CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

11e raadsvergadering 2 november 2023

Gemeenteraad 7 december 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen raadsvergadering30.083 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

overstap heeft onderschat. Deze problemen moeten zo snel mogelijk worden aangepakt, en dat is de reden waarom hij motie 348 (Alles op alles voor betere parkeerapp en goede alternatieven) indient, waarin het college wordt opgeroepen om alles op alles te zetten om de parkeerapp en de alternatieven daarvoor zo snel mogelijk te verbeteren.

Mevrouw Alblas (ChristenUnie) merkt op dat een tijdelijke financiële compensatie duur of moeilijk

uitvoerbaar is Het is daarnaast moeilijk om te bepalen wie er korting misgelopen is. Zij vraagt aan de VVD of het verstandig is om de verwachtingen op dit punt te temperen.

De heer De Pagter (VVD) antwoordt dat de afschaffing van deze kortingsregeling bijzonder snel is ingevoerd. Daarom dient de situatie te worden onderzocht.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) reageert op motie 348 over goede alternatieven voor de nieuwe parkeerapp. Niet voor niets heeft het college in een raadsbrief aangegeven dat er iets anders is

beoogd met de parkeerapp dan hoe deze tot dusverre heeft uitgepakt. Dit heeft deels te maken met de beschikbaarheid, maar ook met de onderschatting van de complexiteit door het college. In het

tweede dictumpunt wordt er gevraagd om twee zaken te onderzoeken voor de commissievergadering MGOR, namelijk de financiële compensatie en het aanbod voor hulpverleners. Met name de

compensatie zal een uitdaging zijn, al wil het college kijken wat er mogelijk is voor het debat. Onder het oude systeem maakte een derde van de vergunninghouders maandelijks gebruik van deze kortingsregeling. Daarom is de 14.000 appgebruikers die de heer De Pagter noemde geen opmerkelijk getal. Zij kan de motie overnemen.

De heer Vasters (D66) wijst op de mogelijke vertragingen van regelingen als tegemoetkoming voor minima en parkeervergunningen voor leerkrachten zoals omschreven in de recente raadsbrief. Zij vraagt de wethouder om een inschatting te maken van het vertragingsrisico.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat het vertragingsrisico nog niet is opgetreden en

enkel is opgenomen in de raadsbrief. Het college probeert nog steeds de voorgenomen termijnen te halen. Eerst is het zaak dat de basisfuncties werken voordat er nieuwe functies worden toegevoegd.

De heer De Pagter (VVD) ontkent dat in de raadsbrief hetzelfde wordt beoogd als in motie 348. In de raadsbrief wordt gesproken van het "op termijn mogelijk maken" om anderen te machtigen voor de parkeerkorting, terwijl de motie dit "zo snel mogelijk" beoogt te realiseren.

Raadsvergadering van 2 november 2023

25

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) herhaalt dat de basisfunctionaliteiten op de eerste plek staan. Wanneer deze werken, kunnen er nieuwe zaken worden toegevoegd. Actuele motie 349. Meernbrug: Kom toezegging na!. De heer Stellinga (CDA) wijst op de verkeerssituatie rond de Meernbrug, die als verkeersonveilig en

druk wordt ervaren met diverse potentiële conflictpunten tussen voetgangers en voorlangs kruisend auto- en/of fietsverkeer. Dit wordt zo ervaren door scholieren, ondernemers en bewoners die

regelmatig in aanraking komen met het knelpunt Meernbrug. Het college heeft in de commissie MGOR een toezegging gedaan om uiterlijk in Q2 van 2023 een raadsbrief te sturen over de

maatregelen op langere termijn. Deze raadsbrief is pas in Q4 naar de raad gestuurd. In deze

raadsbrief is enkel een onderzoek naar de mogelijkheden van een fietsbrug ter hoogte van de

Woerdlaan voorgesteld (in plaats van direct naast de Meernbrug). Over de mogelijkheid van een fysieke herinrichting wordt in de raadsbrief geen woord gerept. Hij dient daarom motie 349 in

(Meernbrug: Kom toezegging na!), waarin het college wordt opgedragen om conform de toezegging van 13 oktober 2022 alsnog onderzoek te laten doen naar maatregelen voor de langere termijn ter oplossing van het verkeersknelpunt Meernbrug.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) wijst erop dat de toezegging waar het CDA over spreekt nooit

is gedaan door het college, en daardoor lijkt het nu alsof het CDA de integriteit van de wethouder ter discussie stelt. Het college heeft het betreffende commissieverslag geraadpleegd en alle gedane

toezeggingen naar eer en geweten uitgevoerd. De fysieke herinrichting van het verkeersknelpunt is bovendien geen goed idee. Zij merkt op dat er rondom het verkeersknelpunt Meernburg inderdaad

veel gevoelens van onveiligheid zijn en dat een deskundige ernaar heeft gekeken, maar toch laten de statistieken zien dat er op deze locatie heel veel gebeurt. Volgens deze statistieken lijkt het

verkeersknelpunt Meernbrug stabiel te functioneren, en het college wil juist de middelen en

capaciteit inzetten op de plekken met de grootste veiligheidsrisico's. Kortom, zij ontraadt motie 349. De heer Stellinga (CDA) laat weten de integriteit van de wethouder nooit ter discussie te hebben

gesteld. Aan de toezegging, een raadsbrief over de maatregelen voor de langere termijn, is echter

nooit voldaan. Raadsleden hebben in de commissie MGOR zaken naar voren gebracht die betrekking hebben op de langere termijn, en daarom moet het college tevens kijken naar de bijdragen van

anderen in het debat voor een interpretatie van de toezegging. Het CDA vraagt de wethouder om te reflecteren op het breed formuleren van een toezegging.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat het er bij een toezegging vooral toe doet wat zij zelf heeft gezegd. De toezegging waar het CDA het over heeft, is de toezegging aan de heer De

Pagter over de fietsbrug over het verkeersknelpunt Meernbrug. Het college is voorts van mening dat het voor een duurzame oplossing voor de langere termijn zaak is dat er over het verkeersknelpunt Meernbrug minder auto's rijden conform het Mobiliteitsplan.

De voorzitter deelt mee dat er vanavond zal worden gestemd over de actuele moties. 26. Raadsvoorstel Tariefdifferentiatie Afvalstoffenheffing.

Raadsvergadering van 2 november 2023

26

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) merkt op dat dit voorstel een heel stuk eerlijker is, want de

gemeente kiest voor een apart tarief per huishouden voor de afvalstoffenheffing en zet daarmee een grote stap in de richting van het principe "de vervuiler betaalt". Dit principe kan strakker worden

gehanteerd, want het Eindhovense model waar dit voorstel en de eerdere op motie op gebaseerd

zijn, geen duidelijke onderbouwing geeft en daarmee niet te herleiden is waar de tarieven exact op

zijn gebaseerd. De Universiteit Wageningen heeft een helder onderzoek gedaan naar de verhouding van afvalproductie tussen de verschillende huishoudens. Dit onderzoek heeft laten zien dat het

mogelijk is om de tarieven te baseren op de verhoudingen en de gemiddelde afvalproductie van de verschillende huishoudens. Daarom dient de ChristenUnie amendement 82 in, waarin gevraagd wordt deze tariefdifferentiatie op afvalstoffenheffing toe te passen.

De heer Vasters (D66) is benieuwd of de ChristenUnie kan aangeven wat de impact omme nabij zal zijn op de tarieven versus het voorstel van het college.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat het amendement in twee delen wordt behandeld. Vandaag wordt de systematiek vastgesteld, volgende week de exacte tarieven. Het debat hierover zal gevoerd moeten worden bij de programmabegroting. Huishoudens met vier of meer mensen zullen minder gaan betalen, twee- en driepersoonshuishoudens betalen meer en de eenpersoonshuishoudens betalen minder.

De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat in het amendement geen prikkel is opgenomen om minder afval te produceren.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) laat weten graag met het CDA te willen optrekken in het stimuleren van Utrechters om minder afval te produceren.

Mevrouw Ramaker (VVD) legt uit dat de tarievenstelling in het raadsvoorstel ertoe dient om de kosten te dekken. De totale kosten voor het inzamelen van afval worden hierbij verdeeld.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) geeft aan dat dit ook in het amendement blijft gelden. Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt aan de ChristenUnie of zij zou willen onderzoeken hoe de totale kosten van afvalinzameling verlaagd kunnen worden.

Dit lijkt de heer Van der Graaf (ChristenUnie) een goed idee, maar afvalinzameling zal altijd geld blijven kosten. Het is daarom logisch dat de gemeente hier leges voor heft.

Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt of de ChristenUnie het ook interessant vindt om te onderzoeken hoe de totale afvalproductie van bewoners en ondernemers verlaagd kan worden.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) bevestigt dat. Amendement 82 zet een stap om duidelijk te maken waar de tarieven op gebaseerd zijn. Van mensen die minder afval produceren, zou de gemeente ook een lager tarief moeten vragen.

Raadsvergadering van 2 november 2023

27

De heer Claasen (GroenLinks) steunt amendement 88, hoewel zij de voorkeur geeft aan een systeem waarin een prikkel zit om minder afval te produceren. Het reduceren van afval, en niet het tarief, is namelijk het einddoel.

Mevrouw Ramaker (VVD) is van mening dat er eerst een debat zou moeten komen over de prikkel om minder afval te produceren. Tevens bestaat er afval dat gerecycled kan worden, en hier houdt het amendement geen rekening mee. Daarom stemt de VVD tegen dit amendement.

De heer Maas (Volt) erkent dat de gemeente haar best moet doen om de bewoners en ondernemers te stimuleren om minder afval te produceren, maar de ChristenUnie heeft uitstekend doorgerekend om tot een zo eerlijk mogelijke verdeling te komen. Daarom stemt Volt voor dit amendement.

Mevrouw Schilderman (wethouder) merkt op dat de ChristenUnie zich bij het amendement baseert op een onderzoek uit 2011, dat het college aan de raad heeft doen toekomen. Het is de vraag in

hoeverre dit onderzoek een betere weergave geeft van de afvalproductie dan het Eindhovens model waar het raadsvoorstel op gebaseerd is. In tegenstelling tot het amendement is er in het

raadsvoorstel een weergave opgenomen van de geplande inzamelingskosten. Zij geeft het

amendement oordeel raad. Mocht het amendement worden aangenomen, dan zal het voor de aanstaande raadsbehandeling nog nader moeten worden uitwerkt.

Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt of het college genegen is om voor het bepalen van tariefstellingen te onderzoeken wat de juiste stappen zouden zijn omtrent afvalinzameling.

Mevrouw Schilderman (wethouder) antwoordt dat de raad zich hierover reeds vaker heeft

uitgesproken. De VVD zou dus in staat moeten zijn om zich te bedenken wat deze juiste stappen

zijn. Het is echter goed om met elkaar te kijken naar meer mogelijkheden van scheiding en reductie van afval.

Mevrouw Ramaker (VVD) zegt dat de prikkel voor het verlagen van de afvalproductie hierbij cruciaal is. Dit zou onderzocht moeten worden.

Mevrouw Schilderman (wethouder) antwoordt dat deze raad een motie heeft aangenomen om het

Eindhovens model te gaan gebruiken. Het college heeft dit uitgewerkt en middels een voorstel aan de raad voorgelegd. Daarnaast heeft de raad de afgelopen jaren andere deeluitspraken gedaan en het kader gesteld over afval met een prikkel om dit te verminderen.

De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De besluitvorming over het voorstel en het amendement vindt vanavond plaats.

27. Raadsvoorstel Vaststelling Integraal Programma van Eisen gebiedsontwikkeling Ockhuizen en

verruiming van de algemene verklaring van geen bedenkingen voor zonne-energieproject OcK-Zon De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) wijst op de feiten dat de Gedeputeerde Staten nog geen duiding

hebben gegeven over het zonne-energieproject Ock-Zon en dat er nog geen uitzonderinggronden

voor zonneprojecten op landbouwgrond zijn verleend. Stadsbelang Utrecht is voorts van mening dat het voorliggende raadsvoorstel uitgesteld dient te worden. Hij dient daarom amendement 83 in

Raadsvergadering van 2 november 2023

28

(Volgordelijkheid der dingen, geen landelijke besluiten in de wind slaan), waarin gevraagd wordt om

de beslispunten 1c, 1d en 2 te schrappen uit het raadsvoorstel. Over deze beslispunten kan opnieuw worden gedebatteerd op het moment dat Gedeputeerde Staten met een duiding en uitsluitingsgronden zijn gekomen.

Hij is verder van mening dat de uitbreiding van de algemene verklaring van geen bedenkingen niet chique is. Stadsbelang Utrecht hecht immers zeer aan een zorgvuldige behandeling van het

vergunningsverleningstraject voor het zonne-energieproject Ock-Zon. De heer Bos dient daarom amendement 84 in (Zorgvuldige behandeling vereist bij vergunningverleningstraject zonneveld),

waarin het college wordt gevraagd om beslispunt 2 uit het voorliggende raadsvoorstel te schrappen. Mevrouw Alblas (ChristenUnie) stelt dat eventuele verkoop van het zonneveld tijdens de

exploitatietermijn aan mogelijk buitenlandse investeerders onwenselijk is. Hoewel dit niet voorligt, is het van belang dat dit risico verkleind wordt. Zij dient daarom motie 350 in (Borg gemaakte

afspraken duurzaam beheer tijdelijk zonneveld), waarin het college wordt gevraagd om in de anterieure overeenkomst op te nemen dat gedurende de exploitatietermijn alle afspraken

overgenomen dienen te worden, ongeacht welke investeerder eigenaar of mede-eigenaar van het zonneveld wordt.

Daarnaast is zij van mening dat biodiversiteit zo veel als mogelijk de ruimte moet krijgen en de

bodem in acht moet worden genomen, zoals dit ook is opgenomen in het IPvE. Het laagste punt van

de zonnepanelen ligt op 40 cm. Dat is erg laag wanneer de punten uit het IPvE omtrent biodiversiteit worden omarmd. Daarnaast kan op deze hoogte enkel machinaal worden gemaaid, waardoor niet

selectief gemaaid kan worden. De ChristenUnie dient daarom motie 368 in (Hogere zonnepanelen

voor schapen en biodiversiteit in Ockhuizen), waarin het college wordt opgeroepen om in te zetten op zonnepanelen met een maximale hoogte van 120 cm, te onderzoeken of dit kan kijkend naar financiële, beheersmatige, juridische, ontwerp- en cultuurhistorische aspecten, bij een positief

oordeel deze maximale 120 cm hoogte te verwerken in de vervolgfase (ontwerpfase, met uitwerking van het IPvE in deelprojecten) en de raad hier vóór vaststelling van het verdere ontwerp over te informeren.

De heer Peters (D66) vraagt aan mevrouw Alblas hoeveel ecologische winst dit concreet zou

opleveren. Tevens wil hij van de ChristenUnie weten of de betrokkenen zijn meegenomen in het vormgeven van de motie.

Mevrouw Alblas (ChristenUnie) antwoordt dat de ecologische winst van tevoren niet goed kan worden berekend. Wat echter vaststaat is dat hoe hoger de zonnepanelen zijn, hoe meer licht, zuurstof en

water in aanraking kan komen met de bodem en dat dit enkel voordelen heef voor de biodiversiteit.

Verder zijn omwonenden niet ondervraagd, al is bekend dat de meningen van omwonenden over het zonnepark verdeeld zijn.

De heer Peters (D66) merkt op dat het participatieproces dat is doorlopen voor het voorliggende

raadsvoorstel door deze motie teniet wordt gedaan. De ChristenUnie is een partij die participatie hoog in het vaandel draagt, en dat maakt deze motie opmerkelijk.

Mevrouw Alblas (ChristenUnie) antwoordt dat met deze motie de participatie niet teniet wordt

gedaan. Hiervan is alleen sprake bij het indienen van een amendement op het raadsvoorstel. Wordt motie 368 aangenomen, dan zou het college de ruimte krijgen om zaken te onderzoeken.

Raadsvergadering van 2 november 2023

29

De heer Peters (D66) stelt dat onderzoek van het college eerder is uitgekomen op een maximale

hoogte van 80 cm voor de zonnepanelen. Wanneer de ChristenUnie pleit voor een maximale hoogte van 120 cm, heeft het daarom de keuze om een amendement in te dienen of om tegen het raadsvoorstel te stemmen.

Mevrouw Alblas (ChristenUnie) is van mening dat de maximale hoogte van 120 cm voor

zonnepanelen nog niet voldoende is onderzocht en dat er stappen te maken zijn op het gebied van biodiversiteit.

Mevrouw Heijne (GroenLinks) deelt het belang van het verhogen van de maximale hoogte van zonnepanelen naar 120 cm. Het project is echter ook gebaad bij snelheid. Zij vraagt hoe de

ChristenUnie kijkt naar dat extra onderzoek in relatie tot de tijdsdruk die op dit project staat. Mevrouw Alblas (ChristenUnie) verwacht geen vertraging van het project als gevolg van dit

onderzoek, want er kan gedurende de uitvoering van het project onderzoek worden gedaan. Het project hoeft dus niet stilgelegd te worden voor het onderzoek naar de maximale hoogte van zonnepanelen van 120 cm.

Mevrouw Passier (Volt) geeft aan dat biodiversiteit inderdaad erg belangrijk is, maar zij wijst ook op het bestemmingsplan van het gebied. Volgens het plan is dit gebied beschermd dorpsgezicht. Zij vraagt aan mevrouw Alblas hoe zij kijkt naar het verhogen van de zonnepanelen in relatie tot het beschermde dorpsgezicht.

Mevrouw Alblas (ChristenUnie) laat weten dat deze twee zaken naast elkaar kunnen bestaan. Een uitspraak van de Raad van State bij een andere casus waarbij ook sprake was van een open

cultuurlandschap luidde bovendien dat een maximale hoogte van 150 cm acceptabel is. Dit laat zien dat er ruimte is om ecologie en cultuur te combineren. Ten slotte valt het hoogteverschil niet op wanneer voorbijgangers hier vanaf een afstandje naar kijken.

De heer Te Hoonte (VVD) is sceptisch over motie 368. De VVD is voor het opwekken van zonne-

energie, maar dit mag niet ten koste gaan van het cultuurhistorisch landschap en van het beschermd

dorpsgezicht Haarzuilens. De VVD pleit er daarom voor om te onderzoeken welke impact het zonneenergieproject Ock-Zon op het dorpsgezicht heeft. Daarom dient hij amendement 85 in, waarin het college wordt opgeroepen om beslispunt 2 van het ontwerp raadsbesluit Vaststelling IPvE en

Verruiming algemene verklaring van geen bedenkingen (AVVGB), kenmerk 11020784/20230307/SA te vervangen door een nieuw beslispunt 2 dat luidt: "Geen wijzigingsbesluit voor de AVVGB vast te stellen en voor het zonnepark een volledige ruimtelijke procedure te doorlopen, inclusief een

uitgebreider onderzoek naar de impact van het zonnepark op de cultuurhistorische waarden van het gebied, bijvoorbeeld volgens een systematiek gelijk aan een Heritage Impact Assessment."

De heer Peters (D66) merkt op dat het de VVD om het even lijkt of het zonne-energieproject OckZon wel of niet wordt gerealiseerd.

De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat er betere plekken zijn om een zonnepark te plaatsen. Mocht het plan echter doorgang vinden, dan zou de impact beter in kaart moeten worden gebracht.

Raadsvergadering van 2 november 2023

30

De heer Peters (D66) kent de VVD als een partij die de RES- en klimaatdoelen ondersteunt, maar ook

als een partij die steeds weer bedenkingen heeft op het moment dat er een concreet plan voorligt om het klimaat te bevorderen. Daaruit kan worden opgemaakt dat de VVD weinig interesse heeft voor de klimaatopgave.

De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan de klimaatopgave heel erg serieus te nemen en is blij om te zien dat het Rijk samen met gemeenten naar de impact van zon op land kijkt. Een beschermd

dorpsgezicht zou de eerste plek zijn waar zon op land niet gerealiseerd moet worden, en zeker niet wanneer de openheid van het landschap juist het karakter is.

De heer Peters (D66) stelt dat er in een verdichte stad als Utrecht altijd weerstand zal zijn bij het

nemen van besluiten over zonne-energieprojecten. Daarnaast wordt in het plan het dorpsgezicht zo veel mogelijk beschermd. Wanneer het hier niet zou lukken, lukt het nergens meer.

De heer Te Hoonte (VVD) wijst op amendement 85, waarin is voorgesteld om 225 hectare aan

zonnepanelen aan te leggen in Rijnenburg. In dit gebied kunnen vervolgens bedrijventerreinen neer

worden gezet, en dit is wat er bedoeld wordt met een transitiezone. Het beschermen van het klimaat dient op een zorgvuldige wijze te gebeuren op plekken waar dit gewenst is. Ten slotte heeft deze raad Haarzuilens eerder bestempeld als cultuurhistorisch en beschermd dorpsgericht.

De heer Van Heuven (PvdD) stelt dat een klimaatcrisis als deze de mens dwingt om energie te

besparen en om alle energie snel en duurzaam op te gaan wekken. Een zonneveld in het groen

realiseren nog voordat alle daken en andere logische plekken zijn voorzien van zonnepanelen is echter lastig. Een zonneveld wekt duurzame energie op, maar heeft ook impact op de huidige

natuur. De wethouder heeft in de commissie beaamd dat aan de linkerzijde van het zonneveld een

gebied blijft gereserveerd voor de weidevogels. De Partij voor de Dieren wil van de wethouder weten welke stappen zij neemt om dit gebied aantrekkelijk te maken en houden voor weidevogels. In het raadsvoorstel is tevens ruimte voor natuurcreatie, wat mogelijkheden biedt voor bepaalde

diersoorten. Het college wil daarnaast echter ook menselijke recreatie bevorderen. De Partij voor de Dieren is hiertegen en pleit ervoor om het gebied in Ockhuizen zo mensluw als mogelijk te maken. Daarom dient hij amendement 86 (Geen wandel- en fietspaden Ockhuizen) in, waarin het college wordt gevraagd om Beslispunt 1 b van het raadsvoorstel, luidend "Aanleg van twee fiets- en

wandelpaden: één door het noorden met 4 hectare recreatieve corridor en één door het zuiden met 4 hectare landschappelijke zone" te schrappen en de nummering van het beslispunt hierop aan te passen.

Hij vraagt aan de wethouder of zij kan beamen dat het netto aantal bomen in de gemeente Utrecht toeneemt als gevolg van het voorliggende raadsvoorstel.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) begint haar beantwoording met de opmerking dat er een aantal afwegingen te maken zijn door de raad en dat het goed is dat de gemeenteraad in actie komt. Zij

reageert op motie 350 over het borgen van de afspraken duurzaam beheer tijdelijk zonneveld. Zij kan de motie overnemen.

Zij ontraadt de motie 368 over hogere zonnepanelen voor schapen en biodiversiteit in Ockhuizen. De wethouder wil (laten) onderzoeken of er ruimte is voor de zonnepanelen met een maximale hoogte van 120 cm. Wanneer deze hoogte blokkerend blijkt te zijn, houdt het college 80 cm aan. De

Raadsvergadering van 2 november 2023

31

voorkeur van het college blijft echter om vanwege cultuurhistorische redenen en vanwege de voorkeur van de omwonenden de maximale 80 cm aan te houden.

Mevrouw Heijne (GroenLinks) vraagt of het onderzoek waarvan de wethouder spreekt zal zorgen voor vertraging bij het zonne-energieproject Ock-Zon.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) herhaalt dat zij de motie ontraadt. Mocht de motie toch worden aangenomen, dat is de ecologie het uitgangspunt. De inhoudt van motie 350 is niet conform de adviezen die het college tot nu toe heeft ontvangen uit de cultuurhistorische hoek.

De heer Te Hoonte (VVD) stelt voor om motie 368 in stemming te brengen voor het raadsvoorstel. De voorzitter gaat hiermee akkoord.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) reageert op amendement 83 over de volgordelijkheid der dingen. Zonneprojecten op landbouwgrond moeten nog verwerkt worden in de provinciale

verordeningen. De provincie heeft ambtelijk en bestuurlijk het beeld van het college bevestigd dat het voorliggende zonneveld niet onder de bepalingen valt, want dit betreft een overgangsgebied.

Daarnaast hecht de provincie veel waarde aan de RES. Bij dit zonneproject is snelheid geboden, want voor de initiatiefnemers is het belangrijk dat zij aanspraak kunnen maken op de SDE, waarvan de aanvraag in Q2 2024 ingediend zal moeten worden. Zij ontraadt daarom het amendement.

Zij reageert op amendement 84 over zorgvuldige behandeling vereist bij vergunningverleningstraject

zonneveld. Ook voor dit amendement geldt dat snelheid is geboden. Daarnaast zijn in dit voorstel de belangrijkste parameters reeds vastgesteld. Omdat zij de haalbaarheid van het voorstel wil bevorderen, ontraadt zij het amendement.

Zij reageert op amendement 85 over de bescherming van het dorpsgezicht. Cultuurhistorisch

onderzoek is uitgevoerd door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Zij hebben voortdurend aan tafel gezeten en zullen in de volgende fase nog vaker adviseren. Daarnaast is de Heritage Impact

Assessment hier niet op zijn plaats, want dat gaat over Unesco-gebieden en dat is het gebied in Ockhuizen niet. Er is voldoende naar de onderwerpen gekeken, en daarom ontraadt zij het amendement.

De heer Te Hoonte (VVD) wijst op de eerdergenoemde bedenkingen. Deze maken dat het wenselijk is om meer tijd te nemen voor een beslissing.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat meer bedenktijd niets zou opleveren. Het college heeft lang de tijd genomen om te komen tot het voorstel en heeft daarbij breed ingezet op de cultuurhistorische waarde.

Zij reageert op amendement 86 over het niet aanleggen van wandel- en fietspaden in Ockhuizen. In

de Ruimtelijke Strategie Utrecht wordt gesproken van een groeiende bevolking die wenst te recreëren in de groene omgevingen van Utrecht. Daarnaast is er in het ontwerp rekening gehouden met voldoende buffers voor alle diersoorten.

De heer Van Heuven (PvdD) vraagt aan de wethouder of zij inziet dat dieren in de klem komen te zitten omdat alles plat wordt gerecreëerd.

Raadsvergadering van 2 november 2023

32

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat deze recreatieplannen al lang geleden zijn

ontworpen en dat nu pas de kans zich voordoet om het ook echt waar te maken. Als je naar de

natuur in Nederland kijkt, kan je maar beter een verstedelijkingsbeweging in Utrecht hebben, in plaats van dat de verstedelijking verstrooid over Nederland plaatsvindt. Dan zou de natuur in

Nederland namelijk nog veel meer worden beperkt. Daarnaast is er al veel natuur in Utrecht en wordt dit alleen maar meer.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de wethouder op zoek gaat naar draagvlak bij omwonenden

als motie 368 wordt aangenomen. En gaat de wethouder terug naar de maximale hoogte van 80 cm voor zonnepanelen als dit draagvlak er niet is?

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat een maximale hoogte van 120 cm het

uitgangspunt wordt wanneer de motie wordt aangenomen. Als blijkt dat het zonneveld hiermee in gevaar wordt gebracht, dan schaalt het college terug naar 80 cm. Er is dus geen extra participatieronde.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt de wethouder of zij een inschatting kan maken over dat draagvlak.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) stelt dat een dergelijk draagvlak niet iets is wat vaststaat.

Echter is het draagvlak een van de argumenten om niet te kiezen voor een maximale hoogte van 120 cm voor zonnepanelen in Ockhuizen. Er zijn voor het college namelijk twee soorten motieven om voor de maximale hoogte van 80 cm te kiezen: op basis van de cultuurhistorie en op basis van draagvlak van omwonenden. Het eindoordeel ligt, kortom, bij de raad.

Mevrouw Alblas (ChristenUnie) bevestigt dat de ChristenUnie het raadsvoorstel alsnog zal steunen wanneer de raad kiest voor een maximale hoogte van 80 cm.

De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De besluitvorming over het voorstel, de amendementen en de moties vindt vanavond plaats.

28. Afrondende besluitvorming na debat over Toekomst Wijkplatforms 2023-2026. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt nogmaals aandacht voor de doorontwikkeling van de

wijkplatforms. Het is nodig dat er in elke wijk wijkplatforms met een adviserende rol bij de gemeente komen en dat de deelnemers divers zijn. Er zal hard moeten worden gewerkt, want de uitdagingen voor de wijkplatforms zijn groots. Het is zaak dat wijkplatforms een inhoudelijke mogelijkheid

krijgen om advies te geven aan en om mee te denken met de gemeente. Het advies kan worden gegeven aan de gemeenteambtenaren, het college of de gemeenteraad, zolang er maar een

inhoudelijke rol wordt weggelegd voor de wijkplatforms en dat dit wordt verankerd in de Herijking Samen stad maken.

De heer Maas (Volt) merkt op dat reeds in 2019 door de raad tevergeefs is geprobeerd om de invloed van wijkplatforms te vergroten. Hij wil van de PvdA weten waarom zij denkt dat het de moeite waard is om nogmaals een poging te wagen.

Raadsvergadering van 2 november 2023

33

De heer Van der Zweth (PvdA) stelt dat knellende afspraken de adviserende rol van wijkraden lastig maakten. Daarom zal er op een andere manier invulling gegeven moeten worden aan de rol van

wijkraden/wijkplatforms. De PvdA pleit ervoor om meer vrijheid te geven aan de wijkraden/platforms en om hen een inhoudelijke rol te geven.

De heer Maas (Volt) merkt op dat in de Herijking Samen stad maken, in Q12024, een aantal

vergelijkbare initiatieven gezamenlijk worden besproken. De PvdA loopt met haar motie vooruit op deze bespreking. Hij vraagt aan de PvdA wat hier de reden voor is.

De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat deze motie juist een correctie is op de Herijking Samen stad maken van 2023. Bovendien is het al enige tijd geleden dat de wijkraden zijn verdwenen. Daarom grijpt de PvdA nu zo snel mogelijk in.

De heer Maas (Volt) begrijpt niet waarom de PvdA de bespreking in Q1 2024 niet wil afwachten. Het is opmerkelijk om iets wat in het verleden niet effect was nu opnieuw in te willen voeren.

De heer Van der Zweth (PvdA) wijst op de brief over de doorontwikkeling. Hierin wordt aangegeven

dat er met de wijkplatforms aan de slag wordt gegaan in Q1 2024. Dit is rijkelijk laat. Daarom is het nu het juiste moment om aandacht te vragen voor de wijkplatforms. Daarnaast gaat de vergelijking met de voormalige wijkplatforms mank, want er zal iets anders van de wijkplatforms gevraagd

moeten worden. De wijkplatforms verdienen een inhoudelijke positie richting de gemeente en de politiek.

En daarom dient de PvdA motie 369 in (Adviesrecht voor de wijkplatforms), waarin het college wordt gevraagd om ten aanzien van de wijkplatforms nader invulling te geven aan het hebben van een

niet-exclusief adviesrecht richting de gemeente, college en/of gemeenteraad en deze afspraken te verankeren in Samen stad maken en om hierbij bij de gemeenteraad op terug te komen bij de eerstvolgende update over de wijkplatforms.

Mevrouw Kendir (Student & Starter) merkt op dat eerder driekwart van de raad tegen voorstel stemde om de wijkplatforms een formeel adviesrecht te geven. De argumenten van die tegenstem werden in het afgelopen commissiedebat bovendien opnieuw aangedragen, waaronder door GroenLinks. Zij vraagt van de PvdA om een duiding op deze aangehaalde argumenten.

De heer Van der Zweth (PvdA) wijst op de ondertekenaars van de motie: GroenLinks, Utrecht Solidair en Partij voor de Dieren. Daarnaast klopt het niet wat Student & Starter beweert over de tegenstem van GroenLinks. Dit ging over een andere motie, namelijk de motie over strikt formeel adviesrecht van de wijkplatforms. In motie 369 is bewust interpretatieruimte gelaten voor het adviesrecht. De heer Dekkers (GroenLinks) sluit zich aan bij de woorden van de PvdA. In het verleden heeft

GroenLinks het formalistische gehalte van de wijkraden niet gesteund, maar dit wil niet zeggen dat GroenLinks een inhoudelijke inbreng naast de procesrol van de wijkplatforms niet zinvol vindt.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat deze motie vooruitloopt op het initiatiefvoorstel van

EenUtrecht. Hij vraagt vervolgens of Binnenstad 030 en Wijkcoöperatie Lunetten ook onder motie 369 vallen en of het begrip "wijkplatforms" door de motie breed wordt geïnterpreteerd.

Raadsvergadering van 2 november 2023

34

De heer Van der Zweth (PvdA) bevestigt dat het begrip "wijkplatforms" door de motie breed wordt geïnterpreteerd. Het gaat voornamelijk om de functies en rollen van deze wijkplatforms of wat daarop lijkt.

Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt aan de PvdA welke andere rol zij voor de wijkplatforms wenst ten opzichte van wat het college zich heeft voorgenomen om uit te werken.

De heer Van der Zweth (PvdA) verwacht dat hier verschillen inzitten die hij spoedig zal gaan horen in de beantwoording van de wethouder. De gemeenteraad ontvangt geen mails en reacties meer van wijkraden, op Overvecht na, terwijl dit voorheen wel gebeurde. De PvdA pleit ervoor om deze interactie met wijkraden te herstellen.

Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt aan de PvdA welke andere partijen dit adviesrecht zouden moeten krijgen.

De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat het blindstaren op enkel de wijkplatforms niet wenselijk is. Verder wordt van wijkplatforms in de eerste plaats verwacht dat zij een diverse samenstelling heeft.

De heer Van Steeg (CDA) stelt dat in Utrecht slechts drie wijkplatforms goed functioneren en dat de voortgang van de wijkplatforms teleurstellend is. Daarom dient hij motie 370 (Maak werk van vertegenwoordiging in de wijken en buurten) in, die het college oproept om Komend jaar te

gebruiken om een om volwassen wijk of buurtvertegenwoordigingen met inwoners tot stand te brengen, om met betrokken inwoners in overleg te blijven en met vastgestelde succes- en

faalfactoren te komen tot concrete uitvoering, om bij wijken die niet op de leest van wijkplatforms passen in te zetten op aansluiting bij de structuur van de betreffende wijk en buurt en om en de

brief over verdere ontwikkeling van de wijkplatforms de voortgang en concrete invulling voor alle tien wijken te beschrijven.

De heer Dekkers (GroenLinks) onderschrijft een aantal waardevolle oproepen uit het dictum. Het is echter niet duidelijk wat deze motie anders doet dan het staand beleid.

De heer Van Steeg (CDA) wijst er nogmaals op dat de wijkraden vijf jaar geleden zijn opgeheven. De wethouder heeft gezegd concreet werk te gaan maken van de tien nieuwe wijkplatforms, en motie

370 roept op om dit verder uit te werken. Dit is nodig, want de afgelopen tijd heeft de wethouder het wat dat betreft laten afweten.

Mevrouw Van der Wilt (D66) acht het van belang dat de positie van de wijkplatforms wordt

verstevigd. De brief over de stand van zaken doorontwikkeling wijkplatforms die is besproken in de

commissie geeft hiertoe een mooie aanzet, maar is niet concreet genoeg. Zij dient daarom motie 371 in (Het wijkplatform als onderdeel van Samen stad maken), waarin het college wordt gevraagd om vast te houden aan het voornemen om in de Herijking Samen stad maken alle verschillende

participatie-instrumenten een duidelijke plek en positie te geven in het zogenoemde keuzekompas. De heer Dekker (GroenLinks) vraagt aan D66 welke bezwaren er zouden zijn tegen een vast platform van inhoudelijke agendering vanuit de wijkplatforms.

Raadsvergadering van 2 november 2023

35

Mevrouw Van der Wilt (D66) antwoordt dat de zorgen over de adviesrol voor wijkplatforms vooral te maken hebben met bureaucratie en representativiteit. Daarnaast moet de positie van het

wijkplatform wel duidelijk zijn, wetende dat er meerdere organisaties en meerdere instrumenten zijn. De heer Dekker (GroenLinks) begrijpt niet hoe het betoog van D66 over het verbeteren van de positie van wijkplatforms strookt met de fouten die in het verleden zijn gemaakt ten aanzien van de wijkplatforms. D66 lijkt de fouten uit het verleden te plakken op een positieve toekomst.

Mevrouw Van der Wilt (D66) is positief en toekomstgericht en daarom van mening dat dit in het

bredere plaatje van Samen stad maken dient te worden bestendigd. De vraag hoe de raad aan een partij een positie geeft, wetende dat er meerdere instrumenten zijn, is daarbij belangrijk.

De heer Dekker (GroenLinks) merkt op dat motie 371 benadrukt dat er naast wijkplatforms andere

clubs en andere processen kunnen zijn die de gemeente inhoudelijke adviseringen. Het is niet helder welk participatieniveau de motie hierbij beoogt, en hij vraagt of D66 dit kan toelichten.

Mevrouw Van der Wilt (D66) merkt op dat GroenLinks en D66 de ambitie delen dat wijkplatformen een stem krijgen, alleen zijn de partijen het niet eens over het instrument dat daarbij hoort. De heer Dijkstra (EenUtrecht) ziet in de motie geen versterking van de positie van wijk of buurtvertegenwoordiging en vraagt of D66 dit zou willen toelichten.

Mevrouw Van der Wilt (D66) antwoordt dat er een omschrijving ligt van de rol van de wijkplatforms,

en in het commissiedebat is geconcludeerd dat de raad niet voldoende duidelijk heeft wat dit precies betekent voor de positie van wijkplatforms. Zij wijst op het voorbeeld over het burgerschap. De

oproep van motie 371 is om de omschrijving van de rol van de wijkplatforms duidelijker te maken binnen Samen stad maken.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) begrijpt nog steeds niet wat de motie precies zegt over de rol van wijkplatforms.

Mevrouw Van der Wilt (D66) legt uit dat het adviesrecht niet wordt vastgelegd in motie 371. Wel delen EenUtrecht en D66 de opvatting over een stevigere rol voor wijkplatforms.

Mevrouw Kendir (Student & Starter) stelt dat wijkplatforms geen adviesrecht moeten hebben vanwege de behoefte aan meer duidelijkheid over hun rol binnen de brede herijking van Samen stad maken. Er zullen verschillende inspraakmogelijkheden moeten worden meegewogen. Daarnaast is volgens

Student & Starter de rol van representativiteit heel erg belangrijk. Dit sluit aan bij het eerdere besluit van de raad om geen formeel adviesrecht aan wijkplatforms te geven en te streven naar een passender rol.

Mevrouw Oosters (wethouder) begint haar beantwoording met een woord van dank aan de raad voor de bijdragen op dit onderwerp. Het is fijn om alle suggesties uit de commissie te hebben gekregen.

Zij reageert op motie 369 over adviesrecht voor de wijkplatforms. Wijkplatforms moeten volgens het college een inhoudelijke en adviserende rol kunnen hebben. Een niet-exclusief adviesrecht is echter

Raadsvergadering van 2 november 2023

36

te bureaucratisch en formeel. Daarnaast vragen de wijkplatforms zelf niet om een terugkeer van een formeel adviesrecht.

De heer Van der Zweth (PvdA) wijst op alle voorwaarden die zijn opgenomen in de motie. Hij vraagt welke vorm zij weggelegd ziet voor de wijkplatforms.

Mevrouw Oosters (wethouder) antwoordt dat iedere bewoner en iedere groep in de samenleving

reeds het recht heeft om de gemeente te adviseren. Zaken als een enquêterecht en dialogen met

bewoners zouden de wijkplatforms een mooie inhoudelijke rol geven. De input die hieruit volgt is inhoudelijk en kan richting de gemeente worden teruggekoppeld. Een participatie-instrument

creëren voor een bepaald platform moet echter in samenhang gebeuren met andere participatie-

instrumenten – en dit is exact wat er gebeurt bij Samen stad maken. Ook wanneer er geen formeel adviesrecht voor wijkplatforms wordt opgenomen, kan het inhoudelijke gesprek met de

wijkplatforms worden gevoerd over de informatie die zij ophalen. De rol en positie van de

wijkplatforms wenst het college te zien in het totaal van de samenwerkingsvormen die worden

uitgewerkt bij het Kompas van Zeggenschap, en het college wil daar niet op vooruitlopen. Zij geeft de motie oordeel raad.

Zij reageert op motie 370 over werk maken van vertegenwoordiging in wijken en buurten. Zij kan deze motie overnemen.

Zij reageert op motie 371 over het wijkplatform als onderdeel van Samen stad maken. De motie is in lijn met de plannen van het college; de participatie-instrumenten dienen met elkaar in verband te

staan en er dienen heldere verwachtingen te worden geschetst, waarbij representativiteit van groot belang is. Zij kan de motie daarom positief adviseren.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt aan de wethouder of zij denkt dat er mogelijk veel meer

platforms kunnen gaan ontstaan wanneer een stuk zeggenschap voor deze platforms is vastgelegd. Mevrouw Oosters (wethouder) bevestigt dat het toekennen van zeggenschap het enthousiasme van

wijkplatforms kan bevorderen. Zeggenschap vraagt echter ook om veel verantwoordelijkheid, en daar dient over gesproken te worden met de groepen die deze verantwoordelijkheid dragen. Een formeel adviesrecht past hier niet bij, maar andere mogelijkheden, in samenhang met de andere

instrumenten van Samen stad maken, bespreekt het college graag met de wijkplatforms. De heer Dijkstra (EenUtrecht) begrijpt in dat geval niet waarom de wethouder motie 369 niet kan overnemen. Die biedt namelijk een kans om tot meer participatie te komen.

Mevrouw Oosters (wethouder) ziet dat anders. In de gesprekken met de wijkplatforms heeft het

college geconstateerd dat het formele adviesrecht niet een toekomstbestendig instrument is. Het

college denkt echter graag mee om te komen tot andere manieren om de positie van wijkplatforms te verstevigen, maar wel in het Kompas van Zeggenschap. De toekomst van de wijkplatforms dient bovenal te worden afgestemd met de wijkplatforms zelf.

Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt aan de wethouder of zij motie 371 ziet als een oproep om het

formele adviesrecht uit te werken op een manier die voor de wijkplatforms voldoende ruimte geeft om de gemeente te bereiken.

Raadsvergadering van 2 november 2023

37

Mevrouw Oosters (wethouder) benadrukt nogmaals dat zij voorstander is van een adviserende en inhoudelijke rol voor de wijkplatforms, maar niet in de vorm een formeel adviesrecht.

De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De besluitvorming over de moties vindt vanavond plaats.

De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na hervatting van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 29. Afrondende besluitvorming na debat over Opvang Oekraïense vluchtelingen en asielzoekers. De voorzitter meldt dat de afrondende besluitvorming na debat over Opvang Oekraïense

vluchtelingen en asielzoekers is geagendeerd door UtrechtNu!, Stadsbelang Utrecht en Volt. De heer Bosch (UtrechtNu!) merkt op dat het onderwerp asiel in Nederland wellicht het meest polariserende vraagstuk in Nederland is, en zo ook in Utrecht. Wat UtrechtNu! betreft is het

essentieel om naar bewoners te luisteren en om hen een beslissende stem te geven. Een AZC heeft

immers een grote invloed om de leefomgeving, positief dan wel negatief. Hij dient daarom motie 372 (Altijd een draagvlakmeting bij een permanente asielopvang) in, waarin het college wordt gevraagd

om bij ieder voornemen tot vestiging van een nieuwe permanente asielopvang een draagvlakmeting wordt uitgevoerd onder de omwonenden en om de resultaten mee te nemen in de besluitvorming. Deze draagvlakmeting dient de basis te zijn waarop het college beslissingen zou nemen.

Daarnaast dient er te worden gekeken naar de huidige situatie. Hoe ervaren de Utrechtse bewoners het om naast een asielopvang tijdelijk of permanent te wonen? Het is belangrijk dat dit wordt onderzocht. Daarom dient de heer Bosch motie 373 in (Wat vinden Utrechters van onze

asielopvang?), waarin het college wordt opgeroepen een evaluatie te houden onder bewoners die in de nabije omgeving van een bestaande, tijdelijke of permanente asielopvang wonen.

Mevrouw Assen (PvdA) vraagt aan de heer Bosch of alle maatschappelijke vormen van

opvangvoorzieningen middels een draagvlakmeting aan de bewoners van Utrecht worden voorgelegd.

De heer Bosch (UtrechtNu!) antwoordt dat zijn partij veel waarde hecht aan draagvlakmetingen. Dit gebeurt in Utrecht nu enkel bij parkeren, maar een dergelijke meting zou bij alles wat speelt in de omgeving van inwoners moeten worden gehouden.

Mevrouw Assen (PvdA) vraagt aan de heer Bosch of hij erkent dat er opvangvoorzieningen zijn die de stad Utrecht wil en soms moet bieden en die de mensen van waarde achten maar misschien niet naast hun huis willen. Zij is benieuwd naar hoe deze draagvlakmeting zich verhoudt tot al die voorzieningen.

De heer Bosch (UtrechtNu!) merkt op dat mensen vaak een windmolen, een asielopvang of een ander project van de gemeente steunen, zolang het maar niet in hun eigen buurt is. Wanneer een besluit

tot een dergelijk project voorligt, zal zij eerst het draagvlak van de omwonenden moeten meten. Een

Raadsvergadering van 2 november 2023

38

gevolg hiervan zou kunnen zijn dat er geen opvangvoorzieningen meer zijn in Utrecht. Als bewoners iets niet willen, dat heeft de gemeente dit simpelweg te accepteren.

Mevrouw Dada-Anthonij (D66) vraagt aan de heer Bosch of hij denkt dat de gemeente kansen laat

liggen voor het samenbrengen van mensen wanneer zij op basis van een draagvlakmeting besluit om een project niet door te zetten. Zij noemt het voorbeeld van het eerste Plan Einstein.

De heer Bosch (UtrechtNu!) denkt niet dat elke voorziening dezelfde mate van succes zal behalen. De ene voorziening is succesvoller dan de ander. Wellicht zal een draagvlakmeting samen moeten gaan met een informatievoorziening, waar de bewoners eerder geneigd zijn om ermee in te stemmen.

De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat UtrechtNu! een verschil lijkt te maken tussen permanente en

tijdelijke opvang. Het is niet helder of de draagvlakmeting er bij deze twee vormen hetzelfde uit zou moeten zien. Hij vraagt om een toelichting.

De heer Bosch (UtrechtNu!) antwoordt dat de draagvlakmeting moet worden gehouden bij zowel tijdelijke als bij permanente opvang. Hij kan op dit moment het onderscheid tussen tijdelijke en

permanente opvang waarvan wordt gesproken in de motie niet uitleggen. Hij ligt toe dat het woord "draagvlak" is vervangen door het woord "evaluatie".

De heer Maas (Volt) is van mening dat met samenwerking, en dan het liefst Europese samenwerking, veel problemen kunnen worden opgelost. Samenwerken betekent ook successen uitwisselen, en

Europa biedt hier de ruimte voor, ook door verschillende subsidies. De Urban Act Innovation Transfer staat toe het succes van Plan Einstein verder te verspreiden en te ontwikkelen. Daarom dient hij

motie 374 in (Onderzoek Utrechtse successen met Europa en door Europa), waarin het college wordt verzocht of deze Urban Act Innovation Transfer aangevraagd kan worden en om de kosten die deze aanvraag met zich meebrengt te begroten vanuit de posten Europese Subsidies en Asiel.

Mevrouw Dada-Anthonij (D66) wil van heer Maas weten of hij de kosten in kaart kan brengen en of deze kunnen worden gedragen zonder aanspraak te maken op de post Asiel.

De heer Maas (Volt) geeft toe geen exact bedrag te kunnen noemen. De verwachting is echter dat de investering meer zal opbrengen dat wat het zal kosten.

Mevrouw Dada-Anthonij (D66) vraagt aan Volt of met zekerheid kan worden gezegd dat de subsidie na aanvraag daadwerkelijk ook wordt toegekend.

De heer Maas (Volt) kan dit niet met zekerheid zeggen. Ambtenaren hebben de aanvraag echter zeer kansrijk ingeschat.

Mevrouw Assen (PvdA) vraagt naar de exacte toegevoegde waarde van deze Europese subsidie voor de stad Utrecht.

De heer Maas (Volt) antwoordt dat Utrecht op deze manier haar eigen innovaties naar buiten kan

brengen. Daarnaast zouden de netto-opbrengsten van de gemeente stijgen en kunnen zodoende de plannen verder ontwikkeld worden.

Raadsvergadering van 2 november 2023

39

De heer De Pagter (VVD) is kritisch op de komst van twee nieuwe permanente azc's. De VVD heeft in

de commissie haar zorgen geuit over het betrekken van de buurt en het draagvlak. Daarom steunt de VVD de motie van UtrechtNu!.

Mevrouw Streefland (wethouder) reageert op de motie 372 over een draagvlakmeting bij een

permanente asielopvang. Het college werkt volgens een met de raad gedeeld stappenplan uit 2021. Er ligt momenteel een collegebesluit voor een nieuwe voorziening voor asielopvang. Bij dergelijke besluiten zal de raad hier altijd over worden geïnformeerd en is er mogelijkheid tot debat. Een besluit tot nieuwe asielopvang wordt door het college nooit lichtvoetig genomen. Daarnaast is

asielopvang in Utrecht een combinatie van gemengd wonen, activiteiten en meerwaarde voor de

buurt. Een draagvlakmeting kan daarom soms niet kloppen met de realiteit in Utrecht. Zij ontraadt daarom motie 372.

De heer Bosch (UtrechtNu!) constateert dat dit ervan uitgaat dat de gemeente meer kennis van zaken heeft dan de bewoners van Utrecht.

Mevrouw Streefland (wethouder) antwoordt dat in veel gevallen bewoners en asielzoekers in vrede met elkaar leven. Veel mensen in Utrecht zijn hier niet van op de hoogte.

De heer Bosch (UtrechtNu!) gelooft dat er succesverhalen zijn, maar in dat geval ziet hij geen bezwaren tegen een draagvlakmeting, want de bewoners zullen er toch wel mee instemmen.

Mevrouw Streefland (wethouder) laat weten geen meerwaarde te zien in een draagvlakmeting voor

asielopvang. Het is een gegeven dat bewoners vaak tegen een opvang zijn als deze komt, maar ook teleurgesteld als deze weer vertrekt.

Zij reageert op motie 373 over het peilen van de mening van Utrechters over asielopvang. Het college moet deze motie ontraden. Er is reeds in aanloop van de beleidsnota namelijk met veel diverse

groepen Utrechters via verschillende participatie-instrumenten gesproken over asielopvang. Het asielbeleid is in 2020 met grote meerderheid vastgesteld in de raad. Verder staat het college via beheergroepen in nauw contact met omwonenden.

De heer Bosch (UtrechtNu!) licht toe dat zijn beoogde draagvlakmeting niet bindend is. Hij vraagt of dit een middel zou kunnen zijn om de meningen van bewoners te peilen.

Mevrouw Streefland (wethouder) erkent dat dit middel zou kunnen werken. Het college geeft echter

aan dat in relatie tot asielopvang of opvang van Oekraïners een dergelijke draagvlakmeting meestal niet de route is waar het college voor kiest.

Zij reageert op motie 374 over onderzoek Utrechtse successen met Europa en door Europa. Zij kan

deze motie overnemen, met de kanttekening dat onderzocht dient te worden of dit een herijking van focus en taken betekent. Het college zal intern moeten bezien hoe deze subsidie kan worden

aangevraagd en informeert de raad hier zo spoedig mogelijk over, echter de gemeente heeft op dit moment mogelijk niet genoeg middelen. Maar zij volgt de redenering van Volt, want ook Plan Einstein is door Europa gesubsidieerd.

De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De besluitvorming over de moties vindt

Raadsvergadering van 2 november 2023

40

vanavond plaats. 30. Afrondende besluitvorming na debat over Herontwikkeling Tuincentrum Steck. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) merkt op dat de Steck is omgeven met veel groen en daarmee een leefgebied vormt voor dieren. De initiatiefnemer wil naast groen ook bebouwing toevoegen,

maar voor de ChristenUnie blijft behoud van bestaand groen het uitgangspunt. Daarom dient hij motie 375 (Behoud bestaand groen Steck) in, waarin het college wordt opgedragen om bij de

uitwerking van de plannen voor ontwikkelingen van Steck en het opstellen van het SPvE rekening te houden met het bestaand groen en daarmee het leefgebied van dieren op die locatie én om het behoud van het bestaand groen en het leefgebied van dieren als uitgangspunt te nemen bij het

opstellen van het SPvE en concretiseren van plannen voor ontwikkeling van Steck en hierover ook het gesprek te voeren met de initiatiefnemer.

De heer Aït Daoua (D66) informeert naar de verdeling in vierkante meters tussen bebouwde en groene grond. Hij vraagt tevens of de huidige bebouwde grond niet wordt uitgebreid.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat het bestaand groen zo veel mogelijk behouden zal moeten worden, en dit staat los van de exacte verdeling in vierkante meters van de groene en bebouwde grond.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) wijst op de door de gemeente gehanteerde parkeernormen voor fiets en auto, waar ook deze initiatiefnemer zich aan moet houden. Een beperkt aantal

parkeerplekken biedt meer ruimte voor het behoud van bestaand groen of realisatie van meer nieuw groen. Daarom dient hij motie 376 (Beperk verhard terrein voor parkeren Steck) in, die het college

opdraagt om bij de herontwikkeling van Steck en de opstelling van het SPvE met de initiatiefnemer in

gesprek te gaan over het aantal auto parkeerplekken dat noodzakelijk is op deze locatie en daarbij in te zetten op een zo laag mogelijk aantal parkeerplekken, om zo nodig maatwerk te bieden ten

aanzien van de toepassing van parkeernormen als het aantal noodzakelijke parkeerplekken een lager aantal betreft dan de gehanteerde minimum autoparkeernorm van de gemeente én om bij de

realisatie van parkeerplekken erop in te zetten dat ook het oppervlak voor parkeren zo groen als mogelijk wordt.

Hij is tevens kritisch op de plannen rondom de komst van een hotel nabij Tuincentrum Steck.

Bebouwing zou juist de mensen moeten dienen die dit het hardst nodig hebben. De ChristenUnie wil dat op deze locatie serieus wordt gekeken naar scenario's waarbij ruimte wordt gemaakt voor

Utrechters die op zoek zijn naar een woning. Daarom dient hij motie 377 (Verschillende scenario's Tuincentrum Steck), waarin het college wordt gevraagd om over drie scenario's met de

initiatiefnemer voor de herontwikkeling van de Steck in gesprek te gaan én om de raad over de haalbaarheid van de verschillende scenario’s te informeren voor de voorjaarsnota 2024.

De heer Van Heuven (PvdD) vraagt aan de ChristenUnie waarom tijdelijke woningen op deze locatie wenselijk zouden zijn gezien de slechte luchtkwaliteit.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat er delen zijn in het gebied die wat verder af staan van de A27 en de NRU, en dus een betere luchtkwaliteit hebben.

Raadsvergadering van 2 november 2023

41

De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat precies op deze plekken de natuur zich bevindt en de dieren leven.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) is het daar niet mee eens. Op een aantal plekken waar reeds verharding is en waar de luchtkwaliteit beter is, is ruimte voor (tijdelijke) woningen.

De heer Aït Daoua (D66) wijst erop dat de wethouder uitgebreid is ingegaan op de ideeën over

tijdelijk wonen in het gebied rondom Tuincentrum Steck. Dit bleek ongewenst en onmogelijk. Ook past het niet binnen de door de provincie beoogde invulling van deze locatie.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) erkent dat het realiseren van tijdelijke woningen op deze

locatie niet gemakkelijk is, maar dat geldt voor een heleboel locaties in Utrecht. Er dient creatief

gekeken te worden samen met de initiatiefnemer of er op deze locatie invulling gegeven kan worden aan de maatschappelijke opgave van het bouwen van woningen die de gemeente heeft.

Mevrouw Bode (Volt) wil van de ChristenUnie weten waarom zij kiest voor deze motie als met name de bouwkosten het probleem zijn, en niet de locatie.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat er legio uitdagingen zijn bij het bouwen van tijdelijke woningen. Het is aan de raad om, wanneer zich er een mogelijke woningbouwlocatie voordoet, te kijken wat de mogelijkheden zijn.

De heer Van Heuven (PvdD) stelt dat de plannen rondom Herontwikkeling Tuincentrum Steck

zorgwekkend zijn. Het gebied achter Steck kent veel stukken groen waar menen nauwelijks komen en waar wilde dieren kunnen leven zonder al te veel gestoord te worden. Dit groen wordt in de plannen aangetast en verplaatst. Daarom steunt de PvdD motie 375.

Hij dient motie 378 in (Niet bouwen buiten de rode contour), waarin wordt opgeroepen om bij de

uitwerking van de plannen voor Tuincentrum Steck geen bebouwing buiten de rode contour op te

nemen; Bij de uitwerking van de plannen voor Tuincentrum Steck geen bebouwing buiten de rode contour op te nemen.

Hij verwacht dat de bouwplannen zullen zorgen voor nog meer auto's ter plaatse, en dit is

onwenselijk. Daarnaast vindt de PvdD economische groei een probleem, en geen oplossing. Daarom

dient hij motie 379 in (Stop = stop), waarin het college wordt gevraagd om in het uit te werken SPvE over de ontwikkelingen van Steck geen hotel op te nemen.

De heer Stellinga (CDA) dient motie 380 in (Geen nieuwe functies bij De Steck), waarin het college wordt opgedragen om bij de herontwikkeling van Tuincentrum De Steck geen hotel, restaurant of andere functies op deze locatie toe te staan dan de functies die nu reeds op basis van het bestemmingsplan "Overvecht-Noordelijke stadsrand" zijn toegestaan.

De heer Aït Daoua (D66) wil van het CDA weten waarom er geen behoefte aan horeca in de Steck zou zijn.

De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat het CDA de kernrandzone buiten de rode contour wil

beschermen, en daarom wenst het CDA daar geen andere functies die wezensvreemd zijn aan dat gebied. Het tuincentrum wordt toegestaan, maar daar blijft het bij.

Raadsvergadering van 2 november 2023

42

De heer Van der Zweth (PvdA) vult aan dat Short Stay niet per se gewenst is. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) begint haar beantwoording met een duiding van het woord "kernrandzone". Dit betekent dat er mogelijkheden tot ontwikkeling zijn, maar dat er wel heel

kritisch gekeken wordt naar de kwaliteit van de plannen – ook door de provincie. Enkel plannen die het gebied bevorderen, worden dus vergund.

Zij reageert op motie 375 over het behouden bestaand groen Steck. Per saldo wordt Steck voorzien van meer groen. Zij zegt toe de motie uit te gaan voeren wanneer deze enige ruimte overlaat voor herschikking van het groen.

Zij kan motie 376 over het beperken verhard terrein voor parkeren Steck overnemen.

Zij reageert op motie 377 over verschillende scenario's Tuincentrum Steck. Uiteindelijk is het de

initiatienemer die gaat over zijn eigen plannen. En als de gemeente hier andere scenario's aan toe wil voegen, dan betekent dit waarschijnlijk ook dat de gemeente zelf op moet draaien voor de kosten. Daarnaast is tijdelijke woonruimte in de Steck niet passend en stemt de provincie hier niet mee in. Daarom ontraadt zij deze motie.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vraagt aan de wethouder of zij bereid is om samen met de initiatiefnemer te kijken of er rondom de scenario's uit de motie iets extra's mogelijk is

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat er reeds ideeën zijn uitgewisseld met de

initiatiefnemer. Hij heeft daarom ook een brief gestuurd waarin zijn wensen omtrent de Steck zijn opgesomd.

Zij reageert op motie 378 over niet bouwen buiten de rode contour. Het is niet verboden om te bouwen buiten de rode contour, maar dat is alleen toegestaan wanneer er met bouwplannen

daadwerkelijk iets verbeterd wordt. Het college ziet wel degelijk ruimte voor verbetering, want de herontwikkeling zorgt voor meer ontharding en meer groen. Daarom ontraadt zij motie 378.

De heer Van Heuven (PvdA) vraagt aan de wethouder waarom zij bereid is om buiten de rode contour te bouwen. Ontwikkeling kan namelijk ook zonder deze bebouwing plaatsvinden.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) geeft aan dat een particuliere ontwikkelaar niet vrijwillig gaat investeren in iets wat enkel resulteert in een park.

De heer Van Heuven (PvdA) constateert dat het college kiest voor economische ontwikkeling ten koste van ecologische ontwikkeling.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) ontkent dit, want het gebied gaat er tevens ecologisch op

vooruit. De huidige kas is immers niet toekomstbestendig. Het college ziet liever andere functies met meer groen, meer ontharding en minder bebouwing dan wat er nu staat.

De heer Van Heuven (PvdA) merkt op dat een hotel en een restaurant de ecologie niet ten goede komen. Hij vraagt de wethouder om een nadere duiding op dit feit.

Raadsvergadering van 2 november 2023

43

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat een ondernemer alleen ontharding en groen

toevoegt wanneer daar tevens een verdienmodel mee gepaard gaat. Er ontwikkeling nodig om de verbeteringen van te financieren.

De heer Stellinga (CDA) stelt dat het een slechte ruil is. Er is momenteel enkel een tuincentrum, en straks staan er een tuincentrum, een hotel en een restaurant.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat er enkel bij een goede ruil toestemming wordt gegeven.

Zij reageert op motie 379 over stop = stop en motie 380 over geen nieuwe functies bij de Steck. Het

college houdt zich aan haar eigen beleid door ruimte te geven aan bijzondere concepten. In dit geval heeft er een positieve toetsing plaatsgevonden. Daarnaast heeft het college altijd uitgedragen dat horeca in de Steck wel gewenst is. Dit was de toekomstvisie van het park en zo luidt ook de RSU. Daarom ontraadt de wethouder de moties 379 en 380.

De heer Stellinga (CDA) merkt op dat horeca niet valt onder recreatie. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) reageert op het dictum van motie 380. Er zou niets nieuws

mogen worden ontwikkeld ten opzichte van het bestemmingsplan. Op basis van dat blokkerende standpunt verandert er niets aan de Steck en komt er geen ontharding en vergroening.

De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De besluitvorming over de moties vindt vanavond plaats.

De voorzitter stelt voor om voor de avondpauze agendapunt 31 te behandelen. Die behandeling kan voor 17.00 uur afgerond worden.

De heer De Pagter (VVD) meent dat in het kader van de nieuwe werkwijze is afgesproken dat er

maximaal twee dagdelen inhoudelijk wordt vergaderd. Dat zou betekenen dat nu eerst het geheime

agendapunt 32 (Afrondende besluitvorming over onderwerp uit de portefeuille Ruimtelijke Ordening) behandeld zou moeten worden.

Mevrouw Van Hall (griffier) legt uit dat er in de nieuwe werkwijze is afgesproken dat er maximaal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=14975d93-e3c1-4a42-99e7-6da31d03bde4