CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2023.11.23 Conceptverslag commissie EDVW

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 21 december 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen50.976 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Te lang in de opvang bivakkeren is ontwrichtend voor de mensen zelf, maar ook voor de maatschappij. De financiële maatschappelijke kosten zijn hoog. Let wel, het gaat niet alleen om volwassenen maar ook om kinderen. Eerst over de bouw van nieuwe woningen zowel in nieuwe projecten als in bestaande bouw. Dat is eigenlijk de beste oplossing. De kern van de zaak is dat men meer permanente huizen moet bouwen voor alle doelgroepen. Maar ook omdat daardoor mensen in de opvang kunnen doorstromen. Daarom moeten op projectniveau eisen worden aangepast om te komen tot meer betaalbare huizen. De corporaties vragen daar zelf ook om. Zeker voor de kwetsbare doelgroep wil men kleinere huizen bouwen. Dat is goedkoper en men kan meer kleinere huizen kwijt op een bepaalde oppervlakte. Graag een reactie van het college. De heer Van der Zweth geeft aan dat dit ook in de RIB is gezegd. Maar dat is wel ingewikkeld, omdat spreker blij is met de m²-norm. Maar ook bij de tussenvoorziening geeft aan dit af en toe nodig te hebben. Is de heer Koning het met de PvdA eens dat men die norm overeind moet laten, Pagina 60 van 74

maar dat men op projectniveau af en toe kan kijken of men die norm los kan laten? Dan kan men af en toe mensen versneld helpen. Echter, dat is wat anders dan het hele beleid om te gooien. 5

De heer Koning kan zich daar wel in vinden. Men moet het op projectniveau aanvliegen. Kijken wat er nodig en mogelijk is. Het mooie is dat, wanneer men die m²-norm ergens kan loslaten, er feitelijk meer woningen toegevoegd kunnen worden. Dus doe het per project en maak inzichtelijk wat het oplevert.

10

De heer Van der Zweth vindt het fijn om dit te horen. Het is voor de partij belangrijk dat het punt overeind blijft. Maar dat men in de noodzaak van nu bij de kwetsbare doelgroep ervan afgeweken kan worden.

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

De heer Koning wil ook dat er gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden om productprocedures te versnellen, zoals door het toe[assen van de Crisis- en herstelwet. Men moet fair zijn naar de inwoners van de stad. Bouwen kost tijd en ruimte. Wil men versnellen met bouwen dan kan de raad niet op iedere slak zout leggen. Spoedig meer huisvesting regelen is van het hoogste belang. Er bestaat ook nog de mogelijkheid om de bestaande woningvoorraad beter te benutten. Door bijvoorbeeld eigen vastgoed in te zetten en door leegstand te benutten. Maar, vooral ook door het splitsen van woningen makkelijker te maken. Graag de toezegging dat voorstellen in deze van het college snel naar de raad toekomen. Voor D66 is het inzetten van permanente huisvesting en het vergroten van de mogelijkheden hiervan belangrijker dan tijdelijke huisvesting. Tijdelijke huisvesting is ook niet goedkoop en ze moeten ook nog eens doorgeplaatst worden, wat ook weer geld kost. Ook komt tot nu toe tijdelijke huisvesting nog niet zo snel van de grond. Dat wel de gedachte erachter. Vorig jaar werd nog aangegeven dat er 2500 tijdelijke woningen zouden komen. Het bleek dat er daarvoor echter nog geen locaties voor in beeld waren. Ondanks de speciaal ingestelde taskforce moet men nu vaststellen dat er maar een fractie van die woningen in beeld is.

Hoe kijkt het college hierop terug? Verder nog de financiële kant van de tijdelijke woningen. Wanneer de gehele ambitie die is beloofd, gerealiseerd zou moeten worden wat zijn dan de totale gemeentelijke kosten? Wat zouden de kosten zijn wanneer die woningen niet doorgeplaatst kunnen worden? De opvang ziet men als laatste oplossing en die is ook nog eens het duurste. Men ziet al een paar maanden van tevoren dat er capaciteit bij moet. Dat zijn dan dure oplossingen. Soms wel meer dan 50.000 euro per jaar per plek. Dat is financieel niet acceptabel. Kan het college toezeggen dat er op dit punt wat meer naar de lange termijn prognoses gekeken wordt? Men weet immers dat het tekort aan doorstroomwoningen zeker tot 2028 nog blijft. De heer Van der Graaf hoort de voorkeur van D66 voor permanente woningen. Toch is het ook waar dat tijdelijke woningen ook een deel van de oplossing zijn. Deelt D66 de mening van de CU dat tijdelijke woningen op de korte termijn echt noodzakelijk zijn? De heer Koning antwoordt bevestigend. Men heeft niet voor niets samen met onder andere de CU een halfjaar geleden die motie ingediend, waarin aangedrongen werd om die 700 à 800 woningen te realiseren. Dat blijkt echter nogal ingewikkeld te zijn met de locaties die destijds in beeld waren. Inmiddels zijn er meer locaties in beeld. Men moet dan ook nu alles op alles gezet worden om dat aantal te halen.

Zo mogelijk nog meer tijdelijke woningen. Het moet wel zo zijn dat er een goede afweging wordt gemaakt met betrekking tot de kosten die ermee gemoeid zijn. Die kosten lijken nogal fors te zijn. De heer Van der Graaf geeft direct toe dat de kosten fors zijn. Echter, tegelijkertijd is duidelijk dat, wanneer men niets doet, de kosten nog forser zijn. Dat zou volgens de heer Koning heel goed kunnen. Opvangplekken zijn ook heel duur. Vandaar ook de vraag wat het zou kosten wanneer men al die 2500 woningen zou realiseren. Wanneer men daar al een plek voor zou kunnen vinden. Spreker vindt dat men ook de ratio moet meewegen. Hoeveel mag een tijdelijke woning eigenlijk kosten. En hoeveel zou het alternatief ervoor, permanente bouw, kosten. Daar moet een goede balans in gevonden worden. De heer Van der Graaf is van mening dat men de kosten van een tijdelijke woning ook mag vergelijken met de kosten van een plek in de opvang of een plek op straat. Pagina 61 van 74

De heer Koning is het hiermee eens.

5

10

15

20

25

30

35

40

Mevrouw Meerding stelt dat de woningnood iedereen raakt. En helaas hebben de kwetsbare doelgroepen in de stad er nog meer last van. Wanneer kwetsbaren niet vanuit de opvang kunnen uitstromen naar een woning raakt de opvang overvol. Dat brengt persoonlijk leed met zich mee en het is nog eens heel duur voor de gemeente. Het is een groot probleem dat moet worden opgelost. Daarom is er in de raad al meer keer over gedebatteerd. Omdat het probleem de afgelopen maanden alleen nog maar groter is geworden, is het noodzakelijk dat er vandaag weer over gesproken wordt. De wethouder stelt vijf maatregelen of treden voor waarmee de huisvesting gerealiseerd kan worden. De VVD steunt alle vijf voorgestelde maatregelen. Maar, er is meer nodig. Dat betekent dat de raad ook keuzes moet durven maken wanneer men snel meer woningen willen bouwen. De VVD denkt daarbij aan het scheppen van extra ruimte door de zelf opgelegde ambities in woningbouwprojecten. Ook kan men ambities schrappen. Daarnaast kan er winst behaald worden door meer locaties aan te wijzen voor tijdelijke woningbouw. Mevrouw Oudejans vraagt aan welke ambities de VVD dan precies denkt bij het schrappen. Mevrouw Meerding denkt daarbij aan de eerder genoemde ambitie van de m²-eis. Dat zou per project moeten gebeuren, geen beleidswijziging. Ander ambities waarin geschrapt kan worden is al toegelicht in het RO-debat dat daarover ging.

De VVD begrijpt dat het bouwen van extra woningen complex is. Men gelooft wel dat de wethouder zijn best ervoor doet. Wanneer men kijkt naar het aantal extra woningen dat de laatste anderhalf jaar is gerealiseerd, dan valt dat extreem tegen. In juli 2022 beloofde de wethouder dat er een taskforce Tijdelijk wonen ingesteld zou worden. Die zou ervoor zorgen dat er tussen 2023 en 2025 ieder jaar 1000 tot 1500 tijdelijke woningen gebouwd zouden worden. Nu blijkt echter dat deze ambitie bij lange na niet gehaald wordt. In de huidige plannen haalt men iets meer dan 1000 woningen in die gehele periode. Dat is extra pijnlijk omdat de belofte om al die tijdelijke woningen te realiseren een ‘goedmakertje’ was voor de zogenaamde versnellingsmaatregel. Het punt dat alle sociale woningen vier weken lang aan statushouders werden toegewezen. Toen werd beloofd dat na het zuur het zoet zou komen. Maar, het zoet komt nog steeds niet. Hoe kijkt de wethouder zelf terug op deze belofte? Had men niet terughoudender moeten zijn met het noemen van aantallen. Dat is het verleden. De VVD wil vooruit kijken naar de toekomst en naar wat men op dit moment kan doen om een en ander bij te sturen. Men kan meer locaties aanwijzen voor tijdelijke woningbouw. Wanneer men tenminste die keuzes durven te maken.

Op dit moment vallen er locaties met potentie af, omdat het college groen bijvoorbeeld belangrijker vindt. Dat is een keuze en de VVD zou die anders maken. Een oproep bij deze om de lijst met locaties nog eens kritisch te bekijken en vaker toch voor tijdelijke woningbouw te kiezen. Tijdelijke bouw heeft nu echt prioriteit. Er is nu een aantal mogelijke oplossingen voor het probleem naar voren gebracht. Er is ook een aantal door het college geopperde maatregelen waar men zich niet in kan vinden. Bijvoorbeeld het ophogen van het percentage van toewijzing aan kwetsbare groepen. De heer Koning vraagt de VVD wat men denkt dat realistisch als haalbare tijdelijke bouw, uitgaande van de oorspronkelijke toezegging van het college.

45

50

55

60

Mevrouw Meerding memoreert dat het ging om een belofte dat die woningen er zouden komen. Men hoopt nog steeds dat die aantallen gehaald gaan worden. Beziet men het meer realistisch, dan is dat doel heel ver uit zicht. De heer Koning is benieuwd of de VVD het met D66 eens is dat, wanneer het aantal niet gehaald wordt, er extra ingezet moet worden op de permanente bouw. Dat daar desnoods ook geld naar toe moet. Mevrouw Meerding brengt naar voren dat het heel mooi zou zijn wanneer men het aantal wel zou halen. Al dan niet met toevoeging van permanente woningbouw. De gemeente heeft onlangs een mooie impuls gekregen vanuit het Rijk om die extra woningen te bouwen. Spreeksterf is wel benieuwd waar het geld anders vandaan moet komen. De financiële situatie van de gemeente is bekend. Zoals al gezegd, men is geen voorstander van het ophogen van het percentage van toewijzing aan kwetsbare doelgroepen. Men is al helemaal geen voorstander van een 100%-toewijzing aan kwetsbare doelgroepen. Ook niet als dit voor een korte periode is. Pagina 62 van 74

5

10

15

De heer Zwanenberg snapt dat de VVD geen fan is van het ophogen van het percentage. Anderzijds geeft de partij wel aan dat er meer moet gebeuren. Maar, die verhoging is bij uitstek iets dat op hele korte termijn verlichting biedt. Alle andere door mevrouw Meerding genoemd kunnen ook wel weer twee à drie jaar duren. Waarom moet men het niet doen, terwijl er pijnlijke keuzes gemaakt moeten worden? Mevrouw Meerding begrijpt dat (tijdelijke) ophoging de snelste manier is om woningen voor kwetsbaren te realiseren. Echter, we maken allemaal keuzes. Daarbij kan men ook aangeven welke keuze eigenlijk te ver gaat. Deze keuze is te pijnlijk om te maken. Daarom is men er niet voor. Tot slot haalt spreekster nog iets anders aan. Dat is ook tijdens de raadsinformatiebijeenkomst al gezegd. De heer Van der Zweth vraagt zich af of de VVD wel de mogelijkheid ziet om corporaties vaker in positie te stellen bij projecten om te kijken of men iets meer woningen kan bouwen of iets meer sociaal om zo iets meer voor de kwetsbare doelgroep te doen.

20

Mevrouw Meerding weet niet wat de heer Van der Zweth exact bedoelt. Gehoord is een hoger percentage sociaal. Maar in het heilige coalitieakkoord staat al 40% sociaal. Men is er geen voorstander van om dat percentage nog verder te verhogen.

25

De heer Van der Zweth bij nieuwe projecten kan men die vraag stellen. Bij projecten die al lopen is er sprake van een ander percentage dan 40%. Wanneer een corporatie in een nieuw project kan instappen en de gemeente kan een beetje meedenken en men zorgt ervoor dat dat de start van de bouw door kan, maar dan wel met meer sociaal. Met een corporatie in positie. Dan doet men ook iets voor de kwetsbare doelgroepen. Staat de VVD daar voor open?

30

Mevrouw Meerding antwoordt dat dit afhankelijk is van de hoogte van het percentage sociale huur. Men vindt 35% een acceptabel percentage. Wanneer bij lopende projecten waar een lager percentage voor geldt, maar waar de ontwikkeling een hoger percentage sociaal toestaat tot 35%, wil de VVD daar wel over meedenken.

35

40

45

50

55

De heer Van der Zweth vindt dit fijn om te horen. Wanneer er projecten zijn waar sociaal op 35% zit, maar het is spannend of men het van de grond krijgt. Wellicht wel met meer sociale huur. En een corporatie stapt in. Wanneer men creatief denkt en niet afgaat op de eerste wensen, is dit dan iets waar de VVD in kan meegaan? De bouw kan starten en het percentage sociaal wordt net wat hoger. Is dat acceptabel? Mevrouw Meerding heeft aangegeven maximaal 35%. Nu probeert men haar toch te overtuigen om weer hoger te gaan zitten. Meer sociaal doet ook iets met de business case. Men kan zich er nu geen project bij voorstellen. Echter, stel dat er echt een project stil ligt, dat nu geen doorgang kan vinden, maar dat mogelijk wel kan doorgaan door het percentage iets op te hogen, dan zegt men niet op voorhand nee. Spreekster komt terug op wat ook tijdens de raadsinformatiebijeenkomst is gezegd, namelijk dat een van de projecten vertraagd is omdat de woningen die besteld zijn uit China moeten komen. Die opmerking verbaasde de fractie nogal. Er worden in Nederland op veel plekken tijdelijke woningen gefabriceerd of waar tijdelijke woningen in de opslag staan. Men begrijpt dat men nu niet meer van een plan kan afwijken, maar heeft het bij het college niet de voorkeur om een volgende keer eerst te kijken naar bestaande tijdelijke woningen die nog ergens staan om die te benutten.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt het college, gegeven het feit dat de rode lijn is gepasseerd en de huidige inzet niet voldoende is, waarom er dan geen raadsbrief ligt waarin het college de raad vraagt om ruimere en/of onorthodoxe kaders om wel te kunnen zorgen voor huisvesting van kwetsbare Utrechters. Graag de toezegging dat die brief er alsnog in december ligt. Als tweede, er was bij EenUtrecht een behoefte aan een analyse van het college op de vraag waar de echte versnellers zitten. Bijvoorbeeld tijdelijk bouwen in het groen. Graag een reactie.

Pagina 63 van 74

De heer Van der Zweth vindt het laatste punt interessant. Ook voor de snelheid. Kan de heer Dijkstra zich voorstellen dat men af en toe zware middelen inzet om het tempo toch voor elkaar te krijgen? 5

10

15

20

25

30

35

40

45

De heer Dijkstra kan zich dat goed voorstellen. Spreker noemt dat onorthodox. Men heeft echter behoefte aan een keuzepalet. Dat wordt gemist. Men zit hier vanavond allerlei dingen te bedenken, maar spreker verwacht van het college een voorzet. Er is sprake van een noodsituatie. Het college moet aangeven welke mogelijke oplossingen er zijn waaruit de raad kan kiezen. Die urgentie wordt gemist. De heer Usla stelt dat de woningnood al langer bekend is. Denk heeft hier altijd al de focus op gericht. Men ziet de urgentie al een lange tijd. De consequenties van de nood zijn onaanvaardbaar. Mouwen opstropen en bouwen. Men moet de kavels optimaal benutten, dus zoveel mogelijk de hoogte ingaan. Er is al vaker aangekaart om te kijken naar leegstaande kantoorpanden. En naar schoolpanden en industriële panden. Graag een toezegging van het college dat de laatst genoemde panden in de overwegingen worden betrokken. Om vervolgens de uitkomsten van de overwegingen samen met de rapportage over de kantoorpanden te delen met de raad. Verder leest men dat een aantal locaties voor tijdelijk wonen niet in aanmerking komen in verband met andere functies zoals groene economie.

Hoe zwaar wegen die belangen en zijn er nog mogelijkheden om ze te heroverwegen in verband met de urgentie van huisvesting? Tot slot sluit spreker zich aan bij het uitgangspunt dat niemand in Utrecht gedwongen zou moeten zijn om op straat te slapen. Iedereen heeft het recht op een dak boven het hoofd. De voorzitter stelt vast dat hiermee de eerste en enige termijn is afgesloten. Het woord is nu aan de vertegenwoordigers van het college om te reageren op wat er gezegd is. Wethouder Schilderman start de beantwoording van de aan haar gestelde vragen. Het gaat over de openbare ruimte, de inzet van waterwegen voor woningen. Op dit moment is er nauwelijks plek op water beschikbaar zijn. Dat heeft te maken met de regels voor ruimtelijke ordening die ook voor het water gelden. De vaarwegen hebben een eigen milieucontour. Kade- en havenplaatsen zijn zeer beperkt. In brede zin ziet men dat vragen die gesteld worden aan het water, klimaat adaptatie, dierenwelzijn, recreatie, sport en dergelijke, alleen maar toenemen. Dat staat op gespannen voet met meer woonboten. Dan een vraag over financiën. Hoe werkt het nou met de business case rondom tijdelijk wonen. Voor de precieze bedragen kan men terecht bij de vak wethouders. Maar als het gaat over hoe het werkt wat betreft de begroting, dan heeft men iets aan de ene kant van de begroting en iets aan de andere kant van de begroting.

Vanuit financieel perspectief ziet spreekster een grote logica om erop in te zetten dat er zo min mogelijk mensen in de opvang zitten. Dat zijn dure plekken. Het is echter geen optie om dit een op een te kunnen verrekenen in de begroting. Er zitten meer mensen in de opvang. Er is een wachtlijst voor de opvang. Wanneer er iemand doorstroomt, is het zeer waarschijnlijk dat de dure opvangplekken door anderen worden opgevuld. Het blijft echter verstandig om in de opvang te investeren. Het is net zoiets als de openbare ruimte waarbij men enerzijds inzet om klimaatverandering tegen te gaan en anderzijds zet men in op klimaatadaptatie. Ook bij de opvang zal men naar beide aspecten moeten kijken. Dan was er nog een financiële vraag over risico’s. De risico’s bij tijdelijke woningen zullen in geprijsd moeten worden in de begroting. Het is wel afhankelijk van wie het risico neemt. Zijn dat derden dan staat het los van de gemeentebegroting.

50

De heer Van der Graaf vraagt om een nadere duiding van het risico. Het gaat de CU hierbij niet alleen om de business case, maar het risico dat er meer kosten ontstaan bij de opvang of meer kosten bij de veiligheid en de zorg die extra nodig is op straat. Moeten die risico’s ook niet ingeboekt worden in de programmabegroting?

55

Wethouder Schilderman antwoordt dat men dit enerzijds al doet. De toegenomen kosten van de toegenomen zorgvraag ziet men al terug in de begroting. Tenminste voor zover men dat kan voorspellen. Dat is ook een van de aanleidingen dat het zo gespannen is in het sociaal domein. Daar nemen de kosten toe. Het is alleen niet een op een te bepalen. Men kent de komende ontwikkelingen ook niet helemaal.

60

Pagina 64 van 74

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

De heer Van der Zweth meldt dat zijn vraag ging over permanente bouw. Dat men nu iets moet voor de bouw van sociale woningen om daarmee later bij de opvang veel minder kosten te hoeven maken. Hoe zorgt men ervoor om het besluit om later kosten te voorkomen nu goed wordt meegenomen wanneer men bij de permanente bouw wat extra’s kan doen? Wethouder Schilderman meldt dat dit punt altijd wordt meegenomen. Echter, ook hiervoor geldt dat het niet een op een kan. Niet alle kwetsbare groepen zitten niet in een opvang die direct onder gemeente valt. De heer Van der Zweth vindt het mooi hoe de wethouder het omschrijft. Gaat de raad dat ook terugzien in de volgende voortgangrapportages? Dat er naar permanente projecten wordt gekeken om te bekijken wat men er echt wat aan kan doen. En dat de raad dan wel kan zien waarom het wel of niet gebeurt. Om er grip op te houden. Uiteindelijk is volgens spreker per persoon de meest voordelige optie. Voor de gemeente ook om dit bij permanente bouw te doen, omdat dit ook de meeste impact heeft voor de meeste mensen. Wethouder Schilderman kan zich voorstellen dat het gesprek sowieso goed is om verder te voeren over hoe de gemeente de raad hierover op de hoogte gaat houden. Het is echter goed om in het achterhoofd te houden dat mensen in de opvang erg duur is.

Dat steekt sterk af tegen permanente bouw waar men vaak met kleine ingrepen grote resultaten kan behalen. Het is goed om te bespreken hoe de raad de voortgangsrapportages wil zien. De aangegeven lijn is een logische. De voorzitter dankt wethouder Schilderman voor haar aanwezigheid en voor de beantwoording van de aan haar gerichte vragen. Dan komt nu wethouder Eerenberg aan het woord via een digitale connectie. Wethouder Eerenberg dankt voor de flexibiliteit dat hij op deze manier aan het debat deel kan nemen. Het onderwerp gaat spreker aan het hart. In staccato langs de vragen. Eerst de 2 miljoen rijksbijdrage. Hoeveel daarvan gaat naar kwetsbare groepen? Er is bewust bij het Rijk een pakket aangevraagd waarin heel veel betaalbare woningen inzitten, iets meer dan 1400. Daarvan zijn er 682 sociaal en midden, omdat doorstroom een belangrijk aspect is. Die woningen gaat men volgend jaar bouwen. Hierdoor ontstaan ook dei 682 woningen. Daarvan gaat afhankelijk van de afspraken in de raad 30% naar kwetsbare groepen. Er is hier heel bewust naar gekeken. Het gaat ook weer om corporatiebezit. Dat is geen toevallige keus. Gevraagd is om te reserveren bij projecten. Binnen het college wordt vaar gesproken over kwetsbare groepen. Alle portefeuillehouders voelen zich daarbij betrokken.

In eerdere debatten is het punt bouwen aan de orde geweest, onder andere bij Utrecht bouwt door, zijn voorbeelden aan de orde geweest. Bij meerdere projecten is gezocht naar het gemengd wonen. Ook is er bij sommige projecten (onder andere Cartesius) echt gekeken of men woningen kon toevoegen. Echter, wanneer men in een bestaand project zonder teveel problemen iets wil toevoegen, dan moet men iets anders laten. Dan worden het of minder woningen in een andere categorie of de woningen worden iets kleiner. Men zal dan met elkaar ook moeten spreken over de pijn die men moet pakken. Volgens de wethouder is het laatste een relatief betrekkelijk begrip. Wanneer men op deze manier relatief snel veel woningen toe kan voegen is dat volgens het college soms de pijn waard. Daarnaast probeert men heel gericht op meerdere plekken in de stad projecten te laten ontstaan die een heel erg sociaal karakter hebben. De vraag over de business case is door collega Schilderman al beantwoord. Dan de vraag over wat er nog meer zou kunnen bij lopende projecten. Hierover zijn al meer debatten gevoerd. Voor spreker is de afweging steeds of men hierdoor het project te veel op de schop wordt gegooid, waardoor er een grote vertraging ontstaat. Dan is het zoiets als het paard achter de wagen spannen. Vooral als het gaat om een getendeerd project gaat. Dan is het ook juridisch kwetsbaar.

Echter, wanneer er meer mogelijk zou zijn dan voorzien, dan zou men het moeten doen. Een voorbeeld is Rotsoord. De corporatie moet er nog wel mee akkoord gaan. Op deze wijze gebeurt het op meer plekken. Dan waren er nog vragen over tijdelijk wonen projecten. Collega De Vries zal hier in zijn algemeenheid op ingaan. Heel van de dilemma’s zijn vergelijkbaar bij al die projecten. In de A12zone waar de gemeente bezit heeft verworven, doet men ook gelijk onderzoek naar de mogelijkheid van tijdelijk wonen. Dan loopt men automatisch aan tegen een dilemma dat het de permanente bouw niet in de weg mag zitten. Wanneer de raad dat niet wil, dan moeten de Pagina 65 van 74

25

tijdelijke woningen er korter staan. Met als gevolg dat de gemeentelijke bijdrage aan die woningen omhoog moet. Het is zeer recent en het onderzoek voor de mogelijkheid van tijdelijk wonen is meteen gestart. Dan de vraag om ‘geen winst’ als spelregel toe te voegen aan het pakket Utrecht bouwt door, de steunverlening aan projecten zodat men tenminste kan starten in deze harde tijden. Er zijn spelregels over overboeken. Of het specifiek mogelijk is om een spelregel toe te voegen dat er geen winst gemaakt mag worden gedurende de eerste vijf jaar na steun, zal de wethouder de raad schriftelijk informeren. De wethouder stelt dit voor omdat heel makkelijk is om te zeggen dat men dit wil doen, maar het is relatief makkelijk om boekhoudkundig de eerste vijf jaar geen winst te maken. Wanneer men het belangrijk vindt dat het maatschappelijk geld een maatschappelijk doel dient, het college vindt dat belangrijk, dan moeten de spelregels zo zijn dat dit getoetst kan worden. In basis is de wethouder het eens met de heer Zwanenberg. Men komt erop terug. Op het punt sneller starten en versnellen van projecten kan dat hand in hand gaan met het verlagen van de m²-norm verwijst de wethouder naar het debat van vorige week. Toen is gezegd dat dit zeker zou kunnen, maar dat men dit op projectbasis zou moeten afwegen, omdat er nog veel gebouwd wordt in de stad.

Dit jaar nog 2400 woningen, waarvan heel veel sociaal. Wanneer die woningen worden aangepast en kleiner worden, is dat eeuwig zonde. Op de vraag naar de mogelijkheid om de eisen op projectniveau aan te passen in relatie tot de betaalbaarheid verwijst de wethouder naar het debat van vorige week. Hiermee volgt men precies de lijn van het college voor de permanente bouw. Mogen procedures wat sneller. Daarmee is de wethouder het eens. Hoe sneller de procedures hoe sneller de woningen er staan. Het eerste kwartaal 2024 komt daar een voorstel voor. Daarbij vast de aantekening dat dit wel iets van zowel raad als college zal vragen. Een snelle doorlooptijd is niet alleen het harder werken voor het college, maar het vraagt ook om een snellere besluitvorming door de raad. Het heeft ook te maken met de participatie in de stad.

30

De voorzitter constateert dat er geen gemiste vragen zijn door de wethouder. Wel is een toezegging gehoord over een brief over de winst na vijf jaar op basis van een vraag van de heer Zwanenberg. Kan de wethouder daar een termijn aanhangen waarmee de toezegging wordt geformaliseerd?

5

10

15

20

35

40

45

50

55

60

Wethouder Eerenberg brengt naar voren dat het gaat om een al gedane toezegging. Die brief komt in het eerste kwartaal over de tweede tranche. Aan die brief wordt informatie toegevoegd over de positiespelregels met betrekking tot het maatschappelijk geld. De voorzitter dankt wethouder Eerenberg. Wethouder Van Hooijdonk is de volgende wethouder die vragen zal beantwoorden. Wethouder Van Hooijdonk begint met wat men doet in de RO-portefeuille voor kwetsbare groepen. Bij de Koningweg is sprake van gebiedsontwikkeling. Daar zijn geen andere bestaande projecten. Daar kijkt men nu vooral naar tijdelijke woningen. Aantallen spelen bij alle afwegingen die men daar moet maken een belangrijke rol. In Overvecht, even los van de tijdelijke locaties, zullen er niet veel kansen zijn om aantallen woningen omhoog te krijgen. Wanneer daar wel sprake van is, gaat het om het omzetten van garageboxen en het uitbuiken. Beide zaken zijn gebeurd. Voor optoppen is nog geen project voorhanden. Er wordt echter wel over gesproken met verschillende partijen. In Overvecht is men ook al aan het nadenken over het lokaal toewijzen. Dan ontstaat er ook lokale doorstroming waardoor er nieuwe plekken vrijkomen. Men moet overigens bij Overvecht wel een beetje uitkijken bij het extra grootschalig toewijzen aan kwetsbare groepen. Dat er meer locaties op de lijst voor tijdelijke woningen onderschrijft de wethouder.

Het is echter makkelijker gezegd dan gedaan. De stad is gewoon vol. Bij alle inventarisaties merkt men dat het gewoon niet of moeilijk lukt. Tegelijkertijd blijft men zoeken naar locaties. Men heeft nog wel weer een locatie in de peiling. Maar wel met twijfel of die kansrijk is. Dan de vraag over de Einsteindreef. Daar wordt nu tijdelijk gewoond. Die vergunning loopt op een gegeven moment af. Daar moet de gemeente dus wat mee. Men is nu daarvoor een soort strategie aan het ontwikkelen waarbij men aan de ene kant die tijdelijkheid nog enige tijd kan voortzetten en waarmee men ook probeert het project de goede richting op te sturen. Dat laatste valt niet mee, omdat men te maken heeft met een eigenaar met eigen opvattingen. Echter, men denkt er bij de strategie wel over na hoe men het project zoveel mogelijk overeenkomstig de gemeentelijke wensen kan inrichten. Naar een maatschappelijk prettige situatie. Pagina 66 van 74

De voorzitter dankt de wethouder voor haar bijdrage en constateert dat er geen sprake is van gemiste vragen. De volgende wethouder, mevrouw Streefland, krijgt het woord. 5

10

15

Wethouder Streefland begint met de vraag of het toewijzingspercentage voor kwetsbare doelgroepen omhoog kan. Of dat tijdelijk zou kunnen en hoe hoog het percentage dan zou moeten zijn. Men kijkt nu naar de mogelijkheden voor 2024. Voor het einde van dit jaar wordt de raad geïnformeerd over de concrete uitwerking van de mogelijkheden. Het gaat natuurlijk om een situatie die men niet heel lang wil hebben. Dat betekent dat men zoekt naar een momentum en een manier waarop men wat met dat toewijzingspercentage kan doen. Ook kijkt men naar waar in de stad men dit zou willen doen. Het punt is ook onderdeel van gespreken met woningcorporaties. Zij voelen zich zeer verantwoordelijk voor leefbare buurten. Het gaat erom hoe men op korte termijn de toewijzingsmogelijkheden kan vergroten. Wanneer dat niet meer nodig is, dan kan men het percentage weer naar beneden bijstellen. De vraag of men die toewijzing tot 100% kan verhogen voor een korte termijn, zoals vorig jaar zomer bij de statushouders, betwijfelt de wethouder. De echte oplossing is natuurlijk de woonvoorraad verhogen. Daarnaast blijft men de druk houden door de toewijzing aan statushouders, omdat dit een wettelijke taak is. Andere groepen komen daar achteraan. Dit maakt de problematiek erg ingewikkeld.

20

De heer Koning denkt dat een deel van het probleem ook zit in het punt wie als urgent of urgenter wordt gelabeld. In het verleden is daar goed over nagedacht. Het is goed vastgelegd in de huisvestingsverordening. Men wil ook graag de doelstelling voor statushouders halen. Het punt urgent is feitelijk de knop om aan te draaien. Hoe ziet de wethouder dit?

25

Wethouder Streefland stelt dat er afspraken bestaan over statushouders, een kwetsbare bijzondere doelgroep. Dan zijn er afspraken over vrouwenopvang en de opvang van kwetsbare jongeren. Echter, wanneer de Wet op de volkshuisvesting er gaat komen, dan blijft het niet bij genoemde groepen. Dan wordt er wettelijk bepaald dat er nog afspraken voor andere doelgroepen toegevoegd moeten worden. In elk geval is op dit moment de problematiek al ingewikkeld genoeg. Waarschijnlijk wordt de problematiek in de toekomst nog complexer.

30

35

De heer Koning geeft aan dat men terughoudend is met eisen om de huisvesting te realiseren. Er is nu een soort geluid dat iedereen binnen de kwetsbare groepen heel belangrijk is. In het verleden zijn er meer keuzes gemaakt. Bijvoorbeeld dat bij een scheiding beide partners een urgentie zouden kunnen krijgen. Dat kan niet meer. Er is dus eerder aan die knop gedraaid. De vraag aan het college is om die knop scherp in het vizier te blijven houden. Niet alleen met voorstellen naar de raad te komen, maar met een inzichtelijke toelichting over welke keuzes de raad zou kunnen maken.

40

Wethouder Streefland brengt direct duidelijkheid op dit punt van het debat. Wanneer er voor groepen verplichtingen staan, dan kan de gemeente daar geen keuzes uit maken. Hoe graag men dat misschien wil, maar het kan niet. Het is een onmogelijke opgave die gevraagd wordt. De raad kan die keuzes evenmin vragen.

45

De heer Koning denkt dat er langs de lijn van de huisvestingsverordening meer mogelijkheden zijn om aan knoppen te draaien en keuzes te maken. Spreker begrijpt waarom het antwoord zo gegeven is.

50

55

60

Wethouder Streefland komt op het punt hoe men de kosten voor de wachtlijst en de investeringen in woningen in de begroting gaat opnemen. Men heeft daarbij de vraag geïnterpreteerd als wachttijd is opvang. Ideeën om het financiële risico op te nemen in de begroting wil men zoveel mogelijk gebruiken om te investeren in de permanente en tijdelijke woningbouw. Het is ook om wat achter de hand te hebben wanneer er extra kosten komen in verband met noodzakelijke extra opvang. Soms geven opvangpartners aan dat er extra kosten nodig zijn in verband met de extra opvang. Meestal heeft de gemeente dan al naar voren gebracht dat die partners dat moeten regelen. Er is een hele grote kostenpost voor opvang. Samen met de partners bekijkt men bijna wekelijks wat er kan en wat er niet kan. Dit is nodig mede in verband met de schaarste van de opvangcapaciteit. Daarbij kijkt men ook naar de mogelijkheid om meer plek te scheppen, bijvoorbeeld door in te dikken. Of, wanneer het mogelijk is, een opvanglocatie langer open te houden, omdat andere ontwikkelingen vertraging hebben. Denk aan de Merwedekanaalzone. Pagina 67 van 74

5

10

15

20

25

30

35

Op dit moment heeft men 30 à 35 buitenslapers in beeld. Daarnaast zijn er ook mensen die in onwenselijke situaties slapen, bijvoorbeeld in de auto. Deze groep heeft men minder goed in beeld. De situatie voor daklozen is onveilig en ongezond. Op de samenleving heeft dit een wisselend effect. Er is echter wel meer overlast op straat. Een deel van deze groep zit ook in de aanpak Offensieve binnenstad. Men kijkt altijd eerst naar een mogelijke opvanglocatie. Afgezien van het punt dat de opvang heel duur is, is het geen echte oplossing. Dat is wonen, een eigen dak boven het hoofd. Dan maakt men de echte kosten, maar dat is wel veel duurzamer. Men kijkt vooruit, maar het is uiteindelijk een woonvraagstuk. De heer Van der Graaf komt even terug op het risico. Wanneer het goed begrepen is, dan ziet de wethouder wel de noodzaak om straks het risico wel in de begroting op te nemen, omdat men met heel veel kosten in de opvang en met daklozen te maken krijgt. Wethouder Streefland antwoord bevestigend. Het gaat wel om een inschatting op basis van de huidige kosten. Dit om te voorkomen dat men op een later moment in de schaarste toch nog iets moet realiseren. Eigenlijk zou men de risicoreservering in relatie tot de treden het liefst willen inzetten voor permanente woningen. Echter, men wil ook vooral voorkomen dat mensen op straat terecht komen.

De voorzitter bedankt de wethouder voor haar bijdrage. Er blijken geen gemiste vragen te zijn. Vervolgens krijgt de laatste wethouder het woord. Wethouder De Vries wil graag eerst een inleiding geven voordat de vragen beantwoord worden. Tijdens die inleiding komt de wethouder terug op veel gestelde vragen. Spreker begint dat men moet werken aan alle treden. Dat is harder nodig dan ooit. Het is ook niet gratis. Er zitten financiële consequenties aan. Met heeft nog een potje Betaalbaar wonen, waar ongeveer acht miljoen euro in zit. Stel dat men tien miljoen euro heeft om te investeren. Hoe verhoudt bedrag zich tot de verschillende treden waarover gesproken is. Stel men gaat het bedrag investeren in permanente woningen en men gaat kijken naar de afgevallen locaties vanuit de SBI (StartBouwImpuls). Dan zou het gaan om ongeveer 1000 woningen, waarvan 580 sociale woningen. Dat wordt over een aantal jaren gespreid gerealiseerd. Denk daarbij een ongeveer zes jaar. Dat kan men doen voor tien miljoen euro. Echter, tegelijkertijd ziet men dat er nu al iets gedaan moet worden. Dat zou kunnen door het plaatsen van tijdelijke woningen. Daarvoor heeft men verschillende opties. Spreker gaat verder met zijn explicatie, waarbij de getallen en de optionele mogelijkheden over elkaar heen buitelen.

40

De heer Koning waardeert de poging van de wethouder om de mogelijkheden inzichtelijk te maken, maar het is onmogelijk om mee te kunnen schrijven en om een en ander te kunnen analyseren. Men heeft de informatie op schrift nodig om er een mening over te kunnen vormen. Dat maakt het lastig om nu hier een debat over te voeren.

45

De voorzitter constateert dat de opmerking van de heer Koning ondersteunt wordt door een groot aantal commissieleden.

50

55

60

Wethouder De Vries kan zich dit best voorstellen. De wethouder zegt toe om de verschillende opties en alles wat daarbij hoort na het debat schriftelijk te zullen aanleveren. Het gaat gedeeltelijk over vragen die in de commissie gesteld zijn. Vragen die gaan over de verhouding tussen permanent en tijdelijk. Men moet aan alle treden nu werken. Maar, het is een complexe materie met veel nieuwe ontwikkelingen. Daarom de toezegging. Bij de huidige locaties voor tijdelijke woningen, waar al wat over is gezegd tijdens de besloten vergadering, zijn veel doorplaatslocaties. Maar ook bij een aantal locaties die al doorgezet zijn, kan men niet verder omdat bijvoorbeeld de woningen nog niet geleverd zijn. Bij Wetering Zuid ligt nog een aantal keuzes voor, bij Page kreeg men in eerste instantie de exploitatie niet rond. Door de rijkssubsidie is dat toch in orde gekomen. Bij Befu zijn de woningen nog niet geleverd. Alles bij elkaar gaat het om een complexe situatie. Door de raad wordt geconstateerd dat de doelstellingen niet gehaald zijn, gevolgd door de vraag wat de oplossing is. Volgens spreker moet men zich tegelijk concentreren op alle vijf de treden. Om de disbalans tussen vraag en aanbod op te lossen. Men heeft nu pas de complexiteit van de bouw van tijdelijke woningen ervaren. De Pagina 68 van 74

5

10

15

20

wethouder heeft de verschillende aspecten die daarbij een rol spelen al aan de raad meegegeven. Voor oplossingen heeft het college ook de raad nodig. Er zijn bijvoorbeeld vorig jaar meerdere bijeenkomsten van college en raad geweest over de verruiming van de verklaring voor geen bedenkingen. Een crisis- en herstelachtige aanpak is nodig bij dit vraagstuk. Dat kan betekenen dat men akkoord kan gaan met bijvoorbeeld een andere kwaliteit van de woningen. Procedures versnellen, al dan niet in relatie tot het participatietraject. Men moet samen op zoek gaan naar de financiële ruimte die men kan gebruiken. Dat heeft men allemaal nodig om tot de uitvoering van de aantallen te komen. De heer Van der Graaf komt terug op die financiële ruimte. Ziet de wethouder een mogelijkheid om uit de spagaat te komen tussen het punt dat men zegt dat de business case niet rond gerekend kan worden en dat doorplaatsing noodzakelijk is. Hoe kan men uit die spagaat komen? Wethouder De Vries antwoordt dat daarvoor de opties nodig zijn die net genoemd zijn. Men heeft geen doorplaatslocaties. Dan moet men overgaan op een andere kwaliteit woningen. Dat kan met corporaties of marktpartijen. Dat doet uiteindelijk ook iets voor de onrendabele top. Dan komt men al een heel eind. Ook in relatie tot het potje betaalbaar wonen, wat men nu nog in beeld heeft voor deze locaties.

Men kan het potje betaalbaar wonen voor deze locaties inzetten hoewel dat wellicht niet het meest ideale scenario is. Maar men moet besluiten ook in relatie tot de subsidie vanuit het Rijk. Dus men gaat akkoord met een lagere kwaliteit woningen. Dat zou de oplossing kunnen zijn. De heer Koning is benieuwd of men een beeld heeft hoeveel tijdelijke woningen via deze constructie te realiseren zijn met de beschikbare middelen.

25

30

35

40

45

50

55

60

Wethouder De Vries geeft aan dat er al een aantal locaties in ontwikkeling zijn, Befu en Page. Voor Befu zijn de woningen al besteld. Die worden in Nederland geproduceerd. Alleen zit er vertraging op. Dat heeft niets met China te maken. De heer Zwanenberg meldt dat de woningcorporatie dit tijdens de laatste raadsinformatiebijeenkomst heeft gezegd. Wethouder De Vries geeft aan dat wat betreft de aantallen, die hebben betrekking op de locaties die al lopen. Voor Wetering Zuid gaat het specifiek over 150 woningen. Dat wil men eigenlijk nu wel direct afhameren. De heer Koning is benieuwd of daarvoor de financiën rond zijn. Wethouder De Vries bevestigt dit positief. Dat kan uit de middelen van Betaalbaar wonen en wanneer men akkoord gaat met een andere kwaliteit dan vanuit het permanent bouwbesluit. De wethouder heeft de raad nodig om op dit project een versnelling te krijgen. Dat men als college de vrijheid krijgen om snel besluiten te kunnen nemen. Zodat dit project door kan gaan. Ook in relatie tot de rijksmiddelen die ervoor bestemd zijn. Dan het punt kostendelersnorm afschaffen of de kostendelerspolis invoeren. De kostendelersnorm was rijksbeleid. Het Rijk heeft de leeftijd voor de kostendelersnorm verhoogd naar 27 jaar. Op dit moment onderzoekt de gemeente de mogelijkheden voor een bonus. En men het kijkt naar een verduidelijking van de wetgeving rond de AOW.

Juist om doorstromen en woningdelen voor ouderen mogelijk te maken. Men komt op dit punt binnen enkele weken terug in het kader van het beter benutten van de bestaande voorraad. Welke maatregelen zijn mogelijk en op welke termijn kan men het invoeren. De heer Van der Zweth gaat ervan uit dat in de brief ook aangegeven zal worden hoe men de kostendelersnorm verder kan afbouwen. Ook al ziet het Rijk dit niet zitten. Kan de wethouder dat toezeggen? Wethouder De Vries geeft aan dat dit niet op die manier toegezegd kan worden. Wat men kan zeggen is dat men naar de raad komt met een notitie over het beter aanpakken van de bestaande voorraad. Daarin staan alle maatregelen die men voor zich ziet. Die maatregelen worden gezet in de tijd, wat op korte, middellange en op lange termijn gedaan kan worden. Maar, verwacht geen enorme aantallen woningen die beschikbaar komen. Pagina 69 van 74

De heer Van der Zweth hoopt dat het college in de notitie kan aangeven hoe men verder gaat met de kostendelersnorm. Anders gaat de PvdA met een motie richting debat komen. Daarover wordt beslist na de notitie. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Wethouder De Vries meldt dat de locatie Wetering Zuid nog vijf jaar beschikbaar is. Daarover is een participatiebijeenkomst geweest met de buurt. Daaruit is de ontwikkeling voortgekomen zoals die nu is. Terugkijkend had men misschien nog meer aantallen kunnen behalen, maar dat zou ook invloed hebben gehad op het draagvlak in de wijk en het doorlopen participatieproces. Men moet ook vooruit kijken. Anders moet men de units mogelijk plaatsen via een gedoogbesluit. De heer Van der Graaf dacht dat er met de buurt geen problemen waren. De plannen van het ziekenhuis hebben toch roet in het eten gegooid. Wethouder De Vries geeft aan dat er met zowel de buurt als later het ziekenhuis problemen waren. In eerste instantie was er een groter stuk grond beschikbaar. Het ziekenhuis heeft toen aangegeven eerder te beginnen met de uitbreiding. Dat maakte dat er een ander stukje grond beschikbaar kwam. Dat had weer invloed op de woningen die men wilde plaatsen. Dat had weer invloed op het participatietraject met de omwonenden. Uiteindelijk is men er met de omwonenden uitgekomen. De heer Van der Graaf vraagt of men als stad in zo’n situatie tegen het ziekenhuis zegt: mooi dat u plannen heeft, maar denk eens even met ons mee. We moeten kijken hoe we dit met elkaar creatief kunnen oplossen. Is dat gesprek gevoerd? Wethouder De Vries antwoordt dat die gesprekken zijn gevoerd.

Bij deze casus had men terugkijkend wellicht grotere aantallen kunnen behalen. Op het beschikbare stukje grond moet de gemeente het project van de grond tillen. Wellicht zou men eventueel nog kunnen verdichten. Dat zou men aan de voorkant kunnen doen met een gedoogbesluit. Met de kanttekening dat omwonenden hun zorg hadden over deze ontwikkeling. Die zorgen zijn niet weg. Bij een gedoogbesluit zouden die zorgen nog wel eens groter kunnen worden. Dan heeft men toch de raad weer nodig om een en ander te kunnen realiseren. Men ziet dat de buurt bij een verdichting en een gedoogbesluit ook weer in verzet komt. De heer Van der Graaf denkt dat er op dat punt raad breed hiervoor draagvlak is. Wat staat er dan nog in de weg? Wethouder De Vries brengt naar voren dat de betreffend locatie geen doorplaatslocatie is. De kwaliteit van de woningen die daar komen moet omlaag. Dan kan men het afhameren. Dat moet zo spoedig mogelijk gebeuren. Ook vanwege het gebruik van de subsidie van het Rijk. De heer Koning is benieuwd op welke basis er bepaald wordt of een locatie een doorplaatslocatie is. De wethouder zegt dat het voor deze plek niet het geval is. Hoe zit dat met de andere locaties? Wethouder De Vries antwoordt dat elke locatie anders is. Men heeft iets gezegd over de opties die er zijn. Bij Befu heeft de gemeente de risico’s op zich genomen.

Voor die locatie geldt een permanent bouwbesluit. De woningen daar gaat men in de toekomst doorplaatsen op een locatie. Daarmee is in basis het risico afgedekt. Maar, dat kan men niet bij elke locatie doen. Om toch op minder locaties te kunnen bouwen is het nodig om de kwaliteit van de woningen te verminderen en om in te zetten op circulair. Dan de leegstaande kantoren. De leegstand in Utrecht is echt laag. In 2022 was dat 4,5%. Dat ligt onder het niveau om de kantorenmarkt goed te laten functioneren. Er zijn wel een paar panden in beeld die eventueel in aanmerking zouden kunnen komen voor de transformatie. Echter, ook hier zijn er weer aspecten die dat moeilijk maakt. Denk daarbij aan leefbaarheid, geluidnormen, lange termijn gebiedsontwikkelingen en dergelijke. Maar men grijpt wel elke kans aan. Op het moment dat iets concreet wordt dan komt de wethouder naar de raad. De heer Zwanenberg brengt de grote leegstand in Hoog Catharijne. Is dat misschien een optie? Wethouder De Vries brengt naar voren dat men het daar al vaker met elkaar over gesproken heeft. Daar is al eerder naar gekeken. Die kantoren moeten getransformeerd worden naar woningen. Dat vereist bepaalde kwaliteiten zoals lichtinval en dergelijke. Dat is op deze locatie Pagina 70 van 74

niet direct te realiseren. Daar is onderzoek naar gedaan en daar heeft men het met elkaar over gesproken. 5

Mevrouw Meerding maakt een punt van orde. Het is 11 uur. Men heeft waardering voor de wethouder dat die elk punt uitgebreid beantwoordt. Gezien de tijd denkt spreekster dat het goed is om iets sneller door de materie te gaan.

10

De voorzitter wilde net bij de wethouder hoeveel tijd hij dacht nog nodig te hebben. Nog veel? Er is afgesproken om niet langer dan tot 11.30 uur door te gaan. De wethouder wordt dus geacht om de nog niet beantwoorde vragen in een hoger tempo te beantwoorden dan tot op dit moment het geval was.

15

20

25

30

35

40

Wethouder De Vries gaat zijn best doen. Dan de stap naar de gesprekken met het Rijk betreffende het doorplaatsen. Het Rijk heeft in deze twee regelingen, een fysieke herplaatsingsgarantie en een financiële herplaatsingsgarantie. Voor de fysieke regeling moet men aantonen dat er binnen die gemeente op grond van de gemeente of van de corporaties geen mogelijkheid is om die woningen te herplaatsen. Gezien de opgave binnen de RSU en de ruimte die de polder Rijnenburg biedt, is de verwachting dat het Rijk de gemeente zal vragen om die woningen binnen de gemeente te herplaatsen. Voor de financiële regeling geldt dat er een reservering moet worden opgenomen in geval er verlies wordt geleden bij de verkoop. Die reservering kan oplopen tot 35.000 euro per woning. In die zin is de regeling niet positief voor de gemeente noch voor de corporaties. Eerder is al aangegeven dat het nodig is om in te zetten op alle treden tegelijk. Wat daarbij helpt is steun van de raad. Steun bij de uitwerking van de motie Huis in de ijskast, snelle procedures, financiële ruimte, ruimte om een ander kwaliteit tijdelijk wonen te kiezen. Over het zelf vastgoed aankopen heeft de wethouder in het begin van zijn betoog al iets gezegd. Woningen op Funda zou iets zijn. Wanneer er kansen zijn, gaat men dat ook zeker doen. Doorplaatsing van tijdelijke woningen buiten de stadsgrenzen lijkt een interessante optie.

De moeilijkheid zit hem in het punt van garantie geven voor een periode van vijftien jaar. Het gaat in de kern om een garantie die men hard moet maken. Dat is bijna niet te realiseren. En ook buiten de stad niet. Maar men blijft er wel gesprekken over voeren met de provincie. De wethouder ziet wel de mogelijkheden, maar ook hier gaat het gesprek weer over garanties. Dan het punt optoppen, woningen op daken plaatsen. Op dit moment is de gemeente met de corporaties in gesprek over in hoeverre zij kansen daarvoor zien. Het is een onderdeel van het plan van aanpak om beter gebruik te maken van de bestaande woningvoorraad. Dat plan komt binnen enkele weken naar de raad. De verwachting is dat het niet om grote aantallen woningen gaat. Ook hier spelen weer mitsen en maren mee. Door aanvullende maatregelen moet er eigenlijk weer geld bij. Het is dus ook een financieel punt dat eronder ligt. Het voormalige casino is al eerder onderzocht in verband met het opvang van tijdelijk wonen. Daaruit kwam naar voren dat het gebouw niet geschikt is om te transformeren. De heer Zwanenberg vraagt of de mogelijkheid voor nieuwbouw op die locatie ook onderzocht is. Het casino zou er oorspronkelijk maar vijf jaar staan.

45

50

55

Wethouder De Vries denkt dat dit meer een vraag is voor de collega RO die al naar huis toe is. Men kan er nu even niet iets specifieks over zeggen. Men neemt het punt wel mee als nieuwe variant. Dan even de reflectie op tijdelijk wonen. Tijdelijk wonen is maar tijdelijk. De bedoeling is dat bewoners doorstromen naar permanente woningen. Met tijdelijke woningen vult men een gat op richting op de grote productie van permanent die er aan komt. Over de woningen op het Befu terrein is al iets gezegd. Die worden in Montfoort gemaakt. Over woongroepen inzetten om meer mensen per project toe te wijzen is twijfelachtig. Het vraagt netto per persoon bijna net zoveel woonruimte als andere oplossingen. De private ruimtes zijn wat kleiner, maar de gedeelde ruimtes zijn weer wat groter. In specifieke gevallen kan het inderdaad wel een toevoeging zijn. Misschien is het een kans bij het verwerven van eigen vastgoed. Bijvoorbeeld voor woongroepen. Het punt neemt men mee. Over het benutten van leegstand is eerder al wat gezegd over kantoren. Men gaat ook met corporaties het gesprek aan over leegstand. Er is al toegezegd dat er met een leegstandsavond met corporaties komen. Dat is in Q2. Pagina 71 van 74

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

Dan de doorstroom bevorderen. Men kan inderdaad wanneer men kijkt naar de huisvestingsverordening de voorrangsregelingen aanpassen waardoor men doorstroom gaat bevorderen en de verhuisketen langer wordt. Wanneer de verhuisketen langer wordt dan betekent dat ook iets voor de aandacht groepen. Met dit punt komt de wethouder terug bij de volgende aanpassing van de huisvestingsverordening medio 2024. Men zou bijvoorbeeld voorrang aan ouderen kunnen geven. Men stimuleert ze ook om naar een ouderenwoning te gaan. Op die manier kan men de verhuisketen verlengen en is er sprake van meer mutaties. Dat is ook goed voor de aandacht groepen die men in de stad wil huisvesten. Vervolgens het punt splitsen. Op welke plekken doet men dat. Kijkt men daarbij naar de leefbaarheid. Er ontstaan daardoor ook meer kleinere wooneenheden. De wethouder neemt het mee in het plan van aanpak voor het beter gebruik van de bestaande woningvoorraad. Men heeft het nu ook met elkaar over sociale woningbouw en het huisvesten van aandacht groepen, dus men gaat hierover ook het gesprek aan met de corporaties. Over de hospitaregeling is ook al iets gezegd. Daarover gaat men huurders ook beter over informeren via een informatiecampagne. Dan de plek voor Buurlanders in Wetering Zuid. Volgens de wethouder moet men eerst de garantie hebben dat die woningen daar gerealiseerd kunnen worden.

Daarna komt bij de Buurlanders. Die zouden daar een goede rol kunnen vervullen. Wanneer er ergens permanente woonprojecten zijn gepland kan men, wanneer er ruimte in de tijd is, daar best tijdelijke woningen gefaseerd plaatsen. In de praktijk pakt het meestal anders uit. Veel locaties voor tijdelijke woningen zijn afgevallen omdat de tijdsperiode te kort is. Dan krijgt men weer geen sluitende business case. Eigenlijk heeft men hiervoor locaties nodig die tien jaar beschikbaar zijn. Mevrouw Oudejans vraagt of de wethouder wel bereid is om met ontwikkelaars die na tien jaar of langer met een project aan de slag te gaan in gesprek te gaan over de mogelijkheden. Wethouder De Vries antwoordt dat men dit nu al doet. Het punt voorzieningen in buurt is een belangrijk punt. Ook bij tijdelijke woningen horen voorzieningen in de buurt. Bij elke te onderzoeken locatie kijkt men daarnaar. Dat neemt men mee in het haalbaarheidsonderzoek. De aanpak van het beter benutten van de bestaande voorraad en het makkelijker maken van splitsen komt in Q4 naar de raad. Mochten daarop aanpassingen nodig zijn dan kunnen die meegenomen worden in de huisvestingsverordening. Dan de vraag hoe het college terugkijkt op het plaatsen van tijdelijke woningen. Het is een moeizaam proces. Men moet alles op alles zetten om de aantallen te halen. Om het tempo erin te houden.

Wat de wethouder daarbij van de raad nodig heeft is ook al eerder benoemd. De vraag naar de kosten van het doorplaatsen van de tijdelijke woningen neemt de wethouder mee in de toegezegde notitie over de verschillende investeringsopties. Dat ontvangt de raad voor het debat. Dan het punt versnelling van toewijzing voor bepaalde groepen. Dit in relatie wat er vorig jaar heeft plaatsgevonden voor statushouders. Terugkijkend gaat het om een aantal zaken. Het huisvesten van statushouders is geen optie of keuze. Het is een opgelegde taakstelling vanuit het Rijk. Vorig jaar is door de actie sterk ingelopen op de taakstelling. Nu neemt de achterstand weer toe. Hoewel de gemeente ervoor gaat zorgen dat dit niet nodig is, kan de provincie op dit punt ingrijpen. De gemeente heeft dus die wettelijke taakstelling. Juist omdat die maatregel nodig was, wilde gemeente onderzoeken hoe men juist extra woningen konden toevoegen. Om de voorraad groter te maken in relatie tot de permanente woningen die eraan komen. Daar wil men de tijdelijke woningen voor inzetten. Inderdaad gaat het realiseren van de aantallen heel moeizaam. Het is een complex gebeuren. Wanneer men dat toe hadden kunnen voorzien, had men het anders ingericht. Die crisis- en herstelachtige aanpak is nodig. Dat zegt dus ook iet over meer kwaliteit van de woningen, iets meer ruimte voor als het gaat over de financiële mogelijkheden.

55

Mevrouw Meerding hoort de wethouder zeggen dat men met de kennis van nu het indertijd anders zou hebben aangepakt. Spreekster vraagt zich toch wel af wat de mensen, die al op de wachtlijst stonden voor sociale huur, daarvoor kopen. Toen is gezegd dat die versnellingsslag even pijn zou doen, maar dat er tijdelijke woningen voor terug zouden komen. Spreekster ziet weinig besef van de belofte die er toen is gedaan.

60

Wethouder De Vries is niet van plan om die belofte te breken. De aantallen zijn nog steeds in beeld. Ook de locaties zijn in beeld. Het gaat alleen langzamer dan men eerder had voorzien. Het Pagina 72 van 74

5

10

15

20

25

30

35

40

is wel belangrijk om te benoemen dat de taakstelling die men heeft, ingevuld moet worden. Dat is versneld gedaan binnen vier weken. Anders had men het over een jaar verspreid. Echter, netto voor de mensen die op de wachtlijst staan, maakt het geen verschil. Die taakstelling is er, alleen heeft de gemeente voor een andere manier gekozen om deze in te vullen. Daarbij is gezegd dat men wil kijken in relatie tot de crisis die er in Ter Apel was, of men iets kon doen rondom het realiseren van tijdelijke woningen en de subsidies die daarbij komen. Die subsidies gebruikt men nog steeds voor de nog lopende locaties. Mevrouw Meerding gaat niet het hele debat opnieuw voeren. Men zit er anders in. Spreekster hoort de wethouder wel zeggen dat het netto geen verschil maakt. Hett probleem is dat destijds die koppeling is gemaakt. Die twee zaken stonden ook samen in de brief, waarbij gezegd is: we doen nu dit en dan krijgen jullie dat. Dat het netto geen verschil maakt, kan spreekster niet berekenen, maar die koppeling had niet gemaakt mogen worden. Nu is het toch duidelijk dat het niet lukt. Wethouder De Vries wet niet of een reactie op wat gezegd is wenselijk is. Het wordt een herhaling. Er is een opmerking gemaakt over de lijst met locaties. Moet men daar nog eens kritisch doorheen lopen of locaties aanwijzen. Dat probeert men ook. Elke kans wordt bekeken. Voor elke is het een afweging.

Soms is het voor groen en een andere keer is het economie. De afwegingen worden niet alleen in het college gemaakt. De raad maakt ook haar afwegingen. De locaties zijn wel in beeld. Nog een punt van EenUtrecht. De raad vraagt om concrete oplossingen. Waarom liggen die er nu nog niet. Al eerder is benoemd dat men inzet op al de vijf treden. Om de disbalans tussen vraag en aanbod te verkleinen. Voor concrete oplossingen heeft men de hulp van de raad nodig. Ook dat is eerder tijdens de behandeling benoemd. De concrete oplossingen zijn voor elke locatie anders en ingewikkeld. Men moet zo spoedig mogelijk keuzes maken over de locaties. Men moet ruimte geven om de business case rond te maken in relatie ook tot bijvoorbeeld de kwaliteit van de woningen. Een uitspraak over de kwaliteit van het permanente bouwbesluit ten opzichte van het tijdelijke bouwbesluit. Een voorbeeld is dat men met marktpartijen in zee gaat in plaats van alleen corporaties als het gaat om die tijdelijke woningen om die woningen eerder te kunnen plaatsen. Het zou helpen wanneer er ruimte en mandaat bij het college ligt. Daarbij hoort ook de mogelijkheid om het percentage te verhogen om kwetsbare personen te huisvesten. Voor permanent geldt een crisis- en herstelachtige aanpak. Over de afweging van belangen over groen en urgentie is al eerder wat over gezegd, De raad kan andere keuzes maken.

De heer Usla merkt op dat het klopt dat hij kantoorpanden heeft aangekaart. Daaraan waren ook school- en industriële panden toegevoegd. Kunnen die panden betrokken worden in de rapportage die met de raad gedeeld wordt? Wethouder De Vries zegt dit toe. De voorzitter vraagt of er nog sprake is van een gemiste vraag.

45

50

55

60

De heer Dijkstra (EenUtrecxht) heeft twee gemiste vragen. Een vraag ging over een analyse van de versnellers op schrift. De tweede vraag ging over een brief van het college waarin men de raad zou vragen op welke plekken men ruimere kaders van de raad nodig heeft. De heer Van der Graaf heeft gevraagd of de rapportage volgens de motie die is afgesproken nog in Q$ komt. Daarbij ook de vraag of die rapportage kan worden uitgebreid, waardoor de raad over al de vier treden een duidelijke monitor krijgt. Wethouder De Vries zegt beide zaken toe. De brief waar de heer Dijkstra om vroeg, komt volgende week. Het door de heer Van der Graaf wordt meegenomen in de bestaande kwartaalrapportage. De heer Van der Graaf stelt vast dat men elk kwartaal een rapportage ontvangt waarin permanent, tijdelijk, opvang en op straat zijn opgenomen. Weten wat er speelt, welke doelstellingen men heeft en wat men eraan doet. Pagina 73 van 74

Wethouder De Vries antwoordt dat dit klopt.

5

Wethouder Streefland meldt dat er nog een vraag voor wethouder Eerenburg was met betrekking tot de Jaarbeurs. Spreekster kan meedelen dat er verkennende gesprekken plaatsvinden voor locaties. De voorzitter denkt dat men hiermee aan het eind is van het debat. Er is een aantal toezeggingen gedaan.

10

De heer Van der Graaf vraagt of de toezeggingen met de raad gedeeld kunnen worden. Dan weet men wat eraan komt.

15

De voorzitter kan zich daarin vinden. Het is goed om de toezeggingen na het debat met elkaar te delen. De voorzitter gaat ervan uit dat dit agendapunt dor agendering een vervolg krijgt in de raad. Zijn er al partijen die daarover iets willen zeggen.

20

De heer Van der Graaf meldt met een paar punten naar de raad te gaan. Wellicht met de kostendelersbonus. Dan met de rapportage van de percentages, maar daarvoor wacht men eerst de brief over dit onderwerp af. Men is blij dat de urgentie wordt gedeeld. Het is toch goed om dit in de raad nog even aan de orde te stellen. Mogelijk komen er drie moties.

25

De heer Van der Zweth denkt dat men met wat moties komen die verband houden met de locaties. Dat is geheim. Wanneer er in de brief niets staat over de kostendelersnorm dan kan men daarover ook een motie verwachten. Dan de leegstand in Hoog Catharijne. Wellicht niet ideaal, maar altijd beter dan op straat slapen. Mevrouw Oudejans komt waarschijnlijk met een motie over het gefaseerd toevoegen van tijdelijke woningen binnen projecten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=497b6b26-c1c4-4673-90ac-80c973b72b08