CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

10e vergadering gemeenteraad 17 juni 2021.docx

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Notulen raadsvergadering, Integrale voorbereidende vergadering en stemraad van 3 juni 2021 en notulen raadsvergadering en stemraad 17 juni 202126.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

2021 NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT 10e vergadering - 17 juni 2021 Vergadering van de gemeenteraad, gehouden op donderdag 17 juni 2021 te 14.00 uur. Voorzitter: mevrouw Dijksma, burgemeester, afgewisseld door de heer De Pagter, mevrouw Podt en de heer Zwanenberg.

Aanwezig zijn de leden: El Abassi, Assen, Bakker, Bijsterbosch, De Boer, Bos, Van Corler, Van Dalen,

Dekker-Abdulaziz, Dekkers, Deldjou Fard, Van Deún, Van Dun, Gilissen, Heijne, Işik, Van Heuven, Te

Hoonte, Kaplan, Kleinrensink, Koning, De Koning, Van der Marel, Meerding, Oosters, De Pagter, Podt, Saiah, Sasbrink, Schers, Schilderman, Schipper, Schreuder, Van Steeg, Streefland-Driesprong,

Sturkenboom, Sungur, Virginia, Vonk, Weistra, Wijmenga, Zwanenberg, Van der Zweth en Zwinkels. Griffier: mevrouw Van Hall.

1. Opening van de vergadering. De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen van harte welkom, ook de mensen thuis. De

gemeenteraad vergadert binnen de coronamaatregelen. De stemmingen over de voorstellen vinden 's avonds plaats in de zogenaamde digitale stemvergadering.

Bericht van verhindering is ingekomen van de heer Wiegant. 2. Vaststelling agenda. De agenda wordt zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. 4. Benoemen drie plaatsvervangend voorzitters raadscommissie. Zonder stemming wordt besloten Mohammed Saiah, Marcel Vonk en Eva Oosters te benoemen als

plaatsvervangend voorzitter raadscommissie als bedoeld in artikel 7, lid 1, sub b van de Verordening op de raadscommissies 2020.

5. Raadsvoorstel Zienswijze VRU voorlopige jaarstukken 2020. Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel besloten. 6. Raadsvoorstel zienswijze VRU-ontwerpbegroting 2022 en geactualiseerde begroting 2021. Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel besloten.

Raadsvergadering van 17 juni 2021

2

7. Aanbieding Initiatiefvoorstel Utrechtse Wooncoöperaties. De leden De Koning en Wijmenga dienen het initiatiefvoorstel in en lichten het toe. De heer Wijmenga (ChristenUnie) wijst erop dat in Overvecht is gebleken dat het voor

woningcoöperaties heel lastig is om binnen de gemeentelijke organisatie de juiste personen te

vinden en toegang te krijgen tot voldoende middelen. Daarom heeft hij met collega De Koning dit initiatiefvoorstel geschreven. Immers, er zijn enthousiaste groepen in Utrecht die met goedkope woningen aan de slag willen en daarbij aan een meer sociale en inclusieve stad werken. Met dit voorstel krijgen ze een steuntje in de rug. Hij dankt voor de steun vanuit de griffie en het stadskantoor, in bijzonder Wouter Spijkerman en Manon Leenders.

Mevrouw De Koning (GroenLinks) vult aan dat woningcoöperaties voor bewoners een mooie manier zijn om zelf te bepalen hoe ze wonen en om meer betaalbare woningen in de stad te krijgen. Veel groepen popelen om deze manieren van wonen in de stad mogelijk te maken, zoals mensen die

willen samenwonen met statushouders of ouderen die samen zorg willen delen en samen oud willen worden. Er moet meer begeleiding komen voor deze groepen, en de gemeente moet zorgen voor

meer locaties en meer financiering, omdat coöperaties een financieringsgat kennen van 30%. Dit is de kern van het initiatiefvoorstel. Ze hoopt dat hiermee veel meer wooncoöperaties in de stad kunnen komen. Ook zij dankt voor de ambtelijke steun. De voorzitter dankt voor het initiatief en de toelichting. Het initiatiefvoorstel wordt doorverwezen naar de commissie voor de inhoudelijke behandeling. De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 8. Debat bevindingen van de Tijdelijke Commissie Uitvoeringsorganisaties (TCU) in het rapport "Klem tussen balie en beleid". Mevrouw Podt (D66) merkt op dat mensen die bij de overheid aankloppen voor steun nog steeds

vastlopen op beleid, regels en wetten. Bekende voorbeelden zijn de toeslagenaffaire, de Groninger gaswinning en het UWV. De door de Tweede Kamer in het leven geroepen Tijdelijke Commissie

Uitvoeringsorganisaties heeft onderzoek gedaan naar de problemen bij uitvoeringsorganisaties en het verlies van de menselijke maat. De Tweede Kamer heeft ook gereflecteerd op haar eigen rol in het systeem.

Daar waar overheid en burgers contact met elkaar hebben, kan het schuren en soms misgaan. In

Utrecht bestaan daarvan nog geen voorbeelden à la de toeslagenaffaire, maar de D66-fractie wil dit

voor zijn en is daarover in gesprek gegaan met andere fracties. Spreekster stelt voor een onderzoek te starten naar de Utrechtse menselijke maat. Haar fractie wil graag een raadsonderzoek, maar

begrijpt dat dit voor sommige fracties niet haalbaar is. Daarom stelt ze een onderzoek voor dat de raad zelf vorm kan geven met een centrale rol voor de raad, bijvoorbeeld in de vorm van een

begeleidingsgroep, waarbij de raad ook reflecteert op zijn eigen rol. Delen van dit onderzoek zouden

Raadsvergadering van 17 juni 2021

3

in het openbaar moeten plaatsvinden, zodat de stad kan meekijken. Na de zomer zou de raad de precieze onderzoeksopzet en de onderzoeksvragen moeten vaststellen. De aanbevelingen uit dit onderzoek kan de huidige raad meegeven aan de leden van de nieuwe raad in 2022.

Ze dient hiertoe motie 113 in "Onderzoek menselijke maat gemeenteraad Utrecht", mede namens de fracties van ChristenUnie, DENK, PVV, CDA en Student & Starter.

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vindt het belangrijk iets met dit onderwerp te doen. Ze vindt dat de motie vooruitloopt op de manier waarop dit probleem moet worden aangepakt. Ze vraagt zich af of de raad hierin een grote rol moet hebben, of juist moet zoeken naar een onafhankelijk partij,

omdat het gaat om vertrouwen in de overheid. Ze pleit ervoor eerst met elkaar te bespreken wat er onderzocht moet worden en wat daarvoor de beste manier is.

Mevrouw Podt (D66) reageert dat in de motie nog steeds heel veel ruimte zit om na te denken over de mate waarin en de manier waarop. Ze vindt het mooi als de raad het gezicht wordt van dit

onderzoek, juist vanwege het onderwerp en omdat de raad op heel veel vlakken een schakel vormt tussen bewoners en bestuur.

De heer Van Steeg (CDA) vraagt mevrouw Kleinrensink hoe zij het zou willen doen. Hij vindt het belangrijk dat er in de raad een breed draagvlak is om iets met dit onderwerp te doen.

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) is ook voor een breed draagvlak. Ze stelt voor eerst een

bijeenkomst te organiseren met vertegenwoordigers uit iedere fractie en mensen uit de stad om de onderzoeksvraag vast te stellen. Daarna kan worden gekeken naar het juiste middel. Overigens kunnen raad en college hierin ook samenwerken.

De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat over de vorm in de motie staat: onderzoeksteam of

begeleidingsgroep van de raad. Hij vraagt of het volgens mevrouw Podt nog vrij is hoe dit precies vorm krijgt.

Mevrouw Podt (D66) beaamt dit. Het onderzoeksteam of de begeleidingsgroep zijn nog niet

uitgewerkt. De motie biedt een handvat en geeft een paar richtingen aan die uit verschillende

gesprekken met mensen zijn opgehaald. De onderzoeksvraag is nog niet vastgelegd. Maar de motie kan terzijde worden gelegd om eerst met elkaar te praten en alsnog een voorstel te maken.

De heer Gilissen (VVD) vraagt of mevrouw Podt het erg vindt om eerst dat gesprek te voeren over de onderzoeksvraag, de rol van de raad en de betrokkenheid van het college, om daarna te komen tot

het instellen van zoiets als een onderzoekscommissie. Hij heeft het gevoel dat met deze motie veel kaders worden neergelegd, terwijl er een veelheid aan onderzoeksvragen leeft.

Mevrouw Podt (D66) vindt dat ingewikkeld. Het gaat immers over een groot, belangrijk onderwerp dat de raadsleden met elkaar delen. Ze doet een aantal suggesties als uitgangspunt voor een

gesprek, een start. Als daarvoor niet genoeg draagvlak is, houdt het op deze manier op. Ze heeft het gevoel dat het gaat om de vraag hoeveel uur men nog heeft voor een begeleidingsgroep.

De heer Gilissen (VVD) vindt het uitermate relevant op welke termijn zo'n onderzoek wordt

uitgevoerd. De raad moet nog aan de slag met het Mobiliteitsplan, de RSU en veel meer stukken en

Raadsvergadering van 17 juni 2021

4

er komen verkiezingen aan. Hij wil zo'n onderzoek niet onder tijdsdruk uitvoeren. Kan mevrouw Podt hem hierin tegemoetkomen?

Mevrouw Podt (D66) vindt het belangrijk om dit onderzoek in deze termijn af te maken, om te

voorkomen dat het onderzoek wordt opgeknipt voor mensen die het nu doen en mensen die het na de verkiezingen doen. Ze ziet heel veel handvatten in de manier waarop de Tweede Kamer hiermee

aan de slag is gegaan door scherpe keuzes te maken. Ze denkt dat dit laatste sowieso een goed idee is.

De heer Schipper (SP) hoort in het verhaal dat de raad een onderzoek gaat doen naar het

functioneren van de raad. Hij vraagt of de rekenkamer of ombudsman dit niet beter kunnen doen. Hij deelt met de heer Gilissen dat het programma het komende half jaar heel vol is. Zijn fractie ziet er zeer tegen op om daar tijd in te steken.

Mevrouw Podt (D66) zou het jammer vinden om een onderzoeksopdracht te geven aan de

ombudsman of een bureau waaruit over vier maanden een rapport komt, niet alleen jammer voor de

raad, maar met name voor de stad. Het mooie aan de methode van de Tweede Kamer is dat iedereen in het land kan meekijken. Ze begrijpt dat een kleine fractie er niet veel tijd in zal steken. Ze beaamt

dat er mensen bij het onderzoek moeten worden betrokken die onafhankelijk naar de rol van de raad kunnen kijken.

De heer Schipper (SP) blijft het moeizaam vinden. De rekenkamer is een onderzoeksorgaan van de raad en heeft bijvoorbeeld in 2016 al een onderzoek naar de klachtafhandeling gedaan. De

rekenkamer kan om een vervolgonderzoek worden gevraagd en daarbij kunnen additionele vragen worden meegegeven.

Mevrouw Podt (D66) weet niet of dat realistisch is. Ook de rekenkamer heeft te maken met werkdruk.

Spreekster acht de raad in staat om een onderzoeksvraag te formuleren, zonder dat dit veel tijd kost. Ze vindt het zonde om dit bij de rekenkamer neer te leggen.

De heer Van Steeg (CDA) vraagt of de heer Schipper het met hem eens is dat dit niet alleen extern onderzoek moet betreffen, maar er ook een rol voor de raad is weggelegd.

De heer Schipper (SP) denkt dat de raad zichzelf soms overschat als het gaat om

veranderingsprocessen. De raad gaat niet over ambtenaren en het college doet in eerste instantie zelf zijn werk. De uitkomst zal zijn dat de cultuur moet veranderen, en dat ziet hij nog niet voor zich.

Mevrouw Podt (D66) beaamt dat een rapport niet een cultuur gaat veranderen. Ze denkt dat de kans groter is daarin aspecten te veranderen als de raad zichzelf mengt in dat onderzoek

Mevrouw Streefland (ChristenUnie) onderschrijft de inhoud van de motie, maar vindt dat bij de start

nog sterk moet worden nagedacht over de reikwijdte, de onderzoeksvraag en de wijze van invulling. Ze refereert aan een eerder onderzoek rondom SAVE en Veilig Thuis. De vorm die toen is gekozen vindt ze bij dit onderwerp ook passend, maar dan moeten de raadsleden dit wel met elkaar delen.

Raadsvergadering van 17 juni 2021

5

De heer Gilissen (VVD) herinnert eraan dat het onderzoek naar de problemen rondom sociale

veiligheid niet gestart zijn met een motie. Gaat het mevrouw Streefland niet zozeer om die motie, als om de bereidheid van de fracties om het gesprek te voeren en bijvoorbeeld volgende week de koppen bij elkaar te steken? Heeft zij ook het gevoel dat de motie dat in de weg staat?

Mevrouw Streefland (ChristenUnie) voelt zich niet beklemd door de motie. Toen is dat onderzoek met name vanuit de fracties van PvdA en PVV gekomen en is dat breder opgepakt op basis van incidenten. Nu is dat niet het geval, maar moet er wel ergens worden gestart.

De heer Sungur (DENK) heeft weinig toe te voegen aan de woorden van de leden Podt en Streefland. De heer Van Deún (PVV) merkt op dat inwoners zich gemangeld voelen door de overheid. Statistisch gezien moet dit ook in de gemeente Utrecht het geval zijn. Gehoord de reacties in de raad, is hij

bang dat er van uitstel afstel komt. Daar voelt hij niets voor. Hij ziet het voorstel als een openbaar, 360°-feedback functioneren van de raad. Hij is daar groot voorstander van en steunt daarom de motie.

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) pleit niet voor uitstel of afstel. Ze begrijpt dat de heer Van Deún wil kijken naar het functioneren van de raad. Van mevrouw Podt begrijpt ze dat het gaat om de uitvoeringspraktijk van de gemeente in een breder licht. Omdat blijkbaar onduidelijk is wat het onderzoek moet worden, is het volgens haar goed het daarover te hebben.

De heer Van Deún (PVV) denkt dat de raad alles moet doen, ook kijken naar het eigen functioneren. Welke zin hebben die tientallen moties die in de raad worden ingediend. Hoe sterk worden de

ambtenaren daarmee belast? Dat moet de raad niet meer willen. Die moet ook naar de ambtenaren luisteren. Uiteindelijk komt er niets van al die moties terecht. Hij stelt voor met het onderzoek te beginnen, omdat tijdens het proces nog van alles kan worden bijgesteld.

De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat de affaires niet alleen gebaseerd zijn op wantrouwen van

de overheid jegens haar inwoners, maar ook op het feit dat mensen zich moeten aanpassen aan het systeem in plaats van andersom. Vanuit deze gedachte kan de PvdD-fractie het voorstel steunen.

Zijn fractie ziet wel op tegen de werkdruk die dit oplevert en is daarom geen mede-indiener van de motie. Hij vindt de motie een raadsbrede steun waard, alleen al om kritisch te bekijken hoe de gemeente omgaat met de uitvoering van haar beleid. Hij hoopt op een mooi onderzoek.

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vindt dat dit onderwerp veel zorgvuldigheid en aandacht hoort te krijgen. Haar dilemma zit in de tijdsdruk die dit voor raadsleden betekent. Ze vraagt of de heer Van Heuven verwacht dat dit onderwerp voldoende zorgvuldigheid krijgt, gezien die tijdsdruk.

De heer Van Heuven (PvdD) antwoordt dat het onderwerp aandacht en zorgvuldigheid verdient. Wellicht moeten de raadsleden zich aanpassen aan wat nodig is. Als men blijft hangen in "misschiens" gebeurt er helemaal niets. Daarom is hij blij met het initiatief.

Mevrouw Oosters (Student & Starter) is blij dat ze ook als lokale partij iets kan doen aan de relatie tussen overheid en burger door het eigen functioneren te onderzoeken. Daarom steunt ze dit

voorstel. Ze hoort veel twijfels, maar het voorstel is niet in beton gegoten. Het vormt een goede

Raadsvergadering van 17 juni 2021

6

startmogelijkheid. Ze pleit ervoor de schouders eronder te zetten en het onderzoek te doen. Ze hoopt daaraan een bijdrage te kunnen leveren.

De heer Van Steeg (CDA) dankt voor het initiatief om in Utrecht goed te kijken naar de relatie tussen overheid en burger. Volgens hem is het niet alleen aan de raad om hiernaar te kijken, maar gaat het ook om hoe de gemeente zelf opereert. De raad heeft daarin een rol. Hij hoopt op een breed draagvlak.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) meldt dat hij geen seconde beschikbaar heeft voor de uitvoering

van deze motie. Hij heeft graag meer tijd om zich er inhoudelijk mee bezig te houden. Hij spreekt de voorzitter aan op haar rol als hoeder van de raad om te bezien of en in hoeverre de raad die ruimte kan krijgen door middel van werkdrukverlaging om daaraan invulling te geven. Hij vindt het

belangrijk om nu een appel te doen op de voorzitter van de raad, omdat de huidige werkdruk veel te hoog is.

De voorzitter vindt dat uitstekend. Die werkdruk staat geagendeerd voor het eerstvolgende presidium. Ze heeft het appel gehoord.

Mevrouw Podt (D66) reageert dat ze speciaal na haar gesprek met de heer Bos in de motie de mogelijkheid heeft opgenomen om fractiemedewerkers in te zetten. Ze wijst erop dat er

onderzoeken kunnen worden belegd bij een extern bureau, maar het ook mogelijk is met het budget iets te doen aan de werkverlichting van de verschillende fracties. Daarover kan men met elkaar het gesprek aangaan.

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) zegt dat de GroenLinks-fractie het belangrijk vindt om met het eigen handelen en het handelen van de gemeente proactief en reflectief om te gaan. Dat verdient

zorgvuldigheid. Ze heeft vragen over de werkwijze, om te voorkomen dat het onderzoek heel groot

wordt. Ze vraagt of de raad een eenduidig beeld heeft over de zaken die moeten worden onderzocht: buurtteams, publieke dienstverlening, Werk en Inkomen et cetera. Om dit te bepalen is het nodig te bekijken wat er al wordt gedaan, of daar gaten in zitten, of er concrete signalen zijn en wat er echt nodig is. Waarop moet worden gelet in dat onderzoek? Als de raad dit weet en er ligt een goede onderzoeksvraag, kan worden gekeken welk middel daar het beste bij past, intern of extern, en

welke rol de raad daarin moet spelen. Het gaat erom vertrouwen op te bouwen in de overheid. Ze stelt voor eerst goed te kijken naar het doel en daarover als eerste een bijeenkomst te houden. Daarbij kunnen mensen uit de stad worden uitgenodigd.

Mevrouw Podt (D66) wijst erop dat er geen instrument in de motie staat vermeld. Er staat alleen: we gaan een onderzoek doen. En dat onderzoek is wat de raad ervan maakt. In die zin begrijpt ze de volgorde niet die mevrouw Kleinrensink voorstelt. Er hoeft geen instrument te worden gekozen.

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) reageert dat in de motie staat dat er sowieso een grote rol is weggelegd voor raadsleden. Ze hoort verschillende geluiden over werkdruk. Wellicht kan er

vertrouwen worden opgebouwd door dit samen te doen met de raad, het college en de ambtenaren, maar misschien willen inwoners dat helemaal niet, omdat ze die niet vertrouwen. Daarom pleit ze ervoor te spreken over wie welke rol waarin neemt. Dat staat wel in de motie.

Raadsvergadering van 17 juni 2021

7

De heer Gilissen (VVD) vindt het bezwaarlijk om in deze politieke setting over dit onderwerp –

raadsbreed wordt gedeeld dat dit moet worden opgepakt – te praten op basis van een motie. Hij

moet hiervoor spreektijd gebruiken die zijn collega's goed kunnen gebruiken voor de agenda. Hij sluit zich aan bij de oproep om hierover met de fractievoorzitters te praten en daar de vragen te

bespreken die hier aan de orde worden gesteld. De VVD-fractie heeft immers dezelfde inzet op dit onderwerp als mevrouw Podt, maar dan op een andere manier.

Mevrouw Podt (D66) vindt het prima om het gesprek te voeren met de heer Gilissen. Ze wijst erop dat voor dit agendapunt tijd is toegevoegd aan de vergadertijd, en dit dus geen tijd kost van andere

onderwerpen. Zij probeert een paar uitgangspunten neer te zetten om met elkaar het gesprek over te voeren.

De heer Van der Zweth (PvdA) onderschrijft het belang van het doel en herkent hoe moeizaam het voor mensen is om tot de gemeente door te dringen. Hij herinnert eraan dat de PvdA-fractie vaak

heeft gepleit voor een lokale ombudsman, juist om deze reden, maar dat de raad dat toen niet nodig vond. Dit is een onderwerp voor het onderzoek dat moet worden gedaan. Hij deelt de twijfels over het middel en vraagt zich ook af of de rekenkamer hiervoor niet aan de lat staat.

Mevrouw Podt (D66) vindt dat het aantrekken van een ombudsman de uitkomst uit een onderzoek kan zijn, maar ze vindt het nu belangrijk met elkaar vast te stellen dat de menselijkheid in het systeem zelf moet zitten en niet in een externe partij.

De heer Van der Zweth (PvdA) is het daarmee eens, maar wijst er ook op dat een ombudsman een constante signaalfunctie heeft. Met zo'n functionaris had de raad al signalen kunnen ontvangen.

De heer Schipper (SP) vindt de vorm dat de raad een onderzoek doet naar zijn eigen functioneren

vreemd. Zijn fractie heeft daar geen tijd voor. Ze ziet het belang in dat de overheid vertrouwen in de burger heeft en andersom. Ze gelooft niet dat dit verbetert door een onderzoekje voor de raadsverkiezingen. De SP-fractie heeft geen tijd om daar menskracht in te steken.

Mevrouw Voortman (wethouder) vindt het onderwerp complex en veelomvattend. Ze wijst erop dat de afgelopen tijd al veel is gedaan, ook voor de toeslagenaffaire, en dat tegelijkertijd continu wordt gekeken wat er beter kan. Daarom heeft ze besloten te komen met een Visie Gemeentelijke

Uitvoeringsorganisatie, waarin de uitgangspunten komen te staan, wat er moet veranderen en wat er

de komende tijd moet gebeuren. De discussie in de raad stelt haar voor de vraag of ze hier even mee moet wachten, maar ze neigt ernaar het werk aan de visie voort te zetten. Deze is gepland voor het vierde kwartaal. De visie kan op voorspraak van de raad altijd aangescherpt worden. Ze wil

dubbelwerk voorkomen, gezien de werkdruk bij raad en organisatie. Ze biedt aan ook betrokken te zijn bij het gesprek dat de raad wellicht onderling gaat voeren. Misschien kan er dan ook meer duidelijkheid komen over de precieze onderzoeksvraag. Ze heeft geen oordeel over de motie.

Mevrouw Podt (D66) reageert dat de betrokkenheid van het college en het ambtelijk apparaat in de motie staat. Dit komt overeen met wat de wethouder heeft gezegd.

De voorzitter sluit de beraadslaging. De stemming over motie 113 zal plaatsvinden in de digitale stemagenda.

Raadsvergadering van 17 juni 2021

8

9. Raadsvoorstel Pilot en structurele aanpak prikkelarme opvang. Mevrouw Assen (PvdA) meldt dat de PvdA-fractie zich grotendeels kan vinden in het strekt ter

vervanging, maar onvoldoende terugziet dat er inzet moet zijn voor de permanente opvangplekken naast de tijdelijke locaties. Daarover dient ze amendement 46 in, mede namens de fracties van

GroenLinks en Student & Starter "Inzet blijven plegen op permanente prikkelarme opvangplekken" met het dictum: " 1.

Beslispunt 1 te wijzigen naar: ‘Een structurele aanpak te ontwikkelen voor stelsel overstijgende, prikkelarme opvangvoorzieningen in de regio U16, met inzet op permanente en tijdelijke locaties.

2.

Indien nodig de bijbehorende stukken hiermee overeenkomstig te wijzigen."

De heer Van Ooijen (wethouder) geeft een positief advies, maar ook de winstwaarschuwing dat de inzet op permanente en tijdelijke locaties niet betekent dat ze meteen permanent zijn.

De heer Gilissen (VVD) wijst erop dat een permanente plek iets anders is dan een tijdelijke en dat alle waarborgen van de laatste jaren ook van toepassing zijn op de permanente zoektocht. De heer Van Ooijen (wethouder) bevestigt dit. De voorzitter sluit de beraadslaging. De stemmingen over het amendement en het voorstel zullen plaatsvinden in de digitale stemagenda.

10. Raadsvoorstel verordening burgeragendering en burgerinitiatief en wijzigingsbesluit Mandaatregeling. De heer Dekkers (GroenLinks) heeft een punt van orde. Hij heeft nog een reactie te goed op een vraag aan het college. De wethouder was niet bij die behandeling. Dat mag in de termijn van de wethouder.

De heer Bakker (D66) heeft ook een punt van orde. Hij weet dat de fractie van Stadsbelang Utrecht amendementen wil indienen. De heer Bos heeft even de zaal verlaten.

De heer Van der Marel (VVD) bevestigt dat de fractie van Stadsbelang Utrecht twee amendement wil indienen. De VVD-fractie is mede-indiener van een van die twee, dus in die zin kan hij het woord voeren.

Daarop schorst de voorzitter de vergadering. Na heropening verleent de voorzitter het woord aan wethouder Klein. Mevrouw Klein (wethouder) begrijpt dat de onbeantwoorde vraag gaat over de artikel 7 lid 5 en 6 in

de verordening. Bij de burgeragendering staat dat het college kan reageren en bij het burgerinitiatief

zal reageren. De reden daarvan is dat het bij een burgeragendering gaat om een bespreking in de

raad en bij een burgerinitiatief om besluitvorming. Bij besluitvorming zal er dus worden gereageerd

Raadsvergadering van 17 juni 2021

9

door het college. Als de raad het op prijs stelt, zal het college altijd reageren; dat is aan de raad. Het gaat om een reactie die bestuurlijk gesteund wordt. Spreekster vraagt daar wel tijd voor. Technische vragen kunnen altijd gesteld worden.

De heer Dekkers (GroenLinks) reageert dat zijn vraag niet zozeer was of het college zal reageren, maar of de raad altijd een ambtelijke duiding kan krijgen voor bespreking in de commissie.

Mevrouw Klein (wethouder) antwoordt dat "ambtelijke duiding" niet bestaat. Die zal gesteund moeten worden door het college, of het gaat om een technische vraag. Het college is bereid een duiding te geven.

Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of het klopt dat is toegezegd dat burgeragenderingen en burgerinitiatieven in de voortgangsrapportages worden meegenomen.

Mevrouw Klein (wethouder) antwoordt dat burgeragenderingen gaan over behandeling in de

commissie. Daarover rapporteert het college niet de voortgang. Over aangenomen initiatieven zal het college regulier rapporteren.

De voorzitter meldt dat burgeragenderingen in de jaarrapportage van de raad terugkomen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) dient twee amendementen in. Amendement 47 "Ook ondernemers nemen initiatief" dient hij in samen met de fracties van VVD en CDA. Daarin wordt onderkend dat ook ondernemers in Utrecht die niet in Utrecht woonachtig hoeven te zijn, initiatieven moeten

kunnen nemen, omdat zij ook belangen dienen in de gemeente Utrecht. In het amendement wordt

voorgesteld aan artikel 3 lid 1 sub b toe te voegen: "Een natuurlijke of rechtspersoon die een bedrijf in Utrecht uitoefent."

Mevrouw Zwinkels (CDA) staat positief tegenover dit amendement, maar ze wijst op een eerder

amendement van de VVD-fractie A65 uit 2018. Zijn die twee hetzelfde, of zit er een verschil tussen? De heer Te Hoonte (VVD) kent dat amendement niet. Dat is van voor zijn tijd. Ook de heer Bos kent het niet op inhoud.

De heer Bakker (D66) meldt dat daarin niet wordt gesproken van rechtspersonen. Hij vindt de term rechtspersoon lastig, omdat dit ook grote bedrijven, BV's en stichtingen kunnen zijn.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) legt uit dat een eigenaar van een entiteit in Utrecht, bijvoorbeeld een BV, eenmanszaak, V.O.F of voorzitter van een stichting, de mogelijkheid heeft om een

burgeragendering of burgerinitiatief te doen. Tegelijkertijd kan dit ook een representant zijn,

bijvoorbeeld bedrijfsleiders die handelingsbevoegd zijn. Hij wijst erop dat er draagvlak moet zijn om te komen tot een burgerinitiatief en er dus altijd anderen bij nodig zijn, waarmee eenmansacties van heel grote bedrijven worden uitgesloten.

Hij dient zijn tweede amendement in, mede namens de D66-fractie, A48 "Weg met de

vrijblijvendheid, burgers echt serieus nemen". Hij licht toe dat er een vorm van eigenaarschap is van mensen die een initiatief nemen of een agendering organiseren. De indieners willen hun de

mogelijkheid bieden om mede invulling te geven aan de uitwerking en uitvoering van het initiatief.

Raadsvergadering van 17 juni 2021

10

Daartoe wordt artikel 7 van de verordening aangevuld met punt 13: "burgerinitiatief heeft

aangenomen de initiatiefnemers (of door hen aan te wijzen burgers) indien door hen gewenst een expliciete rol te geven in de uitwerking en uitvoering van het initiatief."

Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt naar een concreet voorbeeld of aanleiding voor dit amendement. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) kan zich voorstellen dat een initiatiefnemer los van de invulling

kan komen te staan, omdat de gemeente het verder overneemt, terwijl deze initiatiefnemer expertise in huis heeft waar dan geen gebruik van wordt gemaakt.

De heer Bakker (D66) vult dit aan met een voorbeeld: "Fris alternatief". Dat is weliswaar geen

burgerinitiatief, maar daarbij hadden mensen een rol kunnen hebben in de uitvoering en erover kunnen meedenken.

Mevrouw Zwinkels (CDA) dankt voor het voorbeeld. Ze begrijpt dat het met name gaat om initiatieven die de goedkeuring hebben van de meerderheid van de gemeenteraad. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) bevestigt dit. De heer Dekkers (GroenLinks) merkt op dat de overwegingen in het amendement gaan over de brede discussie over initiatieven en niet specifiek over burgeragendering en -initiatieven. Hij vindt het lastig dat die discussies bij elkaar worden getrokken en er een algemene regel wordt gesteld. Waarom is het nodig om initiatiefnemers als algemene regel bij de uitvoering te betrekken?

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt dat dit de kwaliteit van de uitvoering en uitwerking ten goede kan komen. De kracht in de uitwerking kan ervoor zorgen dat die aansluit bij de wensen van de initiatiefnemers.

Hij ziet de meerwaarde ervan. De heer Dekkers moet er zelf een oordeel over vellen. Mevrouw Klein (wethouder) reageert dat amendement 47 aan de raad is. Amendement 48 gaat over

de uitvoering. Ze vindt het belangrijk dat het presidium daarover adviseert. Het college vindt het heel logisch om, na een besluit in de gemeenteraad, initiatiefnemers te betrekken bij de uitvoering. Het is goed te bekijken welke rol ze willen spelen. Dat is maatwerk.

De heer Zwanenberg (plaatsvervangend voorzitter presidium) laat het oordeel over amendement 47 aan de raad. Hij vindt dat de wethouder goed heeft gereageerd op amendement 48.

De voorzitter sluit de beraadslaging. De stemmingen over de amendementen en het voorstel zullen plaatsvinden in de digitale stemagenda. 11. Raadsvoorstel Utrechtse Sportagenda. De heer Sungur (DENK) zegt dat zijn fractie de ambitie steunt, te werken aan een optimale

sportinfrastructuur die iedereen uitnodigt te sporten en bewegen als onderdeel van een gezonde leefstijl. De spelprincipes in het voorstel spreken haar zeer aan. Ook steunt ze de ambitie om sportaanbieders te stimuleren aan de slag te gaan met een inclusief aanbod en een positieve

Raadsvergadering van 17 juni 2021

11

sportcultuur, zodat iedereen zich veilig en prettig voelt en met plezier kan sporten. Zijn fractie is van mening dat het daarvoor essentieel is om discriminatie in de sport goed aan te pakken. Het is

belangrijk een goed beeld te hebben van die discriminatie, omdat dit een hardnekkig probleem is. Omdat op de woning- en stagemarkt is gebleken dat het doen van praktijktesten zeer effectief is, dient zijn fractie samen met de fracties van Student & Starter en PvdA motie 114 in, "Onderzoek discriminatie bij sportverenigingen" waarin het college wordt verzocht:" 1.

Onderzoek te doen naar discriminatie op grond van afkomst, opleidingsniveau en geaardheid bij sportverenigingen in Utrecht en daarbij onder andere gebruik te maken van praktijktesten (mystery guests).

2.

De resultaten van het onderzoek terug te koppelen aan de gemeenteraad."

De heer Van Deún (PVV) stelt vooraf dat discriminatie niet mag. Hij vraagt of het dictum ook geldt voor joodse jongeren die zich willen aansluiten bij SVA Papendorp.

De heer Sungur (DENK) distantieert zich van de suggestie in de vraag van de heer Van Deún. Er staat "afkomst" en daar horen allerlei afkomsten bij. Bovendien, SVA Papendorp bestaat niet meer. De heer Wijmenga (ChristenUnie) vindt de inzet van mystery guests om discriminatie bij

sportverenigingen in kaart brengen een te zwaar middel. Zijn de indieners er ook tevreden met een

verkennend onderzoek naar de omvang van het probleem, om wellicht op een later moment mystery guests in te zetten? Er signalen bij de stage- en woningmarkt, maar hij kent er niet veel bij de sportverenigingen.

De heer Sungur (DENK) vindt mystery guests geen zwaar middel. Op de stage- en woningmarkt blijkt dit een effectief instrument te zijn. Dit middel verschaft juist inzicht in de omvang van het probleem. Op de woningmarkt waren er weinig signalen, omdat mensen vaak niet weten dat ze worden

gediscrimineerd als ze worden afgewezen. Bij sportverenigingen krijgen ze te horen dat ze op een wachtlijst worden gezet, om vervolgens nooit meer iets te horen, terwijl anderen die zich later hebben aangemeld voorrang krijgen.

De heer Bakker (D66) vraagt of de heer Sungur het met hem eens is dat de sportclubs bij zo'n

onderzoek moeten worden betrokken, zodat de opgave gezamenlijk is, los van de conclusies. De heer Sungur (DENK) is het daarmee eens. Hij wil vooral in beeld brengen wat de omvang van het probleem is, zodat samen met de verenigingen kan worden bekeken wat hiertegen is te doen.

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) merkt op dat het bij de woning- en arbeidsmarkt om de toegang gaat. Ze kan zich voorstellen dat het bij sportverenigingen eerder om de sportcultuur gaat en vraagt zich in die zin af of de inzet mystery guests een logisch middel is.

De heer Sungur (DENK) denkt dat bij sport hetzelfde gebeurt, dat mensen op een wachtlijst komen en vervolgens anderen voorrang krijgen. Hij kent verhalen van voetballers die na sluiting van SVA Papendorp niet bij andere verenigingen terecht konden, wellicht vanuit een stigma over SVA

Papendorp en hun achtergrond. Spreker denkt dat het probleem in Utrecht speelt en daarom de inzet van mystery guests een goed instrument is om dit inzichtelijk te maken.

Raadsvergadering van 17 juni 2021

12

Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) vult aan dat een aantal verenigingen aan de slag is met dit probleem, zoals in de sociale veiligheidsweken die verenigingen opzetten. Ze missen vaak de

slagvaardigheid om het probleem te grijpen. Deze motie draagt eraan bij die verenigingen daarin te ondersteunen.

De heer Sungur (DENK) vervolgt met de sportdeelname van vrouwen met een migratieachtergrond.

Deze is relatief laag. Voor hen werkt het stimulerend om een vrijblijvend sportaanbod in een buurt te hebben. Daarnaast vormen vrouwelijke begeleiders die al langer rondlopen in een wijk en vrouwen met een migratieachtergrond, positieve stimulansen om te gaan sporten. Hierover dient hij samen met de PvdA-fractie motie 115 in "Vergroot sportdeelname van vrouwen met een migratieachtergrond" met het verzoek: " 1.

Te onderzoeken op welke manier de vrouwen met een migratieachtergrond gestimuleerd kunnen worden in het sporten en daarbij te kijken of inzet van vrouwelijke begeleiders in de wijk daar een rol in kan hebben.

2.

Uiterlijk in het eerste kwartaal 2022 de bevindingen van het onderzoek te delen met de gemeenteraad."

De heer Van Deún (PVV) vraagt waarop de indieners de volgende constatering baseren: "Dit soort

sportaanbod het beste werkt in de buurt, en in een niet openbaar toegankelijke ruimte." Ook vraagt hij of apart sporten voor moslima's wel inclusief is. Daarnaast vraagt hij waarom in de motie wordt

gesproken van "vrouwelijke begeleiders met expertise". Kunnen dit geen mannen zijn en is dit geen vorm van discriminatie? Hij wijst op artikel 1 van de Grondwet, waarin staat dat iedereen gelijk is. Het is volgens hem pure discriminatie om alleen voor vrouwen te kiezen om de vrouwelijke

migranten te bereiken. Hij vindt een vrouw prima, maar vraagt zich af waarom een man niet prima zou zijn.

De heer Sungur (DENK) baseert zich op eigen ervaring en de gesprekken met deze vrouwen. Het is een lastig te bereiken groep. Contacten met mensen met een migratieachtergrond lopen vaker via mannen dan via vrouwen. De gemeente moet er alles aan doen om die groep beter te bereiken,

zodat ook zij meer in beweging komen, wat hun gezondheid ten goede komt. Hij vindt het vooral belangrijk om in te zetten op iets wat werkt. Hij wijst erop dat er genoeg vrouwen zijn die het

prettiger vinden in een ziekenhuis behandeld te worden door een vrouw, dan door een man. Als die mogelijkheid er is, moet de gemeente daarvoor openstaan. Als het om sport gaat, vindt hij het belang van deze specifieke groep zwaarder wegen dan het algemeen belang.

Spreker zegt niet dat een man niet prima is. In zijn motie staat dat uit onderzoek blijkt dat het in dit geval beter werkt om met vrouwen te werken. Hij moet er nog onderzoek naar doen, maar daarin

moet dit aspect worden meegenomen. Als blijkt dat mannen daarin net zo effectief en toegankelijk kunnen zijn, vindt hij het geen probleem als ze worden ingezet. Hij vraagt de heer Van Deún de motie iets beter te lezen.

De heer Bakker (D66) merkt op dat de DENK-fractie niet kiest voor mensen met een handicap of

ouderen, ook twee groepen die vaak achterblijven bij de deelname aan sport. Waarom kiest hij voor vrouwen met een migratieachtergrond?

De heer Sungur (DENK) maakt deze keuze, omdat in de Sportagenda wordt ingezet op groepen die minder worden bereikt of minder snel toekomen aan sporten en bewegen. Uit zijn contacten blijkt

Raadsvergadering van 17 juni 2021

13

dat men bij mensen met een migratieachtergrond vaak denkt een mannen en de vrouwen

onderbelicht blijven. Dit speelt op meerdere terreinen. Hij vindt het overigens prima om die andere groepen ook te noemen.

De heer Schipper (SP) vraagt wat de gemeente precies moet gaan doen om de motie te laten slagen en wat het mag kosten.

De heer Sungur (DENK) zegt dat dit onderzoek niet heel veel geld hoeft te kosten en niet ingewikkeld hoeft te zijn. Het is vooral goed om met vrouwen uit die groep in gesprek te gaan wat hun kan

bewegen om te gaan sporten. Hij is tevreden als in de volgende Sportagenda hierop veel gerichter actie wordt gezet.

De heer Schipper (SP) heeft het idee dat de beweegredenen bekend zijn. Daarop kan de wethouder misschien reageren. Hij vraagt wat de indicatoren voor succes zijn.

De heer Sungur (DENK) vindt het geslaagd als de gemeente bekend is met de beweegredenen van

vrouwen, zodat daarop acties kunnen worden ondernomen. Hij vindt het moeilijk om in dit stadium indicatoren te geven in termen van percentages wel of niet deelname, omdat er geen nulmeting is. Hij vervolgt met de buurtsportcoach. Volgens hem worden buurtsportcoaches vaak ingezet bij

verenigingen die al goed georganiseerd zijn en soms zelfs wachtlijsten hebben, terwijl er genoeg sportverenigingen zijn die ruimte hebben en bijzondere uitdagingen kennen en geen

buurtsportcoach toegekend krijgen. Hierdoor ontstaat er een grotere ongelijkheid tussen

verschillende sportverenigingen. Een aantal verenigingen, dat er het meest mee gebaat is, wil heel

graag buurtsportcoaches en heeft die wens bij SportUtrecht neergelegd. Hij dient hierover de motie

in M116 "Buurtsportcoaches toekennen aan verenigingen met de grootste behoefte" met het verzoek: 1.

Om met SportUtrecht in gesprek te gaan met de vraag om buurtsportcoaches toe te kennen aan sportverenigingen die minder vitaal zijn en geen wachtlijsten kennen in plaats van sportverenigingen die al een vitaal karakter of een wachttijd hebben.

2.

De resultaten van dit gesprek voor de behandeling van de begroting 2022 terug te koppelen aan de gemeenteraad.

De heer Van Steeg (CDA) vraagt waarom het toekennen van sportcoaches wordt gekoppeld aan wachtlijsten. Waar er sociale problematiek is, ligt een uitdaging.

De heer Sungur (DENK) antwoordt dat buurtsportcoaches onder andere de taak hebben om mensen uit de wijk beter te betrekken bij sportdeelname. Dat heeft minder zin als verenigingen geen plek meer hebben.

De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of buurtsportcoaches niet juist moeten worden ingezet in

wijken en buurten waar de sportdeelname laag is, om die deelname te stimuleren. Dat is toch veel gerichter?

De heer Sungur (DENK) reageert dat verenigingen wel capaciteit moeten hebben, anders participeert niemand uit die wijk; dat is het probleem.

De heer Van Dalen (VVD) heeft namens de raad een van de buurtsportcoaches bedankt als stille held

Raadsvergadering van 17 juni 2021

14

tijdens de coronacrisis. Deze sportte met kinderen uit een wijk op een Richard Krajicek playground of Cruyff court. Spreker begrijpt de koppeling met de clubs niet helemaal.

De heer Sungur (DENK) herhaalt dat het probleem zich voordoet als een vereniging zegt dat ze vol zit en niemand meer aanneemt, ook niet met behulp van een buursportcoach. Het is natuurlijk mogelijk om een activiteit op een Cruyff court te organiseren, maar men kan ook kijken of een vereniging in de buurt jongeren kan aannemen, zodat ze op structurele basis kunnen deelnemen aan een sportactiviteit.

De heer Van Dalen (VVD) merkt op dat het doel is om kinderen te helpen en niet een club waarmee

het minder goed gaat. Het is prima als er ruimte is bij een club waarmee het minder goed gaat, maar ook als die er is bij een club waarmee het wel goed gaat. Hoe kijkt de heer Sungur daartegenaan?

De heer Sungur (DENK) licht de motie toe aan de hand van een concreet voorbeeld. In Kanaleneiland kunnen kinderen die willen voetballen naar Zwaluwen, maar die heeft een wachtlijst, maar niet naar

Faja Lobi, want die heeft geen jeugdafdeling. Alleen SVA Papendorp lag in de buurt. Zwaluwen heeft een buurtsportcoach, SVA Papendorp had die niet, terwijl dat had kunnen bijdragen aan de vitaliteit van de vereniging en er meer kinderen hadden kunnen worden betrokken bij het voetballen.

De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat de Sportagenda goede doelen en ambities heeft om de sport te stimuleren en bepaalde groepen er extra bij te betrekken. In het strekt te vervanging is dit beter vastgelegd. Voor zijn fractie zijn controleerbaarheid en afrekenbaarheid te vaag. Een jaarlijks

gesprek vindt ze niet voldoende. Zijn fractie wil de doelen van de ambities en de link met het

sportvastgoed en de capaciteitsgroei verder borgen. Daarover dient de ze samen met de fracties van

CDA, VVD, Student & Starter en D66 een motie in M117 "Uitvoeringsagenda Sport", met de opdracht: 1.

Met de sportclubs (en andere sportaanbieders) concrete afspraken te maken over de uitvoering van de Sportagenda, waarin concrete acties en doelen worden opgesteld;

2.

Nadrukkelijk de link te leggen tussen capaciteitsgroei en -behoefte bij de groei van de stad en de eigen toekomstplannen van sportclubs;

3.

Doel hiervan is de agenda (meer) meetbaar en merkbaar te maken voor sportclubs;

4.

Te zorgen dat sport en bewegen integraal en tijdig wordt meegenomen in de diverse gebiedsontwikkelingen die de komende tijd op de agenda staan en dat daarbij de richting van de Sportagenda leidend is;

5.

Bij het jaarlijkse spiegelgesprek rondom de VJN, zoals beschreven in het raadsvoorstel, over de voortgang hiervan te rapporteren.

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) merkt op dat in de voorjaarsnota en in de rapportages al vrij veel harde criteria zitten. Met name voor de capaciteiten zijn harde indicatoren. Volgens haar gaat het meer om de zachte indicatoren in de sport waar minder meetbare doelen op zitten.

De heer Van der Zweth (PvdA) reageert dat in motie wordt gevraagd de link te leggen met

capaciteitsgroei, de behoefte bij de groei van de stad en de toekomstplannen van de sportclub. De heer Van Steeg (CDA) vindt de Sportagenda in potentie een ambitieus document dat nog een

uitwerking vraagt met de sportverenigingen en verdere concretisering. Daarom heeft zijn fractie met

Raadsvergadering van 17 juni 2021

15

de PvdA-fractie een motie ingediend. Hij is blij met het strekt ter vervanging, met name dat het punt over digitalisering er nadrukkelijk in staat en hoopt dat dit in de toekomst wordt uitgewerkt en geconcretiseerd.

Op dit moment heerst er chagrijn bij de sportverenigingen. De Sportagenda kan een start zijn om samen te bekijken hoe de sportcapaciteit goed kan worden ingevuld. Hiervoor dient hij mede

namens de fracties van VVD, PvdA en Student & Starter amendement 49 "Versterk betrokkenheid sportverenigingen" in waarvan het dictum luidt:

Aan beslispunt 1B 1) van het raadsvoorstel Utrechtse Sportagenda d.d. 8 juni 2021 toe te voegen (vetgedrukt): “Voldoende ruimte voor sport en sportverenigingen in een groeiende stad, ...".

Hij vervolgt dat er bij zwemverenigingen behoefte is om in de ochtend tegen een lager tarief gebruik

te kunnen maken van zwemwater, zeker nu er na de coronacrisis een beperktere capaciteit is, omdat er zwemlessen moeten worden ingehaald. Hij verwacht met een pilot meer ruimte te geven. Daarom dient hij mede namens de fracties van PvdA, Student & Starter en VVD motie 118 "Wees wijs met zwemwater" in, met de opdracht: 1.

Het gebruik van zwemwater tegen een daluurtarief door middel van een pilot mogelijk te maken in de periode na de coronacrisis;

2.

In nauw overleg te blijven met betrokken zwemverenigingen over eventuele mogelijkheden om capaciteit en behoeften bij verenigingen beter op elkaar aan te laten sluiten;

3.

En de raad over de resultaten hiervan te informeren, waarbij efficiënt gebruik van zwemwater, tevredenheid van betrokken verenigingen en financiën de belangrijkste indicatoren voor succes zijn.

De heer Bakker (D66) is het met de strekking van de motie eens. Hij wijst op het antwoord van de wethouder op schriftelijke vragen dat er bij zwembaden geen sprake is van daluren, zoals bij

gymzalen. De motie houdt daar geen rekening mee. Blijkt ergens uit dat het antwoord van de wethouder niet juist is?

De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat het feit dat er geen dalurentarief bestaat, niet betekent dat de gemeente daar niet aan kan beginnen. Er ligt een duidelijke wens en er is duidelijk druk op de

capaciteit van zwemwater. Hij verwacht dat de pilot financieel geen grote consequenties heeft. Hij

heeft duidelijke signalen ontvangen dat de mogelijkheid om zwembaden in daluren te gebruiken er

in potentie is, maar dat een aantal gemeentelijke regelingen, wellicht vastgesteld door de raad, dit in de weg staat.

De heer Van Dalen (VVD) meldt dat de VVD-fractie het inhoudelijk eens is met de Sportagenda, de

sportnota en het sportakkoord en met de integraliteit met onderwijs, gezondheid en veiligheid. De

VVD-fractie mist de uitvoeringsagenda, laat staan de uitvoering zelf. Ze steunt daarom de motie van de PvdA-fractie over de uitvoeringsagenda. Hij vraagt waarom de wethouder deze visies de afgelopen drie jaar niet heeft uitgevoerd.

Sportverenigingen melden dat er een groot tekort is aan velden en zalen. De heer Bakker (D66) gaat het te ver dat de heer Van Dalen zegt dat er geen uitvoering is. Dat beeld is bezijden de waarheid. Vanuit het stadskantoor, SportUtrecht en de sportclubs wordt er keihard

gewerkt. Er gaat dus heel veel goed, maar er kan inderdaad ook heel veel beter. Hij is het ermee eens dat er concretisering en uitvoering bij moet. In die zin vindt de VVD-fractie de D66-fractie aan haar zijde.

Raadsvergadering van 17 juni 2021

16

De heer Van Dalen (VVD) vindt dat juist het probleem. Meerdere fracties hebben in de commissie

gezegd dat de uitvoeringsagenda, de concretiseringsslag ontbreekt. De inhoud van het visiestuk is

goed, maar daarna moet er een plan komen dat uitgevoerd moet worden. De VVD-fractie ziet liever dat dit sneller gaat dan nu.

De heer Bakker (D66) merkt op dat de heer Van Dalen nu iets anders zegt. Hiervoor zei hij dat de wethouder de afgelopen jaren niets heeft uitgevoerd en er op sportgebied niets is gebeurd. Dat bestrijdt spreker.

De heer Van Dalen (VVD) wijst erop dat een tijd geleden al een sportakkoord is gesloten. Het had veel tijd gescheeld als er toen al een visie had gelegen, zodat nu gewerkt kon worden aan de

uitvoering. Dat er een verschil is tussen Sportagenda en uitvoeringsagenda is op zich al een signaal. De VVD-fractie heeft gevraagd de uitvoeringsagenda in de Sportagenda op te nemen en dat is niet gedaan.

Hij vervolgt met de capaciteitsproblemen en wijst op de wachtlijsten. Dat probleem moet worden

opgelost met de sportverenigingen. Zij zeggen dat ze het mooi vinden dat ze mee mogen praten en denken, maar dat er niet wordt verteld wat er daarna mee gebeurt. Daarom dient hij mede namens de fracties van CDA, Student & Starter en de PvdA motie 119 in "Praat met sportverenigingen en gebruik hun goede ideeën" met de opdracht: " 1.

Bij alle participatietrajecten op het gebied van sport actief van tevoren de verwachtingen over wat de kaders zijn en wat er met de input wordt gedaan wordt gecommuniceerd;

2.

Bij alle participatietrajecten op het gebied van sport actief terugkoppelt wat er met de input is gedaan (inclusief waarom sommige goede ideeën toch niet zijn meegenomen);

3.

Dit actief toe te passen bij het opstellen van de uitvoeringsagenda en het uitvoeren daarvan;

4.

Alle betrokkenen, waaronder sportverenigingen, en de raad hierover te informeren voor de begroting 2022."

Spreek sluit af met de roeiverenigingen. Ze raken in de knel. Hij vraagt de wethouder actief met ze

in gesprek te gaan en terug te koppelen hoe dat is verlopen.

Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vindt dat de komende jaren de prioriteit moet zijn dat iedereen kan bewegen en sporten in de stad, en er wordt ingezet op groepen waar de sportdeelname

achterblijft. Ze complimenteert de wethouder met de Sportagenda, waarin hiervoor aandacht is en

voor het sporten in de openbare ruimte en een beweegvriendelijke omgeving. Ze pleit ervoor daarop

extra in te zetten, nu mensen na corona weer in beweging moeten worden gebracht. De GroenLinksfractie steunt van harte het amendement dat de D66-fractie later zal indienen.

Een van de groepen waarvan de deelname aan sport achterblijft, is de groep mensen met een

beperking, psychisch, verstandelijk of fysiek. De GroenLinks-fractie vraagt expliciet aandacht voor een passend sportaanbod. Dit kan door een specifiek sportaanbod, maar soms ook door (kleine) aanpassingen in het reguliere sportaanbod. Dit staat in het sportakkoord, maar minder in de

Sportagenda. Daarover dient ze twee moties in. Motie 120, "Uitwerking sport voor iedereen", dient ze in mede namens de fracties van PvdA en D66. Die gaat over de samenwerking met het sociaal domein en alle partners en vraagt het college: " 1.

In de uitwerking van de Sportagenda de samenwerking op te zoeken met partners binnen het sociaal domein (binnen de gemeente en erbuiten);

Raadsvergadering van 17 juni 2021 2.

17

In de spiegelgesprekken over sport en bewegen voor iedereen expliciet aandacht te hebben voor mensen met een beperking."

Ze vervolgt met de toegankelijkheidssubsidie. Ze stelt voor daaraan een impuls te geven door deze

subsidie te combineren met de subsidie uit het sportakkoord over inclusief sporten, zodat de fysieke en de sociale toegankelijkheid worden geregeld en meer bekendheid wordt gegeven aan het bestaan van deze subsidies. Ze dient motie 121 "Inclusief sporten onder de aandacht", mede in namens de fracties van Student & Starter, PvdA en D66 met de vraag aan het college om " 1.

De combinatie te zoeken tussen de toegankelijkheidssubsidie en de subsidie inclusief sporten om een grotere impact te maken;

2.

Samen met partners deze subsidies onder de aandacht te brengen bij sportaanbieders, bijvoorbeeld door goede voorbeelden te delen."

Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) dient twee moties in, motie 122 "Pak de kansen voor sport nou op het USP" en motie 123 "Ieder kind is een sportheld, maar laat helden wel ontstaan".

Studentensport gaat haar fractie aan het hart. Ze wijst op de kansen bij het USP in de omgevingsvisie en stelt voor in de Sportagenda de link te leggen met deze omgevingsvisie. Motie 122 dient ze mede in namens de fracties van PvdA, D66, CDA en VVD met de opdracht: 1.

In kaart te brengen met partijen UU, HU, Olympos/USS Mesa Cosa, Sportraad Utrecht, Sport Utrecht, (studenten)sportverenigingen en andere relevante partijen welke kansen en mogelijkheden er op de korte en lange termijn zijn voor sport op en rond het USP en daarbij ook Maarschalkerweerd in ogenschouw te nemen;

2.

Hierin de verbinding te maken tussen "burgersport" en studentensport, opdat zij elkaar versterken en er slim gebruik wordt gemaakt van sportcapaciteit;

3.

Te bepalen waar (in de toekomst) gezamenlijke investeringen mogelijk zijn, en niet bij voorbaat

4.

Ook te verkennen hoe een nieuw Olympos (hallen en velden) zo optimaal mogelijk kan worden

al in onmogelijkheden of belemmeringen te denken; heringericht en waar en hoe meer sportcapaciteit gerealiseerd kan worden in het gebied; 5.

De raad hierover te informeren vóór commissiebehandeling van de omgevingsvisie USP.

De heer Wijmenga (ChristenUnie) vraagt wat mevrouw Sturkenboom van deze motie verwacht, gezien

het feit dat de omgevingsvisie USP al voor het indienen van zienswijzen is vrijgegeven. Er ligt dus een concept.

Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) legt uit dat het doel is dat de gemeente ervoor zorgt dat

de partijen die al met elkaar aan tafel zitten een tandje bijzetten in het kader van de omgevingsvisie. Dit is meer dan wat er nu wordt gedaan met het indienen van zienswijzen. De studentensport kampt al langer met een beperkte capaciteit en ze ziet kansen op Maarschalkerweerd. Ze vindt het goed voor het debat, dat hierover extra informatie komt en partijen waar het over gaat met elkaar meebewegen en nader tot elkaar komen.

De heer Schipper (SP) vraagt of dit allemaal bij elkaar komt, omdat de raad deze motie aanneemt. Hij ziet dat samenwerking noodzakelijk is, maar ook dat er al veel gebeurt. Wat voegt deze motie toe? Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) vindt dat men meer tot actie en met elkaar tot een gedegen plan moet komen, met het oog op de toekomst. De motie roept daartoe op. De

Raadsvergadering van 17 juni 2021

18

omgevingsvisie USP biedt een kans.

Motie 123 dient ze mede in namens de fracties van D66, VVD, CDA en DENK met de opdracht: 1.

Om samen met sport (SportUtrecht, verenigingen en sportaanbieders) en onderwijs – specifiek LO/bewegingsonderwijs/gym en partner UOA – in gesprek te gaan over hoe kinderen beter gestimuleerd kunnen worden om meer te bewegen en daarbij

a. Te verkennen of een bewegingsmonitor ontwikkeld of omarmd kan worden die door scholen en verenigingen gehanteerd kan worden;

b. Te verkennen of gezamenlijke (pedagogische) leerlijn ontwikkeld kan worden zodat het kader van verenigingen én LO-docenten aan dezelfde doelen werken;

c. Hierin ook aandacht te hebben voor verdere (kennis)ontwikkeling van het kader bij

sportverengingen en wat daarvoor nodig is zodat trainers, coaches en vrijwilligers kinderen nog beter kunnen begeleiden;

d. Naar voorbeelden elders te kijken over samenwerking met bewegingsonderwijs en sportverenigingen gemeenschappelijke sportdagen georganiseerd worden;

e. Op welke wijze de gemeentelijke afdelingen sport en onderwijs op dit thema beter kunnen 2.

samenwerken/ op elkaar aan kunnen sluiten,

Hierover de raad te informeren per brief voor de programmabegroting 2022.

Ze wenst de wethouder succes met de uitvoering van de Sportagenda. De heer Bakker (D66) is blij met motie 117 van PvdA-fractie.

Hij dient amendement 50 "Vergroten sportdeelname" in, mede namens de fracties van GroenLinks, Student & Starter, PvdA, ChristenUnie, PvdD en DENK met de opdracht en het besluit: " 1.

In de uitvoering van de Sportagenda prioriteit te maken van het vergroten van sportdeelname van Utrechters met een lage "sociaaleconomische status"."

Aan beslispunt 1A van het raadsvoorstel Utrechtse Sportagenda d.d. 8 juni 2021 toe te voegen

achter ambitie: het vergroten van sportdeelname in de stad, met name onder Utrechters die nu nog weinig sporten en bewegen.”

Spreker vervolgt met de druk op de sportcapaciteit bij populaire sporten, terwijl andere sporten bij

jongeren niet onder de aandacht staan. Daarom dient hij motie 124 in "Onbekend maakt onbemind, ook in de sport", mede namens de fracties van PvdA, Student & Starter, GroenLinks en D66 met de opdracht: " 1.

Met SportUtrecht, sportaanbieders, ouders, docenten LO en andere relevante partijen te onderzoeken wat er nodig en mogelijk is om jonge Utrechters actief in aanraking te laten komen met verschillende sporten, met name sporten die nu minder populair zijn dan wel sporten waar veel groeimogelijkheden zijn;

2.

Op basis hiervan een plan op te stellen om een meer evenwichtige spreiding van sportdeelname in de stad te stimuleren en hierop te kunnen inspelen, met als doel de koek voor alle sporters en sportaanbieders in Utrecht groter te maken."

De heer Wijmenga (ChristenUnie) vraagt wat deze motie toevoegt aan wat er al gebeurt. Bij de Brede School gebeurt dit al. Daar wordt een divers sportprogramma aangeboden.

De heer Bakker (D66) antwoordt dat dit nog onvoldoende gebeurt. Hij pleit ervoor de schouders

eronder te zetten om meer spreiding tot stand te brengen over de verschillende sporten, zodat meer mensen gaan sporten, nieuwe talenten worden ontdekt en onbekende sporten tot wasdom kunnen

Raadsvergadering van 17 juni 2021

19

komen. De heer Schipper (SP) herinnert zich dat er in het verleden inloopmiddagen waren in sporthallen waar diverse sporten werden aangeboden, zodat kinderen er kennis mee konden maken op hun vrije middagen. Denkt de heer Bakker aan zulke mogelijkheden?

De heer Bakker (D66) bevestigt dit. Er wordt veel gekeken naar voetbal en hockey, maar er zijn veel sporten die kinderen nog kunnen ontdekken. Hij laat het aan de uitvoering hoe dit moet gebeuren.

Hij vervolgt met zijn laatste motie, een beetje in lijn met de vorige, met het doel om creatief op zoek te gaan naar andere plekken en manieren om te gaan sporten, M125 "De stad als speelveld". Deze dient hij in mede namens de fracties van Student & Starter, PvdA en VVD met de opdracht: 1.

De openbare ruimte zo beweegstimulerend mogelijk in te richten en actief op zoek te gaan naar plekken waar dit beter kan;

2.

In te zetten op Utrecht als urban sports-stad en dit via (urban) sportevenementen te promoten;

3.

Utrechtse ‘urban sporters’ mee te laten denken en beslissen waar en hoe dit te doen;

4.

Te zorgen dat er voor meiden net zo veel plek is als voor jongens om fijn te sporten en bewegen in de openbare ruimte.

Hij wenst de wethouder succes met het uitvoeren met de Sportagenda. De gemeente moet nu vol aan de bak.

De heer Wijmenga (ChristenUnie) is blij dat de toezeggingen zijn opgenomen in het gewijzigde

voorstel. Hij is tevreden met de toevoeging van de passage over de relatie tussen het sportakkoord, het gezondheidspact en de gezonde wijkallianties. Hij vraagt hoe de verbinding er concreet uit gaat zien. Gaan de wethouders Volksgezondheid en Sport hierover regelmatig met elkaar in gesprek? Hij vraagt een toelichting.

Mevrouw Sasbrink (PvdD) benadrukt dat ze elke inwoner van Utrecht de mogelijkheid gunt om

mentale en fysieke opbrengsten van sport te ervaren. Daarom vindt ze de moties die door de fracties van DENK en GroenLinks zijn ingediend interessant. Ze vindt in die zin vooral de breedtesport van meerwaarde en niet de grote evenementen, die vooral toeschouwers trekken. De PvdD-fractie wil

niet dat budget dat is bestemd voor breedtesport wordt uitgegeven aan citymarketing zoals bij de Vuelta. De inwoners zijn pas echt gediend met middelen en ruimte om zelf te sporten. Ze dient

daarom motie 126 in "geen sportbudget voor citymarketing" mede namens de fractie van DENK met de opdracht: 1.

Prestigieuze sportevenementen die als doel hebben Utrecht op de kaart te zetten, niet meer te financieren met (breedte)sportbudget, maar hiervoor het programma economie (waar ook stadspromotie onder valt) te benutten.

Ze vervolgt met gezonde sportkantines, immers, er is een relatie tussen bewegen en eten. Daarom mag duurzame en gezonde voeding niet ontbreken in de Sportagenda en moeten sportkantines

voornamelijk gezond en duurzaam eten en drinken aanbieden. De wethouder heeft toegezegd hier iets mee te doen, maar dit lijkt te zijn vergeten in het strekt ter vervanging. Daarom dient ze amendement 51 in "Gezonde en duurzame voeding in sportkantines", met het besluit:

"Onder beslispunt 1b van het raadsvoorstel Utrechtse Sportagenda d.d. 17 juni 2021, kenmerk 8645261, een extra thema toe te voegen: 6)

Sport krijgt een nadrukkelijke rol in het versterken van gezondheid en verkleinen van

Raadsvergadering van 17 juni 2021

20

gezondheidsverschillen. Hierbij wordt ook toegewerkt naar voornamelijk gezond en duurzaam aanbod van eten en drinken in alle sportkantines,

en de Utrechtse Sportagenda dienovereenkomstig aan te passen." De heer Bakker (D66) kan zich in de eerste zin vinden, maar vraagt bij de volgende zin hoe het

"toewerken naar…" eruit gaat zien. Gaat het niet veel meer om het stimuleren en helpen van clubs en moet dit, iets kleins, als zo'n majeur punt tussen de grote thema's in het raadsvoorstel staan? Hij vindt het niet logisch om hier een amendement van te maken.

Mevrouw Sasbrink (PvdD) antwoordt dat de PvdD-fractie niet slechts een oproep wilde doen middels een motie, omdat dit een belangrijk onderdeel is van de Sportagenda. Maar die kan niet

geamendeerd worden, het raadsvoorstel wel. Ze vraagt zich af wat ertegen is om dit als majeur punt te benadrukken, juist omdat gezond eten zo belangrijk is.

"Toewerken naar" betekent dat er een omslag moet komen, wellicht middels afspraken of contracten met cateraars. Haar fractie wil geen harde omslag van vandaag op morgen, maar wil dit wel stimuleren door van gezonde voeding de meest makkelijk keuze te maken.

Ze vervolgt met sportfaciliteiten en groen. Doordat ruimte in de stad steeds schaarser wordt,

ontstaat er meer drukte door sporten in de openbare ruimte. De PvdD-fractie wil sportbeoefening aanmoedigen, maar ziet dat de natuur hierdoor steeds meer onder druk komt te staan en ook

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=ea84f463-5113-4371-93fd-62e29dfb6d24