CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

12e vergadering gemeenteraad 15 juli 2021.doc

Gemeenteraad 16 september 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen raadsvergadering 8 en 15 juli 2021 en stemraad van 8 en 15 juli 202148.868 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

opgedragen om bij het komende voorstel tot herziening van de huisvestingsverordening de in artikel 2.6.3a, sub 1.a. van de Regionale Huisvestingsverordening genoemde 20% te verlagen naar 10%. Iedereen wil dat de slagingskans voor Utrechtse woningzoekenden verbeterd wordt. Er is een

19

Raadsvergadering van 15 juli 2021 mogelijkheid om Utrechters een betere positie te geven op de sociale woningmarkt. Dat is door de bindingsregel van toepassing te laten verklaren op het gehele grondgebied van de gemeente.

Daarom dient de heer Bos motie 242 (Verhoog slaagkans van Utrechtse woningzoekenden) in, waarin het college hiertoe wordt opgeroepen.

Tot slot dient de heer Bos motie 243 (Naar een passender woningaanbod in bestaande wijken) in.

Hierin wordt het college opgedragen om gezamenlijk met woningcorporaties te onderzoeken of en

hoe bouwkundig splitsen van te dure niet passende woningen kan leiden tot een diverser aanbod van passende wooneenheden in bestaande buurten en voorafgaand aan de behandeling van de programmabegroting 2022 met de uitkomsten van dit onderzoek te komen. De voorzitter schorst hierop de vergadering.

(Bij hervatting van de vergadering heeft mevrouw Dijksma het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan de heer Zwanenberg.) De heer Wijmenga (ChristenUnie) meldt dat hij zijn bijdrage per interruptie op de wethouder zal leveren.

De heer Diepeveen (wethouder) vertelt dat de huisvestingsverordening in 2019 fors is aangepast,

inclusief het loten, Van groot naar beter, de 75% inschrijftijd et cetera. Dat is het regionale deel van de regionale huisvestingsverordening. Dat is ingewikkeld. Er is ook een lokaal deel, waar de raad deels bevoegd is en het college deels bevoegd. De ratio van dit debat is natuurlijk primair dat de

raad, in verband met het regionale overleg, boodschappen wil meegeven aan het college. De andere elementen gaan over het lokale deel. Hier is meer tijd voor en die moeten raad en college zichzelf ook gunnen.

Aan het regionale deel moet nu dus goed recht gedaan worden. Het is zonneklaar dat er in de raad verschillende standpunten bestaan over loten. Er worden in moties ook verschillende uitspraken

gedaan. In de commissie werd de wethouder vervangen door wethouder Verschuure. Het standpunt van het college is om door te gaan waar men mee bezig is. In het regionaal overleg heeft de gemeente Utrecht andere gemeentes opgeroepen om ook de mogelijkheden van de

huisvestingsverordening te benutten. Utrecht loopt voorop en de gemeentes in de regio blijven

achter. Men weet nog te weinig om nu dingen te veranderen. De raad verschilt onderling van mening. Het college houdt vast aan de 10% tot 20% en houdt het strak in de gaten. De onderzoekers weten al veel, maar niet alles. Motie 237 van de heer El Abassi ontraadt het college dus.

De heer El Abassi (DENK) merkt op dat de verhoudingen nu zijn veranderd ten opzichte van loting. Er is nu een meerderheid die er anders over denkt. De wethouder gaf aan andere gemeentes te

stimuleren ook te gaan loten. Is de wethouder het er niet mee eens dat Utrecht een aantrekkelijke

stad is en het dus weinig zal helpen als omliggende gemeentes ook aan loting gaan doen? Daarnaast zijn er ook gemeentes die niet aan loting doen, zoals Utrechtse Heuvelrug. Is het daarom niet beter ervoor te kiezen de loting tijdelijk af te schaffen of te verlagen en daarna met gemeentes in onderhandeling te gaan?

De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat loting of niet hiervoor geen verschil maakt. De

bindingsregel speelt ook mee. Utrechters profiteren minstens zo veel van de regio als de regio van Utrecht. Utrecht scoort relatief hoog met 74% toewijzingen aan mensen die in Utrecht woonachtig

20

Raadsvergadering van 15 juli 2021 zijn. De regio kan in Utrecht zoeken en omgekeerd. Hier moet vooral niet aan getornd worden. De heer El Abassi (DENK) heeft de 74% al eerder gehoord, maar hij ziet iets anders. Hij ziet dat het aantal verhuringen daalt. Het aanbod is afgenomen. De loting is toegenomen. Het aantal

woningzoekenden is toegenomen. De slaagkans is gedaald van 11% naar 5%. De raad zal niet snel

bouwen in bijvoorbeeld Rijnenburg. Men moet het doen met de woningen die er zijn. De vraag is dus of de gemeente het via loting nog moeilijker wil maken voor de groep die al superlang wacht.

De heer Diepeveen (wethouder) wil niet het commissiedebat overdoen, laat staan het debat van twee

jaar geleden. Waarom was er destijds brede overeenstemming in de raad over loting? Die hield relatie met het behoud van 75% inschrijfduur. Inherent daaraan is namelijk dat mensen met een lange

inschrijfduur daar voordeel van hebben. Er is een superschaars woningaanbod. Dan is het voor het evenwicht niet onredelijk om via loting een deel van de woningzoekenden enigszins tegemoet te komen. Hierom ontraadt de wethouder de moties 237, 238 en 241. Die willen allemaal de

lotingsregel aanpassen. Dit past niet in de inbreng waarvoor Utrecht tot nu toe in de regio heeft gekozen. De wethouder wil deze lijn, tussen de 10% en 20%, nog even doortrekken.

De heer El Abassi (DENK) merkt op dat het college voor deze inbreng in de regio heeft gekozen. Er zijn immers gemeentes die het anders doen. Ook de raad heeft in het laatste debat een andere opdracht voor het gesprek gegeven aan de wethouder.

De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat hij de raad bedoelde of, breder, politiek Utrecht, die voor deze inbreng heeft gekozen.

Over de bindingsregel is veel gesproken. Motie 235 van de heer Van Deún en motie 239 van de heer El Abassi en motie 242 van de heer Bos willen dit wijzigen. De wethouder stelt dat het over-en-

weerprincipe zeker niet in het nadeel is van de Utrechtse woningzoekende. Het gaat hier over de regio. Al die moties wil de wethouder dan ook ontraden.

De heer Koning vroeg, in verband met de bezettingsnormen en de uitzonderingsregel voor de corporaties, of er geen risico van willekeur bestaat. Hoe kan dit voorkomen worden? Hij juicht maatwerk toe, maar vraagt zich af hoe hiermee omgegaan kan worden. Het college gaat dit

monitoren. Er worden afspraken gemaakt met de corporaties. Die hebben graag deze ruimte, maar het college zal dit bewaken.

De heer Ișik vroeg of de gemeente toewijzingen aan bijzondere beroepsgroepen in de zorg, het

onderwijs en de veiligheid kan monitoren. Dit kan de gemeente. De wethouder zegt toe dit te zullen monitoren en hierop terug te komen.

De heer Işik (PvdA) denkt dat het handig is om hierop terug te komen bij de evaluatie van de prestatieafspraken.

De heer Diepeveen (wethouder) zegt dit toe.

Mevrouw Zwinkels vroeg om meer inzicht in de doorstroomketens. De RIGO-rapportage levert wel

iets. De onderzoekers hebben aangegeven dat er nog de nodige extra dingen aankomen. Het inzicht in de doorstroomketens hoort hier zeker bij.

Mevrouw Zwinkels had het over Van groot naar beter. Zij zoekt niet naar de uitsluiting van

nieuwbouwwoningen. Het college doet dit ook niet. In de praktijk gaat het om een beperkt deel, maar in het fijne netwerk kan het doorstroomprincipe juist uitermate wenselijk zijn bij bepaalde

21

Raadsvergadering van 15 juli 2021 bouwprojecten. Misschien wonen daar wat oudere mensen in grotere woningen. Het college zal in

het regionaal overleg in september het standpunt innemen dit niet verstandig te vinden en zal zich sterk maken om dit te schrappen.

De heer Wijmenga (ChristenUnie) merkt op dat de wethouder recent de raad informeerde dat er in Oog in Al een pilot start met oudere bewoners die kunnen verhuizen in hun eigen wijk. Wanneer wordt de raad over de uitkomst hiervan geïnformeerd?

De heer Diepeveen (wethouder) zegt toe de raad hierover te zullen informeren. De pilot begint nu te lopen. Hij kan geen moment noemen waarop hij hierop terug zal komen. Wanneer de woningen bewoond worden en het college weet hoe het uitgepakt heeft, komt hij erop terug.

In motie 240 wordt het college opgeroepen om aan woongroepen dezelfde eisen te stellen als aan

kamerbewoners. Woongroepen wil het college stimuleren. Dit is een beleidsmatige keus. Het college

denkt dat deze motie daar juist niet bij helpt, omdat woongroepen dan een vergunningplicht voor de vier kamers krijgen. Daarom ontraadt de wethouder deze motie.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) concludeert dat het college hiermee kiest voor de Verelendung die het wil voorkomen bij kamerverhuur. Daar worden allerhande eisen gesteld. Bij woongroepen is dat niet het geval. De consequentie van het vergunningsvrij huisvesten van die woongroepen is dat die Verelendung die het college voor zich ziet bij kamerverhuur toch gaat plaatsvinden.

De heer Diepeveen (wethouder) ziet dit anders. De gemeente is wel degelijk in staat daar een vinger aan de pols te houden. Daar zijn instrumenten voor. Dat hoeft niet op deze manier. Daarmee zou deze woonvorm onnodig lastig worden.

Motie 243 is een herhaling van de motie die de heer Bos ook bij de Voorjaarsnota heeft ingediend.

De grote woningen zijn voor grote gezinnen uiterst wenselijk. Daar is een tekort aan. Die behoefte blijft. De in de motie genoemde richting wil het college dus niet ingaan.

De wethouder wil eindigen met het punt van splitsen en omzetten. Het college heeft gezegd na de

zomer te komen met de evaluatie van het splitsen en omzetten. Mevrouw Oosters zegt al genoeg te weten. Dat kan, maar dit is afgesproken. Dat heeft waarde, omdat het de bredere context heeft van de verhuurvergunning en van de opkoopbescherming. Die elementen wil het college gaan regelen. Die opkoopbescherming is uiterst relevant voor het omgaan met splitsen en omzetten. De

opkoopbescherming is nu door de Eerste Kamer. De wet wordt waarschijnlijk van kracht per 1 januari 2022. De gemeente kan de komende bekijken hoe ze de opkoopbescherming wil laten landen in Utrecht. Het college koerst erop dat zowel het regionale deel als het lokale deel gelijktijdig in

november of december aan de raad voor te leggen, zodat het per 1 januari in kan gaan. Die bredere context wil de wethouder graag schetsen.

Er is vaker gesproken over splitsen en omzetten. De toetsing op leefbaarheid speelt een rol.

Wijkraden zijn over het algemeen geen voorstander van het zonder meer laten vervallen van de

vergunningplicht. Er is iets gedaan in de sfeer van compensatiebedragen. Mevrouw De Koning noemt deze bedragen als een mogelijkheid in het onderzoek. Het is passend in het proces om nu geen

inhoudelijke uitspraken te doen, want er komt een evaluatie aan. Aan de andere kant zou de raad

opdrachten mee kunnen geven waardoor die evaluatie breder en rijker wordt. De wethouder ziet de motie van mevrouw De Koning als een aansporing om naar tussenvormen te kijken. Kan er

bijvoorbeeld met een lichtere vergunningsvorm gewerkt worden voor drie personen, waarbij de zwaardere vorm intact blijft voor vier personen? Mogelijk kan er ook een tussenvariant in tijd

22

Raadsvergadering van 15 juli 2021 gemaakt worden of een gebiedsgerichte variant. De wethouder wil dit graag bekijken. Dit najaar

komt het college dan met de verrijkte evaluatie. Dan is er nog tijd om knopen door te hakken. De wethouder begrijpt dat er in de raad het gevoelen bestaat dat het wringt ten aanzien van de drie personen. Er is behoefte om stappen te zetten. Hoe groot en met welke garanties deze stappen gezet moeten worden, kan in het najaar besproken worden op basis van de verrijkte evaluatie.

De heer Wijmenga (ChristenUnie) vindt het mooi klinken. Meer onderzoek is altijd beter. Er was al

een evaluatie aangekondigd. De wethouder zegt nu toe deze evaluatie te verrijken met een aantal

elementen uit de motie van mevrouw De Koning. Ligt de motie er dan wel tijdig, zodat de raad deze nog mee kan nemen bij het besluiten?

De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt bevestigend. Deze evaluatie moet er tijdig liggen. Hier zorgt het college voor. Het doet wat het tot die tijd kan.

Mevrouw Oosters (Student & Starter) leest zaken in de motie van mevrouw De Koning waarvan ze niet snapt waarom de motie van Student & Starter die waarborgen niet heeft. Via de Woningwet en het

Huurteam zijn er nog steeds mogelijkheden om huurdersbescherming te bieden. Er kan gemonitord worden en er kan geëvalueerd worden. Wat ontbreekt er dan in dat voorstel? Het echte probleem zit in de opkoopbescherming. Het is goed dat die er is op 1 januari 2022. De aanpassing wordt dan

gedaan. De motie past ook bij de Huisvestingsverordening. Mevrouw Oosters ziet dus niet waar het

verschil zit tussen de wens van de wethouder, die ook ziet dat dit wringt, en het voorstel van Student & Starter.

De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat het verschil allereerst procesmatig is. Er hoeft niet nu al besloten te worden, terwijl er nog tijd is. Het tweede verschil is de context van de

verhuurvergunning en de opkoopbescherming. Het derde is dat er een aantal dingen gemist zullen worden als nu uitgesproken wordt dat de verhuurdersvergunning wordt afgeschaft. De toetsing op

leefbaarheid wordt dan in één keer terzijde geschoven, evenals de bestuurlijke boete. Dit is te wild

zonder eerst de brede evaluatie te hebben gedaan. Hieruit zouden een aantal oplossingsrichtingen kunnen komen die uitkomen op het juiste midden.

Mevrouw Oosters (Student & Starter) stelt dat dit nu juist niet op deze manier hoeft te gebeuren. De leefbaarheidstoets wil Student & Starter juist in de monitor terug laten komen. Met een

vergunningsplicht-light wordt het probleem van de drie personen niet opgelost, want die drie

personen hebben niet zo’n effect op die leefbaarheid. Het omzetten moet dus gewoon vrijgegeven worden, zodat er echt een verschil gemaakt wordt voor jonge Utrechters.

De heer Diepeveen (wethouder) heeft de indruk dat mevrouw Oosters twee kanten op redeneert. Aan de ene kant zegt ze leefbaarheid te kunnen garanderen en aan de andere kant telt die niet. Het

college wil er een paar maanden meer voor nemen, want die tijd is er. De druk is er bij het regionale deel, niet bij het lokale deel.

De heer Koning (D66) onderschrijft volledig het betoog van mevrouw Oosters. Juist door deze

woningen niet onder een vergunningsplicht te laten vallen, is er de capaciteit binnen de gemeente

om in te grijpen bij zaken die echt de leefbaarheid aantasten en waar handhaving harder nodig is. Is de wethouder het hier niet mee eens?

23

Raadsvergadering van 15 juli 2021

De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat de vergunningplicht regelmatig zijn waarde bewijst.

Hij is het wel met de heer Koning eens dat de middelen efficiënt ingezet moeten worden. Daarom is het verstandig om terug te komen met, in lijn met suggesties van mevrouw De Koning, een

tussenvariant, waarin er nog wel een toetsing is, maar een lichtere, waardoor de balans net wat anders komt te liggen. De wethouder ontraadt motie 234 dus.

Met betrekking tot motie 236 heeft de wethouder gezegd dat hij hier elementen van kan benutten. In die zin zou hij de motie willen overnemen.

Mevrouw Oosters (Student & Starter) vindt dit voorstel politiek te gevoelig en er is nog geen duidelijke meerderheid. Het kan dus niet op deze manier overgenomen worden.

De heer Diepeveen (wethouder) merkt op dat er een aantal dingen in zitten waar men sowieso wat mee moet. In de motie van mevrouw De Koning worden ook de opkoopbescherming en de

verhuurvergunning genoemd. Of de motie nu wordt aangenomen of niet, de evaluatie wordt hoe dan ook wat breder. Dit speelt in de context van het aannemen van de opkoopbescherming door de Eerste Kamer.

De heer Işik (PvdA) heeft een punt van orde. Hij wil weten of de motie wordt overgenomen. De voorzitter wilde dit ook net vragen. De wethouder moet helder zeggen wat hij met de motie doet, zonder specifieke interpretatie.

De heer Diepeveen (wethouder) laat het oordeel over de motie aan de raad. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft een punt van orde. Voormalig wethouder Jansen gaf altijd interpretaties van moties en kreeg de vrijheid om deze volgens zijn interpretatie uit te voeren. De heer Bos vindt het niet aan de voorzitter om de wethouder hierop aan te spreken.

De voorzitter meent dat de raad duidelijk heeft gezegd geen interpretaties meer te willen. Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft geen antwoord op een van haar vragen gehoord. Zij was benieuwd naar de cijfers met betrekking tot de uitstroom uit sociale huur. Misschien kan dit meegenomen worden in de inzichten over de doorstroomketens die de wethouder wel had toegezegd.

De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat het zijn bedoeling was om hierin ook de uitstroom mee te nemen.

De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde. 11. Debat Raadsbrieven Plan van aanpak sportpark Overvecht-Noord. De heer Van Steeg (CDA) brengt in herinnering dat men twee weken geleden een moeizaam debat

had over de situatie op Overvecht-Noord. Er werd gesproken over het voorliggende toekomstplan en

24

Raadsvergadering van 15 juli 2021 de teleurstelling bij alle betrokken clubs over de huidige situatie. De wethouder heeft het CDA er niet van kunnen overtuigen dat dit plan een oplossing is voor de huidige situatie. De fractie is

teleurgesteld in de manier waarop de gemeente op dit dossier met de betrokken sportverenigingen is omgegaan. Hierdoor is veel wantrouwen ontstaan, ook tussen de verenigingen. Daarnaast zijn

verwachtingen gecreëerd die in de praktijk niet zijn waargemaakt. Het gebruik van de term "figuurlijk half veld" door de wethouder was een dieptepunt op dit dossier. Dit was een klap in het gezicht van de verenigingen die al lange tijd proberen hun toekomst te verzekeren. Zij mogen rekenen op een betrouwbare gemeente die haar afspraken nakomt.

Er is op dit moment behoefte aan rust en duidelijkheid voor alle betrokken clubs in dit dossier. De

verhuizing naar het sportpark van UVV is nu tijdelijk uitgesteld. De komende periode moet maximaal worden benut om tot een oplossing te komen die wel werkt en toekomstbestendig is. Daarbij dienen de wensen en ideeën van de betrokken clubs het uitgangspunt te zijn. De heer Van Steeg roept de

wethouder op creatief te zijn en nadrukkelijk buiten de bestaande kaders te kijken. Daarom dient de heer Van Steeg motie 244 (Een oplossing voor Overvecht-Noord) in, mede namens de fracties van D66, PvdA, VVD, Student & Starter en SP. Hierin wordt het college opgedragen om de komende

periode te benutten om met de betrokken sportverenigingen het plan verder uit te werken, waarbij

de wensen en ideeën van de clubs worden betrokken; eventuele mogelijkheden buiten het sportpark serieus te onderzoeken; te zoeken naar compensatie voor clubs die financieel benadeeld worden en de raad over de voortgang te informeren.

De heer Van Heuven (PvdD) brengt in herinnering dat in het commissiedebat gesproken is over het

eventueel parkeren in groenstroken. Ter sprake is gekomen dat een bomenrij in de weg zou staan. Is het CDA het met de heer Van Heuven eens dat deze twee punten in elk geval niet vallen onder "creativiteit" en "buiten gebaande paden denken"?

De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat "buiten gebaande paden" impliceert dat er ook echt breed gekeken moet worden. De verenigingen en hun ideeën moeten nu leidend zijn. Er moet niet eerst naar de bomen gekeken worden.

De heer Van Heuven (PvdD) vraagt of de heer Van Steeg het met de verenigingen eens zou zijn als zij zouden zeggen dat die bomen gekapt moeten worden.

De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat hij er ook van houdt om een sportpark groen te maken. Het was ook niet het plan van het CDA om alle verenigingen op dit sportpark te plaatsen. Het heeft zijn

voorkeur om de bomen te behouden, maar de wensen van de sportverenigingen moeten nu leidend zijn.

De heer Van Heuven (PvdD) constateert dat het CDA de mogelijkheid openhoudt dat hier bomen gekapt worden en dat hij daarom niet met deze verder sympathieke motie kan instemmen.

De heer Van Steeg (CDA) zou dit jammer vinden. Misschien is het een mogelijkheid om de bomen te herplaatsen. Hij vindt dat de bomen een oplossing niet in de weg mogen staan. De wensen van de verenigingen moeten voorrang krijgen.

De heer Van der Zweth (PvdA) vindt het jammer dat dit onderwerp weer besproken moet worden. De verhuizing van UVV is inmiddels anderhalf jaar uitgesteld. De vereniging heeft tienduizenden euro’s

25

Raadsvergadering van 15 juli 2021 geïnvesteerd op Overvecht-Noord en EDO heeft nog steeds geen duidelijkheid. Door het falen van de gemeente worden verenigingen nu tegen elkaar opgezet. De wethouder moet zich dat aanrekenen.

Hij doet nu te weinig. Hij erkent wel dat er fouten gemaakt zijn, maar komt niet met een nieuw plan en gaat binnenkort pas voor het eerst met de verenigingen om de tafel. Hij weigert om de KNVBnormen te hanteren en weigert ook om z’n excuses aan te bieden.

De heer Wijmenga (ChristenUnie) vindt het te ver gaan wat de PvdA nu zegt. De wethouder heeft in de commissie zijn excuses aangeboden. Heeft de PvdA dit gemist?

De heer Van der Zweth (PvdA) vindt erkennen dat het niet goed is gegaan niet hetzelfde als excuses aanbieden. Als de wethouder al wel zijn excuses heeft aangeboden, is het ook geen probleem deze hier te herhalen. Is hij bereid dit te doen? Wil hij ook de plannen uitwerken en hierbij verder kijken

dan het bestaande sportpark? De PvdA is teleurgesteld in het handelen van de wethouder hierin en in zijn houding in het commissiedebat. Het lijkt niet te beklijven dat de gemeente de problemen heeft

veroorzaakt en tegelijkertijd de sleutel heeft om dit goed op te lossen. De PvdA is benieuwd naar de motie van het CDA en hoopt dat de wethouder deze volledig omarmt.

De heer Van Dalen (VVD) kan zich aansluiten bij het CDA en de PvdA. Overvecht-Noord is een soort puzzel met vier stukjes waar geprobeerd wordt een vijfde stukje in te proppen. Dat past niet. De

gemeente speelt de sportclubs op deze manier tegen elkaar uit. Dat is niet goed. Er zijn problemen

met de capaciteit en met voetballen op een hondenveld, waarvan ook de KNVB heeft gezegd dat het niet hygiënisch is. Er moet dus een oplossing komen. Daarom heeft ook de VVD de motie van het CDA ondertekend. Er moet dus niet eerst met reces gegaan worden, maar snel een oplossing gezocht worden, eventueel ook buiten het sportpark.

Naast de motie vergen nog een aantal andere punten aandacht. De PvdA had het al over het geld dat UVV al in de kantine heeft gestoken. Hier zou een vergoeding voor moeten worden gegeven. Er

moeten extra parkeerplaatsen worden toegevoegd. De parkeerproblemen moeten opgelost worden. Er zijn problemen met de Kooi, waardoor er getraind moet worden op een half veld. De KNVB heeft aangegeven dat dit niet de landelijke maten zijn. De verlichting laat te lang op zich wachten. De wethouder heeft al gezegd dat het proces geen schoonheidsprijs verdiende, maar weigerde zijn

excuses aan te bieden. Ook de VVD hoort die graag. Het is tijd dat dit wordt opgelost en dat er rust komt. Het zou mooi zijn als al die sportclubs een bijdrage aan Overvecht kunnen leveren. Dan moeten zij niet tegen de muur van de gemeente lopen. De wethouder is aan zet.

De heer Van Deún (PVV) is blij met de toezegging van de wethouder. Dit scheelt weer een motie. De heer Schipper (SP) concludeert dat de wethouder gaat lopen wanneer FC Utrecht met de

geldbuidel rammelt. Ten gevolge hiervan raken verenigingen met elkaar in onmin. Er is een

onverenigbaar plan om hondensport en voetbal op één veld te combineren. De afmetingen van het

trainingsveld van EDO zijn niet in orde. Dan zouden er ook nog eens vleermuizen kunnen zitten. De heer Schipper vond de beeldspraak van de heer Van Dalen over de puzzelstukjes mooi. De afdronk van dit hele gebeuren is dat het een behoorlijke bende is. Ook de heer Schipper hoorde niet echt

excuses in wat de wethouder in de commissie had gezegd. Het zou niet misstaan om deze alsnog te maken.

De heer Van Heuven (PvdD) stelt dat het gedoe rond de sportvelden zulke vormen aanneemt dat de

26

Raadsvergadering van 15 juli 2021 ecologie in het geding komt. De PvdD vindt niet dat bomen, groen en vleermuizen gevolgen moeten ondervinden van capaciteitsproblemen. Kan de wethouder herhalen wat hij in de commissie heeft gezegd, namelijk dat er geen bomen gekapt zullen worden om de capaciteitsproblemen op te

lossen? Los daarvan vindt de PvdD dat vleermuizen, mochten ze aanwezig zijn, niet het onderspit moeten delven. Er moet ook niet geparkeerd worden in het groen. De PvdD hoopt dat deze twee dingen meegenomen worden in de oplossing.

De heer Wijmenga (ChristenUnie) had in de commissie op één vraag geen duidelijk antwoord

gekregen. Het valt hem op dat het bij de gemeente vaak misgaat op onderwerpen waar verschillende

afdelingen bij betrokken zijn. Eerder gebeurde dit bij het Máximapark. Ziet het college dit ook? Komt hier een verbetertraject op? Is het college anders bereid hier eens kritisch naar te kijken? De heer Wijmenga kan zich voorstellen dat thuiswerken niet bevorderlijk is voor de samenwerking tussen

gemeentelijke onderdelen. Dat afdelingen niet goed samenwerken leidt ook tot verstoringen in de relatie tussen overheid en inwoners.

De heer Van Ooijen (wethouder) wil zich concentreren op de ingediende motie. Er wordt gevraagd

om de wensen en ideeën van verenigingen erbij te betrekken. Dit doet de wethouder graag. Hij heeft in het commissiedebat al aangegeven dat de wensen en ideeën van de verenigingen het

uitgangspunt zijn, maar men moet ook durven erkennen dat wensen en ideeën van verschillende

verenigingen ook contrair zijn. Als je die allemaal bij elkaar voegt, heb je geen plan, omdat de ideeën conflicteren. Dat zal dus ook zo blijven als je naar de mogelijkheden buiten het sportpark kijkt.

Allereerst is de verwachting dat dit niet heel kansrijk zal zijn. De gemeente zal het bekijken. Er zijn

verschillende opties genoemd door EDO. De wethouder wil eerlijk zeggen dat hij de kans op succes daarvan niet groot acht, maar niet geschoten is altijd mis. Met de gekozen formulering in de motie

kan de wethouder uit de voeten. Daarom lijkt het hem verstandig om de motie aan de raad te laten.

De wethouder heeft het signaal van de PvdD over de bomen en het parkeren duidelijk meegekregen. In de motie wordt gesproken over een concretisering van het huidige plan. In dat huidige plan is er geen sprake van het kappen van bomen. Dit is dus niet aan de orde. Er wordt één boom geveld.

De heer Van Heuven (PvdD) hoorde de wethouder eerst zeggen dat er geen bomen gekapt worden en daarna zegt hij dat er één gekapt wordt. Als er in de loop van de plannen meer bomen gekapt zullen worden, wil hij graag dat de raad hierover ingelicht wordt en zodanig dat het nog voorkomen kan worden.

De heer Van Ooijen (wethouder) neemt dit mee wanneer het college in het najaar terugkomt op de uitwerking van de motie.

De ChristenUnie had het over de betrokkenheid van meerdere afdelingen. Deze vraag behoeft altijd aandacht. In dit geval is dat zeker het geval. Dit heeft alles te maken met de samenwerking tussen

Ruimtelijke ontwikkeling en Sportbeleid, maar ook tussen Vastgoedontwikkeling en Sportbeleid. De

capaciteitsberekening vorig jaar lag niet aan de samenwerking tussen afdelingen, maar was gewoon een interne aannamefout. Niet alles is dus aan de samenwerking te wijten. Het signaal is echter

helder. Het is niet zo eenvoudig om hiervoor een opdracht weg te zetten, maar de wethouder zal hiervoor met zijn collega’s aan de slag gaan.

De heer Wijmenga (ChristenUnie) heeft een halve toezegging gehoord en probeert het iets concreter

te maken. Hij constateert dit probleem niet specifiek bij sport en spreekt dus ook niet specifiek deze

27

Raadsvergadering van 15 juli 2021 wethouder erop aan. Misschien kan het college bijvoorbeeld bij de Programmabegroting meer

informatie geven over hoe het dit zelf ziet. Dan kan er bekeken worden of er bijvoorbeeld meer geld nodig is of dat de organisatie anders ingericht moet worden. De heer Wijmenga hoort graag een iets concretere toezegging.

De heer Van Ooijen (wethouder) wil het toch houden bij het sportbeleid, omdat hij niet vanaf dit onderwerp de gehele gemeentelijke samenwerkingswijze kan bekijken. Hier kan hij direct op

terugkomen bij de begroting. Er spelen inderdaad nog andere trajecten, bijvoorbeeld de aanpak van Nieuw Welgelegen. Ook hier wordt intensief samengewerkt tussen verschillende disciplines van de gemeente. Ten aanzien van de bredere vraag is het lastig om hier een afspraak te maken.

De heer Wijmenga (ChristenUnie) zou het op prijs stellen als hij dit meeneemt naar het college en aan collega’s vraagt of dit punt speelt. Wellicht kan het college zelf met een initiatief komen. De heer Van Ooijen (wethouder) zal dit meenemen. De heer Van der Zweth (PvdA) had gevraagd of excuses maken niet het minste was wat de wethouder zou kunnen doen. De VVD en de SP vroegen hier ook naar.

De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat de wethouder het in de commissie over een figuurlijk half veld had. De motie roept op om de belangen van de verenigingen voorop te stellen. In relatie tot de vraag van de heer Van der Zweth vraagt de heer Van Steeg hoe de wethouder daar nu op terugkijkt en hoe men van daaruit weer verder gaat.

De heer Van Ooijen (wethouder) heeft in de commissie gereflecteerd op de vraag naar excuses. Hij

ziet geen aanleiding om daarop terug te komen. Hij heeft daar zijn woorden gewogen en gekozen en hier blijft hij bij.

De wethouder weet niet precies waar het figuurlijk half veld vandaan komt. Hij heeft niet gezegd dat er een recht bestaat op een figuurlijk half veld, maar dat er in de stukken 0,5 staat bij de

trainingscapaciteit. Met die 0,5 worden niet de exacte afmetingen van 0,5 wedstrijdveld bedoeld,

maar 0,5 wedstrijdveld in figuurlijke zin. De wethouder heeft vier sportparken genoemd waar niet de exacte afmetingen van een wedstrijdveld worden gehanteerd. Over geen van die sportparken is ooit een debat geweest met betrekking tot die afmetingen. Het verbaast de wethouder dus zeer dat de

raad hier zo op aanslaat. Die 0,5 is op geen enkele manier te lezen als de exacte afmetingen van het veld, dus als 25 bij 65 meter.

De heer Van der Zweth (PvdA) hoorde dat de wethouder duidelijk aangeeft dat er geen excuses worden gemaakt. Dit is anders dan de heer Wijmenga aangaf. Er zijn dingen niet goed gegaan.

Verenigingen zijn hiervan de dupe. Verenigingen zijn tegen elkaar opgezet. Dan is toch het minste wat de wethouder kan doen excuses aan die verenigingen maken?

De heer Van Ooijen (wethouder) heeft vanaf het begin ruiterlijk erkend dat er fouten zijn gemaakt. De verenigingen hebben hem nooit gezegd dat onvoldoende te vinden. De wethouder heeft ook al eerder gezegd dat het college, als het fouten maakt, de schade die hierdoor berokkend is volledig compenseert. Noch in het gesprek met EDO, noch in dat met de hondenvereniging, is er gevraagd

om excuses. Zij hebben ook niet aangegeven wat dit zou betekenen voor de inzet van de gemeente.

28

Raadsvergadering van 15 juli 2021 Als het een semantische discussie is en de heer Van der Zweth dit zo belangrijk vindt, dan doet de

wethouder het van harte. Hij heeft de fouten namelijk al erkend, maar ziet niet in wat hij nog extra kan doen. Als het semantisch zo belangrijk is, maakt de wethouder bij dezen zijn excuses.

De heer Van der Zweth (PvdA) heeft zelden in zijn leven een minder gemeend excuus gehoord. Een vereniging hoeft niet te vragen om een excuus. Er zijn dingen niet goed gegaan. De wethouder

erkent dat. Er worden dingen gedaan om dat te verbeteren. De wethouder geeft dat aan. Maar de

verenigingen zijn de dupe, ze zijn tegen elkaar opgezet en zijn boos over hoe het is gegaan. Daar

passen excuses bij. De heer Van der Zweth is blij dat de wethouder het nu heeft gezegd en hoopt dat deze het ook nog wat meer gemeend kan zeggen en kan overbrengen naar de verenigingen zelf. De heer Van Steeg (CDA) is ook blij dat de wethouder dit gezegd heeft en vindt niet dat dit op

initiatief van de verenigingen had hoeven gebeuren. Dit helpt naar de toekomst toe. Daar is de motie ook op gericht. Het figuurlijke halve veld hangt hier wel samen. Het gaat om de beperkte capaciteit

op dit sportpark. Als er dan gesproken wordt over een "figuurlijk half veld" dat in de praktijk steeds kleiner wordt, heeft dat wel consequenties voor het vertrouwen tussen de verenigingen en de gemeente. Ziet de wethouder dat? In relatie hiertoe zijn excuses belangrijk.

De heer Van Ooijen (wethouder) begrijpt heel goed dat iemand, wanneer hij "0,5" leest in de stukken, vraagt of de gemeente zich wel aan diens eigen norm houdt. Hij heeft deze vraag nota bene zelf ook gesteld. Hij heeft hier intensief overleg over gehad. Daarom heeft de gemeente hier zelf de KNVB bij betrokken. Dat ging over het trainingsveld. De gemeente heeft hiernaar gevraagd, nog voor de

verenigingen dat deden. De wethouder begrijpt de vraag dus en begrijpt ook dat er expliciete uitleg nodig is.

De heer Van Dalen (VVD) hoorde dat de wethouder met de motie uit de voeten kan, maar dat hij de

kans op succes heel klein achtte. Een motie is een opdracht. Er niet uitkomen is dus geen optie. De

heer Van Dalen hoort de wethouder dus graag zeggen dat hij aan de slag gaat en ervoor zal zorgen dat het gaat lukken.

De heer Van Ooijen (wethouder) antwoordt dat hij graag de uitdaging aangaat om buiten de

gebaande paden na te denken, maar dat een aantal uitgangspunten gerespecteerd moet worden. In de motie wordt gezegd dat er een betere oplossing moet komen voor alle betrokken clubs. Als een oplossing misschien één club helpt, maar niet alle clubs, is die oplossing daardoor misschien niet hanteerbaar. De wethouder kan geen garantie geven aan alle clubs dat het beter is als er een inpassing komt buiten het sportpark.

De heer Van Dalen (VVD) hoort nu eigenlijk dat de wethouder zegt dat hij achterover gaat leunen. De heer Van Dalen wil juist dat er een oplossing komt voor al deze clubs en niet dat de wethouder iedere letter zo probeert te framen dat het hem goed uitkomt.

De voorzitter stelt dat een motie een opdracht aan het college is. Hij hoorde de wethouder zeggen dat deze ermee aan de slag wil.

De heer Van der Zweth (PvdA) wil graag van de wethouder weten of hij zijn excuses ook nog, op een gemeende wijze, aan de verenigingen gaat maken.

29

Raadsvergadering van 15 juli 2021

De heer Van Ooijen (wethouder) antwoordt dat hij bij beide clubs die hierdoor geraakt zijn heeft aangegeven dat de gemeente fouten heeft gemaakt. Hij zal bij de verenigingen aangeven dat de

fouten te wijten zijn aan gemeentelijk handelen. Als de heer Van der Zweth wil dat hij daar ook zijn excuses bij maakt, doet hij dat met liefde. Het college heeft de fouten erkend en dit weten de verenigingen heel goed.

De heer Van der Zweth (PvdA) waardeert dit en is benieuwd wat er volgt uit de uitvoering van de motie.

De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde. 12. Raadsvoorstel Intrekking Verordening op de elektronische bekendmaking en kader Regelgevingsbeleid.

De heer Bakker (D66) dankt het college voor de brief, waarin antwoord wordt gegeven op een aantal vragen. De pilot in Vleuten-De Meern komt er. De VVD deed deze suggestie. D66 steunt die. D66

steunt ook het idee om dit via sociale media flink onder de aandacht te brengen. In de brief staat dat er zo’n driemaal per week iemand langskomt op het stadskantoor om de stukken te lezen. Het leek of het college dit weinig vond, maar het zijn toch zo'n 150 contactmomenten met betrokken bewoners. Dit zou het college moeten koesteren.

De heer Van Deún (PVV) had in de commissie al gesproken over de klantvriendelijkheid van dit

voorstel en het op meerdere plaatsen fysiek laten inzien van stukken, zoals het stadhuis, dat toch het middelpunt van de politiek zou moeten zijn. De wethouder zegt geen geld te hebben om op

meerdere plaatsen in de stad stukken fysiek ter inzage te leggen. Dat is een politieke keuze. Politiek is het verdelen van geld. Inwoners die niet zo digitaal vaardig zijn of grote afstanden naar het

stadskantoor moeten afleggen, worden hierdoor benadeeld. Waar blijft Utrecht dan met de term "inclusieve stad"? Het zou niet zo veel hoeven kosten om na een uitdrukkelijk verzoek van een

inwoner de door hem gevraagde stukken fysiek of digitaal ter inzage te leggen op het wijkbureau. Hierop dient de heer Van Deún motie 245 (Wees klantvriendelijk naar inwoners van Vleuten-De Meern en Leidsche Rijn) in. Hierin wordt het college opgedragen om bewoners van de

bovengenoemde wijken in de gelegenheid te stellen om op hun uitdrukkelijke verzoek stukken in te kunnen zien op het Wijkservicecentrum Vleuten-De Meern.

Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt wat de heer Van Deún nog extra wil ten opzichte van de suggestie van de heer Gilissen en haarzelf in de commissie. Naar aanleiding hiervan heeft het college deze locatie opgenomen als inzagelocatie.

De heer Van Deún (PVV) zou een toezegging van de wethouder willen hebben dat het ook op andere

wijkbureaus zou kunnen. Natuurlijk wordt het wat sterker door de locatie Leidsche Rijn in een motie vast te leggen, maar waarom zou het niet ook in Tuindorp kunnen? Het gaat maar om een aantal gevallen. Als een inwoner uitdrukkelijk verzoekt om de stukken in te kunnen zien op een locatie nabij diens woning, zou dit moeten kunnen. Hoe denkt het CDA hier overigens over?

30

Raadsvergadering van 15 juli 2021

Mevrouw Zwinkels (CDA) antwoordt dat ook zij zou willen dat het bij wijze van spreken op elk wijkbureau ter inzage kan worden gelegd, maar ziet ook dat dit bepaalde kosten met zich

meebrengt. Zij is benieuwd of de wethouder hier mogelijkheden toe ziet. Eerder heeft mevrouw

Zwinkels aan wethouder Voortman gevraagd of er fysiek veel meer informatie verstrekt kon worden

op de verschillende wijkbureaus. Vorig jaar is er met een verzamelamendement geld vrijgemaakt om de dienstverlening op de wijkbureaus te verbeteren. Dat was toen allemaal niet mogelijk. Dat geld is toen vrijgemaakt voor een voorstel van de VVD over het thuis laten bezorgen van de paspoorten.

Mevrouw Zwinkels wil graag met de heer Van Deún het serviceniveau in Vleuten-De Meern en andere wijken blijven verbeteren. Ze komt zelf nog met een ander voorstel op dit punt.

Het CDA is blij met de toezegging dat het wijkservicebureau in Vleuten-De Meern nu wordt

meegenomen. Aanvullend zou het graag zien dat het stadhuis een derde locatie wordt waar, door een slimme koppeling te maken met het wijkbureau, de stukken ook ter inzage kunnen worden gelegd. Mevrouw Zwinkels vraagt een toezegging aan de wethouder.

De heer Wijmenga (ChristenUnie) valt in voor mevrouw Streefland. De fractie heeft een vraag over het digitaliseren. In de brief geeft het college aan dat er gestopt wordt met de aankondigingen in de huis-aan-huisbladen. Voor de digitaal minder vaardige inwoners wordt er een andere oplossing

gezocht. In de brief staat dat dit via sociale media wordt gedaan. Dit is niet het handigste alternatief

voor de digitaal minder vaardige inwoners. Kan het college niet toch in de huis-aan-huisbladen kort aankondigen waar de stukken ter inzage liggen? Dan gebeurt het veel korter dan hoe de

aankondigingen nu gedaan worden, maar is er wel een oplossing voor de digitaal minder vaardige inwoners.

Mevrouw Klein (wethouder) stelt in reactie op de motie van de PVV dat het college juist geregeld

heeft dat mensen terechtkunnen in het wijkservicecentrum Vleuten-De Meern om stukken in te zien. Dit is een mooie oplossing voor de zorgen die de raad had. De wethouder wil de motie ontraden, omdat het probleem inmiddels is opgelost.

De heer Van Deún (PVV) vroeg om een toezegging om dit ook mogelijk te maken op de andere

wijkbureaus. De stukken hoeven alleen ter inzage gelegd te worden na uitdrukkelijk verzoek, want

het moet niet te veel geld kosten. De wethouder heeft gezegd dat het om een beperkt aantal mensen gaat.

Mevrouw Klein (wethouder) antwoordt dat je moet kunnen voldoen aan de bijbehorende waarborgen, wanneer je dit op meerdere plekken wilt doen. De plekken waar de stukken liggen in de wijkbureaus moeten bijvoorbeeld ook toegankelijk zijn. Er moet voldaan worden aan digitale veiligheid.

Informatie die op de computer wordt opgezocht, moet weer worden weggehaald, zodat niet iedereen kan zien wat iemand heeft opgezocht. Hierdoor is het niet gratis.

Het CDA vroeg of de stukken ook op het stadhuis ter inzage kunnen liggen. De advertentiekosten

verdwijnen en die kunnen gebruikt worden om meer mogelijk te maken. De wethouder zegt toe om te bekijken of het ook op het stadhuis kan. Voor de Programmabegroting zal ze aan de raad laten

weten of het gelukt is. Er moeten nog wel een aantal dingen uitgezocht worden voordat kan worden toegezegd dat het gaat gebeuren. De wethouder zal in een brief laten weten of het kan.

Mevrouw Zwinkels (CDA) is blij met de toezegging van de wethouder, maar zou het graag eerder

31

Raadsvergadering van 15 juli 2021 willen weten. Als er een koppeling met de Programmabegroting gemaakt wordt, voelt het voor

mevrouw Zwinkels alsof zij moet zorgen voor een dekking, die eigenlijk helemaal niet nodig is. Dit kan snel en pragmatisch mogelijk gemaakt worden op het stadhuis, dat "het huis voor de democratie" wordt genoemd.

Mevrouw Klein (wethouder) antwoordt dat zij in oktober met de brief zal komen.

De fractie van de ChristenUnie vroeg nog naar de digitaal minder vaardigen. Het klinkt dubbel, maar mensen die niet iets op een website opzoeken, zien en lezen wel dingen op Facebook. Dat heeft de gemeente niet bedacht, maar dit is in de praktijk zo. Het is niet het enige medium. Tot 1 januari worden de berichten nog in VAR en DUIC gepubliceerd.

Mevrouw Zwinkels (CDA) bedankt de wethouder voor de toezegging om in oktober met de brief te komen. Zij zal op dit punt geen motie indienen. Ze wil er nog aan toevoegen dat dit ook een wens was van een aantal andere partijen, waaronder de VVD, D66 en GroenLinks.

De heer Van Deún (PVV) trekt motie 245 in, omdat hier met name Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern in worden genoemd. Hierop dient de heer Van Deún motie 246 (Wees klantvriendelijk naar inwoners van alle wijken) in. Hierin wordt het college opgedragen om bewoners in de gelegenheid te stellen

om op hun uitdrukkelijke verzoek stukken in te kunnen zien op het wijkbureau van hun eigen wijk. Mevrouw Klein (wethouder) had al aangegeven dat dit niet kon. Ze ontraadt motie 246 dus. De voorzitter meldt dat later vandaag over dit voorstel gestemd zal worden. Daarop schorst de voorzitter de vergadering tot 14.00 uur. Na hervatting stelt de voorzitter aan de orde: 13. Raadsvoorstel Vaststelling Utrecht Dichtbij: de tienminutenstad. Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040. De voorzitter verzoekt om het commissiedebat niet over te doen, niet te veel in herhaling te vallen en zo effectief mogelijk naar besluitvorming toe te werken.

De heer Van Deún (PVV) beschouwt het raadsvoorstel en het Mobiliteitsplan samen. De voorstellen

zijn in strijd met het EU-recht en kunnen dus niet worden vastgesteld. In juni 2020 sprak hij voor het eerst over de uitspraak van het Europese Hof van Justitie, het Arrest van Nevele. Een motie van de

PVV, Stadsbelang Utrecht en DENK haalde het toen niet. De recente uitspraak van de Raad van State zegt dat de wetten van de EU voorrang hebben op het recht van de lidstaten. De SMB-richtlijn geldt dus ook onverkort in Nederland. De staatssecretaris schreef al dat het Activiteitenbesluit opnieuw

moet worden geschreven en er een milieubelastingonderzoek moet plaatsvinden. Dit duurt anderhalf tot twee jaar. Dit raakt alle plannen en projecten die enige milieubelasting kunnen veroorzaken.

In de commissie heeft de wethouder een memo toegezegd over de juridische consequenties. Het

memo was een half A4’tje met een samenvatting van de brief van de staatssecretaris, maar zonder

juridische onderbouwing waarom de voorliggende raadsbesluiten niet onder de SMB-richtlijn zouden vallen. De juridische overwegingen van de PVV staan in een conceptbrief, die naar alle raadsleden wordt gestuurd. De inwoners van Utrecht hebben het recht om te weten wat de impact van deze

32

Raadsvergadering van 15 juli 2021 plannen is op hun gezondheid en hun leefomgeving. Het college gaat daaraan voorbij. De PVV wil graag een reactie van het college.

Mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) vindt dat deze RSU in veel opzichten een vooruitgang is

vergeleken met de RSU die door het vorige college werd opgesteld. De PvdD vraagt zich af hoe lang

na een collegewissel de RSU doorloopt en vindt 2040 daarom misschien wat ambitieus. In deze RSU is er meer oog voor duurzaamheid. Er is voldoende aandacht voor de noodzakelijke mobiliteits-

transitie en er wordt gewerkt aan een gezonde leefomgeving voor mensen. In hoofdstuk 4 wordt ook de biodiversiteitscrisis geagendeerd. De terugloop van soorten wordt alarmerend genoemd, maar aan maatregelen ontbreekt het. Daarom dient de PvdD mede namens de SP amendement 65 in, "Publieksvrije zones voor de Utrechtse biodiversiteit". Het dictum luidt:

Aan beslispunt 7 van het raadsvoorstel het volgende punt toe te voegen: "Er blijft plek waar

biodiversiteit en ecologie niet verstoord worden, door de huidige publieksvrije zones in stand te houden en rekening te houden met het toevoegen van publieksvrije zones op plekken waar het

netwerk van het leefgebied van Utrechtse soorten drukker wordt, waarbij bij de afmeting rekening houdt met de schaal van het groen in die wijk."

De PvdD vreest dat door de nieuwe tramlijnen heel veel groen verloren kan gaan. De manier waarop ze nu indicatief in de plaatjes zijn ingetekend is zorgwekkend, omdat dit veel in het groen is. De

stelling van het college dat groen zoveel mogelijk gespaard gaat worden stelt niet gerust, want dat is

te algemeen. Daarom dient de PvdD mede namens SP en GroenLinks amendement 66 in, "Geen trams in het groen". Het dictum hiervan luidt: Aan beslispunt 7 van het raadsvoorstel toe te voegen:

1. op pagina 161 achter "20. Studie doortrekken Tram 22 richting Zeist met aandacht voor de

aanwezige infrastructuur en de landschappelijke kwaliteiten" wordt toegevoegd de woorden: "waarbij de landgoederen Oostbroek en Amelisweerd in principe niet doorkruist worden".

2. op pagina 165 van de RSU achter "8. Waterlinielijn als directe HOV-verbinding tussen PapendorpWestraven Lunetten Koningsweg en USP. Zorgvuldig ruimtelijk ingepast zodat de nieuwe infra-

structuur geen nieuwe barrière vormt tussen de omliggende gebieden." worden toegevoegd de woorden: "Waarbij plekken met ecologische waarde, waaronder in elk geval het Koppelpark in

Lunetten en de landgoederen Oostbroek en Amelisweerd, in principe niet doorkruist worden." De heer Te Hoonte (VVD) maakt een punt van orde. Hij wil van de griffier horen hoe de besluitvorming vandaag gedaan wordt. Hij heeft zelf alles over mobiliteit doorgeschoven naar het

Mobiliteitsplan, maar nu gaat het hier wel over mobiliteit. Er wordt ook over alles in één keer gestemd.

Mevrouw Van Hall (griffier) antwoordt dat alle moties en amendementen in stemming worden

gebracht bij het agendapunt dat wordt aangehaald in de aanhef van de motie of het amendement. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of dit betekent dat wanneer in het Mobiliteitsplan iets wordt

aangepast wat niet goed in de RSU zit, dit in beide besluiten op elkaar wordt afgestemd. Of moet daar in een volgende ronde weer een besluit over komen?

Mevrouw Van Hall (griffier) antwoordt dat dit in het oordeel van het college meegenomen zou moeten worden.

Mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) stelt voor om op alle plekken waar in beleidsdocumenten

33

Raadsvergadering van 15 juli 2021 die tramlijnen in het groen staan ingetekend deze toevoegingen te noemen.

Ze dient ook motie 247 "Scenario met minder groei of langzamere groei " in. Aan het optimaal

stimuleren en faciliteren van groei zit een grens. Volgens de PvdD is het een politieke keuze om te bepalen waar die grens ligt. Het centraal stellen van het doel om te groeien is een verkeerd

fundament. Ze vraagt het college ook rekening te houden met minder groei. Ook zonder groei moet Utrecht in 2030 klimaatneutraal zijn en moet de Barcode voor de bestaande stad op orde komen.

Deze motie wordt mede ingediend door de SP. De motie draagt het college op bij de uitwerking van

de RSU 2040 ook een scenario uit te werken waarin rekening gehouden wordt met langzamere groei en kleinere groei en daarbij voor de raad inzichtelijk te maken welke ambities in dat scenario prioriteit krijgen en op welke ambities bezuinigd wordt.

Mevrouw De Koning (GroenLinks) vraagt wat de boodschap van mevrouw Sasbrink aan woningzoekenden is, als zij minder groei voorstelt. Waar moeten die mensen een thuis vinden?

Mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) antwoordt dat je door bedrijven en allerlei voorzieningen

aan te trekken, ook meer woningen nodig hebt. Als de raad meer lightrailverbindingen wil, moeten er ook meer woningen komen, anders is het niet rendabel. Je komt zo in een vicieuze cirkel. De PvdD

zegt niet dat er helemaal geen groei moet zijn, maar er moet worden nagedacht op welke manier dit gebeurt en waar. Bij de afgelopen Voorjaarsnota moesten ingeplande investeringen worden teruggedraaid, omdat er niet genoeg groei was.

Mevrouw De Koning (GroenLinks) zou mevrouw Sasbrink willen uitdagen om verder te kijken dan

alleen naar Utrecht Stad. Als je mensen in Utrecht geen thuis biedt, moeten ze misschien in Lopik gaan wonen, waar geen treinstation komt en ze dus afhankelijk zijn van de auto. Hetzelfde geldt

voor de bedrijven. Als mensen naar hun baan in een andere stad moeten reizen, is dat veel minder duurzaam dan wanneer je de groei hier in Utrecht faciliteert. Hoe ziet mevrouw Sasbrink dat?

Mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) meent dat het verstandig is om te kijken waar de grens aan die groei zit. Je kan de groei voor een deel in Utrecht faciliteren. De PvdD steunt veel bouwplannen, maar niet allemaal. Het wordt niet fijner wonen als je met z’n allen op elkaar woont. Dat geldt voor

bestaande inwoners en nieuwe inwoners. Wat kan de gemeente wel en niet betalen van al die mooie wensen in de RSU als het minder gaat met de economie en er minder groei is?

De heer Te Hoonte (VVD) vraagt waarom GroenLinks Rijnenburg niet wil toevoegen aan de plancapaciteit als zij het zo belangrijk vindt dat er geen uitleglocatie komt.

Mevrouw De Koning (GroenLinks) legt uit dat het toevoegen van een woning in Rijnenburg leidt tot

20%-30% meer autogebruik dan een woning dichter bij de stad. Dit plan laat zien dat het mogelijk is om 60.000 woningen in de stad bij ov-knooppunten en voorzieningen te bouwen. Daarom is het voor GroenLinks niet nodig om voor een niet-duurzame keuze zoals Rijnenburg te gaan.

De heer Schipper (SP) maakt een punt van orde. Er is afgesproken dat er geen driehoeksdebatjes zouden plaatsvinden.

De voorzitter onderschrijft dit en stelt dat deze meningen al eerder zijn gewisseld.

34

Raadsvergadering van 15 juli 2021 De heer Schipper (SP) legt uit wat de punten in de RSU zijn die wringen voor de SP. Dat is onder

andere de mate van verdichting in bijvoorbeeld Overvecht en Utrecht Zuidwest. De SP is niet zeker

dat de benodigde middelen voor de infrastructuur beschikbaar zullen zijn en steunt daarom de motie van de PvdD.

Een ander punt is het verkeer. De manier waarop het openbaar vervoer geregeld is en geregeld dreigt te gaan worden, maakt dat de SP denkt dat de ambities niet haalbaar zijn.

De wethouder gaf drie toezeggingen in de commissie. Een daarvan was dat er een strekt ter

vervanging zou komen over de A27, een disclaimer. De strekt ter vervanging is wel erg bescheiden. Is het college bang voor Den Haag als het zich blijft verzetten tegen verbreding? De strekt ter

vervanging staat echter niet in het raadsvoorstel. Daarom dient de SP mede namens GroenLinks,

Student & Starter, PvdD, ChristenUnie en D66 amendement 67 "Bezwaar tegen verbreding A27 ook expliciet opnemen in het raadsvoorstel RSU" gemaakt. Het dictum hiervan luidt: -

Een nieuw beslispunt 7 op te nemen, luidende: "De verbreding van de A27 is in de RSU

ingetekend op basis van het door de Minister van IenW ondertekende Tracébesluit. De gemeente Utrecht handhaaft haar bezwaren tegen de verbreding. Indien om welke reden dan ook geen uitvoering aan het Tracébesluit wordt gegeven wordt de RSU 2040 hierop aangepast." -

De oorspronkelijke beslispunten 7 en 8 door te nummeren naar respectievelijk 8 en 9.

De heer Işik (PvdA) zegt dat hij had aangegeven dat hij het amendement ook mede wilde indienen. De voorzitter zegt dat dat niet meer kan omdat het al is ingediend. De heer Işik kan wel voor stemmen.

De heer Schipper (SP) dankt de PvdA voor de steun. Met dit amendement en het steunen van diverse voorstellen van anderen zal het standpunt van de SP duidelijk worden.

Mevrouw Oosters (Student & Starter) is bij deze RSU op zoek naar levendigheid. Ze mist de ruimte

voor ontmoeting, creativiteit en leuke dingen. Daarom dient ze motie 248 "Utrecht levendige stad" in die het college opdraagt:

1. In de uitwerkingen van de Ruimtelijke Strategie Utrecht ruimte voor levendigheid (horeca, recreatie en ontmoeting) in de Barcode voor Gezond Stedelijk leven in te passen;

2. Levendigheid onderdeel te maken van de stadsbeelden (met name de toekomstbestendige, compacte en inclusieve stad).

Verder mist ze aandacht voor evenementen in de stad. De ruimte in de stad is schaars. De

organisatie van evenementen komt in het geding door het schuren van leuke dingen en de mensen die daar last van hebben. Daarom dient ze motie 249 "RSU zoek ruimte voor creativiteit en evenementen" in, die het college opdraagt om: -

Met als voorbeeld Thuishaven in Amsterdam, of NYMA in Nijmegen, op zoek te gaan naar

creatieve evenementenlocaties in Utrecht; -

De resultaten hiervan mee te nemen en te verwerken in de uitwerkingen van de Ruimtelijke

Strategie Utrecht.

Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft een vraag over de vertraagde stad. Dit is juist toegevoegd aan de RSU, omdat het nog ontbrak. Als een paar plekken rustiger worden ingericht, betekent dit toch juist dat de rest van de stad heel levendig is? Waarom is dit een probleem voor Student & Starter?

35

Raadsvergadering van 15 juli 2021 Mevrouw Oosters (Student & Starter) ziet dat anders. Student & Starter vindt het goed dat die toe-

voeging is gedaan, maar ziet daarmee de noodzaak om ook aan te geven dat veel mensen juist naar die levendigheid zoeken. Dat ziet ze nu niet genoeg terug in de RSU.

Mevrouw Zwinkels (CDA) verbaast zich over dit antwoord. Student & Starter heeft het ook gehad over de mentale gezondheid van studenten. Studenten geven vaak aan dat ze juist ook tot rust willen

komen in een stad, waar niet alles hoeft en het altijd druk is. Telt dit niet voor Student & Starter? Mevrouw Oosters (Student & Starter) vindt dit een bizarre tegenstelling. Natuurlijk is Student &

Starter ook voor rust en natuurlijk staat zij achter de mentale gezondheid van studenten. Maar het is ook belangrijk voor de mentale gezondheid dat er een plek is om je uit te leven zonder dat dat gaat

schuren met andere bewoners in Utrecht. Daarom is deze motie nodig. Ze begrijpt niet waarom deze tegenstelling gemaakt wordt.

Mevrouw Zwinkels (CDA) legt uit dat ze de opmerking maakt, omdat mevrouw Oosters zelf de tegenstelling heeft geïntroduceerd.

Mevrouw Oosters (Student & Starter) wil bouwen boven het spoor nog niet afschrijven. Dat doet het college nu wel door het expliciet niet in de RSU op te nemen. Daarom dient ze motie 250 "Bouwen

boven het spoor" in die opdracht geeft nader onderzoek te doen en de mogelijkheden mee te nemen in de uitwerking van de RSU.

De heer Te Hoonte (VVD) zoekt naar wat mevrouw Oosters wil. Er ligt een dik rapport over bouwen boven het spoor. De conclusie was dat dit best lastig is en daarom nu niet wordt gedaan. Wat verwacht mevrouw Oosters van een nieuw onderzoek?

Mevrouw Oosters (Student & Starter) legt uit dat in de brief staat dat wanneer men dit wil doen meer onderzoek nodig is. In de toekomst ziet men hier meer mogelijkheden toe. Daarom wil Student &

Starter in een toekomstvisie zoals de RSU dit onderzoek verder aanpakken. Op de korte termijn is het niet haalbaar, maar voor de lange termijn wil ze het nog niet afschrijven.

De heer Te Hoonte (VVD) heeft in de brief gelezen dat er gedegen onderzoek is gedaan en dat het niet gaat lukken. Misschien kan het college dit duiden.

Mevrouw Oosters (Student & Starter) gaat verder met roeiwater. Daarvoor is ruimte nodig, maar dat kan niet op het Merwedekanaal, want dat is te druk. Roeiverenigingen vervullen een grote maat-

schappelijke rol en leveren Olympiërs af. Daarom is meer roei- en recreatiewater nodig. Rijnenburg

is daarvoor de sleuteloplossing. Daarom dient ze motie 251 "Realiseer roeiwater nu echt" in, die het college opdraagt:

In de uitwerking van de RSU 2040 roei- en recreatiewater op te nemen en dit concreter uit te werken op een aantal punten, zoals samenwerking, financiering en planning.

De heer Wijmenga (ChristenUnie) heeft een vraag over de motie, want ook hier is onderzoek naar geweest. Er waren geen financieringsroutes, terwijl de verwachte kosten € 45 miljoen bedragen. Welke creatieve bronnen heeft mevrouw Oosters in gedachten?

36

Raadsvergadering van 15 juli 2021 Mevrouw Oosters (Student & Starter) antwoordt dat Student & Starter niet overtuigd is dat dit

onderzoek genoeg resultaat heeft opgeleverd om daar een conclusie uit te trekken. Zij denkt dat met Europese subsidies meer behaald kan worden. Er kan gekeken worden naar regionale en nationale samenwerkingen.

Omdat de RSU kaders bepaalt voor hoe Utrecht ingericht wordt tot 2040 vindt Student & Starter dat

de inzet op een afvalvrije economie, hergebruik, recyclen, upcyclen en een betere afvalscheiding ook hier past. Daarom dient ze motie 252 "Recycle- en upcyclestation en circulaire bedrijvigheid horen

ook in de RSU" in, die het college opdraagt om een upcyclestation een plek te vinden in de RSU en te zoeken naar meer ruimte voor circulaire bedrijvigheid.

Mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) heeft een vraag over de motie. Moet dit volgens Student & Starter binnen de bestaande milieucontouren een plek vinden of willen ze de milieucontouren gaan oprekken voor dit plan?

Mevrouw Oosters (Student & Starter) antwoordt dat zij hier technisch niet goed genoeg inzit. Ze komt er later op terug.

De heer Te Hoonte (VVD) heeft bij de Merwedekanaalzone gevraagd hoe daar omgegaan wordt met

grofvuil. Daar zijn antwoorden op gekomen. Is dat niet al een eerste stap naar wat mevrouw Oosters wenst? Is dit daarom niet een overbodige motie?

Mevrouw Oosters (Student & Starter) vindt niet dat dit al in hun wens voorziet. Ze ziet ook mogelijkheden op andere plekken in de stad, bijvoorbeeld Lage Weide. Dat is nog niet concreet genoeg, ook niet met het oog op de groei van de stad. In antwoord op mevrouw Sasbrink, wil zij aan het onderzoek overlaten om te bepalen wat daar het beste in past. Het moet natuurlijk vooral werkbaar zijn. Ze maakt een laatste punt over het groen. Waar er groei is, knelt dit met groen. Mensen genieten

graag buiten. Bij de groei van de stad hoort ook de groei van groen. Daarvoor moet steun vanuit het Rijk worden verkregen. Daarom dient ze motie 253 "Poen voor opschaling groen" in, mede namens GroenLinks, Partij voor de Dieren, PvdA, CDA en D66. Deze motie draagt het college op om samen met andere gemeenten op te trekken en een lobby richting het Rijk te organiseren.

Mevrouw De Koning (GroenLinks) zegt dat de woningnood in Utrecht en Nederland torenhoog is.

Veel Utrechters zitten klem op de woningmarkt. GroenLinks is blij dat deze RSU 60.000 woningen

aan de stad wil toevoegen tot 2040. Ze is ook blij met de keuze voor een compacte stad, waarin elke buurt bereikbaar en aantrekkelijk is, waar groen is in en om de stad en waar werk en voorzieningen lopend en fietsend snel te bereiken zijn. Ze noemt enkele punten die GroenLinks nog extra wil verankeren.

Bouw genoeg woningen. Het is nodig om plannen te maken voor meer woningen dan je rechtstreeks nodig hebt om te voorkomen dat er door tegenslag te weinig gebouwd kan worden. Daarvoor is de

woningnood te hoog. GroenLinks is blij dat in de strekt ter vervanging duidelijk is gemaakt dat 128% van de plannen in de stad gerealiseerd kan worden.

De heer Te Hoonte (VVD) heeft dit ook gezien. Maar hij heeft eerder een memo van het college

gekregen waarin stond dat dit niet kon en dat 60.000 het maximum was. Hoe beoordeelt mevrouw De Koning de informatievoorziening van het college op dit punt in de afgelopen RSU-periode?

37

Raadsvergadering van 15 juli 2021 Mevrouw De Koning (GroenLinks) antwoordt dat GroenLinks net als de VVD en D66 vanaf het begin

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=b6f6b5a0-8d83-420f-b5f6-c3d2a6741b77