1 - PlanMER Energievisie Utrecht
Tekst van het document
Windenergie
98
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht en welke functie het gebied heeft voor deze soorten. Wanneer blijkt dat er negatieve effecten op vogels zijn, kunnen verschillende mitigerende maatregelen worden toegepast om de effecten te beperken of voorkomen. Mogelijke mitigerende maatregelen voor vogels staan hieronder nader toegelicht. Stilstandvoorziening Om het aantal aanvaringsslachtoffers door windturbines onder vogels te beperken kan een stilstandvoorziening of ‘detectiesysteem worden geïnstalleerd op de windturbines. De stilstandvoorziening dient daarbij te voldoen aan specifieke voorwaarden gespecificeerd op de aanwezige vogelsoorten. Het detectiesysteem kan worden ingesteld op een specifieke vogelsoort(en) en zet relevante windturbines stil bij aanwezigheid van de soort. Zwarte wiek Uit een onderzoek in Noorwegen is gebleken dat de sterfte bij diverse vogelsoorten door windturbines lager uitvalt, wanneer er één wiek van de windturbine een zwarte kleur heeft. Een zwarte wiek zorgt ervoor dat het ‘patroon’ van het draaien van een windturbine visueel doorbroken wordt, waardoor 33 diverse dag-actieve vogelsoorten (zoals zeearenden) verminderd in aanvaring komen met windturbines. Belangrijke aantekening hierbij is dat dit onderzoek is uitgevoerd in Scandinavië en derhalve niet per definitie ook voor de situatie in Nederland toepasbaar is.
Uit Nederlandse onderzoeken is bekend dat een deel van de aanvaringsslachtoffers trekvogels betreft. Deze soortgroepen komen met name ’s nachts en met slechte weersomstandigheden in aanvaring met windturbines. Het is derhalve niet duidelijk of het zwart verven van een windturbineblad eveneens zorgt voor een significante reductie in het aantal vogelslachtoffers in Nederland. Hoewel het onderzoek uit Noorwegen een duidelijk effect heeft, dient dit voor de situatie in Nederland nog nader te worden onderzocht. Het onderzoek naar effecten van de zwarte wiek bij windturbines in de Eemshaven is gestart in 2021 en loopt naar verwachting tot eind 2024. De uitkomsten van dit onderzoek laten zien of een dergelijk effect in Nederland eveneens waarneembaar is. Indien het verven van een zwarte wiek gunstige effecten heeft, kan dit een mogelijke mitigerende maatregel zijn voor het beperken van effecten op vogels. Naast een mogelijk gunstig effect ten aanzien van sterftereductie kan er mogelijk ook sprake zijn van extra hinder voor omwonenden vanwege een groter visueel effect. De eerste resultaten van het onderzoek (na acht maanden) laten zien dat er nog geen duidelijk verschil is in het aantal aanvaringsslachtoffers onder vogels tussen windturbines met en zonder een zwarte wiek. Echter is het nog te vroeg in het onderzoek om nu conclusies te trekken.
De effecten van het toevoegen van een zwarte wiek kunnen pas worden aangetoond teneinde van het onderzoek in 2024. Buiten broedseizoen Tijdens de werkzaamheden dient verstoring en vernietiging van nesten van vogels te worden voorkomen. Het broedseizoen verschilt daarbij per soort. Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wnb geen standaard periode gehanteerd, maar globaal moet rekening worden gehouden met de periode half maart tot en Windenergie
99
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht met half augustus. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn gepland kunnen deze worden uitgevoerd indien is vastgesteld dat met de werkzaamheden geen nesten van vogels worden verstoord of vernietigd. 3.7.4.2
Vleermuizen
Op basis van de gevoeligheidskaarten voor vleermuizen kan worden gesteld dat voor elk zoekgebied (gemiddeld tot) hoge kansen bestaan dat verschillende soorten vleermuizen aanwezig zijn. Windturbines kunnen daarbij verschillende effecten hebben op vleermuizen: • Aantasting verblijfplaatsen van vleermuizen • Aantasting vliegroutes van vleermuizen • Aantasting of verlies van foerageergebieden • Sterfte door aanvaringen met de windturbines De daadwerkelijke effecten van windturbines op vleermuizen kunnen niet vastgesteld worden op de provinciale gevoeligheidskaarten. Lokaal onderzoek is bij concrete projecten altijd benodigd om deze daadwerkelijke effecten in kaart te brengen. De gevoeligheidskaarten laten niet de daadwerkelijke aanwezigheid van vleermuizen zien, maar enkel een verwachting van een risico dat gelopen wordt bij de realisatie van een windturbine op een bepaalde locatie. Op basis van nader ecologisch veldonderzoek op projectniveau dient in kaart te worden gebracht welke soorten daadwerkelijk binnen het gebied aanwezig zijn en welke functie het gebied heeft voor deze soorten. Wanneer blijkt dat er negatieve effecten op vleermuizen zijn, kunnen verschillende mitigerende maatregelen worden toegepast om de effecten op vleermuizen te beperken of voorkomen. Mogelijke mitigerende maatregelen voor vleermuizen staan hieronder nader toegelicht.
Vleermuisvriendelijke verlichting Verstoring van vliegroutes, verblijfplaatsen of foerageergebieden van vleermuizen dient te worden voorkomen. Om verstoring op verblijfplaatsen, aantasting van vliegroutes en aantasting van foerageergebieden te voorkomen kan tijdens de aanlegfase (in vleermuis actieve seizoen) worden gewerkt met vleermuisvriendelijke verlichting. Dit is met name van belang in het geval dat de werkzaamheden buiten de daglichtperiode worden uitgevoerd. Ook kan verstoring worden voorkomen door een verlichtingsplan op te stellen tezamen met een ecoloog. Aanbieden (tijdelijke) verblijfplaatsen In het geval verblijfplaatsen van vleermuizen (tijdelijk) aangetast worden, dienen alternatieve verblijfplaatsen, zoals bijvoorbeeld vleermuiskasten te worden aangeboden. De mitigatie van de vleermuisverblijfplaatsen dient te worden afgestemd op de specifieke soort, de locatie en functie van de verblijfplaats. Het is van belang dat de (tijdelijke) verblijfplaatsen aanwezig zijn tijdens de gehele duur van de werkzaamheden die een effect hebben op de vleermuissoorten. Wanneer één verblijfplaats (tijdelijk) verloren gaat of wordt aangetast, dienen meerdere alternatieve verblijfplaatsen te worden aangeboden.
Windenergie
100