CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

11e raadsvergadering 14 november 2024

Gemeenteraad 23 januari 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen raadsvergaderingen 14 november en 12 december 202434.703 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De heer Eerenberg (wethouder) licht het voorstel nader toe. Indien het wordt aangenomen, krijgt het college meer bevoegdheden in gebieden waar de kaderstelling op orde is. Hij adviseert positief over amendement 219 en moties 457 en 458.

De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemming over het voorstel, de amendementen en de moties vindt vanavond plaats. De voorzitter schorst hierop kort de vergadering.

(Bij hervatting van de vergadering heeft de heer Zwanenberg het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan mevrouw Al-Saqaff.) Na hervatting van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 17. Raadsvoorstel Uitwerking visie Welgelegen. De heer Te Hoonte (VVD) dient mede namens Volt, ChristenUnie, Partij voor de Dieren, Stadsbelang Utrecht en CDA motie 459 (Onderzoek meerwaarde tramhalte voor Welgelegen) in, die het college opdraagt om:

1. Te onderzoeken (i.o.m. Provincie) of een halte Welgelegen (bijvoorbeeld dichtbij de Sowetobrug)

als extra halte en/of vervangende/verplaatste halte Graadt van Roggeweg van meerwaarde kan zijn voor de ontwikkeling van Welgelegen, Jaarbeurskwartier en voor het gehele tramsysteem;

2. Te onderzoeken hoe deze eventueel kan worden ingepast en wat de consequenties daarvan

zouden zijn voor de andere modaliteiten en voor waardevolle elementen in de omgeving (zoals bijvoorbeeld grote bomen);

3. De raad over de uitkomsten te informeren. De heer Peters (D66) dient mede namens EenUtrecht en Student & Starter motie 460 (De Renaissance van de Ravellaan) in, die het college opdraagt om in het haalbaarheidsonderzoek voor de

gebiedsontwikkeling rondom Ravellaan 96 specifiek aandacht te besteden aan het bewerkstelligen van een gevarieerd aanbod maatschappelijke functies.

De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of het de bedoeling is van D66 om zaken in de Ravellaan voorwaardelijk te maken, terwijl het in eerste instantie ging om een woonontwikkeling.

De heer Peters (D66) licht toe dat de Ravellaan altijd is aangewezen voor het realiseren van maatschappelijke functies.

De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of wonen voor D66 de belangrijkste component blijft in de Ravellaan.

Raadsvergadering van 14 november 2024

23

De heer Peters (D66) memoreert dat ook de PvdA voor een motie heeft gestemd om de Ravellaan 96 te verkopen. Ravellaan 96 is maatschappelijk vastgoed en heeft dus maatschappelijke functies te vervullen. De woonambities van D66 zijn ontzettend belangrijk, maar dit vraagt ook om maatschappelijke functies.

De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat het tankstation bij het 24 Oktoberplein buiten het

plangebied wordt gehouden. Idealiter wordt het tankstation verwijderd, zodat het ruimte kan geven aan het Hommelbos. Het college dient het gesprek hierover dan ook te starten met de eigenaar van

het tankstation. Daarom dient hij mede namens Volt, EenUtrecht, Partij voor de Dieren en GroenLinks amendement 220 (Uitbreiden Hommelbos) in.

De heer Snijder (Student & Starter) constateert dat de visie Welgelegen veel positieve elementen

bevat, zoals de hoge bouwhoogtes en de betrokkenheid van huidige bewoners. De belangen van

studenten die in Welgelegen wonen, worden echter onvoldoende meegenomen. Dit heeft geleid tot

een visie zonder garanties voor de toekomst van studentenhuisvesting. Gezien de grote tekorten kan dit niet geriskeerd worden. Hij pleit ervoor om het aantal studentenwoningen in Welgelegen te verhogen. Daarom dient hij motie 463 (Welgelegen is ook studenten wel gelegen) in.

De heer Stellinga (CDA) stelt dat een kleinschalige buurtvoorziening op loopafstand de kwaliteit van wonen in Welgelegen een flinke impuls kan geven. Hij dient daarom mede namens Stadsbelang

Utrecht motie 462 (Onderzoek een kleinschalige buurtvoorziening in Welgelegen) in, die het college

opdraagt om te onderzoeken of het (laten) realiseren van een kleinschalige buurtvoorziening als een bakker, een groenteboer, een koffietentje, een buurtwinkel of een kleinschalige supermarkt in Welgelegen mogelijk is.

De voorzitter schorst hierop kort de vergadering. Na hervatting van de schorsing geeft de voorzitter het woord aan wethouder Eerenberg. De heer Eerenberg (wethouder) benadrukt dat de bewoners zelf een visie hebben opgesteld voor Welgelegen. Deze wordt leidend voor alles wat de gemeente onderneemt in dit gebied.

Hij reageert op motie 459 inzake de meerwaarde van de tramhalte voor Welgelegen. Het onderzoek naar deze tramhalte is uitvoerbaar, hoewel de gemeente op korte termijn geen middelen heeft om tramhaltes te verplaatsen. Hij geeft de motie een positief advies.

Hij reageert op motie 460 inzake de renaissance van de Ravellaan. De motie verbindt de opdracht

van de verkoop en de opdracht om er een mooi gebied van te maken. Hij geeft de motie een positie advies.

Dan amendement 220 inzake de uitbreiding van het Hommelbos. Hoewel het college de intentie van de uitbreiding van het Hommelbos steunt, zou dit veel geld kosten. Aan de andere kant vraagt het amendement alleen om het gesprek over de uitbreiding om te gaan.

De heer Van der Zweth (PvdA) licht toe dat met amendement 220 wordt beoogd om het gesprek aan te gaan over de uitbreiding van het Hommelbos ten koste van het tankstation op het 24 Oktoberplein.

De heer Stellinga (CDA) adviseert om bij dergelijke plannen ook het BO MIRT te betrekken.

Raadsvergadering van 14 november 2024

24

De heer Eerenberg (wethouder) reageert op motie 461 inzake studentenhuisvesting in Welgelegen. De motie is te strak afgesteld en het is niet bekend of precies hetzelfde aantal studentenwoningen teruggebracht kan worden. Het college onderzoekt desalniettemin de mogelijkheden om studentenwoningen in Welgelegen te behouden. Hij ontraadt de motie.

Dan motie 462 inzake de kleinschalige buurtvoorzieningen in Welgelegen. Conform het

detailhandelsbeleid wenst het college dergelijke voorzieningen te clusteren. Het gebied Welgelegen is echter niet opgenomen in het detailhandelsbeleid. Dit vraagt dus om een nieuwe strategie. Hij ontraadt de motie.

De heer Snijder (Student & Starter) trekt motie 461 in. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of de wethouder de positief geadviseerde moties kan overnemen.

De heer Eerenberg (wethouder) reageert dat raadsleden niet voor niets moties indienen. In bepaalde gevallen is het wenselijk om wel over moties te stemmen. De heer Peters (D66) trekt motie 460 in. De heer Eerenberg (wethouder) kan moties 459 en 460 overnemen. De heer Te Hoonte (VVD) trekt motie 459 in. De voorzitter inventariseert of raadsleden behoefte hebben aan een tweede termijn. Dit is het geval. De heer Snijder (Student & Starter) dient motie 463 (Welgelegen is ook studenten wel gelegen) in, die het college verzoekt om:

1. Bij de herontwikkeling van Welgelegen moet het streven zijn om het huidige aantal

studentenwoningen te behouden en tevens uiterste inspanningen te leveren om dit aantal te verhogen;

2 Bij de realisatie van studentenhuisvesting ook in Welgelegen zoveel mogelijk in te zetten op onzelfstandige woningen;

3. De raad uiterlijk in Q3 2025, en in ieder geval vóór de volgende fase van de gebiedsontwikkeling, te informeren over de wijze waarop het behoud of de uitbreiding van studentenwoningen in de herontwikkeling wordt geborgd.

De voorzitter schorst hierop kort de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan wethouder Eerenberg. De heer Eerenberg (wethouder) constateert dat aan motie 463 alleen het woord "streven" is

toegevoegd. Dit geeft het college meer ruimte ten aanzien van de uitkomsten van het voorstel. Dit maakt dat de wethouder de motie positief kan adviseren.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) begrijpt uit de woorden van de wethouder dat de motie een lege

Raadsvergadering van 14 november 2024

25

huls is. De heer Eerenberg (wethouder) spreekt liever van een interessante zoekrichting. De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemming over het amendement, het voorstel en de moties vindt vanavond plaats.

De voorzitter schorst de vergadering tot 14.10 uur voor de lunch. Na hervatting van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 7. Actuele moties. De voorzitter wijst erop dat de indiener van een actuele motie twee minuten heeft om zijn of haar motie toe te lichten. Daarna mag iedere fractie maximaal één vraag stellen. Ook het college heeft twee minuten om de motie van een advies te voorzien.

Actuele motie 436, Bescherm Utrechtse kinderen tegen uitzetting. De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat kinderen die hier al hun hele leven wonen het risico lopen niet in Nederland te mogen blijven wonen door vertraging bij de IND. Dat is wat de indieners van motie betreft onmenselijk. In navolging van Heerlen en Amsterdam willen de indieners dat ook

Utrecht op dit punt een krachtig signaal afgeeft en in VNG-verband gaat pleiten tegen uitzetting. Eind deze maand komt de VNG bijeen. Daarom wordt nu een actuele motie ingediend, die wordt

gesteund door de Partij voor de Dieren, PvdA, GroenLinks, EenUtrecht, Student & Starter en DENK. Het dictum van motie 436 luidt als volgt: Verzoekt het college om:

1. Op de ALV van de VNG op 29 november bij agendapunt 8b te pleiten om in VNG-verband het Rijk op te dragen zich in te zetten: •

Voor een verblijfsregeling voor gewortelde kinderen, omdat ze, door de tijdsduur die verblijfsprocedures in beslag nemen, langer dan 5 jaar in Nederland zijn;

•

Voor een duurzame oplossing waarin het belang van het kind de eerste overweging is en volgens het Internationaal Verdrag Rechten van het Kind (IVRK) eenieder verbindt;

2. De raad nog dit jaar te informeren over het verloop van het onderwerp tijdens de ALV, over de

verdere inzet van het college rondom het beschermen van Utrechtse kinderen tegen uitzetting.

Mevrouw Streefland (wethouder) begrijpt en deelt de zorg over de landelijke ontwikkelingen rondom asiel - in dat licht duidt zij de motie – zeker als het gaat om gewortelde kinderen en de trauma's die zij zouden oplopen als zij weg zouden moeten, wat ook geldt voor de leeftijdsgenoten die dat moeten meemaken in hun klas of hun vriendenkring.

Binnen de VNG wordt goed samengewerkt om alle zeilen bij te zetten om rust te behouden of te

verkrijgen rondom opvang en inburgering. Het gaat daarbij onder meer over om de Spreidingswet,

waarvan duidelijk is dat die noodzakelijk is, juist ook voor kinderen en ouders. Het gaat ook om de

huisvesting van statushouders. Als zij niet meer gehuisvest kunnen worden, komt er een nog grotere prop in het systeem, wat niet goed is voor de betrokken kinderen. Ook het plan van de minister om de gemeenten te korten op de opvang voor Oekraïners wordt geagendeerd. Op basis van dat plan

Raadsvergadering van 14 november 2024

26

kunnen er geen vervolglocaties of nieuwe locaties gerealiseerd worden. Ook in dat geval gaat het over een bredere groep dan de groep waar de motie zich op richt.

Verder zal in de ALV gesproken worden over de LVV en de toekomstige Wet bed, bad en brood, het

sluiten van Veldzicht en – heel belangrijk – de toekomstige bezuiniging op de uitvoeringsorganisaties IND en COA met 80%, wat direct een zeer grote impact zal hebben op het vraagstuk waarover de

motie gaat. Dit is de agenda die nu echt pregnant is en die echt nodig is om duidelijk met elkaar als gemeenten en medeoverheden te bespreken.

Inhoudelijk deelt zij zeer de strekking van de motie. Maar gezien de eerdere opsomming van

onderwerpen, die voorwaardelijk zijn als men andere zaken wil kunnen realiseren en daar het goede gesprek over wil kunnen voeren, hoopt zij dat de indieners van de motie begrijpen dat die onderwerpen echt prioritair zijn.

Gevraagd wordt het in de motie genoemde punt op de agenda van de VNG-vergadering van 29

november te zetten. Die agenda is echter al ongeveer klaar, dus zij kan daar niet zomaar tussendoor iets aan toevoegen. Het thema is zeer relevant, dus zij zou dat graag de aandacht willen geven die het verdient. Dat vraagt om een goede voorbereiding. Zij wil dit thema dus inbrengen op een later moment, zeker ook met de andere steden.

Over wat er al wordt gedaan in Utrecht, wil zij de raad graag informeren in de brief die zij de raad sowieso zal doen toekomen in Q1. Binnen de LVV gebeurt er inderdaad al het een en ander, ook binnen het AZC, om de rechten van de kinderen zo goed mogelijk te waarborgen, ook door Vluchtelingenwerk en andere partners.

Een deel van het gevraagde in de motie kan zij dus toezeggen, want dat wordt al gedaan, zoals zij in de brief zal uitleggen. Zij kan echter niet toezeggen om het in de motie genoemde thema al op 29

november a.s. te bespreken. Zij weet ook niet of het überhaupt nog mogelijk is om dit thema op de agenda te plaatsen. Zij wil dat graag op een goede en ordentelijke manier doen.

De heer Van Heuven (PvdD) dankt de wethouder voor haar beantwoording. Wat hem betreft zouden er binnen dit belangrijke onderwerp geen prioriteiten mogen worden aangebracht, want alle

genoemde zaken zijn immers belangrijk. In de motie wordt echter agendapunt 8b van de ALV

genoemd; onder dit punt wordt het onderwerp van de motie aangedragen door onder andere Heerlen en Amsterdam. Utrecht zou daar dus heel makkelijk bij kunnen aanhaken. Is de wethouder bereid om dat te doen?

Mevrouw Streefland (wethouder) antwoordt dat zij nog niet heeft vernomen – ondanks het feit dat zij heel dicht bij het vuur zit – dat dit onderwerp onder punt 8b geagendeerd is. Morgen hoort zij daar mogelijk meer over. Nogmaals wil zij benadrukken dat de andere genoemde punten echt cruciaal

zijn voor een stabiel opvanglandschap. Ook het in de motie genoemde onderwerp is cruciaal, maar dat onderwerp is te belangrijk om dat in alle snelheid op de agenda van de komende ALV-

vergadering te plaatsen. Zij wil dat liever doen in een volgende vergadering. Zij herhaalt dat zij morgen meer zal horen.

De voorzitter dankt de wethouder voor haar beantwoording. Actuele motie 437, Red Amelisweerd. De heer Vasters (D66) stelt dat het kabinet door lijkt te gaan met de verbreding van de A27, gelet op de recente brief van minister Madlener. Er ligt echter een alternatief plan. Dat plan is goedkoper en

Raadsvergadering van 14 november 2024

27

spaart bos bij Amelisweerd, terwijl Utrecht net zo bereikbaar blijft. Daarom dienen de fracties van D66, GroenLinks, CDA, ChristenUnie, EenUtrecht, Student & Starter, PvdA. PvdD, Horizon en Volt motie 437 in, waarin het college wordt opgedragen:

1. Te blijven communiceren dat Utrecht pal achter het Alternatief Ring Utrecht staat;

2. Samen met zijn regionale partners een intensieve lobby te starten die erop gericht is om het kabinet (opnieuw) te wijzen op de voordelen van het Alternatief Ring Utrecht.

De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt de heer Vasters of hij de indruk heeft dat hetgeen in de motie wordt gevraagd nog niet gebeurt.

De heer Vasters (D66) beaamt op dat er in de afgelopen maanden of zelfs jaren op dit punt hard

gewerkt is door de gemeente en ook door andere partijen in de regio. De indienende fracties willen

graag dat dit werk wordt voortgezet. Dit punt is op dit moment actueel, omdat de verbreding van de A27 mogelijk ook in de Tweede Kamer besproken zal worden. Een intensievere lobby lijkt dus heel nuttig.

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) dankt de indieners van de motie. Het is altijd goed voor de

moraal om extra gesteund te worden in deze lobby. Haar dag begon vanochtend met een overleg met de gedeputeerde, precies over dit onderwerp. Dat geeft wel aan dat men nog vol in de

actiemodus is op verschillende fronten om de inhoudelijke munitie aan te scherpen en verschillende manieren te ontwikkelen om de boodschap te blijven herhalen, kracht bij te zetten en echt naar

binnen te brengen in de Tweede Kamer. Naar haar stellige overtuiging kan de Tweede Kamer nog

steeds kiezen voor het alternatief. Bij het bestuurlijk overleg MIRT is met de minister afgesproken dat ook met hem het gesprek nog zal worden aangegaan.

Kortom, Utrecht is nog steeds vol vuur voor deze zaak. Zij is het dus zeer eens met de motie. Zij heeft gezien dat die breed gesteund wordt. Als dat de indieners helpt, kan zij de motie met veel liefde overnemen. Het college voelt zich dan gesterkt om met deze missie door te gaan.

De heer Paalman (Horizon) vraagt wat het tijdpad is. Hoe realistisch zijn de kansen en wanneer is het voorbij?

Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) stelt dat dit een zeer ingewikkelde vraag is. Zo lang er nog

geen project is aanbesteed en er nog geen contract ligt met aannemers die het huidige tracébesluit gaan uitvoeren, is er ruimte om van koers te veranderen. Het hoogste orgaan in het land gaat

daarover. De partijen in Utrecht denken nog steeds dat ze een goede case hebben, ook omdat het

alternatief veel minder risico's kent en veel goedkoper is. Dat zijn zeer relevante argumenten voor heel veel partijen in Den Haag. Het alternatief scoort ook goed op bereikbaarheid. Zij zou haast willen zeggen "It ain't over till the fat lady sings".

De heer Vasters (Volt) zal met de indieners van de motie overleggen of de motie wordt ingetrokken. Actuele motie 438 (VNG, blijf aan tafel!). Mevrouw Ramaker (VVD) merkt op dat het VNG-bestuur voorstelt te stoppen met de gesprekken over het Integraal Zorgakkoord. Zorgverzekeraars, huisartsen, ziekenhuizen en de VNG, oftewel het hele zorgdomein, hebben dit akkoord in 2022 gesloten voor vier jaar. Voor de VVD-fractie komt het

Raadsvergadering van 14 november 2024

28

ineens stoppen, zonder waarschuwing vooraf, als resoluut. Daarom draagt haar fractie het college op:

1. tegen de resolutie te stemmen die oproept te stoppen met gesprekken over het Integraal Zorgakkoord;

2. het VNG-bestuur op te roepen aan tafel te blijven om samen met de andere partners te werken aan goede gezondheidszorg.

Mevrouw Voortman (wethouder) stelt dat het college net als de VVD ten volle het belang steunt van

een integraal zorgakkoord dat moet leiden tot houdbare zorg en ondersteuning van de inwoners van Utrecht. Het college is het er helemaal mee eens dat de afstemming en de samenwerking tussen de

IZA-partijen heel hard nodig is. Tegelijkertijd kunnen die partijen alleen goed aan tafel zitten als de randvoorwaarden van het akkoord ook echt op orde zijn. Daarmee kan men het akkoord echt laten slagen. Dat is momenteel niet het geval. Er is in het IZA onvoldoende financiële ruimte voor het

sociale domein en te weinig aandacht voor preventie. Het kan niet zo zijn dat de beweging van het medisch domein naar het sociaal domein gaat, terwijl het geld niet meegaat en de partijen

onvoldoende mogelijkheden hebben om te voorkomen in plaats van te genezen. De druk op het

sociaal domein is nu al veel te groot en wordt, als het in de huidige verhoudingen niet verandert, met het IZA juist groter. Overigens ziet men dat ook het Zilveren Kruis het standpunt van de gemeenten ondersteunt.

Daarnaast zijn de verhoudingen tussen VWS, zorgverzekeraars en gemeenten op dit moment niet gelijkwaardig. VWS gaat over het geld en Zorgverzekeraars Nederland beheert de budgetten. De

gemeenten moeten nu een fors deel van de transformaties uitvoeren en vervolgens bedelen om geld. Dat maakt dat het college het VNG-bestuur steunt in de resolutie om te stoppen met de gesprekken over het IZA en dat het de motie ontraadt.

Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt of het niet beter is, als het gaat om zo'n belangrijke zaak, om met de mond te praten in plaats van met de benen.

Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat dit ook gebeurt. In 2022 hebben de gemeenten het

IZA ondertekend, onder bepaalde voorwaarden. De VVD stelt dat er plotseling gestopt wordt met het

IZA, maar in 2022 is al gezegd dat in 2024 bekeken zou worden wat de stand is. Na twee jaar praten moet men constateren dat er nog steeds geen sprake is van gelijkwaardige verhoudingen. Er

veranderen dingen, maar vervolgens komt de rekening vooral bij de gemeenten terecht. Dan moet je op een gegeven moment ook een streep in het zand zetten. De gemeenten zeggen dat ze

terugkomen als aan hun voorwaarden wordt voldaan. Op dat moment kan men echt een succes maken van het IZA, in het belang van de mensen voor wie het IZA in het leven is geroepen. De voorzitter dankt de wethouder voor de beantwoording. Actuele motie 349. Naleven internationaal recht in woord en daad. De heer Sungur (DENK) merkt op dat men elke dag wordt geconfronteerd met afschuwelijke beelden van de genocide door Israël op Palestijnen. Dat heeft ook zijn weerslag op Utrecht. Veel Utrechters

leven mee met de Palestijnen. Sommigen komen daar vandaan of hebben daar familie. Bijna elke dag is er wel een demonstratie in Utrecht uit solidariteit met de Palestijnen.

Terwijl de genocide voortduurt, ziet men weinig reactie vanuit Nederland. De VN-gezant en

Raadsvergadering van 14 november 2024

29

verschillende mensenrechtenorganisaties roepen landen op om meer te doen om deze genocide te stoppen. Daarom dient hij motie 439 in, met het volgende dictum: De raad spreekt uit dat:

1. er zo snel mogelijk actie ondernomen moet worden om de reële en immanente genocide in Gaza tegen te gaan en steun te geven aan de hulporganisaties die hulp aanbieden aan de slachtoffers in Gaza;

2. de Staat het internationaal recht in woord en daad moet naleven; Verzoekt het college om:

1. deze uitspraken van de gemeenteraad onmiddellijk over te brengen aan het kabinet en met klem op te roepen om het internationaal recht in woord en daad na te leven.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) maakt bezwaar tegen het gebruik van het woord "genocide". Er is nog niet erkend dat er sprake is van genocide. In het verleden zijn er meer genocides geweest,

bijvoorbeeld de Armeense genocide. Het woord "genocide" mag officieel alleen gebruikt worden als

die genocide erkend is door de Verenigde Naties. Dat is in dit geval nog niet gebeurd. En zolang de ontvoerde mensen niet worden vrijgelaten, zal men daar in Gaza last van blijven houden. Dat is nu eenmaal zo als je mensen ontvoert.

De voorzitter beschouwt de opmerking van mevrouw Hessel niet als een interruptie. Mevrouw Hessel zou over dit punt beter een motie kunnen indienen. Zij geeft de heer Sungur wel gelegenheid om kort op de opmerking van mevrouw Hessel te reageren, maar voegt daaraan toe dat het niet de bedoeling is om nu te gaan discussiëren over een begrip als "genocide".

De heer Sungur (DENK) wil zich beperken tot de opmerking dat hij in het betoog van mevrouw Hessel op zichzelf al een tegenstrijdigheid constateert. Daar wil hij het bij laten.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) stelt vast dat dit niet de eerste motie is die over dit onderwerp is

ingediend. Zij snapt dat de heer Sungur de urgentie voelt om iets over de situatie in Gaza te zeggen.

De beelden die men avond aan avond ziet, laten volgens haar niemand onberoerd. Toch heeft zij een aantal overwegingen bij de motie, die zij de raad graag wil meegeven.

Als de heer Sungur een brede raadsuitspraak zou willen, dan wil zij hem in overweging geven om een aantal van de constateringen in de motie anders te formuleren, niet omdat hij er niet zo over

mag denken, maar omdat het helpt voor het draagvlak als hij kiest voor andere bewoordingen. Er zit ook iets van discrepantie in: aan de ene kant zegt de heer Sungur dat het kabinet niet luistert. Maar vervolgens gaat hij ervan uit dat als de raad van Utrecht een brief naar Den Haag stuurt, men daar dan denkt: dat hadden wij nog niet eerder bedacht, nu gaan wij het anders doen. De eerlijkheid

gebiedt te zeggen dat de heer Sungur en zij er beiden van overtuigd zijn dat dit niet zal gebeuren. Haar voorstel is - maar zij heeft begrepen dat er geen wijzigingen mogen worden aangebracht in actuele moties – om het verzoek uit de motie te halen. Het sturen van een brief, waarbij zij als

postbode fungeert, terwijl men eigenlijk al weet hoe daarover gedacht zal worden, ziet zij niet zo

zitten. Als het verzoek uit de motie gehaald wordt, wordt de raad gelegenheid gegeven een uitspraak te doen die op zichzelf staat. Verder zou zij zich kunnen voorstellen dat de heer Sungur, als hij de

motie breed aanvaard wil hebben, een aantal van de constateringen aanpast. Dat kan volgens haar helpen in de richting van sommige fracties. In de huidige vorm moet zij de motie ontraden.

De heer Sungur (DENK) stelt dat de burgemeester terecht heeft opgemerkt dat een actuele motie niet

Raadsvergadering van 14 november 2024

30

mag worden aangepast. Wat betreft de overwegingen kan hij zich voorstellen dat partijen daar mogelijk iets anders in zitten. Het staat iedereen echter vrij om dat duidelijk te maken in een

stemverklaring. Daarin kan je aangeven hoe je precies naar de situatie kijkt en waarom je stemt zoals je stemt. Die vrijheid heeft iedereen.

Tegelijkertijd wil hij opmerken dat in de Amsterdamse gemeenteraad bijna dezelfde motie is

ingediend, waar de raad in meerderheid achter schijnt te staan. Hij stelt de burgemeester voor om eventueel te bekijken of er gezamenlijk met Amsterdam kan worden opgetrokken. Hij begrijpt dat het kabinet – dat geldt ook voor een aantal andere onderwerpen, zoals Amelisweerd – niet heel

happig is op Utrechtse standpunten. Maar dan nog vindt hij het een belangrijke verantwoordelijkheid van de Utrechtse raad om wel mee te geven hoe de stad Utrecht erin zit. Als burgermoeder en als voorzitter van de gemeenteraad ziet hij haar dat uitstekend doen.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) waardeert dat zeer. Maar het punt is dat zij nu juist denkt dat de heer Sungur er meer baat bij heeft als de Utrechtse raad zelfstandig iets vindt van een dergelijk thema. Sommigen partijen hebben ook een vertegenwoordiging in het nationale parlement; zij

moeten dat geluid ook daar laten klinken. Dat lijkt haar beter dan dat een unie van steden dat geluid laat horen. Overigens vraagt zij zich af of de betrokkenheid van Amsterdam voor het kabinet meer gewicht in de schaal zal leggen.

Het voorgaande neemt niet weg dat het begrijpelijk is dat de heer Sungur aandacht vraagt voor de

onderliggende zaak. Zij begrijpt ook wat de heer Sungur wil bereiken, namelijk rechtvaardigheid voor een hoop mensen die op dit moment voor hun leven vrezen – dat geldt overigens aan beide kanten. Zij vindt echter dat de raad niet het platform is voor een dergelijke zaak. Maar als men als raad met elkaar iets wil vinden, dan is dat aan de raad.

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) wil een punt van orde maken. Er is al meermaals een discussie over gevoerd of moties nog aangepast mogen worden. Het is nu een paar keer gebeurd dat een

motie werd aangepast. Zij vraagt zich af of dat in dit geval ook mogelijk is, even afgezien van de

vraag of de heer Sungur zijn motie al of niet wil aanpassen. Het aanpassen van zijn motie valt wat haar betreft binnen de lijn die hier nu een paar keer is gevolgd.

Mevrouw Meerding (VVD) merkt op dat het wel is voorgekomen dat moties gewijzigd werden. Maar

dat waren geen actuele moties. Zij zou er niet voor willen pleiten om actuele moties nog te wijzigen. De voorzitter beaamt dat het eerder is voorgekomen dat men een actuele motie wilde wijzigen. Maar ook in dat geval werd dat niet toegestaan. Alleen normale moties mogen gewijzigd worden.

Zij stelt vast dat de burgemeester haar advies over de motie van de heer Sungur heeft gegeven. De heer Sungur kan zelf bepalen wat hij met dat advies doet.

De heer Vasters (Volt) deelt mee dat de actuele motie 437 wordt ingetrokken. De voorzitter deelt mee dat de stemming over de actuele moties zal plaatsvinden in de avondvergadering.

18. Raadsvoorstel Mandaatbesluit voor bevoegdheid tot nemen MER-beoordelingsbeslissing, delegatie van voorbereidingsbesluiten voor ontwerp wijziging omgevingsplan.

Raadsvergadering van 14 november 2024

31

De heer Stellinga (CDA) kan instemmen met de mandatering aan het college van de MER-

beoordelingsbeslissing, maar verzoekt het college om geen ondermandatering van de MERbeoordelingsbeslissing toe te staan. Ondermandatering aan een ambtenaar of een andere

medewerker onttrekt de MER-beslissing aan de directe controle van de uitoefening van de

bevoegdheid door een politiek gelegitimeerd bestuursorgaan als het college, dat over de uitvoering van het mandaat verantwoording aflegt aan de raad. De toepassing van de gemandateerde

bevoegdheid vindt volgens het college bovendien slechts tien à twintig keer per jaar plaats, zodat de uitvoerbaarheid zonder ondermandaat niet onder druk staat. Hij dient daarom amendement 221 in (Geen ondermandaat MER-beslissing).

De heer Aït Daoua (D66) constateert dat het college namens de raad besluiten neemt op basis van

verleende mandaten en dat deze mandatering bedoeld is om de besluitvorming te versnellen zonder de controle en verantwoordelijkheid van de raad uit handen te geven. Het risico bestaat daarbij dat mandaten zonder duidelijke verantwoording kunnen worden toegepast, wat tot onwenselijke

besluiten of misverstanden kan leiden. Hij dient daarom mede namens Student & Starter, PvdA en

Volt motie 464 in (Evaluatie Mandaatgebruik), die het college opdraagt om elk jaar in het Meerjaren

Perspectief Ruimte (MPR) de raad een evaluatieverslag toe te sturen waarin wordt gerapporteerd over het gebruik van de gemandateerde bevoegdheden.

De heer Te Hoonte (VVD) is kritisch over het voorliggende raadsvoorstel en geeft aan tegen te zullen stemmen.

De voorzitter geeft het woord aan de wethouder voor de beantwoording. De heer Eerenberg (wethouder) reageert op amendement 221 inzake geen ondermandatering van de MER-beoordelingsbeslissing. Het is praktisch dat ambtenaren met mandaat kunnen handelen; zij doen dit immers altijd onder regie van het college. De wethouder draagt altijd de verantwoordelijkheid voor beslissingen van ambtenaren.

De heer Stellinga (CDA) stelt dat het beter is dat de MER-beoordelingsbeslissing door het college in de hand wordt gehouden, zodat de raad daar beter zicht op heeft.

De heer Eerenberg (wethouder) ervaart de lengte van de reis tussen de raad, het college en de

ambtelijke organisatie als relatief kort en dus controleerbaar. Ook bij doormandatering zal het college zorgvuldig omgaan met de beslissingen. Hij geeft het amendement oordeel raad.

Dan motie 464 inzake evaluatie van het mandaatgebruik. De wethouder begrijpt dat de raad zicht wenst te hebben op de beslissingen die zij mandateert. Hij geeft de motie oordeel raad.

De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemming over het amendement, het voorstel en de motie vindt vanavond plaats.

19. Raadsvoorstel Vaststelling 1e wijziging omgevingsplan Utrecht. De heer Te Hoonte (VVD) ziet dat met de Vaststelling eerste wijziging omgevingsplan Utrecht

thuissekswerk planologisch mogelijk wordt gemaakt. Deze beslissing wordt echter niet transparant, maar via een omgevingsplan ingevoerd. Bovendien wordt via dit omgevingsplan thuissekswerk

Raadsvergadering van 14 november 2024

32

permanent mogelijk gemaakt. Daarom dient de VVD amendement 222 (Geen pilot thuissekswerk permanent in het omgevingsplan) in, waarmee wordt voorgesteld om beslispunt 2 van het raadsvoorstel te wijzigen.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) constateert dat met het raadsvoorstel thuissekswerk als bedrijfaan-huis in de hele gemeente onder voorwaarden voor één persoon per woning wordt toegestaan

zonder vergunning- of registratieplicht. Sekswerk is echter geen normaal werk en zal dit ook nooit

worden. Daarom dient hij motie 465 (Zandpad schrappen als ontwikkellocatie omgevingsplan) in, die het college opdraagt om uit te spreken dat de ontwikkeling van een grootschalige

raamprostitutievoorziening aan het Zandpad niet meer als realistisch kan worden gezien, omdat er eenvoudigweg geen positieve businesscase meer te realiseren is en omwonenden en belanghebbenden het niet willen.

De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt of er aan deze motie iets gewijzigd is ten opzichte van de motie van Stadbelang Utrecht van een week geleden.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) antwoordt dat een deel van het dictum is gewijzigd en dat de titel van de motie is aangepast.

De heer Bosch (UtrechtNu!) hoort desalniettemin graag wat er wezenlijk is gewijzigd aan de motie. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) legt uit dat bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2025 actief inzicht moet worden gegeven aan wat de gevolgen zijn van een grootschalige raamprostitutievoorziening.

De heer Stellinga (CDA) heeft een punt van orde. Hij constateert dat zowel de VVD als het CDA een

amendement hebben opgesteld inzake het schrappen van thuissekswerk, maar dat de overwegingen en constateringen wel afwijken. Hij verzoekt de voorzitter daarom om kort te schorsen. De voorzitter suggereert om dit per appcontact met elkaar kort te sluiten. De heer Van der Zweth (PvdA) onderstreept dat het raadsvoorstel een belangrijke stap vooruit is om thuiswerk mogelijk te maken voor Utrechtse sekswerkers.

Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) is tegen sekswerk vanuit huis, want dit zorgt voor een onveilige situatie voor vrouwen. Zij zal het amendement van het CDA en de VVD dan ook steunen. De voorzitter schorst hierop de vergadering Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan de heer Stellinga. De heer Stellinga (CDA) dient amendement 223 (Sekswerk niet aan huis) in, waarmee het mogelijk maken van thuissekswerk wordt geschrapt uit de wijziging van het omgevingsplan. De ruimtelijke uitstraling van sekswerk aan huis is namelijk heel anders dan bij andere aan huis gebonden

beroepen. Daarnaast bestaat er een risico op schadeclaims die betrekking hebben op alle huizen in de gemeente.

Raadsvergadering van 14 november 2024

33

De voorzitter geeft het woord aan de wethouder voor de beantwoording. De heer Eerenberg (wethouder) benadrukt dat de eerste wijziging van het omgevingsplan

vooruitstrevend is. Deze wijziging betreft namelijk een volgende stap in het legaal maken van wat als beroep reeds legaal is. Indien dit niet wordt geregeld, vindt prostitutie in illegaliteit plaats en dat is onwenselijk.

Hij reageert op amendement 222 inzake geen pilot thuissekswerk permanent in het omgevingsplan.

Het college evalueert de pilot vanuit een legale situatie. Indien blijkt dat iets niet in orde is, komt het college terug bij de raad. Hij ontraadt het amendement.

Dan motie 465 inzake het schrappen van het Zandpad als ontwikkellocatie sekswerk. Het college is geen voorstander van grootschalige sekswerklocaties. Dit wordt bovendien geadviseerd door experts. Daarnaast is het Zandpad de laatste locatie die het college wenst te overwegen voor sekswerk. De wethouder ontraadt het amendement.

Dan amendement 223 inzake sekswerk niet aan huis. De wethouder wijst op zijn beantwoording van amendement 222. Hij ontraadt het amendement.

De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemming over de amendementen, het voorstel en de motie vindt vanavond plaats.

De voorzitter schorst hierop kort de vergadering.

(Bij hervatting van de vergadering heeft mevrouw Al-Saqaff het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan de heer Zwanenberg.) 20. Raadsvoorstel Vaststellen Verordening Leerlingenvervoer; wijziging Beleidsregel bekostiging leerlingenvervoer.

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) merkt op dat het college aangeeft voornemens te zijn om geen individuele

ouderbijdrage te vragen, terwijl dit wel in de verordening staat. Beslispunt 1c dient hierop aangepast te worden, en daarom dient de VVD mede namens UtrechtNu!, D66, Student & Starter, CDA en GroenLinks amendement 224 in (Geen ouderbijdrage bij leerlingenvervoer).

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) wijst op het onlangs verschenen onderzoek over het

leerlingenvervoer, waarin scholen hierover hun zorgen uitspraken. GroenLinks deelt deze zorgen en

vindt het belangrijk dat het leerlingenvervoer in Utrecht zo goed mogelijk wordt geregeld. De onrust in bussen en het contact met chauffeurs dient verbeterd te worden en het is daarom positief dat de wethouder onlangs mede naar aanleiding van vragen van GroenLinks contact heeft gezocht met

scholen, ouders en vervoerders en dat er beterschap is beloofd. Zij vraagt aan de wethouder om toe

te zeggen om structureel het gesprek aan te gaan met de vervoerders over het belang van opleiding van chauffeurs en onderaannemers in het kader van de kwaliteitsafspraken en om dit expliciet mee te nemen in de Monitor Leerlingenvervoer.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) stelt dat de vervanging van de term "bekostiging" voor de term

"vergoeding" de deur openzet naar bezuinigingen en dat hiermee de positie van leerlingen en hun ouders dusdanig wordt verzwakt. De verhoging van de eigen bijdrage in de vorm van een

Raadsvergadering van 14 november 2024

34

draagkrachtafhankelijke bijdrage is schandalig en toont aan dat het college het gevecht heeft verloren. Stadsbelang Utrecht kan daarom niet instemmen met het raadsvoorstel.

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt de wethouder om de toezegging dat hij in gesprek zal gaan met de buurgemeenten over de lessen omtrent leerlingenvervoer.

De voorzitter geeft het woord aan de wethouder voor de beantwoording. De heer Eerenberg (wethouder) wijst erop dat de Verordening Leerlingenvervoer voor een belangrijk deel voortkomt uit de bezuinigingsopgave van de gemeente. En hoewel dit niet leuk is, is dit wel de realiteit. Bovendien wordt leerlingenvervoer steeds populairder, waardoor het lastig wordt om de

beoogde bezuinigingen waar te maken. Het college wil er, als het gaat om het leerlingenvervoer, dan ook het meeste zijn daar waar dat het meeste nodig is.

De wethouder reageert op amendement 224 inzake geen ouderbijdrage bij leerlingenvervoer. Het college is niet voornemens om een ouderbijdrage te heffen: het in de verordening opgenomen

artikel, artikel 23, veroorzaakt daarom inderdaad verwarring. De verordening dient zo veel mogelijk aan te sluiten bij de lokale werkwijze. De wethouder adviseert het amendement positief.

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of het college voornemens is om nooit om een ouderbijdrage te vragen voor leerlingenvervoer.

De heer Eerenberg (wethouder) gaat ervan uit dat de beoogde bezuinigingen worden waargemaakt. Indien dit niet lukt, kunnen er andere maatregelen worden gevonden. Uit het principe "ongelijke investering voor gelijke kansen" zou echter kunnen volgen dat daadkrachtigere mensen worden gevraagd om een kleine bijdrage te doen.

De wethouder zegt toe om structureel het gesprek aan te gaan met de vervoerders over het belang

van opleiding van chauffeurs en onderaannemers in het kader van de kwaliteitsafspraken en om de raad hier in de kwartaalbrief over te informeren. Hij vult aan dat er inmiddels voldoende reguliere chauffeurs zijn en dat daarom de onderaannemers enkel worden ingeschakeld bij noodgevallen.

De wethouder zegt tevens toe in gesprek te gaan met de buurgemeenten over de lessen omtrent leerlingenvervoer.

De heer Sungur (DENK) constateert dat er momenteel vaak grote aanbieders zijn die zich inschrijven op de aanbestedingen omtrent leerlingenvervoer, waardoor kleinere aanbieders minder kansen

krijgen om mee te dingen. Kleinere aanbieders kunnen echter vaak duurzame, innovatieve en op

maat gemaakte oplossingen bieden die aansluiten bij de ambities van de gemeente op het gebied

van duurzaamheid en inclusiviteit. Daarom dient hij motie 466 (Verken mogelijkheden tot meerdere aanbieders bij leerlingenvervoer) in, die het college opdraagt om de mogelijkheden tot meerdere (kleinere) aanbieders bij leerlingenvervoer te verkennen en om de raad te informeren over de resultaten van deze verkenning.

De heer Eerenberg (wethouder) reageert op motie 466 inzake het verkennen van de mogelijkheden

tot meerdere aanbieders bij leerlingenvervoer. De wethouder vermoedt dat het ingewikkelder wordt indien er meerdere kleine vervoerders leerlingenvervoer gaan aanbieden. Dit compliceert het

contractbeheer en het plannen van leerlingenvervoer. Desalniettemin zijn er ook voordelen te

bedenken bij het toestaan van meerdere aanbieders van leerlingenvervoer. Hij geeft de motie oordeel

Raadsvergadering van 14 november 2024

35

raad. De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemming over het amendement, het voorstel en de motie vindt vanavond plaats.

(De heer Zwanenberg draagt daarop het voorzitterschap van de vergadering over aan mevrouw AlSaqaff.) 22. Afrondende besluitvorming na debat over Raadsbrief Uitwerking afspraken Stop de Verkoop van sociale huurwoningen 2024; SV 2024 nr. 43 Is verkoop sociale huur noodzaak of doen woningcorporaties alsof.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) begint met het indienen van motie 467 (Compensatie "Stop de

Verkoop" is geen betaling). Hij hecht eraan dat de raad klip-en-klaar aangeeft dat deze afspraken geen nadelen tot gevolg hebben.

De heer Van der Zweth (PvdA) meent dat het gevraagde letterlijk is toegezegd. Waarom dan nog een motie indienen?

De heer Dijkstra (EenUtrecht) meent dat wel wordt aangegeven hoe de compensatie wordt geregeld,

maar dat niet expliciet wordt uitgesloten dat een andere route onbespreekbaar is. Voorts herhaalt hij dat het belangrijk is dat de raad zich hierover uitspreekt.

De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dit een motie voor de vorm. De heer Dijkstra (EenUtrecht) weerspreekt dat. Hij vraagt om een raadsuitspraak.

Hij vervolgt met een tweede motie (motie 468, Recht op kopen eigen sociale huurwoning).

Tot slot dient hij een motie in over concrete afspraken met woningcorporaties (motie 469, Concrete afspraken met woningcorporaties over leefbare wijken).

De heer Snijder (Student & Starter) zegt dat het college een verkoopstop op sociale huurwoningen heeft ingesteld om de beschikbaarheid van sociale huurwoningen te waarborgen. Hij vindt het

belangrijk om de resultaten daarvan te evalueren, zodat verbetering van het beleid mogelijk is. Hij dient daarom mede namens VVD, D66 en ChristenUnie motie 470 in (Evalueer stop de verkoop). Mevrouw Zwinkels (CDA) staat positief tegenover deze motie, maar vraagt wat er gebeurt als in

december blijkt dat Stop de verkoop geen effectieve maatregel is geweest. Wordt die maatregel dan zo snel mogelijk teruggedraaid en worden dan andere maatregelen getroffen? De heer Snijder (Student & Starter) wil niet op de uitkomst vooruitlopen. De heer De Vries (wethouder) reageert op motie 467. Hij heeft dit in elk debat over Stop de verkoop toegezegd en vindt de motie daarom overbodig. Hij ontraadt de motie. In de P&C-cyclus is de raad goed in positie om dit gesprek te voeren.

Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft in de commissie al gezegd het bizar te vinden dat een dure maatregel

Raadsvergadering van 14 november 2024

36

wordt ingevoerd, maar dat het college niet de rekening wil betalen. Hoe gaat de compensatie voor deze partijen er wél uitzien?

De heer De Vries (wethouder) antwoordt dat de raad rond de Voorjaarsnota over diverse maatregelen wordt geïnformeerd.

Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt wat de raad dan te zien krijgt bij de Voorjaarsnota. De heer De Vries (wethouder) zegt dat het om diverse maatregelen zal gaan om de volkshuisvesting in de stad te versterken.

Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt om welke specifieke maatregelen het gaat. De heer De Vries (wethouder) wil het commissiedebat niet overdoen. Er zijn specifieke maatregelen

toegepast. Dit jaar ging het over het verduurzamen van het bezit van de corporaties. Elk jaar worden de afspraken herijkt en wordt gekeken welke maatregelen daartegenover staan. Dat kan hij nu nog niet melden.

Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt de wethouder toe te zeggen dat bij de Voorjaarsnota wordt gelabeld wanneer iets een maatregel is waarmee de rekening van Stop de verkoop wordt betaald. De heer De Vries (wethouder) heeft eerder al toegezegd dat de maatregelen rondom de

Voorjaarsnota in beeld worden gebracht, zodat de raad die kan wegen in relatie tot het in positie brengen van corporaties.

Hij vervolgt met motie 468 en moet die ontraden. Er zijn nu al regelingen waarbij huurders hun woning met voorrang kunnen kopen van de corporatie. Het is aan de corporatie om die aan te

bieden. De motie zegt dat huurders het recht moeten hebben om hun woning te kopen, maar dat strookt niet met het eigendomsrecht van de corporaties.

In punt 2 van motie 469 staat "uiterlijk in Q2 2025". De wethouder stelt voor om deze

terugkoppeling te geven in de Monitor samenwerkingsafspraken of de Wonenbrief, die in Q4 2025

volgt. Als de motie op die manier wordt aangepast, kan hij het oordeel aan de raad laten. Hij is ook bereid om een toezegging op dit punt te doen.

Motie 470 wordt eveneens ontraden. De voorraad wordt al gemonitord via de Monitor

samenwerkingsafspraken en daarbij gaat het om nieuwbouw en de onttrekkingen via sloop en

verkoop. Het evalueren van de samenwerking zal periodiek gebeuren met de corporaties. In punt b wordt echter om een rapportage gevraagd en die is niet gratis. Dat geld is er op dit moment niet. Ook is de meerwaarde ervan zeer beperkt omdat er ook al een Ortec-rapport is.

De heer Snijder (Student & Starter) licht toe dat voor het gevraagde bij punt b ook bestaande

informatie kan worden gebruikt, waaronder het Ortec-rapport. Kan de wethouder met die toelichting de motie een positief oordeel geven?

De heer De Vries (wethouder) herhaalt dat een rapportage over de financiële gevolgen niet gratis is. Hij heeft begrepen dat er om een nieuwe rapportage wordt gevraagd.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) trekt motie 469 in en dient een gewijzigde motie in, waarin Q2 2025 is

Raadsvergadering van 14 november 2024

37

vervangen door Q4 2025 (motie 471, Concrete afspraken met woningcorporaties over leefbare wijken).

De heer Te Hoonte (VVD) vindt het jammer dat als door de wethouder een toezegging is gedaan,

alsnog een nieuwe motie wordt ingediend, terwijl de indiener al ruim over de spreektijd heen is. Dat heeft voor hem ook invloed op eventuele steun voor de motie.

De heer De Vries (wethouder) kan met de aanpassing van de termijn het oordeel aan de raad laten met een positief advies.

De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Stemming over de moties en het voorstel vindt vanavond plaats.

23. Afrondende besluitvorming Kleur bekennen cultuurperiode 2025-2029. De heer Van Steeg (CDA) dient in lijn met het amendement dat vorige week is ingediend, een motie in (motie 472, Bied zachte landing cultuurorganisaties).

De heer Dijkstra (EenUtrecht) dient motie 473 in (Versterk culturele inclusie voor vergeten gemeenschappen in Utrecht).

Mevrouw Hornsveld (GroenLinks) zegt dat de criteria zijn opgesteld voor de Cultuurnota. Zij vraagt of de motie niet voorbarig is.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) meent dat hij dit punt graag expliciet wil maken, omdat het nu verstopt in de nota staat.

Mevrouw Hornsveld (GroenLinks) meent dat de criteria pas over enige tijd worden ingesteld. Misschien kan de wethouder daar iets over zeggen.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat er drie criteria voorliggen. De motie geeft ruimte aan het college om die eventueel aan te vullen.

Mevrouw Assen (PvdA) meldt dat de PvdA zich zorgen maakt over kleine organisaties die nu buiten de vierjaarssubsidie vallen, met name het museum Van Zuilen, dat blijkbaar ook uit de tweejarige

subsidie valt. Daardoor is het voortbestaan onzeker, terwijl het bijdraagt aan meer cultuur in de wijk en meer diversiteit. Deelt de wethouder die mening? Kan zij voor deze kleine organisaties afwijken van het adviesrapport? Er is immers nog geen goede overgangsregeling.

De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat mevrouw Ramaker onderweg is en vraagt om een korte schorsing. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft een punt van orde. De VVD vraagt om een schorsing omdat een raadslid niet aanwezig is en verstoort daarmee de vergadering, terwijl de VVD zegt dat het

raadslid van EenUtrecht de zaak frustreert. Dat is meten met twee maten en dat moet de raad niet doen.

Raadsvergadering van 14 november 2024

38

De voorzitter is het daarmee eens. Zij ziet echter dat mevrouw Ramaker inmiddels ter vergadering is gekomen.

Mevrouw Ramaker (VVD) maakt haar verontschuldigingen voor haar late aankomst. Zij dient motie 474 in (Werk aan de winkel voor aantrekkelijk cultureel aanbod in 2025).

Mevrouw Hornsveld (GroenLinks) meent dat de amateurkunstsubsidies onder de Voorjaarsnota en Programmabegroting vallen, terwijl Beeld en Cultuur onder de Cultuurnota valt.

Mevrouw Ramaker (VVD) zegt dat het allemaal uit de Cultuurnota komt. Het is allemaal voor cultuur. De heer Van Vliet (D66) deelt de ambitie van de VVD. Hij vraagt wat volgens de VVD nieuwe partijen in de Cultuurnota vinden van de kwalificatie dat de Utrechtse cultuur een fikse knauw heeft gekregen.

Mevrouw Ramaker (VVD) corrigeert dat er staat dat het imago van Utrecht als cultuurstad een deuk

heeft opgelopen. Als het Rijk, de provincie of sponsoren horen dat Utrecht geen subsidie geeft aan een organisatie, stellen zij daar vragen bij. Het is een extra obstakel. De heer Van Vliet (D66) herhaalt zijn vraag. Mevrouw Ramaker (VVD) wijst op Rotterdam, Amsterdam en Den Haag, waar de raden zelf de

mogelijkheid hebben gebruikt om een aantal organisaties weer subsidie te geven. Het college wijkt

weleens af van het advies. Zij hoopt dat nieuwe organisaties het imago van Utrecht als culturele stad op de nr. 2-positie kunnen houden.

Mevrouw Oosters (wethouder) reageert op motie 472. Uit het frictiebudget is vorige week al een hap genomen en op de gelden van Utrecht Marketing heeft zij niet als enige invloed. Zij zegt toe dat zij met deze organisaties haar uiterste best zal doen om voor een zachte landing te zorgen. Ook zegt zij toe om de raad daarvan in Q2 op de hoogte te stellen.

De heer Van Steeg (CDA) heeft een punt van orde en vraagt wat het oordeel over de motie is. De heer Bosch (UtrechtNu!) vindt dit geen ordevoorstel, maar een verkapte vraag. De voorzitter is het daarmee eens. De wethouder mag kort reageren. Mevrouw Oosters (wethouder) moet de motie ontraden, met inachtneming van de toezeggingen.

In motie 473 staat een goede motivatie. Daar wil zij mee aan de slag, maar niet op de gekozen weg. De Cultuurnota is al vastgesteld. Zij zegt toe richting de volgende Cultuurnota met het onderwerp aan de slag te gaan. Zij ontraadt de motie.

De PvdA-fractie heeft een vraag gesteld over kleinere organisaties en museum Van Zuilen. Zij begrijpt die zorgen, maar zij gaat niet vooruitlopen op een collegebesluit. Het advies van de

commissie is gedeeld om instellingen alvast op de hoogte te brengen van het advies. Het besluit van het college komt eind november.

Raadsvergadering van 14 november 2024

39

De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt of het een kwestie is van uitstel van executie. Mevrouw Oosters (wethouder) zegt dat er net als bij de vierjarige regeling een periode is waarin het advies al bekend is, maar het collegebesluit nog niet. Het besluit van het college is gebaseerd op kaders die de raad heeft gesteld.

Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of het een optie blijft om van het besluit af te wijken. Mevrouw Oosters (wethouder) wijst op de spelregels. Als het college vindt dat het advies niet in lijn is met de door de raad gestelde kaders, kan het daarvan afwijken.

Zij is het niet met alle woorden uit motie 474 eens, maar onderschrijft dat er werk aan de winkel is

voor een film- en beeldcultuurfonds voor de amateurkunst. Daarom laat zij met een positief advies het oordeel aan de raad.

De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Stemming over de moties en het voorstel vindt vanavond plaats.

24. Afrondende besluitvorming na debat "Raadsbrief Wet betaalbare huur en Actieplan middenhuur". De heer Vasters (D66) ziet uit naar de nota Wonen en is blij dat de wethouder heeft toegezegd hierin extra aandacht te hebben voor de positie van singles. Graag hoort hij een toezegging van de wethouder over extra acties gericht op het beter in balans brengen van vraag en aanbod van

middenhuur. Middenhuur is een black box en daarin ziet D66 graag verandering komen. Hij dient

daarom samen met CDA, Student & Starter, ChristenUnie en EenUtrecht motie 475 in (Maak nu écht werk van een Middenhuurloket).

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) meent dat er met het laatste onderdeel van het dictum een blanco cheque aan het college wordt gevraagd. Kan de motie niet beter bij de integrale afweging worden ingediend?

De heer Vasters (D66) denkt niet dat het om een enorme investering gaat. Mevrouw Zwinkels (CDA) dient één motie in (motie 476, Samen verantwoordelijk voor middenhuur, onderteken het akkoord).

De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of het CDA hiermee beoogt het Actieplan middenhuur tot de absolute standaard te maken.

Mevrouw Zwinkels (CDA) zegt dat de motie beoogt dat Utrecht zich verhoudt tot de Wet betaalbare

huur die landelijk is ingevoerd. Het CDA wil graag vasthouden aan het Actieplan middenhuur, maar wil dat in samenwerking doen met alle partijen die zorgen voor betaalbare woningen.

De heer Van der Zweth (PvdA) meent dat de afweging hierover wordt gemaakt bij de nota Wonen. Mevrouw Zwinkels (CDA) wijst op de raadsbrief, waarin staat dat er nu een tijdelijke situatie is, een

grijs gebied. Zij stelt voor om de komende maanden te gebruiken om duidelijkheid te scheppen voor

Raadsvergadering van 14 november 2024

40

de periode daarna. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt wat dit akkoord wél gaat brengen wat de vorige keer bij de Woonvisie niet gelukt is.

Mevrouw Zwinkels (CDA) onderschrijft dat er bij het vorige college dingen zijn misgegaan, maar meent dat er ook goede stappen zijn gezet. Zij roept op om opnieuw in gesprek te gaan en afspraken te actualiseren voor de komende tijd.

De heer Te Hoonte (VVD) denkt dat alle ontwikkelaars moeten beginnen met het maken van woningbouwplannen met middenhuur erin.

Mevrouw Zwinkels (CDA) is het daarmee eens. Begin volgend jaar komt er een beleidsnota Wonen en

zij is benieuwd wat daarin komt. Het CDA wil concrete projecten realiseren met genoeg middenhuur. De heer Bosch (UtrechtNu!) heeft een punt van orde. Hij ziet dat partijen die geen tijd meer hebben, lange antwoorden geven.

De voorzitter neemt daar kennis van. Mevrouw Zwinkels (CDA) meent dat de vragen en antwoorden het politieke debat stimuleren. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt dat het CDA nogal wat vraagt, zoals commitment van

particuliere vastgoedeigenaren, ontwikkelaars en institutionele partijen om zich aan te sluiten bij het Actieplan middenhuur. Denkt het CDA dat die insteek succesvol is om de woningbouw op gang te houden?

Mevrouw Zwinkels (CDA) denkt dat inderdaad. De heer Snijder (Student & Starter) zegt dat de nieuwe wet die per 1 juli 2024 is ingegaan, huurprijzen beperkt voor woningen die door drie of meer mensen zonder duurzaam

gemeenschappelijk huishouden worden gedeeld. Dit zorgt voor administratieve lasten en ontmoedigt verhuur aan meerdere huurders. Ook is er risico op malafide praktijken. Daarom dient hij samen met VVD, D66 en Volt motie 477 in (Vriendelijk zijn voor friendscontracten).

De heer Te Hoonte (VVD) heeft er moeite mee dat er twee systemen zijn, het actieplan en de landelijke wetgeving. Daarom dient hij motie 478 in (Geen lokale regels voor middenhuur).

De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat betaalbare middenhuur nodig is, maar dat de middenhuur nu na 25 jaar naar de vrije sector kan verdwijnen. Daarom dient hij motie 479 in (Langere termijn middenhuur via erfpacht).

De heer Vasters (D66) meent dat dit voorstel iets doet met de business case bij projecten. Het wordt immers minder aantrekkelijk voor ontwikkelaars. Hoe weegt de PvdA dat aspect?

De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat het uitgangspunt de ambitie voor de stad is. Dit voorstel is

Raadsvergadering van 14 november 2024

41

voor de lange termijn en dan kan het economische plaatje er heel anders uitzien. De voorzitter verzoekt de heer Van der Zweth zijn motie te mailen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft een punt van orde. Hij is van mening dat het bieden van

ruimte voor het indienen van een motie ter vergadering de orde van de vergadering frustreert. Is de voorzitter het daarmee eens?

De voorzitter onderschrijft dat het niet handig is en vertragend werkt. Een motie mag echter altijd ingediend worden. Zij heeft al een paar keer fracties hierop aangesproken.

De heer Sungur (DENK) vindt dat huurwoningen niet alleen betaalbaar moeten zijn maar ook

beschikbaar. Jongeren in Utrecht komen nauwelijks aan een huurwoning, waardoor zij gedwongen moeten vertrekken uit de stad. DENK wil dat meer woningen beschikbaar worden gesteld aan Utrechtse jongeren en dient daarom motie 480 in (Geef Utrechtse jongeren voorrang bij middenhuurwoningen).

De heer Paalman (Horizon) dient motie 481 in (Zolang ik maar een dak boven m’n hoofd heb). De heer De Vries (wethouder) gaat over tot de beantwoording. Op de vraag van D66 kan hij een

toezegging doen om een plan voor de middenhuur op te nemen in de nota. Het gaat dan om de verdeling en om het stimuleren van middenhuur.

Met motie 475 is geld gemoeid en dat is er niet. Daarom ontraadt hij de motie. Hij kan wel toezeggen om in de beleidsnota het idee van een middenhuurloket te onderzoeken.

Motie 476 wordt eveneens ontraden. Er is een verkenner aan het werk gezet en die heeft in augustus

2023 een advies geschreven. Onderdeel daarvan was het advies om juist geen nieuw stadsakkoord te sluiten en in plaats daarvan de samenwerking binnen het bestaande netwerk, DNU, aan te houden en te versterken. Dat advies wil hij volgen.

Ook motie 477 wordt ontraden. De wijziging van de Wet betaalbare huur heeft tot doel om excessen

in de huurprijs te voorkomen. Daarom wil het college zich niet richten op de verhuurders maar op de huurders. Ook is er een landelijke website (mijnhuurteduur.nl) voor zowel huurders als verhuurders en is er informatie op de website van de rijksoverheid beschikbaar. Via de website van Utrecht kan een huurprijscheck worden gedaan. In de constateringen wordt gesproken over een

omzettingsvergunning voor vier personen, maar het gaat om maximaal drie personen. De heer Snijder (Student & Starter) zal de motie op dat punt aanpassen. Kan de wethouder toezeggen dat de friendscontracten specifiek terugkomen in de nota Wonen?

De heer De Vries (wethouder) reageert dat sowieso gekeken wordt hoe huurders hierbij kunnen

worden meegenomen. Er zal een campagne worden gestart met als doel om huurders te activeren en de weg te wijzen naar het meldpunt. Ook wordt nagedacht in hoeverre een informatiepunt over wonen kan worden gerealiseerd.

Motie 478 van de VVD moet hij ontraden. Niet voor niets is er een lokaal actieplan. Ook is er de Utrechtse aanpak.

De heer Te Hoonte (VVD) wijst erop dat in de Utrechtse aanpak alleen Actieplan middenhuur staat en

Raadsvergadering van 14 november 2024

42

verder alles is weggelakt. Moet er nu geheim worden vergaderd? De voorzitter schorst de vergadering voor enkele ogenblikken. De voorzitter heropent de vergadering en geeft het woord aan de heer Te Hoonte. De heer Te Hoonte (VVD) vindt het arbitrair dat soms wel en soms niet mag worden afgeweken van het Actieplan middenhuur. Dat was de reden om de motie in te dienen.

De heer De Vries (wethouder) zegt dat Utrecht lokaal een aantal plussen op de landelijke Wet

betaalbare huur zet. De wet gaat uit van het minimum en je mag daarboven zitten. In bepaalde

projecten kunnen andere keuzes worden gemaakt via de Utrechtse aanpak. Dat gebeurt altijd via de raad.

In reactie op motie 479 wil hij zich houden aan de eerder afgesproken termijn. Hij ontraadt de motie. De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat het om toekomstige ontwikkelingen gaat, die niet de komende zes, zeven of acht jaar gebouwd worden. De heer De Vries (wethouder) is het daarmee eens. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt het jammer om nu al bakzeil te halen op punten waarvan later misschien blijkt dat het prima had gekund.

De heer De Vries (wethouder) adviseert de heer Van der Zweth om tegen die tijd nog eens de motie in te dienen.

De heer Van der Zweth (PvdA) verwacht dat de wethouder die er dan is, zal zeggen dat de motie eerder ingediend had moeten worden.

De heer De Vries (wethouder) vindt het niet verstandig om het beleid, dat er nu 2,5 jaar is, aan te passen. Dat zou kunnen betekenen dat projecten niet doorgaan. Hij vindt dat de overheid betrouwbaar moet zijn.

De heer Te Hoonte (VVD) vindt dat juist nu in het beleid moet worden geregeld dat aangesloten wordt bij landelijke regelgeving.

De heer De Vries (wethouder) verwacht dat het gevolg zal zijn dat er in de stad alleen kleinere woningen overblijven en dat gezinnen niet meer in de stad kunnen wonen.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt dat de woningen met de Utrechtse aanpak een stuk kleiner zijn dan voorheen. Probeert de wethouder dat nu te repareren met de nota Wonen?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=87cbb865-2d70-43ab-93cd-3fb269032b74