12e raadsvergadering 12 december 2024
Tekst van het document
belangrijk vindt om toekomstige generaties te beschermen tegen de gevolgen van de klimaatcrisis. Deze belangen wil hij afwegen.
Voor amendement 245, van EenUtrecht, over Lage Weide, geldt hetzelfde advies als voor het eerdere amendement over Lage Weide.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat hij in zijn amendement van het focusgebied een zoekgebied maakt, omdat er veel onduidelijkheid is. Heeft de wethouder dat scherp?
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat hij dit scherp heeft, maar het college al een stap verder is in het proces. Het heeft al gekeken wat er kan en de raad heeft al uitspraken gedaan.
Vanwege de klimaatcrisis moeten alle opties die redelijk kunnen serieus genomen worden. Lage Weide is zo’n optie.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt dat Lage Weide op het gebied van externe veiligheid het slechtst scoort. Dan moet er toch iets opgelost worden?
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat de heer Dijkstra hier de kern raakt. Er moet iets opgelost worden. Zo zit het college in de wedstrijd. Het wil er nu dus voor gaan.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat oplossen zou kunnen betekenen dat je niet vasthoudt aan windmolens van 270 meter in het huidige focusgebied, maar kiest voor windmolens van 50 of 100 meter.
De heer Eerenberg (wethouder) is ingenieur van huis uit en stelt dat een oplossing begint met een
wit vel papier en het openhouden van alle scenario’s. De heer Dijkstra wil meteen richting geven aan de oplossing, ook al geeft die minder rendement. De wethouder kiest hier dus niet voor.
Motie 524, van D66, Maak tijdelijke zonnevelden in Rijnenburg-Noord mogelijk, adviseert de
wethouder positief. Nu bekend is dat het energielandschap permanent is, zou je in de tijdelijkheid verder kunnen gaan.
Over het energiesysteem, waar amendement 246 van Volt over gaat, zijn meerdere debatten
gevoerd. Dit is nog nooit door de raad vastgelegd. Het college kijkt hier op dezelfde manier naar, dus de wethouder geeft een positief advies.
Over amendement 247, Bescherm het cultuurhistorisch landschap van Haarzuilens, zegt de
wethouder hetzelfde als wat hij eerder zei over cultuurhistorie. Hij voegt eraan toe dat er al afgesproken is dat er voor Haarzuilens een beschermd dorpsgezicht geldt. Ook hier zal
energieopwek dus weer in samenhang moeten gaan met andere waarden. Het college is hier positief over.
De heer Te Hoonte (VVD) bevestigt dat er een cultuurhistorisch landschap is vastgesteld. Het college
Raadsvergadering van 12 december 2024
42
schrijft nu in het raadsvoorstel dat het wil kijken of die regels met voeten getreden kunnen worden. De uitkomst van de huidige regelgeving zou zijn dat daar niks met wind kan. Dit heeft het college zelf opgeschreven, maar nu stelt het voor om daarvan af te wijken. Het antwoord kan niet zijn om hier maar overheen te walsen.
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat de ernst van de klimaatcrisis inmiddels zo groot is dat
men bereid moet zijn om te kijken waar de grenzen liggen. Dat zou kunnen betekenen dat het debat
gevoerd wordt over eerder gestelde kaders en regels. De wethouder heeft echter ook aangegeven dat dit juist in dit gebied met respect voor de omgeving moet gebeuren, maar dat betekent niet dat er niks kan.
De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat er geen debat te voeren is als het klimaatprobleem alle
andere argumenten overbodig maakt. Plannen moeten voldoen aan de regelgeving. De gemeente gaat vaak onderuit bij de Raad van State. Dat zit hem misschien ook in deze manier van
beantwoording. Het lijkt de heer Te Hoonte goed om dit maar eens vast te leggen in de notulen. De wethouder geeft geen serieus antwoord op de vraag. De wethouder stelt voor om de vastgestelde regels te overtreden en maakt daar een raadsbesluit van. De VVD-fractie stelt voor om dat niet te doen. Daar kan de wethouder serieus op antwoorden.
De heer Eerenberg (wethouder) vindt dat hij wel een debat voert met de heer Te Hoonte, maar dat zij
het niet eens zijn met elkaar. Natuurlijk zijn er allerlei regels. Soms zijn er noodzakelijke redenen om naar die regels te kijken omdat het college een andere maatschappelijke opgave bovengeschikt vindt.
Amendement 248 over Lage Weide is ook van de VVD. De wethouder heeft al meermaals iets gezegd over het oordeel van het college over de kansrijkheid van Lage Weide, hoe ingewikkeld ook. Ook dit amendement ontraadt hij dus.
Het oordeel over motie 525, Winsten van windmolens voor iedereen, laat de wethouder aan de raad. Het is namelijk al beleid om bij grootschalige energieopwek een gedeelte van de baten te laten
landen in de omgeving of bij maatschappelijke opgaven. Dat is een bredere werkwijze dan in de motie wordt voorgesteld. Die roept namelijk op om een fonds te creëren dat mensen met lage
inkomens helpt bij verduurzaming. Daar zijn argumenten voor en tegen. Die afweging is aan de raad. Het kan technisch.
Met betrekking tot motie 526, van het CDA, Wees zorgvuldig met cultuurhistorische waarden, belicht de wethouder de andere kant van de afweging. Het college gaat zorgvuldig bekijken hoe
grootschalige energieopwek gecombineerd kan worden met de regels rondom cultuurhistorie. Het college zal de raad hierover een brief sturen. De wethouder adviseert deze motie dus positief.
Motie 527, van Horizon, 527 Digitale innovatie verwarmt ook!, ontraadt de wethouder om twee redenen. Ten eerste is het nog best een onderzoek. Hier is het college om financiële redenen
terughoudend in. Ten tweede is het niet efficiënt om een groot serverpark te bouwen, dat veel energie kost, om vervolgens de restwarmte te gebruiken.
Motie 528, van Student & Starter, Watt een kans, adviseert de wethouder positief. Het college is al
met energiecoöperaties in gesprek over de in de motie genoemde zaken. Het zit projecten niet in de weg en maakt ze niet moeilijker uitvoerbaar.
De voorzitter meldt dat agendapunt 27 sowieso nog voor 16.30 uur behandeld kan worden.
Agendapunten 28 en 29 gaan over urgente kwesties. Voor zover deze niet vanmiddag nog behandeld
Raadsvergadering van 12 december 2024
43
kunnen worden, zullen deze in een avondvergadering behandeld moeten worden. De voorzitter stelt voor om de agendapunten 30 en 31 van de agenda af te voeren.
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) wil de vastgestelde agenda vandaag afronden. Alles wat vandaag behandeld wordt, hoeft niet in het nieuwe jaar behandeld te worden.
De voorzitter constateert dat een meerderheid van de raad het met mevrouw Kleinrensink eens is. Mevrouw Meerding (VVD) concludeert dat de coalitiepartijen blijkbaar de afspraak hebben gemaakt
om de agenda af te maken, maar stelt dat de afspraak is om niet in de avond door te vergaderen. De VVD-fractie wil hieraan vasthouden.
De voorzitter had een ordevoorstel gedaan en meende zelfs dat mevrouw Meerding hier ook mee instemde.
Mevrouw Meerding wilde voor het voorstel van de voorzitter stemmen en dus niet voor het voorstel van mevrouw Kleinrensink.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) stelt dat de afspraak bestaat om in het avonddeel niet te
vergaderen, maar dat deze afspraak nu met voeten getreden wordt. Zo ontstaat er een glijdende schaal en is alles liquide.
De voorzitter antwoordt dat haar voorstel gebaseerd was op wat echt urgentie heeft. De
agendapunten 30 en 31 kunnen naar een andere dag, maar 28 en 29 niet. Hier moet de raad iets van vinden. Omdat men om 16.30 uur stopt, betekent dit helaas dat er vanavond sowieso kort
inhoudelijk vergaderd moet worden over ten minste die twee punten. Ze stelt voor om nogmaals over haar eerdere voorstel te stemmen.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) stelt dat er zo toch een precedent geschapen wordt. Dit vindt hij
vervelend. Dan bestaat de afspraak om ’s avonds niet meer inhoudelijk te vergaderen dus niet meer. De voorzitter antwoordt dat urgente voorstellen altijd uitgezonderd konden worden van dit voorstel.
Zij brengt dus nogmaals haar voorstel in stemming, waarbij vanavond alleen de agendapunten 28 en 29 behandeld worden en de agendapunten 30 en 31 naar de vergadering van januari worden verplaatst.
Hierna wordt bij handopsteken gestemd over het ordevoorstel van de voorzitter, waarna de voorzitter constateert dat er geen meerderheid voor het ordevoorstel is.
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) stelt dat de afspraak is dat de vergadering gepland wordt met
het idee om 's avonds niet te vergaderen. Vandaag haalt men dit niet en dus wordt de vergadering ’s avonds afgerond. Nu wordt steeds gedaan alsof afspraken niet worden nagekomen, maar dat is niet waar. De uitslag van de stemming is duidelijk en men kan dus door.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) stelt dat het voorstel van de voorzitter helemaal niet in stemming gebracht had hoeven worden, omdat er een afspraak bestaat. De afspraak is dat niet-urgente
Raadsvergadering van 12 december 2024
44
voorstellen doorgeschoven worden. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) stelt voor om vijf minuten te schorsen om naar de afspraken te kijken.
De heer Van der Zweth (PvdA) meent net als mevrouw Kleinrensink dat de afspraak was om te
plannen voor de ochtend en de middag en dat vervolgens bekeken wordt hoe het uitvalt. Bij anderen bestaat een ander beeld. Kan de afspraak in ieder geval voor de vergaderingen in het nieuwe jaar
duidelijk gemaakt worden? Nu is hij bereid om voor het voorstel van de voorzitter te stemmen en
tegen het voorstel van mevrouw Kleinrensink. Hij vraagt het DB om de afspraak voor de toekomst duidelijk te maken.
De voorzitter heeft het ondertussen opgevraagd bij de griffie. Die bevestigt de lezing van mevrouw Kleinrensink.
27. Afrondende besluitvorming na debat Beantwoording schriftelijke vragen zorgkosten voor minima. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) maakt zich zorgen over het afschaffen van de U-polis per 1 januari en de gevolgen daarvan. Als het aan de PvdA had gelegen was dit nooit gebeurd. Het minste wat de
gemeente nu nog kan doen is de U-polis en het afschaffen van deze zorgpolis voor minima goed evalueren, zodat met deze resultaten een goed debat gevoerd kan worden over hoe in Utrecht
mensen met een kleine portemonnee ondersteund kunnen worden met hun zorgkosten. Daarom dient mevrouw Raaijmakers motie 529 (Evaluatie U-polis) in, mede namens de fracties van
EenUtrecht, ChristenUnie, GroenLinks en PvdD. Hierin wordt het college opgedragen om een
evaluatie uit te voeren naar het functioneren van de U-polis en de gevolgen van de afschaffing ervan, maatschappelijke partners hierbij te betrekken, de kosten te dekken binnen het budget voor
onderzoek en advieskosten van de doelstelling Inkomenszekerheid van het programma Werk,
toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid en de raad over de uitkomsten in Q1 2026 te informeren.
Nu de gemeente in deze situatie zit, moeten bewoners goed ondersteund worden. In de commissie vroeg de PvdA aandacht voor de betalingsproblemen die het betalen van een dubbele premie kan
veroorzaken. De gemeente biedt een oplossing met een voorschotregeling op de bijstand, maar die
kon alleen tot eergisteren aangevraagd worden. Veel mensen zullen pas later overstappen. Mevrouw Raaijmakers vraagt de wethouder om de toezegging dat deze voorschotregeling ook in januari nog aangevraagd kan worden.
De heer Sungur (DENK) dient motie 530 (Verken mogelijkheden voor een nieuwe gemeentelijke zorgverzekeringspolis) in. Hierin wordt het college verzocht om samen met de overige G4gemeenten een verkenning te doen naar de mogelijkheden voor het ontwikkelen van een
gezamenlijke collectieve zorgverzekeringspolis, hierin specifiek te kijken naar de potentie voor kostenbesparing, de verbetering van zorgvoorwaarden en de administratieve haalbaarheid en
de uitkomsten van deze verkenning en eventuele vervolgstappen uiterlijk in het vierde kwartaal van 2025 met de gemeenteraad te delen.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) had een motie in voorbereiding over vroegsignalering. Na
ambtelijk overleg bleek dit niet het goede moment, maar de heer Van der Graaf hoort graag van de
Raadsvergadering van 12 december 2024
45
wethouder hoe dat nu werkt en wat er eventueel gedaan zou kunnen worden om de vroegsignalering te verbeteren. Kan zij toezeggen om dit mee te nemen in de brieven die zij al stuurt over armoedebeleid?
Mevrouw Voortman (wethouder) kan in antwoord op de vraag van de PvdA toezeggen dat voormalig houders van de U-polis ook in januari nog de voorschotregeling kunnen aanvragen.
De ChristenUnie vroeg om meer informatie over de vroegsignaleringsaanpak en wat er nog meer
mogelijk is. De wethouder kan toezeggen dat ze hierover zal schrijven in de dashboardbrief over Q1. Die verschijnt in het tweede kwartaal.
In motie 529 van de PvdA wordt het college opgedragen om de gevolgen van de afschaffing van de
U-polis te evalueren. Hierbij wordt ruimte geboden om de evaluatie in te vullen, op voorwaarde dat genoemde partijen betrokken worden. Hiermee is de evaluatie uitvoerbaar en meetbaar en sluit ze aan bij wat de wethouder al toegezegd heeft op het gebied van monitoring. In die zin is de motie
misschien niet nodig. De wethouder begrijpt de wens echter. In de commissie gaf de wethouder al aan dat het tijdspad kort is. Met het gevraagde in de motie kan alleen het lopende jaar zichtbaar
gemaakt worden en kunnen dus niet alle gevolgen in kaart worden gebracht. De wethouder laat het oordeel aan de raad.
Met betrekking tot motie 530, van DENK, merkt de wethouder op dat de raad net zelf het besluit
heeft genomen om de zorgpolis te beëindigen. Dit voert het college nu uit. Het getuigt niet van een betrouwbare overheid en van het zorgvuldig omgaan met overheidsmiddelen om dan meteen weer de mogelijkheid naar een nieuwe polis open te houden. Deze motie ontraadt de wethouder dus.
De heer Sungur (DENK) denkt dat de afschaffing van de U-polis een grove fout van de raad was. Los
daarvan staat het de raad vrij om in samenwerking met de G4 te verkennen of ze tot een betere polis kan komen. De polis die er was, is afgeschaft. De kritiek daarop was dat er goedkopere polissen
werden aangeboden. Wellicht kan met de G4 gekeken worden of er een voordeligere polis uitgewerkt kan worden met nog betere voorwaarden, die ook voldoet aan deze tijd. Hoe kijkt de wethouder tegen deze oproep aan?
Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat de heer Sungur toen, als hij dit vindt, tegen de
afschaffing van de U-polis moeten stemmen. Deze raad heeft dat besluit genomen. Zo’n verkenning in G4-verband kost tijd en capaciteit. Dit lijkt de wethouder niet logisch, gezien het eerdere besluit van de raad.
De heer Sungur (DENK) merkt op dat hij toen niet aanwezig was en dus niet tegen kon stemmen.
Daarnaast heeft het, als de gemeente toch niet terugkomt op het besluit, ook geen zin om de zaak te evalueren. Hoe rijmt de wethouder het dat de motie van de PvdA wel een positief advies krijgt en die van hem niet?
Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat de motie van de PvdA een duidelijke dekking heeft en aangeeft hoe de evaluatie zou moeten gebeuren. De motie van DENK doet dat niet.
De heer Sungur (DENK) stelt dat dekking vaak wordt gebruikt als gelegenheidsargument en vaak pas bij de derde interruptie. Als dit een argument is, hoort hij dit graag meteen. Volgens de heer Sungur hoeft er ook geen geld vrijgemaakt te worden voor een goed gesprek met collega’s. Hij roept de
wethouder op om hier meer open voor te staan en hoopt dat ze inhoudelijk het belang inziet van een
Raadsvergadering van 12 december 2024
46
dergelijke polis. Niet iedereen in Utrecht is in staat om zelf een polis uit te zoeken met goede voorwaarden.
Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat in de Nota financiële bestaanszekerheid vorig jaar het voorstel stond voor een stadsbrede U-polis. Dat voorstel is eruit geamendeerd. Dat was een besluit van de gemeenteraad. Dit heeft de wethouder uitgevoerd. Vervolgens vraagt mevrouw Raaijmakers
om dit goed uit te zoeken. Het oordeel hierover laat de wethouder aan de raad. De motie van DENK gaat een stuk verder en is inderdaad ongedekt. Daarom ontraadt de wethouder deze motie.
De voorzitter constateert dat agendapunt 27 afgerond is. Op een later moment zal hierover gestemd worden. Voor agendapunt 29 staat 30 minuten gepland. Dit lukt niet meer voor 16.30 uur. De voorzitter stelt daarom voor agendapunt 31, waar vijf minuten voor staat, nog vanmiddag te behandelen.
De heer Te Hoonte (VVD) stelt voor om toch agendapunt 29 te behandelen. De woordvoerders kunnen moties indienen terwijl andere raadsleden al naar de receptie gaan.
De voorzitter merkt op dat dit voorstel niet in de geest is van hoe dit bedacht is. De heer Paalman (Horizon) trekt motie 519 in, omdat hij van de wethouder de toezegging heeft
gekregen dat het college contact zoekt met organisaties die buddysystemen verzorgen en dat er voor hen iets op de socials geregeld wordt.
De voorzitter constateert dat een meerderheid van de raad akkoord is om agendapunt 31 nu te behandelen.
31. Afrondende besluitvorming na debat Handhavingsdossier Binnenstad. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat in dit vervelende dossier de kosten oplopen tot 6 tot 8
miljoen, terwijl het slechts gaat over één kelder en achtergevel. De gemeente moet zich in zo’n geval maximaal inzetten op een direct gesprek en zo mogelijk mediation met de pandeigenaar. Ook al heb je gelijk, dan is het mogelijk al dat geld van de belastingbetaler niet waard. Daarom dient de heer
Dijkstra motie 531 (Samenwerken is beter dan voor de rechter staan, ook bij handhaving) in, mede
namens de fracties van UtrechtNu!, Utrecht Solidair en VVD. Hierin wordt het college opgedragen om zo spoedig mogelijk in gesprek te gaan met de eigenaar van pand A om samen tot een oplossing te komen, zodat de (rechts)zaken kunnen worden gestopt, en de gemeenteraad in Q1 2025 te informeren over de voortgang, inclusief de gerealiseerde besparing aan kosten.
De heer Stellinga (CDA) vraagt hoe EenUtrecht reflecteert op het feit dat die 6 miljoen aan kosten niet komen door het zoeken van de juridische weg, maar door het niet-adequaat reageren op door anderen aangespannen juridische kwesties.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat dit voor een deel het geval is. Dit is in 2022 besproken. Vanaf 2022 wordt er juridisch zeer adequaat gereageerd. Dat leidt tot veel rechtszaken. Daar heeft deze motie betrekking op.
Raadsvergadering van 12 december 2024
47
De heer Stellinga (CDA) stelt dat het adequaat reageren niet tot meer rechtszaken leidt. De
rechtszaken worden door de andere partijen aangespannen. Hoe reflecteert EenUtrecht daarop? De heer Dijkstra (EenUtrecht) begrijpt dit. Daarom staat er in de motie ook dat, om dit te
doorbreken, alles uit de kast getrokken zal moeten worden om tot een gesprek of mediation te
komen. Tussen 2022 en zomer 2024 blijkt uit de openbare stukken niet dat daar het maximale in gedaan is.
De heer Stellinga (CDA) stelt dat er een verkeerd beeld geschetst wordt. Het ontbreken van mediation zou die 6 miljoen euro veroorzaakt hebben. Dat is gewoon niet waar.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat dit er niet staat. Dat zou de gemeente geen recht doen. Er staat dat de gemeente, als niet maximaal wordt ingezet op het gesprek of mediation, het risico loopt geld kwijt te zijn. De enige manier om dat te kunnen voorkomen is dit beter te benutten.
De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat dit allemaal bij de rechter ligt. Vindt de heer Dijkstra de raad nu echt de juiste plek om hierop in te grijpen?
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dit een goede vraag. Hij heeft hier lang over nagedacht. Hij denkt dat ook een rechter zou zeggen dat er meer gezocht zou kunnen worden naar een gesprek.
Daarnaast gaat het wel om 6 tot 8 miljoen euro belastinggeld. De heer Dijkstra zou overtuigd willen worden dat de gemeente alles uit de kast heeft getrokken om dat te voorkomen.
De heer Van der Zweth (PvdA) stelt dat hij het graag van de rechter zou horen als er mediation nodig zou zijn en niet van de heer Dijkstra of van de raad. Als een bewoner blijft procederen, zegt de heer Dijkstra dat hij het niet aan de rechter laat, maar dat hij wil ingrijpen, ook als het tegen het
gemeenschappelijk belang ingaat. Dan loont het dus om te blijven procederen. De heer Dijkstra geeft daarmee een verkeerd signaal en hij grijpt in op een moment in het proces waarin het niet aan de raad is.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat dit geen verkeerd signaal is. De gemeente zal het ermee eens zijn dat je altijd moet kijken of je niet tot een niet-juridische oplossing kunt komen. De
gemeente zet misschien te veel in op het juridische en te weinig op de samenwerking. Dit is een zorg van de heer Dijkstra.
Het beeld bestaat dat de gemeente bij een conflict te snel en te zwaar inzet op een juridische aanpak in plaats van op een op samenwerking gerichte aanpak. Daarom dient de heer Dijkstra motie 532 (Zet de samenwerkingscultuur veel meer op één) in, mede namens de fracties van UtrechtNu!,
Utrecht Solidair en Volt. Hierin wordt het college opgedragen om na te gaan of vaker sprake is van
een te eenzijdige juridische aanpak bij geschillen met Utrechters en er meer ruimte nodig is voor een samenwerkingsaanpak en –cultuur met aandacht voor oplossingen via gesprek, mediation en/of samenwerking en de gemeenteraad hierover in Q1 2025 te informeren.
De heer Stellinga (CDA) vindt deze motie een stuk sympathieker. Hoe reflecteert de heer Dijkstra op het feit dat je, wanneer de burger kiest voor de juridische weg, toch op een juridische manier moet antwoorden?
Raadsvergadering van 12 december 2024
48
De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat dit dan inderdaad moet gebeuren, maar dat laat onverlet dat je tegelijkertijd altijd kunt inzetten op gesprek, samenwerking of mediation. Het een sluit het ander niet uit.
De heer Stellinga (CDA) stelt dat dit deel uitmaakt van het juridische proces. Dit doet elke moderne jurist. Hij vindt de motie overbodig.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat het probleem juist is dat er, als de juridische weg
eenmaal is ingeslagen, te snel wordt gezegd dat geen enkel gesprek meer mogelijk is. Dit is niet altijd zo en de indruk van de heer Dijkstra is dat dat in dit geval ook niet zo is. Uit de openbare stukken leidt de heer Dijkstra zelfs af dat dit te weinig gebeurd is.
De heer Stellinga (CDA) geeft aan dat een gesprek altijd deel uitmaakt van de juridische weg. Elke moderne jurist pakt de telefoon en vraagt altijd wat het probleem achter het probleem is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) ziet dit niet terug in de openbare stukken. De voorzitter meldt dat wethouder Eerenberg zal reageren op de eerste motie en wethouder Streefland op de tweede.
De heer Eerenberg (wethouder) merkt op dat dit een ingewikkeld debat is. Het gaat om een zaak
waar meerdere rechtszaken of bezwaarprocedures over lopen. Een wethouder is dan erg beperkt in wat hij daarover kan zeggen en van kan vinden. De trias politica moet gerespecteerd worden. Wat
onder de rechter ligt, wil je niet beïnvloeden. Zo kijkt de wethouder ook naar motie 531. In deze raad wordt ook aan geschiedschrijving gedaan en in de motie staan een aantal constateringen die gewoon niet kloppen. Eindoordelen over procedures liggen via een andere route weer bij de rechter en in
sommige gevallen is het eindoordeel van de rechter pas in 2025 bekend. Als de raad daar dan in een motie al iets over gaat zeggen, bestaat het risico dat dit in rechtszaken tegen de gemeente Utrecht
gebruikt zal worden. De raad heeft er dan namelijk al iets over gezegd, terwijl de rechter er nog over aan het oordelen is.
Daarnaast wordt er in de motie gesproken over mediation. In de commissie heeft de wethouder een
brief voorgelezen waarin het college heeft aangeboden open te staan voor mediation. Dit is niet het enige moment waarop de gemeente mediation heeft aangeboden. Hier moet de gemeente het bij laten, want de wethouder heeft hiermee als uitvoerende macht gezegd wat de gemeente in deze
casus doet. De raad moet niet in een individueel geval bepalen wat er moet gebeuren. De raad mag zeggen dat het in zijn algemeenheid vaker moet gebeuren, maar ze mag niet in een individuele
casus zeggen wat er morgen moet gebeuren. Dan lopen rollen door elkaar heen. Het college heeft
dus een brief gestuurd waarin het zegt open te staan voor mediation. Zodra daar meer bekend over is, meldt de wethouder dat. Hij ontraadt de motie.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) is het ermee eens dat het de standaardpraktijk moet zijn, maar hier
loopt de teller zo op en gaat het om 6 tot 8 miljoen euro. Deelt de wethouder de opvatting van de heer Dijkstra dat hier een uitzondering gemaakt moet worden?
De heer Eerenberg (wethouder) ziet de worsteling die ook de heer Dijkstra zelf heeft. Wanneer zaken ingewikkeld worden, moet men terugvallen op de diepste principes van hoe men samenwerkt. Dat is
Raadsvergadering van 12 december 2024
49
de weg van de wethouder. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) merkt op dat er voor miljoenen geprocedeerd wordt, terwijl de
gemeente in zware tijden zit. Er wordt veel bezuinigd op de minima. Moet de gemeente niet toch
over haar eigen schaduw heen springen en kiezen voor mediation om te voorkomen dat er miljoenen verdwijnen?
De voorzitter wil het commissiedebat niet herhalen. Dit is al gewisseld. Het gaat nu over de moties. De heer Eerenberg (wethouder) heeft in het commissiedebat een brief van het college voorgelezen aan de betreffende pandeigenaar. Ook dat doet de wethouder niet vaak in deze zaal. Hij vindt het ongemakkelijk. Daarin staat dat het college openstaat voor een mediation. Dit herhaalt hij nu. De voorzitter geeft het woord aan wethouder Streefland voor haar appreciatie van motie 532. Mevrouw Streefland (wethouder) antwoordt dat deze motie de indruk wekt dat de gemeente wel vaker bij een conflict te snel en te zwaar inzet op een juridische aanpak in plaats van op een
samenwerkingsgerichte aanpak. De wethouder wil graag benoemen dat dit niet klopt. Het CDA gaf aan dat juristen altijd willen kiezen voor het minst ingrijpende middel. Er wordt een
handhavingsmatrix toegepast. In de basis moet de overheid wel handhaven bij een overtreding,
zeker wanneer door de overtreding een gevaarlijke situatie ontstaat of kan ontstaan. Tegelijkertijd is het bevoegd gezag ertoe verplicht om tot handhaving over te gaan zodra het bekend is met een overtreding. De motie gaat ook over een cultuur. De gemeente hanteert bij bezwaarzaken het
uitgangspunt dat het altijd beter is om er onderling uit te komen dan om direct naar de rechter te gaan. Een rechtsgang moet zo veel mogelijk voorkomen worden. De juristen van de gemeente
proberen de zaken eerst anders op te lossen. Hier zijn extra mensen voor. De juridische afdeling is versterkt. Dat was een onderdeel van de verbeteringen naar aanleiding van het rapport van
Berenschot. Kenmerkend voor de aanpak van de juristen is dat ze oplossingsgericht werken. Ze bieden maatwerk, zijn minder formalistisch, treden direct in contact. Dit gebeurt in nauwe
samenwerking met de betrokken organisatieonderdelen. Hier is een apart team voor ingericht. Bij bezwaar wordt bij voorkeur telefonisch eerst onderzocht wat er precies aan de hand is en welke oplossing passend is. Als je er onverhoopt, zoals in deze casus, niet met elkaar uitkomt, mede
omdat de gemeente verplicht is om te handhaven, zal soms toch een oordeel gevraagd moeten worden van een onafhankelijke derde.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) denkt dat de wethouder de motie misschien verkeerd heeft gelezen. Er staat heel nadrukkelijk in dat er een indruk zou kunnen ontstaan. De heer Dijkstra verwijst naar een zaak van een aantal jaar geleden met het theehuis in Transwijk. De rechter heeft daar gezegd dat er misschien te snel juridisch is ingegrepen. Hetzelfde geldt voor de afhaalplek aan de
Amsterdamsestraatweg. De indruk is ontstaan. Het zou goed zijn als het college die indruk wegneemt. Daar roept deze motie toe op.
Mevrouw Streefland (wethouder) antwoordt dat zij dit zojuist heeft gedaan. De heer Dijkstra noemt een paar zaken. Hij weet niet wat het totale aantal is waar de overheid mee te maken heeft. De
wethouder heeft verteld wat de aanpak van de gemeente is, mede naar aanleiding van het rapport van Berenschot. De samenwerking draagt bij aan het zijn van een aanraakbare overheid. Mensen
Raadsvergadering van 12 december 2024
50
worden opgezocht. Dat is de kern van het werk van juristen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat het rapport van Berenschot ging over de interne
werkwijze van de gemeente. Dit ging over een aanpak naast de juridische aanpak. Hij hoopt dat de wethouder dit met hem deelt.
Mevrouw Streefland (wethouder) antwoordt dat zij dit niet deelt. Intern en extern hebben in het werk van ambtenaren altijd met elkaar te maken hebben.
De voorzitter meldt dat er vanavond over de ingediende moties gestemd zal worden. Zij schorst daarop de vergadering tot 20.00 uur.
(Bij hervatting van de vergadering heeft mevrouw Dijksma het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan de heer Van der Zweth.) De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde: 28. Afrondende besluitvorming na debat Onrust bij ondernemers aan de Amsterdamsestraatweg. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt aandacht voor de herinrichting van de Amsterdamsestraatweg
(ASW). Ondernemers ondervinden hier namelijk last van en zien hun omzet dalen. De gemeente heeft hiervoor een loket opgezet op de ASW waar ondernemers terecht kunnen met vragen. Dit loket is
echter een enkele dag gedurende twee uur open tijdens werktijden. Daarom dient zij mede namens PvdA, Volt, UtrechtNu!, EenUtrecht, Utrecht Solidair, CDA en DENK motie 533 (Zoek de ondernemer op) in, die het college opdraagt zo snel als mogelijk te regelen dat ambtenaren van de gemeente langsgaan bij de ondernemers op de ASW om niet alleen vragen te beantwoorden, maar om ook
actief te communiceren over en te helpen met de mogelijkheden om de nadeelcompensatie en het voorschot aan te vragen.
Zij hecht er daarnaast aan dat de stem van de ondernemer goed meegenomen wordt in het proces van herinrichting. Daarom dient zij mede namens UtrechtNu!, EenUtrecht, ChristenUnie, Utrecht Solidair, CDA en D66 motie 534 (neem het MKB mee) in, die het opdraagt om bij volgende
voorstellen voor een herinrichting in de gemeente, een mkb-toets uit te voeren en hierover te rapporteren in het raadsvoorstel.
Zij stelt dat het verbod om te rijden op de ASW een belangrijke oorzaak is van de dalende omzet van ondernemers en dat veel ondernemers afhankelijk zijn van klanten met de auto. Daarom dient zij
mede namens UtrechtNu!, EenUtrecht, Utrecht Solidair, CDA en DENK motie 535 (30 minuten voor 30 cent) in, die het college opdraagt om er op de Amsterdamsestraatweg voor te zorgen dat automobilisten de eerste 30 minuten voor 30 cent kunnen parkeren.
De heer Van Steeg (CDA) hecht eraan dat daar waar mogelijk de ondernemers gevestigd op de ASW worden opgezocht om ondernemers te compenseren voor hun geleden financiële schade. Deze
compensatie dient zo laagdrempelig mogelijk te zijn. Het CDA is dan ook blij dat de wethouder heeft onderzocht waar er ruimte zit in de bestaande regelingen. De ASW is een uniek gebied met diverse
winkels en horeca en is daarmee van grote toegevoegde waarde voor de stad. Hij dient daarom mede
namens de VVD, Utrecht Solidair en EenUtrecht motie 536 (Blijf investeren in Amsterdamsestraatweg, ook na 2026) in, die het college verzoekt om:
Raadsvergadering van 12 december 2024
51
1. In overleg met ondernemers te kijken hoe de samenwerking binnen het programma de komende tijd kan worden verbeterd;
2. Met ondernemers de gebiedsgerichte aanpak te evalueren en deze ook na 2026 te continueren;
3. De raad over de uitvoering en verbeterde samenwerking te informeren in Q2 van 2025.
Hij dient daarnaast mede namens de VVD, EenUtrecht en Utrecht Solidair motie 337 (Blauwe zones voor een vitaal winkelgebied) in, die het college opdraagt om:
1. Te blijven investeren in de Amsterdamsestraatweg als aantrekkelijk en vitaal winkelgebied;
2. Te zoeken naar mogelijkheden voor de instelling van een aantal blauwe zones, zowel voor de korte als langere termijn en met ondernemers te kijken hoe dit bij kan dragen aan een vitaal winkelgebied;
3. De raad in Q1 van 2025 te informeren over de aanwijzing van concrete plekken voor blauwe zones aan de Amsterdamsestraatweg.
De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt aandacht voor de pijn van de ondernemers van de ASW. Dit doet denken aan de aanleg van de busbaan op de Biltstraat, waarna de omzet van ondernemers sterk
afnam. Hij dient mede namens DENK motie 538 (Het compensatierecht van de kleine ondernemer) in, die het college om:
1. De datum voor nadeelcompensatie vast te stellen vanaf het moment dat de raad het
voorlopig ontwerp herinrichting ASW heeft vastgesteld en openbaar heeft gemaakt, zijnde 31 januari 2022, en ondernemers die zich voor die datum hebben gevestigd volledig te compenseren;
2. Ondernemers die zich na die datum hebben gevestigd te compenseren met 30% zoals in de raadsbrief van 11 december 2024 is vermeld;
3. Te werken met voorschotten en deze zo coulant mogelijk te verstrekken; 4. De compensatieregeling zo eenvoudig en snel als mogelijk uit te voeren.
De heer Bos (Stadbelang Utrecht) vraagt zich af of met deze motie niet een enorm precedent wordt
geschept naar de toekomst toe. Bovendien geeft dit, omdat er van een andere compensatieregeling gebruik zou worden gemaakt, geen fijn signaal af richting de ondernemers gevestigd in andere aanrijstraten.
De heer Bosch (UtrechtNu!) kan zich geen andere straten voor de geest halen waar de ondernemers dermate worden getroffen door een herinrichting als op de ASW.
De heer Bos (Stadbelang Utrecht) noemt als voorbeeld de Kanaalstraat, waar de ondernemers ook
met het water aan de lippen hebben gestaan als gevolg van een herinrichting. Deze mensen hebben het met een andere compensatieregeling moeten doen. De ondernemers aan de ASW zouden met motie 538 ruimhartiger worden gecompenseerd.
De heer Bosch (UtrechtNu!) erkent dat er iets te zeggen valt voor de Kanaalstraat, maar ziet bij de ASW andere ontwikkelingen dan in de Kanaalstraat.
De heer Bos (Stadbelang Utrecht) constateert dat hier een bepaalde mate van cliëntelisme op tafel wordt gelegd door UtrechtNu!.
De heer Bosch (UtrechtNu!) is er voor alle inwoners in de stad en niet alleen voor mensen in De
Raadsvergadering van 12 december 2024
52
Meern of aan de ASW. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of de heer Bosch deelt dat wat juridisch kan wel relevant is. De heer Bosch (UtrechtNu!) reageert dat indien hij tien juristen om hun mening vraagt, hij twintig meningen te horen krijgt.
Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of motie 538 beoogt om naast de ondernemers aan de ASW in de toekomst ook andere ondernemers op dezelfde wijze te compenseren.
De heer Bosch (UtrechtNu) bevestigt dat, mits er sprake is van een vergelijkbaar verloop van de herinrichting.
Hij dient daarnaast motie 539 (Parkeren niet omdat het moet maar omdat het kan) in, die het college opdraagt om een uitzonderingsregeling te treffen in een nadere regel, zodat gedurende een half uur vrij kan worden geparkeerd voor laden en lossen gedurende de winkeltijden in de hele
ASW, voor de duur van tenminste één jaar en de raad daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen.
Hij dient mede namens CDA en DENK tevens motie 540 (Compenseer schade waar hij thuis hoort) in, die het college opdraagt om:
1. Onderzoek te doen naar hoe deze ondernemers kunnen worden gecompenseerd;
2. Actief contact te zoeken met de ondernemers om zich te melden, dan wel via de Kamer van Koophandel informatie in te winnen welke bedrijven het betreft;
3. Voorbeeld te nemen aan de gemeente Den Haag die bewust van deze benadering is afgestapt (zie Beleidsregel nadeelcompensatie Den Haag 2024 art. 7 concern benadering); 4. Te werken met voorschotten en deze zo coulant mogelijk te verstrekken;
5. De compensatie regeling zo eenvoudig en snel als mogelijk uit te voeren.
UtrechtNu! dient mede namens DENK motie 541 (Omdat het aan de gevel moet blijven hangen) in, die het college opdraagt om:
• De ondernemers te voorzien in een renteloze lening voor de legeskosten en de uitvoeringskosten; • De legeskosten voor de aanvraag te laten betalen in termijnen; • Deze voorziening zo snel als mogelijk door te voeren.
Ten slotte dient UtrechtNu! mede namens DENK motie 542 (Het laatste restje hoop) in, die het college opdraagt om:
• De ondernemers gevestigd aan de ASW te ondersteunen vanuit de Bbz (Bijstand voor zelfstandigen);
• deze bijstand achtergesteld rentevrij en in termijnen met grote coulance terug te vorderen; • De regeling zo eenvoudig mogelijk en snel uit te voeren.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) pleit ervoor om in samenwerking met ondernemers een grootse openingsactiviteit te faciliteren zodra de ASW weer volledig toegankelijk is, gericht op het promoten
van de straat en haar bewoners en ondernemers. Het college dient daarbij zo veel mogelijk ruimte te geven aan de betrokken ondernemers om bij te kunnen dragen aan de heropening. Daarom dient hij mede namens de VVD, PvdA en CDA motie 543 (Samenwerking en promotie rondom heropening Amsterdamsestraatweg) in.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft in de commissie de wethouder reeds horen toezeggen een
Raadsvergadering van 12 december 2024
53
grootse openingsactiviteit omtrent de ASW te faciliteren. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) heeft gezien dat de afgelopen periode een zware tijd is geweest en dat het dus belangrijk is om voor de ondernemers een extra stap naar voren te zetten.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of het hier gaat om een symbolische motie, aangezien de wethouder reeds een toezegging heeft gedaan.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) ontkent dat. Met de motie kan de raad laten zien dat zij het belangrijk vindt om de opening van de ASW te vieren.
Mevrouw Stylianou (D66) dient mede namens de VVD, PvdA, UtrechtNu!, EenUtrecht, Student & Starter en DENK motie 544 (Terrassen op de ASW ASAP) in, die het college opdraagt om:
1. In gesprek te gaan met VTH en de terrassencommissie om kansen voor terrassen op de Amsterdamsestraatweg te identificeren;
2. Mee te denken met alternatieven bij vergunningsaanvragen wanneer iets niet helemaal past; en
3. Hierover te rapporteren bij de evaluatie van de herinrichting van dit project in Q4 2025. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat de ASW eerder wordt opgeleverd dan Q4 2025. Mevrouw Stylianou (D66) reageert dat de terugkoppeling kan plaatsvinden tijdens de evaluatie. De vergunningsaanvragen kunnen namelijk langer doorlopen dan de herinrichting zelf.
Zij vult daarnaast aan dat de huidige peildatum voor nadeelcompensatie op mei 2016 gesteld is en dat dit overeenkomt met de vaststelling van het Bestemmingsplan Amsterdamsestraatweg, terwijl acht jaar na dit besluit pas een schop in de grond is gegaan en terwijl in de tussentijd niet helder
was wat er wanneer zou gebeuren. Dit is oneerlijk jegens de ondernemers en daarom die zij mede
namens de VVD motie 545 (Verleggen peildatum nadeelcompensatie) in, die het college opdraagt om de peildatum voor nadeelcompensatie bij de herinrichting van de Amsterdamsestraatweg te verleggen naar maart 2018.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) constateert dat veel ondernemers aan de ASW hebben aangegeven dat zij klap op klap te verduren hebben gehad met betrekking tot hun inkomsten. Zij stelt voor om
de WOM NW BV te verkopen en om de beschikbare middelen te gebruiken om deze ondernemers te
compenseren. Daarom dient zij motie 456 (Verkoop de WOM NW BV en investeer de opbrengst in de Straatweg en de ondernemers) in, die het college opdraagt om de WOM NW BV op te heffen en tot
verkoop van het onroerend goed over te gaan en om de ongeveer € 5 miljoen opbrengst dusdanig te investeren dat de ondernemers hiervan mee profiteren.
De heer Bos (Stadbelang Utrecht) vraagt waar de ondernemers met deze middelen in dienen te investeren en of er met deze motie geen sprake zou zijn van oneerlijke bevoordeling.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) legt uit dat wat de ASW betreft de ondernemers mee kunnen praten over de herinrichting.
De heer Bos (Stadbelang Utrecht) begrijpt dat Utrecht Solidair een inkomenssteun aan de
Raadsvergadering van 12 december 2024
54
ondernemers wenst te geven vanuit de opbrengsten van de WOM NW BV. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) legt uit dat de WOM NW BV is opgericht om de ondernemers te ondersteunen. De WOM NW BV kan gebruikt worden om de vereiste eenduidige uitstraling te financieren.
De heer Bos (Stadbelang Utrecht) wijst erop dat de gemeente reeds een ruimhartige regeling heeft
opgezet om tot een eenduidige uitstraling te komen op de ASW. De gemeente betaalt reeds mee aan gevelreclame.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) suggereert om de vrijgekomen € 5 miljoen tevens te gebruiken voor de bestrijding van dakloosheid in de stad.
Mevrouw Assen (PvdA) vraagt de wethouder om toe te zeggen dat alle nieuwe informatie omtrent de ASW in een helder geformuleerd bericht voor de ondernemers wordt opgesteld.
De voorzitter geeft het woord aan de wethouder voor een reactie op de ingediende moties. De heer De Vries (wethouder) begint zijn waardering met een korte inleiding. Enerzijds is er sprake van een juridische werkelijkheid met de nadeelcompensatie en anderzijds is er de menselijke
werkelijkheid, waarbij sommige ondernemers aan de ASW verliezen hebben geleden als gevolg van de herinrichting.
Hij reageert op motie 533 inzake het opzoeken van de ondernemer. Hij staat ervoor open om de
ondernemers op locatie te wijzen op de nadeelcompensatie en kan de motie positief adviseren. De wethouder zegt toe met de ondernemers gevestigd aan de Amsterdamsestraatweg een toekomstgesprek te voeren om te bezien wat zij nodig hebben.
Hij reageert op motie 534 inzake het mkb meenemen. De wethouder ontraadt de motie, want er is
geen aparte toets nodig voor de participatie. Als het gaat om herinrichting, wordt er namelijk al een proces doorlopen waarbij gebruik wordt gemaakt van de participatieladder.
Hij reageert op motie 535 inzake 30 minuten parkeren voor 30 cent. De wethouder ontraadt de
motie, want hij is geen voorstander van het maken van uitzonderingen als het gaat om parkeren.
Hij reageert op motie 536 inzake het blijven investeren in de ASW. De wethouder ontraadt de motie, want de motie ziet op ontwikkelingen die verder reiken dan 2026. Tegen die tijd zijn de Gemeenteraadsverkiezingen reeds gehouden en is er een nieuwe raad geïnstalleerd.
Hij reageert op motie 537 inzake de blauwe zones voor het parkeren in het winkelgebied. Het college is hier geen voorstander van en wil geen uitzonderingen maken; hij ontraadt de motie.
De heer Sungur (DENK) vraagt wat de wethouder vindt van het idee om in alle winkelgebieden parkeren toe te staan.
De heer De Vries (wethouder) houdt zich graag aan het bestaande parkeerbeleid.
Dan motie 538 inzake het compensatierecht van de kleine winkelier. Op het moment dat er sprake is van nadeelcompensatie en ondernemers daar gebruik van moeten maken, dient dit reeds bekend gemaakt te zijn in onder andere het Gemeenteblad. Het menselijke aspect botst hier met het
juridische aspect; vanuit het gelijkheidsbeginsel kan er voor de ASW geen uitzondering worden
gemaakt. Bovendien heeft de Raad van State uitgesproken dat het niet wenselijk is om de peildatum
Raadsvergadering van 12 december 2024
55
van de nadeelcompensatie te wijzigen. Mevrouw Stylianou (D66) vraagt wat de wethouder ervan vindt dat het college aan de slag is gegaan om de juridische randjes op te zoeken bij het kwijtschelden van de schulden.
De heer De Vries (wethouder) licht toe dat de groep voor 2016 aanspraak kan maken op de gehele
nadeelcompensatie en dat de groep na 2016 alleen gedeeltelijk van deze compensatie gebruik kan maken, namelijk voor het gedeelte omtrent het vervangen van de riolering. Hij verwijst naar de verdere toelichting hierover in de raadsbrief.
Mevrouw Stylianou (D66) kan zich voorstellen dat, hoewel de publicatie in het Gemeenteblad in 2016 was, de gemeente de nadeelcompensatie ruimhartiger wil toekennen omdat de situatie uniek is.
De heer De Vries (wethouder) legt uit dat de publicatie in het Gemeenteblad over de herinrichting
stamt uit 2016, maar dat er over het vervangen van het riool nooit gepubliceerd is. Hierdoor kan de tweede groep ondernemers voor 30% aanspraak maken op de nadeelcompensatie.
De heer Sungur (DENK) stelt dat er naast het juridische kader ook een redelijkheidsbeginsel dient te gelden. Het is niet redelijk om tegen ondernemers te zeggen: "We hebben ooit, acht jaar geleden,
ergens in een blad iets gepubliceerd." Hoe neemt de wethouder het redelijkheidsbeginsel mee in zijn afweging?
De heer De Vries (wethouder) constateert dat het menselijke botst met het juridische aspect. Hij wil ervoor waken dat de raad voor rechter gaat spelen.
De heer Sungur (DENK) wijst op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waar het evenredigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel onderdeel van zijn.
De heer De Vries (wethouder) reageert dat jurisprudentie maakt dat het college een onderscheid
maakt tussen de twee groepen ondernemers, waarbij de ene groep gedeeltelijk en de andere groep geheel aanspraak kan maken op de nadeelcompensatie.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) stelt dat iedereen die een winkel huurt of koopt, een onderzoeksplicht heeft.
De heer De Vries (wethouder) antwoordt dat dat juridisch klopt.
Hij reageert op motie 539 inzake parkeren omdat het kan. De wethouder wil geen uitzonderingen maken op het parkeerbeleid en ontraadt de motie.
Hij reageert op motie 540 inzake het compenseren van de schade waar hij thuishoort. De wethouder ontraadt de motie, want ondernemers met een samengestelde bv kunnen altijd een aanvraag
indienen. Indien het college dit af zou wijzen, kunnen deze ondernemers hun zaak aan de rechter
voorleggen. Als één bedrijf meerdere vestigingen in de stad heeft, worden de winst en het verlies van alle vestigingen bij elkaar opgeteld. Men komt daardoor voor de vestiging die last heeft van hinder
van de herinrichting, door een gemeentelijk werk niet boven de omzetdrempel. Ook dat volgt uit de jurisprudentie van de Raad van State.
De wethouder reageert op motie 541 inzake omdat het aan de gevel moet blijven hangen. De
Raadsvergadering van 12 december 2024
56
gemeente komt ondernemers via de gevelaanpak reeds tegemoet, meer dan in vergelijking met andere ondernemers. Hij ontraadt de motie.
De wethouder reageert op motie 542 inzake het laatste restje hoop. Indien er signalen zijn dat ondernemers de hulp van de gemeente nodig hebben, kunnen zij zich melden bij Ondernemer Centraal. De gemeente ondersteunt zelfstandigen in financiële problemen met het Besluit
bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). Daarnaast kan de gemeente vanuit juridisch oogpunt niet afwijken van de landelijke normen om in aanmerking te komen voor een Bbz-uitkering. Om in aanmerking te komen voor de Bbz zal altijd moeten worden gekeken of de ondernemer tot de doelgroep behoort. Hij ontraadt de motie.
Dan motie 543 inzake Samenwerking en promotie rondom heropening van de Amsterdamsestraatweg. Hij kan de motie positief adviseren.
Dan motie 544 inzake terrassen op de ASW. Hij kan de motie positief adviseren.
Hij reageert op motie 545 inzake het verleggen van de peildatum nadeelcompensatie. De wethouder ontraadt de motie.
Hij reageert op motie 546 inzake het verkopen van de WOM NW BV en het investeren van de
vrijgekomen middelen in de ondernemers aan de ASW. De wethouder herkent zich niet in de aannames in de motie. De WOM levert een belangrijke bijdrage aan de ASW.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of de wethouder bereid is om een onderzoek te laten uitvoeren naar het functioneren van de WOM.
De heer De Vries (wethouder) geeft aan dat het college de WOM reeds heeft geëvalueerd. Dit
onderzoek heeft aangetoond dat de WOM een hele waardevolle bijdrage levert en zal begin 2025 met de raad worden gedeeld.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) merkt op dat in veel panden sprake is van lekkage, maar dat de
eigenaars van deze panden nooit iets van de WOM hebben gemerkt. Is het onderzoek naar de WOM door een onafhankelijk bureau uitgevoerd?
De heer De Vries (wethouder) meent dat dit onderzoek niet door de WOM zelf is uitgevoerd. De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt wat de juridische grondslag is voor de peildatum van 2022 voor de tweede groep ondernemers.
De heer De Vries (wethouder) legt uit dat er twee groepen ondernemers zijn, een groep die geheel en een groep die voor 30% aanspraak kan maken op de nadeelcompensatie voor de herinrichting van de ASW. Omdat er voor die eerste groep geen publicatie heeft plaatsgevonden, kan zij volledig aanspraak maken op de nadeelcompensatie.
De PvdA vroeg aan de wethouder om toe te zeggen dat alle nieuwe informatie omtrent de ASW in een helder geformuleerd bericht voor de ondernemers wordt opgesteld. Hij koppelt de vraag aan motie
533 van de VVD inzake het opzoeken van de ondernemer. Het college staat positief tegenover deze informatievoorziening.
De heer Bos (Stadbelang Utrecht) vraagt waar de stad meer aan heeft, een failliete ondernemer die afhankelijk is van de bijstand, of een ondernemer die werkgelegenheid biedt.
Raadsvergadering van 12 december 2024
57
De heer De Vries (wethouder) zegt dat de stad meer heeft aan een ondernemer die werkgelegenheid biedt. Daarom is het zaak dat er samen opgetrokken wordt als het gaat om de aanpak van de ASW.
De vraag is echter of de nadeelcompensatie, een vaststaande regeling, hiervoor de juiste regeling is. De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt hoe redelijk de wethouder het vindt dat hij zelf niet weet wat er in het Gemeenteblad staat, maar wel van ondernemers verwacht dat ze weten wat er acht jaar geleden in het gemeenteblad heeft gestaan.
De heer De Vries (wethouder) begrijpt dat de juridische werkelijkheid botst met de menselijke
werkelijkheid. Bepaalde ondernemers waren wellicht niet begonnen met hun onderneming als zij vooraf wisten wat deze juridische werkelijkheid inhoudt.
De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of er naast het Gemeenteblad andere communicatie richting de ondernemers is geweest waaruit zij hadden kunnen weten wat de gevolgen waren van de herinrichting van de ASW.
De heer De Vries (wethouder) durft dit niet te zeggen en acht die vraag irrelevant, want alleen het juridisch aspect heeft gewicht.
De voorzitter deelt mee dat aan het eind van de vergadering zal worden gestemd over de ingediende moties.
29. Afrondende besluitvorming na debat Raadsbrief Uitkomsten onderzoek naar optimalisaties deelgebied 6 Merwedekanaalzone.
De heer Stellinga (CDA) dient motie 547 (Er valt niets meer te kiezen!) in, die het college opdraagt om:
1. Scenario 3 met een programmaverdeling conform de vastgestelde Omgevingsvisie
Merwedekanaalzone deel 2 uit te werken in het raadsvoorstel tot wijziging van het omgevingsplan; 2. Daarbij te onderzoeken:
a. of kan worden afgeweken van het vigerende parkeerbeleid; b. of een nieuwe PlanMER gemaakt kan worden;
c. wat de consequenties zijn van het laten vervallen van het voorkeurbesluit;
d. wat er fout is gegaan in de planning van de besluitvorming met betrekking tot deelgebied 6 en welke verbeteringen er voor toekomstige gebiedsontwikkelingen nodig zijn.
3. De uitkomsten van het bij 2. genoemde onderzoek in Q2 2025 aan de raad terug te koppelen; 4. Bij toekomstige raadsvoorstellen en in raadsbrieven over gebiedsontwikkelingen niet langer te werken met scenario’s, als de raad niet daadwerkelijk een keuze tussen de verschillende scenario’s kan maken.
De heer Te Hoonte (VVD) heeft allereerst een punt van orde. Hij heeft laat een verzoek voor het
doorrekenen van een scenario ingediend, wat door een aantal ambtenaren op 11 en 12 december 2024 is doorgerekend. Omdat de raad heeft besloten om vanavond door te vergaderen, zijn deze ambtenaren nu nog aanwezig. Hij vindt dat de ambtenaren een applaus verdienen voor het harde werk dat zij dagelijks verzetten. (Applaus.)
Raadsvergadering van 12 december 2024
58
Hij dient mede namens Volt motie 548 (Haalbaar en leefbaar wonen in deelgebied 6) in, die het
college opdraagt om het omgevingsplan uit te werken conform het voorstel onder overweging 3. De heer Vasters (D66) leest in het voorstel van de VVD, vergeleken met scenario 4, minder
middenhuurwoningen, minder woningen in het hele betaalbare segment en minder woningen in het algemeen.
De heer Te Hoonte (VVD) wijst op het debat omtrent de nota van uitgangspunten, waarin deze
discussie reeds is gevoerd. Met motie 548 voegt de VVD 100 sociale woningen toe ten opzichte van
het raadsvoorstel. Tevens verschuift de motie zeker 50 woningen van middenhuur naar middenkoop. Er komt in het voorstel geen vrijesectorwoning bij. Bovendien bestaat er weerstand tegen de intensiteit waarmee sommige wijken worden gebouwd.
De heer Vasters (D66) meldt dat voor zijn partij het realiseren van voldoende woningen, inclusief een aanzienlijk aandeel in het betaalbare segment, centraal staat. Van alle scenario's heeft scenario 4 de voorkeur van D66. Met dit scenario wordt de ontwikkeling van woningen in de Merwedekanaalzone financieel haalbaar, worden er per saldo meer woningen gerealiseerd en wordt er extra
studentenhuisvesting gerealiseerd. Daarom dient hij mede namens Student & Starter en de
ChristenUnie motie 549 (Ga verder met scenario 4 voor Merwedekanaalzone deelgebied 6) in, die het college opdraagt om met scenario 4 verder te gaan en dit scenario als uitgangspunt te hanteren in het in voorbereiding zijnde omgevingsplan.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) trekt zijn ontworpen scenario terug. Mevrouw Assen (PvdA) benadrukt dat het voor de PvdA altijd het uitgangspunt is geweest dat de
Merwedekanaalzone een betaalbare en leefbare wijk moet worden. Alles afwegende telt voor de PvdA het aandeel en het aantal betaalbare woningen het zwaarst. Daarom geeft de PvdA de voorkeur aan variant 4++.
De heer Dekkers (GroenLinks) geeft aan dat de scenario's goed hielpen in het volgen van de keuzes
van het college. GroenLinks zal voor motie 549 stemmen, want de enige manier om de ontwikkeling publiek en privaat rendabel te maken, is om de landelijke regels voor middenhuur toe te passen.
Mevrouw Bode (Volt) stelt dat met het enige haalbare scenario de Merwedekanaalzone niet prettig en niet leefbaar wonen is. Door in een crisismodus zo veel mogelijk te bouwen, gaat dit ten koste van
de openbare ruimte en van groen. Daarom steunt Volt motie 548, waarbij er minder intensief wordt gebouwd en men er over 30 jaar nog met plezier kan wonen.
De heer Snijder (Student & Starter) stelt dat scenario 4 een realistisch en haalbaar plan biedt, waarmee er veel betaalbare woningen worden gerealiseerd.
Mevrouw De Vries (PvdD) voelt zich klemgezet, want de raad dient onder tijdsdruk te kiezen tussen twee onwenselijke opties. De PvdD maakt zich bij beide scenario's zorgen over de leefbaarheid en het wegsnoepen van de openbare ruimte.
De voorzitter geeft het woord aan de wethouder voor een reactie op de ingediende moties.
Raadsvergadering van 12 december 2024
59
De heer Eerenberg (wethouder) complimenteert allereerst de raad en het ambtelijk team met het verlopen proces. Voor de goede zaak wordt er snel gehandeld en wordt er actief grondbeleid
gevoerd, zodat de rechten uit het voorkeursrecht niet vervallen. Tegelijkertijd is het plan financieel
niet haalbaar, zowel publiek als privaat. Het is daarmee, zoals vaker bij gebiedsontwikkelingen, een afweging tussen sociaal, ruimtelijk, duurzaam en groen. Desalniettemin hebben de raad en het
college gezamenlijk gepuzzeld om te komen tot een wenselijk woonprogramma. De wethouder waardeert het dat het ambtelijk team erin geslaagd is om goede scenario's te ontwerpen.
De wethouder complimenteert de heer Dijkstra met zijn, hoewel teruggetrokken, ontworpen scenario.
De wethouder kan zich niet vinden in het vierde dictum van motie 547 (Er valt niets meer te kiezen!). Het college heeft namelijk de indruk dat er gezamenlijk gepuzzeld is om het dilemma op te lossen. Er valt dus wel degelijk iets te kiezen. Hij ontraadt de motie.
De wethouder reageert op motie 548. Hij geeft de motie oordeel raad. Het scenario van de VVD ligt tussen scenario 1 (het oorspronkelijke scenario) en scenario 4 in.
De wethouder reageert op motie 549. Hij geeft de motie, met daarin het scenario waar het college
zelf de voorkeur aan geeft, oordeel raad. Eerder heeft het college echter scenario 1 voorgelegd aan de raad, wat vervolgens is geamendeerd.
De heer Bos (Stadbelang Utrecht) stelt dat er voor een gebiedsontwikkeling met absolute aantallen in plaats van percentages gewerkt dient te worden.
De heer Eerenberg (wethouder) is dat, als het om sommige plannen gaat, met de heer Bos eens. Als
er echter plannen zijn die gerealiseerd kunnen worden met 40% sociale woningen, is dat fantastisch. De voorzitter deelt mee dat aan het eind van de vergadering zal worden gestemd over de ingediende moties.
30. Afrondende besluitvorming na debat Raadsbrief Plan van Aanpak publiek warmtebedrijf. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) wijst erop dat wetenschappers ervoor pleiten om geen nieuwe fossiele projecten te starten en dat dit niet nodig is. Er zijn namelijk genoeg groene
energieprojecten, waarmee de afhankelijkheid van fossiele energie afgebouwd kan worden. EBN wil echter op nieuwe plekken naar gas gaan boren. Daarom dient de ChristenUnie samen met PvdD, EenUtrecht en Volt motie 550 (Liever niet met EBN in zee) in, die het college opdraagt om:
1. Bovenstaande constateringen en overwegingen zwaarwegend mee te nemen in de verkennende gesprekken rondom de opties voor een publiek warmtebedrijf en dit ook nadrukkelijk op tafel te leggen bij EBN;
2. Het duurzaamheidsprofiel bij alle varianten (NetVerder, EBN én HVC) zwaar te laten meewegen in de totale afweging;
3. De raad te informeren over bevindingen van de gesprekken en de totale afweging, zodat de raad ook op basis van dit aspect een bredere afweging kan maken over de te kiezen eigendomsvariant.
De heer Peters (D66) vraagt of de ChristenUnie begrijpt dat de EBN een uitvoeringsinstantie is van de Rijksoverheid.
Raadsvergadering van 12 december 2024
60
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat dit niets afdoet aan de oproep dat opwekking
van fossiele energie niet langer de praktijk moet zijn. De EBN dient gestimuleerd te worden om dit te veranderen.
De heer Peters (D66) begrijpt het signaal, maar weet ook dat de partij het beleid van de Rijksoverheid uitvoert. Ander beleid dat in het kader van de Warmtewet moet worden uitgevoerd, wordt met de motie extra moeilijk gemaakt.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) gaat ervan uit dat D66 hetzelfde signaal wil afgeven. De heer Peters (D66) leest dat de motie het college opdraagt en niet vraagt om iets uit te spreken en daarmee iets te signaleren.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) legt uit dat het college aan de slag gaat om te kijken met welke partijen de energieopwekking wordt gerealiseerd. De raad is aan zet om signalen mee te geven voordat het college een afweging maakt.
De heer Van Heuven (PvdD) stelt dat warmtenetten een duurzamer alternatief zijn voor verwarming
met gas, dat er meerdere kansrijke lokale initiatieven voor warmtenetten zijn in Utrecht en dat ieder initiatief potentie kan hebben om inwoners van duurzame warmte te voorzien. De gemeente ziet
bovendien een rol voor zich in een publiek warmtebedrijf. Participeren in het ene bedrijf sluit echter niet uit dat de gemeente kan deelnemen in lokale initiatieven. Daarom dient hij mede namens EenUtrecht en Volt motie 551 (Steun lokale initiatieven voor warmtenetten) in, die het college opdraagt om:
1. In verdere planvorming rond het publiek warmtebedrijf open te staan voor de mogelijkheid om (mede-)eigenaar te worden van meerdere bedrijven en initiatieven;
2. Open te staan om te investeren in en (mede-)eigenaar te worden van een lokaal warmte-initiatief, als dit nodig is om een kansrijk initiatief te doen slagen.
Tevens roept motie 551 de raad op om uit te spreken dat het mogelijk is en moet blijven dat de gemeente (mede-)eigenaar kan worden van meer dan één warmtebedrijf.
De heer Peters (D66) vraagt wat de motie verandert aan het staand beleid. De heer Van Heuven (PvdD) begreep uit de raadsbrief en het eerdere debat dat er één groot
warmtebedrijf opgericht gaat worden waar de lokale initiatieven onderdeel van worden. Daarmee verliezen de lokale initiatieven zeggenschap.
De heer Peters (D66) reageert dat het publieke warmtebedrijf, in plaats van de gemeente, medeeigenaar wordt.