2024.02.08 Gemeente Utrecht Commissie Energie(transitie) Duurzaamheid Vastgoed en Wonen
Tekst van het document
Aan de wethouder wordt gevraagd of een tipje van de sluier kan worden opgelicht over de vraag hoe kansrijk het college windenergie in dit stadium op Lage Weide acht. De heer Vintges (VVD) is verbaasd over de opinie van het CDA over Lage Weide. Wat vindt het CDA van de inwoners van Zuilen en Leidsche Rijn die op de stoep van Lage Weide wonen? Waarom telt dat minder?
45
De heer Stellinga (CDA) geeft aan dat dit een punt is waarop het CDA het niet eens is met de VVD. Voor het CDA is Lage Weide een optie. Natuurlijk moet er rekening worden gehouden met de negatieve externe effecten. Daar zal het CDA ook voor waken, zodat de bewoners van Zuilen niet teveel tekort wordt gedaan. In het verkiezingsprogramma van het CDA staat dat zij Lage Weide als een optie zien, rekening houdend met de omgeving daarvan.
50
De heer Peters (D66) vraagt of het CDA bereid is om met die constructieve houding nogmaals te kijken naar andere zoekgebieden, waaronder Rijnenburg.
63
De heer Stellinga (CDA) wil wel naar andere zoekgebieden kijken, maar Rijnenburg is geen optie vooral omdat het CDA daar betaalbare en duurzame woningbouw wil.
5
De heer Peters (D66) vraagt naar andere zoekgebieden die door het vorig jaar verschenen Planmer zijn aangeduid. Kan daarvoor op een constructieve houding van het CDA worden gerekend? De heer Stellinga (CDA) zegt dat het CDA niet tegen wind op land is maar er wel op wijst dat wat dit onderwerp betreft niet moet worden beperkt tot de gemeentegrenzen van Utrecht. De voorzitter geeft het woord aan EenUtrecht voor hun bijdrage.
10
De heer Dijkstra (EenUtrecht) maakt een punt van orde. EenUtrecht had mee willen agenderen maar als eenmansfractie missen zij soms een agenderingspunt dus hij vraagt om enige clementie. De voorzitter geeft aan dat het belangrijk is om goede agenderingen te schrijven, zodat er geen debat plaatsvindt over wat de inhoud van het debat zou moeten zijn.
15
20
25
30
35
40
De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat in een eerder moment al is gesproken over de risico’s die kleven aan het gemeentelijke plan als wordt gekeken naar het energiepark en de woningbouw op Klein Rijnenburg. EenUtrecht heeft aangegeven dat er nog wel meer risico’s aan kunnen komen, en dat is nu ook het geval. Het kabinet gaat nu eindelijk met een afstandsnorm komen. Dat is twee keer de tiphoogte. Als die contour getrokken wordt over Klein Rijnenburg dan blijkt dat dat consequenties heeft voor het plan. De nieuwe contour van 540 meter gaat over ongeveer 25 hectare en 2500 woningen. Ziet het college ook dat er hier een risico optreedt dat Klein Rijnenburg zo’n 2500 woningen in het gemeentelijke plan kleiner moet worden? Zo a, wat betekent dit dan voor het gemeentelijke plan? Er ligt een alternatief plan voor grondeigenaren van Rijnenburg, waarvan een aantal bewoners aangeeft dat dat misschien een beter plan is. Kan het college toezeggen om deze twee plannen gezamenlijk te bezien en in grove lijnen aan te geven wat de plussen en minnen van beide plannen zijn? De voorzitter informeert of er andere partijen zijn die een bijdrage willen leveren. Die zijn er niet. Hij geeft het woord aan de wethouder voor de beantwoording van de vragen. Wethouder Van Hooijdonk begrijpt dat het complex en ingewikkeld is. Het CDA vroeg waarom dat zo is en waarom er drie Mers zijn.
De wethouder licht toe dat al vrij vroeg, naar aanleiding van de RSU, is aangekondigd. Later heeft de provincie aangegeven een extra stok achter de deur te willen zetten om ervoor te zorgen dat de ambities van de drie RESsen in de provincie Utrecht gaan halen, met name op het gebied van windenergie. De provincie heeft er toen voor gekozen om daar een Mer-procedure voor te lopen. Later is besloten tot herijking. Om dat op een goede manier te doen moet er ook een Mer-procedure plaatsvinden. Daarbij is ervoor gekozen om dat alleen voor zon te doen omdat de provinciale Mer al over wind gaat. In die zin kan gezegd worden dat de gemeente Utrecht voorop liep, omdat het voor alle vormen van energie is gedaan, inclusief geothermie. De provincie heeft het voor wind gedaan, de regio doet het voor zon. Voor de meeste Utrechtse zoekgebieden is het twee keer gedaan. Dat is inderdaad onhandig maar het is door het verloop van het proces wel te verklaren. Tot nu toe zijn in de uitkomsten van die Mer’s geen grote verschillen te zien. De heer Stellinga (CDA) vraagt of alle drie die Mers verplicht en noodzakelijk zijn. Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat het daar wel naar uitziet. Dat komt omdat Utrecht wel, maar niet alle gemeenten dat hebben gedaan. De regio en de provincie konden er bij andere gemeenten niet van uit gaan dat daar ook een Mer zou liggen.
De heer Stellinga (CDA) vraagt of die Mers wel op elkaar zijn afgestemd.
45
Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat de gemeente bij de provincie niet aan de knoppen zat, maar wel een zienswijze heeft geschreven. Daarin is onder andere ingegaan op Dorpeldijk en het zuidelijke deel van Rijnenburg. Daar heeft de provincie keuzes in gemaakt. Zij hebben bovendien 64
hetzelfde bureau ingehuurd als de gemeente, dat helpt. Er zijn geen grote verschillen ontdekt in de uitkomsten.
5
10
15
De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat hun indruk is dat bij Lage Weide de correctie in de aanvulling, over de beoordeling van de nieuwbouwwoningen, nog niet is opgenomen in de provinciale stukken. Ook de aantallen kloppen niet. Het zoekgebied van de gemeente dat richting Terwijde zit is nog niet in de Mer van de provincie ondergebracht. Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat er zeker verschillen zijn. Zo heeft Utrecht gebieden onderzocht waar erfgoed een rol speelt, dat heeft de provincie niet gedaan. De provincie is ook van grotere opstellingen uitgegaan dan de gemeente. Dit wordt allemaal verwerkt in een voorstel rondom de zoekgebieden. Daarin zal een verschillenanalyse worden opgenomen. Zij vervolgt de beantwoording van de vragen en gaat in op de D66-vraag over de besluitvorming. Er moet inderdaad meerdere keren over hetzelfde zoekgebied worden gesproken. Dat gaat in drieën, waarbij voor Rijnenburg een apart traject wordt gevolgd. Het eerste moment is het besluit over de zoekgebieden. Dat is het moederdocument en het hoofdbesluit. Dat is wat het college betreft echt bedoeld als dé Utrechtse inzet. Het tweede moment is de herijking van de RES. Dat is wat minder belangrijk want de inzet is dan al bepaald. Het derde moment is als er projectbesluiten over de zoekgebieden voorliggen.
De heer Peters (D66) vraagt of het, in het kader van de snelheid, niet beter zou zijn om één proces te doorlopen en het proces rondom de RES daaraan ondergeschikt te laten zijn.
20
Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat zij die mogelijkheden niet ziet. In Nederland is afgesproken om met elkaar die RESsen te maken. Er is geen regionaal parlement, dus alle verschillende parlementen nemen daar besluiten over. De kaders voor die besluiten worden bij de zoekgebieden bepaald. Als dat met elkaar strookt is de herijking van de RES een makkelijker besluit.
25
De heer Peters (D66) vraagt of dan niet het langzaamste stukje moet worden afgewacht, en van daaruit vertrekken. Als eerst besloten wordt over het ene, en een half jaar later de mogelijkheid bestaat om ook invloed te hebben op het ander, dan kan beter het ander gevolgd worden en als leidraad worden genomen zodat alles met elkaar samenloopt en er in één keer over besloten kan worden.
30
Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat het niet helpt bij de snelheid om de besluitvorming pas bij de herijking van de RES te doen. Bovendien laat de raad dan een kans liggen om een kaderstellingsbesluit aan de voorkant te nemen. De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat als er nog langer wordt gewacht, de Planmer nog langer boven de markt zal hangen. Dat is een groot bezwaar.
35
40
45
50
Wethouder Van Hooijdonk gaat verder met de beantwoording van de vragen. Zij geeft aan dat de zoekgebieden en de projecten zijn belangrijk. De RES is een afgeleide van wat er hier wordt besloten. Dat zijn dan ook de plekken waar de mensen kunnen reageren. Dat kan twee keer, namelijk in de inspraakperiode van de zoekgebieden, en vervolgens bij de projecten. Daar zullen veel meer momenten zijn, zoals de participatie- en informatiemomenten. Daar zal ook formele inspraak kunnen plaatsvinden. De kans is groot dat er ook bestemmingsplanprocedures moeten worden gevolgd. Op de CDA-vraag over de verschillende doorlooptijden in de tabel antwoordt de wethouder dat verschillende typen projecten andere doorlooptijden kennen. Zo gaat een zonneveld sneller dan een windpark. Op de vraag of de RES niet verbonden kan worden aan de NPLW antwoordt de wethouder dat de NPLW vooral over de warmtetransitie gaat, de RES gaat vooral over elektriciteitsproductie. Het heeft zeker met elkaar te maken, maar ook weer niet alles. De verbinding met congestie is vooral heel belangrijk. Voor de netbeheerder is het belangrijk dat de RES wordt vastgesteld, zodat goed kan worden geanticipeerd op waar de energieproductie gaat plaatsvinden. Mevrouw Passier (Volt) zegt dat in de RES warmtetransitie zeker wordt besproken. Los daarvan is de visie over het geïntegreerde energiesysteem al eerder gedeeld.
Gezien het feit dat dat het 65
net kan ontlasten, is het nog steeds interessant voor de RES. Aan de wethouder wordt gevraagd om dat aan de RES-tafel bespreekbaar te maken zodat dat ook bij anderen bekend wordt.
5
10
Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat in het energiesysteem uiteindelijk alles met elkaar samenhangt. Een deel van de warmtetransitie zal afhankelijk zijn van elektriciteit. Er wordt wel over warmte gesproken in de RES, maar alleen informerend. Er is nog weinig potentie gezien voor grensoverschrijdende bronnen en warmtesystemen. De provincie is begonnen met het maken van een energievisie. Daarin zullen een aantal zaken terugkomen, zodat duidelijk wordt op hoeveel elektriciteit, hoeveel warmte en hoeveel biogas er kan worden gerekend, of die geproduceerd kunnen worden en hoe die worden verdeeld. Dit gesprek wordt in de regio gevoerd, onder regie van de provincie. Mevrouw Passier (Volt) concludeert dat de wethouder het niet bespreekbaar wil maken aan de energietafels.
15
20
25
Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat daar al over wordt gesproken, maar de samenhang is net iets minder groot dan Volt denkt. In die gesprekken wordt duidelijk dat de gemeenten klaarheid moeten geven over wat zij in de verschillende wijken als alternatief voor gas zien, omdat dat uitmaakt voor het net dat nodig is en hoeveel warmte en opwek er nodig is. Voor wat betreft Lage Weide zegt de wethouder dat zij niet vooruit zal lopen op wat er over de zoekgebieden wordt besloten. De raad heeft eerder over twee locaties per motie een uitspraak gedaan als het over windenergie gaat: Lage Weide en het Science Park. Het college heeft een opdracht gekregen om die locaties te verkennen. Daar wordt over terug gerapporteerd bij die zoekgebieden. Het is inmiddels wel duidelijk dat alles rondom de Hollandse Waterlinie heel ingewikkeld is. Er zal worden bekeken wat kan, en daarbij is nieuwbouw meegenomen. De wethouder kan nu nog niet aangeven hoe kansrijk dat is. Het lijkt er sterk op dat het daar kan, maar tegelijkertijd zijn er nieuwe normen in de maak die een ruimere definitie geven van externe veiligheid. De heer Stellinga (CDA) vraagt of Lage Weide een alternatief zou kunnen zijn voor Rijnenburg.
30
35
40
45
50
Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat dat voor de raad niet zo is. Voor Rijnenburg is een besluit genomen en het proces is daar gaande. In zijn algemeenheid moet er zoveel mogelijk elektriciteit worden geproduceerd in Utrecht, maar een deel van de Utrechtse elektriciteitsbehoefte zal moeten worden opgewekt in andere gemeenten. Utrecht is aan zijn stand verplicht om naar zoveel mogelijk plekken te kijken. Dan kan de ene plek niet zomaar voor de andere worden ingewisseld. Op de VVD-vraag of dezelfde normen voor de hele stad gelden antwoordt de wethouder dat dat niet persé het geval is. Per project wordt bekeken wat er mogelijk en nodig is. Voor wat betreft Rijnenburg zegt de wethouder dat dat ooit begonnen is met een raadsmotie om dit als een interessant zoekgebied voor energieproductie te zien. Dit heeft geleid tot een uitnodigingskader om een consortium te selecteren. Dat is het consortium Rijne Energie geworden. Zij hebben een ontwikkelrecht gekregen om te proberen tot een plan te komen. Het plan dat zij hebben opgesteld is getoetst aan het uitnodigingskader. Zij hebben een vergunning aangevraagd die is verwerkt in een ontwerpbestemmingsplan. Dat heeft ter inzage gelegen. De gemeente heeft een toetsende rol en heeft alle locaties daartoe onderzocht. Op dit moment staan we aan de vooravond van de aanbieding van het bestemmingsplan aan de raad.
De gemeente zal de plannen niet naast elkaar leggen om te vergelijken. Er is maar één partij met een ontwikkelrecht. De gemeente heeft hen gevraagd te reageren op het alternatieve plan. Het is niet gebleken dat dat voor hen aanleiding is om hun plannen te herzien. De vergunningaanvraag die is ontvangen staat nog en die wordt gewoon afgehandeld. De wethouder wijst erop dat er in de toekomst wellicht nog van alles mogelijk is. Daarom heeft zij er op aangedrongen dat de grondeigenaren en het consortium verder spreken over mogelijke optimalisaties. Op de CDA-vraag of het plan van Rijne wel realistisch is antwoordt de wethouder dat dat getoetst wordt. Voor alle molens hebben zij een contract met de grondeigenaren. In die zin is het een realistisch en uitvoerbaar plan. Er kan alleen een bestemmingsplan worden voorgelegd als het economisch haalbaar is.
66
De heer Stellinga (CDA) zegt dat de wieken van de molens niet over de grondposities gaan waar de molens op staan. Ontstaat er privaatrechtelijk dan geen probleem bij de uitvoering van dat bestemmingsplan? 5
10
15
Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat deze vraag bij de beantwoording van de schriftelijke vragen is meegenomen. Dat probleem ziet het college niet. Er wordt alleen een bestemmingsplan aan de raad voorgelegd als het college van mening is dat het deugdelijk en economisch haalbaar is. De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat er ook mensen zijn die dat anders zien. Daarmee wordt een lang traject gestart. Het is ook aan de gemeente om te bezien of er tot een proces kan worden gekomen waarmee een minder lang traject wordt ingegaan. Slaat de wethouder die optie over? Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat er één partij is met een ontwikkelrecht. Het is aan die partij om een plan in te dienen. Er is een stuk later een alternatief plan door een andere partij ingediend, die niet het ontwikkelrecht heeft. De gemeente heeft die twee partijen met elkaar verbonden. De partij die het ontwikkelrecht heeft blijft bij zijn vergunningaanvraag. De gemeente heeft de partijen ook gestimuleerd om te bezien of zij in de toekomst samen iets moois kunnen ontwikkelen. De heer Te Hoonte (VVD) wijst op het eigendomsrecht, naast het ontwikkelrecht. Die twee rechten zouden met het alternatieve plan dichter bij elkaar gebracht kunnen worden. Aan de wethouder wordt gevraagd of zij dat wil onderzoeken.
20
Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat dat niet het proces is wat gaande is. Het consortium heeft het recht om een plan in te dienen, dat hebben zij gedaan. Dat is getoetst door de gemeente. Als dat voldoet dan heeft het college geen reden om dat niet aan de raad voor te leggen.
25
De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat in de brief de indruk wordt gewekt dat het alternatief wel serieus wordt genomen, en wordt besproken met de belanghebbenden. Klopt het dat dat niet zo is?
30
Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat het meerdere keren met Rijne Energie, met de kopgroep en met de gemeente is besproken. Op dat moment werd duidelijk dat de kopgroep ook van plan was om het aan de raad aan te bieden. Daarin heeft de gemeente de voornemens van de kopgroep gevolgd. Zij vervolgt de beantwoording van de vragen. EenUtrecht vroeg naar woningbouw. De wethouder geeft aan dat de nieuwe normen nog niet uitgekristalliseerd zijn. De gemeente heeft nog niet de zorg dat dat tot minder woningen in Rijnenburg zal leiden.
35
De heer Dijkstra (EenUtrecht) suggereert dat het bij de positie van de wethouder hoort om te bewaken dat de risico’s van een gemeentelijk plan zich niet zodanig opstapelen dat er herbezinning moet plaatsvinden. Aan de wethouder wordt een reflectie gevraagd.
40
45
50
Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat er sinds 2017, in opdracht van de raad, wordt gewerkt aan het energielandschap en deze windmolens. Er is dus niet over één nacht ijs gegaan. Er wordt ook gesproken over andere ontwikkelingen in Rijnenburg, maar dat staat nog in de kinderschoenen. Er wordt voldoende ruimte voor rode ontwikkelingen gezien. Zij gaat verder met de PvdA-vragen over het meenemen van huurders in verband met de RES. Dat gebeurt vooral via de prestatieafspraken met de woningcorporaties. Afspraken met particulieren zijn lastiger te maken, vooral in kleinere gemeenten. Zij krijgen daar dan ook hulp en ondersteuning bij. Over het gezamenlijk energieontwikkelbedrijf zegt de wethouder dat de gemeente eerst zelf gaat nadenken over wat zij ermee willen. Daarover wordt de raad geïnformeerd. Als het kansrijk blijkt, dan wordt de regionale dimensie meegenomen. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of er verslag is gelegd van de gesprekken over het alternatief en de overwegingen die daarin hebben plaatsgevonden. Zo ja, kan dat naar de raad worden gestuurd? 67
Wethouder Van Hooijdonk vermoedt dat daar geen verslagen van zijn gemaakt. Zij zal daar bij de eerstvolgende post over Rijnenburg klaarheid over schenken.
5
10
De heer Stellinga (CDA) constateert dat de wethouder en het CDA uiteen lopen over de verwachting dat dit daadwerkelijk gaat gebeuren. Er wordt niet aangegeven wat het college gaat doen als de gesprekken tussen Rijne Energie en de grondeigenaren niet het door het college gewenste effect sorteren. Wat gaat het college dan ondernemen? Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat Rijne Energie heeft aangegeven dat het alternatieve plan voor hen geen reden is om hun plan aan te passen. Het bestemmingsplan heeft inmiddels de hele procedure doorlopen en zal binnenkort worden voorgelegd aan de raad. Dat is een economisch haalbaar bestemmingsplan want er liggen grondposities onder. De heer Stellinga (CDA) zegt dat de vraag is of het bestemmingsplan ook uitgevoerd zal worden. Als het niet uitgevoerd wordt, wat gaat het college dan doen?
15
Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat het bestemmingsplan de procedure inmiddels vrijwel heeft doorlopen. Er zou wellicht een juridische procedure kunnen volgen, want dat gebeurt meestal bij dit soort processen. De wethouder ziet de beren die het CDA op de weg ziet een stuk minder. De heer Stellinga (CDA) vraagt wat er gebeurt als de rechtszaak wordt verloren.
20
Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat de gemeente alles als toetsende overheid heel goed heeft bekeken. Het voldoet aan de kaders, er ligt veel onderzoek onder en alle nationale regelgeving is betrokken. Het college denkt dat het een goed plan is, anders zou het niet worden voorgelegd aan de raad. Tegelijkertijd kan door de rechter worden geconstateerd dat er iets moet worden hersteld of aangepast. Het is ingewikkeld om daarop vooruit te lopen. De voorzitter informeert of er gemiste vragen zijn. Die zijn er niet. Daarmee is dit debat ten einde. De wethouder heeft geen toezeggingen gedaan, behalve dat het voor de raad terugkomt.
25
De heer Te Hoonte (VVD) zal waarschijnlijk over het deel van de Planmers een motie of amendement indienen. Zij zullen zeker een oproep doen om de twee plannen voor Rijnenburg strakker naast elkaar te leggen, en mogelijk ook iets over Lage Weide indienen. De heer Te Hoonte maakt verder een punt van orde. In de agendering staat “inclusief de in de raadsbrief genoemde zoekgebieden”. Dat is onderschreven door D66.
30
De voorzitter geeft aan dat het belangrijk is dat de agendering duidelijk is. Dat was hier niet het geval. De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat in de agendering heel helder staat dat het over het proces van de Planmer en de in de raadsbrief genoemde zoekgebieden gaat. De VVD begrijpt niet wat daar onduidelijk is ten aanzien van wat zij te berde hebben gebracht.
35
De voorzitter geeft aan dat de agendering scherper had gekund omdat de partijen die eronder staan blijkbaar een ander idee hadden van de agendering. Hij vraagt of er andere partijen zijn die dit onderwerp willen agenderen. Mevrouw Passier (Volt) zegt dat ze het antwoord van de wethouder bestudeert, en daarna besluit of zij een motie willen indienen.
40
De heer Dijkstra (EenUtrecht) sluit wellicht aan bij de motie die de VVD in gedachten heeft. De heer Stellinga (CDA) sluit aan bij de VVD en dient daarnaast wellicht nog een motie in. De voorzitter vraagt hoeveel tijd hiervoor gereserveerd moet worden. Er wordt besloten hiervoor een half uur te reserveren. De voorzitter sluit vervolgens de vergadering. 68
69