CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2024.02.08 Gemeente Utrecht Commissie Energie(transitie) Duurzaamheid Vastgoed en Wonen

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 14 maart 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen43.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De heer Stellinga (CDA) zegt dat het CDA op hoofdlijnen ingenomen is met deze lange termijnvisie op een circulaire gemeente. We hebben maar één aarde en we krijgen geen nieuwe als deze op is. Er moet worden gezocht naar manieren om tot circulariteit te komen en deze visie is daarvoor een goed beginpunt. Volgens het verkiezingsprogramma van het CDA moet circulair bouwen de norm worden bij bouwplannen, en met deze visie lijkt dat goed geborgd te worden. Wel vindt het CDA dat het klimaatprobleem niet een probleem is dat bij de gemeentegrens ophoudt. Dat lijkt echter wel de teneur te zijn van deze visie. In Utrecht wonen heel veel mensen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Lopik. Dit betekent dat circulariteit beter, of zelfs uitsluitend te bereiken is door intergemeentelijke afstemming. Utrecht kan het niet alleen, ook al wil het graag de door D66 genoemde pioniersrol vervullen. De visie geeft een beeld van een gemeente dat op een eiland circulariteit gaat bereiken, terwijl ook de rest van de provincie en ook het rijk nodig is. Hoe denkt de wethouder hierover? Het CDA vindt het verder erg jammer dat er op de beïnvloeding van het consumptiegedrag van burgers in de visie niet erg diep wordt ingegaan. Bij de behandeling van het raadsvoorstel Utrecht Circulair 2020 heeft het CDA hier ook al aandacht voor gevraagd.

In het raadsvoorstel wordt doorverwezen naar de beleidsnota en naar uitvoeringsplannen. Wat het CDA betreft een gemiste kans. Het CDA vraagt de wethouder ook hierop om een reactie. Bij het streven naar circulariteit kan de gemeente het niet alleen, maar de gemeente is ook niet alleen. Het CDA zegt met nadruk ‘gemeente’, want in het raadsvoorstel wordt 40 keer het woord ‘stad’ gebruikt. Utrecht is groter dan alleen de stad. Aan de wethouder wordt gevraagd of zij bereid is om dit in de visie te wijzigen naar ‘gemeente Utrecht’, zodat ook Vleuten en De Meern worden meegenomen naar circulariteit. De voorzitter geeft het woord aan Volt voor hun inbreng.

40

45

50

55

Mevrouw Passier (Volt) zegt dat Volt blij is met deze visie, want de omslag naar een samenleving die minder druk legt op de leefomgeving is erg belangrijk. Die urgentie komt grotendeels terug in deze visie. Gebruik van biobased, mits die duurzaam zijn verbouwd, en van gerecyclede materialen zou de norm moeten zijn. Volt gelooft ook dat de duurzaamheidstransitie veel economische kansen biedt. Er zijn Volt een paar zaken opgevallen, die zij aan de wethouder willen voorleggen. Net als GroenLinks miste Volt de R-ladder. Zij sluiten zich dan ook aan bij de vragen van GroenLinks daarover. Verder viel het Volt op dat de brief zich richt op de drie focussectoren die al een paar keer aan bod zijn gekomen: bouw, voedsel en zorg. Dat moet niet betekenen dat de ogen kunnen worden gesloten voor de andere sectoren, want ook die zullen uiteindelijk circulair moeten worden. Die integraliteit ontbreekt volgens Volt. Andere circulaire ontwikkelingen, zoals energietransitie, moeten minstens worden genoemd in deze visie. Kan de wethouder toelichten waarom daar niet voor gekozen is, en wat vindt de wethouder van deze suggestie? Volt kijkt uit naar de uitvoering van deze visie. Zij geven aan de wethouder mee dat ze in die uitwerking nog een aantal punten teug verwachten. Op de eerste plaats geeft de wethouder in het voorwoord aan dat er een flinke cultuur- en gedragsverandering nodig is.

Volgens Volt is samenwerking met de bijvoorbeeld cultuursector hiervoor essentieel. Ten tweede geeft deze visie richting aan beleid, uitvoeringsplannen en acties. De link met deze visie moet dan ook helder worden gemaakt. De beleidsnota die later dit jaar volgt zou Volt graag vergezeld zien van een overzicht van de verwachte uitwerkingen van deze. Volt is blij om te zien dat de visie aangeeft dat 49

in de beleidsnota aandacht wordt gegeven aan effectindicatoren. Ten derde merkt Volt op dat een circulaire stad niet wordt bereikt als de scope alleen ligt op de drie genoemde sectoren. Zij willen dan ook zien welke haakjes er zijn voor het verbreden van die scope. 5

10

15

20

25

30

35

De heer Peters (D66) merkt op dat er wordt gevraagd om verbreding als er wordt gefocust op sectoren, en als er een brede blik is wordt er gevraagd om focus. Aan Volt vraagt hij of het beter is om focus aan te brengen en de rest niet uit het oog te verliezen, of om met zoveel mogelijk dingen rekening te houden. Mevrouw Passier (Volt) antwoordt dat dat afhankelijk is van het onderwerp. Volt begrijpt dat er gekozen is voor deze drie sectoren omdat daar de grootste resultaten te behalen zijn, maar de rest moet niet uit et oog worden verloren. Zij vervolgt haar betoog met de vraag aan de wethouder of zij in de beleidsnota kan letten op deze drie punten. Tenslotte vraagt Volt hoe de wethouder staat tegenover het niet meer inkopen van Samsung- en Apple-telefoons, maar bijvoorbeeld Fairphones die helemaal worden gemaakt van circulaire materialen. De voorzitter geeft het woord aan de ChristenUnie voor hun bijdrage. De heer Van Straalen (CU) zegt dat de voorliggende visie een mooie ambitie laat zien. In 2050 is Utrecht een circulaire gemeente met een gezond leefklimaat, veerkrachtige samenleving en een circulaire economie. In de huidige klimaat- en biodiversiteitscrisis is het hard nodig om snel aan de slag te gaan om deze ambities te verwezenlijken. Bij de repaircafés wordt nu al gewerkt aan de realisatie van doelen uit deze visie.

Hergebruik en reparatie vindt plaats in een sociale setting zodat mensen ervaren dat circulair handelen ook leuk kan zijn. Veel spullen die daar worden gerepareerd worden nu nog door mensen weggegooid als ze niet meer werken. We lijken vast te zitten in een koop-dump-koop-cyclus. Om daar uit te komen is een radicale cultuur- en gedragsverandering nodig. Aan de wethouder wordt gevraagd of zij kansen ziet om de repaircafés nog meer onder de aandacht te brengen bij de Utrechter? Door gerichte bewustwordingscampagnes kan meer worden ingezet op inzameling en reparatie, en het leve van genoeg had wel iets steviger in deze visie mogen zitten. Als we echt afvalvrij willen worden dan moeten er minder spullen worden gekocht. Hoe kijkt de wethouder hiernaar? Eerder is onderzocht welke kansen er liggen om bij afvalscheidingsstations in Utrecht met hergebruik aan de slag te gaan. Aan de wethouder wordt gevraagd of er standaard bij aanrijroutes naar Utrechtse afvalscheidingsstations een plek kan zijn waar gekeken wordt of de producten die mensen weggooien nog kans hebben op hergebruik. Zijn medewerkers van afvalstations hier inmiddels op getraind? In Papendorp-Noord zou er naast een mobiliteitshub ook een circulaire hub komen met een repaircafé. Aan de wethouder wordt gevraagd hoe het daarmee staat.

In de visie staat dat er rekening wordt gehouden met sociale, economische en ecologische van zowel Utrechtse inwoners en bedrijven als van de wereld om Utrecht heen. De heer Ten Hoonte (VVD) vraagt of de CU vindt dat er in De Meern ook meer upcycle-faciliteiten bij het afvalstation moet komen, of is dat te ver weg van de stad.

40

45

50

De heer Van Straalen (CU) antwoordt dat dat standaard bij zo’n afvalstation zou moeten zijn, dus ook in De Meern. Hij vervolgt zijn betoog. Wat de CU betreft is er geen plek in Utrecht voor bedrijven waarbij in hun productieketens slavernij, kinderarbeid of andere misstanden voorkomen. Aan de wethouder wordt gevraagd om in de visie expliciet op te nemen dat in de circulaire stad bedrijven internationaal, maatschappelijk verantwoord ondernemen. De heer Ten Hoonte (VVD) vraagt of het aan de gemeente is om dit te toetsen, of dat het aan het rijk kan worden overgelaten om te toetsen of bedrijven voldoen aan de regels, waarbij de discussie over welke regels daar wordt gevoerd. De gemeente kan zich dan richten op bijvoorbeeld het inkopen van vrachtwagens die wel duurzaam zijn. De heer Van Straalen (CU) antwoordt dat in de visie ook een paar vergezichten staan over hoe de stad Utrecht er in 2050 uit moet zien. Wat de CU betreft is dat met bedrijven die internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Hopelijk behandelt de Tweede Kamer deze wet ook snel en neemt zij deze ook aan. 50

De heer Ten Hoonte (VVD) vraagt hoe de gemeente Utrecht bedrijven op deze aspecten gaat controleren als die wet er nog niet is. De heer Van Straalen (CU) antwoordt dat dit bij het vergezicht over 2050 hoort dat in de visie wordt geschetst. Het een sluit het ander dan ook niet uit. 5

10

15

De heer Ten Hoonte (VVD) zegt dat de VVD dan verwacht dat in de visie is opgenomen dat die bedrijven in 2050 niet meer bestaan in de wereld. De heer Van Straalen (CU) antwoordt dat dat helemaal mooi zou zijn. Het gaat nu echter over de stad en de gemeente. Volgens de CU ligt hun standpunt niet zover van dat van de VVD vandaan. Hij vervolgt zijn betoog met het benoemen van de R-ladder. Vorig jaar is CU-motie 270 aangenomen waarin werd gevraagd om de R-ladder expliciet op te nemen in de visie Utrecht Circulair. Als er echt een circulaire samenleving gewenst is dan zullen bedrijven hun beleid moeten hebben op basis van deze R-ladder. Dat is nu niet terug te lezen in de visie. Aan de wethouder wordt gevraagd om aan te geven hoe deze opvolging is en wordt gegeven aan deze door de raad aangenomen motie. Tot slot sluit CU zich aan bij de vragen van de PvdA over de doneerbeugels. Ook CU kijkt uit naar de evaluatie daarvan. De heer Ten Hoonte (VVD) is benieuwd hoe de CU het vindt dat de opsomming van eerdere besluitvorming informatievoorziening stopt in 2021. De motie van CU komt niet eens voor in het stuk.

20

De heer Van Straalen (CU) antwoordt dat CU dat gek vindt. De motie vraagt heel expliciet om de R-ladder in de Visie Utrecht Circulair op te nemen. Daarom wordt aan de wethouder een verklaring gevraagd. De heer Ten Hoonte (VVD) zegt dat er ook enkele door hem gestelde vragen in 2022 niet in zijn vermeld. Het lijkt dan ook of de ontwikkeling van dit stuk eind 2021 is gestopt. Aan de CU wordt gevraagd of zij dat herkennen.

25

De heer Van Straalen (CU) antwoordt dat dat lastig is om te beoordelen. Duidelijk is dat de CUmotie ontbreekt. Voor een verklaring daarvan wordt het antwoord van de wethouder afgewacht. De voorzitter vraagt of er nog fracties zijn die een bijdrage willen leveren. Die zijn er niet. Dat betekent dat dit het einde is van de eerste termijn. De voorzitter schorst de vergadering. - Schorsing –

30

35

40

45

De voorzitter heropent de vergadering en geeft het woord aan de wethouder voor de beantwoording van de vragen. Wethouder Schilderman zegt dat de visie begint met de constatering dat de manier waarop met grondstoffen wordt omgegaan niet houdbaar is. In vier maanden worden in Nederland de grondstoffen opgemaakt die de hele aarde in een jaar kan genereren. Dat haalt helaas niet altijd het nieuws, hoewel dat jaarlijks met Earth Overshoot Day een goede poging toe wordt gedaan. Het college vindt het belangrijk om zich te richten op de werking van een economie waarin afval niet meer bestaat. Weggooien is niet meer de standaard en ook in Utrecht worden alleen maar nieuwe grondstoffen gebruikt als dat echt nodig is. Student & Starter vroeg naar de cultuur- en gedragsverandering van mensen. Bij de voorbereiding van de visie is gesproken over de vraag hoe belangrijk consumptie moet worden gemaakt in de stukken rondom circulariteit. Daarbij is afgewogen in hoeverre de visie moet gaan over bedrijvigheid en het systeem, om te voorkomen dat men het gevoel krijgt dat een duurzame wereld alleen in hun individuele handbereik ligt. Het is juist iets waarvoor het systeem moet worden veranderd. Daar komt de andere balans in de visie vandaan. De wethouder begrijpt het verzoek echter wel.

In de beleidsnota zal uitgebreider worden teruggekomen op hoe richting kan worden gegeven aan het faciliteren van ander gedrag. In deze visie is het zwaartepunt echter ergens anders gelegd. Voor at betreft upcyclen op verschillende locaties geeft de wethouder aan dat is gekeken naar waar als eerste kan worden gestart. Dat is bij de Tractieweg en Lunetten, want daar is ruimte beschikbaar. Leidsche Rijn zou daar ook een plek voor kunnen zijn, en dat 51

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

past ook bij de spreiding over de stad. Over de studentenkringloop zegt de wethouder dat daar nog een motie over moet worden beantwoord. Zij verwacht dat dat deze maand nog gebeurt. Verder wordt daar op teruggekomen in het Uitvoeringsplan. Daarbij wordt samengewerkt met SSH, de Green Office, de International Campus en Reshare op dat vlak. Op de vragen van D66 antwoordt de wethouder dat een goede samenwerking met andere partners inderdaad belangrijk is. Bij het opstellen van de stukken is dat ook al gedaan, maar er is meer samenwerking vanuit landelijk nodig. Bij een transitie die zo groot is als deze moet ook de regelgeving verder veranderen. In de beleidsnota zal ook het onderwerp beleidsbeïnvloeding richting Den Haag onderdeel zijn. De heer Peters (D66) zegt dat het niet alleen om beleidsbeïnvloeding gaat. Het rijk en de gemeente hebben dezelfde doelen. Er moet dus samen worden bekeken hoe die doelen gehaald kunnen worden, en samen vorm worden gegeven aan het circulaire beleid. D66 is benieuwd op welke vlakken intensiever kan worden samengewerkt met het rijk om samen die doelen te halen. Wethouder Schilderman geeft graag gehoor aan die oproep. Het speelt ook in de regio: op het gebied van afval wordt al samengewerkt in de AVU en in de CirkelWaarde. Zij gaat verder met de vraag hoe gewerkt wordt aan meer draagvlak.

Dat is een continu proces, zowel intern als richting externe partijen. Informatieoverdracht en participatie zijn daar belangrijke onderdelen van. In het najaar van 2023 is Utrecht een stedelijke samenwerking gestart met partners om een heel netwerk van hergebruik van bouwmateriaal te bevorderen. Dit soort initiatieven kan bijdragen om het draagvlak te vergroten. Over de aandachtsverhouding tussen circulariteit en CO2-reductie zegt de wethouder dat het niet zozeer twee tegengestelde onderwerpen zijn die allebei om aandacht vragen, maar juist circulaire economie is nodig om de klimaatdoelen te bereiken. Het college zal ook steeds meer vanuit de circulaire kant sturen op CO2-reductie en specifiek de scope 3-emissies. Het beter kenbaar maken van de repaircafé’s vindt de wethouder een goede aanbeveling. Dat zal gebeuren via de gemeentelijke kanalen, zoals de website, de nieuwsbrief en via de sociale media. Over de rol van Utrecht Marketing bij het aantrekken van internationale congressen zegt de wethouder dat met hen wordt samengewerkt, en ook met de partners van de Economic Board, om te werken aan de positionering van Utrecht. Daar hoort ook de tak bij van hoe kan worden overgegaan naar een gezondere en duurzamer omgeving. De gemeente heeft zich eerder ingezet op het naar Utrecht halen van het WHO-congres, vanuit health-perspectief.

Het thema dat voor dit jaar op de planning staat is het Future Green Cities World-congres, waar circulaire economie een van de hoofdthema’s is. De wethouder gaat verder met de D66-vraag over verdere profilering op dit onderwerp. De vernauwing die wordt aangebracht in de visie en de beleidsnota zal helpen om daar meer over bekend te maken. Door specifieker te kiezen voor bepaalde sectoren kan duidelijker worden gemaakt welke inzet wordt gepleegd. Er zijn ook nu al veel voorbeelden die als flagship kunnen gelden: het Hof van Cartesius, het circulaire bedrijventerrein op Strijkviertel, en ook zaken die in de toekomst kunnen liggen zoals een upcycle-centrum of een grondstoffendepot. Over het afwijken van de locatie bouwnormen ten opzichte van de landelijke normen zegt de wethouder dat via Het Nieuwe Normaal en het convenant Toekomstbestendig bouwen wordt al met partners gewerkt aan het meetbaar maken van circulair bouwen. Dit wordt waar mogelijk toegepast op de Utrechtse projecten. Dat kan niet dwingend worden opgelegd, want dat gaat tegen de Omgevingswet in, maar juist met het convenant is een basis gelegd van waar naar wordt gestreefd. Dat is hoger dan de landelijke normen. De wethouder geeft verder aan dat nu al op bepaalde punten met zwaartepuntanalyses en de MKI, de Milieu Kosten Indicator, wordt gewerkt aan circulariteit.

Het hergebruik van elementverhardingen, zoals stenen en stoeptegels, heeft een grote impact, maar ook het toepassen van duurzamere beton en asfaltmengsels. Daar hoort ook het hergebruik van bankjes bij. Er wordt per project bekeken hoe daarover kan worden gecommuniceerd. De heer Peters (D66) vraagt hiernaar omdat dit zichtbare dingen zijn. Dat kan in de communicatie naar de inwoner gemakkelijk worden meegenomen. Kan de wethouder toe dat toezeggen? Wethouder Schilderman antwoordt dat het én én is, maar ook op basis van beschikbaarheid gaat.

52

Mevrouw Passier (Volt) zegt dat voor het rondje Stadseiland is afgesproken om eenduidigheid te hebben in het soort bankjes. Hoe rijmt dat dan met circulaire bankjes?

5

10

15

20

25

Wethouder Schilderman antwoordt dat dat een stuk minder rijmt. Dat is een discussie die bij nieuwe gebiedsontwikkelingen voorkomt. Vanuit de tekentafel worden vaak nieuwe bankjes ontworpen. Dat wordt aangepast door het handboek Openbare Ruimte dwingender voor te schrijven. Daarin staat dat eenduidigheid past, maar als voor bepaalde soorten al veel van hetzelfde is, zoals bij stoeptegels en klinkers, helpt het om die eenduidigheid te laten zien. Dat betekent dat bij projecten moet worden ingestuurd, en het betekent dat soms minder tegemoet kan worden gekomen aan de wensen van ontwikkelaars en bewoners. De heer Te Hoonte (VVD) verwijst naar de schriftelijke vragen die hij hierover eerder heeft gesteld. Betekent dit dat er nu wel voor zo’n Amsterdamse hergebruikmachine wordt gegaan? Wethouder Schilderman antwoordt dat dat te maken heeft met de beschikbaarheid van de eigen materialen, waarop momenteel een ontwikkeling wordt gemaakt. Zij gaat verder met de beantwoording van de vraag over de inzameling van etensresten bij ondernemers. Deze kunnen een inzamelcontract bij de gemeente afsluiten voor keukenafval. Dat wordt door de gemeente gestimuleerd. Er zijn ook andere partijen in Utrecht die dat doen. Het is echter een vrije markt, waardoor ondernemers daartoe niet kunnen worden verplicht. Regels voor bedrijfsafval worden door het rijk gemaakt en gehandhaafd door de Omgevingsdienst.

Over het verkopen van producten aan kringloopwinkels voordat het wordt weggegooid zegt de wethouder dat inwoners worden gestimuleerd om bruikbare spullen bij de kringloopwinkels aan te bieden. De kringlopen zijn ook aanwezig op de afvalscheidingsstations, en dat wordt ook gekoppeld aan de upcycle-centra. Er zijn echter ook veel grof vuil-afspraken op afspraak. Dat komt de circulaire toepassing niet echt ten goede. De heer Peters (D66) zegt dat D66 voorstelt om minder spullen door het grof vuil op te laten rijden door daarvoor al een stap in te bouwen door dingen actief door de kringloop op te laten halen, door het aan te bieden op Marktplaats of Gratis-af-te-halen et cetera. Wethouder Schilderman antwoordt dat dat al veel gebeurt. Zij ziet geen mogelijkheid om dat verplichtend op te leggen.

30

De heer Peters (D66) zegt dat hij voorstelt dat als een inwoner een afspraak maakt voor het ophalen van het grof vuil, er een pop-up in beeld verschijnt waarin de kringloop wordt voorgesteld. Daardoor wordt er wellicht minder grof vuil aangeboden. Wethouder Schilderman antwoordt dat zal worden gecontroleerd of dat in dit systeem ontbreekt. Als dat zo is zal de verwijzing daar naar worden opgenomen.

35

40

De heer Peters (D66) zegt dat daar momenteel niet naar verwezen wordt. Wellicht is het aan de raad om daar een concrete invulling aan te geven. Wethouder Schilderman kan toezeggen om dat op die manier uit te voeren. De service kan ook anders worden aangeboden. Als de wens is om minder grof vuil op te halen, dan zal moeten worden afgewogen of het leveren van die service daar nog wel bij past. De wethouder gaat verder met de vragen over de financiën. Het klopt inderdaad dat de financiële gevolgen in de beleidsnota verder uitgewerkt worden. Daarin zal een genuanceerder verhaal worden opgenomen over de kosten. Door de oogharen heen lijkt het in de beleidsnota passend bij de voornemens. De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat totaal niet is op te maken hoe hoog de kosten zullen zijn.

45

Wethouder Schilderman geeft aan dat dat in de beleidsnota verder wordt uitgewerkt. Over de hogere restwaardes zegt de wethouder dat dat op verschillende manieren gebeurt. Aan partijen wordt gevraagd om zoveel mogelijk demontabel te maken met herbruikbare materialen. Dat leidt tot een hogere restwaarde. Er wordt landelijk onderzoek gedaan naar de restwaardebepaling, en daar is Utrecht ook bij aangehaakt. Eerder is gesproken over de Nota WAAVA in het kader van financiën, waarin is gekeken naar een hogere restwaarde in het 53

vastgoed. Dat heeft het nadeel dat de verwachting over wat er zal worden opgehaald anders is als er een hogere restwaarde is. De wethouder stelt voor om dit in het kader daarvan te bespreken.

5

De heer Peters (D66) zegt dat het budget voor circulaire fietsnietjes of bankjes aangepast moet worden. Dat betekent ook iets voor de begroting. D66 stelt voor om er een voorbeeld uit te lichten en dat als pilot te behandelen. Wethouder Schilderman antwoordt dat de Nota WAAVA een zeer bediscussieerd stuk was. Zij stelt voor om de discussie hierover daar te voeren.

10

De heer Te Hoonte (VVD) maakt een punt van orde door te wijzen op de beperkte spreektijd van de fracties. Zij vragen naar de financiën en de wethouder verwijst vervolgens naar de beleidsnota. Daar vindt de VVD wat van. De voorzitter geeft aan dat er nog een tweede interruptiemogelijkheid is. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat hij graag zou zien dat de vragen in de eerste ronde beantwoord worden. De voorzitter vraagt de wethouder verder te gaan met de beantwoording van de vragen.

15

20

25

30

35

Wethouder Schilderman gaat naar de D66-vraag over de accountantsregels. Dat is wellicht ook iets voor de discussie rondom de nota WAAVA. Over het gemis van de R-ladder geef de wethouder aan dat er een motie is aangenomen waarin de raad heeft aangegeven dat strategie in de beleidsnota hoort, en niet in de visie. Daarom is de R-ladder nu niet opgenomen. Het was wel handiger geweest als dat was opgenomen in de tekst. Verder geeft de wethouder aan dat wordt geleerd van elkaar in landelijke netwerken zoals de VNG, de G4 en de G6, maar ook internationaal. Daar worden ook internationale subsidies voor gebruikt. Via lokale netwerken leert Utrecht van andere gemeenten, onder andere via de Alliantie Cirkelregio, het Netwerk Circulaire Ambachtscentra van RWS, Cirkelstad en specifieke ketenoverleggen zoals het Betonketenoverleg. Over het slopen van flats in Overvecht zegt de wethouder dat vanuit circulair optiek slopen niet hetgeen is dat het meest voor de hand ligt. Dat betekent niet dat het al overal de praktijk is. Als er toch gesloopt wordt, dan is het belangrijk om dat zo circulair mogelijk te doen. Er zijn op dit moment al bedrijven die zich daarin specialiseren. Het college deelt de mening dat slopen niet passend is in een circulaire toekomst, en dat is ook in de visie opgenomen. De evaluatie van de doneerbeugels wordt aan het eind van dit kwartaal verwacht.

Voor het onderwerp onderwijsklimaat verwijst de wethouder naar de beleidsnota Arbeidsmarkt, die later dit jaar verschijnt. Daar zullen een aantal lijnen inzitten, waaronder het stimuleren van een leven lang ontwikkelen, het stimuleren van mobiliteit door verkorte opleidingen te doen, circulaire programma’s voor loopbaanoriëntatie en stages en triple helix-samenwerking. Hierbij wordt onderzocht hoe dit vanuit het MBO kan worden bekeken en er worden gesprekken gevoerd met het ROC om te zien hoe zij dit verder vorm kunnen geven. De doelstelling is niet zozeer om één opleiding aan te bieden, maar liever een heleboel opleidingen met als aandachtsgebied hoe de transitie naar een circulaire economie wordt gemaakt. De heer Cornielje (PvdA) vraagt of het gesprek met het ROC kan worden teruggekoppeld.

40

45

50

Wethouder Schilderman zegt dat dit in ieder geval bij de beleidsnota terugkomt. Over de gekozen sectoren zegt de wethouder dat deze zijn gebaseerd op de materiaalstroomanalyse. Er komen inderdaad onderwerpen overeen met de insteek van het rijk, zoals de ambitie om in 2050 circulaire te zijn en in 2030 vijftig procent minder grondstoffen te gebruiken. De keuze van de drie sectoren in de prioriteiten en de input daarvan is echt gebaseerd op de Utrechtse situatie. Dat de bouw daarin naar voren komt is omdat Utrecht een groeiende stad is, maar ook omdat die zo groot is in de grondstoffenanalyse. Zorg is daarentegen veel meer gebaseerd op de vraag wat het economische cluster is waar Utrecht sterk in is. Voedsel heeft een grote impact op de circulaire economie, en is daarmee een logische en passende derde sector om een focus op te hebben. Over de motielijst die stopt in 2021 zegt de wethouder dat dat niet betekent dat alle stukken daarna als niet verzonden worden beschouwd. Het is inderdaad een omissie. 54

5

De reden dat de financiën pas in de beleidsnota aan de orde worden gesteld is dat dan pas bekend is waar de middelen naar toe gaan. Die zijn afhankelijk van de visie, richting, ambitie en prioritering waar nu over wordt besloten. Daaruit volgen de concrete maatregelen die worden genomen. Die komen terug in de beleidsnota en dat zorgt ervoor dat dat de plek is om verder terug te komen op de financiën. De heer Te Hoonte (VVD) verwijst naar de RSU 2040 , waarin een raming zit van 7,2 miljard. Zo’n type raming had hier ook gepast.

10

Wethouder Schilderman zegt dat er landelijk een aantal onderzoeken naar zijn gedaan, waarnaar gekeken kan worden. Op dit moment heeft zij geen totaalbeeld van alle kosten die iemand in Utrecht zou moeten maken voor de transitie naar een circulaire economie. Zij verwacht ook niet dat ze dat op korte termijn kan geven. De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat dat de kosten zijn om de RSU 2040 uit te voeren en waarvoor dekking moet worden gezocht. Die raming had de VVD verwacht.

15

20

25

Wethouder Schilderman zegt een visie een koers, een richting aangeeft. In de beleidsnota staat welke activiteiten er worden ondernomen. Daar wordt dan ook aangegeven hoeveel middelen waarvoor worden gealloceerd. Een visie moet dusdanig lang meegaan dat het financiële beeld een heel aantal keer zal wijzigen. Dat is de reden dat het in de beleidsnota specifieker terugkomt. Zij vervolgt de beantwoording met de VVD-vraag of deze visie geen nota had kunnen zijn. De zaken die in de RSU benoemd zijn, namelijk de prioritering op sectoren, de prioriteiten op basis van criteria van mate invloed, de potentiële impact, de ambities per prioriteit en de motivering toekomstbeeld, die stonden daar niet en die zijn dus ook nodig om dat kader te stellen. Zij bemerkt dat de VVD erg geïnteresseerd is in de beleidsnota, en deelt dat met hen. Op de vraag of de visie referendabel is antwoordt de wethouder bevestigend. Betreffende de aandacht voor de consumerende kant van voedsel geeft de wethouder aan dat in deze visie is gefocust op het tegengaan van voedselverspilling en het gebruiken van reststromen. Er wordt samengewerkt met landelijke en regionale initiatieven om aandacht te geven aan voedselproductie en –consumptie. In Utrecht is er in enige mate sprake van productie, maar vooral van consumptie. Dat is altijd lastiger te beïnvloeden. In de beleidsnota wordt daar op teruggekomen.

30

De heer Van Heuven (PvdD) is van mening dat in de beleidsnota moet worden ingegaan op het feit dat sommige voedselsoorten meer impact hebben op het gebruik van grondstoffen dan andere. Dat geldt ook voor sommige vormen van kleding, sommige vormen van elektronica enzovoort. Kan de wethouder aangeven dat zoiets op het gebied van voedsel ook in de beleidsnota komt?

35

Wethouder Schilderman bevestigt dat daar dieper op zal worden ingegaan. Zij geeft aan dat de productie in veel gevallen niet in Utrecht zal plaatsvinden, dus dan zal het alleen over de consumerende kant gaan. Het onderwerp komt dan in een politiek spectrum. De verschuiving van dierlijke naar plantaardige eiwitten kan meegenomen worden in een beter voorlichting.

40

45

50

De heer Van Heuven (PvdD) ziet dit ook als een extra aanbeveling omdat het college voedsel zelf ook ziet als een van de drie prioriteiten heeft gekozen. Dan moet er ook wel een beleid aan gekoppeld worden. Wethouder Schilderman gaat in te gaan op de vraag over afval. In de visie wordt aangegeven dat het de ambitie is om afvalvrij te worden door minder gebruik van primaire grondstoffen en in te zetten op hoogwaardig hergebruik. Dat gaat breder dan de eigen inzameling van huishoudelijk afval. Een concrete uitwerking van de inspanningen op afvalpreventie en meer gescheiden inzameling en hoogwaardige verwerking komen terug in de grondstoffennota. Op de PvdD-vraag over de toename van het totaal aantal bedrijven zegt de wethouder dat het vooral van belang is dat bestaande bedrijven circulair gaan ondernemen. Daarnaast is het goed dat zich in Utrecht aanvullende bedrijven zullen vestigen die specifiek bijdragen aan circulaire economie. Soms kan de vestiging van een bedrijf goed zijn als het kan aansluiten op de keten die daardoor versterkt wordt. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de zorg. In die keten is Utrecht sterk, en moet worden gezocht naar bedrijven die die keten verder kunnen sluiten. 55

5

De wethouder geeft aan dat wordt gezocht hoe kan worden gestuurd op een alternatief economisch circulair systeem. Op de vraag hoe lineaire bedrijven kunnen bijdragen antwoordt de wethouder dat er onderscheid wordt gemaakt tussen koplopers en het peloton. De koplopers worden in the picture gezet, maar er is ook aandacht voor het peloton dat daar achteraan volgt. Op de CDA-vraag over intergemeentelijke afstemming voegt de wethouder toe dat er op het gebied van inkoop een G4-overleg is met het rijk erbij. Er is ook een regionaal inkoopoverleg. De heer Stellinga (CDA) maakt een punt van orde, en vraagt of er door een eerdere verwarring wat spreektijd is afgenomen.

10

De voorzitter zegt dat die seconden er alweer bij zijn geplust. De heer Stellinga (CDA) zegt dat hij in het antwoord van de wethouder de reflectie op de visie van het CDA mist, dat de visie geschreven lijkt te zijn vanuit het eiland Utrecht, zonder dat er afstemming met de omgeving is.

15

20

25

30

35

Wethouder Schilderman zegt dat ze op een aantal vlakken heeft aangegeven hoe er juist gezocht wordt naar de afstemming. Er is ook een andere kant aan circulaire economie, namelijk het idee dat grondstoffen op een houdbare manier moeten worden gebruikt. Het idee dat alles eindeloos buiten de eigen gemeente plaats zou kunnen vinden hoort daar niet bij. Er moet juist worden gekeken wat er op eigen grondgebied kan worden bijgedragen aan circulaire economie, en het niet alleen in internationaal perspectief zien. Zij geeft verder aan dat Vleuten en De Meern ook bij de stad horen. Op de vraag hoe bestaande bedrijfsmodellen rond kunnen worden maakt antwoordt de wethouder dat er op bestaande ondernemers wordt gericht. Hoe dat verder wordt uitgewerkt komt terug in de beleidsnota. Dat zal onder andere gebeuren door randvoorwaarden te creëren via het organiseren van netwerkevenementen voor kennisdeling, het mogelijk maken van innovatieprojecten via EFRO-financiering en financiering via de ROM en een voucherregeling voor het MKB voor het doen van haalbaarheidsstudies in ketensamenwerkingen. Verder geeft de wethouder aan dat er in het kader van integraliteit inderdaad een relatie is met andere opgaven. Die worden op verschillende plekken benoemd in de visie. Voor wat betreft het benoemen van andere sectoren zegt de wethouder dat er gezocht wordt naar focus.

Het zou mooi zijn als deze visie dertig jaar meegaat, maar het is waarschijnlijker dat over tien jaar wordt geconstateerd dat op de genoemde sectoren mooie stappen zijn gezet en dat het doorgezet wordt naar volgende sectoren. Op het verzoek van Volt over samenwerking met de onderwijs- en cultuurinstellingen vult de wethouder op het eerder genoemde aan dat er samenwerking is met de cultuursector, hoewel minder structureel. Het op elkaar aan laten sluiten blijft een aandachtspunt. Verder vroeg Volt naar de link tussen de visie en de nota. De visie is het kaderstellend document met het toekomstbeeld, de prioriteiten en de ambities, de beleidsnota geeft daar verder invulling aan met doelen indicatoren, financiële consequenties en de monitoring.

40

Mevrouw Passier (Volt) vraagt of in de beleidsnota duidelijk kan worden gemaakt waar deze aan de visie refereert.

45

Wethouder Schilderman geeft aan dat dat een goede suggestie is. Op de vraag over sociaalecologisch verantwoorde telefoons antwoordt de wethouder dat het merk telefoons niet specifiek kan worden voorgeschreven. Er zijn wel eerder verkenningen gedaan in het kader van veiligheid en software-updates. De circulaire principes worden verder meegenomen in de MVOI. Zaken als repareerbaarheid en ketenverantwoordelijkheid worden meegenomen in de volgende aanbesteding. Over de vraag of standaard gekeken moet worden naar hoe afval nog gerepareerd kan worden zegt de wethouder dat dat onderdeel is van de ontwikkeling van de upcycle-centra. De medewerkers van de afvalstations worden dit jaar nog getraind.

50

De voorzitter vraagt of er nog gemiste vragen zijn. De heer Van Straalen (CU) geeft aan dat hij heeft gevraagd naar internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen en over de circulaire hub in Papendorp-Noord. 56

5

10

Mevrouw Heijne (GroenLinks) zegt dat ze graag wil weten wat het gevolg is van het van elkaar leren. Ze vraagt verder naar een stappenplan of een planning waaruit blijkt wanneer Utrecht zich op de andere sectoren gaat richten. Voor wat betreft het derde kopje ging de wethouder in op de samenwerking, maar GroenLinks benadrukte juist de belangenafweging en het maken van keuzes. GroenLinks wil graag informatie over de integrale afweging, welke essentiële keuzes worden gemaakt en waar wordt gestopt. De heer Stellinga (CDA) vindt het jammer dat er op de beïnvloeding van het consumptiegedrag van burgers in de visie niet erg diep wordt ingegaan. Dat is voor het CDA breder dan alleen vlees. Verder geeft de wethouder aan dat De Meern bij de stad hoort, maar de vraag was of het woord ‘stad’ in de visie kan worden vervangen door ‘gemeente’. De heer Te Hoonte (VVD) had aangegeven dat het beslispunt om het toe te voegen aan de Omgevingsvisie ontbreekt. Verder vraagt de VVD of dat punt, de verkeerde nummering en het ontbreken van de complete lijst van stukken verwerkt wordt in een strekt-ter-vervanging.

15

Wethouder Schilderman vraagt om een korte schorsing voor de beantwoording van de gemiste vragen. De voorzitter schorst de vergadering. - Schorsing – De voorzitter heropent de vergadering en geeft het woord aan de wethouder voor de beantwoording van de vragen.

20

25

Wethouder Schilderman zegt dat ze geen specifieke update kan geven over Papendorp-Noord. Zij zorgt voor een update in Q2. Op de vraag van GroenLinks over het leren van andere gebieden antwoordt de wethouder dat dat op dit moment niet tot op dat detailniveau is uitgewerkt. Het idee is dat de visie minstens tien jaar mee zou moeten gaan. Dat is dan ook een logische termijn om deze sectoren aan te houden. De netwerken die zij heeft genoemd zouden kunnen helpen om specifieke oplossingen ook op andere terreinen te implementeren. Mevrouw Heijne (GroenLinks) licht toe dat zij benieuwd is hoe dat in de beleidsnota zal landen.

30

35

40

45

50

Wethouder Schilderman zegt dat ze daar daarin op terug zal komen. Op de vraag hoe een integrale afweging kan worden gemaakt zegt de wethouder dat het helpt dat zaken die verschillende onderdelen van de gemeente raken heel goed aangehaakt zijn op het gebied van circulair. De inkoopkant is heel sterk verankerd in het team circulair, net als de mensen uit de economische hoek en de mensen uit het Stadsbedrijf. Dat helpt bij het maken van een integrale afweging. Op de vraag over het consumptiegedrag heeft de wethouder al geantwoord door aan te geven wat het dilemma daarbij is en wanneer daar wel of niet op kan worden ingezet. In de beleidsnota zal daar verder op worden ingegaan. Verder werd gevraagd om het aanpassen van de visie op een aantal punten. De wethouder geeft aan dat dit in een strekt-ter-vervanging zal worden aangegeven, en vult dit aan met een verduidelijking van het referendabel zijn. Tenslotte kaart zij de vraag van CU over het internationaal verantwoord ondernemen aan. Er wordt geprobeerd om de hele keten te beïnvloeden, maar het is nog wel zoeken hoe dat kan. Ketenverantwoordelijkheid is ook onderdeel van maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen, maar er is niet altijd een duidelijke oplossing voor. De grenswaarden zijn niet altijd helder benoemd en er zijn niet altijd landelijke richtlijnen en regelgeving voor.

Er wordt geprobeerd om, binnen de samenwerking rondom MVOI, het rijk te vragen om helderde kaders. De wethouder stelt voor om dit dieper te bespreken bij de behandeling van het MVOI-programma. Zij wil wel aangeven dat de ketenverantwoordelijkheid veel moeilijker is om uit te vinden dan het materiaalgebruik. De heer Van Straalen (CU) zegt dat in de visie is aangegeven dat rekening wordt gehouden met de sociaalecologische en economische belangen van de inwoners van Utrecht, maar ook van de 57

wereld om hen heen. Het zou goed zijn om dan ook in de visie op te nemen dat bedrijven in de gemeente Utrecht internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Kan de wethouder dat ook meenemen in de toevoegingen? 5

Wethouder Schilderman antwoordt dat ze dat niet waar kan maken. Zij kan dat de bedrijven niet verplichten. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat hij ook vroeg naar het beslispunt. Wethouder Schilderman antwoordt dat daar in de strekt-ter-vervanging op zal worden teruggekomen. Wellicht dat dit verondersteld is uit het geheel. Als het nodig is wordt het opgenomen, als het niet nodig is zal er een uitleg worden gegeven waarom het niet nodig is.

10

15

De heer Te Hoonte (VVD) interpreteert dat als een ja, want er is ooit afgesproken dat opname in de Omgevingsvisie met een apart beslispunt zal gebeuren. De voorzitter geeft aan dat de wethouder heeft toegezegd daar in de strekt-ter-vervanging op terug te komen. Hij concludeert dat de eerste termijn hiermee is beëindigd en vraagt of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is niet het geval. Hij loopt de toezeggingen door en merkt op dat er veel toezeggingen zijn gedaan die terugkomen in de beleidsnota. Lijst van toezeggingen • •

20

Er komt een strekt-ter-vervanging voor de raadsbehandeling. In Q1 wordt teruggekomen op de doneerbeugels.

Dit onderwerp wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 29 februari. Hij vraagt of er agenderingsvoorstellen zijn. De heer Te Hoonte (VVD) verwacht dat zij één of twee moties zullen indienen. De heer Stellinga (CDA) verwacht dat ook zij een voorstel zullen doen. De heer Peters (D66) verwacht dat ook zij één of twee voorstellen zullen doen.

25

De heer Van Straalen (CU) meldt dat zij misschien één motie zullen indienen. De voorzitter stelt voor een half uur te reserveren. Dat is akkoord. Dit agendapunt wordt vervolgens afgesloten. De voorzitter schorst de vergadering. - Schorsing – De voorzitter heropent de vergadering.

30

11 Raadsbrief Inzet herijking regionale energiestrategie U16 De voorzitter geeft aan dat de agenderende partijen graag met elkaar en met het college in gesprek gaan over de brief. In het bijzonder de status en positie van Planmer en de rol van de raad daarin. Het onderwerp wordt in één termijn in 90 minuten behandeld. De voorzitter geeft het woord aan de VVD voor hun inbreng.

35

40

De heer Vintges (VVD) gaat het hebben over vier onderwerpen: de onduidelijkheid van het dossier, namelijk de gevolgen voor inwoners; Lage Weide specifiek als zoekgebied; het alternatief voor Rijnenburg en de positie van de Planmer en de bevoegdheid van de raad. Bij de voorbereiding heeft de heer Vintges de klimaatvisie geleden die is afgekeurd, de Planmer gebieden RES, de Planmer windgebieden provincie, de herijking die eraan komt, de verschillende brieven die eraan komen. Hij begreep er eerlijk gezegd heel weinig van en vraagt zich af hoe dit 58

5

10

voor de inwoners van Utrecht is. Voor elk zoekgebied zijn drie of vier Planmers, er is de herijking en de nieuwe Planmer. Door de vele Planmer’s zijn de windmolens niet meer te zien. Dat is zowel voor de raad als de commissie lastig te begrijpen. Wie communiceert met wie en wat heeft effect op wat? En voornamelijk: wat betekent dit voor de inwoners van Utrecht? Energietransitie is heel belangrijk maar dit moet ook zorgvuldig gebeuren. De processen zijn enorm ingrijpend op het leefgebied van mensen, met name de windmolens in Utrecht. De VVD vraagt dan ook waar en wanneer inwoners bezwaar kunnen maken tegen deze plannen? Los van de vraag of die bezwaren terecht zijn of niet moeten inwoners daar ook inspraak in hebben. Aan de wethouder wordt gevraagd hoe inwoners de mogelijkheid hebben om bezwaar te maken als deze drie processen langs elkaar lopen. Is de wethouder het met de VVD eens dat het proces nu heel complex is geworden? De heer Peters (D66) volgt wat de VVD zegt, en vraagt of de VVD voor de drie processen gezamenlijk maar één bezwaarmogelijkheid is, of wil de VVD drie bezwaarmogelijkheden.

15

20

25

30

De heer Vintges (VVD) zegt dat er in de drie verschillende Planmers soms een verschil in opvattingen. Dat maakt het wel lastig. Het zou wel goed zijn om het proces te beperken om het niet onnodig te vertragen. Hij vervolgt zijn betoog door aan te geven dat er juridisch advies is aangevraagd. Daar zal de heer Te Hoonte later op ingaan. Over het plaatsen van windmolens in Lage Weide is de VVD kritisch. Daar is eerder, in 2014, al een besluit over genomen. De VVD vindt niet dat dat besluit teniet moet worden gedaan, maar vindt het nog steeds geen geschikte plek. Er zijn weinig plekken in Utrecht waar zoveel gehinderden zijn, zowel inwoners van Leidsche Rijn als van Zuilen zullen hier last van ondervinden. Is de wethouder het met de VVD eens dat Lage Weide niet moet worden gezien als voorkeurslocatie voor windmolens in Utrecht? Is er bij de planvorming voor locaties ook rekening gehouden met mogelijk toekomstige nieuwbouw? De VVD denkt dat daar verschillen in zitten. Verder vraagt de VVD naar de brief van de Milieugroep Zuilen. Daarin wordt gevraagd naar de 800 meter tot woningbouw die wel in Rijnenburg geldt maar voor hun gevoel niet in Lage Weide. Aan de wethouder wordt gevraagd of bij elk project niet dezelfde criteria moeten worden gebruikt.

De heer Peters (D66) vindt het lastig dat nu over specifieke projecten wordt gesproken terwijl de geagendeerde brief over het inrichten van het proces gaat. Lenen andere debatten waarin over specifieke projecten en locaties wordt gesproken zich daar niet veel beter voor? De heer Vintges (VVD) antwoordt dat de VVD nu op de brief reflecteert. De brief van 17 januari heeft al wat meer duidelijkheid gegeven. Omdat het dossier zo complex is, is het niet duidelijk waarop een reactie moet worden gegeven.

35

De heer Peters (D66) zegt dat als er over zoekgebieden zal worden gesproken, dat Lage Weide, Zuilen en Rijnenburg dan aan bod zullen komen en niet in dit debat. De heer Vintges (VVD) antwoordt dat het dan wel lastig is dat als de provincie met de meest kansrijke gebieden komen, dat de gemeente dan aangeeft dat Lage Weide een kansrijke locatie is waarna de processen wel doorgaan.

40

De heer Peters (D66) zegt dat de zoekgebieden en de Planmer een paar maanden geleden zijn besproken. Toen zijn ook bezwaren tegen bepaalde gebieden genoemd. Dat was een juist moment om dit aan te kaarten. Aan de andere kant begrijpt D66 ook de complexiteit. De voorzitter stelt voor om dit onderwerp te beperken tot het proces. Hij geeft het woord aan de VVD voor een toevoeging op het betoog.

45

50

De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat het niet alleen over het proces zal gaan, want ondertussen heeft de commissie Mer een nieuwe aanvulling op het Planmer gevonden. Daarmee is Lage Weide er nog slechter uit gekomen. In de brief is aangegeven dat er een alternatief is voor Rijnenburg. Het heeft de VVD veel moeite gekost om de wethouder ertoe te bewegen om dat alternatief te delen. Zelf in het geheim is dat niet gedeeld. Uiteindelijk heeft de VVD het van de grondeigenaren zelf ontvangen. Dat is niet de werkwijze die met de raad is afgesproken, en het zou nooit meer op deze manier moeten gebeuren. Aan de wethouder wordt een toezegging gevraagd dat dit alternatief serieus wordt overwogen. Er staat nu dat het wordt besproken met 59

belanghebbenden, maar het is niet duidelijk wat dat betekent. In de nieuwe stukken lijkt het bovendien alsof daar aan wordt voorbij gegaan.

5

10

De heer Peters (D66) zegt dat als de VVD het proces rondom Rijnenburg wil bespreken, dan moet dat worden geagendeerd en nu niet deze brief. In de brief gaat het over hoe de processen zich tot elkaar verhouden. Er wordt geen inhoudelijke duiding gegeven. Het is al heel complex en hierdoor wordt het alleen maar complexer gemaakt. De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat D66 het nog complexer maakt met deze punten van orde. VVD heeft de brief van 19 december geagendeerd waarin letterlijk staat dat er een alternatief plan is aangeboden door de grondeigenaren en dat dat in het eerste kwartaal wordt besproken met de belanghebbenden. De VVD vindt het storend dat niet aan de wethouder mag worden gevraagd wat dat betekent. De voorzitter geeft aan dat hier niet allemaal losse gebieden moeten worden besproken en moet worden geprobeerd te focussen op het proces.

15

De heer Peters (D66) zegt dat Rijnenburg nog in deze raad wordt besproken en dat is het moment om over die alternatieven te praten. De heer Dijkstra (EenUtrecht) ondersteunt de VVD in de zin dat deze kwesties niet helemaal los van elkaar kunnen worden gezien.

20

De heer Stellinga (CDA) sluit zich volledig aan bij het punt van orde van de VVD. Ook het CDA reageert straks op de brief en de inhoud van de brief van het college. Daarin worden Rijnenburg en Lage Weide genoemd en daar kunnen de fracties dus op ingaan. De voorzitter geeft nogmaals aan dat hier niet allemaal losse gebieden moeten worden besproken en dat er 90 minuten zijn voor dit debat. Er moet worden geprobeerd om daar binnen te blijven.

25

30

De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat zij de agendeerder zijn en dus weet om welke brief het gaat. Misschien hebben anderen hier een andere brief voor zich, maar in de brief van december is vermeld “Bij energielandschap Rijnenburg lopen twee processen die van belang zijn voor de ruimtelijke overweging door elkaar.” Zo gaat die passage verder. Er staat een hele alinea in over het energielandschap Rijnenburg. Er ligt ook een verwijzing onder naar een stuk dat aan het college is gestuurd dat meermaals is opgevraagd en wat het college heeft geweigerd om te delen. De griffie is veel tijd kwijt geweest om voor elkaar te krijgen dat het via een andere weg beschikbaar werd. Bestuursadviseur antwoordden dat de VVD wel zelf contact zou hebben met de grondeigenaren en het daar kon opvragen, en nu gaat D66 hier ook nog eens tegenin. De VVD maakt hier bezwaar tegen. Zo werkt dit niet, stukken moeten gedeeld worden, stukken moeten worden besproken en als dat niet zo is moet dat hier kunnen worden gezegd.

35

De heer Dijkstra (EenUtrecht) ziet onderaan op pagina 5 iets vreemds staan in de raadsbrief. Hij vraagt de VVD daarop te reflecteren. Aan de ene kant zegt de wethouder hier dat Rijne Energie en de grondeigenaren met elkaar in gesprek moeten gaan. Tegelijkertijd staat in de zin erna dat de gemeente voornemens is om het bestemmingsplan in Q2 aan de raad voor te leggen. Dat lijkt haaks op elkaar te staan. Ziet de VVD dat ook zo?

40

De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat zij dat ook zo lezen. Zij hebben de reactie van Rijne Energie gezien en ook de nieuwe brief van de gemeente, waar niet uit blijkt dat hier serieus naar wordt gekeken en met de gemeente wordt besproken. Dit wordt eigenlijk ter kennisname aangenomen waarna de ingeslagen weg wordt vervolgd. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt wat de VVD dan nu van de wethouder verwacht.

45

De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat er een opdracht bij het college ligt om een integraal plan te maken voor heel Rijnenburg. Het kan niet anders dan dat de partijen die daar de grond in handen hebben daar een rol in spelen want er is geen geld om alles te onteigenen. Als die eigenaren een voorstel naar het college sturen waarin staat dat zij toch iets naderbij komen met 60

een aantal windmolens, dan mag worden verwacht dat het college een opening ziet om er gezamenlijk uit te komen en alle belangen van de stad in dat gebied te verbinden, het gesprek open aan te gaan en de raad daarover op transparante wijze te informeren. 5

De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de VVD de mening deelt dat het heel logisch zou zijn als de gemeente het oorspronkelijke plan en het alternatief goed naast elkaar legt, beoordeelt op alle aspecten en de raad een conclusie toestuurt. De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat dat de volgorde is die de VVD had verwacht. Het lijkt in de brief daar volledig aan voorbij te gaan. Dat betekent dat de gemeente geen regie voert over dit proces, waardoor geen gewenst resultaat zal ontstaan.

10

15

Mevrouw Heijne (GroenLinks) is verbaasd over het feit van de procedures. De VVD zit daar heel strak op. Het plan is vastgesteld. Op basis daarvan konden partijen zich inschrijven en is het ontwikkelrecht aan Rijne Energie gegeven. Toen de uitvraag uit stond lieten de grondbezitters niet van zich horen. Het is nu niet meer het gemeentelijk plan, het is het plan van Rijne Energie. Als er een nieuw plan komt is het logisch dat wordt aangegeven dat partijen met elkaar in gesprek moeten gaan. Wat vindt de VVD daarvan?

20

De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat ergens tussen 2014 en 2018 heeft het college plannen voor windmolens op Lage Weide ingetrokken. Dezelfde wethouder is nu met volle energie bezig om te kijken of ze die daar toch neer kan zetten. Dat is mede op verzoek van GroenLinks. Het moet de VVD dan ook niet worden verweten dat er sprake is van een onbetrouwbare overheid, dat is GroenLinks zelf aan te rekenen. Wat de VVD betreft moet de gemeente, als er ruimte komt in zo’n proces, de afweging maken wat de beste en meest ordentelijke oplossing is om alle belangen van de stad af te wegen. Dat zit ook heel diep in de Omgevingswet verankerd en daar moet invulling aan worden gegeven.

25

Mevrouw Heijne (GroenLinks) vraagt of het college dan niet juist heeft gehandeld door aan te geven dat de partijen vooral goed met elkaar in gesprek moeten gaan en moeten kijken hoe ze bij elkaar kunnen komen. De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat dat wel in deze brief staat, maar hij heeft niet de indruk dat dat goede gesprek onder regie van de gemeente heeft plaatsgevonden.

30

Mevrouw Heijne (GroenLinks) is het daar niet mee eens. Zij heeft net gehoord dat de VVD eraan hecht dat het college motie uitvoert. Dit was gewoon een motie van de raad. Het is heel mooi dat het college daar dus ook mee aan de slag gaat. De heer Te Hoonte (VVD) gaat verder met zijn betoog. Bij de aanvraag van juridisch advies was verwarring over, over welke Planmers het gaat. Zodra dat compleet is zal de VVD dat delen met de andere fracties.

35

De voorzitter geeft het woord aan de ChristenUnie voor hun inbreng.

40

Mevrouw Alblas (CU) geeft aan dat het stuk veel en complex is. Daarom heeft de CU vanmorgen gevraagd om een technische sessie over dit onderwerp. Zij wachten deze sessie graag af. Mogelijk dat zij daarna nog een inhoudelijk debat hierover willen. Voor nu heeft zij geen inhoudelijke inbreng of vragen aan de wethouder. Zij roept op om door te gaan om Utrecht zo snel mogelijk zo groen en duurzaam mogelijk te maken. ook als het gaat om energie. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt wat in de ogen van de CU zo snel mogelijk is. Wat leidt het snelst tot resultaat? Mevrouw Alblas (CU) antwoordt dat er zo snel mogelijk op zoveel mogelijk groene energie moet worden overgestapt. De CU is een groot voorstander van bijvoorbeeld windmolens in Rijnenburg.

45

De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat als het om de snelste route gaat, het heel spannend kan worden. Realiseert de CU zich dat het gemeentelijk plan een flinke hoop obstakels zal kennen, waaronder een berg aan zienswijzen. Op dit alternatieve plan reageren een aantal bewoners 61

redelijk positief. Het kan dus zijn dat dit plan veel meer steun geniet en veel sneller is. Wat betekent dat voor de CU?

5

10

Mevrouw Alblas (CU) antwoordt dat zij betwijfelt of dat veel sneller zal zijn, want het voorliggende plan is al veel verder gevorderd. Als EenUtrecht denkt dat dat een beter idee is, dan zal het vast ter bespreking op de agenda komen. Vooralsnog hoopt de CU dat het meevalt met alle vertraging en dat de windmolens er snel zullen zijn. De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat politici en bestuurders moeten voorkomen dat zij in een tunnelvisie belanden waarbij zij alleen focussen op dit ene plan. Deelt de CU dat er nog wel wat tijd beschikbaar is, want door de netcongestie kunnen er voorlopig geen snelle stappen gezet worden? Mevrouw Alblas (CU) deelt dat niet, want er is sprake van een klimaatcrisis van jewelste die zo snel mogelijk moet worden opgelost.

15

De heer Cornielje (PvdA) maakt een punt van orde. Dat de VVD en EenUtrecht de energieplannen van Rijnenburg erbij betrekken is hun keus, maar dat aan anderen ook wordt opgelegd om daarover te praten hoort niet bij de scope van dit debat. De voorzitter geeft het woord aan D66 voor hun bijdrage.

20

25

30

De heer Peters (D66) zegt dat het bemoedigend is dat de raad anderhalf jaar voor de herijking van de RES al wordt geïnformeerd over die herijking. Dat geeft de raad de gelegenheid om een weloverwogen bijdrage te leveren aan dit belangrijke onderwerp. De energietransitie is echter al complex en uitdagend genoeg zonder alle bijkomende verwarring. Hoewel de uitleg over de drie parallelle processen in de geagendeerde brief wel min of meer te begrijpen zijn, blijft D66 net als de VVD met vragen zitten over hoe deze processen zich tot elkaar verhouden. Vooral gezien het feit dat ze mogelijk dezelfde gebieden betreffen. Het is cruciaal dat deze processen voor iedereen, inclusief raadsleden, inzichtelijk worden gemaakt. Ook voor de inwoners. D66 doet daarom een beroep op het college om voor elk traject duidelijk te maken over welke energieopwekprojecten, zoekgebieden et cetera het dan gaat. Bovendien vraagt D66 zich af of er situaties kunnen ontstaan waarbij de raad meerdere keren over hetzelfde project of zoekgebied gaat besluiten afhankelijk van het traject waarin het wordt behandeld. Dit zou de efficiëntie en transparantie van de besluitvorming niet ten goede komen. Aan de wethouder wordt daarop een reactie gevraagd.

Het college wordt vriendelijk doch dringend verzocht deze zaken te verhelderen en de raad te voorzien van de nodige informatie om hun rol effectief te kunnen vervullen. De voorzitter geeft het woord aan GroenLinks voor hun bijdrage.

35

Mevrouw Heijne (GroenLinks) sluit zich aan bij eerdere sprekers die aangaven dat het een complex proces is en bij D66 die aangaf dat het fijn is om te weten hoe de processen zich tot elkaar verhouden. GroenLinks is blij dat vanmorgen met hele brede steun in deze commissie is besloten om hier een technische sessie over te organiseren. Daar kijken zij erg naar uit. GroenLinks kijkt ook uit naar alle voorstellen die in de brief worden genoemd. Zij gaan dan inhoudelijk het debat aan over die voorstellen. De voorzitter geeft het woord aan Volt voor hun bijdrage.

40

45

50

Mevrouw Passier (Volt) zegt dat in de brief letterlijk staat dat het complex is om de drie processen met een net iets andere scope te volgen. Dat kan Volt alleen maar beamen. Zij sluiten zich daarbij dan ook aan bij de opmerking van de VVD over hoe dit voor de inwoners moet zijn. Volt maakt zich net als alle andere partijen grote zorgen over de netcongestie. Dat heeft de potentie om alle belangrijke ontwikkelingen in de samenleving stil te leggen. Volt roept het college dan ook met klem op om met een integrale blik naar de energietransitie te kijken en om die integraliteit ook bij anderen onder de aandacht te brengen, dus ook aan de bestuurstafel van de RES. Dat betekent dat er zo snel mogelijk moet worde gesproken over de prioriteiten op het elektriciteitsnet. Daarvoor is vanmorgen de raadsbrief Uitvoeringsprogramma elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie geagendeerd. Ook moet er anders worden gekeken naar de energietransitie. Niet langer vanuit een pijler maar meer als een energiesysteem als 62

5

10

geheel. Volt gelooft dat dit integrale perspectief veel kansen geeft om de energietransitie eerlijker en sneller te laten verlopen. Volt ziet de potentie om lokale energiehubs te creëren waarin inwoners zelf eigenaar zijn van de energie die ze opwekken, gebruiken en doorgeven aan anderen. Elektriciteit, warmteopwekking en de opslag van energie kan in samenhang worden ingevuld zodat de centrale netten ontzien kunnen worden. Oftewel: we produceren lokaal en we gebruiken lokaal. Tot verbazing van Volt komt deze integraliteit niet terug in de RES U16 en ook niet in de Utrechtse inbreng voor de herijking. Daarom roept Volt het college op om de opgaven van de RES en het NPLW aan elkaar te koppelen. Beschouw ze niet als twee losse opgaven. Graag hoort Volt van de wethouder of zij ook dezelfde potentie ziet van de integrale blik op de energietransitie en of zij bereid is om het integrale perspectief mee te nemen naar de volgende tafel van de RES. De voorzitter vraagt of er niet-agenderende partijen zijn die een inbreng willen leveren. Hij geeft het woord aan de PvdA.

15

20

25

30

35

40

De heer Cornielje (PvdA) zegt dat aan de ene kant in de RES staat dat de focus op besparing aan de ene kant ligt op individuele woningeigenaren bij het isoleren van hun woning. Aan de wethouder wordt gevraagd om in de samenwerking met de RES juist huurders mee te nemen, omdat die achterblijven bij isoleren. Verder wordt gevraagd of de wethouder een mogelijkheid ziet om in samenwerking met andere RES-gemeentes een gezamenlijk energie-ontwikkelbedrijf op te zetten. Samen kun je dat namelijk beter doen dan alleen. De voorzitter geeft het woord aan het CDA voor hun inbreng. De heer Stellinga (CDA) zegt dat het CDA zich aansluit bij de vraag van de VVD en D66 over de drie Planmers. Het CDA vraagt zich af of het niet efficiënter is om de vragen in het kader van de provinciale Planmer te beantwoorden. Meer specifiek: waarom wordt dit gesplitst als er toch wordt uitgegaan van dezelfde data? Waarom zijn er drie Planmers? Verder wil het CDA weten wat de tijd verklaart die er zit tussen de duurzaamheidsprojecten en de verwachte realisatie daarvan.

Zit dat in juridische procedures of zijn er ook nog andere zaken aan de orde? Het is bekend dat het CDA geen voorstander is van het energielandschap in de polder Rijnenburg, maar uitgaande van de collegeplannen vraagt het CDA zich nu af hoe realistisch het energielandschap dat wordt voorgestaan door Rijne Energie en het college eigenlijk is, gelet op de plannen van de grondeigenaren en gelet op de privaatrechtelijk zeer beperkte positie van de gemeente. Er kunnen anterieure overeenkomsten worden gesloten, er kunnen bestemmingsplannen worden vastgesteld, de RES kan worden herijkt en er kan nog een heleboel meer worden gedaan, maar uiteindelijk heb je te maken met het feit dat je het gros van de grond niet bezit. Wat gaat het college ondernemen als de gesprekken tussen Rijne Energie en de grondeigenaren niet het door het college gewenste effect sorteren? Aan de wethouder wordt een reactie gevraagd. Het CDA ziet het industrieterrein Lage Weide als een van de weinige opties voor wind op land in de gemeente Utrecht. De provincie noemt Lage Weide een zeer kansrijk zoekgebied, de gemeente noemt zoekgebied Lage Weide als onderdeel van het gemeentelijke Planmer-proces dat nu wordt afgerond. Het CDA vindt dat positieve geluiden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=467f8fb8-a7b8-4e00-8125-8e4dd7964904