daarop in te zetten. Spreker vraagt de wethouder naar de definitie van die 95%: is het 95% van alle emissies of 95% van het wagenpark? De heer Van Straalen (CU) leest in de brief dat die kraantrechtercombinaties nog niet in de aantallen beschikbaar zijn die de gemeente nodig heeft. Is D66 het wel met de CU eens dat, als die voertuigen er in beperkte mate wel zijn, de gemeente een aantal aanschaft, alleen al om ermee te experimenteren en ze voor pilots te gebruiken? De heer Vasters (D66) denkt dat het goed is om te kijken waar dat soort voertuigen alvast kan worden ingezet. Het is natuurlijk wel de vraag wat de kosten zijn. Als het heel duur is om allerlei apparaten aan te schaffen, dan weet hij niet of de gemeente niet beter een jaartje kan wachten. Maar in principe is hij het met de CU eens. De heer Te Hoonte (VVD) wijst erop dat de gemeente wel een jaartje kan willen wachten, maar dat zij ook een zero-emissiezone heeft ingesteld.

De ruimte die de heer Vasters noemt heeft de gemeente eigenlijk niet. Als de gemeente een zone instelt, zou zij er dan niet naar moeten streven om in elk geval zelf die ruimte niet te nemen? De heer Vasters (D66) denkt dat de gedachten van VVD en D66 niet zo erg veel uit elkaar liggen. Het college zegt dat het ernaar streeft om aan die eisen te voldoen, maar dat het daar waar het praktisch niet kan omdat het materieel er niet is een uitzondering maakt. Het streven blijft 100%. Als hij hiernaar kijkt, vindt hij 95% in 2030 een logische gedachte. De heer Te Hoonte (VVD) heeft een punt van orde. Hij vraagt of hij nog een vervolginterruptie mag plaatsen.

40

De voorzitter stelt vast dat de heer Te Hoonte eigenlijk drie vragen heeft gesteld over hetzelfde onderwerp. Na een tussenzin van de heer Vasters heeft hij nogmaals een interruptie geplaatst. Vanuit dat perspectief zegt spreker dat de heer Te Hoonte drie interrupties heeft gehad. Volgens de heer Te Hoonte (VVD) is 1 + 1 nog steeds 2. De voorzitter geeft aan dat de heer Te Hoonte drie interrupties heeft gehad. Hij kan dat in het verslag nazien.

45

De heer Dijkstra (CDA) merkt op dat het hier gaat over de vraag of de gemeente voertuigen kan aanschaffen. De heer Vasters zegt dat dat soms erg duur is. Dat was ook het geval bij de aankoop van elektrische veegwagens. Die zijn twee keer zo duur als dieselvoertuigen die ook steeds beter worden. De tweede vraag is of die voertuigen in de markt beschikbaar zijn. Hij wil die twee zaken Pagina 6 van 72

scheiden. Sommige dingen zijn gewoon nog niet beschikbaar. Dat moet de gemeente in de gaten houden en zij moet de markt daarbij helpen. Maar hoe ziet de heer Vasters dit bij dingen die al wel beschikbaar zijn, maar vreselijk duur zijn? Moet de gemeente dan het dubbele betalen? 5

10

De heer Vasters (D66) vindt dit een goede vraag. In de brief leest hij ook dat ervan wordt uitgegaan dat de gemeente hieraan veel meer geld moet uitgeven. Die verdubbeling zit er al bijna in. De gemeente vraagt dit in die zero-emissiezone van de ondernemers. Spreker is het met de VVD eens dat de gemeente dan het goede voorbeeld moet geven. In reactie op de vraag van de CU ging het meer over het geval van iets dat echt helemaal nieuw is en dat misschien drie tot vier keer zo duur is. Dan moet de gemeente goed nadenken of zij dat wel gaat doen. De heer Te Hoonte (VVD)heeft een punt van orde. Hij ziet dat de wethouder de voorzitter aanmoedigt in de manier waarop hij nu voorzit. De voorzitter merkt op dat wethouder vraagt hoe het met hem gaat. De heer Te Hoonte haalt iets in zijn hoofd dat niet plaatsvindt. Hij gaat door met het inhoudelijke debat.

15

20

25

30

35

40

45

50

De heer Vasters (D66) brengt naar voren dat D66 het belangrijk vindt dat Utrecht samen met andere gemeenten het goede voorbeeld blijft geven. In de brief wordt een voorbeeld uit Rotterdam aangehaald, maar het wordt niet duidelijk hoe nu precies wordt samengewerkt met die andere gemeenten. Juist op dit terrein is er veel winst te halen met een sterke samenwerking tussen onder andere de G4-gemeenten, bijvoorbeeld bij het opstellen van eisen voor nieuwe voertuigen of bij gemeenschappelijk aanbesteden. Kan de wethouder toelichten hoe dat nu gebeurt en of zij mogelijkheden ziet om dat in de toekomst te versterken? Als spreker het goed begrijpt, komen er oplaadpunten voor gemeentelijke boten. Kunnen de ontwerpers het dan zo regelen dat die aansluitingen ook beschikbaar komen voor de vele particuliere bootjes? D66 steunt de stevige ambities van de gemeente en kent ook de uitdagingen. Zijn fractie heeft ook begrip voor de richting die in de raadsbrief wordt aangegeven en hoopt dat Utrecht ook in de komende jaren gezien wordt als voorbeeld voor andere gemeenten. Mevrouw Heijne (GL) geeft aan dat ook GL vindt dat de gemeente hier een voorbeeldfunctie heeft. Daarom vindt haar fractie het belangrijk dat die ambities groot blijven en dat uitzonderingen alleen worden gemaakt, als het echt niet haalbaar is. GL leest dat het college de ontwikkeling van emissie-loos materieel blijft volgen.

GL zou daarin graag een wat actievere houding willen zien met meer stimuleren, meer uitdagen en mogelijk met zaken die de heer Vasters daarnet noemde over de samenwerking met andere gemeenten. Zij vraagt een reactie op dit punt. Zij merkte al op dat voor de emissie-loze zone een overgangsregeling geldt voor ondernemers en het mkb. Zij vindt die regeling vrij soepel, maar misschien sluit die aan bij de realiteit. Zij vraagt het college wel om er echt voor te zorgen dat de gemeente in elk geval met haar uitzonderingen binnen die uitzonderingen blijft, maar eigenlijk toch wel een tandje meer blijft doen: een uitzondering alleen, als het echt niet kan en anders gewoon gaan! De heer Cornielje (PvdA) vervangt in dit debat de heer Talhaoui. Het opladen van elektrische wagens dient niet te gebeuren tijdens de spitsuren. De gemeente moet zelf het goede voorbeeld geven hoe hiermee moet worden omgegaan, ook in een tijd van netcongestie. Het principe ‘voor elektrisch, tenzij het echt niet anders kan’ is voor de PvdA redelijk, zeker gezien de uitdaging op het gebied van het vervangen van zware voertuigen met specifiek gemeentelijke taken. Elektrische voertuigen zijn twee à drie keer duurder dan fossiele voertuigen, zelfs zonder de nodige investeringen in laadinfrastructuur, opleiding van personeel, etc.

In deze financieel onzekere tijden vindt zijn fractie het gerechtvaardigd om nogmaals goed te kijken naar welke investeringen de gemeente doet, met het kostenplaatje in het achterhoofd. De PvdA steunt dan ook de lijn van het college. Ook het personeel zal te maken krijgen met grote veranderingen in het materieel. Hoe wordt het personeel hierin meegenomen en in welke mate worden zijn ervaringen en ideeën afgewogen tegen de aankoopbesluiten? Spreker denkt dan bijvoorbeeld aan de afvalwagens die door het personeel te klein werden bevonden. De heer Te Hoonte (VVD) is benieuwd of de PvdA ziet dat ook voor ondernemers die investeringen heel lastig en zwaar zijn nu nog niet alles beschikbaar is. Vindt de heer Cornielje dan ook dat die niet hoeven te ‘verschonen’? Pagina 7 van 72

De heer Cornielje )PvdA) antwoordt dat er natuurlijk ook voor ondernemers uitdagingen in zitten, maar dat op dit moment de gemeente zware bezuinigingen vanuit het Rijk te verwerken krijgt. Dan vindt hij het ook gerechtvaardigd dat de gemeente op verantwoorde wijze naar haar uitgaven kijkt. 5

10

De heer Te Hoonte (VVD) wijst erop dat ook bedrijven vaak te maken hebben met bezuinigingen. Hij denkt niet dat de gemeente dan zegt dat een bedrijf zich dan niet aan de regels hoeft te houden. Hij begrijpt niet waarom voor de gemeente andere regels gelden dan voor een ondernemer. De heer Cornielje (PvdA) merkt op dat er, zoals al eerder gesteld, ook uitzonderingen voor ondernemers zijn. Vanuit het kabinet komen er enorme bezuinigingen voor de gemeente. Dan kan de gemeente wel met geld gaan strooien, maar dat vindt hij onverantwoordelijk financieel beleid. De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat er vanuit het kabinet niet wordt bezuinigd op emissie-loos vervoer. Het lijkt hem dus pure nonsens dat de gemeente daar iets mee moet doen. Maar hij begrijpt dat de PvdA gewoon weer alle lasten bij de ondernemers wil neerleggen en dat het niet uitmaakt wat de gemeente zelf doet.

15

20

De heer Cornielje (PvdA) erkent dat er niet wordt bezuinigd op emissie-loos vervoer. Maar er wordt wel enorm bezuinigd door het Rijk, ook door de partij van de heer Te Hoonte, op .de gemeenten. Heel veel gemeenten hebben daar problemen mee. Dan moet een gemeente op verantwoordelijke wijze met haar budget omgaan en dat is wat hij nu voorstelt. De heer Dijkstra (CDA) vindt verantwoordelijk met het budget omgaan altijd een goede zaak. De vraag is dan wel of de PvdA vindt dat Utrecht nog koploper moet blijven of dat de gemeente nu al moet erkennen dat Utrecht geen koploper is op het gebied van emissie-loze wagenparken. De heer Cornielje (PvdA) meent dat de gemeente alles moet doen wat mogelijk is, of dat nu wel of niet koplopen is. De lijn ‘elektrisch, tenzij het echt niet anders kan’ vindt de PvdA een heel redelijke lijn.

25

30

De heer Dijkstra (CDA) vindt dat wel wat vreemd: alles doen wat mogelijk is, maar wel voor zover het financieel mogelijk is. Hij vraagt de PvdA of Utrecht koploper blijft voor energie of dat de gemeente gaat kijken naar haar portemonnee en geld uitgeeft voor de dingen die zij ook belangrijk vindt. De heer Cornielje (PvdA) meent dat dan toch altijd een afweging moet worden gemaakt. Met het woord koploper heeft hij niet zoveel. Hij vindt dat de gemeente alles moet doen wat binnen de financiële mogelijkheden van de gemeente ligt. De heer Dijkstra (CDA) stelt dan vast dat er in elk geval één coalitiepartij is die het niet zo belangrijk vindt om koploper te zijn. Hij is benieuwd hoe de rest daarnaar kijkt.

35

De heer Cornielje (PvdA) vindt dat de gemeente echt alles moet doen. Duurzaamheid vindt de PvdA superbelangrijk, maar zijn fractie is niet voor onverantwoord met geld smijten. De heer Van Straalen (CU) probeert het goed te begrijpen. Hij hoort de PvdA zeggen dat de gemeente het goede voorbeeld moet geven. Vindt de PvdA dan dat ontheffingen alleen moeten worden gegeven, als het echt niet anders kan, maar dat die grote ambitie wel moet worden behouden? Of is dit een reden om als gemeente die ambitie te verzwakken?

40

45

De heer Cornielje (PvdA) herhaalt dat de lijn ‘elektrisch, tenzij’ de lijn is die de gemeente volgens zijn fractie moet volgen. Dat goede voorbeeld waar de heer Van Straalen over spreekt ging ook over het laden bij netcongestie. Daar kan de gemeente op een eenvoudige manier het goede voorbeeld geven. De heer Van Straalen (CU) stelt dat een gezonde lucht essentieel is bij het creëren van een gezonde stad. Om die gezonde lucht te realiseren moet de gemeente ervoor zorgen dat uiteindelijk de voertuigen emissie-loos zijn. Als de gemeente dat van anderen vraagt, moet zij zelf ook het goede voorbeeld geven. Wat de ontheffingen betreft sluit de CU zich aan hij het standpunt Pagina 8 van 72

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

van GL, er mag niet een gemakkelijke uitweg zijn om de eigen ambities te verzwakken. Zodra onmogelijkheden verholpen zijn, moet die ontheffing ook worden opgeheven. Ziet de wethouder dat ook zo en wordt het ontheffingenbeleid ook op die manier vormgegeven? De gemeente heeft ook een aantal nicheproducten waarvoor geen emissie-loze opties beschikbaar zijn in de benodigde aantallen. Dat de gemeente dan niet alle voertuigen van dit soort kan vervangen is begrijpelijk. Maar op het lijstje staat nu bijvoorbeeld nul emissie-loze kraantrechtercombinaties kopen, maar wel zes dieselvarianten. Dan vraagt hij zich wel af of die emissie-lozen varianten helemaal niet beschikbaar zijn en, als die er in beperkte aantallen zijn, waarom de gemeente die dan niet aanschaft om ermee te experimenteren. Netcongestie is ook hier een uitdaging. Spreker vraagt of de gemeente hier proactief aan werkt, bijvoorbeeld met een routekaart van de benodigde laadinfrastructuur. Ook vraagt hij de wethouder of de gemeente hierover in gesprek is met Stedin.

Deelt de gemeente lessen en mogelijke oplossingen op dit gebied met andere partijen die hier ook mee te maken hebben? De heer Dijkstra (CDA) brengt naar voeren dat het CDA het net als de VVD het allerbelangrijkste vindt dat de gemeente in het emissie-loze vervoer het goede voorbeeld geeft en dat de gemeente dus aan bedrijven geen hogere eisen stelt dan zij zelf waarmaakt. Ten aanzien van de praktische uitdagingen die het college schetst maakt zijn fractie zich de meeste zorgen over de laadcapaciteit. De CU sprak daarnet al over die laadinfrastructuur. Veegwagens worden in de stad voortdurend ingezet. Mocht de gemeente over enkele jaren nieuwe varianten daarvan inkopen die elektrisch zijn, kunnen die dan tegelijkertijd worden opgeladen bij Stadsbedrijven Utrecht? Hij heeft wel eens gehoord dat daarvoor een kleine kerncentrale nodig zou zijn. Hij is benieuwd, misschien kan daar later een debat over worden gevoerd. Verder vraagt hij hoe de efficiëntie wordt vergroot in de stadsdistributie. Hoe stimuleert de gemeente dat bedrijven samenwerken zodat het aantal vervoersbewegingen omlaag gaat? Doet de gemeente daar iets aan? Hij ziet GL zuchten. Hij was het helemaal eens met de vraag van GL of de gemeente alleen iets gaat volgen of ook werkelijk iets gaat doen.

Misschien kan dit worden geconcretiseerd door jaarlijks iets te organiseren voor producenten om vast te stellen hoever de markt op dat ogenblik is. Dan zou de gemeente ook haar aanbestedingen handig kunnen timen. Zou dat geen goed idee zijn? Mevrouw Heijne (GL) heeft een punt van orde. De heer Dijkstra zag het heel goed. Zij excuseert zich. Zij zal proberen haar non-verbale communicatie iets meer in toom te houden. Maar zij wil reageren omdat zij het betoog wel erg breed vindt. Er is een brief geagendeerd over een emissieloos wagenpark van de gemeente en er is een andere brief geweest over uitzonderingen en ondernemers. Als de commissie dat wil bespreken, zou zij dat apart willen agenderen. Zij zou het vandaag alleen over de gemeente willen hebben. De voorzitter ziet nog geen instemmend geknik van de commissie, maar hij kan zich voortellen dat de commissie zich daaraan wel wil houden. Non-verbale communicatie heeft overigens ook haar charme. De heer Dijkstra (CDA) begrijpt wat mevrouw Heijne zegt. Misschien kan de commissie een korte reactie krijgen van de wethouder. Hij begrijpt ook dat hij zich bij het onderwerp moet houden. Spreker las in een artikeltje dat wethouder Oosters verwacht dat er minder vervoersbewegingen komen in de binnenstad. Dat is in lijn met de opmerking van mevrouw Heijne dat het buiten de gemeente zelf om gaat.

Wethouder Oosters dacht dat de goederenstromen meer gebundeld zullen worden. Dan komt de vraag op of dat echt gaat gebeuren, misschien is dat iets voor later. Mevrouw Minnaert (PvdD) houdt het kort. Bij de PvdD gingen de wenkbrauwen omhoog toen deze fractie las dat de gemeente zeventien voertuigen met fossiele brandstof heeft aangeschaft. Dat lijkt de PvdD niet de bedoeling. De klimaatcrisis vraagt om een stevige aanpak en het terugdringen van uitstoot. De gemeente moet het goede voorbeeld geven en zorgen voor een gezonde leefomgeving voor mens en dier. Zoals het college zelf aangeeft, betekent dat schone lucht en emissie-loos rijden. Wat de PvdD betreft is deze aanschaffing dan ook een misstap. In Rotterdam zijn deze voertuigen emissie-loos aangeschaft. Het kan dus wel, maar toch is ervoor gekozen om dit niet te doen. Dat valt haar fractie tegen. Deelt de wethouder de mening dat dit anders had gemoeten? Graag hoort spreekster ook van de wethouder waarom is gekozen voor een doelstelling van 95% emissie-loos in 2030 en niet voor 100%. Bij een doelstelling van 95% creëert de gemeente namelijk een uitzondering voor zichzelf. Dat is geen wenselijke houding. Zij wil graag een reactie. Pagina 9 van 72

De voorzitter schorst de vergadering om 10.47 uur en heropent deze om 10.52 uur.

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

Wethouder Schilderman ziet veel aandacht voor dit thema en dat begrijpt zij ook. Utrecht heeft de ambitie om meer te doen op het gebied van minder emissie in de stad en de gemeente werkt daar hard aan. Het college vond het belangrijk om de raad een brief te sturen omdat de ontwikkelingen in de markt niet zo snel gaan als raad en college zouden willen. Zij zal de heel begrijpelijke vragen van de commissie beantwoorden. De VVD vraagt zich af of het college nu voor zichzelf een ander soort regiem voorstelt dan voor ondernemers in de stad. Dat doet het college dus niet. Het college hanteert voor de gemeente dezelfde ambities en maakt ook geen speciale ontheffingen voor de gemeente. Op basis van de landelijke overgangsregels betekent dit dat bepaalde voertuigen nog in de nul-emissiezone moeten rijden omdat die nog niet emissie-loos beschikbaar zijn. Het gaat hier over negentien voertuigen die dit gebied nog mogen inrijden tot en met januari 2028 en acht voertuigen die dit mogen tot 1 januari 2030. Het lijkt erop dat dit voor één voertuig permanent zou zijn. Voor andere voertuigen wordt een andere route gezocht. Daarmee gelden voor de gemeente dezelfde regels en dezelfde ontheffingen. De VVD vroeg naar waterstof en vroeg ook of daarbij voldoende wordt samengewerkt. De gemeente experimenteert daar inderdaad mee.

Er is daarvoor ook een veegmachine aangeschaft, maar de betrouwbaarheid daarvan liet veel te wensen over. Dat experiment werkte echt niet goed. Dat maakt het lastig. Toen er begin van dit jaar een week werd gestaakt, bleek hoe ontzettend snel het afval zich ophoopt in de stad. Dat maakt dat de zekerheid van het gebruik kunnen maken van het wagenpark heel hoog moet zijn. Dat maakt dat dit een cruciaal onderdeel is. De gemeente werkt waar mogelijk samen, maar die leveringszekerheid is uiteindelijk een heel belangrijk onderdeel omdat de gemeente het niet kan hebben dat voertuigen langer uit de running zijn. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat de aannemer uit Nieuwegein die een wagenpark heeft op waterstof en die veel werk heeft in Utrecht het blijkbaar wel lukt om zijn werk in opdracht van de gemeente te doen met waterstofvoertuigen. Waarom lukt dat de gemeente niet? Wat maakt het anders? Wethouder Schilderman antwoordt dat andere voertuigen het anders maken. Het heeft te maken met de beschikbaarheid van met name kraantrechterwagens. Zij weet dat de bedoelde ondernemer in Nieuwegein daar ook niet mee rijdt. D66 vroeg waar die 95% over gaat. Dat gaat over 95% van het totale gemeentelijke voertuigenpark.

Het college streeft er natuurlijk echt naar om zo snel mogelijk en zo goed mogelijk naar emissie-loos te gaan, maar het vond het wel van belang om de commissie te informeren over hoe snel de ontwikkelingen gaan en wat de commissie kan verwachten. D66 vroeg ook naar de samenwerking met andere gemeenten, b.v. met gezamenlijke aanbestedingen of het stellen van gezamenlijke eisen. Het college overlegt hierover in de G4. Er wordt technische kennis uitgewisseld en de ontwikkelingen worden bekeken. Er is ook een kennisnetwerk vanuit de reinigingsbranche. Ook wordt samengewerkt met Rijkswaterstaat en leveranciers om te kijken of versneld meer van deze wagens op de markt kunnen worden gebracht. De grote gemeenten praten ook wel over aanbestedingen, maar dat levert nog niet altijd heel veel op. Het wordt opnieuw besproken in de G4, maar zij verwacht niet dat dat direct een oplossing zal zijn omdat de specificaties echt anders zijn. D66 vroeg of aansluitpunten voor elektrisch varen ook beschikbaar zijn voor particuliere bootjes. De walstroom is ook onderdeel van de emissievrije recreatievaart en dat is ook een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke visie op het stadswater en de laadinfrastructuur.

De havens waar de gemeente zelf gebruik van moet maken ziet het college in dat opzicht als wat minder geschikt omdat er zekerheid moet zijn dat daar kan worden geladen in verband met die leveringszekerheid. Het college kijkt echter, als er andere laadpunten worden gemaakt, wel of die geschikt gemaakt zouden kunnen worden. In antwoord op de vraag van GL geeft spreekster aan dat het college de uitzonderingen alleen zal benutten, als het echt nodig is. GL vroeg ook of de gemeente zo ambitieus is als zij kan zijn. Het college is echt heel ambitieus op dit vlak, maar de markt voor dit soort voertuigen is heel beperkt. Het gaat niet zo snel als de gemeente zou willen. De PvdA vroeg of het personeel hierin ook wordt meegenomen. Dat gebeurt inderdaad. De gemeente heeft inmiddels één gewone elektrische achterlader gehuurd, waar de zakken dus aan de achterkant ingaan, om ervaring op te doen. Het personeel wordt daarbij betrokken om vast te stellen of dit werkt. Het personeel wordt ook betrokken bij nieuwe aanbestedingen. De vraag van de CU over de ontheffingen heeft zij al beantwoord met het antwoord aan de VVD. De CU vroeg ook waarom de gemeente niet vast enkele wagens aanschaft. Dat doet het college ook, dat staat alleen niet in deze brief over de aanbesteding van zeventien kraantrechtercombinaties. Die aanbesteding is in 2019 gestart. Toen Pagina 10 van 72

5

10

15

20

25

30

35

40

waren er nog geen emissie-loze opties beschikbaar. Andere voertuigen, b.v. achterladers, zijn nu toe aan vervanging. De kans is groot dat die nu wel door elektrische voertuigen kunnen worden vervangen. Het gaat dan om elf voertuigen, een groot deel daarvan zijn achterladers. Als die elf er zijn, dan is de laadcapaciteit echt vol en dat betekent een nieuwe uitdaging. In antwoord op een andere vraag van de CU deelt spreekster mee dat het college hierover uitgebreid in gesprek is met Stedin, maar dat er vooralsnog geen zicht is op een forse ophoging van de laadcapaciteit op de Tractieweg. Verwacht wordt dat dat pas vanaf 2030 gaat gebeuren. Dat maakt de uitdaging eerder groter dan kleiner. De heer Te Hoonte (VVD) heeft bij het werkbezoek aan Groningen gezien dat er daar allemaal laadpunten voor bussen zijn. Die zullen waarschijnlijk ook worden gebruikt voor emissie-loos vervoer. Het plan is om dat te combineren omdat die patronen anders zijn. Zijn dat dingen waar Utrecht ook over in gesprek is? Wethouder Schilderman weet dat niet zeker, maar zij vindt het in ieder geval een interessant idee. Zij zal het erbij betrekken. Het CDA vraagt of de gemeente zich zorgen moet maken over die netcongestie. Het eerlijke antwoord is ja. Het college heeft daarover zorgen en dat is ook de reden waarom het college daarover spreekt met Stedin.

Een aantal vragen van het CDA ging over stadsdistributie. Zij kan die vragen niet volledig beantwoorden, maar kan in ieder geval wel aangeven dat het college bij het goederenvervoer werkt aan het stimuleren van ‘bouwhubs’. De gemeente gebruikt daarvoor bijvoorbeeld het oude Bazaarterrein in Leidsche Rijn. De markt doet dat met de bouwhub van Volker Wessels. Bij de eigen inkoop stelt het college ook de eis van zo min mogelijk ritten bij bouwprojecten. Het college streeft dit na, maar spreekster zegt erbij dat steeds efficiënter bouwen in deze stad niet per se betekent dat er minder vervoersbewegingen zijn. Dit was bijvoorbeeld te zien in de Merwedekanaalzone en het Beurskwartier. Als er minder ruimte is en er met kleinere voertuigen moet worden gereden, kunnen er juist meer vervoersbewegingen ontstaan. Maar dat wordt een heel ander, maar ook interessant debat. De PvdD vroeg of dit niet anders had gemoeten en of andere gemeenten dit niet anders doen. In Amsterdam en in Rotterdam zijn er nu één à twee wagens; dat is ongeveer waar Utrecht staat. Dat ontloopt elkaar dus niet zoveel. Overigens is het niet zo dat wat Amsterdam en Rotterdam doen per se een oplossing voor Utrecht is. Zij hebben grotere en langere wagens omdat de straten in die steden in grote trekken groter zijn opgezet. Utrecht heeft relatief veel heel kleine straten en daarvoor zijn weer andere voertuigen nodig.

Dat zegt misschien ook iets over het feit dat het college niet helemaal optimistisch is over gezamenlijke aanbesteding. De vraag van de PvdD over waarom niet 100% heeft zij al beantwoord. De voorzitter stelt vast dat er geen vragen zijn die niet zijn beantwoord. Er zijn geen toezeggingen. Hij vraagt de agenderende fracties of zij met deze bespreking hun doel hebben bereikt of dat zij behandeling in de raad wensen. De heer Te Hoonte (VVD) overweegt een motie om te kijken of het op die manier mogelijk is bij het college dingen uit andere gemeenten te pluggen die daar wel werken zodat daar in elk geval naar wordt gekeken. Dat zal een korte motie zijn. Misschien kan het op een andere manier. Dan komt hij daar nog op terug. De voorzitter begrijpt dat 5 minuten daarvoor in de raad voldoende is. Mevrouw Minnaert (PvdD) denkt dat haar fractie ook gaat kijken of die een motie wil indienen over die 95%.

45

De voorzitter gaat dan uit van een behandeltijd in de raad van 15 minuten. Dat zou bijvoorbeeld eind april 2024 of in mei 2024 kunnen. De voorzitter schorst de vergadering voor een wisseling van wethouders om 11.05 uur en heropent deze om 11.07 uur.

9. SV 2023 nr. 230 Waar blijven de toegankelijke woonzorgwoningen? 50

De voorzitter licht toe dat dit agendapunt gaat over de beantwoording van schriftelijke vraag 2023 nr. 230: Waar blijven de toegankelijke woonzorgwoningen? De agenderende fracties willen met Pagina 11 van 72

het college spreken over de voor hen niet toereikende beantwoording van de gestelde schriftelijke vragen. De bespreking vindt plaats in één termijn. De behandeltijd is 60 minuten.

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt het fijn dat de commissie heirover kan spreken. Het is een belangrijk onderwerp voor het CDA. Zij zal ingaan op drie onderwerpen: passend wonen voor ouderen en doorstroming, duidelijkheid vanuit de gemeente en eisen voor de woningen en wat men daarvan terugziet in de praktijk, ook voor mensen met een beperking. Daaraan voorafgaand wil zij aan het college vragen wanneer de raad de volledige evaluatie van het actieplan kan ontvangen. Het zat nog niet bij de stukken voor dit agendapunt. Zij had dat stuk wel graag gezien omdat de commissie het nu in de beantwoording van de schriftelijke vragen moet doen met een uitsnede van de conclusie. Het CDA ziet graag dat er nieuwe woonconcepten komen, zoals seniorenwoningen en het kunnen samenwonen met andere doelgroepen, maar ook zoiets als knarrenhofjes, inmiddels een bekend begrip, en buurtbinding. Zij hoopt dat dat echt een plek gaat krijgen in de nieuwe Huisvestingsverordening die de commissie binnenkort gaat bespreken. De pilot is goed verlopen en het CDA wil graag dat de gemeente daarmee verder gaat. Dit alles gaat volgens haar fractie samen met het bevorderen van het samenwonen en de gemeenschapszin. In de beantwoording van de schriftelijke vragen werd aangegeven dat in het najaar van 2023 een onderzoek naar doorstroming is gestart en dat dit met de raad zal worden gedeeld.

Er is daarover een technische bijeenkomst geweest, maar zij wil graag dat die stukken ook naar de commissie gaan en dat de commissie de conclusies van dat onderzoek kan bespreken. Door een van de experts werd bijvoorbeeld gezegd dat de gemeente van alles heeft geprobeerd om ouderen te laten doorstromen, maar dat heel veel dingen niet werken. Buurtbinding is een manier die wel werkt. Deze expert zei echter ook dat die ouderen misschien toch wel wat meer kamers willen in dat nieuwe appartement en die gelijkvloerse woning. Dan lukt het niet met een een- of tweekamerappartement. Spreekster is heel benieuwd hoe het college daarnaar kijkt omdat de gemeente heel graag die verhuisketen op gang wil brengen, maar zij wil ook voorkomen dat er te grote woningen worden gebouwd voor heel kleine huishoudens. Als dit het verschil kan maken, dan staat haar fractie daar wel voor open. Haar tweede punt is duidelijkheid vanuit de gemeente. Er is nu een vast overleg met de betrokkenen, maar nog niet alle betrokkenen ervaren en erkennen dat ook zo. Wat gaat het college doen om dat overleg en die samenwerking te verbeteren? Verder stelt het college in de beantwoording dat er sprake zou zijn van een integrale uitvoering van het actieplan en dat er allerlei onderdelen van de organisatie bij betrokken zijn en dat het daarom niet zo belangrijk is waar het projectmanagement is belegd.

Voor het CDA is dit wel heel belangrijk omdat het op dit moment zorgt voor onduidelijkheid en inefficiëntie. Het CDA ziet ook graag dat één wethouder hiervoor verantwoordelijk is. Misschien is die wens al verhoord omdat er hier vandaag één wethouder tegenover haar zit. Wat haar betreft is dit de wethouder Wonen die ook aanspreekpunt is voor de partijen uit de stad. De inzet wordt per project geborgd in anterieure overeenkomsten. Het is mooi dat dit op deze manier juridisch wordt vastgelegd, maar haar fractie heeft toch wel wat twijfels over de uitkomst hiervan tot nu toe. Haar fractie heeft ook wel eens gezien dat bepaalde belangen, zoals toegankelijkheid, zijn vergeten in anterieure overeenkomsten. Het CDA is ook benieuwd of partijen zich houden aan die overeenkomsten en wat de gemeente doet, als dat niet het geval is. Spreeksters laatste punt gaat over de eisen aan de woningen en wat daarvan in de praktijk wordt teruggezien. De gemeente spreekt over een kwaliteitskenmerk van woningen en vraagt aan bouwers om ervoor te zorgen dat de woning toegankelijk is, maar het CDA is wel benieuwd of het een harde eis is of een zachte wens. Wat komt hiervan terecht? Haar fractie is nogal geschrokken van het feit dat het aantal woningen dat zou moeten worden gerealiseerd helemaal niet wordt geregistreerd. De gemeente weet dus niet eens waar zij staat met de toegankelijke zorgwoningen.

Zou het niet handiger zijn om dit in de gaten te houden om te zien welke vorderingen worden gemaakt? Ten aanzien van de wensen en de praktijk wijst spreekster erop dat haar fractie veel signalen van onder andere Solgu (Stichting Stedelijk Overleg Lichamelijk Gehandicapten Utrecht) heeft ontvangen dat er heel veel ontoegankelijke woningen zijn gerealiseerd in Leidsche Rijn. Deze week kreeg zij weer een voorbeeld toegestuurd. In de beantwoording geeft het college doodleuk aan dat het dat beeld niet herkent. Zij verwondert zich daarover en zij is echt benieuwd of het college terug kan komen op dat antwoord. Als er geen overeenstemming is over de feiten, hoe kunnen dan in de praktijk verbeteringen worden aangebracht? Pagina 12 van 72

Mevrouw Van der Wilt (D66) hoorde dat mevrouw Zwinkels aan het college vroeg of het misschien niet wat meer inzichtelijk zou moeten worden hoeveel woningen er worden gerealiseerd. Spreekster vond dat nogal voorzichtig van het CDA. Zou het CDA geen toezegging willen hebben dat dit veel scherper wordt bijgehouden? 5

10

Mevrouw Zwinkels (CDA) dankt voor de bijval. Zij heeft het inderdaad heel constructief geformuleerd, maar wellicht kan dit met een motie, als het college niet over de brug komt. Haar fractie heeft die vraag ook gesteld bij Libium. Daar was toen ook geen inzicht in. Daar was het lastig om het te administreren, maar hier moet dit al lang op orde zijn. Laatst is de Standaard Utrecht Toegankelijk in de raad geweest. Ook daar bleek dat er helemaal geen zicht is op hoe die wordt toegepast. Er is inderdaad wel enige urgentie. Mevrouw Van der Wilt (D66) onderschrijft wat mevrouw Zwinkels zegt. Bij studenten wordt dit veel duidelijker apart bijgehouden. Gezien de vergrijzing zou dat misschien net zo goed moeten worden bijgehouden bij ouderen. Zitten zij dan op hetzelfde spoor en zou dit apart moeten worden benoemd?

15

20

25

30

35

40

45

50

55

Voor mevrouw Zwinkels (CDA) klinkt dit als muziek in de oren. Zij is blij dat zij D66 aan haar zijde vindt. Dit is namelijk iets dat zij in het vervolg van haar betoog wilde aangeven. Er is een zogenaamd doelgroepenbeleid in Utrecht en een actieplan voor de studentenhuisvesting. Daar wordt heel veel aandacht aan besteed. Maar Utrecht heeft ook te maken met een enorme vergrijzing. Elke keer dat zij in de afgelopen jaren vroeg om ouderenbeleid of meer specifiek seniorenwoningen werd haar verteld dat de gemeente daar niet aan doet. Als dat vandaag met steun van D66 kan worden veranderd, dan ziet zij dat heel graag. Zij heeft de indruk dat ook de voorzitter van dit commissiedebat daar positief tegenover staat. Spreekster sluit haar betoog af met de concrete resultaten die haar fractie graag wil zien. Het college wees heel sterk naar de regio. Dat begrijpt zij wel enigszins, maar haar vraag aan het college is of het duidelijk kan laten zien waar het zijn eigen verantwoordelijkheid oppakt zodat de gemeente Utrecht het gewoon goed doet en – in lijn met het vorige debat – een voorbeeldrol kan vervullen. De heer Temming (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat zijn fractie zich volledig aansluit bij de vragen van het CDA. Stadsbelang Utrecht sluit zich ook aan bij het standpunt dat één wethouder aansprakelijk zou moeten zijn voor dit thema. Spreker probeert wekelijks zijn oma te bezoeken.

In de drukke stad Utrecht is dat niet altijd een prioriteit, maar hij maakt er toch werk van om af en toe een kopje koffie te drinken of een rondje te maken met een van zijn oma’s. In de drukke stad Utrecht is er veel aandacht voor de opvang van allerlei groepen, studenten, statushouders, etc. Natuurlijk is er door de wooncrisis voor elke doelgroep een gebrek aan ruimte, maar dat is geen excuus voor een gebrekkig optreden ten aanzien van hulp voor senioren. In een stad als Utrecht moet iemand waardig oud kunnen worden. Zijn fractie was blij het actieplan thuiszorg ouderen te ontvangen. Er staat een aantal goede punten in die Stadsbelang Utrecht al jarenlang onderstreept, zoals doorstroming, toegankelijkheid en plaats van ontmoeting. Het is een mooi stuk. Dat was twee jaar geleden en zijn fractie deelt de zorgen van het CDA, ook die over het zichtbare resultaat. Stadsbelang Utrecht ziet graag dat het college de regie terugpakt. Zijn fractie heeft als doelstelling ervoor te zorgen dat iedere oudere in zijn of haar oude wijk kan blijven wonen. Daarom wil zijn fractie dat iedere wijk in Utrecht wordt voorzien van een knarrenhof, een kleinschalig wooncomplex met voldoende ruimte voor ontmoeting. Zo wordt eenzaamheid voorkomen en wordt bespaard op de inzet van hulp- en zorgpersoneel. Het is vooral belangrijk om aantrekkelijke seniorenwoningen te realiseren.

De gemeente kan niet verwachten dat Utrechtse ‘ouchies’ in kleinere en duurdere woningen gaan wonen die ook nog eens ver van hun eigen wijk liggen. Als Utrecht echt aantrekkelijke zorgwoningen kan realiseren waar ouderen ook werkelijk in willen trekken, dan kan dat de wooncrisis helpen oplossen. Nieuwbouw verloopt overal langzaam en het kan jaren duren om echt op tempo te komen. Dat is later vandaag ook bij Rijnenburg te zien. Als een senior zijn vaak te grote appartement achterlaat, dan kan daar een heel gezin in. Zo vinden er vele verhuizingen in de verhuisketen plaats en eindigt iedereen ook nog eens in een passende woning. Tenslotte wil spreker de aanwezige raads- en commissieleden, de wethouder en iedereen die dit debat volgt nadrukkelijk wijzen op zijn of haar persoonlijke rol in deze kwestie. Omdat de Woonzorgvisie is vertraagd is het des te belangrijker om zelf naar de mede-Utrechters om te kijken. Ga koffie drinken bij oma, een stukje wandelen met opa of begroet de buren, ieder beetje helpt! Pagina 13 van 72

Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft een vraag. Stadsbelang Utrecht had het terecht over de vertraging. Heeft Stadsbelang Utrecht een idee waardoor die vertraging is ontstaan? De heer Temming (Stadsbelang Utrecht) vraagt of mevrouw Zwinkels de vertraging bij de Woonzorgvisie bedoelt of de vertraging in de woningbouw. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

Mevrouw Zwinkels (CDA) bedoelt eigenlijk allebei. Concrete resultaten blijven uit en de commissie heeft de Woonzorgvisie die de commissie in het begin van dit jaar al wilde bespreken nog steeds niet ontvangen van het college. De heer Temming (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat zijn fractie helaas geen deel uitmaakt van het college, maar hij denkt dat mevrouw Zwinkels en hij elkaar kunnen vinden in de conclusie dat zij die Woonzorgvisie graag hadden willen bespreken. Het duurt gewoon te lang. Maar voor een antwoord op de vraag waarom moet mevrouw Zwinkels toch bij het college zijn. Mevrouw Van der Wilt (D66) zet uiteen dat voor D66 de inzet op toegankelijke woningen een vanzelfsprekende zaak is. In de eerste plaats is het belangrijk voor de ouderen zelf dat zij zo lang mogelijk plezierig op zichzelf kunnen wonen, maar daarnaast kan het realiseren van de juiste aangepaste woning ook resulteren in besparingen op WMO-middelen wat nu belangrijker is dan ooit. In het grotere plaatje is het keihard nodig voor de doorstroming op de woningmarkt, vandaar haar bijval voor mevrouw Zwinkels. Wat haar fractie betreft komen die drie punten en de urgentie terug in de dit voorjaar nog te ontvangen Woonzorgvisie. Op het eerste punt sluit zij zich aan bij de inbreng van mevrouw Zwinkels en zij dankt het CDA voor de goede schriftelijke vragen hierover.

Daaruit bleek dat meer regie en resultaat nodig is. Zij steunt dan ook de oproep aan het college om dat scherper te doen. Zij staat verder stil bij het belang van meer woningen voor ouderen en meer inzetten op doorstroming. Het is ontzettend belangrijk dat alles op alles wordt gezet om te stimuleren dat ouderen die nu vaak in grotere huizen wonen kunnen doorstromen naar een kleinere en meer passende woning. Dat is voor henzelf fijn en nodig, maar zij laten vaak ook een ruimere woning achter voor andere woningzoekenden, waaronder gezinnen. Dat is hard nodig, de stad zit nu op slot. Er zijn te veel hobbels voor ouderen op de weg naar een andere woning. Zij deelt de wens van mevrouw Zwinkels om de analyse daarvan via de mail te ontvangen. In het vorige actieplan zijn allerlei acties uitgezet, zoals de regeling Van groot naar beter en de recent aangestelde verhuiscoach voor 55+. Die acties zijn belangrijk en nodig, maar ook door de beantwoording van de schriftelijke vragen bekruipt haar fractie het gevoel dat er nog niet het benodigde resultaat is. Het moet meer, groter en gewaagder worden wil het echt effect hebben. Dat begint bij een breed gedeelde urgentie voor dit thema die zij hier ook wel voelt. De gemeenteraad van Amsterdam heeft onlangs een doorstroomactieplan aangenomen waarin veel aandacht wordt gegeven aan de positie van ouderen op de woningmarkt.

Dat was een initiatiefvoorstel. Wil de wethouder toezeggen deze goede voorbeelden ook nog te onderzoeken, de urgentie van doorstroming mee te nemen in de Woonzorgvisie en daarin op heel duidelijke wijze op te nemen hoe wordt gemonitord welke acties het meest effectief zijn? Ook zijn meer passende woningen nodig, dat is al eerder aangegeven. Daarom vraagt zij van de wethouder de toezegging dat in de Woonzorgvisie concrete ambities worden opgenomen voor het aantal te realiseren woningen. Daar ging haar opmerking richting CDA ook over. D66 ziet de noodzaak om senioren als een aparte groep te behandelen in het woondossier, net zoals studenten, gezien de vergrijzing en het belang van de doorstroming. Spreekster heeft nog twee kleine puntjes. In het verleden vroeg haar fractie veel aandacht voor het concept ‘Golden Girls’ woningen. Daarnet is het knarrenhof genoemd en haar fractie heeft vragen gesteld over pre-mantelzorgwoningen. D66 ziet dit echt als belangrijke en aantrekkelijke opties voor ouderen waarbij die onderlinge binding en het elkaar helpen centraal staan. Haar fractie ziet dit graag terug in de Woonzorgvisie. Wil de wethouder dit toezeggen? In de WMO-nota staat niet voor niets: “Niets over ons zonder ons”. Dit uitgangspunt ziet D66 graag terug in de Woonzorgvisie.

Haar fractie wil dat de ouderen zelf bij al deze uitdagingen worden betrokken, zowel bij de zorg als bij het woonvraagstuk. De mail van Solgu van deze week benadrukt ook het belang hiervan. De eerdere oproep van D66 voor een representatieve woonraad die adviseert over juist dit soort ontwikkelingen is belangrijker dan ooit. Ziet de wethouder dit ook en is hij bereid de handschoen op te pakken richting Woonzorgvisie? Mevrouw Leever (PvdA) hoort een aantal keren het woord woningmarkt. Is D66 het met de PvdA eens dat wonen een recht moet zijn en geen markt? Pagina 14 van 72

Mevrouw Van der Wilt (D66) is het daar uiteraard volmondig mee eens.

20

De heer Van Straalen (CU) brengt naar voren dat de CU onderstreept dat de gemeente echt werk moet maken van de zo nodige toegankelijke woonzorgwoningen. Hij dankt ook voor de schriftelijke vragen van het CDA. Uit de antwoorden bleek ook dat urgentie een aandachtspunt blijft en dat verbaast zijn fractie wel. De groep ouderen groeit in Utrecht van 10, 5% in 2021 naar 21,3% in 2040. Het actieplan was duidelijk: de komende twintig jaar zijn er jaarlijks zeshonderd woningen en wooneenheden voor ouderen nodig. Maar hoeveel woningen er sinds het actieplan zijn opgeleverd is niet bekend. Dat blijkt uit het antwoord op de schriftelijke vragen. Spreker vraagt de wethouder hoe dat kan. In het doorstromingsonderzoek werd ook geadviseerd om de nieuwe en bestaande bouw beter in kaart te brengen. Hoe geeft de wethouder opvolging aan dit advies? Al eerder is gezegd dat bouwen voor senioren de doorstroming op gang brengt. Wanneer een senior naar een passende woning vertrekt, komt er een eengezinswoning vrij voor een gezin en het appartement van dat gezin komt vrij voor een jong stel en twee studentenkamers komen weer vrij voor studenten die graag in Utrecht willen wonen. Ook hij noemt het knarrenhof-concept. In een vorig debat deelde de wethouder sprekers enthousiasme hiervoor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=938b2694-6057-48f3-9325-78d5d33fbf5b