10e vergadering gemeenteraad 17 juni 2021.docx
Tekst van het document
ambitieus is om zowel 40% sociale huur als 40% middenhuur te realiseren. Er is een grens aan wat realistisch is.
De heer El Abassi (DENK) vindt het bod van de heer Işik wel reëel en wil een vraag aan hem stellen.
Als zijn motie niet aangenomen wordt, steunt hij dan het voorstel van de VVD waarin een en ander geparkeerd wordt en beslissingen naar de toekomst worden uitgesteld?
De heer Işik (PvdA) antwoordt dat het amendement van de VVD onzekerheden en risico’s creëert. Juridisch en financieel heeft het consequenties voor de gemeente. Hier kiest hij dus niet voor. Daarnaast zou het kunnen zijn dat het amendement van de VVD ervoor zorgt dat de sloop en nieuwbouw vertraging oplopen. Dit vindt de PvdA niet wenselijk.
De heer El Abassi (DENK) vat het voorstel van de VVD anders op. Als de motie van de PvdA niet
aangenomen wordt, zorgt dit amendement er juist voor dat de gemeente even afwacht en in de toekomst kijkt wat er gedaan kan worden. Waarom ziet de heer Işik dit niet als voorzichtig?
De heer De Pagter (VVD) wil reageren op de heer Işik, die opmerkte dat het amendement kan leiden
tot vertraging van de sloop en de nieuwbouw. Het amendement is juist bedoeld om publiekrechtelijk een visie te maken in de komende raadsperiode. Als de raad het wil, kan die beslissing dan ook juist eerder genomen worden.
De heer Işik (PvdA) merkt op dat de ideologische verschillen tussen de PvdA en de VVD bekend zijn. De VVD wil graag op die locatie handhaving van de locatie, zodat deze gebruikt kan worden. Sloop en nieuwbouw van de garage zullen uiteindelijk leiden tot de bouw van sociale huurwoningen en
middenhuurwoningen. Hier kiest de PvdA voor. Om als overbrugging de bewoners in de garage te laten parkeren, vindt de heer Işik een goede suggestie van het college, omdat de binnenstad
uiteindelijk een beetje autovrij moet worden. In antwoord op DENK antwoordt de heer Işik dat zijn steun voor het voorstel afhangt van wat het college met de motie doet.
De heer El Abassi (DENK) stelt de vraag bewust, omdat het de vraag is of het college de steun van de PvdA nodig heeft. Als het voorstel het haalt, wil de heer Işik dan niet alsnog kiezen voor de veilige
route, waarbij er in de toekomst alsnog gekozen kan worden voor sociale woningbouw? De heer El Abassi gelooft best dat de VVD iets anders wil, maar gaat er nu van uit dat de VVD in de volgende periode geen 20 zetels heeft in Utrecht.
De heer Işik (PvdA) antwoordt dat hij niet willens en wetens financiële en juridische risico’s gaat nemen. Dat is niet de taak van volksvertegenwoordigers.
De heer Schipper (SP) vindt het bijzonder dat de VVD niet door wil pakken, maar door wil schuiven en vastgoed in bezit wil krijgen, in plaats van het te verpatsen.
Het oorspronkelijke collegevoorstel had de SP met enige moeite kunnen slikken. De vorige keer
kwam er ineens een pop-upfietsenstalling voor een paar dagen in de week. Dit vond de SP geen
goed idee. De heer Van der Graaf van de ChristenUnie had een motie over de mobiliteitshub waar de
Raadsvergadering van 17 juni 2021
40
heer Wijmenga vandaag over sprak. De SP staat hier ook onder en de heer Schipper hoopt dat de wethouder deze toezegging kan doen. Maar ook als dat allemaal niet zou lukken, zal de SP het
collegeplan steunen. De garage is een puist uit het verleden. Er kunnen woningen gebouwd worden, al is het nog de vraag hoeveel. De SP is benieuwd naar het resultaat.
Mevrouw Zwinkels (CDA) kan zich aansluiten bij de oproep van de heer Schipper. Ook het CDA kan zich wel vinden in het voorstel van het college. De fractie is blij dat er verbeteringen zijn
doorgevoerd, onder andere ten aanzien van de lichthinder voor omwonenden. Het CDA vindt het een prima afgewogen en gefaseerde aanpak met een prima termijn. Ook het CDA staat onder de motie over de mobilteitshub, maar vindt een toezegging eveneens prima.
De heer Van Deún (PVV) is altijd heel voorzichtig met het opheffen van parkeerplaatsen. Er zitten aan
dit raadsvoorstel twee kanten. Vrijwel niemand zal ontkennen dat de huidige parkeergarage niet heel mooi is. Aan de andere kant heeft de garage een belangrijke functie. Het college noemt de garage in de stukken nuttig, maar niet noodzakelijk. De PVV heeft een aantal kanttekeningen. Voor
ondernemers heeft het sluiten van de garage negatieve gevolgen. Er zal omzetverlies zijn en zelfs de vitaliteit van de binnenstad komt in het geding. Juist deze garage is op dit moment het alternatief
voor het parkeren van auto’s van bewoners aan de gracht. Slopen in 2028 is dus niet opportuun. De VVD en D66 gaan moties en een amendementen indienen. Deze zal de PVV bestuderen. Het huidige voorstel kan de PVV, mede om wat nu in de geheime stukken staat, niet steunen.
Mevrouw Oosters (Student & Starter) vindt het prettig dat de heer Van Deún nog tussendoor sprak,
omdat de positieve reacties anders wel erg eentonig werden. Ook Student & Starter kan zich namelijk vinden in de voorliggende plannen van het college. Na de onderzoeken over de mogelijkheden voor tijdelijke woningbouw en creatieve invullingen kwam de fractie toch tot de conclusie dat het goed
zou zijn om zo snel mogelijk over te gaan tot sloop en nieuwbouw. Wel hecht de fractie veel waarde aan het opheffen van de plekken op het Janskerkhof en steunt daarom het tijdspad. Mevrouw Oosters is benieuwd naar de beantwoording van de vragen van de ChristenUnie over de mobiliteitshub. Ook Student & Starter ondersteunt graag de eventuele motie.
De heer Van Deún (PVV) stelt dat zijn fractie graag een ander geluid laat horen. Niet voor niets heet het verkiezingsprogramma van de PVV ook "Een ander geluid".
De heer De Pagter (VVD) hoorde dat Student & Starter het belangrijk vindt dat de garage primair een mobiliteitshub wordt. Waarom kiest de fractie dan voor sloop in 2028? Wat zegt Student & Starter tegen die bewoners?
Mevrouw Oosters (Student & Starter) antwoordt dat het gaat om een tijdelijke mobiliteitshub. Daarom staat de fractie wel onder de motie van de ChristenUnie en niet onder het amendement van D66.
Deze parkeergarage is niet houdbaar. Hij moet op een gegeven moment gesloopt worden. Hij is een
doorn in het oog van omwonenden en bezoekers. De gemeente moet met dit tijdspad aan de slag en bekijken of de mobiliteitshub in de tussentijd te realiseren is.
De heer De Pagter (VVD) denkt dat iedereen het erover eens is dat deze garage niet heel mooi is en
op z’n minst gerenoveerd zou moeten worden. Bij nieuwbouw zou er ook voor meer parkeerplaatsen
gekozen kunnen worden, zodat bewoners van andere straten er nog wel kunnen parkeren. Hoe denkt
Raadsvergadering van 17 juni 2021
41
Student & Starter daarover? Mevrouw Oosters (Student & Starter) hoort de heer De Pagter al zijn plannen deels verraden: het
renoveren van de garage. Hier kan Student & Starter het absoluut niet mee eens zijn. De fractie zou er nog liever voor kiezen om een parkeernorm in de min te zetten.
Mevrouw Schilderman (D66) vraagt waarom Student & Starter kiest voor een mobiliteitshub voor bezoekers in plaats van bewoners.
Mevrouw Oosters (Student & Starter) ziet hier mogelijkheden om de 270 plaatsen goed te besteden voor de bewoners. Bezoekers ontmoedigen om hier te parkeren biedt misschien ook nog mogelijkheden.
Mevrouw Schilderman (D66) vraagt, als er minder bewoners kunnen parkeren ten behoeve van bezoekers, waar mevrouw Oosters het verschil uit wil dekken.
Mevrouw Oosters (Student & Starter) gaat nog helemaal niks dekken en heeft nog helemaal niks opgeheven. Ze is het wel met mevrouw Schilderman eens dat het positiever zou zijn als er meer
bewonersplekken zouden zijn. Als dat niet mogelijk blijkt en er meer deelmobiliteit komt, dan is dat
niet zo. Student & Starter heeft meer prioriteit liggen bij het opheffen van de parkeerplaatsen op het Janskerkhof en het creëren van de mobiliteitshub. De bewonersplaatsen komen op de derde plaats. De heer Weistra (GroenLinks) merkt op dat deze parkeergarage midden in het centrum uit dezelfde plannen komt als het dempen van de Singel een aantal decennia geleden. GroenLinks wil hier ook
hetzelfde mee doen: terugdraaien en de stad herstellen voor de inwoners. Er zijn amendementen in
de raad ingediend met als doel de garage langer open te houden en andere amendementen om hem eerder te sluiten. GroenLinks voelt met name met de tweede groep mee, maar is tot de conclusie gekomen dat het voorliggende voorstel een goede middenweg heeft gevonden in het complexe
speelveld van belangen in de stad en de wensen in de raad. Er wordt nu besloten dat het gebied na
2028 herontwikkeld kan worden en teruggegeven kan worden aan de bewoners. Bewoners kunnen er parkeren. Parkeren op straat kan opgeheven worden. Tot 2067 zijn er 250 plaatsen in garages
beschikbaar. Dit geeft financieel en juridisch de minste risico’s. De heer Işik noemde dit een aantal keer. Voor ondernemers is er ook een ruime gewenningsperiode.
Er is een drietal debatten gevoerd. Zoals de ChristenUnie zei, wordt iets soms beter als je het langer laat liggen. Er is goed geluisterd naar wensen in de raad. Zo heeft de raad voldoende inzicht
gekregen dat er voldoende plekken voor bewonersparkeren op acceptabele loopafstand zullen zijn in de tijd, qua fasering. Er is extra ruimte voor fietsparkeren bij gekomen. Er ligt ook nog een aantal
moties waar GroenLinks positief tegenaan kijkt, bijvoorbeeld van de PvdD, maar de fractie wacht nog even de appreciatie van het college af. Als deze grond ingezet kan worden om meer betaalbare
woningen in het centrum te bouwen, is dat erg nodig en zeker in lijn met de Woonvisie. Ook tegen de mobiliteitshub van de ChristenUnie kijkt GroenLinks positief aan. De heer Weistra beseft dat
sommige partijen de garage liever eerder of later zouden willen slopen, maar hij hoopt dat er een meerderheid is voor dit raadsvoorstel. Met besluiteloosheid over deze belangrijke plek in de stad bewijst de raad Utrecht geen dienst.
De heer Diepeveen (wethouder) dankt de leden voor de inbreng. Dit is het vierde debat dat over dit
Raadsvergadering van 17 juni 2021
42
belangrijke onderwerp wordt gevoerd. Hij wil kort resumeren waarom het raadsvoorstel een aantal belangrijke voordelen heeft, die met name in de ingediende amendementen ontbreken. Er is
natuurlijk gekeken naar de totale capaciteit van het parkeren in de binnenstad. Er is ook preciezer gekeken naar de Springweggarage. Er is duidelijk sprake van overcapaciteit. De garage is dus niet
nodig, ook niet voor het bewonersparkeren of het autovrij maken van de grachten. De locatie van de garage is uitermate ongunstig. Autoverkeer dringt diep de binnenstad in en dat is ongewenst. De plek is dus niet goed en minder goed dan sommige andere garages. Langjarig, tot 2069, is
afgesproken dat er 250 bewonersplaatsen zouden zijn. Dat is nogal wat. Dit geeft garantie voor de
lange termijn. Als dit raadsbesluit genomen wordt, zijn er in 2021 al 100 bewonersparkeerplaatsen beschikbaar in de Springweggarage. Dan kan er gelijk begonnen worden. Men is breed van mening dat het autovrij maken van de binnenstad, het Janskerkhof in het bijzonder, uitermate wenselijk is. Dit is goed mogelijk, ook met de loopafstanden.
Het nemen van een besluit over een einddatum heeft tal van voordelen. De stad kan tijdig voorbereid
worden. Iedereen kan eraan wennen. Het is een duidelijk perspectief. Er is nu nog zeven jaar te gaan. In de tussentijd kunnen samen met bewoners en ondernemers goede afspraken maken gemaakt
worden over wat men wil op die plek. Hoe kan van zo’n prachtige plek in de binnenstad weer een nieuw stukje stad gemaakt worden met een boeiendere functie dan parkeren? Er is voldoende
parkeergelegenheid in de stad. Als je er met elkaar minnelijk uitkomt, heb je de garantie dat je de
einddatum haalt. De juridische risico’s zijn weggemasseerd en men kan aan de slag. Dan neemt de
gemeente daadwerkelijk regie. De stad wil over de stad kunnen besluiten. Het voorliggende voorstel helpt daar enorm bij.
De wethouder constateert dat alle drie de amendementen op verschillende manieren al deze
voordelen niet kennen. Dit is voor het college voldoende reden om deze amendementen te ontraden. Het college vindt met name het amendement van de heer De Pagter bestuurlijk onverstandig. De
gemeente heeft te maken met een andere partij. Hier kan niet zomaar overheen gestapt worden. Dit erkent de heer De Pagter ook wel.
Ten aanzien van het amendement van de Partij voor de Dieren merkt de wethouder op dat dit niet de balans vindt. De wethouder begrijpt waar mevrouw Sasbrink naartoe wil. Als het sneller zou kunnen, was hier misschien best wat voor te zeggen. Maar het stellen van een einddatum geeft de
mogelijkheid tot een goede voorbereiding en een positief exploitatieresultaat. Dit draagt ook weer
bij aan het autovrij maken van de grachten. De gemeente heeft niet alleen de plekken te pakken na het tekenen van de vaststellingsovereenkomst, maar heeft over een aantal jaar ook een positief
exploitatieresultaat. Dit wil de gemeente aanwenden om het autovrij maken van de binnenstad een
stukje vooruit te helpen. De plekken zijn immers niet het probleem. Er zijn plekken zat. De afspraak voor de 250 plekken is er tot 2069. De financiën zijn des te meer het probleem. Daarom is het voorstel van het college aan de raad bijzonder helpend.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) hoort de wethouder zeggen dat dit nodig is om auto’s de binnenstad te krijgen, maar ze moeten, of ze nou op de Oudegracht staan of in de Springweggarage, toch nog steeds de stad in rijden?
De heer Diepeveen (wethouder) bevestigt dit. Hij wil kijken naar motie 133 van mevrouw Sasbrink. De 100 bewonersplekken helpen natuurlijk. Dit betekent minder bezoekersparkeren en dat is
wenselijk. De aanrijroute wordt daarmee een stukje stiller, maar nog niet voldoende. In de motie
wordt het college gevraagd een aantal alternatieven te onderzoeken. De wethouder kijkt hier positief naar. Het is goed om daar een inspanning op te doen. Hij zal dat graag oppakken, maar wil dan ook
Raadsvergadering van 17 juni 2021
43
de eventuele financiële gevolgen in kaart brengen. Die moeten tegen elkaar afgezet worden. Hij wil hier royaal voor de gemeentelijke exploitatie op terugkomen, zodat de raad het goede beeld heeft.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) vraagt hoeveel "ruim daarvoor" is. Ze beseft dat ze zelf ook in haar motie geen datum voor terugkoppeling heeft gezet, maar wil hier toch graag iets over afspreken.
De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat de gemeentelijke exploitatie in het voorstel in mei
2024 start. Hij denkt dat "ruim daarvoor" in ieder geval een jaar daarvoor is. Het college zal het dus uiterlijk mei 2023 klip-en-klaar op tafel hebben liggen.
De voorzitter vraagt of deze toezegging betekent dat hij de motie overneemt of positief adviseert. De heer Diepeveen (wethouder) wil de motie overnemen, maar stelt dat het aan mevrouw Sasbrink is hoe zij daar verder mee om wil gaan.
Motie 134 lijkt de wethouder een oproep tot creativiteit om in deze stenige omgeving ook in de
tussentijd al tot meer groen te komen. Een aangedragen mogelijkheid is om ter plekke substantieel
groen aan te brengen, bijvoorbeeld in potten. Het kan opgekweekt worden, waarna diezelfde bomen
hun plek krijgen in dat gebied. Nu bomen planten in de volle grond is geen goed idee, omdat er nog plannen voor de invulling gemaakt moeten worden. De wethouder kan motie 134 dus overnemen. De Partij van de Arbeid had het over 40-40-20. Hier gaat het niet voor het eerst over. Het college heeft een Woonvisie. Hierin staan visies voor de middellange termijn: 35% sociaal, 25%
middensegment. De heer Işik had het over middenhuur. Het college spreekt in de Woonvisie over middensegment. Dit kan ook betaalbare koop zijn. Dit is bewust gedaan. Het college heeft ook
gezegd hier binnen wijken preciezer naar te kijken. In de Woonvisie zit de beweegrichting: zowel sociaal als middensegment moet in de binnenstad echt omhoog. De heer Weistra zei dat het
substantieel omhoog moet. De wethouder denkt dat echt gezegd kan worden dat het stevig omhoog
moet. Het gebeurt niet zo vaak dat men in de binnenstad in een gemeentelijke grondpositie zit. Door het voorliggende besluit kan de gemeentelijke grondpositie gegarandeerd worden en kunnen er richting 2028 prachtige plannen gemaakt worden. In de raadsbrief van 18 mei stond al dat de opstalvergoeding, de gecorrigeerde vervangingswaarde, dankzij de vierjarige gemeentelijke
exploitatie naar nul gebracht kan worden en dat daardoor een grex gestart kan worden vanuit een schone lei. Ook dat is heel bevorderlijk voor de ambities om betaalbaar wonen, juist in de
binnenstad, juist op gemeentelijke grondposities, een flinke zwieper te geven. Daarbij pint het
college zich niet vast op percentages. Dat zou op dit moment niet verstandig zijn. Het is ook nog te
ver in de tijd. Als men elkaar kan vinden, waarom zou men dat dan niet uitspreken? Het college gaat voor een plan waarin dat fors omhooggaat. In de raadsbrief van 18 mei is verwoord dat de realisatie
van een gemengd programma met een stevig component sociale woningbouw heel goed mogelijk is op deze plek.
De heer Işik (PvdA) hoort de wethouder "substantieel" zeggen. Dat is dus heel veel. De heer Diepeveen (wethouder) stelt dat hij "stevig" zei. De heer Weistra had het over "substantieel". De heer Işik (PvdA) hoorde de wethouder tegelijkertijd erkennen dat hij niet zo vaak de grondpositie heeft. Nu is er een uitgelezen kans en de heer Işik roept de wethouder op om deze te pakken. De
ambitie kan waargemaakt worden. Als het college zijn motie overneemt, ligt er straks een fantastisch
Raadsvergadering van 17 juni 2021
44
plan. De heer Diepeveen (wethouder) zou juist de heer Işik willen oproepen om die kans te pakken. Dat
kan door in te stemmen met dit raadsvoorstel. Dan heeft de gemeente het perspectief om in 2028 op een gemeentelijke grondpositie een prachtig stukje binnenstad toe te voegen met betaalbaar wonen. De heer Işik (PvdA) wil de kans pakken, maar het college gaat door met de verkoop van sociale
huurwoningen in de binnenstad. De aantallen nemen dus af. Hier kan de wethouder eerlijk over zijn. De heer Işik wil graag het voorstel steunen, maar dan moet de wethouder wel de kans grijpen om gebruik te maken van de grondpositie die de gemeente straks heeft.
De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat de gemeente natuurlijk haar kans zal pakken. Vorige
week is er een goed debat gevoerd over de prestatieafspraken. Daar heeft men geconstateerd dat de verkoop van sociale huurwoningen in de binnenstad on hold is gezet door de corporaties. De heer
Işik heeft dit ook niet weersproken. De gemeente is dus echt stevig bezig met de goede dingen. Dat zijn ook de dingen die de heer Işik wil. Hij kan dus zijn kans pakken. De wethouder is ervan overtuigd dat men samen echt ergens kan komen.
De heer Işik (PvdA) heeft een punt van orde. Hij wil van de wethouder weten wat die met zijn motie doet.
De heer Diepeveen (wethouder) heeft de heer Işik aangemoedigd in te zetten op een stevig
percentage, meer dan 35-25, maar met de percentages die de heer Işik in de motie noemt kan hij
natuurlijk niet uit de voeten. De wethouder daagt hem uit tot een formulering te komen die wel kan. De heer Wijmenga, bijgevallen door velen, vroeg een tijdelijke hub. Er is een stap gezet met het
fietsparkeren en de deelautoplekken, maar de heer Wijmenga roept op om creatief te kijken naar wat er verder nog kan. De wethouder zegt graag toe dit te gaan doen. De wethouder vat de oproep ook
op als dat de heer Wijmenga oproept om in gesprek te gaan met de huidige eigenaar om te bekijken of dit naar voren getrokken kan worden. Dit vindt de wethouder een goede suggestie. Dit komt
overeen met wat mevrouw Zwinkels inbracht met betrekking tot de lichthinder. Ook daarover is met de huidige eigenaar gesproken dat dit niet hoeft te wachten op de gemeentelijke exploitatie. Zo wil de wethouder ook dit benaderen.
De heer Işik (PvdA) vraagt om een korte schorsing. De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan de heer Işik. De heer Işik (PvdA) trekt zijn eerder ingediende motie in. Hiervoor in de plaats dient hij motie 136 (Springweggarage gaat weg, straks substantieel meer sociale huur en midden categorie) in. Hierin wordt het college opgedragen bij de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het gebied na de
sloop van de Springweggarage alles op alles te zetten voor betaalbare woningbouw met substantieel meer dan het stadsbrede gemiddelde dat in de Woonvisie wordt genoemd, zodat een compensatie
plaatsvindt van de verkochte sociale huurwoningen in de binnenstad en dat er een goede mix in de wijk ontstaat.
Raadsvergadering van 17 juni 2021
45
De heer De Pagter (VVD) hoorde dat de wethouder zijn voorstel bestuurlijk onverstandig zou vinden. Daar wil de VVD zich verre van werpen. Het amendement is juist verstandig, omdat de gemeente
haar bestuurlijke rol zuiver houdt. Het collegevoorstel is juist bestuurlijk onverstandig, omdat er een afspraak wordt gemaakt die tegen het bestaande bestemmingsplan ingaat onder druk van Klépierre.
De heer Schipper zag een omgekeerde wereld. Dit herkent de heer De Pagter. Het lijkt erop dat de SP voor een deal met Klépierre gaat stemmen. Mocht het amendement van de VVD niet gesteund worden, zal de fractie van de VVD tegen het raadsvoorstel stemmen.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) hoorde dat de wethouder met betrekking tot motie 133 zei twee jaar te
nemen voor onderzoek naar alternatieven en het onaantrekkelijk maken. Volgens de Partij voor de Dieren draagt het onbetaalbaar en onvindbaar maken van de garage bij aan een fijnere omgeving. Mevrouw Sasbrink kijkt uit naar het plan van de wethouder en dankt hem voor de toezegging. Ze trekt motie 133 in.
Met betrekking tot motie 134 schudde de wethouder net al een creatieve groene maatregel uit zijn mouw. Mevrouw Sasbrink heeft er vertrouwen dat het overnemen van deze motie tot een mooi resultaat leidt. Ook motie 134 trekt mevrouw Sasbrink in.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) dankt de wethouder voor de mooie toezegging. Hij houdt zijn motie in de tas, ook al had hij hier al veel steun voor van collega’s, waarvoor hij hen dankt.
De heer Diepeveen (wethouder) kan de motie van de PvdA overnemen. In de richting van de heer De
Pagter merkt hij op dat het niet opschiet als zij elkaar bestuurlijke onverstandigheid in de schoenen schuiven. De discussie is goed gevoerd. De wethouder stelt dat het voorstel van het college erop gericht is de regie in handen te pakken en denkt dat dit zal lukken met steun van de raad.
De heer El Abassi (DENK) hoort twee vage begrippen: "substantieel" en "stadsgemiddelde". Kan de wethouder deze in een percentage uitdrukken?
De heer Diepeveen (wethouder) antwoordt dat het stedelijk gemiddelde waar het college op de middellange termijn naar streeft 35% sociaal is en 25% middensegment. Substantieel meer is substantieel meer en de Woonvisie is de Woonvisie. Dit is een goede richting.
De voorzitter vraagt aan de heer Işik of hij zijn motie handhaaft en zo ja, of deze weer als eerste in stemming moet worden gebracht.
De heer Işik (PvdA) antwoordt dat de wethouder duidelijk heeft aangegeven dat hij de motie overneemt. Substantieel meer betekent meer dan 35% sociale huur en meer dan 25% middensegment. De heer Işik trekt motie 136 in.
De voorzitter sluit de beraadslaging over het voorstel. De stemmingen over de amendementen en het voorstel zullen plaatsvinden in de digitale stemagenda. De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde.
Raadsvergadering van 17 juni 2021
46
14. Regeling risicovolle projecten. De heer Gilissen (VVD) vindt de regeling risicovolle projecten een goede regeling en wil ermee aan de slag. Hij heeft één amendement om het voorstel nog iets beter te maken. Dat gaat over het moment van toezenden van de voortgangsrapportages. In het voorstel zijn ze één document waarin ze zijn gebundeld. Dit vindt de VVD een goed idee, maar het moment waarop, namelijk met de eerste en tweede bestuursrapportage, vindt de fractie niet zo verstandig. Dan verzuipen de rapportages
namelijk in tijden waarin het al behoorlijk druk is. Daarom dient de heer Gilissen amendement 57 (Koppel de voortgangsrapportages los van de P&C-cyclus) in, mede namens de fractie van de SP.
Hierin wordt besloten dat het moment van toezenden van de rapportages onderwerp van gesprek is met de raad. Dit moet in goed overleg met het college gebeuren, omdat het ook wat van de
organisatie vraagt. Het is in elk geval geen goed idee om ze samen met de bestuursrapportages toe te zenden.
De heer Van der Zweth (PvdA) vindt het een goed voorstel en dankt het college voor de strekt ter vervanging. De PvdA had in de commissie gevraagd of de regeling bij kwetsbare bewoners die
afhankelijk zijn van de overheid net iets sneller toegepast zou kunnen worden. Dit zou mogelijk in
het afwegingskader terugkomen. Dit heeft de wethouder niet gedaan. De PvdA-fractie is benieuwd waarom niet en vraagt de wethouder of zij toch toe kan zeggen hier specifiek aandacht voor te hebben.
Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft nog één aanvullend punt. Het CDA vindt het belangrijk dat het
oorspronkelijk projectteam goed betrokken is en eigenaar blijft en hoort hier graag een toezegging op van de wethouder. De fractie vindt dat de kosten niet automatisch bij het projectteam moeten landen, maar dat dit in overleg gaat. Hierom Mevrouw dient mevrouw Zwinkels amendement 58 (Maak de regeling aantrekkelijk in plaats van een kostenpost) in.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) stelt dat in de voorbereidingsgroep is besproken waar de kosten
landen. Toen kwam men uiteindelijk tot de conclusie dat het linksom of rechtsom de gemeente zou zijn die de kosten moest betalen. Rapporteren over het project hoort ook bij het project. Wat voegt
dit amendement toe? De kosten moeten immers ergens terechtkomen. Het is logischer om dit bij het grote project te doen in plaats van te schrapen op de gemeentebegroting.
Mevrouw Zwinkels (CDA) antwoordt dat het in eerste instantie vestzak, broekzak lijkt, maar dat is het absoluut niet. Het is belangrijk dat dit serieus genomen wordt. De regeling risicovolle projecten is er met een aanleiding. Het CDA is blij met het onderzoek dat de Rekenkamer heeft uitgevoerd. Het is matig dat dit ongedekt naar de raad toe gaat en dat de projecten dit in hun eigen budget maar op
moeten lossen. Projecten weten aan het begin vaak niet eens dat ze een risicovol project worden. Dit gebeurt vaak pas gaandeweg. De regeling moet aantrekkelijk gemaakt worden. Er mag geen
financiële barrière zijn om de risico’s aan te kaarten. Mevrouw Zwinkels zou het logisch vinden als een projectleider hierin wordt geholpen. Zo wordt de verantwoordelijkheid gedeeld binnen de gemeentelijke organisatie. De oproep is om de 4.500 ambtenaren hierin ook te steunen.
Mevrouw Klein (wethouder) begint met de vraag van de PvdA. In de commissie heeft zij inderdaad
gesteld dat de impact op de samenleving een belangrijk criterium is. Zij zegt graag toe dat ze aan
Raadsvergadering van 17 juni 2021
47
het interne afwegingskader de positie van kwetsbare bewoners toevoegt.
In amendement 57, van de VVD, staat dat het een afzonderlijk document is. Dit is inderdaad in de
strekt ter vervanging opgenomen. Er staat ook dat het moment van toezending in overleg zou gaan.
De wethouder wil hier graag bij zeggen dat vooral het moment van behandeling belangrijk is voor de raad. Als de toezending op een ander moment gebeurt dan de eerste en tweede bestuursrapportage, dan is dat een extra belasting voor de organisatie. Het is een stuk efficiënter om die momenten wel te koppelen. De wethouder kan zich echter voorstellen dat deze rapportages eerder of later dan de
cyclusdocumenten worden besproken. De wethouder voegt een technisch punt toe. In artikel 8, lid 1 van de regeling staat het tegenovergestelde van wat hier wordt voorgesteld. Hier zou dan ook goed naar gekeken moeten worden.
De heer Schipper (SP) begrijpt het argument ten aanzien van de belasting van de organisatie, maar je kunt zaken, als je deze eerder bekijkt wanneer daar aanleiding toe is, bij de eerstvolgende P&Ccyclus bijsturen. Nu ben je zo weer een halfjaar verder.
Mevrouw Klein (wethouder) antwoordt dat het college zaken eerder meldt wanneer daar aanleiding
toe is. Dit is sowieso georganiseerd in deze regeling. De gedachte van dit amendement is vooral dat het de aandacht krijgt en de mensen de rust en de tijd hebben om er goed naar te kijken. De
oplossing zou kunnen zijn door het niet op dezelfde avond te behandelen als de andere stukken. De heer Van Corler (GroenLinks) twijfelt of hij voor of tegen dit amendement is. Hij voelt mee met het argument dat deze rapportages kunnen verzuipen in de drukke tijd. Vervolgens kan het alleen naar
achter worden geschoven. Dan is het de vraag of de raad nog op tijd op tijd is om relevant over deze projecten te schrijven, omdat die projecten dan al verder op streek zijn.
Mevrouw Klein (wethouder) heeft deze vragen besproken. Rustige momenten ziet zij niet in de raadsagenda. Waarnaartoe kan uitgeweken worden? Het zou net wat eerder kunnen. Niet alle
projecten hoeven op dezelfde dag behandeld te worden. De wijze van agenderen zou wat lucht
kunnen geven. De wethouder zou er wel voor kiezen om het toezenden tegelijk te doen met de eerste en tweede bestuursrapportage. Het zou minder efficiënt zijn om dat anders te doen.
Het CDA had gevraagd of het projectteam eigenaar blijft. Dat is uiteraard zo. Met betrekking tot het amendement zegt de wethouder dat het, juist omdat het belangrijk is dat het projectteam zich eigenaar voelt, belangrijk is dat het er zelf voor zorgt dat het over het geheel blijft gaan. De
wethouder wil het amendement dan ook ontraden. Bij de overwegingen wordt de indruk gewekt dat de projecteigenaren zelf beslissen of het al dan niet onder de regeling valt, maar de raad beslist
hierover. De wethouder doet op advies van de concerncontroller een voorstel aan de raad. De raad
kan ook zelf projecten aanwijzen op basis van de vastgestelde criteria. Die projectbeheersing is een verantwoordelijkheid van het project. Juist vanwege het eigenaarschap wil de gemeente de kosten daar houden. Als de projectbeheersing op orde is, kost het weinig moeite om aan de regeling
risicovolle projecten te voldoen. De wethouder ziet hier geen negatieve prikkel in. Men meldt zichzelf niet aan.
De heer Gilissen (VVD) wil toelichten dat het op te lossen is door de voortgangsrapportages vier of
vijf weken voor de bestuursrapportages naar de raad te zenden. Zo kan het goed besproken worden en krijgen ze de aparte positie die het nodig heeft. Dit kan, omdat de raad bij de raadstoets ook al
een aantal weken van tevoren inzicht kan krijgen. Iedereen is ermee gediend als de rapportages een
Raadsvergadering van 17 juni 2021
48
aantal weken eerder worden verstuurd. Dit amendement maakt dat mogelijk. Het zegt niet dat het per se dan moet, maar geeft de flexibiliteit om dit in goed overleg met het college te doen.
Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt dat er nu wel heel makkelijk over haar amendement heen wordt
gestapt. Is de wethouder het niet met haar eens dat het raar is, nadat er zo’n groot onderzoek is
geweest en er zo’n grote regeling komt, dat er geen financiële dekking is? De projecten moeten het maar uitzoeken en oplossen. Kan de wethouder niet toezeggen dat er binnen de gemeentelijke
organisatie een gesprek wordt gestart over het verdelen van de kosten op een wat schappelijkere manier?
De heer Wijmenga (ChristenUnie) merkt op dat in de presentaties die de voorbereidende groep heeft
gehad door het college is aangegeven dat de kosten van het rapporteren voor een projectorganisatie opwegen tegen de winst die behaald wordt doordat efficiënter wordt gerapporteerd en risico’s beter in zicht zijn. De inschatting was dat het min of meer op nul zou uitkomen.
Mevrouw Klein (wethouder) wil de indruk wegnemen dat dit evenveel zou kosten als het project zelf.
Dat is niet het geval. Als de projectbeheersing goed wordt georganiseerd, zijn er amper extra kosten. De wethouder blijft bij wat ze gezegd heeft en wat de heer Wijmenga zojuist zei.
De heer Gilissen vroeg of de voortgangsrapportages vier weken eerder verstuurd kunnen worden. De wethouder is bereid om daar haar best voor te doen, maar dit staat niet in het amendement. Daar wordt gesproken over goed overleg. Bij de tweede bestuursrapportage is het lastig, gelet op de zomerperiode. Bij de eerste bestuursrapportage is het eenvoudiger te organiseren. Bij de
eerstvolgende rapportage is het nog niet mogelijk. De wethouder wil geen dingen toezeggen die vervolgens niet lukken. Zij ontraadt amendement 57.
De heer Van Corler (GroenLinks) constateert dat men gezamenlijk probeert een goede regeling vorm
te geven. Het zou logisch zijn als de adviescommissie controle en financiën hierin een rol zal spelen. De wethouder zei in goed overleg te willen kijken of er een moment is om het eerder voor elkaar te krijgen. Als de wethouder die toezegging doet, zou de heer Van Corler het raadsvoorstel nu willen
laten zoals het is en gaandeweg willen bekijken of dit de oplossing is. Als hier voldoende ruimte in zit, ziet GroenLinks zich genoodzaakt mee te gaan in het amendement.
Mevrouw Klein (wethouder) wil graag proberen om met elkaar te kijken of het lukt om de voortgangsrapportages enkele weken eerder toe te sturen, in ieder geval voor de eerste
bestuursrapportage, maar dan moet wel wat in artikel 8 staat in ogenschouw worden genomen. De voorzitter sluit de beraadslaging. De stemmingen over de amendementen en het voorstel zullen plaatsvinden in de digitale stemagenda.
De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde. 3.
Actuele moties Actuele motie 110. Eerst een echte oplossing voor Overvecht-Noord.
Raadsvergadering van 17 juni 2021
49
De heer Van Steeg (CDA) stelt dat de verhuizing naar en de verbouwing van sportpark Overvecht-
Noord in volle gang is, maar in de raad moet over een aantal weken nog gesproken worden over het nieuwe plan. Om te voorkomen dat alles al in kannen en kruiken is, dient de heer Van Steeg motie 110 (Eerst een echte oplossing voor Overvecht-Noord) in, mede namens de fracties van PvdA,
Student & Starter, VVD, SP, Stadsbelang Utrecht en PVV. Hierin wordt het college opgeroepen geen onomkeerbare stappen te nemen en daar eerst over te spreken in de raad.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) merkt op dat FC Utrecht vandaag heeft laten weten dat het enorme consequenties voor de bedrijfsvoering heeft van FC Utrecht als deze motie wordt aangenomen. Het werd heel stevig geformuleerd. Hoe zien de indieners van deze motie dit?
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat verenigingen al heel lang wachten op duidelijkheid over hun toekomst. Die is er nu niet en dit vindt de heer Van Steeg het belangrijkst. Natuurlijk moet er ook
gekeken worden naar de afspraken die er liggen tussen de gemeente en FC Utrecht, maar de raad moet ook over een plan kunnen spreken voordat het plan al is uitgevoerd.
Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) stelt dat iedereen het dossier goed kent. Vorig jaar is
afgesproken dat hier een plek moet komen voor verschillende verenigingen. De heer Wijmenga wil
niet dat er onomkeerbare stappen gezet worden. Maar kan URV op dit moment wachten? Die heeft op het moment ook een probleem.
De heer Van Steeg (CDA) vindt vooral dat de raad hierover moet kunnen praten. Vorig jaar was de
situatie nog totaal anders. Pas nu ligt er een plan waarover gesproken kan worden. Het is niet meer
dan normaal dat de raad hier eerst een uitspraak over doet. Het past eigenlijk niet op het sportpark en is dus eigenlijk niet uitvoerbaar.
De heer Van Ooijen (wethouder) wil de motie in twee delen uiteenrafelen. Allereerst komt hij op FC
Utrecht en daarna op URV. Dit zijn de nieuwkomers op sportpark Overvecht-Noord. De vergunning is al een tijdje geleden aan FC Utrecht verstrekt. De rechter heeft een voorlopige voorziening
afgewezen. Vandaag is ook het bezwaarschrift voor de vergunning van FC Utrecht afgewezen. Er zijn daar dus al besluiten genomen. FC Utrecht heeft zich daar ook over uitgelaten in een brief aan de raad. Er wordt nu dus een onuitvoerbare vraag gesteld door dit deel als onomkeerbaar te
beschouwen. De verhuizing van URV staat zeer binnenkort gepland. Direct daarna staan er
werkzaamheden op Zuilense Vecht gepland. Hierbij gaat het om asbest, gasafsluiting, elektra en
sloopwerkzaamheden. Als URV later vertrekt van Zuilen, zal dit onvermijdelijk vertraging op Zuilense Vecht betekenen en zullen de kosten oplopen. De wethouder erkent wel dat de tijdelijke situatie om aandacht vraagt. Hierom zegt hij de raad toe dat hij voor de raadscommissie op 1 juli met een brief of memo komt over hoe de gemeente met die tijdelijke situatie om wil gaan.
De heer Schipper (SP) heeft een punt van orde. Wat de wethouder aangeeft geeft misschien aanleiding om de motie aan te houden of er anderszins mee om te gaan.
De voorzitter constateert dat de indieners hier later over zullen overleggen. De voorzitter sluit de beraadslaging. De stemming over de actuele motie zal plaatsvinden in de
Raadsvergadering van 17 juni 2021
50
digitale stemagenda. Actuele motie 111. Maak het effect op vrouwen zichtbaar. Mevrouw Podt (D66) maakte in de commissie, toen daar over de positie van vrouwen en meisjes werd gesproken, een punt over de genderdatakloof: het gegeven dat veel data, economisch, sociaal,
medisch, gebaseerd is op mannen of gemiddelden en dat vrouwen daarmee benadeeld worden. Effecten van beleid zijn soms verschillend voor mannen en vrouwen. In het buitenland laat
onderzoek zien dat dit soms ook geldt voor beleidsterreinen waar je dat in eerste instantie misschien niet verwacht. Om te zorgen dat er in de toekomst ook met die blik gekeken wordt, dient mevrouw Podt motie 111 (Maak het effect op vrouwen zichtbaar) in, mede namens de fracties van PvdA en
GroenLinks. Hierin wordt het college opgedragen naast de uitsplitsing van onderzoeksdata op sport en inburgering minimaal één onderwerp binnen de portefeuilles Mobiliteit of Openbare Ruimte te kiezen waarop de komende tijd een uitsplitsing naar gender zal plaatsvinden en hierover te
rapporteren in de brief die dit najaar over dit onderwerp met de gemeenteraad wordt gedeeld. Mevrouw Voortman (wethouder) dankt mevrouw Podt voor haar motie, omdat zij het punt nu beter begrijpt. Zonder al te veel uit te wijden wil de wethouder het volgende voorstellen. Het college zal
kijken of dit ook bij Mobiliteit kan. Ze heeft het al toegezegd bij Sport en Inburgering. Het college zal de afweging maken of het dit wenselijk vindt, want de wethouder wil het graag met haar collega’s bespreken. Natuurlijk zal zij hierover rapporteren. Zij had gezegd dit in het najaar te doen en zal
proberen het zo snel mogelijk te doen, zodat mevrouw Podt, als zij het niet goed genoeg vindt, nog iets kan doen.
Mevrouw Podt (D66) trekt op basis van deze toezegging de motie in. De voorzitter sluit de beraadslaging over de motie. Daarop sluit de voorzitter, te 21.24 uur, de vergadering.
{{Si{{Signer1}}
{{Signer2}}
gner1}}
{{Signer2}}
Raadsvergadering van 17 juni 2021
51
Lijst van toezeggingen, gedaan in de raadsvergadering van 17 juni 2021.
Raadsvoorstel Utrechtse sportagenda.
Wethouder Van Ooijen
zal voor de volgende voorjaarsnota terugkoppelen wat er is gedaan met de aanbevelingen uit het onderzoek uit 2018 over de sportdeelname van vrouwen met een migratieachtergrond.
Raadsvoorstel Stedenbouwkundig Plan hoogbouwkavel Leidsche Rijn Centrum Noord.
Wethouder Verschuure
zal bij het bestemmingsplan nader ingaan op het aantal gehandicaptenparkeerplaatsen en plaatsen voor andere vormen van vervoer.
zal de raad bij het vrijgeven van het bestemmingsplan en voor de inspraak informeren hoe het parkeerprobleem wordt opgelost.
zal laten onderzoeken tot op welke hoogte verticaal groen mogelijk is.
zal de mogelijkheden voor sporten op de daken bekijken.
Raadsvergadering van 17 juni 2021
zal de maatregelen in het kader van geluid, lucht, duurzaamheid en ontmoeting borgen in het bestemmingsplan.
Regeling risicovolle projecten.
Wethouder Klein
zal aan het interne afwegingskader de positie van kwetsbare bewoners toevoegen.
wil graag bekijken of het lukt om de voortgangsrapportages enkele weken eerder toe te sturen, in ieder geval voor de eerste bestuursrapportage, met inachtneming van artikel 8.
Actuele motie 110. Eerst een echte oplossing voor Overvecht-Noord.
Wethouder Van Ooijen
zal voor de raadscommissie op 1 juli met een brief of memo komen over hoe de gemeente met de tijdelijke situatie om wil gaan.
52
Raadsvergadering van 17 juni 2021 Actuele motie 111. Maak het effect op vrouwen zichtbaar.
Wethouder Voortman
zal bekijken of het gevraagde in motie 111 ook bij de portefeuille mobiliteit mogelijk is en daarover zo snel mogelijk bij de raad terugkomen.
53
Raadsvergadering van 17 juni 2021
54
INHOUD 1.
Opening van de vergadering
Pag.
1
2.
Vaststelling agenda
Pag.
1
4.
Benoemen drie plaatsvervangend voorzitters raadscommissie
Pag.
1
5.
Raadsvoorstel Zienswijze VRU voorlopige jaarstukken 2020
Pag.
1
6.
Raadsvoorstel zienswijze VRU-ontwerpbegroting 2022 en geactualiseerde begroting 2021
Pag.
1
7.
Aanbieding Initiatiefvoorstel Utrechtse Wooncoöperaties
Pag.
2
8.
Debat bevindingen van de Tijdelijke Commissie Uitvoeringsorganisaties (TCU) in het rapport "Klem tussen balie en beleid"
Pag.
2
Raadsvoorstel Pilot en structurele aanpak prikkelarme opvang
Pag.
8
wijzigingsbesluit Mandaatregeling
Pag.
8
11. Raadsvoorstel Utrechtse Sportagenda
Pag.
10
Pag.
25
In memoriam de heer Watze de Boer, oud-voorzitter Rekenkamer
Pag.
34
13. Toekomst parkeergarage Springweg
Pag.
35
14. Regeling risicovolle projecten; afwegingskader voor ijking van projecten
Pag.
45
3.
Pag.
48
9.
10. Raadsvoorstel verordening burgeragendering en burgerinitiatief en
12. Raadsvoorstel Stedenbouwkundig Plan hoogbouwkavel Leidsche Rijn Centrum Noord
Actuele moties