2024.03.14 Conceptverslag commissie EDVW
Tekst van het document
5
Verslag openbare ochtendvergadering commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen
10
Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag
14 maart 2024 Stadhuisbrug 1, Utrecht C. de Bouter (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen 15
De voorzitter, dhr. B. van Steeg (tot 11.48 uur), dhr. C. Bos (na 11.48 uur), de wethouders mw. L. van Hooijdonk en dhr. E. Eerenberg, de commissiegriffier mw. M. de Vos, de leden mw. K. Alblas (CU), dhr. J. Cornielje (PvdA), dhr. G. Dijkstra (EenUtrecht), dhr. H. Dijkstra (CDA), dhr. M. van Heuven (PvdD), mw. R. Heijne (GL), dhr. G. te Hoonte (VVD), het lid M. Minnaert (BIJ1), mw. B. Nederhand (VOLT), dhr. R. Peters (D66), dhr. R. Snijder (Student & Starter), dhr. J. Vasters (D66), dhr. J. Vintges (VVD), indiener burgeragendering dhr. T. Zorn
20
Verslag openbare vergadering commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 25
30
35
40
1. Opening………………………………………………………………………………………….2 2. Vaststellen van de agenda van 14 maart 2024…………………………………………….. 2 3. Vaststellen van ingekomen agenderingen 3.1 Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop, Coördinatiebesluit energielandschap Rijnenburg en Reijerscop en brief aan Provincie Utrecht over zoekgebieden zon en wind………………………………4 3.2 Zienswijze ontwerpbegrotingswijziging voor 2024 en ontwerpbegroting 2025 van de gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht (AVU)……………………………5 3.3 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven…………………5 4. Verslagen Conceptverslag vergadering 8 februari 2024………………………………………………...7 5. Toezeggingen/moties…………………………………………………………………………...7 6. Ingekomen stukken……………………………………………………………………………..7 7. Raadsbrief Bodemenergieplan en interferentiegebied Papendorp Groenewoud………..7 8. Burgeragendering energiezuiniger nieuwbouw……………………………………………..10 9. Raadsbrief Actualisatie uitvoeringsprogramma’s energie besparen gebouwde omgeving………………………………………………………………………………………..19 10. Raadsbrief Uitvoeringsprogramma elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 2023-2026……………………………………………………………………………………….22 Pagina 1 van 39
5
10
1. Opening De voorzitter opent de vergadering om 10.01 uur en heet de aanwezigen en degenen die de vergadering thuis volgen welkom. Hij deelt mee dat de woordvoerders milieu van de griffier een mail hebben ontvangen over de bijeenkomst over het fusietraject O3 en RUD. Hiervoor wordt een technische sessie georganiseerd, eventueel op de RIB-avond (raadsinformatiebijeenkomst) op 2 april 2024. Hij peilt de belangstelling. Mw. Heijne (GL) heeft gezien dat er ook al een online-sessie is. Zij is van plan de online-sessie te volgen en vindt dat genoeg.
15
De voorzitter ziet andere leden knikken. Dan wordt deze technische sessie niet georganiseerd. De beleidsnota Wonen wordt in de loop van dit jaar verwacht. In samenwerking met het Stadskantoor wordt gewerkt aan het organiseren van een goed traject daaraan voorafgaand. De griffie probeert de commissie hierover zo goed mogelijk te informeren.
20
De heer Peters (D66) en een aantal andere leden lijkt het goed om in het kader van het mogelijk in Utrecht op te zetten ontwikkelbedrijf een werkbezoek te organiseren aan andere gemeenten om te zien hoe dat daar wordt gedaan. De griffie en de mensen van het Stadskantoor zijn druk bezig geweest om dat te faciliteren. Het voorstel is om op woensdag 15 mei 2024 een werkbezoek te brengen aan Deventer en Groningen. Hij vraagt de voorzitter te inventariseren wie daarvoor belangstelling heeft.
25
De voorzitter ziet al leden knikken. 30
De heer Te Hoonte (VVD) zou het waarderen, wanneer verscheidene woordvoerders mee zouden kunnen. Hij vraagt of er dan ook een bezoek aan het zonne-warmtepark in Groningen bij zit. Dat is uniek. Als de commissieleden daar dan toch zijn, stelt hij voor dit ook te bekijken. Misschien is dat ook wel wat.
35
De voorzitter constateert dat er veel draagvlak is om zoiets te organiseren met deelname van verscheidene commissie- en raadsleden. Het gaat dus door. De heer Peters (D66) lijkt het goed om te bekijken of er in het conceptprogramma ruimte is voor het voorstel van de heer Te Hoonte. Als er ruimte is, lijkt het hem leuk om daarlangs te gaan.
40
45
50
De heer Te Hoonte (VVD) hoopt dat er ruimte is. Hij herinnert zich dat voor Groningen is gekozen vanwege dit project. Het zit naast Entrance. Als de delegatie daar komt, komt het goed. De heer Peters (D66) geleidt dit door naar de mensen op het Stadskantoor die dit verder organiseren. Mevrouw Nederhand (VOLT) vervangt vandaag haar collega Charlotte Passchier in deze commissie. De voorzitter heet haar van harte welkom. Ook de wethouder heet hij van harte welkom.
2. Vaststellen van de agenda van 14 maart 2024 55
De voorzitter geeft aan dat de vergadering vandaag twee dagdelen heeft. Dat moet kunnen. De commissie heeft gisteren een mail ontvangen van de secretaris van de Bezwaarschriftencommissie over agendapunt 8 (Burgeragendering zuiniger nieuwbouw van de heer Zorn). Op 29 februari 2024 heeft de raad een onjuiste beslissing genomen over het ingediende bezwaarschrift. De heer Zorn is hier niet, maar het past om daarvoor excuus te maken. Pagina 2 van 39
De heer Dijkstra (EenUtrecht) is lid van de Bezwaarschriftencommissie. Spreker vraagt hem duidelijk te maken wat hier is gebeurd en waar de commissie vandaag wel of niet over praat. 5
10
15
20
25
De heer Dijkstra (EenUtrecht) zet uiteen dat de raad in zijn vorige vergadering een onjuist besluit heeft genomen. Dat wordt gecorrigeerd in de eerstvolgende raadsvergadering. Dan kan de commissie wel over deze burgeragendering spreken, maar dan alleen in afgeslankte vorm. De burgeragendering heeft twee aspecten: kan de gemeente strengere BENG-eisen (energieprestatie-indicatoren) gaan stellen voor nieuwbouw en moet de gemeente in het kader van die BENG de kwaliteitsverklaring van Eneco onverkort meenemen of kan zij daar iets anders van vinden? Van het eerste aspect werd gedacht dat dat juridisch kan. Maar nu blijkt dat op 13 december 2023 het Kabinet toch heeft besloten dat de gemeente dat niet kan doen. Deze juridische ontwikkeling had bekend moeten zijn, maar was dat niet. Dat moet juridisch worden gecorrigeerd. Dat deel van de burgeragendering zou hierdoor dus niet ontvankelijk zijn. Het debat hier kan dus alleen worden gevoerd over het tweede deel, het wel of niet meenemen van de kwaliteitsverklaring van Eneco in de BENG. Hij denkt dat daarmee het punt voor vandaag vervalt. De route langs de raad moet worden afgewacht om het punt in de goede vorm te kunnen behandelen. De heer Te Hoonte (VVD) begrijpt het niet helemaal. Het gaat hier over een burgeragendering, maar de voorzitter heeft het over een bezwaarschrift.
Volgens hem staat een burgeragendering los van de vraag of het juridisch kan of mag. Het is geagendeerd als een burgeragendering. Hij had verwacht dat het college in de beantwoording zou hebben gezegd dat het dat eerste punt niet kan uitvoeren omdat dat niet aan de wetgeving voldoet. Hij ziet de relatie niet met dat bezwaarschrift. De agendering is een andere procedure dan die van het bezwaarschrift. Mevrouw Heijne (GL) stelt voor het onderwerp zoals het er ligt gewoon te behandelen. De voorzitter zag in de app dat dat de algemene opvatting is.
30
35
40
45
50
55
De heer Dijkstra (EenUtrecht) meent dat de commissie dit punt natuurlijk kan behandelen, als zij dat wil. Maar er is wel een koppeling met het bezwaarschrift. Hij meent dat de raad wil weten of hij met de complete burgeragendering of een deel daarvan inderdaad iets kan doen. Volgens de indiener was dat wel zo. Hij ging ervanuit dat het Kabinet niet tot het besluit zou komen om die strengere BENG-eisen uit de Omgevingswet te halen. Nu blijkt onverwachts dat het (demissionaire) Kabinet dat toch paraat wil hebben. Spreker denkt dat het goed is dat de commissie weet waar de raad over kan beslissen. Hij deelt niet de opvatting van de heer Te Hoonte dat het niets met elkaar te maken heeft. Nu weet de raad wel waar hij mee te maken heeft, maar het lijkt spreker qua procedure goed om dat netjes aan de voorkant te doen: de raad moet gewoon het goede besluit nemen. Los daarvan is er het praktische punt dat aan de indiener is meegegeven dat niet te verwachten is dat de burgeragendering vandaag behandeld zal worden. Hem is ter kennis gebracht dat dit speelt. De voorzitter is nu ook wat verrast. Het stond op de agenda en de commissie heeft aangegeven dat het feit dat er procedureel iets is misgegaan geen bezwaar oplevert om de inhoudelijke behandeling door te laten gaan. Ook hij verwachtte dat de commissie dit vandaag zou behandelen. De heer Te Hoonte (VVD) heeft een punt van orde.
De heer Dijkstra gaat hier gewoon zijn boekje te buiten. De heer Dijkstra is lid van de Bezwaarschriftencommissie, maar hij is niet degene die beoordeelt of een burgeragendering wel of niet ontvankelijk is. Hij is ook niet de voorzitter van deze commissie die aan burgeragendeerders doorgeeft of iets wel of niet doorgaat. Het is fijn, als de heer Dijkstra daar wat rolvaster in wordt en gewoon aangeeft dat er ook iets speelt vanuit de Bezwaarschriftencommissie waar de commissie rekening mee moet houden. Dan houdt het op en is het verder een zaak van de commissie. De voorzitter wijst erop dat de commissie uiteindelijk bepaalt of zij dit onderwerp behandelt. Als de commissie dat wenst, is het ook fijn dat dit goed loopt. Hij weet niet hoe dit gelopen is, maar in principe staat dit op de agenda.
Pagina 3 van 39
De heer Peters (D66) steunt het standpunt van de heer Te Hoonte. Ook is hij het eens met mevrouw Heijne die het onderwerp gewoon wil behandelen zoals het op de agenda staat. 5
10
15
20
25
30
35
De heer Dijkstra (EenUtrecht) is het eens met de heer Te Hoonte dat hij rolvast moet blijven. In het begin heeft hij gesproken als lid van die Bezwaarschriftencommissie en heeft hij geschetst wat de goede procedure zou zijn: de raad een besluit te laten nemen over waarvoor hij wel of niet ontvankelijk is, punt. Zijn advies als lid van de commissie EDVW zou dan zijn dat af te wachten. Hij heeft zelf geen contact met de indiener gezocht. De secretaris van de Bezwaarschriftencommissie heeft wel contact met de indiener opgenomen. De indiener kwam daarna bij spreker terug met de mededeling dat hij begrepen heeft dat dit vandaag niet behandeld zou worden. Dat is wat feitelijk is gebeurd en niet meer dan dat. De voorzitter begrijpt dat de indiener het signaal heeft gekregen dat het onderwerp niet behandeld zou worden en dat eerst een besluit in de raad moet worden genomen. De heer Van Heuven (PvdD) kan zich voorstellen dat de indiener graag bij de behandeling van zijn punt zou zijn. Spreker zou het raar vinden om het onderwerp vandaag in zijn afwezigheid te behandelen. De agenda van de volgende EDVW-vergadering is niet erg vol. Er is tijd om het uit te stellen. Spreker begrijpt het principiële punt van de commissie, maar benadert het even tactisch. Als de indiener vandaag niet aanwezig kan zijn, zou spreker het willen uitstellen.
De heer Dijkstra (CDA) denkt dat, los van de inhoud, de commissie moet bekijken hoe zij dit in de toekomst aanpakt. Zijn fractie gaat helemaal het bos in ten aanzien van waar het hier nu precies om gaat. Mensen die thuis kijken hebben helemaal geen idee meer van waar het over gaat. Daar moet de commissie echt op letten. Het is jammer dat het zo is gelopen, mensen maken nu eenmaal fouten. Of er nu of later over wordt gesproken, het proces is wel betreurenswaardig. De voorzitter denkt dat de commissie het daarmee eens kan zijn. Belangrijk is dat de raad uiteindelijk over de agenda gaat. De indiener gaat er nu vanuit dat het na het raadsbesluit in de volgende vergadering van de commissie EDVW wordt behandeld. Spreker ziet non-verbale communicatie in zijn richting en begrijpt dat de indiener vandaag kan komen. Spreker vraagt of de commissie het punt dan vandaag wil behandelen of in de volgende vergadering. Hij stelt vast dat de commissie het vandaag wil bespreken. Als de indiener daarmee akkoord gaat, wordt het onderwerp dus vandaag besproken. Hij begrijpt dat die snel aanwezig kan zijn en sluit dit agendapunt af.
3. Vaststellen van ingekomen agenderingen 40
3.1 Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan Windpark Rijnenburg en Reijerscop, coördinatiebesluit energielandschap Rijnenburg en Reijerscop en brief aan Provincie Utrecht over zoekgebieden zon en wind De voorzitter stelt voor dit te agenderen voor de volgende EDVW-vergadering voor 120 minuten.
45
De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat het zijn fractie het verstandig lijkt hiervoor een RIB (raadsinformatiebijeenkomst) te plannen. Er is een RIB over het alternatief, het is dus keurig uit elkaar gehaald. Het lijkt hem goed mensen op het bestemmingsplan te laten reageren. Hij zou ook Rijkswaterstaat willen uitnodigen om het specifieke punt rond één windmolen toe te lichten. De voorzitter denkt dat de hele commissie hieraan mee wil werken. Dan is er draagvlak.
50
Mevrouw Heijne (GL) zag dat een paar leden nadrukkelijk nee schudden. Misschien is het goed te inventariseren wie echt mee doet. Zij wil wel dat mensen die zeggen dat zij mee-agenderen ook actief meedoen aan het maken van het programma. Het lijkt haar nuttig te weten wie daarop kan worden aangesproken en wie niet.
55
Het lid Minnaert (BIJ1) deelt mee dat deze fractie niet mee hoeft te doen. De voorzitter denkt dat dit de enige fractie is die geen behoefte heeft om mee te organiseren. Als de andere fracties mee-agenderen, betekent dat zij een bijdrage leveren aan de agendering. De Pagina 4 van 39
VVD en GL gaan een RIB organiseren en de andere fracties doen mee. 60 minuten lijkt spreker hiervoor voldoende. Hij vraagt of een behandeltijd van 120 minuten in de volgende EDVWvergadering voldoende is. Hij kent de gevoeligheid van het onderwerp. 5
10
15
20
25
De heer Dijkstra (EenUtrecht) is het hiermee eens, maar hij zou voorafgaand aan dat gesprek ook het alternatieve plan van de grondeigenaren willen agenderen. Daarover is er een RIB op 26 maart 2024. Dat zou wel consequent zijn. De voorzitter hoort van de commissiegriffier dat dit bij de commissie ROG zit. De heer Te Hoonte (VVD) deelt mee dat de commissie ROG op souffleren van de heer Dijkstra vorige week een RIB heeft georganiseerd over het alternatief omdat dat van de woningbouwkant komt die zegt dat het beter past en omdat die commissie ook niet voorzag dat het op één avond zou passen. Het onderwerp is niet voor die commissie geagendeerd, maar hij kan zich voorstellen dat het gewoon bij deze bespreking wordt meegenomen omdat de inbreng ook kan zijn dat iemand dat alternatieve plan beter vindt en dat in het voorstel gaat amenderen. Mevrouw Heijne (GL) lijkt het goed om het alternatieve plan gewoon samen te behandelen met de agendering van het bestemmingsplan Rijnenburg. Dan komen er een RIB over het alternatieve plan op 26 maart 2024 en een RIB over het bestemmingsplan op 2 april 2024 en een behandeling van beide onderwerpen in de commissie voor drie uur. Zij ziet dat ook de VVD knikt. Volgens de voorzitter zou dit betekenen dat deze commissie een stuk dat in principe in een andere commissie wordt behandeld gaat behandelen.
Hij vindt dat prima, het is ook een logisch voorstel, maar hij wil er wel even bij stilstaan.
30
De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat in de commissie ROG ook aan wethouder Eerenberg is gevraagd of het zo kan worden gedaan. De analyse was dat het zo in ieder geval de juiste volgorde zou zijn. Er ligt een alternatief en het is netjes om daaraan tijd te besteden. Vervolgens besteedt de commissie tijd aan het bestemmingsplan zelf, zij moet in één vergadering tot een conclusie kunnen komen. Uiteindelijk komt het in de raad. Het lijkt hem logisch dat de twee plannen bij elkaar komen.
35
De voorzitter wil proberen het zo te doen. Dan wordt er 150 minuten gereserveerd voor die twee stukken op de agenda van de volgende EDVW-vergadering. Eén RIB is er al geweest, de andere komt op 2 april 2024.
40
45
50
55
De heer Dijkstra (EenUtrecht) neemt aan dat dit dan gebeurt in aanwezigheid van beide wethouders. De voorzitter lijkt dit logisch. Mevrouw Alblas (CU) hoort dat de voorzitter het heeft over 150 minuten. Daarnet was sprake van drie uur, 180 minuten. Zij hoort graag wat het wordt. De voorzitter vraagt of 180 minuten realistisch is. Mevrouw Heijne (GL) denkt dat het realistisch is 180 minuten uit te trekken. Er is ruimte op de agenda. De voorzitter concludeert dat het 180 minuten wordt. 3.2 Zienswijze ontwerpbegrotingswijziging voor 2024 en ontwerpbegroting 2025 van de gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht (AVU) De voorzitter deelt mee dat dit punt op 26 maart 2024 in het college komt en daarna naar de raad gaat. Het voorstel is om dit onderwerp voor een kwartier op de agenda te zetten van de volgende commissievergadering. Hij stelt vast dat de commissie akkoord gaat.
Pagina 5 van 39
3.3 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven 5
De voorzitter vraagt of er leden zijn die iets voor een RIB of een commissievergadering willen agenderen.
10
De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat zijn fractie de briefwisseling tussen Eneco en de gemeente ingewikkeld vond. Die loopt vooruit op wetgeving die nog niet is aangeboden aan de Tweede Kamer en die daar dus niet is behandeld. Ook in de Eerste Kamer is die dus nog niet behandeld. Daarom leek het de VVD verstandig daarover een RIB te organiseren waarin Eneco, Stedin en andere partijen die daar mogelijk iets van vinden een reactie kunnen geven. Het had ook een technische bijeenkomst kunnen zijn, maar hij wil ook Eneco hierover horen. Hij wil het voor de commissie agenderen, maar hij begrijpt dat er ook behoefte is aan een RIB.
15
De heer Cornielje (PvdA) sluit zich aan bij het voorstel voor een RIB en voor een commissieagendering.
20
De voorzitter vraagt wie verder voor een RIB is. Hij ziet drie fracties die een RIB willen gaan organiseren. Dat is dan op 2 april 2024. 60 minuten lijkt hem hiervoor voldoende. Hij ziet dat er steun is voor een debat in de commissie van de zijde van Student & Starter, CU, EenUtrecht, en het CDA. Zij agenderen allemaal mee. Hij ziet dat de commissie instemt met een behandeltijd van 60 minuten.
25
30
De heer Dijkstra (EenUtrecht) wil in deze commissie de wooncoöperatieven agenderen naar aanleiding van de beantwoording van schriftelijke vragen daarover en ook naar aanleiding van een raadsdebat hierover op 19 december 2023 over betaalbaar wonen en betaalbare koop. Inzet is de vraag wat aanvullend nodig is om het echt van de grond te krijgen. De wethouder heeft ook gezegd voor het einde van Q2 met een voortgangsbericht te komen. Spreker wil het commissiedebat gebruiken om daar input voor te leveren. Drie fracties hebben destijds meegedaan met de schriftelijke vragen; die heeft hij al in de aanmelding opgenomen. Hij vraagt wie mede-agendeert, het liefst voor de volgende vergadering op 11 april 2024. De heer Vasters (D66) agendeert graag mee.
35
De heer Te Hoonte (VVD) denkt dat mevrouw Meerding ook graag mee zou agenderen. De voorzitter ziet dat BIJ1, CDA en Student & Starter ook mee willen agenderen. Dat zijn vijf fracties. Het onderwerp wordt dus op de agenda voor de volgende vergadering gezet.
40
De heer Dijkstra (EenUtrecht) denkt dat 60 minuten voldoende is. De voorzitter concludeert dat het 60 minuten wordt.
45
50
De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft nog twee voorstellen. Het eerste betreft de raadsbrief van 27 februari 2024 over het doorstromingsonderzoek inclusief een plan van aanpak voor het beter benutten van de bestaande voorraad voor de komende jaren. Zijn fractie heeft hierover ook schriftelijke vragen gesteld die zijn beantwoord. Hij zou dit voor 23 mei 2024 willen agenderen. Inzet is de vraag of, als gekeken wordt naar de actielijnen voor het beter benutten van de bestaande voorraad, de gemeente niet onderschat wat dat op kan brengen en, als de gemeente dat onderschat, op welke actielijnen zij meer kan inzetten. Spreker vraagt wie wil meedoen. De voorzitter begrijpt dat de heer Dijkstra een vooraankondiging doet van een debat.
55
60
De heer Dijkstra (EenUtrecht) wil het nu agenderen. De voorzitter merkt op dat dit in de volgende procedurediscussie weer op de agenda komt. Volgens de heer Dijkstra kan dat. Hij zal een concept rondsturen. Hij heeft nog een verzoek. Zijn fractie heeft schriftelijke vragen gesteld over de ORTEC-rapportage over de verkoopstop. Binnen vier tot vijf weken verwacht hij een antwoord daarop. Ook die antwoorden zou zijn fractie willen Pagina 6 van 39
agenderen voor uiterlijk 23 mei 2024 om in de commissie te kunnen beoordelen of de woningcorporaties zelf wel of niet de opgave verkoopstop zouden moeten betalen. 5
De voorzitter stelt voor die antwoorden af te wachten. Die kunnen de heer Dijkstra wel of niet geruststellen. Daarna kan worden bekeken of dat aanleiding geeft om dit onderwerp te agenderen. Dit zijn aankondigingen, de commissieleden weten dat die onderwerpen eraan komen. Hij ziet dat er geen andere mededelingen zijn.
10
4. Verslagen, concept-verslag vergadering commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 8 februari 2024
15
De voorzitter deelt mee dat er geen tekstuele opmerkingen over het verslag zijn. Hij ziet dat er geen opmerkingen van de commissie zijn. Het verslag wordt vastgesteld.
5. Toezeggingen/moties 20
De voorzitter stelt vast dat er geen vragen of opmerkingen over de toezeggingenlijst zijn. Ook deze wordt vastgesteld.
6. Ingekomen stukken De voorzitter deelt mee dat er geen ingekomen stukken zijn. 25
De voorzitter schorst de vergadering om 10.31 uur en heropent deze om 10.32 uur. Het lid Minnaert en de heer Te Hoonte verlaten de vergadering.
30
35
40
45
7. Raadsbrief Bodemenergieplan en interferentiegebied Papendorp Groenewoud De voorzitter licht toe dat VOLT de enige agenderende fractie is. VOLT wil de mogelijkheden bespreken voor een lokale energie-hub waarbij op systeemintegratie wordt ingezet. Het is een raadsbrief, dit onderwerp wordt dus in één termijn besproken. De behandeltijd is 15 minuten. Mevrouw Nederhand (VOLT) geeft aan dat haar fractie er enthousiast van wordt dat naar andere, nieuwe warmteoplossingen wordt gekeken, maar de brief die de commissie heeft gekregen roept ook vragen op. Het is bekend dat VOLT van mening is dat het energiesysteem van de toekomst bestaat uit lokale flexibele energiesystemen waarbij opwekking, transport, opslag en gebruik van warmte en elektra zijn geïntegreerd. Waarvoor haar fractie meermalen heeft gepleit, werd vorige week dinsdag ook het energiesysteem van de toekomst genoemd tijdens een technische sessie. Haar fractie grijpt de brief over het bodemenergieplan Papendorp Groenewoud aan om te bespreken of onderzocht kan worden of zo’n energiesysteem van de toekomst in dit gebied mogelijk is. Dit is niet alleen een technisch vraagstuk, het heeft wel degelijk maatschappelijk impact. Daarom wil VOLT hierbij sturen op vier principes: •
50
• • •
recht op zelfverbruik van duurzame energie voor alle eindgebruikers; iedereen moet mee kunnen doen, individueel of via het lokale collectief; collectieve aanpak voor individuele oplossingen; minimaal 50%, maar het liefst 100% lokaal eigendom; bieden van opgroeiruimte door de gemeente.
Pagina 7 van 39
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
VOLT hoort graag van de wethouder of onderzocht kan worden of een dergelijk energiesysteem van de toekomst in Papendorp Groenewoud mogelijk is waarbij deze vier principes worden meegenomen. Haar fractie hoort ook graag wat de financiële en maatschappelijke kosten en baten zijn van de door VOLT genoemde oplossing, hoe lang een dergelijk onderzoek zou duren en wat de impact daarvan is op de woningbouw, afgezet tegen het risico van vertraging vanwege netcongestie die tot 2030 zal duren. De nieuwe Energiewet en de nieuwe Warmtewet waarin zaken zijn opgenomen als lokaal eigendom en het kostprijs-plus model worden naar verwachting dit jaar behandeld in de Tweede Kamer. VOLT heeft hierover een aantal vragen. Waarom is ervoor gekozen een concessie uit te schrijven en niet te wachten op deze nieuwe wetten? Voor hoelang geldt deze concessie of is de wethouder voornemens de maatschappelijke belangen, zoals kostprijs-plus en lokaal eigendom mee te nemen in de concessie? Zo nee, waarom niet? Wat betekent dit voor de komende jaren voor de toekomstige inwoners en ondernemers van Papendorp Groenewoud? De heer Dijkstra (CDA) vraagt of aquathermie uit het Amsterdam-Rijnkanaal nog een kans biedt en of die aanvullende mogelijkheid open wordt gelaten voor de inschrijvende partij. Op pagina 16 worden wat problemen genoemd. Hij vraagt de wethouder hoe de gemeente hiermee omgaat.
Een van die problemen is de bufferzone tegen verontreiniging. Door onttrekkingen in de nabijheid is er sprake van actieve verspreiding van verontreiniging. Hoe wordt daarmee omgegaan? De hoogte van de kosten die aan het gebruik van het gebiedsplan zijn verbonden in de vorm van die eenmalige bijdrage voor monitoringskosten die de gemeente moet maken wordt grotendeels bepaald door het gewenste debiet en de waterverplaatsing. Spreker vraagt de wethouder hoe hiermee wordt omgegaan. Wethouder Van Hooijdonk begint met de vragen van VOLT. Zij denkt dat VOLT en het college ongeveer dezelfde gedachten hebben over hoe het energiesysteem van de toekomst eruitziet. Het is natuurlijk geen blauwdruk. Transitie is ook een soort ontdekkingstocht om te kijken wat werkt en wat er allemaal voor nodig is. Er is sowieso een uitgebreide wetgevingsagenda in Den Haag: los van de Warmtewet zijn er de Energiewet en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie. Dit betekent dat de gemeente nu nog functioneert in een energiesysteem waarin de gemeente eigenlijk nagenoeg geen rol heeft. Het is goed dat te bedenken. Bij de agendering vroeg de heer Te Hoonte zich al af waarom de gemeente zich voorbereidt op die wetten. De rol van de gemeente gaat dan echt veranderen. Allerlei mogelijkheden, zoals energie delen, zouden in de Energiewet terecht moeten komen, die zitten daar nog niet zo goed in.
De wetgeving voorziet eigenlijk maar heel beperkt in alles wat de gemeente nodig heeft om naar dat energiesysteem van de toekomst toe te gaan. Wat gebeurt er dan wel? Het college probeert tot een warmte/koudeopslag te komen die inderdaad collectief is. Achter deze bullet van VOLT kan zij een vinkje zetten. Tegen het CDA zegt zij dat aquathermie daarbij een rol speelt. Mevrouw Nederhand (VOLT) meent dat dit gaat over de bullet over een collectieve aanpak voor individuele oplossingen. Dat is nu geregeld voor warmte. Haar fractie wil echter dat dit ook geldt voor opwekking, opslag en verbruik van elektra. Is dat ook een toezegging? Wethouder Van Hooijdonk was nog maar twee zinnen onderweg. Zij was nu aan het uitleggen wat het college sowieso wel gaat doen. Een gemeente voert een gebiedsontwikkeling uit en wil daar uiteindelijk gebouwen neerzetten. Volgens haar zijn Groenewoud en de Hub XL de eerste dingen die hier gerealiseerd moeten worden. Haar collega Eerenberg kan daar meer over zeggen. Op het moment dat dat gerealiseerd wordt, zullen de gebruikers van die gebouwen behoefte hebben aan warmte. Het college stuurt daarop voor eind 2025. Dat is de minimale vereiste. Voordat dit wordt aanbesteed, gaat het college in overleg en consulteert het de markt om te kijken wat partijen kunnen bieden. Dan kan ook het overleg worden gevoerd of meer aan zo’n systeem kan worden toegevoegd.
Gedacht kan dan worden aan lokale opwekking en lokale opslag. Wellicht zijn er kansen bij de Hub XL waar de gemeente zelf opdrachtgever is. Daarover zijn er wel eerste gedachten, maar in hoeverre dat een rol speelt voor het perceel of ook een rol kan spelen voor het hele gebied, is nog te bezien, zowel in technische zin als in juridische en financiële zin. De wetgeving en het financiële speelveld, zijn immers nog niet op orde. Er zijn nog grote vragen over de demarcatie tussen wat in een soort gebiedseigendom zit en wat eigendom is van de gemeente of onderdeel is van netbeheerder Stedin. Er zijn dus nog heel fundamentele vragen. Het college denkt dat het kan onderzoeken wat er wat dit betreft nog kan, maar meent dat Pagina 8 van 39
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
het in de tijd en ook in het geld nog niet helemaal mogelijk is om naar dat volledige eindbeeld te gaan. Wel is het zo dat vanwege netcongestie het in ieder geval voor het stroomdeel nodig zal zijn om zoveel mogelijk uit te wisselen in het gebied zelf teneinde het grotere netwerk te ontlasten. In die zin is er ook wel druk om te kijken hoever de gemeente kan gaan. Mevrouw Nederhand (VOLT) vraagt of daarin ook het MKB, de inwoners zelf of commerciële partijen worden meegenomen. Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat het warmtenet eigendom is van de gemeente. Dat is tegelijk een antwoord op de vraag over hoe wordt geanticipeerd op nieuwe wetgeving. In alle gebieden waar dit speelt, Beurskwartier en Merwede, is het warmtenet eigendom van de gemeente. Voor de dagelijkse uitvoering, de exploitatie zoekt het college een partij. De komende Warmtewet zegt dat de partij die de gemeente zoekt een publiek meerderheidsbelang moet hebben. Daarbij kan ook een warmtegemeenschap van bewoners of van ondernemers een rol spelen. Die wet is er nog niet, maar het college kijkt daar natuurlijk wel met een schuin oog naar. Welke partij het hier uiteindelijk ook gaat uitvoeren, deze zal, als de wet doorgaat, altijd na een overgangstijd moeten voldoen aan die wet, dus een publiek meerderheidsbelang moeten hebben en/of een lokale organisatie moeten zijn. Het college gaat niet wachten op die wet.
Er zijn nog vele onzekerheden bij die wet die nog een heel proces moet doorlopen. De gemeente heeft niet de tijd om te wachten. Wachten zou betekenen dat de gemeente een groot stuk woningbouw op de helling zet en vertraagt in een tijd van woningnood. Haar collega kan daar meer over zeggen. Spreekster heeft in haar antwoord al een aantal punten van VOLT meegenomen. Wat de kosten en baten betreft verwacht het college dat dit gepaard gaat met extra kosten. Dat is ook een aandachtspunt omdat het de vraag is wie die kosten gaat dragen. Het is in ieder geval belangrijk dat de mensen die in het gebied gaan wonen hierdoor niet veel hogere woonlasten krijgen. Elk warmtebedrijf dat hier aan de slag gaat zal zijn tarieven gereguleerd moeten aanbieden. VOLT vroeg om een onderzoek. Het college gaat geen apart onderzoek doen, maar wel een marktconsultatie. Dat kan worden meegenomen in het voorgenomen proces. Gevraagd werd naar de duur van de concessie. Concessies voor warmtenetten zijn eigenlijk altijd lang. Er moet immers een kapitaalintensief en traag systeem over lange tijd worden afgeschreven. Het is heel normaal om dat in dertig jaar te doen. Ook hier wordt aan die termijn gedacht. Omdat in het begin nog niet alle gebruikers er zijn, heeft het college gezegd dat er daarvoor nog tien jaar ingroeitijd komt en dat het dertig jaar wordt op volledig volume.
Mevrouw Nederhand (VOLT) vraagt hoe de concessie zich dan verhoudt tot de wet die dit jaar wel of niet wordt aangenomen. Wethouder Van Hooijdonk probeerde die vraag daarnet al te beantwoorden. Alle bestaande warmtesystemen zullen zich moeten verhouden tot de wet. In de concept-wet staan overgangstermijnen. Binnen die termijnen moeten de systemen gaan voldoen aan de wet. Het net is al eigendom van de gemeente en dat blijft zo. Maar het bedrijf dat exploiteert moet in meerderheid publiek zijn. De vragen van VOLT en de vraag van het CDA over aquathermie heeft zij beantwoord. Er waren vragen over verontreiniging en kosten van monitoring. Die monitoringkosten worden opgenomen in de businesscase van het warmtenet. Het is goed dat de heer Dijkstra vraagt naar die verontreiniging. Dat was namelijk voor het college een van de spannende dingen in het systeem. Na het Beurskwartier gaat het college hier nu voor de tweede keer het volume van het tweede watervoerend pakket gebruiken. Dat is niet vanzelfsprekend. Het is mogelijk om de ruimte in het eerste watervoerende pakket te gebruiken. Maar het college ziet dat in een aantal gebieden die behoorlijk worden gebruikt dat onvoldoende is en dat het dus een laag dieper moet gaan. Het college is heel kritisch op het risico dat verontreiniging uit de eerste laag wordt meegenomen naar de tweede laag. Dat mag zich niet voordoen.
De gemeente kijkt daar zelf naar, samen met de provincie die een rol heeft als bevoegd gezag, maar ook samen met b.v. drinkwaterbedrijven. Er wordt heel nauwlettend op toegezien en er wordt ook een heel scherp arrangement afgesproken met de partij die het uiteindelijk gaat doen om heel goed te monitoren of daar iets misgaat. Alle partijen hebben daar vertrouwen in, anders zouden instellingen als drinkwaterbedrijven daar ook geen ja tegen zeggen. De kosten worden opgenomen in het warmtesysteem. Spreekster heeft de meeste vragen beantwoord. Haar college wil wellicht nog iets toelichten over het effect op de gebiedsontwikkeling zelf.
Pagina 9 van 39
5
10
15
20
25
30
35
Wethouder Eerenberg merkt op dat er vele vragen zijn beantwoord over de techniek, over de concessie en over de warmte. Hij gaat in op de context. Op de website wordt een aantal van 3500 woningen vermeld. In de stukken die de commissie ROG in de volgende cyclus gaat bespreken staat 3650 woningen. Er zijn dus 150 woningen bijgekomen, verdeeld over Papendorp en Groenewoud. De start van de bouw van de hub staat gepland voor eind 2025. Eind 2025 wordt ook gestart met de eerste woningen in Groenewoud. Voor de oplevering van deze woningen en de hub moet deo volente worden gedacht aan medio 2027. Dan moet dus die warmte kunnen worden geleverd. Er is dus niet veel ruimte in de tijd om veel te experimenteren in de goed zin van het woord. Voor Papendorp geldt iets vergelijkbaars. Gezien de tijd gaat hij daar niet op in. Energie is met de netcongestie een probleem, hij kan daarvoor geen erg complete planning geven. Het liefste heeft hij dat die er is wanneer de bouwactiviteiten beginnen en wanneer het terrein bouwrijp wordt gemaakt. Dan kunnen bouwstromen worden toegepast en dat is goed voor het milieu omdat er dan minder apparaten worden gebruikt die tot uitstoot leiden. Dan is er de vraag hoeveel woningen in de eerste blokken zitten die eventueel het risico van vertraging hebben, wanneer de tijd verschuift als gevolg van gewenste voorzieningen.
Het eerste bouwblok Papendorp heeft ongeveer 200 woningen, het eerste bouwblok Groenewoud telt ongeveer 100 woningen. Mevrouw Nederhand (VOLT) hoort de wethouder zeggen dat er nog heel veel zaken onzeker zijn rond energie en netcongestie. Is het dan wel een goed idee om al zoveel bouwplannen te hebben, wanneer er nog zoveel onzekerheid is rond dat thema? Wethouder Eerenberg denkt dat het omgekeerde ook waar is. Als raad en college zouden zeggen dat er veel onzekerheid is rond netcongestie en dat de bouwproductie maar wat moet worden afgeschaald, dan weten zij dat de bouwproductie er niet meer komt. Netcongestie verdelen is schaarste verdelen, eigenlijk stroom verdelen. Als de raad zegt dat de gemeente Utrecht maar wat minder moet doen omdat dat wat ruimte geeft, dan garandeert hij dat die ruimte elders meteen zal worden gebruikt. De stroomvoorziening is niet alleen van de gemeente Utrecht, ook elders wordt die gebruikt. Het wordt nog wel eens onderschat hoe krap het stroomnet is en hoe groot de gevolgen nu al zijn van wat wordt gedaan. Als wethouder voor onderwijs en dus ook voor onderwijsvoorzieningen heeft spreker ook te maken met scholen waarvan wordt gezegd dat die mogelijk maar later moeten worden gebouwd. Het is al aan de orde, maar de gemeente moet druk op de ketel houden, ook richting partijen die de gemeente helpen met het verdelen van de schaarste.
De gemeente moet hen erop wijzen dat het hier gaat om 3650 woningen en dat, als er schaarste moet worden verdeeld, hier toch voor moet worden gezorgd, gezien de gigantische woningcrisis . Daarom moet de gemeente de plannen wel in de lucht houden. De voorzitter stelt dat er geen gemiste vragen zijn. Hij vraagt aan VOLT of hiermee bereikt is wat deze fractie wilde bereiken en of doorgeleiding naar de raad nodig is.
40
45
50
Mevrouw Nederhand (VOLT) zal hierover overleggen met haar collega mevrouw Passchier, maar zij denkt dat 15 minuten in de raad nodig zullen zijn omdat zij verwacht dat er een motie zal komen. De voorzitter vindt 15 minuten wel wat veel voor een motie in een raadsvergadering waarin er toch al weinig ruimte is. Hij concludeert dat 5 minuten ook kan. Wanneer het anders wordt, dan hoort hij dat graag op zo kort mogelijke termijn. Hij sluit dit agendapunt af. Hij ziet ook dat de heer Zorn aanwezig is. De voorzitter schorst de vergadering om 10.54 uur en heropent deze om 10.58 uur.
8. Burgeragendering energiezuinige nieuwbouw 55
De voorzitter heet de heer Zorn welkom. Het is fijn dat deze toch aanwezig kan zijn. Er was enige onduidelijkheid over de agenda van vandaag. Er is een fout gemaakt in de procedure waarvoor spreker excuses aanbiedt. In de volgende raadsvergadering wordt dat rechtgezet, zodat er een goed besluit wordt genomen. De heer Zorn is daarvan op de hoogte. De commissie heeft gezegd dat zij het onderwerp vandaag toch inhoudelijk kan behandelen. Voor dit onderwerp is er één termijn, op de agenda staat er 30 minuten voor. De heer Zorn zal een toelichting geven op de burgeragendering. Daarna kan de commissie vragen stellen, met name aan de heer Zorn en Pagina 10 van 39
mogelijk aan de wethouder. In de komende raadsvergadering wordt een besluit genomen over deze agendering zodat de raad zich procedureel weer op het goede pad bevindt. 5
10
15
20
De heer Zorn meent dat zijn toelichting vrij kort kan zijn. Van de burgeragendering blijft over dat degenen die hij vertegenwoordigt voorstellen om de kwaliteitsverklaring van de stadsverwarming Eneco niet meer te accepteren. Dat betekent dus dat de betreffende bouwprojecten vervangende energiebesparende maatregelen moeten nemen. Dat kan van alles zijn. In de berekening gaat spreker dan uit van de inzichtelijkheid van zonnepanelen, maar er kan bijvoorbeeld ook worden gedacht aan driedubbel glas of douche wtw (waterterugwinning). Het komt in ieder geval neer op het nemen van een daadwerkelijke energiebesparingsmaatregel in plaats van het accepteren van een kwaliteitsverklaring. Dat is eigenlijk alleen maar een administratief iets. Stel dat die woning toch wel op de stadsverwarming wordt aangesloten, dan verandert daar niets aan, maar de woning wordt wel energiezuiniger met dezelfde stadsverwarming, alleen wordt die verklaring niet in de berekening meegenomen. Dat is eigenlijk alles wat het voorstel inhoudt. Er zitten haken en ogen aan. Het is mogelijk het met zonnepanelen op te lossen of in plaats van stadsverwarming een warmtepomp nemen. Er zijn natuurlijk inmiddels wel de netcongestieproblemen bij gekomen. Het probleem kan op zijn simpelst opgelost worden door kleine maatregelen te nemen in plaats van de kwaliteitsverklaring toe te passen. Spreker laat het hierbij.
Hij heeft twee stukken ingediend en hij hoopt dat de commissieleden die hebben gelezen. Hij kan natuurlijk vragen daarover beantwoorden. Volgens de voorzitter zijn die stukken aan de agendering toegevoegd. Hij dankt de heer Zorn voor zijn introductie.
25
30
35
40
45
De heer Dijkstra (EenUtrecht) dankt de indiener die het doorzettingsvermogen heeft om dit toch weer op de agenda van de commissie te krijgen. Zijn eerste vraag aan de indiener is of deze de commissie nog eens heel goed duidelijk kan maken wat de kern is van de opvatting dat de gemeente die kwaliteitsverklaring juridisch wel kan verwerpen. Op 15 december 2023 heeft de indiener nog een aanvullend stuk ingeleverd waar dat in staat. De tweede vraag is of, als het juridisch mogelijk is die verklaring niet te accepteren, de indiener nog wat duidelijker kan aangeven waarom die woningen dan energiezuiniger worden. Zijn er nog meer voordelen dan dat? Gaat het om een paar procent of zijn het substantiële voordelen, niet alleen voor huurder en verhuurder, maar ook voor de gemeente? De indiener heeft recent nog een stuk toegevoegd over de financiële effecten. Dat is vandaag aan de stukken toegevoegd. Wellicht kan de indiener dat aangeven hoe de commissie dat stuk moet lezen. Mevrouw Heijne (GL) heeft gelezen dat die erkende kwaliteitsverklaringen worden opgesteld door een onafhankelijke stichting. Er zijn geen aanwijzingen dat die kwaliteitsverklaring onjuist is. Haar fractie ziet dus geen reden om die kwaliteitsverklaring niet te accepteren. Wel is GL het met de indiener eens dat het niet wenselijk is om nieuwbouw aan te sluiten op hoge temperatuur stadsverwarming.
Zij leest dat het college die opvatting ook deelt. Alleen die vergunning mag niet gewijzigd worden, als er al een leiding door de straat loopt. Dat is natuurlijk heel lastig. Haar fractie vraagt het college daarom om, als deze situatie zich voordoet en er een tender loopt, dan te proberen te sturen dat die niet wordt aangesloten op de stadsverwarming en om die extra energiebesparingsmaatregelen wel te nemen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of GL wel de opvatting van de indiener deelt dat de gemeenteraad juridisch in staat is om die kwaliteitsverklaring niet te erkennen.
50
55
60
Mevrouw Heijne (GL) heeft daarbij grote vraagtekens. Zij vraagt het college om daarop te reageren. De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft een tweede vraag. Ziet GL dan ook dat, als de raad dat juridisch zou kunnen, het niet vanzelfsprekend is dat de raad die kwaliteitsverklaring erkent? Mevrouw Heijne (GL) antwoordt dat het doel van haar fractie niet is om die kwaliteitsverklaring wel of niet te erkennen. Het doel van GL is energiezuiniger nieuwbouw. Zij zou het college willen vragen daarop in te zetten. Dat doet het college al, maar zij zou een toelichting willen hebben over wat de mogelijkheden zijn. Voor haar is van ondergeschikt belang of daar wel of niet een kwaliteitsverklaring bij moet. Pagina 11 van 39
5
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dat een goed punt. Ziet GL ook, met zijn fractie, dat de gemeente door die kwaliteitsverklaring niet te erkennen ervoor zorgt dat bouwers zelf veel moeten gaan doen om energiezuinig te bouwen? Zoals de indiener aangeeft is het eindeffect dat de samenleving energiezuiniger uitkomt. Mevrouw Heijne (GL) ziet dit als een hypothetische discussie. Zij herhaalt: de kern blijft energiezuiniger nieuwbouw realiseren.
10
De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft een punt van orde. Hij heeft ook vragen voor de wethouder. Had hij die daarnet moeten stellen? De voorzitter antwoordt dat hij die inderdaad daarnet had moeten stellen.
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De heer Dijkstra (EenUtrecht) ziet dit als een omissie van zijn kant. Hij wil dat nog wel graag even doen. De voorzitter meent dat dit gewoon tot de inbreng van de heer Dijkstra behoort. Wanneer had hij het dan willen doen? De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat een mens soms even iets kan vergeten. De voorzitter vindt het erg lastig om de heer Dijkstra nog een keer het woord te geven. Deze heeft nog wel tijd, maar hij heeft zijn inbreng al gehad. Misschien kan de heer Dijkstra zijn vragen op een andere manier stellen, of de commissie moet zeggen dat hij zijn vragen kan stellen. Hij merkt dat de commissie geen bezwaar heeft. Hij vindt wel een rommeltje en daar houdt hij als voorzitter niet van. De heer Dijkstra had dit echt kunnen weten. Hij krijgt heel kort het woord. De heer Dijkstra (EenUtrecht) houdt het kort. Hij heeft drie vragen aan de wethouder. Ziet de wethouder dat hier sprake is van een niet-formeel EKV-erkende verklaring en dat de raad dus wel in staat is om die te verwerpen? Kan de wethouder expliciet reflecteren op de reactie van de indieners van 5 december 2023 een ook op die van 14 maart 2024? Zijn laatste vraag is of de wethouder ook de voordelen ziet van het niet erkennen van die kwaliteitsverklaring. De heer Van Heuven (PvdD) dankt de heer Zorn voor deze agendering. Al eerder steunde zijn fractie het initiatief om de verklaring niet de accepteren.
In juni 2021 heeft zijn fractie dit onderwerp al in de raad gebracht met een motie zonder succes. Nu is er een burgeragendering. Spreker vindt het pleidooi van de heer Zorn duidelijk evenals zijn toelichting. Hij heeft dus geen vragen aan de heer Zorn. Maar er is intussen een soort welles-nietesdiscussie ontstaan tussen hem en de wethouder over het wel of niet accepteren van die kwaliteitsverklaring. In een commissievergadering in 2021 was de wethouder heel stellig, ook in de richting van spreker: weigeren kon echt niet. De heer Zorn levert nu nieuwe informatie aan dat het wel kan. In een reactie op een brief van de wethouder geeft de heer Zorn aan dat de informatie van de wethouder op vijf punten niet klopt. Spreker vraagt de wethouder of zij op deze vijf punten kan reageren. Ook vraagt hij de wethouder wat het volgens haar oplevert, als de raad doet wat de heer Zorn voorstelt en hoe erg het zou zijn, als de gemeente die verklaring weigert. Wat is het nadeel daarvan? Uit verkregen informatie op grond van een Wob-verzoek (wet openbaarheid van bestuur) dat de heer Zorn beschrijft in zijn reactie blijkt dat de wethouder op een aantal punten niet zorgvuldig is geweest. Spreker is blij met die informatie omdat hij zich in het eerdere debat echt wel onder druk voelde gezet. Hij leest dat de wethouder op drie punten onjuist blijkt te zijn geweest.
Hij is benieuwd wat de wethouder vindt van die drie punten. Ook de heer Cornielje (PvdA) dankt de heer Zorn voor zijn agendering. De PvdA deelt de kritiek van de agendeerders op de betaalbaarheid van de stadswarmte. Door haar monopolie positie kan Eneco misbruik maken van een situatie waardoor gewone Utrechters de dupe zijn en te veel betalen voor hun stadswarmte. Toch deelt zijn fractie niet de mening dat de kwaliteitsverklaring van Eneco moet worden verworpen. Voor de PvdA zit de urgentie in het verduurzamen van de bestaande woningen. Wanneer hij ziet dat 25% van de huurwoningen nog steeds enkel glas heeft en dat de helft van de woningen in deze stad nog steeds muurisolatie mist, dan zijn dat de Pagina 12 van 39
klappers die de gemeente kan maken op duurzaamheid. De kwaliteitsverklaring van de stadswarmte is dat niet. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De heer Dijkstra (EenUtrecht) begrijpt dat de PvdA wil inzetten op het energiezuiniger maken. Maar als de raad juridisch in staat is om die kwaliteitsverklaring niet te erkennen en als de raad vindt dat die verklaring terecht niet kan worden erkend, ziet de PvdA dan ook met EenUtrecht het effect daarvan? Er gaat immers een prikkel uit naar de bouwers, die aan die eisen moeten voldoen, om meer te doen aan wat de PvdA nu juist wil. Ziet de PvdA niet dat het helpt bij wat die fractie wil? De heer Cornielje (PvdA) ziet dat, op het moment waarop die eisen strenger worden, die nieuw gebouwde huizen aan nog strengere eisen moeten voldoen. Het probleem is echter dat daarvoor middelen en mensen nodig zijn. Die mensen kunnen beter gebruikt worden bij die huurwoningen met enkel glas. Daarnaast maakt de gemeente zo de bouw van betaalbare nieuwe woningen nog een stuk moeilijker. Daarom heeft zijn fractie twijfels bij het intrekken van die kwaliteitsverklaring. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dit wel dubbel. De PvdA wil dat er energiezuiniger wordt gebouwd. Nu kan de raad, als hij vindt dat die kwaliteitsverklaring niet voldoet, die verklaring niet erkennen. Aangetoond is dat dat juridisch mag. Nu kan de raad, zonder dat het de gemeente geld kost een enorme prikkel geven aan energiezuiniger bouwen.
Doordat de bouwers in de BENG niet die prachtige verhalen van Eneco kunnen opnemen zullen zij gedwongen worden andere oplossingen te zoeken. Dat is toch wat de PvdA wil? Spreker raakt het spoor echt bijster. Wil de PvdA energiezuiniger bouwen? De heer Cornielje (PvdA) meent dat de heer Dijkstra het debat nu wel heel erg plat maakt. Het belangrijkste dat de PvdA wil is dat er in sociale huurwoningen die er nu al zijn moeite en middelen worden gestoken om te verduurzamen. Daar liggen de grote uitdagingen van deze tijd. Nieuwe woningen zijn al een stuk zuiniger dan de bestaande woningvoorraad. Daarom ligt de prioriteit van zijn fractie meer bij de bestaande woningvoorraad dan bij nieuwgebouwde huizen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt dan toch vast dat de PvdA hier een kans laat liggen om meer te doen aan energiezuinig beleid. Dat spijt sprekers fractie zeer. Hij hoopt dat de PvdA tot bezinning komt. De heer Cornielje (PvdA) wil duidelijk zijn: de prioritering van de PvdA ligt bij de bestaande woningvoorraad. Hij kan constateren dat de prioriteiten van de heer Dijkstra daar niet liggen, als hij zegt dat alles gericht moet zijn op nieuwbouwwoningen. Volgens de voorzitter is dit uitlokking, maar de positie van de heer Dijkstra is heel duidelijk. De heer Van Heuven PvdD) vindt het juist slim, als de raad niet hoeft te kiezen.
Die kwaliteitsverklaring is vooral gericht op ontwikkelaars van nieuwbouw waardoor uiteindelijk de inwoners lagere energielasten hebben. Daar moet de PvdA toch blij mee zijn? De heer Cornielje (PvdA) stelt dat er altijd moet worden gekozen. Het is natuurlijk niet waar dat, als de gemeente dit doet, dat compleet geen effect heeft op nieuwgebouwde woningen of het aantal mensen dat beschikbaar is om te verduurzamen. Bij nieuwbouw worden de eisen nog veel strenger door die kwaliteitsverklaring niet te accepteren. Maar dan moet de raad ook accepteren dat daardoor projectontwikkelaars er soms van af zullen zien en dat woningen wellicht duurder zullen worden. De raad moet dus altijd een keuze maken. Als dan al die mensen en middelen moeten worden ingezet, zegt de PvdA dat dit voornamelijk bij de bestaande woningbouw moet gebeuren omdat die achter loopt. De heer Van Heuven (PvdD) stelt dat de PvdA altijd de mond vol heeft over de klimaatcrisis. Nu wordt de keuze gemaakt om de nieuwbouw maar een heel stuk minder duurzaam te laten zijn. Maar uiteindelijk is het echt wel in het voordeel van de inwoners die gewoon minder energielasten hebben. Dat verhaal moet de PvdA toch aanspreken. De rekening komt terecht bij de ontwikkelaars. Dat is toch een goed verhaal.
Pagina 13 van 39
5
De heer Cornielje (PvdA) vindt het wel spannend wat de heer Van Heuven doet. De PvdA zegt: “Waar ligt de grootste duurzaamheidsuitdaging?” Die ligt bij de bestaande woningvoorraad, daarin zitten de woningen met de slechte energie-labels. Daarop moet volgens de PvdA de focus worden gericht. Wanneer die eisen strenger worden gemaakt, betekent dat dat er meer mensen en middelen nodig zijn bij nieuwbouw. Dat betekent ook dat die mensen en middelen dan niet de bestaande woningvoorraad kunnen verduurzamen. De PvdA maakt dan de keuze voor de bestaande woningvoorraad omdat die het minst energiezuinig is. Dat is een heel logische conclusie.
10
De voorzitter vraagt de leden ermee rekening te houden dat voor dit punt een halfuur is uitgetrokken.
15
20
De heer Vintges (VVD) geeft aan dat het voornamelijk om de stadsverwarming gaat. De VVD Utrecht vindt dat de gemeente af moet van de gedachte dat stadsverwarming geldt als een zogenaamde plus in de formule bij energiezuiniger bouwen. Bij ontwikkelingen leidt het gebruik van stadsverwarming ertoe dat dingen die bij een huis als standaard worden beschouwd voor wat gedaan moet worden niet meer worden gedaan door die 1,2 in de berekening voor stadsverwarming. Daarom vraagt hij aan de wethouder of dat beeld klopt en of zij erop wil toezien dat de minimumeisen wel gewoon worden gehaald, als stadverwarming wordt toegepast bij woningbouw.
25
De heer Snijder (Student & Starter) bedankt voor het initiatief. Het is goed dat burgers naar de raad komen. Zijn fractie sluit zich aan bij de vragen van GL en deelt de kritiek die de PvdA daarnet uitte. De focus is voor zijn fractie zeker belangrijk met betrekking tot de nieuwbouw. De PvdD had het daar net over. Ook zijn fractie heeft de motie in 2021 ondertekend. Daarom is Student & Starter benieuwd naar de ruimte die de wethouder verder nog ziet, ook om eventueel te kijken naar andere partners om een kwaliteitsverklaring te laten vaststellen die duurzamer is en bewoners niet opzadelt met hogere energierekeningen.
30
Mevrouw Alblas (CU) kan zich volledig aansluiten bij de inbreng van GL. De voorzitter vraagt de heer Zorn of hij direct kan antwoorden op de vragen. Hij ziet dat deze dat kan.
35
40
De heer Zorn begint met het door EenUtrecht genoemde juridische aspect. De indieners hebben niet gezien dat het niet kan. De enige jurisprudentie die er is, is al wat oud. In het geval van Nieuwegein heeft de Raad van State wel degelijk beslist dat de gemeente Nieuwegein dat best kon aanscherpen omdat die gemeente in haar beleid energiezuiniger bouwen wil promoten. Er is geen jurisprudentie dat het niet mag, er is wel jurisprudentie dat het wel mag. Meer kan hij er niet aan toevoegen. Hij gaat in op de voordelen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) denkt dat niet alle raadsleven even deskundig zijn op dit vlak. Daarom vraagt hij de indiener nog iets te zeggen over het verschil tussen de EKV en de PCRG.
45
50
55
60
De heer Zorn zet uiteen dat de EKV een verklaring is van een door de minister aangewezen organisatie die iets goedkeurt. Dat brengt dan het predicaat erkenning mee. Dit is een zogenaamde gecontroleerde kwaliteitsverklaring. Die mag worden geaccepteerd, maar het is geen verplichting. Het BCRG (Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheid) is een private organisatie die die kwaliteitsverklaring alleen controleert op een aantal punten; dat is niet meer dan een administratieve bezigheid die dit bureau voor 1200 euro uitvoert. Dat levert nog niet een erkenning op en daarmee ook niet een verplichting om dit te accepteren. Het BCRG zegt zelf ook op zijn website dat zijn verklaringen mogen worden erkend en mogen worden gebruikt, het is geen verplichting en dat geldt wel voor de erkende verklaring. Die moet worden geaccepteerd. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de samenvatting is dat het BCRG een private verklaring afgeeft die de overheid naast zich kan neerleggen en dat de EKV echt de wettelijke grondslag is. Dat is hier niet aan de orde. Hij begrijpt van de heer Zorn dat dit juist is. De heer Zorn gaat in op de tweede vraag van EenUtrecht. Gevraagd werd of hij dit in een percentage kan uitdrukken. Hij heeft geen percentage bij de hand, maar hij denkt dat het ligt in de Pagina 14 van 39
5
10
15
orde van 10 tot 20%.Hte gaat natuurlijk om wat een vervangende maatregel oplevert. Het warme water van de stadsverwarming blijft gewoon binnenkomen. De vervangende maatregel moet de energiebesparing opleveren en die ligt in de door hem genoemde orde. Dat is dan 10 tot 20% van het gebruik van de woningen zonder het gebruik dat de individuele bewoner eraan toevoegt. Daarover is weinig te voorspellen, de ene bewoner gebruikt meer energie dan de andere. GL wil eigenlijk dat de wethouder op een andere manier zorgt voor meer energiebesparende maatregelen, maar de wethouder heeft zelf al aan gegeven dat zij weinig middelen heeft. Zij kan niets afdwingen. De gemeente zou de mogelijkheid krijgen om de BENG-eisen aan te scherpen. Dan zouden er veel meer mogelijkheden zijn om eisen te stellen. Maar minister De Jonge heeft dat allemaal voorkomen, dat gaat allemaal niet door. Voor een gemeente zijn er weinig instrumenten om dat af te dwingen. Dit is er toevallig nog wel een en dan vraagt spreker zich af waarom de gemeente die niet zou gebruiken. Op een andere manier lukt het kennelijk niet. Spreker begrijpt eigenlijk de PvdA ook niet. Dit gaat zuiver over nieuwbouw. Het gaat om de 60.000 woningen die Utrecht wil bijbouwen. Hij is het er helemaal mee eens dat de bestaande bouw ontzettend achterloopt. Maar het probleem daarbij is weer dat het heel veel geld kost.
Deze maatregel kost de gemeente geen geld en ook geen mankracht. Het is in feite een administratieve maatregel. De kosten liggen inderdaad bij de projectontwikkelaar. In zijn kostenberekening maakt spreker echter ook duidelijk wat die effecten zijn. Het levert ook baten op.
20
De heer Cornielje (PvdA) vraagt de heer Zorn of hij zich zorgen maakt over de mogelijke effecten die dat heeft op de woningbouw en over de woningbouw die dan misschien niet doorgaat.
25
De heer Zorn kan daar weinig over zeggen. Het zou kunnen. Als iemand de woning met of zonder kwaliteitsverklaring bekijkt, die dus wel op de stadsverwarming blijft aangesloten, dan gaat het om 2000 euro en bij de kleinste woningen om 1500 euro. Daartegenover staat een mogelijke huurverhoging omdat een woning met een hoger energielabel in principe meer huur kan opbrengen.
30
35
40
45
50
55
60
Wethouder Van Hooijdonk denkt dat alle aanwezigen hetzelfde willen: een goede kwaliteit nieuwbouw, inclusief alle energieprestaties en daarmee ook lagere woonlasten voor mensen. Het college wil echt hoge temperatuurstadsverwarming voorkomen bij nieuwbouw. Die nieuwbouw is te goed om die te verwarmen met hoge temperatuurstadsverwarming. Dat is duidelijk en hierover bestaat geen verschil van inzicht. Spreekster is sinds 2014 wethouder. In de eerste periode van 2014 tot 2018 heeft het college ook met de raad intensieve gesprekken gehad toen de getallen uit die kwaliteitsverklaring niet bleken te kloppen. Dat had invloed op de kwaliteit van de gebouwde woningen, met name in Leidse Rijn. Misschien echoot de situatie van toen nog een beetje na, maar in deze tijd kan dat niet meer op dezelfde manier voorkomen. Dat heeft te maken met de nieuwe regels rond bouwbesluiten, het BENG-verhaal. Hetzelfde geldt voor Nieuwegein. Dat is een oudere casus uit een tijd waarin er andere bouwregels golden. Nieuwegein kon op dat moment met een beroep op die bouwregels het punt maken van een kwalitatief te slechte schil. Dat zou nu niet meer kunnen. Als een gebouw aan de BENG-eisen voldoet, dan is die schil beter dan die was onder de oude bouwregeling. Die schil wordt ook niet meer beïnvloed door die kwaliteitsverklaring van de stadsverwarming. Dat is echt anders dan vroeger.
De schil van het huis wordt daar niet door beïnvloed. Er zijn ook nog een BENG-2 en een BENG-3. Die gaan over het systeem dat aan die woning is gekoppeld. Dat moet ruim worden gezien, ook zonnepanelen vallen eronder. Daar is inderdaad nog wel wat invloed. Dat is het wezenlijke verschil met vroeger. GL vroeg hoe het college dan stuurt op die doelen. Voor een deel is dat inderdaad ingewikkeld. Daar is hier ook al over gesproken. Onder het oude Bouwbesluit, maar ook nu weer onder de Omgevingswet mag de gemeente er geen zogenaamde ‘kop’ op zetten. Dat betekent dat zij publiekrechtelijk geen hogere prestaties mag eisen van ontwikkelaars. Dat is lastig. Het college probeert het op een wat zachtere manier, dus niet voorschrijvend, met het Utrechts Energieprotocol. Daarin vraagt de gemeente om zo hoog mogelijke prestaties, ook op het gebied van het energiesysteem, op en aan het gebouw en vervolgens in het gebied. Privaatrechtelijk kan de gemeente wat meer sturen. Het college ziet dan ook dat waar de gemeente grondposities heeft en aanbesteedt de prestaties ook hoger worden. Dat laat zien dat de gemeente in technische zin nog wel wat kan, maar dat daar waar de gemeente alleen publiekrechtelijk stuurt de prestaties lager zijn. Dat is inderdaad gemist potentieel.
Het college wil ook in het nieuwe Warmteplan dat het gaat maken de maximale juridische ruimte zoeken om daarmee de regie te voeren en zoveel mogelijk die hoge temperatuurverwarming in nieuwbouw te voorkomen. De mogelijkheden van de Omgevingswet zijn onderzocht, maar daar kwam niets uit. Om te laten zien dat het college echt Pagina 15 van 39
5
10
15
20
25
30
35
alles uit de kast wil halen om hier meer te sturen wijst zij op een aanpassing van de Verordening kabels en leidingen. Daarin heeft het college opgenomen dat het over een soort ‘nucleaire optie’ beschikt om, als het denkt een goede zaak te hebben, op basis van de bevoegdheid op het toestaan van leidingen onder de grond in te grijpen. Het college heeft dit nog niet in de praktijk toegepast en het weet ook niet voor 100% zeker of dit stand houdt bij de rechter. Zij geeft dit echter aan om te laten zien dat het college heeft gezocht naar mogelijkheden hierop te sturen. Het college denkt niet dat wat nu wordt voorgesteld deze mogelijkheid geeft. Ook de nieuwe informatie levert volgens de juristen van de gemeente geen nieuwe inzichten op. Zij beroept zich op de juristen, zij heeft er zelf niet voor doorgeleerd. Het weigeren van een kwaliteitsverklaring gaat echt over situaties waarin er redenen zijn om aan te nemen dat die verklaring getalsmatig niet klopt. De bouwregelgeving gaat ervanuit dat allerlei cijfers en rekensommen worden ingevoerd. Als er aan zo’n cijfer wordt getwijfeld, dan mag iemand dat ‘deleten’. Maar als er geen twijfel is aan dat cijfer, dan moet het gewoon worden ingevuld. Er zit wel een zekere logica in. Zij heeft al aangegeven dat het tegenwoordig, anders dan vroeger, geen invloed heeft op de kwaliteit van de woning, maar alleen op het systeem eromheen.