12e vergadering gemeenteraad 15 juli 2021.doc
Tekst van het document
56
Raadsvergadering van 15 juli 2021 dekking te gaan zoeken. Het is belangrijk om hier een stip op de horizon te zetten. Het college moet vervolgens plannen maken om daar te komen.
De heer Van Heuven (PvdD) vindt deze beantwoording te gemakkelijk. De heer Weistra (GroenLinks) merkt nog op dat GroenLinks met betrekking tot Zuidpoort het eens is met de door het college voorgestelde variant. Er zijn echter veel zorgen in de omgeving en daarom lijkt het hem verstandig om beide varianten nader uit te werken.
De heer Işik (PvdA) dient motie 274 "Participatie bij grote mobiliteitsprojecten" in, met het verzoek om na het participatietraject geen nieuwe varianten voor te leggen en om de uitkomsten van de
peiling onder bewoners in principe te volgen, behalve als er overwegende redenen zijn om af te wijken.
De heer Weistra (GroenLinks) meent dat dit bijvoorbeeld bij Zuidpoort zou betekenen dat de variant waar de PvdA zich voor uitgesproken heeft, er nooit zou kunnen komen.
De heer Işik (PvdA) licht toe dat, als het college vier varianten voorlegt aan de samenleving, het college op grond van dat overleg een variant kiest die uitvoerbaar is. Het is onwenselijk als het college daarna nog met varianten komt, want dan voelen de bewoners zich gepasseerd.
De heer Weistra (GroenLinks) vindt het juist de kracht van participatie dat de gemeente op andere ideeën kan komen. Je moet participatie niet verengen tot een referendum.
De heer Işik (PvdA) wil irritatie bij de bewoners voorkomen. Er moet naar de bewoners geluisterd
worden. Vaak is een nieuwe variant een keuze van het college en niet van de samenleving. De PvdA
vindt het voorts belangrijk dat ouderen en gehandicapten voldoende aandacht krijgen. Hij heeft dat in de commissie al gezegd en hoopt dat het college daar gehoor aan geeft.
De heer Van Heuven (PvdD) stelt dat het plan uitgaat van maximale groei, waardoor er te veel onoplosbare dilemma’s ontstaan. Daarom dient hij motie 275 "Scenario met minder groei of
langzamere groei" in, met de opdracht om een scenario uit te werken waarin rekening wordt
gehouden met langzamere of kleinere groei. De PvdD wil een beter ov, maar ziet extra infrastructuur door het groen niet zitten. Daarom dient hij amendement 85 "Geen trams in het groen" in, zodat nieuwe tracés geen plekken met ecologische waarde doorkruisen. Er zijn steeds meer soorten
fietsers, met allemaal verschillende snelheden. Dat leidt tot verkeersonveiligheid en daarom dient de PvdD motie 276 "Autostraten omzetten naar fietspaden" in.
De heer Wiegant (SP) heeft zorgen over het Mobiliteitsplan, over ov, deelmobiliteit en onzekerheid van de financiering. In de plannen is uitgegaan van verbreding van de A27 en daarom dient de SP
amendement 86 "A27 ook in Mobiliteitsplan", waarin staat dat de gemeente Utrecht haar bezwaar tegen verbreding handhaaft.
De heer Van Steeg (CDA) heeft in de commissie duidelijk gemaakt wat het standpunt van het CDA is over het Mobiliteitsplan. Het CDA wil met betrekking tot Zuidpoort de verkeersdruk op Zuid
ontlasten en zal amendementen daaromtrent steunen. Innovatie is een belangrijk punt en het
57
Raadsvergadering van 15 juli 2021 Mobiliteitsplan schiet op dat punt tekort. Op deelmobiliteit op het water zal hij later terugkomen,
evenals op de onderwerpen fietsklemmen en snelheden op fietspaden. Het Mobiliteitsplan is er voor iedereen en alle vervoersmodaliteiten moeten daarin tot hun recht komen. Met betrekking tot de
hubs dient het CDA motie 277 "Geen halve hubs" in, met de opdracht het concept beter uit te werken en te investeren in een volwaardige hub.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) vindt het positief dat het aantal auto’s in de stad ondanks de groei van de stad niet toeneemt. Hij is ook blij met de herwaardering van de voetganger door middel van de wandelkaart en de extra aandacht voor de oversteekbaarheid van barrières. Hij wil dat het
mobiliteitssysteem toegankelijk is voor iedere reiziger en dient daarom amendement 87 "Een inclusief en betaalbaar mobiliteitssysteem" in.
De heer Sungur (DENK) stelt dat de gemeenteraad van Rotterdam onlangs een voorstel heeft aangenomen om kinderen tot en met 12 jaar de mogelijkheid te bieden om in 2022 onder
begeleiding gratis met het openbaar vervoer te reizen. Wel moet eerst duidelijk zijn wat dit financieel betekent. Hij dient motie 278 "Onderzoek naar gratis ov voor kinderen" in, met het verzoek om in
overleg met de provincie Utrecht en U-OV te verkennen welke mogelijkheden er zijn om gratis reizen met het ov mogelijk te maken voor kinderen tot en met 12 jaar.
Met betrekking tot het Ledig Erf staat DENK achter de meerderheid van de omwonenden, die hun voorkeur hebben uitgesproken voor variant 1.
De voorzitter meldt dat de wethouder behoefte heeft aan een schorsing. De vergadering van vanavond begint om 19.30 uur met een herdenkingsmoment voor Peter R. de Vries.
De heer De Pagter (VVD) zou graag aan het begin van de avondvergadering een orderondje houden
met het oog op de eindtijd van de vergadering. Op grond van de behandeltijden komt hij nu al uit op een eindtijd van 01.30 uur. Wellicht kunnen de laatste twee voorstellen doorgeschoven worden. De voorzitter zegt toe na de herdenking een orderondje te houden. De heer Van Heuven (PvdD) meldt dat zijn fractie motie 233 intrekt. Deze motie is ingediend bij het debat over Utrecht Marketing. Hij dient een nieuwe motie in, waarin het dictum gelijk blijft, maar in de overwegingen iets is veranderd.
De heer Sungur (DENK) vraagt opheldering over het opnieuw indienen van moties bij onderwerpen waarover de beraadslaging al gesloten is.
Mevrouw Van Hall (griffier) licht toe dat enige coulance is betracht bij moties waarin fouten zaten of waar mede-indieners aan werden toegevoegd. Het mag niet gaan om het aanbrengen van feitelijke wijzigingen.
De heer Van Heuven (PvdD) licht toe dat er iets is veranderd in de overwegingen. Mevrouw Van Hall (griffier) wijst erop dat het niet mogelijk is om een nieuwe motie in te dienen als de beraadslaging eenmaal is gesloten.
58
Raadsvergadering van 15 juli 2021 De voorzitter concludeert dat motie 233 gehandhaafd wordt en in stemming komt. Hierna schorst de voorzitter de vergadering tot 19.30 uur.
(Bij hervatting van de vergadering heeft de heer Zwanenberg het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan mevrouw Dijksma.) De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde: Herdenking Peter R. de Vries. De voorzitter staat stil bij het overlijden van Peter R. de Vries. Zijn overlijden heeft veel mensen geraakt. "Liever rechtop sterven dan knielend te leven". Deze woorden waren Peter R. de Vries
volgens zichzelf op het lijf geschreven. Het is hartverscheurend dat deze woorden van Peter R. de Vries zelf zo profetisch bleken te zijn.
Peter R. de Vries was een vechter tegen onrecht. Hij was vasthoudend tot het bittere einde. De mensen kennen hem van veel cold cases waar hij niet losliet, bijvoorbeeld verdwijningen van
kinderen. Die gingen hem zeer aan het hart, net als andere zaken, zoals de staatlozen. Die kregen dankzij hem een paspoort.
Peter R. de Vries ging door waar een ander al lang zou zijn gestopt. Dat maakt hem tot een bijzonder mens. Het was een lastige man, maar een man met karakter.
De dochter van één van de gezusters Holleeder, Miljuschka Witzenhausen, heeft Peter R. de Vries
ooit een zeer mooie tekening cadeau gedaan, van een man in een storm. Zij vond dat deze tekening Peter R. De Vries typeerde. Hij was daar trots op. Hij heeft die tekening niet alleen laten inlijsten, maar heeft haar ook laten vergezellen door een gedicht van Bertus Aafjes. Dat gedicht wil zij nu
graag voorlezen, omdat dit alles zegt over wie Peter R. de Vries was en over de keuzes die hij heeft gemaakt.
Er zijn vele wegen, maar de juiste weg is de weg ertegen; niet de weg eronder, dat is onderkruiperij; niet de weg erover dat is pluimstrijkerij, maar de weg ertegen, tegen alle wegen in en dat is van wijsheid nog maar het begin. (De aanwezigen nemen hierna staande een minuut stilte in acht.) (Mevrouw Dijksma draagt hierna het voorzitterschap van de vergadering over aan de heer De Pagter.) De heer Gilissen (VVD) stelt voor de laatste twee agendapunten van de agenda af te voeren, omdat het anders nachtwerk wordt. Het betreft het raadsvoorstel Actieprogramma Samen stad maken en
59
Raadsvergadering van 15 juli 2021 het raadsvoorstel Ambitiedocument Maatschappelijke Meerwaarde Vastgoed. Die kunnen wat de VVD-fractie betreft na de zomer aan de orde komen.
De heer Sungur (DENK) steunt het ordevoorstel niet. Hij is ervan uitgegaan dat het vanavond best laat zou kunnen worden.
De heer Dekkers (GroenLinks stelt dat de behandeling van het voorstel inzake samen stad maken
zou kunnen worden uitgesteld. Het voorstel over het vastgoed kost volgens hem niet veel tijd. Dat zou vandaag nog behandeld kunnen worden.
Mevrouw Schilderman (D66) is het ermee eens dat Samen stad maken na de zomer zou kunnen worden behandeld.
De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat tijdens de behandeling van Samen stad maken een motie zou worden ingediend waarvoor geldt dat het jammer is als die over de zomer heen wordt getild.
De voorzitter stelt dat van die motie een actuele motie gemaakt zou kunnen worden, die aan het einde van de vergadering aan de orde komt.
Mevrouw Schilderman (D66) stelt voor om later op de avond nogmaals een orderondje te doen. De voorzitter vindt het een goed voorstel om later op de avond nog een inventarisatie te doen. Hij stelt vast dat het raadsvoorstel Actieprogramma Samen stad maken in ieder geval van de agenda wordt afgevoerd. 7. Actuele moties. Actuele motie 229. Geluidsoverlast op De Uithof. Mevrouw Oosters (Student & Starter) merkt op dat de bewoners van De Uithof steeds vaker overlast van werkzaamheden ervaren. Hierover stelde haar fractie al in 2019 vragen. Nu gaat het opnieuw fout. De wijkbewoners voelen zich niet gehoord. Zij hebben straks een hele zomer lang last van
lawaaiige werkzaamheden aan de tramlijn. Daarom dient zij motie 229 in, "Geluidsoverlast op De
Uithof", mede namens de fracties van SP en D66. De motie draagt het college op om samen met de bewoners van De Uithof in gesprek te gaan over mogelijke oplossingen voor de aanhoudende
overlast in de komende zomer als gevolg van bouwwerkzaamheden die door de gemeente en de
provincie worden uitgevoerd, en om dit punt met Gedeputeerde Staten van Utrecht te bespreken. De heer Verschuure (wethouder) erkent dat de werkzaamheden hinder opleveren, maar dat kan helaas niet anders, ook niet voor wat betreft de werkzaamheden aan de trambaan. Er is een vergunning verleend waarin heldere voorwaarden worden gesteld aan de communicatie. De
gemeente moet dit controleren. De gemeente gaat daarover niet met de wijkbewoners in gesprek,
maar spreekt de aannemers erop aan als de communicatie te wensen overlaat. De partijen gaan over
dit onderwerp vaak met elkaar in gesprek. Hij wil best met bij de provincie en de universiteit dit punt nogmaals onder de aandacht brengen, maar hij begrijpt dat de universiteit - onder andere in haar
tweewekelijkse nieuwsbrief - periodiek overleg voert over de werkzaamheden. Dit onderwerp is ook
60
Raadsvergadering van 15 juli 2021 besproken met verschillende afdelingen van het onderwijs en roostermakers. Niettemin is er sprake van overlast tussen 8.00 uur en 17.00 uur. Voor de werkzaamheden aan de tram is het echter voor een langere periode mogelijk gemaakt om haast te maken.
Hij ontraadt de motie, want het is niet de rol van de gemeente om zelf met de wijkbewoners in gesprek te gaan. Die gesprekken moeten worden gevoerd door de aannemer, de bouwer, de
opdrachtgever en de universiteit. Bouw- en Woningtoezicht houdt er zicht op en controleert of di soort gesprekken plaatsvindt.
De heer Schreuder (D66) merkt op dat hij met een van de wijkbewoners heeft gesproken. Die zegt
dat er toch meer rekening lijkt te zijn gehouden met de behoefte van de onderwijsinstellingen dan
met die van de wijkbewoners. Hij mist dit punt in de beantwoording van de wethouder. Is dit bij het college bekend?
De heer Verschuure (wethouder) merkt op dat er afspraken zijn gemaakt met de aannemers. Er vindt
altijd een belangenafweging plaats. Vervolgens wordt voor de minst overlast gevende optie gekozen. Er vinden ook werkzaamheden in de vakantie plaats. Alles vindt plaats in de uren die het meest acceptabel zijn. Dat laat onverlet dat bouwoverlast heel vervelend kan zijn.
Mevrouw Oosters (Student & Starter) stelt dat de werkzaamheden niet alleen in de zomer
plaatsvinden, maar het gehele jaar door. De communicatie van de universiteit is wél goed, maar de
communicatie van de overheid niet. Dat is juist het onderwerp van de motie. De overheid moet een iets meer actieve houding aannemen en de wijkbewoners een beetje tegemoetkomen.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) stelt dat ook de provincie opdracht geeft voor de trambaan. Is het college bereid om met de provincie in gesprek te gaan om te zien of er nog iets voor de
wijkbewoners kan worden gedaan? De overlast kan op veel manieren worden verminderd, ook door de provincie.
De heer Verschuure (wethouder) herhaalt dat dit signaal kan worden doorgegeven aan de provincie. De provincie beschikt over de bouwvergunning en wil graag haast maken om de tram weer te zien rijden.
Actuele motie 230. Utrechtse introductietijd 2021. Mevrouw Oosters (Student & Starter) merkt op dat in augustus a.s. de introductieactiviteiten van
studenten en sportverenigingen plaats vinden. Dat is dit jaar extra ingewikkeld vanwege corona. Pas 13 augustus a.s. komt er duidelijkheid of evenementen mogen doorgaan. Zij dient, samen met de fracties van D66 en ChristenUnie, motie 230 in. In deze motie wordt het college opgedragen om gedurende de zomermaanden actief contact te houden met studenten, sportverenigingen,
studentenkoepels en het UIT-bestuur over de mogelijkheden van de introductieperiode van Utrecht en de onderwijsinstellingen erop aan te spreken als zij strengere maatregelen hanteren dan de landelijk geldende.
De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat hij tijdens de behandeling van de Voorjaarsnota in de
commissie ongeveer dezelfde vraag gesteld heeft en daarop een toezegging van het college heeft gekregen.
61
Raadsvergadering van 15 juli 2021
Mevrouw Oosters (Student & Starter) stelt dat op dat moment nog niet duidelijk was of de
evenementen zouden kunnen doorgaan. Zij ontvangt signalen dat de onderwijsinstellingen en de hogeschool niet willen dat bepaalde activiteiten doorgaan, terwijl dat niets met de coronamaatregelen te maken heeft.
De heer Van Heuven (PvdD) vraagt zich af waarom de gemeente zich zou bemoeien met het beleid
van de onderwijsinstellingen. Men heeft gezien dat op festivals besmettingen zijn geweest, ondanks het testen voor toegang. Waarom zouden de onderwijsinstellingen geen eigen veiligheidsbeleid mogen kiezen? Waarom moeten die per se de landelijke overheid volgen?
Mevrouw Oosters (Student & Starter) vindt dat onderwijsinstellingen niet hun eigen wetten en hoeven te maken. Dat moet vooral worden overlaten aan organisaties die daar wél verstand van hebben. Het is belachelijk als onderwijsinstellingen zelf regels gaan stellen en op die manier studenten en studieverenigingen enorm inperken.
De heer Dekkers (GroenLinks) kan heel ver meegaan met de zorgen over het organiseren van de
introductieactiviteiten en vindt ook dat die binnen landelijke richtlijnen moeten plaatsvinden. Maar
het is niet de taak van de gemeenteraad om andere organisaties daarop aan te spreken. Dat is meer een taak voor bijvoorbeeld de hogeschoolraad, de universiteitsraad of interne overlegorganen van universiteit en hogeschool.
Mevrouw Oosters (Student & Starter) antwoordt dat de genoemde raden al hun krachten inzetten om de onderwijsinstellingen te houden aan de landelijke richtlijnen, maar die doen dat niet. Daarom
voelt zij de noodzaak om als gemeenteraad het signaal te geven dat de universiteit en de hogeschool niet hun eigen regels moeten maken, maar de landelijke richtlijnen moeten volgen.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) stelt dat inderdaad door wethouder Klein een toezegging is
gedaan. Die betrof vooral het regelmatige contact dat er met studenten, sportverenigingen, koepels en onderwijsinstellingen is. Ze heeft recent ook met de onderwijsinstellingen over de introductie gesproken en ook met het UIT-comité. Dat was een ongelofelijk waardevol gesprek. Zij hadden
begrip voor het feit dat het misschien noodzakelijk is, nu de besmettingen weer oplopen, om een plan B te hebben. Afgesproken is om goed in contact te blijven met andere gemeenten en met de mensen die de vergunningen verlenen en die goed kunnen helpen bij wat er wel en niet mag.
Het probleem is dat in de motie iets wordt gevraagd wat de gemeente niet kan doen. De gemeente kan geen individuele onderwijsinstellingen verbieden om bepaalde huisregels te stellen. De reden
waarom de hogeschool het net anders organiseert dan de universiteit heeft ook met andere dingen te maken dan alleen met covid. Er zijn ook mensen die bij het aantreden nog geen 18 jaar zijn en dus geen alcohol mogen nuttigen. Daar worden de regels op afgestemd. Ze ontraadt motie 230. De heer Schreuder (D66) vraagt waarom het in gesprek gaan - dat blijkbaar voor een deel al toegezegd - niet meer mogelijk zou zijn.
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat in de motie wordt gesteld de onderwijsinstelling
erop aan te spreken indien ze strengere maatregelen hanteert dan de landelijke maatregelen. Dit kan de gemeente echter niet doen.
62
Raadsvergadering van 15 juli 2021
De heer Te Hoonte (VVD) is benieuwd of er binnen de al gedane toezeggingen nog genoeg
speelruimte is om, als het enigszins kan, tot een uit een fatsoenlijke introductieperiode te komen. Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat die speelruimte er zeker is. De noodzaak om dat
voor elkaar te krijgen, is groot. Daar wordt ongelofelijk veel energie in gestoken. Het gesprek met de UIT-commissie niet voor niets gevoerd. Het contact is goed en men doet wat men kan.
Zij maakt zich wel zorgen over het oplopende aantal besmettingen. Die ziet de Student & Starterfractie ook. Op 13 augustus zal de situatie nader bekeken worden, maar het is al duidelijk dat de anderhalvemetermaatregel nog niet verdwijnt. Wellicht zal men weer toe moeten naar strengere maatregelen. Dat is de realiteit. In het Veiligheidsberaad is steeds aangedrongen op tijdige duidelijkheid voor een bepaalde periode, zodat iedereen weet waar hij of zij aan toe is.
Mevrouw Oosters (Student & Starter) verduidelijkt dat het erom gaat dat de hogeschool op dit
moment kan beslissen over honderden studenten, die straks geen dingen kunnen organiseren die van de landelijke overheid wél mogen. Mag de gemeente wel een rol hebben als er regels worden gesteld die alleen voor de gemeente Utrecht gelden, maar niet voor andere gemeenten waar die jongeren dat wel kunnen organiseren?
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat er echt verschillen zijn tussen de verschillende instellingen. Sommige instellingen hebben te maken met minderjarige studenten, dus die
instellingen willen niet dat er alcohol geschonken wordt. Dat staat los van de covid-maatregelen. Actuele motie 231. Houd de parken open. Mevrouw Oosters (Student & Starter) merkt op dat afgelopen dinsdag in de commissie is gesproken over de sluiting van de parken. Student & Starter vindt het veel te ver gaan om de parken al om
23.00 uur te sluiten. Dat heeft niets te maken met de coronamaatregelen, maar alleen met overlast.
Zij denkt dat daar andere oplossingen voor zijn. Daarom dient ze samen met D66 motie 230 in, "Hou de parken open". Het dictum luidt: "In gesprek te gaan met jongeren van de stad en zo samen tot een werkbare oplossing te komen voor de overlast, andere mogelijkheden voor veilig ontmoeten
naast parken te onderzoeken en zo de overlast te kunnen spreiden en om pas over te gaan tot het
sluiten van de parken wanneer alle mogelijke maatregelen zijn uitgeput en om hierover eerst de raad te informeren en indien toch wordt overgegaan tot de maatregel en die maar voor twee weken in plaats van voor drie weken te doen en de sluiting te laten ingaan om 24.00 uur in plaats van om 23.00 uur".
Mevrouw Dijksma (burgemeester) merkt op dat over dit onderwerp afgelopen dinsdag uitgebreid gesproken is. De argumenten zijn over en weer uitgewisseld. Zij heeft veel bewondering voor de
volharding van mevrouw Oosters, maar ze kan niet anders dan de motie ontraden. De toelichting daarop heeft men twee dagen geleden gekregen.
De heer Sungur (DENK) heeft vandaag van de burgemeester jurisprudentie ontvangen, maar die heeft de zaak niet duidelijker gemaakt. Op de website van de VNG staat dat gebruikmaken van het
privaatrecht is toegestaan op het moment dat hetzelfde resultaat niet kan worden bereikt via
publiekrechtelijke handhavingsbevoegdheden. Dat kan in dit geval wel, via de APV. Het lijkt er dus op
63
Raadsvergadering van 15 juli 2021 dat het privaatrecht in dit geval niet gebruikt mag worden. Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat zij precies dat heeft laten toetsen. De
publiekrechtelijke weg levert in dit geval bij een boete een extra resultaat op: een aantekening in het strafregister. Dat is buitenproportioneel. Uit de jurisprudentie toegestuurd blijkt dat gemeenten
eerder, in vergelijkbare situaties, wél de privaatrechtelijke weg hebben bewandeld en dat hebben mogen doen.
De heer Koning (D66) vraagt of de burgemeester ook rekening houdt met het feit dat het aantal besmettingen in de afgelopen dagen zorgwekkend hoog opgelopen is. In het buitenland wordt Nederland streng bekeken en moeten mensen misschien nog meer thuisblijven. Worden dit nogmaals afgewogen op het moment waarop het besluit moet ingaan?
Mevrouw Dijksma (burgemeester) antwoordt dat deze maatregel voortvloeit uit de problematiek van de overlast. de overlast is nu ernstiger dan eerder. De huidige situatie rond covid is geen reden om deze maatregel niet te nemen.
Actuele motie 258. Inzet om de Utrechtse buurtcampings alsnog door te laten gaan. Mevrouw Assen (PvdA) deelt mee dat de motie mede wordt ingediend namens mevrouw Streefland en mevrouw Sturkenboom. Het dictum luidt: "Draagt het college op om op korte termijn in overleg te treden vanuit de afdeling welzijn met de organisatie van de buurtcampings en mogelijkheden te verkennen of, wanneer en hoe de buurtcampings alsnog door kunnen gaan en indien nodig
ondersteuning te bieden om de organisatie gemakkelijker te maken waar dat binnen de invloed van de gemeente ligt, zoals bijvoorbeeld in het contact met de afdeling evenementen en om de gemeenteraad hierover in het derde kwartaal van 2021 te informeren."
De heer Dekkers (GroenLinks) stelt dat de buurtcamping een fantastisch initiatief is, waar hij
verschillende keren bij betrokken is geweest. Het is heel zuur als de buurtcampings, net als vorig
jaar, geen doorgang vinden. Het lijkt hem echter een activiteit die moeilijk te organiseren is binnen de anderhalvemeterrichtlijn. In de motie wordt gevraagd om het de organisatie gemakkelijker te
maken. Is mevrouw Assen het met hem eens dat het dan niet moet gaan om het afwijken van de coronamaatregelen?
Mevrouw Assen (PvdA) is het daarmee eens. De geldende coronamaatregelen moeten gerespecteerd worden. De buurtcampings hebben een alternatief scenario uitgewerkt na de nieuwe en
aangescherpte maatregelen, maar die zijn helaas niet eens bekeken. Gewone campings worden niet door de maatregelen gehinderd. Volgens haar is het alternatieve scenario een variant die wél door
had kunnen gaan. Het is helaas te kort dag om de buurtcampings nog dit weekeinde te organiseren. Dat is geen optie meer. Zij vindt dat de zaak op z'n minst door de afdeling Welzijn moet worden bekeken. Er moet een streep worden gezet onder de rigiditeit waarmee de zaak nu is afgedaan. De heer Van Ooijen (wethouder) vindt het ontzettend jammer dat evenementen zoals de
buurtcampings nu helaas niet kunnen plaatsvinden. De coronabesmettingen nemen toe en de
besmettingsaantallen zijn torenhoog. Voorkomen moet worden dat het aantal besmettingen nog verder oploopt. Men is genoodzaakt om de buurtcampings dit jaar niet te laten doorgaan.
64
Raadsvergadering van 15 juli 2021 Intussen is er contact geweest met de organisatie, naar aanleiding van het signaal van mevrouw
Assen. Hij heeft begrepen dat de organisatie niet meer van plan is om de buurtcampings deze zomer door te laten gaan, ook niet in aangepaste vorm, omdat men zuinig wil zijn op de vrijwilligers. Men heeft een alternatief idee voor burendag, op 27 september a.s. Hij zal met de organisatie
bespreken of en hoe dat eventueel waargemaakt zou kunnen worden. Op die manier kan hij de motie overnemen.
De heer Dekkers (GroenLinks) merkt op dat in de motie wordt gesteld dat de afdeling Evenementen niet is ingegaan op de suggesties van de buurtcamping. Kan de wethouder dat toelichten? De heer Van Ooijen (wethouder) verduidelijkt dat er inderdaad voor de buurtcamping een
meerdaagse vergunning is afgegeven, maar dat door alle meerdaagse evenementen een streep is gezet. Het zou verstandiger geweest zijn als de afdeling Welzijn contact had opgenomen met de
organisatie van de buurtcampings om te bekijken wat eventueel op een later tijdstip in aangepaste vorm wel mogelijk zou zijn geweest.
Mevrouw Assen (PvdA is blij met de woorden van de wethouder en trekt de motie in. De voorzitter stelt vast dat motie 258 door het college is overgenomen en is ingetrokken.
Vanwege het afvoeren van het raadsvoorstel Samen stad maken zullen twee moties die bij de behandeling van dit raadsvoorstel door de CDA-fractie waren aangekondigd, alsnog worden behandeld als actuele moties. Dat zal later vanavond gebeuren. De voorzitter schorst daarop de vergadering.
(Bij hervatting van de vergadering heeft de heer De Pagter het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan mevrouw Dijksma.) Na hervatting van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde de voortzetting van de behandeling van:
14. Raadsvoorstel Mobiliteitsplan 2040. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) merkt op dat de heer De Pagter vroeg om de toezegging om in het kader van het Meerjaren Perspectief Bereikbaarheid niet de Weerdsingel, maar Votulast prioriteit te geven. Zij kan hem geruststellen. De raad heeft vorige week het Meerjaren Perspectief
Bereikbaarheid vastgesteld, waarin de gehele route met betrekking tot Votulast al is gefinancierd. De
financiering is dus rond en nu gaat men met de uitwerking aan de slag. Hetzelfde geldt voor de route over de Weerdsingel. Als men van het gebied rond de Weerdsluis echt iets moois wil maken, zal er waarschijnlijk nog wel wat geld bij moeten. Maar de plannen moeten eerst worden uitgewerkt voordat men dat goed kan ramen.
De heer De Pagter vroeg ook om een toezegging om altijd met een raadsvoorstel te komen als er
omstreden bruggen en tunnels aan de orde zijn. Zij kan daar op zichzelf "ja" op zeggen, maar er zit
een adder onder het gras, want "omstreden" is geen vastomlijnd begrip. Toch gebeurt in de praktijk al wat de heer De Pagter vraagt. De raad heeft de Maliebaan langs zien komen. Ook de Weerdsluis zal hier langskomen. Daar is geen twijfel over mogelijk. Over de tunnel onder het spoor bij de
65
Raadsvergadering van 15 juli 2021 Tweede Daalsedijk is geen apart raadsvoorstel geweest, maar de raad was daar wel laaiend
enthousiast over. De geest van de oproep van de heer De Pagter ondersteunt ze, maar af en toe zou het kunnen gebeuren dat de heer De Pagter en het college het niet helemaal met elkaar eens zijn over wat precies "omstreden" is.
De heer De Pagter (VVD) vraagt of de wethouder ook iets kan zeggen over de Vechtbrug. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) stelt dat de Vechtbrug nog nader moet worden uitgewerkt voordat men kan bepalen of die echt controversieel is. Zij weet dat sommige bewoners het
ingewikkeld vinden, maar er moet voor worden opgepast om dat altijd als criterium te nemen, want
dat is al snel aan de orde als er in de stad geklust wordt. Die plannen zijn ook nog niet gefinancierd. De raad zit altijd aan de knoppen, ook als het om geld gaat. Dat komt altijd langs. Tegen de tijd dat de programmering aan de orde is, zal worden bekeken of dit een apart raadsvoorstel vergt. Nogmaals, als het uitdelen van geld aan de orde is, zit de raad altijd aan de knoppen.
Dan de opmerking van de heer De Pagter over de overstapplek en de ringlijn. Als overstappunt is Westraven genoemd. Dit is per definitie een overstappunt. De noordzuidlijn en de oostwestlijn kruisen elkaar per definitie. Het idee achter de knooppunten is om overstappunten te creëren.
Misschien komt er een lijn van Nieuwegein naar Utrecht Science Park. Een noordzuidverbinding gaat
dan over in een oostwestverbinding. Of er een rechtstreekse lijn komt van Leidsche Rijn naar Utrecht Science Park valt nu nog niet te zeggen. Er is nog weinig te zeggen over de lijnvoering. Die lijn is er wel, een bus. De uitwerking zal dat verder moeten leren. Als de heer De Pagter vindt dat het
hetzelfde ov-concept moet zijn, dan is dat moeilijk toe te zeggen, want het is de vraag of men een tram op de gehele route gevuld krijgt. Dat zal nog moeten blijken.
De heer De Pagter (VVD) stelt dat het Mobiliteitsplan een ambitiedocument is. De ambitie zou
moeten zijn dat er tussen Leidsche Rijn en Utrecht Science Park dezelfde modaliteit is. Anders zullen de mensen die tussen die twee gebieden moeten reizen niet de tram nemen, omdat het dan veel eenvoudiger is om bijvoorbeeld met de auto te gaan. Hoe denkt de wethouder daarover?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) vindt dat die ambitie eigenlijk al verwezenlijkt is, want die lijn
is er. Die hoeft niet per se alleen via Westraven te lopen. Als het logisch is om van het zuidelijke deel van de ringlijn één lijn te maken, zal dat in overweging genomen worden.
De heer De Pagter (VVD) vermoedt dat de wethouder verwijst naar lijn 28. Die is er, maar hij kan zich voorstellen dat een directe lijn over de ring nog veel sneller kan zijn voor reizigers vanuit Leidsche Rijn. Men kan op dit moment niet snel met bus 28 van Leidsche Rijn naar De Uithof reizen.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat het volgens haar best een goede verbinding is. Dat zal ook afhangen van waar men woont. Zij herhaalt dat het sowieso een overstappunt zal
worden; dat is nou eenmaal het concept van zo'n knooppunt. Vervolgens moet men bedenken welke overstappen men wil voorkomen, oftewel waar men wil dat er sprake is van een doorgaande
verbinding. Het zou haar niet verbazen als het vervoerspotentieel vanuit IJsselstein en Nieuwegein
veel groter is. Dan is het misschien intelligenter om daar in de richting van het Utrecht Science Park de doorgaande verbinding van te maken. Aan die fase is men echter nog niet toe. Eerst moet het concept verder worden uitgewerkt. Daar is men al lang en breed mee bezig. Vervolgens moet de
lijnvoering daar worden ingepast. Zij kan nu nog niets toezeggen, maar met de notie van de heer De
66
Raadsvergadering van 15 juli 2021 Pagter om overstappen op populaire routes te voorkomen, kan zij het alleen maar eens zijn.
De heer De Pagter pleit ervoor dat snel kan worden ingespeeld op dynamisch verkeersmanagement
en technologie. Het college zit er zo veel mogelijk bovenop als de technologie aan de orde is. Af en toe is het een geldkwestie. Los daarvan loopt Utrecht volgens haar mee in de voorhoede.
De technologie wordt ingezet over de volle breedte van de doelstellingen van het Mobiliteitsplan. Dat gaat over bereikbaarheid, leefbaarheid, milieu, gezondheid en de goede volgorde van de prioriteiten voor de transitie. Doorstroming is in het Mobiliteitsplan geen doel op zichzelf. Het gaat veel meer over bereikbaarheid in den brede.
De heer De Pagter had nog het specifieke verzoek om de intelligente stoplichten op de site aan te geven. Als de heer De Pagter daar prijs op stelt, kan dat natuurlijk gedaan worden.
Mevrouw Schilderman heeft gesproken over het uitrollen van de rode loper voor de fiets. Dat moet verder moeten worden uitgewerkt in de mobiliteitsagenda die volgt op het Mobiliteitsplan. Dat zal zeker gebeuren.
De amendementen 80 en 84 gaan beide over de Zuidpoort. Zij wil amendement 84 voorzien van een positief advies. Dat wil zeggen: verdergaan met de twee varianten, met de accenten die de indiener bij variant 1 heeft gezet, maar in ieder geval de variant die uit de bewonersparticipatie is gekomen nog een slag verder brengen voordat de ultieme keuze in de raad volgt. Amendement 80, van de heer De Pagter, wil zij een negatief advies meegeven.
Amendement 81, inzake het uit de kaartjes schrappen van de Weerdsluis, geeft zij een negatief
oordeel. Een tijdje geleden is een brug- en tunnelstudie uitgebracht. Daarin kwam de Weerdsluis als missing link in de top 10 terecht. Ze begrijpt dat de Weerdsluis mega-ingewikkeld is en dat het laatste woord daar absoluut nog niet over is gezegd. Over de Weerdsluis zal een raadsvoorstel
worden gepresenteerd. Zij zal de raad daar kort na de zomer een update over geven. Dan is de raad aan zet over de vraag hoe daarmee verder moet worden gegaan.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) heeft begrepen dat de fietsbrug wordt onderzocht. Maar wordt er, als het raadsvoorstel wordt behandeld, ook een analyse van de alternatieven aan toegevoegd,
bijvoorbeeld een route via de Kaatstraat en de Adelaarsstraat, zodat de raad echt een afweging kan maken?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) stelt dat het en-en is. Dat is al helemaal gefinancierd. Dat staat niet meer ter discussie; dat zal sowieso gebeuren. Sowieso kunnen allerlei onderzoeksgegevens
geleverd worden - waarom vindt men een bepaalde zaak belangrijk?; welke alternatieven zijn er aan de binnen- en buitenkant van de Singel?; hoe komt men langs de Monicabrug?
Amendement 82 is ingediend door de heer Bos - hij is nu niet in de zaal aanwezig - en gaat over
realistische alternatieven. Hij heeft er flink werk van gemaakt; in feite heeft hij het hele raadsvoorstel inclusief beslispunten herschreven. Zij moest met een loep op zoek gaan naar wat de heer Bos
precies heeft veranderd. Het belangrijkste punt van de heer Bos is compartimenteren, volgens het
taartenmodel. Hij heeft daar ook een motie over opgesteld. Hij schrapt een aantal specifieke dingen
over het voetgangers- en fietsnetwerk. Die legt hij daarmee niet vast. Inzake het ov-netwerk kiest hij niet en hij wijst ook niet aan waar begonnen moet worden. Zij wil over het amendement een negatief
advies geven omdat het vlees noch vis is. Een aantal dingen wordt niet vastgelegd, terwijl het college dat wél wil doen. Daarnaast heeft zij tot nu toe niet veel steun voor het compartimenteringsmodel van de heer Bos geproefd.
Amendement 83, ingediend door mevrouw Schilderman, gaat over de voorkeur voor
railverbindingen. Zij deelt een aantal overwegingen in het amendement, bijvoorbeeld dat
67
Raadsvergadering van 15 juli 2021 railverbindingen verleidelijker zijn voor de reiziger. Als ruggengraat van de verstedelijking is een
railverbinding ook sterker dan een busnetwerk. Zij begrijpt de gedachte achter het amendement heel goed. Men kan echter geen trams laten rijden die niet gevuld zijn. Railverbindingen zullen dus wel moeten passen qua exploitatie. Met die kanttekening kan zij het amendement een positief advies meegeven.
Amendement 85, ingediend door de heer Van Heuven, is al bekend van de Ruimtelijke Strategie Utrecht. Het gestelde in het amendement zal bij de tracékeuze zwaar wegen. Zij kan over dit amendement een positief advies geven.
Hetzelfde geldt voor amendement 86 van de heer Wiegant. Ook dat amendement is een oude
bekende, waar zij niet veel woorden aan vuil hoeft te maken. Het lijkt haar consistent om dat te doen.
Zij is het helemaal eens met de strekking van amendement 87 van de heer Wijmenga. Ze heeft hem er al op gewezen dat zij het amendement stilistisch geen een pareltje vond.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) deelt mee dat hij de mede-indieners van het amendement
inmiddels een vervangende versie heeft toegestuurd. Hij trekt amendement 87 en zal in de tweede termijn een vervangend amendement indienen.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) vervolgt dat zij over motie 268 van de heer De Pagter niet
positief kan adviseren. Vooruitlopend op het besluit over de Ruimtelijke Strategie Utrecht is nog niet
besloten dat in Rijnenburg begonnen zal worden. Dan ligt het niet voor de hand om voor de tramlijn
te lobbyen. De heer De Pagter weet ook dat nog niet veel verder wordt gegaan met de lijn naar Zeist. Die zit niet in de verkenning en heeft dus nu niet de hoogste prioriteit. Het verschil tussen beide lijnen is dat de lijn naar Zeist meer een rol speelt in het mobiliteitssysteem. Dat wordt een soort
overstaphub, een overstappunt op de snelweg onder andere in de richting van het Utrecht Science
Park. De lijn naar Zeist komt niet voort uit de gedachte dat Zeist een tweede Manhattan zal worden. De heer De Pagter (VVD) verduidelijkt dat het zijn fractie erom gaat dat die lijn serieus wordt
betrekken bij de lobby. Afgesproken is dat vanaf 2035 in Rijnenburg wél woningbouw mogelijk zou zijn, mogelijk zelfs eerder. Het is dus zaak om die lobby nu al te starten.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat er sowieso al veel gelobbyd wordt. Men wil dat wiel met spaken liever gisteren dan vandaag. Maar de realiteit is toch dat men eerder meer focus
moet aanbrengen dan minder. De twee tramlijnen en het station waarmee is begonnen, kosten € 2,5 miljard en het is al verdraaid lastig om die eruit te slepen. Zij denkt niet dat het helpt om er nog lijnen aan toe te voegen voor woonwijken waar nog geen plannen voor zijn. Dat is echt nog prematuur.
Motie 269 van de heer Bos past bij het amendement over het compartimenteren. Daarvoor is niet gekozen voor de hele stad, alleen voor de binnenstad.
Motie 270, ingediend door mevrouw Oosters, gaat over deelmobiliteit en de rol van de overheid. Zij kan de motie van harte aanbevelen, of overnemen, als mevrouw Oosters dat op prijs stelt. Het
tweede punt in het dictum van de motie gaat over de vraag wat het schaalniveau is waarop MaaS wordt georganiseerd. Zij denkt dat er platforms komen die groter zijn dan Utrecht. Dat zal een
interessant spel zijn tussen overheid en markt. Zij heeft al eerder de boodschap heel goed begrepen
dat het wel in het voordeel moet zijn van de gebruiker. Op dit onderwerp zal worden teruggekomen. Met motie 271, "Ieder kind veilig naar school", is zij het helemaal eens. Deze motie kan zij
68
Raadsvergadering van 15 juli 2021 overnemen.
Motie 272, ingediend door de heer Weistra, gaat over het hanteren van een maximumsnelheid van 15 kilometer waar dat kan. Het helpt om bij elke inrichting te bekijken of dat haalbaar is. Binnenkort is de herinrichting van de Taagdreef aan de orde; dan zal duidelijk worden of dit idee al landt. Zij kan over de motie positief adviseren en haar overnemen als de heer Weistra dat op prijs stelt.
Motie 273 gaat over het parkeren op de Ooster- en Westerkade. Daar is in de raad al over
gesproken. Zij kan over de motie positief adviseren en die overnemen als de heer Weistra dat op prijs stelt. Wel merkt zij op dat het opheffen van parkeerplaatsen niet alleen een kwestie van financiën is. Het gaat er ook om hoever men daarmee wil gaan in de wisselwerking tussen de kwaliteit van de
openbare ruimte en het parkeerareaal dat men in stand wil houden. Zij vindt dat een politieke keuze. Los daarvan heeft de heer Van Heuven helemaal gelijk dat het in volgende rondes van de
voorjaarsnota nog maar moet blijken of het ons lukt om het opheffen van parkeerplaatsen te
bekostigen. Maar de raad biedt nu de ruimte biedt om inhoudelijk - nog niet financieel, want dat
besluit is nog niet genomen - verder te gaan. Dat betekent dat men in de komende jaren zal moeten sprokkelen om te zien waar nog meer parkeerplekken kunnen worden opgeheven.
De heer Sungur (DENK) heeft moeite met dat antwoord. In principe geldt voor alle moties waar geen
dekking bij zit dat men het college kan verzoeken om op zoek te gaan naar dekking in de toekomst, bij de programmabegroting of bij de voorjaarsnota.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) is dat dezelfde opmerking die de heer Van Heuven maakte.
Volgens haar wordt hier ook een andere politieke boodschap aangegeven, namelijk hoever men wil gaan met het opheffen van parkeerplaatsen. Dat is een politieke uitspraak. Die is pas verwezenlijkt
als die is gefinancierd, maar als de raad de motie aanneemt, dan geeft ze een heldere richting aan.
Daarmee is die die richting echter nog niet gefinancierd. Daar heeft de heer Sungur helemaal gelijk in.
Over motie 274, ingediend door de heer Işik, is al een debatje gevoerd. Zij wil motie 274 echt
ontraden, ook in het belang van de heer Işik zelf. In feite zegt de heer Işik met deze motie: neem
vooral geen goede ideeën van bewoners op in een nieuw alternatief. Dat is niet wat de heer Işik wil, maar het staat er wel.
De heer Işik (PvdA) ontkent dit. De boodschap is: als er vier varianten ter beoordeling aan de
bewoners worden voorgelegd, kan het college later niet met een vijfde variant naar de bewoners gaan.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) voert aan dat in de motie staat: geen nieuwe varianten na het
participatietraject. Daaruit concludeert zij dat het college niets mag doen met de opbrengst van het participatietraject.
De heer Işik (PvdA) stelt dat het college in bijna 99% van de gevallen varianten aan de bewoners
voorlegt, waarna het college vervolgens op basis van de input zelf eigen varianten ontwikkelt. Dat is de frustratie van de bewoners.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) merkt op dat men op basis van deze motie geen fris alternatief en geen bewonersalternatief voor de Platolaan had gehad. Dan hadden het college niet naar de
bewoners kunnen luisteren en alternatieven kunnen overnemen. Zij begrijpt dat ook de heer Işik dat
69
Raadsvergadering van 15 juli 2021 niet wil, maar hij schrijft dat wel op.
Motie 275, Scenario met minder groei of langzamere groei, ingediend door de heer Van Heuven, is ook een soortgelijke motie uit de Ruimtelijke Strategie Utrecht. Als er minder groei is, gaan wij
minder hard. Dat is volgens haar ook het antwoord van wethouder Verschuure. Bij mobiliteit is het overigens zo dat de gemeente nog een been bij te trekken heeft. Ze heeft eigenlijk nog iets op te lossen nog voor de groei plaatsvindt. Als de groei minder hard gaat, krijgt de gemeente wat
ademruimte om het werk te doen dat ze toch al moest doen. Zij denkt dus niet dat het van belang is om allerlei scenario's te maken. Een Mobiliteitsplan is geen blauwdruk of een marsroute die tot de laatste komma moet worden gevolgd. Daarover zal men echt met elkaar in gesprek blijven. Dat gebeurt jaarlijks in het kader van het Meerjaren Perspectief Bereikbaarheid, maar ook bij de
mobiliteitsagenda. Elke keer wordt de thermometer erin gestoken om te zien waar Utrecht staat. Als het minder hard gaat, gaat het waarschijnlijk ook met de investeringen minder hard.
Dan komt zij bij motie 276, "Autostraten worden fietspaden", ingediend door de heer Van Heuven. Als het zou gaan om fietsstraten, dan zou men een eind verder komen. Dat past heel goed in de
strategie. Maar als de heer Van Heuven letterlijk bedoelt om van autostraten fietspaden te maken, dan wordt het wel een moeilijk uitvoerbare motie. In dat geval moet zij de motie ontraden.
Mevrouw Schilderman (D66) merkt op dat zij het een charmant voorstel had gevonden als er in de motie zou worden gesproken over "fietsstraten". Wil de heer Van Heuven zijn motie in die zin aanpassen?
De heer Van Heuven (PvdD) stelt dat de stad groeit en er dus meer auto's en fietsen komen,
waardoor het erg druk zal worden, met fietsers die met verschillende snelheden fietsen. Dat is wat hij met de motie bedoelde. Hij wil "fietspaden" wel vervangen door "fietsstraten", zeker als auto's
daardoor minder voorrang krijgen. Het gaat hem echter ook om minder auto's. Hij is bereid om een nieuwe motie te schrijven.
De heer Weistra (GroenLinks) vindt dit een sympathieke motie. Hij meende dat er sprake was van het recyclen van het asfalt dat er al ligt. In die geest kan hij wel met de motie meegaan. Met het gebruik van het woord "fietsstraten" wordt er wat hem betreft een nuttiger oproep gedaan.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) stelt dat met dit Mobiliteitsplan ook netwerken worden
vastgelegd, niet tot op het laatste detail, maar wel op een hoger abstractieniveau. Op de meer
doorgaande functies verwacht zij dat het niet gemakkelijk zal zijn om wegen op te heffen. Daarmee kom men eerder terecht op een kleinere schaal, zoals doorsteekjes. Zij kan niet inschatten hoe
realistisch dat is. Het zal zeker veel realistischer zijn om naar fietsstraten te gaan. Dan wordt in ieder geval de hiërarchie op straat omgedraaid. Dat is een wezenlijke stap. Zij kan motie 276 dus van een positief advies kunnen voorzien als "fietspaden" wordt vervangen door "fietsstraten".
Zij kan zich vinden in motie 277, "Geen halve hubs". Niemand zal een halve hub willen. Wel voegt zij hieraan toe dat het een beetje van de omgeving en de context afhangt wat alle
mobiliteitsmogelijkheden betekenen. Niet overal is een treinstation of een tram. Zij begrijpt dat het gaat om een goede ontsluiting te voet, per fiets en per openbaar vervoer. Dat moet de doelstelling
zijn. De financiering kan door de gemeente, de provincie, het Rijk of projectontwikkelaars gebeuren. Zij vindt niet dat de gemeente per se alles moet betalen. Ook de heer Van Steeg zal dat niet
bedoelen. Met deze aantekening erbij lijkt het gestelde in de motie haar een heel verstandig idee. Overigens zal zij de raad een module over parkeren op afstand presenteren. Dat is een goede
70
Raadsvergadering van 15 juli 2021 gelegenheid om daarover met elkaar verder in gesprek te gaan. Dat is in feite een programma van eisen. Dan kan men zien of alles is zoals men zich het had voorgesteld.
Motie 278 gaat over het gratis maken van het ov voor kinderen onder de twaalf jaar. Zij waardeert
dat zeer, maar zij moet de heer Sungur helaas toch een beetje teleurstellen. Zij is sowieso altijd een beetje voorzichtig met gratis dingen als die niet gratis zijn. Soms moet worden bekeken of men de
mensen op een andere manier kan prikkelen. In dit geval zou men kinderen, voor zover dat mogelijk is, zo veel mogelijk moeten laten fietsen. Waar echt sprake is van armoede - dat heeft zij al eerder toegezegd - moet worden bekeken of de U-pas wel slim en toegankelijk genoeg is gemaakt, ook
voor het ov. Dat zal nog nader worden bekeken. De heer Sungur brengt haar op het idee om daarbij de U-pas voor kinderen te betrekken. Ze ontraadt motie 278, maar is er wel door geïnspireerd. Zij is bereid om motie 277 over te nemen, als de heer Van Steeg dat op prijs stelt. Motie 275 ontraadt zij.
De heer Sungur (DENK) vraagt wanneer de U-pas exercitie zal plaatsvinden. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) komt daar in tweede termijn op terug. De heer Wijmenga (ChristenUnie) deelt mee dat amendement 87 is ingetrokken. Hij wil van de
tweede termijn gebruikmaken om de wethouder te bedanken voor de beantwoording en om een gewijzigd amendement, amendement 88, in te dienen. Dit amendement heeft dezelfde bewoordingen als amendement 87, maar de laatste zin ervan is anders.
De heer De Pagter (VVD) had al gezegd dat hij nog een paar moties achter de hand zou houden. Hij ben blij met de reactie van de wethouder op de motie over technologie en dynamisch verkeersmanagement. Op dit punt zal hij geen motie indienen.
Hij is ook tevreden over de reactie op zijn opmerkingen over de omstreden bruggen en tunnels. Na
overleg met de PvdD-fractie zal hij daarover geen motie indienen, maar zijn fractie zal de wethouder daar scherp op houden.
Wel dient hij motie 282 in, "Eén modaliteit voor de lijn tussen Leidsche Rijn en Utrecht Science Park". Hij dient alsnog motie 283, "Focus op alternatief voor fietsbrug Weerdsluis", in. Hij vindt het van
belang dat wordt vastgelegd dat er een volledige focus is op de alternatieve route. De motie wordt
ingediend namens de fracties van VVD, PvdD, PvdA, PVV, Student & Starter, CDA, SP en Stadsbelang Utrecht.
De heer Van Heuven (PvdD) deelt mee dat hij de motie 276, over de fietspaden, graag aanpassen. De heer Weistra (GroenLinks) meent van de wethouder begrepen te hebben dat zij bereid is om de
aangepaste motie over te nemen. Daarom is het naar zijn mening overbodig om een nieuwe motie in te dienen. De indiener kan die motie meteen weer intrekken, omdat de wethouder die zal overnemen.
De voorzitter schorst hierna de vergadering. Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan de heer Van Heuven. De heer Van Heuven (PvdD) trekt motie 276 in en dient motie 284 in, "Autostraten omzetten naar
71
Raadsvergadering van 15 juli 2021 fietsstraten en fietspaden". Mevrouw Schilderman (D66) trekt motie 271 over veilige fietsroutes in, aangezien die is overgenomen.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) merkt op dat zij de heer Sungur nog een antwoord schuldig is. In het vierde kwartaal zal zij terugkomen op de U-pas. Het door hem genoemde punt wordt daarbij betrokken.
De heer Sungur (DENK) vraagt of dat kan gebeuren vóór de behandeling van de programmabegroting.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) zal zich daarvoor inspannen. Over amendement 88 geeft zij een positief advies.
Over motie 282 wil zij negatief adviseren. De lijn is er in feite al, alleen via een ander tracé. De
lijnvoering komt op een later moment aan de orde, als men veel beter in staat is om te beoordelen wat wijs is. Het zal van de reizigersaantallen afhangen welke delen beter door een tram en welke delen beter door een bus bediend kunnen worden.
Motie 283 steunt het bestaande beleid steunt en is dus overbodig. Met het ene gaat het college aan de slag. Votulast is financieel rond, het plan is er grotendeels al, want een aantal jaren geleden was er bewonersparticipatie. Met de Weerdsluis is men nog maar aan het begin. De raad moet nog
worden geïnformeerd over hoe het college het proces voor zich ziet, laat staan dat er een IPV is of
dat de raad al een voorstel kan worden gedaan. Als het college dat kan doen - dat was ook de vraag
van de heer Wijmenga - dan hoort daar het waarom en de onderbouwing bij. Die zal de raad gewoon krijgen. Zo loopt het ongeveer.
In de motie wordt min of meer gesuggereerd dat zaken inwisselbaar zijn. dat is echter niet zo. Het
college ziet dit als verschillende mogelijkheden die ook weer andere herkomsten en bestemmingen
bedienen: de Weerdsingel, de Vleutenseweg, de Votulast en de Amsterdamsestraatweg. Het is niet zo dat er één koek wordt verdeeld; het zijn verschillende aandelen in het fietsverkeer, die elkaar ook
echt aanvullen. De bewijslast is aan het college, als het verder met de raad in gesprek raakt over de Weerdsluis. Dat wordt dan een echt raadsvoorstel. De raad zit daar volledig aan de knoppen om er wat van te vinden. In deze vorm geeft zij een licht negatief advies over de motie, vanwege die connotatie die erin zit.
Motie 284, ingediend door de PvdD-fractie, kan zij overnemen, als de heer Van Heuven dat op prijs stelt. Zij wijst erop dat het gevraagde in deze motie niet is ingecalculeerd. Er staat morgen geen
team van tien ambtenaren paraat om deze verkenning te doen. Zij vraagt om enige tijd om dat te verwerken en te betrekken bij de agenda die bij de volgende voorjaarsnota wordt aangeboden.
De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat de wethouder de zojuist door hem ingediende motie 284
ruimhartig heeft overgenomen. Hij is daar blij mee. Hij snapt dat het gevraagde wat tijd kost. Dat is geen probleem. Hij trekt motie 284 in.
Mevrouw Oosters (Student & Starter) is blij dat motie 270 is overgenomen. Zij trekt deze motie in. De heer Weistra (GroenLinks) trekt motie 236 graag in, nu deze gedeeltelijk door de wethouder is overgenomen.
72
Raadsvergadering van 15 juli 2021 Ook de moties 272 en 273 zijn overgenomen. Deze moties worden door de raad breed gesteund. Hij trekt beide moties in.
De heer Van Steeg (CDA) trekt motie 277 in, aangezien die is overgenomen. Mevrouw Schilderman (D66) trekt de moties 261, 262 en 267 in. Deze moties zijn overgenomen. Eén motie is ingetrokken ten behoeve van een andere versie.
Doordat de nummering in de strekt ter vervanging is versprongen, zijn er in de amendementen 76 en 77 verkeerde paginanummers vermeld. De wethouder heeft gezegd dat later te kunnen
aanpassen, maar het is misschien beter om meteen naar de juiste pagina's te verwijzen. Zij heeft dat op de mail gezet. Als men daarmee akkoord gaat, zou zij die graag vervangen.
De voorzitter deelt mee dat amendement 76 wordt vervangen door amendement 89 en dat amendement 77 wordt vervangen door amendement 90.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) vindt dat men zich nu veel administratief werk op de hals haalt. Kunnen dit soort administratieve correcties niet gewoon ambtelijk worden aangepast?
De heer De Pagter (VVD) meent dat met de griffie de afspraak is gemaakt dat dit soort technische zaken in iBabs kunnen worden gewijzigd. Dan hoeven amendementen of moties niet te worden vernummerd.
Mevrouw Van Hall (raadsgriffier) beaamt dit. Maar na de discussie vandaag over wat een technische wijziging is en wat niet, leek dit de meest zuivere weg.
De voorzitter stelt voor om het op die manier te doen. De nieuwe amendementen zijn toch al rondgemaild.
Mevrouw Oosters (Student & Starter) merkt op dat motie 236 is ingetrokken, maar dat die, als zij het goed heeft, niet is overgenomen.
De heer Weistra (GroenLinks) verduidelijkt dat motie 236 deels is overgenomen. Dat is voor de indieners voldoende.
De voorzitter schorst hierna de vergadering. Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 15. Raadsvoorstel Zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief. Mevrouw Schilderman (D66) merkt op dat ook in regionaal verband uitgebreid gesproken wordt over de ontwikkeling van stad en regio. In de commissievergadering is gesproken over veel verschillende zaken, zoals verbonden groen, huizen en voldoende werk. De visie is belangrijk, maar voor het
realiseren ervan zijn middelen en uitvoeringskracht nodig. De lobby voor de opgave die erin staat, waar ook anderen een bijdrage aan leveren, mag wat D66 betreft nog wat meer kracht worden
bijgezet. Den Haag, Rotterdam en Amsterdam hebben een krachtige lobby, omdat die steden veel
73
Raadsvergadering van 15 juli 2021 meer geld en mogelijkheden hebben om zelf te sturen. Die regio's zijn immers ook een vervoerregio. Daarom dient D66 mede namens de Student & Starter-fractie motie 285 in, Sterke lobby met een
vervoersregio, waarin wordt uitgesproken dat het van belang is dat in de regio één aanspreekpunt is ten behoeve van de schaalsprong in het openbaar vervoer en het invullen van een regionale
vervoersautoriteit, waardoor er directe invloed is op het vervoerplan voor het te realiseren openbaar vervoer. Het college wordt opgedragen om in samenwerking met provincie en Rijk een plan op te
stellen voor het realiseren van een organisatie die is toegerust om de ov-schaalsprong in Utrecht te realiseren en een ov-aanspreekpunt is voor het Rijk.
Mevrouw De Koning (GroenLinks) vindt het op zichzelf heel goed om de lobby te versterken. Dat is ook een wens van de GroenLinks-fractie. Tegelijkertijd echter maakt de GroenLinks-fractie zich er zorgen over of er nu niet te veel zal worden gepraat over nieuwe bestuursstructuren, terwijl er eigenlijk gelobbyd zou moeten worden voor de mobiliteit en het geld dat daarvoor nodig is.
Mevrouw Schilderman (D66) vindt dat lastig. Enerzijds vindt zij dat er niet te veel gepraat moet
worden over bestuursstructuren. Maar anderzijds zeggen haar collega's in Den Haag dat de regio
Utrecht er nadeel van heeft dat ze geen vervoersautoriteit is en met verschillende partijen moeten spreken, waardoor ze geen eigen gezicht heeft. Als concreet wordt gezegd dat dit de lobby in de weg staat, zou daar toch iets mee gedaan moeten worden.
Mevrouw De Koning (GroenLinks) vraagt zich af waarom motie 285 nu wordt ingediend. Ze begrijpt dat er nu een onderzoek loopt of dit punt moet worden hervormd. Daarover krijgt men binnenkort de resultaten te horen. Hoe ziet de D66-fractie dat?
Mevrouw Schilderman (D66) antwoordt dat dat onderzoek ook gaat over hoe de regio en de provincie
zich de organisatie voorstellen. De plannen aangaande de Ruimtelijke Strategie en het Mobiliteitsplan vragen om een goede ontwikkelorganisatie, met de lessen van de Uithoflijn in het achterhoofd. Zij vraagt zich af of de provincie daar klaar voor is. Misschien is het beter om er direct over na te denken: waar gaan wij dat beleggen en hebben wij een organisatie die daar goed bij past?
Mevrouw De Koning (GroenLinks) merkt op dat in veel rondes veel over het Integraal Ruimtelijk
Perspectief is gesproken. Haar fractie is blij dat er op dit moment veel meer aandacht is voor groen en voor biodiversiteit. Met de eerder vandaag besproken Ruimtelijke Strategie Utrecht zijn goede Utrechtse uitgangspunten bepaald. Haar fractie kan met het voorstel instemmen.
De heer Van Heuven (PvdD) stelt dat zijn fractie kritisch is over het Integraal Ruimtelijk Perspectief. Maar de commissievergadering over de zienswijze was een soort prijzencircus waar zo ongeveer
alles is toegezegd. De PvdD-fractie zag veel van haar punten terug, waar ze erg blij mee was. De PvdD-fractie met de zienswijze instemmen. Het Integraal Ruimtelijk Perspectief zelf zal ze heel kritisch lezen.
De heer Işik (PvdA) vraagt of het college bereid om zich ervoor in te zetten om de grondspeculatie ook op regionaal niveau tegen te houden? De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat de punten die zijn fractie bij de behandeling van de Ruimtelijke Strategie Utrecht aan de orde heeft gesteld, ook hier van toepassing zijn. Het was wel
74
Raadsvergadering van 15 juli 2021 een erg groot prijzencircus in de strekt ter vervanging, waardoor zijn fractie heeft besloten om tegen dit voorstel te stemmen. De heer Schipper (SP) merkt op dat zijn fractie helaas niet bij de commissiebespreking aanwezig was. Hij zal zich daarom bescheiden opstellen en zich beperken tot het straks uitspreken van een stemverklaring.
Hij denkt dat het college de meest heikele punten in de zienswijzebrief heeft gezet. Overeind blijft dat het Integraal Ruimtelijk Perspectief er gelikt uitziet, maar dat het nog steeds hoog boven de hoofden van de inwoners van Utrecht uitsteekt. Het kan mede daarom niet op de instemming van zijn fractie rekenen.
Hij is het eens met de woorden van de heer Te Hoonte zojuist over de Ruimtelijke Strategie Utrecht. De heer Verschuure (wethouder) kan positief reageren op motie 285, inzake het zoeken van de samenwerking met provincie en Rijk. Dat gebeurt via U Ned. Of dat zou moeten resulteren in een ovautoriteit, staat niet zo letterlijk in de motie. Het lijkt hem goed om te onderzoeken hoe men de lobby zo goed mogelijk kan organiseren en of het goed is om daar één aanspreekpunt voor te hebben. Of dat dan een vervoersautoriteit zal worden, weet hij niet, omdat een vervoersautoriteit iets is dat op basis van de aanwijzing van de minister gaat. Omdat dit niet letterlijk in het dictum van de motie staat, kan hij positief adviseren over de motie.
De heer Işik vraagt of het college in regionaal verband wil oproepen om methoden in het leven te roepen om grondspeculatie tegen te gaan. Dat is iets wat het college op alle gebieden probeert te doen, maar de rol van de overheid is daarbij vaak beperkt. In deze regio gaat de grond vaak van hand tot hand. Grondspeculatie zal worden tegengaan waar dat mogelijk is. De voorzitter merkt op dat eerder in de vergadering is afgesproken dat agendapunt 19, Samen stad maken, van de agenda wordt afgevoerd en dat de door de CDA-fractie aangekondigde motie zou worden behandeld als een actuele motie. Zij stelt voor om die actuele motie nu aan de orde te stellen. Zij stelt vast dat de raad daarmee instemt. Actuele motie 280. Geef duidelijkheid aan de Bethelkerk. Mevrouw Zwinkels (CDA) merkt op dat haar fractie twee moties had aangekondigd. Eén daarvan zal worden omgezet in schriftelijke vragen. De andere gaat over de Bethelkerk. De Bethelkerk heeft al lange tijd plannen om te verduurzamen. De kerk wacht al lange tijd op duidelijkheid van de gemeente om daaraan mee te werken. De CDA-fractie vindt dat de Bethelkerk die duidelijkheid verdient. Daarom wil ze het college in motie 280 opdragen om in augustus of uiterlijk in begin september 2021 die duidelijkheid aan de initiatiefnemers te verschaffen en de gemeenteraad per brief te informeren over dit besluit.