CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-01-19 Verslag Commissie Volksgezondheid Onderwijs Werk en Economie.docx

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 16 februari 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen28.599 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verslag openbare vergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 5

10

Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag

19 januari 2023 Raadzaal, stadhuis mw. I.B. Koren (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen

15

De voorzitter, dhr. R. van der Zweth, de wethouder, dhr. E. Eerenberg, de burgemeester, mw. S. Dijksma, de leden, mw. B. Chirino (ChristenUnie), dhr. D. van Bergen (ChristenUnie), dhr. F. van der Star (PVV), dhr. J. Otto (EenUtrecht), dhr. D-J. van Vliet (D66), mw. N. Stylianou (D66), mw. B. van der Wilt (D66), mw. A. Sasbrink (PvdD), mw. M. Vermeulen (GroenLinks), dhr. A. Stam (Volt), dhr. R. Maas (Volt), dhr. V. Stevens (Student&Starter), mw. J. Kleinrensink (GroenLinks), dhr. B. van Steeg (CDA), mw. H. Assen (PvdA), mw. R. Leever (PvdA), mw. M. Al-Saqaff (VVD), mw. S. Nolten (BIJ1), mw. E. Kendir (Student&Starter), dhr. I. Simsek (DENK), dhr. S. Gaillard (Stadsbelang Utrecht), dhr. H. Stellinga (CDA), dhr. C. Nyqvist (Stadsbelang Utrecht), de commissiegriffier, mw. W. Kok.

20

Afwezigen

Er zijn geen afwezigen gemeld.

Verslag commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 25

30

35

1. Opening en mededelingen ............................................................................................................1 2. Vaststellen van de agenda van 19 januari 2023 ...........................................................................2 3. Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) ................................................................2 4. Verslagen ......................................................................................................................................3 5. Toezeggingen/Moties ....................................................................................................................3 6. Lijst ingekomen stukken ................................................................................................................3 7. Sekswerk in Utrecht, advies commissie Sorgdrager .....................................................................3 8. Debat kinderopvang ......................................................................................................................9 9. Debat Raadsbrief Utrechtse Onderwijs Agenda ...........................................................................9

1. Opening en mededelingen

De voorzitter opent de vergadering om 10.00 uur en heet iedereen van harte welkom. Hij deelt mee dat mevrouw Hessels van Utrecht Solidair niet bij de avondvergadering kan zijn. Pagina 1 van 52

2. Vaststellen van de agenda van 19 januari 2023

De voorzitter constateert dat het verzoek is gedaan om het debat over de kinderopvang te verplaatsen. 5

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) geeft aan het agendapunt Debat Kinderopvang te willen verplaatsen in verband met enkele technische en schriftelijke vragen over het onderwerp.

10

Wethouder Eerenberg meldt dat in de juridische context van de nota van uitgangspunten Passende kinderopvang staat, dat het fijn zou zijn als er in februari een raadsbesluit ligt. De motivering hiervoor is, dat er nog een traject gedaan moet worden in het kader van de inkoop. In maart dient dan een en ander te worden gepubliceerd zodat er voor de zomervakantie duidelijkheid is over de nieuwe aanbieder.

15

De voorzitter constateert dat zo direct met een voorstel wordt gekomen om de nota van uitgangspunten Passende Kinderopvang op 16 februari te bespreken. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt of het debat over de kinderopvang samengepakt kan worden met het gesprek over de nota van uitgangspunten Passende kinderopvang.

20

25

De voorzitter merkt op dat de commissie daar zelf over gaat. Hij concludeert dat agendapunt 8, Debat Kinderopvang, van de agenda van vandaag wordt afgehaald en dat met inachtneming van deze wijziging de agenda is vastgesteld. Mevrouw Kendir (Student&Starter) gaat in op het debat over bestaanszekerheid. Student&Starter dacht te hebben mee geagendeerd maar dit blijkt niet zo te zijn. De fractie geeft aan wel een langere spreektijd te zullen hebben. De voorzitter geeft aan dat dit prima is. Na de bijdragen van de agenderende fracties zal de fractie van Student&Starter aan de beurt zijn.

30

3. Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure)

De voorzitter constateert dat er geen agenderingen van de commissie zijn. Er zijn wel stukken van het college. In iBabs zijn deze te vinden.

35

Nota van uitgangspunten Passende kinderopvang De voorzitter constateert dat het voorstel is, dat deze nota geagendeerd wordt voor de vergadering van 16 februari met een duur van 120 minuten. Daarbij is gevraagd om het debat hierover te combineren met het debat over kinderopvang.

40

Mevrouw Assen (PvdA) merkt op dat het onderwerp voorschoolse educatie apart is geagendeerd. Hangt dit hier los van? De voorzitter constateert dat dit een apart punt is en dat hier straks op in wordt gegaan.

45

50

55

Mevrouw Assen (PvdA) hoort graag van de wethouder hoe het zit. Wethouder Eerenberg zegt dat in de behandelvoorraad de nota van uitgangspunten Passende kinderopvang zit en dat die voor de inkoop VE is. Los daarvan heeft de commissie de behoefte om een debat te houden over de situatie in de gehele kinderopvang in de stad. De voorzitter concludeert dat het nu dus gaat over de nota Passende kinderopvang met koppeling met de VE en inventariseert of het debat Kinderopvang hiermee gecombineerd moet worden of niet. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) stelt voor twee losse debatten te voeren maar wel op dezelfde dag.

Pagina 2 van 52

De voorzitter concludeert dat dit voorstel wordt gesteund en dat dit betekent dat het losse debat kinderopvang doorschuift naar 16 februari met een duur van 75 minuten. De nota van uitgangspunten wordt geagendeerd voor 16 februari voor 120 minuten. 5

10

Raadsbesluit Preventie- en handhavingsplan alcohol 2023-2027 De voorzitter concludeert dat dit raadsbesluit wordt geagendeerd voor 90 minuten op 23 maart. De voorzitter concludeert dat de commissie hiermee instemt. Concept kaderbrief 2024 GGD Regio Utrecht Raadsvoorstel Ontwerp Begrotingswijziging 2023 GGD Regio Utrecht De voorzitter concludeert dat deze stukken worden geagendeerd voor de commissievergadering van 16 februari met een duur van 75 minuten.

4. Verslagen

15

Ter vaststelling: 2022-12-15 Verslag Commissie Volksgezondheid, Onderwijs Werk en Economie De voorzitter constateert dat er geen tekstuele opmerkingen zijn ontvangen. De heer Stam (Volt) geeft aan tekstuele opmerkingen over het verslag te hebben ingediend.

20

25

30

35

De voorzitter constateert dat het erop lijkt, dat deze niet zijn ontvangen. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) merkt op dat bij de bijdrage van de VVD een aantal interrupties missen in het verslag. Zij heeft van de griffie begrepen dat het geen woordelijk verslag is. Toch waren bepaalde interrupties wel belangrijk. De voorzitter vraagt de tekstuele opmerkingen opnieuw in te dienen. Het verslag wordt nog niet vastgesteld. In de volgende vergadering zal het verslag opnieuw ter vaststelling op de agenda staan.

5. Toezeggingen/Moties

De voorzitter inventariseert of er vragen of opmerkingen zijn. Hij merkt op dat de lijst op twee punten na helemaal compleet is. Ten eerste toezegging 2022T7 over de Motie 28 en ten tweede toezegging 2021T544 over voorschoolse educatie. Wethouder Eerenberg geeft aan dat hij heeft toegezegd om voor het debat over voorschoolse educatie (VE) een brief te sturen. Deze brief is vertraagd door ziekte bij een medewerker. Voor het debat komt deze brief waar ook in zal worden gegaan op deze toezeggingen.

6. Lijst ingekomen stukken

De voorzitter constateert dat er geen ingekomen stukken zijn. 40

De voorzitter schorst de vergadering voor vijf minuten.

7. Sekswerk in Utrecht, advies commissie Sorgdrager De voorzitter geeft aan dat het debat van 15 december wordt opgepakt. Hij geeft de burgemeester het woord. 45

50

Burgemeester Dijksma bedankt de leden voor hun inbreng en de commissie Sorgdrager voor het werk en de aanbevelingen. Vervolgens geeft zij aan dat sekswerk gewoon werk is maar tegelijkertijd toch ook weer niet. Er zitten risico’s omheen waardoor mensen kwetsbaar zijn voor mensenhandel en vormen van uitbuiting. De burgemeester wijst erop dat wordt gezocht naar een balans om aan de ene kant de emancipatie van sekswerkers te ondersteunen en aan de andere kant de ‘roofdieren’ op afstand te houden. Er zijn mensen om die branche heen die kwaad willen. De ChristenUnie heeft gevraagd hoe wordt gekeken naar de situatie waarbij aan de ene kant wordt gedereguleerd en aan de andere kant de relatie met de branche wordt verbeterd en er werd ook gevraagd of meer in gesprek kan worden gegaan met bijvoorbeeld clubeigenaren. Het college Pagina 3 van 52

5

heeft vastgesteld dat zaken tegelijk gedaan kunnen worden. Er kan gedereguleerd worden en ondertussen zal gewerkt worden aan het verbeteren van de relatie met de sekswerkers zelf en de vertegenwoordigers van de branche. Daarnaast zal gewerkt worden aan het dichter bij elkaar brengen van politie, justitie en de branche. DENK vroeg of voorkomen kan worden dat er locaties in woonwijken zijn waar sekswerkers werken. Dit kan niet worden voorkomen. Als woonwijken op voorhand worden uitgesloten, dan wordt het aantal locaties dat in aanmerking komt, heel gering. Daarnaast is het zo, dat er sneller kwetsbaarheden ontstaan op plekken waar minder mensen zijn, zoals een industrieterrein.

10

De heer Simsek (DENK) vraagt of woonwijken in Utrecht als proeftuin gebruikt moeten worden.

15

20

25

Burgemeester Dijksma merkt op dat een van de aanbevelingen van de commissie Sorgdrager is, mensen thuis laten werken. Als woonwijken worden uitgesloten, wordt het opvolgen van deze aanbeveling uitgesloten. Dit wil het college niet. De heer Simsek (DENK) benadrukt dat het college woonwijken niet wil uitsluiten. Kan de burgemeester zich voorstellen dat buurtbewoners zich zorgen maken als een buurman of buurvrouw het eigen huis gebruikt als sekswerklocatie? Burgemeester Dijksma antwoordt dat dit in de stad al gebeurt maar dat hier nu vaak geen zicht op is. Daarnaast klopt het dat het een politieke keuze is om de aanbeveling van de commissie Sorgdrager over het thuiswerken van sekswerkers niet terzijde te schuiven. Hiermee is alleen niet gezegd, dat het, het college niets uitmaakt wat bewoners vinden. Vervolgens gaat de burgemeester in op de vraag of mensenhandel onderdeel blijft uitmaken van de aanpak van het sekswerkbeleid. Het is van groot belang dat dit zo is. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of er al gesprekken plaatsvinden tussen de driehoek en de branche.

30

Burgemeester Dijksma antwoordt dat de gesprekken nog niet in die samenstelling plaatsvinden. De burgemeester is van plan hiertoe het initiatief te gaan nemen. De heer Van Steeg (CDA) vraagt waar het knelt in het veiligheidsbeleid.

35

Burgemeester Dijksma legt uit dat in algemene zin deze branche gevoelig is voor vormen van criminaliteit. Daarnaast is het lastig om de vinger te leggen op zaken die zich aan het zicht onttrekken. Er dient goed bekeken te worden hoe verder moet worden gegaan met het uitvoeren van de APV.

40

De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat in het advies van de commissie Sorgdrager staat, dat weer raamprostitutie en een tippelzone mogelijk gemaakt moeten worden. Zijn dit stappen die de burgemeester wil zetten?

45

50

55

60

Burgemeester Dijksma geeft aan de stap naar legalisering en erkenning dat sekswerk gewoon werk is, te willen zetten. Zij denkt niet dat het in de illegaliteit blijven drukken van sekswerk bijdraagt aan het vergroten van veiligheid. De uitvoering van de aanbevelingen zal altijd plaatsvinden in relatie tot de vraag of dit de veiligheid helpt en bij deregulering dienen er goede spelregels te zijn voor het geval er iets misgaat. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat er wellicht vormen zijn die zich beter lenen voor legalisering. Het rapport maakt geen onderscheid in de vormen. Burgemeester Dijksma zegt het onderscheid te maken op het punt van veiligheid. Dit betekent alleen niet dat op voorhand al een waardering wordt aangegeven per aanbeveling. Het college zal op een later moment komen met een inhoudelijke reactie op de aanbevelingen. Gemiste vragen De heer Van Steeg (CDA) vraagt hoe ervoor gezorgd wordt, dat de inzet van het Rijk coherent is aan hetgeen in Utrecht wordt gedaan. Pagina 4 van 52

Burgemeester Dijksma vertelt dat vanuit de G4 telkens inbreng is geleverd. Op dit moment ligt er een wetsontwerp, de consultatie loopt tot 1 maart en daarna start het wetgevingsproces. Via het Ministerie van Justitie is Utrecht aangehaakt en daarbij wordt ook goed geluisterd naar de raad. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

De heer Simsek (DENK) heeft een vraag gesteld over het afstandscriterium voor onderwijs en maatschappelijke instellingen. Wethouder Eerenberg uit waardering voor het harde werk van de commissie Sorgdrager. De commissie is er goed in geslaagd om een gebalanceerd rapport te leveren. De heer Simsek (DENK) vindt het rapport niet gebalanceerd. Hoe kan het dat er totaal geen aandacht is in het rapport voor de leefbaarheid en veiligheid in de buurt? Wethouder Eerenberg zegt zich te kunnen voorstellen dat de woorden die de commissie Sorgdrager kiest over die onderwerpen, niet de woorden zijn die de fractie van DENK zou kiezen. De commissie heeft alleen wel een aantal dingen over deze zaken gezegd bijvoorbeeld dat kleinschaligheid zorgt voor minder problemen op het gebied van leefbaarheid. De wethouder vervolgt zijn beantwoording met de vraag: hoe nu verder? Het college ziet drie sporen voor zich. Het eerste spoor bestaat uit het herstellen van contact en vertrouwen. De heer Van Vliet (D66) vraagt of de wethouder in kan gaan op het onderzoek in Den Bosch. Wethouder Eerenberg zegt later in zijn beantwoording terug te komen op het rapport uit Den Bosch. Het tweede spoor gaat over het thuiswerken. Dit is een apart spoor omdat dit andersoortig is dan de proeftuinen. Bij een proeftuin moet op zoek worden gegaan naar een locatie om sekswerk mogelijk te maken.

Het thuiswerken gebeurt al in de stad en de vraag is, hoe dit op een veilige en verantwoorde manier kan gebeuren. Mevrouw Assen (PvdA) merkt op dat potentiële buren lastig te bereiken zijn. Hoe kan daarmee het gesprek worden aangegaan? Wethouder Eerenberg geeft aan dat dit een vraagstuk is. Vervolgens geeft de wethouder aan dat het derde spoor gaat over de proeftuinen. Er zijn veel verschillende vormen van sekswerk en het is de vraag met welke soort proeftuin begonnen moet worden. Het zal niet mogelijk zijn om alle proeftuinen die Sorgdrager oppert, tegelijkertijd tot realisatie te brengen. Verder is een belangrijk onderdeel van het derde spoor, de participatie met de rest van de stad. De participatie kan overigens pas gestart worden als helder is met welke proeftuin begonnen gaat worden. De heer Otto (EenUtrecht) vraagt wat er gebeurt als er bewoners zijn die zich melden met een voorstel. Wethouder Eerenberg zegt dat als er bewoners zijn die de debatten en Sorgdrager hebben gevolgd vinden dat het bij hen in buurt een proeftuin moet komen dat zij binnen 24 uur een afspraak krijgen. De heer Van Vliet (D66) vraagt of het klopt, dat het participatietraject gaat over de manier waarop de proeftuinen georganiseerd gaan worden en niet over of er een proeftuin komt. Wethouder Eerenberg geeft aan dat het de verantwoordelijkheid van het college is om met een goed proces te komen.

Er kan dan gesproken worden over condities. Mevrouw Assen (PvdA) merkt met betrekking tot het tweede en derde spoor op, dat er kansen liggen in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingsplannen. Wethouder Eerenberg zegt het eens te zijn dat hier kansen liggen. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of een en ander al mogelijk gemaakt zou kunnen worden in de planontwikkeling die er al ligt. Wethouder Eerenberg zegt dat dit afhangt van waar het ruimtelijk proces zich bevindt. Pagina 5 van 52

Mevrouw Assen (PvdA) merkt op dat de commissie Sorgdrager aangaf dat er manieren van bouwen zijn die overlast beperkend zijn. Worden die meegenomen? 5

10

15

20

Wethouder Eerenberg antwoordt dat men nog niet zover is. De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) vraagt welke proeftuinvarianten het college op dit moment het meest veelbelovend vindt. Wethouder Eerenberg antwoordt dit nog niet te kunnen aangeven. De wethouder wil eerst een gesprek hebben met de sekswerkers. Er dient ook eerst met het OM, de politie en hulpverleners te worden gesproken. De heer Maas (Volt) vraagt of de wethouder bereid is te investeren samen met de wijken. Hij verwijst naar het voorbeeld uit Antwerpen. Wethouder Eerenberg wijst op het kader dat is afgesproken: de gemeente Utrecht gaat niet zelf participeren. In de Antwerpse situatie zit de gemeente dichter op de uitvoering of exploitatie. Mevrouw Sasbrink (PvdD) vraagt aan hoeveel werkplekken gedacht moet worden. Wethouder Eerenberg zegt dat het nog te vroeg is om hier een antwoord op te geven. Mevrouw Sasbrink (PvdD) vraagt of het over tien of vijftig werkplekken gaat.

25

Wethouder Eerenberg durft het niet te zeggen. Honderd plekken lijkt hem vrij ambitieus. Verder vindt de wethouder het belangrijk om een keer met de wijkplatforms een gesprek te voeren zodat die weten dat het traject eraan zit te komen. De heer Otto (EenUtrecht) vraagt of er een lijst is van de wijkplatforms.

30

35

40

45

50

55

Wethouder Eerenberg antwoordt dat die er is. Deze is als het goed is te vinden op de gemeentelijke website of kan worden verstrekt. De wethouder vervolgt zijn beantwoording met het vervolgtraject. De raadsleden organiseren op 7 februari een raadsinformatiebijeenkomst. Het college is benieuwd naar de sprekers. Verder zal er een bestuurlijke reactie komen voor de voorjaarsnota, in mei dit jaar. Dan het Belgische model. Dit is soms het Antwerpse model maar niet de hele tijd. Het lijkt op wat Sorgdrager zegt, het is kleinschalig en wordt gecombineerd met beslotenheid. Het heeft wel voor- en nadelen als het gaat om zelfbeheer. In het komende half jaar wordt geleerd op dit vlak en in de raadsbrief van mei of juni zal hierop gereflecteerd worden. De heer Van Vliet (D66) vraagt bevestiging dat die brief niet pas eind juni komt. De fractie wil bepaalde zaken goed mee kunnen nemen bij de voorjaarsnota. Wethouder Eerenberg geeft aan dat de brief op tijd voor de voorjaarsnota zal worden toegezonden. Voorts is gevraagd of alle sekswerkers betrokken worden. Dit is de bedoeling maar een aantal van deze doelgroepen is wel lastig te bereiken. De burgemeester heeft al een en ander gezegd over deregulering en de volgorde daarin. De ChristenUnie heeft ook gevraagd naar hulpverleners, huisartsenproblematiek en de situatie dat mensen tegen hun zin in sekswerker zijn en eruit willen stappen.

De wethouder geeft aan dat dit onderdeel is van spoor een. Er dient daarom ook met hulpverleners, huisartsen en de GGD te worden gesproken. De stap naar de huisarts kan voor sekswerkers echter wel groot zijn. De VVD vroeg waarom sekswerkers een cursus boekhouding moeten krijgen. De wethouder legt uit dat niet alle sekswerkers zelfredzaam zijn en dat het belangrijk is om mensen in hun kracht te zetten. Het risico op misstanden wordt daardoor verkleind. De VVD vroeg ook hoe een en ander zich ruimtelijk verhoudt tot thuiswerken. Het gaat hierbij niet alleen om het bestemmingsplan maar ook over de APV en de beleidsregels. De PvdD vroeg te reflecteren op de bomenkap bij het Zandpad. Dit is al een hele tijd geleden gebeurd. Toentertijd lag de focus op het zo snel mogelijk tot ontwikkeling brengen van het Zandpad. Terugkijkend kan worden gezegd dat er misschien bomen zijn gekapt die niet gekapt hadden hoeven worden. Toen vond iedereen dat aan de slag moest worden gegaan. Op de vraag of dit gecompenseerd wordt in latere plannen antwoordt de wethouder, dat het college dit vanuit de portefeuille Groen graag wil doen. De PvdD vroeg ook hoe omgegaan moet worden met Pagina 6 van 52

reizende sekswerkers. Dit zal moeten blijken uit de gesprekken met sekswerkers. In het instrumentarium kan eigenlijk geen onderscheid worden gemaakt. 5

Mevrouw Sasbrink (PvdD) vraagt in hoeverre met andere gemeenten overlegd kan worden voor eenduidig beleid. Wethouder Eerenberg zegt dat dit overleg er is, in ieder geval gedeeltelijk. Verder zal met gemeenten worden gesproken over voorzieningen voor sekswerkers in zijn algemeenheid.

10

15

20

25

30

De heer Otto (EenUtrecht) vraagt of het klopt dat het college wel degelijk gaat bekijken of het groen dat ten onrechte is gesneuveld gecompenseerd kan worden. Wethouder Eerenberg antwoordt dat wethouder Voortman hiermee bezig is. Er is alleen geen een-op-een relatie met de portefeuille Sekswerk. Vervolgens vroeg Volt of er vaste spreekuren komen vanuit de hulpverlening. Dit is het geval en sekswerkers weten vaak goed de weg hiernaartoe te vinden. Dan het model Den Bosch. Het is interessant wat Den Bosch heeft gedaan. De uitgangspositie van Utrecht is alleen wel anders dan die van Den Bosch. In Den Bosch wordt eigenlijk doorontwikkeld en in Utrecht zijn de sekswerkers flink teleurgesteld in de gemeente. Er zal aan sekswerkers worden gevraagd of zij iets vergelijkbaars als in Den Bosch zouden willen. De heer Van Vliet (D66) vraagt of ook het gesprek met de gemeente Den Bosch aangegaan zal worden. Wethouder Eerenberg antwoordt dat er al contact is geweest met gemeente Den Bosch. De heer Otto (EenUtrecht) vraagt of de wethouder te zijner tijd hier een terugkoppeling van kan geven. Wethouder Eerenberg antwoordt dat dit zit in het compacte traject richting de brief die komt in mei. De voorzitter constateert dat deze brief al op de toezeggingenlijst staat.

35

40

Wethouder Eerenberg gaat in op de vraag van DENK over de afvaardiging bij participatie. De wethouder is het eens dat die moet kloppen. In spoor drie gaat het over wijken, buurten en bedrijven en uiteindelijk gaat het om een belangenafweging. Verder vroeg DENK om een reflectie op het feit dat in het verleden de islamitische school niet betrokken is geweest. De wethouder geeft aan vooral naar de toekomst te kijken. Als er een locatie is, dan zal iedereen in de omgeving betrokken worden bij de participatie. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt met betrekking tot de proeftuinen of een mix of functiemenging ook onderdeel is van de scope in de brief die gaat komen.

45

Wethouder Eerenberg antwoordt dat dit zou kunnen. Het is alleen nog niet helder of dit ook mogelijk is en gaat gebeuren. Dan de vraag van DENK over wat ervoor nodig is om het Zandpad definitief te sluiten. De wethouder geeft aan dat de raad hierover gaat en dat een en ander via het bestemmingsplan geregeld kan worden.

50

Mevrouw Sasbrink (PvdD) merkt op dat haar collega heeft gevraagd of er een toekomstplan voor dat gebied kan komen. Wethouder Eerenberg denkt dat eerst afgewacht moet worden wat de precieze aanpak wordt.

55

Mevrouw Assen (PvdA) merkt op dat er meerjarig niets gaat gebeuren en dat het goed zou zijn die tijdelijkheid te benutten. Wethouder Eerenberg stelt voor hier in een ander debat, op een ander moment op terug te komen. Het CDA vroeg een reflectie op de vraag of betaalde seks altijd ongelijkwaardig is. Dit kan een academische discussie zijn maar de wethouder denkt dat dit niet altijd zo is. Het is alleen wel Pagina 7 van 52

kwetsbaar als er geld bij komt. Stadsbelang Utrecht vroeg naar de financiële consequenties van het stoppen van het Zandpad. Bij de voorjaarsnota zullen die inzichtelijk worden gemaakt. 5

10

Mevrouw Assen (PvdA) vraagt hoe de straatsekswerkers betrokken gaan worden. Wethouder Eerenberg vertelt dat bij het sluiten van de tippelzone intense gesprekken zijn gevoerd met de daar werkzame sekswerkers. Een gedeelte van die groep is nog in beeld en het is de bedoeling om daar weer een gesprek mee te gaan voeren. De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) vraagt hoe het college kijkt naar de wenselijkheid van de Kamer van Koophandel inschrijving en het hebben van btw-nummers voor sekswerkers. De voorzitter constateert dat deze vraag bij de gemiste vragen beantwoord zal worden.

15

De heer Van Vliet (D66) vraagt of het klopt dat spoor een als eerste in de tijd staat en dat de sporen twee en drie daarna tegelijkertijd ontwikkeld gaan worden.

20

Wethouder Eerenberg antwoordt dat begonnen wordt met spoor een. Spoor twee vraagt een bureaustudie en hier kan ook vast mee begonnen worden. Het voorbereidende werk voor spoor drie kan ook worden gedaan maar de echte keuzes voor de proeftuinen worden daarna pas gemaakt.

25

30

35

Gemiste vraag De voorzitter brengt de gemiste vraag van de heer Gaillard in herinnering. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) zegt dat zij heeft gevraagd naar risico’s bij zelfstandig werken waarvan het college vindt dat die niet verantwoord zijn om te nemen. Daarnaast heeft zij gevraagd wat er gebeurt als de veiligheid niet kan worden gewaarborgd en ten derde heeft de ChristenUnie gevraagd naar cijfers over mensenhandel. De heer Maas (Volt) heeft gevraagd of het college bereid is een gezicht, een ambtenaar, aan te stellen rondom sekswerk. Verder vraagt hij of de wethouder nu een toezegging gedaan heeft over het investeren in buurten. De heer Simsek (DENK) heeft een antwoord gemist op de vraag over het afstandscriterium. De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) heeft gevraagd terug te kijken op ontwikkelingen rondom het Zandpad.

40

45

50

55

60

Burgemeester Dijksma geeft aan dat er niet meer cijfers zijn met betrekking tot mensenhandel, dan de cijfers die in de eerdere brieven en rapportage zijn gemeld. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) vraagt of bij het formuleren van dit beleid, de conclusie opgenomen kan worden dat men eigenlijk te weinig weet en dat er nog veel misstanden zijn. Burgemeester Dijksma benadrukt nogmaals dat veiligheid een heel belangrijk criterium is. De bestrijding van mensenhandel, uitbuiting et cetera hoort daarbij. Wethouder Eerenberg gaat in op de KvK-inschrijving. Als sekswerk normaal werk is, dan hoort de administratie op orde te zijn en een KvK-inschrijving hoort daarbij. Sekswerkers geven alleen aan dat er snel geoordeeld en een etiket geplakt wordt en vragen om bescherming in relatie tot de registraties. De lijn van het college is, dat de gemeente zich te houden heeft aan de wet- en regelgeving die er ligt. Daarnaast dient er een klimaat geschapen te worden waardoor het voor sekswerkers niet meer spannend is om een KvK-inschrijving te regelen. De privacy kan bijvoorbeeld goed geregeld worden. Vervolgens geeft de wethouder aan al iets te hebben gezegd over het terugkijken naar het verleden rondom het Zandpad. Er is eerder geconstateerd dat een andere koers nodig is namelijk naar meer kleinschalige locaties. De ChristenUnie vroeg naar het thuiswerken.

Veiligheid is hierbij inderdaad een belangrijk thema. Volt vroeg of er een ambtenaar als gezicht kan komen. Er is inmiddels een heel team gevormd dat zeer herkenbaar is richting sekswerkers. Pagina 8 van 52

De heer Maas (Volt) merkt op dat in Antwerpen een persoon het aanspreekpunt is. 5

Wethouder Eerenberg wijst erop dat herkenbaarheid in Utrecht meer een bestuurlijke rol is dan een ambtelijke rol. Hij vermoedt dat in Antwerpen ook projectleiders meewerken. Volt vroeg ook naar een toezegging voor het investeren in buurten. De wethouder geeft aan al het een en ander te hebben gezegd over het selectieproces en het participatieproces.

10

De heer Maas (Volt) merkt op dat Antwerpen nadrukkelijk investeert in buurten en proeflocaties. Als er locaties zijn, kan dan ook extra geïnvesteerd worden? Wethouder Eerenberg antwoordt dat dit vanzelfsprekend is. De proeftuinen vragen begeleiding en investering. Zorgen van omwonenden dienen actief weggenomen te worden.

15

De heer Maas (Volt) geeft aan dat de gemeente Antwerpen ook fysiek investeert in de omgeving.

20

Wethouder Eerenberg stelt voor dit debat te voeren als de selectie van proeftuinen is gedaan. DENK vroeg of er een afstandscriterium gaat komen. De wethouder antwoordt ontkennend omdat er veel verschillende vormen van sekswerk zijn die allemaal op een andere manier ingepast moeten worden.

25

30

De voorzitter herhaalt de toezeggingen. Wethouder Eerenberg komt bij de voorjaarsnota terug op het Zandpad. Het gaat dan over het afwikkelen van de tender en de grondexploitatie. Wethouder Eerenberg komt in mei of begin juni met een bestuurlijke reactie op het rapport van de commissie Sorgdrager. De voorzitter constateert dat dit bestaande toezeggingen zijn. Voorts concludeert hij dat de heer Van Vliet zal komen met een agendering voor wellicht een raadsinformatiebijeenkomst, en een commissievergadering. Tot slot vraagt hij of er ook een raadsagendering moet komen. Mevrouw Assen (PvdA) zegt zich hierover te willen beraden omdat de raadsinformatiebijeenkomst nog moet komen.

35

De voorzitter concludeert dat later wordt bezien of een raadsagendering nodig is. Tot slot zal op 15 juni in de veegcommissie verder gesproken worden over het onderwerp sekswerk in Utrecht. De voorzitter schorst de vergadering voor vijf minuten.

40

De voorzitter heropent de vergadering.

8. Debat kinderopvang

De voorzitter concludeert dat dit agendapunt van de agenda van vandaag is gehaald.

9. Debat Raadsbrief Utrechtse Onderwijs Agenda

45

50

55

De voorzitter constateert dat de fracties van Student&Starter, VVD, D66, ChristenUnie, PvdA, Volt en GroenLinks richting willen geven aan de invulling van de Utrechtse Onderwijsagenda. Zij zullen ingaan op de pijlers voor de toekomstvisie, de geleerde lessen en de verbinding met het mbo, hbo en wo. Student&Starter zal de inbreng doen mede namens de ChristenUnie. Mevrouw Kendir (Student&Starter) zegt dat in het onderwijs te veel focus ligt op prestaties. Dit heeft ertoe geleid dat leerlingen en studenten minder hebben kunnen floreren. Student&Starter vindt dat naar een samenleving gegaan moet worden waarin iedereen de kans krijgt om zichzelf te ontwikkelen zoals diegene dat wil en bij diegene past. De fractie is daarom blij te lezen dat richting 2040 wordt bewogen naar een onderwijssysteem waarin de unieke ontwikkellijn centraal staat en wil de wethouder een aantal zaken meegeven voor het verder opstellen van het koersdocument. Scholen dienen een actieve rol te spelen in de kansen die een leerling heeft. Hierbij is de samenwerking met het MKB en het maatschappelijk middenveld belangrijk zodat jongeren geplaatst kunnen worden op grond van hun talenten. Er dient ook een nauwe samenwerking te Pagina 9 van 52

5

zijn tussen overheidsinstanties en er dient per school een coördinator te zijn die het aanspreekpunt is voor externe partijen. Graag een reactie van de wethouder. Verder heeft de gemeente een beperkte rol op het gebied van onderwijs. De gemeente kan wel iets zeggen over huisvesting. Zo kan zij bijvoorbeeld zeggen of bij nieuwbouw ruimte wordt gegeven aan scholen die alleen vwo aanbieden. Voorts zou er veel meer verbinding moeten zijn tussen de verschillende onderwijslagen. Dit kan bijdragen aan de kansen in en de beeldvorming rondom het vmbo en mbo. Kan de wethouder toezeggen als uitgangspunt op te nemen dat bij nieuwbouwprojecten wordt ingezet op brede scholen?

10

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of mevrouw Kendir het ermee eens is, dat er ook ruimte moet zijn voor vwo-scholen in Utrecht.

15

20

Mevrouw Kendir (Student&Starter) antwoordt dat een vwo-school niet verkeerd is maar dat Student&Starter liever ziet dat er brede scholen zijn. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat er ook leerlingen zijn die behoefte hebben aan een categorale school. Dient dat volgens Student&Starter niet meer gefaciliteerd te worden? Mevrouw Kendir (Student&Starter) merkt op dat deze scholen er al zijn. Bij nieuwbouwprojecten kan de gemeente nu via huisvesting meer gaan sturen. Mevrouw Assen (PvdA) deelt een groot deel van de analyse. Er zijn echter ook leerlingen die behoefte hebben aan een kleine school.

25

Mevrouw Kendir (Student&Starter) geeft aan dat bij brede scholen ook een kleinere school gerealiseerd kan worden. Mevrouw Assen (PvdA) merkt op dat dit in de praktijk nu niet te zien is.

30

35

40

45

50

55

60

Mevrouw Kendir (Student&Starter) denkt dat er nu al genoeg scholen zijn waarbij er alleen vwo wordt aangeboden. De heer Stam (Volt) vraagt wat mevrouw Kendir ervan vindt, dat er categorale gymnasia zijn in Utrecht. Mevrouw Kendir (Student&Starter) denkt dat bepaalde onderwijssoorten een bepaald imago hebben en dat hier bepaalde problemen uit voortvloeien. De heer Stam (Volt) vraagt opnieuw wat mevrouw Kendir ervan vindt, dat er categorale gymnasia zijn in Utrecht. Mevrouw Kendir (Student&Starter) antwoordt dat het niet per definitie fout is dat er zulke scholen zijn. Een bepaalde beeldvorming is jammer en het feit dat de verbinding tussen verschillende onderwijsvormen mist. De heer Stam (Volt) vraagt of Student&Starter de categorale gymnasia zou willen sluiten. Mevrouw Kendir (Student&Starter) antwoordt ontkennend maar bij nieuwbouwprojecten kan wel gestuurd gaan worden. De heer Stellinga (CDA) vraagt of Student&Starter het met het CDA eens is, dat in het koersdocument een aantal ambities wordt geformuleerd die de gemeente niet in haar eentje kan realiseren. Mevrouw Kendir (Student&Starter) zegt dat het koersdocument samen met het onderwijsveld is opgesteld en dat het niet verkeerd is dat de gemeenteraad een bepaalde koers uitzet. Vervolgens vindt Student&Starter dat ongelijk geïnvesteerd moet worden voor gelijke kansen en dat dit ook voor scholen geldt.

Wil de wethouder dit meenemen in de Utrechtse onderwijsagenda? Verder ziet de fractie een meerwaarde in de digitalisering in het onderwijs. De didactische ontwikkeling van leerlingen dient hierbij wel centraal te staan. Graag een reactie. Pagina 10 van 52

Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt welke kansen Student&Starter ziet. 5

10

15

Mevrouw Kendir (Student&Starter) denkt dat vooral onderzoek belangrijk is. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of Student&Starter ook vindt dat de digitalisering op geen enkele manier de toegankelijkheid van het onderwijs negatief moet beïnvloeden zoals bijvoorbeeld eerder te zien was bij IPad-scholen. Mevrouw Kendir (Student&Starter) zegt dat toegankelijkheid in het onderwijs een groot goed is. Verder staan in het koersdocument alleen punten met betrekking tot het basis- en voortgezet onderwijs terwijl er ook veel mbo, hobo en wo opleidingen zijn. In Utrecht is al een mbo-agenda. Kan deze worden vastgelegd in de Utrechtse onderwijsagenda en wil de wethouder ook in gesprek gaan met het Utrechtse hoger onderwijsveld inclusief de lokale studentenvakbond Vidius om met een visie voor het hoger onderwijs te komen? Graag reactie. De voorzitter brengt in herinnering dat mevrouw Kendir ook de bijdrage van de ChristenUnie heeft verzorgd.

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat de VVD vindt, dat de meeste koerslijnen goed zijn voor Utrecht en het kind. De fractie heeft nog wel een aantal aandachtspunten. Professionals worden beter opgeleid om het kind beter te ondersteunen. De VVD mist hierbij alleen de koppeling met de fysieke gezondheid, namelijk sport. De partij pleit al langere tijd voor meer samenwerking tussen scholen, opvanglocaties en sport- en muziekverenigingen. Het zijn echter wachtlijsten die de samenwerking bemoeilijken. Kan meer inzet gepleegd worden op het wegwerken van deze wachtlijsten? Graag reactie. Verder is er te weinig aandacht voor de rol van de ouder. Hier mag een verwachting over uitgesproken worden. In coronatijd is gebleken dat jongeren zeer weerbaar zijn maar dat de pandemie ook een wissel heeft getrokken op de mentale gezondheid van jongeren. De mentale gezondheid dient daarom een koerslijn te worden. Graag reactie. Voorts is het mooi dat een koppeling met de arbeidsmarkt wordt gemaakt. De VVD ziet een gat tussen vo en werk en vraagt ook naar de koppeling met het mbo, hbo en het wo. Hoe wordt de samenwerking gezocht om doorlopende leerlijnen te faciliteren? Dan de studenten. Tekorten aan studentenkamers en leerwerkplekken zijn een groot probleem voor studenten in het mbo, de hogeschool of de universiteit. Er dient meer werk gemaakt te worden van leerwerkplekken.

Waar blijven bijvoorbeeld de mbo-stagiaires bij het college? Tot slot is de VVD trots op de studie- en studentenverenigingen. De VVD wil meer ruimte voor deze verenigingen om evenementen te organiseren en er moet ook in bredere zin gekeken worden naar uitgaansgelegenheden. Mevrouw Van der Wilt (D66) merkt op dat dit wel veel extra werk vraagt. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt dat de Utrechtse onderwijsagenda ook over studenten moet gaan. Mevrouw Van der Wilt (D66) zegt het daarmee eens te zijn. Zij vraagt aan de wethouder of hij ruimte ziet om een en ander mee te nemen in verband met studenten. De heer Stam (Volt) had bij de inbreng van de VVD met betrekking tot studenten iets didactisch verwacht of iets over de aansluiting tussen de onderwijslagen. Volt had niet een opmerking over evenementen verwacht. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat zij daarvoor al heeft gezegd dat de VVD een koppeling tussen het mbo, hbo en wo mist en begeleiding naar werk. Daarnaast heeft zij het gehad over leerwerkplekken en mbo-stages. Ten slotte wijst zij op dat de gemeente niet over de curricula gaat. Mevrouw Van der Wilt (D66) zegt dat D66 blij is dat er wordt gewerkt aan de Utrechtse onderwijsagenda. De fractie is voorzichtig met het toevoegen van te veel extra ambities en tegelijkertijd wil zij wat richting geven. Allereerst met betrekking tot huisvesting.

Het is fijn dat er in de agenda aandacht is voor het combineren van functies waardoor innovatief onderwijs mogelijk kan worden gemaakt. Ten tweede de kansen in programmering van het onderwijs. De agenda Pagina 11 van 52

5

spreekt van talentontwikkeling, ruimte voor sport en cultuur en de Rijke schooldag. Kan de wethouder toezeggen de ambities op de Rijke schooldag meer expliciet op te nemen in de agenda? Verder is Utrecht divers. Dit is terug te zien in het onderwijsveld maar dit is nog niet helemaal terug te zien in het stuk. D66 mist aandacht voor de samenwerking met de taalschool maar ook met het tweetalig en internationaal onderwijs. Graag een reflectie. Ten slotte mist D66 de verbinding met het hoger onderwijs. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt hoe D66 het document ziet.

10

Mevrouw Van der Wilt (D66) antwoordt het vooral als een koersdocument te zien. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt in welke mate er meetbare doelen en resultaten uit moeten voortvloeien.

15

Mevrouw Van der Wilt (D66) vindt dat die erin staan. Daarnaast benoemt zij de dingen die vanuit het coalitieakkoord nog niet terug te zien zijn. Mevrouw Assen (PvdA) merkt op dat er zaken zijn die niet bijdragen aan de kansengelijkheid.

20

25

30

Mevrouw Van der Wilt (D66) zegt dat kansenongelijkheid en segregatie moeten worden tegengegaan. Dit dient terug te zien te zijn in de agenda. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt of D66 het eens is, dat het koersdocument een algemene lijn heeft en de Utrechtse onderwijsagenda de uitvoering daarvan is en dat daaronder andere stukken hangen. Mevrouw Van der Wilt (D66) antwoordt deze scheiding nog niet zo te hebben gezien. D66 ziet dit als een voorzet voor de Utrechtse onderwijsagenda in concept. Zij vervolgt haar bijdrage. D66 ziet graag dat Utrecht met deze onderwijsagenda durft op te lopen als onderwijsstad. Daarnaast is een verdere uitwerking nodig met aandacht voor concrete tussenresultaten. Het monitoren van die resultaten is daarbij essentieel.

35

Mevrouw Assen (PvdA) ziet in het document een mooie focus op kansengelijkheid en op de doorgaande ontwikkellijn van 0 tot 23 jaar. De fractie mist wel het principe van ongelijk investeren voor gelijke kansen. Komt dit bewust niet terug? De fractie mist daarnaast ook de expliciete doelstelling om segregatie tegen te gaan. Kan die worden toegevoegd? Verder is de PvdA blij met de expliciete aandacht voor het jonge kind. Het verraste hoe expliciet benoemd is dat dit een verantwoordelijkheid van de wijk is. Er is een risico dat er in de praktijk niemand is die verantwoordelijk is. Graag duiding.

40

Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt waar de zorg van mevrouw Assen precies zit.

45

50

55

Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat soms een eindverantwoordelijke wordt gemist. Zij vervolgt haar bijdrage. De vier pijlers komen niet allemaal terug in het koersdocument. Welke gedachte zit hierachter? Voorts wil de fractie graag een toezegging op meetbare doelen en resultaten en daarnaast pleit zij ook voor een relatie met de doelen waarop de inspectie van het onderwijs inspecteert zoals de referentieniveaus. Verder is het fijn dat niet meer wordt gesproken over hoog of laag. Hoe kan ervoor worden gezorgd dat meer mensen afscheid nemen van dit taalgebruik? Voor de PvdA horen hier brede scholen en brede brugklassen bij. Deelt de wethouder dit? Dan de fysieke ontmoetingsplekken. Dit vraagt om doorzettingsmacht of prioriteit. De PvdA vindt het bijvoorbeeld niet slim als een school een Utrechts kind centrum moet trekken. Dit is het tegenovergestelde van ongelijk investeren. Graag een uitspraak van de wethouder. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt de PvdA toe te lichten waarom extra ongelijkheid ontstaat als een school een Utrechts kind centrum trekt. Mevrouw Assen (PvdA) merkt op dat een school tijd en aandacht moet hebben om zo een centrum op te zetten en niet iedere school dat heeft. Verder is al veel gezegd over de aandacht voor mbo en andere studenten en tot slot dient Artikel 23 te worden aangepast.

Pagina 12 van 52

De heer Stellinga (CDA) vraagt of de PvdA ook vindt dat de gemeente maar een beperkte invloed heeft. 5

10

15

20

25

30

35

40

Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat de gemeente wel ingrepen kan doen. De heer Stam (Volt) zegt dat Volt vindt, dat kinderen minder in hokjes gestopt moeten worden en vooral kind moeten kunnen zijn op school en daar worden uitgedaagd. Een aantal idealen hieromtrent herkent de fractie in de onderwijsagenda. Het is mooi dat wordt gewerkt aan 10-14 scholen, aan minder toetsen en persoonlijke aandacht. Dan de visie. Is die echt voor ieder kind? Modulair leren is helemaal niet voor ieder kind beter. Kinderen met autisme hebben bijvoorbeeld meer aan onderwijs met meer structuur. Vervolgens het betrekken van leraren bij het vormgeven. Leraren geven aan dat de ambities mooi zijn maar zien beren op de weg. De visie moet mede worden bepaald door mensen die voor de klas staan. Vindt de wethouder dat dit tot nu toe voldoende is gebeurd en ziet hij de risico’s als dit niet voldoende wordt gedaan? Mevrouw Kendir (Student&Starter) vraagt waarom het niet geldt voor leerlingen. De heer Stam (Volt) geeft aan dat de inbreng van leerlingen waardevol is. Tot slot de digitalisering. De veranderingen gaan snel en Volt benadrukt dat hier meer visie op nodig is. De heer Van Bergen (ChristenUnie) vraagt of Volt ook denkt dat de digitalisering een didactische bijdrage moet leveren. De heer Stam (Volt) denkt dat digitalisering in veel opzichten een bedreiging is voor het onderwijs.

Kinderen moeten vooral leren hoe zij navigeren in de digitale wereld. Tot slot ziet Volt in het algemeen een koersdocument met dappere ideeën. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vindt het mooi dat de visie minder systeem en meer mens denken is. De ontwikkeling van kinderen en jongeren, studenten en medewerkers staat centraal. Op dit moment zijn er gesprekken met verschillende partijen over de Utrechtse onderwijsagenda. GroenLinks ziet graag dat de werkvloer daarbij wordt betrokken. Op welke manier wordt de werkvloer betrokken? Verder wil GroenLinks dat het tegengaan van segregatie kerndoel is. Kan Utrecht actief beleid maken om segregatie in het onderwijs tegen te gaan? En wat is de plaats hiervan in de agenda? Graag een reactie. GroenLinks wil inclusief onderwijs en meer ruimte voor ontmoeting en verbinding. Hoe kijkt de wethouder naar het idee om speciaal onderwijs en regulier onderwijs in een gebouw te huisvesten? Dan de gelijke kansen. Een en ander hieromtrent dient ook terug te komen in de agenda zoals bijvoorbeeld met betrekking tot het schooladvies. Wil de wethouder met schoolbesturen in gesprek gaan over het schooladvies? Tot slot de verduurzaming van schoolgebouwen. Deze kan niet snel genoeg gaan en dit onderwerp dient terug te komen in de Utrechtse onderwijsagenda. Graag een reactie.

GroenLinks ziet de Utrechtse Onderwijsagenda als een apart document naast het koersdocument. De voorzitter schorst de vergadering om 13.00 uur.

Pagina 13 van 52

5

Verslag openbare middagvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie Datum Locatie Verslag door

10

15

19 januari 2023 Stadhuisbrug 1, Utrecht mevrouw I.L. Vos (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen

De voorzitter mw. I. Hornsveld, wethouder dhr. E. Eerenberg, de leden mw. M. Al-Saqaff (VVD), mw. H. Assen (PvdA), dhr. D. van Bergen (ChristenUnie), mw. E. Kendir (Student & Starter), dhr. Chr. Nyqvist (Stadsbelang Utrecht), dhr. J. Otto (EenUtrecht), mw. I. Raaijmakers (PvdA), dhr. A. Stam (Volt), dhr. H. Stellinga (CDA), mw. N. Stylianou (D66), mw. M. Vermeulen (GroenLinks), mw B. van der Wilt (D66, de commissiegriffier mw. W. Kok

Verslag commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 20

25

9. Debat Raadsbrief Utrechtse Onderwijs Agenda .........................................................................14 Lijst met toezeggingen ....................................................................................................................22 10. Debat Vrijwillige ouderbijdrage scholen Utrecht …………………………………………………...23 Lijst met toezeggingen.……………………………………………………………………………………32

9. Debat Raadsbrief Utrechtse Onderwijs Agenda De voorzitter heropent de vergadering om 14:00 uur. Het debat over de Utrechtse Onderwijs Agenda wordt voortgezet.

30

35

De heer Stellinga (CDA) zegt dat onderwijs een cruciale rol speelt in de persoonlijke talentontwikkeling. Elk kind moet op enig moment in zijn of jeugd inzicht krijgen in de eigen ontwikkeling en daarvoor ook zelf de verantwoordelijkheid nemen. Met betrekking tot gelijke kansen vreest het CDA dat rijke, wetenschappelijk opgeleide ouders op het moment van de schoolkeuze van hun kinderen over het algemeen beter de weg weten naar open dagen van scholen. Voor ouders met een migratieachtergrond of met een meer praktische opleiding is dit vaak lastiger. Dit kan ertoe leiden dat de schoolkeuze voor hun kind minder optimaal is. Het CDA wil dat voorkomen en ziet graag dat in de Utrechtse Onderwijs Agenda aandacht wordt besteed Pagina 14 van 52

5

10

15

20

aan goede voorlichting over open dagen en andere informatievoorzieningen die aan de schoolkeuze voorafgaan. Inzake het lerarentekort vraagt het CDA aandacht voor het flankerend beleid. In de tot voor kort geldende Onderwijs Agenda is daar een vrijblijvend geformuleerde alinea aan vuil gemaakt en meer niet. Flankerend beleid is belangrijk om het lerarentekort terug te dringen. Bedoeld wordt het beleid dat noodzakelijk is om het zijn van leraar in Utrecht te faciliteren. Deze nieuwe Onderwijs Agenda biedt een nieuwe kans. Gekeken kan worden of het gebruik van openbaar vervoer door leraren aantrekkelijker kan worden gemaakt. Leraren moeten gratis kunnen parkeren in de buurt van de school waar ze werken. Scholen krijgen de mogelijkheid om tegen gereduceerd tarief een beperkt aantal parkeervergunningen aan te vragen. Dit laatste voorstel wordt in overleg met de scholen verder uitgewerkt, aldus het coalitieakkoord. Het CDA vraagt naar de stand van zaken betreffende de uitvoering van het coalitieakkoord op dit punt. Leraren hebben vaak behoefte aan woningen in de midden categorie. Het is belangrijk om de ambities in het coalitieakkoord, die deze behoefte raken, waar te maken. Voor middenhuur- en middenkoop wil het CDA in de Onderwijs Agenda graag concrete afspraken zien.

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt hoe volgens het CDA het openbaar vervoer kan worden verbeterd voor leerkrachten. De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat scholen kunnen worden ondersteund bij de aankoop van OV-abonnementen voor leraren. Er zal een oplossing moeten worden bedacht waardoor het voor leraren aantrekkelijk is om leraar te zijn in Utrecht, zoals het faciliteren van OV en parkeerplaatsen voor leraren die geen gebruik kunnen maken van het OV. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of het CDA op de hoogte is van de aangenomen motie van VVD, D66 en PvdA over het voorrang geven van leraren op woningen. Het CDA heeft die motie niet ondertekend. De heer Stellinga (CDA) moet het antwoord daarop schuldig blijven.

25

30

De heer Stam (Volt) vraagt of het voor het CDA een doel is om het gebruik van OV onder leraren te bevorderen. De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat het voor het CDA een doel is om zoveel mogelijk OV voor iedereen te bevorderen. Vandaag spreekt de commissie over de Onderwijs Agenda en het flankerend beleid. Om te stimuleren dat leraren in Utrecht werkzaam willen zijn, wil het CDA stimuleren dat zowel het OV aantrekkelijk is voor leraren, als dat zij kunnen beschikken over een parkeerplaats nabij de school. De heer Stam (Volt) vraagt of het CDA zichzelf niet in de voeten schiet als parkeren gratis wordt gemaakt.

35

40

De heer Stellinga (CDA) ziet dat niet gebeuren. Er zijn altijd mensen voor wie het OV geen optie is. Voor hen moet er voldoende (gratis) parkeergelegenheid. Gratis parkeren nabij een school is slechts bedoeld voor leraren die gebruikmaken van de auto. Veel jongeren komen moeilijk aan een stageplaats of een baan. Vaak is het voor jongeren met een migratieachtergrond nog moeilijker. Het CDA wil dat de gemeente zich gaat inzetten voor een betere bemiddeling tussen Mbo-instellingen en bedrijven om dit probleem op te lossen. In het coalitieakkoord wordt aangegeven dat het verbeteren van de aansluiting van het Mbo op de arbeidsmarkt continue aandacht heeft, evenals het tegengaan van een tekort aan stageplaatsen. Ook hierover ziet het CDA graag concrete afspraken in de Onderwijs Agenda.

Pagina 15 van 52

Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of de fractie van D66 het CDA nu aan haar zijde mag zien als het gaat om de uitvoering van het actieplan, waaraan door D66 en andere partijen hard wordt gewerkt.

5

De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat dit afhankelijk is van de concrete inhoud van het voorstel, dat hij nog niet kent. Hij ziet uit naar de plannen. Hij nodigt mevrouw Van der Wilt uit om het CDAverkiezingsprogramma erop na te lezen. Daarin staat dit probleem expliciet benoemd. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt de heer Stellinga hoe hij denkt over stages op het Hbo. Hoe denkt hij over de mogelijkheid tot een verplichte stagevergoeding?

10

De heer Stellinga (CDA) vindt het beide goede ideeën. Hij wil eerst graag een concreet voorstel zien, maar het CDA staat er welwillend tegenover. Wat het CDA betreft zou de gemeentelijke organisatie zelf meer stages moeten aanbieden aan Mbo’ers. Hbo’ers kunnen daarin ook worden meegenomen. Ook dit punt ziet de fractie graag geconcretiseerd in de Utrechtse Onderwijs Agenda.

15

Mevrouw Assen (PvdA) merkt op dat het grootste deel van de stages niet van de gemeente kan komen. Is het CDA het met haar eens dat het ook aan ondernemers en anderen is om daar hun verantwoordelijkheid te nemen, of om aan te geven waar de bezwaren liggen? De heer Stellinga (CDA) is het daarmee eens. De gemeente kan daarin een bemiddelende en facilitaire rol spelen. De gemeente is enorm afhankelijk van de bereidwilligheid van bedrijven.

20

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) is benieuwd wat de heer Stellinga vindt van een verzoek aan de wethouder om inzichtelijk te maken hoeveel stageplekken er in Utrecht zijn en hoeveel er tekort zijn. De voorzitter vraagt mevrouw Vermeulen of dit een vraag is aan het CDA of het college. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat het een vraag aan beide is.

25

De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat het CDA de vraag van mevrouw Vermeulen deelt. De vraag hoort bij het college. De heer Stam (Volt) vraagt of de heer Stellinga wil dat er meer stageplekken komen in het algemeen, of ziet hij bij de gemeente dat er nog specifieke kansen liggen om meer van dat soort stageplekken aan te bieden.

30

35

De heer Stellinga (CDA) wil meer stageplekken in het algemeen. Zijn inschatting is dat het bij Mbo-stages een groter probleem is dan bij andere stages. Hij heeft geen enkel signaal ontvangen dat er bij de gemeente op dit moment te weinig gebeurt. De gemeente moet de oproep blijven doen om zoveel mogelijk stageplekken, ook op Mbo-niveau, aan te blijven bieden. Mevrouw Van der Wilt (D66) wijst op de gemeentelijke aanpak, inclusief stagemarkt. De oproep was om die vooral mee te pakken en niet om met iets nieuws te komen. Is de heer Stellinga het met haar eens dat dit voor nu even voldoende is? De heer Stellinga (CDA) antwoordt bevestigend. De voorzitter constateert dat er verder geen fracties zijn die nog een bijdrage willen leveren. Zij geeft het woord aan de wethouder. Pagina 16 van 52

5

10

15

20

25

30

Wethouder Eerenberg wijst op de status van het document. Utrecht kent een cultuur waarin er sprake is van een goede samenwerking met de onderwijspartners. Het helpt om als collectief, dus niet als gemeente exclusief, een stip op de horizon te schetsen. Dat hoeft geen uitgewerkt groot beleidsdocument te zijn. Het is een visie en droom. Nu opschrijven wat er in 2040 gaat gebeuren, dat lukt niet. Met de Onderwijs Agenda heeft de gemeente een koers te pakken. De praktische opgave is de kansenongelijkheid aanpakken. Er moet veel meer worden uitgegaan van het talent en de natuurlijke ontwikkeling van de kinderen zelf. Daarnaast moet meer worden samengewerkt, zelfs als dat in het nadeel kan zijn van een individueel belang van de gemeente of onderwijsinstellingen. De gemeente wil het beste in een wijk. Dat is niet altijd het beste voor een individuele onderwijsaanbieder of voor het gemeentelijke beleid. Veel suggesties, zoals door deze commissie gedaan, passen in de koers. De koers wordt omgezet in een agenda. De agenda zal duidelijk zijn over wie wat doet. De agenda wordt samen door partijen gemaakt en er wordt gesproken over elkaars verantwoordelijkheden. Met elkaar zijn partijen verbonden aan een gezamenlijke agenda. In een college-informatiebijeenkomst liet het onderwijs zien langs welke sporen zou kunnen worden gegaan. Van een koers gaat het naar een agenda.

Die agenda zal iets zeggen over de inzet van de gemeente, prioriteren en over het onderwijs. Gevraagd is waarom er niets over het lerarentekort staat vermeld. De koers is onafhankelijk van ‘de lengte van de polsstok.’ Opgeschreven wordt wat kinderen in de meest ideale situatie gegund wordt op het gebied van onderwijs. De weg daar naartoe is hobbelig. In het land en in de steden in het bijzonder is er sprake van een ernstig lerarentekort. Utrecht is gezien de centrale ligging een fijne plek om te wonen. In de agenda zullen de randvoorwaarden om leraren aan deze stad te binden aan bod komen. Als dat niet op korte termijn op te lossen is moet er een alternatief zijn voor leerlingen op school die geen docent hebben. De agenda gaat ook ongelijk investeren in gelijke kansen. Zijn op de scholen waar de behoefte het grootst is, de beste en voldoende docenten? In Utrecht zijn er scholen die relatief klein zijn, of die krimpen. In een stad waar aan veel zaken een tekort is, zou de gezamenlijke uitspraak moeten kunnen worden gedaan dat dit niet als een gegeven beschouwd zou moeten worden. Dan kan de vraag aan bod komen of speciaal onderwijs een keer kan ‘landen’ in een gebouw van het reguliere onderwijs. Dan kan zuinig worden omgegaan met de ruimte die er is, maar het zijn tevens spannende stappen. Dit vraagt om commitment.

Het komt dan mogelijk tot een herverdeling van gebouwen, of leerlingen. Dat daarmee iets moet worden gedaan in de agenda, dat staat als een paal boven water. Mevrouw Assen (PvdA) herinnert zich dat hierover eerder het debat is gevoerd. Toen is gesteld dat daarin goede stappen werden gezet samen met de schoolbesturen om op buurtniveau te kijken naar de omgang met groei en krimp van scholen.

35

40

45

Wethouder Eerenberg vertelt dat partijen elkaar in de koers hebben gevonden. Gezamenlijk wordt een agenda gemaakt. In de agenda komt een palet van relevante maatschappelijke problemen, die zich voordoen en hoe deze kunnen worden opgelost. Groei versus krimp is er een van, maar ook het tekort op leerkrachten en docenten. Student & Starter gaf aan dat prestatie belangrijk is in deze maatschappij. Dat legt veel druk op jonge kinderen. In de koers van de agenda wordt dat onderkend. Aan basisschoolleerlingen moet niet worden gevraagd wat ze later willen worden om daar de rest van hun schoolcarrière op in te richten en als dat niet lukt stellen dat het kind gefaald heeft. Morgen zijn niet alle scholen breed gemaakt en zijn er niet overal tienercolleges. Dit is wel de beweging en de koers. Namens de gemeente zal de wethouder inbrengen in de gesprekken die hij heeft met het onderwijs dat dit echt heel belangrijk is en de partijen hier met elkaar echt resultaat willen zien. Dit gaat ook over mediawijsheid. Brengt men veel tijd door op sociale media dan kan het wereldbeeld behoorlijk in de war raken.

Pagina 17 van 52

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt of het in dit kader gaat om een soort Utrechtse methode met basisvaardigheden op het gebied van digitale vaardigheden, rekenen en taal en dat dit verder wordt uitgewerkt in de agenda. 5

10

Wethouder Eerenberg weet niet exact of dat een Utrechtse of een eigen methode zal zijn. Wellicht kunnen bestaande methodes worden gebruikt. In de agenda gaan partijen dit wel onderkennen. Het onderwijs moet zodanig worden ingericht met late selectiemomenten. Ook gebouwen moeten geschikt zijn. Dit zal wat van de gemeente vragen. Verder is een aanpak noodzakelijk op het gebied van mediawijsheid en mentale weerbaarheid. Elke nieuwe school een brede school laten worden, is een mooi uitgangspunt en een goede suggestie van Student & Starter om dit in de Onderwijs agenda en het Huisvestingsbeleid op te nemen. De wethouder plaatst daar twee mitsen bij. Het speciaal onderwijs en praktijkonderwijs en ‘de lengte van de polsstok’, want dit vraagt wat van (onderwijs)gebouwen. De heer Stam (Volt) vraagt wat de wethouder ervan vindt dat er categorale gymnasia zijn in Utrecht.

15

20

25

30

35

40

Wethouder Eerenberg heeft daar geen moeite mee. Hij vindt het mooi dat er allerlei scholen zijn die goed onderwijs aanbieden. Dat een keuze kan worden gemaakt voor een school met een breed aanbod, dat helpt veel kinderen. Dat wil de wethouder niet tegenover gymnasia zetten. Het zou mooi zijn als het selectiemoment later is. Als een kind op 14- of 15-jarige leeftijd klassieke talen interessant vindt en de vorming die daarbij hoort, dan gunt de wethouder dat die kinderen ook. Het klimaat op sommige categorale gymnasia, waarin er een heel rijk aanbod is, gunt de wethouder vooral die kinderen die niet op een gymnasium zitten. Als het een wiskundesom zou zijn dat voor elke duizend nieuwe inwoners er een percentage categoraal gymnasium aangeboden zou moeten worden, maar zo is het niet. Uit lotingen blijkt dat sommige Vmbo-scholen heel populair zijn. Ook aan die kant van het spectrum is er een aantrekkingskracht. Nieuwe scholen breed is echt goed. Dan wordt ook ergens naar toegegroeid. Het college neemt op geen enkele wijze afstand van de bestaande categorale gymnasia. Mevrouw Assen (PvdA) verwijst naar de uitspraak van de raad. De raad ziet geen noodzaak tot een derde categoraal gymnasium. Als die vraag wordt gesteld, dan is het goed om te kijken naar de wenselijkheid van elk categoraal type onderwijs.

Vindt het college dat het minimaal zo moet zijn dat categorale gymnasia toegankelijk en inclusief zijn en dat dit iets betekent voor de drempels die nu worden opgeworpen voor het meedoen door alle kinderen? Wat wethouder Eerenberg betreft gaat dit debat niet alleen over gymnasia. Dit debat gaat over onderwijs. Alles wat wordt gezegd, geldt voor het gehele onderwijs. Natuurlijk moeten scholen toegankelijk zijn en mogen ouders en kinderen daarbij geen drempels ervaren, los van het type onderwijs of school. Daarnaast kent Nederland vrijheid van onderwijs. Alle scholen dienen zich te houden aan een set basisregels, zoals Utrecht die kent. Op de vraag van GroenLinks of scholen sneller kunnen worden vergroend, antwoordt de wethouder dat dit kan voor zover de markt dit toelaat. Het vinden van een aannemer of hovenier is een beperking in deze tijd. Het college vindt het een prachtige ambitie om scholen sneller te verduurzamen. Als wensen een financiële consequentie hebben, dan komt het college daarvoor altijd terug naar de raad met een kostenplaatje. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) heeft begrepen dat er onderwijshuisvestingsbijdragen zijn gekomen vanuit de landelijke overheid. Ze is benieuwd waaraan die middelen worden besteed.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=ef4add6e-befc-4823-ac28-f17e206ddc02