2023.11.23 Conceptverslag commissie EDVW
Tekst van het document
55
Mevrouw Heijne vindt het grappig dat Volt het doet voorkomen alsof men het nu op zich af ziet komen. Aan de andere kant lijkt het erop dat Volt niet ziet dat men al een wijkplan heeft waarop men heel actief acteert. Hoe verhoudt zich dit tot elkaar. Sluit het voorstel aan bij wat er in Transitie warmte 2 al hebben vastgesteld? Dat men bepaalde wijken in een bepaalde volgorde gaan aanpakken. Mevrouw Passier denkt ook wel dat de gemeente dit probleem op zich af ziet komen. Pagina 46 van 74
5
Men heeft een visie voor de warmtetransitie. Echter, er is geen plan voor de integratie van energiesystemen die men nodig heeft voor de toekomst. Stedin is bezig met pilots. Landelijk wordt er gestuurd op lokale flexibele energienetwerken. Men vraagt zich af of de gemeente daar een plan voor heeft. Om die reden wil men juist deze uitgangspunten willen opnemen. Dat is juist een reden om als raad de regie te nemen om hierop te kunnen sturen om klaar te zijn voor de toekomst. De voorzitter geeft de andere fracties de gelegenheid om kort hun inbreng te leveren.
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De heer Peters waardeert het werk van de initiatiefnemers. Er gaat veel nadenken en uitzoeken aan een dergelijke notitie vooraf. Dat is prijzenswaardig. Bovendien gaat het om een onderwerp dat de aandacht van de raadsleden verdient. Na de notitie zorgvuldig gelezen te hebben, kwam er een aantal vragen op. Die zijn eigenlijk al aan de orde gekomen. Spreker beperkt zich derhalve tot nieuwe vragen. Ten eerste het recht op zelfgebruik van duurzame energie. Dat is een essentieel concept. Maar, wat betekent dit nu precies voor de inwoners in de praktijk? Uit het initiatiefvoorstel kan men moeilijk afleiden wat voor praktische implicaties dit recht heeft op zelfgebruik voor de stad. Kunnen de initiatiefnemers dit nader toelichten? Het is namelijk van belang om te weten waarover men het heeft. En ook hoe het er praktisch eruit komt te zien voor een inwoner. Wat is de reden dat men gaat voor een collectieve aanpak op wijk- of buurtniveau? Men kan toch ook kiezen voor individuele oplossingen. Waarom geen collectieve aanpak op stadsniveau? Is er sprake van een bepaalde vorm van willekeur? Is dit juridisch houdbaar? Spreker ondersteunt het streven naar lokaal eigendom volledig. In welk opzicht verschilt dit voorstel ten opzichte van het bestaande beleid? De gemeente is al met lokaal eigendom en de ontwikkelingen daarvan bezig. Er is voor de raad ook nog een duidelijk dilemma.
Enerzijds heeft men een ideaal beeld van kleinschalige lokale initiatieven en anderzijds de weerbarstige praktijk waar efficiëntie en schaalgrootte noodzakelijk zijn voor een succesvolle warmtetransitie. Voor D66 is het een dilemma hoe men tussen beide punten een evenwicht kan vinden. Het zorgpunt bij de letterlijke uitvoering van het voorstel de transitie kan vertragen. Vinden de initiatiefnemers dit ook? Zo niet, hoe kan men spreker dan gerust stellen? Het voorstel negeert de centrale warmtevoorziening. Een essentieel element voor veel huishoudens in de stad. Spreker denkt dat dit een gemiste kans is. Men mist ook in het voorstel het punt dat men Utrecht mede-eigenaar wil maken van die centrale warmtevoorziening. Dat is dan ook lokaal en publiek eigendom. Dat vindt D66 een interessant concept en dat wil men verder uitwerken. Hopelijk willen de initiatiefnemers hier aan meedoen. De voorzitter constateert dat er behoorlijk wat vragen zijn gesteld. De initiatiefnemers moeten de kans krijgen om er op te reageren. Wanneer de volgende sprekers dit ook gaan doen, dan is men rond 22.00 uur klaar. Dan moet men het volgende debat op een extra avond voeren. De heer Peters heeft een punt van orde. Men dacht dat dit de bedoeling was. Ook wil spreker recht doen aan de initiatiefnemers die een heel voorstel hebben uitgewerkt.
Wanneer men dit te snel afdoen vanwege weinig tijd vindt spreker heel zonde. De voorzitter begrijpt dat. Dat is terecht. Men wil graag dat de vragen beantwoord kunnen worden. Dat kost wel tijd en er is niet veel tijd. Men wil graag om 20.15 uur klaar zijn. Het woord is aan mevrouw Heijne. Mevrouw Heijne complimenteert Volt met het agenderen van dit onderwerp. Iedereen is nog zoekend naar de (beste) manier om die transitie tot stand te brengen en wie welke rol daarbij speelt. Vanmorgen is er een prettig gesprek gevoerd over het onderwerp. Dat zou men vaker moeten doen. Lastig is dat men na de technische sessie meer verwarrend was dan ervoor. Spreekster heeft het initiatiefvoorstel uitgebreid gelezen. Vanmorgen kreeg men de indruk dat het over een ander voorstel ging. Men had het voorstel gelezen met daarin een centrale rol voor de eindverbruiker. Vanmorgen kwam de systeemintegratie vooral naar voren. Heel interessant, maar dat maakt het wel extra complex. Dat heeft een serieuze impact op de transitievisie warmte die al is vastgesteld. Daarmee sluit spreekster zich voor een groot deel aan bij de punten van de heer Peters.
Pagina 47 van 74
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
In de optiek van GL heeft de gemeente een belangrijke rol bij het borgen van de publieke waarden als duurbaarheid, betaalbaarheid, betrouwbaarheid en transparantie. Daarover maakt men zich zorgen na het lezen van dit voorstel. Men vraagt zich ook af wat het effect is van een aantal initiatieven die voorlopen op de rest van de stad. Welke impact heeft dat op alle andere bewoners die ook die transitie moeten maken. De kosten kwamen al eerder naar voren en daar was onduidelijkheid over. Zijn die per wijk verschillend? Wat doen die kosten voor het geheel? Een paar vragen aan de wethouder. Hoe kijkt zij naar het voorstel? Hoe past dit voorstel binnen alles waar men al aan werkt, zoals de uitwerking van de transitievisie 1 en 2? Hoe past dit bij de ingediende motie over de rol van de gemeente, het warmtebedrijf en de bewoners? Er is ook een gebiedsprotocol dat ook al wat zegt over het koppelen van verschillende systemen. Hoe past de systeemintegratie hierin? Wat is het effect op al die punten? Tot besluit. Wat stemt men met dit voorstel nu eigenlijk vast? Wat gebeurt er heel concreet en wat zijn de consequenties van dit voorstel? De heer Cornielje sluit zich aan bij de complimenten aan Volt voor dit initiatiefvoorstel. Het is heel goed dat men gaat nadenken over de deals die men gaat maken voor de energieproductie eerlijk kunnen verdelen.
En dat men ervoor zorgt dat de baten terecht komen bij Utrechters en niet bij grote energiebedrijven. Vanuit dat gezichtspunt waardeert men ook heel sterk het punt lokaal eigendom. Daarbij speelt wel het dilemma hoe men naar zo’n collectief kijkt. Spreker denkt dat men heel erg moet uitkijken dat men niet aan een soort private collectieven gaan doen. Een groep van ondernemende burgers in combinatie met ondernemers die voor zichzelf de beste elektriciteitsprijs weten te creëren, terwijl andere delen van deze stad achterblijven. Op dat punt ziet de PvdA een belangrijke rol voor de overheid. Men moet iedereen in de transitie meenemen en niet alleen degenen die daar zelf ondernemend genoeg voor zijn. Daarnaast een compliment voor het opgeruimd en de manier van aanbesteden. Men gelooft echt dat lokale initiatieven een waarde hebben voor en in de stad. Daarbij moet men lokaal eigendom ook nastreven. Maar dan wel met een sterke gemeente erachter die iedereen ermee wil helpen. Vraag aan de wethouder. In hoeverre wordt er al ruimte gegeven aan lokale initiatieven? In hoeverre neemt men op dit moment de opgroeiruimte en het opgroeirecht mee? De heer Vintges complimenteert Volt eveneens. Er moet best wel veel werk in het voorstel zitten. De technische sessie vanochtend was wel verduidelijkend. Het was wel zo dat het ook leidde tot nog meer vragen.
Vanmiddag heeft spreker al iets gezegd over de opgroeiruimte, voornamelijk de ondersteuning vanuit de gemeente. Kan Volt beter uitleggen wat men daar onder ziet vallen? Wat betekent dit voor de gemeente zelf? Spreker sluit zich aan bij de vraag van D66 over de voorkeur voor collectieve aanpakken. Wat als iemand niet wil aansluiten en toch wat zelf wil doen aan de klimaatverandering? Wanneer iemand in een wijk zich niet bij een collectieve buurtaanpak wil aansluiten, kan die dan nog wel zonnepanelen op zijn huis plaatsen? Of werkt dat elkaar tegen? De VVD pleit ook vaak voor een wijkplan of een wijkaanpak met draagvlak. Spreker is benieuwd hoe Volt eigenaren en bewoners zelf wil meenemen in dit onderwerp. Kan men daar iets over zeggen. Kan men ook iets zeggen over welke vorm van energie er opgewekt gaat worden? Verder is spreker benieuwd naar de antwoorden van de wethouder. Het is fijn dat men de tijd neemt om het onderwerp goed te bespreken. De heer Dijkstra (CDA) is in de basis wel enthousiast over het voorstel van Volt. Dat komt vooral omdat men op een hoog abstractieniveau een paar principes hebben gehoord waar men met zijn allen achter kunnen staan. Na dit debat beging spreker wel wat te twijfelen over het met zijn allen. Dat collectief voor het individuele initiatief gaat, moet het enthousiasme toch aanwakkeren. Dat is nog niet zichtbaar bij elke partij.
Spreker wil iedereen aanmoedigen om het idee met elkaar waar te maken. Spreker stelt ook vast dat de PvdA liever heeft dat iedereen een hoge energieprijs betaalt en dat de klimaatdoelen achter blijven dan dat er al een kans is dat bepaalde groepen het prima gaan krijgen. De heer Cornielje brengt naar voren dat, wanneer men spreekt over een collectief, het ook de gemeente omvat. De gemeente die iedereen meeneemt. Dat is waar de zorg zit. En moet voorkomen dat er een soort private collectieven ontstaan van samen werkende ondernemende burgers in samenwerking met ondernemers. Dat hierdoor een groep burgers in de samenleving achter blijft. Deelt de heer Dijkstra de mening van de PvdA, dat men dit moet voorkomen? Pagina 48 van 74
5
10
De heer Dijkstra (CDA) is daar zeker niet tegen. Echter, men moet vaststellen dat sommige mensen het geld en de mogelijkheid om zonnepanelen op hun dak te leggen. Heel veel mensen hebben die mogelijkheid niet. Het is vervelend dat dit zo is. Het is vervelend dat dit zo is, maar het is een ongelijkheid waarmee men moet dealen. De PvdA er mee bezig samen met het CDA om ervoor te zorgen dat die verschillen kleiner worden. Dat wil niet zeggen dat wanneer iemand uit een flat woont en die heeft een plan om met z’n allen in plaats van alleen zonnepanelen op daken te leggen, dan moet een dergelijk collectief van de gemeente toch ondersteuning ontvangen in plaats van dat men het allemaal weer zelf moet doen. Dat men er dus niet aan toekomt en dat men het alleen niet ka. Men moet het samen doen. Dat moet de PvdA toch ook zien. De voorzitter geeft aan dat de heer Dijkstra niet de rol heeft om de PvdA onderdruk te zetten en om weer een interruptie te ontlokken van de PvdA.
15
20
25
30
De heer Cornielje geeft direct aan dat men het natuurkijk samen moet doen. Echter, men ziet dat op dit moment in de samenleving nog niet iedereen meekomt. Daarom denkt spreker na over de rol van de rol van de gemeente. Hoe moet men erin staan. Dan ziet spreker het risico dat de gemeente zegt dat men al die private collectieven doet, maar dat men de rest van de samenleving niet meeneemt. Dat is de grote angst. Men is helemaal voor het samen doen. Spreker heeft het idee dat de opvattingen van CDA en PvdA in deze elkaar niet zoveel ontlopen. De heer Dijkstra (CDA) vindt het recht van zelfgebruik, de collectieve aanpak en minimaal 50% lokaal eigendom is voor het CDA prachtig omdat het vanuit de maatschappij komt in plaats van puur en alleen van de overheid of van het bedrijfsleven. Een principe waar men achter kan staan en dat men mooi vindt. Toch deelt spreker ook de detailvragen die zijn gesteld. Ook over de impact op het beleid dat al ontwikkeld is. De zorg van mevrouw Heijne na de sessie vanochtend kan men delen. Dat maakt het voorstel niet perse makkelijker. De suggestie van vanmorgen was om een beetje van de techniek wegblijven. De sessie van vanochtend ging best diep op de techniek in. Ook heeft men mevrouw Heijne horen zeggen dat men het vooral over de principes wil hebben. Dat geeft verwarring.
Spreker hoopt dat de commissieleden de principes wel als goede uitgangspunten wil accepteren.
35
Mevrouw Heijne heeft nog een korte vraag voor de heer Dijkstra. Men vraagt zich af hoe hij zich nu al zo achter die principes en uitgangspunten kan stellen, terwijl men helemaal nog niet kan zien wat de impact ervan is.
40
De heer Dijkstra snapt de vraag helemaal. Spreker maakt een duidelijke scheiding tussen principes en implicaties. Het laatste kent men ook niet altijd bij andere ontwikkelingen van beleid. Het CDA is het ook niet altijd eens met de implicaties die uit vormen van beleidsontwikkeling voortkomen. Echter, het punt wordt naar voren gebracht , omdat men erop moet voorsorteren.
45
De voorzitter stelt vast dat er geen vragen meer zijn. De voorzitter schorst de vergadering om Volt de gelegenheid te geven om de vragen te beantwoorden. De voorzitter heropent de vergadering en geeft het woord aan mevrouw Passier van Volt.
50
Mevrouw Passier zit een beetje met de tijdsdruk, het grote aantal vragen en de nog niet complete antwoorden die men inmiddels heeft gekregen. Derhalve het voorstel schriftelijk te mogen terugkomen met de beantwoording van de gestelde vragen. Op basis daarvan kan men kijken of men het voorstel ja of nee als amendement bij de startnotitie klimaatvisie kan meenemen. Is de commissie hiermee akkoord? Spreekster ziet geknik.
55
De heer Peters is ermee akkoord. Spreker wil daarbij de suggestie meegeven om na te denken over welke onderdelen vanuit of op basis van de principes het belangrijkste zijn. Probeer die als amendement bij de startnotitie klimaatvisie in te brengen. Daar zou men met elkaar nog een discussie over kunnen voeren en het onderwerp wordt beter te behappen.
60
Mevrouw Heijne is eveneens akkoord. Spreekster heeft ook een suggestie. Zou Volt willen nadenken over een motie om die mee te nemen naar andere transitiezaken waar men mee bezig Pagina 49 van 74
is. Dan kunnen de commissieleden er wat rustiger over nadenken voordat men ja zegt tegen iets waarvan de impact nog niet kan overzien. 5
De voorzitter stelt vast dat de andere fracties akkoord zijn met het voorstel van schriftelijke beantwoording. Wil mevrouw Passier nog reageren. Mevrouw Passier denkt dat het zo prima is. Men kan verder met het debat.
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De voorzitter wil graag een termijn afspreken die nodig is om de antwoorden te produceren. Mevrouw Passier vraagt of volgende week woensdag zou kunnen. De commissieleden knikken. Mevrouw Heijne voegt eraan toe benieuwd te zijn op welk moment en op welke manier men van het college een reactie krijgt. De voorzitter constateert dat de commissieleden akkoord zijn met de beantwoording termijn. Voor het punt van mevrouw Heijne kijkt de voorzitter naar de wethouder. Aan de wethouder is tijdens het debat ook een aantal vragen gesteld. Hiermee is het eerste deel van dit debat afgerond. Dan krijgt wethouder Van Hooijdonk nu de gelegenheid om de aan heer gestelde vragen te beantwoorden. Wethouder Van Hooijdonk begint met wat anders dan de concrete vragen. Eerst even het punt van mevrouw Heijne. Bij een normaal initiatiefvoorstel komt natuurlijk altijd een collegereactie. Dat is nu niet zo geweest. Wanneer er toch nog iets komt dan moet dat ingebouwd worden in het vervolgproces. Daar moet het college even voor gaan zitten, want voor het college is het net zo kort dag als voor veel raadsleden. Dan de beantwoording. Wat heel goed is en waar de wethouder het ook helemaal eens is, is het punt naar wat voor energiesysteem men toegaat. Van centraal naar decentraal, van veel meer vermenging van energiedragers, naar vermenging van producenten en consumenten.
Men moet vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen. Men moet ook beter nadenken over wat het net allemaal wel of niet aankan. De analyse op basis waarvan Volt heeft nagedacht, daar is de wethouder het mee eens. De gemeente steunt initiatieven op alle mogelijke manieren. Ze zijn er ook in allerlei vormen. Daar heeft het college de raad over geïnformeerd. Kijkend naar het voorstel is, is het eigenlijk lastig hanteerbaar. Het is ongewis wat de impact ervan is. De vraag is ook de aangegeven kaders altijd het gewenste effect hebben. Ook het gewenste effect voor de indieners. Ongezegd bedoelen we min of meer hetzelfde. Of het zo uitwerkt is een serieuze vraag. Het voorstel was lastig te begrijpen. De technische briefing vanochtend leek niet helemaal samen te vallen met het voorstel. Het voorstel leek te gaan over inwoners, ondernemers en instellingen. Vanmorgen leek het net zo goed over de publieke route te gaan. Dat is toch wat anders. Vanochtend ging het erg over de integrale regie van het energiesysteem en over verdelen van schaarste. Daar is spreekster het mee eens. Dan is het eigenlijk wel een beetje raar om het recht op zelfgebruik te benadrukken in plaats van de verdeling van bomen en kosten en socialisering. De wethouder heeft mevrouw Passier horen zeggen dat de energiegemeenschap niet het doel is, maar de betaalbaarheid.
Daarmee lijkt het of in de kaders het middel centraal staat in plaats van het doel. Is dat logisch? Wat als de collectieve optie niet de meest betaalbare is? Is de collectieve optie dan toch belangrijker dan de betaalbaarheid? Men maakt zich zorgen over buurten, wijken en mensen die zich niet zo goed kunnen organiseren. Wat betekent dat dan? Er zijn ook mensen die in de toekomst op een ongelukkige plek wonen. Wat betekent dat dan? Betekent dat, dat men er alleen voor staat? Of dat men meer kosten krijgt? Het opgroeirecht, beteken dit dat men moet wachten voordat men verder kan gaan met de transitie? Het voorstel roept veel vragen op en geeft geen antwoord op het punt over wat de bedoelde effecten zijn of dat men elkaar niet goed begrijpt. De wethouder heeft er ook wel eens het idee of dit de kader stellende afspraken die men wil doen. Of gaat het over betaalbaarheid, rechtvaardige verdeling van doorrijkosten, ondersteuning van kwetsbare wensen of doorgang van de transitie? Kortom, het voorstel is nog niet rijp. Men moet daarover nog een gesprek met elkaar voeren. En dat men ook moet kijken naar de tinten gris. Bijvoorbeeld naar het verschil tussen warmte en elektriciteit. Naar de verschillende rollen die mensen kunnen spelen, van eigenaarschap tot zeggenschap. Ook naar de mengvormen die kunnen ontstaan. De wetgeving is in deze nog in beweging. Dat was al zo.
Het is nu al optimistisch over wat de gemeente allemaal Pagina 50 van 74
5
10
15
20
kan regelen. Dat moet men juridisch bekijken. Dit als een eerste vorm van appreciatie. Het zit hem niet in de bedoeling, het zit hem ook niet in de uitgangspunten over wat voor energiesystemen men ziet ontstaan. Het zit in de kaders San de vraag hoe het past waaraan men mee bezig is. Wat betreft de motie van mevrouw Heijne wat er aan zit te komen, is er al een reflectie op de rol van de markt, de rol van de overheid en de rol van de bewonersinitiatieven. Daarover komt er een reactie van het college in het eerste kwartaal. In diezelfde reactie komt ook een antwoord op de vraag van de heer Peters. Wanneer kiest men nou voor het alternatief voor bewoners? Dat wordt gedaan in de vorm van een brief. Dat kan men dan goed met elkaar bespreken. De conclusies uit de besprekingen kunnen dan verwerkt worden in de verschillende kader stellende stukken zoals de klimaatvisie en de nieuwe transitievisie warmte. Vooruitlopend op deze brief komt er nog een notitie over de netcongestie. Daar zit ook een aantal elementen in die vanochtend al genoemd zijn. Volgens de wethouder gaat men met deze materie op allerlei mogelijke manieren aan de slag. Het stimuleert het college om er op deze manier naar de integraliteit te kijken. De vraagtekens over de goede kaders blijven nog even bestaan. De voorzitter dankt de wethouder voor haar bijdrage. Daarmee is men aan het einde gekomen van dit agendapunt.
Voor woensdag komt de beantwoording van de vragen door Volt. Afhankelijk van wat Volt aangeeft komt de reactie van het college. Het punt wordt afgerond in de raadsvergadering van 7 december. Hiermee is agendapunt 10 afgesloten. Voor de publieke tribune, men gaat agendapunt 11 beginnen met een besloten/geheim deel.
25
30
35
40
11. Huisvesting kwetsbare groepen
45
De voorzitter heropent de openbare vergadering van de commissievergadering om verder te gaan met het openbare deel van agendapunt 11. Het agendapunt zal behandeld worden in een termijn. Wethouder Eerenburg zal in verband met huiselijke omstandigheden via Teams aan de vergadering deelnemen. Voordat het openbare deel van de vergadering begint, is er eerst een besloten vergadering over het onderwerp.
50
De voorzitter opent de openbare vergadering over het onderwerp na de besloten vergadering, Nogmaals, wethouder Eerenburg is digitaal aanwezig en kan vragen beantwoorden. Het gaat om een brief door de heer Van der Graaf geagendeerd en niet om een raadsvoorstel.
55
De heer Van der Graaf brengt naar voren dat de fractie het zwaar vindt dat de gemeente het nog niet is gelukt om een oplossing te vinden voor de huisvesting van de kwetsbare groepen. De Rip maakt nog maar eens duidelijk hoe groot de urgentie is. Het is vijf over twaalf gezien het aantal Utrechters dat in een kwetsbare positie zit. Ze wachten op een dak boven hun hoofd. Tijdens dit wachten nemen de problemen toe waardoor veel zwaardere hulp nodig is. Meestal kunnen de mensen daarvoor geen kant op. Mensen worden met een shelter het park in gestuurd. Soms zijn pijnlijke keuzes nodig om tot een oplossing te komen en om vast te houden aan de eigen Pagina 51 van 74
5
10
15
20
25
30
35
40
principes. Geen keuzes om trots op te zijn, maar die wel nodig zijn. Het college is volop bezig met het probleem. De beroerdigheid is dat het probleem groter wordt dan kleiner en dat de wachttijden oplopen. Hoe kan dit? Waarom is het niet op te lossen? Dat vraagt om een nadrukkelijke reflectie op de uitvoering van motie 110. De oproep van de raad aan het college om dit jaar nog 700 à 800 tijdelijke woningen te realiseren. Waarom is dit niet gelukt? Wat is de doelstelling voor volgend jaar? Neemt men de aantallen niet gehaald in dit jaar mee in volgend jaar? Kan men de financiële subsidies ook meenemen naar volgend jaar? De CU vindt het noodzakelijk dat er een duidelijk begroot programma komt om de huisvesting van kwetsbare groepen weer op orde te krijgen. De oplossing raakt veel portefeuilles, daarom dank aan het college dat het breed aanwezig is. Men moet het probleem wonen voor deze groep breed oplossen, anders lukt het niet om een oplossing te vinden. Het programma daarvoor bestaat uit vier treden. Hoe lager de trede hoe hoger de kosten. En hoe lager de kans is voor een oplossing. Het beste is dat de mensen uit de groep een permanente woning krijgen. Dat kan door bij te bouwen en de bestaande voorraad beter te benutten. Utrecht krijgt 19 miljoen euro om de stagnerende woningbouw vlot te trekken.
Op welke manier wordt (een deel van) het bedrag gebruikt om de kwetsbare groep te huisvesten? Het is belangrijk om op plekken waar de gemeente woningen toevoegt ruimte te maken voor de kwetsbare groepen. Wat doen de verschillende portefeuillehouders om dit te realiseren? Dat mag met kleinere woningen wanneer men daardoor de kwetsbare groep wel kan huisvesten. Is de wethouder daartoe bereid? Samen een woning delen heeft veel meerwaarde. Dan kan men naar elkaar omkijken. Alleen wordt dit dele financieel vaak onaantrekkelijk gemaakt door de kostendelingsnorm. Is het college bereid die norm af te schaffen? Of om een bonus in te voeren om samen te wonen in te voeren? Mevrouw Meerding is benieuwd wat de kostendelersbonus inhoudt. De heer Van der Graaf merkt op dat het schrijnend is dat mensen met elkaar samenleven en dat ze alsnog extra geld moeten betalen of vanuit de bijstandsuitkering geld moeten inleveren. Spreker vindt dat men dit moet omkeren. Mensen stimuleren om bij elkaar in te trekken. Daarvoor zou men een bonus kunnen verstrekken. Mevrouw Meerding vond de term ook terug in de brief van het college. Daarom is het goed om te weten wat het inhoudt.
Wanneer er meer mensen is een huis gaan wonen en daarvoor een bonus ontvangen, gaat het dan bij die bonus om een eenmalig bedrag of om een hogere uitkering? De heer Van der Graaf stelt dat het bij die bonus om een verdere uitwerking gaat. Waar het om draait is het creatief denken om het probleem op te lossen. Dan moet men geen maatregelen schuwen. We komen nog problemen tegen die steeds duurder worden zoals mensen die op straat belanden of wanneer men aan de opvang denkt. Dan gaat het om hogere kosten dan om nu een constructie te bedenken om mensen stimuleren die lege kamer in het huis toch te verhuren. Een financiële prikkel kan daarbij helpen. De heer Van der Zweth brengt het hypothetische geval naar voren dat de mensen niets vinden van zijn idee, gaat de heer Van der Graaf zijn idee dan toch nog proberen?
45
50
De heer Van der Graaf denkt dat men in de komende periode meer dossiers gaat vinden waarvan de rijksoverheid zich terugtrekt. Dat betekent dat de gemeente op die punten moet gaan onderzoeken wat wel kan. Daarmee komt men ook bij het percentage van toewijzing van woningen aan kwetsbare groepen. Eerder heet de wethouder toegezegd dit percentage omhoog te willen brengen. Wanneer gaat men dat ook echt doen? Daarnaast zou men wat spreker betreft tijdelijk 100% kunnen gaan toewijzen aan kwetsbare groepen. Wanneer dat noodzakelijk is, is de wethouder er dan toe bereid?
55
Mevrouw Meerding is benieuwd hou de ChristenUnie die gedachte ziet. Voor hoeveel weken zou die 100%-toewijzing moeten gelden? Hoe kijkt men aan tegen de gevolgen van de reguliere woningzoekenden?
60
De heer Van der Graaf merkt op dat die discussie al eerder is gevoerd. Wat we nu zien is dat er op het gebied van huisvesting van kwetsbare groepen grote achterstanden opgelopen wordt. Dan komt er een moment dat men speciale maatregelen niet moet schuwen, omdat men de situatie niet meer kan uitleggen. Dan moet men het slot eraf halen om de doorstroming te bevorderen. Pagina 52 van 74
Dan is het maatwerk om te bepalen hoe en wanneer de gemeente dit doet en voor welke groepen men dit doet. Men moet het niet schuwen. Spreker vraagt het college om hiermee aan de slag te gaan. 5
10
De heer Dijkstra (CDA) hoort over onorthodoxe maatregelen en dat pijnlijke keuzes nodig zijn. Zou het een pijnlijke keuze kunnen zijn om in de buurt van een zone waar prostitutie plaatsvindt mensen op te vangen die een ‘lastige’ tijd hebben gehad? Ziet de CU dit gebeuren? De heer Van der Graaf vindt dat men mensen die in een kwetsbare positie zitten zeker opgevangen moeten worden. Het liefst door ze een tijdelijke woning aan te bieden of nog beter, door ze permanent te huisvesten. Waar dit gedaan moet worden daarover kan men een discussie voeren. Er is een uitgebreide geheime bijlage waarin een aantal locaties aangegeven staat waar die opvang in de stad kan plaatsvinden.
15
De heer Dijkstra (CDA) is benieuwd of de CU ook bepaalde polders rond Utrecht als opvangmogelijkheid ziet. Of is dat geen optie?
20
De heer Van der Graaf stelt dat op de geheime lijst een aantal locaties staat waar men in ieder geval kan beginnen met de opvang. Er wordt nu onderzocht of die polder tot de mogelijkheden kan behoren. Op den duur wil de gemeente op die locatie sowieso woningen bouwen. Daar kan de opvang van kwetsbare groepen wellicht een onderdeel van zijn.
25
De heer Dijkstra (CDA) constateert dat de CU enerzijds zegt dat er pijnlijke keuzes nodig zijn, manen tot actie, en anderzijds aangeeft dat er eerst weer onderzoek gedaan moet worden. Hoe rijmt men het punt onderzoek doen met de noodzaak van een snelle actie? Het CDA vindt overigens ook dat actie gewenst is.
30
35
40
45
50
55
60
Volgens de heer Van der Graaf kan men de CU niet verwijten dat men actie in de weg staat. Juist vanwege het punt actie heeft de fractie dit onderwerp geagendeerd. Men is ook gefrustreerd dat de zaak niet loopt. Het was de CU samen met een aantal andere partijen die in het voorjaar een motie indiende met de opdracht om in dit jaar nog 700 à 800 woningen te realiseren op een aantal locaties. Men kan de CU dus niet verwijten dat men niet oproept tot actie. Dat is juist op dit moment noodzakelijk. Dan het punt tijdelijk wonen. Wat spreker betreft is dat onwenselijker dan permanent wonen. Wanneer de kans aanwezig is om eerder permanente woningen te realiseren, dan moet het college dat in eerste instantie doen. Echter, men ontkomt niet aan de noodzaak om in deze stad tijdelijke woningen te realiseren. Daar wordt aan gewerkt. De vraag is welke mogelijkheden er zijn op de locaties (zie het antwoord schriftelijke raadsvraag 7) waar daaraan wordt gewerkt. Zijn er mogelijkheden om daar wat extra’s te doen. Op de locatie Wetering Zuid is het aantal woningen naar beneden bijgesteld vanwege de uitbreiding van het ziekenhuis. Men vraagt zich af of de gemeente de urgentie van het vraagstuk wel goed onder de aandacht van het ziekenhuis heeft gebracht.
Is er gekeken naar de mogelijkheid van een gezamenlijke oplossing? Wat zijn de plannen van het ziekenhuis en hoe noodzakelijk zijn die voor de stad? Vervolgens de kantorenvoorraad. Van deze voorraad staat 4,5% leeg. Een transformatie van de leegstaande panden naar tijdelijke woningen kan een substantiële bijdrage leveren aan de urgente vraag. Kan men in Q4 een overzicht ontvangen van de stand van zaken met betrekking tot de voortgang hiervan? Dan de kosten voor de tijdelijke woningen. Een lastig punt, omdat de kosten voor de realisering van tijdelijke woningen op de aangegeven locaties hoog zijn. Er zou een haalbare business case zijn bij vijftien jaar en noodzakelijk doorplaatsen. Vooral van het laatste wil de CU graag vanaf. Dat aspect zorgt er namelijk voor dat veel projecten niet van de grond komen. Zijn er gesprekken met het Rijk gevoerd over het punt of men bereid is garant te staan voor de extra kosten en het doorplaatsen? Wat is er besproken en welke mogelijkheden ziet de wethouder financiën om met het risico om te gaan? Wanneer de gemeente niet voldoende doet om het probleem huisvesting kwetsbare doelgroepen op te lossen dan brengt dat ook een groot financieel risico voor de gemeente met zich mee. Dan krijgt men te maken met extra opvangkosten en kosten voor zorg en veiligheid.
Op welke wijze krijgt dit risico een plek in de begroting? Dan het punt maatschappelijke opvang. Geen echte oplossing, want die zit in de huisvesting. Mensen hebben recht op een eigen woning. De gemeente heeft wel de plicht om die opvang te organiseren. Is de wethouder het daarmee eens? Welk risico ziet de wethouder op het financieel Pagina 53 van 74
5
10
15
20
en organisatorisch vlak wanneer men dit niet voldoende realiseert door tijdelijke of permanente bouw? Wanneer men het heeft over doorstroming blijkt uit gegevens van Beter Wonen dat het vastgestelde aantal woningen dat wordt toegewezen aan mensen vanuit de opvang jaarlijks veel minder is dan is afgesproken. Een inhaalslag is dus nodig. In elk geval moet het deel van de niet gehaalde doelstelling worden meegenomen naar volgend jaar. Kan de wethouder dit toezeggen? Vervolgens de laagste tree en de meest schrijnende, de straat. Steeds meer mensen zien geen andere mogelijkheid dan te slapen op straat. Met alle gevolgen van dien. Welke effecten heeft het slapen op straat? Wat betekent dat voor de veiligheid? Hoe groot is de groep mensen die geen andere keuze heeft om op straat te slapen? Tot slot de positie van de raad. Voor de CU is het belangrijk dat de raad het programma, dat er moet komen om het probleem op te lossen, goed kan blijven volgen. Kan men voor het einde van het jaar nog weer een monitor verwachten? Daarnaast verwacht de CU elk kwartaal een voortgangsrapportage waaruit blijkt wat de vooruitgang is op de verschillende niveaus respectievelijk trede ’s ten opzichte van de gestelde doelstellingen. In de rapportage wil men actuele cijfers duidelijk terugzien. Ook wil men deze rapportage standaard elk halfjaar agenderen voor de commissie.
Voor spreker heeft het de allerhoogste prioritiet om voor deze kwetsbare groepen een dak boven het hoofd te realiseren. De heer Koning kan het betoog van de CU voor tijdelijke woningen als deel van de oplossing voor een groot deel volgen. De Pagelaan en Befu zijn drie jaar geleden in de raad vastgesteld als locaties voor tijdelijke woningen. Daar woont nog steeds niemand, Misschien dat dit halverwege volgend jaar mogelijk wordt. Wanneer is tijdelijk wonen nu een succes? Zeker wanneer men weet dat het proces nog steeds zolang duurt,
25
De heer Van der Graaf geeft aan dat tijdelijk wonen helemaal geen succes is. Tijdelijk wonen is bittere noodzaak omdat er geen andere keuze is. Het lukt niet om voldoende permanente woningen toe te voegen. Aan de andere kant zijn tijdelijke woningen voor mensen die op straat leven of in de opvang zitten een bittere noodzaak.
30
De heer Koning snapt de reactie. Volgens spreker is de CU het met hem eens dat de betreffende locaties sneller tot ontwikkeling moeten komen. Waardoor er sneller honderden tijdelijke woningen bij moeten komen. Echter, hoe gaat men regelen dat dit proces echt versneld?
35
40
De heer Van der Graaf antwoordt ook niet daarvoor de sleutel in handen te hebben. Om tot een snelle realisering te komen heeft men te maken met meerdere aspecten. In elk geval moet de raad er goed aandacht voor blijven houden. Men moet blijven sturen op wat er gebeurt. Ook achterhalen waarom dingen misgaan. Ook wanneer men in het college breed de urgentie voelt om met elkaar een oplossing te vinden voor deze kwetsbare groepen. Het zit niet in het punt tijdelijk wonen. Dat is niet de gouden oplossing. De oplossing zit in meerdere vlakken, permanente en tijdelijke woningen. De heer Koning stelt dat men het op dat punt met elkaar eens is. Op een later moment komen er nog vragen over de financiële aspecten van dit uitgangspunt.
45
50
55
60
De heer Dijkstra (CDA) maakt zich zorgen over de situatie. Echter, men wil ook dat het college keuzes maakt en daar eerlijk over is. We proberen van alles en doen ons best. De urgentie wordt gevoeld, anders zou deze discussie niet plaatsvinden. De CU roept op om nu met elkaar meer dingen te doen. Niet alleen onderzoek. Echter, men kan niet alles en al helemaal niet alles tegelijkertijd. Keuzes zijn noodzakelijk. De heer Van der Graaf denkt dat de CU op dit punt al een antwoord heeft gegeven. Het is nu aan het CDA. Wat ziet die partij voor mogelijkheden voor de oplossing? Wat ziet die partij voor mogelijkheden om de kwetsbare groepen te huisvesten? De heer Dijkstra (CDA) geeft aan dat er een lijst met mogelijkheden is. Maar, dat die lijst niet genoeg, samen met andere partijen, dat die lijst niet genoeg wordt benut. Er worden verkeerde keuzes gemaakt. Dat zijn keuzes die ook de CU maakt. Daarom wil men die nu bespreekbaar maken. Daarom spreekt men de CU ook aan als partij. Denk daarbij aan de keuze voor groen in plaats van de opvang van kwetsbare groepen. Als CDA weet men wat er moet gaan gebeuren. Men kan niet voor iedereen groen garanderen wanneer er zoveel groepen kwetsbare mensen zijn. Pagina 54 van 74
5
10
15
20
Men kan geen prostitutie willen naast de opvang voor kwetsbare groepen. De suggestie dat, als het zover komt, dat die twee aspecten naast elkaar moeten bestaan is belachelijk. Spreker sluit zich aan bij wat er al is gezegd over meer op de locaties die er al zijn. Zorg ervoor dat de keuzes echt gemaakt worden. Zie in dat men sommige dingen niet kan doen. Men doet nu echt teveel dingen naast elkaar. De heer Van der Zweth wist al dat die nood echt heel hoog is in de stad. Onlangs moest er weer iemand geweigerd worden voor de opvang. Met een slaapzak wordt men dan weer teruggestuurd de straat op, ongeacht koude of anderszins. De nood is echt heel hoog. Dat zit in de kern in het tekort van betaalbare woningen. Specifiek sociale huurwoningen. Daarvan gaat 30% naar de kwetsbare doelgroepen. Echter, er zijn te weinig sociale huurwoningen. Daarom kunnen mensen niet uitstromen uit de opvang of uit een zorginstelling. Niet uitstromen naar een veilige thuissituatie met alle problemen van dien in het sociaal domein. Daarmee komt de bestaanszekerheid van mensen onder druk te staan. Dat komt op het bord van de politiek. Daarvan ligt een groot deel op het bord van het Rijk. Maar ook de gemeente doet niet genoeg op dit punt. In vergelijking tot een jaar geleden, toen een soortgelijk debat is gevoerd, is er te weinig gedaan. CDA geeft dat ook aan.
De aangenomen motie van de CU dit voorjaar was heel helder. Echter, die motie wordt niet goed uitgevoerd. Met het risico dat dit debat op een later tijdstip opnieuw wordt gevoerd. Dat mag niet want dan laten we mensen in de kou staan. Dat is een opgave voor het hele college. Het zal te maken hebben met financiën. De voorzitter merkt op dat er al twee keer de wethouder van financiën in de behandeling van dit agendapunt is aangesproken. Daarom nu het woord aan de wethouder.
25
Wethouder Schilderman brengt naar voren dat ze gevraagd is om als wethouder RO aanwezig te zijn. Daar is ze op voorbereid. In zijn algemeenheid kan een financiële vraag beantwoord worden, maar voor specifieke vragen zijn geen specialisten op dit moment ter beschikking.
30
De heer Van der Zweth geeft aan dat er schriftelijke vragen zijn gesteld waarbij het wel degelijk over risico’s en financiën gaat. Risico’s die men als stad neemt. Daar zou men nu ook graag een antwoord willen krijgen. Dat mag later ook schriftelijk.
35
Wethouder Schilderman denkt niet dat iedere financiële vraag bestemd is voor de wethouder financiën. Iedere vak wethouder kan een financiële vraag over de eigen portefeuille beantwoorden. Dat gebeurt in principe ook. Hoe men daarmee omgaat in de begroting is een ander punt. Dat is niet het verzoek van nu.
40
45
50
55
60
De voorzitter gaat ervan uit dat de antwoorden op vragen er nu gewoon komen. Wanneer het gaat om specifieke financiële vragen, dan komen de antwoorden schriftelijk na het debat. Kan men daarmee verder? De heer Van der Zweth kan prima uit de voeten met het gegeven antwoord. De boodschap was dat het om een opdracht gaat voor het hele college. De nood is hoog dus moet het hele college aan de slag. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt naar het punt waarop het college verstek laat gaan. De heer Van der Zweth geeft aan dat er meer gezegd is over tijdelijke locaties in de breedte. De motie is heel specifiek. Er zijn ook hele specifieke opdrachten tijdens het commissiedebat vorige keer gegeven. Bijvoorbeeld over percentages kwetsbare doelgroepen. Maar ook over punten waarop men meer zou kunnen doen, bijvoorbeeld panden aankopen. Gaat de gemeente iets doen met de kostendelersnorm? Spreker vreest dat er nu weer dezelfde reacties op komen. Dat kan wel prima zijn wanneer er maar wel wat mee gebeurt. De volgorde bij de huisvesting zoals de heer Van der Graaf heeft geschetst, komt overeen met de mening van de PvdA. Het liefst permanente woningen en het goed regelen. Wanneer dat niet kan dan tijdelijke woningen. De opvang heeft men liever niet, behalve als het niet anders kan. Men wil sowieso niet dat mensen op straat belanden. Er moet dus iets gebeuren op de korte termijn.
Wat vaak het meest wenselijke is, heeft vaak wat meer tijd nodig. Dit betekent dat men op de korte termijn alles in de breedte moeten gaan doen. Dat was vorige keer al zo en dat is het nu weer. Bij permanent wil men kunnen zien wat er bij projecten extra mogelijk is, zoals: kan men extra Pagina 55 van 74
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
(sociale) woningen toevoegen, kan men woningen naar corporaties brengen. Spreker ziet hierbij een duidelijke kans om corporaties echt in positie te stellen. Dan kan men het aantal (sociale) woningen ophogen. Dan is er sprake van een soort drieslag. Men kan met corporaties zorgen voor huisvesting kwetsbare doelgroepen. Wellicht kan men een bouwstart forceren binnen een spannende conjunctuur. Als derde punt doet men wat voor de prestatieafspraken met de corporaties, die hebben aangegeven wat steun nodig te hebben. Spreker is benieuwd naar de reactie van de wethouder op dit punt. Ook wil de fractie op dit punt naar een motie kijken. Van de wethouder financiën of RO wil spreker weten hoe men een en ander gaat verrekenen wanneer men iets extra’s wil doen bij de permanente projecten. Weliswaar is dat duur, maar wanneer mensen in de opvang terecht komen is nog duurder. Wanneer men daar nu al rekening mee houdt en men die extra kosten bij de projecten kan ophoesten, kan men de hoge kosten per persoon in de opvang op een later moment voorkomen. Er moet echt in de breedte veel gedaan worden. Het percentage kwetsbare doelgroepen moet omhoog. Het tempo in de planvorming moet omhoog. Dat heeft betrekking op alle mogelijkheden om kwetsbare doelgroepen te huisvesten.
De heer Koning vraagt of bij de toewijzing voor kwetsbare doelgroepen of de vorige spreker daarbij doelt op het punt om de 30% te verhogen. Spreker ziet de heer Van der Zweth knikken. Wat spreker zo ingewikkeld vindt bij zo’n maatregel is niet alleen dat het college heeft gezegd dit eenmalig heel groot te doen. Dat is gedurende de zomer gedaan. Waar denkt de heer Van der Zweth dan nu aan? Tijdelijk of zoiets? De heer Van der Zweth denkt dat de bal bij het college ligt in samenwerking met de corporaties. Spreker kan zich voorstellen dat men niet meer denkt aan 90% voor vier of zes weken als indertijd is gedaan. Dat moet men ook niet meer doen. Men moet kijken of die 30% naar 32% of 35% kan. Het kan voor een tijdelijke periode, maar wel een die langer doorloopt dan die paar weken. Het voordeel van die verhoging is dat die vrij snel effect heeft. Een nadeel kan zijn dat het minder goed is voor de leefbaarheid in buurten of wijken. De heer Koning heeft toch wat problemen met het idee. Het komt erop neer dat mensen die al twaalf jaar op de wachtlijst voor een sociale huurwoning staan, nog langer moeten wachten. Dat het hen nog minder mogelijk gemaakt wordt om een sociale huurwoning te bemachtigen. De heer Van der Zweth geeft direct toe dat dit het nadeel is van die regeling. Het gaat om een balans. Maar het gaat echter nu zo fout voor de kwetsbaren binnen het sociaal domein.
Daarnaast is het een van de weinige maatregelen die binnen nu en een paar weken het verschil kan maken. Dus wel doen, maar in balans. Die balans laat spreker aan de wethouder en de corporaties over. De heer Koning denkt dat corporaties moeite zullen hebben met een dergelijke maatregel. Het is al ingewikkeld om binnen de huidige regels goede buurten te bouwen. Dan zou men de verhoging niet alleen bij de permanente bouw, meer ook bij tijdelijke projecten willen doen. Bij de tijdelijke projecten is de openbare ruimte vaak slechter en is de kwaliteit van de woningen minder. Daar zit toch voor D66 een probleem in. Kan de heer Van der Zweth dit begrijpen? De heer Van der Zweth kan het punt absoluut volgen. Echter, de kwaliteit van tijdelijk hoeft echt niet altijd slecht te zijn, hoewel die vaak beter kan. Spreker ziet ook het dilemma van de corporaties wat betreft dat de maatregel teveel van een buurt kan vragen. Echter, gezien de situatie kan men niet om een dergelijke maatregel heen, maar wel tijdelijk. En in goede balans. Dan tijdelijk wonen. Daarover is een geheim debat gevoerd. Daarom wordt er nu niet uitgebreid op ingegaan. Spreker geeft wel de boodschap mee om echt meer plekken te vinden. Er kan zomaar weer wat afvallen. Beter te hoog inzetten dan achteraf te constateren dat men te weinig heeft gedaan.
Men moet echt proberen tijdelijke bouw toe te passen op alle plekken waar men niet permanente bouw in de weg zit en waar goede voorzieningen zijn. Spreker hoopt dat in de volgende rapportage van de wethouder RO dat er veel meer locaties in voorkomen. Dat men met meer locaties aan de slag kan gaan. Als dat tijdelijke woningen zijn voor een korte periode doe het dan wel al is het geen fijne keuze. Als laatste de opvang. Ook graag daarvan op opties op tafel, conventioneel of niet. Wellicht duur en niet geweldig, maar alles is beter dan op straat slapen. Doe het en kijk er in de breedte naar. Er moet echt iets gebeuren. Pagina 56 van 74
5
10
15
20
25
30
35
De heer Zwanenberg heeft al geconstateerd dat de nijpende huisvesting voor kwetsbare doelgroepen vast loopt. Het is urgent, maar ook een structureel probleem. Iedereen heeft recht op een betaalbare woning. Daar zijn er nog steeds te weinig van. Dat betekent dat er actie ondernomen moet worden. Verschillende organisaties houden zich daarmee bezig. Maar, zij hebben geen toverstokje om het probleem op te lossen. Kijkend naar de trap, dan heeft permanenten huisvesting de hoogste prioriteit. Het is goed dat Utrecht geld van het Rijk heeft gekregen om een aantal vlot te trekken. Van die 2000 woningen is 76% betaalbaar. Hoeveel van die woningen zijn bestemd voor de kwetsbare doelgroepen? Kan het college daar een antwoord op geven? Men begrijpt dat in het kader van de financiële doelstelling van de gemeente dar er projecten gestart worden en slagen. Maar dat moet wel met open boeken zoals wethouder Eerenberg vorige week in de commissie al heeft aangegeven. De gemeente is er niet om de ontwikkelaars te spekken. Geld moet terug naar de gemeentekas wanneer de ontwikkelaar binnen vijf jaar toch weer (te veel) winst maakt. Wellicht vindt het college dat ook een goed idee. Daarnaast vindt GL dat er ook andere onorthodoxe maatregelen nodig zijn. De kosten voor de opvang zijn ontzettend hoog. Zo’n 30.000 tot 50.000 euro per jaar.
Daarom is het voor GL van groot belang dat de gemeente zelf vastgoed aan gaat kopen. Men moet geen dure pleisters blijven plakken. Aankoop van vastgoed is een duurzame investering in de toekomst van mensen en het levert snel structurele woonruimte op. Dat is een win-winsituatie. Graag hierop een reactie van het college. Daarnaast ontkomt men er niet aan om mensen in tijdelijke woningen te huisvesten. Veel bouw van permanente woningen is op dit moment vertraagd. Het is ronduit frustrerend dat die 800 woningen er nog niet staan. De business case is een hot topic bij tijdelijke woningbouw, maar ook hier spelen de hoge kosten van de maatschappelijke opvang een rol. Waarom kan men die kosten niet meenemen in een bepaalde business case? Dan kan men de kosten van de alternatieven tegen elkaar afzetten. De heer Van der Graaf deelt het laatste punt van de vorige spreker volledig. Die beperking hoeft er niet te zijn wanneer men het geld anders besteed. De vraag aan GL gaat over de aankoop van extra vastgoed. Kan men dit geld niet beter inzetten om de business case rond te krijgen voor tijdelijk wonen? De heer Zwanenberg merkt op dat permanent wonen de voorkeur heeft. Op de volle breedte moet men op alle vlakken inzetten, maar het liefst gaat men inzetten op aankopen op vastgoed. Dat staat er al. Dan hoeft men geen hele planprocedure te doorlopen. Men hoeft verder niets te onderzoeken.
Daarom heeft dat de voorkeur. De heer Van der Graaf geeft daaraan ook de voorkeur. Voor de CU is het en-en. Men kan kijken naar het vastgoed, maar men moet ook de business case rondkrijgen.
40
De heer Koning kan zich voorstellen dat men sommige panden en locaties beter kan benutten dan wel efficiënter kan inzetten. Het kan zijn dat er woningen tussen zitten die nu in gebruik zijn door andere doelgroepen in de stad. Daar kan ook sprake zijn van een hoge woningnood. Hoe kijkt GL daar tegenaan?
45
De heer Zwanenberg gaat ervan uit dat men geen rijtjeshuizen gaat opkopen. Het gaat om grotere panden. Het is geen goed idee om in zo’n pand alleen mensen uit kwetsbare doelgroepen bij elkaar te plaatsen. Dar hoort men een mix van regulier en kwetsbaar in te plaatsen.
50
55
60
De heer Van der Zweth vraagt vorige spreker of de gemeente dit allemaal zelf moet doen. Of ziet men hier een rol voor de corporaties? De gemeente is geen verhuurder meer. De heer Zwanenberg denkt dat het en-en kan. De gemeente heeft de corporaties bij het oplossen van het huisvestingsprobleem wel echt nodig. Dat zijn de bondgenoten bij het probleem. De gemeente kan het zelf wel wanneer het eigen vastgoed betreft. De heer Van der Zweth vindt het eigenlijk een mooie oplossing. Wanneer men dit goed verspreid doet in een buurt of in een flatgebouw, dan is niet 30% van de aankopen voor kwetsbare doelgroepen. Misschien kan men dan wel naar hogere percentages, omdat er goed gemixt in een wijk aangekocht kan worden. Het is misschien wat duur, maar het is wel heel gericht. Hoe denkt de heer Zwanenberg hierover. Pagina 57 van 74
30
De heer Zwanenberg is blij dat de PvdA het een goed idee vindt. Tijdens de laatste raadsinformatiebijeenkomst vroeg de spreker al gevraagd is waarom men niet breder kon kijken naar het doorplaatsen van tijdelijke woningen. Bijvoorbeeld buiten de stadsgrenzen of landelijk. Het is ongelooflijk dat men units laten bouwen in China, maar dat men voor doorplaatsing alleen kijkt binnen de stadsgrenzen. Onder het mom dat plaatsing erbuiten een groot probleem zou zijn. Wanneer men die units zo kan bouwen dat er ook nog ergens een zelfstandige woning geplaats kan worden, ontstaan er veel meer mogelijkheden om de tijdelijke woningen door te plaatsen. Graag de mening van het college hierover. Men is blij dat het optoppen en uitbuikeren weer in beeld is. Men praat er al lang over, maar het is nog nooit gebeurd. In dit kader: een ontwikkelaar die een belangrijk concept heeft ontwikkeld, de optopper. Dit zijn kleine woningen die op bijna alle daken van flatgebouwen te plaatsen zijn. Wanneer men dit concept meeneemt, kan tegelijkertijd de daken vergroenen en er duurzame energie opwekken. Het concept is toepasbaar op tijdelijke en permanente gebouwen. Dus in een keer veel meer locaties. Ziet het college dit ook als een kans? Met specifieke locaties wordt gedoeld op de Einsteindreef, waar de anti-kraak zit, en het voormalige casino. Op vragen daarover werd niet ingegaan.
Daarom bij deze zijn die locaties wel of niet geschikt voor transformatie en/of nieuwbouw? GL heeft al vaker gevraagd om een inventarisatie te maken van de waterwegen in de stad. Om te onderzoeker waar en op welke wijze er extra ligplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Het zal niet veel plekken opleveren, maar men moet zoveel mogelijk mogelijkheden inzetten. Elke extra woning is er een. Tot slot, de situatie is echt nijpend. De gemeente moet gezamenlijk met corporaties en belangengroepen in actie komen. Er moeten meer betaalbare woningen in de stad komen, absoluut en relatief. Daarbij ontkomt men niet aan pijnlijke keuzes. Onder andere door tijdelijk een hoger percentage woningen toe te wijzen aan is betaalbaar. Men kan in een klap veel mensen huisvesten, maar wel met gedeelde voorzieningen. Een interessant concept dat iets voor de stad doet. Maatwerk blijft van belang. Men moet ervoor zorgen dat er gebouwd wordt voor een leefbare stad met kwaliteit. Uit discussies met Utrechters en uit onderzoek blijkt dat men meer kwalitatief groen in de stad wil hebben.
35
De heer Van der Zweth merkt op dat naast de pijnlijke keuzes de gemeente ook niet direct in algemene zin alle mogelijke locaties ter beschikking heeft. Dat betekent dat er naar meer locaties gekeken moet worden en dat men daarbij een ingewikkelde afweging niet moet schuwen. Bijvoorbeeld met betrekking tot groen.
40
De heer Zwanenberg geeft aan dat groen voor mensen wel super belangrijk is. Daar wil spreker op dit moment niet aan tornen. Echter, de ambitie moet omhoog. Daarom kan men groen wel meenemen als onderdeel van de business case voor tijdelijke woningen. Dan komen er meer mogelijkheden. Dat geldt ook voor het optoppen.
5
10
15
20
25
45
50
55
De heer Van der Zweth is het ermee eens dat er keuzes gemaakt moeten worden. Het gaat wel om een dilemma. Groen versus voor mensen een dak boven hun hoofd. Men moet verder kijken naar locaties. Geen fijne keuze , maar wel nodig. De heer Koning kan zich op dat punt vinden. Men ziet echter wel dat de kosten bij tijdelijke woningen wel veel hoger zijn dan men een tijdje geleden bedacht had. Wanneer men de business cases voor tijdelijk of permanent, zou het dan voor GL mogelijk zijn om, vanwege financiën, beter te denken aan permanente woningen dan aan tijdelijke. De heer Zwanenberg geeft aan dat GL echt een voorstander is van permanente woningbouw. Tijdelijke bouw is als een pleister die men plakt en die heel veel geld kost. Dus zoveel mogelijk permanent toevoegen. Tijdelijk is extra waar men op dit moment niet zonder kan. Mevrouw Meerding begrijpt waar voorkeur naar uitgaat. Het is echter niet te begrijpen waarom tijdelijke woningbouw minder goed zou zijn. Er zijn toch groepen mensen die met een tijdelijke woning echt goed uit de voeten kunnen.
Pagina 58 van 74
De heer Zwanenberg denkt dat men en-en moet doen. Het probleem bij tijdelijke woningen is de tijdelijkheid. Na enige tijd zijn die woningen weer weg. Maar, ze kosten wel veel geld. Daarom vindt GL dat permanent de meest structurele oplossing is. 5
De heer Dijkstra (EenUtrecht) complimenteert zowel GL als de PvdA met de lijst van mogelijkheden om het probleem te kunnen verhelpen. Deelt GL het met ons dat het betreurenswaardig is dat raadsleden een hele creatieve lijst moeten opsommen, maar dat men dit eigenlijk van het college hadden moeten ontvangen?
10
De heer Zwanenberg denkt dat het college echt wel veel dingen heeft gedaan. De frustratie zit hem in het feit dat er met bepaalde locaties niets is gedaan. Onder andere bij de Pagelaan is niets gebeurd. Men moet bij elkaar gaan zitten om te kijken naar goede oplossingen. Elke extra woning is er een. Hoe kan men die sociaal gebruiken. Het college moet nu aan de slag. Er moet iets gebeuren.
15
20
25
30
35
40
De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt vast dat er op zijn vraag niet met ja noch met nee wordt geantwoord. Het is toch betreurenswaardig. Er had toch een brief moeten liggen waarin zou staan hoe men bestaande bouw beter zou kunnen benutten. Met een actieplan om dat te gaan doen. Al die dingen die in de afgelopen maanden zijn genoemd. Wanneer men nu constateert dat er 800 tijdelijke woningen zouden moeten zijn, terwijl er nog geen 300 gerealiseerd zijn in het afgelopen jaar. Dan is het vreemd dat de raadsleden met z’n allen allerlei dingen moeten verzinnen. Dat had vanuit het college moeten komen. De heer Zwanenberg geeft aan dat de lijst van betaalbare woningen er gewoon al ligt. Er zijn al hele stukken geschreven waarin de zaken goed zijn benoemd. Er zijn al veel dingen die de heer Dijkstra benoemd die worden gedaan. Is het genoeg? Nee. Het is morgen ook niet opgelost. Het is ook geen uniek probleem van deze stad. Maar laat men goed met elkaar kijken, als raad met belangengroepen en corporaties, hoe men het probleem zo dragelijk mogelijk kunnen maken en zo goed mogelijk kunnen oplossen. Mevrouw Oudejans brengt naar voren dat het gebrek aan opvang van kwetsbare groepen bij allen bekend is. Daklozen staan voor een dichte deur bij de opvang. Jongeren komen op straat terecht of worden gedwongen om in onhoudbare situaties thuis te blijven wonen.
Waarom zou een basisrecht, een dak boven je hoofd, niet voor iedereen normaal zijn. Een eigen plek om je leven op te bouwen en thuis te komen. Nu niet vanzelfsprekend. De partij wil toe naar een situatie dat wel vanzelfsprekend is voor iedereen. Daarom moet men inzetten op structurele oplossingen op het gebied van permanente woningbouw. Pas in 2028 is er weer een toename van het aantal woningen. Dat zijn kostbare jaren. Daarom de vraag aan de wethouder om in te zetten op het versnellen van projecten. Daarnaast moeten er binnen de projecten zoveel mogelijk betaalbare woningen gerealiseerd worden. Een van de mogelijkheden zou kunnen zijn het verlagen van de m²-eis. Men kan projectmatig kijken waar men kan optoppen zowel bij bestaande als nieuwe projecten. Ook om te kijken op welke manier men woongroepen kan inzetten om mensen te kunnen huisvesten.
45
De heer Van der Zweth is een voorstander van het niet alleen maar bouwen van zeer kleine woningen. Begrepen is dat mevrouw Oudejans zegt dat men in principe de norm aanhoudt die men heeft afgesproken. Echter, dat men daar op projectniveau daarvan kan afwijken. Is dat wat mevrouw Oudejans bedoelt?
50
Mevrouw Oudejans bevestigt dit. Men gaat niet standaard de m²-eis verlagen. Men moet projectmatig echt kijken wat nodig is. Aan welke knoppen kan men draaien om toch meer woningen te realiseren. Wanneer dat nodig is door de m²-eis te verlagen dan moet dat maar.
55
De heer Zwanenberg kan zich de gedachtegang van mevrouw Oudejans wel indenken. Maar dan moet men er echt wel voor zorgen dat men ervoor moet zorgen dat er voor de groepen waar men het hier over heeft het verschil te maken. Mevrouw Oudejans is het daarmee eens. Men moet sowieso kijken of men woningen voor iedereen kunnen toevoegen, maar zeker voor deze groep. Pagina 59 van 74
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Dan nog even quick wins. Maatregelen als het benutten van leegstand. Welke ruimte ziet de wethouder nog meer om in te zetten op het omvormen van leegstaande panden? Op welke termijn kan dit plaatsvinden? Tijdens de programmabegroting is er al aandacht voor de doorstroming gevraagd. Hoe gaat men ervoor zorgen dat de doorstroming sneller en soepeler gaat? Ook ziet spreekster kansen voor het splitsen van woningen. In hoeverre kan men deze maatregel inzetten om winst te boeken voor het verkrijgen van woonruimtes? Op welke termijn kan dat en waar is het mogelijk? Spreekster is benieuwd naar de uitkomsten van het onderzoek op dit onderwerp. Ook wil men de hospitaregeling meer onder de aandacht brengen. Permanente opvang ziet men als prioriteit. Tegelijkertijd ziet men aanvullende maatregelen voor tijdelijke oplossingen als noodzaak. De partij ziet dat een eerdere motie waarin wordt gevraagd om mensen te huisvesten in tijdelijke woningen niet Is uitgevoerd. Dat roept zorgen op. Tijdens een eerdere commissiebehandeling de wethouder heeft toegezegd een nieuwe plek te geven aan de Buurlanders. In de brief van het college is die toezegging al flink afgezwakt.
Hoe ziet de wethouder een plek voor de Buurlanders in Wetering Zuid? Of in een ander tijdelijk woningproject? Wanneer krijgen de Buurlanders hier meer duidelijkheid over? Deze mensen waren juist de mensen die wilden kijken naar de integratie tussen kwetsbare en niet kwetsbare groepen. Die wilden kijken hoe men beter samen kan wonen. Volgens spreekster moet men kijken waar tijdelijk wonen kan. Bijvoorbeeld op locaties waar later gebouwd gaat worden. Of bij gefaseerde bouwprojecten. Ook denkt men aan woningen op water. Zouden deze locaties niet toegevoegd kunnen worden aan de locaties voor tijdelijk wonen? Er moeten wel voorzieningen in de buurt zijn. De rol van de regio is bij dit probleem erg groot. Het nemen van verantwoordelijkheid blijft daarbij achter. Slechts 26% van de gemeenten in de regio heeft de doelstellingen behaald. Met die regiogemeenten moeten duidelijke afspraken gemaakt worden inclusief sancties bij het niet behalen van de doelstellingen. Het woonprobleem beperkt zich niet alleen tot de stad. Het is dus tijd voor actie. Mevrouw Minnaert heeft eigenlijk geen woorden voor de problematiek. Daarom dank aan de collega’s die met een frisse blik kunnen kijken naar dit belangrijke onderwerp. Juist nu is het van belang om er naar te kijken zonder te letten op politieke winst en zonder bepaalde groepen tegen elkaar uit te spelen.
Het is belangrijk om onze kwetsbare waarden en onze kwetsbaren goed te beschermen. Er zijn al veel goed zaken benoemd. Spreekster kan zich aansluiten bij wat de PvdA heeft gezegd over de urgentie en de oplossingen. Men kan zich ook vinden in de opmerkingen van GL wat betreft de gemeentelijke hulp voor woningcorporaties die de regie moeten nemen. Voor huisvesting van kwetsbare groepen heeft de partij voor zover mogelijk een voorkeur voor permanente woningen en geen flexibele. Hopelijk gaat men alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat iedereen een passende woning zal krijgen. De heer Koning merkt op dat er ongeveer een halfjaar geleden in deze commissie over dit onderwerp is gesproken. Tussen toen en nu is er veel gebeurd, maar dat er nog niet zoveel resultaat te zien is. Er zijn brieven geschreven en vragen gesteld. Hopelijk komt men vanavond verder. D66 ziet dat het probleem voor huisvesting bestaat voor alle groepen die in Utrecht op zoek zijn naar een betaalbare woonruimte. Het is een levensgroot probleem. Voor de kwetsbare groepen is het extra problematisch omdat er voor hen onvoldoende woningen en opvangplekken zijn. Daarnaast heeft de gemeente nog de wettelijke taak statushouders te huisvesten. De groep waar men het nu over heeft is extra kwetsbaar. Dat blijkt wel uit het feit dat sinds deze week de opvang officieel vol is.