CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2024.03.14 Conceptverslag commissie EDVW

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 11 april 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen26.365 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Tegen de heer Vintges zegt zij dat het college ervoor gaat dat het allemaal klopt. Het college oefent daar wel actief toezicht op uit, maar, zoals zij al heeft aangegeven, wetten bieden niet zoveel ruimte als het college zou willen. Zij herhaalt dat er zo potentieel is dat niet wordt geoogst. De PvdD vraagt eigenlijk, los van de vraag of het wel of niet mag, hoe erg het is, als de gemeente iets doet dat niet mag. Uiteindelijk is dat iets van de raad, maar zij zou het zelf een wonderlijke stap vinden, ook omdat de gemeente dat verliest bij de rechter. Dan zou het college zijn zaak moeten bepleiten in Den Haag. De heer Van Heuven (PvdD) wijst erop dat de gemeente Utrecht vaker beslissingen neemt die zij bewust naar de rechter wil brengen. De raad heeft bijvoorbeeld een initiatiefvoorstel aangenomen om mensen met een laag inkomen te ontzien bij bepaald beleid. Die ruimte is er. Utrecht kan een voortrekkersrol vervullen. De heer Zorn zegt dat het niet meer accepteren van die kwaliteitsverklaring duurzame voordelen heeft. Dan moet de wethouder daar toch blij mee zijn? Wat staat haar in de weg om de lijn Zorn te volgen? Wethouder Van Hooijdonk meent dat dat initiatiefvoorstel eenzelfde soort casus is. Inhoudelijk waren raad en college het wel met elkaar eens. Maar ook daar heeft het college zijn enthousiasme getemperd omdat het gewoon niet mag van de wet.

De raad heeft daar in meerderheid gezegd dat hij het toch doet. Zij zei al dat de raad dat kan doen, maar daar verandert haar advies niet door. Dan is er een gerede kans dat de gemeente bij de rechter eindigt voor bepaalde projecten waarbij die projecten averij oplopen. Dit wordt openbaar besproken. De rechter kan dus ook lezen dat iemand twijfels heeft of dit wel mag en of de onderbouwing wel deugt.

40

De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat de wethouder ingaat op het inleidende deel van zijn vraag. Maar de vraag was wat er gebeurt, als de raad de lijn Zorn wel volgt. De heer Zorn zegt dat het duurzame voordelen heeft. Als er dus echt duurzame voordelen zijn en de nieuwbouw daardoor energiezuiniger wordt, dan moet de wethouder daar toch blij mee zijn? Dat is zijn vraag.

45

Wethouder Van Hooijdonk meent dat zij wel antwoord heeft gegeven. Zij heeft namelijk gezegd dat de kans dat de gemeente dan bij de rechter eindigt haar groot lijkt. De gemeente gaat dan immers een ontwikkelaar dwarsbomen die niet voor niets dit voorstel doet. Dat is de logica van het systeem waar de gemeente in zit. Dan komt de gemeente voor de rechter met een zaak waarvan het college zegt dat de onderbouwing niet sterk is. Dit wordt openbaar in de notulen van de raad. De vraag is dan of de gemeente dan een sterke zaak heeft, of zij die zaak wint en of zij al die averij, al dat geld en al die vertraging wil. Haar keuze is het niet, zij denkt dat het geen sterk verhaal is. Uiteindelijk is het zo dat er wetten en regels zijn in dit land en haar basishouding is toch dat iemand zich daaraan houdt.

50

55

60

De heer Dijkstra (EenUtrecht) denkt dat twee dingen door elkaar lopen. Hij had twee verschillende vragen gesteld, maar de wethouder voegt ze samen tot één. Hij wil ze toch splitsen. De eerste vraag blijft of de wethouder anders dan in het verleden nu erkent dat het juridisch kan, even los van de beoordeling. Het verhaal is privaatrechtelijk, de heer Zorn heeft dat net goed uitgelegd. Pagina 16 van 39

Wethouder Van Hooijdonk heeft die vraag al beantwoord. Het antwoord is dat het college geen nieuw inzicht heeft opgedaan. De juristen van de gemeente zijn nog steeds van mening dat die positie er niet is. 5

De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt dan aan de wethouder of zij dat kan uitleggen. Zij kan in deze commissie niet volstaan met de mededeling dat het niet kan. Die tijd is voorbij. Zij moet ingaan op de argumenten. De heer Zorn komt met argumenten. De wethouder moet echt antwoorden.

10

Wethouder Van Hooijdonk heeft ook dit al toegelicht. Zij heeft gezegd dat het systeem zo in elkaar zit dat er simpel gezegd een spread sheet is waarin allerlei cijfers moeten worden ingevuld voor de verschillende onderdelen van de BENG-normen. Als er bij een van die cijfers twijfel is of dat goed is, dan is er twijfel ten aanzien van dat getal en dan kan dat getal niet worden ingevuld. Maar zolang iemand geen twijfel heeft aan dat getal, heeft hij geen grond om dat getal niet in te vullen. Dat is volgens het college hier aan de hand.

15

20

25

30

35

40

De heer Dijkstra (EenUtrecht) begint bijna te geloven dat de wethouder het niet snapt. Doordat zij ingaat op het feit dat er geen grond is om die verklaring af te wijzen omdat die cijfers allemaal correct zijn ingevoerd gaat de wethouder wel voorbij aan zijn eerste vraag of zij erkent dat zij juridisch wel in de positie is om dat te doen. Hij begrijpt hieruit dat de wethouder zegt dat zij zich wel in die juridische positie bevindt en dat de raad die verklaring kan verwerpen, maar dat zij om die verklaring te kunnen verwerpen wel goede inhoudelijke gronden moet hebben. De volgende vraag is dan of die twee vragen uit elkaar kunnen worden getrokken, de juridische positie en de inhoudelijke beoordeling. Spreker is daar niet van overtuigd. De voorzitter wijst de heer Dijkstra erop dat hij nog acht seconden spreektijd heeft. Wethouder Van Hooijdonk wil even ingaan op het type debat dat nu plaatsvindt. Zij heeft al gezegd dat zij geen jurist is en dat zij ook niet is opgeleid in energieregelgeving. Dat geldt ook voor de meeste leden van deze commissie. Als de commissie hier de diepte in wil, dan is een ander soort sessie nodig met een ander soort deskundigen. Maar dit is een opmerking terzijde. Zij meent dat zij alles heeft aangeraakt. Er is hierover al meerdere malen correspondentie gevoerd.

Het college heeft al eerder gezegd dat het inhoudelijk geen reden heeft om aan de inhoud van de verklaring te twijfelen. Dat is dus de inhoudelijke beoordeling. Dan is de stelling: dat doet er niet toe, je kunt het toch gewoon weigeren. Aan het inzicht van het college liggen inderdaad geen vijf onderzoeken en geen jurisprudentie ten grondslag, maar dat inzicht is dat zonder dat er echt twijfel is aan de inhoud van de verklaring die verklaring niet zomaar uit dat BENG-model kan worden geschrapt. Dat geldt ook voor andere zaken, zoals bouwmaterialen. Er zijn methodes voor in de wetgeving om, als er wel twijfel bestaat, daar iets neer te zetten. Als er geen twijfel is, kan de gemeente daar niet aar hartenlust in shoppen. Zo ziet het college het. Zij heeft dit daarnet ook gezegd. Zij heeft in reactie op de heer Van Heuven gezegd dat, als de raad bewust iets wil doen waarvan het college zegt dat het juridisch slecht gaat, de raad de baas is in deze stad. Dat kan, maar zij heeft wel uitgelegd dat het college meent dat dat niet op, maar over het randje is.

45

De voorzitter stelt vast dat een aantal fracties hierover van mening verschilt met het college.

50

Wethouder Van Hooijdonk heeft nog twee vragen te beantwoorden. Misschien heeft zij het niet goed gehoord, maar zij meent dat de heer Dijkstra vroeg of zij kan reageren op de stukken van de indiener. Zij vond dat een wat ongerichte vraag omdat het ongeveer vijftien dicht bedrukte kantjes waren. Zij begrijpt dat zij de vragen van de heer Dijksta voldoende heeft beantwoord.

55

60

De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft een punt van orde. Hij heeft de stukken genoemd. Het waren de stukken van 5 december 2023 en het stuk van 14 maart 2024 met het financiële voordeel. Het gaat om een reactie expliciet op die twee stukken. Wethouder Van Hooijdonk vindt dat wel ingewikkeld. Het zijn vrij lange stukken. Wat is een reflectie? Het college heeft niet al die rekensommen nagerekend. Volgens haar is dat ook niet de kern van het gesprek met de commissie. De commissie en zij zijn het met elkaar eens dat zij woningen willen die zo goed mogelijk zijn en dat zij een zo goed mogelijk energiesysteem willen. Dat is niet het punt. Het punt is of het wel of niet mogelijk is om een kwaliteitsverklaring te Pagina 17 van 39

5

10

15

20

25

30

weigeren omdat dat mogelijk wat effect heeft op het energiesysteem, bijvoorbeeld het aantal zonnepanelen. Het zal geen effect hebben op de schil van de woningen, wat vroeger wel zo was. Dat is de kern van de vraag. Als de heer Dijkstra nog andere vragen heeft, dan staat zij daarvoor open. Een algemene reflectie op de stukken lijkt haar ingewikkeld, ook omdat die vrij laat kwamen. Zij heeft nog de vraag van de heer Van Heuven over die vijf punten van de heer Zorn. Zij ziet deze vergadering niet als een soort promotieceremonie en zij is ook geen wetgevingsjurist. Zij probeert vragen op een enigszins begrijpelijke wijze te beantwoorden en dat is dan vaak in spreektaal. Zij zal dat nu ook doen. Volgens haar staat de strekking van haar beantwoording nog steeds overeind. Zij gaat de punten langs. Het eerste punt ging over hoelang het van kracht was. Het zal een aantal jaren zijn geweest, zij kan het niet op de maand af zeggen. Het tweede punt was geen afhankelijkheid van de kwaliteitsverklaring. Zij is daarin nu iets preciezer geweest, dus niet op BENG 1, wel op BENG 2 en 3. Het derde punt was het weigeren van de verklaring. Daar is uitgebreid over gesproken, het college kijkt daar anders tegenaan. Het vierde punt was Nieuwegein. Nieuwegein kon op grond van het toen geldende Bouwbesluit zeggen dat deze gemeente de kwaliteit van de schil niet goed genoeg vond.

Het is dus niet zo dat Nieuwegein toen heeft gezegd dat zij de kwaliteitsverklaring afwees. Spreekster heeft zich toen onzorgvuldig uitgedrukt, maar het blijft staan dat het niet ging over het verwerpen van de kwaliteitsverklaring. Het laatste punt was de effecten. In de beleving van het college heeft dat vooral effect op BENG-2 en BENG-3 en minder dus in de tijd van de casus Nieuwegein op de kwaliteit van het gebouw zelf. In de loop van de tijd zijn gewoon andere bouwregels gaan gelden. Spreekster wijst erop dat, als de commissie heel specifieke antwoorden wil van een wetgevingsjurist, zij bij haar aan het verkeerde adres is. Commissie ne college voeren hier een politiek-bestuurlijk debat. Dit is de strekking die zij meekrijgt van haar adviseurs. Als de raad de diepte in wil, dan moet daar iets anders voor worden georganiseerd. De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat er een verschil is tussen politiek en juridisch. Daarom zijn zijn collega’s en hij raadsleden en op enkele uitzonderingen na geen juristen. Hij vraagt wat de wethouder ervan vond dat zij het etiket ‘onzorgvuldig’ opgeplakt heeft gekregen. Hij vond dat schokkend. Ook al is de wethouder geen jurist, dan moet haar beantwoording toch wel correct zijn.

35

Wethouder Van Hooijdonk meent dat de beantwoording natuurlijk correct moet zijn. Tegelijkertijd vraagt zij clementie voor de manier waarop hier een debat wordt gevoerd. Het is mogelijk hierover van mening te verschillen, maar zij denkt dat het debat gewoon niet kan worden gevoerd op het niveau waarop de deelnemers aan dit debat allemaal wetsartikelen letterlijk citeren. Zij kan dat in elk geval niet. Zij probeert altijd vragen oprecht, integer en zo inhoudelijk mogelijk te beantwoorden. Maar hier wordt de commissie wel zo diep de techniek ingezogen om het correct te doen. Dat was niet zo, maar de strekking staat nog steeds overeind.

40

De voorzitter vraagt of er vragen niet beantwoord zijn.

45

50

55

De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft misschien de beantwoording gemist. Zijn laatste, misschien hypothetische vraag was of de wethouder de voordelen ziet van het niet erkennen van de verklaring. Gesteld dat de gemeente die mogelijkheid wel had en zij de kwaliteitsverklaring bewust zou kunnen afwijzen omdat zij ziet dat iets niet klopt, ziet de wethouder dan wel de voordelen voor het energiezuiniger bouwen? Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat zij dat ook al een paar keer heeft gezegd. Voor de kwaliteit van de schil van de woningen zal dat niet uitmaken. Het zal iets uitmaken voor het energiesysteem. Zoals gezegd, kunnen daar ook zonnepanelen onder vallen. Over het einddoel zijn commissie en college het eens. Het college zoekt in alle hoeken en gaten om meer te sturen op betere woningen. Het college denkt dat deze route aan de verkeerde kant van het randje terechtkomt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat de heer Zorn zegt dat het substantieel kan zijn, 10 tot 20%. Twijfelt de wethouder aan dat getal of niet? Wethouder Van Hooijdonk heeft pas deze week allerlei stukken gehad. Haar ambtenaren en zij hebben dat nog niet na kunnen rekenen. Zij weet dus niet of dat soort getallen wel of niet klopt. Zij Pagina 18 van 39

denkt dat dat ook niet de kern van de zaak is. De kern van de zaak is of dit een weg voorwaarts is of niet. 5

De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat, als zijn fractie beslist om hiermee door te gaan, het de kern van de zaak kan worden. Zegt de wethouder dat zij nu geen reden heeft om te twijfelen aan die 10 tot 20% en dat zij het niet heeft onderzocht? Is dat de situatie? Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat de situatie is dat het college het niet heeft gecheckt.

10

15

20

25

De voorzitter stelt vast dat de vragen zijn beantwoord. Hij geeft de indiener de gelegenheid om op de antwoorden van het college te reageren. De heer Zorn hoort dat de wethouder herhaalt dat het bij de zaak Nieuwegein allemaal over de schil ging. Daar ging het inderdaad ook over. Maar het is niet waar dat het weigeren van de kwaliteitsverklaring geen effect op de schil zal hebben. Het is aan de indiener van het plan om dat te bepalen. Hij heeft al het voorbeeld genoemd van het toepassen van driedubbel glas in plaats van gewoon dubbel glas. Dan zal in de meeste gevallen de kwaliteitsverklaring niet meer nodig zijn en dat driedubbel glas is wel degelijk onderdeel van de schil. Dat argument klopt dus gewoon niet. Het kan zowel invloed hebben op BENG-1 dat inderdaad alleen over de schil gaat als op Beng-2 en BENG-3. Tegenwoordig wordt het warme tapwater relatief gezien een steeds belangrijker onderdeel van het energieverbruik van een woning. Kennelijk vindt de wethouder dan niet dat de gemeente daar dan iets mee te maken heeft. Het is hem een raadsel dat zij steeds de nadruk op die schil legt. Hij herhaalt dat het BCRG zelf zegt dat de verklaringen kunnen worden geaccepteerd. De BCRG zegt ook niet dat het niet mag. Hij heeft er verder niet veel aan toe te voegen. De voorzitter constateert dat er geen vragen meer zijn. Hij vraagt of er behoefte is aan een raadsbehandeling.

30

De heer Dijkstra (EenUtrecht) wil het onderwerp graag doorgeleiden naar de raad. Er komt een agendering.

35

De voorzitter begrijpt dat de heer Van Heuven meedoet. Spreker concludeert dat het onderwerp wordt doorgeleid naar de raad en dat er een uitspraak komt. Hij moet even kijken of het in de volgende raadsvergadering kan of dat het de daarop volgende raadsvergadering wordt. Hij vraagt of 15 minuten voldoende is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) denkt dat 10 minuten genoeg is.

40

45

50

55

De voorzitter stelt vast dat het 10 minuten wordt. Hij dankt de heer Zorn voor de agendering en de bespreking in de commissie. De voorzitter schorst de vergadering om 11.41 uur. De heer Bos vervangt de heer Van Steeg als voorzitter. De voorzitter heropent de vergadering om 11.48 uur.

9. Raadsbrief Actualisatie uitvoeringsprogramma’s energie besparen gebouwde omgeving De voorzitter deelt mee dat de behandeltijd voor dit onderwerp 30 minuten is. Hij verzoekt de commissieleden de discussie binnen die 30 minuten af te ronden omdat de commissie al achter loopt op het schema. De agenderende fracties willen graag in debat met de commissie en de wethouder over deze raadsbrief met daarbij onder andere aandacht voor de voortgang van het programma energie besparen gebouwde omgeving en de stand van zaken rond particuliere verhuurders en ondernemers. De bespreking vindt plaats in één termijn.

Pagina 19 van 39

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Mevrouw Alblas (CU) is blij met deze actualisatie omdat alle energie die wordt bespaard niet hoeft te worden opgewekt. Dat betekent iets minder netcongestie en voor grijze stroom minder verbranding. Wel heeft haar fractie nog een paar vragen. Bij lagere gasprijzen zakt bij mensen de urgentie om te besparen. Hoe houdt de gemeente de inwoners, ondernemers en verhuurders hiervoor gemotiveerd? De CU vindt het zorgelijk dat de ondernemers nog te weinig in beweging komen. Dat is vooral zonde voor hen zelf omdat verduurzamen juist voordelen oplevert. Haar fractie ziet dat de subsidie via het energieloket bij lange na niet opkomt. Dat is echt zonde. Haar fractie vindt ontzorgen een goed plan. De CU vraagt zich af of een energiecoach actief kan worden ingezet om ondernemers te benaderen, bijvoorbeeld met een gratis energiescan. Deze coach kan ook het gesprek met een ondernemer aangaan over wat een ondernemer kan doen met betrekking tot duurzaamheid. Misschien kan hij een lijst achterlaten met de opties die er zijn en waarvoor subsidie mogelijk is. Ook weet de CU dat investeerders en verhuurders van particuliere huurwoningen weinig gebruik maken van bestaande subsidies. Daarom vraagt haar fractie waarom er dan nog een extra gemeentelijke subsidie moet worden ingevoerd bovenop de landelijke subsidie.

Een meldpunt bij het huurteam vindt de CU een goed idee, maar zij vraagt af of meer mogelijk is. Door hier op de huurder in te zetten kan de gemeente de verhuurder wellicht gemakkelijker bereiken of in beweging krijgen. De verhuurder heeft geen baat bij de verduurzaming, de huurder betaalt immers zijn rekening. Spreekster vraagt of de wethouder nog extra kansen ziet om de huurders te motiveren en hen te helpen om actiever contact te nemen met hun huisbaas bijvoorbeeld om hem te verzoeken te verduurzamen. Zij vraagt tenslotte of de uitkomst van het landelijke onderzoek er al is en, zo ja, wat de gemeentelijke acties zullen worden. De heer Te Hoonte (VVD) sluit zich om voortgang te maken voor een groot deel aan bij de vragen van de CU. Een ander aspect dat zijn fractie opviel is dat er in de brief als voorbeeld wordt genoemd het inspireren van mensen om minder boilers, cookers en dergelijke te gaan gebruiken, terwijl het overdag iets warm maken tijdens de piekbelasting van zon juist een oplossing kan zijn. De VVD vroeg zich af wat voor regie de gemeente voert ten aanzien van situaties waar het gebruik van dit soort apparaten en netcongestie elkaar raken en wat de gemeente als boodschap meegeeft. Spreker zelf vond het een heel uitgebreid pakket van dingen die de gemeente doet met behoorlijk wat kleine interventies. Het is moeilijk daarin het overzicht te krijgen.

Zijn vraag is of het iets meer geclusterd kan worden naar doel en concreet resultaat. De gemeente helpt mensen met subsidies voor het isoleren van hun huis, maar hij kon geen grip krijgen op het aantal huizen dat Utrecht heeft geïsoleerd en wat de resultaten daarvan zijn. Mevrouw Heijne (GL) sluit zich aan bij de inbreng van de CU. Daarnaast heeft zijn drie punten waarvan zij er één inbrengt bij het agendapunt netcongestie. Haar eerste punt betreft de zonnepanelen bij mensen met lage inkomens. In de brief staat dat die mensen worden ondersteund via het Nationaal Warmtefonds. Daar kunnen mensen een lening aangaan en er wordt een inkoopactie opgezet. GL heeft daarover toch vragen en zorgen. Een rente van 0% is natuurlijk ontzettend goed, maar zij heeft wel vakere gezien, bijvoorbeeld bij studenten, dat een rente van 0% werd beloofd, maar dat het in de loop van de tijd toch wat anders werd. Zij vraagt om een reactie op deze zorgen. Het gaat hier om een kwetsbare groep. GL is zich ervan bewust dat het per saldo een voordelige optie is en dat mensen er uiteindelijk financieel op vooruit zullen gaan, maar tegelijkertijd is het wel weer een extra lening met veel risico. Hoe wordt voorkomen dat deze mensen in betalingsproblemen komen en hoe wordt dat gemonitord? De vraag over warmtepompen zal zij straks stellen. In een eerder debat is gesproken over het ‘gespikkeld bezit’.

Ook in de brief staat dat het duur is voor woningeigenaren. De wethouder heeft in dat debat aangegeven dat wordt verkend of er subsidie voor kan worden ingezet. Dat leest zij niet in de brief. Zij vraagt om een reactie. Wethouder Van Hooijdonk beantwoordt de vragen in de volgorde waarin zij zijn gesteld. Mevrouw Alblas gaat in op de zakkende urgentie. Dat is een terecht punt. Het college probeert uit alle macht mensen te inspireren en te mobiliseren op de momenten waarop dat de meeste kans van slagen heeft. Midden in de zomer langs gaan heeft wat minder effect dan in de winter. Het college doet daar alles aan op alle mogelijke manieren, maar weinig communiceert zo indringend als hoge prijzen. Zij vreest dat de gemeente daar niet helemaal tegenop kan. De activiteiten zijn enorm opgeschaald in de tijd dat er veel werd gesproken over energiearmoede. Daar heeft de gemeente veel van geleerd. Er zijn veel meer huis aan huisbezoeken, ook als mensen er niet om hebben gevraagd. Hetzelfde geldt voor de opendeuren campagne waarbij bij ondernemers wordt binnengestapt. De gemeente probeert zo laagdrempelig mogelijk te zijn. In de wijkaanpak komt de Pagina 20 van 39

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

gemeente uiteindelijk alle adressen in Utrecht tegen. Wat de ondernemers betreft heeft de gemeente in het afgelopen jaar nog een snelle actie uitgevoerd die misschien geen beauty was. Er was nog wat financiële ruimte in de EFRO-subsidie en daaruit is een vouchersysteem gemaakt voor ondernemers. In eerste instantie liep die actie niet goed, maar na enige interventies heeft de gemeente daarmee toch een wel een hoog bereik gehaald. Dat is gebeurd nadat de commissie de brief heeft ontvangen. Het college heeft daar nog een behoorlijke push aan kunnen geven. Daar zit ook een aantal lessen in die de gemeente bij de gewone dienstverlening via het energieloket kan toepassen. Het college zal aanbieden dat zeker het kleinere mkb een advies, een gesprek en begeleiding krijgt zodat deze ondernemers echt op weg worden geholpen. Dit ligt in het verlengde van de energiecoach die de CU noemde. Het college merkt dat bij echt kleine ondernemingen meestal te weinig capaciteit en deskundigheid aanwezig is om zelf op weg te gaan naar verduurzaming. Bij grote bedrijven ligt dat anders. Dit wordt dit voorjaar allemaal opgebouwd. Ook de particuliere verhuur is een terecht punt van mevrouw Alblas.

In de brief was er nog sprake van een kleine slag om de arm, maar het college is nu zelf ook tot de conclusie gekomen dat de beschikbaarheid van fondsen niet per se het probleem is, maar dat de laagdrempeligheid dat wel is. De Rijksoverheid is dat nu ook aan het verbeteren omdat de regeling niet goed toegankelijk bleek te zijn via het FVO (Fonds Verantwoord Ondernemen) Bij het Rijk gebeurt het een en ander en het college probeert daarop mee te liften. De gemeente Utrecht probeert ook een soort gidsfunctie te vervullen om mensen toe te kunnen leiden naar die landelijke regelingen. Het landelijke onderzoek is nog niet gepubliceerd, maar het college heeft al wel een soort preview ontvangen. Daar komt in ieder geval uit dat veel particuliere verhuurders zich zo onzeker voelen in deze markt met allerlei nieuwe wetgeving op komst dat zij zich eigenlijk beraden of zij wel particulier verhuurder willen blijven. Dat levert niet de goede modus op om te gaan investeren in het bezit. Daarnaast is er een substantiële groep die perspectief ziet om te verduurzamen. Het college hoopt die op te sporen om met hen in gesprek te komen. Er zijn echt wel veel kleine verhuurders die één woning of een klein aantal woningen hebben. Voor deze verhuurders is het niet hun dagelijkse bezigheid en dan weten zijn niet zo gemakkelijk de weg.

Dan is het een uitdaging voor de gemeente om dat soort kleine verhuurders te helpen. Dit voorjaar gaat het college daar ook mee beginnen. Het is lastig om een goede database te krijgen met alle verhuurders erin. Het college probeert zoveel mogelijk verhuurders te bereiken met een brief waarin staat hoe de gemeente hen kan helpen om hun bezit te verduurzamen. Daarnaast zet het college ook in op de huurders, zoals de CU vraagt, maar wel volgtijdelijk. Het college wil dat de verhuurder eerst weet wat hij kan en wat hij moet doen. Daarna kan de gemeente proberen met de huurders in gesprek te gaan en zeker daar waar de gemeente zeker weet dat het vastgoed echt niet goed is. Het college wil kleinschalig beginnen op een aantal plekken waarvan bekend is dat het bijvoorbeeld nog enkel glas is of dat er andere gebreken zijn. Het college wil met die huurders in gesprek gaan, waarschijnlijk via het huurteam, om hun verhuurder te stimuleren om dat te doen. Helemaal aan het einde van de escalatieladder zou dat ook juridisch kunnen worden aangepakt, al hoopt het college dat de gemeente daar niet terecht hoeft te komen. Net als bij de bedrijven wil het college hier de wortel en de stok hanteren. De netcongestievraag van de heer Te Hoonte is een goede vraag omdat besparing en congestie iets met elkaar te maken hebben, maar zij vallen natuurlijk niet zomaar samen.

Congestie gaat natuurlijk niet over hoeveel elektronen of joules iemand gebruikt, maar over de piekmomenten en over de capaciteit die nodig is. Maar er is natuurlijk wel iets van samenhang. Als het totale verbruik omlaag gaat, gaat ook de piek en stukje naar beneden. Inmiddels zit Nederland al een jaar met het probleem van de netcongestie, maar iedereen is nog bezig te ontdekken wat er aan de hand is en wat er het beste aan kan worden gedaan. Degenen die bij de briefing waren - voor de VVD was dat de heer Vintges - heeft het college een aantal voorbeelden gegeven van hoe recent sommige inzichten zijn en hoe hard er nu gewerkt wordt aan het onderzoeken van welke maatregelen het beste kunnen worden genomen. Het college prepareert zich er wel op dat het voor een deel, dus niet exclusief of doorslaggevend, over besparing moet gaan. De heer Te Hoonte heeft wel gelijk, die boodschap moet dan wel goed worden geformuleerd. Het college merkt steeds meer dat dat best ingewikkeld is. Voor de gemiddelde consument moet het simpel worden gehouden terwijl het niet simpel is. Zij ervaart het nu als een aanmoediging om dat echt scherp te krijgen en daarin preciezer te worden in de loop van de tijd. Bij de opmerking over het overzicht kan zij zich alles voorstellen. Ook dat neemt zij mee. Zij ziet het als een uitdaging om het zo overzichtelijk mogelijk te presenteren.

Wat voor vandaag is geagendeerd is een soort uitvoeringsprogramma. Het college rapporteert daarover in de voortgangsrapportage. Als de heer Te Hoonte wil zien wat de resultaten zijn, dan moet dat daarin terug te vinden zijn. Mevrouw Heijne ging in op de Pagina 21 van 39

5

10

15

20

25

zonnepanelen voor lage inkomens. Als er zorgen zijn dat de voorwaarden van die lening met 0% rente tijdens de looptijd veranderen, dan kan zij mevrouw Heijne geruststellen: dat gebeurt niet. Dat zijn de contractuele voorwaarden van die lening. Deze mensen hebben een afspraak met het Warmtefonds dat het 0% blijft. Het Rijk kan het beleid wel veranderen en voor nieuwe leningen andere voorwaarden stellen. Dan kan de gemeente Utrecht zich herbezinnen en nagaan of dit nog steeds de beste route is. Het college heeft over die extra lening ook nagedacht en het heeft daar ook over gesproken met partners die veel met huishoudens in deze doelgroep werken. Die hebben dit toch wel verantwoord geacht. Aan de ene kant wordt geïnvesteerd in iets dat opbrengsten genereert en wordt de rekening verlaagd, aan de andere kant zijn er gunstige voorwaarden. Alle specialisten - zij is dat niet - en mensen uit het sociale domein hebben goed gekeken en zij zeggen dat het verantwoord is om het zo te doen. De gemeente doet dit wel onder een heel goede begeleiding. Op verschillende plekken in de stad is het college bezig met het begeleiden bij gespikkeld bezit. Het ziet ernaar uit dat verschillende fondsen met vve’s kunnen gaan werken. Het zijn fondsen die echt voor materiële kosten kunnen worden aangewend waardoor het voor mensen goedkoper wordt.

Ook wordt een regeling voorbereid voor het ondersteunen van mensen met echt een laag inkomen, zoals de gemeente ook eigenaren van grondgebonden woningen met een heel laag inkomen heeft ondersteund. Toen werd 100% van de kosten vergoed. Het college bekijkt of dat hier ook kan. Bij een vve moeten immers de leden allemaal meedoen. Als er een paar mensen tussen zitten die dat helemaal niet kunnen betalen, is er echt een probleem. Met de al genoemde fondsen wil het college in een aantal wijken en specifiek in Overvecht aan de slag gaan. Spreekster hoopt de resultaten van deze projecten in de voortgangsrapportage te kunnen melden. De voorzitter stelt vast dat er geen gemiste vragen zijn. Er zijn geen toezeggingen. Hij vraagt of de agenderende fracties met deze bespreking hun doel hebben bereikt of dat behandeling in de raad nodig is. Mevrouw Alblas (CU) meent dat dit voor haar fractie voldoende is geweest.

30

35

40

45

50

55

De voorzitter ziet dit ook voor de VVD voldoende is. Hij sluit dit agendapunt af. De commissie heeft (qua tijd) ruimschoots voldaan aan de opdracht die hij zichzelf gesteld had. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt om een korte schorsing voor een wisseling van de woordvoerders. De voorzitter schorst de vergadering om 12.14 uur en heropent deze om 12.16 uur.

10. Raadsbrief uitvoeringsprogramma elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 2023-2026 De voorzitter licht toe dat de agenderende fracties zich grote zorgen maken over de impact van netcongestie op de grote maatschappelijke opgaven voor de gemeente. Om black-outs en het stilvallen van de ontwikkeling te voorkomen willen zij op voorhand met de commissie en het college in gesprek over het uitvoeringsprogramma. Alle agenderende fracties zijn aanwezig behalve Stadsbelang Utrecht. De woordvoerder van die fractie had zelf last van netcongestie, hij is verhinderd. Mevrouw Nederhand (VOLT) begint met een citaat: “Ons stroomnet raakt overvol en Afrikaanse toestanden dreigen, met stroomuitval en black-outs. Een noodplan is nodig”. Deze oproep deed Jan Hopman, een van de oprichters van Urgenda en uitvinder van een van de eerste klimaatmodellen, afgelopen maandag toen netbeheerder TenneT bekend maakte dat er de komende tien jaar nog 60 miljard euro nodig is en waarschuwde dat de kritieke situatie rond het stroomnet voorlopig zo blijft. Ook Stedin luidt de noodklok. Voor 2026 wordt ook op het laagspanningsnet congestie verwacht. Stedin adviseert nu al om laadpalen op bepaalde momenten af te schalen omdat, als er straks congestie is op het laagspanningsnet, er geen huis meer bij kan.

VOLT maakt zich zorgen dat deze signalen aan dovemans oren zijn gericht omdat het college de problemen rond netcongestie milder lijkt in te schatten. Het college schrijft in een raadsbrief dat flexibele oplossingen genoeg zijn om prioritering van ontwikkelingen te voorkomen Pagina 22 van 39

5

10

15

20

25

30

en dat, als de netcongestie zou verergeren, dit op een later moment nodig zou kunnen zijn. Ook uit de beantwoording van schriftelijke vragen van de VVD en haar fractie blijkt dat het college de urgentie niet voelt. Verergeren betekent in dit geval namelijk dat nieuwe ziekenhuizen, uitbreidende ondernemingen en verduurzamende inwoners niet meer stroom kunnen krijgen. Dat betekent stilvallen van de ontwikkeling van deze stad. Het college schreef in zijn antwoord dat het verergeren van netcongestie tot gevolg kan hebben dat de doelstellingen voor woningbouw, bedrijvigheid en verduurzaming in de komende vijf jaar niet kunnen worden gehaald. Dat zijn 15.000 nieuwe woningen die niet kunnen worden gerealiseerd. Zij herhaalt de oproep die VOLT in het afgelopen halve jaar meermaals heeft gedaan: maak werk van integrale energiesystemen, voorkom verergering van netcongestie en zoek lokaal naar oplossingen, stop met trajecten die zich alleen richten op duurzame warmte of duurzame elektriciteit en ga direct aan de slag met integrale energiesystemen. Spreekster hoort graag van de wethouder dat zij de urgentie die VOLT voelt deelt. Als zij die urgentie deelt, kan spreekster er dan van uitgaan dat zij gehoor geeft aan deze oproep? De heer Peters (D66) hoort een vlammend betoog over integrale energiesystemen.

Als dat echt de panacee was geweest, waarom gebeurt dat dan nog niet in het hele land? Zitten daar ook geen haken en ogen aan? Mevrouw Nederhand (VOLT) vindt dat een lastige vraag. Zij hoopt dat de urgentie die nu wordt geschetst wordt gevoeld. Zij hoopt ook dat de wethouder nu ook de urgentie voelt die haar fractie voelt. De heer Peters (D66) denkt dat er binnen het college, maar ook bij de netbeheerder en in het hele land ontzettend veel mensen dag in dag uit bezig zijn om te kijken naar een oplossing van dit probleem. Die mensen kijken naar alle mogelijke oplossingen. Er zal vast wel een keer een integraal energiesysteem zijn overwogen en misschien lukt het wel op sommige plekken. Maar het wordt nu gepresenteerd alsof het de oplossing is voor het hele netcongestie probleem. Zijn vraag is of dat wel zo is. Mevrouw Nederhand (VOLT) antwoordt dat dat volgens haar fractie zeker zo is.

35

De heer Dijkstra (CDA) hoort inderdaad een vlammend betoog. Het is een terecht punt, maar de vraag of de wethouder de urgentie daarvan ziet lijkt hem wel een vraag voor de Bühne. Er komen allerlei maatregelen. Wat het CDA betreft is het wat te veel papier, misschien moet de gemeente wat meer in de doe-stand komen. Denkt VOLT echt dat het college de urgentie niet ziet, en zo ja, waar leidt VOLT dat uit af? Het CDA ziet het niet.

40

Mevrouw Nederhand (VOLT) antwoordt dat haar fractie denkt dat het college de urgentie niet goed genoeg ziet. De maatregelen die het college treft zijn niet voldoende om de netcongestie ook op het laagspanningsnet tegen te gaan.

45

De heer Dijkstra (CDA) stelt dat de vraag dan ook is of de gemeente de enige club is die iets kan doen aan wat er op het stroomnet gebeurt. Er zijn nog wat andere clubs die daarover gaan. Ziet VOLT ook in dat de gemeente beperkte middelen heeft om dit te gaan doen? Mevrouw Nederhand (VOLT) denkt dat de gemeente voldoende middelen heeft om te gaan sturen voor die integrale energiesystemen waar het stroomnet om roept.

50

55

60

De heer Dijkstra vindt het fijn om dit te horen. Integraal is nu het toverwoord, het kan op alles worden geplakt. Hij is heel benieuwd wat VOLT dan precies bedoelt met integraal. Dat kan immers alles zijn. Volgens mevrouw Nederhand (VOLT) is een integraal energiesysteem een systeem waarin warmtenet, stroomnet en alles wat daarmee te maken heeft zijn opgenomen met 33% lokale eigendom, b.v. gemeente en midden- en kleinbedrijf. Het is echt een integrale aanpak. Mevrouw Heijne (GL) vraagt of VOLT denkt dat zo’n integraal energiesysteem zo snel aangelegd is dat daarmee de urgentie die er nu is wordt aangepakt en opgelost. Pagina 23 van 39

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Mevrouw Nederhand VOLT) denkt dat het daarom des te belangrijker is dat de gemeente nu begint en niet wacht tot 2026. Slimme oplossingen en het op elkaar afstemmen van vraag en aanbod zijn essentiële onderdelen van de oplossing voor netcongestie. In een integraal energiesysteem komt dat juist allemaal samen. De heer Vintges (VVD) dankt de wethouder en de ambtenaren voor de RIB over netcongestie. Hij heeft daar zelf veel geleerd. Het is ook goed te lezen dat er meer voorlichting komt over netcongestie. Hij wilde daarom vragen bij dit debat, maar dit wordt al gedaan. Dat is fijn. Het is ook goed dat de raad op de hoogte wordt gehouden over de plaatsing van trafohuisjes in Utrecht met een jaarlijkse brief. Volgens de VVD is snelheid gewenst. Het is prima om ook buiten trafohuisjes te plaatsen. Natuurlijk is het fijn, als het inpandig kan, maar de gemeente moet niet achteraan komen te staan bij de energieleverancier. Hoe ziet de wethouder dit? Spreker hoort dat in de spits tussen 16.00 uur en 20.00 uur het laadvermogen van publieke laadpalen wordt verminderd. De VVD vindt dit wel jammer. Inwoners die hebben geïnvesteerd in duurzame auto’s zijn daar de dupe van. Hij begrijpt wel dat het nodig is, maar hij vraagt of het niet genoeg is om als gemeente te informeren over netbewust laden.

Denkt de wethouder niet dat de gemeente het daarmee kan afdoen? Met hoeveel procent wordt het laadvermogen van publieke laadpalen verminderd? De heer Cornielje (PvdA) ziet dat 28% van de groeiende stroomvraag komt van laadpalen. Moet de gemeente dan niet juist op laadpalen focussen, als het gaat om het verminderen van het stroomverbruik? De heer Vintges (VVD) weet dat de laadpalen enorm bijdragen evenals de warmtepompen, maar hij vindt het wel jammer dat inwoners die een investering hebben gedaan om duurzaam rond te rijfden daarvan de dupe zijn. Hij probeert aan te voelen of het mogelijk is om, zodra er weer een beetje ruimte is, die maatregel terug te draaien en of er ook andere mogelijkheden zijn om te kijken naar netcongestie. Naar aanleiding van het concept-plaatsingskader batterijen en elektrolysers wijst hij op de enorme kansen die buurtbatterijen kunnen bieden. Er zijn genoeg voorbeelden van plekken waar de inzet van buurtbatterijen als een succes wordt gezien. Zo wordt het stroomnet stabieler en kan er gebruik worden gemaakt van zogenaamde ‘peakshaving’ van het stroomnet. Hij heeft het onderzoek van de TU Delft over thuis- en buurtbatterijen gelezen. Daarin staat dat met een juiste inzet van batterijen netten congestieneutraal kunnen worden aangesloten en zelfs kunnen bijdragen aan het oplossen van netcongestie. Dat kan al met b.v.

5% thuisbatterijen of met de grotere buurtbatterijen. Hij vraagt of de wethouder serieus wil gaan kijken naar het gebruik van batterijen in Utrecht en of zij daarover terugkoppeling wil geven, b.v. met een kaart van Utrecht met de mogelijke plekken voor buurtbatterijen en voor pilots met buurtbatterijen. De heer Peters (D66) stelt dat de complexiteit van netcongestie een uitdaging is die de gemeente niet mag onderschatten. De gemeente heeft hier maar beperkte invloed op, maar het is wel cruciaal om de technische en financiële implicaties te begrijpen. De projecten en de financiële planning worden hierdoor namelijk beïnvloed. In tijden van begrotingstekorten is het essentieel pro-actief de kosten in te schatten. Daarom dringt hij er bij het college op aan om voor de Voorjaarsnota een gedetailleerd overzicht te leveren van de projecten die risico lopen door netcongestie. Hij vraagt om een reactie. Volgens D66 is het ook van belang om vroeg inzicht te krijgen in deze problematiek zodat de gemeente haar middelen en capaciteit effectief in kan zetten. D66 vraagt zich af of de gemeente het proces van vergunningverlening voor de uitbreiding van trafohuisjes kan versnellen en of het mogelijk is dit onder de Crisis- en herstelwet te brengen zodat de gemeente wat meer speelruimte heeft. Hij vraagt om een reactie.

Ook vraagt D66 om een lijst met alle mogelijke maatregelen die de gemeente kan nemen om netcongestie te voorkomen of zo goed mogelijk het hoofd te bieden. Ook heeft hij een vraag over de zienswijze van de Energy Board die mede namens Utrecht is ingediend bij de ACM (Autoriteit Consument & Markt) over het prioriteren op het net. Waarom is het voor Utrecht van belang om invloed uit te oefenen op de prioriteringswijze op het net, zelfs in gebieden zonder netcongestie. Het college heeft aangegeven dat bij verergering van de situatie prioritering noodzakelijk kan worden. Dat is een scenario waar Utrecht zich op moet voorbereiden. D66 vindt dat heel belangrijk. Het is bemoedigend dat het college hier al actief over nadenkt, maar het is cruciaal dat de raad hierover en over de mogelijke scenario’s en actieplannen wordt geïnformeerd, zodat de raad niet onvoorbereid is, als een bepaald scenario zich ontvouwt. Hij herhaalt met nadruk de vraag aan het college of het bereid is deze scenario’s nog dit jaar aan de raad te presenteren. Een van de scenario’s waarmee rekening moet worden gehouden is afschakeling. Dit moet de gemeente Pagina 24 van 39

5

10

15

serieus nemen. Waarschijnlijk is het niet eens de vraag of er grote stroomstoringen zullen optreden binnen enkele jaren, maar wanneer en hoelang. De vraag is dan of Utrecht daarop is voorbereid. Hij vraagt de wethouder of de noodzakelijke noodvoorzieningen er zijn. Hoe moeten de Utrechters zich daar zelf op voorbereiden? Speelt het college daar ook een rol in? Ook stelt D66 de ongemakkelijke vraag hoe de uitfasering van de gascentrale een rol speelt bij de netcongestie. Die helpt immers bij het opvangen van pieken in de elektriciteitsvraag. Hij vraagt om een reactie. Het is tenslotte essentieel dat de gemeente zich niet alleen focust op het vermijden van de ergste scenario’s, maar ook voorbereid is op de situatie dat deze zich voordoen. Zijn fractie wil niet terugkijken op deze problematiek met ‘had ik maar’ gevoelens. In de technische briefing werden al vier fases van netcongestie besproken. Hij krijgt graag van het college een taxatie van wanneer de raad welke fase realistisch kan verwachten, als het op deze manier doorgaat. D66 pleit ook voor maximale experimenteerruimte om onorthodoxe oplossingen te vinden. Het college is daar al mee bezig, maar hij vraagt op welke vlakken nog meer experimenteerruimte kan worden gecreëerd zodat Utrecht voorop loopt als de plek waar wordt gekeken naar de aanpak van deze problemen.

Die problemen zijn in Utrecht het grootst, maar zij zullen ook op andere plekken in Nederland spelen. Laat Utrecht hier een leidende rol nemen! De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt aan welke experimenten D66 dan vooral denkt.

20

De heer Peters (D66) antwoordt dat de vraag is waar er nog ruimte is om te experimenteren binnen de wettelijke kaders of misschien net even daarbuiten. Het is een open vraag. Hij is niet genoeg technisch onderlegd, maar hij stelt de vraag aan de wethouder zodat de raad er eventueel een besluit over kan nemen.

25

De heer Dijkstra (CDA) vindt het een mooi betoog. Hij hoort de vraag of de gemeente het plaatsen van trafohuisjes niet onder de Crisis- en herstelwet kan laten vallen. Hij moest daarbij denken aan een presentatie van TenneT. Hij vroeg toen wat de gemeente kan doen. De reactie was dat de bezwaren van burgers tegen het plaatsen van trafohuisjes het grootste probleem vormen. Hij vraagt of het voorstel van D66 om het onder de Crisis- en herstelwet te laten vallen helpt om die bezwaren gemakkelijker van tafel te vegen. Of heeft dat niets met elkaar te maken?

30

35

40

45

50

55

60

De heer Peters (D66) denkt dat bezwaren in het algemeen niet gemakkelijk van tafel moeten worden geveegd, maar dat de overheid daar serieus op in moet gaan. Hij noemt als voorbeeld de vervanging van de gasleiding in Overvecht Noord. Dat had te maken met de gastransitie en daar kon de Crisis- en herstelwet worden toegepast waardoor dit versneld kon gebeuren. Het is een idee dat bij hem opkwam. De bedoeling is hiermee de procedures te versnellen. Als dat niet het geval is, heeft het weinig zin. De heer Dijkstra (CDA) denkt dat iedereen snellere procedures wil. Maar hij hoort de heer Peters ook zeggen dat bezwarenprocedures heel serieus moeten worden genomen. Natuurlijk moet de raad alles serieus nemen. Deze commissie blijft zoeken naar hoe zij de wethouder kan helpen om vooruit te komen. Spreker hoort D66 proefballonnetjes oplaten waarvan hij denkt dat daar wel wat inzit. Hoe kunnen de commissieleden samenwerken om dat concreet te maken? De heer Peters (D66) hoopt na dit debat, als de commissie de antwoorden heeft gekregen en ideeën zijn uitgewisseld, met concrete plannen te komen om dit verder uit te werken. Mevrouw Alblas (CU) dankt het college voor de technische sessie over dit onderwerp.

Dat was zeer verhelderend, maar de sessie liet ook zien hoe zorgelijk de situatie is en dat dit probleem niet zo gemakkelijk op te lossen is, ook omdat het niet voor de hele gemeente op dezelfde manier speelt. De CU heeft met iemand van Stedin gesproken en heeft begrepen dat het uitzetten van laadpalen voor elektrische auto’s veel nuttiger is dan knijpen. Dan kan per woning een laadpaal worden aangesloten. Haar fractie vraagt of dat in het uiterste geval een optie kan zijn. Ook vraagt zij of de gemeente de communicatie van Stedin en van het landelijk beleid over netcongestie kan versterken. Het is immers van groot belang dat inwoners en ondernemers weten hoe groot dit probleem is en weten dat zij zelf onderdeel van de oplossing kunnen zijn. Mede door de complexheid van de materie en doordat er nog geen stroomuitval is hebben de meeste mensen niet door hoe serieus dit probleem is. zij weten niet dat zij zelf hier veel last van zullen ondervinden, als de situatie nijpender wordt. Zij zou willen dat trafohuisjes sneller kunnen worden neergezet, dat zij mooi zijn en dat zij daardoor draagvlak hebben. Zij vraagt of de gemeente met Pagina 25 van 39

5

10

15

Stedin een paar huisjes kan ontwerpen waaruit dan door omwonenden gekozen kan worden. Gaat het college ook communiceren dat nee zeggen tegen een trafohuisje in de straat gevolgen kan hebben voor de eigen stroomvoorziening, het huis van een kind, etc.? Ook sluit haar fractie zich aan bij D66 wat betreft versnelling van vergunningen hieromtrent. Tenslotte vraagt zij hoe de gemeente de huidige grootverbruikers kan motiveren om bewust te worden. Uit de technische sessie begreep zij dat het nu vooral bedrijven op de wachtlijst zijn die zoeken hoe het beter kan, maar ook de huidige grootverbruikers kunnen daarin slagen maken. Zij weet dat GL straks nog mooie punten heeft over het versnellen van vergunningen en de windmolens in Rijnenburg wil prioriteren. Daar sluit zij zich op voorhand bij aan. De heer Cornielje (PvdA) brengt naar voren dat er binnen zijn fractie grote zorgen bestaan over de druk op het stroomnet. Netcongestie bedreigt niet alleen de duurzame ambities van de gemeente, maar ook de ambities op het gebied van woningbouw en van leefbare wijken. Daarom dient, koste wat het kost, het scenario van een black-out te worden voorkomen. Als de situatie daarom vraagt, moeten radicale stappen mogelijk zijn. Mevrouw Nederhand (VOLT) vraagt wat de radicale stappen zijn die volgens de PvdA genomen kunnen worden.

20

25

30

35

40

45

50

55

60

De heer Cornielje (PvdA) was op deze vraag voorbereid. Hij komt daar later in zijn tekst op. Spreker stelt dat hierin de overheid en niet de markt de prioriteiten bij het stroomverbruik dienen aan te wijzen. De belangen van bewoners moeten voorop staan en niet die van bedrijven. Publieke voorzieningen, zoals scholen en woningbouw, dienen zoveel mogelijk ontzien te worden. Wat de al genoemde radicale stappen betreft noemt hij als een van de grootse veroorzakers van de netcongestie de toename van het aantal laadpalen. Hij zei al dat 28% van de toename van het stroomverbruik in Utrecht van die laadpalen komt. Dit probleem kan worden opgelost door tijdens de piekmomenten tussen 16.00 uur en 19.00 uur die laadpalen tijdelijk uit te schakelen, maar dat kan nog niet bij alle slimme laadpalen in de stad. Die zijn er niet altijd op ingesteld om in de piek het vermogen omlaag te brengen. Bij de ‘domme’ laadpalen kan dat sowieso niet, maar die worden snel vervangen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) interrumpeert over het radicale idee van de PvdA. Vaak gaat hij mee met de PvdA in dit soort zaken, maar hij kon zich dit bijna niet voorstellen.

Begrijpt hij goed dat de PvdA ervoor pleit om, als netcongestie een probleem blijkt, allereerst de overheid en het onderwijs te bedienen en daarna de bedrijven? Is dat zwart-wit de volgorde waarin dat moet worden gedaan? Dat kan toch niet waar zijn? Spreker neemt aan dat het meer genuanceerd moet zijn bedoeld. De heer Cornielje (PvdA) geeft aan dat de PvdA vrij duidelijk is. De prioriteiten in het stroomverbruik dienen te zijn voor nieuwe scholen. Als hij ziet dat scholen niet worden gebouwd en dat kinderen daardoor slechter onderwijs krijgen, dan ligt daar de prioriteit van de PvdA. Als hij ziet dat nog te veel jongeren geen woning hebben en niet weg kunnen thuis, dan ligt daar de prioriteit van de PvdA. Zijn fractie is hierin duidelijk. Stroom dient als eerste te gaan naar die publieke voorzieningen en daarna mogelijk naar het uitbreiden van bedrijven. Maar de prioriteit ligt bij de publieke taak. De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt vast dat zijn fractie het daar niet mee eens is. Hij pleit ervoor hier genuanceerder naar te kijken. Een volgorde begrijpt hij wel, maar hij is er tegen om dit zo zwart-wit te doen. Hij vraagt met nadruk om die nuance in beeld te houden. De heer Cornielje (PvdA) zei niet dat er geen enkele bedrijfsambitie meer mogelijk was. Hij zegt dat de prioriteit bij de publieke voorzieningen ligt.

Hij hoopt toch wel dat de heer Dijkstra de opvatting deelt dat die woningcrisis zo groot is en dat de problemen op scholen zo groot zijn dat de gemeente daar wel een stap extra zet, meer dan de gemeente nu doet bij het bedrijfsleven. De voorzitter meent dat de heer Cornielje inderdaad vrij radicaal is. De heer Dijkstra (CDA) vindt dat de PvdA wel een heel grote broek aantrekt door er vanuit te gaan dat de gemeente dit hier moet bepalen. In de brief staat duidelijk dat de ACM samen met allerlei andere clubs, ook de VNG, al een heel mooi plan heeft opgesteld. Daar is een zienswijze Pagina 26 van 39

over ingediend. De commissie gaat nu niet de koek verdelen, dat is al gedaan. Dat is ‘water under the bridge’ (probleem uit het verleden dat niet meer relevant is). 5

10

De heer Cornielje (PvdA) mist in het betoog van de heer Dijkstra de vraag. Die gaat hij er zelf uit halen. Spreker denkt dat de samenleving in een situatie komt waarin radicale stappen nodig zijn. Hij gelooft dat de heer Dijkstra het met hem eens is dat koste wat het kost moet worden voorkomen dat een deel van deze stad in het donker komt te zitten. Dat zijn wel scenario’s waar nu over wordt gepraat. Dan moeten er inderdaad keuzes worden gemaakt, of de commissieleden dat leuk vinden of niet. Dan wil hij toch proberen die woningcrisis aan te pakken en ervoor te zorgen dat elk kind in Utrecht goed onderwijs krijgt. Daar wil hij die prioriteit op zetten. Dat kan de heer Dijkstra radicaal vinden, maar het aanpakken van de woningcrisis en het zorgen voor goed onderwijs is helemaal niet zo radicaal.

15

De voorzitter meent dat het punt radicaliteit wel besproken is. Hij vraagt de heer Cornielje door te gaan met zijn radicale plannen.

20

De heer Cornielje (PvdA) doet dat graag. Misschien wordt het dan nog wel een stapje erger. Zijn laatste punt wat betreft te nemen stappen is de vraag aan de wethouder of zij echt bereid is om, indien de situatie echt schrijnend is en indien het moment daar is dat het ernaar uitziet dat er black-outs zullen zijn in de stad, het vermogen van laadpalen tijdelijk af te schalen naar nul. Zijn fractie ziet liever dat auto’s tussen 16.00 uur en 19.00 uur niet kunnen laden dan dat in deze stad de lichten uitgaan.

25

30

35

40

45

50

De heer Vintges (VVD) moet hier wel op reageren. Hij vindt het wel grappig hoe gemakkelijk de PvdA het heeft over het afschakelen van dingen. De gemeente heeft de bewoners heel lang gevraagd om te verduurzamen en nu mag straks de mijnheer of mevrouw met een elektrische auto even wachten met het naar het werk gaan of met het ophalen van de kinderen tot zij mogen gaan laden van de PvdA. Het is leuk om dit te horen. Er zit geen vraag in. De heer Cornielje (PvdA) begrijpt aan de ene kant dat gevoel van: “we zij bezig met verduurzamen en opeens mag ik niet meer laden”. Maar er zit wel het detail in dat het gaat over de periode tussen 16.00 uur en 19.00 uur. Als iemand na 19.000 uur wil laden, dan moet bekeken worden of dat mogelijk is. Maar er moet rekening worden gehouden met een scenario waarin deze stad op zwart gaat en er geen licht meer aan kan gaan. Dan moet de gemeente wel harde keuzes maken. Misschien is de heer Vintges zich daar nog niet zo van bewust, maar als 28 % van de groei van het stroomverbruik van laadpalen komt, dan kan iemand dat niet zomaar van tafel schuiven en zeggen dat het hem niet interesseert. Spreker zegt absoluut niet dat elektrische auto’s niet meer moeten kunnen laden in deze stad.

Maar is de tijd tussen 16.00 uur en 19.00 uur de prioriteit die de VVD aanstaat? Dan zegt hij dat de prioriteit voor hem nog steeds ligt bij woningbouw, bij scholen en bij publieke voorzieningen. Zoals eerder al is gezegd, goede communicatie over netcongestie is essentieel. Nog geen twee op de tien Nederlanders weet wat netcongestie inhoudt. Utrechters dienen voorbereid te zijn, ook op de zwartste scenario’s. Zij moeten weten welke storm er aan dreigt te komen. Ook moet de communicatie over trafohuisjes goed zijn. Er komen zo’n duizend trafohuisjes bij. Dat wekt natuurlijk verzet op in de buurt. Toch zijn deze huisjes echt nodig bij de verzwaring van het stroomnet. Is het niet mogelijk de buurt haar eigen trafohuisje uit te laten zoeken? Misschien een Wesley Sneijder trafohuisje in Ondiep? Zo wordt ervoor gezorgd dat die buurt meer inspraak krijgt en toch iets van binding krijgt met een huisje dat de bewoners normaal gesproken niet mooi vinden. Wellicht zijn voetbaldoeltjes of basketbalringen aan zo’n trafohuisje een leuke optie zodat toch iets moois ontstaat in een niet erg positief verhaal.

55

Mevrouw Alblas( CU) had het in haar inbreng ook al over wat aanpassingen. Deels kan zij zich vinden in wat de heer Cornielje zegt. Zij vraagt zich wel af of, als het op dat niveau wordt gepersonaliseerd, het dan geen maatwerk wordt. Is de heer Cornielje het met haar eens dat dit juist kan zorgen voor meer vertraging, wat de commissie juist niet wil? Misschien is het een beter idee om een aantal huisjes te hebben waaruit mensen kunnen kiezen dan om aan elke buurt te vragen het persoonlijk te maken.

60

De heer Cornielje (PvdA) ziet aan de en kant de efficiency-voordelen van het aanbieden van maar een paar soorten huisjes, maar aan de ander kant denkt hij dat het voor het draagvlak juist Pagina 27 van 39

een stuk beter kan zijn, als de buurt daar meer inspraak in heeft. Hiervoor kunnen ook budgetten beschikbaar worden gesteld, bijvoorbeeld uit het Fonds Stadsverfraaiing, zodat gelijk de middelen klaar staan om de binding van de buurt met die trafo mogelijk te vergroten. 5

Mevrouw Alblas (CU) vraagt of de heer Cornielje dat dan aan de voorkant wil doen, wat volgens haar tot vertraging zou leiden, of dat dit ook aan de achterkant zou kunnen. Dan wordt eerst het huisje neergezet en daarna kan de buurt met hulp van fondsen iets aan de buitenkant doen.

10

Volgens de heer Cornielje (PvdA) wordt het een beetje een kip-ei-verhaal. Het is te overwegen om pas na het neerzetten van het trafohuisje iets aan de personalisering te doen. Dat levert misschien wel wat meer verzet op. Die twee sporen moeten tegelijk worden bewandeld

15

Mevrouw Alblas (CDA) vraagt of de heer Cornielje het met haar eens is dat deze vertraging juist kan zorgen voor black-outs en dat het heel belangrijk is om dat ook heel duidelijk te communiceren in de richting van de bewoners. Dit kan wel het gevolg zijn van die personalisering. Dan ontstaan toch de black-outs die de heer Cornielje wil voorkomen.

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Volgens de heer Cornielje (PvdA) is er geen twijfel aan dat die trafohuisjes er gewoon moeten komen. Anders komen er inderdaad black-outs. Hoe dat wordt aangepakt, hoe die huisjes worden aangekleed en hoe leuk het wordt gemaakt voor die buurt moet worden bekeken. Hij zou het liefst een zo persoonlijk mogelijk huisje willen. Als dat echt niet gaat, dan is hij heel duidelijk: die blackouts moeten worden voorkomen. Maar hoe persoonlijker en hoe groter het draagvlak is, hoe beter de hele wijk kan worden meegenomen. De voorzitter wil de discussie over de trafohuisjes gaan afronden. Mevrouw Nederhand (VOLT) wil toch nog ingaan op de trafohuisjes. Zij hoorde een mooi aanknopingspunt voor een geborgd integraal energiesysteem. Zij vraagt zich af of zij daarmee de PvdA in het kamp van VOLT kan trekken. De heer Cornielje (PvdA) vraagt mevrouw Nederhand hem uit te leggen hoe zij dat bruggetje precies legt. Mevrouw Nederhand (VOLT) denkt dat dat ligt in het laten participeren van de buurt en het lokaal ontwerpen. Dan hoopt zij dat ook terug te horen in een lokaal geborgd integraal systeem. De heer Cornielje (PvdA) meent dat dat meer gaat over het verdelen van hoogspanning naar midden-spanning en laagspanning. Het is mogelijk die gesprekken te hebben en daar kan een oplossing in zitten. Hij was meer voor het Wesley Sneijderhuisje in Ondiep omdat dat een binding heeft met de buurt.

Dat heeft niet te maken met lokale energiesystemen, hoe hoog hij Wesley Sneijder ook schat. Mevrouw Nederhand (VOLT) vraagt of de PvdA dan niet inziet dat dit integraal moet worden bekeken. De heer Cornielje (PvdA) sluit zich hier een beetje aan bij de heer Dijkstra. Daar kan een oplossing in zitten, maar integraal is geen toverwoord waarmee de netcongestie wordt opgelost. Er kan wellicht een bijdrage in zitten bij het lokaal aanpakken van dingen, maar daarin zit niet de volledige oplossing voor netcongestie en voor het draagvlak voor trafohuisjes. Mevrouw Heijne (GL) bedankt voor de goed technische sessie met Stedin. Zij heeft daaraan een heel andere nasmaak overgehouden dan VOLT. De urgentie van de netcongestie werd daar heel goed duidelijk gemaakt. Zij was onder de indruk van de samenwerking in de Energy Board waarvan de gemeente Utrecht ook deel uitmaakt en van de wijze waarop gezamenlijk de schouders onder de netcongestie worden gezet. Met zo’n sterk team heeft zij er alle vertrouwen in dat al het mogelijke wordt gedaan om de nadelige effecten van netcongestie tegen te gaan en te voorkomen. Er wordt nu steeds gekeken naar wat anderen kunnen doen, maar haar vraag is eigenlijk wat de raad zou kunnen doen. De gemeente heeft een rol in het ruimtelijk faciliteren van de versterking en uitbreiding van het stroomnet.

Zij heeft ook een duidelijke rol bij het verlenen van vergunningen. D66 had het daar ook al over. Wat kan de raad doen om die versneld toe te Pagina 28 van 39

5

10

15

kennen? Zij is in de technische sessie geschrokken van het aandeel dat juist het individuele gebruik , b.v. warmtepompen en het laden van elektrische auto’s, heeft. Tegelijk is dit ongemakkelijk omdat, zoals eerder is gezegd, er eigenlijk een beweging in gang is gezet die nu duidelijk tegen haar grenzen aanloopt. Er wordt ingezet op netbewust laden. Er werd ook gevraagd of de gemeente niet toe moet naar het uitzetten van het laden. Bij die vragen sluit spreekster zich aan. In de vorige brief stond nog dat de communicatie over regels voor warmtepompen en airco’s waren uitgebreid. In de technische sessie hoorde zij dat warmtepompen een enorm aandeel hebben in die congestie. Moet de samenleving daarin dan niet een stapje terug doen en zeker voor buurten en wijken waar het warmtenet als meest voor de hand liggende optie is voorzien? Zij vraagt hoe de wethouder daar tegenaan kijkt. Misschien moet ook op landelijk niveau worden bekeken of moet worden gestopt met subsidies specifiek in wijken waar een warmtenet voorzien wordt. Mevrouw Nederhand (VOLT) hoort GL zeggen dat er genoeg wordt gedaan. Zegt GL daarmee dat prioriteiten stellen niet nodig is? Mevrouw Heijne (GL) is benieuwd naar welke prioriteiten mevrouw Nederhand zoekt.

20

25

30

35

40

45

50

55

Mevrouw Nederhand (VOLT) meent dat dit een van de punten is die in de brief staan. Er wordt aangegeven dat prioriteiten stellen een mogelijkheid is om netcongestie tegen te gaan. Mevrouw Heijne (GL) heeft dat gelezen als het stellen van prioriteiten in ruimtelijke ontwikkelingen. Als zij het zich goed herinnert, is dat de optie C van de opties A, B, C en D. Die probeert de gemeente te voorkomen, maar daar komt nog wel een vraag over van haar. De heer Dijkstra (CDA) sluit zich dan aan bij die vraag. Dat was niet zijn interpretatie van C. Het was meer harde keuzes maken die gaan over meer dan de vraag of iets wel of niet wordt gebouwd. Mevrouw Heijne (GL) stelt voor het dan aan de wethouder te vragen. Haar interpretatie was een andere. Het lijkt haar niet verstandig hierover met elkaar te gaan speculeren. De CU stelde een vraag over de grootverbruikers. Daar sluit zij zich bij aan. In die technische sessie is ook duidelijk geworden hoe belangrijk het is om juist lokaal windenergie te hebben. Daarom komt zij met een oproep eerder aan de raad dan aan het college om de schouders eronder te zetten om dat wat kan op het gebied van windenergie mogelijk te maken. Toch heeft zij ook een vraag aan het college. Natuurlijk is het vaak aan de initiatiefnemers om te komen met plannen. De gemeente kan de ruimtelijke mogelijkheden bieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=bc7c07f5-c073-41d3-b920-5f149b7a0474