1 - PlanMER Energievisie Utrecht
Tekst van het document
Figuur 5
Plangebied gemeente Utrecht
Kaders en uitgangspunten
31
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
2.4
Zoekgebieden Binnen het plangebied zijn voor alle drie de thema’s zoekgebieden aangewezen die in dit planMER zijn onderzocht. De zoekgebieden voor windenergie en zonne-energie zijn overgenomen uit de RSU 2040. De zoekgebieden voor geothermie zijn vastgesteld op basis van de ondergrondse geschiktheid. Deze geschiktheid is onderbouwd in de onderzoeken behorend bij de raadsbrief van 9 december 2021.
2.4.1
Windenergie In de raadsbrief van 22 januari 2021 is de totstandkoming van de zoekgebieden voor windenergie onderbouwd. Door onderzoeksbureau OverMorgen is een studie naar de plaatsingsruimte voor windturbines uitgevoerd. De gebieden die hieruit naar voren kwamen zijn beoordeeld door de gemeente. De belangrijkste afwegingen voor het selecteren van de zoekgebieden in de RSU waren: ➢
Locaties op een afstand van minder dan 400 meter tot woningen8 (uitgezonderd individuele woningen) vallen af omdat wij de geluidhinder binnen die afstand onacceptabel vinden.
➢
Locaties met meer dan één belemmering op basis van provinciaal beleid vallen af. Met name langs de randen van de gemeente ligt cultuurhistorisch erfgoed en natuur, die vanuit provinciaal beleid beschermd zijn. Langs de noord- en oostrand van stad Utrecht liggen de Hollandse Waterlinies, waarvan het grootste deel inmiddels werelderfgoed is (Unesco).
Figuur 6 laat de zoekgebieden zien met 0 of 1 belemmering(en) op basis van provinciaal beleid die in dit planMER zijn onderzocht.
8
Woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen zijn alle geluidsgevoelige bestemmingen. Wij nemen deze allemaal mee, maar voor de leesbaarheid gebruiken wij voornamelijk het woord woningen.
Kaders en uitgangspunten
32
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Figuur 6
Zoekgebieden windenergie
2.4.1.1
Uitgangspunten voor plaatsing windturbines
Deze paragraaf bevat een toelichting op de gekozen alternatieven voor windenergie waar er in totaal 8 van zijn onderzocht. Voor dit planMER is de afbakening van de zoekgebieden gebruikt zoals opgenomen in de raadsbrief van 22 januari 2021 Bij het invullen van de alternatieven in een zoekgebied zijn windturbines geprojecteerd op bepaalde locaties. Als uitgangspunt bij het projecteren zijn windturbines gebruikt met een ashoogte van 180 meter en een rotordiameter van 180 meter, resulterend in een tiphoogte van 270 meter, zie Figuur 7. In 2.4.1.2 is gekeken in hoeverre deze en een kleine afmeting windturbine daadwerkelijke plaatsingsruimte hebben in de zoekgebieden.
Kaders en uitgangspunten
33
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Figuur 7
Schematische weergave van een windturbine met tiphoogte 270 meter
Bij de keuze van de locaties is gestreefd naar zo veel mogelijk windturbines in elk zoekgebied bij een onderlinge afstand van viermaal de rotordiameter. Waar mogelijk is een lijnopstelling gehanteerd. Figuur 8 geeft een overzicht van de windturbineopstellingen die in het planMER zijn onderzocht. Deze indicatieve posities zijn geprojecteerd om een concreet en representatief beeld te kunnen verkrijgen van de maximaal te verwachte milieueffecten. Deze indicatieve posities zijn op geen enkele manier bepalend of kaderstellend voor daadwerkelijke locaties bij concrete planuitwerking. Figuur 8
Overzicht alternatieven met geprojecteerde locaties voor windturbines
Kaders en uitgangspunten
34
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht 2.4.1.2
Plaatsingsruimte bij twee formaten windturbines
In aanvulling op de analyse van Overmorgen9 (en de zoekgebieden die hier uit komen) is hieronder beschouwd welke plaatsingsruimte aanwezig is in de acht zoekgebieden. Omdat deze plaatsingsruimte deels afhankelijk is van afmetingen is dit gedaan voor twee formaten. Het doel van deze paragraaf is te onderzoeken in hoeverre de keuze voor kleinere windturbine met een tiphoogte van 200 meter opwekpotentie oplevert ten opzichte van de windturbines met een tiphoogte van 270 meter. Om de plaatsingsruimte te bepalen is in kaart gebracht welke belemmeringen er spelen in de gemeente Utrecht. Deze zijn te verdelen in twee groepen, namelijk afmetingsafhankelijke belemmeringen en de zogenaamde onafhankelijk belemmeringen. De onafhankelijke belemmeringen worden niet bepaald door afmetingen maar zijn voor moderne grootschalige windturbines hetzelfde. Hieronder vallen in het geval van dit onderzoek twee belemmeringen, namelijk lokale wegen en woningen. Deze laatste belemmering neemt in een stedelijke omgeving zoals Utrecht logischerwijs veel ruimte weg. Bepalend voor de aan te houden afstand tot woningen is geluid. Omdat grotere windturbines (van 270 meter tiphoogte) niet per definitie luider zijn dan de kleinere onderzochte windturbines (200 meter tip) blijft de afstand tot woningen hetzelfde.
In het geval een afstandsnorm wordt opgenomen in de nieuwe windturbinebepalingen10, kunnen de afmetingen van windturbines bepalend worden. Stille, maar grote windturbinetypen kunnen mogelijk hierdoor niet geplaatst worden. Bij een afstandsnorm van tweemaal de tiphoogte is bij stille, grote windturbinetypen deze afstandsnorm bepalend en niet de geluidsnormen van 45 of eventueel 47 dB Lden. Afmetingafhankelijke belemmeringen betreft voornamelijk natuur en veiligheid. Voorbeelden van objecten waar afstand van gehouden dient te worden zijn rijkswegen, spoorwegen, buisleidingen, hoogspanningskabels en beschermde natuurgebieden. De onderstaande tabel laat zien welke belemmeringen zijn toegepast. Tabel 12
Gehanteerde belemmeringafstanden, RD staat voor rotordiameter. Belemmering Formule afstand Tiphoogte 200m Spoorwegen 0,5 RD + 11 m 86m Rijkswegen 0,5 RD 75m Buisleidingen 0,5 RD 75m Hoogspanningsinfrastructuur Tiphoogte 200m Vaarwegen 0,5 RD 75m Pand 0,5 RD 75m NNN 0,5 RD 75m Natura-2000 0,5 RD 75m
Tiphoogte 270m 101m 90m 95m 270m 90m 90m 90m 90m
Het samenvoegen van de belemmeringen in de drie groepen leidt tot drie belemmerde zones: ➢ Belemmerd gebied door afmetingonafhankelijke belemmeringen 9 Potentie opwek duurzame elektriciteit Gemeente Utrecht, 10 maart 2021, Overmorgen 10 https://www.platformparticipatie.nl/windturbinesleefomgeving/ontwerpbesluit-windturbines-leef-
omgeving/default.aspx
Kaders en uitgangspunten
35
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht ➢ Belemmerd gebied voor windturbines van 200 meter tiphoogte ➢ Belemmerd gebied voor windturbines van 270 meter tiphoogte Deze samengevoegde belemmeringen leiden tot een kaart waar deze groepen en hun effecten op de plaatsingsruimte zijn aangegeven. Deze groepen geven een indicatie waar belemmeringen spelen, maar deze zijn niet gebruikt voor de plaatsing van windturbines. Hiervoor zijn de uitgangspunten van Overmorgen gebruikt, waarbij plaatsing van een windturbine nabij een losstaande woning of in een enkele provinciale belemmering als mogelijk is aangeduid. Ook kunnen windturbines eventueel in NNN, of dichter bij een hoogspanningskabel of pand geplaatst worden. Hieronder zijn de samengevoegde belemmeringen binnen de gemeente weergegeven. Daaronder een inzoom op één zoekgebied, namelijk Lage Weide, om zo de effecten van de afmetingen duidelijker te maken: Figuur 9
Belemmerde gebieden voor windturbines van 200 en 270 meter tiphoogte
De kaart geeft weer dat onafhankelijke belemmeringen het overgrote gedeelte van de ruimte in de gemeente Utrecht al wegneemt. De afmetingafhankelijke belemmeringen ontnemen in de zoekgebieden overige, maar essentiële ontwikkelruimte. De inzoom van Lage Weide laat zien dat het grotere type grotere belemmeringen kent, maar dat de impact van de afmeting beperkt is. Er kan gesteld worden dat met de huidige wetgeving windturbines van 200 meter niet veel meer plaatsingsruimte hebben dan windturbines van 270 meter. Vanwege de mogelijke afstandsnorm van tweemaal de tiphoogte die in de voorgestelde, nieuwe windturbinebepalingen is opgenomen, zou dit verschil groeien. Ontwikkelruimte voor windturbines
Kaders en uitgangspunten
36
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht van 270 meter hoog neemt dan vooral af in zoekgebieden begrensd door woningen, zoals USP, Noorderpark, Ockhuizen, Haarzuilens en Dorpeldijk. De invloed op Lage Weide is erg locatieafhankelijk binnen het zoekgebied. Rondom Lage Weide liggen grote hoeveelheden woningen waardoor hinder bij plaatsing kan optreden, maar deze liggen te ver weg om directe ontwikkeling sterk tegen te houden. Wel is externe veiligheid nog een aandachtspunt op het bedrijventerrein, zeker bij de vaststelling van de voorgestelde windturbinebepalingen. In Rijnenburg blijft bij een groter type nog ontwikkelruimte over voor enkele windturbines. Het potentieel neemt nauwelijks af bij invoering van een afstandsnorm van tweemaal de tiphoogte. Figuur 10
Belemmerde gebieden voor windturbines van 200 en 270 meter tip, inzoom Lage Weide
2.4.1.3
Opwekpotentie van de zoekgebieden
Tabel 13 bevat de maximale energieproductie per zoekgebied voor wind. Hierbij is uitgegaan van de maximale energieproductie per windturbine (26 GWh per jaar), exclusief stilstandvoorzieningen voor bijvoorbeeld geluid, slagschaduw en natuur. Tevens is de energieopbrengst hierbij afgezet tegen het huidige elektriciteitsverbruik binnen de gemeente van 1.339 GWh. De maximale potentie van zoekgebied Rijnenburg & Reijerscop kan met 207 GWh (15% van het doelbereik) het meeste bijdragen aan het doelbereik.
Kaders en uitgangspunten
37
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
Reijerscop
Lage Weide
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Energieopbrengst windenergie
8 207 15,4%
5 129 9,6%
3 78 5,8%
1 26 1,9%
2 52 3,9%
3 78 5,8%
5 129 9,6%
3 78 5,8%
Rijnenburg en
Tabel 13
Aantal windturbines Energieopbrengst (GWh) Doelbereik
2.4.2
Zonne-energie Ook voor zonneparken zijn zoekgebieden opgenomen in de RSU. Voor dit planMER is de afbakening van de zoekgebieden gebruikt zoals opgenomen in de raadsbrief van 22 januari 2021. Hierin is de totstandkoming van deze zoekgebieden onderbouwd. Ook voor deze zoekgebieden ligt de basis in de eerdergenoemde potentieelstudie. Op basis van deze gegevens heeft de gemeente verdere afwegingen gemaakt, de belangrijkste afwegingen zijn hierbij: ➢
Percelen kleiner dan 5 hectare zijn niet benoemd als zoekgebied. De grens van 5 hectare is gekozen, omdat onder deze grens alleen sprake kan zijn van kleinschalige zonnevelden die beperkt bijdragen aan de verduurzaming van de energievoorziening van de stad.
➢
Locaties met meer dan één belemmering op basis van provinciaal beleid vallen af. Net als bij windturbines zijn ook door provinciaal beleid beschermde, ecologische en cultuurhistorische waarden een belemmering voor de realisatie van zonnevelden.
Kaders en uitgangspunten
38
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Figuur 11
Zoekgebieden zonne-energie
Voor zonnevelden zijn de effecten bepaald van zonnevelden die 50% van het oppervlak van de zoekgebieden omvatten. Deze 50% wordt aangenomen als een maximaal haalbare benuttingsgraad. In de praktijk kan dit lager zijn. 2.4.2.1
Opwekpotentie van de zoekgebieden
De maximale energieproductie is per zoekgebied voor zon in Tabel 14 weergegeven. De energieopbrengst is hierbij ook afgezet tegen het huidige elektriciteitsverbruik binnen de gemeente. De maximale potentie van zoekgebied Rijnenburg kan met 159 GWh (57% van het doelbereik) het meeste bijdragen aan het doelbereik.
Kaders en uitgangspunten
USP
Voordorpse Veld
Poldergebied Overvecht
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Haarrijnseplas
Meijewetering
Geluidswal A12
Maximaal opp.(ha.) Energieopbrengst (GWh) Doelbereik
Nedereindse Plas
Energieopbrengst zonne-energie
Rijnenburg
Tabel 14
318
45
43
20
9
90
61
82
37
1
4
159
23
22
10
4
45
30
41
19
1
2
57%
8%
8%
4%
2%
16%
11%
15%
7%
0%
1%
39
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
2.4.3
Geothermie Voor geothermie zijn in de RSU geen locaties of zoekgebieden opgenomen. Op basis van de onderzoeken behorende bij raadsbrief van 9 december 2021 zijn zoekgebieden gedefinieerd die in dit MER gebruikt zijn. Om tot deze zoekgebieden te komen is in drie fases gekeken naar het eventueel geschikte gebied binnen het plangebied. Waterbeschermingsgebieden en boring vrije zones zijn uitgesloten omdat boren in deze gebieden conform het provinciale beleid niet is toegestaan. ➢ Van de gebieden die overbleven, zijn locaties afgevallen die geologisch niet geschikt bleken te zijn conform de raadsbrief van 9 december 2021. ➢ De gebieden die na het doorlopen van de bovenstaande twee stappen overbleven zijn verder afgebakend door te kijken naar natuurlijk of herkenbare grenzen binnen de gemeente. Het ruimtegebruik van een geothermieinstallatie is circa 1 hectare groot. Gekeken is of deze ruimte beschikbaar is in de zoekgebieden. ➢
In de zoekgebieden kan nog wel sprake zijn van de dynamische en bufferzone van het gemeentelijk Gebiedsplan Gebiedsgericht grondwaterbeheer en de matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad van provincie Utrecht, waar beperkingen kunnen gelden vanuit de bescherming van de grond- en drinkwaterkwaliteit. Dit wordt meegenomen in de effectbeoordeling. Figuur 12
Zoekgebieden geothermie.
Kaders en uitgangspunten
40
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
2.5
Referentiesituatie en autonome ontwikkelingen De milieueffecten worden beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie: dat is de situatie die in de toekomst zal ontstaan als het project niet wordt gerealiseerd. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie plus relevante autonome ontwikkelingen. Gedurende het uitvoeren van dit planMER is het zonneveld op de Meijewetering vergund en gebouwd. De resultaten voor dit zoekgebied gelden voor een groter gebied dan het zonnepark, vandaar dat de resultaten zijn opgenomen.
2.5.1
Autonome ontwikkelingen Onder autonome ontwikkelingen worden in een MER verstaan: die ontwikkelingen waarvan reeds een ontwerp is gepubliceerd. Het betreft dus redelijk concrete plannen, met een grote kans van doorgang. Algemene ontwikkelingen, zoals de landbouwtransitie of infrastructurele projecten in de vooronderzoeksfase, vallen niet onder de definitie van autonome ontwikkeling en worden dus niet beschouwd. Als onderdeel van de referentiesituatie worden de autonome ontwikkelingen beschreven. Het gaat hierbij om voorzienbare (vergunde of reeds in procedure gebrachte) ruimtelijke ontwikkelingen in het zoekgebied en de directe omgeving: ➢ Energieprojecten: De vergunning voor een zonnepark op Geluidswal A12 is inmiddels ingetrokken door de initiatiefnemer. Voor de zonneveld-eilanden op de Haarrijnseplas is een bestemmingsplan vastgesteld. Ten tijden van het schrijven van dit planMER is een ontwerp bestemmingsplan voor vier windturbines in Rijnenburg ter inzage gelegd. In het voorjaar van 2024 wordt het bestemmingsplan voor vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. ➢ Woningbouw: In de gemeente Utrecht wordt op een groot aantal plekken woningen gebouwd. Voorbeelden van buurten waar aanzienlijke aantallen woningen worden bijgebouwd zijn de westzijde van het Amsterdam-Rijnkanaal (Leeuwesteyn, Papendorp en Groenewoud), de Merwedekanaalzone en ten zuiden van de Haarrijnseplas.
Een recente versie van de BAG is gebruikt in de verschillende onderzoeken. Delen van deze wijken die nu opgeleverd worden staan in de BAG. De overige nieuwbouwlocaties zijn aangeleverd door de gemeente, zie bijlage E. Voor enkele projecten geldt dat dit autonome ontwikkelingen zijn, voor het grootste deel is dit nog niet het geval. Voor windenergie zijn geplande woningen op dezelfde manier beoordeeld als de bestaande woningen, zie 3.3.3.
2.6
Raakvlak ontwikkelingen Naast een beschrijving van de referentiesituatie inclusief de autonome ontwikkelingen, wordt hier een beschrijving gegeven van verwachte (in voorbereiding zijnde) ruimtelijke ontwikkelingen in de zoekgebieden en de directe omgeving. De opgaves uit de RSU zijn in dit planMER getoetst aan de zoekgebieden voor duurzame energie opwek. Op de volgende pagina zijn de ontwikkelingen visueel weergegeven.
Kaders en uitgangspunten
41
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
➢ Polder Rijnenburg: In 2023 is een besluit genomen over woningbouw in Rijnenburg11 volgens het scenario Klein Rijnenburg. Hiermee is het zuiden van de polder aangewezen voor woningbouw, die start in 2035, en het noorden als permanent energielandschap. De voorstellen in het RSU zijn in dit planMER meegenomen als toekomstige ontwikkelingen. Omdat het een visie op hoofdlijnen betreft en er nog geen sprake is van vergunde plannen, beschouwen de RSU niet als autonome ontwikkeling. Wel toetsen we de belangrijkste thema's aan de opgave in de Beleidsnota Schone Energie. Het volgende nemen we mee: ➢ Het realiseren van minimaal 550 hectare groen om de stad. Binnen dit groen wordt ook de opgave voor recreatie voorzien die voortkomt uit de provinciale Omgevingsvisie. ➢ Zoeklocaties sportvelden. ➢ Zoeklocaties voor woningbouw. ➢ Zoeklocaties voor werklocaties. Figuur 13
Toekomstige ontwikkelingen RSU
11 https://utrecht.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/08d2df7f-640b-466a-a197-
e569ad16b331#a7476432-76cd-4d53-92c8-eb147def2749
Kaders en uitgangspunten
42
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
Hoofdstuk 3 Windenergie 3.1
Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de verschillende milieueffecten die windturbines binnen de zoekgebieden veroorzaken aan de hand van een groot aantal beoordelingscriteria (zie Tabel 15). Het MER gaat daarbij uit van ‘worst-case’ opstellingen. Per aspect is na de beoordeling aangegeven welke mogelijkheden bestaan om de meest negatieve effecten te mitigeren. Na de gehele beoordeling gaat dit hoofdstuk in paragraaf 3.13 ook in op mogelijke optimalisaties binnen de verschillende zoekgebieden, waarbij bijvoorbeeld door het laten vervallen van 1 of enkele windturbines naar verwachting een vermindering van de milieueffecten optreedt. Welke mitigatiemogelijkheden bestaan voor deze ‘milieuvriendelijke variant’ wordt telkens toegelicht.
Tabel 15
Windenergie: aspecten die in het planMER aan de orde komen en hun beoordelingscriteria Aspect Beoordelingscriterium Werkwijze
Externe veiligheid
Aantal objecten met een extern veiligheidsrisico binnen de maximale werpafstand (conform Handreiking Risicozonering Windturbines)
Aantal nabijgelegen gevoelige objecten
Geluid & Gezondheid
Aantal nabijgelegen gevoelige objecten t.o.v. energieproductie Ernstig gehinderden (cumulatief)
Windenergie
Slagschaduw
Beoordelingscriterium slagschaduw
Stiltegebied
Ligging t.o.v. Stiltegebied
Recreatie
Ligging t.o.v. recreatiezones en terreinen
Ecologie
Ligging t.o.v. beschermde natuurgebieden
Het aantal relevante objecten in kaart brengen. Relevant voor extern veiligheidsrisico zijn: (beperkt) kwetsbare objecten, hoogspanning- en buisleidinginfrastructuur, risicovolle installaties en autowegen en spoorwegen voor gevaarlijk transport. Aantal bestaande en nieuwbouwwoningen binnen: 50, 44 en 37 dB Lden-contouren (kwantitatief) Aantal bestaande en nieuwbouwwoningen binnen: 50, 44 en 37 dB Lden, gedeeld door de verwachte elektriciteitsproductie (kwantitatief) Toename aan ernstig gehinderden door cumulatief geluid bij bestaande en nieuwbouwwoningen Score afhankelijk van aantal woningen in de nabije omgeving en daarom gelijkgesteld aan de score voor woningen met een geluidbelasting van 44 dB Lden of meer. Op basis van de kaart ‘Stiltegebieden provincie Utrecht’. (kwantitatief) Op basis van Omgevingsvisie Provincie Utrecht Op basis van effectafstanden, de kans op verstoring en barrièrewerking in N2000, NNN en Groene Contour gebieden (kwalitatief)
43
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Aspect
Beoordelingscriterium
Effect op beschermde soorten
Zichtbaarheid
Ligging t.o.v. Unesco erfgoed
Landschap & Cultuurhistorie
Ligging t.o.v. Cultuurhistorisch erfgoed
Effect op de landschappelijke waarden
Archeologie
Ligging t.o.v. de stedelijke groenstructuur Ligging t.o.v. archeologisch erfgoed
Beoordeling toekomstige ontwikkelingen
Ligging t.o.v. toekomstige ontwikkelingen
Energieopbrengst
MWh aan de hand van het aantal windturbines
Werkwijze Ligging zoekgebieden t.o.v. gebieden op de gemeentelijke natuurwaarden kaart met zwaar en licht beschermde soorten (kwalitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. foerageer en migratiebewegingen van kritische vogel- en vleermuissoorten Beoordeling zoekgebieden op basis van dichtheid en gebruiksfunctie omringend landschap. (kwalitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. beschermd werelderfgoed van Unesco (bv. Hollandse Waterlinies) (kwantitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. bestaande cultuurhistorische erfgoed o.b.v. cultuurhistorische atlas (kwantitatief) Beschrijving van het effect van de voorgenomen activiteit op de kernkwaliteiten van het landschappelijk o.b.v. de kwaliteitsgidsen (kwalitatief) Op basis van de kaart ‘stedelijke groenstructuur’ (kwantitatief) Op basis van de kaart 'Provinciaal erfgoedbeleid'. (kwalitatief) Op basis van ontwikkelingen op woningbouw, groen, werklocaties en sport zoals opgenomen in de RSU. Berekenen van de bijdrage van het zoekgebied uitgedrukt in MWh op basis van (1) ingetekende fictieve opstelling van # windturbines en (2) aanname voor energieproductie per windturbine (kwantitatief)
De beoordeling van deze aspecten wordt in het planMER waar mogelijk uitgevoerd op basis van kwantitatieve gegevens, maar de beoordelingen zijn uiteindelijk allemaal kwalitatief op basis van een 5 puntsschaal, variërend van “Significant negatief” (--) tot “Significant positief” (++). De effecten zijn bepaald ten opzichte van de referentiesituatie zoals in Hoofdstuk 2 beschreven. Tabel 16
Windenergie
5-puntsschaalbeoordeling voor de milieueffecten Score
Beoordeling
-0 + ++
Significant negatief effect Beperkt negatief effect Neutraal effect Beperkt positief effect Significant positief effect
44
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
3.2
Externe Veiligheid
3.2.1
Beoordelingskader De aanwezigheid van windturbines kan een verhoogd risico opleveren voor de omgeving. Mogelijke risico’s rond een windturbine zijn mastbreuk, het afbreken van de gondel en de afworp van een wiek. Deze risico’s zijn onder te verdelen in de deelthema’s: ➢ Risico’s met gevaarlijke stoffen (een deel van een windturbine raakt bijvoorbeeld een gastank of een buisleiding) ➢ (Beperkt) kwetsbare objecten (een deel van een windturbine raakt een persoon)12 ➢ Waterkeringen (een deel van een windturbine raakt een waterkering) ➢ Spoor-, weg- en vaarwegen (een deel van een windturbine komt erop terecht) ➢ Hoogspanning (een deel van een windturbine raakt een hoogspanningslijn) ➢ Buisleidingen (een deel van een windturbine raakt een buisleiding) De hoogte van het risico hangt af van veel factoren (afstand tot de windturbine, faalkans van de windturbine, aantal mensen aanwezig, etc. etc.). De in dit planMER beschouwde alternatieven zijn beoordeeld door middel van een ‘tweetrapsraket’: eerst is geïnventariseerd of er relevante objecten binnen het beinvloedingsgebied van de windturbines liggen. Vervolgens is voor deelthema’s waar dit inderdaad aan de orde is gekeken of de windturbines binnen de voor dat deelthema geldende adviesafstand zijn gelegen of niet.
3.2.2
Effectbeoordeling Eerst is het beïnvloedingsgebied van de windturbines bepaald. Dit is de ‘maximale werpafstand bij overtoeren’. De maximale werpafstand bij overtoeren is bepaald door het voorgenomen type in ons programma BladeThrow te berekenen. Op basis van wieklengte, ashoogte, rotatiesnelheid en het zwaartepunt van de wiek is de maximale werpafstand bij overtoeren berekend. Bij de SG 6.0-170 met een ashoogte van 180 meter en een wieklengte van 90 meter is de maximale werpafstand bij overtoeren 359 meter.
Tabel 17
Maximale werpafstand bij overtoeren
Type
Maximale werpafstand bij overtoeren
Siemens Gamesa SG6.0 170
359 meter
Objecten die gelegen zijn binnen deze werpafstand bij overtoeren kunnen eventueel risico ondervinden van windturbines. In Figuur 14 is inzichtelijk gemaakt om 12
Windenergie
Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld woningen en grote kantoorgebouwen. Beperkt kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld kleine bedrijfspanden en opslagloodsen.
45
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht welke objecten het gaat. Voor de leesbaarheid van de figuur zijn woningen en panden niet opgenomen, deze behoren echter ook wel tot de groep objecten die risico kunnen ondervinden. Figuur 14
Beïnvloedingsgebied van de alternatieven
Per object dient een minimale afstand aangehouden te worden, in onderstaande tabel staan deze beschreven. Deelthema’s die niet van toepassing zijn omdat ze niet optreden binnen het beïnvloedingsgebied van de windturbines zijn buiten beschouwing gelaten. Tabel 18
Adviesafstanden externe veiligheid - omschrijving
Deelthema
Adviesafstand
Bron
Gevaarlijke stoffen, buisleidingen
Grootste waarde van 1) maximale werpafstand bij nominaal toerental en 2) ashoogte + 1/3 wieklengte
Beleid Gasunie
10-5-contour/ wieklengte 10-6-contour/ wieklengte
Activiteitenbesluit milieubeheer (op dit moment buiten werking voor opstellingen van 3 of meer windturbines)
Beperkt kwetsbare objecten Kwetsbare objecten
Windenergie
46
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Deelthema Primaire waterkeringen Spoorwegen Rijkswegen Hoogspanning
Tabel 19
Adviesafstand
Bron
Beschermingszone13
Keur Waterschap14
Wieklengte + 7,85 meter Wieklengte Grootste waarde van 1) maximale werpafstand bij nominaal toerental en 2) tiphoogte
Handreiking Risicozonering Windturbines (2020) Handreiking Risicozonering Windturbines
Adviesafstanden externe veiligheid – waarden gebruikt in planMER
Deelthema
Adviesafstand alternatieven
Buisleidingen Beperkt kwetsbare objecten Kwetsbare objecten Risicovolle installaties Dijken Spoorwegen Rijkswegen Vaarwegen Hoogspanning
270m 197m 90m 359m n.v.t. 97.85m 90m 90m 270m
De alternatieven zijn als volgt beoordeeld: Tabel 20
Beoordelingscriteria externe veiligheid
Thema
Beoordelingscriterium
Methode
Externe veiligheid
Aanwezigheid relevante objecten en structuren binnen adviesafstand (per deelthema)
Kwantitatief
Voor het thema externe veiligheid is de volgende effectbeoordeling gehanteerd: Tabel 21
Effectbeoordeling externe veiligheid -Meer dan 1 deelthema binnen adviesafstand van windturbines 1 deelthema binnen adviesafstand van windturbines 0 Geen deelthema binnen adviesafstand + n.v.t. ++ n.v.t.
13 Voor de waterkeringen geldt niet zozeer een adviesafstand, maar moet bij werkzaamheden nabij wa-
terkeringen een watervergunning worden aangevraagd. Voor het detailniveau van dit MER is het voldoende om te zien of er zich windturbines binnen de beschermingszone van de waterkering bevinden of niet.
Windenergie
47
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten Risicovolle installaties Buisleidingen Hoogspanningsinfrastructuur Wegen Spoorwegen Vaarwegen Primaire waterkering (Dijken)
Lage Weide
Objecten binnen het beïnvloedingsgebied aanwezig?
Rijnenburg & Reijerscop
Tabel 22
13
161
28
5
17
2
12
33
0 Ja Nee Ja Nee Nee Nee
5 Ja Ja Ja Ja Ja Ja
0 Ja Nee Ja Nee Nee Nee
0 Nee Nee Ja Nee Nee Nee
0 Ja Ja Ja Nee Nee Nee
0 Ja Ja Ja Nee Nee Nee
0 Nee Nee Ja Nee Nee Nee
0 nee Nee Ja Ja Nee Nee
Vervolgens is per deelthema, en per opstelling waar dit thema relevant is, gekeken of aan de adviesafstand is voldaan zoals genoemd in Tabel 19.
3.2.3
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten Risicovolle installaties Buisleidingen Hoogspanningsinfrastructuur Wegen Spoorwegen Vaarwegen Primaire waterkering (Dijken) Aantal thema’s niet voldaan
Lage Weide
Voldaan aan adviesafstand?
Rijnenburg & Reijerscop
Tabel 23
Ja
Nee
Nee
Nee
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja Ja Ja Nee Ja Ja Ja 1
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja 7
Ja Nee Ja Nee Ja Ja Ja 3
Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja 1
Ja Nee Ja Ja Ja Ja Ja 1
Ja Nee Nee Ja Ja Ja Ja 2
Ja Ja Ja Nee Ja Ja Ja 1
Ja Ja Ja Ja Nee Ja Ja 2
Conclusie effectbeoordeling Onderstaande tabel geeft de effectbeoordeling weer.
Windenergie
48
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
Lage Weide
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Conclusie externe veiligheid
Rijnenburg & Reijerscop
Tabel 24
-
--
--
-
-
--
-
--
Aantal objecten binnen adviesafstand
3.2.4
Optimalisatiemogelijkheden De zoekgebieden Lage Weide, Utrecht Science Park, Ockhuizen en Dorpeldijk scoren ‘--‘ voor externe veiligheid doordat er bij meer dan één type object dat gevoelig is voor veiligheidsrisico’s niet voldaan kan worden aan de adviesafstanden. Wanneer gekozen wordt voor minder windturbines en daarmee te gaan schuiven binnen het zoekgebied, is het goed mogelijk dat de plaatsing van windturbines minder effect heeft op externe veiligheid. Voor sommige objecten zijn de adviesafstanden een zachte belemmering. Dat betekent dat door het treffen van mitigerende maatregelen de veiligheidsrisico’s tot een acceptabel niveau beperkt kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn extra bescherming van de objecten of aanpassing van het gebruik van deze objecten. Bij definitieve planuitwerking kan met de betreffende instantie overlegd worden wat de mogelijkheden zijn voor mitigerende maatregelen.
3.3
Geluid en gezondheid In dit onderdeel wordt gekeken en beoordeeld wat het effect is van windparken in de verschillende zoekgebieden op het thema geluid.
3.3.1
Beoordelingskader Deze beoordeling bestaat uit twee delen, namelijk de beoordeling van de bestaande woningen in en rond Utrecht en nieuwbouwwoningen. De onderstaande criteria worden gebruikt voor beide beoordelingsonderdelen. Als beoordelingscriterium voor het aspect ‘Aantal nabijgelegen gevoelige objecten’ hanteren wij het aantal gevoelige objecten15 dat is gelegen binnen de zogenaamde 37, 44 en 50 dB Lden contouren van de gemodelleerde windturbines. De bovengrens 15 Onder geluidsgevoelige objecten worden verstaan: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, ver-
pleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonschepen. Bron: Wet geluidhinder.
Windenergie
49
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht van 50 dB Lden is een geluidsbelasting die in de huidige praktijk alleen voorkomt bij bedrijfs- of molenaarswoningen waarvoor een specifieke regeling is getroffen. De ondergrens van 37 dB Lden is gekozen om dat bij die niet meer dan 1% van de mensen binnenshuis nog ernstige hinder ervaart (37 dB Lden16). De 44 dB Lden contour is gekozen als middelste waarde tussen de 37 en 50 dB Lden. dB Lden is een gebruikelijke maat in Nederland en Europa om de geluidsbelasting in uit te drukken. De Lden (Engels: Level Day-evening-night) is een maat om de jaargemiddelde geluidsbelasting door omgevingslawaai uit te drukken. Met deze maat wordt recht gedaan aan het feit dat geluid ’s nachts en ’s avonds als storender ervaren kan worden dan overdag. Het geluid wordt berekend als een gemiddelde, waarbij ’s avonds en ’s nachts respectievelijk 5 en 10 dB bij de berekende geluidsbelasting wordt opgeteld. Meer windturbines geven een grotere geluidbelasting, maar hebben ook een grotere energieopbrengst. Om een eerlijkere vergelijking te kunnen maken tussen zoekgebieden met verschillende aantallen windturbines is ook een beoordeling gemaakt van het aantal woningen uit bovengenoemd criterium gedeeld door de energieopbrengst van het bijbehorende alternatief. Dit beoordelingscriterium draagt de naam ‘Aantal nabijgelegen gevoelige objecten t.o.v.
energieproductie’. Deze relatieve beoordeling is een gebruikelijke methode is binnen het instrument MER. De geluidbelasting door windturbines zal minder opvallen als er al veel omgevingsgeluid is. Om deze reden is het geluid van de windturbines opgeteld bij het huidige geluidsniveau. Omdat de geluidsbelasting van windturbines als hinderlijker wordt ervaren als dezelfde geluidsbelasting van bijvoorbeeld industrie, wordt de geluidsproductie van een windturbine zwaarder gewogen dan de geluidsproductie van ander geluidbronnen17. Deze cumulatieve geluidsniveaus kunnen worden uitgedrukt in zogenaamde GES-scores. GES staat voor gezondheidseffectscreening. Op basis van de GES-methode wordt berekend in welke mate de milieugezondheidkwaliteit bij gevoelige objecten in en rond de zoekgebieden voor windturbines wordt beïnvloed. Dit wordt gedaan door het nieuwe aantal ernstig gehinderden (situatie met windturbines) te vergelijken met het huidige aantal ernstig gehinderden (situatie zonder windturbines). Deze ernstig gehinderden berekenen we op basis van de GES-scores en tabellen uit het Handboek Gezondheidseffectscreening. “Ernstig gehinderden (cumulatief)” is het laatste beoordelingscriterium van het thema geluid.
16 Jansen, S. A., Vos, H., & Eisses, A. R. (2008). Hinder door geluid van windturbines: dosis-effectrelaties
op basis van Nederlandse en Zweedse gegevens. 17 Verheijen, E., Jabben, J., Schreurs, E., Koeman, T., van Poll, R., & du Pon, B. (2009). Evaluatie nieuwe
normstelling windturbinegeluid. de Bilt: RIVM.
Windenergie
50
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
Gezondheidsheidseffectscreening (GES) Om de gezondheidseffecten van windturbines te bepalen werd tot voorkort veelvuldig gebruik gemaakt van de GES-score (gezondheidseffectscreening) gerelateerd aan de geluidsbelasting ter plaatse van omliggende woningen. Eind 2022 heeft de GGD GHOR het instrument GES teruggetrokken omdat zij van mening is dat het instrument GES niet meer voldoet voor toepassing binnen de huidige GGD praktijk. Desalniettemin kan met behulp van de GES-methodiek inzicht worden gegeven in de cumulatie geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten in de omgeving én aanvullend het daarbij gepaard gaande aantal ernstig gehinderden (in geval van cumulatie). Om tot een kwantitatief resultaat te komen waardoor de alternatieven met elkaar vergeleken kunnen worden is een omrekening van GES-scores naar een aantal ernstig gehinderden benodigd. Hierbij wordt het hinderpercentage dat hoort bij het midden van elke GES-klasse in onderstaande figuur gebruikt, die is gebaseerd op de tabel voor wegverkeerslawaai uit het Handboek Gezondheidseffectscreening1. Voor een cumulatieve beschouwing ligt het voor de hand om wegverkeersgeluid als uitgangspunt te gebruiken, omdat de rekenregels voor cumulatie (zoals bijvoorbeeld opgenomen in hoofdstuk 4 van het Reken- en Meetvoorschrift windturbines) ook alle geluid naar de hinderlijkheid van wegverkeersgeluid omrekenen.
Figuur 15 laat de verhouding tussen de GES-scores en het percentage ernstig gehinderden zien. Figuur 15
Aantal verwacht percentage ernstig gehinderden per GES-klasse
Door de toevoeging van de verschillende MER alternatieven kunnen bij omliggende woningen de GES-scores stijgen. Omdat bij een hogere klasse ook meer ernstig gehinderden horen, is het mogelijk te berekenen hoeveel meer ernstig gehinderden we verwachten na de toevoeging van de verschillende opstellingen in de zoekgebieden. Recent onderzoek heeft nogmaals aangetoond dat geen duidelijk verband is tussen dichtbij windturbines wonen en gezondheidsproblemen. Er kan dus niet zonder meer gesteld worden dat windturbines op land leiden tot gezondheidseffecten (zoals bijvoorbeeld een verhoogde bloeddruk, hartziekten en gehoorverlies). Ondanks dat windturbines door de hinder die ze geven, regelmatig in verband gebracht worden met een verscheidenheid aan gezondheidsproblemen, is er een belangrijk onderscheid tussen hinder en gezondheidseffecten. In veel gevallen kan hinder worden ondervonden, terwijl er dan geen sprake hoeft te zijn van gezondheidseffecten. Hinder kan echter ook leiden tot zodanig hevige gevoelens van irritatie, boosheid en onbehagen en dat deze als gevolg daarvan leiden tot stress en tot gezondheidseffecten. Uit onderzoek blijkt dat bij die beleving ook niet-akoestische factoren een rol spelen. Een windturbine heeft kortom dus geen directe effecten op de gezondheid van omwonenden. Wel kunnen er indirecte effecten optreden.
51 Windenergie
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Tabel 25
Tabel 26
Gezondheidseffectscreening (GES), toename gezondheidsrisico’s op basis van geluidsbelasting. Hierbij zijn alle geluidsbronnen ‘hinderequivalent’ omgerekend naar wegverkeersgeluid.
Geluidbelasting LCUM (dB)
Percentage ernstig gehinderden
GESscore 18
Milieugezondheidkwaliteit
< 43
0
0
Zeer goed
43-47
0–3
1
Goed
48-52
3–5
2
Redelijk
53-57
5–9
4
Matig
58-62
9 – 14
5
Zeer matig
63-67
14 – 21
6
Onvoldoende
68-72
21 – 31
7
Ruim onvoldoende
≥ 73
≥ 31
8
Zeer onvoldoende
Beoordelingscriteria geluid.
Thema
Beoordelingscriterium
Aantal nabijgelegen gevoelige objecten Aantal nabijgelegen gevoelige objecten t.o.v. energieproductie Ernstig gehinderden (cumulatief)
Aantal woningen binnen: 50, 44 en 37 dB Lden-contouren Aantal woningen binnen: 50, 44 en 37 dB Lden, gedeeld door de verwachte elektriciteitsproductie Toename aan ernstig gehinderden door cumulatief geluid
De effectbeoordeling in het planMER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van ‘- - ‘tot ‘++’. In onderstaande tabel wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect geluid toegelicht. Het is hierbij informatief om te vermelden dat de score ‘0’ niet betekent dat er geen effecten optreden. Deze score geeft aan dat er geen tot beperkt effecten voorkomen. De beoordelingscriteria zijn bij het thema geluid, net als bij de andere thema’s verdeeld om de alternatieven te vergelijken. Een “--“ in dit hoofdstuk betekent niet dat de effecten onoverkomelijk zijn. Deze effecten kunnen mogelijk worden gemitigeerd, zie hiervoor 3.3.5Hoofdstuk 7. Tabel 27
Scoretabel geluid bestaande woningen Criterium -Aantal woningen – Absoluut ≥50 dB Lden > 10 woningen ≥44 dB Lden > 2.500 woningen ≥37 dB Lden
> 10.000 woningen
Aantal woningen – Relatief > 0,1 woningen per ≥50dB Lden GWh > 20 woningen per ≥44dB Lden GWh > 200 woningen per ≥37dB Lden GWh Gezondheid Toename ernstig ge> 100 toename hinderden Toename ernstig ge=> 10% toename hinderden in %
1 - 10 woningen 500 – 2.500 woningen 5.000 – 10.000 woningen
0 0 woningen 0 - 500 woningen 0 – 5.000 woningen
0 - 0,1 woningen per GWh
0 woningen per GWh
10 - 20 woningen
0 - 10 woningen
100-200 woningen
0 - 100 woningen
55-100 toename
0 – 55 toename
5-10% toename
< 5% toename
18 GES-score 3 bestaat niet voor het thema wegverkeersgeluid, vandaar dat deze ook niet zichtbaar is.
Windenergie
52
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
3.3.2
Effectbeoordeling bestaande woningen Voor dit planMER is gekozen om met akoestisch rekenprogramma Geomilieu (V2022) berekeningen uit te voeren voor de zoekgebieden. Het rekenprogramma Geomilieu houdt rekening met verschillende omgeving specifieke kenmerken, zoals de overheersende windrichting en de absorptie/reflectie factor van de bodem. Het programma zoekt hiervoor aansluiting bij het “Reken- en meetvoorschrift windturbines” uit bijlage 4 van de Activiteitenregeling milieubeheer. Eén van de inputgegevens die nodig is, is een windturbinetype met een bepaalde ashoogte. Om te achterhalen welk type hiervoor geschikt is, is in kaart gebracht wat de bronsterkte van diverse commercieel verkrijgbare windturbinetypes is met een gangbare moderne afmeting (rotordiameter ≥ 150m). De onderstaande afbeelding laat de geluidsemissie van de beschikbare windturbines zien. De windturbines zijn gemodelleerd op de maximale ashoogte van 180 meter.
Figuur 16
Jaargemiddelde bronsterkte van 20 beschikbare windturbinetypes bij een ashoogte van 180 meter. Jaargemiddelde bronsterkte LE (db(A))
106,0 E160 EP5 E2 N163 5.X
105,0
GE 6.0-164
E160 EP5 E3
104,0
GE-158 5.5 GE-158 5.3
SG 6.6-170 N163 6.X
SG 6.6-155
103,0
V150-4.2
SG 6.0-170
SG 6.0-155
V150-6.0
102,0
GE-158 4.8
V150-5.6
SG 6.2-170
V162-6.2 V162-6.0 V162-5.6 V162-6.8
101,0 150
155
160
165
170
Rotordiameter (in m)
De grafiek laat zien dat een twintigtal windturbinetypes met een rotordiameter groter dan 150 meter beschikbaar zijn. De emissie (bronsterkte) verschilt per type. De geluidsberekeningen in het planMER maken gebruik van de SG 6.0-170. Dit is een type dat enerzijds een gemiddelde bronsterkte heeft en anderzijds de grootste afmetingen heeft van momenteel verkrijgbare windturbines. Dit type is ook gebruikt voor de berekeningen voor het Combi-MER voor energielandschap Rijnenburg & Reijerscop vanwege de voor dit energielandschap geldende eis van geluidarme windturbine. Dit type is doorgerekend met een ashoogte van 180 meter. Van deze hoogte is de windsnelheid verdeling gedownload19 en toegepast in het model. Onderstaande afbeeldingen tonen de 37, 44 en 50 dB Lden contouren van de opstellingen in de zoekgebieden. In de figuren is ook te zien hoeveel bestaande woningen binnen deze contouren liggen. In 3.3.3 zijn de effecten van de windturbines op nieuwbouwwoningen inzichtelijk gemaakt. De toelichting van de windturbineposities is gegeven in paragraaf 2.2. 19 Via https://wetswegwijzer.online/windenergie/
Windenergie
53
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Figuur 17 Geluidscontouren (37, 44 en 50 dB) van de windturbines in de zoekgebieden
Windenergie
54
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht 3.3.2.1
Aantal nabijgelegen gevoelige objecten
Onderstaande tabel en staafdiagrammen tonen hoeveel woningen zich bij elk alternatief binnen de 50, 44 en 37 dB Lden contouren bevinden. Tabel 28
Aantal woningen binnen 50, 44 en 37 dB Lden contouren per zoekgebied Gevoelige objecten met ≥50 dB Lden
Zoekgebied
Gevoelige objecten met ≥44 dB Lden
Gevoelige objecten met ≥37 dB Lden
1. Rijnenburg & Reijerscop 0 35 8.397 2. Lage Weide20 26* 3.726 27.749 3. USP 5 423 3.932 4. Voordorpse Veld 1 296 3.039 5. Noorderpark 0 308 9.079 6. Ockhuizen 1 634 5.337 7. Haarzuilens 0 725 8.390 8. Dorpeldijk 14* 79 4.664 *De geluidsbelasting van meer dan 50 dB kan voorkomen, omdat bij de definitie van de zoekgebieden solitaire woningen buiten beschouwing zijn gelaten. Rond Dorpeldijk zijn hier een relatief groot aantal van deze losliggende woningen, maar weinig schuifruimte om de afstand tot deze woningen te vergroten. In Lage Weide betreft het een aanzienlijk gebied met in totaal 26 (bedrijfs)woningen die binnen de geluidszone van Lage Weide liggen.
Absoluut gezien komen de meeste woningen binnen de 50 dB Lden contour voor bij Lage Weide en Dorpeldijk. Hierdoor scoren deze zoekgebieden een ‘--’ en worden er grote milieueffecten verwacht. In 3.3.5 is aangegeven in hoeverre dit invloed heeft op de mogelijkheden om windturbines in deze gebieden te ontwikkelen. Figuur 18
Aantal woningen binnen 50 dB Lden contouren per zoekgebied
Aantal woningen met Lden >= 50 dB
30
26
25 20 14
15 10 5 5 0
1
0
1
0
0
20
Windenergie
Het hoge aantal woningen binnen de 50 dB Lden contour van de windturbines op Lage Weide is deels een resultaat van een groep woningen op de Atoomweg. Naast dit buurtje is in dit onderzoek een windturbine geprojecteerd. Deze woningen liggen op het bedrijventerrein, een afstand rond deze woningen is niet opgenomen in de afbakening van het zoekgebied Lage Weide bij het oorspronkelijke onderzoek van Overmorgen. Dit kleine aantal is daar gezien als losliggende woningen en daarmee niet meegenomen als afbakenend.
55
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Zoekgebied Lage Weide kent significant meer woningen binnen de 44 dB Lden contour, wat kan leiden tot grote hoeveelheden hinder, maar ontwikkeling niet belemmert. Rijnenburg kent juist een relatief laag aantal woningen die 44 dB Lden of meer ontvangen. Figuur 19
Aantal woningen binnen de 44 dB Lden-contour, per zoekgebied 3726
4.000
Aantal woningen met Lden >= 44 dB
3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500
423 35
634 296
725
749
308
0
Vanwege enkele dichtbevolkte wijken binnen de 37 dB Lden contour scoort Lage Weide ook op dit onderdeel een ‘--’. Rijnenburg, Noorderpark, Ockhuizen en Haarzuilens kennen daar een relatief groot aantal woningen binnen de derde contour. Figuur 20
Aantal woningen binnen de 37 dB Lden-contour, per zoekgebied.
Aantal woningen met Lden >= 37 dB
30.000
27.749
25.000 20.000 15.000 10.000 5.000
9.079
8.397 3.932
8.390 5.337
3.039
4.664
0
Windenergie
56
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht 3.3.2.2
Aantal nabijgelegen gevoelige objecten t.o.v. energieproductie
Onderstaande tabel toont het aantal gevoelige objecten binnen de 50, 44 en 37 dB Lden contouren per GWh opgewekte elektriciteit. De energieproductie is berekend in paragraaf 4.11. Het aantal gevoelige objecten binnen een contour (zoals beschreven in Tabel 28) is gedeeld door deze energieproductie. Tabel 29
Aantal woningen per GWh binnen 50, 44 en 37 dB Lden contouren per zoekgebied Netto energieopbrengst in GWh
Zoekgebied 1. Rijnenburg & Reijerscop 2. Lage Weide 3. USP 4. Voordorpse Veld 5. Noorderpark 6. Ockhuizen 7. Haarzuilens 8. Dorpeldijk
Gevoelige objecten ≥50 dB per GWh
Gevoelige objecten ≥44 dB per GWh
Gevoelige objecten ≥37 dB per GWh
233
0
0,2
36,1
129 78 26
0,2 0,1 0
28,8 5,5 11,5
214,7 50,7 117,6
52 52 155 78
0 0 0 0,2
6 12,3 4,7 9,7
175,6 103,2 54,1 60,1
De bovenstaande tabel geeft aan hoeveel gevoelige objecten per GWh er voorkomen bij de verschillende zoekgebieden. Zo scoren zoekgebieden die meer energie produceren beter en kan onnodige hinder worden voorkomen. Figuur 21
Aantal woningen per GWh binnen de Lden 50 dB-contour, per zoekgebied. 0,25
Aantal woningen met Lden >= 50 dB per GWh
0,2
0,2
0,2 0,15 0,1 0,1 0,05 0
0
0
0
0
0
Als het aantal woningen binnen de invloedsfeer van de windturbines wordt gedeeld door de energieproductie zijn er nog drie zoekgebieden waar een negatieve of significante negatieve score wordt toegewezen, namelijk Lage Weide, USP en Dorpeldijk.
Windenergie
57
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Figuur 22
Aantal woningen per GWh binnen de Lden 44 dB-contour, per zoekgebied. 35 28,8
Aantal woningen met Lden >= 44 dB per GWh
30 25 20 15
12,3
11,5
10
5,5
5
9,7 6
4,7
0,2
0
Vanwege het relatief hoge aantal woningen in de nabijgelegen wijken scoort Lage Weide op het beoordelingscriterium “Aantal woningen met Lden >=44 dB per GWh” significant negatief. Bij Voordorpse Veld, Ockhuizen en Dorpeldijk komen minder woningen voor binnen de 44 dB Lden contour, maar is de energieproductie door een relatief laag aantal windturbines minder. Deze zoekgebieden scoren een ‘-‘. Figuur 23
Aantal woningen per GWh binnen de Lden 37 dB-contour, per zoekgebied. 250
Aantal woningen met Lden >= 37 dB per GWh
215 200
176
150
118
103
100 50
36
51
54
60
0
Nogmaals scoort Lage Weide een ‘--'. De overige zoekgebieden kennen minder woningen per GWH/jaar binnen de 37 dB Lden contouren. Hierdoor scoren deze zoekgebieden beter. Hinder kan nog steeds optreden, een relevant aandachtspunt als ontwikkeling wordt toegestaan in de zoekgebieden.
58 Windenergie
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht 3.3.2.3
Cumulatieve geluidsbelasting
Voor alle woningen binnen de 37 dB Lden contouren is beschouwd welk geluidsniveau er nu heerst. Deze informatie is onttrokken aan een openbare kaartlaag van het RIVM21. De hoeveelheid geluid geproduceerd door de gemodelleerde windturbines is hier vervolgens bij opgeteld om, naast de geluidsbelasting van de windturbines, ook inzicht te verschaffen in de toename van het totale geluid. Figuur 24
Huidig geluidsniveau in de gemeente Utrecht (Lcum, oud)
De voornaamste geluidsdruk in de omgeving komt van rail- en wegverkeer- en industrielawaai. Er zijn geen andere windturbines in de omgeving die impact hebben op de geluidsniveaus bij de woningen. De huidige cumulatieve geluidsbelasting wordt berekend volgens de rekenregels voor cumulatie van verschillende bronnen. De kaart biedt op globale schaal een goed beeld van de geluidkwaliteit. De bijdrage aan de cumulatieve kaart door weg- en railverkeer is bepaald met een standaard rekenmethode (RMV2012). Voor industriegeluid is een geluidniveau geraamd op basis van kentalgegevens voor verschillende typen van industrieterreinen. De cumulatieve kaart is een gecombineerd totaal van de genoemde bronnen en geeft een indicatief beeld voor de geluidkwaliteit. Het verkregen resultaat wordt aangeduid met Lcum,oud: het cumulatieve geluidsniveau zonder de windturbines. De geluidsbelasting als gevolg van de windturbines kan door middel van een rekenregel (zie Bijlage 4 van Activiteitenregeling; Reken- en meetvoorschrift windturbines) worden omgerekend naar weg-equivalente geluidsniveaus, waarna deze toevoeging kan worden opgeteld bij de huidige geluidsbelasting. Zo vinden wij de cumulatieve geluidsbelasting inclusief de windturbines: L cum,nieuw en de toename van het geluidsniveau bij elke woning. De berekening wordt voor elk alternatief apart uitgevoerd.
21 https://data.overheid.nl/dataset/7133-geluid-in-nederland--lden-
Windenergie
59
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht GES staat voor gezondheidseffectscreening. GES is ontwikkeld om bij ruimtelijke planvorming in beeld te brengen wat de werkelijke gezondheidsrisico's zijn rondom enkele milieufactoren, in aanvulling op wettelijke milieunormen of afspraken, die lang niet altijd voldoende zijn om risico's en klachten te vermijden. Niet alleen de feitelijke kwaliteit in de omgeving wordt daarbij in aanmerking genomen, maar ook het aantal blootgestelde mensen. Voor meer toelichting over GES zie kader in 3.3.1. Het combineren van de geluidsgegevens met de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) resulteert in een GES-score per gevoelig object (zie voor toelichting berekening bovenstaand kader). De cumulatieve GES-score van een gebied wordt berekend door de waarde van elke score (getallen 1 t/m 8, voor verdere toelichting zie Tabel 25) te vermenigvuldigen met het aantal woningen in de betreffende score. In Tabel 30 zijn de GES-scores in de huidige situatie weergegeven. In Tabel 31 is weergegeven wat er gebeurt met het aantal woningen per de GES-score als het geluid van de windturbines wordt toegevoegd. Sommige woningen verschuiven dan naar een hogere score (en verdwijnen er dus woningen uit een lagere GES-score). De cumulatieve GES-score in de zoekgebieden wordt hierdoor hoger. Tabel 30
Aantal woningen per GES-score, per zoekgebied; huidige situatie. Aantal Aantal woningen per GES-score woningen 0 1 2 4 5 6 Rijnenburg & Reij8.381 0 38 3.654 3.070 1.176 416 erscop 27.723 0 4 1.753 7.521 10.312 5.922 Lage Weide 3.919 0 412 1.455 1.191 637 203 USP 3.034 0 8 480 850 1.300 372 Voordorpse Veld 9.101 0 76 824 3.490 3.342 1.222 Noorderpark 5.327 0 2 1.843 2.866 597 18 Ockhuizen 7.640 0 309 3.521 2.644 875 276 Haarzuilens 4.652 0 415 2076 993 899 261 Dorpeldijk
Tabel 31
7
8
27
0
1.934 21 24 147 0 14 8
277 0 0 0 1 1 0
Aantal woningen per GES-score per zoekgebied; situatie incl. windturbines. Aantal woningen per GES-score
Rijnenburg & Reijerscop Lage Weide USP Voordorpse Veld Noorderpark Ockhuizen Haarzuilens Dorpeldijk
0
1
2
4
5
6
7
8
0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 72 0 70 0 53 16
2.867 1.223 1.152 366 507 1.259 2.326 1.692
3.821 6.640 1.780 936 3.639 3.186 4.007 1.638
1.249 11.631 681 1.295 3.511 844 963 1.011
417 6.006 212 412 1.227 37 276 287
27 1.946 22 25 147 0 14 8
0 277 0 0 0 1 1 0
Door de toevoeging van de verschillende alternatieven kunnen bij omliggende woningen de GES-scores stijgen (zie kader in 3.3.1 voor meer uitleg). Omdat bij een hogere klasse ook meer ernstig gehinderden horen, is het mogelijk te berekenen hoeveel meer ernstig gehinderden we verwachten na de toevoeging van de verschillende opstellingen in de zoekgebieden. Het verschil tussen het cumulatief aantal ernstig gehinderden in de huidige situatie en de situatie met windturbines is op twee manieren berekend en beoordeeld:
Windenergie
60
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht ➢ De absolute toename van ernstig gehinderden wordt berekend door het aantal cumulatieve ernstig gehinderden in de huidige situaties af te trekken van het aantal ernstig gehinderden in de situatie met windturbines ➢ De relatieve toename van ernstig gehinderden wordt berekend door de toename van ernstig gehinderden te delen door het aantal ernstig gehinderden in de huidige situatie. Onderstaande tabel laat de resultaten zien van deze omrekening in een absoluut en relatief getal.
3.3.3
Lage Weide
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Toename van het aantal ernstig gehinderden als gevolg van geluid van windturbines.
Rijnenburg & Reijerscop
Tabel 32
Absolute toename van ernstig gehinderden
54
191
56
16
36
62
98
77
Toename van ernstig gehinderden in %
5%
3%
10%
3%
2%
9%
10%
12%
Effectbeoordeling nieuwbouwwoningen Graag heeft de gemeente ook de effecten op de nieuw geplande en gebouwde gevoelige objecten in kaart. In onderstaande paragraven zijn de effecten van de windturbines in de zoekgebieden op de nieuwbouw opgesomd. Hiervoor worden dezelfde beoordelingscriteria toegepast die opgesteld zijn in het oorspronkelijke planMER. Zoals in de NRD is aangegeven is het thema slagschaduw gekoppeld aan de beoordeling van het thema geluid. De gemeente Utrecht heeft een set aan woningbouwplannen aangeleverd. Deze bestaat uit een kaartlaag met vlakken. Per zone is aangegeven hoeveel woningen er gebouwd gaan worden. Omdat er een set punten nodig is, is er willekeurig binnen de vlakken het aantal woningen in puntvorm neergezet overeenkomend met de informatie aangeleverd door de gemeente Utrecht. Onderstaande afbeelding laat voor Leidsche Rijn Oost zien hoe dat er uit ziet. Het enige wat verandert in deze analyse zijn deze nieuwbouwwoningen. De overige uitgangspunten en de methode verandert niet.
Windenergie
61
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Figuur 25
Te beschouwen nieuwbouwwoningen in Leidsche Rijn Oost, labels geven het aantal woningen aan.
Er heerst bij enkele nieuwbouwprojecten (voor complete lijst zie Bijlage E) echter nog onzekerheid over de exacte hoeveelheid te bouwen woningen en of een project gerealiseerd wordt. De nieuwbouwwoningen in deze extra analyse hebben dan ook niet dezelfde status als de bestaande gevoelige objecten onderzocht in het planMER. Er is daarom gekozen om de nieuwbouwwoningen niet op te tellen bij de bestaande set en een apart beoordelingscriterium toe te voegen. Deze beoordeling is hieronder uiteengezet. Ten behoeve van vergelijking en reproduceerbaarheid wordt dezelfde beoordelingsmethode gebruikt als in het planMER (zie 3.3.1). Omdat het een aparte analyse betreft is er wel gekozen om de beoordelingsklassen aan te passen. Dat betekent dat de volgende criteria zijn gebruikt: Tabel 33
Scoretabel geluid Criterium -Aantal nieuwbouwwoningen – Absoluut ≥50 dB Lden > 10 woningen ≥44 dB Lden > 500 woningen ≥37 dB Lden > 2.500 woningen Aantal nieuwbouwwoningen – Relatief > 0,1 woningen per ≥50dB Lden GWh
Windenergie
1 - 10 woningen 50 – 500 woningen 5.00 – 2.500 woningen
0 - 0,1 woningen per GWh 2 - 4 woningen per ≥44dB Lden > 4 woningen per GWh GWh > 50 woningen per 10-50 woningen per ≥37dB Lden GWh GWh Gezondheid nieuwbouwwoningen Toename ernstig gehinderden nieuw> 20 toename 0-20 toename bouwwoningen Toename ernstig gehinderden nieuw> 5% toename 1-5% toename bouwwoningen in %
0 0 woningen 0 - 50 woningen 0 – 500 woningen 0 woningen per GWh 0 – 2 woningen per GWh 0 - 10 woningen per GWh
geen toename
geen toename
62
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Om tot deze scores te komen analyseren we de ligging van de nieuwbouwwoningen ten opzichte van de geluidscontouren; voor de nieuwbouwwoningen wordt geanalyseerd wat de geluidsimmissie is van de windturbines. Het aantal woningen wordt per zoekgebied in absolute en relatieve zin weergegeven. De beoordeling wordt relatief gemaakt door het aantal woningen binnen de verschillende contouren te delen door de energieopbrengst van het desbetreffende zoekgebied. Deze energieopbrengsten zijn berekend in 3.10.4. Daarnaast is voor deze set nieuwbouwwoningen achterhaald wat het huidige geluidsniveau is. Zo kan achterhaald worden in hoeverre bewoners van de nieuwbouwwoningen al ernstig gehinderd zijn en in hoeverre de toevoeging van de windturbine(s) hinder toevoegt. 3.3.3.1
Aantal nabijgelegen nieuwbouwwoningen
Onderstaande tabel en staafdiagrammen tonen hoeveel nieuwbouwwoningen zich bij elk alternatief binnen de 50, 44 en 37 dB Lden contouren bevinden. Tabel 34
Aantal nieuwbouwwoningen binnen 50, 44 en 37 dB Lden contouren per zoekgebied Zoekgebied
Gevoelige objecten met ≥50 dB Lden
Gevoelige objecten met ≥44 dB Lden
Gevoelige objecten met ≥37 dB Lden
0 0 0 0 0 0 0 0
0 640 304 0 0 0 388 2
165 6.494 3.667 50 1.296 295 278 6
1. Rijnenburg & Reijerscop 2. Lage Weide 3. USP 4. Voordorpse Veld 5. Noorderpark 6. Ockhuizen 7. Haarzuilens 8. Dorpeldijk
Onderstaande grafieken geven de aantallen grafisch weer. Omdat er geen woningen binnen de 50 dB Lden contouren van windparken liggen is hier geen grafiek van opgenomen. Aantal nieuwbouwwoningen met Lden >= 44 dB per zoekgebied
Aantal nieuwbouwwoningen met Lden >= 44 dB
Figuur 26
Windenergie
700 600 500 400 300 200 100 0
640 388 304
0
0
0
0
2
63
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Aantal nieuwbouwwoningen met Lden >= 37 dB per zoekgebied
Aantal nieuwbouwwoningen met Lden >= 37 dB
Figuur 27
3.3.3.2
6494
7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0
3667
1296 165
295
50
278
6
Aantal nabijgelegen nieuwbouwwoningen t.o.v. energieproductie
Onderstaande tabel toont het aantal gevoelige objecten binnen de 50, 44 en 37 dB Lden contouren per GWh opgewekte elektriciteit. De energieproductie is berekend in paragraaf 3.11 van het planMER. Het aantal gevoelige objecten binnen een contour (zoals beschreven in Tabel 35) is gedeeld door deze energieproductie. Tabel 35
Aantal woningen per GWh binnen 50, 44 en 37 dB Lden contouren per zoekgebied
1. Rijnenburg & Reijerscop 2. Lage Weide 3. USP 4. Voordorpse Veld 5. Noorderpark 6. Ockhuizen 7. Haarzuilens 8. Dorpeldijk
Windenergie
Gevoelige objecten ≥44 dB per GWh
Gevoelige objecten ≥37 dB per GWh
233
0
0
1
129 78 26 52 52 155 78
0 0 0 0 0 0 0
5 4 0 0 0 3 0
55 51 2 25 6 4 0
Aantal nieuwbouwwoningen met Lden >= 44 dB/GWh per zoekgebied
Aantal nieuwbouwwoningen met Lden >= 44 dB per GWh
Figuur 28
Gevoelige objecten ≥50 dB per GWh
Netto energieopbrengst n GWh
Zoekgebied
6
5
5
4
4 3
3
2 1 0
0
0
0
0
0
64
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Aantal nieuwbouwwoningen met Lden >= 37 dB/GWh per zoekgebied
Aantal nieuwbouwwoningen met Lden >= 37 dB per GWh
Figuur 29
3.3.3.3
60
55 51
50 40 30
25
20 10
6
2
1
4 0
0
Cumulatieve geluidsbelasting
Voor alle woningen binnen de 37 dB Lden contouren is beschouwd welk geluidsniveau er in de referentiesituatie optreedt. De hoeveelheid geluid geproduceerd door de gemodelleerde windturbines is hier bij opgeteld om, naast de geluidsbelasting van de windturbines, ook inzicht te verschaffen in de toename van het totale geluid. Deze toename kan met een bepaalde formule worden omgerekend naar de toename van het aantal ernstig gehinderden. De toename van het aantal ernstig gehinderden is in het planMER een beoordelingscriterium, zo ook in deze aanvulling. De methode om tot deze toename te komen is te vinden in paragraaf 3.3.2 van het planMER. Hieronder de resultaten.
Lage Weide
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Toename van het aantal ernstig gehinderden als gevolg van geluid van windturbines.
Rijnenburg & Reijerscop
Tabel 36
Huidig aantal ernstig gehinderden door bestaand omgevingsgeluid
41
3473
882
8
291
100
245
1,5
Absolute toename van ernstig gehinderden door windturbines
0
9
68
0
3
0
13
0,1
Toename van ernstig gehinderden in %
0%
0%
8%
0%
1%
0%
6%
10%
Rond de landelijke zoekgebieden komen statistisch lage aantallen ernstige gehinderden voor. De toename van enkele ernstige gehinderden kan hierdoor leiden tot een zeer negatief score voor het relatieve beoordelingscriterium. Dit terwijl de absolute toename erg beperkt kan zijn. Een voorbeeld hiervan is Dorpeldijk.
Windenergie
65
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
3.3.4
Conclusie Op basis van de scoretabel en de berekende aantallen bestaande woningen scoren de zoekgebieden als volgt op het milieuthema Geluid:
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Gevoelige objecten met ≥50 dB Lden Gevoelige objecten met ≥44 dB Lden Gevoelige objecten met ≥37 dB Lden Gevoelige objecten met ≥50 dB Lden per GWh Gevoelige objecten met ≥44 dB Lden per GWh Gevoelige objecten met ≥37 dB Lden per GWh Absolute toename van ernstig gehinderden Toename van ernstig gehinderden in %
Lage Weide
Beoordeling bestaande woningen geluid Rijnenburg & Reijerscop