2023-01-19 Verslag Commissie Volksgezondheid Onderwijs Werk en Economie.docx
Tekst van het document
Pagina 18 van 52
Wethouder Eerenberg veronderstelt dat het debat daarover wordt gevoerd bij de Voorjaarsnota. Terwijl er extra geld is gekomen, is de wereld ook tien procent duurder geworden. Hij heeft niet de indruk dat op de portefeuille Onderwijshuisvesting geld resteert voor extra ambities. 5
10
15
20
25
30
Digitalisering moet niet doorslaan en een functie hebben. Maathouden is altijd verstandig, zeker in het onderwijs en als het gaat over jonge kinderen. Een op een contact met een docent en ook de minimaatschappij die een school is, dus oefenen in conflictbeheersing, dat lukt niet achter een beeldscherm. Als dat kinderen, wegens corona, twee jaar lang niet wordt gegeven, dan gebeurt er ten nadele wat in hun ontwikkeling. Daarvan worden nu de wrange vruchten geplukt, als het gaat om de mentale gezondheid van jonge Utrechters. Meerdere partijen wensen een plek in het Koersdocument voor het hoger onderwijs. De wethouder is het daarmee eens. De Utrechtse Onderwijs Agenda is erg gericht op jongeren tot 23 jaar. Naast die agenda wenst het college een kleinere agenda op de samenwerking met het hoger onderwijs. Er is een nieuwe aanvraag gedaan voor een Rijkssubsidie (Citydeal) om het hoger onderwijs samen met het funderend onderwijs te koppelen aan relevante maatschappelijke problemen in de stad. Dat vergt ook dat samen met het hoger onderwijs bestuurlijk bijeen wordt gekomen. De wethouder pakt deze handschoen op. Aan de gemeenteraad zal een ‘Hoger onderwijs brief’ worden toegezonden. De ambitie is om dat in de volgende cyclus niet meer te hoeven scheiden. Het college stuurt die brief in het derde kwartaal van dit jaar toe.
In de Utrechtse Onderwijs Agenda tot 23 jaar gaat het ook over een goede doorstroming vanuit het VO naar het vervolgonderwijs. Er is een aparte Mbo-agenda. Daar gaat het over stages en de voorbeeldrol van de gemeente. Dat werk wil het college niet overdoen. De overige samenwerkingen tussen de andere partijen (Hbo en WO) maar ook het Mbo voor zover het ziet op die samenwerking, de Kunstacademie en universiteiten zijn ook goed om te betrekken en om het gesprek mee te voeren. Het college ziet daar wel ruimte voor groei, maar dat moet via aparte trajecten. De suggestie over het vermeerderen van uitgaansgelegenheden voor studenten hoort niet thuis in de Utrechtse Onderwijs Agenda. In een gesprek over het Hoger onderwijs en het student zijn in Utrecht kan het wel worden meegenomen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat bij de Utrechtse Onderwijs Agenda veel partners betrokken zijn. Ze neemt aan dat dit ook gaat gebeuren bij het Hoger onderwijs en denkt daarbij aan de studentenverenigingen. Wat wethouder Eerenberg betreft gebeurt dit zeker. Hij denkt ook aan studieverenigingen en studentensportverenigingen.
35
40
45
Mevrouw Kendir (Student & Starter) vraagt de Mbo-agenda te verankeren in de Utrechtse Onderwijs Agenda, zodat een integrale aanpak mogelijk is. Hetzelfde geldt voor de agenda voor het Hoger onderwijs, maar ze begrijpt dat daarin de afslag gemist is. Wethouder Eerenberg legt uit dat er met de Utrechtse Onderwijs Agenda een koers is bepaald. Dat gaat grotendeels over de kansenongelijkheid bestrijding voor Utrechters tot 23 jaar. Er moeten nog heel veel gesprekken worden opgestart. Met twee onderwijsinstellingen is nog geen gesprek gevoerd. Er is een goed functionerende Mbo-agenda, die al goed verankerd is. Mevrouw Van der Wilt (D66) wil voorkomen dat het niet los van elkaar komt te staan. De verbinding met het Mbo en het Hoger onderwijs moet worden gezien en expliciet worden gemaakt. Wethouder Eerenberg zegt dat het voor meer grensvlakken geldt. Het door het CDA gevraagde middenhuurbeleid zou het college niet in de Utrechtse Onderwijs agenda willen uitwerken. Daarvoor is apart beleid en een bestuurlijke verantwoordelijke. Alle grensvlakken aan de Pagina 19 van 52
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
buitenkant van de Utrechtse Onderwijs agenda moeten wel worden benoemd, zoals sport. Sport zit grotendeels in ‘de rijke schooldag’, dat als thema in de Onderwijs agenda thuishoort. De toegankelijkheid van sport moet op orde zijn en worden opgeschreven, maar met dat opschrijven is het probleem nog niet opgelost. Ouderbetrokkenheid moet echt worden opgenomen in de werkagenda. Het is essentieel voor het succes van de schoolgemeenschap dat ouders erbij betrokken zijn. Daar kan met elkaar een grote stap worden gezet. Collega-wethouder De Vries heeft grote ambities en energie op het gebied van stages en Mbo. Op dit moment is er een tekort van 353 stageplekken in de arbeidsmarkt Regio Midden-Utrecht. Het door D66 genoemde functiemenging is een punt dat aan de rand van Utrechtse Onderwijs Agenda zit. Die kan worden benoemd als het gaat over de ontwikkelopgave en onderwijshuisvesting. Het zal ook maatwerk zijn. Niet elke wijk leent zich ervoor om docentenwoningen boven op de school te zetten. Daar waar die arrangementen te maken zijn, is dat interessant. Het klopt dat de rijke schooldag ontbreekt in de koers. Deze komt nadrukkelijk terug in de agenda. Internationaal onderwijs omarmt de wethouder als een goed punt om in de werkagenda terug te laten komen. Het thema wordt meegenomen in de gesprekken met het onderwijs.
Mevrouw Van der Wilt (D66) zou het zonde vinden als een dergelijk belangrijk thema, dat ook in het coalitieakkoord staat niet ook in deze koers wordt opgenomen. Zou dat nog te overwegen zijn? Wethouder Eerenberg vertelt dat de koers al is vastgesteld. De agenda is de meest pragmatische stap voorwaarts. In de agenda volgt een inleiding over de uitgangspunten die in dit debat aan de orde zijn gekomen. Ook internationaal onderwijs valt onder de paraplu van kansenongelijkheid. Het gaat lukken om de agenda het juiste gewicht te geven. De Segregatiemonitor wordt op dit moment uitgevoerd. Het streven is dat de resultaten onderdeel worden van de Utrechtse Onderwijs Agenda. In de agenda komt een stevig stuk te staan over segregatie en het voorkomen ervan. Het college wil bij voorkeur toewerken naar een kwartaalbrief over het onderwijs aan de gemeenteraad. De Utrechtse Onderwijs Agenda is de bovenliggende agenda. Dat is wat de gemeente de komende periode samen met het onderwijs gaat doen. Daarnaast komt er elk kwartaal een brief naar de gemeenteraad, over de onderwijshuisvesting en over de zaken die gezamenlijk zijn afgesproken. Dit is een toezegging. De werkagenda moet, anders dan de koers, echt gaan over: wie doet wat en is dat ook goed gedaan. De vraag over wat de Onderwijsinspectie meet, neemt de wethouder mee terug.
De ontwikkeling op het gebied van Utrechtse Kindcentra (UKC) is bedoeld om aan ongelijk investeren in gelijke kansen te doen. Daar waar scholen UKC willen worden, maar niet kunnen worden, dan kunnen ze de gemeente benaderen voor hulp. Die toezegging staat en wordt hierbij door de wethouder herbevestigd. De toezegging zal in de Onderwijs Agenda worden opgeschreven. Gevraagd werd of modulair leren wel of niet goed is als het gaat om de behoeften van leerlingen. Voor veel kinderen is het fijn om te kiezen en te kijken waar het eigen talent ligt. Een andere groep leerlingen heeft rust, reinheid en regelmaat nodig en moet dat ook aangeboden kunnen krijgen. Structuur is zeker niet slecht, wat de wethouder betreft. Het is niet in tegenspraak als in het Koersdocument wordt gesteld dat het hele onderwijs in Utrecht in 2040 modulair is. Bijvoorbeeld: Is men wel goed in rekenen maar niet in taal, dan is het huidige systeem fnuikend. Waar je het minst goed in bent, bepaalt het niveau. Hoe mooi zou het zijn als een Havodiploma kan worden behaald voor taal en een Vwo-diploma voor rekenen? Er zit geen tegenspraak tussen beide concepten. Er wordt niet mee bedoeld dat structuur slecht is. In ontwikkelkamers worden alle thema’s uitgewerkt samen met leraren, schoolleiders, schoolbestuurders, jeugdhulp, sociale basis, ouders, leerlingen en studenten.
De raad heeft aangegeven uitgenodigd te willen worden bij sessies. In Utrecht zijn er twee vriendschap scholen. Als scholen dit concept omarmen en willen uitbreiden dan staat de gemeente daarvoor open. Pagina 20 van 52
5
10
In de beantwoording van schriftelijke vragen is al teruggekoppeld dat Utrecht heel geïnteresseerd kijkt naar hoe Amsterdam het niet meewegen van de thuissituatie in het schooladvies oppakt. Het is de vraag of het in de praktijk ook echt zo is, wat Amsterdam stelt. De thuissituatie speelt altijd mee, omdat een leerling die zelf meebrengt. De beweging dat leerlingen onderpresteren door hun thuissituatie en daarvoor kan worden gecompenseerd in het schooladvies, zou de wethouder niet willen wegwuiven. Hij wil leerkrachten die ruimte geven om voor het talent van hun leerlingen te gaan staan. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt het college om de ervaringen in Amsterdam en andere steden wel op te halen en deze aan de raad terug te koppelen. Wethouder Eerenberg heeft dit zojuist gezegd en in de beantwoording van schriftelijke vragen is aangegeven dat naar Amsterdam wordt gegaan om te vernemen hoe het werkt.
15
20
25
30
De eerste onderwijskwartaalrapportage komt in het derde kwartaal van 2023 naar de gemeenteraad. In Amsterdam speelt nu de toegankelijkheid van open dagen als een ‘hek’ om het lotingssysteem. In Utrecht speelt het niet op die manier zoals het in Amsterdam speelt. Het is wel een goed thema om te bespreken. De wethouder omarmt de betreffende suggestie en hij neemt het mee in zijn gesprek met het onderwijs over de Onderwijsagenda met vragen of iedereen bereikt wordt voor de open dagen en of taal daarin een barrière is. De wethouder proeft in de commissie: Steun voor de koers. Veel ambitie in de agenda op het thema kansenongelijkheid en segregatie. De behoefte om door te ontwikkelingen op digitale vaardigheden, schoolgebouwen en duurzaamheid. De wethouder hoorde de oproep om een volgende stap samen met studenten, leerlingen, docenten en het werkveld te zetten. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) is blij dat er een aparte agenda komt voor Hoger onderwijs. Ze is benieuwd hoe de koppeling wordt gemaakt met de Utrechtse Onderwijs Agenda. Wethouder Eerenberg antwoordt dat dit gebeurt op de manier zoals met de bestaande Mboagenda. Het streven is om het in de volgende cyclus tot een mooi onderwerp te versmelten.
35
De voorzitter meldt de wethouder dat met de commissie is afgesproken dat dit onderwerp in een termijn wordt behandeld. Ze gaat over tot het melden van onbeantwoorde vragen De heer Stellinga (CDA) vraagt of het klopt dat in de concept onderwijsagenda een verwijzing komt naar andere beleidsdocumenten.
40 Wethouder Eerenberg kan zich voorstellen dat bijvoorbeeld wordt opgeschreven wat nodig is om het lerarentekort effectief te kunnen bestrijden en waaronder die oplossingen vallen als het gaat om beleid. 45
De heer Stam (Volt) vraagt of leraren meeschreven aan het Koersdocument.
50
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) stelde de vraag of de mentale gezondheid een plek krijgt in de Onderwijs agenda. Eerder heeft het college toegezegd dat commissie- en raadsleden mochten aansluiten bij de rondetafelgesprekken over de Onderwijs agenda. Volgt daarvoor nog een uitnodiging? Mevrouw Kendir (Student & Starter) vroeg of de door de gemeente toe te kennen middelen ongelijk worden verdeeld onder scholen. Pagina 21 van 52
Graag krijgt zij nog een antwoord op de vraag over samenwerking met het MKB, maatschappelijk middenveld en een coördinator per school. 5
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) mist bij het onderdeel segregatie de praktische ondersteuning van ouderinitiatieven en daarnaast een voorlichtingscarrousel per wijk, in aansluiting op het aanmeldbeleid. Komen deze onderwerpen terug in de Utrechtse onderwijsagenda? Mevrouw Assen (PvdA) stelde een vraag over de verantwoordelijkheid van de wijk.
10
15
20
25
Wethouder Eerenberg vertelt dat leerkrachten meeschreven aan het Koersdocument. Mentale gezondheid komt in de Utrechtse Onderwijs Agenda op twee manier terug. Als een erkenning van wat er met de jonge populatie aan de hand is en als een grensvlak van de agenda. Daarbij wordt verwezen naar alles wat bij Volksgezondheid wordt gedaan om dit te onderkennen. De wethouder weet niet of uitnodigingen voor de rondetafelgesprekken worden of zijn verzonden. Hij zal navraag doen. Middelen worden nu ook al ongelijk geïnvesteerd. Vanuit de stageoptiek heeft de wethouder er iets over gezegd en ook de Citydeal ziet op samenwerken met het MKB. In de Utrechtse Onderwijs Agenda zal het als thema worden uitgelicht. In de sessie heeft de VVD-fractie daar ook nadrukkelijk om gevraagd. Het gesprek zal daarover worden gevoerd met het onderwijs, maar de wethouder maakt daarbij de kanttekening dat het onderwijs overloopt. Daar waar er ruimte is en waar het kan helpen bij het oplossen van het lerarentekort zal de samenwerking met het MKB zeker worden opgepakt. Praktische ondersteuning van ouderinitiatieven en wijkvoorlichting worden meegenomen in de agenda. Wat het college hier met ‘de wijk’ bedoelt, is het netwerk van alle professionals in de wijken. Mevrouw Kendir (Student & Starter) bedoelde naast het MKB ook samenwerking met het maatschappelijk middenveld en een coördinator per school.
30
35
40
Wethouder Eerenberg zegt dat de op scholen gehanteerde kernpartneraanpak erop ziet dat alles op het gebied van jeugdgezondheidzorg, verzuim actief in en rond de school aanwezig is. Deze partners bespreken met elkaar wat er met een leerling moet gebeuren. Zo zijn Jeugdzorg en andere instanties met de scholen verbonden. In het kader van het MKB en het middenveld zijn er relevante inzichten die met studenten en leerlingen kunnen worden gedeeld. Dat is kansrijker naarmate de leeftijd van leerlingen vordert. Dat is ook een van de pijlers onder de Citydeal. De meeste scholen hebben een oudercontactpersoon voor externe contacten. De kernpartneraanpak voorziet daarin ook voor een deel. Dat is al georganiseerd. De scholen die de gemeente het rijkst mogelijke aanbod willen geven, ook ter compensatie voor wat er thuis niet mogelijk is, wil de gemeente ook het meest ontlasten in de organisatie van het aanbod.
Lijst met toezeggingen 45
50
De voorzitter concludeert dat de wethouder de volgende toezeggingen heeft gedaan. • De wethouder stuurt in kwartaal 2023 een raadsbrief met een agenda over de samenwerking met het Hoger onderwijs. • Naast de Utrechtse Onderwijs Agenda als overkoepelend stuk, stuurt de wethouder per kwartaal een brief naar de raad over onderwijs. Hierin komt bijvoorbeeld onderwijshuisvesting terug, net als andere zaken die de raad en de wethouder met elkaar hebben afgesproken. De eerste kwartaalbrief komt in het derde kwartaal van 2023. Pagina 22 van 52
•
5
De wethouder komt in de voornoemde kwartaalbrief terug op de werkwijze en ervaringen in Amsterdam met het niet laten meewegen van de thuissituatie bij het schooladvies.
De voorzitter vraagt of de agenderende fracties met deze bespreking bereikt hebben wat zij willen bereiken en of zij behandeling in de raad wenselijk vinden. Mevrouw Kendir (Student & Starter) overweegt om een motie in te dienen over de coördinator per school. Ze vraagt om een B-punt in de gemeenteraad.
10 De voorzitter zegt dat het stuk niet automatisch naar de raad gaat. Het moet dan geagendeerd. Mevrouw Kendir (Student & Starter) geeft aan dat laatste te zullen doen. 15
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) hoorde zojuist dat er op 20 januari een sessie is over de Onderwijsagenda. Zij vraagt of er nog een uitnodiging volgt voor de sessie van 20 januari 2023. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) ontving een tabel met allerlei momenten. Ze vermoedt dat er nog meer rondetafelgesprekken komen.
20 De voorzitter constateert dat het belangrijk is dat in het vervolg iedereen een uitnodiging krijgt.
25
Wethouder Eerenberg hoort dit nu ook via het debat. Hij laat uitzoeken hoe dit is gelopen en waar het mis ging met de uitnodigingen. Er is in ieder geval geen selectie of sturing op leden van de gemeenteraad. De voorzitter rondt het debat af. Schorsing van 15.24 tot 15.34 uur.
30 De voorzitter heropent de vergadering en meldt dat deze ochtend is besloten dat de resterende spreektijd wordt meegenomen naar het debat over kinderopvang in de volgende commissievergadering.
10. Debat Vrijwillige ouderbijdrage scholen Utrecht 35
40
45
50
De voorzitter leidt het debat kort in en geeft vervolgens het woord aan de commissie. De fracties van PvdA, D66, Volt, GroenLinks en ChristenUnie willen in debat over de vrijwillige ouderbijdrage aan scholen. Ze willen suggesties meegeven om ervoor te zorgen dat scholen de wet naleven en alle Utrechtse kinderen met activiteiten kunnen meedoen. Dit onderwerp wordt in een termijn besproken. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zegt alle kinderen mee moeten kunnen doen in Utrecht, ongeacht het inkomen van de ouders. Een hoge ouderbijdrage werkt ongelijkheid in de hand. De PvdA ziet het als een drempel voor ouders om hun kind aan te melden op die school. Bovendien overtreden scholen nog steeds de wet. Ze benoemen onvoldoende dat de vrijwillige ouderbijdrage echt vrijwillig is. Utrecht heeft kansengelijkheid hoog in het vaandel. Waarom lukt het dan niet om op dit dossier stappen te zetten? De eerste motie van de PvdA hierover dateert uit 2017. Daarna is er een patroon zichtbaar waarbij de raad aan bel trekt. Het college belooft een gesprek en de raad hoort dat er afspraken zijn gemaakt. In de praktijk blijven scholen de fout in gaan. Helaas past de laatste brief ook in dat patroon. Voor de PvdA is het belangrijk dat het college die gesprekken ingaat met een bepaalde Pagina 23 van 52
5
10
15
stevigheid. De vrijblijvendheid moet voorbij zijn. Er dienen afspraken te worden gemaakt over eenduidige communicatie met alle schoolbesturen, waaraan consequenties worden verbonden. De PvdA stelt voor om de afspraken te handhaven en om te sanctioneren. Met elkaar dient een maximum ouderbijdrage te worden vastgesteld, zoals Amsterdam dat heeft gedaan. De uiterste consequentie is, wat de PvdA betreft, dat aan scholen die de afspraken niet nakomen vanuit de gemeente geen subsidie meer wordt verstrekt, of wordt stopgezet. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt over een vrijwillige bijdrage dat als ouders die niet kunnen betalen, dat dan toch een gegeven is. Als ouders die vrijwillige bijdrage wel kunnen betalen, dan is dat toch fijn voor de school? Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vindt een hoge bijdrage een drempel voor ouders om bij die school te gaan kijken. Het heeft een afschrikwekkend effect. Een school die in een buurt staat, waar veel ouders met een hoog inkomen wonen, krijgt waarschijnlijk meer ouderbijdrage dan andere scholen in de stad. Het is belangrijk dat er meer solidariteit komt. De heer Stam (Volt) vraagt wat een kind in Overvecht er aan heeft , als een ander kind in Wittevrouwen op een minder duur schoolreisje kan gaan.
20
25
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) gunt alle kinderen in Utrecht mooie activiteiten buiten de klas om. Er zijn manieren om dat meer solidair te maken. Het solidariteitsfonds is daarvoor een mooi middel. De PvdA omarmt de suggestie die Stichting Leergeld deed. Roep schoolbesturen op om ouderbijdragen eerlijk te verdelen over alle scholen per schoolbestuur. Daarmee wordt gelijk iets gedaan aan ongelijkheid tussen scholen. De heer Stam (Volt) verwijst naar de brief aan de gemeenteraad. Scholen met de hoogste bijdragen zijn vaak zelfstandige besturen. SPO Utrecht gaat er niets aan veranderen dat kinderen van USV € 500 per jaar wordt gevraagd.
30
35
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) beaamt dit. De stad kan een signaal afgeven voor wat een normaal bedrag per kind zou zijn. Als er geen maximum wordt gehanteerd kan er niet worden gehandhaafd. Dan geeft de stad ook niet het signaal af dat zij dit eigenlijk belachelijke bedragen vindt. Alle kinderen in Utrecht hebben er iets aan als een grens wordt gesteld met een maximumbijdrage. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat sommige onderwijskoepels al met een solidariteitsfonds werken. Hoe zorgt het hanteren van een maximumbedrag ervoor dat anderen die de bijdrage niet kunnen betalen, ook aan mooie activiteiten kunnen deelnemen?
40 Mevrouw Raaijmakers (PvdA) probeerde twee problemen te schetsen. Scholen houden zich nu niet aan de wet. De gemeente moet daartegen harder optreden. Het helpt om een maximum te hanteren. Dan kan bij overtreding worden gehandhaafd. Om de oneerlijkheid tussen scholen weg te nemen is het solidariteitsfonds. 45 Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of de PvdA het met haar eens is dat het om een vrijwillige bijdrage gaat. Dat staat los van een maximum. 50
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) wil de gemeente munitie in handen geven om te gaan handhaven. De schoolinspectie kan de scholen wijzen op communicatie en bijvoorbeeld de schoolgidsen erop controleren. Pagina 24 van 52
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zou dan niet willen spreken van een eenduidige visie. De VVD vindt dat daar waar het goed gaat en degenen om wie het gaat er profijt van hebben, het zo te laten. Juist degenen die nu nog niet de kans hebben, moet de kans worden geboden, zonder een maximum te stellen. Wetten moet sowieso altijd gehandhaafd worden. 5 Mevrouw Raaijmakers (PvdA) merkt op dat dit nu precies het verschil is tussen de VVD en de PvdA. Het gaat pas goed met de Utrechtse kinderen als het met allemaal goed gaat. 10
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt of de PvdA stadsbrede afspraken wil maken, om zo te komen tot een solidariteitsfonds. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) wil afspraken over een solidariteitsfonds. Door middel van handhaven wil de PvdA meer dan alleen afspraken.
15
20
25
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) vraagt wat de PvdA verstaat onder vrijwillig. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) antwoordt dat de wet daarover duidelijk is: dat men niet gedwongen kan worden om de ouderbijdrage te betalen. Hoe vrijwillig is vrijwillig als toch dwang wordt uitgeoefend om te betalen? Daarvoor is er een landelijke wet gekomen. Het klopt dat er nog wel een impliciete dwang vanuit kan gaan, omdat ouders hun kind willen laten participeren. In de schoolgids moet expliciet worden vermeld dat het om een vrijwillige bijdrage gaat. De Inspectie kan op die communicatie handhaven. In de voorbereiding van dit debat heeft de PvdA nagedacht over het gevolg van het geheel afschaffen van een vrijwillige ouderbijdrage. Dat zou zonde zijn. Daarmee wordt het kind met het badwater weggegooid. Veel ouders willen wel bijdragen en zijn soms bereid om meer te betalen. De heer Stellinga (CDA) vraagt of het standpunt van de PvdA is dat als op school A met de vrijwillige ouderbijdrage een uitje kan worden geregeld, dat school B ook recht heeft op dat uitje.
30
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zou scholen niet willen opleggen wat ze met het bedrag moeten doen. Het gaat erom dat alle scholen, binnen een bepaald schoolbestuur, hetzelfde bedrag te besteden hebben aan buitenschoolse activiteiten. Om het solidariteitsfonds praktisch haalbaar te maken werkt het beter per schoolbestuur.
35
De heer Van Bergen (ChristenUnie) vraagt of mevrouw Raaijmakers het met hem deelt dat de rijkere scholen zich niet geroepen zullen voelen tot solidariteit en andere scholen juist wel. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) wil het liefst dat alle scholen, net als bij het aanmeldbeleid, meteen meedoen.
40
45
50
Mevrouw Stylianou (D66) neemt de woordvoering over van mevrouw Van der Wilt. Als het aan D66 ligt heeft ieder kind in Utrecht recht op een even mooie uitdagende schooltijd, binnen en buiten het schoolgebouw. Als een kind ouders heeft met een kleine beurs mag dat nooit een reden zijn om daar minder van te kunnen meekrijgen. D66 is het met het college en Leergeld eens dat sinds de wijziging van de wet het verwijzen van betaling via Leergeld of U-pas niet meer de norm moet en mag zijn. De fractie staat achter het besluit van het college om scholen die de wet nog niet naleven proactief te melden bij de Onderwijsinspectie. De nieuwe situatie brengt een zorg met zich mee die bij D66 nog niet is weggenomen, namelijk die van de groeiende ongelijkheid tussen scholen en binnen scholen tussen kinderen. Veel scholen proberen op hun eigen manier om te gaan met de situatie. Verschillen in ouderbijdragen zijn te groot. Het is niet transparant wat scholen wel en niet onder de bijdrage scharen. Dit moet anders kunnen in een sociale stad als Utrecht. De solidariteitsfondsen die worden ingezet bij de NUOVO-scholen ziet D66 als een mooie stap voor de korte termijn. Is de wethouder het met D66 eens dat het niet Pagina 25 van 52
5
wenselijk is dat er te grote verschillen zijn tussen scholen in hoe zij omgaan met de hoogte en het innen van bijdragen? Dit kan ertoe leiden dat kinderen buiten de boot vallen, of dat ouders met een kleine beurs bij voorbaat niet durven te kiezen voor scholen met een hogere ouderbijdrage. Is de wethouder bereid om hierover meer bindende afspraken te maken, met zowel het primair als het voortgezet onderwijs, in lijn met de ambities op kansengelijkheid? Is de wethouder het met D66 eens dat, om deze afspraken te maken, het van belang is om goed zicht te hebben hoe scholen nu, naast de informatie in de schoolgids, omgaan met het opvolgen van schoolkosten richting ouders, met name in het voortgezet onderwijs.
10
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of D66 niet vreest, juist omdat het een vrijwillige ouderbijdrage is, dat een aantal ouders de noodzaak voor een bijdrage aan het fonds niet meer zien. De bijdrage komt dan immers niet bij het eigen kind terecht. De beslissing om bij te dragen aan het fonds ligt nog altijd bij de ouders zelf.
15
Mevrouw Stylianou (D66) stelt dat een solidariteitsfonds juist beoogt dat een school zich beroept op de solidariteit van de ouders. Het is vooral belangrijk dat goed gecommuniceerd wordt. De heer Stam (Volt) vraagt of D66 voorstander is van een maximum voor de ouderbijdrage. Zo ja, wat hebben kinderen daaraan, die op een armere school zitten?
20
25
30
35
40
Mevrouw Stylianou (D66) zegt dat D66 in principe voorstander is van een maximale ouderbijdrage. Dat hoeft niet de eerste stap te zijn. D66 ziet nog wat stappen voorafgaand. Het gaat om het verkleinen van de verschillen tussen scholen. Het gaat niet zover dat nu complete reisjes worden ontzegd aan kinderen uit rijkere gezinnen. D66 ziet het niet als een op zichzelf staande actie. De gemeente zet zich in voor een rijke schooldag. Daarvan profiteren alle kinderen. Een kind op een armere school kan nu ook naar de activiteiten die worden georganiseerd en waarbij het niet uitmaakt op welke school je zit. De heer Otto (EenUtrecht) is benieuwd of D66 met hem van mening is dat veel ouders niet meer zullen bijdragen wanneer het geld in een fonds gaat ten goede van kinderen in de stad, of omdat het eenvoudig wordt om niet bij te dragen. Mevrouw Stylianou (D66) zegt dat dit verband houdt met de communicatie rondom het solidariteitsfonds. Het gaat ook om de cultuur op een school. Scholen moeten een belangrijke rol spelen in die communicatie. Het zou fantastisch zijn als het voor elke school gelijk en een standaard is. In het vragenuur van juni jl. zei de wethouder meer duidelijkheid te willen geven over de grijze kosten.
Klopt het dat die informatie nog moet volgen? Zo nee, kan de wethouder de informatie toezeggen, voorafgaand aan de gesprekken met de scholen? Ziet de wethouder nog andere mogelijkheden dan het maken van gemeenschappelijke afspraken over maximale ouderbijdragen en het actief stimuleren van solidariteitsfondsen? Is hij bereid daarin als gemeente een meer regisserende en sturende rol te nemen, zolang de situatie nog niet zoals gewenst is?
45 Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of D66 het met de PvdA eens is dat afspraken alleen tot nu toe niet voldoende is gebleken. Is zes jaar praten niet voldoende geweest? Hoe kijkt D66 naar het voorstel van de PvdA om ook te dreigen met het intrekken van subsidie? 50
Mevrouw Stylianou (D66) antwoordt dat dit wat D66 betreft niet de juiste manier is. Het gesprek is samen met de scholen en gaat over kansengelijkheid. Sommige scholen zoeken oprecht naar de juiste oplossing. Het intrekken van subsidie zal niet direct helpen. De uitvoering van de wet treft juist wat de cultuur van de school is en hoe de geest van de wet wordt uitgevoerd. D66 ziet daarin Pagina 26 van 52
een grote rol weggelegd voor de Onderwijsinspectie en niet zozeer voor de gemeente. D66 wacht op de reactie van de wethouder over hoe de inzet van de gemeente nu anders zal zijn. 5
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt of D66 solidariteitsfondsen gemeentebreed ziet. Zo ja, wat is dan het verschil met Stichting Leergeld? Mevrouw Stylianou (D66) zou het ideaal vinden wanneer de fondsen gemeentebreed zouden zijn. Daarbij zal sprake zijn van uitdagingen en/of van overlap.
10
15
20
25
De heer Stam (Volt) reageert op de ontvangen brief van de wethouder over de vrijwillige ouderbijdrage. In de brief ontbreken cijfers over ouderbijdragen op middelbare scholen. De wethouder heeft nog niet met middelbare scholen gesproken over een maximum. Juist op de middelbare scholen zijn de bijdragen vaak hoger. Waarom ontbreekt deze informatie in de brief? Krijgt de raad de complete brief alsnog toegestuurd en zo ja, wanneer? In de brief staat dat juist de kleinere schoolbesturen om hogere bijdragen vragen. Wordt door de gemeente met de kleinere besturen gesproken? Volt vindt het belangrijk dat een kind zich welkom voelt op elke school in Utrecht. De fractie deelt het ideaal van kansengelijkheid. De vraag is of dat kan worden bereikt met een maximale ouderbijdrage. De heer Stam betwijfelt dat. De bijdrage is vrijwillig. Het niet kunnen betalen mag geen bezwaar zijn. Scholen moeten ervoor zorgen dat een ouder of kind zich niet minder welkom voelt als de bijdrage niet kan worden betaald. Als dat wel het geval is, dan ligt dat aan de school(cultuur). De hoogte van bijdrage verlagen, lost het probleem niet op. Een hoge bijdrage kan veel soorten signalen uitzenden. Sommige scholen in Utrecht vragen een significante bijdrage.
Ze zeggen daarbij dat ze proberen om een vernieuwend soort onderwijs aan te bieden en dat men minstens even welkom is wanneer men de bijdrage niet kan betalen. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) is benieuwd of Volt net als de PvdA vindt dat het oneerlijk is als op de ene school wel 700 euro per leerling kan worden besteed aan activiteiten en op een andere school niet.
30
35
40
45
50
De heer Stam (Volt) stelt voor om de vloer te verhogen in plaats van het plafond te verlagen. Natuurlijk gunt Volt elk kind 700 euro, maar nu wordt het plafond omlaag gebracht. De kinderen die op de bodem zitten hebben daar niets aan. Laat de gemeente ongelijk investeren en niet ongelijk afpakken. Dat het landelijk een bepaalde kant op gaat betekent niet dat Volt dat een goed idee hoeft te vinden. In het rapport waarnaar mevrouw Raaijmakers verwees staat ook dat er een reëel risico is op verschraling van activiteiten op scholen. Daarover maakt de heer Stam zich zorgen. Mevrouw Stylianou (D66) vraagt of de heer Stam ontkent dat het toch effect heeft als een ouder de bijdrage niet kan betalen, hoe goed de communicatie ook is. De heer Stam (Volt) is blij dat de wet is veranderd en dat het betalen van de ouderbijdrage nu geen enkel gevolg mag hebben voor het kind. Het is belangrijk dat de gemeente erop toeziet dat dit gebeurt. Daarmee kan niet volledig worden uitgesloten dat er wellicht ouders zijn die toch een verplichting ervaren om bij te dragen aan het onderwijs van hun kind. Om dan maar te zeggen dat die vraag niet meer gesteld mag worden, dat is niet proportioneel. Het is goed dat de gemeente controleert op de communicatie van de scholen, maar Volt denkt niet dat kinderen geholpen zijn met een maximum.
Er moet worden nagedacht over oplossingen waarbij er niet minder geld gaat naar de rijke scholen, maar meer geld naar de scholen die het nodig hebben. Volt is een voorstander van oplossingen zoals een solidariteitsplan binnen schoolbesturen en bij voorkeur zelfs op gemeentelijk niveau. De wethouder wordt opgeroepen om oplossingen in die richting te steunen op elke manier die mogelijk is. Pagina 27 van 52
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt of ouders baat hebben bij een maximum. 5
De heer Stam (Volt) denkt dat de onderwijskansen van de kinderen belangrijker zijn. Ouders zullen er om dezelfde redenen niet mee geholpen zijn. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt hoe zij een gemeentelijk solidariteitsfonds moet zien. Verschillende de ouderbijdragen daarbij per school?
10
15
20
25
30
35
40
45
De heer Stam (Volt) zegt niet dat alle ouderbijdragen moeten worden afgeroomd en centraal verzameld. Daarvan is Volt geen voorstander. Als ouders willen bijdragen aan de school van hun kind, dan moet dat kunnen, mits de vrijwilligheid gewaarborgd is. Ook zullen er ouders zijn die graag wat extra willen bijdragen voor kinderen op andere scholen. Dat is een solidariteitsfonds. De gemiddelde bijdrage op een primaire school in Utrecht ligt rond € 60. Veel ouders zullen nog middelen hebben om daar bovenop nog wat bij te dragen, om te zorgen dat een ander kind op dezelfde of op een andere school ook € 60 heeft. Als de gemeente een bijdrage kan leveren om dat fonds mogelijk te maken dan is Volt daarvan een voorstander. De manier waarop dat laat de fractie aan het college. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) zegt dat een vrijwillige ouderbijdrage vrijwillig zou moeten zijn. Toch blijft GroenLinks signalen ontvangen dat dit nog steeds niet het geval is, ook al is de gemeente hierover met scholen in gesprek. Scholen communiceren nog altijd niet goed dat de bijdrage vrijwillig is. Ze vragen soms heel hoge bedragen. Het is tijd voor meer regie en controle. Hoe wordt erop toegezien dat scholen zich aan de wet houden? Welke gevolgen heeft het voor scholen als ze de wet niet naleven? Wanneer wordt actie ondernomen? Stichting Leergeld stopt met het vergoeden van de vrijwillige ouderbijdrage.
Ouders en leerlingen maken zich daarover zorgen. Er zijn veel verschillen tussen scholen. Sommige schoolbesturen kennen al een solidariteitsfonds. Is het college bereid om stadsbreed het gesprek aan te gaan met scholen en schoolbesturen over mogelijkheden, zoals solidariteitsfondsen per school, om ongelijkheid tegen te gaan? Stadsbrede afspraken zijn belangrijk om de toegankelijkheid van het onderwijs en het gelijke speelveld tussen scholen bij aanmelden te bewaken. Een schoolkeuze mag niet afhankelijk zijn van de vrijwillige ouderbijdrage. GroenLinks vraagt de wethouder om tot maximering van de vrijwillige ouderbijdrage over te gaan. Het innen van de bijdragen, het sturen van reminders en onzekerheid over wat er binnenkomt roept frustraties op. De wethouder wordt gevraagd deze geluiden mee te nemen in de gesprekken met de scholen en de schoolbesturen. Het is goed om te kijken naar maximeren, solidariteitsfonds, heldere communicatie, solidariteit en toegankelijkheid. De heer Stam (Volt) is het eens dat het vervelend en ongewenst is als een school facturen stuurt voor de ouderbijdragen. De hoogte van het bedrag op die factuur is daarbij niet het wezenlijke punt. Is mevrouw Vermeulen dat met hem eens? Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) stelt dat een ouder graag iets wil bijdragen aan de school en de ontwikkeling van de kinderen.
Als ouders meerdere kinderen hebben op verschillende scholen dan kunnen die bijdragen behoorlijk oplopen. Dat maakt zeker uit, naast de bureaucratie eromheen. Bij een vrijwillige ouderbijdrage krijgen de ouders ook een factuur. De school wil wel graag een bijdrage om activiteiten te kunnen organiseren. De ouder krijgt een factuur en eventueel een reminder ook als is er geen verplichting om de bijdrage te betalen.
50 Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt wat GroenLinks vindt van het voorstel van de PvdA om de subsidie in te trekken voor scholen die de fout ingaan. Pagina 28 van 52
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) zegt dat GroenLinks eerst de afspraken en de beantwoording van de wethouder wil afwachten. Andere sancties kunnen worden overwogen. GroenLinks zou zich daarop willen beraden. 5
10
15
20
25
30
35
40
De heer Stellinga (CDA) vraagt of GroenLinks het met het CDA eens is dat er enige sociale druk op de vrijwillige bijdrage ligt, maar dat iemand die geen € 700 kan betalen, strikt genomen, niet verboden kan worden om zijn kind naar een school te sturen die om die € 700 vraagt. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) is het daarmee eens. Strikt genomen kan dat niet worden verboden. Er is wel een bepaalde sociale druk en er gaat een bepaald signaal uit van dat bedrag en wel dat de school ergens voor staat en bepaalde activiteiten doet die daarbij horen. Dat signaal is er zeker. Het is een interessante gedachte om te kijken naar een bijdrage op basis van draagkracht. Dat lijkt overigens veel op een solidariteitsfonds en het is dan nog steeds vrijwillig. De heer Van Bergen (ChristenUnie) stelt dat uit de geagendeerde brief blijkt dat de wethouder en de ChristenUnie elkaar qua idealen op dit gebied goed kunnen vinden. In Utrecht wordt ernaar gestreefd dat alle kinderen kunnen meedoen, gelijke kansen hebben en hun talenten kunnen ontwikkelen. Van deze drie idealen ziet de fractie bij de uitvoering van de nieuwe wet de gelijke kansen in het geding komen. Spreker sluit zich aan bij de vraag van de PvdA over de collectieve ouderbijdrage. De heer Van den Berg sluit zich ook aan bij de vraag van D66 over de grijze gebieden van de besteding van de bijdragen.
Een blik in de jaarverslagen leert dat deze gelden niet altijd goed terechtkomen. De fractie van ChristenUnie is blij dat de wethouder actief die scholen aanspreekt, welke de ouders niet goed voorlichten over het feit dat vrijwillig ook echt vrijwillig betekent. Op dit moment is het nog mogelijk om de vrijwillige bijdrage te betalen met de U-pas. De ChristenUnie vindt dit zeer onwenselijk. Deelt de wethouder dit standpunt? De wethouder gaf aan ernaar te streven om dit vanaf komend jaar onmogelijk te maken. De voorzitter vraagt of andere dan de agenderende fracties inbreng willen leveren. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) hoort allerlei sympathieke ideeën over tafel komen. Die moeten alle op hun eigen wijze worden beoordeeld en gewaardeerd. Het woord vrijwillig is compleet misplaatst. In het algemeen zullen mensen nooit vrijwillig iets betalen als er een mogelijkheid is om niet te betalen. In het geval van de ouderbijdrage slaat dit terug op de kinderen. Al snel is het bekend. De vraag is of er geen andere systematiek mogelijk is waardoor de uitgaven die nodig zijn voor activiteiten kunnen worden gefinancierd. Die uitgaven moeten liggen binnen de financiële kaders van de school. De school moet zelf proberen om de gelden op tafel te krijgen om activiteiten te kunnen ontplooien. Te denken valt aan sponsoring. Dit neemt de druk van vrijwilligheid weg.
Mevrouw Kendir (Student & Starter) stelt dat er een stigma rust op armoede. Ouders zullen graag een bijdrage willen doen. De gemeente moet ervoor zorgen dat ouders die geen bijdrage kunnen betalen steun kan worden geboden. Hoe kijkt Stadsbelang Utrecht daarnaar?
45
50
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) probeerde aan te geven dat de praktijk leert dat mensen zijn zoals ze zijn. Als de emotie van het niet kunnen betalen en het kunnen ontplooien van activiteiten van elkaar worden gescheiden dan betekent dat een andere benadering van de financiering en de mogelijkheden om buiten het directe verband van de school gelden aan te trekken. De heer Stellinga (CDA) zegt dat het CDA constateert dat de wetswijziging een gat heeft veroorzaakt in de financiering van extra activiteiten op scholen. Scholen moeten aangeven dat de Pagina 29 van 52
5
10
bijdrage vrijwillig is en kunnen leerlingen niet uitsluiten omdat hun ouders niet betalen. Scholen zitten klem. De oplossing moet worden gevonden in het door scholen wijzen op de gevolgen van het niet betalen van de bijdrage. Scholen met door de bank genomen minder kapitaalkrachtige ouders kunnen door het Jeugdeducatiefonds geholpen worden. Wellicht kan worden gekeken naar binnenschoolse solidariteit. Het CDA is geen voorstander van maximering. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vertelt dat de VVD de acties die het college noemt, voor nu voldoende vindt. De fractie is benieuwd naar de uitwerking. Het is lastig dat scholen niet goed in de schoolgids noteren dat de ouderbijdrage vrijwillig is. Het college gaat hierover in gesprek met de scholen. Het lijkt de VVD goed dat dit gebeurt. De fractie wil een toezegging dat de raad hiervan op de hoogte wordt gehouden. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of de VVD erkent dat scholen de wet overtreden.
15
20
25
30
35
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) antwoordt bevestigend. Het hoort niet zo te zijn. Daar mogen die scholen zeker op worden aangesproken. Het is niet aan de gemeenteraad om te bepalen wat de sanctie is. Handhaving kan dat zelf prima bepalen. De scholen zijn wel deels afhankelijk van de inkomsten uit de vrijwillige ouderbijdragen voor het organiseren van activiteiten. De scholen hebben tot juli 2023 om te kijken hoe ze dit gaan bolwerken. De VVD vraagt of er kan worden meegekeken en de helpende hand kan worden geboden vanuit het Jeugdeducatiefonds. De vraag is of het fonds voldoende middelen beschikbaar heeft voor de komende tijd. Hoe komen de scholen die de bijdrage laten afhangen van het inkomen van de ouders aan de gegevens van de ouders? Is dit wel conform de AVG? De VVD sluit zich aan bij Volt wat betreft de maximale bijdrage. De fractie sluit zich niet aan bij het punt over het solidariteitsfonds. Wethouder Eerenberg ontdekt twee lijnen in het debat. De vrijwilligheid van de ouderbijdrage en het maximale bedrag van de bijdrage. Er is een nieuwe wet op de vrijwilligheid van de ouderbijdrage. Het college beschouwt het als een moment van de gele kaart. Een aantal scholen is erop aangesproken omdat ze de bijdrage feitelijk als onvrijwillig hanteert, door slechte communicatie. Het college ving geluiden op over incasso’s.
Als het niet tot verbetering leidt wordt overgestapt naar de rode kaart. Het college heeft geen middelen tot zijn beschikking voor handhaving, maar het kan wel naar de Onderwijsinspectie stappen en de betreffende scholen aanwijzen. Die laatste stap is gezet. Het is nu aan de Onderwijsinspectie om dit op te pakken en te handelen. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt in welk stadium van de escalatieladder de gemeente zich bevindt.
40
45
Wethouder Eerenberg licht toe dat het stellen van mondelinge vragen het ‘gele kaart moment’ was. Toen heeft de wethouder de betreffende scholen aangesproken. Als er geen verbetering zou optreden, dan zou het ‘rode kaart moment’ komen. De vrijwillige ouderbijdrage in het Voortgezet Onderwijs varieert tussen € 25 tot € 250 met uitzondering van een school die een bedrag van € 500 hanteert. In de eerstvolgende kwartaalbrief Onderwijs zal dit worden genoemd. Op de besteding van de vrijwillige bijdrage rust geen wettelijk kader. Het moet wel glashelder zijn. Op basis van concrete signalen en aan de hand van steekproeven door de afdeling Onderwijs gaat de wethouder in gesprek met scholen.
50 Mevrouw Stylianou (D66) vraagt of de voornoemde bedragen voor het gehele jaar worden gevraagd. Pagina 30 van 52
5
10
15
20
25
30
35
40
Wethouder Eerenberg antwoordt dat dit het totaal is. Het college wenst te stoppen met het gebruik van de U-pas voor de bijdrage, maar wat als er toch een ouder onbedoeld de bijdrage als niet vrijwillig interpreteert en daardoor in de financiële problemen komt, dan wil het college toch de ruimte hebben om die gezinnen toch nog te kunnen ondersteunen. Als de raad zegt dat in een keer duidelijkheid moet worden geboden door te stoppen met het vergoeden via de U-pas dan kan dat. Wie de komende een of twee jaar tussen wal en schip dreigt te vallen, die kan dan nog via de U-pas worden geholpen. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) heeft vernomen dat sommige ouders met een U-pas toch wel heel graag een ouderbijdrage willen betalen. Wethouder Eerenberg wijst erop dat dit de andere kant van het spectrum is: Zet het U-pasbudget in om wat voor de scholen te doen. Het college stelt dat het een vrijwillige bijdrage is. Kun je het niet betalen dan hoef je het niet te betalen. Dat is de gedachtegang achter de vrijwilligheid. Dan gaat de gemeente het niet mogelijk maken om het alsnog te betalen. De raad staat echter aan het stuur. Bij een aantal scholen leidt de wetswijziging ertoe dat minder geld wordt binnengehaald. Dat is geen reden om de ouderbijdrage maar weer verplicht te laten worden.
Het is wel een reden om de gedachtegang van de rijke schooldag te omarmen, vanwege de overheidswege lumpsum vergoede extraculliculaire activiteiten, zodat deze op elke school aangeboden kunnen worden. Het Jeugdeducatiefonds heeft € 13.000 per school in kas. Daarmee kan aan de vraag worden voldaan. Het college zal vandaag niet zeggen dat er een maximum ouderbijdrage komt. Wat is dan het maximum? Wat als het meerdere van het maximum juist die solidariteit is? Dit vraagt om goed nadenken. Het klopt dat processen soms lang kunnen duren, maar het zou jammer zijn als de solidariteit, die nu in het systeem zit ingebakken, wegvalt, omdat het solidariteitsdeel boven een maximum uitkomt. Anderzijds; als het maximum heel hoog wordt gezet, zodat die solidariteit kan worden geregeld, kan dat een opwaartse druk creëren. Dat is ook de angst van de PO-/VO-raad. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of de wethouder de schoolgesprekken ingaat met de mogelijkheid om het gesprek aan te gaan over een maximum, of met de vraagstelling of een maximum eigenlijk wel wenselijk is. Wethouder Eerenberg maakt eerst graag zijn redenatie af. In Amsterdam is de ouderbijdrage gemaximeerd tot € 225. Een school mag een losse ouderbijdrage vragen voor bijvoorbeeld TSO (tussenschoolse opvang). Telt men de bedragen bij elkaar op, dan wordt het een hoog bedrag.
Dit onderwerp leent zich slecht voor het stellen van een maximum. Het gaat over excessen. Bovendien is de wereld verandert, want er is nu de wet die zegt dat de bijdrage vrijwillig is. De eventuele te hoge bijdrage is wel vrijwillig. Dat doet iets met de drempel, zeker als scholen zich netjes aan die vrijwilligheid houden. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) verwijst naar de brief over de koopkrachtcrisis van 7 december 2022, waarin staat dat er gesprekken zijn over maximeren. Hoe verhoudt zich dat tot dit debat?
45 Wethouder Eerenberg zegt dat het onderwerp het verdient om er in zorgvuldigheid over te spreken met het onderwijs. In Amsterdam is er geen maximum ouderbijdrage voor het Voortgezet Onderwijs. 50
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) wijst erop dat de bijdrage altijd al vrijwillig was, ook al voordat de wet werd gewijzigd. Wethouder Eerenberg komt daar nog op terug. Pagina 31 van 52
5
10
Een excessieve ouderbijdrage lijkt het college geen goed plan. Drempels of vermeende drempels door ouderbijdragen zijn niet goed. Het is nodig dat een beroep wordt gedaan op solidariteit omdat ouderbijdragen oneerlijk verdeeld zijn over de stad. Met de scholen wordt het gesprek aangegaan. Om de goede samenwerking niet te verliezen wordt in dit geval niet gewerkt met rode kaarten. Excessen moeten worden teruggebracht, op die manier dat het bijdraagt aan het bestrijden van kansenongelijkheid. Die solidariteit is binnen schoolkoepels makkelijker te organiseren dan daarbuiten. In het debat rees de vraag of die solidariteit stadsbreed kan worden bewerkstelligd. Valt die solidariteit dan binnen of buiten het maximum? Mogen rijke mensen meer dan het maximum betalen om het betaalbaar te maken voor mensen met een smalle beurs? Dat komt voort uit het gesprek met de scholen. Als een stadsbreed solidariteitssysteem wenselijk is dan heeft het college de raad daarvoor nodig. Er zullen dan andere taken niet gedaan kunnen worden, of er moet door de raad extra geld beschikbaar worden gesteld. De voorzitter vraagt de commissie of er nog gemiste vragen zijn.
15 De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) vraagt of de wethouder zegt dat in alle redelijkheid slechts per school zaken worden aangepakt en dat een stadsbrede aanpak praktisch onmogelijk is. 20
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt de wethouder om helder samen te vatten wat de positie van de gemeente is als ze dat gesprek aangaat met de schoolbesturen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vroeg of de gegevens over de inkomsten van ouders door de scholen wel volgens de AVG zijn verkregen. Is het Jeugdeducatiefonds niet voldoende om een terugval in ouderbijdragen op te vangen?
25
30
35
40
Wethouder Eerenberg vertelt dat het opzetten van een stedelijk solidariteitsfonds zeker mogelijk is. Het vraagt veel werktijd en energie. Dat kan niet toegezegd worden zonder dat een keuze, of een integrale afweging wordt gemaakt. De wethouder kan niet aangeven hoeveel tijd en energie het kost. De PvdA vroeg naar de positie van het college. Het gesprek moet worden aangegaan met de scholen dat het college geen excessieve ouderbijdragen meer wil in de stad. Het moet op zo een manier dat dit het meeste bijdraagt aan het vergroten van de kansengelijkheid. Over inkomensafhankelijkheid merkt de wethouder op dat geen juridisch onderzoek is gedaan. Het beeld is dat het zo kan worden georganiseerd dat het AVG-proof te maken is. Dat is oplosbaar, al is die oplossing niet gratis. De wethouder kan zich voorstellen dat scholen bijvoorbeeld een tabel verstrekken aan ouders, waarmee ouders zelf kunnen inschatten in welke staffel zij zitten. Aan de hand daarvan zouden ze een bijdrage kunnen doen. Of het Jeugdeducatiefonds voldoende geld in kas heeft als er een maximum ouderbijdrage zou komen, die vraag kan de wethouder nu niet beantwoorden. In de huidige situatie is het fonds voldoende gevuld, al vindt er hier en daar verschraling plaats. Als met elkaar verdere stappen worden gezet in het kader van de ouderbijdrage dan wordt de rekensom anders.
De heer Stam (Volt) vraagt waarom de wethouder de maximering en het solidariteitsfonds aan elkaar koppelt. Het zijn twee verschillende dingen.
45
50
Wethouder Eerenberg legt uit dat het solidariteitsfonds een uitwerking is van dit debat. Het college vindt dat excessen moeten worden aangepakt, maar zodanig dat het bestrijden van kansenongelijkheid niet in het gedrang komt. Behalve een gesprek over excessen wil de wethouder ook een gesprek over bijvoorbeeld de vraag waarom die Vmbo-school dan geen leuke Romereis heeft. Het zijn twee verschillende dingen, maar als men het aan kinderen vraagt, dan gaat het voor kinderen over hetzelfde. Pagina 32 van 52
De voorzitter sluit de vergadering om 16:53 uur. 5 Het debat over Bestaanszekerheid zal vanavond om 20:00 uur worden gevoerd.
10
15
20
Pagina 33 van 52
Verslag openbare avondvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 5
Datum Locatie Verslag door
donderdag 19 januari 2023 Stadhuisbrug 1, Utrecht Robert Vernooy (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen
10
De voorzitter, mevrouw I. Hornsfeld, de wethouder, L. Voortman, de leden mevrouw M. Al-Saqaff (VVD), de heer A. Stam (Volt), mevrouw J. Kleinrensink (GroenLinks), mevrouw E. Kendir (Student & Starter), de heer F. van der Star (PVV), mevrouw I. Raaijmakers (PvdA), mevrouw V. Dada-Anthonij (D66), de heer J. Otto (EenUtrecht), mevrouw N. Oul Fakir (BIJ1), de heer I. Simsek (Denk), de heer B. Van Steeg (CDA)
15
Afwezigen
Er zijn geen afwezigen gemeld.
Verslag commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie
20
8. Debat bestaanszekerheid ...............................................................................................34 Lijst met toezeggingen ........................................................................................................51
8. Debat bestaanszekerheid
25
De voorzitter opent het avonddeel van de vergadering om 20.00 uur en heet iedereen welkom. Het onderwerp van deze vergadering is de bestaanszekerheid van de inwoners van Utrecht. Bijna alle fracties hebben dit debat geagendeerd.
30
De bestaanszekerheid van veel Utrechters staat onder druk. De gemeente heeft op verschillende manieren ingegrepen om de ergste nood te lenigen. Toch wordt een grote groep Utrechters niet bereikt, zo bleek tijdens de Raadsinformatiebijeenkomst van 6 december. De gemeente heeft voor 2023 maatregelen aangekondigd om Utrechters te helpen. De fracties gaan in debat over de aanpak, onder andere over het verhogen van het bereik van regelingen en zorgen dat inwoners krijgen waar ze recht op hebben. Ook willen zij suggesties aandragen voor de verdere verbetering van de bestaanszekerheid. Het onderwerp wordt in één termijn besproken.
35
Ter informatie: de agenderenden zijn EenUtrecht, CDA, PvdA, D66, CU, BIJ1, DENK, Utrecht Solidair, VVD, GroenLinks, PVV en Student & Starter. De heer Otto (EenUtrecht) krijgt het woord. Eind december ontving de fractie een raadsbrief over het thema bestaanszekerheid. Daarin kondigt het college nieuwe regelingen en voorzieningen Pagina 34 van 52
5
10
15
aan. Hiertoe zag het college aanleiding na de laatste minima-effectrapportage en de persoonlijke verhalen van Utrechters tijdens de raadsinformatiebijeenkomst op 6 december 2022. De fractie onderschrijft alle nieuwe regelingen en maatregelen, al zijn die soms van tijdelijke aard, en ziet de betrokkenheid van het college. EenUtrecht ziet echter geen nieuw beleid en vindt dit een gemiste kans. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vindt het te kort door de bocht om te zeggen dat er geen nieuw beleid is. Volgens haar werd dat in september al aangekondigd en was alle energie gericht op deze maatregelen. De heer Otto (EenUtrecht) is van mening dat er wel degelijk een aantal nieuwe dingen gedaan moet worden. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of het dan om nieuwe maatregelen of om nieuw beleid gaat. De heer Otto (EenUtrecht) ziet dit vooral als een semantische discussie. In antwoord op de vraag stelt hij dat het dan misschien vooral om nieuwe maatregelen gaat.
20
Volgens de heer Van Steeg (CDA) blijkt uit de effectrapportage dat het redelijk goed gaat. De heer Otto (EenUtrecht) is het hier niet mee eens.
25
De heer Van Steeg (CDA) zegt dat niet ontkend kan worden dat de koopkracht juist in Utrecht is toegenomen.
30
De heer Otto (EenUtrecht) vervolgt zijn betoog. EenUtrecht stelt dat uit de laatste effectrapportage blijkt dat 25 tot 40 procent van de inwoners geen gebruik maakt van de regelingen en voorzieningen die de gemeente biedt. Volgens EenUtrecht duidt dit cijfer op systeemfalen.
35
De heer Van Steeg (CDA) beaamt dat hier hard aan gewerkt moet worden maar zegt dat uit de effectrapportage blijkt dat de maatregelen een enorm effect hebben op de koopkracht. Het beleid heeft dus wel impact. Betekent dat niet dat EenUtrecht toch anders tegen het gevoerde beleid aan zou moeten kijken?
40
45
De heer Otto (EenUtrecht) zegt dat er weliswaar goede maatregelen worden getroffen maar dat 1 op de 3 mensen niet wordt bereikt, en dat dat effect er voor hen dus niet is. De eerste vraag van EenUtrecht aan de wethouder: duidt het percentage niet-bereikte Utrechters inderdaad op systeemfalen? Volgens EenUtrecht zijn schaamte, angst, wantrouwen en onbekendheid de vier kernwoorden die verklaren waarom duizenden Utrechters nog steeds geen gebruik maken van de regelingen. Onbekendheid met de regelingen is deels te bestrijden met de inzet van nog meer sleutelfiguren in de stad en automatische vrijstelling van gemeentelijke heffingen op basis van gegevens van voorgaande jaren. EenUtrecht steunt wat dat betreft de voorstellen die in de raadsbrief zijn genoemd. Volgens de heer Van Steeg (CDA) is de inzet op sleutelfiguren tijdelijk. Hij vraagt of er niet meer moeten worden ingezet op bestaande mogelijkheden in de stad.
50
55
60
De heer Otto (EenUtrecht) komt hier straks op terug. EenUtrecht vraagt aan de wethouder of zij erkent dat de laatste raadsbrief geen nieuw beleid benoemt en dat er onvoldoende wordt ingezet op het bestrijden van angst, schaamte en wantrouwen onder kwetsbare mensen in de stad. Uit de raadsbrief blijkt niet dat het college is geschrokken van het hoge percentage Utrechters dat niet wordt bereikt. EenUtrecht is echter behoorlijk gealarmeerd, niet alleen door dat percentage maar ook door het systemisch ontbreken van nieuw beleid. De kosten van energie en levensonderhoud zullen blijven stijgen en veel mensen zullen uit angst, schaamte en wantrouwen het aanbod van de gemeente blijven afwijzen. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) stelt dat het college eind oktober de cijfers voor het bereik bekend heeft gemaakt. Deze brief is van twee maanden later. De PvdA vraagt welke maatregelen Pagina 35 van 52
EenUtrecht had verwacht om binnen twee maanden het gewenste percentage te bereiken. Mevrouw Raaijmakers vindt het goed dat het college hierin openheid betoont. 5
10
15
20
25
30
35
40
De heer Otto (EenUtrecht) is het hier niet mee eens en zegt dat het college ook kan aankondigen dat het met iets nieuws komt. Hij zal nog op terugkomen op de vragen die EenUtrecht naar aanleiding hiervan stelt. Volgens Mevrouw Raaijmakers (PvdA) negeert de heer Otto de 60% die wél bereikt is. Vragen om een radicaal andere aanpak binnen twee maanden vindt de PvdA niet realistisch. De heer Otto (EenUtrecht) vindt dit een systemische reactie. Volgens hem is 0 misschien niet haalbaar maar tussen 0 en 40 zit nog wel een groot verschil. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) beaamt dat het bereik naar 100 procent moet en zegt dat daar ook door de PvdA hard aan gewerkt wordt. Wel moet er naar haalbare oplossingen worden gezocht en mag het kind niet met het badwater worden weggegooid. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) spreekt van grote woorden als EenUtrecht geen goede nieuwe maatregelen voorstelt. De heer Otto (EenUtrecht) zegt dat hij straks met één nieuw voorstel zal komen. Hij blijft erbij dat het niet acceptabel is dat 40 procent van de Utrechters niet wordt bereikt. Mevrouw Kendir (Student & Starter) vraagt of EenUtrecht concrete maatregelen heeft om het stigma rond dit onderwerp te doorbreken. De heer Otto (EenUtrecht) denkt dat ervaringsdeskundigheid de sleutel is, het inzetten van mensen in de stad die het zelf hebben meegemaakt en in de positie zijn om anderen mee te nemen.
Dat kwam ook in de raadsinformatiebijeenkomst naar voren. De voorzitter spreekt de hoop uit dat iedereen wat bondiger kan zijn. De heer Otto (EenUtrecht): Een paar maanden geleden vroeg EenUtrecht de wethouder of zij het ermee eens is dat de inzet van ervaringsdeskundigen heel belangrijk is bij de bestrijding van armoede in de stad. De wethouder beaamde dat dit van waarde kan zijn, maar wat haar betreft hoeven er geen ervaringsdeskundigen bij. EenUtrecht vond dat toen al een verontrustend antwoord. Door voornamelijk vanuit het systeem te denken en te handelen zullen bange, beschaamde en wantrouwende Utrechters ook in 2023 niet bereikt worden. EenUtrecht betwijfelt of het netwerk van sleutelfiguren hierin iets zal uitmaken. De gemeente moet nadenken over de boodschap die zij kwetsbare burgers meegeeft en over de taal die zij gebruikt. Uit de maatregelen in de raadsbrief spreekt geen introspectie van de kant van de gemeente. De voorzitter wijst erop dat de tijd die de fractie nog heeft doorgaat naar de volgende commissie.
45
50
55
60
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt hoe EenUtrecht tegen de communicatiecampagne van de gemeente aankijkt. De heer Otto (EenUtrecht) zegt dat het niet werkt als je in die communicatie niet voor een andere toon kiest. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt wat EenUtrecht zelf anders zou doen. De heer Otto (EenUtrecht) zegt dat men de ambtenaren die hierover gaan veel meer ruimte zou kunnen geven en buiten de kaders kan laten denken, zodat zij ook een andere taal gaan spreken tegenover de inwoners. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) erkent dat er veel inwoners zijn die geen vertrouwen hebben in de overheid. Daar moet hard aan gewerkt worden. Toch zijn er in Utrecht ook veel inwoners die wel vertrouwen hebben in hun overheid. Hoe duidt EenUtrecht dat? Pagina 36 van 52
De heer Otto (EenUtrecht) is het hier niet mee eens. Volgens hem zijn er veel Utrechters met wie juist niet gesproken wordt. Die kun je via ervaringsdeskundigen vinden. 5
10
15
20
25
30
35
40
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vindt dat de toon in de loop der jaren wel degelijk veranderd is. Veel mensen krijgen waar ze recht op hebben. Dat is een andere boodschap dan dat ze hun hand op moeten houden. Er wordt meer uitgegaan van vertrouwen dan van wantrouwen. Volgens de heer Otto (EenUtrecht) spreekt EenUtrecht te veel inwoners die het hier niet mee eens zijn. De voorzitter vraagt of de heer Otto klaar is met zijn betoog. De heer Otto (EenUtrecht) vervolgt zijn betoog. EenUtrecht zal binnenkort met het voorstel komen om ervaringsdeskundigen in te zetten bij het bestrijden van angst, schaamte en wantrouwen. Zonder deze kennis vanuit de stad gaat het met deze systeembenadering niet lukken. EenUtrecht vraagt aan de wethouder met welk percentage niet-bereikte inwoners zij tevreden zou zijn en of zij denkt dat dat met het huidige beleid haalbaar is. Hiermee wordt het betoog besloten. Mevrouw Dada-Anthonij (D66) herkent zich niet in de harde kwalificatie van de heer Otto. De buurtteams zijn juist bezig met stressbestrijding. Er is dus wel degelijk oog voor de gevoelens die er leven. Volgens de PvdA mag de gemeente best trots zijn op haar campagne. Systeemfalen kan niet opgelost worden met alleen communicatie of sleutelfiguren. Heeft EenUtrecht ook nog andere suggesties? Volgens de heer Otto (EenUtrecht) bereiken de buurtteams veel mensen maar niet de genoemde 30-40%.