CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

11e raadsvergadering 14 november 2024

Gemeenteraad 23 januari 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen raadsvergaderingen 14 november en 12 december 202434.703 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

2024 NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT 11e vergadering – 14 november 2024 Vergadering van de gemeenteraad, gehouden op donderdag 14 november 2024 te 10.00 uur. Voorzitter: mevrouw Dijksma, burgemeester, afgewisseld door de heer Zwanenberg, plaatsvervangend voorzitter, en mevrouw Al-Saqaff.

Aanwezig zijn de leden: Aït Daoua, Al-Saqaff, Assen, Bode, Bos, Bosch, Chirino, Dada-Anthonij,

Dekkers, Deldjou Fard, Dijkstra, Fattal, Van der Graaf, Heijne, Hellevoort, Hessel, Van Heuven, Te

Hoonte, Hornsveld, Kleinrensink, Koning, Meerding, Paalman, De Pagter, Passier, Peters, Ramaker,

Raaijmakers, Sasbrink, Snijder, Van Steeg, Stellinga, Stylianou, Sungur, Talhaoui, Vasters, Vermeulen, Van Vliet, Zwanenberg, Van der Zweth en Zwinkels.

Afwezig zijn de leden: Maas, Nolten, De Vries en Van der Wilt. Aanwezig zijn de wethouders: Eerenberg, Van Hooijdonk, Oosters, Schilderman, Streefland, Voortman en De Vries.

Griffier: de heer Corten tijdens de ochtend- en avondvergadering; de heer Dorst tijdens de middagvergadering.

1. Opening. De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom, ook de mensen die thuis meekijken of meeluisteren.

Bericht van verhindering is ontvangen van mevrouw Nolten, mevrouw Van der Wilt, de heer Maas, de

heer Talhaoui en mevrouw De Vries. Wethouder Schilderman zal in de ochtend afwezig zijn vanwege een VNG-vergadering. Zelf zal zij vandaag niet altijd aanwezig kunnen zijn bij de raadsvergadering; in verband met de demonstraties die men vandaag wil laten plaatsvinden zal zij enige tijd in de driehoek moeten doorbrengen.

In memoriam oud-raadslid de heer Henk de Graaff. Nadat de aanwezigen zijn gaan staan, spreekt de voorzitter de volgende woorden.

Leden van de gemeenteraad, leden van het college en beste belangstellenden, in het bijzonder Linda van der Eijk en Evie, Henk en Jeichien de Graaff. Vandaag hebben wij de verdrietige taak om stil te staan bij het overlijden op 91-jarige leeftijd van Henk de Graaff, op 4 september jl. Het was niet

mogelijk om deze herdenking op een eerder moment in te plannen, maar het is wel belangrijk en goed dat wij dit vandaag met elkaar doen.

Raadsvergadering van 14 november 2024

2

Henk de Graaff was in de jaren 80 twee periodes gemeenteraadslid. Namens de VVD-fractie was hij lid van onder meer de commissies Openbare Werken, Verkeer, Vervoer en Monumentenzorg, Ruimtelijke Ordening, Bouw- en Grondzaken en Bedrijven, Wonen en Milieu.

Henk de Graaff was een groot voorstander van, én actief betrokken bij de vorming van een coalitie tussen VVD, D66 en PvdA, na de gemeenteraadsverkiezingen van 1982. Daarmee was Utrecht de

eerste van de vier grote steden met een paarse coalitie. Die primeur kon niet op iedereens applaus

rekenen, maar Henk verzette zich hevig tegen het verzet onder zijn partijgenoten. Het geheim achter het succes van deze paarse coalitie waren de nabesprekingen van de raadsvergaderingen. Onder het genot van een hapje en een drankje evalueerden de fractievoorzitters van PvdA, VVD en D66 in voormalig café Jansdam de politiek. Ook Henk de Graaff schoof hierbij vaak aan.

Henk was nooit uit op persoonlijk politiek profijt. Hij stond bekend als een kalme, vriendelijke en

redelijke man, die altijd probeerde om een compromis te vinden als partijen er niet meer uitkwamen. Hij was de spreekwoordelijke smeerolie van de coalitie.

Misschien dat iemand er nog een in een schoenendoos heeft liggen – ik kijk even richting de VVDfractie – maar Henks portret stond ook op VVD-partijstickers die begin jaren 80 in Utrecht werden uitgedeeld. In het pre-social media-tijdperk was dit dus dé manier om stemmen te vergaren. Ook

Henk de Graaff verstond de kunst van personal branding, want het stickerstrooien leverde hem een raadszetel op. Daarmee kreeg onze stand een raadslid dat verknocht was aan Utrecht en zich met hart en ziel inzette voor de Utrechters.

Ik wil u allemaal vragen om een moment van stilte in acht te nemen ter nagedachtenis aan Henk de Graaff.

(De aanwezigen nemen hierna enige momenten van stilte in acht.) De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 8. Benoeming twee commissieleden. De voorzitter merkt op dat er twee nieuwe commissieleden zullen worden benoemd, Maaike

Zijdenbos en Floris van Eck, beiden van de VVD. Zij geeft het woord aan mevrouw Passier, voorzitter van de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven.

Proces-verbaal van de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven van de nieuw benoemde commissieleden.

Mevrouw Passier (voorzitter commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven) leest het proces-

verbaal voor. Zij heeft met de raadsleden Stevie Nolten en Maarten Koning onderzoek gedaan naar de geloofsbrieven van Maaike Zijdenbos en Floris van Eck. De commissie is tot de conclusie gekomen dat beiden voldoen aan de door de raad in de Verordening op de raadscommissies gestelde eisen voor het commissielidmaatschap. Ook hebben zij geen functies die onverenigbaar zijn met het commissielidmaatschap. De commissie adviseert de raad daarom om hen als lid van de raadscommissies te benoemen.

Bij acclamatie wordt overeenkomstig het advies van de commissie tot onderzoek van de

Raadsvergadering van 14 november 2024

3

geloofsbrieven besloten. Maaike Zijdenbos legt daarop in handen van de voorzitter de in de Gemeentewet voorgeschreven belofte af.

Floris van Eck legt daarop in handen van de voorzitter de in de Gemeentewet voorgeschreven eed af. De voorzitter feliciteert Maaike Zijdenbos en Floris van Eck van harte met hun benoeming en wenst hun veel succes.

(Applaus.)

2. Vaststellen agenda. De voorzitter stelt voor om, vanwege de afwezigheid van wethouder Schilderman in de ochtend, de

agendapunten 16 (Raadsvoorstel Vaststelling Stedenbouwkundig Programma’s van Eisen Kögllaan 26 en Manegelaan) en 21 (Raadsvoorstel Beleidsnota Stadswater) later op de dag te behandelen, na

agendapunt 27, zodat de wethouder hierbij aanwezig kan zijn. Het verzoek is ook om agendapunt

26 (debat drugscriminaliteit) te behandelen na agendapunt 14. Dit punt wordt dan in de ochtend in plaats van in de middag behandeld.

Mevrouw Meerding (VVD) merkt op dat haar fractie moeite heeft met dit ordevoorstel, zeker omdat

het zo laat naar de raad toe is gekomen. Haar fractie heeft rekening gehouden met de volgorde die is aangegeven. Zij heeft er begrip voor dat er een wijziging in de agenda plaatsvindt als er last minute demonstraties zijn aangekondigd. Maar de raad had volgens haar eerder kunnen weten dat de

wethouder afwezig is, zodat de fracties rekening hadden kunnen houden met een andere volgorde van behandeling van agendapunten.

De heer Stellinga (CDA) merkt op dat het CDA zich volledig aansluit bij de opmerking van de VVD.

Misschien wordt het ook eens tijd om te kijken naar de prioriteiten. De raad zou de eerste prioriteit van de wethouder moeten zijn. Hij kan zich voorstellen dat de burgemeester vandaag bij het

driehoeksoverleg aanwezig moet zijn, maar hij vindt het lastig dat de raad vlak voor het begin van de raadsvergadering geconfronteerd wordt met zo'n ingrijpende wijziging.

De voorzitter stelt, even los van het late tijdstip waarop een agendawijziging bekend wordt, dat VNG-vergaderingen voor een wethouder een gerechtvaardigde reden zijn om afwezig te zijn.

De heer Stellinga (CDA) beaamt dat, maar hij vindt wel dat voor een Utrechtse wethouder niet de

VNG, maar de gemeenteraad de eerste prioriteit zou moeten zijn. Het voert echter te ver om daar nu een discussie over te voeren.

De voorzitter stelt dat dit punt in het DB besproken kan worden. De heer Sungur (DENK) vindt het ordevoorstel van de voorzitter een prima voorstel. Mevrouw Meerding (VVD) vindt het prima om agendapunt 26 (Afrondende besluitvorming na debat Drugs(criminaliteit)) deze ochtend te behandelen. Maar zij stelt voor om de behandeling van de

Raadsvergadering van 14 november 2024

4

agendapunten 16 en 21 niet te verschuiven. Hierna wordt bij handopsteken gestemd over het ordevoorstel van mevrouw Meerding, waarna de voorzitter constateert dat het ordevoorstel is verworpen en dat de agendapunten 16 en 21 vanmiddag zullen worden behandeld.

De agenda wordt daarop vastgesteld, met inachtneming van de daarin aangebrachte wijziging. 3. Ingekomen stukken. Over de ingekomen stukken wordt zonder stemming besloten overeenkomstig hetgeen daaromtrent is voorgesteld.

4. Opheffing geheimhouding. De voorzitter stelt voor om, conform artikel 89, lid 4 van de Gemeentewet, de door het college

opgelegde geheimhouding van de documenten zoals vermeld in de bij de agenda gevoegde bijlage, op te heffen.

Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van de voorzitter besloten. 5. Notulen raadsvergadering 26 september 2024. Deze notulen worden zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. 6. Notulen vragenuur 12 en 19 september en 3 oktober 2024. Deze notulen worden zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. De heer Van der Zweth (PvdA) deelt mee dat in de raadsvergadering van 7 november jl. motie

2024/415 (Weerstandsvermogen voor grote maatschappelijke opgaves) is aangenomen. In deze motie staat echter een onvolkomenheid. In het dictum staat: "Bij de Voorjaarsnota 2026 het

weerstandsvermogen terug te brengen op 1,0". Er had moeten staan: "Bij de Voorjaarsnota 2025 het weerstandsvermogen terug te brengen op 1,0".

De voorzitter merkt op dat dit in de notulen zal worden opgenomen. 9. Raadsvoorstel Benoeming Plaatsvervangend voorzitter commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën. Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel besloten. De voorzitter feliciteert mevrouw Dada-Anthonij met haar benoeming en wenst haar veel succes in haar rol als voorzitter van de commissie.

(Applaus.)

10. Benoeming lid commissie Controle & Financiën.

Raadsvergadering van 14 november 2024

5

Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel besloten. Mevrouw Zwinkels (CDA) wil als voorzitter van de adviescommissie Controle & Financiën de heer Van Heuven welkom heten, en uiteraard ook diens vervanger, zo dit aan de orde mocht zijn. De voorzitter sluit zich daarbij aan. 11. Raadsvoorstel Zienswijze Begrotingswijziging GGDrU 2024-1. Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel besloten. 12. Raadsvoorstel Zienswijze eerste begrotingswijziging 2024 Recreatieschap Stichtse Groenlanden. Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel besloten. 13. Afrondende besluitvorming Gebiedsprofiel Domplein 2040. De voorzitter merkt op dat voor de behandeling van dit agendapunt, dat in de raadsvergadering van 26 september is doorgeschoven, de resterende spreektijden uit die raadsvergadering zullen worden

aangehouden. Zij heeft begrepen dat de heer Van Steeg een motie wil indienen, maar de CDA-fractie heeft geen spreektijd meer. De heer Van Steeg zal zich dus moeten beperken tot het voorlezen van het dictum van de motie.

De heer Bosch (UtrechtNu!) stelt vast dat ook het college geen spreektijd meer heeft. De voorzitter merkt op dat het college alleen kort een oordeel kan geven over de moties of amendementen die zullen worden ingediend.

De heer Van Steeg (CDA) dient namens de fracties van CDA, ChristenUnie, Volt, D66 en Student & Starter motie 440 in (Samen naar een mooier Domplein) , waarvan het dictum luidt:

1. Om, binnen bestaande budgetten, het gebiedsprofiel Domplein 2040 te gebruiken als basis voor verder ontwikkeling, waarbij alle relevante belanghebbenden (zoals bewoners, bezoekers,

gebruikers, horeca, lhbti+-gemeenschappen, studentenverenigingen en andere betrokken groepen) worden betrokken;

2. Hierbij in ieder geval de volgende stappen te zetten:

a. Quick-win maatregelen te nemen, zoals afvalinzameling en het beter scheiden van verkeersstromen;

b. Waar mogelijk de routes voor fietsers, bus en stadslogistiek te verbeteren; c. Kansen voor fietsparkeren rond het Domplein te blijven benutten;

d. Met partijen te zoeken naar mogelijkheden om groen, bankjes en een terras toe te voegen; e. Mogelijkheden te onderzoeken om de herkenbaarheid van het middenschip van de Dom te vergroten en de genoemde historische identiteit te vergroten;

3. De raad in Q3 van 2025 te informeren over de opbrengst van de quick wins en de verdere

Raadsvergadering van 14 november 2024

6

ontwikkeling van het Domplein. De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt of de heer Van Steeg ermee bekend is dat ook UtrechtNu! heeft

aangegeven de motie te willen ondertekenen.

De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat hem dat niet bekend was, maar dat bij dezen de naam van UtrechtNu! wordt toegevoegd.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) merkt op dat vele Utrechters afgelopen weekend op het

Domplein hebben kunnen genieten van de oplevering van de Domtoren. Het Domplein is een plek van en voor de stad, bomvol historie, dus daar moet men zuinig op zijn. Er is door verschillende

partijen keihard gewerkt om tot een gebiedsprofiel voor het Domplein te komen, dus dat kan niet zomaar aan de kant gezet worden. Zijn fractie snapt de kritische geluiden die er zijn over de

participatie – daar zijn zeker lessen uit te trekken – maar er zitten in het profiel veel goede dingen die het Domplein voor de stad verder kunnen helpen. Daarom heeft zijn fractie motie 440

meeondertekend, waarin wordt opgeroepen het profiel te blijven gebruiken als de ontwikkelingen op het Domplein plaatsvinden.

De heer Dekkers (GroenLinks) merkt op dat GroenLinks waardeert hoe in het gebiedsprofiel de

identiteit van het Domplein is omgeschreven: gebaseerd op de Romeinse en kerkelijke geschiedenis, maar de identiteit is breder. Ook de geschiedenis van de sodomieprocessen, de actualiteit van de lhbti-emancipatie en het homomonument, en de vele ontmoetingen en demonstraties rondom

mensenrechten, oorlog en vrede en internationale solidariteit horen bij de identiteit van het plein.

Er zijn veel wensen voor het Domplein, deels niet in overeenstemming met het vastgestelde beleid, en het budget is beperkt.

Fietsers kunnen verleid worden om andere routes te nemen rondom de binnenstad, maar de fietsroute over het Domplein door en naar de binnenstad blijft belangrijk.

In de vorige vergadering is de afsluitende besluitvorming uitgesteld. Nu ligt er een motie van de heer Versteeg waarin de belangrijkste punten van de verschillende fracties zijn opgenomen. In de motie wordt erkend dat er dilemma's zijn en dat er weinig budget is, maar dat er een goede basis is om door te gaan. Hij dankt iedereen die meegewerkt heeft aan het opstellen van de motie. Overigens had ook GroenLinks aangegeven onder de motie te willen staan.

De heer Te Hoonte (VVD) verbaast zich erover dat de wethouder Openbare Ruimte niet aanwezig is bij de bespreking van dit onderwerp.

Wat de VVD betreft wordt alles beperkt gehouden op het Domplein. Het afgelopen weekend heeft

men kunnen zien dat het Domplein prima functioneert nu de meeste bouwplekken opgeruimd zijn. Het plein is één coalitieperiode terug nog opnieuw ingericht. Er zijn echt plekken in de stad –

Kanaleneiland, Overvecht, Hoograven – waar het veel noodzakelijker is om in de openbare ruimte te investeren, omdat die openbare ruimte daar slecht is. De openbare ruimte op het Domplein is niet slecht. Dat wil hij de fracties in de raad meegeven.

De heer Bosch (UtrechtNu!) is het deels eens met de laatste woorden van de heer Te Hoonte. Er zijn

plekken in Utrecht waar de openbare ruimte veel slechter is. UtrechtNu! kan zich echter vinden in het gebiedsprofiel voor het Domplein. Hij steunt zoals gezegd ook de motie van de heer Van Steeg.

Wel vindt hij de door de heer Te Hoonte genoemde herinrichting niet erg uitdagend. Hij zou graag

Raadsvergadering van 14 november 2024

7

zien dat er in plaats van de betondruppels normale bankjes komen, zodat je daar normaal kan zitten. Zeker de ouderen hebben graag een steuntje in de rug en zullen niet snel op die druppels gaan zitten. Wellicht kan daar nog eens iets aan gebeuren.

Verder vindt hij het prima dat de fietsers van het Domplein gebruik kunnen maken, maar zij zouden niet de kortste route dwars over het plein moeten nemen, waar ook de toeristen lopen. Dat geeft

geen goede indruk. Hij weet dat dit aan dovemansoren gericht is, maar hij wil het hier wel benoemd hebben.

Mevrouw Oosters (wethouder) kan een positief oordeel geven over motie 440, met inachtneming van het beperkte budget dat beschikbaar is. Zij zal haar uiterste best doen om de ambities in het dictum van de motie waar te maken.

De heer Sungur (DENK) vraagt wat de wethouder vindt van de kritiek van de VVD. Mevrouw Oosters (wethouder) antwoordt dat zij die kritiek volledig terecht vindt. Zij denkt echter dat de motie niet vraagt om een heel grote extra investering in het Domplein. Volgens haar vraagt de

motie om nog eens te kijken waar de kansen liggen en op die manier toch gehoor te geven aan alle inzet die door de bewoners en de andere gebruikers van het Domplein is gegeven in het kader van het gebiedsprofiel.

De heer Te Hoonte (VVD) hoort de wethouder zeggen dat zij haar uiterste best zal doen om een en ander te realiseren. Betekent dit dan dat zij de motie overneemt?

Mevrouw Oosters (wethouder) antwoordt dat zij de motie heeft voorzien van een positief advies. De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt wat de wethouder vindt van de kritiek van UtrechtNu! Mevrouw Oosters (wethouder) antwoordt dat UtrechtNu! bekend is met het mobiliteitsbeleid van de

gemeente en de manier waarop het Domplein is ingericht. Het is volgens haar ook niet voor niets dat daar in de motie aandacht aan wordt geschonken. Er is gewoon een fietsroute nodig, ook in de binnenstad, die noord en zuid met elkaar verbindt. Het Domplein is daarvoor echt nodig.

De heer Bosch (UtrechtNu!) stelt dat als op de Catharijnesingel de knip voor de auto's gelegd kan worden, op het Domplein ook wel de knip voor de fietsers gelegd kan worden.

Mevrouw Oosters (wethouder) antwoordt dat zij benieuwd is naar suggesties voor alternatieven, zonder dat het fietsverkeer wordt belemmerd.

De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemming over de motie vindt vanavond plaats.

14. Afrondende besluitvorming na debat Raadsbrief Neude wordt stadsplein. Mevrouw Zwinkels (CDA) kondigt aan in 2025 met een eigen pleinenstrategie te komen. Zij dient

mede namens EenUtrecht, de ChristenUnie en D66 motie 441 (Verbeter de situatie voor fietser en

voetganger) in, die het college opdraagt om te onderzoeken hoe de verkeerssituatie verbeterd kan

Raadsvergadering van 14 november 2024

8

worden voor fietsers en voetgangers op het stadsplein. Het college dient de gemeenteraad hierover uiterlijk aan het eind van Q1 2025 te informeren.

Daarnaast dient zij mede namens UtrechtNu! en D66 motie 442 (De Neude verdient beter!) in, die het college opdraagt om te onderzoeken hoe de betonblokken en brokstukken zo snel mogelijk en

binnen bestaand budget vervangen kunnen worden door iets mooiers, dat rechtdoet aan de Neude. Het college dient de gemeenteraad hierover uiterlijk aan het eind van Q1 2025 te informeren.

Mevrouw Sasbrink (PvdD) stelt dat, hoewel het fijn is dat er meer bomen worden teruggebracht op de

Neude, de bomen op dit plein het zwaar hebben. Alle bomen op de Neude dienen voorzien te worden van een groene boomspiegel, zodat de bomen beschermd kunnen worden tegen beschadiging. Zij

dient daarom motie 443 (Bescherm de bomen op de Neude) in. Het college dient de gemeenteraad hierover uiterlijk aan het eind van Q2 2025 te informeren.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) ziet dat, ondanks een breed aangenomen motie van de

ChristenUnie, de geleidenstroken op de Neude nog steeds niet altijd worden vrijgehouden. De

ChristenUnie is benieuwd of er reeds gesprekken met ondernemers hebben plaatsgevonden en wat deze hebben opgeleverd.

De heer De Pagter (VVD) pleit ervoor om te blijven handhaven op verkeerd gestalde fietsen op de Neude op de momenten waarop er wel ruimte is in de stallingen. Hij dient daarom motie 444 (Handhaaf wel op fietsen Neude) in.

De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt wat deze motie anders maakt dan de motie van de ChristenUnie van een paar maanden geleden inzake het vrijhouden van blindengeleidestroken.

De heer De Pagter (VVD) legt uit dat motie 444 breder is. De motie regelt dat er op het gehele plein wordt gehandhaafd op hinderlijk gestalde fietsen.

Mevrouw Passier (Volt) dient motie 445 (Grijp de kans voor extra groen), die het college opdraagt om de huidige betonblokken te vervangen door versies die tevens als plantenbak kunnen dienen.

Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of de wethouder bereid is om te onderzoeken om van maart tot oktober een vaste standplaats toe te voegen die kleiner is dan de standplaats vanaf oktober.

Daarnaast is onbekend hoe de raad de plannen voor de Neude kan bekijken, aangezien het ontwerp van de Neude nog niet is aangeleverd door het College.

De heer Bosch (UtrechtNu!) is blij met de bomen op de Neude, maar niet met het gelopen proces. Het lijkt erop dat het college de bomen dwars door de terrassen van de ondernemers wenst te plaatsen, zonder dat er met de ondernemers is gesproken over de verschillende mogelijkheden. De

ondernemers, die al jaren op de Neude zijn gevestigd, zijn dus niet goed betrokken bij het proces. Dit is tekenend voor de participatie in de stad.

Mevrouw Sasbrink (PvdD) reageert dat de bomen nog veel langer op de Neude zijn gevestigd en dat

het een raadsuitspraak is geweest om de oorspronkelijke boomstructuur op de Neude weer terug te brengen.

Raadsvergadering van 14 november 2024

9

De heer Bosch (UtrechtNu!) erkent dat deze raadsuitspraak is gedaan, maar ziet ook mogelijkheden voor een andere boomstructuur.

Mevrouw Sasbrink (PvdD) benadrukt dat de raad heeft uitgesproken dat de oorspronkelijke

boomstructuur behouden dient te blijven en dat de ruimte daarvoor beschikbaar is. Is UtrechtNu! het

ermee eens dat deze bomen zodanig beschermd moeten worden zodat dit volwassen bomen kunnen worden en blijven?

De heer Bosch (UtrechtNu!) is niet tegen de bomen op de Neude en erkent dat dit de stad mooier

maakt. Tegelijkertijd mogen de bomen niet ten koste gaan van de terrassen, zoals is toegezegd in het debat op 30 mei 2024. Hij dient daarom motie 446 (Boom te gast op je terras) in.

De heer Paalman (Horizon) dient motie 447 (Terughoudendheid met handhaving voor evenementen

die verplaatst moeten worden) in, die het college opdraagt om terughoudend te zijn met handhaving op milde overlastmeldingen, zodat de omgeving en het verplaatste evenement "elkaar kunnen leren kennen", en het karakter van het evenement niet geschaad wordt. De voorzitter schorst hierop kort de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan wethouder Oosters. Mevrouw Oosters (wethouder) begint haar beantwoording bij motie 441 inzake de verkeersveiligheid. De motie is in lijn met het beleid van het college voor de Neude, maar de motie vraagt om een nieuw onderzoek. Dit is ongewenst, en daarom ontraadt zij de motie.

Zij reageert op motie 442 inzake het verwijderen van de betonblokken en brokstukken. De betonblokken zijn inmiddels vervangen door zwerfkeien. Dit maakt de motie overbodig.

Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt ook zwerfkeien niet fraai. Is de wethouder bereid om te kijken naar een mooiere oplossing die rechtdoet aan de Neude?

Mevrouw Oosters (wethouder) benadrukt dat een mooiere oplossing geld kost en dat de gemeente dat geld aan andere zaken besteedt. Zwerfkeien zijn aantrekkelijker dan betonblokken en geven gehoor aan de vraag van de raad.

Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt het teleurstellend dat er op deze manier gehoor wordt gegeven aan de wensen van de raad.

Mevrouw Oosters (wethouder) legt uit dat de zwerfkeien wezenlijk anders zijn dan de betonblokken. De zwerfkeien geven een veel fraaier beeld. Het budget staat niet toe dat er andere oplossingen worden gehanteerd.

Mevrouw Stylianou (D66) vraagt waarom de voorgestelde boombakken niet gebruikt worden. Mevrouw Oosters (wethouder) legt uit dat in het ontwerp van het plein is gezocht naar een antwoord op de vraag hoe de historische waarde van het plein op een zo goed mogelijke manier gewaarborgd kan worden. Tevens dienen de zichtlijnen gewaarborgd te worden. Voor de boombakken is

Raadsvergadering van 14 november 2024

10

bovendien geen budget beschikbaar. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of de wethouder kan toezeggen wat de voortgang is op de punten uit motie 441.

Mevrouw Oosters (wethouder) ziet kansen in een aantal van die punten. De raad zou vaker geïnformeerd kunnen worden over iets als verkeersveiligheid.

Dat brengt de wethouder bij motie 443 inzake de boomspiegels voor bomen op de Neude. Zij

ontraadt de motie, want boomspiegels kunnen niet aangebracht worden in de terraszones. Dit zorgt namelijk voor een inperking van de terrasruimtes. Buiten de terraszones kan dit wel.

Zij reageert op motie 444 inzake handhaven op fietsen. Er is niet genoeg fietsparkeerruimte om tot deze handhaving over te gaan en daarom ontraadt zij de motie.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vraagt of de wethouder de raad blijvend kan informeren over het handhaven op fietsen op de Neude.

Mevrouw Oosters (wethouder) legt uit dat voor deze handhaving alles afhangt van de stadsbrede fietsparkeerruimte.

De heer De Pagter (VVD) licht toe dat de motie oproept om te handhaven enkel wanneer er

voldoende stallingsruimte is. Deze ruimte is er voor het grootste gedeelte van de week wel. Mevrouw Oosters (wethouder) acht het niet werkbaar om de handhaving alleen in te zetten wanneer er voldoende ruimte is in de fietsenstallingen. Het is zaak dat er wordt gekeken naar het brede probleem van fietsparkeren in de binnenstad. Op een bepaald moment zal er vervolgens wel overgegaan moeten worden op handhaving.

Dat brengt de wethouder bij motie 445 inzake de hogere plantenbakken. Het college focust op de

zichtlijnen en de historische waarde en ontwerp van het plein en deze plantenbakken hebben daar een negatieve invloed op. Bovendien zorgen deze plantenbakken voor een verlaagde

verkeersveiligheid en is er geen budget voor de plantenbakken. Zij ontraadt de motie. Mevrouw Passier (Volt) vraagt hoe het college het uitroepen van de biodiversiteitscrisis meeweegt in deze keuze. Een kans op vergroening wordt hiermee immers niet aangegrepen.

Mevrouw Oosters (wethouder) benadrukt dat met het nieuwe ontwerp veel vergroening wordt toegevoegd aan het plein. Bovendien kosten de bakken te veel geld.

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) wijst erop dat er reeds plantenbakken zijn en dat het daarom geen kwestie is van onvoldoende middelen. Ligt de afweging meer bij de zichtlijnen of bij het budget?

Mevrouw Oosters (wethouder) legt uit dat de bakken bij een initiatief van buitenaf horen, namelijk het Bomenbal, en dat de gemeente deze dus niet kan gebruiken. De gemeente beschikt niet over makkelijk in te zetten plantenbakken, tenzij hier meer middelen voor gereserveerd worden.

Dan motie 446 inzake de boomkronen. Een groot deel van de motie is in lijn met staand beleid van

het college. Er wordt gekeken hoe er zo veel mogelijk ruimte van het terras kan worden gebruikt. De

Raadsvergadering van 14 november 2024

11

motie vraagt echter om geen enkele centimeter van de terrasruimte in te nemen en dit kan de wethouder niet garanderen. Zij ontraadt de motie.

De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt waarom die centimeters, die immers in de vergunningen van ondernemers staan, niet gegarandeerd kunnen worden.

Mevrouw Oosters (wethouder) reageert dat conform de wens van de raad er bomen worden toegevoegd op een zo goed mogelijke manier. Het betreft echter een verdelingsvraagstuk.

Dan motie 447 inzake terughoudendheid met handhaving voor evenementen die verplaatst moeten worden. Minder handhaven voordat er een locatie is gevonden voor deze evenementen, is niet verstandig. Zij ontraadt de motie.

D66 vroeg of de wethouder bereid is om te onderzoeken om van maart tot oktober een vaste

standplaats toe te voegen die kleiner is dan de standplaats vanaf oktober. De wethouder zegt toe te onderzoeken of het mogelijk is om van maart tot oktober een vaste standplaats toe te voegen die kleiner is dan de standplaats vanaf oktober. Zij zal dit bespreken met wethouder Schilderman. De wethouder zegt toe in Q1 2025 met een brief te komen op de vragen van onder andere de ChristenUnie en het CDA over de verkeersveiligheid, het ontwerp van het plein en de

blindengeleidestroken. Het college had zich harder kunnen inzetten bij het uitvoeren van de motie van de ChristenUnie inzake het vrijhouden van blindengeleidestroken. Het is vooralsnog even de vraag of het college extra stappen zet voor of na de nieuwe inrichting van het plein.

Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt hoe de extra stappen van het college gecontroleerd kunnen worden indien deze twee weken voor aanvang van de werkzaamheden plaatsvinden.

Mevrouw Oosters (wethouder) reageert dat de verkeersveiligheid en de mobiliteit, inclusief het

parkeren van fietsen, cruciaal zijn bij de herinrichting van het plein. In het huidige plan worden deze punten gewaarborgd. Er hoeven op dit moment geen extra maatregelen genomen te worden om dit beter te waarborgen.

De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt of sommige ondernemers bij de herinrichting van het plein enkele centimeters of een derde van hun terrassen verliezen.

Mevrouw Oosters (wethouder) ontkent dat het gaat om een derde van de terrassen. Hoewel het een verdelingsvraagstuk betreft, wil het college zo veel mogelijk terrasruimte voor de ondernemers behouden.

De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. De stemming over de moties vindt vanavond plaats.

De voorzitter schorst hierop kort de vergadering.

(Bij hervatting van de vergadering heeft mevrouw Dijksma het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan de heer Zwanenberg.) De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde:

Raadsvergadering van 14 november 2024

12

26. Afrondende besluitvorming na debat Drugs(criminaliteit). De heer Van Steeg (CDA) kijkt terug op een goed debat over drugs(criminaliteit), waarin verschillende inzichten zijn gedeeld. Er is gesproken over de noodzaak van drugsbeleid en over drugscampagnes. Het college dient te investeren in preventief drugsbeleid. Hij dient motie 448 (Kies voor veiligheid, blijf investeren in preventief drugsbeleid) in, die het college opdraagt om:

1. In de toegezegde brief over bezuiniging op verslavingszorg de relatie met de

ondermijningsaanpak Grenzen Stellen, Perspectief Bieden scherp in kaart te brengen;

2. Niet te korten op die programma’s die normalisering van drugsgebruik tegengaan en

drugsverslaving helpen voorkomen en daarmee de aanpak van drugscriminaliteit versterken. De heer Van Steeg (CDA) hecht er bovendien aan dat de effectiviteit van drugsbeleid en ondermijning scherp wordt gemeten. De resultaten van het ondermijningsbeleid dienen inzichtelijk gemaakt te

worden. Hij dient daarom mede namens de VVD motie 449 (Maak resultaten van ondermijningsbeleid inzichtelijk) in.

Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of het CDA het vooral belangrijk vindt wat effectief is of dat normaliseren van drugsgebruik wordt tegengegaan.

De heer Van Steeg (CDA) vindt het belangrijk dat de normalisering van drugsbeleid wordt

tegengegaan en dat de gebruikers worden gewezen op hun verantwoordelijkheid. Dit is effectief in het onderbreken van de keten die leidt tot drugscriminaliteit.

Mevrouw Assen (PvdA) reageert dat bewezen effectiviteit geen mening is. De heer Van Steeg (CDA) denkt dat het bewezen effectief is dat men minder drugs gebruikt indien er minder drugs wordt verhandeld. Dit zal dus onderdeel moeten zijn van een succesvolle aanpak van ondermijning.

De heer Koning (D66) vraagt aandacht voor het aantal vergunningen voor coffeeshops in de stad, dat sinds 2010 niet meer gestegen. In een groeiende stad is het logisch om deze ruimte te blijven

bieden, zodat de spreiding van coffeeshops goed blijft en dat er voldoende aanbod is in de stad. Indien de coffeeshops niet aanwezig zijn, gaan mensen namelijk op zoek naar dealers. Hij dient

daarom mede namens EenUtrecht motie 450 (Laat het aantal coffeeshops meegroeien met de stad) in.

De heer Bosch (UtrechtNu!) constateert dat de overwegingen in de motie ook voor tabakszaken zou kunnen gelden, terwijl D66 ervoor pleit om deze zaken naar nul terug te brengen. Wat is volgens D66 het verschil tussen een coffeeshop en een tabakszaak?

De heer Koning (D66) geeft aan dat coffeeshops en tabakszaken op andere manieren gereguleerd worden. Verschillende middelen vragen om verschillende aanpakken. Ook voor tabak zou het

wenselijk zijn om in de toekomst met schaarse vergunningen te werken. Momenteel is tabak op veel plekken in de stad beschikbaar, terwijl coffeeshops schaars zijn.

De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat voor alles in de stad een gebrek aan ruimte is, ook voor sport

Raadsvergadering van 14 november 2024

13

en bedrijvigheid. Waar ligt de prioriteit voor D66? De heer Koning (D66) legt uit dat de motie ruimte biedt aan ondernemers in de stad om een vergunning te krijgen voor coffeeshops.

De heer Van Steeg (CDA) vraagt ten koste van welke ondernemers dit volgens D66 zou moeten gaan. De heer Koning (D66) antwoordt dat Utrecht aan het groeien is en dat daarmee de vraag naar allerlei verschillende producten groeit. D66 wenst hierop te anticiperen.

De heer Van Steeg (CDA) memoreert dat de burgemeester heeft gezegd dat er geen behoefte is aan

meer coffeeshops. Bovendien zou het ten koste gaan van andere economische bedrijvigheid, waarvan de schaarste enorm groot is.

De heer Koning (D66) legt uit dat ook wanneer motie 450 wordt aangenomen, het aantal

vergunningen beperkt blijft. Met het oog op nieuw gebouwde woonwijken, zullen er meer vergunningen voor coffeeshops dienen te komen.

De heer Sungur (DENK) vraagt waarom D66 kiest voor meer drugs, terwijl zo veel andere zaken in de stad om ruimte vragen en deze ruimte schaars is.

De heer Koning (D66) ziet het levensgrote probleem dat mensen, indien er onvoldoende coffeeshops beschikbaar zijn, genoodzaakt zijn om een dealer te zoeken. Dergelijke dealers bieden veel verslavendere drugs aan dan alleen softdrugs.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of D66 tevens gaat voorstellen om dit op te nemen in de

eerste wijziging Omgevingsplan Utrecht. Hij merkt daarnaast op dat de problemen omtrent MDMA en xtc groter zijn, waarvoor helemaal geen shops bestaan. Waarom pleit D66 niet voor vergunningen voor MDMA- en xtc-shops?

De voorzitter wijst erop dat partijen slechts één vraag per interruptie mogen stellen. De heer Koning (D66) reageert dat D66 zowel in de Tweede Kamer als in de gemeenteraad pleit voor regulering voor MDMA en xtc. Er bestaan momenteel echter geen beleidsruimte en wettelijke ruimte om dit lokaal te realiseren.

Hij dient mede namens EenUtrecht, Horizon en Student & Starter motie 451 (Mobiel drugstesten) in, die het college opdraagt:

1. Om samen met Jellinek te onderzoeken hoe we zo veel mogelijk mensen gebruik kunnen laten maken van de FTIR-testmachine;

2. Daarbij een mogelijkheid voor een "mobiele testservice" mee te nemen; 3. De raad hierover te informeren voor de Voorjaarsnota 2025.

Mevrouw Assen (PvdA) heeft begrepen dat de inzet van de testmachine gemoeid gaat met hoge kosten. Is dat voor D66 relevant?

De heer Koning (D66) geeft aan dat het college ruimte ziet om dit bij wijze van een pilot toe te

Raadsvergadering van 14 november 2024

14

passen. Voor een eenmalige test zijn de kosten zeer beperkt. Op den duur kan de testmachine mogelijk breder uitgerold worden.

Mevrouw Assen (PvdA) vraagt hoe D66 het zou wegen indien een partij als Jellinek zegt dat de testmachine geen prioriteit zou moeten krijgen.

De heer Koning (D66) zegt dat het college zal moeten spreken met de partners, waaronder Jellinek. Motie 451 is een onderzoeksmotie om samen met Jellinek te onderzoeken hoe er zo veel mogelijk gebruik kan worden gemaakt van de FTIR-testmachine.

Mevrouw Assen (PvdA) benadrukt dat voor de PvdA het Utrechtse drugsbeleid in de eerste plaats

gericht moet zijn op het bevorderen van gezondheid en de preventie- en verslavingszorg. In tijden van schaarste moet de focus liggen op wat bewezen effectief is. In wijken als Kanaleneiland en

Overvecht, waar ook armoede en criminaliteit spelen, zijn slechts drie veldwerkers jeugd aangesteld. Het college dient bij de aanstaande bezuinigingen bewezen effectief preventiewerk, gericht op de meest kwetsbare groepen, zo veel mogelijk te ontzien. Daarom dient de PvdA mede namens

EenUtrecht, de ChristenUnie, de Partij voor de Dieren en Volt motie 452 (Ontzie bewezen effectief preventiewerk en meest kwetsbare groepen bij bezuinigingen) in.

Mevrouw Meerding (VVD) ziet drugscriminaliteit als een van de grootste problemen van Utrecht. Het dumpen van drugsafval en het dealen in speeltuinen dienen stevig aangepakt te worden.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) reageert allereerst op motie 449 inzake de resultaten van het ondermijningsbeleid. De motie veronderstelt een zekere maakbaarheid van maatschappelijke

opgaven, waar mogelijk niet aan kan worden voldaan. Het effect van het programma Grenzen stellen, perspectief bieden is ook afhankelijk van andere indicatoren die niet binnen het programma vallen.

Zij ontraadt de motie en vraagt de raad om de aanstaande rijkere verantwoording van het college af te wachten.

De heer Van Steeg (CDA) stelt dat het gebied tussen de effectindicatoren en het bereiken van de doelstellingen uit het programma ontbreekt in de voorliggende brief. Het CDA vraagt de burgemeester om dit te heroverwegen.

Mevrouw Dijksma (burgemeester) voelt motie 449 als een aansporing om zo goed mogelijk te

verantwoorden, maar het is niet fair om de motie positief te adviseren terwijl onbekend is of de motie daadwerkelijk uitvoerbaar is.

Dat brengt de burgemeester bij motie 450 inzake meer vergunningen voor coffeeshops. Het college merkt dat er op dit moment weinig tot geen levensvatbare initiatieven of aanvragen zijn die maken dat er zorgen zijn over de vraag of het maximum van zeventien coffeeshopvergunningen wordt bereikt. Daarnaast is het voor de burgemeester geen principieel punt om op een onderwerp als coffeeshops mee te groeien met de groei van de stad. Zij geeft de motie oordeel raad. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of motie 450 geld kost. Mevrouw Dijksma (burgemeester) bevestigt dat het verhogen van het aantal vergunningen geen geld kost.

Raadsvergadering van 14 november 2024

15

De heer Eerenberg (wethouder) bedankt de raad voor het goede commissiedebat en voor de

ingediende moties. Hij merkt op dat geen drugs gebruiken de meest gezonde optie is, als is dat voor sommige mensen in de samenleving niet de gewenste optie. Dat roept de vraag op hoe het gebruik van drugs zo gezond mogelijk geregeld kan worden; dit geeft de gemeente een sterke verantwoordelijkheid.

Hij reageert op motie 448 inzake het blijven investeren in preventief drugsbeleid. Het eerste punt van het dictum is overbodig, want dit is reeds in het commissiedebat door de burgemeester

toegezegd. Het tweede punt uit het dictum is bovendien ontijdig. Het college komt binnenkort met een brief hoe de bezuinigingen (18% op verslavingspreventie) worden ingevuld. In deze brief staan

de concrete bezuinigingen vermeld. Met de inhoud van deze brief kan de raad wegen of het college de goede keuze heeft gemaakt.

De heer Van Steeg (CDA) wijst op het dictum van motie 448. Dat is allesbehalve ontijdig. De heer Eerenberg (wethouder) leest in de motie dat het college wordt opgeroepen om nu niet te

korten op de programma's. Bezuinigen is echter noodzakelijk. Het college komt binnenkort met een brief hoe deze bezuinigingen worden ingevuld. In deze brief staan de concrete bezuinigingen

vermeld. Met de inhoud van deze brief kan de raad wegen of het college de goede keuze heeft gemaakt.

Hij reageert op motie 452 inzake het ontzien van bewezen effectief preventiewerk en meest

kwetsbare groepen bij bezuinigingen. De mensen die de overheid het meeste nodig hebben, mogen door de bezuinigen het minst geraakt worden. Er zal echter in elk geval bezuinigd moeten worden. Verder merkt hij op dat de term "bewezen effectief" niet altijd terecht is. Voor sommige mensen is het wenselijk om zo nu en dan een andere methode te gebruiken. Indien de raad zegt dat de

effectieve maatregelen op de meest kwetsbare groepen ontzien moeten worden, dan zal er op

andere groepen meer bezuinigd moeten worden. De brief van het college dient eerst afgewacht te worden.

Mevrouw Assen (PvdA) vermoedt dat de raad zelf de consequenties van motie 452 in kan zien. Dit is dus niet te vroeg in het proces.

De heer Eerenberg (wethouder) noemt als voorbeeld de groep studenten. Er kan beargumenteerd

worden dat de hersenen van jongeren nog niet volledig zijn ontwikkeld en dat het dus wenselijk is

om voor die groep veel voorlichting rondom drugs te organiseren. Door motie 452 zou deze groep

niet de voorlichting kunnen krijgen die het nodig heeft. Daarom is verstandig om eerst de brief van het college af te wachten.

Hij reageert op motie 451 inzake mobiel drugstesten. De wethouder leest dit als een

onderzoeksmotie. Als dit daadwerkelijk een onderzoeksmotie is, dan kan de wethouder toezeggen er een brief over te schrijven voor de Voorjaarsnota. Wat echter vaststaat, is dat er 18% bezuinigd moet worden op alle uitgaven van de gemeente. Met die kanttekening kan de wethouder de motie positief adviseren.

De voorzitter inventariseert of er fracties zijn die behoefte hebben aan een tweede termijn. Dit is niet het geval. De voorzitter sluit daarop de beraadslaging over dit agendapunt. De stemming over de moties vindt vanavond plaats.

Raadsvergadering van 14 november 2024

16

15. Raadsvoorstel Wijziging Utrechts Planproces. De heer Dijkstra (EenUtrecht) is niet tevreden over hoe het is gesteld met de participatie in de

gemeente Utrecht. Bij diverse projecten is de participatie matig uitgevoerd. Uit de inwonersenquête blijkt dat het vertrouwen van Utrechters in de gemeente en in de gemeenteraad voortdurend daalt.

De gemeente belooft beterschap, waaronder in de beleidsnota's Samen stad maken en Geen Utrecht zonder u. Wat Utrecht allereerst nodig heeft, is dat de raad, het stadsbestuur en de ambtenaren

erkennen dat Utrechters op veel gebieden zelf sociaal eigenaar zijn, dat buurten en gemeenschappen zelf verantwoordelijk zijn en met een beetje steun van de gemeente zelf buurtruimten willen beheren en de buurtzorg willen organiseren. Daarnaast zouden de participatierechten van Utrechters steviger moeten worden vastgelegd in lokale wetgeving. Indien de gemeente geen duidelijke kaders stelt waar participatie aan moet voldoen, zijn de Utrechters vogelvrij en overgeleverd aan de goedwillendheid van instanties, bouwers en projectontwikkelaars.

De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat hoewel de inbreng van de heer Dijkstra relatief lang is en hij daarvoor zijn spreektijd gebruikt, er nog twaalf of veertien voorstellen van hem zullen volgen. De heer Dijkstra zou zijn spreektijd moeten gebruiken voor het indienen van die voorstellen.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt de PvdA gerust: hij staat aan het einde van vergaderingen vaak slechts vijf, zes, zeven of acht seconden in het rood. Ook vandaag gaat het goedkomen met de spreektijd van EenUtrecht.

Hij geeft aan dat de zekerheden van Utrechters omtrent participatie nu vastgelegd kunnen worden in het Utrechtse Planproces en in de nog te vernieuwen participatie- en inspraakverordening.

EenUtrecht zal een zestal amendementen indienen om de participatie in Utrecht te bevorderen. Hij dient mede namens Volt en UtrechtNu! amendement 210 in (Begin zo vroeg mogelijk met participatie).

Hij dient mede namens Volt en UtrechtNu! amendement 211 in (Benut alle vormen van participatie optimaal).

Hij dient mede namens Volt en UtrechtNu! amendement 212 in (Verwijs bij participatie altijd naar lokale wetgeving). Daarbij dient volledig te worden voldaan aan de in 2025 te vernieuwen participatie- en inspraakverordening.

Hij dient mede namens UtrechtNu! amendement 213 in (Bij onrust onder bewoners altijd terug naar de raad).

Een groep van 35 bewoners heeft meegedacht met het UPG. Een viertal adviezen is niet opgenomen

in het raadsvoorstel. Daarom dient EenUtrecht mede namens Volt en UtrechtNu! amendement 214 in (Verwerk alsnog de bewonersadviezen in het UPG).

Na het commissiedebat heeft de wethouder een bijlage gemaakt waaraan de Nota van

Uitgangspunten aan moet voldoen. Dit is echter geen onderdeel van het raadsbesluit. Hij dient

daarom mede namens de VVD, de ChristenUnie en UtrechtNu! amendement 215 in (Bevoegdheden delegeren op basis van een kader).

Mevrouw Sasbrink (PvdD) merkt op dat voor de stemming nog niet bekend is wat er in de bijlage komt te staan.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) legt uit dat de aanvulling op het raadsbesluit later volgt. De raad zal die

Raadsvergadering van 14 november 2024

17

aanvulling op een later moment nog vaststellen. De heer Van der Zweth (PvdA) dient mede namens GroenLinks amendement 216 (Nota van Uitgangspunten is juist voor ambities) in, met het besluit:

Beslispunt 1.c.i. van het ontwerp raadsbesluit Raadsvoorstel Wijziging Utrechts Plan Proces d.d. 14 november 2024, kenmerk 11838428 als volgt toe te wijzigen:

"De kaders worden vastgesteld bij een uitgewerkte beleidsnota voor een deelgebied of bij een nota van uitgangspunten (NvU), daarbij wordt niet afgeweken van vastgestelde beleidskaders tenzij bij hoge uitzondering waar het expliciet wordt onderbouwd."

De heer Te Hoonte (VVD) vraagt wat de bedoeling is van het amendement als het gaat om de beleidsruimte van het college.

De heer Van der Zweth (PvdA) geeft aan dat met het amendement niet wordt beoogd om meer ruimte aan het college te geven. Beslispunt 1.c.i. zegt iets anders dan de bijgevoegde brief. Met

amendement 216 wordt expliciet gemaakt in het beslispunt dat het gemeentelijk beleid terugkomt. Indien er ambities gestapeld worden en er men ambities laat varen, dan vervalt de delegatie. De PvdA constateert dat er in de afgelopen jaren verschillende excessen zijn geweest van

buitensporig hoge woonlasten, zoals bij de Change- en Pagelaan. Deze voorbeelden tonen aan dat

betaalbaarheid gaat om meer dan alleen de huurprijs en ook zaken als servicekosten en wel of niet gemeubileerd. Daarom dient de PvdA mede namens Volt, GroenLinks, EenUtrecht en Partij voor de Dieren motie 453 (Sturen op totale woonlasten) in, die het college opdraagt om in de Nota van

Uitgangspunten voortaan standaard de totale woonlasten mee te nemen en hierbij te sturen op betaalbaarheid.

De heer Te Hoonte (VVD) constateert dat veel mensen een huis zoeken en dat bouwen in Utrecht

lang duurt. De VVD heeft daardoor altijd willen onderzoeken of in het Planproces zaken versneld kunnen worden. De delegatie van het Omgevingsplan tast echter de positie van de raad aan.

Besluitvorming verplaatst ermee naar het college; het college kent een andere afspiegeling dan de

raad. Daarom dient de VVD mede namens UtrechtNu!, Partij voor de Dieren en het CDA amendement 217 in (Raad blijf aan zet bij omgevingsplan).

De heer Aït Daoua (D66) vraagt of het proces, en daarmee het bouwproces, niet juist wordt vertraagd indien de delegatie eruit wordt gehaald.

De heer Te Hoonte (VVD) reageert dat met het amendement de raad een besluit voor een wijziging van een omgevingsplan moet nemen. De raad zal deze wijzigingsbesluiten in de toekomst vaker moeten nemen.

De heer Aït Daoua (D66) stelt dat, indien de Nota van Uitgangspunten in de raad moet worden

behandeld, dit zorgt voor een aanzienlijke vertraging. Dit staat haaks op de eerdere uitspraak van de raad dat het bouwproces versneld moet worden, omdat de druk op de woningmarkt enorm.

De heer Te Hoonte (VVD) benadrukt dat niet alle partijen in de raad de wens hebben uitgesproken

om het proces te versnellen. Er is bij dit voorstel niet geluisterd naar de input van de raad en dit is teleurstellend. Het is onwenselijk om een hele gebiedsontwikkeling bij het college neer te leggen

Raadsvergadering van 14 november 2024

18

omdat dit drie maanden in de doorlooptijd zou schelen.

De VVD constateert daarnaast dat de raad in de omgevingswet aan zet is voor het vaststellen van het Omgevingsplan. Het college stelt echter voor deze bevoegdheden al bij vaststelling van een

omgevingsvisie of Nota van Uitgangspunten te delegeren aan het college. Daarom dient hij mede

namens UtrechtNu!, de Partij voor de Dieren en het CDA motie 454 (Maak het makkelijk te stemmen

over delegeren) in, die het college opdraagt om een delegatiebesluit in het kader van het UPP altijd in een separaat raadsvoorstel aan de raad voor te leggen.

De heer Aït Daoua (D66) hecht eraan dat het Utrechts Planproces toegankelijk is voor alle Utrechters, ook voor moeilijk bereikbare groepen als jongeren, mensen met een drukke agenda en Utrechters met mobiliteitsuitdagingen. Het gebruik van digitale participatie dient structureel verankerd te worden in het proces. Daarom dient D66 mede namens Volt en Student & Starter motie 455 in (Digitale participatie voor een breed bereik).

De heer Dekkers (GroenLinks) kent D66 als een partij die pleit voor inclusieve en diverse participatie. Daar horen ook andere vormen van participatie bij. Waarom noemt D66 alleen de digitale vorm van participatie?

De heer Aït Daoua (D66) antwoordt dat een van de amendementen van D66 reeds toezag op de andere vormen van participatie.

De heer Stellinga (CDA) is voor de versnelling van het proces en stelt dat deze versnelling niet

gevonden dient te worden in de delegatie van het besluit tot vaststelling van de wijziging van het Omgevingsplan aan het college. Het CDA vindt het noodzakelijk dat de raad aan het eind van het proces aan het stuur zit. De vertraging wordt te veel gezocht bij de raad en te weinig binnen het ambtelijke. Op 15 juni 2023 heeft het CDA dit reeds aangegeven tijdens een debat over

gesprekslijnen over het nieuwe UPP. Hier is echter weinig mee gedaan. Het CDA zal het voorstel dan ook niet steunen.

De heer Dekkers (GroenLinks) acht het van belang dat de processen die het mogelijk maken om de

stad te ontwikkelen, worden versneld. Daarvoor is het nodig dat werkprocessen binnen de gemeente worden aangepakt. Het is daarbij belangrijk dat de raad vooraf goede kaders meegeeft en dat de

raad altijd aan de rem kan trekken en aan het stuur blijft. GroenLinks stelt voor om een plek te geven aan het participatieplan. Het past dan in het schema van het Utrechtse Planning Gebiedsontwikkeling (UPG) om een participatieplan vast te stellen. Is het college van mening dat het participatieplan een expliciete plek verdient in het UPG en kan dat in de stukken verwerkt worden? En kan het college

bevestigen dat ook bij het UPG peilen niet wordt beperkt tot het een-op-een ophalen van inzichten bij diverse betrokkenen?

De heer Snijder (Student & Starter) stelt dat vertraging in de Utrechtse gebiedsontwikkeling onder

andere ontstaat door overlappende beleidskaders, lange interne afstemming en externe factoren. Dit bemoeilijkt de besluitvorming en vermeerdert de voorspelbaarheid voor externe partijen. Het is daarom van belang om interne processen te vereenvoudigen, duidelijke kaders te stellen en

initiatiefnemers meer ruimte te geven. Het college dient te inventariseren welke interne en externe processen en afspraken vereenvoudigd en verbeterd kunnen worden om de doorlooptijd van

gebiedsontwikkelingsprocessen te verkorten, met concrete doelstellingen voor een efficiënter

Raadsvergadering van 14 november 2024

19

planningsproces. Daarom dient Student & Starter mede namens D66 en het CDA motie 456 (Versnellen en samenwerken in Utrechtse gebiedsontwikkeling) in.

De heer De Pagter (VVD) had motie 456 graag mede willen ondertekenen. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) stelt dat vooraf niet bekend is of de verkorting van de

doorlooptijd van plannen leidt tot snellere woningbouw. De ChristenUnie vindt het belangrijk om een evaluatiebepaling aan het raadsvoorstel toe te voegen, waarbij na twee jaar het gehele raadsvoorstel wordt geëvalueerd op de doeltreffendheid en de effecten van de voorgestelde wijziging in Utrechtse Planproces. Daarom dient hij mede D66, Volt, EenUtrecht, VVD en Student & Starter amendement 218 (Evalueer de wijziging van het Utrechts planproces) in.

Mevrouw Passier (Volt) kan zich vinden in de voorgestelde verbeteringen bij het Utrechtse

Planproces. Er ontbreekt echter nog veel op het gebied van participatie. Volt steunt daarom alle daarop ingediende amendementen.

De heer Eerenberg (wethouder) merkt ter introductie op dat er heel veel en snel gebouwd moet

worden in Utrecht. Volkshuisvesting is namelijk de grootste maatschappelijke opgave van deze tijd. Afspraken maken over de interactie tussen college en raad is spannend, maar dit is slechts een van

de onderdelen die versneld moeten worden. Dit staat in een heel proces waarin de gemeente ook in de ambtelijke organisatie sneller tot keuzes moet komen. De versnelling is dus niet exclusief

voorbehouden aan de interactie tussen college en raad, maar staat in een breder programma om sneller te werken voor alle mensen die een woning zoeken in Utrecht. Daarnaast is het goed dat EenUtrecht het zwaartepunt bij participatie neerlegt, want veel van de vraagstukken bij

bouwprocessen gaan niet alleen over de mensen die een woning willen, maar ook over de mensen die naast die woning wonen. Het is zaak dat ook die mensen op een goede manier bij het proces worden betrokken en dat alle belangen zorgvuldig worden afgewogen.

Hij reageert op amendement 210 inzake zo vroeg mogelijk beginnen met de participatie. De

wethouder adviseert dit amendement negatief, want het is niet wenselijk om altijd met iedereen, bij elke bestuurlijke besluitvorming en met alle relevante stakeholders te participeren.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) wijst erop dat in amendement 210 wordt gesproken van "relevante stakeholders".

De heer Eerenberg (wethouder) is daarvan op de hoogte, maar ziet tegelijkertijd dat veel bestuurlijke besluitvormingen over ruimtelijke processen sneller afgedaan kunnen worden.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de wethouder ziet dat er in dat geval later wordt geparticipeerd zal worden dan nu het geval is.

De heer Eerenberg (wethouder) ontkent dat. Er is ook een intentie van het college om sneller en met modernere vormen te zorgen dat er wordt geparticipeerd.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat het in zijn amendement scherper wordt gesteld dan een intentie.

Raadsvergadering van 14 november 2024

20

De heer Eerenberg (wethouder) zegt dat de heer Dijkstra daarmee zijn lezing van amendement 210 onderstreept. Het amendement is te dwingend om werkbaar te kunnen zijn.

Dan amendement 211 inzake alle vormen van participatie optimaal benutten. Ook dit amendement is te absoluut, want in veel gevallen is participatie in "fase nul" niet relevant.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt het raar dat het college alleen kiest voor peilen. De heer Eerenberg (wethouder) legt uit dat het college voor projecten peilt om vroegtijdig te kunnen vaststellen wat er nodig is in een buurt. Later in een proces worden andere belangen relevanter,

zoals die van direct omwonenden. Peilen, wat gepaard gaat met onderling gesprek, is dus vroeg in het proces een belangrijk instrument.

De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt waarom alle andere vormen tot en met fase 2 door het college worden uitgesloten.

De heer Eerenberg (wethouder) sluit niets uit, maar zou er niet voor pleiten om conform het beslispunt uit amendement 211 alle vormen van participatie nadrukkelijk te gebruiken.

Dat brengt de wethouder bij 212 inzake altijd verwijzen naar lokale wetgeving. Hij geeft het amendement een positief advies.

Hij reageert op amendement 213 inzake bij onrust onder bewoners altijd naar de raad. Hij geeft het amendement oordeel raad.

Hij reageert op amendement 214 inzake het verwerken van de bewonersadviezen in het UPG. Hij geeft het amendement een negatief advies.

Hij reageert op amendement 215 inzake bevoegdheden delegeren op basis van een kader. De wethouder geeft het amendement een positief advies.

Hij reageert op amendement 216 inzake de Nota van Uitgangspunten voor ambities. Hij geeft het amendement oordeel raad.

Hij reageert op motie 453 inzake sturen op totale woonlasten. Hij geeft de motie een positief advies. Hij reageert op amendement 217 inzake het aan zet blijven van de raad bij het omgevingsplan. Hij geeft het amendement een negatief advies.

Hij reageert op motie 454 inzake het makkelijk maken om te stemmen over delegeren. De kaart is een goed idee, maar de wethouder heeft twijfels over de combinatie van een inhoudelijk

raadsvoorstel en een delegatievoorstel. Het is niet bekend of dit technisch mogelijk is. Hij geeft de motie oordeel raad.

De heer Te Hoonte (VVD) licht toe dat het in samenhang behandelen van raadsvoorstellen reeds praktijk is binnen de gemeente, waaronder bij de Programmabegroting en de Voorjaarsnota.

De heer Bosch (UtrechtNu!) vult aan dat over het voorstel omtrent de Kögllaan en de Manegelaan in samenhang een besluit wordt genomen.

De heer Eerenberg (wethouder) reageert op motie 455 inzake digitale participatie voor een breed

bereik. De wethouder ontraadt de motie op de techniek, want de huidige afspraken over participatie wijken hiervan af. Hij verwijst naar het eerdere debat met wethouder Oosters en het aanstaande voorstel, in Q1 2025, over de monitoring van de doelstellingen.

Dan motie 456 inzake versnellen en samenwerken in Utrechtse gebiedsontwikkeling. Indien de

Raadsvergadering van 14 november 2024

21

evaluatiemomenten in de diverse moties in dezelfde perioden kunnen plaatsvinden, is motie 456 een goed voorstel.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) constateert dat hij met een nieuw voorstel zou moeten komen. De heer Eerenberg (wethouder) reageert op amendement 218. Hij geeft het amendement een positief advies.

De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of de wethouder amendement 210 positief zou adviseren indien dit amendement aangepast zou worden aan de eerder genoemde redenering in de bijdrage van GroenLinks.

De heer Eerenberg (wethouder) zou zich dat kunnen voorstellen, mits nauwkeurig wordt gewogen wat er precies op papier komt te staan.

De voorzitter schorst daarop de vergadering voor tien minuten. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan de heer Dijkstra. De heer Dijkstra (EenUtrecht) trekt amendement 210 in. Hij dient mede namens Volt, UtrechtNu! en GroenLinks amendement 219 (Begin zo vroeg mogelijk met participatie) in, met het beslispunt:

i. Start eerder dan bij het huidige UPP, namelijk altijd voorafgaand aan bestuurlijke besluitvorming én betrek bij het maken van het participatieplan, als onderdeel van het door ambtenaren vastleggen van afspraken met de initiatiefnemer over de plankosten, samenwerking met Utrechters en

communicatie, waar mogelijk relevante stakeholders, waaronder wijkplatforms en lokale bewonersgroepen.

De heer Snijder (Student & Starter) trekt motie 456 (Versnellen en samenwerken in Utrechtse

gebiedsontwikkeling) in. Hij dient mede namens D66, VVD en CDA motie 457 in, die het college opdraagt om:

1. Te inventariseren welke interne en externe processen en afspraken vereenvoudigd en verbeterd

kunnen worden om de doorlooptijd van gebiedsontwikkelingsprocessen te verkorten, met concrete doelstellingen voor een efficiënter planningsproces, vastgelegd in een actieplan dat in Q3 2025 aan de gemeenteraad wordt gepresenteerd;

2. Bij nieuwe beleidskaders prioriteit te geven aan betere interne afstemming om doorlooptijden te

verkorten, en de voortgang, rolverdeling en samenwerking binnen het UPG tweejaarlijks te evalueren en op te nemen in het verslag over de doeltreffendheid voor transparantie en efficiëntie;

3. De gemeente haar regierol te laten behouden, maar ook een faciliterende rol te laten spelen door initiatiefnemers meer ruimte geven binnen duidelijke kaders, en samen te onderzoeken hoe

ondernemerschap en externe betrokkenheid kunnen worden versterkt en de raad hierover te informeren in Q3 2025.

De heer Aït Daoua (D66) trekt motie 455 in. Hij dient mede namens Volt en Student & Starter motie 458 (Digitale participatie voor een breed bereik) in, die het college opdraagt om:

1. Digitale participatie vast te leggen als vast onderdeel van elk participatieplan binnen het UPG,

waarbij minimaal één digitale consultatieronde per fase van elk project wordt opgenomen, in een

Raadsvergadering van 14 november 2024

22

vorm die aansluit bij de aard en fase van het project;

2. Jaarlijks de raad te informeren over het gebruik en de effectiviteit van digitale participatiemiddelen in het participatieproces van het UPG, met speciale aandacht voor bereik, representativiteit en tevredenheid van deelnemers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=87cbb865-2d70-43ab-93cd-3fb269032b74