2024.02.08 Gemeente Utrecht Commissie Energie(transitie) Duurzaamheid Vastgoed en Wonen
Tekst van het document
30
Wethouder De Vries antwoordt dat dat momenteel al gebeurt. Dit zijn parallelle processen. Als dat anders wordt ervaren hoort hij dat graag. De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat door de Leidraad een nieuw moment ontstaat. Daarin staat de huurder niet genoemd. Zou dat niet passend zijn? Wethouder De Vries antwoordt dat de huurders hier altijd bij betrokken zijn.
35
40
45
50
De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat het erom gaat hoe het in de leidraad staat. Daarin is niet aangegeven dat de huurders erbij moeten worden betrokken. Wethouder De Vries antwoordt dat dat in de praktijk wel gebeurt. De PvdA wil dat steviger op papier hebben, maar de wethouder wil de afspraken zoals die nu zijn gemaakt in stand houden. Het kan worden meegenomen in de herijking van de afspraken. Hij gaat verder met de beantwoording van de vragen van EenUtrecht. Deze vragen waren gericht op het aanpassen en toevoegen van onderwerpen aan de Samenwerkingsafspraken. In algemene zin heeft hij daar al wat over gezegd. De wethouder wil daar graag nog eens het debat over voeren. De bedrijfsvoering van corporaties is aan bod geweest in de technische sessie. Zij zijn autonoom, gesprekken vinden dus op een gelijkwaardige manier plaats. De wethouder maakt zich hard voor een stevige lobby naar het rijk om de corporaties meer in positie te brengen. Dat heeft te maken met fiscale maatregelen. Dat gaat de corporaties helpen in de bedrijfsvoering, en dat heeft effect op stop de verkoop. Het is niet zo dat corporaties persé hun woningen willen verkopen. Dat doen zij om de productie op langere termijn te kunnen financieren. Het lid M. Minnaert (Bij 1) zegt dat corporaties willen verkopen om vervolgens meer sociale huurwoningen te bouwen.
Kan de wethouder in gesprek gaan met de corporaties om te onderzoeken of dit ook anders kan? 33
Wethouder De Vries antwoordt dat dat het hele idee van de samenwerkingsafspraken is. Daarin is het resultaat van die gesprekken vastgelegd. De heer G. Dijkstra (EenUtrecht) vraagt de wethouder om een reactie op zijn vragen. 5
10
15
20
25
Wethouder De Vries gaat er wat dieper op in. In de monitoring van de samenwerkingsafspraken zal worden opgenomen wat de corporaties de vorige keer niet hebben uitgevoerd. Over het toevoegen van het minimaliseren van leegstand zegt de wethouder dat er een aparte leegstandsaanpak is, waarin de corporaties wordt gevraagd om de leegstand te minimaliseren. Daarover wordt de raad geïnformeerd in Q2. Over het opnemen van het uitgangspunt dat het extra realiseren van woningen niet mag leiden tot sloop zegt de wethouder dat in de Leidraad de voors en tegens van sloop worden meegenomen. Daarin wordt ook naar de staat van de woning gekeken. Volgens EenUtrecht geeft Ortec aan dat de corporaties de financiële ruimte in de afgelopen jaren niet goed hebben gebruikt. Dit onderzoek gaat met namen over de realisatie van de productie richting 2030. De wethouder heeft wat anders uit het rapport gehaald. Over de vraag over stop de verkoop zegt de wethouder dat het recht op koop van de eigen huurwoning is geregeld in de wet. De wethouder gaat verder met beantwoording van vragen van Bij1. Over de reden van sloop om onderhoud niet uit te voeren zegt de wethouder dat de gemeente zal handhaven als zij die signalen krijgt. Voor de mogelijkheden om sloop minder aantrekkelijk te maken als er sprake is van achterstallig onderhoud verwijst de wethouder naar de Leidraad en het coalitieakkoord.
Daarin wordt uitgegaan van ‘nee, tenzij’. Dit zal ook in de evaluatie terugkomen. Op de VVD-vraag of er een blanco cheque zal worden uitgeschreven heeft de wethouder al antwoord gegeven, dat de VVD hopelijk voldoende heeft gerustgesteld. De samenwerkingsafspraken zijn een lokale aangelegenheid, waarbij de Autoriteit woningmarkt op voorhand niet in heeft meegekeken. Op de vraag of een aantal opties niet als staatssteun zal worden gezien antwoordt de wethouder dat er technisch zal worden gekeken wat er we en niet mogelijk is. Het college zal zich zeker aan de wet houden. Mevrouw Meerding (VVD) merkt op dat de wethouder eerder aangaf dat als er 10,6 mln. zou worden overgemaakt, dat zou worden gekwalificeerd als staatssteun. Is dat ook het geval als dat een lager bedrag is, en moet er dus sowieso naar andere maatregelen worden gekeken?
30
35
40
45
50
Wethouder De Vries antwoordt dat dat niet zo zwart-wit is en dat dat goed moet worden uitgezocht. Dat wordt gedaan. Over de loslaten van de parkeernorm merkt de wethouder daarover in de samenwerkingsafspraken een onderzoeksvraag is opgenomen. Het is geen toezegging. De wethouder gaat naar de beantwoording van de vragen van D66. De kerntaak van de corporaties is het zorgen voor sociale huur. Er is ook het actieplan middenhuur , waarin wordt gestreefd naar het verhogen van het percentage middenhuur. De corporaties proberen daaraan bij te dragen. De wethouder geeft aan dat hij een actieve lobby voert om de rol van corporaties in de middenhuur groter te krijgen. Op dit moment zijn de leningen voor sociale huur geborgd, maar niet voor middenhuur. We houden ons aan het coalitieakkoord en aan de aantallen die daarin staan. Op de vraag of er meer moet worden gevaren op de expertise van corporaties, met name bij het toewijzen antwoordt de wethouder dat dat al gebeurt. Verder vraagt D66 om het helpen van corporaties bij de verdere verduurzaming, aan de hand van het voorbeeld van de gaskachel. Dit gaat over woningen met de slechtste labels. Daarover is op nationaal niveau afgesproken om die versneld aan te pakken. Na 2028 mogen deze slechtste labels er niet meer zijn. De heer Koning (D66) vraagt hoe de gemeente hierbij als een stok achter de deur kan fungeren.
Zo moet het energielabel van kantoren sinds 2022 minimaal C zijn, maar er is geen stok achter de deur om dat voor elkaar te krijgen. D66 wil voorkomen dat er in 2028 nog steeds woningen met hele slechte labels zijn. Kan daar iets aan worden gedaan? Wethouder De Vries moet het antwoord daarop verschuldigd blijven. Hij neemt het antwoord op in de verzamelbrief Wonen. Op de vraag over de 250 woningen extra productie zegt de wethouder dat dat extra is ten opzichte van het MPR. Dat kunnen ook tijdelijke woningen zijn. Op de vraag of de corporaties de afspraak over stop de verkoop eenzijdig kunnen opzeggen antwoordt de wethouder dat het samenwerkingsafspraken zijn. 34
De heer Koning (D66) vraagt met betrekking tot de compensatie voor stop de verkoop of de wethouder kan aangeven of daar staatssteunregels in de weg zitten.
5
Wethouder De Vries antwoordt dat de corporaties een bepaalde positie hebben ten aanzien van het realiseren van woningen in vergelijking met andere partijen. Dat kan meespelen. Bij compensatie wordt dan ook met name naar maatregelen gekeken om hen in positie te brengen. Het uitschrijven van een cheque is gezien de lastige positie van de gemeente een lastig verhaal. De heer Koning (D66) zegt dat het in het midden blijft: is een cheque uitschrijven wel of niet aan de orde?
10
15
Wethouder De Vries gaat geen cheque uitschrijven. Er moet worden gekeken naar de maatregelen die zijn benoemd vanuit het Ortec-onderzoek. Het gaat om compensatie om de productie te kunnen halen in 2030. Het gevolg van het stoppen met de verkoop van woningen is dat corporaties meer moeten gaan lenen om toe te komen aan de productie. Er moet dan worden onderzocht of die extra rente moet worden gecompenseerd. Dat is een technische vraag die goed moet worden uitgezocht. De heer Koning (D66) concludeert dat er nu onvoldoende zekerheid en helderheid is. Daar moet later een verder gesprek over volgen. Wethouder De Vries geeft aan dat dat in Voorjaarsnota aan bod zal komen. De heer G. Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of er een waardebepaling zal zijn voor stop de verkoop, of dat nu in een geldelijke vergoeding of in maatregelen zal zijn.
20
25
30
35
Wethouder De Vries zegt dat er inderdaad een compensatie zal moeten worden bepaald, waarbij moet worden besproken hoe die eruit zal zien. Enerzijds het bedrag en vervolgens hoe dat ingevuld kan worden. Dat komt de wethouder in de Voorjaarsnota op terug. Hij gaat verder met het beantwoorden van de vragen van PvdD over het toevoegen van nestkasten en diervriendelijk bouwen. Dat kan worden meegenomen in het debat bij de evaluatie, net als circulair bouwen. Denk heeft aangegeven geen huurverhoging bij sloop/nieuwbouw te wensen. In sommige gevallen is huurverhoging nodig omdat ook de kwaliteit omhoog gaat. Tegelijk worden de woningen duurzamer waardoor de woonlasten naar beneden gaan. Met de huurders worden in het algemeen sociaal plan afspraken gemaakt over terugkeer. Voor wat betreft cultuur-sensitieve ouderenzorg en een zorgcentrum voor Turks-Marokkaanse ouderen geeft de wethouder aan dat daar oog voor is. In het kader van het Actieplan thuis voor ouderen worden deze doelgroepen meegenomen. Naar dit actieplan wordt verwezen in de Samenwerkingsafspraken. De heer Usta (Denk) vraagt of er specifiek een verkenning wordt gedaan naar cultuur-sensitieve ouderenzorg. Wethouder De Vries zegt dat dat inderdaad is benoemd in het Actieplan thuis voor ouderen. Mevrouw X.
Minnaert (PvdD) vraagt of de wethouder heeft toegezegd dat diervriendelijk bouwen wordt meegenomen in de volgende samenwerkingsafspraken.
40
Wethouder De Vries zegt dat niet toe. Toezeggingen hierover kunnen niet eenzijdig worden gedaan. Het gesprek wordt gevoerd met huurders en corporaties. Bij de evaluatie kan de raad een aantal opdrachten aan de wethouder meegeven om mee te nemen naar het gesprek over nieuwe samenwerkingsafspraken. Mevrouw X. Minnaert (PvdD) vraagt wanneer het moment is om dat te doen.
45
Wethouder De Vries antwoordt dat de evaluatie in Q4 komt. Daarover kan dan een nieuw gesprek worden gevoerd. De voorzitter vraagt of er onbeantwoorde vragen zijn. 35
De heer Van Straalen (CU) vraagt naar de evaluatie van het huisvesting-en-ondersteunen-vanaandachtsgroepen-document uit 2019. Wanneer wordt die evaluatie verwacht? Ook vraagt CU naar de actieve rol en verantwoordelijkheid die corporaties kunnen pakken bij zon op daken. 5
De heer G. Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de wethouder de volgende keer meer concrete afspraken kan maken over leefbaarheid. De heer Zwanenberg (GroenLinks) vraagt naar het leeg opleveren van huurwoningen. Verder vraagt GroenLinks naar een plan B als huurders tegen sloop zijn en sloop niet doorgaat. De voorzitter meldt dat er inmiddels 60 minuten is uitgelopen. Er moet erg strikt op tijd worden gekoerst. Hij geeft het woord aan de wethouder voor de beantwoording van de vragen.
10
15
20
Wethouder De Vries komt op eerste vraag terug in de Woonzorgvisie. Voor wat betreft het vertalen van leefbaarheid naar concrete afspraken zegt de wethouder dat er nu geen wijzigingen meer worden toegevoegd aan de samenwerkingsafspraken. Dit wordt meegenomen in de evaluatie. Over wat er gebeurt als huurders niet mee willen werken aan sloop zegt de wethouder dat dit terugkomt in de Leidraad. Er worden meerdere scenario’s naast elkaar gelegd, zowel renovatie als sloop/nieuwbouw. Het komt alleen naar de raad als er sprake is van sloop/nieuwbouw, niet als er sprake is van renovatie. Dat is wel het alternatief van sloop/nieuwbouw. De wethouder komt op de verantwoordelijkheid en rol van corporaties bij zon op daken terug in de verzamelbrief. Over het leeghalen van woningen zijn op dit moment geen afspraken gemaakt. Daarover zal worden gesproken in de evaluatie. De voorzitter rond het agendapunt af. Hij schorst de vergadering. - Schorsing – Voorzitter Van Steeg heropent de vergadering.
25
9 Raadsbrief Betaalbaar wonen en inzet fonds betaalbare koop De voorzitter geeft aan dat de agenderende fracties willen een debat over de brief en meedenken over hoe het fonds meerzijdig kan worden ingezet om meer voordelen te halen uit deze inzet. Het agendapunt wordt besproken in één termijn in 45 minuten. Er zijn vier agenderende partijen.
30
35
40
45
Hij geeft het woord aan Denk voor hun inbreng. De heer Usta (Denk) is blij met de inzet van het fonds betaalbare koop in deze tijd waarin een tekort is aan woningen in welk segment dan ook. Het gaat over het woningtekort en scheefwonen, het gaat over mensen die op straat moeten slapen. Denk vindt dan ook dat er verandering moet komen. In de brief staan suggesties over hoe het fonds optimaal ingezet kan worden. Daar zijn risico’s aan verbonden, en het fonds heeft een beperkt effect in de huidige situatie. Denk wil het fonds optimaal benutten voor de lange termijn met impact. Zij willen aandacht voor motie 261/2019 en motie 340/2022 waarin wordt verwezen naar een alternatieve koopconstructie. De huidige hypotheekvormen zijn namelijk voor een grote groep Utrechters geen optie vanwege het renteaspect. Om deze reden wil Denk een alternatieve koopconstructie introduceren. Er zijn al praktijkvoorbeelden in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. In Nederland is een initiatiefnemer ook al zover. Dat scheelt in het uitzoeken van de mogelijkheden. Denk stelt voor om te investeren in deze alternatieve koopconstructie waarmee een groep Utrechters ook toegang tot koopwoningen en hiermee ruimte maakt door huurwoningen achter te laten.
Kan de wethouder toezeggen om ook deze alternatieve koopconstructies te betrekken zoals eerder in de moties is verzocht, en dat terug te koppelen aan de raad? Het technische wil Denk dan graag toelichten. De voorzitter merkt op dat UtrechtSolidair niet aanwezig is. Hij geeft woord aan Bij1 voor hun inbreng. 36
5
10
15
20
25
30
35
Het lid M. Minnaert (Bij1) sluit aan bij Denk voor wat betreft alternatieve koopconstructies. Zoals de brief schetst is drie miljoen een bedrag dat in eerste instantie als veel klinkt, maar slechts een beperkt aantal woningen kan helpen realiseren. Voor Bij1 is het het meest belangrijk dat het fonds wordt ingezet voor langdurig betaalbare woningen en dat het fonds zich niet alleen richt op middeninkomens maar juist ook op lagere inkomens. De voorkeur gaat dan ook uit naar inzet van het fonds voor wooncoöperaties. Daarbij is het belangrijk dat er ook oog is voor diversiteit. Bij1 vraagt de wethouder om in het raadsvoorstel ook een voorstel hoe de gemeente ervoor kan zorgen dat ook mensen die misschien in eerste instantie niet zouden denken aan wooncoöperaties worden ingelicht over het fonds en waar gewenst worden ondersteund bij het opzetten daarvan. Bij1 is ook benieuwd naar het opnemen van voorwaarden voor wooncoöperaties om mensen uit kwetsbare posities te huisvesten. Verder vraagt Bij1 de wethouder welke mogelijkheden er zijn om bij het Nationaal fonds betaalbare koopwoningen, dan wel via lobby voor het landelijk beleid, dan wel via de cofinanciering en de uitvoering ook hier middels grondbeleid en erfpacht langdurig betaalbare woningen te realiseren. De voorzitter geeft het woord aan D66 voor hun inbreng.
De heer Koning (D66) vindt het belangrijk om koopwoningen te hebben voor middeninkomens. Juist het hebben van een huis bied een kans om een vermogen op te bouwen, te sparen voor kinderen en uit een positie van weinig inkomsten en geen eigen vermogen te ontworstelen. Deze raad komt op voor het belang van opbouw van vermogen rondom de gemeentelijke belastingen. Het bevorderen van eigen woningbezit is eigenlijk net zo sociaal. Het gaat hiermee om de ouders die vermogen kunnen opbouwen voor hun kinderen of de docent die duurzaam in de stad kan blijven wonen omdat hij kans maakt om een eigen plekje te vinden. D66 is best kritisch. Via de woonportefeuille zagen zij nog niet zoveel inspanningen om ook koopwoningen duurzaam betaalbaar te maken. Terwijl er in 2023 drie miljoen voor op de plank lag. Er is een jaar lang gewacht op een brief hierover en nu is er nog steeds geen plan. Met de voorliggende brief wordt voorgesorteerd op het langjarig ondersteunen van wooncoöperaties. D66 snapt deze keuze maar vindt ook dat het nu tijd is voor actie. Dit plan moet duidelijke actielijnen en een afrekenbare tijdlijn bevatten. Aan de wethouder wordt daarop een toezegging gevraagd. D66 ziet ook dat er veel afhankelijkheden worden geschetst bij de inzet op wooncoöperaties, bijvoorbeeld op het gebied van rijkssubsidies en rijksbeleid. Daardoor zou het ook lang kunnen duren.
Het geld is echter voor deze collegeperiode gemerkt, dus het resultaat moet ook geboekt worden in deze collegeperiode. Kan het college aangeven dat dat ook via die wooncoöperaties gebeurt, en dat niet te lang op resultaat hoeft te worden gewacht? De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat hoe meer er naar koop wordt bewogen, hoe minder de aantallen worden. Ziet D66 dat ook? De heer Koning zegt dat betaalbare koop het resultaat zal zijn van de wooncorporaties. Dat mensen via die wooncoöperaties een stuk eigendom in een woning kunnen krijgen. Dat is wel een omslachtige en lange weg, maar ook een duurzame weg waarmee meer mensen kunnen worden geholpen.
40
45
50
De heer Van der Zweth vraagt of D66, als zij een variant moeten kiezen, de variant die de meeste mensen helpt zou kiezen. De heer Koning antwoordt dat D66 daar inderdaad voor zou kiezen, en daar zijn allerlei smaken in. Er kan heel uitgebreid en omslachtig Utrechts beleid worden geformuleerd waar op de lange termijn misschien heel veel mee zou kunnen aangepakt. of er kan voor worden gezorgd dat over een paar jaar de eerste wooncorporaties zijn opgezet. D66 wil aandringen op snelheid hierin. Hij gaat verder met zijn betoog door te verwijzen naar de motie Overvecht (411/2022) om bij woonprojecten daar specifiek in te zetten op het fonds betaalbare koop. Aan de wethouder wordt gevraagd hoe de uitvoering van die motie verloopt nu daar zoveel bouwplannen in ontwikkeling zijn. Juist hier zouden aan Overvechters zelf kansen moeten worden geboden om een goedkope koopwoning te kunnen kopen. De voorzitter vraagt of er niet-agenderende partijen zijn die een inbreng willen leveren.
37
5
10
15
20
25
30
Mevrouw Meerding (VVD) vindt dit een belangrijk fonds. Het is één van de instrumenten om ook de middengroepen in Utrecht meer kans op een woning te geven. Die middengroep sneeuwt volgens de VVD een beetje onder in dit coalitiebeleid. Het fonds is een van de mogelijkheden om daar meer aandacht aan te geven. Het is dan ook belangrijk om dit fonds goed te benutten. De VVD steunt de richting die in de brief wordt aangegeven niet. Volgens de VVD kan het fonds op een betere manier worden ingezet. Er wordt nu gezegd dat het maar een heel klein bedrag is dus daarmee kunnen we maar weinig mensen helpen, dus dan wordt het in collectieve woonvormen gestopt. Het lijkt de VVD zonde als de hele drie miljoen alleen maar daar naartoe gaat. De VVD ziet meer in maatregelen als koopstart, koopgarant of startersleningen. Daarover is recent een motie van de VVD over aangenomen, motie 6/2024. Aan de wethouder wordt gevraagd of die motie kan worden meegenomen in dit fonds. De heer Zwanenberg (GroenLinks) vindt het opvallen dat er volgens de VVD hier wel een paar miljoen mag worden bijgeplust, terwijl dat bij stop de verkoop onbespreekbaar was. Bij koopgarant en andere maatregelen wordt er subsidie verleend aan één huishouden. Die kunnen vervolgens een woning kopen, een paar jaar later verkopen en vervolgens is al het geld weg. Dat zou bijzonder ineffectief inzetten van gemeenschapsgeld betekenen.
Mevrouw Meerding (VVD) reageert op de eerste opmerking door aan te geven dat zij niet heeft gezegd dat het geld er ligt. Het was een algemene opmerking: als er een begroting wordt gemaakt, dan worden er op voorhand keuzes gemaakt. Dat er nu weinig geld beschikbaar is komt door de keuzes die zijn gemaakt door de coalitie. Voor wat betreft de vraag van GroenLinks verwijst zij naar de raadsbrief, waarin staat dat wonen duurzaam betaalbaar moet worden gemaakt. Aan de wethouder wordt dan ook gevraagd wat de mogelijkheden daarin zijn, ook oor wat betreft koopstart en koopgarant. De VVD zegt niet dat als het niet duurzaam is, doe het dan maar niet. Zij willen deze groep helpen, niet alleen via de collectieve woonvormen. De voorzitter geeft het woord aan de PvdA voor hun inbreng. De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat het fonds moet gaan over het helpen van zoveel mogelijk Utrechters. De betaalbaarheid op de langere termijn wordt gegarandeerd en er moet voor worden gezorgd dat publieke kosten geen private winsten worden. De PvdA snapt de lijn voor de wooncoöperaties die in de brief wordt geschetst. Bij het Actieplan betaalbare koop is een amendement aangenomen (179/2021) dat gaat over inkomenseisen. Aan de wethouder wordt gevraagd of dat hier ook goed in zit, en zo niet, hoe wordt ervoor gezorgd dat de woningen toekomen aan de doelgroep.
De voorzitter geeft het woord aan ChristenUnie voor hun inbreng.
35
40
45
50
De heer Van Straalen (CU) zegt dat goed moet worden bekeken hoe met beschikbare middelen blijvend betaalbare koopwoningen kunnen worden gerealiseerd. De CU geeft als suggestie het lokaal knarrenhof-concept. Hier wonen ouderen bij elkaar en beloven naar elkaar om te zien. Hiervoor zijn veel geïnteresseerden in Utrecht, en het is een groot succes in andere gemeenten. Aan de wethouder wordt gevraagd of hij met de mensen achter dit CPO-initiatief in gesprek wil gaan om de mogelijkheden te onderzoeken. De voorzitter geeft het woord aan EenUtrecht voor hun inbreng. De heer G. Dijkstra (EenUtrecht) sluit aan bij D66 en bij de PvdA: ga na welke optie de meeste mensen kunt helpen. Er komt binnenkort een aanvulling op het Actieplan wooncoöperatieven. Aan de wethouder wordt gevraagd of hij de mening deelt dat de huidige vier actielijnen in het Actieplan volledig onderbenut worden en dat er heel veel drempels zijn, waarvoor een ambitieuze aanvulling gewenst is. Verder geeft EenUtrecht aan dat in Breda voor wooncoöperatieven bij nieuwbouwprojecten er minimale percentages worden gehanteerd. Zou dat ook iets voor Utrecht kunnen zijn en wordt dat teruggekoppeld in het Actieplan? Tenslotte doet EenUtrecht een oproep. Er zijn heel weinig wooncoöperatieven in de afgelopen jaren van de grond gekomen, ondanks het Actieplan. EenUtrecht noemt het wooncoöperatief Overhoop.
Zij zijn netto betaler en dat is een onwenselijke situatie. Er is al tegemoet gekomen aan dit initiatief. Kan de wethouder toezeggen dat, als er toch iets moet worden betaald, dat dit in dit specifieke geval renteloos of gespreid kan? 38
Het zou een verkeerd beeld geven als we wooncoöperatieven ontmoedigen in plaats van stimuleren. De voorzitter informeert of andere fracties een inbreng willen leveren. Dat is niet het geval. Hij schorst de vergadering. 5
- Schorsing – De voorzitter heropent de vergadering en geeft het woord aan de wethouder voor de beantwoording van de vragen.
10
15
Wethouder De Vries gaat eerst in op de vragen van Denk over alternatieve koopconstructies. Daar is al wat over gezegd in de verzamelbrief Wonen in november 2023. Wat nu mogelijk is is een huur-koop-overeenkomst, of wooncoöperatieve vormen zoals een vastgoedcoöperatie of een koop-koop-coöperatie. De bewoner is in alle drie de gevallen zelf niet de hypotheekhouder en betaalt niet direct zelf de rente. De beoordeling of er sprake is van een renteaspect of vergoeding is aan de potentiële koper zelf. De heer Usta (Denk) vraagt hoe dit fonds kan worden ingezet voor deze alternatieve koopconstructie. Wethouder De Vries antwoordt dat dat theoretisch zou kunnen. De heer Usta (Denk) vraagt of de wethouder deze alternatieve koopconstructies, zonder de renteaspecten, in de volgende brief kan betrekken.
20
Wethouder De Vries geeft aan dat specifiek de keuze wordt gemaakt om in te zetten op wooncoöperaties, zoals een CPO. Daarmee denkt het college langdurig de aantallen te behalen en langjarig de betaalbaarheid. De heer Usta (Denk) wil horen of de wethouder het wel of niet gaat betrekken. Anders overweegt Denk hierover een motie in te dienen.
25
30
Wethouder De Vries stelt voor om dan een motie te overwegen, want er wordt echt ingezet op wooncoöperaties. Hij gaat verder met de beantwoording van de vragen van Bij1, en geeft aan dat het doel is om vraaggericht te werken. Als er vraag is naar diversiteit wil het college dat ondersteunen. Voor wat betreft het huisvesten van kwetsbare mensen in wooncoöperaties zegt de wethouder dat dat kan als een wooncoöperatie daar zelf voor kiest. Dat is de maatschappelijke meerwaarde waar sommige wooncoöperaties voor kiezen, zoals Overhoop. Recent heeft Overhoop aangegeven een tweede wooncoöperatie in Overvecht op te willen richten. Hierbij kan ook aan de voorkant op worden gestuurd. Het lid M. Minnaert (Bij1) vraagt wat de wethouder bedoelt met vraaggericht werken en de opmerking dat dat diversiteit kan plaatsvinden als er vraag naar is.
35
40
45
Wethouder De Vries antwoordt dat daar niet actief aan de voorkant op wordt gestuurd. Er wordt gewerkt met een kaartenbak vol initiatieven voor wooncoöperaties, zoals bijvoorbeeld een knarrenhof. Diversiteit wordt teruggezien in alle initiatieven die worden ingediend. Die initiatieven worden verzameld, waarbij twee locaties per jaar worden uitgewerkt. Daarbij wordt gekeken naar betaalbaarheid, doelgroepen et cetera. Er wordt niet aan de voorkant gestuurd op diversiteit, want dat is vaak al vertegenwoordigd in de wooncoöperaties. Hij gaat verder met de vraag over het stimuleren van wooncoöperaties via het grondbeleid. De minister voor volkshuisvesting is momenteel bezig met het opzetten van een landelijk fonds voor betaalbare koopwoningen en heeft daar 70 miljoen voor gereserveerd. In november zijn de kaders daarvoor geschetst. De rol van gemeente hierbij is nu nog niet helder. Zodra het fonds er is wordt daar actief op ingezet. D66 roept op om met acties en een plan te komen. De wethouder geeft aan dat concreet met een paar locaties aan de slag wordt gegaan. Verder wordt er een kaartenbak met initiatieven bijgehouden. 39
5
10
15
20
25
EenUtrecht vraagt of dat wel scherp genoeg is. De wethouder geeft aan dat als het makkelijk was, dan was het al gedaan. Het college is zoekende in de uitwerking hiervan. Dat heeft te maken met de financiering, toewijzing en de middelen die hiervoor beschikbaar zijn, zijn beperkt. Voor veel mensen die tot een wooncoöperatie willen komen is dit nieuw. Het college wil inzetten op het ondersteunen van dit soort initiatieven met kennis en kunde. Lastig om aan de voorkant hele harde afspraken over te maken. Wel als het gaat om initiatieven, locaties en een kaartenbak, maar er wordt al lerend ontwikkeld. Er zal een terugkoppeling naar de raad volgen over wat er is gerealiseerd. Dan kan worden besproken wat er extra nodig is om dit verder te ontwikkelen. De heer Koning (D66) weet dat het complex is. Hij bemerkt dat de wethouder vooruit wil lopen op de troepen. Dat is fantastisch, maar dan kan niet worden gewacht op de rijksoverheid. D66 roept op om knopen door te hakken over wat er kan worden gedaan met het gemeentegeld in de huidige collegeperiode, zodat er zichtbaar resultaat geboekt wordt. Wethouder De Vries waardeert deze aanmoedigingen en zegt toe dat er niet op het rijk zal worden gewacht. Over motie 411 zegt de wethouder dat deze wordt meegenomen met opstellen van Omgevingsvisie Overvecht. De VVD is het niet eens met de inzet van het fonds.
Afgelopen tijd is onderzoek gedaan naar beide sporen: zowel koopconstructies als wooncoöperaties. Daarbij is gekeken hoe de beperkte middelen zo effectief mogelijk kunnen worden ingezet. Op relatief korte termijn kunnen er een beperkt aantal betaalbare koopwoningen worden gerealiseerd. Het is dan wel de vraag of ze betaalbaar blijven, ook als ze overgaan naar een nieuwe koper, en hoe daarop massa kan worden gemaakt. Dat is vrij beperkt met deze middelen. Bovendien worden constructies zoals koopstart waarschijnlijk met de inzet van het landelijk fonds mogelijk gemaakt. De motie zal worden meegenomen bij de uitwerking van dat fonds. De PvdA wijst op een amendement over inkomensgrenzen en vraagt hoe ervoor kan worden gezorgd dat de woningen bij de juiste inkomensgroepen terecht komen. Er is afgesproken dat dat wordt opgenomen in de anterieure overeenkomst. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of dat betekent dat in de regel inkomenseisen worden opgenomen.
30
Wethouder De Vries antwoordt dat daarover aan de voorkant afspraken worden gemaakt als de locatie beschikbaar komt. Dan is de betaalbaarheid voor deze mensen op de langjarige termijn goed geregeld, maar het rondkrijgen van de financiering blijft moeilijk. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of het antwoord ‘ja’ is op de vraag of de betaalbare koop altijd aan de doelgroep toe gaat komen via inkomenseisen.
35
40
Wethouder De Vries vindt het moeilijk om aan de voorkant te zeggen dat dat al gebeurt. Dit is nog nieuw en in ontwikkeling. De wethouder kan wel toezeggen dat dit wordt meegenomen in nieuwe ontwikkelingen, waarbij wordt gekeken naar betaalbaarheid, doelgroepen, aandachtsgroepen, diversiteit. Daar wordt van geleerd, en vervolgens wordt er verder ontwikkeld. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of de wethouder kan toezeggen dat inkomenseisen in een volgende stap terugkomen. Wethouder De Vries antwoordt dat hij daar dan zeker op terugkomt. Het wordt bovendien meegenomen in de evaluatie. Hij gaat verder met de vraag van ChristenUnie over knarrenhofjes. Het is goed om daarover actief in gesprek te gaan.
45
De heer Van Straalen (ChristenUnie) is daar blij mee. Hij vraagt de wethouder of hij een terugkoppeling zal geven over dat gesprek. Wethouder De Vries antwoordt dat hij dat zal doen in verzamelbrief Wonen in Q3. Hij gaat verder met de vraag van EenUtrecht over de vier actielijnen. De wethouder stelt voor om nu concreet aan de slag gaan, daarvan te leren en vervolgens te evalueren. 40
De heer G. Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de wethouder van mening is dat er voldoende argumenten zijn om wooncoöperatieven anders te behandelen dan woningcorporaties en commerciële partijen, bijvoorbeeld als het gaat om erfpacht en grondbeleid. 5
10
Wethouder De Vries antwoordt dat een coöperatie geen corporatie is. Het is een initiatief dat iets oplevert voor de gemeenschap. Binnen het grondbeleid worden deze wel vergeleken als het gaat om meerwaardeafdracht. Met Overhoop wordt gesproken over bijvoorbeeld renteloos betalen. Het idee van de meerwaardeafdracht is dat zij iets teruggeven aan de gemeenschap. Dat kan door de organisatie van bijvoorbeeld een buurtkamer. Als die buurtkamer over twintig jaar zou ophouden te bestaan, dan betekent dat iets in relatie tot wat zij nu doen voor de gemeenschap. Over de middelen die worden opgebracht als het gaat om meerwaardeafdracht kan een gesprek plaatsvinden over de relatie tussen wat zij nu doen voor de gemeenschap en de vergoeding die daarvoor wordt gegeven. De heer G. Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de wethouder de mening deelt dat dat ongelijke organisaties zijn, die ook ongelijk moet worden behandeld.
15
20
Wethouder De Vries geeft aan dat coöperaties worden gestimuleerd, in kennis en kunde. EenUtrecht kijkt nu heel specifiek naar deze casus voor een heel specifiek onderwerp, namelijk de meerwaardeafdracht. De wethouder vindt het moeilijk om daar nu aan tegemoet te komen, en geeft aan dat daar wel naar wordt gekeken. De heer G. Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat de meerwaardeafdracht groter is dan de subsidies die ze ontvangen. Hij vraagt of de wethouder dat in Q2 kan meenemen in een aanvulling op het actieplan. Wethouder De Vries zegt dat toe. Hij gaat verder met beantwoording van de vraag of een percentage CPO kan worden ingezet op gebiedsontwikkeling. Dit zal terugkomen in de beleidsnota Wonen.
25
De voorzitter vraagt of er gemiste vragen zijn. De heer G. Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of er extra inzet kan plaatsvinden om te kijken naar een oplossing voor Overhoop. Wethouder De Vries geeft aan dat er gesprekken met hen zijn.
30
De voorzitter concludeert dat het debat hiermee aan zijn eind gekomen is. Er zijn geen formele toezeggingen gedaan, maar op een aantal punten zal worden teruggekomen in de verzamelbrieven. Hij vraagt of dit onderwerp geagendeerd moet worden. De heer Usta (Denk) wil in gesprek over de mogelijkheden van een rentevrije koopconstructie. Er zal een motie worden ingediend.
35
De voorzitter merkt op dat er geen andere voorstellen zijn. Hij stelt voor om voor de agendering 5 minuten reserveren en schorst de vergadering. - Schorsing – De voorzitter heropent de vergadering. Hij stelt voor om de avondvergadering om 19.30 uur te laten beginnen. Er wordt aangegeven dat dat niet past in verschillende agenda’s. Er wordt besloten om de vergadering toch om 20.00 uur te beginnen.
40
10 Raadsvoorstel Visie Utrecht Circulair 2050 De voorzitter leidt het onderwerp in door te zeggen dat Utrecht de ambitie heeft om in 2050 een circulaire stad te zijn, waarin er geen primaire grondstoffen meer worden gebruikt en er geen of nauwelijks afval meer is. De Visie Utrecht Circulair 2050 is een aanvulling op de ruimtelijke koers voor de stad. De ambities, zoals in de visie opgenomen, worden vertaald in meetbare circulaire 41
beleidsdoelen, welke in 2024 als onderdeel van de Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 aan de raad worden voorgelegd. Het raadsvoorstel wordt in twee termijnen behandeld. Hij geeft het woord aan Student & Starter voor hun inbreng. 5
10
De heer Van den Enk (Student & Starter) organiseerde vorig jaar een reis voor ambtenaren van het ministerie van BZK. Eén van de thema’s die centraal stond tijdens deze reis was biobased bouwen. Mooi om te zien dat de lessen uit deze reis zijn terug te zien in de Visie Utrecht Circulair 2050. Het bouwen met circulaire materialen, circulaire zorg en betere inrichting van recycle mogelijkheden wordt door Student & Starter ondersteund. Het valt hen wel op dat een onderdeel maar minimaal wordt genoemd: de cultuur en het gedrag van mensen. Het gedrag van mensen moet ook worden meegenomen in deze visie. Is de wethouder het eens met de mening dat gedrag een essentieel onderdeel is van een succesvolle circulaire aanpak, en is hij dan bereid om de gedragscomponent uitgebreider te verwerken in het uitvoeringsprogramma? Op dit moment is een reclame niet reikhalzend genoeg. De heer Peters (D66) vraagt hoe Student & Starter de rol van gedragsverandering ziet.
15
20
25
30
De heer Van den Enk (Student & Starter) zegt dat het beginnen bij jezelf één stap is, maar helaas hebben mensen vaak een duwtje in de juiste richting nodig. Er zijn verschillende verandertheorieën voor, bijvoorbeeld ADKAR. De stappen die daarin zijn uitgewerkt mist Student & Starter in deze visie. De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat Student & Starter verwijst naar een uitvoeringsprogramma. Nu ligt de visie voor en er komt nog een beleidsnota. Waarin wil Student & Starter het uitvoeringsprogramma laten terugkomen? De heer Van den Enk (Student & Starter) zegt dat dat in het tweede stuk kan landen. Hij vervolgt zijn betoog met de verwijzing naar het upcycle-centrum waarover eerder in de raad is gesproken. Als een lamp kapot gaat wordt deze eerst gerepareerd: re-use. Als er een nieuwe lamp van wordt gemaakt heeft dat recycle. Als de onderdelen worden gebruikt voor een nieuw product heeft dat upcycle. Op deze wijze worden alle onderdelen van een kapot product toch nog opnieuw gebruikt. Student & Starter is trots dat dit terugkomt in de visie, namelijk de upcyclecentrums die bij de milieustraten komen. Het is ook goed om te lezen dat het de ambitie is om 75 procent van het afval te upcyclen. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of het upcycle-centrum in alle delen van de gemeente komt.
Volgens de tekst komt dat alleen aan deze kant van het kanaal, moet er ook niet een komen in De Meern? De heer Van den Enk (Student & Starter) antwoordt dat dat zeker goed zou zijn.
35
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of Student & Starter niet ambieert dat voor 2050 op alle plekken een upcycle-centrum komt.
40
De heer Van den Enk (Student & Starter) antwoordt dat zij eerst willen zien hoe de upcyclecentra werken op de huidige plekken, en vervolgens bezien of De Meern ook een plek kan krijgen. Hij vervolgt zijn betoog door aandacht te vragen voor de motie over studentenkringloop. Allen al de vele internationale studenten die naar Utrecht komen leveren een afvalberg van gebruikte meubels op. Student & Starter vraagt de wethouder om de studentenkringloop op te nemen in de visie als voorbeeld van een circulaire activiteit die in de stad georganiseerd kan worden. Verder wordt aan de wethouder gevraagd hij zich ervoor wil inzetten dat circulaire gemeenschappen een sprankelende toekomst in Utrecht kunnen krijgen. De voorzitter geeft het woord aan D66 voor hun inbreng.
45
De heer Peters (D66) zegt dat de wethouder in het voorwoord van de nieuwe visie benadrukt dat de huidige manier van omgaan met grondstoffen niet langer niet houdbaar is. Daar staat D66 volledig achter. Het is positief dat er nu een toekomstvisie wordt gepresenteerd. Utrecht heeft de ambitie om een pioniersrol te vervullen op het vlak van circulariteit. D66 ondersteunt dit van harte. 42
5
10
15
Dit sluit naadloos aan bij het duurzame karakter van de stad en haar inwoners, en bij de duurzame initiatieven die al van de grond zijn gekomen. Het pad naar een volledig circulaire stad in 2050 is lang en uitdagend. Er is niet alleen een belangrijk rol weggelegd voor de lokale overheid, maar het succes zal ook afhankelijk zijn van het beleid van andere overheden, het bedrijfsleven en de inwoners. Hoe kijkt het college aan tegen de huidige samenwerking met de landelijke overheid, welke acties neemt de wethouder om dit de komende tijd te intensiveren? Het creëren van een breed draagvlak wordt terecht als een kerntaak van de gemeente gezien. Significante gedragsverandering is noodzakelijk. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Hoe zorgt het college ervoor dat het niet alleen bij woorden blijft maar dat het tot daden gaat leiden? Verder vraagt D66 naar de aandacht die circulariteit krijgt in vergelijking met CO2-reductie. Welke rol kan het college spelen om de samenhang hiertussen aan te tonen? Met betrekking tot communicatie vraagt D66 hoe inwoners beter bekend kunnen worden gemaakt met initiatieven als repaircafés en hoe deze kunnen worden opgeschaald. Als Utrecht zich echt wil profileren als een circulaire stad dan zou Utrecht Marketing daar een nadrukkelijke rol in moeten spelen.
Daarbij kan worden gedacht aan het aantrekken van nationale en internationale congressen op het gebied van circulaire economie. D66 vindt een vlaggenschip daarbij belangrijk, waarmee Utrecht zich zowel nationaal als internationaal kan profileren. D66 vraagt de wethouder welk initiatief zich daarvoor leent. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de broek, die D66 vraagt aan te trekken, wel past bij Utrecht.
20
De heer Peters (D66) zegt dat het hier in de raad begint om met iets concreets te komen. Een icoonproject zou daaraan kunnen bijdragen. De heer Te Hoonte (VVD) ziet weinig eigen ambitie in de visie. Er wordt vooral gevolgd wat landelijk al speelt. De heer Peters (D66) ziet wel ambitie in de visie, en ziet ook dat er verder aan de slag moet worden gegaan dan alleen met een icoonproject.
25
De heer Van Heuven (PvdD) hoort dat D66 de Utrechtse circulaire economie internationaal wil profileren. Daar doet de PvdD niet aan mee. Hij vraagt hoe D66 de komst van toeristen inclusief vliegbewegingen naar dit icoonproject ziet. Dat is niet echt circulair te verantwoorden. De heer Peters (D66) zegt dat het belangrijk is dat voor dit onderwerp over de gemeentegrenzen heen wordt gekeken, om te leren van andere steden.
30
35
De heer Van Heuven (PvdD) zegt dat over grenzen heen kijken iets anders is dan internationaal profileren met de CO2-uitstoot die vliegbewegingen met zich meebrengen. D66 verdraait daarmee de woorden van PvdD. Internationaal profileren is niet duurzaam. Het geld kan beter worden ingezet op het verder verduurzamen van de eigen economie. De heer Peters (D66) zegt dat niet alleen aan de eigen verduurzaming moet worden gedacht, maar ook nationaal en internationaal moet worden bekeken hoe andere gemeenten kan worden geleerd en hoe andere gemeenten kunnen worden geholpen. Daar hoeven geen hotels voor gebouwd te worden. De heer Van Heuven (PvdD) zegt dat internationaal profileren zorgt voor meer internationale verkeersbewegingen. Dat is toch niet duurzaam?
40
45
50
De heer Peters (D66) antwoordt dat er niet internationaal aan duurzaamheid zou worden gewerkt, dan zou er ook geen Parijs-akkoord zijn. Hij gaat verder met circulair bouwen en vraagt de wethouder of er ook lokale bouwnormen worden overwogen die afwijken van de landelijke normen. Verder stipt hij circulair opdrachtgeverschap in de openbare ruimte aan. Hoe zal dit komend jaar zichtbaar zijn in de aanbesteding van fietsnietjes, bankjes en ander straatmeubilair? Aan de wethouder wordt gevraagd hoe hij dit met trots naar buiten toe gaat communiceren. D66 vraagt verder of de Utrechtse horecasector kan worden verplicht om GFT-afval gescheiden in te laten zamelen. Met betrekking tot het grof vuil vraagt D66 zich af hoe hergebruik kan worden gestimuleerd, bijvoorbeeld door inwoners eerst aan te moedigen om items te verkopen of weg te geven via kringloopwinkels of Marktplaats. Tenslotte merkt D66 op dat de financiële paragraaf wat summier is. Hoeveel middelen zijn er gereserveerd 43
voor de ontwikkeling naar een circulaire stad? Is dit voldoende om concreet werk te maken van Utrecht als circulaire stad? Aan de wethouder wordt gevraagd of er in de gemeentelijke boekhouding rekening wordt gehouden met hogere restwaardes, en welke acties er worden ondernomen om de accountingregels om te turnen van lineair naar circulair. 5
10
15
20
25
De voorzitter geeft het woord aan GroenLinks voor hun bijdrage. Mevrouw Heijne (GroenLinks) zegt dat voor de overgang naar een circulaire economie het niet voldoende is om alles een beetje duurzamer te doen. Er moet een systeemverandering plaatsvinden. GroenLinks kan zich vinden in de prioriteiten, ambities en focus, maar heeft ook nog wat aandachtsgebieden. Allereerst wordt er serieus ingezet op het terugdringen van grondstoffengebruik door hoogwaardig hergebruik en recycling. GroenLinks mist echter de Rladder in de visie. Dat is jammer, want dat helpt bij het maken van keuzes. Aan de wethouder wordt gevraagd om deze R-ladder op te nemen in de beleidsnota en uit te werken bij de verschillende onderwerpen, bijvoorbeeld bij het circulair inkopen. Uitgangspunt wordt volledig circulair inkopen. De vraag die daaraan vooraf gaat is of er wel moet worden ingekocht. Deze stap moet volgens GroenLinks expliciet onderdeel uitmaken van het circulair inkoopbeleid en terug te zien zijn in de nota. Verder staat in de nota dat er wordt gestreefd naar hoogwaardig hergebruik, maar dit wordt in één klap genoemd met upcyclen en refurbishment. Daar zit een stap voor, namelijk langer met je spullen doen. Ook dat moet expliciet onderdeel worden van de beleidsnota. Voor wat betreft het van elkaar leren merkt GroenLinks op dat het goed is dat er keuzes worden gemaakt over waar op wordt ingezet.
Uiteindelijk moet Utrecht op alle terreinen circulair zijn. GroenLinks hoort graag hoe het leren van elkaar wordt ingericht en of daartoe een stappenplan of planning wordt gemaakt. Welke voortrekkersrol pakt Utrecht hierin, ook betreffende de samenwerking met kleine en middelgrote regiogemeentes? Belangenafweging en samenwerking met landelijke overheid is van belang. Het gaat ook om afwegingen in andere beleidsterreinen. De ruimte is schaars en de doelstellingen voor circulariteit kunnen op gespannen voet staan met andere opgaven. Het ontbreekt nu aan een integrale afweging. GroenLinks vraagt hoe die keuzes worden afgewogen. Het is goed om een ondergrens met elkaar af te spreken. Daar hoort de vraag ook bij waar mee zal worden gestopt. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt wat deze visie toevoegt aan wat er al in de RSU zelf stond.
30
Mevrouw Heijne (GroenLinks) antwoordt dat de zaken in de RSU heel beknopt zijn weergegeven. Daarin is de ondergrens voor circulariteit bijvoorbeeld niet benoemd. Zij ziet dat graag terugkomen in de beleidsnota.
35
De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat de doelstelling om de bouwsector in 2050 volledig circulair te hebben er gewoon in staat. De VVD is van mening dat de beleidsnota veel verder gaat, en dat de visie eigenlijk niet zoveel zegt. Hij vraagt of de circulariteitsontwikkeling niet veel te traag is.
40
Mevrouw Heijne (GroenLinks) antwoordt dat dat nog wel meevalt, want het gaat over een periode tot 2050. De beleidsnota komt dit jaar nog. Zij gaat verder door aan te geven dat besluitvorming binnen het gemeentelijk apparaat ook van belang is. In de beleidsnota zien zij graag terugkomen welke besluiten en afwegingen er worden genomen. Tot slot sluit zij zich aan bij opmerkingen van Student & Starter over bewoners. De voorzitter schorst de vergadering tot 20.00 uur. - Schorsing –
45
44
Verslag openbare avondvergadering commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 5
10
15
Datum Locatie Verslag door
8 februari 2024 Raadszaal, Utrecht mevrouw M. de Mul (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen
De voorzitter Bert van Steeg, de wethouders Susanne Schilderman en Lot van Hooijdonk, de leden Kirsten Alblas (CU), Joachim Cornielje (PvdA), Gert Dijkstra (EenUtrecht), Rachel Heijne (GroenLinks), Maarten van Heuven (PvdD), Gertjan te Hoonte (VVD), Charlotte Passier (Volt), Ralph Peters (D66), Hessel Stellinga (CDA), Lenno van Straalen (CU), Mirac Usta (Denk), Jelle Vintges (VVD), de commissiegriffier Mariska de Vos
Verslag commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 20
10 Raadsvoorstel Visie Utrecht Circulair 2050 ................................................................................45 Lijst van toezeggingen .................................................................................................................58 11 Raadsbrief Inzet herijking regionale energiestrategie U16 ........................................................58
25
De voorzitter heropent de vergadering.
10 Raadsvoorstel Visie Utrecht Circulair 2050
30
De heer Cornielje (PvdA) vindt het goed om te lezen dat de gemeente in haar circulaire visie zegt dat gebouwen moeten worden hergebruikt en niet moeten worden gesloopt. Dat is ook de visie van de PvdA. Aan de wethouder wordt gevraagd hoe zij deze ambities wil rijmen met het feit dat in Overvecht-Centrum drie flats gesloopt gaan worden. Dat sluit niet aan bij de circulaire visie van de stad. De heer Peters (D66) vraagt of de PvdA wel blij is als de materialen van de sloop gebruikt worden voor nieuwe gebouwen.
35
De heer Cornielje (PvdA) antwoordt dat het bij sloop om meer gaat dan circulaire economie. Het leidt bijvoorbeeld ook tot gentrificatie waardoor mensen niet terugkeren. 45
De heer Peters (D66) zegt dat vandaag gesproken wordt over circulaire economie en het hergebruik van grondstoffen. Op dat vlak is de PvdA dus blij dat er grondstoffen worden hergebruikt? 5
De heer Cornielje (PvdA) antwoordt dat het wel degelijk aansluit op het circulaire. De gemeente zegt zelf dat ze niet willen slopen omdat ze gebouwen willen hergebruiken. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of dit betekent dat D66 via het college ervoor zal zorgen dat deze panden niet gesloopt gaan worden. VVD heeft vorige week ook gevraagd om een aantal panden in Overvecht te laten staan.
10
15
De heer Cornielje (PvdA) antwoordt dat zij inderdaad tegen het slopen van panden zijn en deze het liefst willen laten staan. Daarom wordt aan de wethouder gevraagd hoe hij de sloop in Overvecht-Noord rijmt met deze ambitie. De heer Te Hoonte (VVD) is verbaasd dat de PvdA het over drie flats heeft. Volgens de VVD gaat het over twee flats in Overvecht-Centrum, één in eigendom en één bij de VO-school. Dat zijn al vier flats. Aan de PvdA wordt gevraagd of het stoppen van slopen ook moet gelden voor woningen die in eigendom van mensen zijn en niet alleen om de sociale woningbouwprojecten. De heer Cornielje (PvdA) zegt dat hij deze discussie graag bij Vastgoed wil houden. De PvdA is geen fan van de sloop van flats waar de gemeente invloed op heeft.
20
25
30
De heer Te Hoonte (VVD) is van mening dat de raad ook invloed heeft op de sloop van eigen woningen. De raad stelt het bestemmingsplan vast waarmee het wel of niet mogelijk wordt om straks die woningen te slopen. De VVD vraagt hoe strak de PvdA in deze uitspraak zit. De heer Cornielje (PvdA) antwoordt dat de visie van de PvdA is dat, vanuit een circulair standpunt bekeken, het niet wenselijk is om te slopen. Hij gaat verder met zijn betoog. In de visie is te lezen dat er een ondernemersklimaat zal worden gecreëerd waarin circulair ondernemen centraal staat. Voor het bouwen van deze circulaire economie zijn echter ook handen nodig, en daarvoor opleidingen. Dat mist de PvdA, zeker als wordt gekeken naar het MBO-onderwijs. De Circle Economy Foundation heeft aangegeven dat het MBO de drijfveer kan worden achter de nieuwe circulaire economie. Op dit moment is er in Utrecht geen enkele opleiding die circulaire economie centraal stelt. Aan de wethouder wordt gevraagd hoe hij een onderwijsklimaat wil creëren waarin een arbeidsmarkt wordt gemaakt die klaar is voor de nieuwe circulaire economie. De heer Peters (D66) zegt dat daar in de vorige periode ook al aandacht voor is gevraagd. Daar gebeurt al een heleboel op en er wordt juist beleid op gemaakt om het MBO aan te laten sluiten op de arbeidsmarkt van de toekomst.
Misschien dat de woorden ‘circulaire economie’ er niet direct zo in staan, maar het gaat daar juist wel over. Ziet de PvdA dat ook?
35
40
45
De heer Cornielje (PvdA) antwoordt dat het MBO niet is meegenomen in de voorgelegde visie. Er zijn vier WO-opleidingen in Utrecht die circulaire economie centraal stellen, één hbo-opleiding en geen enkele mbo-opleiding. In de visie mag dus wat meer aandacht aan het MBO gegeven worden, juist omdat zij de drijfveer kunnen zijn van circulaire economie in de stad. De heer Peters (D66) zegt dat de PvdA aangeeft dat er in Utrecht niet ingezet wordt om reparateurs of installateurs op te leiden op de mbo’s. Dat gebeurt juist wel. Dat zijn de beroepen in de circulaire economie. De heer Cornielje (PvdA) antwoordt dat het document gaat over hoe de stad kan worden klaargemaakt voor circulaire economie. Dan is het relevant om de mbo-opleidingen mee te nemen, zeker nu blijkt dat er geen enkele mbo-opleiding in Utrecht is die circulaire economie centraal stelt. De Provincie Limburg pakt dit anders aan, zij geven subsidies aan mbo-opleidingen die circulaire economie centraal stellen. Als Utrecht circulair wil worden, dan zijn daar wel de handen voor nodig. De PvdA verwacht dan dat het in de visie terugkomt. Hij gaat verder met zijn betoog en verwijst naar de doneerbeugels voor blikjes die in de stad zouden worden geplaatst. De evaluatie daarvan zou vorig kwartaal al komen, maar die is er nog 46
niet. Aan de wethouder wordt gevraagd wanneer die evaluatie komt. Verder is de PvdA benieuwd hoe de klimaatambities passen in de circulaire economie. Voor de klimaatambities zijn grondstoffen nodig. Aan de wethouder wordt gevraagd of hij een rol voor circulair grondstoffengebruik ziet in de energietransitie. 5
De voorzitter geeft het woord aan de VVD voor hun inbreng.
10
De heer Te Hoonte (VVD) kan zich vinden in de inspanning die gevraagd wordt op de weg naar circulaire economie. De VVD heeft enkele opmerkingen over het raadsvoorstel. Voor wat betreft de gekozen sectoren lijkt het alsof het college landelijke doelstellingen overneemt. Het is weinig eigen Utrechts. De bouw is sinds 2018 l bezig met een Uitvoeringsprogramma Circulaire Bouweconomie met als doelstelling om in 2050 volledig circulair te zijn. De zorg en de voedselindustrie zijn daar ook mee bezig, en Utrecht bombardeert dat opeens tot ‘de Utrechtse doelstellingen’. Aan de wethouder wordt gevraagd wat Utrecht anders gaat doen dan elke andere gemeente in Nederland.
15
Mevrouw Heijne (GroenLinks) verbaast zich over de mening van de VVD, omdat het juist zo mooi is dat aan deze visie een circulaire nulmeting ten grondslag ligt. Het college doet precies wat uit die aanbevelingen komt. Wat vindt de VVD daarvan?
20
De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat in de visie staat dat Utrecht voor volledig circulair bouwen in 2050 gaat. Dat is precies de doelstelling van het in 2018 gestarte programma van het rijk. In 2022 heeft de VVD nog vragen gesteld over de afvoer van beton voor Wonderwoods. Toen was er weinig enthousiasme om daar hard tegen op te treden. De VVD ziet niet dat er een stap wordt gezet die anders is dan andere gemeenten doen. Mevrouw Heijne (GroenLinks) vraagt of de VVD verzoekt om in de beleidsnota het tempo aan te geven waarop naar een circulaire economie wordt gewerkt.
25
De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat hij het college vraagt om soms wat bescheidener te zijn in het taalgebruik en de superlatieven, als er doelen worden gesteld die eigenlijk gewoon in lijn zijn met de rest van Nederland. Dit is een blijkbaar een hele goede doelstelling van Den Haag die men onderschrijft, en dat had er best zo in kunnen staan. De heer Peters (D66) vraagt of hij kan concluderen dat de VVD het wel eens is over de inhoud van de visie, maar de toon niet ‘VVD genoeg’ is.
30
35
De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat er beleid wordt gemaakt om richting te geven. Als er vanuit het rijk al een richting is, dan ziet de VVD niet wat de rol van Utrecht is, anders dan het volgen van de landelijke lijn in de aanbestedingen. In Utrecht wordt niet een nieuwe circulaire betonsoort uitgevonden. Dat gebeurt in Eindhoven of Delft of bij een van de betonleveranciers. De heer Peters (D66) vraagt wat er volgens de VVD dan wel in een visie over Utrecht circulair zou moeten staan. De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat er al heel veel in de RSU 2040 staat, namelijk dat Utrecht in 2050 een volledig circulaire stad wil zijn. Nu verwachtte de VVD een beleidsnota waarin die visie verder zou zijn uitgewerkt, met meer concreetheid en meer invulling.
40
De heer Cornielje (PvdA) vraagt hoe de VVD staat tegenover circulair inkopen, zoals in de visie is vermeld. Dat is niet rijksbeleid, dat is Utrechts beleid. De heer Te Hoonte (VVD) verwijst naar de brief die onlangs werd ontvangen, waarin werd aangegeven dat er toch geen vrachtwagens op waterstof zouden worden aangeschaft omdat het nog te ingewikkeld was. De VVD ziet veel proza en weinig resultaat. De heer Cornielje (PvdA) vraagt wat de VVD vindt van de 35% die nu al circulair wordt ingekocht.
45
De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat dat heel goed is en volledig in lijn met al eerder ingezet beleid. Dat is niet iets wat een plek in de visie van 44 pagina’s vraagt. 47
5
10
15
20
25
Hij gaat verder met zijn betoog en zegt dat het misschien wel verstandig is om bij het rijksbeleid te blijven, want de andere ambitie was om het maatschappelijk vastgoed te verduurzamen. In 2021 vond de Rekenkamer dat onbegonnen werk. Het college wil voldoende ruimte voor circulaire bedrijven. Toen de VVD echter vroeg om het behoud van een circulair, papierverwerkend bedrijf, gaf het college geen thuis. De VVD constateert dat dat vaker gebeurt. De motielijst in het stuk stopt bij 2021, maar er zijn in 2022 ook nog schriftelijke vragen en moties in dit beleidsterrein ingediend. Zoals de vraag over het beton bij Wonderwoods, maar ook de vraag over het inzetten van een steensorteermachine voor het hergebruik van tegels en ander steenmateriaal. De antwoorden van het college lagen niet in dezelfde lijn als de visie die nu voorligt. Verder vindt de VVD dat het onderdeel financiën in de visie heel erg dun is. Het is één paragraaf die alleen ingaat op welke budgetposten er zijn aangemaakt, waarbij de kosten volledig ontbreken. Dat past niet in een raadsvoorstel dat uit de handen van deze wethouder komt, die ook Financiën in haar portefeuille heeft. De heer Cornielje (PvdA) zegt dat in de beleidsnota de uitgewerkte financiële paragraaf hoort, nog niet in de visie.
Deelt de VVD dat? De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat ook in een visie best wat gezegd kan worden over de verwachte kosten. Dat hoeft niet in een halve zin. Er had beter een beleidsnota aan de Omgevingsvisie toegevoegd kunnen worden, waarin het verder uitgewerkt was. In de RSU 2040 staat al heel duidelijk dat er op een volledig circulair Utrecht in 2050 gekoerst wordt, met een tussenstap in 2030. Er stat in dat er ruimte nodig is op bedrijventerreinen, en dat er ruimte moet worden geboden aan bedrijven die daar een bijdrage aan kunnen leveren. Hij vervolgt zijn betoog met de vraag waarom dit document als visie wordt ontvangen, met het verzoek om het toe te voegen aan de koers van de Omgevingsvisie. Dat is overigens niet als beslispunt opgenomen in het raadsvoorstel. Er komt ook nog een beleidsnota, waarmee het straks eigenlijk in de Omgevingsvisie zit. Voor wat betreft het stukje niet of wel referendabel is aangegeven dat de verordening van toepassing is. Het college zou hierin duidelijker richting moeten geven en een standpunt moeten innemen. Aan de wethouder wordt gevraagd om toe te zeggen dat dit referendabel is. De voorzitter geeft het woord aan de PvdD voor hun inbreng.
30
35
40
45
50
55
De heer Van Heuven (PvdA) sluit zich aan bij de VVD in die zin dat ook zij een beleidsnota verwacht hadden. Hij refereert daarbij aan de Visie Utrecht Circulair 2030, die in 2020 is besproken. Daarna is inderdaad ook nog de RSU gekomen. Het document van vandaag ligt wel in het verlengde daarvan, maar het is verre van concreet en het lijkt niet echt op een versnelling, zoals was beloofd bij 2030. Het is bovendien een herhaling van zetten. Het gaat alweer over koffiedik waar oesterzwammen op kunnen groeien, en dat plastic, metaal en drankkartons via nascheiding worden verwerkt. Dat soort dingen zijn al bekend. In 2020 is via een motie gevraagd om met concrete en controleerbare doelstellingen te komen. Die ontbreekt in dit document, maar komt later dit jaar. Het is jammer dat er eerst een visiestuk is gemaakt. Het raadsvoorstel heeft veel ambities, prioriteiten en sectoren. Het is echter niet zo overzichtelijk en het is niet duidelijk hoe deze verband met elkaar houden. De Romeinse nummering in het raadsvoorstel loopt ook niet goed door. Het draagt bij aan de warrigheid van het stuk. In de Visie Utrecht Circulair 2050 wordt voor een aantal prioriteiten gekozen waarin het meeste winst te halen is, maar ondertussen moet ook heel Utrecht circulair worden. Daar zit een soort van spanning in. Dat er gekozen wordt voor een aantal sectoren vindt de PvdD goed.
Op bouwen kan er veel winst worden geleverd. Dat er iets op voedsel gebeurt vindt de PvdD interessant, maar zij willen dan wel graag weten wat er dan gaat gebeuren. Daar gaat de visie niet op in. Daarvoor moet op het beleidsvoorstel worden gewacht. Bij het woord voedsel wordt vakkundig het woord vlees vermeden. Er is een veelvoud aan plantaardige grondstoffen nodig om tot dezelfde hoeveelheid vlees te komen, en dan zorgen landbouwdieren ook nog eens voor heel veel uitstoot. De PvdD zou graag zien dat niet alleen de producerende kant van voedsel aan bod komt, maar ook de consumerende kant. Aan de wethouder wordt gevraagd om toe te zeggen dat de circulaire kant van eten aan bod zal komen en dat de overgang naar een meer plantaardige manier van eten in de beleidsnota meer plek zal krijgen. Verder wil de PvdD meer beleid op het gebied van afval. Dat is een van de meest besproken onderwerpen in de gemeente raad. De ambitie afvalvrij is fantastisch, maar de vraag is: hoe dan? Het lukt nu al niet om GFT in de hele gemeente op te halen. Een risico van circulaire bedrijvigheid en ondernemerschap is dat er meer circulaire bedrijventerreinen nodig zijn. Circulair 48
5
10
15
20
25
30
35
heeft meer ruimte nodig en het gaat gepaard met meer overlast. Die ruimte is er niet. De PvdD vindt dat er geen bedrijven bij moeten komen. Aan de wethouder wordt gevraagd hoe zij denkt over de toename van het aantal bedrijventerreinen in Utrecht. Als er wordt gekozen voor circulaire economie en minder grondstoffen, kan er dus niet worden gekozen voor meer economie en daarop sturen. Hoe denkt de wethouder daarover, in het kader van deze visie? Over de financiële passage is al het een en ander gezegd. De PvdD vindt het goed dat de gemeente hier structureel geld voor reserveert, want hier is wel een overheidsinvestering voor nodig. Maar uiteindelijk zijn het de Utrechtse bedrijven die hier winst aan gaan behalen. Aan de wethouder wordt gevraagd of er een passage in het beleidsplan wordt opgenomen over hoe de lineaire bedrijven gaan bijdragen aan de overgang naar circulaire economie. De PvdD vindt het een prima visie, waar men het moeilijk mee oneens kan zijn. Het zijn wat open deuren en is niet altijd even concreet. De PvdD vindt eveneens dat de visie misschien niet eens nodig was geweest, want zij zouden liever een uitvoeringsplan willen hebben met concrete doelen en manieren waarop het zal worden gehaald, want er is geen tijd te verliezen. De voorzitter geeft het woord aan het CDA voor hun inbreng.