CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

1 - PlanMER Energievisie Utrecht

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Beleidsnota Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht27.520 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Tabel 37

0 0 0 0 0 0 -

-------0

0 0 0 0 --

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

0 -

0 0 0 0 --

-0 -0 0 --

De berekende aantallen nieuwbouwwoningen binnen de contouren kunnen niet opgeteld worden bij de huidige woningbouw. Het planMER is een momentopname ten tijde van het uitvoeren van het onderzoek. Bestaande bouw en nieuwbouw kunnen niet goed met elkaar worden vergeleken. Er zijn grote verschillen in de projectfase van de nieuwbouwprojecten en daarmee ook in (on)zekerheid van de verschillende projecten. Vanwege de grote onderlinge verschillen in de nieuwbouwprojecten zou dit geen realistisch beeld opleveren als we deze zouden optellen met de bestaande bouw. Vanwege deze redenen is er gekozen om een aparte scoretabel in het MER op te nemen die effecten van de windturbines op de nieuwbouwwoningen in de zoekgebieden onderling vergelijkt. Dit wordt gedaan met dezelfde beoordelingscriteria maar andere scoreklassen dan bij de bestaande woningbouw. Bij het hanteren van de oorspronkelijke scorecriteria zouden nagenoeg alle zoekgebieden een '0' scoren. Hierdoor wordt er geen beslisinformatie aangereikt en is de vergelijking tussen zoekgebieden niet mogelijk. Op basis van de scoretabel en de berekende aantallen nieuwbouwwoningen scoren de zoekgebieden als volgt op het milieuthema Geluid:

Windenergie

USP

Voordorpse Veld

Noorderpark

Ockhuizen

Haarzuilens

Dorpeldijk

Gevoelige objecten met ≥50 dB Lden Gevoelige objecten met ≥44 dB Lden Gevoelige objecten met ≥37 dB Lden Gevoelige objecten met ≥50 dB Lden per GWh Gevoelige objecten met ≥44 dB Lden per GWh Gevoelige objecten met ≥37 dB Lden per GWh Absolute toename van ernstig gehinderden Toename van ernstig gehinderden in %

Lage Weide

Beoordeling nieuwbouwwoningen geluid Rijnenburg & Reijerscop

Tabel 38

0 0 0 0 0 0 0 0

0 --0 --0

0 -0 0 ----

0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 -

0 0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 --

0 0 0 0 0 0 0 --

66

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht

3.3.5

Optimalisatiemogelijkheden De gebruikte 37, 44 en 50 dB Lden contouren zijn geen normen met een wettelijke basis, maar zijn gebruikt om de geluidseffecten in kaart te brengen. Hieronder is op basis van expert judgement aangegeven of verwacht wordt of de zoekgebieden op het aspect geluid ontwikkelbaar zijn. Omdat er op dit moment geen landelijke geluidsnormen zijn, is hier op dit moment niet aan te toetsen. De verwachting is dat vanaf 1 juli 2025 er nieuwe normen van kracht zijn, deze zijn toegelicht in paragraaf 7.6.3.1. Per project kan dan beschouwd worden of het daadwerkelijk mogelijk is om aan de normen te voldoen. Zoekgebied Lage Weide scoort slecht voor geluid vanwege het grote aantal bestaande woningen met een hoge geluidsbelasting. Enerzijds komt dit door 26 woningen die liggen binnen de geluidszone van Lage Weide. Deze woningen hebben op dit moment een hogere waarde voor de maximaal toegestane geluidsbelasting. Anderzijds komt dit door de woonwijken in Zuilen die op 400 meter afstand liggen van het zoekgebied voor windenergie. De betreffende woningen kunnen ontzien worden door het aantal windturbines in het zoekgebied te verlagen en met de locatie van de windturbines te schuiven. De score gaat dan naar “- “. Een andere optie is om een hogere waarde voor enkele kritische woningen dichtbij de windturbines te accepteren.

Dit is nu ook het geval voor de 26 woningen die binnen de geluidszone van het industriegebied liggen. Zoekgebied Dorpeldijk scoort oranje voor geluid vanwege 14 woningen binnen 400 meter van het zoekgebied. Er zijn binnen het zoekgebied geen mogelijkheden om de windturbines zo te verschuiven dat deze woningen ontzien worden. Het aantal woningen is te groot om op een verantwoorde manier een hogere geluidbelasting toe te staan. Het betrekken van enkele woningen tot de inrichting van het mogelijke windpark kan er voor zorgen dat bij deze woningen niet voldaan hoeft te worden aan geluidsnormen. Zelfs als bij een handvol woningen de functionele binding wordt aangetoond is de ontwikkeling van een windpark twijfelachtig op de locatie. Bij de overige zoekgebieden is het mogelijk om de woningen die 50 dB of meer ontvangen te ontzien door windturbines te schrappen en/of te verplaatsen. De zoekgebieden Utrecht Science Park en Haarzuilens scoren oranje voor geluid omdat de relatieve toename van de gezondheidseffectscore hoog is. Dat betekent dat er relatief veel geluid bij komt ten opzichte van de huidige geluidbelasting. In Utrecht Science Park geldt dat met name voor windturbines in het oosten en minder voor de windturbine langs de A28. In Haarzuilens geldt dat met name voor het zuidelijk deel van het zoekgebied.

De enige manier om deze scores naar geel te krijgen is door vermindering van het aantal windturbines. Hier is ruimte voor. Tevens is er wettelijk gezien geen norm voor toename van het aantal ernstig gehinderden. Het accepteren van een aanzienlijke toename door het bevoegd gezag vermindert het effect mogelijk, maar verhindert doorgang van het eventuele windpark niet. Geen van de zoekgebieden kent nieuwbouwwoningen binnen de 50 dB Lden contour. De plaatsing van windturbines kan bij zoekgebieden zoals Lage Weide en USP

Windenergie

67

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht wel leiden tot grote mate van hinder bij woningen die verderop liggen, maar deze hinder is geen directe belemmering voor de ontwikkeling. Door geluid reducerende maatregelen (het draaien van de wieken bij harde wind) en stilstandvoorzieningen kan het geluid tot beneden nog vast te stellen normen gebracht worden. Deze normen worden opgenomen in het omgevingsplan. Dit leidt echter tot een verminderde energieopbrengst. Deze maatregelen kunnen dus niet onbeperkt ingezet worden.

3.4

Slagschaduw Zoals in de NRD is aangegeven wordt het thema slagschaduw gekoppeld aan de beoordeling van het thema geluid. Slagschaduw is weliswaar tot op grotere afstand waarneembaar, maar door de eenvoud van mitigatie wordt het milieueffect in de praktijk tot een minimum beperkt. Daarom is er in dit onderzoek gekozen om de beoordeling van slagschaduw deels gelijk te trekken aan de beoordeling van het onderdeel geluid, waarbij de meest negatieve score van de eerste twee criteria (gevoelige objecten met ≥50 dB en ≥44 dB) is gebruikt. De geluidsbelasting op nabijgelegen woningen is een goede indicator voor het rendementsverlies door het stilzetten van windturbines om aan de slagschaduwnorm te voldoen. Hieronder is de beoordeling op het thema slagschaduw weergegeven.

USP

Voordorpse Veld

Noorderpark

Ockhuizen

Haarzuilens

Dorpeldijk

Beoordelingscriterium slagschaduw

Lage Weide

Beoordeling bestaande woningen slagschaduw Rijnenburg & Reijerscop

Tabel 39

0

--

-

-

0

-

-

--

In de NRD en planMER is besloten om het thema slagschaduw te koppelen aan de beoordeling van het thema geluid. Ook voor de nieuwbouwwoningen is deze koppeling en daarmee dezelfde methode toepasbaar. De meest negatieve score van de eerste twee criteria (gevoelige objecten met ≥50 dB en ≥44 dB) is gebruikt. Hieronder is de beoordeling op het thema slagschaduw weergegeven.

Windenergie

USP

Voordorpse Veld

Noorderpark

Ockhuizen

Haarzuilens

Dorpeldijk

Beoordelingscriterium slagschaduw

Lage Weide

Beoordeling nieuwbouwwoningen slagschaduw Rijnenburg & Reijerscop

Tabel 40

0

--

-

0

0

0

-

0

68

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht

3.4.1

Optimalisatiemogelijkheden Slagschaduw kan door mitigerende maatregelen eenvoudig teruggebracht worden. De meest voorkomende mitigerende maatregel is stilstand op de momenten dat er slagschaduw optreedt. Het milieueffect is dan in alle zoekgebieden verwaarloosbaar, maar dat gaat dan wel ten koste van energieopbrengst. Voor Lage Weide en Dorpeldijk is de te verwachten opbrengstvermindering het grootst, omdat de woningen die slagschaduw kunnen ontvangen relatief dichtbij de windturbines staan en er daarom in grote delen van het jaar sprake zal zijn van stilstand bij zonneschijn. Tijdens volledig bewolkte dagen is er geen sprake van slagschaduw. Deze opbrengstvermindering is echter geen belemmering voor verdere ontwikkeling.

3.5

Stiltegebieden

3.5.1

Beoordelingskader Omdat de provincie Utrecht veel drukte kent op het spoor, de weg, in de lucht en op industrieterreinen is er behoefte aan stilte onder inwoners. Daarvoor heeft de provincie stiltegebieden aangewezen. De stiltegebieden bestaan uit de stille kern, een bufferzone rondom het stiltegebied en een aandachtsgebied rondom het stiltegebied (1500 meter rondom een stiltegebied). In de gemeente Utrecht liggen geen stiltegebieden, geen bufferzones, maar wel aandachtgebieden. Binnen de stille kern en de bufferzone geldt een 24-uursgemiddeld geluidsniveau van ten hoogste respectievelijk 40 dB(A) en 45 dB(A) (Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht, 2021). Voor het aandachtsgebied rondom het stiltegebied geldt geen norm.

Windenergie

69

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Figuur 30

Stiltegebieden in relatie tot zoekgebieden windenergie

De beoordeling van de zoekgebieden op de stiltegebieden is weergegeven in onderstaande beoordelingstabel. De beoordeling van stiltegebieden gaat als volgt: Als er geen relatie is tussen het zoekgebied en de stille kern of de bufferzone krijgt de locatie een score 0. Als er een relatie is tussen het zoekgebied en de bufferzone rondom het stiltegebied wordt de locatie met een enkele min beoordeeld. Indien het zoekgebied een relatie heeft met de stille kern wordt deze met een dubbele min beoordeeld. Een positieve beoordeling wordt niet uitgegeven voor de effectbeoordeling aandachtsgebied rondom het stiltegebied. Tabel 41

Beoordelingstabel aandachtsgebied rondom het stiltegebied -Relatie met de stille kern Relatie met de bufferzone van het stiltegebied 0 Geen relatie met de stille kern of de bufferzone + n.v.t. ++ n.v.t.

3.5.2

Effectbeoordeling De beoordeling voor windenergie met betrekking tot het aandachtsgebied rondom het stiltegebied is als volgt:

Windenergie

70

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht

Lage Weide

USP

Voordorpse Veld

Noorderpark

Ockhuizen

Haarzuilens

Dorpeldijk

Score aandachtsgebieden stiltegebieden

Rijnenburg & Reijerscop

Tabel 42

0

0

0

0

0

0

0

0

Ligging t.o.v. stiltegebieden

3.5.3

Optimalisatiemogelijkheden Het feit dat elk zoekgebied een 0 scoort geeft aan dat er geen optimalisatie benodigd is om windturbines mogelijk te maken op het aspect

3.6

Recreatiezones en terreinen

3.6.1

Beoordelingskader Om te voorkomen dat steden aaneengroeien, moet er ruimte blijven voor recreatieve uitloopmogelijkheden. Bovenlokale dagrecreatieterreinen zijn gericht op de ontwikkeling van aan het recreatieve gebruik gerelateerde voorzieningen. Tevens bevat de gemeente recreatiezones die gericht zijn op de bescherming van de instandhouding en de bereikbaarheid van bestaande recreatieve voorzieningen (Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht, 2021). De beoordeling van de zoekgebieden op de recreatie is weergegeven in onderstaande beoordelingstabel. De beoordeling van recreatiezones en terreinen gaat als volgt: Als er een grote relatie is tussen het zoekgebied en een bovenlokaal dagrecreatieterrein krijgt deze een dubbele min. Indien het zoekgebied een grote relatie met een recreatiezone heeft krijgt deze een enkele min. Als het zoekgebied een zeer beperkte tot geen relatie met een bovenlokaal dagrecreatieterrein of een recreatiezone heeft krijgt deze een nul. Een relatie met bovenlokaal dagrecreatieterrein wordt zwaarder gewogen omdat dit gebied specifiek is aangewezen om de recreatieve waarde van het gebied te versterken. Terwijl een recreatiezone zich richt op de bescherming van de instandhouding en de bereikbaarheid van bestaande recreatieve voorzieningen.

Tabel 43

Windenergie

Beoordelingstabel recreatiezones en terreinen -Grote relatie met bovenlokaal dagrecreatieterrein Grote relatie met recreatiezone 0 Zeer beperkte tot geen relatie met een recreatiezone of bovenlokaal dagrecreatieterrein + n.v.t. ++ n.v.t.

71

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Figuur 31

Recreatiezones en terreinen in relatie tot zoekgebieden windenergie

3.6.2

Effectbeoordeling De opstellingen scoren als volgt:

Lage Weide

USP

Voordorpse Veld

Noorderpark

Ockhuizen

Haarzuilens

Dorpeldijk

Score recreatiezones en terreinen windenergie

Rijnenburg & Reijerscop

Tabel 44

-

0

-

-

--

-

--

0

Ligging t.o.v. recreatiezones en terreinen

3.6.3

Optimalisatiemogelijkheden De significant negatieve effecten bij de zoekgebieden Noorderpark en Haarzuilens kunnen leiden tot afbreuk van de recreatieve waarden van dit gebied, maar zijn geen directe belemmering voor het plaatsen van windturbines.

Windenergie

72

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht

3.7

Ecologie In dit onderdeel wordt gekeken en beoordeeld wat het effect is van windturbines in de verschillende zoekgebieden op het thema ecologie. Voor het aspect ecologie wordt onderscheid gemaakt tussen de effecten op gebieden (onderdeel gebiedsbescherming) en effecten op beschermde soorten (onderdeel soortenbescherming). Voor de beoordeling van windturbinelocaties is een specifieke beoordeling gehanteerd, die aansluit bij de gevolgen van windenergie op soorten- en gebiedsniveau. In onderstaande paragrafen zijn de belangrijkste zaken uitgewerkt. De volledige ecologische beoordeling met nadere toelichtingen is te vinden in Bijlage A – Ecologie.

3.7.1

Gebiedsbescherming In deze paragraaf wordt het beoordelingskader, de effectbeoordeling en de conclusie voor het thema gebiedsbescherming beschreven.

3.7.1.1

Beoordelingskader

Voor de beoordeling van het aspect gebiedsbescherming is gekeken naar Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland, de Groene contour, ganzenrustgebieden en weidevogelkernen, zie Tabel 45. Tabel 45

Beoordelingscriteria ecologie gebiedsbescherming

Thema

Beoordelingscriterium

Ecologie gebiedsbescherming

Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op Natuurnetwerk Nederland en Groene contour Effecten op ganzenrustgebieden en weidevogelkernen

Voor de effecten op Natura 2000-gebieden is op hoofdlijnen gekeken en kwalitatief onderzocht of het optreden van significant negatieve effecten kan worden uitgesloten. Er is hierbij gekeken naar de ligging van de Natura 2000-gebieden, foerageerafstanden van de aangewezen doelsoorten van betreffende Natura 2000-gebieden en naar effectafstanden voor vogels. De effectafstanden zijn gebaseerd op verstoringsafstanden voor vogels. Vogels kunnen namelijk in hoge mate (geluids)verstoring ondervinden, waarbij de maximale verstoringsafstand 400-500 meter bedraagt (Hötker et al., 2006, Reichenbach, 2017). De effectafstand voor de beoordeling van Natura 2000-gebieden bedraagt derhalve 500 meter. Voor Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck wordt een effectafstand van 300 meter gehanteerd, omdat voor dit gebied de zwartkopmeeuw is aangewezen met een verstoringsafstand van 300 meter. Daarnaast is gekeken naar de foerageerafstanden van aangewezen doelsoorten (vogels) van de betreffende Natura 2000-gebieden. Wanneer de foerageerafstand Windenergie

73

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht groter is dan de afstand tot een zoekgebied, kunnen soorten uit Natura 2000-gebieden in potentie een relatie hebben met een zoekgebied. In dat geval kunnen effecten op voorhand niet worden uitgesloten. Voor Natuurnetwerk Nederland, de Groene Contour, ganzenrustgebieden en weidevogelkernen is een effectafstand gehanteerd van 200 meter. Deze afstand is gebaseerd op het feit dat weidevogels, zangvogels en roofvogels een verstoringsafstand van 75-200 meter hebben (Reichenbach 2003; Hötker 2006; Steinborn et al. 2011; Steinborn & Steinmann 2014; Pearce-Higgins et al. 2012). Onderstaande tabel geeft de scoretabel weer voor het onderdeel ecologie gebiedsbescherming. Scoretabel ecologie gebiedsbescherming22

Tabel 46

Criterium

--

Natura 2000-gebie- In of overdraai over Naden tura 2000-gebieden

-

0

<300m zwartkopmeeuw of <500m (verstoring) of foerageerafstanden >300m zwartkopmeeuw aangewezen doelsoor- of >500m (verstoring) ten > afstand tot zoekgebied <200m >200m

NNN* en Groene In of overdraai contour NNN/Groene contour GanzenrustgebieIn ganzenrustgebied of <200m >200m den en weidevoweidevogelkern gelkernen *200 meter verstoringsafstand geldt enkel voor NNN-beheertypen waarbij kwalificerende broedvogelsoorten zijn aangewezen, zie voor toelichting Bijlage A (hoofdstuk 6).

3.7.1.2

Effectbeoordeling

Natura 2000-gebieden Geen van de aangewezen zoekgebieden ligt binnen de begrenzing van Natura 2000gebieden, zie Figuur 32. Om deze reden kan er enkel sprake zijn van effecten door eventuele externe werking. Deze effecten zijn onderverdeeld in effecten door afname kwaliteit van leefgebied, verstoring, aanvaringsslachtoffers en stikstofdepositie.

22

Windenergie

Voor de beoordeling van gebiedsbescherming zijn de gehele zoekgebieden getoetst. Het gaat daarbij dus niet om locaties (‘stippen’) van exacte windturbine posities, aangezien deze in dit stadium nog enkel indicatief zijn. Door het gehele zoekgebied met een worst-case benadering te toetsen, zal de beoordeling van specifieke windturbine posities altijd binnen de gegeven score liggen. Een windpark gelegen binnen het zoekgebied kan derhalve dus niet negatiever scoren dan de score gegeven aan het gehele zoekgebied.

74

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Figuur 32

Ligging Natura 2000-gebieden ten opzichte van zoekgebieden voor windenergie.

De afstand met Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen tot alle zoekgebieden is kleiner dan de foerageerafstanden voor enkele aangewezen vogelsoorten. Dit betreft de volgende aangewezen doelsoorten: purperreiger, aalscholver, kolgans, grauwe gans, smient en tafeleend. Gezien deze foerageerafstanden is het niet uit te sluiten dat onder deze aangewezen doelsoorten aanvaringsslachtoffers vallen. Alle zoekgebieden scoren derhalve licht negatief (score -). Stikstofdepositie Bij realisatie van windturbines kan sprake zijn van een tijdelijke en relatief beperkte stikstofuitstoot. Van stikstofdepositie is met name sprake in de aanlegfase van de windturbines en de daarbij behorende voorzieningen. In de exploitatiefase betreft dit enkel incidentele verkeersbewegingen in het geval van onderhoud. Enkele zoekgebieden liggen op een korte afstand van Natura 2000-gebieden. Bij realisatie van windturbines in deze zoekgebieden kan de aanlegfase resulteren in een tijdelijke en beperkte stikstofdepositie (score –). Dit kan resulteren in een vergunningsverplichting Wet natuurbescherming, maar de verwachting is dat het aspect stikstof niet zorgt voor significant negatieve effecten. De mogelijke stikstofdepositie wordt op projectniveau in kaart gebracht d.m.v. een AERIUS-berekening.

Natuurnetwerk Nederland en Groene Contour Geen van de zoekgebieden voor windenergie is gelegen binnen Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Groene Contour. Wel grenzen enkele van de zoekgebieden aan NNN. Dit geldt voor de volgende zoekgebieden: USP (3), Voordorpse Veld (4), Noor-

Windenergie

75

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht derpark (5), Ockhuizen (6), Haarzuilens (7) en Dorpeldijk (8). Zoekgebied Haarzuilens (7) is het dichtstbijzijnde zoekgebied bij de Groene Contour en ligt op een afstand van ca. 30 meter (score -). Figuur 33 geeft de ligging van het NNN en Groene Contour weer ten opzichte van de zoekgebieden voor windturbines. Figuur 33

Ligging Natuurnetwerk Nederland en Groene Contour ten opzichte van de zoekgebieden voor windenergie.

Voor zoekgebieden: USP (3), Noorderpark (5), Ockhuizen (6) en Haarzuilens (7) en Dorpeldijk (8) geldt dat de NNN-beheertypen met kwalificerende broedvogels aanwezig zijn én binnen de effect afstand van 200 meter gelegen zijn (score -). Ganzenrustgebieden en foerageergebieden Geen van de zoekgebieden voor windenergie is gelegen binnen ganzenrustgebied en/of weidevogelkernen en de daaromheen liggende verstoringsafstand (score 0). Het dichtstbijzijnde zoekgebied tot een ganzenrustgebied is Noorderpark (5), dat op een afstand van ca. 700 meter gelegen is. Zoekgebied Haarzuilens (7) is gelegen op ca. 400 meter ten opzichte van weidevogelkerngebied, zie Figuur 34.

Windenergie

76

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Figuur 34

Ligging ganzenrustgebieden en weidevogelkernen ten opzichte van de zoekgebieden voor windenergie.

3.7.1.3

Conclusie

Op basis van de scoretabel scoren de zoekgebieden als volgt op het milieuthema ecologie gebiedsbescherming:

Windenergie

USP

Voordorpse Veld

Noorderpark

Ockhuizen

Haarzuilens

Dorpeldijk

Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland en Groene Contour Weidevogelgebieden en ganzenrustgebieden

Lage Weide

Effectbeoordeling windenergie ecologie gebiedsbescherming

Rijnenburg & Reijerscop

Tabel 47

-

-

-

-

-

-

-

-

0

0

-

0

-

-

-

-

0

0

0

0

0

0

0

0

77

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht

3.7.2

Soortenbescherming In deze paragraaf wordt het beoordelingskader, de effectbeoordeling en de conclusie voor het thema soortenbescherming beschreven.

3.7.2.1

Beoordelingskader

Voor de beoordeling van het aspect soortenbescherming is gekeken naar gemeentelijke Natuurwaardenkaart. Deze Natuurwaardenkaart is gebaseerd op waarnemingen uit de Nationale databank Flora en Fauna (NDFF) en laat zien waar beschermde soorten voorkomen of potentieel kunnen voorkomen, uitgaande van de geschiktheid van het leefgebied. Binnen de kaart wordt onderscheid gemaakt tussen de beschermde soorten door de Wet natuurbescherming en soorten beschermd via de Utrechtse soortenlijst. In laatstgenoemde staan 64 soorten opgenomen die gezien worden als waardevol of kenmerkend voor de provincie Utrecht. In Bijlage A (hoofdstuk 5) is een overzicht gegeven van alle voorkomende soorten per zoekgebied. Op de Natuurwaardenkaart zijn geen aantallen te zien. De score is toegekend op basis van de grootte van het leefgebied binnen een zoekgebied23. Voor de beoordeling van het aspect soortenbescherming zijn de vijf verschillende biotopen uit de Natuurwaardenkaart gehanteerd. Bij de beoordeling is geen rekening gehouden met de effecten van alle biotopen tezamen. Tevens zijn de provinciale windturbine risicokaarten van SOVON Vogelonderzoek24 gebruikt om de (mogelijke) effecten op vogels en vleermuizen in kaart te brengen.

De methodiek/criteria voor de totstandkoming van de kaarten is nader uitgelegd in het bijbehorende Achtergronddocument Gevoeligheid van vogels en vleermuizen voor windturbines in de provincie Utrecht25. Zie onderstaand tekstkader voor een nadere toelichting op de interpretatie van de gevoeligheidskaarten.

23

24

25

Windenergie

Wanneer het leefgebied van een soort grotendeels of binnen het gehele zoekgebied voorkomt, scoort deze biotoop negatiever dan wanneer slechts een klein(er) gedeelte van het leefgebied binnen een zoekgebied gelegen is. Daarbij is ook gekeken welke soorten dit betreft (zie Bijlage A voor een overzicht van de soorten per zoekgebied) Zie ook: Gevoeligheid van vogels en vleermuizen voor windturbines in de provincie Utrecht (arcgis.com) Stahl J. & Epe M. (eds) 2021. Gevoeligheid van vogels en vleermuizen voor windturbines in de provincie Utrecht. Achtergronddocument bij de ruimtelijke modellering van verspreiding en vliegbewegingen. Sovon-rapport 2021/18. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen, Rapport Zoogdiervereniging 2021.03, Zoogdiervereniging, Nijmegen.

78

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Interpretatie gevoeligheidskaarten In opdracht van de provincie Utrecht is door Sovon Vogelonderzoek Nederland, De Zoogdiervereniging en Waardenburg Ecology (voorheen: Bureau Waardenburg) onderzocht waar kwetsbare vogel- en vleermuissoorten binnen de provincie voorkomen. Op basis van verspreidingsgegevens, aantallen en vliegbewegingen zijn kaarten gemaakt met gebieden waar naar verwachting de risico’s op kwetsbare soorten door de realisatie van windturbines het grootst zijn. Voor de interpretatie van de gevoeligheidskaarten is het belang aan te geven dat de kaarten niet de daadwerkelijke aanwezigheid van vogels en vleermuizen laten zien. Hieronder is nader toegelicht hoe de kaartbeelden geïnterpreteerd dienen te worden. Deze informatie is afkomstig uit het achtergronddocument ‘Gevoeligheid van vogels en vleermuizen voor windturbines in de provincie Utrecht’. Vogels De kaarten geven in kleuren weer in welke mate vogelsoorten binnen een bepaald gebied worden verwacht die gevoelig zijn voor de negatieve impact van windturbines, hetzij doordat er een reële kans is op aanvaringen waardoor relevante sterfte optreedt, hetzij doordat er een reële kans is dat dusdanige verstoring optreedt dat effecten op populaties te zien zijn.

Vanuit de optiek van vogels zijn deze kansen dus in feite risico’s, ze geven de kans aan dat er negatieve effecten optreden. De rood-tinten geven gebieden weer met hogere kansen, de witte-blauwe gebieden geven lagere kansen weer. De kaartkleuren betreffen daarbij relatieve waarden voor de risico’s. de provinciale kaart is zodanig uitgewerkt dat er een goed zichtbaar gedifferentieerd verschil is tussen de diverse locaties in de regio. De kaarten bevatten geen inschattingen over werkelijke sterftekansen door aanvaringen, dus er kunnen geen inschattingen worden gemaakt wat het effect van windturbines is voor lokale, regionale of landelijke populaties. De kaarten kunnen gebruikt worden als ‘zoekkaarten’ voor gebieden waar mogelijk weinig risico op negatieve effecten zijn of als risicokaarten voor gebieden waar een grote kans op negatieve effecten te verwachten valt. Nader (ecologisch) veldonderzoek op concreet projectniveau is in elk geval noodzakelijk. Vleermuizen De gevoeligheidskaarten geven alleen een relatief risico weer op het voorkomen van de specifieke vliegbeweging die gemodelleerd is en waarbij het resultaat steeds is gerepresenteerd in een tienpuntsschaal (waarbij 10 de hoogste kans op voorkomen van de soortfunctiecombinatie weergeeft en 0 de laagste kans).

De verwachting is berekend op basis van de aanwezigheid van soorten en kennis over de eisen van betreffende leefgebieden. Op basis van de gevoeligheidskaarten kan geen oordeel worden gegeven over de mogelijkheid van het plaatsen van windturbines binnen een gebied. Dit is namelijk afhankelijk van de aan/afwezigheid en talrijkheid van soorten. Of en hoeveel slachtoffers er daadwerkelijk zouden kunnen vallen, is ook afhankelijk van de talrijkheid van de soort op een specifieke locatie. Hiervoor is dan ook altijd nader ecologisch (veld)onderzoek op concreet projectniveau nodig. De kaarten geven inzicht in naar welke soorten en vliegbewegingen waarschijnlijk nader onderzoek nodig zal zijn.

Windenergie

79

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Tabel 48 geeft een overzicht van de beoordelingscriteria voor ecologie onderdeel soortenbescherming. Tabel 48

3.7.2.2

Beoordelingscriteria ecologie soortenbescherming.

Thema

Beoordelingscriterium

Ecologie soortenbescherming

Effecten op soorten van biotoop ‘Steen en gebouwen’ Effecten op soorten van biotoop ‘Oever en water’ Effecten op soorten van biotoop ‘Bomen, bos en struiken’ Effecten op soorten van biotoop ‘Gras en kruiden’ Effecten op soorten van biotoop ‘Biotoop overstijgende soort’ Effecten op vogels: vogeltrek Effecten op niet-broedvogels Effecten op broedvogels Gewone dwergvleermuis: foerageren kraamtijd Gewone dwergvleermuis: migratie (korte afstand) Ruige dwergvleermuis: foerageren kraamtijd Ruige dwergvleermuis: migratie (lange afstand) Rosse vleermuis: transitvlucht kraamtijd Rosse vleermuis: migratie (lange afstand) Tweekleurige vleermuis: transitvlucht kraamtijd Tweekleurige vleermuis: migratie (lange afstand) Bosvleermuis: transitvlucht kraamtijd Bosvleermuis: migratie (lange afstand) Laatvlieger: foerageren kraamtijd

Effectbeoordeling biotopen

Het beoordelingskader voor het aspect soortenbescherming (biotopen) is als volgt geformuleerd: Tabel 49

Scores effectbeoordeling soortenbescherming voor windenergie -Zoekgebied is grotendeels gelegen binnen gebied met beschermde soorten. Kans op negatieve effecten is groot en ondanks maatregelen in voorstadium moeilijk te voorkomen/verminderen. Zoekgebied is gelegen binnen gebied met beschermde soorten. Kans op negatieve effecten op soorten is beperkt en/of effecten zijn door maatregelen in voorstadium goed te verminderen. 0 Zoekgebied is gelegen buiten gebied met beschermde soorten of soorten met provinciale vrijstelling. Kans op negatieve effecten op soorten is zeer klein of afwezig. + n.v.t. ++ n.v.t.

Zoekgebied 1: Rijnenburg & Reijerscop Binnen zoekgebied Rijnenburg & Reijerscop komen binnen de biotopen (2) ‘Oever en water’ en (3) ‘Bomen, bos en struiken’ en (5) ‘Biotoop overstijgende soort’ een aantal zwaar beschermde soorten voor. Effecten kunnen worden voorkomen door met deze soorten rekening te houden bij de locatiekeuze en tijdens werkzaamheden in de aanlegfase (score -). Binnen de andere biotopen komen geen beschermde soorten voor (score 0).

Windenergie

80

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Zoekgebied 2: Lage Weide Binnen zoekgebied 2 komt binnen biotoop (3) ‘Bos, bomen en struiken’ de zwaar beschermde soort de boomvalk voor. Dit betreft enkel een klein gebied in het zuiden van het zoekgebied. Door rekening te houden met de soort bij de locatiekeuze in het voorstadium kunnen effecten worden beperkt (score -). De overige biotopen binnen het zoekgebied scoren 0. Zoekgebied 3: USP Binnen zoekgebied USP komen alleen binnen de biotoop (4) ‘Gras en kruiden’ geen zwaar beschermde soorten voor. Binnen de andere vier biotopen komen zwaar beschermde soorten voor binnen een klein/gemiddeld groot gedeelte van het gebied (score -). Zoekgebied 4: Voordorpse Veld Binnen zoekgebied Voordorpse Veld komen binnen de biotopen (2) ‘Oever en water’ (3) ‘Bomen, bos en struiken’ en (5) ‘Biotoop overstijgende soort’ zwaar beschermde soorten en/of voor windenergie gevoelige soorten voor (score -). Binnen de andere biotopen komen geen beschermde soorten voor (score 0). Zoekgebied 5: Noorderpark Binnen zoekgebied Noorderpark komen binnen de biotopen (2) ‘Oever en water’ en (3) ‘Bomen, bos en struiken’ en (5) ‘Biotoop overstijgende soort’ een aantal zwaar beschermde soorten voor. Effecten kunnen worden voorkomen door met deze soorten rekening te houden bij de locatiekeuze en tijdens werkzaamheden in de aanlegfase (score -).

Binnen de andere biotopen komen geen beschermde soorten voor of enkel soorten met een provinciale vrijstelling (score 0). Zoekgebied 6: Ockhuizen Binnen zoekgebied Ockhuizen komen binnen de biotopen (2) ‘Oever en water’, (3) ‘Bomen, bos en struiken’ en (5) ‘Biotoop overstijgende soort’ een aantal zwaar beschermde soorten voor. Dit betreffen klein/middelmatige grote gebieden. Effecten zijn dermate goed te voorkomen en/of verminderen door o.a. bij de locatiekeuze rekening te houden met de soorten en buiten kwetsbare perioden te werken. Binnen de andere biotopen komen geen beschermde soorten voor of enkel soorten met een provinciale vrijstelling (score 0). Zoekgebied 7: Haarzuilens Binnen zoekgebied Haarzuilens komen binnen alle biotopen zwaar en licht/gemeentelijk beschermde soorten voor. Voor biotoop (3) ‘Bomen, bos, en struiken’ is veel potentieel leefgebied aanwezig voor verschillende vogel- en vleermuissoorten in en rondom het zoekgebied. Aangezien het hier om veel verschillende soorten gaat, is de score negatief (- -) toegekend. Mitigerende maatregelen in de vorm van een stilstandvoorziening zijn naar alle waarschijnlijkheid noodzakelijk in dit gebied. Zoekgebied 8: Dorpeldijk Binnen zoekgebied Dorpeldijk komen alleen binnen de biotoop (4) ‘Gras en kruiden’ geen zwaar beschermde soorten voor.

Binnen de andere vier biotopen komen zwaar beschermde soorten voor, echter betreffen dit slechts kleine/gemiddelde gedeeltes van het gebied (score -). Windenergie

81

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht 3.7.2.3

Gevoeligheidskaart vogeltrek

In Nederland worden op vele locaties in het najaar en voorjaar trekvogels geteld. Dit wordt ook wel de zichtbare landtrek genoemd. Deze landtrek die veelal overdag plaatsvindt is aanwezig in lagere luchtlagen (< 150 meter) en valt dus binnen het bereik van de windturbines. De meeste trek binnen Nederland bevindt zich langs de kust, het IJsselmeer en zuidoost-Nederland. Op basis van de zichtbare landtrek is voor de provincie Utrecht een modellering van de relatieve treksterkte in kaart gebracht, zie Figuur 35. De totstandkoming van de legenda staat nader toegelicht in Achtergronddocument vogels en vleermuizen (Stahl J. & Epe M. 2021). Figuur 35

Treksterkte vogels ten opzichte van zoekgebieden wind binnen gemeente Utrecht

Om de effecten op de seizoensgebonden vliegbewegingen in kaart te brengen is gekeken naar de ligging van de windzoekgebieden ten opzichte van de verschillende relatieve treksterktes binnen de provincie Utrecht. Zie Tabel 50 voor de scoretabel. Tabel 50

Scoretabel gevoeligheidskaart vogeltrek Beoordelingscriterium Vogeltrek

Windenergie

--

-

0

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met relatief veel vogeltrek

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met relatief matige vogeltrek

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met relatief weinig vogeltrek

82

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht 3.7.2.4

Gevoeligheid (niet)broedvogels voor windenergie

De gevoeligheidskaarten voor niet-broedvogels en broedvogels betreffen risicowaarderingskaarten die aangeven wat de verschillen zijn ten aanzien van de kwetsbaarheid voor effecten van windturbines. De gevoeligheidskaarten zijn gemaakt op basis van verspreidingsgegevens en vliegbewegingen, waarbinnen ook de kwetsbaarheidsscores van de verschillende soorten zijn verwerkt. Over het algemeen geldt dat de lichte kleuren aangeven dat er weinig/minder risico’s zijn voor de aanwezigheid van gevoelige soorten, en de donkere kleuren aangeven dat er een hoog risico is op de aanwezigheid van gevoelige soorten. Zie Figuur 36 en Figuur 37. Figuur 36

Windenergie

Gevoeligheidskaart niet-broedvogels en zoekgebieden wind binnen gemeente Utrecht

83

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Figuur 37

Gevoeligheidskaart broedvogels en zoekgebieden voor wind binnen gemeente Utrecht

Om de effecten op (niet)-broedvogels in kaart te brengen is gekeken naar de gevoeligheid van de kwetsbare soorten binnen een zoekgebied. De gevoeligheid is weergegeven op een relatieve schaal van 0 (laag risico) tot 100 (hoog risico). Hierbij is voor de beoordeling worst-case uitgegaan van de hoogste gevoeligheid binnen een zoekgebied. Bijvoorbeeld: wanneer er binnen een zoekgebied zowel lage als hoge risico’s aanwezig zijn, is de beoordeling ingegeven op het hoge risico. Tabel 51 geeft de scoretabel weer voor zowel niet-broedvogels als broedvogels. Tabel 51

3.7.2.5

Scoretabel gevoeligheid niet broedvogels en broedvogels Beoordelingscriterium Niet-broedvogels

--

-

0

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met hoge risico’s voor niet broedvogels (gevoeligheid 51 – 100)

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met gemiddelde risico’s voor niet broedvogels (gevoeligheid 18 – 51)

Broedvogels

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met hoge risico’s voor broedvogels (gevoeligheid 53 – 100)

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met gemiddelde risico’s voor broedvogels (gevoeligheid 28 – 53)

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met lage risico’s voor niet broedvogels (gevoeligheid 0 – 18) Zoekgebied is gelegen binnen gebied met lage risico’s voor broedvogels (gevoeligheid 0 – 28)

Gevoeligheidskaarten vleermuizen

Uit verschillende (wetenschappelijke) onderzoeken komt naar voren dat windturbines potentieel veel aanvaringsslachtoffers maken onder vleermuizen. Onder vleermuizen vallen (relatief gezien) met name aanvaringsslachtoffers onder soorten die in een open omgeving op grote hoogte (binnen rotorbereik) jagen. Het gaat daarbij Windenergie

84

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht om gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, bosvleermuis, laatvlieger en tweekleurige vleermuis. Vleermuizen kunnen slachtoffer worden door directe aanraking met een draaiend rotorblad. Er zijn daarbij geen aanwijzingen dat vleermuizen tegen de mast van de windturbine aanvliegen, aangezien zij met echolocatie stilstaande objecten goed kunnen waarnemen. In eerdere onderzoeken werd barotrauma vaak als doodsoorzaak benoemd. Barotrauma treedt op door verschillen in luchtdruk, waardoor verwondingen bij de vleermuizen worden veroorzaakt. Op basis van resultaten uit recent onderzoek blijkt dit geen wezenlijke factor te zijn (Lawson et al., 202026). Gewenning aan draaiende rotorbladen en het gevaar van windturbines treedt niet/nauwelijks op bij vleermuizen (Stahl J. & Epe M. 2021). Daarnaast is bekend dat de kwaliteit van het leefgebied, zoals verblijfplaatsen, verbindingen of foerageergebied kan afnemen door de realisatie van windturbines binnen bepaalde locaties. Ook kan verstoring door windturbinegeluid voor vleermuizen optreden. Binnen de provincie Utrecht komen zeven vleermuissoorten voor, waarvan ook bekend is dat zij regelmatig als aanvaringsslachtoffer worden aangetroffen. Er zijn maar weinig waarnemingen van vleermuizen bekend.

De kaartbeelden zijn gemaakt op basis van expertkennis die vervolgens getoetst is tegen de beschikbare waarnemingen. Een nadere toelichting op de methode voor het bepalen van de gevoelige vleermuissoorten staat beschreven in Achtergronddocument vogels en vleermuizen (Stahl J. & Epe M. 2021). De kaartbeelden voor vleermuizen geven een relatief risico weer op het voorkomen van de specifieke gemodelleerde vliegbeweging. Dit is weergeven op een tienpuntschaal, waarbij 10 (rode kleuren) de hoogste kans op voorkomen van de soortfunctiecombinatie weergeeft en 0 (groene kleuren) de laagste kans. NB. De kaarten zijn onderling niet te vergelijken en de waarden van de verschillende kaarten kunnen niet bij elkaar worden opgeteld om een totaal score (per soort) te krijgen. Derhalve gaat de beoordeling per soort in op effecten in verschillende gevoelige perioden en functies/gedrag van betreffende soort. Dit betreft expliciet een risico inschatting. Er kunnen nu geen absolute getallen worden verbonden aan de soorten. 3.7.2.6

Gewone dwergvleermuis

De gewone dwergvleermuis is de meest voorkomende vleermuissoort binnen Nederland. De soort verblijft in gebouwen, zoals in spouwmuren, achter gevels en onder daken. De beschutte foerageergebieden liggen veelal binnen enkele kilometers van de verblijfplaatsen. De gewone dwergvleermuis maakt tijdens foerageervluchten gebruik van vaste vliegroutes langs lijnvormige elementen in het landschap. De winterverblijfplaatsen liggen veelal op maximaal enkele tientallen kilometers van de zomerverblijfplaatsen.

26

Windenergie

Lawson, M., D. Jenne, R. Thresher, D. Houck, J. Wimsatt & B. Straw, 2020. An investigation into the potential for wind turbines to cause barotrauma in bats. PLoS One 15(12).

85

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht De gewone dwergvleermuis is een gevoelige soort voor mortaliteit door windturbines binnen functionele landschappen: migratielandschap tijdens de trektijd en tijdens de kraamtijd in foerageergebied. Voor de soort geldt dat deze tijdens de kraamtijd kunnen gaan jagen nabij windturbines, aangezien insecten dan kunnen gaan zwermen bij de windturbines. Dit gebeurt bij relatief hogere tempraturen en lage windsnelheden. Dit risico wordt echter alleen concreet wanneer de soorten al foeragerend in de omgeving van de turbines aanwezig zijn. Om de effecten op de gewone dwergvleermuis in kaart te brengen is gekeken naar de kans, weergegeven op een relatieve schaal van 0 (laag risico) tot 10 (hoog risico): • dat de gewone dwergvleermuis binnen een zoekgebied foeragerend voorkomt in de kraamtijd en, zie Figuur 38 • dat de gewone dwergvleermuis binnen een zoekgebied (op korte afstand) migreert tussen gebieden met zomer- en kraamverblijven en gebieden met (massa) winterverblijven, zie Figuur 39. Figuur 38

Windenergie

Relatief risico op het voorkomen van foeragerende gewone dwergvleermuizen in zomer kraamtijd binnen gemeente Utrecht en ten opzichte van zoekgebieden wind.

86

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Figuur 39

Relatief risico op het voorkomen van migratie korte afstand voor gewone dwergvleermuis ten opzichte van zoekgebieden wind binnen gemeente Utrecht

Hierbij is voor de beoordeling worst-case uitgegaan van het hoogste risico binnen een zoekgebied. Bijvoorbeeld: wanneer er binnen een zoekgebied zowel lage als hoge risico’s op het voorkomen van de soort aanwezig zijn, is de beoordeling ingegeven op het hoge risico. Tabel 52 geeft de scoretabel weer voor gewone dwergvleermuis. Tabel 52

Windenergie

Scoretabel gewone dwergvleermuis (o.b.v. kaartbeeld foerageren kraamtijd en migratie korte afstand) Beoordelingscriterium Gewone dwergvleermuis (foerageren kraamtijd)

--

-

0

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met hoge kans op voorkomen van gewone dwergvleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 8-10).

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met gemiddelde kans op voorkomen van gewone dwergvleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 5-7).

Gewone dwergvleermuis (migratie korte afstand)

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met hoge kans op voorkomen van gewone dwergvleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 8-10).

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met gemiddelde kans op voorkomen van gewone dwergvleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 5-7).

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met lage kans op voorkomen van gewone dwergvleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 0-4). Zoekgebied is gelegen binnen gebied met lage kans op voorkomen van gewone dwergvleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 0-4).

87

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht 3.7.2.7

Ruige dwergvleermuis

De ruige dwergvleermuis komt in Nederland vooral voor in het migratieseizoen, balts en paring (najaar). In de zomer komt de ruige dwergvleermuis relatief weinig voor in Nederland. In de migratieperiode, vanaf augustus, komen vrouwtjes vanuit Noordoost Europa naar Nederland. Ze migreren hierbij over grote afstanden, van vele honderden kilometers, en volgen grote landschapselementen, zoals kustlijnen en rivieren. De ruige dwergvleermuis is een gevoelige soort voor mortaliteit door windturbines binnen functionele landschappen: migratielandschap tijdens de trektijd en tijdens de kraamtijd in foerageergebied. Voor de soort geldt dat deze tijdens de kraamtijd kunnen gaan jagen nabij windturbines, aangezien insecten dan kunnen gaan zwermen bij de windturbines. Dit gebeurt bij relatief hogere tempraturen en geen tot lage windsnelheden. Dit risico wordt echter alleen concreet wanneer de soorten al foeragerend in de omgeving van de turbines aanwezig zijn.

Om de effecten op de ruige dwergvleermuis in kaart te brengen is gekeken naar de kans, weergegeven op een relatieve schaal van 0 (laag risico) tot 10 (hoog risico): • dat de ruige dwergvleermuis binnen een zoekgebied foeragerend voorkomt in de kraamtijd en, zie Figuur 40; • dat de ruige dwergvleermuis binnen een zoekgebied (op lange afstand) migreert tussen gebieden met zomer- en kraamverblijven en gebieden met (massa) winterverblijven, zie Figuur 41. Figuur 40

Windenergie

Relatief risico op het voorkomen van foeragerende ruige dwergvleermuizen in zomer kraamtijd ten opzichte van zoekgebieden wind binnen gemeente Utrecht

88

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Figuur 41

Relatief risico op het voorkomen van migratie lange afstand voor ruige dwergvleermuis ten opzichte van zoekgebieden wind binnen gemeente Utrecht

Voor de beoordeling is worst-case uitgegaan van het hoogste risico binnen een zoekgebied. Bijvoorbeeld: wanneer er binnen een zoekgebied zowel lage als hoge risico’s op het voorkomen van de soort aanwezig zijn, is de beoordeling ingegeven op het hoge risico. Tabel 53 geeft de scoretabel weer voor ruige dwergvleermuis. Tabel 53

3.7.2.8

Scoretabel ruige dwergvleermuis (o.b.v. kaartbeeld foerageren kraamtijd en migratie lange afstand) Beoordelingscriterium Ruige dwergvleermuis (foerageren kraamtijd)

--

-

0

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met hoge kans op voorkomen van ruige dwergvleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 810).

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met gemiddelde kans op voorkomen van ruige dwergvleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 5-7).

Ruige dwergvleermuis (migratie lange afstand)

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met hoge kans op voorkomen van ruige dwergvleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 810).

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met gemiddelde kans op voorkomen van ruige dwergvleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 5-7).

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met lage kans op voorkomen van ruige dwergvleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 0-4). Zoekgebied is gelegen binnen gebied met lage kans op voorkomen van ruige dwergvleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 0-4).

Rosse vleermuis

De rosse vleermuis is een boombewonende soort en derhalve gebonden aan (oudere) bossen voor verblijfplaatsen. De soort foerageert deels in de omgeving van

Windenergie

89

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht verblijfplaatsen met afstanden van enkele tot tientallen kilometers. Bij de verre afstanden vliegt de rosse vleermuis op grotere hoogte in een transitvlucht van verblijfplaats (min of meer) rechtstreeks naar het foerageergebied. Bij korte afstanden vliegt de rosse vleermuis op lagere hoogte langs landschapselementen zoals bomenrijen. Rosse vleermuis vrouwtjes komen in het najaar uit Noordoost Europa naar Nederland, waar ze met de aanwezige mannetjes paren. De rosse vleermuis is een gevoelige soort voor mortaliteit door windturbines binnen functionele landschappen: migratielandschap tijdens de trektijd en tijdens de kraamtijd in transitiegebied. Om de effecten op de rosse vleermuis in kaart te brengen is gekeken naar de kans, weergegeven op een relatieve schaal van 0 (laag risico) tot 10 (hoog risico): • dat de rosse vleermuis binnen een zoekgebied in transitvlucht vliegt in de kraamperiode, Figuur 42 en… • …dat de rosse vleermuis binnen een zoekgebied (op lange afstand) migreert tussen gebieden met zomer- en kraamverblijven en gebieden met (massa) winterverblijven, zie Figuur 43. Figuur 42

Windenergie

Relatief risico op het voorkomen van transitvluchten voor rosse vleermuis ten opzichte van zoekgebieden wind binnen gemeente Utrecht

90

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Figuur 43

Relatief risico op het voorkomen van migratie lange afstand voor rosse vleermuis ten opzichte van zoekgebieden wind binnen gemeente Utrecht

Hierbij is voor de beoordeling worst-case uitgegaan van het hoogste risico binnen een zoekgebied. Bijvoorbeeld: wanneer er binnen een zoekgebied zowel lage als hoge risico’s op het voorkomen van de soort aanwezig zijn, is de beoordeling ingegeven op het hoge risico. Tabel 54 geeft de scoretabel weer voor rosse vleermuis. Tabel 54

3.7.2.9

Scoretabel rosse vleermuis (o.b.v. kaartbeeld transit zomer kraamtijd en migratie lange afstand) Beoordelingscriterium Rosse vleermuis (transit zomer kraamtijd)

--

-

0

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met hoge kans op voorkomen van rosse vleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 8-10).

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met gemiddelde kans op voorkomen van rosse vleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 5-7).

Rosse vleermuis (migratie lange afstand)

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met hoge kans op voorkomen van rosse vleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 8-10).

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met gemiddelde kans op voorkomen van rosse vleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 5-7).

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met lage kans op voorkomen van rosse vleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 04). Zoekgebied is gelegen binnen gebied met lage kans op voorkomen van rosse vleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 04).

Tweekleurige vleermuis

De tweekleurige vleermuis is een zeldzame soort in Nederland, wel zijn er binnen de provincie Utrecht verspreide waarnemingen gedaan. De tweekleurige vleermuis

Windenergie

91

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht is een gebouw bewonende soort en heeft m.n. verblijfplaatsen in huizen. Het foerageergebied, waterrijk gebied, bevindt zich op een afstand van maximaal 20 km van de verblijfplaatsen. Tweekleurige vleermuizen komen in het najaar uit de Baltische staten en Noord-Duitsland richting Nederland. De tweekleurige vleermuis is een gevoelige soort voor mortaliteit door windturbines binnen functionele landschappen: migratielandschap tijdens de trektijd en tijdens de kraamtijd in transitiegebied. Om de effecten op de tweekleurige vleermuis in kaart te brengen is gekeken naar de kans, weergegeven op een relatieve schaal van 0 (laag risico) tot 10 (hoog risico): • dat de tweekleurige vleermuis binnen een zoekgebied in transitvlucht vliegt in de kraamperiode, zie Figuur 44; en… • …dat de tweekleurige vleermuis binnen een zoekgebied (op lange afstand) migreert tussen gebieden met zomer- en kraamverblijven en gebieden met (massa) winterverblijven, zie Figuur 45. Figuur 44

Windenergie

Relatief risico op het voorkomen van transitvluchten voor tweekleurige vleermuis ten opzichte van zoekgebieden zon binnen gemeente Utrecht

92

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Figuur 45

Relatief risico op het voorkomen van migratie lange afstand voor tweekleurige vleermuis ten opzichte van zoekgebieden wind binnen gemeente Utrecht

Hierbij is voor de beoordeling worst-case uitgegaan van het hoogste risico binnen een zoekgebied. Bijvoorbeeld: wanneer er binnen een zoekgebied zowel lage als hoge risico’s op het voorkomen van de soort aanwezig zijn, is de beoordeling ingegeven op het hoge risico. Tabel 55 geeft de scoretabel weer voor tweekleurige vleermuis. Tabel 55

Windenergie

Scoretabel tweekleurige vleermuis (o.b.v. kaartbeeld transit zomer kraamtijd en migratie lange afstand) Beoordelingscriterium Tweekleurige vleermuis (transit zomer kraamtijd)

--

-

0

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met hoge kans op voorkomen van tweekleurige vleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 810).

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met gemiddelde kans op voorkomen van tweekleurige vleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 5-7).

Tweekleurige vleermuis (migratie lange afstand)

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met hoge kans op voorkomen van tweekleurige vleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 810).

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met gemiddelde kans op voorkomen van tweekleurige vleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 5-7).

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met lage kans op voorkomen van tweekleurige vleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 0-4). Zoekgebied is gelegen binnen gebied met lage kans op voorkomen van tweekleurige vleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 0-4).

93

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht 3.7.2.10

Bosvleermuis

De bosvleermuis is een zeldzame soort in Nederland, wel zijn binnen de provincie Utrecht waarnemingen bekend. De zomerverblijfplaatsen bevinden zich veelal in bomen, waarbij veel gewisseld wordt tussen verblijfplaatsen. Foerageergebieden zijn bossen, in kleinschalige agrarische landschappen en waterrijke gebieden langs bomenlanen en -randen. Ook foerageert de soort hoog boven water, moeras en bij verlichting. De bosvleermuis is een gevoelige soort voor mortaliteit door windturbines binnen functionele landschappen: migratielandschap tijdens de trektijd en tijdens de kraamtijd in transitiegebied. Om de effecten op de bosvleermuis in kaart te brengen is gekeken naar de kans, weergegeven op een relatieve schaal van 0 (laag risico) tot 10 (hoog risico): • dat de bosvleermuis binnen een zoekgebied in transitvlucht vliegt in de kraamperiode, zie Figuur 46; en… • …dat de bosvleermuis binnen een zoekgebied (op lange afstand) migreert tussen gebieden met zomer- en kraamverblijven en gebieden met (massa) winterverblijven, zie Figuur 47. Figuur 46

Windenergie

Relatief risico op het voorkomen van transitvluchten bosvleermuis ten opzichte van zoekgebieden wind binnen gemeente Utrecht

94

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Figuur 47

Relatief risico op het voorkomen van migratie lange afstand voor bosvleermuis ten opzichte van zoekgebieden wind binnen gemeente Utrecht

Hierbij is voor de beoordeling worst-case uitgegaan van het hoogste risico binnen een zoekgebied. Bijvoorbeeld: wanneer er binnen een zoekgebied zowel lage als hoge risico’s op het voorkomen van de soort aanwezig zijn, is de beoordeling ingegeven op het hoge risico. Tabel 56 geeft de scoretabel weer voor bosvleermuis. Tabel 56

3.7.2.11

Scoretabel bosvleermuis (o.b.v. kaartbeeld transit zomer kraamtijd en migratie lange afstand) Beoordelingscriterium Bosvleermuis (transit zomer kraamtijd)

--

-

0

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met hoge kans op voorkomen van bosvleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 8-10).

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met gemiddelde kans op voorkomen van bosvleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 5-7).

Bosvleermuis (migratie lange afstand)

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met hoge kans op voorkomen van bosvleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 8-10).

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met gemiddelde kans op voorkomen van bosvleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 5-7).

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met lage kans op voorkomen van bosvleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 04). Zoekgebied is gelegen binnen gebied met lage kans op voorkomen van bosvleermuis (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 04).

Laatvlieger

De laatvlieger komt verspreid voor binnen Nederland. Het is een gebouwbewonende soort aangezien de zomerverblijfplaatsen zich met name bevinden in of aan

Windenergie

95

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht gebouwen, zoals op zolders, in spouwmuren en in spleten achter de gevel. De laatvlieger vliegt via vliegroutes naar foerageergebieden die binnen een straal van 5 tot 12 kilometer gelegen zijn. De soort volgt hierbij lijnvormige elementen in het landschap, zoals o.a. bomen en (water)wegen. Foerageerhabitat betreft voornamelijk agrarisch gebied en de randen van bebouwing en bossen, maar bijvoorbeeld ook in grote steden en parken. De laatvlieger is een gevoelige soort voor mortaliteit door windturbines binnen functionele landschappen: tijdens de kraamtijd in foerageergebied. Voor de soort geldt dat deze tijdens de kraamtijd kunnen gaan jagen nabij windturbines, aangezien insecten dan kunnen gaan zwermen bij de windturbines. Dit gebeurt bij relatief hogere tempraturen en geen tot lage windsnelheden. Dit risico wordt echter alleen concreet wanneer de soorten al foeragerend in de omgeving van de turbines aanwezig zijn. Om de effecten op de laatvlieger in kaart te brengen is gekeken naar de kans, weergegeven op een relatieve schaal van 0 (laag risico) tot 10 (hoog risico): • dat de laatvlieger binnen een zoekgebied foeragerend voorkomt in de kraamtijd, zie Figuur 14. Figuur 48

Relatief risico op het voorkomen van foeragerende laatvlieger in zomer kraamtijd ten opzichte van zoekgebieden wind binnen gemeente Utrecht

Hierbij is voor de beoordeling worst-case uitgegaan van het hoogste risico binnen een zoekgebied. Bijvoorbeeld: wanneer er binnen een zoekgebied zowel lage als hoge risico’s op het voorkomen van de soort aanwezig zijn, is de beoordeling ingegeven op het hoge risico. Tabel 57 geeft de scoretabel weer voor laatvlieger. Windenergie

96

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Tabel 57

Scoretabel laatvlieger (o.b.v. kaartbeeld kaartbeeld foerageren kraamtijd) Beoordelingscriterium Laatvlieger (foerageren kraamtijd)

3.7.3

--

-

0

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met hoge kans op voorkomen van laatvlieger (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 8-10).

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met gemiddelde kans op voorkomen van laatvlieger (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 57).

Zoekgebied is gelegen binnen gebied met lage kans op voorkomen van laatvlieger (relatief risico voorkomen specifieke vliegbeweging: 0-4).

Conclusie Tabel 58 geeft een samenvatting van de effectbeoordeling voor vogels en vleermuizen per zoekgebied voor windenergie binnen de gemeente Utrecht.

4 Voordorpse Veld

5 Noorderpark

7 Haarzuilens

8 Dorpeldijk

0 -

0 0

-

0 -

0 -

0 -

-

-

-

-

-

-

-

-

--

-

0

0

0

0

0

0

-

0

-

0

-

-

-

-

-

-

-------0 ----

------------

0 ------0 -----

0 -----0 ----

------0 -----

----------

-----------

-----0 ----

6 Ockhuizen

3 Utrecht Science Park

Zoekgebieden Effecten op soorten biotoop ‘Steen en gebouwen’ Effecten op soorten biotoop ‘Oever en water’ Effecten op soorten biotoop ‘Bomen, bos en struiken’ Effecten op soorten biotoop ‘Gras en kruiden’ Effecten op soorten biotoop ‘Biotoop overstijgende soort’ Effecten op vogels: vogeltrek Effecten op niet-broedvogels Effecten op broedvogels Gewone dwergvleermuis: foerageren kraamtijd Gewone dwergvleermuis: migratie (korte afstand) Ruige dwergvleermuis: foerageren kraamtijd Ruige dwergvleermuis: migratie (lange afstand) Rosse vleermuis: transitvlucht kraamtijd Rosse vleermuis: migratie (lange afstand) Tweekleurige vleermuis: transitvlucht kraamtijd Tweekleurige vleermuis: migratie (lange afstand) Bosvleermuis: transitvlucht kraamtijd Bosvleermuis: migratie (lange afstand) Laatvlieger: foerageren kraamtijd

2 Lage Weide

Effectbeoordeling windenergie aspect ecologie soortenbescherming. Dikgedrukte scores zijn aanvullende scores op het initiële planMER. 1 Rijnenburg

Tabel 58

5B

Het onderzoek op basis van de windenergie gevoeligheidskaarten voor vleermuizen en vogels heeft een aantal nieuwe inzichten met zich meegebracht: ➢ Alle zoekgebieden zijn gelegen binnen gebieden waar relatief lage en/of matige vogeltrek aanwezig is. ➢ Zoekgebieden Rijnenburg & Reijerscop (1), Ockhuizen (6) en Haarzuilens (7) liggen (deels) binnen gebieden waar hoge risico’s op de aanwezigheid van windenergie gevoelige (niet-broedvogels) aanwezig zijn. Alle andere zoekgebieden liggen binnen gebieden waar de risico’s laag en/of matig zijn.

Windenergie

97

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht ➢ Zoekgebied Rijnenburg & Reijerscop (1) scoort als enige zoekgebied dubbel negatief voor het beoordelingscriterium ten aanzien van broedvogels, aangezien het zoekgebied gedeeltelijk binnen locaties met hoge risico’s voor aanwezigheid van gevoelige broedvogelsoorten ligt. ➢ Voor elk zoekgebied kan worden gesteld dat er een hoge kans op voorkomen is van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, bosvleermuis en laatvlieger. ➢ De kans is laag op het voorkomen van tweekleurige vleermuis in transitvlucht voor zoekgebieden Rijnenburg & Reijerscop (1), USP (3), Voordorpse Veld (4), Noorderpark (5) en Dorpeldijk (8). De kansen zijn hoog op het voorkomen van deze soort in transitvlucht voor de zoekgebieden Lage Weide (2), Ockhuizen (6) en Haarzuilens (7). Voor deze soort worden ook hoge kansen op het voorkomen verwacht tijdens lange afstandsmigratie binnen zoekgebieden USP (3) en Noorderpark (5).

3.7.4

Optimalisatiemogelijkheden De effectbeoordeling laat zien dat er voor de meeste zoekgebieden hoge risico’s aanwezig zijn op het voorkomen van beschermde vleermuissoorten en gevoelige broedvogels en niet-broedvogels. Effecten op deze soorten kunnen worden beperkt/voorkomen door toepassing van mitigerende maatregelen. Wanneer mitigerende maatregelen ontoereikend zijn, zullen compenserende maatregelen genomen moeten worden. Deze paragraaf gaat in op mogelijke mitigerende maatregelen voor vogels en vleermuizen die kunnen worden toegepast om effecten te beperken/voorkomen.

3.7.4.1

Vogels

Op basis van de gevoeligheidskaarten voor vogels kan worden gesteld dat voor elk zoekgebied (behalve: Rijnenburg, Ockhuizen en Haarzuilens) gemiddelde kansen bestaan dat kwetsbare vogels aanwezig zijn. Binnen zoekgebied Rijnenburg, Ockhuizen en Haarzuilens zijn hoge risico’s op aanwezigheid van kwetsbare vogels. Windturbines kunnen daarbij verschillende effecten hebben op vogels: • Sterfte door aanvaringen met de windturbines; • Habitatverlies of verstoring van broedende of foeragerende vogels; • Barrièrewerking voor vliegende vogels. De daadwerkelijke effecten van windturbines op vogels kunnen niet vastgesteld worden op de provinciale gevoeligheidskaarten. Lokaal onderzoek is bij concrete projecten altijd benodigd om deze daadwerkelijke effecten in kaart te brengen. De gevoeligheidskaarten laten niet de daadwerkelijke aanwezigheid van broedvogels en niet-broedvogels zien, maar enkel een verwachting van de grootte van een risico dat gelopen wordt bij de realisatie van een windturbine op een bepaalde locatie. Op basis van nader ecologisch veldonderzoek op projectniveau dient in kaart te worden gebracht welke soorten daadwerkelijk binnen het gebied aanwezig zijn

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=bc6d4505-6963-4033-b06d-bdb3946e9a58