1e raadsvergadering 18 januari 2024
Tekst van het document
eenzelfde manier werken. Bovendien zijn de gesuggereerde alternatieven onnodig ingewikkeld en
ontoegankelijk. Het besluit van het college lijkt niet proportioneel, en hoogleraar Geerten Boogaard onderstreept dit. Daarom dient zij mede namens GroenLinks en PvdA motie 32 (Hoger beroep
Raadsvergadering van 18 januari 2024
23
vermogensgrens kwijtschelding lokale belastingen minima) in, die het college opdraagt om in hoger beroep te gaan tegen de vernietiging van het raadsbesluit door de minister bij de Raad van State. De heer Vasters (D66) vraagt aan GroenLinks waarom het geen goede optie zou zijn om niet tot inning over te gaan, als alternatief voor het in beroep gaan.
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) reageert dat iemand dan persoonlijk in bezwaar moet gaan. Dit vraagt veel van bewoners en van de uitvoering. De BghU zit bovendien niet om werk verlegen. Niet tot inning overgaan is een geitenpaadje en maakt de zaken onnodig ingewikkeld.
De voorzitter bedankt de raad nogmaals voor alle flexibiliteit. Aan het einde van de vergadering zal over de actuele moties gestemd worden.
De voorzitter stelt daarop aan de orde de voortzetting van de behandeling van: 18. Afrondende besluitvorming na debat Onderwijshuisvesting. De heer Eerenberg (wethouder) zegt dat er nog geen huisvestingsprogramma ligt. Kiezen voor het een is altijd niet kiezen voor het ander. Daarom moet de raad heldere kaders meegeven. Met de ingediende moties hebben de fracties benadrukt welke onderwerpen zij belangrijk vinden.
Hierna gaat de wethouder over tot een reactie op de moties. Motie 26 over meer samenwerken en
minder concurrentie kan hij overnemen. De afspraken die in de Onderwijsagenda worden gemaakt, landen in het huisvestingsprogramma.
Hij staat positief tegenover motie 27, maar laat het oordeel aan de raad. Inclusieve gebouwen zijn duurder dan niet-inclusieve gebouwen. Hetzelfde geldt voor adaptieve gebouwen.
Motie 28 gaat over de kwaliteit van de informatievoorziening bij onderwijshuisvesting. Hoewel het best veel werk is om die leesbaarder te maken, kan hij de motie overnemen.
Motie 29 krijgt een positief advies. De wethouder laat het oordeel aan de raad. Wel moet het gesprek worden gevoerd over hoe ver je daarin wilt gaan. Het zou kunnen dat een gebouw dat technisch nog niet aan investeringen toe is, als gevolg van het bestrijden van kansenongelijkheid boven een gebouw komt te staan dat die investeringen wel nodig heeft.
Motie 30 moet hij ontraden, omdat de motie de indruk wekt dat nu scholen worden gebouwd zonder dat over gebiedsontwikkeling wordt nagedacht. Dat is uiteraard niet het geval. Als een wijk wordt gebouwd, is er een redenatie waarom daar een school ontwikkeld zou moeten worden.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) heeft in het commissiedebat gewezen op de Cartesiusdriehoek en de Merwedekanaalzone, waar niet gekeken is naar scholen in het omringende gebied.
De heer Eerenberg (wethouder) weerspreekt dat. Bij de Cartesiusdriehoek is uitgegaan van een leerlingenprognose, waaruit bleek dat het nuttig was om daar een school te bouwen.
In reactie op motie 33 zegt hij dat het aan scholen en scholengemeenschappen is om na te denken hoe ruimte wordt geboden aan leerlingen die hun geloof willen belijden of anderszins. Hij wil niet
van bovenaf opleggen dat er zo’n ruimte moet komen. Dat is volgens hem niet de snelste route naar meer inclusie en meer begrip. Daarom ontraadt hij de motie.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) trekt motie 28 in, omdat die is overgenomen.
Raadsvergadering van 18 januari 2024
24
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) trekt om diezelfde reden motie 26 in. De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Stemming over de moties vindt vanavond plaats.
19. Afrondende besluitvorming huisvesting kwetsbare doelgroepen. De voorzitter meldt dat deze afrondende besluitvorming is geagendeerd door de fracties van de
ChristenUnie, PvdA, VVD, GroenLinks en D66. Een deel van de behandeling van dit agendapunt zal in beslotenheid plaatsvinden. Begonnen zal worden met het openbare deel van het agendapunt, inclusief de beantwoording van het college.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vraagt aandacht voor het feit dat huisvesting van kwetsbare
Utrechters tot op heden onvoldoende van de grond komt. Hij constateert dat veel Utrechters in een kwetsbare positie wachten op een woning en dat die wachttijden oplopen, waarmee het probleem niet kleiner, maar groter wordt en het niet gelukt is motie 110 (Doen wat we moeten doen)
voldoende goed uit te voeren. Daarom dient hij mede namens EenUtrecht, D66, Bij1, Student & Starter, Volt, PvdA en CDA motie 34 (Duidelijk uitvoeringsprogramma huisvesting kwetsbare doelgroepen) in, die het college opdraagt om:
1. Een duidelijk uitvoeringsprogramma op te stellen om de huisvesting van kwetsbare groepen weer
op de orde te krijgen, met daarin een heldere ambitie en doelen op elk van de genoemde vijf treden; 2. Elk kwartaal een voortgangsrapportage aan de raad te verstrekken met daarin oog voor de voortgang van dit uitvoeringsprogramma op elk van de genoemde vijf treden;
3. In deze voortgangsrapportages daarnaast te rapporteren over de stand van zaken in de
maatschappelijke opvang en wat daar extra nodig is en welke effecten zichtbaar zijn op straat.
Er zijn ook op korte termijn maatregelen nodig die direct een significante bijdrage leveren aan de
realisatie van meer woningen voor de meest kwetsbare inwoners. Hij constateert dat momenteel 30% van de sociale huurvoorraad is aangewezen voor kwetsbare doelgroepen en dat het Utrecht tot op heden niet lukt is om een goed antwoord te formuleren als het gaat om de huisvesting van
kwetsbare Utrechters. Veel Utrechters in een kwetsbare positie wachten op een woning en die
wachttijden lopen op, waarmee het probleem niet kleiner, maar groter wordt. Daarom dient hij mede namens de ChristenUnie, PvdA, Volt, EenUtrecht en Student & Starter motie 35 (Meer woningen voor kwetsbare Utrechters) in, die het college opdraagt om als tijdelijke maatregel 35% tot 40% van het totaal van vrijkomende sociale huurwoningen toe te wijzen aan kwetsbare Utrechters.
Hij constateert dat het Utrecht tot op heden niet lukt om een goed antwoord te formuleren als het
gaat om de huisvesting van kwetsbare Utrechters. Veel Utrechters in een kwetsbare positie wachten op een woning en die wachttijden lopen op, waarmee het probleem niet kleiner, maar groter wordt. Er zijn mensen in Utrecht die hun huis willen delen met een kwetsbare Utrechter door hen (tijdelijk)
onderdak te geven Daarom dient hij mede namens EenUtrecht, Student & Starter, Volt en GroenLinks motie 36 (Stimuleer woningdelen door een kostendelersbonus) in, die het college opdraagt om:
1. De mogelijkheden voor een kostendelersbonus of een verlaging van de huur uit te werken op zo’n manier dat als iemand zijn of haar woning wil delen met een kwetsbare Utrechter hier een
vergoeding tegenover staat, waardoor er een stimulans ontstaat in plaats van een belemmering om je huis te delen met een kwetsbare Utrechter;
Raadsvergadering van 18 januari 2024
25
2. Hierover de raad te informeren voor het einde van Q1 2024 bij de volgende voortgangsrapportage.
Tijdelijke woningen zijn onwenselijker dan permanente woningen, maar er is ook een noodzaak om
tijdelijke woningen te realiseren. Daarom dient hij mede namens EenUtrecht, VVD, Student & Starter, Volt, GroenLinks, PvdA en CDA motie 37 (Maak tijdelijke woningen haalbaar) in, die het college opdraagt om:
1. Te komen tot een haalbare businesscase voor projecten met tijdelijke woningen;
2. Zich maximaal in te zetten samen met het Rijk, provincie en de Utrechtse corporaties om een garantstelling te bemachtigen voor doorplaatslocaties en eventuele extra kosten;
3. Bij het zoeken naar doorplaatslocaties indien nodig ook te kijken naar mogelijkheden voor doorplaatsen buiten onze gemeentegrenzen;
4. Indien de businesscase niet haalbaar is, de onrendabele top zichtbaar te maken en hierover te rapporteren bij de voorjaarsnota.
Hij benadrukt dat het voor de ChristenUnie de grootste prioriteit heeft om voor de kwetsbare groepen een dak boven het hoofd te organiseren.
De heer Van der Zweth (PvdA) constateert dat er een groot tekort is aan woonruimte voor kwetsbare
doelgroepen. Sociale huur via corporaties is in de praktijk nu de enige optie voor deze doelgroep en
corporaties kunnen en willen doorbouwen in een tijd dat de bouw tot stilstand dreigt te komen. In de prestatieafspraken is bovendien overeengekomen dat wordt gekeken hoe corporaties worden
ondersteund bij de stop op verkoop sociale huur. Daarom dient hij mede namens EenUtrecht,
ChristenUnie, Student & Starter en GroenLinks motie 38 (Corporaties in positie) in, die het college opdraagt om:
1. Corporaties vroegtijdig te betrekken bij het opstellen van de businesscases voor woningbouwontwikkelingen;
2. Naar de mogelijkheden te kijken om meer woningen te realiseren en bij lopende projecten te zorgen voor een gelijk of toenemend aandeel sociale huur via corporaties.
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt aan de PvdA hoe de corporaties gebaat zijn bij deze motie. De heer Van der Zweth (PvdA) legt uit dat de gemeente de corporaties op dit moment niet vroegtijdig betrekt bij het opstellen van de businesscases voor woningbouwontwikkelingen. Daarnaast heeft de raad niet eerder een uitspraak gedaan over een toenemend aandeel sociale huur via de corporaties. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt vervolgens wat er wordt bedoeld met een "toenemend aandeel sociale huur via corporaties".
De heer Van der Zweth (PvdA) bevestigt dat corporaties meer zeggenschap moeten krijgen over de afspraken die de gemeenteraad maakt over het aandeel sociale huur.
Hij constateert daarnaast dat als er te weinig gebeurt om kwetsbare doelgroepen te huisvesten er
meer opvang nodig is. Het realiseren van opvang per persoon is veruit de duurste oplossing voor de gemeente. Daarom dient hij mede namens EenUtrecht, ChristenUnie, Student & Starter, GroenLinks, Bij1 en D66 motie 39 (Alle kosten eerlijk meenemen) in, die het college opdraagt om:
1. Zorgvuldig af te wegen waarvoor middelen het beste ingezet kunnen worden door bij het
realiseren van tijdelijke en permanente woningbouwontwikkeling altijd alle investeringskosten,
exploitatiekosten en -risico’s mee te nemen waaronder ook de mogelijke latere kosten voor opvang;
Raadsvergadering van 18 januari 2024
26
2. Er zo zorg voor te dragen dat de investeringen voor het huisvesten van kwetsbare doelgroepen zo duurzaam mogelijk zijn;
3. De gemeenteraad over de voortgang te informeren bij de voortgangsrapportages elk kwartaal.
Ten slotte vraagt hij om een toezegging van de wethouder om gesprekken te blijven voeren met de betrokkenen over de 20.000 m2 leegstand in Hoog Catharijne en om hierop terug te komen in Q3
2024. Er dient gekeken te worden of er andere middelen zijn waardoor deze grond wel gebruikt kan worden. Er slapen immers mensen op straat niet ver van dit leegstaande pand vandaan. De heer Sungur (DENK) vraagt waar de motie over dit punt blijft. De heer Van der Zweth (PvdA) reageert dat een vraag om een toezegging voldoende is. Zo niet, dan wil hij alsnog een motie opstellen.
De heer Zwanenberg (GroenLinks) constateert dat er een groot tekort is aan woonruimte voor
bijzondere en kwetsbare doelgroepen en dat hierdoor de doorstroming uit de maatschappelijke opvang vastloopt. Deze doelgroepen komen vaak in dezelfde wijken en buurten, met een hoger aandeel sociale huur, terecht, terwijl dit college juist gespikkeld wonen in gemengde buurten
nastreeft. Net als het college is GroenLinks van mening dat permanente huisvesting als meest duurzame oplossing de allerhoogste prioriteit, maar dat het ook tijd is voor onorthodoxe
maatregelen. De kosten voor opvang van bijzondere en kwetsbare doelgroepen is hoog, zo'n
€ 30.000 tot € 50.000 per persoon per jaar. Zelf panden aankopen is een duurzame investering in de toekomst en de kortst mogelijke manier om aan structurele woningen te komen. Daarom dient hij mede namens PvdA, Student & Starter en BIJ1 motie 40 (Panden opkopen) in, die het college opdraagt om:
1. Te onderzoeken hoe we in Utrecht (grotere) panden kunnen (laten) aankopen, liefst in wijken en buurten met een laag aandeel sociale huur, om deze om te zetten naar betaalbare huurwoningen; 2. Mee te wegen dat opvang en tijdelijk huisvesting duurder is dan structurele huisvesting;
3. Hierbij uit te zoeken of dit het beste kan in samenwerking met corporaties, als gemeente zelf of anders;
4. De raad hierover voor de zomer te informeren. De heer Koning (D66) memoreert het debat van 23 november 2023. Toen is stilgestaan bij het
probleem dat alle mensen die momenteel naar een woning zoeken hier grote moeite mee hebben. Er is een groot tekort aan alle soorten huizen en er moet meer gebouwd worden. Grote aantallen permanente woningen zijn de beste manier om voor iedereen die in Utrecht een huis zoekt te
kunnen zorgen. In de bestaande bouw is er nog meer mogelijk: splitsen, omzetten en ruimte bieden aan meer mensen per woning. Ook is er meer vraag naar tijdelijke woningen, en hier is weinig
resultaat op geboekt. Hierbij moeten de kosten proportioneel zijn. D66 vraagt aan het college om
resultaat te laten zien. Voorkomen dient te worden dat het nodig is om veel meer opvangplekken toe te voegen, want die zijn erg duur. Hij dient mede namens Student & Starter en EenUtrecht motie 41
(Met andere norm meer woningen voor reguliere woningzoekenden en kwetsbare Utrechters) in, die
het college opdraagt om op projectniveau een lagere vierkantemetereis toe te staan wanneer dit leidt tot het toevoegen van meer sociale huurwoningen zodat er meer huizen gebouwd kunnen worden voor zowel reguliere woningzoekenden als kwetsbare doelgroepen.
Raadsvergadering van 18 januari 2024
27
De heer Sungur (DENK) heeft in het betoog van de heer Koning weinig gehoord over de huisvesting
van kwetsbare groepen. DENK hoort graag van de heer Koning een aantal ideeën om deze doelgroep te helpen.
De heer Koning (D66) wijst erop dat D66 een aantal moties die specifiek over deze doelgroep gaat mede-indient en steunt.
De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan wethouder De Vries. De heer De Vries (wethouder) bedankt de raadsleden voor het indienen van de moties.
Hij begint zijn waardering bij motie 34 over een duidelijk uitvoeringsprogramma huisvesting
kwetsbare doelgroepen. Hetgeen de motie vraagt is wat het college reeds had beoogd: alle treden
meenemen in de kwartaalrapportage. De wethouder zegt toe elk kwartaal een voortgangsrapportage aan de raad te verstrekken met daarin oog voor de voortgang van dit uitvoeringsprogramma op elk van de genoemde vijf treden. Alle info wordt gedeeld in deze rapportages, zodat de raad niet overvraagd wordt met informatie en ontwikkelingen.
Hij reageert op motie 35 over meer woningen voor kwetsbare Utrechters. Deze motie gaat specifiek in op de tijdelijke maatregel ten aanzien van het verhogen van het percentage woningen voor deze doelgroep. De wethouder geeft de raad een aantal overwegingen mee. In de collegebrief wordt
gesproken van een aantal (in plaats van een percentage), namelijk 1.182. Het college kiest bewust
voor een aantal, want een percentage is afhankelijk van zaken als vergroting van de woningvoorraad en het aantal mutaties. Het college kan beter sturen door zich te richten op een aantal, dat is
gebaseerd op de huidige voorraad. Daarnaast worden er gesprekken gevoerd met de huurders, de woningcorporaties en de opvangpartners. Er wordt gezamenlijk nagedacht over oplossingen voor deze doelgroep. De motie is daarom in lijn met staand beleid. Hij geeft de motie oordeel raad.
Mevrouw Zwinkels (CDA) is gezien de woorden van de wethouder verbaasd over het feit dat hij motie 35 oordeel raad geeft.
De heer De Vries (wethouder) stelt dat, als het gaat om de druk die er is op bepaalde delen van de stad, het belangrijk is om te benoemen dat het proces in samenwerking met de corporaties wordt
doorlopen. Daarnaast wordt er vaak gesproken van de verhouding 30-70, maar bijvoorbeeld in het jaar 2020 zaten de corporaties op 35% toewijzing.
Hij reageert op motie 36 over het stimuleren van het delen van woningen door kostendelerbonus. De Aanpak Bestaande Voorraad is voor het kerstreces naar de raad verzonden en in actie 2.3 is
opgenomen dat het college de mogelijkheden van een kostendelenbonus gaat onderzoeken en dit
onderzoek wordt teruggekoppeld naar de raad. Deze terugkoppeling kan echter niet eerder dan in Q2 2024, en daarom zou de wethouder motie 36 willen ontraden.
Hij reageert op motie 37 over businesscases van tijdelijke woningen haalbaar maken. Het college
wordt gevraagd om daarbij te kijken naar de doorplaatslocaties en de extra kosten. Elke ontwikkeling kent een onrendabele top en het is geen gegeven dat het college kan komen met een haalbare
businesscase. Hij zegt toe om, indien de businesscase niet haalbaar is, de onrendabele top zichtbaar te maken en hierover te rapporteren bij de voorjaarsnota. Elke locatie is echter verschillend en de
Raadsvergadering van 18 januari 2024
28
kwaliteit van woningen bepaalt mede of een businesscase haalbaar kan worden gemaakt. Motie 37 is reeds staand beleid.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) constateert dat het college hard werkt om deze businesscases
haalbaar te maken. Tegelijkertijd roept motie 37 op om ook bij de raad terug te komen als er op een bepaald project een onrendabele top zit en om hier per project over te communiceren bij de Voorjaarsnota.
De heer De Vries (wethouder) kan hierin meegaan.
Hij reageert op motie 39 over het eerlijk meenemen van alle kosten. Het college wenst een afweging te maken waarbij natuurlijk wordt ingezet op permanente woningen en pas daarna op tijdelijke
huisvesting. Vervolgens dient er gekeken te worden naar de onrendabele top. De wethouder kan de motie overnemen.
Hij reageert op motie 40 over het opkopen van panden door de gemeente. De wethouder staat
hiervoor open en denkt dat dit nodig is. Hij zou de motie graag willen meenemen samen met een
eerder ingediende en overgenomen motie, namelijk motie 112 over het kritisch kijken naar bestaand vastgoed in de stad. Het college komt bij de raad terug op zaken als leningen en opbrengsten voor en van panden.
Mevrouw Zwinkels (CDA) uit haar verbazing als gevolg van het positief adviseren van motie 40. De gemeente heeft geen middelen op panden op te kopen.
De heer De Vries (wethouder) legt uit dat dergelijk investeringen alleen gemaakt kunnen worden als
deze rendabel zijn. Hetzelfde geldt voor tijdelijke woningen. Wanneer panden worden opgekocht, zal dit over een bepaalde termijn ook terugverdiend moeten kunnen worden. Het college zal dit eerst moeten onderzoeken.
De heer Koning (D66) vult aan dat met een sociale huurfunctie het terugverdienen van investeren een uitdaging is. D66 steunt motie 40, maar zou van de wethouder willen horen dat investeringen niet altijd worden terugverdiend.
De heer De Vries (wethouder) antwoordt dat geld verdienen in dit kader niet de hoogste prioriteit
heeft. Hij zegt toe naar alle opties te gaan kijken als het gaat om het opkopen van panden voor de huisvesting. Als het gaat om opvang in de stad zijn er steeds meer panelen aan het schuiven; permanente en duurzame opvang heeft steeds vaker de voorkeur.
De heer Koning (D66) wijst erop dat motie 40 tevens de ruimte laat aan corporaties om panden op te kopen. Ziet het college de motie ook in de breedte van de zoekopdracht?
De heer De Vries (wethouder) bevestigt dat. Er dient samengewerkt te worden met de corporaties. Mevrouw Meerding (VVD) spreekt haar verbazing uit ten aanzien van het overnemen van motie 40. De zinsnede "laten aankopen door woningcorporaties" is opmerkelijk, want dit is reeds staand beleid. De gemeente zou niet de rol van de corporaties moeten overnemen.
Raadsvergadering van 18 januari 2024
29
De heer De Vries (wethouder) reageert dat het van belang is om als gemeente verantwoordelijkheid te nemen in de huisvestingscrisis. Bovendien steunt het college het Beleid Wonen niet voor niets.
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of panden opkopen een prioriteit van de gemeente zou moeten zijn. Er zijn talloze zaken waar de gemeente kosteneffectiever op kan acteren.
De heer De Vries (wethouder) zou willen dat dit waar was. In Utrecht slapen er tegenwoordig mensen op straat, dus de gemeente heeft geen keuze dan om nu in te zetten op huisvesting. Mogelijk zou het opkopen van panden zelfs renderend kunnen zijn voor de gemeente. Alle registers zullen opengezet moeten worden en elke woning is er één.
De heer Eerenberg (wethouder) reageert op motie 38 over corporaties in positie brengen. Het woord "vroegtijdig" betekent nadrukkelijk niet dat het college met corporaties in alle ontwikkelingen altijd
vanaf dag 1 open boek kan spelen. Soms spelen er namelijk onderhandelingen. Vroegtijdig betekent "zo vroeg als mogelijk". Met deze kanttekening in acht nemende kan hij de motie overnemen.
Hij reageert op motie 41 over andere normen voor woningen, zodat het aantal woningen kan worden vergroot. Hij kan de motie overnemen.
De wethouder zegt toe met Klépierre in overleg te gaan over de leegstaande (kantoor)panden en om de raad hierover te informeren. Het college heeft echter geen hoge verwachtingen ten aanzien van dit pand, want het gebouw is grotendeels ongeschikt voor huisvesting.
De heer Van der Zweth (PvdA) bedankt de wethouder voor zijn beantwoording en benadrukt dat het onacceptabel is dat mensen buiten slapen. Hij vraagt de wethouder om een toezegging om nieuwe onconventionele middelen mee te wegen, zoals een leegstandsverordening, zodat er druk kan worden gezet.
De heer Eerenberg (wethouder) beaamt dat buiten slapen verschrikkelijk is en dat de gemeente alles op alles moet zetten om dit te voorkomen. Aan de andere kant is het ingewikkeld om in het pand in Hoog Catharijne woningruimte te creëren. Het pand kent vele fysieke beperkingen.
De heer Sungur (DENK) begrijpt dat bepaalde panden moeilijk om te vormen zijn naar woonruimte, echter kan het toch nooit slechter zijn dan buiten slapen?
De heer Eerenberg (wethouder) reageert dat hij dit nooit heeft beweerd. Van leegstaande kantoren in Hoog Catharijne kan echter geen woonruimte worden gemaakt.
Mevrouw Zwinkels (CDA) merkt op dat er zojuist is gesproken over het opkopen van panden door de gemeente, terwijl er nu wordt beweerd dat er niets kan worden gedaan met leegstaande kantoorpanden. Deze kantoorpanden zijn kansrijker dan het opkopen van panden.
De heer Eerenberg (wethouder) geeft aan dat het gesprek met Klépierre eerst zal worden gevoerd. Het lijkt echter onwaarschijnlijk dat hier op korte termijn mensen kunnen worden gehuisvest. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) trekt motie 36 in. Hij dient motie 42 in, die het college opdraagt om:
Raadsvergadering van 18 januari 2024
30
1. De mogelijkheden voor een kostendelersbonus of een verlaging van de huur uit te werken op zo’n manier dat als iemand zijn of haar woning wil delen met een kwetsbare Utrechter hier een
vergoeding tegenover staat, waardoor er een stimulans ontstaat in plaats van een belemmering om je huis te delen met een kwetsbare Utrechter;
2. Hierover de raad te informeren voor het einde van Q2 2024 bij de volgende voortgangsrapportage.
De heer Zwanenberg (GroenLinks) trekt motie 40 in omdat deze is overgenomen. De heer Van der Zweth (PvdA) trekt motie 38 in omdat deze is overgenomen. De heer De Pagter (VVD) heeft een ordevoorstel. Hij stelt voor om de vergadering door te zetten tot 17.30 uur en om het vragenuur om 17.45 uur te starten. Voor het vragenuur hebben zich slechts twee vragenstellers aangemeld.
Mevrouw Passier (Volt) reageert dat dit voorstel betekent dat zij slechts een halfuur kan pauzeren. De heer De Koning (D66) stelt voor om, wanneer er geen verdere bezwaren zijn, het voorstel van de heer De Pagter te volgen.
De voorzitter constateert dat er draagvlak is voor het voorstel van de VVD dat de raad vergadert tot 17.30 uur. Zij roept de raad op om ervoor te zorgen dat alle agendapunten dan zijn behandeld, zodat in de avondvergadering alleen nog de stemmingen hoeven te worden verricht.
Zij stelt voor om nu over te gaan tot het besloten deel van de behandeling van agendapunt 19. Zij stelt de raad voor om overeenkomstig artikel 23, lid van de Gemeentewet in beslotenheid te vergaderen over een onderdeel van de dit agendapunt.
Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van de voorzitter besloten. De voorzitter schorst daarop de openbare vergadering. Tijdens de schorsing zal in beslotenheid verder vergaderd worden.
Na hervatting van de openbare vergadering verleent de voorzitter het woord aan de heer Van der Zweth.
De heer Van der Zweth trekt motie 39 in omdat deze is overgenomen. De heer Koning (D66) trekt motie 41 in. De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Stemming over de moties vindt vanavond plaats.
20. Raadsvoorstel Rekenkamerrapport "Pleisters plakken". De heer De Pagter (VVD) bedankt namens de gehele raad de Rekenkamer voor het gedegen
onderzoek. De aanbevelingen worden van harte onderschreven. De Rekenkamer beveelt dat er
Raadsvergadering van 18 januari 2024
31
binnen zes weken een plan van aanpak komt vanuit het college over de wijze waarop de
aanbevelingen in het rapport “Pleisters plakken” worden uitgevoegd, terwijl het college in Q1 ook een beleidsnota Financiële bestaanszekerheid naar de raad stuurt. De heer De Pagter dient daarom mede namens Volt, D66, ChristenUnie, Utrecht Solidair, Partij voor de Dieren, GroenLinks, Student &
Starter, PvdA en CDA amendement 1 (Samenhang in beslissingen rondom bestaanszekerheid) in, waarin het college wordt gevraagd om beslispunt 6 van het raadsbesluit Rekenkameronderzoek Pleisters plakken d.d. 16-10-2023, kenmerk 11631907 als volgt te wijzigen:
6. De raad middels de beleidsnota Financiële Bestaanszekerheid te informeren over de wijze waarop de aanbevelingen van de Rekenkamer in het rapport Pleisters plakken worden uitgevoerd.
Mevrouw Voortman (wethouder) sluit zich aan bij de woorden van dank in de richting van de
Rekenkamer. Het Rekenrapport, het plan van aanpak en de beleidsnota Financiële Bestaanszekerheid hebben alles met elkaar te maken. Zij kan zich vinden in amendement 1.
De heen Venhoeven, voorzitter van de Rekenkamer Gemeente Utrecht, vermeldt dat de Rekenkamer zich daarbij aansluit. Het is daarnaast belangrijk om inzichtelijk te hebben hoe er met de aanbevelingen wordt omgegaan.
De voorzitter bedankt de heer Venhoeven namens de raad voor de mooie aanbevelingen en voor zijn aanwezigheid. Zij stelt vast dat agendapunt 20 daarmee is behandeld. De stemming over het amendement en het voorstel zal vanavond plaatsvinden. 21. Raadsvoorstel beleidsnota Geluid en Trillingen. Mevrouw De Vries (PvdD) wijst erop dat in het raadsvoorstel ook dieren en natuur worden genoemd, dat er een betere uitleg is over de relatie van het stuk tot de locatieprofielen en dat de stille hofjes
echt stil blijven. Daarnaast is er een paragraaf over geluid in en rond natuurgebieden opgenomen, al
staat daar vrijwel niets in. De PvdD heeft er na ambtelijk navragen vertrouwen in dat bij het opstellen van het Actieplan Geluid dit uitgebreid meegenomen gaat worden en dat er met ecologen gekeken gaat worden welke aanvullende maatregelen wenselijk zijn. Zij vraagt om een bevestiging van het
college op dit punt. De beleidsnota biedt beleidsvrijheid, want er wordt bijvoorbeeld in aangegeven
dat er voor specifieke locaties uitzonderingen gemaakt kunnen worden op de regels. De PvdD wil dat natuur- en groengebieden hier niet onder vallen en goed beschermd blijven totdat er nader beleid is
vastgesteld. Daarom dient zij mede namens EenUtrecht en Volt amendement 2 (Geen verslapping van regels in en rond natuur- en groengebieden) in, die het college vraagt om beslispunt 1.c. van het ontwerp raadsbesluit beleidsnota geluid en trillingen, kenmerk 11553330 als volgt aan te vullen:
"Ruimte bieden om op specifieke locaties gemotiveerd andere afwegingen te maken en zo maatwerk te kunnen bieden. Indien het gaat over afzwakking van de regels, zijn (in en rond) natuur- en groengebieden uitgezonderd van specifieke locaties."
De heer Vasters (D66) merkt op dat het amendement geen ruimte laat om in natuurgebieden kleinschalige evenementen te organiseren waarbij geluidsnormen worden overtreden.
Mevrouw De Vries (PvdD) benadrukt dat in amendement 2 de geluidsregels in natuur- en
groengebieden niet mogen worden afgezwakt. Nieuw beleid hangt tevens af van de locatieprofielen.
Raadsvergadering van 18 januari 2024
32
Mevrouw Zwinkels (CDA) bedankt de wethouder voor de strekt ter vervanging. Zij dient motie 46 (Sorry, kan het wat zachter?) in, die het college verzoekt om:
1. Proactief te zijn op het tegengaan van geluid en trillingen, en daarom als gemeente: a. De gemeenteraad te informeren over
i. de wijze van toetsing bij vergunningverlening van project langs het spoor, waar in het bestemmingsplan trillingsnormen zijn gesteld;
ii. welke preventieve maatregelen er worden getroffen;
iii. de manier waarop een opleveringstoets (na realisatie) vormgegeven kan worden;
b. De beleidsnota geen financiële paragraaf heeft. Bij het Actieplan geluid te komen met een voorstel om een structureel, zelfstandig budget vrij te maken voor geluid en trillingen, zodat we niet afhankelijk zijn van de financiering vanuit ruimtelijke projecten. Dit is om twee redenen opportuun, namelijk:
i. Het actieplan zal een set maatregelen (ingrepen) bevatten die bekostigd moeten worden, nu nog niet wetende hoe hoog dat bedrag zal zijn;
ii. Er zijn ook zelfstandige projecten, zoals de lawaaiflitspaal, die niet gekoppeld zijn aan een ruimtelijk project.
c. Het recent gepubliceerde onderzoek naar trillinghinder van elektrische bussen aan te grijpen om de aanbevelingen van het betreffende adviesbureau ook op te volgen, kijkend naar de
verkeersinrichting en kwaliteit van de infrastructuur en in overleg met de provincie Utrecht bijvoorbeeld als het gaat om het rijgedrag van buschauffeurs;
d. De leefbaarheidstoets van de gemeente (door een ambtelijke werkgroep) te blijven hanteren zodat we zicht en grip houden op de diverse ontwikkelingen en leefbaarheid in de wijken van Utrecht; e. De gemeenteraad per raadsbrief te informeren over het omgevingsprogramma en
Actieplan geluid, hierbij ook trillingen op te nemen, waar volgens het college ook de ambities voor de bestaande stad, zoneafstanden (nabij spoor en tramlijnen) en de uitwerking van (fysieke)
maatregelen in komen te staan, waarbij we ook de doorlopen participatie met inwoners verwachten en teruggekoppeld krijgen.
De voorzitter merkt op dat deze motielengte een goede manier is om door de spreektijd heen te komen.
De heer De Pagter (VVD) geeft aan na aanpassing in te kunnen stemmen met het beleidsstuk Geluid en Omgevingsveiligheid. In het raadsvoorstel staat dat het actieplan Geluid pas in 2024 wordt
gemaakt. Uit navraag blijkt dat dit eind 2024 is, terwijl de wet voorschrijft dat dit voor 18 juli 2024 moet. De VVD zal hierover schriftelijke vragen stellen.
Mevrouw Oosters (wethouder) bedankt de raad voor de voorstellen en het goede debat in de
commissie, dat heeft geleid tot een strekt ter vervanging. Zij reageert op amendement 2 over geen verslapping van regels in en rond natuur- en groengebieden). Ondanks dat het college de
overwegingen uit het amendement steunt, is het prima om bij afweging op specifieke locaties wel of geen verruiming van de beleidsregels toe te staan en om de impact op de natuur, groen en dieren
een meer prominente rol te geven. Het is echter onwenselijk om dit bij voorbaat hard kaderstellend te maken. Het amendement staat de integrale afweging in de weg, en daarom moet de wethouder
amendement 2 ontraden. Zij vult aan dat het college voor de beleidsnota Geluid en Trillingen geen
verdere uitwerking van het beleid voor geluid in en rond natuurgebieden voorziet. Voorgesteld wordt om dit bij het opstellen van het actieplan Geluid in 2024 nader te verkennen.
Raadsvergadering van 18 januari 2024
33
Mevrouw De Vries (PvdD) vraagt de wethouder om de aanvullende bevestiging dat hierbij tevens wordt gesproken met ecologen.
Mevrouw Oosters (wethouder) bevestigt dat.
Zij reageert op de motie over de vraag of het wat zachter kan. Zij bedankt mevrouw Zwinkels voor de mooie aanmoediging op het geluidbeleid. Dit laat zien dat er passie is voor het onderwerp. De wethouder kan met de punten A, C, D en E van de motie uit de voeten, echter gaat punt B niet
lukken. Deze budgetclaim kan namelijk niet worden waargemaakt voor het uitvoeringsprogramma, en daarom ontraadt de wethouder de motie.
Mevrouw Zwinkels (CDA) overweegt om punt B uit motie 46 te schrappen en om een nieuwe motie in te dienen over de financiën omtrent geluid.
De heer Sungur (DENK) stelt voor dat de wethouder op alle punten behalve B een toezegging doet en dat het CDA de motie in stemming brengt. Dat scheelt iedereen tijd.
Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt dat een goed idee, maar zegt dat dit ook afhangt van de wethouder. Mevrouw Oosters (wethouder) zegt toe punten A, C, D en E van motie 46 uit te voeren. Zij ontraadt punt B.
De voorzitter constateert dat het agendapunt daarmee is afgrond. De stemming over het amendement, het voorstel en de motie zal vanavond plaatsvinden. De voorzitter schorst hierop de vergadering.
(Bij hervatting van de vergadering heeft mevrouw Dijksma het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan de heer Peters.) De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde de behandeling van: 22. Raadsvoorstel beleidsnota Omgevingsveiligheid. De voorzitter memoreert dat de raad op 12 januari 2024 een strekt ter vervanging heeft ontvangen over de beleidsnota Omgevingsveiligheid. Zij geeft het woord aan mevrouw Heijne namens GroenLinks.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) benadrukt het belang van het maken van beleidskeuzes vanuit een
visie. De Beleidsnota Omgevingsveiligheid wordt vastgesteld, waarmee de lokale beleidsvrijheid over omgevingsveiligheid wordt ingevuld. In deze nota worden beleidskeuzes gemaakt en
afwegingskaders worden vastgesteld. Bij het invullen van beleid is het van belang te weten wat de
uitgangspunten zijn voor de keuzes en afwegingen die worden gemaakt. En deze zijn wel uit de tekst te halen, maar worden nergens expliciet genoemd. Het is belangrijk om te laten zien waar Utrecht voor staat. Daarom dient zij mede namens ChristenUnie en EenUtrecht amendement 3
(Uitgangspunten Omgevingsveiligheid) in, die het college verzoekt om beslispunt 1 van het ontwerp
Raadsvergadering van 18 januari 2024
34
raadsbesluit Beleidsnota Omgevingsveiligheid d.d. 18 januari 2024, kenmerk 10889369 als volgt te wijzigen:
- Na ingevuld een punt zetten. - Vervolgens toevoegen:
Het uitgangspunt van het Omgevingsveiligheidbeleid van de gemeente Utrecht is dat we een veilige stad willen zijn voor haar bewoners, bezoekers en andere gebruikers.
We zetten in het bijzonder in op de bescherming van onze kwetsbare inwoners en we vinden het belangrijk om grote groepen mensen in de omgeving van een risicobron te beschermen.
- Vervolgens “met de volgende aanvullingen ten opzichte van de Nota externe veiligheid uit 2007” wijzigen in: “Ten opzichte van de Nota externe veiligheid uit 2007, vullen we het volgende aan:” - De beleidsnota aan te vullen met dit uitgangspunt op de volgende plekken: * pag 5. In de eerste alinea het uitgangspunt verwerken * pag 7: onder waarom het uitgangspunt verwerken
* pag 10: paragraaf 1.1.1 herschrijven zodat het uitgangspunt erin past.
Het is belangrijk om in de beleidsnota vast te stellen op basis van welke afwegingen kwetsbare
gebouwen worden toegestaan. Bij beleidskeuzes ontbreekt een afwegingskader, en daarom dient
GroenLinks mede namens ChristenUnie en EenUtrecht amendement 4 (Heldere afwegingen) in, die het college verzoekt aan Paragraaf 5.3 uit de beleidsnota toe te voegen:
Bij de beoordeling van afwijking van de standaardwaarde betrekken we de volgende aspecten: - Wordt het plaatsgebonden risico verhoogd?
- Het zwaarwegend belang van het beperkt kwetsbare gebouw of locatie;
- Vervangende nieuwbouw, waarbij het gebouw tussen de 10-5 en 10-6 contour zit en de situatie na de nieuwbouw niet slechter wordt dan voorheen;
- Alleen bij een bedrijf: neemt het bedrijf zo veel mogelijk maatregelen, waardoor de risico’s zo klein mogelijk zijn?
Mevrouw De Vries (PvdD) constateert er in deze beleidsnota wordt gesproken over explosies, brand en gifwolken als risico’s van gevaarlijke stoffen. Het is een misser dat risicobeperking van
sluimerende milieuvervuiling niet wordt meegenomen in de beleidsnota, want dit is slecht voor mens, dier en natuur. Daarom dient zijn mede namens EenUtrecht en Volt motie 47
(Omgevingsveiligheid gaat over meer dan vlammen en explosies) in, die het college opdraagt om: 1. Bij de uitwerking van de beleidsnota omgevingsveiligheid in een definitief omgevingsplan niet
alleen ongelukken en excessen mee te nemen, maar ook sluimerende milieuvervuiling door gebruik van gevaarlijke stoffen (zoals PFAS) en daarin te omschrijven hoe geborgd kan worden dat ook risico’s van sluimerende milieuvervuiling beperkt worden;
2. De raad in Q3 2024 middels een raadsbrief te informeren over de reeds gemaakte stappen en vervolgstappen.
In de beleidsnota Omgevingsveiligheid wordt met geen woord gerept over dieren. De
portefeuillehouder gaf tijdens het commissiedebat over deze beleidsnota aan dat deze ook van toepassing is op locaties waar dieren door mensen worden gehuisvest, bijvoorbeeld
kinderboerderijen. Deze locaties werden door de portefeuillehouder ook omschreven als kwetsbare
locaties, maar worden niet in de beleidsnota genoemd. Door mensen gehouden dieren kunnen zich
bij een incident met gevaarlijke stoffen in de meeste gevallen niet zelfstandig in veiligheid brengen. Daarom dient zij mede namens ChristenUnie en EenUtrecht amendement 5 (Bescherm ook dieren tegen risico's gevaarlijke stoffen) in, die het college verzoekt om beslispunt 1.c. van het ontwerp raadsbesluit beleidsnota omgevingsveiligheid, kenmerk 10889369 te wijzigen naar:
Raadsvergadering van 18 januari 2024
35
c. Zeer kwetsbare gebouwen (zoals scholen en zorginstellingen) en locaties waar dieren door nietparticulieren worden gehouden waar mogelijk te scheiden van risicobronnen; en de beleidsnota conform hierop aan te passen, waarin benoemd wordt dat ook extra aandacht gegeven dient te
worden aan dieren die zich bij een incident met gevaarlijke stoffen niet zelfstandig in veiligheid kunnen brengen.
In het raadsvoorstel en de beleidsnota over omgevingsveiligheid wordt nergens gesproken over dieren of natuur. Daarom dient zij mede namens EenUtrecht motie 48 (Vergeet wilde dieren en natuur niet!) in, die het college verzoekt om:
1. Bij de uitwerking van de beleidsnota omgevingsveiligheid in een definitief omgevingsplan
omgevingsveiligheid voor dieren en natuur nadrukkelijk mee te nemen en uit te werken hoe geborgd kan worden dat risico’s van gevaarlijke stoffen voor (wilde) dieren en natuur beperkt worden;
2. De raad in Q3 2024 middels een raadsbrief te informeren over de reeds gemaakte stappen en vervolgstappen.
De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan wethouder Oosters. Mevrouw Oosters (wethouder) dankt de raad voor de interesse en de ingediende voorstellen. Zij reageert op amendement 4 over heldere afwegingen. Het college kan dit amendement positief adviseren.
Zij reageert op amendement 3 over de uitgangspunten voor omgevingsveiligheid. Zij kan het amendement positief adviseren.
Zij reageert op motie 47 over de omgevingsveiligheid die over meer gaat dan vlammen en explosies, maar ook over sluimerende milieuvervuiling. De nota Omgevingsveiligheid gaat over de acute
levensbedreigende risico's van het onbedoeld vrijkomen van gevaarlijke stoffen. Deze risico's worden bepaald door gevaren van brand, explosies of het vrijkomen van giftige gassen. Langetermijnrisico's en gezondheidsrisico's maken geen onderdeel uit van dit beleid. Dit is wellicht beter te beschouwen in het Omgevingsplan, en daarom moet de wethouder motie 47 ontraden.
Mevrouw De Vries (PvdD) stelt dat achteruitgang van gezondheid door schadelijke stoffen levensbedreigend kan zijn wanneer het afweersysteem verslechtert.
Mevrouw Oosters (wethouder) is het daarmee eens, maar het verschil zit hem in het acute gehalte. In de beleidsnota Omgevingsveiligheid gaat het over directe gevaren als ontploffingen, branden en het vrijkomen van giftige stoffen. Zij zegt toe om sluimerende milieuvervuiling mee te nemen in de gesprekken over het Omgevingsplan en de raad hierover te informeren.
Zij reageert op motie 48 over het niet vergeten van wilde dieren en natuur. Het is logisch om als onderdeel van de evenwichtige toedeling van functies/allocaties ook rekening te houden met de
risico's voor de gehele omgeving, ook dieren. De beleidsnota Omgevingsveiligheid gaat over het
beheersen van risico's voor personen in de omgeving van een risicobron en deze biedt geen kaders voor bescherming van wilde dieren en natuur in het Omgevingsplan. De wethouder zegt toe om bij
de beoordeling van de evenwichtige toedeling rekening te houden met zowel met mensen als dieren. Zij ontraadt motie 48.
Zij reageert op amendement 5 over dieren beschermen tegen gevaarlijke stoffen. Het college biedt maatwerk voor de locaties en kijkt hoe dieren in situaties beschermd kunnen worden. Dit heeft
Raadsvergadering van 18 januari 2024
36
echter alleen betrekking op de nieuwe situaties. De dieren worden al voldoende beschermd, waarmee amendement 5 niet nodig is. Zij ontraadt het amendement.
Mevrouw De Vries (PvdD) stelt dat de beleidsnota Omgevingsveiligheid ook gaat over de bestaande stad en over plekken als kinderboerderijen.
Mevrouw Oosters (wethouder) reageert dat kinderboerderijen via de nota bescherming genieten. Het gaat over de nieuwe situaties, en niet over de bestaande stad.
De voorzitter stelt vast dat daarmee de behandeling van dit agendapunt is afgerond. De stemming over het voorstel, de amendementen en de moties zal vanavond plaatsvinden. De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na hervatting van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 23. Raadsvoorstel Ruimtelijk Toekomstperspectief Zuidpoort. De heer De Pagter (VVD) stelt dat een knip op het Ledig Erf geen oplossingen biedt. Het verkeer
verplaatst daardoor namelijk naar andere plekken als de Rivierenwijk. De raad nam op 15 juli 2021
unaniem het amendement 84 (Werk twee varianten uit) aan en besloot om ook variant 1(-plus) uit te werken, oftewel een fietsstraat op het Ledig Erf, eventueel met extra maatregelen (‘doorwaadbare stad’). Daarom dient hij mede namens UtrechtNu!, EenUtrecht, Utrecht Solidair, Volt en CDA
amendement 6 (Leg de variant fietsstraat alsnog voor aan de stad) in, die het college opdraagt om de beslispunten van het raadsvoorstel te schrappen en te vervangen door:
- De variant 1-plus uit 2021 (fietsstraat) alsnog volwaardig uit te werken, deze variant en de variant
van het college in een volwaardig participatietraject voor te leggen aan inwoners en ondernemers en de varianten daarna ter besluitvorming voor te leggen aan de raad.
De heer Van Heuven (PvdD) stelt dat het slecht is dat een unaniem aangenomen amendement ter
zijde is geschoven, maar uitwerking van een fietsstraat had de voorkeur van de PvdD waarschijnlijk niet beïnvloedt. Naar aanleiding van de commissie dient hij amendement 7 (Behoud bomen als uitgangpunt Zuidpoort) in, mede namens ChristenUnie, GroenLinks, EenUtrecht, BIJ1 en Volt
amendement 7, die het college verzoekt om aan het ontwerp raadsbesluit Raadsvoorstel Ruimtelijk Toekomstperspectief Zuidpoort een nieuw, vierde beslispunt toe te voegen, luidend: 4. Waarbij het uitgangspunt is dat er geen bomen gekapt hoeven te worden.
De heer Bosch (UtrechtNu!) constateert dat de 'bewonersvariant' voor het Ledig Erf potentieel een
meer evenwichtige en inclusieve benadering biedt voor de diverse mobiliteitsbehoeften in de regio. Deze variant werd oorspronkelijk gepresenteerd als een compromis dat de belangen van zowel
automobilisten als fietsers en voetgangers zou dienen. Een algemene draagvlakmeting laat zien hoe
de verhoudingen echt zijn. Daarom dient hij motie 49 (Respecteer democratische keuzes) in, die het college opdraagt om:
• Actief deze variant te heroverwegen en uit te breiden, waarbij gezocht wordt naar manieren om het plan aan te passen aan de huidige en toekomstige behoeften van de stad;
Raadsvergadering van 18 januari 2024
37
• Een dialoog met bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden te faciliteren om hun inbreng voor de bewonersvariant te verkrijgen.
Hij constateert dat het Ruimtelijk Toekomstperspectief Zuidpoort significante verkeersproblemen kan veroorzaken, wat resulteert in ongemak en potentiële veiligheidsrisico's voor zowel bewoners als
ondernemers in de omgeving Hij dient daarom motie 50 (Voel de pijn, denk na en heroverweeg je keuzes) in, die het college opdraagt om:
• Een grondige herbeoordeling van het plan uit te voeren, met nadruk op alternatieve oplossingen die de verkeersstroom verbeteren zonder de leefbaarheid en bereikbaarheid van de stad te verminderen;
• Actief betrokkenheid en feedback te zoeken van bewoners, ondernemers en andere betrokkenen in het heroverwegingsproces.
Het is tijd voor een realistische kijk op de Utrechtse verkeerspolitiek. UtrechtNu! zal dan ook tegen het voorstel stemmen. Hij stelt voor om aan een toekomst te werken waarin alle Utrechters zich gehoord en vertegenwoordigd voelen.
Mevrouw Passier (Volt) bedankt de wethouder voor de eerdere toezegging om bij de eerstvolgende raadsbrief in 2024 over Zuidpoort terug te komen met een verdiepende toelichting op de criteria voor toegankelijkheid. Het is desalniettemin goed om dit onderwerp ook vast te leggen in de
uitgangspunten. Daarom dient zij mede namens Partij voor de Dieren, VVD, CDA, PvdA, D66,
ChristenUnie, GroenLinks en Student & Starter amendement 8 (Toegankelijke openbare ruimte als
uitgangspunt Zuidpoort) in, die het college verzoekt om aan het ontwerp raadsbesluit Raadsvoorstel Ruimtelijk Toekomstperspectief Zuidpoort een nieuw beslispunt toe te voegen, luidend:
1f. Toegankelijkheid voor mensen met een beperking als uitgangspunt nemen bij de uitwerking van het Ruimtelijk Toekomstperspectief Zuidpoort in de herinrichting van betreffende straten en openbare ruimte.
Mevrouw Zwinkels (CDA) dient mede namens Horizon motie 51 (Neem Rijnlaan Zuid op in Zuidpoort) in, die het college opdraagt om de Rijnlaan Zuid op te nemen in het ruimtelijk toekomstperspectief Zuidpoort.
Mevrouw Stylianou (D66) merkt op dat is aangeboden om het bewonerscomité van de Rijnlaan in contact te brengen met de wethouder en dat dit is gebeurd. De wethouder heeft bovendien
toegezegd om bij de herinrichting van de Rijnlaan het bewonerscomité te betrekken. Dit wetende, wat voegt deze motie precies toe?
Mevrouw Zwinkels (CDA) acht het van groot belang dat het bewonerscomité op structurele basis wordt betrokken bij het project.
Zij dient mede namens Horizon motie 52 (Verbeter eerst de 't Goylaan) in, die het college opdraagt om de verkeersveiligheid en doorstroming rond de ’t Goylaan eerst te verbeteren en project Zuidpoort pas te starten op het moment dat extra belasting hier verantwoord is.
De heer Dekkers (GroenLinks) wil van het CDA weten waarom deze motie nodig is als de wethouder hier reeds in de commissie over heeft gezegd dat eerst 't Goylaan wordt aangepakt.
Mevrouw Zwinkels (CDA) reageert dat de wethouder niet heeft toegezegd om eerst de problemen bij 't Goylaan aan te pakken voordat er wordt gestart met Zuidpoort.
Raadsvergadering van 18 januari 2024
38
Zij dient motie 53 (Verkeersveiligheid en toegankelijkheid voorop, geen shared space bij Zuidpoort) in, die het college opdraagt om:
1. Om in het Ruimtelijk Toekomstperspectief Zuidpoort geen gebruik te maken van een shared space in de uitvoering van de projecten.
2. Alternatieve oplossingen (zoals zebrapaden ten behoeve van de oversteekbaarheid) te
onderzoeken die de verkeersveiligheid, toegankelijkheid en leefbaarheid juist bevorderen. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) reageert op amendement 6 over het uitwerken van de
fietsstraat. De fietsstraat is als referentievariant bekeken en onderzocht, en daaruit is gebleken dat
de intensiteit van auto's te groot is. Een fietsstraat is niet veilig en dus ontraadt zij het amendement. Zij reageert op amendement 7 over behoud bomen als uitgangspunt Zuidpoort. Een uitgangspunt is geen garantie, maar zij kan de raad positief adviseren om het amendement aan te nemen.
Zij reageert op amendement 8 over Toegankelijke openbare ruimte als uitgangspunt Zuidpoort. Ook dit amendement kan zij positief adviseren.
Zij reageert op motie 49 over het respecteren van democratische keuzes. Er is een uitgebreid en intensief participatieproces geweest en dit heeft geen aanleiding tot heroverweging opgeleverd. Daarnaast is de voorliggende variant uit het participatieproces gekomen. Zij ontraadt de motie.
Zij reageert op motie 50 pijn voelen en keuzes heroverwegen. Een extern bureau heeft het Ruimtelijk Toekomstperspectief Zuidpoort geverifieerd en men is niet over één nacht ijs gegaan. Zij ontraadt de motie.
Zij reageert op motie 51 Rijnlaan Zuid opnemen in Zuidpoort. Zij ontraadt de motie, want het
uitstralingsgebied van de maatregelen treedt niet of nauwelijks op in de Rijnlaan Zuid. Ook voor Rijnlaan Zuid wordt gekeken naar de mogelijkheden, maar niet in het voorliggende plan.
Zij reageert op motie 52 over eerst verbeteren van 't Goylaan. Voor 2024 staat 't Goylaan reeds gepland.
Zij reageert op motie 53 over Verkeersveiligheid en toegankelijkheid voorop. In het stuk wordt gesteld dat verkeersruimtes goed herkenbaar moeten zijn voor de verschillende stromen, het omgekeerde van shared space. Daarentegen bestaan er ook zorgen onder Utrechters over de plannen. Zij kan motie 53 overnemen.
Mevrouw Zwinkels (CDA) trekt motie 53 in, want het college zit hier op dezelfde lijn. De voorzitter stelt vast dat de behandeling van dit agendapunt hiermee is afgerond. De stemming over het voorstel, de amendementen en de moties zal vanavond plaatsvinden. 24. Raadsvoorstel Gedragscode 2023. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) bedankt alle betrokkenen voor de samenwerking op het gebied van de Gedragscode 2023. Het gesprek over integriteit en het toetsen van elkaars handelen is nadat dit raadsvoorstel is aangenomen nog niet klaar. De gemeenteraad zal dit gesprek te allen tijde
onderling moeten voeren, ook met de fractiemedewerkers. Daarom dient hij mede namens Student & Starter, CDA, EenUtrecht en Volt motie 54 (Integere fractiemedewerkers) in, waarin het college wordt opgedragen:
1. Dat gemeenteraadsfracties deze gedragscodes ook laten gelden voor hun fractiemedewerkers. 2. Om dit in hun arbeidscontracten op te nemen.
3. Dat het Dagelijks Bestuur dit onder de aandacht brengt bij de fracties.
Raadsvergadering van 18 januari 2024
39
De heer Sungur (DENK) vraagt of dit ook geldt voor de medewerkers van de Griffie. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) reageert dat de motie in eerste instantie alleen de medewerkers van de fracties betreft.
De heer Sungur (DENK) wijst erop dat in de motie staat dat fractiemedewerkers onlosmakelijk verbonden zijn met de manier van omgang binnen het stadhuis. Dit is breder dan alleen de fractiemedewerkers.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) stelt dat er een verschil is tussen eigen fractiemedewerkers en de medewerkers op het stadhuis als het gaat om integriteit.
De heer Paalman (Horizon) stelt dat een raadslid een publieke functie uitvoert en dat
fractiemedewerkers dit in mindere mate doen. De gedragscode is specifiek geschreven naar de raadsleden. Kunnen de hoofdstukken dan direct vertaald worden naar de fractiemedewerkers? De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat het voor een aantal hoofdstukken wel
overeenkomt met de positie van fractiemedewerkers. De rol van de fractiemedewerker mag niet worden onderschat.
Mevrouw Meerding (VVD) deelt de zorgen van Horizon, want zaken als financiële belangen en meestemmen gaan niet op voor fractiemedewerkers.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) reageert dat over een onderwerp als financiële belangen juist het gesprek met de fractiemedewerker moet worden aangegaan.
De heer Van Steeg (CDA) dient mede namens Student & Starter, EenUtrecht en ChristenUnie motie 55 (Behandel commissieleden gelijk) in, die het college opdraagt om uit te spreken:
1. De regels voor schorsing van raadsleden ook te laten gelden voor commissieleden; 2. En daarvoor de Verordening van raadscommissies aan te passen.
De heer Zwanenberg (voorzitter DB) bedankt de raad namens het DB voor de gemaakte
complimenten. Hij reageert op motie 54 over integere fractiemedewerkers. De medewerkers van de gemeente Utrecht worden hier niet in meegenomen omdat zij reeds vallen onder het
integriteitsbeleid van de gemeente Utrecht en vallen onder de gedragscode van de gemeente.
Fractiemedewerkers vallen niet onder deze gedragscode, en daarom kan de voorzitter van het DB motie 54 positief aanraden. Het DB zou een apart voorstel kunnen uitwerken ten aanzien van de fractiemedewerkers.
De heer Sungur (DENK) wil weten of het niet een beter idee is om uit te zoeken hoe de
fractiemedewerkers aan de geambieerde normen kunnen worden gehouden, zonder hen direct gelijk te stellen aan raadsleden.
De heer Zwanenberg (voorzitter DB) denkt dat de motie zeer wenselijk is. Wie wil er immers geen integere fractiemedewerkers?
Raadsvergadering van 18 januari 2024
40
Hij reageert op motie 55 (Behandel commissieleden gelijk). Dit is aan de raad, maar het DB staat positief tegenover het uitwerken van een voorstel op dit punt.
De voorzitter stelt vast dat hiermee de behandeling van het agendapunt is afgerond. De stemming over het voorstel en de moties zal vanavond plaatsvinden.
25. Raadvoorstel Doorontwikkeling instrumenten van inwoners: inwonersagendering en inwonersmotie. De heer Van Vliet (D66) bedankt het dagelijks bestuur voor het opstellen van het raadsvoorstel. Het
zou goed zijn geweest wanneer er voor dit voorstel meer participatie was geweest, en daarom dient hij mede namens VVD, Student & Start en het CDA motie (Participeren kun je leren) 56 in, die het college opdraagt op om:
1. Om in samenhang met de uitgangspunten van ‘Samen stad maken’ het gesprek aan te gaan met een representatieve groep Utrechters, over welke raadsinstrumenten voor participatie zij wenselijk vinden, en over hoe deze zouden moeten worden vormgegeven.
2. Hierbij specifiek ook te kijken naar de voorliggende voorstellen uit het raadsvoorstel voor de inwonersagendering en inwonersmotie en hoe die te verbeteren.
3. De resultaten van deze gesprekken en de daaruit volgende voorstellen vanuit het dagelijks bestuur (gezamenlijk met het college) neer te leggen bij de raad uiterlijk Q4 2024.
De heer Van der Zweth (PvdA) informeert of dit zou betekenen de raad niet door zou gaan met het voorstel omtrent de inwonersagendering en de inwonersmotie.
De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat er zowel voor het voorstel kan worden gestemd als met motie 56 aan de slag kan worden gegaan.
Mevrouw Passier (Volt) wil van D66 weten wat de reactie is wanneer bewoners midden in een proces aangeven geen behoefte te hebben aan participatie.
De heer Van Vliet (D66) is in dat geval benieuwd naar waar de inwoners dan mee komen. Mevrouw Passier (Volt) vraagt D66 om een standpunt ten aanzien van de Weerdsingel en participatie. De heer Van Vliet (D66) reageert dat dit niet het moment is om te debatteren over de Weerdsingel. Hij is benieuwd naar de instrumenten waar inwoners mee komen om participatie vorm te geven.
Mevrouw Meerding (VVD) constateert dat de participatie van inwoners voor de gemeente Utrecht zeer belangrijk is en dat de gemeenteraad inwonersparticipatie graag gemakkelijker en laagdrempeliger wil maken. Door DB wordt voorgesteld dit onder andere te doen door het instrument van een
inwonersmotie in te voeren, die het instrument burgerinitiatief moet vervangen. Zij dient daarom
mede namens Student & Starter, D66 en het CDA amendement 9 (Voer de inwonersmotie (nog) niet
in) in, die het college oproept om de inwonersmotie uit het raadvoorstel te schrappen. En hoewel de inwonersmotie moet worden geschrapt, wenst de VVD een participatietraject op te starten om te kijken wat de mogelijkheden en behoeften zijn.
Raadsvergadering van 18 januari 2024
41
De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat met dit amendement de situatie verslechtert door een deel van het instrumentarium te schrappen.
Mevrouw Meerding (VVD) reageert dat het idee over de inwonersmotie plotseling opkwam en dat de voor- en nadelen nog niet zijn uitgewerkt.
Mevrouw Fattal (GroenLinks) is voorzichtig met de inwonersmotie, maar wil tegelijkertijd ontdekken wat de inwonersmotie oplevert.
De heer Dekkers (GroenLinks) wijst op een mogelijk tekstuele fout in amendement 9. Er staat twee keer het lid 2 genoteerd.
Mevrouw Meerding (VVD) zal hiernaar kijken. De heer Zwanenberg (voorzitter DB) reageert op motie 56 (Participeren kun je leren). In de commissie bestond op dit punt al een verschil van mening. Maar er is wel degelijk geparticipeerd. Alle
initiatiefnemers die in het verleden zijn gekomen met een burgeragendering of burgerinitiatief zijn
gevraagd naar hun ervaringen. Participatie is gewoon een term die je gebruikt als je met de burgers
van de stad spreekt. In de commissie heeft hij gezegd dat er natuurlijk nog verder gepraat wordt met de mensen om te kijken hoe de participatie beter gemaakt kan worden. De motie is dus in feite een bevestiging van hetgeen hij heeft gezegd: er zal blijvend met bewoners worden gesproken over mogelijke verbeterpunten. Hij zou de motie, hoewel die overbodig is, dus kunnen overnemen.
Hij reageert op amendement 9 (Voer de inwonersmotie (nog) niet in). Dit is geen fraai amendement,
want in een volledig amendement zou elk specifiek artikel benoemd moeten worden. De VVD lijkt te stellen dat het voorstel niet besluitrijp is, maar het dagelijks bestuur denkt van wel. Het is een
doorontwikkeling en een verbetering van de bestaande instrumenten. Hij ontraadt het amendement. GroenLinks is bang voor een wildgroei. Het dagelijks bestuur denkt dat dit meevalt. Als er wel een wildgroei ontstaat, komt men daar weer over te spreken.
De heer Van Heuven (PvdD) wil motie 3 onder voorbehoud intrekken. Wanneer de wethouder bepaalde onwenselijke afwegingen maakt, wordt de motie opnieuw ingediend.
De voorzitter stelt vast dat hiermee de behandeling van het agendapunt is afgerond. De stemming over het voorstel, het amendement en de motie zal vanavond plaatsvinden.
Hij merkt op dat alle agendapunten zijn afgehandeld. De raadsvergadering zal tot 20.00 uur worden geschorst, waarna de stemmingen zullen plaatsvinden.
De voorzitter schorst daarop de vergadering tot 20.00 uur.
(Bij hervatting van de vergadering heeft de heer Peters het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan de heer Zwanenberg.) De voorzitter heropent de vergadering en heet alle aanwezigen welkom, ook de mensen die thuis meekijken of meeluisteren.
Hij deelt mee dat de heer Bos van Stadsbelang Utrecht, de heer Maas van Volt en mevrouw Sasbrink van de Partij voor de Dieren niet aanwezig zijn, zodat met 42 leden zal worden gestemd.
Raadsvergadering van 18 januari 2024
42
De heer Stellinga (CDA) merkt op dat het CDA motie 8 (Klein maar fijn) intrekt, ondanks het wat omfloerst overnemen van deze motie door de wethouder.
Daarnaast heeft hij, in strijd met de regels, een tweede versie van motie 9 (Het effect van loslaten)
ingediend. Het CDA begrijpt van de wethouder dat hij akkoord is met de inhoud van de gewijzigde versie. Het CDA trekt motie 9 in, evenals de gewijzigde versie van deze motie.
De heer Bosch (UtrechtNu!) begrijpt dat er nu een gewijzigde motie door de wethouder is overgenomen, terwijl die motie niet is behandeld in de raad.
De heer Stellinga (CDA) zou het een toezegging van de wethouder willen noemen. De voorzitter stelt voor deze discussie na afloop van de vergadering voort te zetten. De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt voor om eerst te stemmen over motie 4 en daarna over motie 2. De voorzitter merkt op dat dit verzoek zal worden gehonoreerd. Aan de orde is de stemming over de actuele motie 1 (USP? Wat is dat? Ik ken alleen de Uithof). De heer Stellinga (CDA) merkt op dat wordt voorgesteld iets terug te draaien wat vijf jaar geleden met behoorlijk veel kosten veranderd is. Als alles nu wordt teruggedraaid, kost dat weer een half miljoen. Dat vindt het CDA niet te verantwoorden. Om die reden stemt het CDA tegen de motie.