18e vergadering gemeenteraad 23 december 2021.docx
Tekst van het document
De heer Koppelaar (Student & Starter) erkent dat er misschien niet zo heel veel gebruik is gemaakt van deze bevoegdheid. Maar hij kijkt ook naar een ontwikkeling als van de Merwedekanaalzone,
Raadsvergadering van 23 december 2021
39
waarop veel fracties liever wat invloed vooraf hadden gehad. Bovendien verwacht hij dat het college
er de komende jaren vaker gebruik van zal maken, gezien de markt. Daarom is het heel goed dat de raad grip houdt op de ontwikkelingen en is het belangrijk dat de raad een uitspraak kan doen over het al dan niet afwijken van een kader. Als de raad tijdig wordt geïnformeerd, hoeft er geen vertraging op te treden. Onderhandelingen kosten namelijk ook tijd.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) reageert dat de Merwedekanaalzone uitgebreid in de raad is
besproken en er uitgebreid op is geïntervenieerd. Hij wijst op de doorlooptijden in de raad. Hij vraagt welk probleem met dit amendement wordt opgelost.
De heer Koppelaar (Student & Starter) antwoordt dat het probleem zit in het feit dat de raad zo
weinig grip heeft op wanneer er gebruik wordt gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid. De raad stelt de kaders. Daarom moet het de raad zijn die ze wijzigt. In het voorstel kan het college dit eenzijdig doen.
Hij bevestigt de vraag van mevrouw Dekker-Abdulaziz dat zijn fractie wil dat het college bij iedere
afwijking een raadsvoorstel stuurt, ook als het gaat om projecten met dertig woningen. Dit kan voor het college een prikkel zijn om goed na te denken of er wel moet worden afgeweken van de kaders. Zijn fractie wil het niet te makkelijk maken voor ontwikkelaars bij de onderhandelingen, omdat ze toch al weten dat ze kunnen afwijken van de normen.
Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) concludeert dat dit automatisch betekent dat projecten vertraging oplopen en de werkdruk bij de raad veel hoger wordt. Is de Student & Starter-fractie het daarmee eens?
De heer Koppelaar (Student & Starter) veronderstelt dat er niet honderden projecten zijn waarbij er
gebruik wordt gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid. Bovendien is er alleen sprake van vertraging wanneer een afwijking te laat aan de raad wordt voorgelegd.
Hij vervolgt dat Utrecht niet alleen de fundamentele problemen die ten grondslag liggen aan de
wooncrisis kan oplossen. Bouwen, bouwen, bouwen is niet voldoende, omdat ook aan de vraagkant maatregelen moeten worden getroffen om wonen duurzaam betaalbaar te houden. Helaas is het
coalitieakkoord op dit punt mager. Daarom kan het volgens de Student & Starter-fractie geen kwaad een extra signaal af te geven. Daarover dient zij motie 486 in (Fundamentele oplossingen beginnen
in Den Haag), die uitspreekt dat wonen betaalbaar moet zijn voor iedereen, ongeacht of men huurt of koopt, en dat het nieuwe kabinet daarom haar verantwoordelijk moet nemen om te werken aan
fundamentele oplossingen voor de betaalbaarheid van wonen, door onder andere leennormen te
laten krimpen en fiscale voordelen voor eigenwoningbezit af te schaffen, en het college opdraagt,
deze boodschap consequent uit te dragen tijdens alle gesprekken die met het Rijk worden gevoerd
en daarnaast, eventueel in samenspraak met andere gemeenten, een open brief op te stellen, waarin bovengenoemde systeemveranderingen worden bepleit, en deze aan het nieuwe kabinet te sturen. Spreker legt de heer Schipper uit dat "leennormen laten krimpen" gaat over hoeveel iemand kan
lenen met een bepaald inkomen. De laatste decennia konden mensen steeds meer lenen, waardoor
er heel veel meer geld komt aan de vraagkant, zonder dat er meer aanbod tegenover staat, waardoor de prijzen opgedreven worden.
Hij wijst erop dat in het coalitieakkoord staat dat de actuele studieschuld kan worden opgegeven in plaats van de originele schuld, waardoor men iets meer hypotheek kan krijgen. Dit lijkt een goede
oplossing, maar uiteindelijk wordt daarmee nog meer goedkoop geld de markt opgestuurd, wat de
Raadsvergadering van 23 december 2021
40
prijs opdrijft. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft het gevoel dat het doel van de motie is dat op de woningmarkt een infarct plaatsvindt. Dat is namelijk het effect van de beoogde
systeemveranderingen. De heer Koppelaar zou er eigenlijk voor moeten pleiten dat het
financieringslastpercentage over een studieschuld op hetzelfde niveau wordt gebracht als dat van het consumptief krediet, omdat er dan minder kan worden geleend.
De heer Koppelaar (Student & Starter) reageert dat hij met de motie beoogt het probleem op te
lossen dat de afgelopen decennia is ontstaan doordat inkomens en prijzen van huizen steeds verder uit elkaar lopen. De gemeente Utrecht kan dat niet oplossen, maar kan hiervoor wel pleiten bij het Rijk.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) wijst op de financiële leidraden van de AFM, die bedoeld zijn om
overcreditering te voorkomen. Met de motie wordt overcreditering gerealiseerd, als er een infarct op de woningmarkt plaatsvindt en mensen minder kunnen lenen met hun inkomen, want dan is er
sprake van een loan to income die ver buiten de bandbreedte loopt, waardoor 30% van de markt een financieel nekschot krijgt en de economie in elkaar valt. Hoe kijkt de Student & Starter-fractie
daarnaar? Spreker neemt aan dat de heer Koppelaar geen financieel professional is. Zijn voorstel is namelijk je reinste kolder. Hij kan zich niet voorstellen dat de Tweede Kamer hiermee instemt.
De heer Koppelaar (Student & Starter) constateert dat er een meningsverschil is over wat meer geld
aan de vraagzijde doet met de prijs aan de aanbodzijde. Zijn punt is dat de ruimte aan de vraagzijde een stukje teruggebracht moet worden. Hij wijst erop dat dit in zekere zin ook met huurders wordt
gedaan, omdat kopers heel veel voordelen hebben ten opzichte van huurders. Dat moet meer recht worden getrokken.
Hij antwoordt de heer Van der Zweth, die vraagt of de heer Koppelaar echt denkt dat met dit soort moties beter wordt ingegaan op de woningmarkt, dat dit voorstel niet ineens alle problemen zal
oplossen, maar het belangrijk is dat men druk blijft zetten en er echte hervormingen komen. Dat bepleit hij met de motie.
De heer Bosch (PVV) wijst erop dat koopwoningen in Utrecht niet meer betaalbaar zijn. Zijn fractie steunt grotendeels de maatregelen van het college om dit tegen te gaan. Hij betreurt het dat de
woonvormen niet in het raadsvoorstel zijn verwerkt. De PVV-fractie is tegen de mantra "alles delen,
alles samen", omdat dit voor slechts een klein deel van de Utrechters, i.c. studenten, bestemd is. Zo
gebruikt bijna niemand een deelauto. De PVV-fractie vindt de grootte van een woning wel belangrijk
en dient daarom motie 487 in (Minimaal 50% van de betaalbare koopwoningen boven de 65 m²), met de opdracht om bij toekomstige bouwprojecten waar betaalbare koop gepland staat altijd te streven naar de bouw van 50% van de woningen boven de 65 m² GBO.
De heer Van der Marel (VVD) meldt dat de VVD-fractie de oplossing heeft en die gelukkig in het voorstel staat: het bijbouwen van betaalbare koopwoningen om het aanbod van betaalbare
koopwoningen te vergroten. De vrees bij dit voorstel is of dat ooit een succes wordt. Daarvoor moet de raad kort op de bal spelen. De hoop is dat het voorstel gaat werken. Hij vindt de inbreng van sommige raadsleden hier niet aan meewerken, zoals dat er ook woningen rond de twee ton gerealiseerd moeten kunnen worden.
Raadsvergadering van 23 december 2021
41
Hij vindt het belangrijk dat de betaalbare koopwoningen beschikbaar blijven voor de juiste doelgroep en betaalbaar blijven, zoals ook door anderen gezegd. Natuurlijk moet het publieke geld in de
publieke sector blijven. Hij verwacht dat de wethouder hiervoor wettelijke instrumenten nodig heeft en Den Haag met maatregelen komt, anders is dit actieplan niet uit te rollen. Spreker vraagt of de zelfbewoningsplicht bij twee keer NHG juridisch haalbaar is. Heeft de wethouder hiervoor al naar andere gemeenten gekeken? Hij vindt het een redelijk symbolische maatregel.
De VVD-fractie vindt dat hoe meer mensen er in een koopwoning wonen, hoe beter dat is voor de stad. Daarom wenst ze de wethouder veel succes.
De heer Diepeveen (wethouder) begrijpt motie 482 zo, dat waar mogelijk een gemiddelde moet
worden nagestreefd en afspraken moeten worden gemaakt met marktpartijen om die vervolgens anterieur vast te leggen. Dat vindt hij een goede beweging. Hij kan de motie overnemen.
Motie 487, Minimaal 50% van de betaalbare koopwoningen boven de 65 m², is weliswaar sympathiek, maar streefpercentages voor alle projecten, minimaal 50%, is een brug te ver en onmogelijk. Daarom ontraadt hij de motie. Spreker volgt liever de lijn in motie 482, omdat het Actieplan betaalbare koop uitgaat van onderscheiden gebieden en mogelijkheden in de stad.
De moties 483 en 484 waren in een eerdere versie samengevoegd. Dat vond spreker veel beter, omdat dit een link legde tussen het streven naar betaalbaarheid en daarmee mogelijk kleinere
eenheden, met de hardheidsclausule voor kwaliteit en het koppelen aan bepaalde inkomensgroepen. Dat wordt in de twee gescheiden versies losgelaten. Voor het Actieplan betaalbare koop is niet voor niets gezocht naar de ondergrens. Immers, betaalbare koop is iets anders dan goedkope koop.
Goedkope koop is mogelijk en nastrevenswaardig. Hij kan motie 484, Bij afwijken maak woningen
goedkoper, overnemen, als het om een streven gaat, maar motie 483, Meer betaalbare koop, haalt
de ondergrens weg en is niet gekoppeld aan de kwaliteitseisen en daarmee onvoldoende voor wat er in de stad wordt gedaan. Hij refereert hierbij aan een uitspraak in de commissie "maak van Utrecht
geen Hongkong." Waar mogelijk, zal hij in uitzonderlijke gevallen experimenteren met wat de motie vraagt, maar dat moet heel precies worden gedaan. Hij pleit ervoor over de hele linie vast te blijven houden aan de ondergrens. Daarom ontraadt hij motie 483.
Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) vindt het jammer dat motie 483 wordt ontraden, omdat uitvoering van de motie volgens het onderzoek van Springco en Rebel mogelijk is en niets aan de kwaliteit verandert.
De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat de koppeling aan kwaliteitscriteria zoals bijzondere prestaties, innovatieve en bijzondere woonvormen, heel verstandig is, maar die in de motie wordt
losgelaten. Springco zegt inderdaad dat er markt is voor wat in de motie wordt gevraagd, maar zegt
ook dat men zich daar niet te veel van moet voorstellen. Het college wil graag dat pad opgaan, maar dan wel stap voor stap en dat goed monitoren en het vatten onder beslispunt 3 van het raadsvoorstel, omdat dan de koppeling met kwaliteit wordt gemaakt.
De heer Van der Zweth (PvdA) begrijpt niet dat de wethouder zoekt naar de koppeling van motie 484 met motie 483, die terecht wordt afgewezen, omdat dan alsnog zou worden gezegd: ga zo vaak mogelijk afwijken om zo vaak mogelijk zo klein mogelijk te bouwen. Dat is toch niet wenselijk?
De heer Diepeveen (wethouder) is het daarmee eens. Dat heeft hij eerder ook al gezegd. Motie 483 trekt het heel breed en dat doet te veel afbreuk aan het actieplan. Hij oordeelt positief over motie
Raadsvergadering van 23 december 2021
42
484, omdat er ruimte is, maar koppelt dit wel aan kwaliteit en de hardheidsclausule.
Over motie 485, Actieplan met houdbaarheidsdatum, zegt hij dat er altijd moet worden geëvalueerd. Hij verwijst naar het Actieplan middenhuur, waarvoor een heel secuur pad is doorlopen met een evaluatie, het bespreken van de resultaten met de raad die richting geeft, waarop het college
terugkomt met een raadsvoorstel. Zo stelt spreker zich dit bij het Actieplan betaalbare koop ook voor. De kwalificatie in de motie "buiten werking stellen" vindt hij bij de start een actieplan niet geschikt.
Op amendement 179, Betaalbare koop voor wie dat hard nodig heeft, kan hij positief reageren, maar
hij plaatst er wel twee kanttekeningen bij. Ten eerste, bij de inkomensvoorrangsregeling in het kader van het Actieplan middenhuur is uitvoerig gesproken over de bijzondere inkomenspositie van
mensen die door een bijzondere persoonlijke situatie boven een voorrangsgrens zitten, maar er in
feite wel bij horen. Daarvoor wil hij de hardheidsclausule gebruiken. Spreker vraagt de indieners of hij het amendement zo mag duiden en ook daarin de analogie mag zoeken met dit actieplan.
Ten tweede, het actieplan wordt de komende tijd opgebouwd en er wordt begonnen met een pilot,
omdat de medewerking van de markt nodig is. Dit is bij het Actieplan middenhuur ook gebeurd. Hij stelt voor dat in dit geval ook te doen: laat de pilot richtinggevend zijn voor de invulling van de voorrangsregel. Natuurlijk komt hij met de resultaten van de pilot bij de raad terug.
Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) stelt het gerust dat de wethouder het amendement ruimer
interpreteert en de hardheidsclausule wil gebruiken. Ze vraagt of de wethouder bereid is naar
aanleiding van dit amendement een plan te maken hoe dit voorstel uit te voeren, zonder dat er een groep wordt gecreëerd die nergens meer in Utrecht terechtkan.
De heer Diepeveen (wethouder) doet dat graag, omdat dit voor de hand ligt. Hij zal de analogie met het Actieplan middenhuur zo veel mogelijk doorvoeren. De uitvoering zal geen verrassingen bevatten.
De heer Van der Zweth (PvdA) deelt als mede-indiener wat de wethouder zegt. De D66-fractie komt daar overheen met een interpretatie, maar dat is niet aan de orde. Het is zoals de wethouder zei. De voorzitter wijst erop dat de interpretatie doorgaans bij de eerste indiener ligt. Mevrouw Zwinkels (CDA) wil ook graag dat betaalbare koop bij de goede doelgroep terechtkomt,
maar ze vindt dat heel strikt in het amendement verwoord. Ze vraagt een reactie van de indiener op het antwoord van de wethouder. Ze vraagt de wethouder of men bij betaalbare koop juist naar een iets ruimere inkomensgrens toe moet, omdat de groep die tussen wal en schip valt in de huidige situatie groter wordt.
De heer Zwanenberg (GroenLinks) antwoordt dat de indieners in eerste instantie een ruimere marge hanteerden, maar na een check naar deze formulering zijn teruggegaan, omdat deze marge meer analoog is met het Actieplan middenhuur.
De heer Diepeveen (wethouder) blijft bij de analogie. Hij antwoordt mevrouw Zwinkels dat dit
mogelijkheden biedt. De inkomensvoorrangsregels geven een relatieve en niet absolute grens. Met de resultaten van de pilot komt hij bij de raad terug, zodat er dan kan worden bekeken of het actieplan goed werkt, of dat er reden is er nog wat aan te sleutelen.
Raadsvergadering van 23 december 2021
43
De heer Van der Zweth (PvdA) wijst erop dat amendementen niet geïnterpreteerd kunnen worden. Hij vindt dat hij er als mede-indiener ook iets over mag zeggen.
Mevrouw Zwinkels (CDA) is blij met de laatste woorden van de wethouder. Ze vraagt of ze dit als toezegging kan zien.
De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat er eerst een pilot wordt gedaan, die wordt geëvalueerd en het college met de resultaten naar de raad komt om ze te bespreken.
Hij ontraadt amendement 180, Een afwijkingsbevoegdheid voor de raad, niet het college, omdat dit vertragend zal werken. De ervaring tot nu toe is prima. Het college rapporteert halfjaarlijks,
bouwenveloppen worden over het algemeen naar de raad gestuurd enzovoorts. De raad wordt
volledig geïnformeerd en kan dingen meegegeven. Hij pleit ervoor die lijn en de analogie met het Actieplan middenhuur te volgen.
De heer Koppelaar (Student & Starter) vraagt of de wethouder bereid is de raad proactief te
informeren wanneer hij de intentie heeft gebruik te maken van de afwijkingsbevoegdheid, zodat de raad daar niet achteraf kennis van hoeft te nemen bij de MPR.
De heer Diepeveen (wethouder) vindt dit net even te ver gaan en zegt dit niet toe.
Motie 486, Fundamentele oplossingen beginnen in Den Haag, laat hij aan het oordeel van de raad.
Hij is het eens met de heer Van der Zweth over de terughoudendheid bij betaalbare koop, zolang er nog geen fonds is. De gebiedsafhankelijkheid leidt ertoe dat de gemeente soms wel en soms niet
overgaat tot het benutten van kansen voor het toevoegen van betaalbare koop. Mevrouw Zwinkels
vroeg doelstellingen op te nemen voor betaalbare koop, maar spreker volgt de inbreng van de heer
Van der Zweth dat het verstandig is daarmee te wachten tot dat fonds er is, omdat de gemeente dan meer vaste grond onder de voeten heeft. De langjarige borging is zeer belangrijk, omdat dan duidelijke doelstellingen kunnen worden benoemd.
Hij zegt toe dat de uitwerking van de wijkgerichte benadering een plek krijgt in de wijkenstrategie bij de uitwerking van de woonvisie. Die komt elk jaar langs bij de voorjaarsnota.
Zelfbewoningsplicht langer dan vijf jaar kan onderdeel zijn van een onderhandelingsresultaat. Als dit
zo is, zal hij dit vastleggen. De afgelopen periode is hiernaar gekeken en het is zijn vaste overtuiging dat dit juridisch mogelijk is op deze manier. Dit wordt vanuit de markt niet ter discussie gesteld.
In de MPR zal hij rapporteren over de voortgang bij de kleinere eenheden, waar mevrouw Dekker om vraagt, zoals ook over het Actieplan middenhuur.
Er wordt hard aan gewerkt om de langjarige betaalbaarheid te borgen. Dit gebeurt al sinds de zomer. De Huisvestingswet die in consultatie is, bevat elementen die helemaal in lijn zijn met de Utrechtse
lobby, onder andere over de koppeling van inkomens aan toewijzingsmogelijkheden voor betaalbare koop.
Spreker vervolgt dat in een weging welk project voorrang moet krijgen, projecten met woningen in
het middensegment zwaar wegen. Maar hij kan niet in absolute zin zeggen dat die altijd het zwaarst wegen, omdat er ook andere dingen aan de orde kunnen zijn. Het middensegment zal altijd een streepje voor hebben.
Mevrouw Zwinkels (CDA) trekt motie 482 in, omdat ze is overgenomen.
Raadsvergadering van 23 december 2021
44
Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) trekt motie 484 in, omdat ze is overgenomen. Gehoord de toezegging van de wethouder over de evaluatie, trekt ze ook motie 485 in.
De voorzitter deelt mee dat de stemmingen over het voorstel en de ingediende amendementen en moties vanavond zullen plaatsvinden in de digitale stemagenda.
19. Raadsvoorstel Besluit tot wijziging van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019 Gemeente Utrecht.
Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) vindt de door het college voorgestelde wijziging prima. Tijdens de commissie is gesproken over de definitie van een huishouden. Hierover dient ze motie 488 in
(Definitie huishoudens), mede namens de fracties van Student & Starter, PvdD en CDA, met de
opdracht, te onderzoeken of andersoortige huishoudens (die geen stel zijn) ook een duurzaam huishouden kunnen zijn en dus in een sociale huurwoning zouden kunnen wonen, en de raad hierover te informeren.
Ze is benieuwd naar de uitwerking van de motie over het behoud van huur die de PvdA-fractie zal indienen.
De heer Van der Zweth (PvdA) meldt dat de PvdA-fractie het raadsvoorstel steunt. Hij hoopt voor de toekomst dat de vakantieverhuur voor 30 dagen met een vergunning strakker in de verordening zal worden opgenomen.
Hij steunt de verbeteringen voor de regeling "van groot naar beter". Om die regeling zo aantrekkelijk mogelijk te maken, wijst hij op Amsterdam, waar huurbehoud en een verhuisregeling worden
gebruikt in plaats van een maximale huurstijging van 50% per maand. Financieel wordt dit opgelost, doordat er grotere huizen vrijkomen die opnieuw in de markt worden gezet, waarmee de huur kan stijgen. Dit is niet voor de verordening, maar volgt wel op het raadsvoorstel, daarom dient hij
hierover motie 489 in, (Huurbehoud bij van groot naar beter), mede namens de fracties van DENK,
PVV en SP, met de opdracht: de verbetering van de "van groot naar beter"-regeling door huurbehoud en een verhuisregeling onderdeel te maken van de bespreking van de prestatieafspraken met de STUW-partners.
In de commissie heeft de PvdA-fractie een regeling "van hoog naar laag" voorgesteld, inclusief
afspraken voor de huur, ten behoeve van een optimale doorstromen en de toegankelijkheid. Dit staat in de verordening in lid 2 van artikel 2.4.4. Het college kan dit oplossen, los van de regio. Spreker
vraagt de toezegging dat de wenselijkheid van een dergelijke regeling verder wordt onderzocht en aan de raad wordt voorgesteld.
Mevrouw Zwinkels (CDA) zegt dat ook de CDA-fractie zich kan vinden in het voorstel van het college. Ze vraagt aandacht voor de buurtbinding van ouderen en het meedenken met gescheiden ouders. De definitie is daarop aangepast, waarvoor dank. De D66-fractie heeft een motie ingediend over de
definitie van huishoudens. Het is goed daar scherp op te zijn. Ze kan niet genoeg benadrukken dat het belangrijk is om middenhuurwoningen goed bekend te blijven maken via Woningnet, omdat
mensen nieuwsgierig zijn waar ze de nieuwbouw kunnen vinden. Ze kijkt uit naar de beantwoording op de motie over het huurbehoud.
De heer Bosch (PVV) vindt de huidige wijziging een prima aanpassing van de
huisvestingsverordening, maar hij heeft bezwaren bij de gehele verordening en dient daartoe motie
Raadsvergadering van 23 december 2021
45
490 in (Wat is er nodig om een buurtbindingsvoorrang te realiseren). De PVV-fractie kiest voor een
motie om de wethouder de mogelijkheid te geven dit eerst verder uit te werken. Spreker weet dat de wethouder niet heel positief is over het begrip buurbinding. Daarom wijst hij erop dat er allerlei nieuwe inzichten zijn en is de opdracht aan het college, onderzoek te doen naar de stappen die
gezet moeten worden om een buurtbindingsvoorrang in de gemeente Utrecht voor alle doelgroepen te realiseren en de raad hierover zo snel mogelijk te informeren.
Ook dient spreker amendement 181 in (Schrappen voorrangsstatus statushouders). Immers, sinds 1 juli 2019 zijn gemeenten hiertoe niet meer verplicht. De PVV-fractie vindt dat deze groep geen
voorrang dient te krijgen en van de lijst urgent woningzoekenden moet worden gehaald zoals in artikel 2.5.1f in de Huisvestingsverordening staat.
De heer Koppelaar (Student & Starter) meldt dat de Student & Starter-fractie tevreden is met de vier
concrete voorstellen van het college om efficiënter om te gaan met de sociale woningvoorraad in de stad. Op deze manier wordt beter geregeld dat de juiste woningen bij de juiste doelgroepen
terechtkomen. Ze is teleurgesteld over het verlaagde lotingspercentage en baalt ervan zo lang te moeten wachten om het over splitsen en omzetten te kunnen hebben. Op deze punten zal na de jaarwisseling worden teruggekomen.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) kondigt aan dat zijn partij na de verkiezingen met haar
verbeteringen van de huisvestingsverordening zal komen. Dit voorstel is een verbetering van de vorige, maar zijn fractie kan zich er toch niet in vinden en zal niet instemmen.
De heer Schipper (SP) is blij met het verlagen van het percentage loting. De bezettingsnormen, ook voor de kleinere appartementen, staan erin. De PvdA-fractie heeft mede namens de SP-fractie een voorstel ingediend over het huurbehoud en is benieuwd naar het antwoord.
De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat motie 488, Definitie huishoudens, goed past bij wat in de begeleidende brief bij het strekt ter vervanging is opgeschreven, maar een tikkeltje te wild was. Hij dankt mevrouw Zwinkels dat zij daarop heeft gewezen. Het gaat om meer dan een technische
aanpassing, daarom is het goed daarover het gesprek te voeren. Dat doet hij graag op basis van een onderzoek naar andersoortige huishoudens. Ook de DENK-fractie heeft hier eerder naar gevraagd. Hij neemt de motie over.
Motie 489, Huurbehoud bij van groot naar beter, is geformuleerd als opdracht om in gesprek te gaan
met de STUW in het kader van prestatieafspraken. Spreker wijst erop dat, als het even kan, hij dit met de RWU gaat bespreken, de Regionale Woningcorporatie Utrecht, en op de U-tien bestuurstafel, waar dit thuishoort. Hij neemt de motie over, eerst regionaal daarna eventueel lokaal. Het was mooier geweest als dit in de verordening was meegenomen.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) wijst erop dat er een financiële component aan de motie zit. Kan bij de terugkoppeling worden meegenomen welke financiële effecten de uitvoering hiervan heeft voor de corporaties?
De heer Diepeveen (wethouder) zal dat vanzelfsprekend doen. Hij wijst erop dat in het voorstel een vereveningsprincipe zit. Om dit uit te laten middelen, is een regionale aanpak waarschijnlijk gunstiger.
In de huisvestingsverordening zit de mogelijkheid van "van hoog naar laag" binnen hetzelfde
Raadsvergadering van 23 december 2021
46
complex. Hij zegt toe een bredere regeling te onderzoeken. Hij zal ook kijken hoe dit elders in het land is geregeld.
Hij vervolgt dat hij niet tegen buurtbinding is, maar wellicht wat terughoudender is dan de PVV-
fractie. De Huisvestingswet gaat daarvoor binnenkort meer mogelijkheden bieden. Hij wil eerst kijken naar de pilot en de resultaten daarvan inboeken. Die gaat specifiek over de senioren en niet alle
bewoners. Hij wil niet in de richting gaan van een onderzoek voor alle woningzoekenden. Daarom
ontraadt hij motie 490. Hij zegt toe binnenkort terug te komen met de resultaten van de pilot. Bij de Ivoordreef is over de middenhuur voorgesteld een buurtbindingsprincipe toe te passen voor maximaal 50%.
Ook ontraadt hij amendement 181 over de statushouders, want ze horen tot de urgent woningzoekenden.
De heer Bosch (PVV) hoort de wethouder zeggen dat het element buurtbinding alleen over ouderen
opgaat. De PVV-fractie gaat het echt om mensen die een sterke binding met de buurt voelen, zoals in Ondiep. Kan er bij nieuwbouwprojecten ook gekeken worden naar het element buurtbinding? De heer Diepeveen (wethouder) begrijpt de vraag heel goed. Hij heeft gezegd dat de gemeente
begonnen is met een aantal pilots en het onderzoek daaruit bestaat. Hij wil met plezier de resultaten van de pilots delen. Hij ziet nu geen noodzaak voor breed onderzoek.
Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) trekt motie 488 in, omdat ze is overgenomen. De heer Van der Zweth (PvdA) trekt motie 489 in, omdat ze is overgenomen. De voorzitter deelt mee dat de stemmingen over het voorstel, het amendement en de motie vanavond zullen plaatsvinden in de digitale stemagenda.
20. Raadvoorstel Vaststelling Stedenbouwkundig Plan van Eisen Jaarbeurspleingebouw. De heer Van Steeg (CDA) meldt dat het voor de CDA-fractie belangrijk is dat het
Jaarbeurspleingebouw aantrekkelijk wordt voor alle Utrechters, zeker gezien de ontwikkeling van het centrum aan die kant van de stad. In de commissie heeft hij gesproken over het verleggen van het
fietspad over het. Hiertoe dient hij motie 491 in (Versterk plein met Jaarbeurspleingebouw), met de opdracht, 1.
het Jaarbeurspleingebouw zo te laten ontwikkelen dat het de synergie van het Jaarbeursplein en
2.
toekomstige mogelijkheden voor het verder versterken van de samenhang van het Jaarbeursplein
3.
de mogelijkheden te onderzoeken om het fietspad zoals dat nu loopt van de Croeselaan tot de
haar gebouwen versterkt; te benutten;
fietsparkeergarage anders te leggen, bijvoorbeeld ondergronds, zodat de aantrekkelijkheid van het Jaarbeursplein verder wordt versterkt.
De rooftop bar is voor de raad een belangrijk onderwerp bij het Jaarbeurspleingebouw. De wethouder heeft een toezegging gedaan op de duidelijke wens heeft van de raad. De CDA-fractie vindt het van toegevoegde waarde als deze bar wordt voorzien van informatie over Utrecht. Ze hoopt dit terug te zien in het nieuwe plan.
Raadsvergadering van 23 december 2021
47
De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat dit gebied een uitgelezen kans biedt om betaalbare
woningen toe te voegen in het Stationsgebied, want die zijn echt nodig. Maar het college stelt helaas de zoveelste kantoortoren voor, terwijl er in Hoog Catharijne 25.000 m² leegstaat, al acht jaar.
Verschillende partijen hebben gesuggereerd combinaties met wonen te zoeken, maar die zijn van de
hand gewezen. Er moet en zal een rooftop bar komen en een rave bunker in de plint. Dan kunnen die betaalbare woningen de D66-fractie gestolen worden, want die zouden in de weg zitten vanwege geluidsoverlast.
De heer Peters (D66) reageert dat de PvdA-fractie altijd een negatieve toon heeft als het over horeca
gaat of als er ergens een discotheek moet komen. Waar wil de PvdA-fractie horeca en nachthoreca in deze stad?
De heer Van der Zweth (PvdA) reageert dat deze vraag in de commissie aan de orde is geweest. Hij is voor een disco, dancing of rave kelder, maar dan op een plek waar minder mensen wonen, en is niet voor geen woningen neerzetten, omdat die andere zaken er moeten komen.
De heer Peters (D66) vindt dit geen antwoord. Hij heeft gevraagd waar dit wel kan. Eigenlijk zegt de heer Van der Zweth dat hij dit nergens wil.
De heer Van der Zweth (PvdA) gaat geen concrete plekken noemen, omdat dit niet aan de orde is. Er wordt een heel plan aangepast om die disco, dancing of rave kelder mogelijk te maken. Hij begrijpt dat de D66-fractie dit prachtig vindt en hieraan voorrang verleent, ruim voor die betaalbare woningen. Voor de PvdA-fractie ligt dat anders en liggen hier andere prioriteiten.
De heer Dekkers (GroenLinks) wijst erop dat er een uitgebreide notitie ligt waarom op die plek
woningen niet mogelijk zijn. Dit heeft onder andere te maken met verkeerslawaai en lawaai van het evenementenplein. Waarom vindt de PvdA-fractie dit onzin?
De heer Van der Zweth (PvdA) heeft niet gezegd dat dit onzin is. Hij wijst erop dat in deze stad nog nooit zo dicht bij het spoor is gebouwd en het toch is gelukt de geluidsoverlast te beperken. Ook wordt er nagedacht over bouwen op het spoor, ongeacht de geluidsoverlast. Daar is niet naar
gekeken en dat vindt de PvdA-fractie een gemiste kans. Het is een kwestie van prioriteiten stellen. De heer Peters (D66) wijst erop dat de keuze van de D66-fractie er ook mee te maken heeft dat het Jaarbeursplein een evenementenplein wordt. Wil de PvdA-fractie ook dat het evenementenplein vervalt?
De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat hij dat niet heeft gezegd, maar dat er op een manier kan worden gebouwd om met die geluidsoverlast om te gaan. Dat had aan de voorkant de inzet moeten zijn.
De PvdA-fractie vat samen: een prettoren met kantoren. Het is een kwestie van prioriteiten en zij
kiest voor betaalbaar wonen, zoals ze altijd doet als partij die de wooncrisis serieus neemt. Ze stemt tegen dit voorstel.
De heer Koppelaar (Student & Starter) heeft tijdens de commissiebehandeling een aantal mooie toezeggingen binnengehaald over verticaal groen en sport op het dak. Hij ziet een mooie
Raadsvergadering van 23 december 2021
48
ontwikkeling met ruimte voor nachthoreca en startups. Hij begrijp dat het niet mogelijk is hier woningen te realiseren, maar had dat liever anders gezien. Zijn fractie stemt in.
De heer Peters (D66) zegt dat het nieuwe markante gezichtsbepalende gebouw een bruisend gebouw moet worden met ruimte voor inspiratie, maak, cultuur en vertier. De wethouder heeft gelukkig de
lat hoog gelegd, complimenten daarvoor. Hij raadt de wethouder aan: doe het goed, of doe het niet.
Liever een aantal goed uitgewerkte functies dan een veelheid aan functies die in het gebouw worden gepropt. Hij complimenteert de wethouder met de manier waarop de stad is betrokken bij de
ontwikkeling. Het college zou de mogelijkheid moeten bekijken dit soort innovatieve vormen van
participatie breder uit te rollen. Daarom dient hij motie 492 in (Utrechters betrekken bij Ruimtelijke aanbestedingen), mede namens de fracties van Student & Starter en GroenLinks, met de opdracht: 1.
de betrokkenheid van bewoners via een "Stadsteam", zoals nu gebeurt bij het
2.
aan de hand van de resultaten te bepalen hoe Utrechters via dit soort "Stadsteams" zowel op
Jaarbeurspleingebouw, te evalueren;
stads- als op buurtniveau beter betrokken kunnen worden bij toekomstige ruimtelijke projecten die zich daarvoor lenen en deze ervaringen in te brengen in de leerprocessen in het kader van
3.
Samen Stad maken;
de raad hierover na de gunning van het Jaarbeurspleingebouw en uiterlijk in het eerste kwartaal van 2023 te informeren.
De financiële dekking van de fietsenstalling is nog een punt van zorg. De D66-fractie wil niet snijden in de capaciteit van die stalling. Spreker vraagt of de wethouder al signalen heeft dat het Rijk
financieel gaat bijspringen, en zo niet, of hij een idee heeft wanneer er meer duidelijkheid komt.
Spreker vraagt aandacht voor horeca in het gebouw, zodat het een plek wordt voor alle Utrechters, met name horeca in de plint met voor elk wat wils, dus dag- en nachthoreca. Hij vraagt de mogelijkheid voor horeca op het dak en de bovenste etage serieus te onderzoeken.
De heer Schipper (SP) herinnert aan het referendum over het Stationsgebied met de uitslag: het
stadshart verruimt. Dat is volgens spreker verworden tot: het stadshart versteent. Er zou maximaal € 70 miljoen aan gemeenschapsgeld in de eerste fase Stationsgebied gaan zitten, maar dit werd
€ 130 miljoen, waardoor er gecasht moet worden op het Jaarbeursplein, met grond van de gemeente. Wonen kan niet vanwege de businesscase, terwijl er wel geld is voor een broedplaats. Volgens
spreker is dit geen plek voor een broedplaats. De column van Jerry Goossens van die ochtend in het AD kan volgens hem integraal in de notulen worden opgenomen: dit is geen gebouw voor iedereen en het gaat niet zorgen voor vermindering van de tweedeling in de stad. Zijn fractie stemt tegen. De heer Wijmenga (ChristenUnie) merkt op dat dit plan niet aansluit bij de hartenwens van de ChristenUnie-fractie, maar ze wel inziet dat er ergens geld moet worden verdiend in de
grondexploitatie. Daarom steunt ze het voorstel, ook al kan het best een onsje minder met al die marketingtaal.
Hij is blij dat het college gaat kijken naar de toegankelijkheid van de fietsenstalling. Hij gaat ervan
uit dat een fietser er fietsend kan komen en vraagt dit te regelen. Hij betreurt het dat de Volksbank niet bereid is afscheid te nemen van de ingang van zijn parkeergarage, waardoor het daar een
verkeersplein dreigt te worden. Hij vraagt met de Volksbank te verkennen of het gebruik van deze
ontsluiting ontmoedigd kan worden, zodat fietsers en voetgangers alle ruimte krijgen. Een dakbar
vindt zijn fractie niet zo nodig, maar desalniettemin wijst ze op de mogelijkheid dat het interieur van de Guardian, de gesloopte kroeg, nog beschikbaar is.
Raadsvergadering van 23 december 2021
49
De heer Van der Marel (VVD) dankt de wethouder voor de brief van 17 december jl. De VVD-fractie is niet heel gelukkig met broedplaatsen op deze locatie. De redenen zijn bekend. Spreker heeft
gevraagd wat er wordt gedaan met een club die na verloop van een paar jaar in staat is een niet-
gereguleerde huurprijs te betalen. Hoe gaat de wethouder dat monitoren en hoe zorgt hij ervoor dat deze club plaatsmaakt voor nieuwe community-vormers?
Ook vraagt hij of de wethouder de mistige zin in het voorstel over het parkeerbeleid kan duiden: "Partijen kunnen beter scoren tijdens de aanbestedingsprocedure als zij het aantal benodigde
parkeerplaatsen verder terugbrengen." Dit kan volgens spreker alleen als het aantal deelauto's naar maximaal gaat, maar dat is een oneigenlijke manier om een partij uit te nodigen een plan in te dienen.
Hij vindt het een leuk idee als de skybar de Railroad Bar gaat heten als hommage aan het Utrechts erfgoed.
De heer Dekkers (GroenLinks) herhaalt dat de GroenLinks-fractie heeft benadrukt dat dit een gebouw voor alle Utrechters moet worden en er een wisselwerking tussen het gebied rondom het gebouw, de plint en de rest van het gebouw moet ontstaan. In de raadsbrief staat dat de betaalbaarheid van
creatieve werkruimte verschilt voor de verschillende soorten creatieve makers. Spreker vraagt of het mogelijk is binnen de categorie broedplaatsen een variatie aan huurprijzen te hanteren, zodat een
deel gebruikt kan worden door creatieve makers die een relatie hebben met de culturele instelling en zo een werkplek in het gebouw kunnen vinden.
De heer Van Heuven (PvdD) meldt dat de PvdD-fractie hier graag woningen had gezien. Volgens Jerry Goossens kunnen bewoners van het geluid op het evenementenplein hinder, slaapverstoring, stress en hoge bloeddruk krijgen. Maar er zijn genoeg andere plekken in de stad met heel veel
evenementen met een geluidsluwe gevel, waar mensen veel overlast van evenementen ervaren. Daarom vindt spreker het bijzonder dat bij dit plan zoveel nadruk op dit argument is gelegd.
De PvdD-fractie had graag gezien dat dit nieuwe gebouw klimaatneutraal zou zijn. Hoe moet Utrecht ooit haar klimaatdoelstellingen halen als dit bij een nieuw gebouw al niet het geval is? Zijn fractie
vindt dit gebouw geen aanwinst voor Utrecht. Dat is jammer voor de nachtclub, de culturele invulling en de broedplaatsen. Ze stemt tegen dit raadsvoorstel en ziet liever een mooi open plein in plaats van een stenige kantoorflat die vooral voor grote bedrijven betaalbaar is.
De heer Eerenberg (wethouder) is het eens met de VVD-fractie dat bij de broedplaatsen, bedrijven die de huur nog niet kunnen betalen en begeleid worden, op het moment dat ze volwassen zijn,
moeten worden losgelaten. Dat is inherent aan het concept. Er zit sowieso een maximumtermijn aan van vijf jaar. De partij die deze bedrijven gaat begeleiden, moet zicht hebben op hun financiële wel en wee. Als deze bedrijven een succes zijn geworden, wordt het tijd de echte huurprijs te betalen. Bij de aanbesteding wil het college de markt verleiden om een gebouw neer te zetten met zo min
mogelijk gebruik van de auto. Zoals blijkt uit de ervaringen met andere bedrijven in dit gebied, kan dat. Deze marktpartijen zijn voor het college interessanter dan marktpartijen die meer autoparkeren willen realiseren.
Spreker omarmt de suggestie om bij de naamgeving een hommage aan het verleden te doen en neemt dit op in de documenten en de gesprekken met de markt.
De heer Van der Marel (VVD) dankt voor het laatste. Hij begrijpt dat marktpartijen op voorhand al
Raadsvergadering van 23 december 2021
50
moeten weten met welke commerciële huurders ze moeten werken om te komen tot zo min mogelijk gebruik van de auto. Gaat dat niet te ver? Immers, partijen kunnen een gerechtvaardigde behoefte aan parkeerplaatsen hebben.
De heer Eerenberg (wethouder) begrijpt de zorg, maar wijst er tegelijkertijd op dat de ervaring leert
dat het marktpartijen lukt op deze locatie huurders te vinden die dit concept omarmen. Businesswise is het bovendien zonde om parkeerplaatsen op deze plek te realiseren, gezien de prijs van de grond. Het eerstvolgende gesprek met het kabinet over de fietsenstalling volgt in maart. In de reguliere kwartaalrapportage over het Stationsgebied zal hij de raad daarover informeren.
Hij is bereid om met de Volksbank te kijken naar de route naar de parkeergarage. Hij wijst erop dat de Volksbank daar rechten heeft die moeten worden geëerbiedigd, maar neemt de handschoen op om te kijken hoe in het ontwerp van het nieuwe plein het gebruik van de andere ingang van deze parkeergarage het meest interessant kan worden gemaakt.
Er is veel gewisseld over het wonen. In het bestemmingsplan uit 2015 is afgesproken dat hier een kantoortoren zou worden ontwikkeld. Het college sluit dus aan op de afspraken uit het verleden.
Bovendien kost wonen veel geld, wat niet voorhanden is, en is de plek er niet zo geschikt voor. Dat neemt niet weg dat op andere plekken in het Stationsgebied wonen wordt gerealiseerd.
Het college zal rekening houden met de suggestie van de GroenLinks-fractie om specifiek creatieve makers een plek te geven binnen het brede palet aan huurders, wellicht in verbinding met de kunstvoorziening in het gebouw. Die ruimte moet er nadrukkelijk zijn.
Hij zal bekijken het plein zo kan worden ingericht dat de fietsstalling fietsend kan worden bereikt.
Immers, fietsen moet een verleidelijk alternatief zijn voor andere manieren van vervoer. Dit neemt hij mee bij de uitvoering van motie 491, Versterk plein met Jaarbeurspleingebouw, die hij overneemt
Motie 492, Utrechters betrekken bij Ruimtelijke aanbestedingen, vindt hij een zeer goed idee en kan hij overnemen.
De heer Van Steeg (CDA) trekt motie 491, omdat die is overgenomen. De heer Peters (D66) trekt motie 492 in, omdat die is overgenomen. De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De stemming over het voorstel zal vanavond plaatsvinden in de digitale stemagenda. Daarop schorst zij de vergadering tot 20.00 uur.
(Bij hervatting van de vergadering heeft mevrouw Dijksma het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan de heer Zwanenberg.) De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde: 6. Actuele moties. Actuele motie 464. Geen Glühwein- en kerstversieringpolitie. De heer Van Dalen (VVD) merkt op dat er vorig jaar tijdens de winterlockdown extra gehandhaafd
zou worden door de gemeente wanneer horecagelegenheden buiten Glühwein zouden verkopen. Om hier hard op te handhaven is wellicht de verkeerde prioriteit. De indieners van de motie vinden dat
Raadsvergadering van 23 december 2021
51
kerstversiering een mooie mogelijkheid is om een horecagelegenheid aantrekkelijk te maken. De horecazaken zitten in zwaar weer. Op deze manier zijn ze bij weer een lockdown nog een beetje aantrekkelijk en kunnen ze waren, waaronder Glühwein, verkopen. Het is in ieder geval niet de
bedoeling is dat er grote groepen gaan ontstaan. De heer Van Dalen dient motie 464 (Actuele Motie Geen Glühwein- en kerstversieringpolitie) in, mede namens Student & Starter, D66 en Stadsbelang Utrecht. Hierin wordt het college verzocht bij horecagelegenheden kerstversiering toe te staan en enkel te handhaven in het geval dat er excessen ontstaan bij de buitenverkoop van licht
alcoholhoudende dranken door horecagelegenheden. Het gaat hierbij om Glühwein-to-go, hoewel
het uiteraard ook in een fles mag. De heer Van Dalen zou dit graag willen gedogen en hoopt dat de coronacrisis snel over is en de horeca weer open kan.
De heer Dekkers (GroenLinks) begrijpt de frustratie van horecaondernemers en vele anderen over de coronamaatregelen. Hij is onder de indruk van de creativiteit van mensen om naar uitwegen en oplossingen te zoeken. Deze motie is echter een beetje vreemd. Er wordt gevraagd om
kerstversiering toe te staan die niet verboden is. Er wordt ook gevraagd om alleen te handhaven bij
excessen en dat gebeurt al. Blijkbaar wordt er ook gevraagd om de verkoop van Glühwein-to-go te gedogen, maar dit staat niet in de motie. Zou dit niet mogelijk gemaakt kunnen worden door bijvoorbeeld een aanpassing van de APV?
De heer Van Dalen (VVD) antwoordt dat de heer Dekkers hier een punt heeft. Hij zou het liefst ook
letterlijk willen opschrijven dat de raad Glühwein-to-go mogelijk wil maken, maar het is erg kort dag om nu vlak voor kerst de APV te wijzigen. Daarbij is er landelijke regelgeving die verbiedt om bepaalde zaken op straat te drinken. Het zou dus handiger zijn als dit wordt gedoogd en de burgemeester zou zeggen dat dit geen prioriteit heeft. De burgemeester heeft gisteren bij
EenVandaag gezegd dat de handhavingscapaciteit tekortschiet. Er is gekozen voor deze formulering, omdat een wijziging van de APV niet haalbaar is.
Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) stelt dat de gemeente moet zorgen voor dak- en
thuislozen en mensen die in de openbare ruimte alcohol drinken. Zorgt deze motie ervoor dat dit kan, terwijl de gemeente hier wel op handhaaft?
De heer Van Dalen (VVD) antwoordt dat er inderdaad een groep dak- en thuislozen is die alcohol
nuttigt in het openbaar. Die wordt vaak met rust gelaten. Het is ook goed om hier niet altijd bovenop te zitten, maar dit wel te doen wanneer het een probleem wordt. Zo wordt het ook in de motie gesteld. Als er een exces plaatsvindt, dan moet er worden ingegrepen.
De heer Sungur (DENK) vraagt wat een exces is volgens de heer Van Dalen. De heer Van Dalen (VVD) antwoordt dat normaal gesproken een grote groep die bij een kraampje Glühwein drinkt geen probleem zou hoeven zijn, maar nu leeft men in een pandemie. In deze pandemie kan het een exces zijn wanneer er wel een grote groep staat. Dan is het zeker
gerechtvaardigd om in te grijpen. De heer Van Dalen hoopt dat alle horecaondernemers vanuit
zichzelf al oproepen om de Glühwein ergens anders op te drinken en niet voor de deur en niet met
meer dan twee personen bij elkaar te staan. Dit zou de heer Van Dalen op dit moment als een exces willen benoemen. Andere excessen zijn uiteraard extremer.
Raadsvergadering van 23 december 2021
52
Mevrouw Dijksma (burgemeester) benoemt allereerst dat de horeca het inderdaad loeizwaar heeft. Mensen wordt veel gevraagd. Dit wordt duidelijk in gesprekken met vertegenwoordigers van de
sector. De burgemeester begrijpt dus dat er fracties zijn die alles willen doen wat in hun macht ligt
om mensen te helpen die getroffen worden door deze pandemie. Wat in deze motie gevraagd wordt
is problematisch. Dat is niet zozeer vanwege de kerstversiering. Wanneer dit niet tot groepsvorming leidt is dit sowieso geen enkel probleem. De burgemeester heeft geen enkele aandrang om mensen in te zetten om daar in het bijzonder op te letten. Wat betreft het nuttigen van alcohol in de
openbare ruimte geldt de APV. De heer Van Dalen gebruikt het woord “gedogen”. Het is heel lastig om daar nu het debat over te voeren. De burgemeester heeft gisteren inderdaad niet voor niets
gezegd dat de boa’s overvraagd worden. Binnen het handhaven van coronamaatregelen moeten al
vaak keuzes gemaakt worden. Daarbij geldt altijd dat er bij overtredingen eerst gewaarschuwd wordt en dat er proportioneel gehandeld wordt. De burgemeester is dus zeker niet van plan om er een
“Glühweinpolitie” van te maken, maar de regels zijn duidelijk. De groepsvorming is daarbij het meest zwaarwegend. De gemeente zal hier dus als eerste op letten. De burgemeester kan dus niet de suggestie wekken, wat in de motie indirect wel gevraagd wordt, om openlijk te gedogen dat er
alcohol wordt gebruikt en genuttigd in de openbare ruimte, waar de regelgeving dat niet toestaat. De burgemeester kan hier geen ja op zeggen. Materieel zal wat er op straat gebeurt heel erg lijken op
wat de heer Van Dalen beschrijft, al was het maar omdat de gemeente haar capaciteit moet inzetten op excessen, maar de burgemeester vindt het te ver gaan om dit formeel toe te zeggen. Daarom ontraadt zij deze motie.
De heer Peters (D66) begrijpt de lastige situatie. De wet is er om te handhaven. In deze tijd is het
echter ook belangrijk dat er een signaal wordt afgegeven dat er niet alleen maar dingen niet mogen, maar dat het prima is om met z’n tweeën de deur uit te gaan en onderweg Glühwein te halen. Is de
burgemeester het niet met D66 eens dat het belangrijk is om streng op te treden, maar er ook voor de inwoners te zijn die naar buiten willen en een Glühwein willen drinken?
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat de gemeente er natuurlijk is om mensen in deze extreem donkere tijd perspectief te bieden. In het Veiligheidsberaad heeft de burgemeester al
meerdere sessies geïnitieerd om het daarover te hebben, ook vanuit de gedachte om het niet alleen te hebben over wat er niet mag, maar ook over wat er wel kan. Het kan ook warme chocolademelk
zijn. Natuurlijk mogen mensen de straten op. De burgemeester hoopt ook dat jonge mensen blijven bewegen. Natuurlijk is het prima om met z’n tweeën te wandelen. De burgemeester wil echter niet formeel iets toestaan waarover eerder is afgesproken dat het niet mag. De raad heeft een andere
positie dan de burgemeester. Met burgemeesters die wegkijken en dat openlijk hardop zeggen heeft de burgemeester slechte ervaringen. Nu gaat over iets wat iedereen heel sympathiek vindt. De
volgende keer is het iets waar veel verschillende meningen over bestaan. Zo glijdt de burgemeester
weg als betrouwbaar anker. Dit mag de raad niet van haar vragen. Dit is niet verstandig. Ze begrijpt het standpunt van de indieners van de motie, maar gaat er niet op deze manier op in. De rol van de burgemeester moet geloofwaardig en betrouwbaar zijn. Hier wil zij niet mee in de knoop komen.
De heer Dekkers (GroenLinks) volgt de lijn van de burgemeester. Een groep is tegenwoordig al snel een te grote groep tegelijkertijd. Hij zou het fijn als de burgemeester ingaat op het punt dat de
ChristenUnie aankaartte. Het is niet wenselijk om anders op te treden tegen daklozen dan tegen mensen die vrolijk met hun kerstmuts door de straat lopen.
Raadsvergadering van 23 december 2021
53
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat dit ook beklonken zat in haar antwoord op de vraag van de heer Peters. De overheid moet betrouwbaar zijn en niet de ene keer anders reageren dan de andere keer. Ook tegen daklozen wordt altijd proportioneel opgetreden. Ook voor hen is er geen Glühweinpolitie, maar er wordt wel opgetreden tegen excessen of overlast.
De heer Van Dalen (VVD) begrijpt de burgemeester en haar positie. Zij moet in staat zijn om op te
treden, maar zit daar nou niet juist de crux? Wanneer er sprake is van overlast of van een exces, is dat het moment op te treden. Dat is niet zo wanneer een horecagelegenheid Glühwein of iets dergelijks verkoopt.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat het punt is dat er, nu de heer Van Dalen het
politiseert met een motie, een signaal van uitgaat. Dit is ook precies wat hij beoogt. Dit geeft het
signaal dat mensen het gewoon moeten doen, omdat er in principe niet op wordt gehandhaafd. Dit signaal wil de burgemeester niet afgeven.
De voorzitter deelt mee dat de stemming over de motie later op de avond zal plaatsvinden in de digitale stemagenda.
Actuele motie 465. Leg de basis voor basketbal in Overvecht. De heer Van Steeg (CDA) heeft de afgelopen tijd regelmatig contact gehad met de Utrecht Cangeroes. Er was een probleem met de sportcapaciteit voor deze club. Vorige week zijn hier mondelinge vragen over gesteld om het mogelijk te maken dat de Cangeroes niet in onzekerheid hoeven te zitten over de toekomst. Hier heeft het college een brief over gestuurd. Er wordt een subsidie toegezegd. In contact met de heer Bakker werd echter duidelijk dat dit niet past. De Cangeroes moeten een
verplichting aangaan voor vijf jaar en de subsidie is voor vier jaar. Daarbij ligt er een vloer die niet geschikt is voor basketbal. De Cangeroes moeten al de nodige dingen doen om dit mogelijk te
maken, bijvoorbeeld verantwoordelijkheid nemen voor het ondernemerschap. De contributie gaat
omhoog. Het college moet al het mogelijke doen om de continuïteit te garanderen. Daarom dient de heer Van Steeg motie 465 (Leg de basis voor basketbal in Overvecht) in, mede namens D66,
Stadsbelang Utrecht, VVD, GroenLinks, ChristenUnie, Student & Starter, DENK en PVV. Hierin wordt het college opgedragen op zeer korte termijn met Utrecht Cangeroes een voor hen haalbare en betaalbare oplossing te vinden voor het plaatsen van een nieuwe vloer in de sporthal, hiermee
sporten in Overvecht en het gebruik van de betreffende zaal ook voor andere sporten op langere
termijn aantrekkelijk te maken en Utrecht Cangeroes niet verder in de problemen te brengen door
hen te verplichten de doordeweekse avonduren met andere sportclubs te delen, maar hen samen met Sport Utrecht te laten zoeken naar onderverhuur voor 18.00 uur en in het weekeind aan andere gebruikers, passend bij de uitvoering van de motie Samen scoren in Overvecht.
De heer Van Ooijen (wethouder) antwoordt dat er een duidelijk signaal uitgaat van de motie: met de brief en de voorgestelde oplossing is men er nog niet helemaal. De afgelopen weken is er door de Cangeroes en de gemeente een stevige inspanning geleverd om hier te komen. Verschillende
scenario’s hebben de ronde gedaan. Het was best een puzzel om tot deze “bijna-oplossing” te komen. Het signaal van de raad is helder.
In de motie zitten twee issues waarom de heer Van Ooijen er erg voorzichtig mee is. Het eerste is dat de gemeente moet opletten voor precedentwerking wanneer een private partij iets verhuurt aan een
Raadsvergadering van 23 december 2021
54
maatschappelijke sportvereniging. Andere private partijen kunnen dan denken: dat is prima, de
gemeente stapt wel in. Het tweede is dat het gemeentelijk beleid is om nooit direct te subsidiëren,
maar dat altijd via de accommodaties te doen. Daarom gaven de Cangeroes aan dat dit voor hen ook geen ideale oplossing is. Zij willen dit ook liever niet.
Vanmiddag heeft de wethouder, mede naar aanleiding van deze motie die er al 24 uur lag, de
Cangeroes nog gebeld en de heer Slaats aan de telefoon gehad. De wethouder heeft hem verteld dat de gemeente erop gebrand is om tot een oplossing te komen en vroeg hem wat de Cangeroes nu nodig hebben voor een oplossing. De heer Slaats antwoordde dat het om vertrouwen gaat. Dit
vertrouwen wil de wethouder ook hier uitspreken. De gemeente laat dit niet stuk gaan. Dit moet
gaan lukken voor 31 december. Hij vraagt de raad om wat ruimte wat betreft de invulling van de capaciteit, de financiering en de private kant van deze zaak om dit goed af te wikkelen. De
wethouder hoopt dat de raad uit de voeten kan met deze toezegging. Hij vindt het ook prima om de raad hierover voor 31 december nog te informeren. Hij vraagt echter om dat niet via deze motie te doen, omdat deze weleens contraproductief zou kunnen werken.
De heer Sungur (DENK) merkt op dat deze motie er 24 uur lag, maar dat de gemeente en de
Cangeroes al veel langer met elkaar in gesprek zijn. Is deze vraag dan niet eerder gesteld? Waarom is de oplossing niet eerder gekomen?
De heer Van Ooijen (wethouder) antwoordt dat hij inderdaad al veel langer in gesprek is met de Cangeroes. De laatste weken zijn de gesprekken geïntensiveerd. Uiteindelijk is er met het
collegebesluit een oplossing gekomen met een subsidie die oploopt tot €300.000 voor vier jaar. Dit is een fors bedrag. Hiermee waren de Cangeroes er net niet. Daarom is er, ook politiek, contact
geweest over de vraag hoe de oplossing rond kon komen. Dit is de afgelopen dagen gebeurd. Ook
bij de Cangeroes is er een enorme wil om dit te laten slagen. De wethouder complimenteert hen voor hoever zij willen gaan om tot een oplossing te komen. Ook de gemeente moet hiervoor ver buiten de reguliere kaders gaan. Wat de wethouder betreft wordt dit ook geregeld. Hij vraagt de raad om wat ruimte om tot een goede oplossing te komen.
De heer Dekkers (GroenLinks) hoort de wethouder zeggen dat men er nog net niet is en merkt op dat het om nog behoorlijk wat gaat wat er nog net niet is. Hij kijkt uit naar een structurele oplossing. Hij
begrijpt dat de wethouder niet in detail kan treden. Is het perspectief inderdaad dat er voor 1 januari een structurele oplossing komt die het net wel is?
De heer Van Ooijen (wethouder) antwoordt dat per 1 januari deze oplossing rond moet zijn. Anders hebben de Cangeroes een probleem. Vanmiddag heeft de wethouder ook nog even gesproken over een structurele oplossing na deze vier of vijf jaar. Dit kan de wethouder niet nog binnen een week
regelen, maar hij zou het liefst wel een structurele toekomstbestendige oplossing realiseren, zoals in de eigen hallen het geval is. Het gaat nu om een oplossing voor de komende vijf jaar.
De heer Bakker (D66) vindt het fijn dat de subsidie er is en bedankt de wethouder dat hij de raad op
de hoogte wil houden. Hij begrijpt dat dit betekent dat er ook met de kerstdagen doorgewerkt moet
worden. Dat is niet normaal en hier wil de heer Bakker zijn waardering voor uitspreken. Hij heeft een vraag over de verplichting, die in de subsidievoorwaarden staat, voor de Cangeroes om de hal te
delen met anderen. Kan de wethouder hier nog iets over zeggen? Hiermee worden de Cangeroes namelijk meteen weer in de problemen gebracht.
Raadsvergadering van 23 december 2021
55
De heer Van Ooijen (wethouder) antwoordt dat er capaciteit toegevoegd wordt. Er zijn nu twee
plekken waar gebasketbald wordt. Dat zouden er drie worden in dezelfde hal. Nu wordt er op allerlei andere plekken in de stad gebasketbald. De Cangeroes willen dat centreren. Dan komt er in andere
hallen capaciteit vrij. De vraag is of dit de beste manier is of dat er op het derde veld dat erbij komt ook andere sportverenigingen terecht moeten kunnen. De wethouder staat zeer open voor de oplossing die de Cangeroes zelf hebben aangedragen om op één locatie te gaan spelen. Dat
betekent dat er een win-winoplossing gerealiseerd wordt. Zo worden niet alleen de Cangeroes gered, maar kunnen ook andere verenigingen profiteren. De sportcapaciteit kan immers best een plusje
gebruiken. Dit is de inzet van de gemeente. Er is bereidheid om te kijken wat er wel in de avonduren kan als de Cangeroes hierdoor niet in de knel komen met hun eigen exploitatie en met wat ze aan hun leden vragen.
De heer Van Dalen (VVD) is voorstander van het optimaal gebruiken van zalen. Dit is een mooie mogelijkheid. Er is echter ook een tekort aan zalen. Hoe snel kan er een nieuwe zaal gebouwd
worden die gebruikt kan worden door sportverenigingen? Dat lost dit probleem misschien ook gedeeltelijk op.
De heer Van Ooijen (wethouder) antwoordt dat hier een debat op zich over gevoerd kan worden. Het gaat om sporthallen. De gemeente heeft wat gepland en de wethouder denkt dat hiermee grote stappen vooruitgezet worden. Hierbij kan gedacht worden aan het Jaarbeursplein, de Merwedekanaalzone, een nieuwe hal in West en een in Kanaleneiland.
De heer Van Steeg (CDA) stelt dat de gemeente al lang wacht en nu in de knel komt te zitten. Dat is
jammer. Dit is een unieke situatie. Dat betekent dat de wethouder ver mag gaan. De heer Van Steeg hoopt dat hij dat ook doet en de raad daarover zal informeren. Kan de wethouder daar nog op ingaan?
De heer Van Ooijen (wethouder) antwoordt dat het uitgangspunt is en blijft om hieruit te komen. Men is er bijna en de wethouder is ervan overtuigd dat men er komt. Hij zal de raad voor 31 december informeren over de oplossing die er ligt.
21. Raadsvoorstel Nota "Grenzen stellen, perspectief bieden": tegengaan van de ontwrichtende effecten van drugsgerelateerde criminaliteit.
De heer Sungur (DENK) zal een kort betoog houden, gevolgd door een aantal voorstellen. Vorige week is de nieuwe antidiscriminatie-agenda vastgesteld, waarin de volgende passage staat over
institutioneel racisme. “Institutioneel racisme betekent dat processen, beleid en regels van instituten ertoe leiden dat er ongelijkheid is tussen mensen van verschillende afkomst, huidskleur of religie. Hieronder wordt ook verstaan: regels of processen die niet expliciet onderscheid maken tussen
groepen, maar er in de praktijk wel voor zorgen dat de ene groep benadeeld wordt en de andere
groep bevoordeeld.” In het voorliggende raadsvoorstel is precies deze definitie van institutioneel racisme te herkennen. Het is een voorstel dat zogenaamd bedoeld is om ondermijning van
drugscriminaliteit tegen te gaan, maar dat racisme verankert in beleid en uitvoering van de gemeente. Hier kan DENK dan ook nooit mee instemmen.
Het bedrijventerrein Overvecht en de Amsterdamsestraatweg kenmerken zich door een grote groep
Raadsvergadering van 23 december 2021
56
ondernemers met een migratieachtergrond. Er lijkt totaal geen onderbouwing te liggen voor een
focus op deze twee gebieden voor de aanpak van ondermijnende drugscriminaliteit. De fractie van DENK heeft bij de raadsinformatiebijeenkomst aan de deelnemers en tijdens de commissie aan de
burgemeester nadrukkelijk gevraagd waarom de focus moest komen te liggen op Overvecht en de
Amsterdamsestraatweg. Er kwamen niet veel andere antwoord dan “kijk maar naar het onderzoek”,
terwijl uit het onderzoek niet blijkt waarom Overvecht en de Amsterdamsestraatweg zouden moeten worden onderworpen aan bestuurlijke maatregelen, zeker niet in relatie tot andere wijken.
Er zijn 30 panden gesloten op de Amsterdamsestraatweg. De helft daarvan is zeven of acht jaar
geleden gesloten. De afgelopen twee jaar zijn er op de Amsterdamsestraatweg maar twee panden gesloten, terwijl er in de binnenstad vier en in Vleuten-De Maarn maar liefst acht panden zijn
gesloten, waarvan zeven in verband met drugshandel. In de nota staat dat criminele geldstromen in maar liefst acht van de tien wijken terugkomen en dus niet alleen in Overvecht en Noordwest, maar
ook in Vleuten-De Meern, Leidsche Rijn, West, Binnenstad, Oost en Zuidwest. Waarom wordt dan de focus gelegd op Overvecht en de Amsterdamsestraatweg? De nota gaat helaas niet verder dan een aantal suggesties. Zo zou Overvecht meer voorkomen in strafrechtelijke onderzoeken. Dit betwist DENK niet per se, maar het is niet terug te lezen om hoeveel onderzoeken dat gaat en hoeveel onderzoeken ten opzichte van andere wijken en hoeveel van deze onderzoeken daadwerkelijk