2023.11.23 Conceptverslag commissie EDVW
Tekst van het document
De filosofie voor de vreedzame wijk is dat betrokkenen met elkaar samenwerken om dingen te realiseren voor de jongere die dat nodig heeft en elkaar niet beconcurreren. Zij zegt dit daar en ook hier. Die dynamiek moet eruit. Zij wil daarin best een extra rol vervullen. Aan de andere kant weet zij ook dat de gemeente stoeit met iemand die heel graag goed werk doet en een buurtinitiatief wil opschalen en daarvoor een plek wil. Dan zoekt het college echt waar zo iemand verder naartoe kan. Het college verankert samenwerking in de subsidieaanvraag en probeert daar ook op te sturen en zij zal zich inzetten om het gesprek daarover beter te voeren. Er is immers voor iedereen plek. De heer Talhaoui (PvdA) vindt het fijn dat dit wordt onderkend en dat er al iets gebeurt. Het klopt dat samenwerking als een voorwaarde wordt gesteld. Maar hij heeft in zijn inbreng gevraagd of de wethouder er b.v. ook op in kan gaan of die samenwerking wordt gemonitord en ervoor kan zorgen dat vooraf die taakverdeling helderder wordt en dat er ook achteraf iets meer duidelijkheid komt. Daardoor wordt voorkomen dat een bewonersinitiatief of iemand die iets goeds wil doen voor de wijk dat niet doet omdat hij niet willen worden overgenomen door een grotere stichting.
Wethouder Streefland antwoordt dat het een soort aanzet is om te helpen verheldering te geven in samenwerking, zodat als iemand dat doet, het beter gaat. Zij wilde dat het zo gemakkelijk was. Er is dan altijd de vraag hoe partijen gaan samenwerken en het moet natuurlijk wederkerig zijn. Misschien helpt het om dat nog steviger te doen, maar het stellen van heel scherpe regels en daarop controleren maakt samenwerking in autonomie niet altijd beter. Het is ook gewoon bij elkaar zitten en kijken wat misgaat en wat nodig is. Soms gaat het er ook over dat iemand denkt dat hij het beter kan dan die andere partij die er nu geld voor krijgt. Ook daarover voert het college het gesprek. De heer Talhaoui (PvdA) is ook op zoek. Wat hij zegt is maar een voorstel. Hij staat open voor alle andere voorstellen. Het gaat iedereen in deze commissie erom dat die samenwerking verbetert en dat die bewoners worden bereikt. Hij heeft geen inzicht in hoe dat op een andere manier zou kunnen. Misschien is het de moeite waard om te onderzoeken wat de gemeente kan doen in die wijk om het echt te laten werken. Al die andere papieren werkelijkheden zijn niet nodig. Het gaat om wat echt werkt voor die mensen in die wijk. Pagina 19 van 74
5
10
15
20
25
30
Wethouder Streefland lijkt het heel goed om dat te onderzoeken. Er is nu een nieuwe procedure voor en er komt een nieuwe programmamanager. Voor haar of hem is dat een heel belangrijke opdracht, maar ook voor haarzelf. Zij beluistert dit en pakt die handschoen op. De heer Talhaoui (PvdA) heeft ook een vraag over systeemfouten in de financiering. Daar komt een perverse prikkel uit voort. Misschien kan er iets in die systemen worden veranderd om te voorkomen dat sommige organisaties als het ware aanjagen op een pot geld waar zij allemaal achteraan zitten. Hij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Wethouder Streefland meent dat het een gegeven is dat, als er ergens geld beschikbaar is, mensen dat geld graag willen hebben om het goede te kunnen doen. Als er een potje is, ontstaat dit gedrag. Zij ziet het veel meer in de onderliggende laag met samenwerken en samen doen in Overvecht en elkaar wat gunnen. Misschien gaat het meer om samenwerking en cultuur. Maar als zij ziet dat er prikkels zitten in het systeem rond de financiering, dan moet het college daar zeker iets aan doen. Zij heeft die echter nog niet gevonden. Als de commissie suggesties heeft, dan hoort zij dat graag, b.v. in een motie. De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft daar wat moeite mee. Hij begrijpt dat het soms kan voelen als concurrentie, maar hij vindt het niet verstandig om het in die hoek te trekken.
Het is immers de overtuiging van de bewonersinitiatieven dat zij dichter bij de doelgroep zitten en het daardoor misschien beter kunnen dan een formele werkinstantie. Is de wethouder ook van mening dat die overtuiging bestaat bij bewonersinitiatieven waardoor zij denken dat zij eerder aan zet zijn? Wethouder Streefland denkt dat dat een heel goede motivatie is om dat werk goed te willen doen. Misschien voelen zij ook dat zij er heel dichtbij zitten. Tijdens raadsinformatiebijeenkomsten heeft zij ook gehoord dat sommige bewonersinitiatieven met heel veel motivatie starten, maar het niet altijd volhouden. Dan is zij blij met de ‘backbone’ van de wat grotere organisaties die kunnen samenwerken, iets kunnen overnemen en iets kunnen stutten. Misschien is het wel zo, maar in de uitwerking en het gedrag leidt het soms tot concurrentie.
35
De heer Dijkstra (EenUtrecht) is blij dat de wethouder dit stapje zet. Bewonersinitiatieven staan wat dichter bij de groep en kunnen wat gemakkelijker een grotere groep vrijwilligers organiseren en kunnen dus effectief en goedkoper werken. Als de wethouder dat met hem eens is, kan het dan niet belangrijk zijn om als wethouder te zeggen dat het college zoveel mogelijk het primaat bij dat soort bewoners-gestuurde initiatieven laat en voorkomt dat die formele wijkinstanties dit gaan overnemen? Is zij bereid zich op die manier uit te spreken?
40
De voorzitter vraagt de leden puntiger te zijn in hun interrupties. Anders raakt de commissie nog verder achter op het tijdsschema.
45
Wethouder Streefland kan zich niet helemaal aansluiten bij het voorstel van de heer Dijkstra. Dat heeft ermee te maken dat het bij bewonersinitiatieven altijd én-én is. Zij is het ermee eens dat zij soms dichter bij de bewoners staan en het op een andere manier kunnen organiseren en dat de gemeente een goede balans moet vinden tussen beide soorten activiteiten. Maar zij ziet ook dat bij de formele organisaties soms topprofessionals zitten. Zij wil die scheidslijn eigenlijk niet maken. Het gaat om elkaar versterken en om het anders doen, maar zij is blij dat zij er allebei zijn.
50
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de wethouder wel de volgorde onderschrijft dat de gemeente eerst de bewonersinitiatieven moet versterken en daarna kan terugvallen op de tweede groep.
55
60
Wethouder Streefland begrijpt dit vanuit het perspectief van de heer Dijkstra heel goed. Zij is blij met én-én. Het zijn sporen die elkaar veel en nadrukkelijk raken. De heer Dekkers (GL) vraagt om een precisering over dit onderwerp. Het lijkt erop dat de wethouder het probleem van de concurrentie vooral neerlegt bij de bewonersinitiatieven. Ziet zij dat ook wel eens bij de grotere, professionele organisaties en kan daar ook wat harder worden gewezen op samenwerking? Pagina 20 van 74
5
10
15
20
25
30
Wethouder Streefland is het daarmee zeer eens. De VVD vraagt of met 030 Office ondernemers nog een stapje verder kunnen worden geholpen. Zij kent het vraagstuk en weet dat zij door moeten. Het is juist de opdracht aan 030 Office om in het netwerk met ondernemers te kijken hoe zij mensen verder kunnen brengen, naar een andere plek, een ander baan of een andere mogelijkheid. Dat is een deel van haar opdracht. De heer Te Hoonte (VVD) is dan benieuwd of het mogelijk is iets verder te kijken dan de wijk. Als spreker het bestemmingsplan leest, heeft hij de indruk dat er in Zuilen nog veel winkelunits leegstaan, terwijl er in Overvecht blijkbaar geen plek is voor een kapper. Is het dan niet mogelijk om een kapper die zijn bedrijf heeft opgezet te leiden naar een andere wijk om daar zijn bedrijf uit te oefenen en om ook een meer actieve rol voor het ‘makelpunt’ mogelijk te maken? Wethouder Streefland vindt het een goed punt, zeker als daar kansen liggen om het ondernemerschap verder te brengen. Zij weet wel dat veel jonge ondernemers uit Overvecht heel graag in Overvecht willen blijven. Het is het zoeken naar een kans om het daar te doen. Over de financiën is al gesproken, het college komt daar zeker op terug. Zij hoopt dat zij genoeg heeft kunnen meedelen over de Omgevingsvisie. Bijstand is in Overvecht hoger dan het gemiddelde van de stad.
Gevraagd werd of de inspanningen daar voldoende zijn. Er wordt hier extra activiteit ingezet door Werk en Inkomen, de Buurtdienst, het UWV en ander partijen in de Werkwinkel, juist om een vermindering te realiseren door inwoners te begeleiden naar werk. Er is de inzet van een extra jobhunter. Ook zet het college extra wijkvoorlichters in. De wijkbewoners worden geïnformeerd over alle hulpkansen richting werk en opleiding. Dat is wat het college probeert te doen. Het is wel echt aanpoten om het niveau omhoog te krijgen. Het geval van het te besteden bedrag voor Bij Jou moet zij uitzoeken, Zij neemt dit in de brief over financiën mee. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat zijn vraag meer specifiek was. In het subsidieregister ziet zijn fractie bepaalde bedragen staan. Zij vraagt zich af of Overvecht dan dat extra pakket krijgt of dat de gemeente betaalt voor iets dat de gemeente voor de rest van de stad ook al besteld had.
55
Wethouder Streefland geeft aan dat de gemeente stedelijke partners heeft die ook in Overvecht zitten. Vanuit Overvecht krijgen die een plus en het college stuurt erop dat die plus werkelijk leidt tot dat waarvoor het die opdracht heeft gegeven. Dat klopt, dat is altijd even een zoektocht. In Overvecht kijkt iemand vanuit het team voor Overvecht samen met de accounthouder vanuit de samenhang tussen Overvecht en de stedelijke deal zowel naar wat stedelijk wordt gedaan als naar wat wordt gedaan in die plus. Dat is dus zo ingericht. Over Bij Jou krijgt zij zojuist het bericht dat dat niet helemaal klopte. Vanuit Overvecht krijgt deze organisatie in 2023 285.000 euro en stedelijk ontvangt zij 7,5 miljoen euro waarvan 10% wordt ingezet in Overvecht. DENK vraagt of de boodschap inhoudelijk goed wordt overgebracht aan de inwoners met een migratieachtergrond. Het college zet in Overvecht expliciet in op andere talen, bijvoorbeeld met de bewoners-verbinders uit Werk en Inkomen die verscheidene talen spreken. Er zijn wijkvoorlichters en folders in verscheidene talen, zoals een folder in andere talen over de energiecrisis. Ook voor mensen met weinig geld zijn er publicaties in verscheidene talen zodat zij weten waar de informatie te vinden is. Het college kijkt in Overvecht juist naar mensen vanuit de eigen organisatie en uit die van de partners die meerdere talen kennen.
Doorstroming in de wooncarrière heeft expliciet de aandacht in de Omgevingsvisie. Wethouder Van Hooijdonk komt daar later op terug. De gemeente bouwt voor de Overvechters en voor de woningvraag uit de stad. Zij is ook benieuwd naar de resultaten van het woonwensenonderzoek. Dat is door het platvorm aangezwengeld en het college heeft dat mede gefinancierd vanuit Samen voor Overvecht. Verder heeft DENK zorgen over het invoeren van betaald parkeren. Op dit moment wordt een regeling uitgewerkt voor de tegemoetkoming voor lage inkomens, gekoppeld aan de U-pas. Bij het debat over het invoeren van betaald parkeren is dat afgesproken. Wat betreft de schimmelwoningen wijst zij erop dat de corporaties hard bezig zijn om hun woningen te renoveren, juist in Overvecht. De schimmelwoning waar de heer Usta op doelde is waarschijnlijk die aan de Hanoidreef. Die woningen worden nu gerenoveerd. Zij hoopt van harte dat daar dan in elk geval het schimmelprobleem weg is. De gemeente krijgt ook een schimmelexpert, wethouder De Vries weet daar meer van.
60
De heer Usta (DENK) reageert op het punt schimmelwoningen. Natuurlijk wordt eraan gewerkt en, als dit wordt geconstateerd, wordt de schimmel weggehaald. Maar zijn vraag was juist hoe dit kan worden voorkomen zodat de bewoners zich daar geen zorgen over hoeven te maken en de gemeente daarvoor geen kosten hoeft te maken.
35
40
45
50
Pagina 21 van 74
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Wethouder Streefland merkt op dat er hierover een uitgebreide discussie is geweest met haar collega-wethouder Wonen. Dat geldt dus ook voor Overvecht. Het gaat hier om goed renoveren., goed doorluchten, maar ook om goed gebruik. In woningen waar heel veel natte was wordt opgehangen heeft dat ook invloed. Soms heeft het te maken met persoonlijk handelen, maar heel vaak is het ook de ouderdom van de woning zelf. Wethouder De Vries zet hier flink op in. VOLT ging in op de voortgangsrapportage. Spreekster en haar medewerkers proberen zo concreet mogelijk aan te geven wat zij doen en wat dat oplevert. Het zit mogelijk meer in het hoofd dan dat de samenhang van de ambities goed zichtbaar is. Zij hebben ernaar gekeken en koppelen de rapportage aan de vijf ambities. Zij zeggen wat zij doen, ook in verbinding met de anderen om het zo concreet mogelijk te maken. Maar als er feedback is om de rapportage niet alleen nog leesbaarder te maken, maar ook om er meer die samenhang in te krijgen, dan is die welkom. Elk jaar is het een zoektocht om het nog beter over het voetlicht te krijgen. Verder pleit VOLT ervoor om zich voor Overvecht aan te sluiten bij het initiatief Gewoongeld geven van het Kansfonds. Daarover zegt spreekster hetzelfde als over de voorschotten voor educatie alleen in deze wijk en niet overal.
Zijzelf vindt dit moeilijk omdat iemand in Overvecht dan wel geld krijgt en iemand die aan de andere kant van het water in Zuilen woont niet. Het college probeert nu steeds zoveel mogelijk dicht bij mensen te vertellen hoe het werkt en ze daarbij te ondersteunen. Er is wel een gesprek met het Kansfonds over de vraag hoe fondsen een bijdrage kunnen leveren aan het armoedebeleid. Eenvoud is zeker een van de middelen. De beste oplossing is echt een eenvoudiger belastingsysteem. Zij kent één partij die daar wat ideeën over heeft. Mevrouw Van der Wilt (D66) vindt het toch wel een beetje te gemakkelijk. Er wordt gezegd dat het niet mogelijk is om het in de ene wijk wel te doen en in de andere niet. Maar sociaal renoveren doet de gemeente volgens haar ook alleen in Overvecht en niet ergens anders. De gemeente ziet toch dat het ergens erger is en waarom zou daar dan niet de focus op mogen worden gericht? Volgens wethouder Streefland is dit precies de discussie over ongelijk investeren voor gelijke kansen dan wel over waarom mag iemand dit ergens wel doen en elders niet. Bij sociaal renoveren is het hier begonnen, maar hier is een ‘plekkanscoalitie’: er moet iets worden gebouwd en dat is de aanleiding om te renoveren om vervolgens die aanpak er overheen te doen.
Maar bij een project als bijvoorbeeld VE voor kinderen van twee en een halfjaar jaar dat de gemeente probeert overal in de stad in te voeren is het voor haar niet zo dat dit wel geldt voor iemand met armoede in Overvecht, die zij de voordelen overigens echt gunt, en niet voor iemand anders. Dat vindt zij ongemakkelijk. Mevrouw Van der Wilt (D66) begrijpt het ongemak van de wethouder. Maar in het debat over VE zei een andere collegewoordvoerder dat er helaas niets meer bij kan, terwijl er zoveel geld is voor subsidies voor Perspectief voor Jeugd Versterken. Dan begrijpt zij niet dat het college niet zegt dat dit het grootste probleem is en dat het daar extra geld aan geeft zodat de gemeente die kinderen vooruit kan helpen. Wethouder Streefland zet uiteen dat er bij Perspectief voor Jeugd Versterken heel veel facetten zijn. Dan zouden raad en college moeten zeggen dat zij die andere dingen niet doen en dat zij het geld hierin gaan investeren. Dan kan de gemeente op een aantal VE-plekken kinderen al helpen als zij twee jaar zijn in plaats van als zij twee en een half jaar zijn. Over een dergelijke overweging kan worden nagedacht. Voor dit jaar is dat wel wat lastig. Maar het heeft consequenties: als de gemeente iets doet voor een bepaalde categorie, doet zij iets anders voor jeugd en jongeren niet. Die dilemma’s spelen hierbij wel.
Dan is er nog een stedelijk dilemma dat dit kan worden gedaan voor bepaalde locaties in Overvecht waar VE wordt vervroegd en meer uren krijgt. Dat kan, zij vindt het niet een ondenkbaar onderwerp. Maar dan moet wel goed in kaart worden gebracht hoeveel dat kost en of er mensen zijn om dat te doen, wat dat betekent voor de kinderopvang waar de gemeente dat niet doet en wat dat betekent voor wijken waar dat ook niet kan. Dat is een politiek dilemma waarin raad en college een keuze moeten maken. Zij meent dat zij in het debat al antwoord heeft gegeven op de vraag van EenUtrecht over gemeenschapskracht en de vraag of bewonersinitiatieven voorrang hebben boven andere. Zij zegt allebei. Maar het punt van de heer Dijkstra was ook het doorgroeien naar een professionele organisatie. Dat hoeft niet per se een doel op zich te zijn. Zij ziet wel dat het soms een vraag is die gaat komen. Het zou zo moeten zijn dat mensen goede dingen willen doen voor de stad. Maar zij weet van verschillende organisaties dat, als die vraag er is, er altijd weer moet worden gekeken hoe dat dan kan. Vaak is het ook een Pagina 22 van 74
5
fysieke vraag: de plek, de locatie. Buurtinitiatieven kunnen niet heel veel huur betalen. De gemeente zoekt zich ongelukkig in Overvecht naar fysieke plekken voor mensen die hun activiteit willen uitbreiden. Doorgroeien is geen doel op zich, het gaat om ruimte bieden en faciliteiten in samenwerking met stedelijke partners. Het college zoekt altijd naar mogelijkheden voor verdere stabiliteit. Zij weet ook om welke organisaties het gaat. De voorzitter vraagt of er niet beantwoorde vragen zijn.
10
15
De heer Talhaoui (PvdA) miste het antwoord op zijn vraag over de accounthouders. Zijn vraag was of die ook in de wijk kunnen zitten om een maximale bereikbaarheid te krijgen en om contacten in de wijk op te bouwen. De heer Usta (DENK) betwijfelt of zijn vraag is beantwoord. Die vraag was hoe jongeren vroegtijdig maatwerkeducatie en bijles kan worden geboden. Waarschijnlijk is zij wel beantwoord. Hij heeft daarover wel een opmerking. Hij ondersteunt wat verscheidene fracties hebben gezegd. Volgens de voorzitter is deze vraag beantwoord. De heer Usta kan zijn opmerking in privétijd aan de wethouder kenbaar maken.
20
De heer Usta (DENK) houdt het dan in verband met de tijd kort. De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat zijn tweede vraag niet is beantwoord. Die ging over het expliciet toevoegen als een apart aandachtspunt.
25
30
35
40
45
50
55
60
De heer Dekkers (GL) merkt op dat de wethouder wel in het algemeen is ingegaan op de Omgevingsvisie in relatie tot Overvecht. Hij had echter een specifieke vraag. Als de Omgevingsvisie er is, komt er een ontwikkelstrategie om die te realiseren. Gaat de wethouder die ontwikkelstrategie en Samen voor Overvecht op elkaar afstemmen zodat het gebied fysiek en sociaal tegelijk kan worden aangepakt? Mevrouw Van der Wilt (D66) had een vraag gesteld die voor een deel is beantwoord richting PvdA. De vraag was of bij het met de organisaties om tafel gaan ook echt concrete doelen worden gesteld voor wat bereikt moet worden voor de jongeren. Het moet niet alleen maar worden dat er iets voor jongeren wordt gedaan, maar het gaat erom dat doelen worden gesteld waarover partijen elkaar kunnen bevragen. Wethouder Streefland brengt naar voren dat op dit moment het model voor de accounthouders in de wijk, bijvoorbeeld voor DOCK of voor Bij Jou, is dat iemand van de gemeente samen met de accounthouder en de organisaties in de wijk zit om te zien hoe het gaat en wat die Overvechtse pluis is en wat het algemene deel is. Maar volgens haar is de vraag breder, namelijk hoe wordt het accounthouderschap ingericht en hoe heeft deze persoon in zijn haarvaten en in zijn gevoel kennis van wat er in de wijk gebeurt.
Als het gaat over accounthouderschap en het sturen daarop, dan is dat wel een ander onderwerp en een onderwerp dat raad en college goed bij de kop moeten pakken. Het gaat immers over sturing. Het gaat niet alleen over partnership, maar ook over wederkerig rekenschap en over zien en weten wat er speelt. Zij adviseert de commissie om dat goed te adresseren. De vraag van DENK was al beantwoord. Zij is niet voor het voorstel van Bij1 om een extra ambitie toe te voegen. Het college heeft met alle partners in de stad deze ambities op de inhoud beoordeeld. Bewonersinitiatieven zijn een middel om iets te bereiken. Zij is het ermee eens dat het een belangrijk middel is, maar zij zou het niet als een aparte inhoudelijke ambitie willen zien. Het is geen doel op zich en dus geen aparte ambitie. De vraag van GL over afstemming op elkaar van de ontwikkelstrategie en Samen voor Overvecht beantwoordt zij met ja. Zij begrijpt heel goed dat het over veilig en sociaal gaat. Die Omgevingsvisie is ook echt onderdeel van ambitie 1. Zij werkt hierbij nauw samen met haar collega. Zij zal ook waarborgen voor wie wordt gebouwd. Is dit voor de Overvechter die zich hier thuis voelt? Gaat hier dan dat gemengd wonen beter plaatsvinden? Het college wil concrete doelen.
Als het een opdracht verleent aan een bewonersinitiatief of iets anders, dan is altijd de vraag wat zij gaan doen, welke doelen zij stellen en hoe zij denken deze te realiseren. Dat stelt de gemeente eigenlijk altijd in de opdrachtverlening met hen vast. De accounthouder of het team Overvecht stuurt er dan op dat het doel wordt gerealiseerd. Zo is dat in de werkwijze verankerd. Pagina 23 van 74
De voorzitter stelt vast dat de commissie de eerste termijn en de beantwoording heeft gehad. Er is een aantal toezeggingen gedaan. 5
10
15
20
25
Mevrouw De Vos deelt mee dat één concrete toezegging is gedaan. Dat is de raadsbrief over sturing en financiën die in Q1 van 2024 komt. De voorzitter heeft gezien dat er behoorlijk wat agenderende fracties zijn geweest. Hij vraagt zich af of zij met de bespreking in deze commissie hun doel hebben bereikt of dat zij deze raadsbrief in de raad willen behandelen en zo nodig een motie willen indienen. De heer Dijkstra (CDA) deelt namens zijn collega Van Steeg mee dat zijn fractie een motie over verkeersveiligheid overweegt. Mevrouw Van der Wilt (D66) geeft aan dat haar fractie zeker mee zal agenderen. Zij zal komen met moties gericht op aandacht voor jongeren en de urgentie daarvan, ook in de besteding van middelen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) doet graag mee. Zijn fractie komt met een motie om een zesde ambitie toe te voegen, versterking van de gemeenschapskracht. De heer Usta (DENK) overweegt een motie over maatwerk voor jongeren. De heer Talhaoui (PvdA) denkt nog na over een motie over alles dat te maken heeft met het omdraaien van financiering, onderzoek, etc. De voorzitter ziet dat de wethouder nog iets wil zeggen ,wellicht ter voorkoming van moties.
30
Wethouder Streefland gaat het niet per se daarom. De commissie krijgt in Q1 van 2024 een brief over sturing en financiering. Zij vraagt zich af of het verstandig is om dit onderwerp te agenderen voor na die brief of juist daarvoor. Haar maakt het niet uit, maar zij legt het ter overweging bij de commissie neer.
35
Mevrouw Van der Wilt (D66) kan zich voorstellen dat dit per fractie verschilt, maar haar insteek om dit nu al te bespreken is dat zij juist richting wil geven aan wat het college gaat rapporteren in die brief en op welke manier dit terugkomt. Zij zou het graag in december 2023 bespreken, maar anderen zouden een andere reden kunnen hebben. De heer Dijkstra (EenUtrecht) sluit zich hierbij aan.
40
De voorzitter sluit dit agendapunt. De voorzitter schorst de vergadering om 14.52 uur en heropent deze om 14.54 uur.
45
50
55
60
9. Aanpakken zwerfafval en bijplaatsingen ondergrondse afvalcontainers De voorzitter heet wethouder Schilderman welkom. Mevrouw De Vos wordt bij dit agendapunt vervangen door de heer Lok, commissiegriffier. Voor dit agendapunt is de behandeltijd 60 minuten. Hij vraagt de leden om hun inbreng en hun interrupties echt puntig te houden, zodat de commissie misschien een klein beetje tijdwinst kan maken. Het bijplaatsen van zwerfafval bij ondergrondse afvalcontainers is een hardnekkig probleem in Utrecht. In de Voortgang aanpak hotspots hebben de commissieleden kunnen lezen dat het college de aanpak intensiveert. De bewoners van Kanaleneiland en Overvecht geven aan niet veel te merken van de aanpak. De agenderende fracties willen hierover debatteren. Er is één termijn voor dit agendapunt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) brengt naar voren dat voor veel Kanaleneilanders en Overvechters het zwerfafval een van de grootste ergernissen in hun wijk is. Erkent de wethouder dat daarom deze rotzooi op straat de allerhoogste prioriteit verdient en dus zo nodig meer budget dan er tot nu toe voor is gereserveerd? Er is nu een nieuw ophaalsysteem met ondergrondse afvalcontainers. Sinds de invoering daarvan vanaf 2015 is ook de overlast van het plaatsen van zwerfaval, grofvuil op straat, in een aantal wijken ernstig toegenomen. Het een heeft met het ander te maken. Pagina 24 van 74
5
Daarom stelt hij de volgende, cruciale vragen aan de wethouder. Heeft de gemeente mogelijk bij de invoering van het nieuwe systeem met ondergrondse afvalcontainers onderschat dat zij tegelijkertijd ook flink moet investeren in allerlei zaken eromheen, ook in sociaal opzicht, opdat het systeem goed werkt? De volgende vraag is of de wethouder erkent dat de manier waarop het nieuwe systeem nu is ingevoerd inderdaad de cruciale veroorzaker is van wat nu in sommige wijken buiten aan hoeveelheden afval te zien is.
10
De heer Vasters (D66) merkt op dat D66 net als EenUtrecht de problematiek zeker erkent. Hij is benieuwd naar de door de heer Dijkstra genoemde toename van dit afval in de afgelopen jaren. Sprekers fractie heeft naar de cijfers daarover gekeken. Kan de heer Dijkstra zijn stelling onderbouwen met cijfers of is het meer een gevoel op basis van opmerkingen van de bewoners?
15
De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft geen cijfers daarover. Maar gelukkig zijn er bewoners die uit eigen ervaring weten hoe het tien, acht en zes jaar terug was. Met name in Overvecht en op het Kanaleneiland, maar ook in Zuilen en andere buurten wordt duidelijk ervaren dat het nieuwe systeem heeft geleid tot meer zwerfafval. Het is goed om dat met elkaar te onderkennen.
20
25
30
35
De heer Vasters (D66) wil het zeker niet bagatelliseren. Het probleem is er, maar hij heeft niet de indruk dat het meer is geworden. Wel vergt het een aanpak. Maar hij heeft niet de indruk dat het nu ineens zoveel meer is dan drie of vier jaar geleden. De heer Dijkstra (EenUtrecht) begrijpt de vraagsteller nu beter. Het is niet zo dat het probleem in de afgelopen twee jaar voortdurend blijft toenemen. Het is een hardnekkig probleem dat heel erg samenhangt met de invoering van dat nieuwe ondergrondse systeem. Dat punt wil hij maken zodat de commissie dat onderkent. Vandaar zijn vraag of dat misschien is onderschat. Het is niet zo dat er tien of vijftien jaar geleden ook al vreselijk veel afval was. Het gebeurde toen ook, maar het nieuwe systeem heeft daar heel veel effect gehad. De voorzitter vraagt de heer Dijkstra zijn antwoorden korter te maken. De heer Dijkstra (CDA) hoort de vraag of de gemeente niet iets te ambitieus is geweest en of de heer Dijkstra daar een reflectie kan krijgen. Heeft dit niet te maken met een stukje opvoeding en is het niet alleen een kwestie van handhaven, maar ook van een goede communicatie richting bewoners en hen wijzen op hun verantwoordelijkheid? Of wordt ook hier gezegd dat vroeger alles beter was en dat toen zakken gewoon op straat konden worden gezet?
40
De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft niet gezegd dat per definitie vroeger alles beter was. De gemeente heeft bewust voor een nieuw systeem gekozen waar een voordeel aan zit, maar misschien heeft de gemeente onderschat dat de invoering van een nieuw systeem heel veel vraagt van het introduceren van dat systeem bij omwonenden en dat het iets anders vraagt dan wat omwonenden daarvoor gewend waren te doen. Er wordt al heel veel gedaan aan opvoeding en voorlichting. De vraag vanmiddag is wat de gemeente extra kan doen om het goed te laten werken.
45
De heer Dijkstra (CDA) vraagt wat EenUtrecht denkt van meer handhaven en ervoor zorgen dat mensen dit niet meer doen.
50
55
De heer Dijkstra (EenUtrecht) wilde daar juist op ingaan. Uit de gesprekken van zijn fractie met de bewoners van Overvecht en van het Kanaleneiland komt naar voren dat daar het gevoel bestaat dat het probleem zich maar niet oplost en dat het hardnekkig voortduurt. Misschien herkent de wethouder dat ook. Bij de bewoners bestaat ook wel het beeld dat er een trendbreuk nodig is en dat het misschien even totaal anders moeten worden gedaan. Hij zegt erbij dat dat om extra geld vraagt. De bewoners hebben ook het gevoel dat de gemeente nu aan zet is. Er kan niet voortdurend meer worden gevraagd van alleen de bewoners. Hij vraagt of de wethouder het hiermee eens is en of zij bereid is om een onorthodox voorstel te doen dat mogelijk tijdelijk meer budget vraagt. De voorzitter geeft de heer Dijkstra (CDA) het woord en vraagt hem om een goede interruptie.
60
Volgens de heer Dijkstra (CDA) bepalen de leden zelf of hun interrupties wel of niet goed zijn. Pagina 25 van 74
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De voorzitter begrijpt dat, maar hij probeert een beetje vaart te maken omdat er zoveel interrupties zijn en omdat de commissie het vorige agendapunt zo uitgebreid heeft besproken. Hij hoopt dat de commissie daar wat gevoel voor kan hebben. De heer Dijkstra (CDA) vraagt of EenUtrecht concreter kan worden. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat zijn naamgenoot hem weer iets te snel af is. Samen met een aantal direct betrokken bewoners komt spreker met vijf voorstellen: 1. Geef bewoners een grotere rol en maak ze dus eigenaar van de container; zij hebben een prikker en een sleutel, maar zij zijn geen eigenaar. Dit betekent dat, als zij vinden dat de container moet opschuiven voor een beter sociaal toezicht, dit ook moet kunnen en dat zij ook invloed krijgen op de vier volgende punten. 2. Maak containers mooier, maak er containertuinen van en probeer dit op enkele hotspot-locaties uit, zodat zij een voorbeeld kunnen zijn voor andere wijken. 3. Doe inderdaad een pilot, zoals dat wat nu in Overvecht gaat starten, maar maak het niet heel klein en niet één keer in de maand zoals Stadsreiniging suggereert, maar probeer een vaste ophaaldag voor grof vuil, mogelijk wekelijks. 4. Experimenteer met een slimmere container met een grotere, soepele opening en een sensor die alleen meet of de container bijna vol is. 5.
ga meer handhaven, bijvoorbeeld door het melden gemakkelijker te maken met een vast nummer, door afvaltoeristen nog zwaarder te beboeten en dat ook met een bord ter plekke aan te kondigen, door bewoners de mogelijkheid te bieden om anoniem aangifte te doen in een eigen app-groep met de handhaver (vooral de boa en niet de politie) of door een camera te plaatsen, als omwonenden daarom vragen. Spreker vraagt de wethouder of zij bereid is deze vijf punten actiever op te pakken in een vernieuwde aanpak en zo nee, waarom niet. De heer Vasters (D66) vindt het interessante punten. Hij gaat in op het punt handhaving. Er wordt al veel gedaan en handhavers worden ingeschakeld om te kijken of er iets aan de hand is. Hij vraagt zich af of het voorstel om bewoners zelf veel meer de mogelijkheid te geven om een melding te maken niet zal leiden tot een heel grote handhavingscapaciteit in de stad. Nu kan er een melding worden gedaan bij een bijplaatsing en dat gebeurt volop. Als handhaving elke keer langs moet gaan, wordt het wel een heel dure kwestie. Volgens de heer Dijkstra (EenUtrecht) gaat het om twee dingen. Als wordt gemeld dat er iets staat, komt er geen handhaver, maar dan komt er een karretje dat het afval ophaalt. Handhavers zijn er en soms vinden zij een adres en kunnen zij ingrijpen. Dan wordt er een boete uitgedeeld. Handhavers rijden nu ook mee op de wagens.
Zij rijden de hele dag mee en delen geen boetes uit omdat het gewoon ongericht handhaven is. Dat vindt niet iedereen prettig. Zijn fractie pleit ervoor om veel nadrukkelijker met omwonenden na te gaan wat voor soort handhaving mogelijk is. Dat kan een camera zijn, het kan een app-groep zijn, maar het is wel nodig. Bewoners roepen om meer te doen aan handhaving. De heer Vasters (D66) is zelf meegegaan met iemand die die bijplaatsingen ophaalt. Het beeld van handhavers die meegaan en helemaal geen boetes uitdelen herkent hij niet. Die handhavers zijn druk aan het kijken wat er aan de hand is en zullen aan het einde van de dag echt wel een aantal boetes hebben uitgedeeld. Hij gaat echt in tegen de stelling dat zij geen boetes uitdelen. De heer Dijkstra geeft aan dat mensen een melding kunnen doen en dat handhaving dan moet komen. Er is een bijplaatsing en iemand meldt dat. Wanneer zou dan een inwoner gewoon een melding doen en handhaving daarbij willen hebben om op te treden tegen een bijplaatsing? Hij begrijpt het nog niet helemaal. De heer Dijkstra (EenUtrecht) nuanceert zijn eerdere stelling. Natuurlijk worden er, wanneer een handhaver meerijdt op een wagen, ook wel boetes uitgedeeld. Maar het is niet erg effectief.
Het zou veel fijner zijn, als de handhaver gericht ergens op af kan gaan, bijvoorbeeld als bewoners een melding kunnen doen met een foto en die in de app-groep delen. Dat is meer gericht handhaven. Spreker schrijft niet voor hoe dat precies moet, Zijn eerste punt was ook: maak bewoners eigenaar van twee of drie containers en ga met hen goed na hoe handhaving wordt ingezet. Als hij met mensen spreekt, komen zij met verschillende soorten voorstellen, maar doe Pagina 26 van 74
het vooral ter plekke met een groep omwonenden. Het moet in ieder geval gebeuren. Hij heeft een aantal manieren genoemd om dat effectiever te doen. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Mevrouw Heijne (GL) komt terug op het eerste punt van de heer Dijkstra. Hij wil de bewoners meer eigenaar maken van de container. Nu is er al een voorstel om bewoners juist een container te laten adopteren. Wat is nu precies het verschil? Legt de heer Dijkstra dan niet een heel zware verantwoordelijkheid bij de bewoners? De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dit een geweldige vraag. Hier draait het om. Die containeradoptant krijgt een sleutel en kan dus, als die container vastzit, de inhoud even doordrukken. Hij is dus eigenlijk een assistent-ambtenaar die er voor zorgt dat de boel weer doorloopt, maar hij is er geen eigenaar van. Hij vindt het fijn om dit te doen en hij woont in de buurt. Er is er een aantal van, maar storm loopt het niet. Zijn fractie denkt dat, als de gemeente deze mensen eigenaar van die container maakt, de mensen het gevoel hebben dat die container van hen is en bij hen hoort. Die willen zij goed en netjes houden. Misschien nemen zij het initiatief om een containertuin aan te leggen en om, als die container verkeerd staat, voor te stellen die container iets op te schuiven. Dat is het verschil met de huidige containeradoptant. De voorzitter wijst de heer Dijkstra erop dat hij te langdradig is. Hij verzoekt hem om het echt veel korter te houden, zonder bijzinnen en voorbeelden, en gewoon antwoord te geven op een vraag.
Mevrouw Heijne (GL) merkt op dat de heer Dijkstra in het begin van zijn betoog zei dat er te veel op de schouders van de bewoners wordt gelegd. Nu hoort zij dat hij meer verantwoordelijkheid bij de bewoners wil leggen. Waar gaat het nu naartoe? De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat hij het eerste heeft gezegd om ervoor te pleiten dat er meer geld beschikbaar komt. Dit gaat niet zonder dat er wat geld bijkomt. De gemeente moet voor een aantal dingen zelf het initiatief nemen. Zij moet bijvoorbeeld bij een aantal containertuinen het voorbeeld laten zien. Daarna worden die voorbeelden gemakkelijker gevolgd omdat mensen zien dat het een trendbreuk is. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat in januari 2023 mede door de heer Dijkstra schriftelijke vragen zijn gesteld over het aanleggen van containertuintjes. Er zijn vele mogelijkheden geboden waaronder dat kan, bijvoorbeeld met het Initiatievenfonds. Het verplaatsen van containers zal daar waarschijnlijk niet uit kunnen worden bekostigd omdat het fonds dan snel leeg zal zijn. Maar wat is er nu dan anders dan in januari 2023 en wat is in de tussentijd gebeurd waardoor de heer Dijkstra nu vraagt om containertuintjes, terwijl die al mogelijk zijn gemaakt? De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft gewezen op de volgorde. Op het Kanaleneiland gaan mensen niet spontaan een containertuin aanleggen.
Maar als de gemeente een of twee keer samen met bewoners het initiatief neemt, een voorinvestering doet en nadrukkelijker laat zien dat het kan werken, krijgt zij de mensen gemakkelijker mee. De gemeente staat nu op min twee. Zij moet even een extra stap zetten. De heer Te Hoonte (VVD) begrijpt het dan toch niet. Heel veel fracties hebben om die containertuintjes gevraagd. Hij neemt aan dat mensen aan hen hadden gevraagd om containertuintjes te mogen aanleggen en dat die fracties die mensen hebben gebeld en hebben meegedeeld dat zij zo’n containertuintje konden aanvragen op basis van het Initiatievenfonds. Zijn die vragen dan afgewezen, is dat vastgelopen of is dat gewoon niet gedaan? De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft geen overzicht van die aanvragen. Daarmee overvraagt de heer Te Hoonte hem. De heer Te Hoonte (VVD) is dan toch benieuwd. De heer Dijkstra vraagt immers opnieuw om containertuintjes toe te zeggen. Is er nu iets anders of is het dezelfde vraag als die uit januari 2023? De heer Dijkstra (EenUtrecht) kan de heer Te Hoonte even niet volgen. Hij is zich er niet van bewust hoeveel aanvragen vanuit het Kanaleneiland en Overvecht er nu liggen en hij ziet niet veel Pagina 27 van 74
bereidheid om juist op deze plekken nu initiatieven te nemen. Hij denkt dat het helpt, als daar enkele keren een voorbeeld wordt neergezet. 5
De heer Van der Enk (Student & Starter) brengt naar voren dat in de raadsbrief over de deelaanpak hotspots heel duidelijk wordt beschreven dat de effectiviteit van die containertuintjes wel degelijk in twijfel wordt getrokken en dat er wel degelijk bijplaatsingen zijn in die tuintjes. Waarom haalt de heer Dijkstra dan alsnog deze containertuintjes aan?
10
De heer Dijkstra (EenUtrecht) doet dit niet zelf. Hij krijgt dit door van de bewoners. Op hun verzoek geeft hij dit door. Hijzelf is niet de eerste deskundige. Hij is klaar met zijn inbreng en wacht de beantwoording van de wethouder af.
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw De Vries (PvdD) geeft aan dat ook de PvdD ziet dat er een probleem is met afval in de stad en niet alleen in Overvecht en op het Kanaleneiland. Overal is er zwerfafval. Haar fractie ziet de oplossing van dit probleem niet alleen in het opruimen van die troep maar ziet vooral ook het verminderen van de toestroom van afval richting afvalberg als de weg die moet worden bewandeld. Anders is het gewoon dweilen met de kraan open. Mensen gooien simpelweg te veel weg. Afval op straat trekt weer afval aan en zo ontstaat een cirkel en die cirkel moet worden doorbroken. Afvalvermindering vraagt om een gedragsverandering , niet alleen van de consument, maar juist ook van het bedrijfsleven. Minder verpakking en producten de wereld in helpen betekent uiteindelijk minder verpakkingen bij de consument en een vermindering van de toestroom in de afvalverwerking. Zij vraagt of het college dit verband ook ziet en of de wethouder het met de PvdD eens is dat het tegengaan van overconsumptie, onzinnige verpakking en koopdrang een groot deel van de oplossing is. Ook inzetten op hergebruik is hier onderdeel van. Kan de wethouder toezeggen deze eerder genoemde dingen mee te nemen in haar aanpak van zwerfafval en bijplaatsingen, bijvoorbeeld als onderdeel van de nieuwe communicatiemiddelen? Dat ziet haar fractie niet terug in de raadsbrief. Dit soort veranderingen nemen tijd.
Daarom vraagt zij aan de wethouder wat deze op de lange termijn van plan is. Komt er een plan dat verder kijkt dan deze oplossingen voor een matras langs de weg? Afval op straat is verleidelijk voor dieren. Dat is begrijpelijk en het is de verantwoordelijkheid van de mens om deze dieren die niets verkeerds doen in bescherming te nemen. Er zijn ook veel aanrijdingen rond afval op straat en dieren raken verstrikt in het afval. Muizen krijgen beschadigingen aan hun pootjes door losliggende draadjes en elastiekjes en plukken haar . Zwerfaval komt ook in het water tot schade van de waterdieren. Zij heeft het dan nog niet eens over de verdere milieuvervuiling. Dit probleem wordt veroorzaakt door mensen en het raakt niet alleen mensen. Mensen lopen langs afval en ruiken dat het stinkt, maar zij verliezen daar niet hun leven door. De PvdD roept dan ook het college op om zich te blijven inzetten voor het verminderen van afval en vraagt een bevestiging dat de gemeente niet zal overgaan tot het doden van deze dieren. Ook heeft haar fractie zorgen over bedrijfsafval. Steeds vaker wordt dat in losse zakken op straat gezet. Die zakken gaan open, er wordt tegenaan gefietst, meeuwen nemen dat afval mee en dat verergert het probleem van het zwerfvuil.
Heeft het college een strategie richting bedrijfsleven om ervoor te zorgen dat die losse zakken weer in containers terechtkomen? Het college zegt immers dat het hier weinig grip op heeft en dat baart zorgen. Zij vraagt om een reactie. Het voorstel van EenUtrecht voor die tuintjes rond ondergrondse containers is uiteraard een goed idee, alleen al vanuit het oogpunt van vergroening en klimaatadaptatie. Het college is daar wel mee aan de slag, maar de PvdD meent ook dat het meer en beter kan. Haar fractie is uiteraard geen voorstander van het voorstel van EenUtrecht om camera’s te plaatsen. Het is geen oplossing voor het probleem en de PvdD heeft ernstige zorgen over het plaatsen van steeds meer camera’s in de openbare ruimte. De heer Van Straalen (CU) stelt dat het bijplaatsen van zwerfafval bij ondergrondse afvalcontainers een hardnekkig probleem is. In het bijzonder de bewoners van het Kanaleneiland en Overvecht geven aan niet veel te merken van de aanpak hiervan. Het moet dus beter. De huidige situatie leidt immers tot zwerfaval, hindert hergebruik, hindert de toegang van stoepen en wegen en is slecht voor mens, dier en milieu. Bewoners kunnen nu grofvuil naar de kringloop brengen, gratis op een van de drie afvalstations inleveren of gratis op afspraak aan huis laten ophalen. Maar toch gebeurt dit nog onvoldoende.
Hij vraagt de wethouder of de digitale taalvaardigheid hier ook niet een rol speelt en of dit niet eenvoudiger kan, ook voor mensen die qua taal en op het internet niet vaardig zijn. Goede communicatie is echt van groot belang. Er is voor gekozen om eerst de basis op orde te brengen. Daarbij is samengewerkt met de buurtambassadeurs. Dat is heel goed, zij weten als geen ander wat er in een wijk speelt. Spreker Pagina 28 van 74
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
vraagt hoe de wethouder dit vorm gaat geven in de aanvullende communicatie en welke rol deze buurtambassadeurs hierbij kunnen spelen en hoe deze beter in hun kracht kunnen worden gezet. Er is al regulier overleg met de bewoners van de wijken en ook dat is heel goed. Welke stappen zijn naar aanleiding van dit overleg al genomen? Wordt het maatwerktraject ook vorm gegeven aan de hand van de hier genoemde input? Kan onderdeel van dat maatwerk zijn dat ook wordt gekeken naar vaste ophaalmomenten langs de afvalstations?Hiervoor is een pilot gestart. Welk effect ziet de wethouder van die pilot en wordt deze eventueel ook langer voortgezet? De heer Te Hoonte (VVD) meent dat, als de gemeente de bewoners vraagt hun afval naar ondergrondse containers te brengen, die bewoners van de gemeente mogen vragen dat het rond die containers een beetje opgeruimd is. De VVD ziet dat de wethouder hiermee bezig is, maar van zijn fractie mag daar best een schepje bovenop. De reactietijd van 24 uur op een melding is volgens de VVD te lang om te voorkomen dat bijplaatsingen zwerfafval worden. Zeker als het regent, wordt het gewoon een zooitje. De heer Stam (PvdA) vraagt of de heer Te Hoonte het realistisch vindt om de deadline van 24 uur nog verder te verlagen met een afdeling van acht man voor de hele stad. De heer Te Hoonte (VVD) ziet vaak bijplaatsingen bij containers bij hem voor de deur.
Die beginnen met iets dat best opgeruimd kan worden. Soms komen wagens langs die het niet meenemen, waarschijnlijk omdat het daar niet in past. 24 uur op straat is best lang. Er komen ratten op af en er gebeuren ook andere dingen. Waar het kan, zou het dezelfde dag opgeruimd moeten zijn. Waar dat niet lukt, kan hij accepteren dat het binnen 24 uur zeker is opgeruimd, maar het mag echt sneller. De heer Stam (PvdA) herhaalt zijn vraag. Het is een afdeling van acht man die dit doet voor de hele stad. Wat wil de VVD dan anders doen om die acht man bij te staan om het mogelijk te maken de hele stad binnen twaalf uur of de tijd die de heer Te Hoonte voor ogen heeft te bedienen? De heer Te Hoonte (VVD) denkt dat er dan niet meer meldingen zijn. Uiteindelijk blijven evenveel bijplaatsingen over, maar nu komt er een melding binnen die door het systeem heengaat en daar gaat dan een auto heen. Daar gaat dan 24 uur overheen. Hij wil graag dat de reactietijd tussen het binnenkomen van de melding en het weghalen van die bijplaatsing korter wordt. Maar daardoor komen er niet meer bijplaatsingen die moeten worden opgeruimd. Het hoeft niet meer inzet te kosten. Hij denkt zelfs dat tijd vrijvalt bij de mensen die alle rommel in bosjes moeten opruimen waar de bijplaatsingen naartoe zijn gewaaid.
Na 24 uur ligt het immers vaak niet meer naast de container, maar in het water, in de speeltuin en op allerlei andere plaatsen. De heer Stam (PvdA) wil de heer Te Hoonte toch wel informeren dat het anders werkt. Die acht mensen leggen hun dagelijkse routes door de hele stad af om dit afval op te ruimen. De oplossing is eerder meer mankracht dan alleen de deadline verlagen zonder een alternatief te bieden. De heer Te Hoonte (VVD) probeert het uit te leggen. Als hij om een kopje koffie vraagt, dan kan iemand dat hier neerzetten. Dan kan hij 24 uur wachten tot iemand daar koffie in schenkt of iemand doet er nu koffie in. Dat is wat hij vraagt, hij vraagt niet om meer kopjes koffie. Het gaat er vooral om om aan de achterkant in de systemen ervoor te zorgen dat dat proces wordt versneld waar dat kan. Daar zal een grens aan zijn, maar er zijn in de gemeente Utrecht heel goede procesadviseurs die daar best nog eens naar zouden kunnen kijken. De heer Vasters (D66) denkt dat het allemaal heel aantrekkelijk klinkt. In de praktijk is het op dit moment zo dat de mensen die afval ophalen al direct de meldingen op hun eigen scherm zien. Zij kunnen dus direct handelen. Het heeft ook een keerzijde: hoe sneller iemand ergens moet zijn, hoe meer tijd die ophalers nodig hebben om naar alle hoeken van de stad te gaan. Straks moet in Vleuten of De Meern iets binnen 24 uur weg.
Die mensen zijn onderweg om dat allemaal op tijd te doen in plaats van dat ze hun tijd besteden bij de hotspots in de daarnet al genoemde wijken. Van de organisatie zelf hoort hij de vraag of die deadline niet kan worden verschoven naar 48 of zelfs 72 uur. Daardoor zou meer ruimte gegeven worden aan het team om daar op te treden waar dat het meeste effect heeft. Dat is bij die hotspots en niet in Vleuten waar af ne toe iets wordt bijgeplaatst. Hoe kijkt de VVD daarnaar? Pagina 29 van 74
5
10
15
20
25
30
35
40
45
De heer Te Hoonte (VVD) woont toevallig aan de andere kant van het kanaal. Dat is dan misschien Leidsche Rijn en geen Vleuten. Maar er zijn daar echt veel bijplaatsingen en vaak ook op dezelfde plek. Die zullen dan wel in een route zitten, maar het gaat hem om het geval van een bewoner die op een andere plek een bijplaatsing ziet, daarvan direct een melding in de app maakt en, wanneer hij na acht uur werken thuiskomt, ziet dat het er nog staat. Dat gevoel wil iemand niet. Die mensen melden het de volgende keer niet. Degene die iets geplaatst heeft denkt dat hij het er neer kan zetten en na 48 uur staat het er nog. Het is niet zo dat zijn fractie het onmogelijke vraagt, maar de raad zou toch het ideaalbeeld moeten hebben dat er geen afval naast een container staat en dat dit afval zo snel mogelijk wordt opgeruimd. Hij verzoekt gewoon die 24 uur nog eens te bekijken. Blijkbaar willen D66 en de PvdA niet dat het afval in deze stad sneller wordt opgeruimd. De heer Vasters (D66) stelt dat, als de capaciteit in de gemeentelijke organisatie onbeperkt zou zijn, hij zou zeggen dat dit vuil binnen twee uur moet worden opgehaald. Natuurlijk wil iedereen dat het snel gebeurt. Het punt van zijn fractie en ook van de PvdA is dat de capaciteit beperkt is en dat daarom de inzet daar moet plaatsvinden waar dat het hardst nodig is.
Misschien wordt er af en toe in Leidsche Rijn wat bijgeplaatst, maar dat is echt niet een dergelijke locatie. Dat zijn de locaties die al door EenUtrecht en anderen zijn genoemd. Dat is echt het standpunt van zijn fractie. Volgens de heer Te Hoonte (VVD) is het de bedoeling dat mensen hun eigen standpunt in hun eigen inbreng aangeven en niet in interrupties. De heer Vasters komt steeds met interrupties die beginnen met de inbreng van D66. Daar heeft hij nog vijftien minuten spreektijd voor. Het is fijn dat er een vraag gesteld wordt hoe de VVD dat zou willen doen. Spreker denkt dat er in Leidsche Rijn ook veel bijplaatsingen zijn. Hij ziet in elk geval plekken waar elke week bijplaatsingen zijn. Hij denkt dat het goed is te proberen zo weinig mogelijk afval te hebben omdat het zich verspreidt. Qua dekking wijst hij er nog op dat het bij bijplaatsingen gaat om het inzamelen van afval en dat kan uit de afvalstoffenheffing bekostigd worden. Daar was bij de begroting nog enige ruimte in. De voorzitter vraagt de commissieleden om inderdaad hun inbreng te geven op de plek waar die gegeven moet worden. Er is een vraag gesteld aan het college en dan gaan D66 en de PvdA die vraag beantwoorden. Zij hadden die vraag ook door het college kunnen laten beantwoorden en dat antwoord kunnen aanvullen.
Mevrouw De Vries (PvdD) heeft in haar pleidooi aangegeven dat de gemeente niet moet gaan dweilen met de kraan open. Er moet voor worden gezorgd dat er geen bijplaatsingen komen. Deelt de VVD dit standpunt? De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt bevestigend. Idealiter zijn er geen bijplaatsingen. De werkelijkheid is dat er bijplaatsingen zijn en blijkbaar structureel op sommige plekken. Dus dan moet het probleem van die bijplaatsingen worden opgelost. Hij wil het liefste dat, als er bijplaatsingen zijn, de rest van de stad daar zo min mogelijk last van heeft en vooral dat een bijplaatsing geen zwerfafval wordt. Hij ziet zelf bij containers voor zijn deur dat het afval dat er ligt na anderhalve week in de bosjes ligt. Soms probeert hij het op te ruimen. De voorzitter verzoekt mevrouw De Vries niet een vraag te stellen die dezelfde is als haar vorige vraag.
50
55
60
Mevrouw De Vries (PvdD) zal dat proberen. De VVD zegt dat bijplaatsingen geen zwerfvuil moeten worden. Maar zij vraagt de VVD of de gemeente niet strakker moet inzetten op het tegengaan van de overconsumptie dat juist het afvalprobleem veroorzaakt. De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt bevestigend, maar stelt ook dat er daarvoor andere commissies zijn en dat er landelijk beleid voor is. Hier zitten de leden in de commissie Afval om te kijken hoe de gemeente ervoor kan zorgen dat het afval belandt op de plekken waar het hoort. Spreker wijst erop dat ook moet worden voorkomen dat mensen afval gaan bijplaatsen omdat het zo netjes wordt opgeruimd. Dat betekent dat het handhaven op bijplaatsing moet blijven. Wat de VVD betreft mag dat ook wel eens wat liever. Hij ziet nooit een abri bij een bijplaatsplek waarop staat hoe iemand zijn afval in de container moet doen. Die ene sticker is niet voldoende. Pagina 30 van 74
5
10
15
20
25
30
35
Misschien kan op het stadskantoor eens wat creatiever worden nagedacht over hoe mensen kunnen worden opgeroepen om dat te doen. Dat kan b.v. een extra wijkbericht zijn of het aangaan van het gesprek. Als dat al gebeurd is, zal de wethouder dat vast zeggen. Dan hoeven anderen dat niet te doen. Eén ding wil de VVD in elk geval niet en dat is dat de gemeente het maar laat liggen. Dat is niet de bedoeling. De hardwerkende Utrechter moet dat afval gewoon goed kwijt kunnen. Verder ziet spreker dat de hoeveelheid karton nog steeds toeneemt. Nu plastic langzamerhand wordt uitgefaseerd komt er nog meer karton. Hij heeft een blauwe bak, maar hij merkt dat die vaak vol zit. Vooral in wijken waar blauwe bakken staan is de ondergrondse blauwe container vaak ver weg. Hij vraagt zich af of het niet zinvol is er over na te denken of op sommige plekken waar er twee grijze containers zijn met sensoren eentje kan worden vervangen door een papierverzamelpunt. De andere container geeft immers toch wel een signaal af, als die vol is. Op die manier wordt misschien voorkomen dat de containers voor restafval vol komen te zitten met karton dat toch wel in de restcontainer wordt gedrukt. Ook zou gekeken kunnen worden naar het invoersysteem dat Utrecht heeft omdat hij toch wel de indruk heeft dat het lastig om in Utrecht een doos in een ondergrondse container te krijgen.
In andere steden en in het buitenland heeft hij soms het idee dat het daar wel slim is opgelost. Heeft Utrecht dan misschien de verkeerde invoer? Dit waren zijn vragen aan het college. Hij wenst de wethouder succes met het uitvoeren van haar plannen op dit punt. De heer Stam (PvdA) brengt naar voren dat afval op straat een doorn in het oog is voor de bewoners, voor de gemeente en voor de acht man sterke afdeling Bijplaatsing die vele commissieleden tijdens een werkbezoek hebben bezocht. Die mensen zetten zich keihard in om die bijplaatsingen binnen 24 uur weg te halen. Deze kleine afdeling is erg afhankelijk van inhuren. Hij wil dit punt hebben gemaakt, al is de wethouder P &O (personeel en organisatie) hier niet aanwezig. Juist een kleine afdeling als deze heeft zekerheid en continuïteit nodig om de stad schoon te houden. Verder heeft hij nog twee punten die door het werkbezoek duidelijk werden. De gemeente moet de afdeling Bijplaatsing het mandaat geven om de hotspots aan te pakken en niet alleen te varen op meldingen waarin sommige wijken oververtegenwoordigd zijn. Een tweede punt is dat er moet worden gehandhaafd. De heer Te Hoonte (VVD) is benieuwd of de PvdA meent dat het vertrouwen in de Utrechtse overheid toeneemt, wanneer tegen inwoners die meldingen doen, waar de gemeente ook om vraagt, wordt gezegd dat die even blijven liggen.
40
De heer Stam (PvdA) geeft aan dat dat niet is wat hij zegt. De wagens voor het opruimen van bijplaatsingen rijden op een dag een bepaalde route. Als er aan het begin van een route een melding is geweest, is het niet efficiënt om dan eerst weer terug te rijden. Het is juist verstandiger om langs de hotspots te rijden en achteraf een of twee van die meldingen af te doen. Dat is efficiënter en reflecteert vaak ook veel meer de hoeveelheid afval die ergens ligt. In Overvecht bijvoorbeeld ligt veel afval waar veel minder vaak melding van wordt gemaakt.
45
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de heer Stam zich realiseert dat dit tegenstrijdig is met het beleid van de gemeente voor restafval. Er zijn sensoren in de ondergrondse containers gezet zodat daar geen vaste routes meer worden gereden. Er wordt gereden op een melding dat die container vol is. Plekken waar niets ligt worden zo overgeslagen.
50
De heer Stam (PvdA) merkt op dat in Overvecht die wagens vier keer dezelfde route rijden om vervolgens terug te rijden om te legen. Dat moet omdat er zoveel wordt bijgeplaatst waarvan geen melding is gedaan. Het eerlijke verhaal is dat er daar voor een afdeling van acht man meer werk is. Dat is dezelfde reden als waarom die deadline van 24 uur niet omlaag kan. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de heer Stam dan niet had verwacht dat dit college meer geld beschikbaar had gesteld dan voor acht man.
55
De heer Stam (PvdA) antwoordt dat door de krapte op de arbeidsmarkt deze afdeling helaas afhankelijk is van inhuren. De helft van de afdeling is ingehuurd. Er is al 5000 euro bijgekomen om bijplaatsing aan te pakken. Hij had inderdaad liever gezien dat er meer mensen beschikbaar zouden zijn en dat het vaste contracten waren geweest. Maar dat is nu niet de realiteit.
Pagina 31 van 74
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De voorzitter wijst erop dat het nu 15.32 uur is. Dit agendapunt is ingepland tot 15.45 uur. De commissieleen maken er erg lange verhalen van. Hij ziet alleen maar herhalingen in interrupties. De commissie is er zelf verantwoordelijk voor, maar dit loopt uit de hand. De vergadering moet om 16.45 uur stoppen en er is nog een programma voor vanavond. Hij roept op om nu echt vaart te maken, niet meer langdradige antwoorden te geven en geen langdradige vragen te stellen. De heer Stam )PvdA) zal het kort houden. Hij sluit zich aan bij de eerder gestelde vragen over inzet op extra handhaving en hij sluit zich ook aan bij de punten die worden gemaakt door onder andere GL over de containertuintjes. Zijn laatste punt is dat voor de afdeling Bijplaatsing winkelwagentjes een doorn in het oog zijn. Deze mogen niet verwijderd worden omdat zij nog het bezit zijn van de supermarkten, ook al staan zij een paar honderd meter van de supermarkt. Zij verstoren het straatbeeld echt en zij vormen ook een gevaar in de openbare ruimte. Kan de wethouder in gesprek gaan met de supermarkten om toestemming te krijgen om deze verdwaalde winkelwagentjes gewoon te mogen verwijderen? De heer Usta (DENK) merkt als bewoner van Overvecht de druk op de afvalcontainers. In de hele wijk ziet hij containers waarnaast afval ligt. Het afval belandt vaak naast de containers omdat die vol zitten.
Rattenplagen en gevaarlijke situaties voor kinderen zijn het gevolg. Hij heeft daarom een aantal vragen. - Ondernemers willen vaak geen vaste lasten voor het huren van afvalcontainers of iets dergelijks. Zij dumpen het afval in nabij gelegen wijken. Is overwogen om ondernemer tegemoet te komen zodat de gemeente aan de andere kant geld kan besparen en de overlast kan worden verminderd? - Veel mensen zijn niet op de hoogte van de ontwikkelingen en de mogelijkheden rond afval, zoals het adopteren van containers. Kan de gemeente hiervoor alle communicatiekanalen openzetten om de bewoners beter te bereiken? - Waarom zijn de meeste containers niet op slot en waarom zijn zij niet alleen toegankelijk met een pasje voor de bewoners voor wie ze bedoeld zijn? - Kan de gemeente onderzoeken of de oorzaak van bijplaatsing enkel het gevolg is van volle containers of dat andere factoren ook een rol spelen? - Kan de gemeente steekproeven doen om te zien of op operationeel niveau het werk ook juist wordt verricht? Spreker vraagt een reactie van de wethouder. Mevrouw Heijne (GL) vraagt of zij DENK tussen neus en lippen hoorde vragen om het weer invoeren van de pasjes voor containers. De heer Usta (DENK) weet niet of die er in het verleden zijn geweest en dat die later weer zijn verdwenen. Hij weet ook niet wat de reden daarvan is geweest. Hij hoort dat graag van GL.
Mevrouw Heijne (GL) zet uiteen dat in het verleden de inwoners van Utrecht allemaal pasjes hadden voor containers. Door een motie van de raad, waar GL overigens niet voor was, zijn die pasjes weggehaald. Nu staan die containers dus open. De heer Vasters (D66) geeft aan dat ook D66 het bijplaatsen als een groot probleem ziet. Hij heeft dat ook met eigen ogen gezien door een aantal keren mee te gaan met het Stadsteam. Hij meldt hierbij wel dat deze problematiek verschilt van buurt tot buurt. Er werden daarnet wijken genoemd waar het volgens hem echt niet zo’n probleem is. Juist de hotspots zijn het probleem. Die worden dagelijks gecheckt door het Stadsteam en dat is ook erg nodig. D66 is erg blij met de intensivering die in de afgelopen jaren al heeft plaatsgevonden. Zijn fractie concludeert dat het college hiervoor echt wel aandacht heeft, maar dat het probleem toch blijft bestaan. Zijn fractie ziet het ook als een gedragsprobleem. Een groot deel van de oplossing zal dus zitten in het goed communiceren met de omwonenden. D66 roept het college op om meertalige communicatie in te zetten bij campagnes tegen bijplaatsingen omdat in vele flats waarover het gaat heel vele talen worden gesproken.