10e vergadering gemeenteraad 17 juni 2021.docx
Tekst van het document
mensen meer moeite hebben om rust te vinden in de parken. De wethouder heeft toegezegd de raad te informeren over de balans tussen sportactiviteiten en groen. Ze vraagt de toezegging bij het
inventariseren van de mogelijkheden voor sportactiviteiten ook deskundigen op het gebied van
groen te raadplegen en bij dat onderzoek het omzetten van parkeerplaatsen bij sportaccommodaties naar meer ruimte voor sport en groen te betrekken.
De heer Schipper (SP) herinnert aan de raadsvergadering van 22 september 2011, toen de raad de Sportnota 2012-2016 vaststelde. In die nota werd op vijf van de zes thema's bezuinigd met
percentages tussen 10% en 60%. Maar er kwam 100% geld bij voor de breedtesport, dat ging in zijn
geheel naar Vechtsebanen. Die kortingen zijn nooit meer ingelopen. Bij het budget voor groei van de stad is sport niet bepaald overbedeeld. Voor de SP-fractie is dit het knelpunt bij deze nota en bij het Sportakkoord: er is beperkte ruime en er zijn beperkte financiële middelen. Er moet actie bij de Sportagenda. Spreker steunt de oproepen daartoe.
De SP-fractie zal de Sportagenda steunen, omdat die een stap voorwaarts betekent. Daarop schorst de voorzitter de vergadering.
(Bij hervatting van de vergadering heeft mevrouw Dijksma het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan de heer De Pagter.) Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan wethouder Van Ooijen. De heer Van Ooijen (wethouder) dankt voor de sportieve bijdragen om het enthousiasme in de sport verder aan te wakkeren. Hij reageert eerst op de amendementen, daarna op de moties. Hij adviseert positief op amendement 49 "Versterk betrokkenheid sportverenigingen".
Hij adviseert positief op amendement 50 "Vergroten sportdeelname". Dit betekent een kleine dubbeling met de Sportnota, waarin dit ook staat opgenomen.
Raadsvergadering van 17 juni 2021
21
Amendement 51 "Gezonde en duurzame voeding in sportkantines", ontraadt hij, omdat dit niet congruent is met de andere beslispunten. Bovendien is het punt over gezondheid en de rol van gezonde kantines opgenomen in de Sportagenda naar aanleiding van de opmerkingen in de commissie. Met dit amendement wordt dit punt verkeerd verwerkt. Hij vervolgt met de moties
Hij is blij met het betoog rond motie 114, "Onderzoek discriminatie bij sportverenigingen". Het is
zeer terecht om discriminatie in de sport te voorkomen, maar zijn vraag is of de inzet mystery guest een goede methode is om discriminatie in de sport op te sporen. Hij weet niet hoe dit een effectief en werkend instrument kan zijn. Bovendien werkt wethouder Voortman aan een anti-discriminatie
agenda. Daarin wordt focus aangebracht, omdat dit onderwerp aandacht behoeft. Hij twijfelt aan het instrument, maar niet aan de noodzaak en ontraadt de motie.
Motie 115, "Vergroot sportdeelname van vrouwen met migratieachtergrond", stelt een zeer terecht punt aan de orde. Bij de Sportnota is hierover een aantal vragen gesteld waaruit een aantal aanbevelingen is voortgekomen. Sinds 2018 wil het college die implementeren samen met
SportUtrecht en anderen. Dit betekent dat het college al verder in dat proces is en de motie een stap terugzet. Daarom ontraadt hij haar.
De heer Sungur (DENK) is blij met het onderzoek uit 2018. Hij vraagt de wethouder toe te zeggen terug te koppelen wat er is gedaan met die aanbevelingen.
De heer Van Ooijen (wethouder) zegt dat toe. De afspraak is om een keer per jaar terug te komen op een aantal onderwerpen uit de Sportagenda. Hij zal dit onderwerp in de eerstvolgende sessie meenemen. Dat is voor de volgende voorjaarsnota.
Hij vervolgt met motie 116 "Buurtsportcoaches toekennen aan verenigingen met de grootste
behoefte". Hij is het niet eens met de stelling dat het hierbij alleen om verenigingen gaat die minder vitaal zijn. Buurtsportcaches zijn voor specifieke doelgroepen bedoeld waarop ook vitale
verenigingen onvoldoende grip kunnen hebben. Het gaat dus vooral om de sporter en in mindere
mate om de sportvereniging. Spreker vindt dat de gemeente hierin een bescheiden rol heeft, want SportUtrecht is in the lead. Hij ontraadt de motie.
De heer Sungur (DENK) vraagt of de wethouder bekend is met de sterke wens van een aantal
verenigingen in de stad dat vraagt om een buurtsportcoach maar die niet krijgt, omdat hun plannen wellicht minder goed zijn uitgeschreven. Hij wil vooral het maximale resultaat uit de
buurtsportcoaches halen, niet op de stoel van SportUtrecht zitten, maar ook niet een te bescheiden
houding aannemen als gemeente. Hij vraagt of de wethouder bereid is het gesprek aan te gaan met SportUtrecht om te kijken wat hierin mogelijk is.
De heer Van Ooijen (wethouder) beoogt niet te bescheiden te zijn. Bij het uitreiken van sportprijzen is de rol van de gemeente bescheiden. Bij het benoemen van sportaccommodaties idem dito, dat hoort bij het sportveld te liggen en bij niet de gemeente. Dat geldt ook voor het onderwerp
sportcoaches. Daarom vindt hij dat het sportveld daarin keuzes moet maken en de gemeente bescheiden moet blijven.
De heer Sungur (DENK) begrijpt de wethouder. Maar hij vindt dat de gemeente de maatschappelijke
verantwoordelijkheid heeft als het gaat om de buurtsportcoaches. De gemeente kan meer doen dan een bescheiden rol innemen en eigenlijk niets doen. Hij vraagt de wethouder hierover in gesprek te
Raadsvergadering van 17 juni 2021
22
gaan met SportUtrecht, ook omdat hij weet dat sommige verenigingen hebben geschreeuwd om buurtsportcoaches. De doelgroep die zij bedienen heeft specifieke behoeftes waarin de buurtsportcoach heel goed kan voorzien.
De heer Van Ooijen (wethouder) heeft het gesprek gevoerd en zal dat blijven doen met verenigingen. Als er duidelijke signalen zijn blijft hij in gesprek en indien de noodzaak er is, zal hij met SportUtrecht in gesprek gaan. Hij kiest dus voor een meer reactieve opstelling.
Hij vervolgt met motie 117, "Uitvoeringsagenda sport". Hij vindt het goed dat wordt gevraagd naar een concretisering, want die is nodig. De Sportagenda is namelijk een visiestuk, bedoeld om te
inspireren, opgesteld in samenspraak met het sportveld. Hij kan met het dictum helemaal uit de
voeten en zegt toe het eerste punt op te pakken in de spiegelgesprekken die er zijn op elk van die onderwerpen.
De basis voor de link tussen capaciteitsgroei en -behoefte zijn de Mulier-rapportages. Dat kan
steviger worden neergezet door een planningsdoorkijk met de raad te delen bij die rapportage. In
het spiegelgesprek kan worden weerspiegeld wat er is gebeurd. Spreker wil graag een concretisering maken. Hij twijfelt over de titel van de motie "Uitvoeringsagenda sport" omdat die neigt naar een raadsstuk. Daar is hij tegen, omdat in samenspraak met het sportveld is gekozen voor sturen op
kwaliteit en minder op detail. Als de indieners zeggen dat er niet om een raadsstuk wordt gevraagd, kan hij met de motie uit de voeten.
De heer Van Steeg (CDA) denkt dat er bij de verenigingen behoefte is aan concretiseringsslag. Hij stelt voor om te kijken hoever het staat met de uitvoering als over een jaar met de verenigingen
wordt gesproken. Hoe gaat de wethouder die concretiseringsslag maken en hoe zorgt hij voor een goede input in dat gesprek?
De heer Van der Zweth (PvdA) vult aan dat het hem niet om een raadsstuk gaat en dat een brief voldoende is. In het dictum staat bewust niet een raadsvoorstel genoemd.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) heeft de wethouder horen zeggen dat hij de motie overneemt met een bepaalde uitleg en vraagt of de raad daarmee uit de voeten kan. Heeft hij dat goed begrepen?
De heer Bakker (D66) meldt dat de insteek van de D66-fractie niet is dat er over een paar maanden
een sportagenda komt. De Utrechtse Sportagenda is goed, daar gaat de gemeente de stad mee in om afspraken te maken. De indieners horen graag terug hoe die afspraken eruitzien, welke acties en
doelen daarin zitten en hoe de voortgang eruitziet. De wethouder heeft hij dit horen zeggen. De titel van de motie is niet belangrijk.
De heer Van der Zweth (PvdA) reageert op de heer Wijmenga dat de wethouder de motie niet anders heeft uitgelegd dan ze is bedoeld. Hij is het eens met de heer Bakker. De titel is procedureel niet relevant, maar wat in het dictum staat.
De heer Van Ooijen (wethouder) vindt het belangrijk dat hierover het goede gesprek wordt gevoerd. Hij kan grosso modo goed uit de voeten met wat er staat, maar het gaat er ook om hoe de motie
wordt gelezen en daaraan invulling wordt gegeven. Hij neemt motie 117 "Uitvoeringsagenda Sport" over en de raad geeft hem de ruimte om haar op een goede manier in te vullen.
Hij vervolgt dat er geen daluren in de Utrechtse zwembaden zijn, zoals bij de gymzalen. Er zijn wel
Raadsvergadering van 17 juni 2021
23
heel vroege uren die niet overal gebruikt worden. Voor het hele vroege uur zijn twee mogelijkheden geboden door een korting van 10% bij zelfbeheer en door geen personeelskosten in rekening te brengen. Daarom adviseert hij negatief over motie 118 "Wees wijs met zwemwater".
De heer Van Steeg (CDA) vindt het verzoek heel simpel, namelijk om het tarief omlaag te brengen, zodat de zwemverenigingen profiteren van het daluur.
De heer Van Ooijen (wethouder) reageert dat dat duidelijk is. Maar er is geen sprake van een daluur en er is al een financiële tegemoetkoming op dat tijdstip.
Met het dictum van motie 119 "Praat met sportverenigingen en gebruik hun goede ideeën" kan hij
niet uit de voeten. Hij is het ermee eens dat het beter moet in de participatietrajecten. De motie geeft daartoe niet de best mogelijke leidraad, dat doet het onderzoek naar het proces rond sporthal
Voordorp wel. Hij wil het beter doen dan in het dictum wordt voorgesteld en vraagt hiervoor ruimte. De heer Van Dalen (VVD) is blij dat de wethouder inziet dat het beter moet. Verenigingen zeggen dat de verwachtingen goed gemanaged moeten worden aan de voorkant en er iets moet worden gedaan met de inbreng van de vrijwilligers, voor zover dat kan, en daarover terug te koppelen. Dat moet uiteraard kwalitatief. Als de wethouder hiermee uit de voeten kan, dan graag.
De heer Van Ooijen (wethouder) reageert dat de tekst niet past op hoe dat beter moet, omdat er een koppeling wordt gemaakt met de uitvoeringsagenda. Hij vraagt de ruimte voor een kwalitatief
hoogwaardige verbetering en de motie te zien als stimulans. Ter verduidelijking, het gaat hem niet
alleen om punt 3 met de uitvoeringsagenda. De tekst sluit niet voldoende aan op de verbeterslag die hij wil maken.
Hij vervolgt dat hij de moties M120 "Uitwerking sport voor iedereen" en M121 "Inclusief sporten onder de aandacht" overneemt. Motie 122 "Pak de kansen voor sport nou op het USP" kan hij
overnemen met twee kanttekeningen. De Omgevingsvisie Sciencepark ligt er al. Bij de definitieve
Omgevingsvisie en de bespreking ervan in de raad kan deze motie worden meegenomen. Belangrijk daarbij is dat hij hierover al in gesprek is. Bij de sportcapaciteit en de financiën gaat hij voort op de
bestaande lijn. Hij probeert de goede gesprekken met alle partners die in de motie worden genoemd voort te zetten, zodat hij de raad kan melden waar die toe geleid hebben bij de omgevingsvisie. Hij ziet de motie als een stimulans.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) vraagt wat er gaat veranderen met deze motie. Immers, wat de wethouder toezegt, gebeurt al.
De heer Van Ooijen (wethouder) antwoordt dat de verandering is dat hij bij de omgevingsvisie verslag zal uitbrengen waar die gesprekken toe geleid hebben.
Motie 123 "Ieder kind is een sportheld, maar laat helden wel ontstaan", neemt hij over. Over motie 124 "Onbekend maakt onbemind, ook in de sport" zegt hij het volgende:
Buurtsportcoaches geven onder andere kennismakingslessen op scholen en pleintjes, ook in wijken met voetbalverenigingen die nog extra leden kunnen gebruiken. Ook zijn er sportparken met
meerdere verenigingen waar dit mogelijk is. Het effect dat de indieners zoeken – wat spreker zeer
waardeert – ziet hij nog niet. Het gaat om andere motieven waarom kinderen voor bepaalde sporten kiezen, zoals afstand, vriendjes en vriendinnetjes, de cultuur van een vereniging et cetera. Hij deelt het doel van de motie, maar denkt niet dat hij er daarmee komt.
Raadsvergadering van 17 juni 2021
24
Motie 125 "Stad als speelveld" neemt hij over, met één aandachtspunt, namelijk dat hij dit financieel voor elkaar krijgt, omdat niet alles financieel mogelijk is.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) vraagt toe te zeggen dat dit niet ten koste gaat van de flora en fauna in de openbare ruimte.
De heer Van Ooijen (wethouder) kan dat niet toezeggen, omdat hij niet weet of dit nooit en te nimmer ten koste gaat van de flora en fauna.
Motie 126 "Geen sportbudget naar citymarketing" ontraadt hij. Soms komt het voor dat vanuit het
sportbudget iets financieel mogelijk wordt gemaakt voor een topsportevenement. Hij ziet hierover alleen maar enthousiasme in de stad. Het gaat om beperkte budgetten van enkele tienduizenden euro's. Bij grotere evenementen gaat het niet om de sportbegroting.
Hij vervolgt met de vragen. Hij vindt het uitstekend gebruik te maken van expertise over groen bij de inventarisatie voor sportfaciliteiten. Hij zegt toe hierop terug te komen, ook op hoe het zit met de parkeerplekken.
Er gebeuren mooie dingen bij de verbinding van het Gezondheidspact en Sport. Bij de European Life goals games is de gemeente daar heel actief mee bezig. Dat is een manier om gezondheid en sport bij elkaar te brengen en een versnelling toe te passen.
In de commissie heeft hij toegezegd om met de roeiverenigingen in gesprek te gaan en de raad daarover te informeren. Hij wil komen tot een samenwerkingsafspraak. De voorzitter geeft de heer Sungur het woord voor de tweede termijn. De heer Sungur (DENK) dankt voor de beantwoording. Hij trekt motie 115 in na de toezegging van de wethouder en hij trekt motie 114 in, om haar in aangepaste vorm in te dienen. Dat wordt motie 127 "Onderzoek discriminatie bij sportverenigingen". De inzet van mystery guests is uit de motie
gehaald, zodat het college vrij is te zoeken naar de beste manier om dit probleem in beeld te brengen.
De heer Bakker (D66) dankt voor de beantwoording en voor het "strekt ter vervanging".
Hij trekt motie 125 in. Hij wijst erop dat het er bij motie 122 over het Sciencepark om gaat, buiten de bestaande kaders te treden en te durven dromen wat er mogelijk is, denkend aan de verbinding
tussen "studentensport" en "burgersport" en dat terug te geven aan de raad. Als de wethouder daarin een doorkijkje geeft, is spreker positief over de uitleg van de wethouder.
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) trekt de moties M120 en M121 in, omdat ze zijn overgenomen. De heer Van der Zweth (PvdA) trekt motie 117 in, omdat die is overgenomen. Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) trekt motie 123 in, omdat die is overgenomen. Aan het begin van de stemprocedure zal ze laten weten of ze motie 122 intrekt.
De heer Van Ooijen (wethouder) neemt motie 127 over. Hij vindt het wijs om deze in de antidiscriminatieagenda te verwerken.
Hij legt bij motie 122 uit dat hij niet slechts gaat doen wat al wordt gedaan. Op aanmoediging van de raad keek hij al out of the box naar mogelijkheden en of dingen anders moeten worden aangepakt
Raadsvergadering van 17 juni 2021
25
dan de afgelopen jaren is gebeurd. Dat is precies wat de heer Bakker zegt en wat nog steeds gebeurt.
De voorzitter sluit de beraadslaging. De stemmingen over de amendementen, het voorstel en de moties zullen plaatsvinden in de digitale stemagenda. Daarop schorst de voorzitter de vergadering.
(Bij heropening van de vergadering heeft de heer De Pagter het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan mevrouw Podt.) Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 12. Raadsvoorstel Stedenbouwkundig Plan hoogbouwkavel Leidsche Rijn Centrum Noord. De heer Van Deún (PVV) merkt op dat een deugdelijke hoogbouwvisie ontbreekt, terwijl de ambitie
van het college bestaat uit grote, hippe woontorens. Inwoners zijn niet enthousiast. Er is geen plaats voor een dergelijke skyline. De PVV-fractie is content met de plannen voor 1.200 woningen, zeker
met de zorgwoningen in het project. Daarvoor verdient de wethouder complimenten. En deze plek
zou een geweldige aantrekkingskracht krijgen als de auto meer ruimte krijgt. Maar dat lukt niet als het college op een postzegel de hoogte in wil, met een tiny forest als groen. Er komt 11% aan zorgwoningen en 2.200 m² ten behoeve van 24-uurs zorg. Maar hij leest niets over
gehandicaptenparkeerplaatsen en fietsenstallingen voor driewielfietsen en scootmobielen. Er is geen
norm opgenomen in deze plannen, behoudens parkeren op afstand, terwijl een gehandicapte minder dan 100 meter kan lopen. Daarom dient hij motie 128 "Houd rekening met gehandicapten en ouderen" in, mede namens de VVD-fractie met de opdracht: " -
in het nog uit te werken bestemmingsplan voor de hoogbouwkavel een norm vast te leggen voor een minimaal aantal gehandicapten-parkeerplaatsen (bijvoorbeeld conform de CROW-richtlijnen) en tevens vast te leggen dat het aantal fietsparkeerplekken voor driewielfietsen en scootmobielen op een afstand van minder dan 100 meter van de ingang van de hoogbouwkavels wordt gesitueerd."
Hij vervolgt met het principe niet hoger bouwen dan de Dom, 112 meter, dat zijn fractie als enige
nog wil laten gelden. De wethouder ziet hier niets in, maar omdat dit in het verkiezingsprogramma
van de PVV staat, zal zijn fractie, ondanks alle goede dingen in dit plan, tegen het voorstel stemmen. De heer Te Hoonte (VVD) vindt dit een mooi plan, maar de onderbouwing op het gebied van parkeren vindt zijn fractie lastig, zeker omdat met de wijze waarop de tender is uitgezet, het aantal
parkeerplaatsen terugloopt en daarvan een deel in de omgeving wordt opgelost en niet op de kavel. Voor de ontwikkelaar wordt hiermee het project wellicht betaalbaar, maar de gemeente zit met de
gebakken peren. Daarom dient hij motie 129 "Parkeerbalans Hoogbouwkavel Leidsche Rijn" in, mede namens de fracties van PVV en Stadsbelang Utrecht met de opdracht: " 1.
De raad vóór het vrijgeven van het bestemmingsplan voor inspraak te informeren over de gevonden parkeeroplossing en te voorzien van een uitgebreide parkeerbalans van de hoogbouwkavel en Leidsche Rijn Centrum-Noord;
2.
De benodigde parkeerplaatsen mee te nemen in het ontwerp van de hoogbouwkavel zelf tot het
Raadsvergadering van 17 juni 2021
26
moment dat de ontwikkelaar de parkeerplaatsen elders heeft zeker gesteld." Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) vraagt of de VVD-fractie het met D66-fractie eens is dat hierdoor nog meer vertraging wordt opgelopen bij het maken van een bestemmingsplan en het realiseren daarvan.
De heer Te Hoonte (VVD) verwacht dat niet. Hij gaat ervan uit dat er iets harder wordt gewerkt aan
het helder krijgen wat de oplossing is. Hij wil vertraging voorkomen, omdat het bestemmingsplan na aanname zou moeten worden gecorrigeerd, als er te weinig parkeerplaatsen in staan. Hij wil liever vooraf geïnformeerd worden en overtuigd van een sluitende opgave, voor de vrijgave voor de inspraak.
Mevrouw Oosters (Student & Starter) kan zich goed vinden in de plannen voor de hoogbouwkavel. Er blijven voor haar fractie drie thema's over naar aanleiding van het commissiedebat.
Volgens de wethouder is verticaal groen over de gehele hoogte van het gebouw niet mogelijk. Maar er kan wel worden onderzocht welke mogelijkheden er zijn tot een bepaalde hoogte. Kan de wethouder toezeggen dit te onderzoeken en hierop door te pakken?
Een goede mix van bewoners is een kenmerk van een gezonde wijk. Echter, studenten weten de weg naar dit gebied maar in beperkte mate te vinden. De fractie van Student & Starter vindt het daarom
wenselijk bij de realisatie van projecten in Leidsche Rijn goed te kijken naar een voldoende mix aan bevolkingsgroepen. Het is een gemiste kans om aan verticale dorpen geen onzelfstandige
studentenwoningen toe te voegen. Ze vraagt de wethouder zich voor de realisatie van deze woningen en andere woningen in de MARK in te zetten.
Sporten is leuk, gezond en nodig. Dit plan biedt de mogelijkheid op drie daken recreatieve voorzieningen te realiseren voor bewoners en omwonenden. Haar fractie stelt voor een
sportvoorziening te realiseren met een multifunctioneel sportveld. De exacte invulling ervan is niet in beton gegoten, maar er zal gesport moeten kunnen worden op grote hoogte. Ze dient hiertoe motie 130 "Sporten op grote hoogte" in, mede namens de D66-fractie met de opdracht: "
1.
Te kijken naar de mogelijkheden om een multifunctioneel sportveld te realiseren op in ieder geval één van de drie daken zoals deze nu in stedenbouwkundig plan staan;
2.
Uit te werken wat de opties zijn en op welk gebouw dit mogelijk is;
3.
En de raad hierover te informeren in de volgende stap van behandeling."
Mevrouw Sasbrink (PvdD) wijst erop dat de daken volgens het plan bedoeld zijn voor collectieve
ruimtes en groene, rustige tuinen met verschillende thema's en plantensoorten die de biodiversiteit moeten vergroten. Motie 130 illustreert het gebrek aan maatschappelijke voorzieningen, dat ziet haar fractie ook. Ze vraagt of deze motie niet ten koste gaat van de biodiversiteit.
Mevrouw Oosters (Student & Starter) antwoordt dat er op de daken meer mogelijk is, zoals urban
farming en speelplekken voor kinderen. Haar fractie geeft daar invulling aan met multifunctioneel
sportvelden. In de overwegingen staat dat ze zo veel mogelijk tegemoet moeten en kunnen komen aan de ambities op het gebied van groen en de watergeleiding op de daken. Ze wil vooral kijken in welke mate ze mogelijk zijn.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) probeert zich voor te stellen hoe dat eruitziet. Moet er een soort kooi op het dak komen om te voorkomen dat ballen eraf vallen?
Raadsvergadering van 17 juni 2021
27
Mevrouw Oosters (Student & Starter) heeft er ideeën over, zoals het verhogen van randen en
voorzieningen voor urban sport, en wil daar graag met de heer Wijmenga verder over filosoferen. De heer Te Hoonte (VVD) kan zich voorstellen dat daarover wordt nagedacht op de laagbouw. Dat
voorstel zou hij steunen, maar op die torens in de openlucht sporten lijkt hem ingewikkeld. Is dit al ergens gelukt?
Mevrouw Oosters (Student & Starter) antwoordt dat het Studenthotel in Amsterdam een sportveld op
het dak heeft. Ze denkt dus niet dat dit onmogelijk is, zeker niet als er een verhoging van de randen komt of een verdieping van de vloer om de wind te ondervangen. Wellicht is er ook iets met de laagbouw te doen.
Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) denkt ook aan speeltuinen en fitnessapparaten. Mevrouw Zwinkels (CDA) weet dat in Jakarta sportvelden op 11-hoog torens met elkaar verbinden. Is
dat wellicht een optie? Ze vraagt waarvan sportvelden ten koste mogen gaan, omdat daarmee andere functies op het dak verloren gaan.
Mevrouw Oosters (Student & Starter) reageert dat kan worden bekeken op welke manier de torens met elkaar te verbinden zijn. Ze ziet niet direct ten koste van wat sportvelden op daken gaan.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) merkt op dat het plan natuurinclusief is. Ze vraagt de wethouder toe te zeggen de plannen voor vogels, vlinders en bijen expliciet te maken in het bestemmingsplan. Ze
denkt hierbij aan het toevoegen van een dieren- of vogelparagraaf. Het plan maakt efficiënt gebruik van de schaarse ruimte en is prima op het gebied van klimaatadaptatie, waterberging, isolatie,
luchtkwaliteit en deelmobiliteit. Het lijkt echter vooral bestemd te zijn voor een bepaald elite. De
PvdD-fractie vindt 25% sociale huur veel te weinig. Keer op keer komt het college met plannen die niet tegemoetkomen aan de afspraken over betaalbaar wonen.
De heer Ișik (PvdA) zal moties indienen om meer sociale huur mogelijk te maken, omdat het huidige
college het niet voor iedereen mogelijk maakt zeker te zijn van een fijne, betaalbare woning. Het zou moet kiezen voor de Amsterdamse variant 40/40/20, waarbij 20% staat voor dure huur en koop. Bij aanvang van dit traject ging het nog om 0% sociale huurwoningen, maar dankzij de PvdA-fractie is dat 25% geworden; dat is nog steeds weinig.
Zijn fractie is blij dat er 1.200 woningen worden gebouwd met daarin zorgwoningen.
Hij dient amendement 52 "Ook levensloopbestendige woningen in sociale segment Leidsche Rijn
Centrum Noord" in, mede namens de fracties van PvdD en CDA dat besluit aan het raadsbesluit toe te voegen:
"Met dien verstande dat de 11% levensloopbestendige woonappartementen (met optionele serviceen zorgdiensten) vallen in de categorieën 50% sociaal huur en 50% vrije sector huur".
Hij vervolgt met de exploitatieduur van de sociale huurwoningen. Het college hanteert een termijn van 20 jaar. Dit betekent dat het probleem op de langere termijn intact wordt gelaten. Hij dient
amendement 53 "Sociale huurwoningen in Leidsche Rijn Centrum Noord zijn voor lange termijn", in
mede namens de fracties van PvdD en CDA, om de exploitatieduur te verhogen naar 50 jaar door aan het raadsbesluit de tekst toe te voegen:
Raadsvergadering van 17 juni 2021
28
"Met dien verstande dat de 25% sociale huur (huurprijs tot € 720,42 per maand) – prijspeil 1 januari 2019 Programma sociale huur – een exploitatieduur krijgt van minimaal 50 jaar."
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) hoorde iets over verticale tuinen – dat heeft invloed op de
ontwikkeling – en nu over een wijziging van de woningmix. Dit hakt in, op de hele berekening van het project. De bouwer zal akkoord moeten gaan met lagere winsten en het project wordt onhaalbaar. Hoe kijken de indieners hiernaar?
De heer Ișik (PvdA) antwoordt dat het precies het doel van de PvdA-fractie is ervoor te zorgen dat de ontwikkelaar minder winst maakt, meer betaalbare woningen bouwt en woningen bouwt die
levensloopbestendig zijn, ook voor de langere termijn. De PvdA-fractie zit hier voor de samenleving en niet voor de projectontwikkelaars.
De heer Te Hoonte (VVD) weerspreekt dat de PvdA-fractie ervoor heeft gezorgd dat er sociale
huurwoningen in het project zitten, omdat die er vanaf het begin van de tender in zitten. Wat heeft de PvdA-fractie gedaan?
De heer Ișik (PvdA) antwoordt dat voordat de tenderprocedure van start ging, er sprake was van 0% sociale huur. In de gesprekken in de raad heeft de PvdA-fractie ervoor gezorgd dat er aandacht
kwam voor sociale huur; dat werd 25%. De PvdA-fractie vindt dat te weinig, gezien de toenemende vraag in de samenleving.
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt naar de datum van het verslag waaruit blijkt dat de PvdA-fractie dit heeft geregeld.
De heer Ișik (PvdA) zoekt graag de verslagen op. Hij vindt dat dit college steeds met excuses komt om zich niet aan zijn woonvisie te houden. Mevrouw Sasbrink heeft daar ook op gewezen.
Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) wijst erop dat er volgens haar in de buurt van Leidsche Rijn
Centrum al veel sociale huur is en er veel sociale huur wordt gerealiseerd. In de woonvisie staan de percentages per wijk. Waarom moet dit project ook die percentages halen?
De heer Ișik (PvdA) hoort dat de D66-fractie er ook niet zeker van is. Elk keer zegt het college zich te houden aan de spelregels van de woonvisie, maar in elk voorstel ligt het percentage sociale huur onder de 35.
Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) weet dat in het project BUUR en bij het Berlijnplein respectievelijk 100% en 50% sociale huur wordt gerealiseerd, veel hoger dan de beoogde 35%.
De heer Ișik (PvdA) reageert dat er 35.000 actief woningzoekenden voor de sociale huur zijn; het tekort is groot en de stad groeit. Er is meer sociale huur nodig.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) vindt dat heer Işik veel in herhaling valt. Dit debat is al vaker gevoerd.
De heer Ișik (PvdA) vraagt hoe het komt dat de hele stad klaagt over het feit dat er geen betaalbare
Raadsvergadering van 17 juni 2021
29
koop- en huurwoningen te vinden zijn, als dit college voldoende woningen bouwt. De heer Te Hoonte (VVD) maakt een punt van orde. De heer Işik heeft tot drie keer toe iets anders
beantwoord dan de vraag. Spreker vindt het fijn elkaar kort te houden, zoals de voorzitter hem kort heeft gehouden.
De voorzitter reageert dat de heer Işik over zijn eigen woorden gaat. De heer Ișik (PvdA) vervolgt met het indienen van motie 131 "Het percentage sociale huur van de
woonvisie is leidend in Leidsche Rijn Centrum Noord", mede namens de PvdD-fractie. Die draagt het college op: " 1.
Het percentage sociale huur van de Woonvisie “Utrecht beter in balans” leidend te laten zijn.
2.
In gesprek te gaan met de desbetreffende ontwikkelaar(s) en andere marktpartijen om te komen tot 35% sociale huur in het Leidsch Rijn Centrum Noord.
3.
De raad te informeren over de uitkomsten van de gesprekken."
Hij besluit met: het stemgedrag van de PvdA-fractie is afhankelijk van de reactie van de wethouder. Mevrouw De Koning (GroenLinks) vindt dit een goed en ambitieus plan. De GroenLinks-fractie had
graag gezien dat het percentage sociale huur hoger zou zijn dan 25. Op basis van de woonvisie zou de eis hoger zijn. De tender is echter opgesteld voor de woonvisie en de tender aanpassen leidt tot
planschade en vertraging. De GroenLinks-fractie geeft voorrang aan het nu realiseren en het zijn van een betrouwbare overheid.
De heer Ișik (PvdA) hoort elke keer deze reactie van de GroenLinks-fractie en hoort haar iedere keer jammeren.
Mevrouw De Koning (GroenLinks) antwoordt dat in de woningbouwplannen die zijn gestart sinds dit
college er zit 40% sociale huur zit en 30% middencategorie. Bij de start is de ambitie vastgesteld dat er gemiddeld in de stad 35% sociale huur komt, maar daarvoor niet allerlei bestaande
onderhandelingen worden opengebroken, omdat dit leidt tot vertraging in de woningbouw. Dit plan stamt van voor deze collegeperiode.
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of mevrouw De Koning het met haar eens is dat deze tender later in het proces zou moeten worden uitgezet, zodat deze discussies meer taakstellend hadden kunnen
zijn. Deze discussie komen vaak terug nadat de tender is uitgezet en er nog maar weinig ruimte is. Mevrouw De Koning (GroenLinks) wijst erop dat dit proces al heel lang loopt. Het vorige plan is al in 2010 gestrand. Ze kan zich voorstellen dat het beter is een debat te voeren over de tendervoorwaarden, zodat die scherp zijn bij de start, maar liever niet later.
De heer Te Hoonte (VVD) wijst erop dat er een RIB is geweest en is overwogen een
commissiebehandeling te doen, maar toen het vertrouwen is gegeven dat dit goed kwam. Mevrouw De Koning (GroenLinks) vindt dit een waardevolle aanvulling.
Ze vervolgt dat het essentieel geluid, lucht, duurzaamheid en ontmoeting voor het slagen van dit plan geluid, lucht, duurzaamheid en ontmoeting dat de kwaliteit hoog is en dat er maatregelen
Raadsvergadering van 17 juni 2021
30
worden getroffen op het gebied van geluid, lucht, duurzaamheid en ontmoeting. Er staan goede uitgangspunten over in het voorstel, er is veel aandacht voor, maar er moeten ook harde eisen worden opgenomen. Zij ziet ze niet volledig terug in het SPvE, zoals voldoende ruimte voor ontmoetingsplekken en investeren in ondersteuning bij sociale cohesie in de flat. Bij het
bestemmingsplan zal haar fractie erop toezien dat dit wordt verankerd. Ze vraagt de wethouder toe te zeggen hierop toe te zien Ze houdt een motie achter de hand.
Mevrouw Zwinkels (CDA) sluit zich aan bij de opmerking van mevrouw De Koning over het
bestemmingsplan. Ook haar fractie ziet nog open eindjes die hopelijk in het bestemmingsplan worden opgelost.
Ze is tevreden over dit plan. Overeenkomstig eerdere moties die ze heeft ingediend, is deze
hoogbouw de uitzondering. Ze dient motie 132 "MARK ook gezinsvriendelijkheid" in mede namens de fracties van ChristenUnie, PvdA en VVD, waarin het college wordt opgedragen: " 1.
Te onderzoeken of er gezinsvriendelijke voorzieningen getroffen kunnen worden in de MARK (ook rekening houdend met de normen van luchtkwaliteit, geluid en gezondheid), denk daarbij aan een kleinschalige kinderopvang én prettige speelruimten;
2.
In ieder geval te waarborgen dat indien de voorzieningen niet te realiseren zijn in het nieuwbouwproject zelf, er reserveringen worden gedaan in de directe nabije omgeving;
3.
Hierover in gesprek te gaan met de projectontwikkelaar en andere betrokken partijen in Leidsche Rijn;
4.
De gemeenteraad te informeren over de uitkomsten, voordat het bestemmingsplan in de raad wordt besproken."
Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) wijst erop dat door ambtenaren is gezegd dat geluid en lucht niet voldoen aan de normen en er daarom geen school en/of kinderopvang mogelijk is in dat gebied. Is de CDA-fractie het met haar eens dat de motie daarom niet verstandig is?
Mevrouw Zwinkels (CDA) gaat het om kleinschalige kinderopvang en niet om een school. Dat sluit
aan bij de gedachte van een verticaal dorp. Het plan is ambitieus, maar daar horen voorzieningen bij. Haar inzet is om die voorzieningen zo veel mogelijk in het plan zelf te realiseren. Ze wil geen dingen doen die niet mogen, daarom staat er in de motie "rekening houdend met…". Als dit niet kan, kan
volgens het tweede dictumpunt worden uitgeweken naar reserveringen in de directe omgeving. Ze wil graag dat dit eerst wordt onderzocht.
De heer Schipper (SP) merkt op dat hoe hoger men bouwt, hoe duurder het is. De roep om meer sociale huur is logisch. Hij verwacht niet dat dit lukt als hierover de onderhandelingen opnieuw worden gevoerd. Zijn fractie steunt amendement 53, omdat ze dit bouwplan duur vindt en niet
duurzaam. Er zit heel veel beton is. Bij een lagere bouw met een andere verkaveling kan de ruimte binnen de gebouwen veel efficiënter worden benut. In de ruimtelijke strategie en het
Meerjarenperspectief Ruimte staat dat Leidsche Rijn Centrum een extra verdichting krijgt van 10002000 woningen boven op dit plan. Wordt het daar niet een beetje vol? De SP-fractie vindt dit plan over de top en zal het niet steunen.
Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) zegt dat de D66-fractie trots is dat Utrecht echt hoogbouw krijgt. Ze houdt van stedelijke allure en hoopt er een mooi icoon bij te krijgen met een hoogwaardige
Raadsvergadering van 17 juni 2021
31
kwaliteit. Ze gunt iedereen een mooi uitzicht en vraagt de toezegging dat daarvoor een openbaar
toegankelijk plek op het dak komt. Ze is blij met het klimopachtige groen dat de ontwikkelaar heeft toegezegd in een brief. Ze steunt motie 130 over sporten op grote hoogte en vraagt de wethouder
bij het inrichten van de speelruimte naar de wensen van de leeftijdscategorie 8-15 jaar te kijken. Ze vraagt de toezegging dat er een reservering in de buurt blijft voor kinderopvang en onderwijs. Ze steunt het amendement van de PvdA-fractie.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt het een waardeloos plan, slecht voor Terwijde en slecht voor Leidsche Rijn. Dit is een lelijke puist in het landschap en dat gunt hij niemand in Utrecht.
De heer Te Hoonte (VVD) zegt niet te horen niet tot de mensen in Leidsche Rijn waarover de heer Bos spreekt.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) kijkt uit op het plan en vindt deze hoogbouw beter dan de schoorsteen van de Eneco centrale.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft geen uitzicht op Leidsche Rijn, maar hij vindt dit een foeilelijk ding.
De heer Verschuure (wethouder) gaat in op de ingediende moties en amendementen.
Motie 128 "Houdt rekening met gehandicapten en ouderen" bevat een terechte oproep die hij zeker ter harte neemt, maar hij moet de motie ontraden, omdat er in die zin geen normen zijn en hij van tevoren niet weet hoeveel behoefte er is. Hij zegt toe bij de uitwerking van het bestemmingsplan
nader in te gaan op het aantal gehandicaptenparkeerplaatsen en plaatsen voor de andere vormen
van vervoer die de heer Van Deún noemde. Scootmobielen vormen een apart probleem, die worden zo dicht mogelijk bij de woning geparkeerd.
De heer Van Deún (PVV) geeft de norm van 5% in overweging. Hij wijst erop dat de brandweer er echt niet gelukkig mee is als mensen scootmobielen in de gang parkeren.
De heer Verschuure (wethouder) beaamt het laatste. De norm van 5% gaat over openbare parkeerplaatsen. Hier gaat het om parkeerplaatsen specifiek voor bewoners.
Hij vervolgt dat hij motie 129 "Parkeerbalans Hoogbouwkavel Leidsche Rijn" moet ontraden. Hij snapt het ongemak of er wel voldoende parkeerplaatsen zijn geregeld. Nu is dat aantal nog onbekend. Bij de uitwerking van het bestemmingsplan moet spreker dit weten. Hij zegt toe de raad bij het
vrijgeven van het bestemmingsplan en voor de inspraak te informeren hoe het parkeerprobleem wordt opgelost (eerste bullet). De tweede bullet vraagt de ontwikkelaar te werken aan twee
verschillende ontwerpen. Dat brengt veel extra werk en kosten mee en is dus onwerkbaar. Daarom ontraadt hij de motie.
De heer Te Hoonte (VVD) vindt de eerste toezegging mooi. Hij neemt aan dat dit te lezen is op de
website van de gemeente bij vrijgave van het bestemmingsplan. Hij ziet nog niet wat de raad aan de
extra informatie krijgt. Het is inderdaad de bedoeling dat de ontwikkelaar aan twee plannen werkt. In de tender staat dat er conform het vigerend bestemmingsplan parkeeroplossingen geboden moeten worden. Daarop heeft de raad nog geen zicht. Hieraan moet prioriteit worden gegeven, omdat dit te
maken heeft met de haalbaarheid van het project. Hij vraagt de toezegging dat de wethouder met de
Raadsvergadering van 17 juni 2021
32
ontwikkelaar in gesprek gaat of hier niet eerder invulling aan kan worden gegeven. De heer Verschuure (wethouder) zegt toe dit extra onder de aandacht te brengen bij de ontwikkelaar en hierover in gesprek te gaan. Het bestemmingsplan komt binnen afzienbare tijd naar de raad. Dit betekent dat er hard moet worden gewerkt aan de parkeeroplossing.
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de raad wordt geïnformeerd voor de vrijgave van het bestemmingsplan.
De heer Verschuure (wethouder) doet dit bij vrijgave van het bestemmingsplan. Hij zal de raad een brief sturen met de gevraagde informatie over de oplossing.
De heer Te Hoonte (VVD) trekt met deze toezegging motie 129 in. De heer Verschuure (wethouder) zegt toe onderzoek te doen tot welke hoogte verticaal groen
mogelijk is. Hij wijst erop dat dit erg afhankelijk van de veiligheid, de wind en het gebruik. Los
daarvan gaat het plan voor groene daken en een tiny forest, dus groen krijgt zeker de aandacht.
Studentenwoningen zijn geen onderdeel van de tender. De spelregels kunnen niet tijdens het spel worden gewijzigd. In Leidsche Rijn wordt Change= gerealiseerd voor mbo-studenten en er wordt bekeken of in kavel E9 studentenhuisvesting kan worden gerealiseerd.
Motie 130 " Sporten op grote hoogte" klinkt sympathiek, maar is niet uitvoerbaar, omdat het dak een reliëf heeft. Op de daken komt wel een rooftop bar met een publieke toegankelijkheid. Er komen plekken voor ontmoeting voor de toekomstige bewoners en gezamenlijke tuinen.
Mevrouw Oosters (Student & Starter) is ook tevreden met een kleinere sportvoorziening, een veld waar de mensen elkaar juist kunnen ontmoeten. Ze heeft enkele voorbeelden verzameld in Sao
Paulo, Londen en Den Haag. Ze vraagt of de wethouder daarnaar wil kijken. Daar roept de motie toe op.
De heer Verschuure (wethouder) is altijd bereid om naar iets te kijken. Hij is nieuwsgierig naar al die voorbeelden, maar hij doet ook aan verwachtingsmanagement, ook gezien alle ambities die voor de
daken zijn geformuleerd. Hij blijft bij het ontraden van de motie, maar is wel bereid ernaar te kijken. Hij antwoordt mevrouw Sasbrink dat diervriendelijkheid en de plannen in dat kader onderdeel worden van het bestemmingsplan.
Amendement 52 "Ook levensloopbestendige woningen in sociaal segment in Leidsche Rijn" moet hij
ontraden, omdat dit geen onderdeel van de tender is, maar een extra plus. Hij is blij dat er 11% in zit met een zorgbestemming. Daarnaast komt er 2200 m² met kamers met een zorgfunctie. Die zullen voor mensen met een indicatie zijn.
De heer Ișik (PvdA) vraagt waarom het college alleen heeft gekozen voor de vrije sector en niet vanaf het begin nagedacht heeft over een goede mix.
De heer Verschuure (wethouder) merkt op dat de heer Işik weet dat er veel verandert in de tijd tussen de start van een bouwplan en het einde ervan. Het vorige college heeft een tender uitgezet met de toen geldende randvoorwaarden van 20% sociaal en 20% midden. Dit betekent dat als het college
later in het traject voorwaarden wijzigt, de kans groot is dat het plan onmogelijk wordt en er risico is
Raadsvergadering van 17 juni 2021
33
op claims van gegunde en niet-gegunde partijen. Dan is de overheid niet meer betrouwbaar. Dat neemt hij niet voor zijn rekening.
De heer Ișik (PvdA) vraagt waarom het college de plannen wel aanpast als marktpartijen daarom vragen.
De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat het college dit liever niet doet, maar als dit gebeurt,
de raad daarover wordt ingelicht. Dit gebeurt bijvoorbeeld als een plan niet realiseerbaar is, doordat de ambities te hoog zijn geformuleerd of er iets in de woningmarkt is veranderd.
Amendement 53 "Sociale huurwoningen in Leidsche Rijn Centrum Noord zijn voor lange termijn" ontraadt hij. Een periode van 50 jaar wordt nergens gehanteerd en de spelregels kunnen nu niet worden aangepast.
De heer Ișik (PvdA) vraagt of de wethouder bereid is om bij volgende projecten rekening te houden met een periode van 50 jaar.
De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat deze discussie in het kader van de woonvisie moet
worden gevoerd. Dan kunnen alle voor- en nadelen worden doorgronden. 50 jaar klinkt sympathiek om een woning in het sociale segment te houden, maar wellicht wil men in de toekomst een ruil doen door bij sloop, renovatie of terugbouwen van andere mixen te kiezen.
Hij vervolgt dat hij motie 131 "Het percentage sociale huur van de woonvisie is leidend in Leidsche
Rijn Centrum Noord ontraadt, omdat dit geen uitgangspunt in de tender is. Voor heel Leidsche Rijn Centrum is de verdeling ongeveer een derde, een derde, een derde.
Mevrouw De Koning heeft gevraagd om te borgen dat er maatregelen worden getroffen op het gebied van geluid, lucht, duurzaamheid en ontmoeting. Spreker zegt toe die te borgen in het bestemmingsplan.
Hij steunt de oproep in Motie 132 "MARK ook gezinsvriendelijk" stevig en vindt haar sympathiek. Hij ontraadt haar, omdat er geen kinderopvang kan worden gerealiseerd op basis van de
volksgezondheidnota binnen 300 meter van een hoofdweg/snelweg. Er is veel aandacht voor
speelgelegenheden in het gebied, met name op de daken. Bovendien is er op 200 meter en 500 meter afstand kinderopvang.
Hij vervolgt dat het de bedoeling is dat er een openbaar toegankelijke plek komt op het dak, ook bij de rooftop bar. In het gebouw zelf is ruimte voor leisure, waarbinnen een aantal sportfaciliteiten
passen, zoals fitness, maar geen sportvelden. Er zal rekening mee worden gehouden dat spel, sport en ontmoeten voor alle kinderen interessant zijn.
De heer Van Deún (PVV) trekt motie 128 in, vanwege de toezegging van de wethouder. Mevrouw Oosters (Student & Starter) wijst erop dat haar motie 130 oproept te kijken naar opties. De wethouder heeft gezegd het leuk te vinden dat te doen. Ze zal de motie in stemming laten brengen en hoopt fracties aan haar zijde te krijgen.
De heer Te Hoonte (VVD) is benieuwd hoe het zit met allerlei andere plannen, als het gaat om een afstand van 300 meter tot hoofdwegen of snelwegen.
De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat het om snelwegen gaat. Daarvoor is de afstand 300
Raadsvergadering van 17 juni 2021
34
meter. De voorzitter sluit de beraadslaging. De stemmingen over de amendementen, het voorstel en de moties zullen plaatsvinden in de digitale stemagenda.
Daarop schorst de voorzitter de vergadering tot 19.30 uur.
(Bij heropening van de vergadering heeft mevrouw Podt het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan mevrouw Dijksma.) De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde: In memoriam de heer Watze de Boer, oud-voorzitter Rekenkamer. De voorzitter wil allereerst de familie van de heer De Boer zeer welkom heten in de raad. Ze verzoekt de aanwezigen te gaan staan.
De voorzitter spreekt de leden van de gemeenteraad, de leden van het college, oud-collega’s en
vooral ook de familieleden van Watze de Boer toe. Vanavond heeft de raad de verdrietige taak stil te staan bij het onverwachtse overlijden van Watze de Boer op 65-jarige leeftijd. Dit is op 26 maart
jongstleden gebeurd. Watze de Boer wordt herdacht als degene die met veel elan en op markante wijze de Utrechtse Rekenkamer op de kaart heeft gezet. Op 26 juni 2001 werd hij de eerste
voorzitter en na twee succesvolle termijnen nam hij in het voorjaar van 2014 afscheid van de Rekenkamer. In 2001 was een lokale Rekenkamerfunctie nog niet wettelijk verplicht. Nut en
noodzaak moesten in de praktijk worden bewezen. Watze vormde de Rekenkamercommissie met
toen nog raadsleden om tot een volledig externe Rekenkamer. Dat deed hij op een manier die hem kenmerkte: bestuurlijk correct, inhoudelijk stevig en met humor. Hij was er vooral voor de
gemeenteraad, maar niet van de gemeenteraad. Alle fracties werden gelijk behandeld, groot en klein. Hij vond het belangrijk dat de raad van goede informatie werd voorzien, zodat de raad als hoogste orgaan van de gemeente haar controlerende taak zo goed mogelijk kon uitvoeren. Watze had oog voor de financiële bedrijfsvoering en zag het vaak direct als er problemen in de verantwoording
zaten. De rapporten van de Rekenkamer presenteerde hij met kracht. Politieke vragen daarover wist hij altijd handig te pareren. Hij was kritisch, maar nooit was zijn toon die van een scherpslijper of een betweter.
Watze was ook een sterk voorstander van het delen van kennis en ervaring. Hij richtte als voorzitter van de Rekenkamercommissie Utrecht in 2003 de Nederlandse vereniging van Rekenkamers en
Rekenkamercommissies op. Goede betrekking onderhouden met bestuurders, ambtelijke diensten en collega’s ging Watze prima af. Scherp zijn op de inhoud en tegelijkertijd de relatie goed houden, dat was zijn motto, collegiaal en met humor. Zo nam hij eens bij de opening bij een nieuw kantoor van
een Rekenkamer een heel grote cactus mee. Hij vond dat wel passend voor een Rekenkamer. Na de
vergadering was hij als eerste bij de bar en als laatste vertrokken. Een borrel drinken, sterke verhalen vertellen over Rekenkamersuccessen, dat was aan hem wel besteed.
De raad herdenkt Watze als iemand die veel voor de stad Utrecht heeft betekend en als een aimabele, doortastende en markante Utrechter. De voorzitter vraagt de aanwezigen om een moment stilte ter herinnering aan de heer Watze de Boer.
(De aanwezigen nemen daarop enkele ogenblikken van stilte in acht.)
Raadsvergadering van 17 juni 2021
35
Daarop schorst de voorzitter de vergadering.
(Bij hervatting van de vergadering heeft mevrouw Dijksma het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan mevrouw Podt.) Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde. 13. Raadsvoorstel Toekomst parkeergarage Springweg Mevrouw Schilderman (D66) ziet een kans om een bestaande garage beter te gebruiken voor
bewoners en daarmee te voldoen aan de doelstelling om meer autoparkeerplaatsen aan de grachten weg te halen. Dit voorstel gaat echter uit van het weghalen van een nuttige parkeergarage die juist ingezet zou kunnen worden voor bewonersparkeren en bijvoorbeeld het weghalen van
parkeerplaatsen aan de Oudegracht mogelijk zou kunnen maken. Er lijkt meer een focus te liggen op het sluiten van een deel van de garage. Dit gaat voorbij aan de potentie die deze garage heeft voor
inwoners van de stad. De garage kan ervoor zorgen dat er minder geparkeerd wordt op straat, men
minder tegen blik aan staart, maar er wel een passend alternatief is. Zo ontstaat er meer ruimte om te lopen, te fietsen en te spelen. Daarom dient mevrouw Schilderman amendement 54 (Behoud
mobiliteitshub voor bewoners) in, mede namens de fractie van VVD. Hierin wordt geregeld dat de garage langer blijft bestaan, ingezet wordt voor bewonersparkeren, in tegenstelling tot de zware nadruk op bezoekersparkeren die in het voorstel zit, en er meer ruimte komt voor
fietsparkeerplaatsen. Daarnaast wordt de raad de ruimte geboden hier in de toekomst nog verdere afwegingen in te maken.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) vindt parkeren in de binnenstad sowieso geen goed idee, niet op de
Oudegracht, maar ook niet in deze parkeergarage. Wat de Partij voor de Dieren betreft mag deze
garage zo snel mogelijk gesloten worden, want het leidt tot autoverkeer op een plek waar de partij dit niet wil, geluidsoverlast, vieze lucht, verkeersonveiligheid en ga zo maar door. De fractie vindt het cru dat parkeren in deze garage de dekking moet zijn voor het opheffen van parkeerplekken
ergens anders in de binnenstad. Dit is alleen maar een verplaatsing van al die nadelen. Daarom dient
mevrouw Sasbrink amendement 55 (Sluit de garage z.s.m.) in. "Zo snel mogelijk" is in dit geval 2024. Het besluit van het amendement is om het tweede en derde streepje van beslispunt 1 te
vervangen door de woorden "aansluitend wordt de parkeergarage z.s.m. gesloopt waarmee ruimte komt voor woonruimte en groen".
Het tweede punt gaat over het gebruik van de parkeergarage, mocht dit na 2024 nog gebeuren.
Onafhankelijk van wanneer de parkeergarage sluit, wil de PvdD graag dat er maatregelen worden genomen om alternatieven voor de garage, zoals fietsen en ov, te stimuleren en dat garages die dichter bij de ring liggen het aantrekkelijker gemaakt worden. Mogelijk kan deze parkeergarage onvindbaar of onaantrekkelijk gemaakt worden. In een eerdere versie van deze motie werd
gesproken over het exorbitant verhogen van de tarieven. Dit zou de PvdD het liefst zien, maar dit is voor sommige fracties erg heftig. Daarom is de motie herschreven. Hierop dient mevrouw Sasbrink motie 133 (Een plan om alternatieven voor de Springweggarage aan te moedigen) in. Hierin wordt
het college opgeroepen een plan te ontwikkelen om zo spoedig mogelijk het gebruik van de garage te ontmoedigen.
De laatste motie van de PvdD gaat over het zo snel mogelijk vergroenen van de omgeving van de
Raadsvergadering van 17 juni 2021
36
parkeergarage. Het is er nu al heel stenig, wat voor zowel bezoekers als bewoners van de binnenstad niet fijn is. Zolang de garage nog in gebruik is, wil men natuurlijk niet investeren in groen dat later
weer verwijderd zal worden. Hier moet rekening mee gehouden worden, maar er zijn genoeg groene mogelijkheden die ook voor een korte periode al winst voor klimaat en gezondheid opleveren.
Hierom dient mevrouw Sasbrink motie 134 (Vergroen de (omgeving van) Springweggarage) in. Hierin wordt het college opgeroepen om zo snel mogelijk alle mogelijke maatregelen te nemen om de omgeving van de Springweggarage te vergroenen.
De heer De Pagter (VVD) heeft het standpunt van de VVD al duidelijk gemaakt in de commissie. De VVD vindt wat er nu ligt geen goede deal en is dan ook tegen het voorliggende voorstel. Dit soort
dingen moeten niet met één grote partij worden afgesproken. Hier moet een zorgvuldige procedure gevolgd worden met inspraak van de buurt en van ondernemers. Dan moet er een plan komen voor
wat er in plaats van de garage komt. Mevrouw Schilderman gaf al aan dat er wel een goed alternatief moet zijn wanneer parkeerplaatsen worden opgeheven. Hierom staat de VVD ook onder het amendement van D66. De garage aan de Springweg is keihard nodig.
De erfpacht gaat verlopen op 15 mei 2022. Bijna 50 jaar geleden is afgesproken dat hier erfpacht kwam. Nu hoeft dus eigenlijk alleen maar een besluit te worden genomen over het al dan niet
verlengen van de erfpacht. Als dit niet gebeurt, is de opstal vanaf volgend jaar van de gemeente. Hier moet natuurlijk een vergoeding voor worden betaald. De VVD heeft er, mede op basis van de
geheime stukken, vertrouwen in dat men hier goed uit zal komen. Vervolgens kan de gemeente zelf een besluit nemen over wat er met die plek moet gebeuren in samenhang met alle ontwikkelingen.
Dit is de kern van het amendement dat de heer De Pagter zal indienen. De erfpacht moet nu dus niet verlengd worden. Zo valt de garage in handen van de gemeente. Hierop dient de heer De Pagter amendement 56 (Hou het simpel Springweg, stop de erfpacht van parkeergarage Springweg) in.
Mevrouw Oosters (Student & Starter) vraagt of de heer De Pagter ook risico’s ziet voor de gemeente wanneer de raad hiertoe zou besluiten.
De heer De Pagter (VVD) antwoordt dat er natuurlijk een risico is, namelijk dat er onenigheid ontstaat over de waarde van de garage. In de geheime stukken staat echter een behoorlijke onderbouwing voor het standpunt van de gemeente, met jurisprudentie. De heer De Pagter heeft er dus wel
vertrouwen in dat het genoemde bedrag betaald zal moeten worden. Er is een risico dat het iets
hoger zal uitvallen, maar het zou ook lager kunnen uitvallen. De heer De Pagter lost het liever op deze manier op dan om weer nieuwe afspraken te maken,
De heer Işik (PvdA) vindt het raar dat de VVD willens en wetens financiële risico’s wil lopen, omdat hij de garage langer wil behouden en niet gesloopt wil hebben. De heer De Pagter zou hier gewoon eerlijk over moeten zijn.
De heer De Pagter (VVD) stelt dat dit niet aan de orde is. Hij wil dit houden zoals het hoort. De
gemeenteraad heeft een bevoegdheid over bestemmingsplannen. De 50 jaar geleden afgesproken erfpachtconstructie verloopt volgend jaar. Dit heeft consequenties. Er zijn rekenmodellen om de
waarde van de garage te bepalen. De heer De Pagter heeft er vertrouwen in dat dit het bedrag is dat
betaald zal moeten worden en vindt dit niet zo’n groot risico als de heer Işik. Het zou ook zo kunnen zijn dat de raad vervolgens eerder besluit om de garage te slopen.
Raadsvergadering van 17 juni 2021
37
(Mevrouw Podt draag daarop het voorzitterschap van de vergadering over aan de heer Zwanenberg.) De heer Wijmenga (ChristenUnie) stelt dat sommige zaken beter worden als ze even hebben gelegen.
Dit plan wordt nu voor de vierde keer besproken en elke keer komt er een plusje bij. De ChristenUnie steunt dit voorstel en is geen voorstander van de amendementen die de termijnen verkorten of verlengen.
In de commissie vroeg de heer Wijmenga naar de mogelijkheden om de garage als mobiliteitshub te laten werken, analoog aan de Grifthoekgarage. Dit gaat dus verder dan alleen deelauto’s en
deelfietsen. Die zijn namelijk al toegezegd. Dit zou ook ruimte geven aan bijvoorbeeld scooters,
bakfietsen en andere vormen van gedeeld vervoer. In de commissie kwam hier een terughoudende reactie op. Is de wethouder bereid om toch toe te zeggen dat deze garage ingezet kan worden als
mobiliteitshub en hier voor het einde van het jaar over te rapporteren? Als de wethouder dit toezegt, dient de heer Wijmenga zijn motie niet in.
Mevrouw Schilderman (D66) vindt het mooi om te horen dat de ChristenUnie ook voor een
mobiliteitshub is, maar waarom kiest de fractie er dan voor om de garage heel kort te laten staan en vooral voor bezoekers in plaats van voor bewoners?
De heer Wijmenga (ChristenUnie) antwoordt dat er in de omgeving voldoende parkeergelegenheid is. Dit heeft ook het college voldoende aangetoond. Er komen op de Rijnkade behoorlijk veel plekken
vrij, speciaal voor bewoners. Tegelijk biedt deze locatie de kans andere mooie dingen toe te voegen
aan de stad, zoals woningen, maar in het plan kan ook ruimte gevonden worden voor deelmobiliteit. Dit is dus een kans om de stad mooier te maken.
De heer Işik (PvdA) kan zich tot op bepaalde hoogte vinden in de doelstellingen van dit voorstel. De fractie heeft wel de suggestie gedaan dat er sociale huurwoningen gerealiseerd worden. Deze
suggestie is afgewezen. Hierom dient de heer Işik motie 135 (Springweggarage gaat weg en komt de woningbouw met variant 40-40-20 terug) in, Hierin wordt het college verzocht bij sloop-
nieuwbouw alles op alles te zetten om de variant 40-40-20 mogelijk te maken, zodat een compensatie plaatsvindt van de verkochte sociale huurwoningen in de binnenstad en de
conversiegelden in te zetten om de grondexploitatie sluitend te krijgen als het besluit leidt tot een negatieve grondexploitatie. De heer Işik verzoekt om deze motie als eerste in stemming te laten
brengen, omdat het stemgedrag van de PvdA met betrekking tot het raadsvoorstel afhangt van de
steun voor deze motie. Deze motie is voor de PvdA heel belangrijk, omdat het college altijd gezegd heeft geen grondpositie te hebben en geen ruimte te hebben in de binnenstad om meer sociale
huurwoningen te bouwen. Dit biedt een fantastische kans om de wens van het college, de bewoners en de Partij van de Arbeid mogelijk te maken.
De heer Weistra (GroenLinks) voelt mee met de PvdA. Dit is een unieke plek om iets te doen, zeker
omdat het de grond van de gemeente is. 40-40-20 is echter heel ambitieus. Er zijn afspraken in de woonvisies over bepaalde percentages. De heer Weistra zou er in ieder geval voor willen zorgen dat dit stuk grond daar een flinke bijdrage aan levert. Kunnen de partijen elkaar daar niet vinden?
De heer Işik (PvdA) hoopt dat men elkaar altijd kan vinden. Tegelijkertijd merkt hij op dat er nu
begonnen gaat worden met de bouwplannen. De realisatie begint pas over tien jaar en de situatie is dan heel anders. De 35% die de heer Weistra als uitgangspunt wil nemen zal dan verouderd zijn. De
Raadsvergadering van 17 juni 2021
38
heer Işik zou het fijn vinden als er een keer echt werk gemaakt wordt van betaalbare woningen in de binnenstad.
De heer Weistra (GroenLinks) deelt de mening dat dit onderwerp urgentie heeft en is benieuwd naar de reactie van de wethouder, maar 40-40-20 is wel behoorlijk hoog. GroenLinks zou het kunnen
steunen als er gezegd zou worden dat er een flinke bijdrage geleverd moet worden aan de doelen uit de Woonvisie en het significant hoger zou zijn dan de percentages. Dit is een breed gedragen wens in de raad.
De heer Işik (PvdA) wil proberen om mee te gaan met de heer Weistra, maar worstelt met het feit dat er ook veel woningen in de binnenstad verkocht worden. Hij zou de compensatie dan ook op een
bepaalde manier georganiseerd willen hebben. De afgelopen tijd is veel verkocht. De wethouder zegt dat corporaties terughoudend zijn met het verkopen van sociale huurwoningen. 40-40-20
terugbouwen zou nog niet eens de juiste compensatie zijn van wat de PvdA daar zou willen. Mevrouw Sasbrink (PvdD) steunt het voorstel van de PvdA. De heer Weistra heeft het over een
significante bijdrage. Welk percentage zou er wat GroenLinks betreft dan in de motie moeten staan? De heer Weistra (GroenLinks) is geen woordvoerder wonen, maar meent dat er in de Woonvisie
percentages van 35-25 zijn afgesproken. Hij zoekt een percentage dat daar significant boven zit. De heer Işik heeft er helemaal gelijk in dat de stad wat goed te maken heeft in de binnenstad.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) vindt dat de motie op zich sympathiek klinkt, maar merkt op dat de heer Işik tegelijkertijd een cheque uitschrijft uit de erfpachtconversiegelden, waarvan de hoogte
onbekend is. Het college moet namelijk eerst kijken of de grex sluitend gemaakt kan worden. Wordt er met deze motie geen ongedekte cheque uitgeschreven? De heer Wijmenga vindt dat de gemeente het bij de grex moet houden en deze sluitend moet maken. De erfpachtconversiegelden moeten hierbuiten gehouden worden.
De heer Işik (PvdA) antwoordt dat men het nooit goed vindt. Als er een ongedekte motie ingediend wordt, komt hier kritiek op. Nu heeft de heer Işik zich laten adviseren door de ambtelijke
ondersteuning en komt hij met een gedekte motie en komt er ook kritiek. Hij hoopt dat de
conversieregeling niet nodig is en dat het college met een sluitende grondexploitatie komt. Als dat niet het geval is, geeft deze motie mogelijkheden aan het college.
De heer El Abassi (DENK) hoort de heer Weistra zeggen dat 40-40-20 hoog is, maar daarna zegt hij weer dat het wel meevalt en gezien de verhouding in de rest van de binnenstad best reëel is. Heeft hij dit goed begrepen?
De heer Weistra (GroenLinks) meent dat hij dit niet heeft gezegd. Hij heeft gezegd dat er in de
binnenstad wel wat te herstellen is aan balans. In de Woonvisie is de afspraak 35-35 gemaakt en hier zit men nog niet aan. Het mag hier dus significant daarboven zitten om bij te dragen aan de doelstellingen.
De heer El Abassi (DENK) stelt dat de heer Işik dit ook doet. Hij gaat erboven zitten. In de rest van de binnenstad blijf je daar dan nog ver onder zitten. Als je het op de Springweg wel indeelt volgens het
Raadsvergadering van 17 juni 2021
39
principe van 40-40-20, blijf je alsnog onder die percentages. Zo hoog is het dus niet. De heer Weistra (GroenLinks) merkt op dat de heer El Abassi geen vraag stelde. Hij denkt dat het