1 - PlanMER Energievisie Utrecht
Tekst van het document
Bosch & van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht 030 – 677 6466
Auteurs Stephan Woninck Laurens Kik Steven Velthuijsen Rutger Neutel Marlin ter Huurne
Opdrachtgever Gemeente Utrecht Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
Datum
28 maart 2024
Versie
6.1
Versiebeheer
1.0: Concept planMER t.b.v. Energievisie Utrecht (EVU) – aug 2022 2.0: Concept planMER t.b.v. Klimaat- en Energievisie – okt 2022 3.0: Concept planMER t.b.v. Klimaatvisie – nov 2022 4.0: Concept planMER t.b.v. Klimaatvisie, kwaliteitsslag – dec 2022 5.0: Toevoegingen na tussenadvies commissie m.e.r. – jan 2024 6.0: Definitieve planMER t.b.v. Nota Opwek Energie – feb 2024 6.1: Definitieve planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie – mrt 2024
Auteurs
Stephan Woninck Laurens Kik Rutger Neutel Marlin ter Huurne
Tweede lezer
Steven Velthuijsen
ii Samenvatting ii
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
Samenvatting Achtergrond In 2015 zijn in Parijs internationale afspraken gemaakt om de CO2-uitstoot terug te dringen. Nederland heeft haar inspanning opgenomen in een nationaal Klimaatakkoord dat in juni 2019 is gepresenteerd. Hierin hebben meer dan 100 partijen afspraken vastgelegd over het verlagen van de CO2-uitstoot. Het doel is dat in 2050 de uitstoot in Nederland met 95% is verminderd ten opzichte van 1990. De gemeente Utrecht wil hier een bijdrage aan leveren door in 2050 klimaatneutraal te zijn. Utrecht is onderdeel van de regio RES U16. Samen met de buurgemeenten wil de gemeente in 2030 circa 1,8 TWh duurzame elektriciteit opwekken. Utrecht streeft naar een bijdrage van 523 GWh/jaar. Daartoe wil de gemeente in beeld brengen welke locaties geschikt zijn voor duurzame energieopwekking en wat de gevolgen voor de fysieke leefomgeving kunnen zijn. Om hier inzicht in te verkrijgen is besloten om voorliggend planMER op te stellen over verschillende manieren van energie-opwek, namelijk windenergie, zonneenergie en geothermie. De onderzochte zoekgebieden komen direct uit de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU), de aanleiding voor dit planMER. De resultaten van het planMER zullen als basis fungeren voor het op te stellen beleid en voor (markt)partijen die in de toekomst concrete initiatieven willen uitwerken in de gemeente Utrecht.
Het planMER levert dus milieukundige informatie waarmee de gemeente keuzes kan maken over welke zoekgebieden open worden gesteld voor ontwikkeling. Deze keuzes worden gemaakt en toegelicht in de “Beleidsnota Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht”, oftewel kortweg Beleidsnota Schone Energie. Doorgevoerde wijzigingen en aanvullingen n.a.v. voorlopig toetsingsadvies Commissie mer + gemeentelijke toevoegingen De Commissie mer heeft in haar toetsingsadvies (25 april 2023) aangegeven dat het planMER (4.0) een vrij volledig beeld geeft van de te verwachten gevolgen voor de omgeving. Het is een uitgebreid document met gedegen onderzoeken. Desondanks signaleerde de Commissie bij de toetsing van het MER dat op twee punten nog belangrijke informatie ontbrak. Effecten voor vogels en vleermuizen nog onvoldoende beschreven. Gebruik de provinciale windturbine-risicokaarten om de (mogelijke) effecten op vogels en vleermuizen vollediger te beschrijven. Aanpassing MER: Toevoeging van veertien beoordelingscriteria gebaseerd op de provinciale windturbine-risicokaarten. Effecten windturbines en zonnevelden op landschap nog onvoldoende beschreven. Maak realistische visualisaties van windturbines en zonnevelden om de landschappelijke impact inzichtelijker te maken.
iii Samenvatting iii
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Aanpassingen MER: Visualisaties toegevoegd aan de desbetreffende onderdelen ter verduidelijking van de gevonden scores. Naast de gewenste aanpassingen van de Commissie mer zijn er een drietal toevoegingen gedaan op verzoek van de gemeente Utrecht. Effecten van windturbines op nieuwbouwwoningen. Naast de beoordeling van de milieueffecten op bestaande gevoelige objecten (woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen) wenst de gemeente Utrecht ook een beoordeling op de leefomgeving voor nieuwbouwwoningen. De afgebakende set, aangeleverd door de gemeente, is met dezelfde methode beoordeeld als de al bestaande set gevoelige objecten. Heritage Impact Assessment (HIA) van UNESCO-werelderfgoed Hollandse Waterlinies Tegelijkertijd met het planMER is in opdracht van de gemeente Utrecht en De Bilt een zogenaamde HIA uitgevoerd naar de mogelijke effecten van windturbines binnen en rond UNESCO-werelderfgoed Hollandse Waterlinies. De resultaten uit dit onderzoek zijn gebruikt om de beoordeling op het onderdeel ‘Ligging t.o.v. Unesco-erfgoed’ aan te scherpen. Concept windturbinebepalingen In het najaar van 2023 zijn de nieuwe landelijke milieunormen voor geluid, slagschaduw, externe veiligheid en lichtschittering in concept gepubliceerd. Deze zijn nog niet van kracht, maar in toekomst bij vaststelling relevant.
Een doorkijk van deze normen is opgenomen in 7.6.3.1. In voorliggende versie (v6.1) van het planMER zijn bovenstaande zaken aangevuld.
Doel van het planMER Het planMER heeft drie doelen: ➢ Milieueffecten in beeld brengen van de activiteiten die in de Beleidsnota Schone Energie op zijn genomen; ➢ Het voorbereiden van de selectie en openstelling van zoekgebieden. ➢ Aanbevelingen geven voor nadere planuitwerking van concrete projecten in Omgevingsplannen en Omgevingsvergunningen en eventueel daarbij behorende projectMER-en. Dit MER bevat objectieve informatie over de effecten van zonne- en windparken en geothermie, maar maakt geen keuzes en geeft geen voorkeuren aan; de beoordeling moet voor zich spreken en de gemeente ondersteunen bij het maken van locatiekeuzes. Omdat het MER veel verschillende thema’s onderzoekt, is het niet mogelijk om ‘de meest geschikte’ locaties aan te wijzen. Een locatie kan op het ene thema goed scoren, maar op een ander thema juist minder. Daadwerkelijke keuzes voor welke (delen van) zoekgebieden worden ingezet voor grootschalige opwek zullen een belangenafweging zijn waarbij zowel milieutechni-
iv Samenvatting iv
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht sche, maar ook maatschappelijke, economische en politieke belangen een rol spelen. Doel van het MER is om te zorgen dat het milieubelang in deze afweging een volwaardige plaats heeft.
Juridische basis Het planMER betreft een strategische milieubeoordeling in de zin van de Europese SMB-richtlijn (Richtlijn 2001/42/EG), in Nederland omgezet in de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit. Het doel van een planMER is om vroegtijdig het milieubelang mee te kunnen wegen bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen of besluiten. In dit geval betreft dat de wijziging van de gemeentelijke Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is kaderstellend voor m.e.r.-beoordelingsplichtige besluiten, te weten omgevingsvergunningen voor een milieubelastende activiteit voor 3 of meer windturbines en geothermische boringen (zie bijlage V van het Omgevingsbesluit). Zonneparken zijn vrijwillig onderzocht in dit planMER.
Afbakening planMER Zoekgebieden Bij het onderzoeken van de milieueffecten van grootschalige zonne- en windparken in de gemeente Utrecht dienen de zoekgebieden uit de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (hierna RSU) als uitgangspunt. In de raadsbrief van 22 januari 2021 is de totstandkoming van deze zoekgebieden onderbouwd. Voor geothermie zijn in de RSU geen locaties of zoekgebieden opgenomen. In de onderzoeken behorende bij de raadsbrief van 9 december 2021 is aangegeven welke gebieden binnen de gemeente Utrecht, gezien de ondergrondse eigenschappen, mogelijk geschikt zijn voor geothermie. Op basis van de conclusies uit deze onderzoeken zijn zoekgebieden gedefinieerd die in deze m.e.r. gebruikt zijn. Elke combinatie van zoekgebied en energiebron is een “alternatief” in m.e.r.-termen. Milieueffecten Het planMER beschouwt de milieueffecten van zonne-energie, windenergie en geothermie op hoofdlijnen aan de hand van een aantal thema’s.
X X X
X X
X
Energie
X
X X X
Ontwikkelingen uit de RSU
X
X X X
Grondwater bescherming
X
Archeologie
X
Landschap en cultuurhistorie
X
Ecologie
Stiltegebieden
X
Recreatie
Slagschaduw
Windenergie Zonne-energie Geothermie
Geluid
Onderzochte onderwerpen per activiteit Externe veiligheid
Tabel 1
X X X
X X X
De milieueffecten voor windenergie zijn bepaald door in de zoekgebieden opstellingen te plaatsen die zoveel mogelijk potentie van het alternatief benutten. Aan
v
Samenvatting v
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht de hand van deze opstellingen zijn de milieueffecten bepaald. Om een beeld te krijgen van de maximaal te verwachten effecten van windturbines beschouwt het MER windturbines van de grootste momenteel commercieel verkrijgbare afmetingen: circa 270 meter tiphoogte. De milieueffecten voor zonnevelden zijn bepaald door uit te gaan van een benuttingsgraad van 50% van het oppervlak van het alternatief. Deze 50% is aangenomen als een maximaal haalbare benuttingsgraad. In de praktijk kan dit lager zijn. Milieueffecten bij geothermie zijn beoordeeld binnen de zoekgebieden zoals opgenomen in Figuur 3. Per zoekgebied is beoordeeld wat de effecten zijn als in dat zoekgebied één geothermielocatie komt met bijbehorend oppervlaktebeslag van 1 ha1. Onderstaande figuren tonen per onderwerp de zoekgebieden: Figuur 1
Zoekgebieden windenergie
1 Document Utrecht - Conceptrapportage verdieping bronnenpotentie gemeente Utrecht 2.0.pdf -
vi
iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl)
Samenvatting vi
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Figuur 2
Zoekgebieden zonne-energie
Figuur 3
Zoekgebieden geothermie.
vi Samenvatting vii
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
Energieproductie en doelbereik De maximale energieproductie is per zoekgebied weergegeven voor wind (Tabel 2). zon (Tabel 3) en geothermie (Tabel 4). Tevens is hierbij de energieopbrengst afgezet tegen het huidige elektriciteitsverbruik binnen de gemeente Utrecht. In 2020 was dit een totaal van 4.821 TJ (1.339 GWh) per jaar2. Voor de productie van duurzame warmte bestaat geen doelstelling. Voor de berekening van het doelbereik is het verwachte warmtegebruik in 2040 gehanteerd, conform de raadsbrief van 9 december 2021 7600 TJ per jaar. Met zonnevelden kan zowel elektriciteit als warmte gemaakt worden. Daarom is de energieproductie uitgedrukt in zowel GWh (elektriciteit) als TJ (warmte). Voor geothermie is een energieopbrengst 600 TJ aangenomen per zoekgebied. Per zoekgebied is, vanwege de minimaal aan te houden onderlinge afstand tussen bronnen, ruimte voor één locatie met twee bronnen (doubletten). Per bron is de te verwachten opbrengst circa 300 TJ3.
Lage Weide
USP
Voordorpse Veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Energieopbrengst windenergie
Rijnenburg & Reijerscop
Tabel 2
9 207 837 15.4%
5 129 465 9,6%
3 78 279 5,8%
1 26 93 1,9%
2 52 186 3,9%
3 78 279 5,8%
5 129 465 9,6%
3 78 279 5,8%
Aantal windturbines Energieopbrengst (GWh) Energieopbrengst (TJ) Doelbereik
USP
Voordorpse Veld
Poldergebied Overvecht
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Haarrijnseplas
Meijewetering
Geluidswal A12
Onbelemmerd opp. (ha.) Energieopbrengst (GWh) Energieopbrengst (TJ) Doelbereik
Nedereindse Plas
Energieopbrengst zonne-energie
Rijnenburg
Tabel 3
318
45
43
20
9
90
61
82
37
1
4
159
23
22
10
4
45
30
41
19
1
2
572
81
78
36
15
162
110
148
67
2
7
11,8%
1,7%
1,6%
0,7%
0,2%
3,3%
2,2%
3,0%
1,4%
0%
0%
2
https://www.utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/publicaties/onderzoek-en-cijfers/onderzoek-overutrecht/voortgangsrapportage-energie/ 3 Document Utrecht - Conceptrapportage verdieping bronnenpotentie gemeente Utrecht 2.0.pdf - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl)
vi
Samenvatting viii
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
Haarzuilens
Rijnenburg
Lage Weide
Papendorp
Westraven
USP
LunettenKoningsweg
Energieopbrengst Geothermie
Voordorpse Veld
Tabel 4
Energieopbrengst (TJ)
600
600
600
600
600
600
600
600
Doelbereik
12,7%
12,7%
12,7%
12,7%
12,7%
12,7%
12,7%
12,7%
Milieueffecten maximale invulling zoekgebieden In dit planMER zijn maximale invullingen van de zoekgebieden beoordeeld. Dit betekent dat er zo veel mogelijk windturbines in de windzoekgebieden zijn geprojecteerd en de effecten op de verschillende aspecten zijn beoordeeld. Voor zonneparken en geothermie zijn de gehele zoekgebieden beoordeeld. Na deze ‘maximale’ beoordeling is door de verschillende experts beschouwd in hoeverre deze maximale beoordelingen leiden tot grote milieueffecten waardoor ontwikkeling belemmerd zou zijn. Als deze grote milieueffecten aanwezig zijn is door de experts beoordeeld in hoeverre deze te vermijden zijn door optimalisaties te vinden voor de windparken of de zon- en geothermiezoekgebieden. De milieueffecten bij een maximale invulling volgen hieronder, de effecten bij de geoptimaliseerde scenario’s in het volgende onderdeel. De milieueffecten van windturbines, zonnevelden en geothermie zijn gescoord op basis van de volgende stoplichtwaarden: -0 + ++
Significant negatief effect Beperkt negatief effect Neutraal effect Beperkt positief effect Significant positief effect
In eerste instantie is dit gedaan zonder rekening te houden met de mogelijkheden om effecten te mitigeren of te compenseren. Per aspect zijn in de hoofdstukken met effectbeoordeling (hoofdstukken 3, 4 en 5) aanbevelingen gedaan voor compenserende en mitigerende maatregelen en is de effectbepaling opnieuw gedaan voor het geval deze aanbevelingen worden overgenomen4.
4
De energieopbrengst is niet aangepast aan de mitigerende maatregelen. Het is een grove berekening over wat een zoekgebied kan opleveren. Mitigerende maatregelen kunnen de opbrengst van de zonneparken in de zoekgebieden verminderen. Deze afname is per mitigatiemogelijkheid verschillend.
ix
Samenvatting ix
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Tabel 5
Samenvatting van beoordelingskader voor windenergie Aspect Externe veiligheid
Geluid & Gezondheid
Beoordelingscriterium
Werkwijze
Aantal objecten met een extern veiligheidsrisico binnen de maximale werpafstand (conform Handreiking Risicozonering Windturbines) Aantal nabijgelegen gevoelige objecten
Het aantal relevante objecten in kaart brengen. Relevant voor extern veiligheidsrisico zijn: (beperkt) kwetsbare objecten, hoogspanning- en buisleidinginfrastructuur, risicovolle installaties en autowegen en spoorwegen voor gevaarlijk transport. Aantal bestaande en nieuwbouwwoningen binnen: 50, 44 en 37 dB Lden-contouren (kwantitatief) Aantal bestaande en nieuwbouwwoningen binnen: 50, 44 en 37 dB Lden, gedeeld door de verwachte elektriciteitsproductie (kwantitatief) Toename aan ernstig gehinderden door cumulatief geluid bij bestaande en nieuwbouwwoningen Score afhankelijk van aantal woningen in de nabije omgeving en daarom gelijkgesteld aan de score voor woningen met een geluidbelasting van 44 dB Lden of meer. Op basis van de kaart ‘Stiltegebieden provincie Utrecht’. (kwantitatief)
Aantal nabijgelegen gevoelige objecten t.o.v. energieproductie Ernstig gehinderden (cumulatief)
Slagschaduw
Beoordelingscriterium slagschaduw
Stiltegebied
Ligging t.o.v. Stiltegebied
Recreatie
Ligging t.o.v. recreatiezones en terreinen
Op basis van Omgevingsvisie Provincie Utrecht
Ligging t.o.v. de stedelijke Groenstructuur Ligging t.o.v. archeologisch Erfgoed
Op basis van effectafstanden, de kans op verstoring en barrièrewerking in N2000, NNN en Groene Contour gebieden (kwalitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. gebieden op de gemeentelijke natuurwaarden kaart met zwaar en licht beschermde soorten (kwalitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. foerageer en migratiebewegingen van kritische vogel- en vleermuissoorten Beoordeling zoekgebieden op basis van dichtheid en gebruiksfunctie omringend landschap. (kwalitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. beschermd werelderfgoed van Unesco (bv. Hollandse Waterlinies) (kwantitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. bestaande cultuurhistorische erfgoed o.b.v. cultuurhistorische atlas (kwantitatief) Beschrijving van het effect van de voorgenomen activiteit op de kernkwaliteiten van het landschappelijk o.b.v. de kwaliteitsgidsen (kwalitatief) Op basis van de kaart ‘stedelijke groenstructuur’ (kwantitatief) Op basis van de kaart ‘Provinciaal erfgoedbeleid’. (kwalitatief)
Beoordeling toekomstige ontwikkelingen
Ligging t.o.v. toekomstige Ontwikkelingen
Op basis van ontwikkelingen op woningbouw, groen, werklocaties en sport zoals opgenomen in de RSU.
Energieopbrengst
MWh aan de hand van het aantal windturbines
Berekenen van de bijdrage van het zoekgebied uitgedrukt in MWh op basis van (1) ingetekende fictieve opstelling van # windturbines en (2) aanname voor energieproductie per windturbine (kwantitatief)
Ligging t.o.v. beschermde natuurgebieden Ecologie Effect op beschermde soorten
Zichtbaarheid Ligging t.o.v. Unesco erfgoed Landschap & Cultuurhistorie
Ligging t.o.v. Cultuurhistorisch Erfgoed Effect op de landschappelijke waarden
Archeologie
x Samenvatting x
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
Milieueffecten windenergie De beoordeling van de maximale milieueffecten van windenergie in de zoekgebieden is gedaan aan de hand van de onderstaande thema’s en beoordelingscriteria. In deze maximale beoordeling zijn geen mitigerende of optimaliserende maatregelen genomen. Zie voor deze geoptimaliseerde beoordeling het volgende onderdeel.
USP
Voordorpse veld
Noorderpark
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Externe Veiligheid Externe Veiligheid Geluid Gevoelige objecten met =>50 dB Lden Gevoelige objecten met =>44 dB Lden Gevoelige objecten met =>37 dB Lden Gevoelige objecten met =>50 dB Lden per GWh Gevoelige objecten met =>44 dB Lden per GWh Gevoelige objecten met =>37 dB Lden per GWh Toename van ernstig gehinderden: absoluut Toename van ernstig gehinderden: relatief Nieuwbouw: gevoelige objecten met =>50 dB Lden Nieuwbouw: gevoelige objecten met =>44 dB Lden Nieuwbouw: gevoelige objecten met =>37 dB Lden Nieuwbouw: gevoelige objecten met =>50 dB Lden per GWh Nieuwbouw: gevoelige objecten met =>44 dB Lden per GWh Nieuwbouw: gevoelige objecten met =>37 dB Lden per GWh Nieuwbouw: toename van ernstig gehinderden: absoluut Nieuwbouw: toename van ernstig gehinderden: relatief Slagschaduw Beoordelingscriterium slagschaduw Nieuwbouw: beoordelingscriterium slagschaduw Stiltegebieden Ligging t.o.v. Stiltegebieden Recreatiezones en terreinen Ligging t.o.v.
recreatiezones en terreinen Ecologie Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland en Groene Contour Weidevogelgebieden en ganzenrustgebieden Beschermde soorten: steen en gebouwen Beschermde soorten: oever en water Beschermde soorten: bomen, bos en struiken Beschermde soorten: gras en kruiden Beschermde soorten: biotoop overstijgende soort Effecten op vogels: vogeltrek Effecten op niet-broedvogels Effecten op broedvogels Gewone dwergvleermuis: foerageren kraamtijd Gewone dwergvleermuis: migratie (korte afstand) Ruige dwergvleermuis: foerageren kraamtijd Ruige dwergvleermuis: migratie (lange afstand) Rosse vleermuis: transitvlucht kraamtijd Rosse vleermuis: migratie (lange afstand) Tweekleurige vleermuis: transitvlucht kraamtijd Tweekleurige vleermuis: migratie (lange afstand)
Lage Weide
Overzichtstabel beoordeling windenergie Rijnenburg & Reijerscop
Tabel 6
-
-
--
-
-
--
-
--
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
-------0 0 --0 --0
0 0 0 0 -0 -0 0 ----
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 -0 0 0 0 --
-0 -0 0 -0 0 0 0 0 0 0 --
0 0
---
-
0
0 0
0
-
-0
0
0
0
0
0
0
0
0
-
0
-
-
--
-
--
0
0 0 0 0 -------0 -
0 0 0 0 0 0 ---------
0 0 0 ------0 --
0 0 0 0 0 -----0 -
0 0 0 ------0 --
0 0 0 -------
0 ---------
0 0 -----0 -
xi
Samenvatting xi
Dorpeldijk
Haarzuilens
Ockhuizen
Noorderpark
Voordorpse veld
USP
Lage Weide
Rijnenburg & Reijerscop
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
Bosvleermuis: transitvlucht kraamtijd --------Bosvleermuis: migratie (lange afstand) --------Laatvlieger: foerageren kraamtijd --------Landschap & Cultuurhistorie Zichtbaarheid -0 --Ligging t.o.v. Unesco erfgoed 0 ---0 0 0 Ligging t.o.v. Cultuurhistorisch erfgoed 0 0 --Effect op de landschappelijke waarden 0 --Ligging t.o.v. de stedelijke groenstructuur -----Archeologie Ligging t.o.v. archeologisch erfgoed 0 0 0 0 0 0 0 -Beoordeling toekomstige ontwikkelingen Ligging t.o.v. toekomstige ontwikkelingen ----Energieopbrengst en mitigatie uitstoot Netto energieopbrengst (GWh) ++ ++ ++ + + ++ ++ ++ * de energieopbrengst is niet aangepast aan de mogelijke mitigerende maatregelen. Het is een grove berekening over wat een zoekgebied kan opleveren. Mitigerende maatregelen kunnen de opbrengst van de windparken in de zoekgebieden verminderen. Deze afname is per mitigatiemogelijkheid verschillend. Zo resulteert bijvoorbeeld stilstand voor slagschaduw in een opbrengstverlies van circa 1%. Het schrappen van windturbines heeft juist een grote impact.
Dit zijn de scores als in de zoekgebieden zoveel mogelijk windturbines geplaatst worden. De meeste effecten kunnen teruggebracht worden naar “beperkt negatief” door minder windturbines in de zoekgebieden te plaatsen, gunstigere locaties te kiezen en/of verschillende mitigatiemogelijkheden. Voor de volgende zoekgebieden zijn grote effecten niet uit te sluiten: ➢ De grote effecten op het Werelderfgoed Hollandse Waterlinies zijn mogelijk niet goed te mitigeren of te compenseren in USP, Voordorpse Veld, Noorderpark. ➢ De ecologische waarden (beschermde soorten bomen, bos en struiken) in Haarzuilens kunnen mogelijk niet voldoende gemitigeerd of gecompenseerd worden om aan de wettelijke kaders te voldoen. ➢ De geluidbelasting in Dorpeldijk kan niet teruggebracht worden tot een verantwoord niveau. Windturbines hebben in alle zoekgebieden een beperkt negatief effect op de andere ontwikkelopgaven uit de RSU. Het gaat dan vooral om het directe ruimtebeslag van windturbines. De contouren voor geluid en externe veiligheid rond de windturbines zijn niet of nauwelijks beperkend voor andere beoogde ontwikkelopgaven in de zoekgebieden voor windenergie.
xi Samenvatting xii
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
Milieueffecten zonne-energie De beoordeling van de milieueffecten van zonne-energie in de zoekgebieden is gedaan aan de hand van de onderstaande thema’s en beoordelingscriteria. Tabel 7
Zonne-energie: aspecten die in het planMER aan de orde komen en hun beoordelingscriteria Aspect
Beoordelingscriterium
Werkwijze
Recreatie
Ligging t.o.v. recreatiezones en terreinen
Op basis van Omgevingsvisie Provincie Utrecht
Ecologie
Ligging t.o.v. beschermde natuurgebieden
Effect op beschermde soorten
Effect op de biodiversiteit
Landschap & Cultuurhistorie
Ligging t.o.v. Unesco erfgoed
Ligging t.o.v. Cultuurhistorisch erfgoed
Effect op de landschappelijke waarden
Ligging t.o.v. de stedelijke groenstructuur Beoordeling toekomstige ontwikkelingen Energieopbrengst
Ligging t.o.v. toekomstige ontwikkelingen MWh aan de hand van het aantal hectare zonne-energie
Op basis van effectafstanden, de kans op verstoring en barrièrewerking in N2000, NNN en Groene Contour gebieden (kwalitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. gebieden op de gemeentelijke natuurwaarden kaart met zwaar en licht beschermde soorten (kwalitatief) Kansen voor verbetering van de biodiversiteit als gevolg van de activiteit vergeleken met het huidige grondgebruik (kwalitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. beschermd werelderfgoed van Unesco (bv. Hollandse Waterlinies) (kwantitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. bestaande cultuurhistorische erfgoed o.b.v. cultuurhistorische atlas (kwantitatief) Beschrijving van het effect van de voorgenomen activiteit op de kernkwaliteiten van het landschappelijk o.b.v. de kwaliteitsgidsen (kwalitatief) Op basis van de kaart ‘stedelijke groenstructuur’ (kwantitatief) Op basis van ontwikkelingen op woningbouw, groen, werklocaties en sport zoals opgenomen in de RSU. Berekenen van de bijdrage van het zoekgebied uitgedrukt in MWh op basis van benutting van 50% van het zoekgebied (kwantitatief)
xi Samenvatting xiii
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
Nedereindse plas
USP
Voordorpse veld
Poldergebied Overvecht
Ockhuizen
Haarzuilens
Dorpeldijk
Haarrijnse plas
Meijewetering
Geluidswal A12
Overzichtstabel beoordeling zonne-energie
Rijnenburg
Tabel 8
-
--
-
-
--
-
--
0
--
0
0
0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 -0 0 -
0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 -
0 0 -
0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 -0 -
0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 -
0 0 0 --
-+ -
---
----
0 ---
0 ---
0 0 --
0 0 0 --
0 0 0 0
0 0 0 --
--
-
--
--
-
-
-
-
-
-
-
++
0
0
0
0
+
+
+
0
0
0
Recreatie Ligging t.o.v. recreatiezones en -terreinen
Ecologie Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland en Groene Contour Weidevogelgebieden en ganzenrustgebieden Beschermde soorten: steen en gebouwen Beschermde soorten: oever en water Beschermde soorten: bomen, bos en struiken Beschermde soorten: gras en kruiden Besch. soorten: biotoop overstijgende soort Landschap & Cultuurhistorie Ligging t.o.v. Unesco erfgoed Ligging t.o.v. Cultuurhistorisch erfgoed Effect op de landschappelijke waarden Ligging t.o.v. de stedelijke groenstructuur
Beoordeling toekomstige ontwikkelingen Ligging t.o.v. toekomstige ontwikkelingen
Energieopbrengst GWh aan de hand van het aantal hectare zon
Dit zijn de scores als 50% van de zoekgebieden ingevuld wordt met zonnevelden. De meeste effecten kunnen teruggebracht worden naar “beperkt negatief” door minder zonnevelden in de zoekgebieden te plaatsen en/of gunstigere locaties te kiezen. Voor de volgende zoekgebieden zijn grote effecten niet uit te sluiten: De grote effecten op het erfgoed zijn mogelijk niet goed genoeg te mitigeren of te compenseren vanwege de stringente regelgeving in USP, Voordorpse Veld, Noorderpark en Haarzuilens. ➢ De effecten op groen en recreatie in Haarzuilens zijn moeilijk te compenseren, omdat de groen en/of recreatiewaarden in deze gebieden in hoge mate aanwezig zijn. ➢
Alle zoekgebieden met uitzondering van Meijewetering liggen (deels) in de stedelijke groenstructuur waarvoor in de RSU een ontwikkelopgave is opgenomen. De ontwikkelopgave voor groen kan niet (goed) gerealiseerd worden op plekken waar een zonneveld komt. In Voordorpse Veld en Rijnenburg zijn zonnevelden beperkend voor de ontwikkelopgave sport. De zoekgebieden voor zonnevelden overlappen niet met beoogde locaties voor woningen en werklocaties.
xi Samenvatting xiv
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
Milieueffecten geothermie De beoordeling van de milieueffecten van geothermie in de zoekgebieden is gedaan aan de hand van de onderstaande thema’s en beoordelingscriteria. Tabel 9
Geothermie: aspecten die in het planMER aan de orde komen en hun beoordelingscriteria Thema Beoordelingscriterium Werkwijze Externe veiligheid
Aantal EV-gevoelige objecten binnen de richtafstand
Geluid
Aantal gevoelige objecten binnen de richtafstand
Recreatie
Ligging t.o.v. recreatiezones en terreinen Ligging t.o.v. beschermde natuurgebieden
Ecologie
Effect op beschermde soorten Ligging t.o.v. Unesco erfgoed
Landschap & Cultuurhistorie
Grondwaterbescherming Archeologie
Ligging t.o.v. Cultuurhistorisch erfgoed Effect op de landschappelijke waarden Ligging t.o.v. de stedelijke groenstructuur Ligging t.o.v. beschermde gebieden Ligging t.o.v. archeologische erfgoed
Beoordeling toekomstige ontwikkelingen
Ligging t.o.v. toekomstige ontwikkelingen
Energieopbrengst
TJ aan de hand van de potentie per zoekgebied
Toepassen van richtafstand op relevante objecten voor extern veiligheidsrisico: (beperkt) kwetsbare objecten (100 meter), buisleidinginfrastructuur & risicovolle installaties (150 meter). (kwantitatief) Toepassen van een grensafstand van 100m en een richtafstand van 300 meter binnen zoekgebied conform Besluit algemene regels milieu mijnbouw. Beschrijven of er ruimte is binnen het zoekgebied. (kwantitatief) Op basis van Omgevingsvisie Provincie Utrecht Op basis van effectafstanden, de kans op verstoring en barrièrewerking in N2000, NNN en Groene Contour gebieden (kwalitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. gebieden op de gemeentelijke natuurwaarden kaart met zwaar en licht beschermde soorten (kwalitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. beschermd werelderfgoed van Unesco (bv. Hollandse Waterlinies) (kwantitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. bestaande cultuurhistorische erfgoed o.b.v. cultuurhistorische atlas (kwantitatief) Beschrijving van het effect van de voorgenomen activiteit op de kernkwaliteiten van het landschappelijk o.b.v. de kwaliteitsgidsen (kwalitatief) Op basis van de kaart ‘stedelijke groenstructuur’ (kwantitatief) Op basis van dynamische zone en strategische grondwatervoorraad Op basis van de kaart ‘Provinciaal erfgoedbeleid’. (kwalitatief) Op basis van ontwikkelingen op woningbouw, groen, werklocaties en sport zoals opgenomen in de RSU.
Aanname dat er in elk zoekgebied twee bronnen (doubletten) kunnen worden geplaatst met een potentie van 300 TJ per bron.
xv Samenvatting xv
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
USP
Lunetten-Koningsweg
Westraven
Papendorp
Lage Weide
Rijnenburg
Haarzuilens
Overzichtstabel beoordeling geothermie
Voordorpse veld
Tabel 10
0
-
-
-
-
-
-
-
-
---
--
---
0 -
-
0 0
-
-
-
-
0
0
0
-
--
0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 -
-0 --
-0 -
-0 --
0 0 0 -
0 0 0 -
0 0 0 0
0 0 -
0 ---
0 0
0 0
-
0
0
-0
0 -
0 --
0
0
--
0
0
0
0
0
--
--
--
--
--
--
--
--
+
+
+
+
+
+
+
+
Externe Veiligheid Externe Veiligheid Geluid Percentage grondgebied buiten 100m van woningen Percentage grondgebied buiten 300m van woningen Recreatie Ligging t.o.v. recreatiezones en -terreinen Ecologie Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland en Groene Contour Weidevogelgebieden en ganzenrustgebieden Beschermde soorten: steen en gebouwen Beschermde soorten: oever en water Beschermde soorten: bomen, bos en struiken Beschermde soorten: gras en kruiden Beschermde soorten: biotoop overstijgende soort Landschap & Cultuurhistorie Ligging t.o.v. Unesco erfgoed Ligging t.o.v. Cultuurhistorisch erfgoed Effect op de landschappelijke waarden Ligging t.o.v. de stedelijke groenstructuur Grondwaterbescherming Dynamische zone Strategische grondwatervoorraad Archeologie Ligging t.o.v. archeologisch erfgoed Beoordeling toekomstige ontwikkelingen Ligging t.o.v. toekomstige ontwikkelingen Energieopbrengst Energieopbrengst
Dit zijn de scores voor de meest ongunstige locatiekeuze voor geothermie. De meeste effecten kunnen teruggebracht worden naar “beperkt negatief” door het kiezen van een gunstigere locaties binnen de zoekgebieden. Voor de volgende zoekgebieden zijn grote effecten niet uit te sluiten: ➢
De grote effecten op het erfgoed zijn voor Voordorpse veld en Haarzuilens mogelijk niet goed genoeg te mitigeren of te compenseren.
Het ruimtebeslag dat nodig is voor een geothermielocatie (ca 1 ha, plus een contour van ca 100 meter voor gevoelige objecten) gaat ten koste van ruimte voor andere ontwikkelopgaven.
xv Samenvatting xvi
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
Milieueffecten geoptimaliseerde invulling zoekgebieden De onderstaande paragrafen geven weer welke optimalisaties kunnen leiden tot ontwikkelbare zoeklocaties. Het MER doet geen uitspraken over onderlinge geschiktheid, maar beschrijft op basis van de gevonden milieu-informatie de aard en omvang van de milieueffecten van wind-, zonne- en geothermische energie in de onderzochte zoekgebieden uit de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU). Deze paragraaf is een vereenvoudigde weergave van de resultaten en de kwalitatieve beoordeling aan het eind van de effectbeoordelingen (Hoofdstuk 3, 4 en 5). De aanwijzing van zoekgebieden in beleid door de gemeente gebeurt deels op basis van de resultaten uit dit planMER. In de onderstaande onderdelen wordt gesproken over aandachtspunten en belemmeringen binnen de zoekgebieden na een optimalisatieslag. Een aandachtpunt geeft aan dat er negatieve effecten kunnen optreden, maar dat deze de ontwikkeling niet direct tegenhouden. Een belemmering betekent dat de ontwikkeling vanwege wettelijke gronden op dit moment niet mogelijk is. Als er zonder aanzienlijke mitigatie ontwikkeling mogelijk is dan wordt een ontwikkeling geschaard tot de categorie “enige milieueffecten”. Bij nodige en haalbare mitigatie behoort een zoekgebied bij “aanzienlijke milieueffecten”. Als mitigatie geen uitkomst biedt kent een zoekgebied “grote milieueffecten”.
Zoekgebieden windenergie Enige milieueffecten
In zoekgebied Rijnenburg & Reijerscop is ontwikkeling mogelijk. De verwachte geluid- en slagschaduwhinder is beperkt en de onderzochte ecologische effecten relatief klein, al blijkt compensatie voor de grutto wel nodig. De potentiële energieopbrengst is door de omvang van het gebied het hoogst. Het belangrijkste aandachtspunt is de landschappelijke inpassing. De openheid van de polders Rijnenburg en Reijerscop kunnen door een windpark worden aangetast. Hierdoor worden enige aandachtspunten verwacht bij de ontwikkeling van een windpark in dit zoekgebied, maar deze zijn niet belemmerend. Aanzienlijke milieueffecten
In Lage Weide en Ockhuizen worden aanzienlijke, maar mitigeerbare milieueffecten verwacht. De ligging van een windpark op het industrieterrein Lage Weide resulteert niet in belemmerende ecologische en landschappelijke effecten, al kunnen de windturbines vanuit nabijgelegen wijken goed zichtbaar zijn. De huidige bestemming is goed verenigbaar met de huidige en toekomstige functies. De nabijheid van de dichtbevolkte wijken zoals Zuilen en Leidsche Rijn betekent wel dat windturbines op Lage Weide leiden tot potentieel veel geluids- en slagschaduwhinder. Door dit feit wordt het zoekgebied in de klasse ‘aanzienlijke milieueffecten’ geplaatst.
xv
Samenvatting xvii
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
Zoekgebied Ockhuizen scoort neutraal of beperkt negatief op nagenoeg alle onderdelen, behalve geluid en landschap wat na optimalisatie aandachtspunten zijn. Het kleinschalige landschap met een relatief groot aantal (woon)boerderijen en de nabijheid van de buitenwijken van Maarssen resulteren in een relatief groot aantal mogelijk gehinderde omwonenden. Qua landschap presenteert ligging van de windturbines nabij de beschermde dorpsgezichten rondom het zoekgebied Ockhuizen belemmeringen. Nader onderzoek is nodig naar de exacte waarden in het gebied en de voorwaarden waarbij aantasting van deze waarden tot een acceptabel niveau gereduceerd kan worden. Er zijn dus aanzienlijke effecten te verwachten, maar deze hier kan waarschijnlijk rekening mee worden gehouden waardoor ontwikkeling mogelijk is. Grote milieueffecten
Voor USP, Voordorpse veld, Noorderpark, Haarzuilens en Dorpeldijk worden grote milieueffecten verwacht die ontwikkeling sterk belemmeren. De ligging van USP, Voordorpse veld en Noorderpark ten opzichte van Werelderfgoed Hollandse Waterlinies maakt deze zoekgebieden hoogstwaarschijnlijk ongeschikt voor de ontwikkeling van windturbines. Volgens de HIA zou dit afbreuk doen aan de landschappelijke waarden van het Unesco-gebied en daarmee is ontwikkeling hier onwaarschijnlijk. Verder kennen de drie zoekgebieden relatief weinig geluids- en slagschaduwhinder en scoren gemiddeld op ecologie. Haarzuilens kent op het thema ecologie belemmerende milieueffecten. In het kasteelpark huizen veel verschillende vogel- en vleermuissoorten die voorkomen in het ecosysteem ‘bomen, bos en struiken’. De potentiële impact van windturbines op de vogel- en vleermuispopulaties is bovenmatig. Hiermee is op dit moment de verwachting dat dit zoekgebied waarschijnlijk niet geschikt is voor een windpark. Meer gedetailleerd onderzoek is nodig om te kijken of dit correct is, of dat de effecten op een bepaalde manier gemitigeerd kunnen worden. De drie windturbines van zoekgebied Dorpeldijk zijn gesitueerd ten westen van Vleuten in een gebied met beperkte plaatsingsruimte.
Uit de geluidsberekeningen in het onderzoek blijkt dat er te veel woningen aanwezig zijn die niet kunnen voldoen aan mogelijke geluidsnormen, zeker bij de invoering van de voorgestelde geluids- en afstandsnormen. Bij een handvol woningen kunnen deze woningen eventueel onderdeel worden van de inrichting waardoor er niet voldaan hoeft te worden aan de (geluids-)normen. Ook kan een keuze voor een stil windturbinetype in sommige gevallen ervoor zorgen dat kan worden voldaan aan de geluidsnormen. Echter komen in het gebied 14 woningen binnen 400 meter van het zoekgebied voor, waardoor beide opties niet leiden tot een haalbaar windparkproject die voldoet aan de mogelijke geluidsnormen.
xv Samenvatting xviii
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
Zoekgebieden zon Enige milieueffecten
Zoekgebieden Rijnenburg, Dorpeldijk, Meijewetering en Geluidswal A12 lijken zonder optimalisaties ontwikkelbaar. Er zijn geen grote milieueffecten gevonden, al zijn er per zoekgebied wel aandachtspunten. De polder Rijnenburg is samen met Reijerscop één van de nog geheel open landschappen binnen de gemeentegrens. Net als bij windturbines kunnen zonneparken de openheid van het gebied aantasten. Verder zijn de verwachte effecten relatief beperkt tegenover een hoog potentieel aantal hectares geschikt voor zonneparken. Ook in zoekgebied Dorpeldijk is relatief veel plaats voor zonneparken, al dan niet op kleinere schaal dan in Rijnenburg. De nabijheid van Natuurnetwerk Nederland en de Groene Contour kan betekenen dat er extra aandacht benodigd is voor een parkontwerp wat aansluit bij deze ecologische waardevolle gebieden. In het zoekgebied worden geen soorten verwacht waardoor de ontwikkeling van een zonnepark niet mogelijk is. Meijewetering en Geluidswal A12 zijn beide kleine zoekgebieden waar ontwikkeling respectievelijk al afgerond en afgebroken (de initiatiefnemer heeft de vergunning ingetrokken) is. De bijdrage aan de gemeentelijke opwekdoelstellingen is klein, maar dat zijn de milieueffecten ook. Het enige aanzienlijke aandachtspunt is de combinatie van een zonnepark op de geluidswal van de A12 met de hier aanwezige stedelijke groenstructuur.
Met compensatie van de groenstructuur lijkt ontwikkeling kansrijk. Aanzienlijke milieueffecten
Bij de twee recreatieplassen, de Nedereindse plas en de Haarrijnseplas en zoekgebied Ockhuizen worden aanzienlijke, maar te mitigeren milieueffecten verwacht. De Nedereindse plas en de Haarrijnseplas kennen vergelijkbare uitkomsten. In de wateren zijn er beschermde soorten waargenomen die bij een zonnepark mogelijk verstoord kunnen worden. Door enkel de helft van de plassen te gebruiken kunnen deze effecten waarschijnlijk tot een acceptabel niveau gebracht worden. In het bestemmingsplan voor een zonnepark op de Haarrijnseplas is aangegeven dat er maximaal 5 hectare zonnepark mag worden ontwikkeld. Voor 5 ha zonnepark is geconcludeerd dat door het nemen van maatregelen negatieve effecten op beschermde soorten kunnen worden voorkomen. Of zonneparken op de plassen te verenigen zijn met de recreatiefunctie valt ook te bezien. Er wordt geen groot negatief effect verwacht op het aspect recreatie, maar meer informatie is benodigd om te bepalen of zonneparken op deze plassen daadwerkelijk haalbaar zijn, vandaar dat beide zoekgebieden zijn geschaard tot de categorie “aanzienlijke milieueffecten”.
xi Samenvatting xix
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Een aandachtspunt voor Ockhuizen is het onderdeel cultuurhistorisch erfgoed vanwege de ligging binnen de directe invloedssfeer van beschermd dorpsgezicht Haarzuilens. Ockhuizen ligt op aanzienlijke afstand van Kasteel Haarzuilens. Op basis van de cultuurhistorische waardestelling voor Ockhuizen is geconcludeerd dat de aantasting van de cultuurhistorische waarde door realisatie van een zonneveld door een goed ontwerp beperkt kan worden tot een acceptabel niveau. Verder spelen er geen grote negatieve effecten waardoor dit gebied niet ontwikkeld kan worden. Het is één van de locaties waar relatief veel hectares zonneveld zouden passen. Grote milieueffecten
De ontwikkeling van zonneparken in USP, Voordorpse veld, Poldergebied Overvecht en Haarzuilens resulteert in dusdanige negatieve effecten dat ontwikkeling belemmerd wordt. Zoekgebieden USP, Voordorpse veld en Poldergebied Overvecht liggen in UNESCO-werelderfgoed Hollandse Waterlinies. Grootschalige zonneparken doen potentieel afbreuk aan openheid van deze gebieden. De UNESCO status is lastig te combineren met de zonneparken, die niet veel kunnen opwekken vanwege de beperkte aanwezige ruimte. Op de USP wordt verwacht dat de zonneparken de al kwetsbare vogel- en vleermuispopulaties kunnen verstoren. Ecologisch onderzoek zal moeten uitwijzen of die verwachting inderdaad klopt. Zoekgebied Haarzuilens kent ook grote effect milieueffecten als het gevolg van zonneparken. De aanzienlijke aantasting van de omgeving kasteel de Haar, inclusief recreatieve functie zijn de voornaamste redenen. Ook zou een zonnepark hoogstwaarschijnlijk in de stedelijke groenstructuur moeten worden gerealiseerd, met compensatie als gevolg. Op zichzelf is compensatie mogelijk, maar de aanwezigheid van de cultuurhistorische waarden en recreatiegebied maakt ontwikkeling van een zonnepark hier niet mogelijk zonder significante milieueffecten.
Zoekgebieden geothermie Enige milieueffecten
De zoekgebieden USP, Westraven, Papendorp, Lage Weide en Rijnenburg scoren het beste voor de ontwikkeling van een geothermie-installatie. Er worden geen directe belemmeringen verwacht binnen deze gebieden, al zijn verschillende negatieve effecten niet geheel uitgesloten: De USP kent enige milieueffecten, waarvan één het meest bepalend. Het Werelderfgoed Hollandse Waterlinies kan worden aangetast door een geothermie-installatie, al zou het bouwwerk op USP landschappelijk zo ingepast kunnen worden dat de effecten deels gemitigeerd worden. Een voordeel aan deze locatie is dat er al een warmtenet aanwezig is. Westraven is een verstedelijkte omgeving, waarbij het de vraag is of er een locatie voor een geothermie-installatie gevonden kan worden waar de hinder beperkt is.
xx
Samenvatting xx
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Er is nagenoeg geen ruimte waar een installatie buiten 300 meter van gevoelige objecten geplaatst kan worden. Voor zoeklocatie Papendorp is het de vraag of een geothermiecentrale te verenigen is met de geplande nieuwbouwwijken Groenewoud en Papendorp. Er lijkt in de rest van het zoekgebied Papendorp genoeg ruimte voor de ontwikkeling. Een verdere verdiepingsslag is nodig om vast te stellen of ontwikkeling in dit zoekgebied mogelijk en interessant is. Het oosten van zoekgebied Lage Weide, de Schepenbuurt, ligt geheel in de dynamische zone, en het midden van het zoekgebied in de bijbehorende bufferzone (voor meer uitleg over deze termen zie 5.7). Doorboring van de verschillende lagen kan het drinkwater vervuilen, en daarmee gezondheidsrisico’s vergroten. Het risico op lekkage van bodemverontreiniging naar de tweede watervoerende laag zou mogelijk beperkt worden door een zorgvuldig (uitgevoerd) boorplan. Echter staat Utrechts gemeentelijk beleid boren tot aan het 2e watervoerend pakket in de dynamische zone op dit moment niet toe. Er is een praktijkproef bezig naar boren in het 2e watervoerend pakket in de dynamische zone, de resultaten van deze proef bepalen of het in de toekomst (verwacht rond 2027) wel of niet is toegestaan om te boren in het 2e watervoerende pakket.
Omdat het maar een deel van het zoekgebied betreft is het ook mogelijk om een geothermie-installatie toe te staan in het westen van het zoekgebied. Deze gedeeltelijke ligging in de dynamische zone betekent dat dit onderwerp geen belemmering, maar een aandachtspunt is. Een voordeel aan deze locatie is dat er al een warmtenet aanwezig is. De openheid van de polder Rijnenburg is nog een aandachtspunt voor het gelijknamige zoekgebied. Voor een geothermie-installatie is namelijk een bouwwerk benodigd. Een bouwwerk wat zichtbaar wordt in de nu relatief lege polder. Naast dit landschappelijke aandachtspunt scoort het zoekgebied bovenmatig goed. Aanzienlijke milieueffecten
Plaatsing in de zone rond Lunetten-Koningsweg wordt als negatief gezien, waarmee de waarden van het Unesco-werelderfgoed mogelijk afgebroken worden. Omdat het gebied niet open is, zijn er mogelijkheden om de geothermie-installatie eventueel ruimtelijk in te passen. In het zoekgebied worden ook archeologische waarden verwacht die grondroering mogelijk belemmeren. Afhankelijk van de locatie kan geluidshinder voorkomen. Grote milieueffecten
Voordorpse veld en Haarzuilens scoren relatief slecht. Er worden grote milieueffecten verwacht waardoor de ontwikkeling van deze zoekgebieden niet of nauwelijks mogelijk lijkt. Plaatsing in het Voordorpse veld wordt als negatief gezien, waarmee de waarden van het Unesco-werelderfgoed afgebroken worden.
xx Samenvatting xxi
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht De effecten op zoekgebied Haarzuilens zijn per deelgebied verschillend. Het kasteelpark en beschermde dorpsgezicht hebben belangrijke recreatieve en cultuurhistorische waarden die niet of nauwelijks te verenigen zijn met de opwek van geothermie. Het bedrijventerrein in het oosten zou eventueel uitweg kunnen bieden, maar nagenoeg alle gronden lijken al gereserveerd voor bedrijfsgebouwen, waardoor de plaatsingsruimte lijkt te ontbreken voor een geothermie-installatie.
Aanbevelingen voor de Beleidsnota Schone Energie Er zijn, bij alle drie de opwekmethoden, geen zoekgebieden die geen negatief milieueffect zullen hebben. Ook niet na het toepassen van mitigerende maatregelen. De gemeente dient te overwegen welke milieueffecten zij zwaarder vindt wegen, afgezet tegen de energieopbrengst, om tot een volgorde van kansrijke gebieden te komen. Een aantal locaties aan de rand van de gemeentegrens lijkt geschikt voor grootschalige duurzame opwek. Het planMER laat zien dat in deze gebieden belangrijke landschappelijke en cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Deze locaties liggen ook allemaal in de stedelijke groenstructuur. Als deze zoekgebieden in de Beleidsnota Schone Energie worden opgenomen als ontwikkellocaties, dan hoort daarbij dat aangegeven wordt hoe met deze waarden omgegaan wordt. ➢ De belangrijkste mitigerende maatregelen zijn: o De verkleining van het zoekgebied en de locatiekeuze voor windturbines, zonnevelden en geothermie-installaties binnen het zoekgebied. o Het plannen van minder windturbines en minder oppervlak aan zonneparken binnen een zoekgebied. o Landschappelijke inpassing van zonneparken en geothermie-installaties o Mitigerende maatregelen voor windturbines zoals andere, stillere geluidsmodi of stilstand voor slagschaduw en ecologische effecten.
➢ Pas bij vaststelling van definitieve locaties kunnen de daadwerkelijke milieueffecten inzichtelijk worden gemaakt. Voor geothermie is inzichtelijk gemaakt welke delen van de zoekgebieden niet geschikt zijn (zie Figuur 4). Hierbij zijn de meest belemmerende factoren, zoals 100 meter afstand tot gevoelige objecten, ondergrondse buisleidingen en waterwingebieden gebruikt. Voor zon en wind is voorafgaand aan dit MER gedetailleerder onderzocht welke plaatsingsruimte er bestaat in de zoekgebieden. Vandaar dat aanscherping hiervan niet benodigd is. ➢
xx Samenvatting xxii
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Figuur 4
Aangepaste zoekgebieden geothermie
➢
Voor een aantal zoekgebieden geldt dat er, conform de RSU ook andere opgaven gerealiseerd moeten worden. Deze opgaven concurreren met de energieopgave. Deze informatie kan de gemeente meenemen in haar afweging of bepaalde zoekgebieden geschikt genoeg zijn om op te nemen in de Beleidsnota Schone Energie.
Aanbevelingen voor nadere planuitwerking Na selectie van zoekgebieden en het vaststellen van locaties voor de opwek van duurzame energie dienen project specifieke studies uitgevoerd te worden die onderzoeken of er sprake is van significante negatieve milieueffecten. Als deze optreden kan er gezocht worden naar mitigerende maatregelen, alternatieven of kan er geconcludeerd worden het project niet mogelijk is. ➢ In alle projecten zullen de aanbevelingen uit de project specifieke onderzoeken vertaald moeten worden naar een passend ontwerp en een passende exploitatie. ➢ Het detailniveau van een planMER is op een aantal punten te weinig concreet om milieueffecten volledig in kaart te brengen en te toetsen. Voordat de gemeente besluit over concrete plannen, dient op enkele onderwerpen extra informatie ingewonnen of een nieuw onderzoek uitgevoerd te worden. Hierbij dient onder andere gedacht te worden aan de aspecten in Tabel 11. ➢
xx Samenvatting xxiii
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Tabel 11
Aanbevelingen voor nadere planuitwerking niet behandelde onderwerpen Beoordelingscriterium Bodem en oppervlaktewater
Aardbevingsschade/trillingen/zettingen)
Radar/Straalpaden
Netaansluitingen & Transformatorstations Meervoudig ruimtegebruik Economie/Participatiemogelijkheden Compensatieplicht
Gemeentelijke archeologie
5
Motivatie Het effect op de bodem en oppervlaktewater is sterk afhankelijk van het ontwerp en de bedrijfsvoering van energieprojecten. Beoordeling van deze effecten valt buiten het detailniveau van het planMER en komt (indien van toepassing) op projectniveau aan bod. De wetgeving voor geothermieprojecten is erop gericht om te voorkomen dat er aardbevingsschade optreedt. Concrete projecten worden hierop getoetst door het gevoegd gezag. Zonder een gedetailleerd putontwerp, kan het risico op aardbevingsschade niet ingeschat worden en daarom wordt dit in deze planMER niet onderzocht. Binnen de gemeentegrens van Utrecht gelden geen bouwhoogtebeperking vanuit luchtvaart en radar5. Eventuele ontoelaatbare radarhinderverstoring is zodanig afhankelijk van concrete windparkeigenschappen dat dit buiten het detailniveau van het planMER valt en op projectniveau aan bod komt. Eventuele verstoring van straalpaden is dermate lokaal dat een beoordeling op basis van voorbeeldopstellingen in een planMER geen meerwaarde heeft.
De effecten hiervan zijn locatie specifiek en passen niet bij het detailniveau van een planMER De effecten hiervan zijn locatie specifiek en passen niet bij het detailniveau van een planMER Het betreft hier geen criterium dat eventueel negatieve milieueffecten tot gevolg kan heeft Voor ecologie en landschap kan er op basis van de effectboordeling blijken dat er mogelijk een compensatieplicht geldt. De compensatie-opgave wordt in het planMER niet concreet uitgewerkt. De gemeentelijke archeologische waardenkaart is niet geraadpleegd ten tijden van het uitvoeren van het MER. Beoordeling van deze effecten valt buiten het detailniveau van het planMER en komt (indien van toepassing) op projectniveau aan bod.
xx
Bron: Viewer Bouwhoogtebeperkingen Luchtvaart
Samenvatting xxiv
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Inhoudsopgave
SAMENVATTING
III
Achtergrond Doel van het planMER Afbakening planMER Energieproductie en doelbereik Milieueffecten maximale invulling zoekgebieden Milieueffecten geoptimaliseerde invulling zoekgebieden Aanbevelingen voor de Beleidsnota Schone Energie Aanbevelingen voor nadere planuitwerking
HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3
HOOFDSTUK 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
HOOFDSTUK 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12 3.13 3.14
HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9
HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
Samenvatting
iii iv v viii ix xvii xxii xxiii
INLEIDING
27
Aanleiding Doel planMER Leeswijzer
27 28 29
KADERS EN UITGANGSPUNTEN
30
Inleiding Beleidskader Plangebied Zoekgebieden Referentiesituatie en autonome ontwikkelingen Raakvlak ontwikkelingen
30 30 31 32 41 41
WINDENERGIE
43
Inleiding Externe Veiligheid Geluid en gezondheid Slagschaduw Stiltegebieden Recreatiezones en terreinen Ecologie Landschap & Cultuurhistorie Archeologie Beoordeling toekomstige ontwikkelingen Energieopbrengst Overzichtstabel maximale effecten Samenvatting en optimalisatie Aangepaste beoordelingstabel na optimalisatie
43 45 49 68 69 71 73 101 116 119 121 124 125 130
ZONNE-ENERGIE
132
Inleiding Recreatiezones en terreinen Ecologie Landschap & Cultuurhistorie Beoordeling toekomstige ontwikkelingen Energieopbrengst Overzichtstabel maximale effecten Samenvatting en optimalisatie Aangepaste beoordelingstabel na optimalisatie
132 133 135 144 152 155 157 158 162
GEOTHERMIE
164
Inleiding Externe veiligheid Geluid Recreatiezones en terreinen Ecologie Landschap & Cultuurhistorie Grondwaterbescherming Strategische grondwatervoorraad
164 166 168 170 172 181 189 191
25
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14
HOOFDSTUK 6 6.1 6.2 6.3
HOOFDSTUK 7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6
HOOFDSTUK 8 BIJLAGE A BIJLAGE B BIJLAGE C BIJLAGE D BIJLAGE E
Samenvatting
Archeologie Beoordeling toekomstige ontwikkelingen Energieopbrengst Overzichtstabel maximale effecten Samenvatting en optimalisatie Aangepaste beoordelingstabel na optimalisatie
193 194 196 197 199 203
CUMULATIEVE EFFECTEN
204
Inleiding Cumulatie tussen zoekgebieden Cumulatie van activiteiten in hetzelfde zoekgebied
204 204 206
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
209
Inleiding Conclusies windenergie Conclusies zonne-energie Conclusies geothermie Aanbevelingen voor de Beleidsnota Schone Energie Aanbevelingen voor nadere planuitwerking
209 209 213 214 216 219
LITERATUUR ECOLOGIE LANDSCHAPPELIJK ANALYSE & BEOORDELING BELEIDSKADERS VISUALISATIES LIJST MET NIEUWBOUWPROJECTEN
224 226 227 228 229 230
26
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding In 2015 zijn in Parijs internationale afspraken gemaakt om de CO2-uitstoot terug te dringen. Nederland heeft haar inspanning opgenomen in een nationaal Klimaatakkoord dat in juni 2019 is gepresenteerd. Hierin hebben meer dan 100 partijen afspraken vastgelegd over het verlagen van de CO2-uitstoot. Het doel is dat in 2050 de uitstoot in Nederland met 95% is verminderd ten opzichte van 1990. De gemeente Utrecht wil hier een bijdrage aan leveren door in 2050 klimaatneutraal te zijn. Utrecht is onderdeel van de regio RES U16. Samen met de buurgemeenten wil de gemeente in 2030 circa 1,8 TWh duurzame elektriciteit opwekken. Utrecht streeft naar een bijdrage van 523 GWh/jaar. De Beleidsnota Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht (hierna Beleidsnota Schone Energie) is een thematische beleidsnota en is bindend voor het bestuur van de gemeente Utrecht. De Beleidsnota Schone Energie richt zich op het verduurzamen van energiebronnen. Doel van de Beleidsnota Schone Energie is het selecteren en concretiseren van de zoekgebieden uit de Ruimtelijke Strategie Utrecht6 (RSU). Onderdeel hiervan is ruimte bieden aan windenergie, zonne-energie en geothermie in de gemeente. In overige beleidsdocumenten, bijvoorbeeld de RSU en RES, zijn al beleidsuitspraken gedaan over locaties van zoekgebieden voor windenergie, zonneenergie en geothermie.
De zoekgebieden uit de RSU zijn gebruikt als basis voor de onderzoeken in dit planMER. De Gemeente Utrecht doorloopt een plan-m.e.r. voor de Beleidsnota Schone Energie omdat deze kaderstellend is voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige besluiten, te weten omgevingsvergunningen voor een milieubelastende activiteit voor 3 of meer windturbines en geothermische boringen (zie bijlage V van het Omgevingsbesluit). Zonneparken zijn vrijwillig onderzocht in dit planMER. Het verschilt dus of er een planMER-plicht is voor de drie technieken: ➢ Windenergie: Voor alle plannen en visies over windenergie of die windturbineparken mogelijk maken (kaderstelling voor toekomstige m.e.r.-beoordeling van windturbineparken) geldt de plicht om een planMER op te stellen. ➢ Zonne-energie: Zonneparken zijn geen m.e.r.-plichtige activiteit7: “Bij het toelaten van een zonnepark of zonneweide in het omgevingsplan hoeft de gemeente meestal geen milieueffectrapport (MER) te maken. Een zonnepark of zonneweide is vaak niet mer-(beoordelings)plichtig. Dit blijkt uit een uitspraak van de Raad van State”.
6 https://omgevingsvisie.utrecht.nl/de-koers/ruimtelijke-strategie-utrecht-2040/ 7 Toelaten zonnepanelen op een locatie | Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl)
Inleiding
27
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht ➢ Geothermie: Geothermische installaties kunnen tot twee categorieën in bijlage V van het Omgevingsbesluit geschaard worden. Voor beide categorieën is de oprichting, wijziging of uitbreiding mer-beoordelingsplichtig: o B4: Diepboringen, in het bijzonder a) geothermische boringen. o C1: thermische centrales en andere verbrandingsinstallaties voor de productie van elektriciteit, stoom of warm water. In het planMER onderzoeken we de milieueffecten van deze activiteiten in gedefinieerde zoekgebieden. Als de milieueffecten daartoe aanleiding geven, kan besloten worden om de zoekgebieden bij te stellen. Ook geeft het planMER aanbevelingen voor nadere planuitwerking, waaronder onderzoek naar mitigerende maatregelen.
1.2
Doel planMER Het doel van dit planMER is het vooraf bieden van informatie over de te verwachten milieueffecten van de ontwikkeling van windenergie, zonne-energie en geothermie in de gemeente Utrecht, zodat deze milieu-informatie een volwaardige rol kan spelen in de beleidsontwikkeling en de besluitvorming. Het planMER heeft drie doelen: ➢ Milieueffecten in beeld brengen van de activiteiten die in de Beleidsnota Schone Energie op zijn genomen; ➢ Het voorbereiden van de selectie en openstelling van zoekgebieden. ➢ Aanbevelingen geven voor nadere planuitwerking van concrete projecten in Omgevingsplannen en Omgevingsvergunningen en eventueel daarbij behorende projectMER-en.
Inleiding
28
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
1.3
Inleiding
Leeswijzer
29
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
Hoofdstuk 2 Kaders en uitgangspunten 2.1
Inleiding In het planMER zijn de milieueffecten van de alternatieven met elkaar vergeleken. Per zoekgebied is er één alternatief gekozen voor zon wind en geothermie. Elk thema (zon wind geothermie) heeft dus één alternatief. Na de kwantitatieve beoordeling is per aspect beschouwd welke mogelijkheden bestaan om de significante negatieve beoordelingen (--) te verminderen. Deze optimalisaties worden uitvoerig beschreven en leiden tot een aangepaste beoordelingstabel met de scores voor de meest milieuvriendelijke opstellingen in de zoekgebieden.
2.2
Beleidskader Het volledige beleidskader dat relevant is voor dit planMER is opgenomen in Bijlage C. Hierin is een overzicht weergegeven van het beleid dat van belang is voor grootschalige opwek van duurzame energie voor de gemeente Utrecht. De kaders van het beleid die van belang worden geacht zijn de relevante beleidsstukken op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau. Een volledige uiteenzetting van de relevante beleidsstukken staat in Bijlage C. ➢ ➢ ➢ ➢
Europees en rijksbeleid Provinciale omgevingsvisie en omgevingsverordening Gemeentelijk beleid Afspraken met de RES U16
In de relevante beleidsdocumenten staan kaders waaraan de ontwikkeling van duurzame energieopwekking binnen de gemeente en provincie dient te voldoen. Waar relevant, zijn de onderwerpen in dit planMER meegenomen. In Hoofdstuk 7 van dit planMER is ook een paragraaf opgenomen met de onderwerpen die niet behandeld zijn doordat deze: ➢ Niet wettelijke relevant zijn ➢ Geen onderscheidende waarde hebben ➢ Een detailniveau hebben dat niet past bij een planMER In latere onderzoeken, bijvoorbeeld bij een project-m.e.r. of ruimtelijke onderbouwing, kunnen deze thema’s eventueel alsnog behandeld worden.
Kaders en uitgangspunten
30
planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht
2.3
Plangebied De beleidsnota is onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht en is een uitwerking van de koers in het thematisch beleid. In de Omgevingsvisie Utrecht staat het gemeentelijk beleid voor de gehele fysieke leefomgeving; schone energie maakt daar deel van uit. De beleidsnota gaat alleen over schone energie dat voor meerdere huishoudens en bedrijven wordt opgewekt door collectieve elektriciteits- en warmtebronnen die nu beschikbaar zijn. Denk aan windturbines, zonnepanelen, zonthermie en aardwarmte. Kleinschalige en/of particuliere opwek van duurzame energie en warmte zoals zon op dak en warmtepompen, zijn geen onderdeel van deze nota. Hiermee is de gemeente Utrecht als geheel ook het plangebied voor dit planMER. Het plangebied bestaat voornamelijk uit verstedelijkt gebied. Aan de randen van de gemeente is de overgang naar het landschap nog duidelijk aanwezig. Mede hierdoor is binnen het plangebied sprake van veel diversiteit als het gaat om bebouwing en landschap.