CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Zeeheldenwijk Toelichting.pdf

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente UrkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Zeeheldenwijk29.984 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Eén centrale (eind)halte voor de reguliere buslijnen op Urk is onvoldoende. Om de grote drukte van reizigers te vermijden en de afstand tot de halte te beperken is het van belang ook een halte voor de streekbussen nabij de huidige kinderboerderij in te passen. Met twee haltes worden de bushaltes op Urk beter verdeeld en wordt voorkomen dat er te veel fietsen op één halte komen te staan en dat er te veel bussen op de eindhalte moeten wachten. Een passende dienstregeling voor de beschreven situatie moet nog uitgewerkt worden. In dit bestemmingsplan wordt de bushalte met bijbehorende voorzieningen op de locatie van de huidige kinderboerderij mogelijk gemaakt.

Zeeheldenwijk

26

Hoofdstuk 4 Planologische en milieuhygiënische randvoorwaarden Het programma is ten opzichte van het geldende plan aangepast, doordat er zorgwoningen en extra ruimte voor ondergeschikte detailhandel en horeca zijn voorzien. Het vigerende bestemmingsplan is uitgebreid getoetst aan de relevante omgevingsfactoren. De onderzoeken die daarvoor zijn gedaan zijn recent uitgevoerd en actueel.

4.1

Verkeer

Domineesweg De ontwikkeling van de Zeeheldenwijk heeft een effect op de verkeersgeneratie op het bestaande wegennet van de gemeenten Urk en Noordoostpolder en dan met name op de Domineesweg. Dit effect wordt versterkt als gevolg van de autonome groei van Urk, de ontwikkeling van Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein door de gemeente Urk en de ontwikkeling van de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland door de provincie Flevoland. De maximale intensiteit van de provinciale weg N352; Domineesweg, is door de provincie Flevoland in haar verkeersbeleid bepaald op 12.000 motorvoertuigen per etmaal. Deze intensiteit zal in de toekomst overschreden worden, mede als gevolg van de vier ontwikkelingen. Derhalve dient er een robuuste oplossing te komen voor de toename van de verkeersintensiteit op de Domineesweg en mede daarmee de bereikbaarheid van Urk. Deze oplossing zal vorm krijgen in een randweg om Urk. Hiertoe is onderzoek uitgevoerd naar de gewenste uitvoering van de randweg. De gemeenten Urk en Noordoostpolder en de provincie Flevoland erkennen allen de noodzaak van een randweg en de uitkomsten van het onderzoek.

Om er zeker van te zijn dat de randweg daadwerkelijk aangelegd zal worden, sluiten de gemeenten Urk en Noordoostpolder tezamen met de provincie Flevoland een bestuursovereenkomst waarin alle relevante afspraken worden vastgelegd om te komen tot de robuuste oplossing in de vorm van een randweg.

4.2

Bedrijven en Milieuzonering

Kader De aanwezigheid van bedrijven kan de kwaliteit van de leefomgeving beïnvloeden. Voorkomen moet worden, dat bedrijven hinder veroorzaken naar de omgeving, vooral indien het woongebieden of andere gevoelige bestemmingen betreffen. Daarnaast moeten bedrijven zich kunnen ontwikkelen en kunnen uitbreiden. Om dit te bereiken is het van belang, dat bedrijven en gevoelige bestemmingen ruimtelijk goed gesitueerd worden, zodat de bedrijven zo min mogelijk overlast opleveren en woongebieden de bedrijven zo min mogelijk beperken in hun bedrijfsuitvoering. Ten behoeve van milieuzonering is door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een bedrijvenlijst opgesteld, waarin bedrijfsactiviteiten op hun milieueffecten zijn gecategoriseerd (Bedrijven en milieuzonering, 2009). De VNG-handreiking geeft adviesafstanden voor de thema's geur, geluid, stof en gevaar afhankelijk van de gebiedskenmerken. Onderstaande tabel is gebaseerd op de VNG-handreiking waarin de richtafstanden zijn weergegeven per categorie.

Zeeheldenwijk

27

Tabel 1: Richtafstanden VNG-Handreiking Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009) Wanneer er sprake is van een gemengd gebied kunnen richtafstanden die gelden volgens de VNG-handreiking, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd. Een gemengd gebied is volgens de VNG-handreiking een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen ook andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Ondanks de ligging aan de Domineesweg, de hoofdtoegangsweg van Urk, en de nabijheid van Zwolsehoek, wordt het overgrote deel van de Zeeheldenwijk beschouwd als het omgevingstype rustige woonwijk. Het grootste deel van het plangebied wordt namelijk gekenmerkt door een rustig woon- en leefklimaat in het buitengebied. Enkel de gronden die in het bestemmingsplan Zeeheldenwijk zijn bestemd als 'Gemengd' en 'Gemengd – Uit te werken' worden beschouwd als omgevingstype gemengd gebied. Onderzoek Voor een goede ruimtelijke inpassing van zogenaamde milieubelastende en milieugevoelige activiteiten is onderzoek gedaan naar bedrijven- en milieuzoneringen en de agrarische bedrijven. Bij dit onderzoek is zowel van 'buiten naar binnen' als van 'binnen naar buiten' gekeken.

Dit betekent, dat de externe effecten van buiten het plangebied beschouwd zijn en de effecten vanuit het plangebied op de omgeving. Agrarische bedrijven Op grond van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 mei 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1458) zijn binnen een afstand van 100 meter vanaf het bouwblok van het perceel Karel Doormanweg 60 geen woningen toegestaan. De gemeente heeft de cultuurgrond aan de Karel Doormanweg 60 inmiddels verworven. In de koopovereenkomst is geborgd dat het gebruik van het overblijvende deel, wat niet door de gemeente is aangekocht, geen (milieu)hinder mag veroorzaken voor de Zeeheldenwijk. Daarnaast borgt de gemeente als eigenaar in de pachtovereenkomst dat het gebruik van de cultuurgrond geen (milieu)hinder voor Zeeheldenwijk mag veroorzaken. Bedrijven en milieuzonering Zeeheldenwijk - bedrijventerrein Zwolsehoek De VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering geeft richtafstanden tot gevoelige bestemmingen vanwege geluid, geur, stof en gevaar voor verschillende bedrijfsactiviteiten. Met behulp van deze richtafstanden kan een eerste indicatie verkregen worden van de inpasbaarheid van de gevoelige functies binnen de Zeeheldenwijk nabij het bedrijventerrein Zwolsehoek.

Voor de invloed van het bedrijventerrein Zwolsehoek op het voorliggende plangebied is daarom in eerste instantie rekening gehouden met de maximale planologische invulling van het bedrijventerrein, waar deels bedrijven tot maximaal categorie 4.2 en tot maximaal categorie 3.2 zijn toegestaan. Volgens de VNG-handreiking kunnen richtafstanden elkaar overlappen, reden waarom binnen het plangebied van de Zeeheldenwijk nader onderzoek is uitgevoerd naar de ter plaatse feitelijk aanwezige bedrijvigheid. De contouren op basis van de feitelijke bedrijvigheid op Zwolsehoek zijn in kaart gebracht in het onderzoek Inventarisatie milieuhinder bedrijven op Bedrijventerrein van Antea Group d.d. 23 januari 2019 (zie Bijlage 5). Uit dit onderzoek blijkt dat er diverse milieuhindercirkels overlappen met delen van het plangebied waar milieugevoelige functies zijn beoogt. De grootste milieuhindercirkels betreffen die als gevolg van geurhinder, zoals weergegeven in figuur 4.1.

Zeeheldenwijk

28

Figuur 4.1: Richtafstand “geur” relevante bedrijven in rustige woonwijk (Antea Group, 23 januari 2019) Voor de bedrijven met de grootste milieuhindercirkel (11a en 13b in figuur 4.1) is nader onderzoek uitgevoerd naar de feitelijke milieubelasting (zie Bijlage 6, Urk bedrijventerrein fase 5: onderzoek milieugebruiksruimte van Rho Adviseurs d.d. 1 juli 2019). Onderstaand zijn de resultaten van dit nadere onderzoek naar de milieubelasting van deze bedrijven samenvattend weergegeven. 11a: Rodé Vis Rodé Vis is een zalmverwerkend bedrijf. De verwerking vindt in hoofdzaak plaats door het prepareren en roken van zalmfilets. Volgens de VNG-Handreiking valt het bedrijf onder milieucategorie 4.2, waarvoor een adviesafstand voor het aspect geur geldt van 300 m voor een rustige woonomgeving. Uit het nadere onderzoek blijkt dat de belangrijkste invloed van de bedrijfsvoering binnen de inrichting van Rodé Vis op haar omgeving samenhangt met het verkeer van personen en goederen van en naar het bedrijf en de emissie van het rookgas. De invloed van het verkeer van en naar de inrichting is wat betreft de akoestische beïnvloeding van het plangebied, ondergeschikt aan de verkeersbelasting door het verzamelde verkeer van de inrichtingen op het bedrijventerrein, over De Meer en de Ensgat.

De geuremissie door uitstoot van de rookgassen uit de rookkast, zullen een grotere invloed op de kwaliteit van de leefomgeving hebben. Uit het onderzoek kan worden opgemaakt dat bij een geconditioneerde rokerij, waarvan in dit geval sprake is, op 200 m van het emissiepunt sprake is van een acceptabel geurhinderniveau (2 ouE/m3 als 98 onderschrijdingspercentiel). Anders dan uit de VNG-Handreiking volgt, moet voor de inrichting van Rodé Vis rekening gehouden worden met een milieugebruiksruimte van 200 m. 13 b: Korf Vis Korf Vis is een visverwerkend bedrijf, waarbij geen sprake is van roken of drogen, met een oppervlak van meer dan 1.000 m². Op grond van de VNG-Handreiking is voor het bedrijf uitgegaan van de bedrijfscategorie visverwerkingsbedrijven, productieoppervlak groter dan 1.000 m² (SBI-code 102.4), dat ingedeeld is in milieucategorie 4.2, waarvoor een adviesafstand van 300 m geldt voor geur en 50 m voor geluid voor een rustige woonomgeving. Uit nader onderzoek blijkt dat de belangrijkste invloed van de bedrijfsvoering binnen de inrichting van Korf Vis op haar omgeving, samenhangt met het verkeer van personen en goederen van en naar het bedrijf en het gebruik van klimaatinstallaties in de buitenlucht.

De invloed van het verkeer van en naar de inrichting is wat betreft de akoestische beïnvloeding van het plangebied, ondergeschikt aan de verkeersbelasting door het verzamelde verkeer van de inrichtingen op het bedrijventerrein, over De Meer en de Ensgat. Voor het gebruik van klimaatinstallaties geldt een kleinere milieugebruiksruimte (in verband met de geluidsuitstraling die daarmee samenhangt) dan de ongeveer 200 m tussen deze installaties (doorgaans met een bronvermogen van 85 dB(A)) en de grens van het plangebied. Dit maakt dat de projectie van gevoelige gebouwen binnen het plangebied niet leidt tot een beperking van de bedrijfsvoering binnen de

Zeeheldenwijk

29

inrichting van Korf Vis. Figuur 4.2 geeft, op basis van het uitgevoerde nadere onderzoek, de milieucontouren van 200 meter gerekend vanaf de bebouwing van Rodé Vis en Korf Vis weer.

Figuur 4.2: milieucontouren bedrijven 11a en 13b In het stedenbouwkundig plan en bestemmingsplan is als volgt rekening gehouden met de milieucontouren van Zwolsehoek: de woningen, zorgwoningen en partnerwoningen binnen de bestemmingen 'Woongebied', 'Maatschappelijk' en 'Woongebied – Uit te werken' liggen buiten de milieucontouren van Zwolsehoek; binnen de milieucontouren van Zwolsehoek zijn in dit geval de bestemming 'Gemengd - 1' geen milieugevoelige functies toegestaan; binnen de milieucontouren van Zwolsehoek zijn in het plangebied binnen de bestemmingen Gemengd - 2 en Gemengd - Uit te werken zijn wel milieugevoelige functies toegestaan. In de (uitwerkings)regels is echter opgenomen dat bij omgevingsvergunning respectievelijk uitwerking moet worden voldaan aan de beleidsregels Goed woon- en leefklimaat. In dit kader is van belang, dat in een bestemmingsplan Verbrede Reikwijdte, waartoe voorliggend bestemmingsplan behoort, het mogelijk is een functie toe te staan, waarbij wordt bepaald binnen welke randvoorwaarden dit mogelijk is (de of-vraag). Dit kunnen specifieke (milieu)normen zijn (zoals geluidsnormen), maar ook open normen, die worden uitgewerkt in beleidsregels, waaraan een omgevingsvergunningaanvraag wordt getoetst. Pas als zich een concreet initiatief aandient, kan onderzoek plaatsvinden naar de precieze invulling (de hoe-vraag).

In dit plan is een regeling opgenomen, die milieugevoelige functies in gemengd gebied toestaat, als wordt aangetoond, dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De wijze waarop wordt beoordeeld of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat is vastgelegd in de beleidsregels 'Goed woon- en leefklimaat'. Als hieraan wordt voldaan worden ook de bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Bushalte en lichte horeca - kiosk op terrein voormalige kinderboerderij Op het perceel Urkerweg 62 wordt een bushalte mogelijk gemaakt met onder andere lichte horeca (horeca 1 en 2) en een kiosk. De locatie kan worden beschouwd als een gemengd gebied aangezien deze direct aan hoofdinfrastructuur is gelegen, i.c.de Urkerweg. De bushalte is voor wat betreft milieu-uitstraling vergeleken met een autoparkeerterrein. Hiervoor geldt volgens de Handreiking Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009) een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. Horeca I en II kennen een richtafstand van maximaal 10 meter. Voor een kiosk (detailhandel) geldt een richtafstand van nul meter. De afstand vanaf de perceelgrens van de bestemming (Gemengd - 3) tot de gevels van omliggende woningen is meer dan 10 meter, ook wanneer rekening wordt gehouden met de

Zeeheldenwijk

30

bouwmogelijkheden voor de zorgwoningen vanuit het vergunningsvrij bouwen (artikel 2 bijlage II) van het Besluit omgevingsrecht. Conclusie Een gedeelte aan de westzijde van het plangebied Zeeheldenwijk is deels niet geschikt voor de ontwikkeling van milieugevoelige functies vanwege de milieu-richtafstanden van de bedrijven op Zwolsehoek. In dat gebied met de bestemming Gemengd - 1 zijn in onderhavig plan geen milieugevoelige functies mogelijk gemaakt. Binnen de bestemmingen Gemengd – 2 en Gemengd - Uit te werken zijn milieugevoelige functies toegestaan indien bij omgevingsvergunning respectievelijk uitwerking wordt aangetoond, dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De wijze waarop wordt beoordeeld of er al dan niet sprake is van een goed woon- en leefklimaat is vastgelegd in de beleidsregels 'Goed woon- en leefklimaat'. Als hieraan wordt voldaan worden ook de bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. De beoogde woningen (bestemmingen Woongebied en Woongebied – Uit te werken), zorgwoningen en partnerwoningen (bestemming Maatschappelijk) zijn buiten de milieucontouren gesitueerd. De realisatie van de bushalte, de kiosk en lichte horeca past qua bedrijven en milieuzonering in de omgeving en is direct toegestaan,

4.3

Archeologie, landschap en cultuurhistorie

4.3.1

Archeologie

Kader De gemeente Urk moet en wenst te voldoen aan de Erfgoedwet. Op basis van deze wet zijn de belangrijkste bevoegdheden aangaande de archeologie bij de gemeente neergelegd. De gemeenteraad is op grond van de wet verplicht bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Om dit te kunnen onderbouwen dient de gemeente er voor te zorgen dat de archeologische waarden en verwachtingen binnen het gemeentelijk grondgebied bekend zijn. Deze waarden en verwachtingen zijn aangegeven op de Archeologische Beleidskaart van de gemeente. Binnen Zeeheldenwijk hebben de gronden een dubbelbestemming archeologie. Er worden drie verwachtingszones met bijbehorende oppervlakte- en dieptecriteria onderscheiden: 1. Bekende archeologische waarden (dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1) Hieronder valt het geregistreerde AMK-terrein. Deze gronden hebben een hoge archeologische waarde. Om die reden is een beschermingsregime op zijn plaats. Een omgevingsvergunning is vereist voor werkzaamheden en ingrepen over iedere oppervlakte en dieper dan 30 cm. 2. Verwachte archeologische waarden (dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2) Deze dubbelbestemming betreft de gebieden met een archeologisch hoge verwachtingswaarde.

Een omgevingsvergunning is nodig voor werkzaamheden en ingrepen over een oppervlakte groter dan 50m2 en dieper dan 30 centimeter. 3. Verwachte archeologische waarden (dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3) Deze dubbelbestemming betreft de gebieden met een archeologisch hoge verwachtingswaarde. Een omgevingsvergunning is nodig voor werkzaamheden en ingrepen over een oppervlakte groter dan 50m2 en dieper dan 50 centimeter. Archeologische ontwikkeling De kern van Urk wordt gevormd door een keileembult, die deel uitmaakt van een stelsel van lage stuwwallen, waar omheen zich in het Pleistoceen dekzandvlaktes en -ruggen hebben gevormd. In de Zeeheldenwijk bevindt zich deze dekzandvlakte voor een belangrijk deel op grotere diepte: 9,5 tot 10 meter onder NAP. Een deel van deze vlakte binnen de Zeeheldenwijk is namelijk doorsneden door de geul met oeverwallen van het fossiele Vechtdal, tot circa 12,5 meter onder NAP. In het vroege Holoceen zijn mariene afzettingen (Unioklei) in de geul afgezet. Het Vechtdal is circa 1 kilometer breed en ligt ongeveer rond de huidige Urkervaart. Langs het rivierdal komen verspreid enkele hoge rivierduinen voor, tot 4 meter onder NAP. In het Holoceen is het oude landschap afgedekt met veen en sedimenten van

Zeeheldenwijk

31

het voormalige Almere en Zuiderzee. Binnen de Zeeheldenwijk kunnen, met name op de intacte rivierduinen, oeverwallen en dekzandruggen, bewoningssporen (vuursteen werktuigen en resten van kleine jachtkampementen) uit de Midden-Steentijd en de Nieuwe Steentijd worden aangetroffen; de zogenaamde Swifterbantcultuur. De zone langs het Vechtdal vormde in de Nieuwe Steentijd tot Midden-IJzertijd een zeer aantrekkelijk gebied voor jagers, vissers, akkerbouw, veeteelt en verzamelaars. Vanaf de Midden-IJzertijd tot aan de 10e eeuw voor Christus lijkt het gebied door voortschrijdende vernatting en veengroei niet geschikt geweest voor bewoning. Het zuidoostelijk deel van het eiland zal nadien nooit erg geschikt zijn geweest voor bewoning. Het bestaat voor een groot deel uit laag gelegen gronden en wordt in de historische bronnen en op oude kaarten aangeduid als het "verdronken land". Incidenteel zouden er resten van de rijke scheepvaarthistorie van de Zuiderzee aan het licht kunnen komen, hierover is echter geen voorspelling te doen. Archeologiebeleid De gemeente Urk beschikt over een gemeentebrede Beleidsnota Archeologie (inclusief een archeologische beleidskaart en een beslisboom). Op de gemeentebrede beleidskaart zijn de verschillende archeologische (verwachtings)waarden aangegeven. In de gemeentebrede beleidsnota zijn de beleidsregels per (verwachtings)waarde nader onderbouwd.

Figuur 4.3: Archeologische waarden - en verwachtingskaart Urk, Bron: Buro de Brug (2015)

Figuur 4.4: Uitsnede Archeologische Beleidskaart Urk, Bron: Buro de Brug (2015) Oranje = hoge verwachting; geel = middelhoge verwachting; lichtgeel = lage verwachting

Zeeheldenwijk

32

Onderbouwing archeologische waarden Zeeheldenwijk Er zijn in de Zeeheldenwijk reeds verschillende inventariserende onderzoeken uitgevoerd: Buro de Brug: Sueur, C., J.M. Brijker & G. Overmars, 2017. Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek te Urk, gemeente Urk, Buro de Brug rapport B16-275, z.p ADC: Bouter, H.E., 2020. Zeeheldenwijk, Urk, gemeente Urk. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek, fase 2, en een karterend booronderzoek ten behoeve van de aanleg van watergangen. ADC-rapport 4643, Amersfoort

Figuur 4.5: Uitsnede kaart Hoogteligging top dekzand en Profieltypen, Bron: Buro de Brug (2017)

Figuur 4.6: Uitsnede kaart Locaties van verkennende boringen en diepteligging van het pleistocene zand, Bron: ADC (2020) Aangezien deze onderzoeken voor meerdere interpretaties vatbaar waren, is een specifiek

Zeeheldenwijk

33

verwachtingsmodel gemaakt voor de Zeeheldenwijk. Dit model dient als uitgangspunt voor verder archeologisch onderzoek: RAAP interpretatie rapport specifieke verwachting: 5040 Titel: Een archeologisch verwachtingsmodel voor Zeeheldenwijk, gemeente Urk; Versie: 11-03-2021; dr. T.J. ten Anscher; RAAPrap_5040_URAD_20210311

Figuur 4.7: Archeologisch verwachtingsmodel dubbelbestemming archeologie Zeeheldenwijk, Bron: RAAP (2021) Donkerrood = Waarde - Archeologie 1; rood = Waarde - Archeologie 2; oranje = Waarde - Archeologie 3 Conclusie Op basis van het gemeentelijke beleid en het specifieke verwachtingsmodel zoals hierboven genoemd, heeft het hele plangebied Zeeheldenwijk meerdere dubbelbestemminge gekregen. Hier mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd of werkzaamheden en werken geen bouwwerk zijnde worden uitgevoerd, mits op basis van archeologisch onderzoek is vastgesteld, dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of de aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld dan wel de aanwezige behoudenswaardige archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad. Hiermee zijn de archeologische belangen beschermd en is het aspect archeologie geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. 4.3.2

Landschap en cultuurhistorie

Kader Cultureel erfgoed is ingebed in de ruimtelijke ordening. Het is verplicht om in bestemmingsplannen aandacht te geven aan cultuurhistorie en aan de effecten van het initiatief op cultuurhistorische waarden die in het plangebied voorkomen. Landschappelijk en cultuurhistorische waarden zijn in dit plangebied zodanig met elkaar verweven dat de beide onderwerpen in deze paragraaf gezamenlijk behandeld zijn. Bevindingen

Zeeheldenwijk

34

Cultuurhistorie Het besef van de aanwezigheid van cultureel erfgoed is van groot belang voor de kwaliteit van onze omgeving. Het beheer daarvan vraagt om voortdurende zorg, vooral als het gaat om nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In het kader van dit bestemmingsplan worden cultuurhistorische waarden onderscheiden in fysiek herkenbare waarden (landschap / bebouwing) en verborgen bodemschatten. We spreken in dat geval van bodemarchief, het kennisgebied van de archeologie (zie paragraaf 4.3.1). Gelet op de voor het Zuiderzeeproject karakteristieke kenmerken beschikt het gebied over elementen die vanuit het cultuurhistorisch perspectief als bijzonder kunnen worden aangeduid. In dit verband worden als elementen van betekenis genoemd: de verkavelingsstructuur met een standaard kavelmaat van 300 m x 800 m; de geclusterde agrarische bouwpercelen aan de Karel Doormanweg en de Domineesweg; de erfsingels om de agrarische bouwpercelen; de aanwezigheid van een rijenwoningen (4) nabij genoemde cluster. Het plangebied wordt momenteel voornamelijk gebruikt als agrarisch productiegebied (akkerbouw) in overeenstemming met het primaire doel waartoe de Noordoostpolder in 1942 is drooggelegd en ingericht.

De aanwezige woningen verwijzen naar de periode dat de stand van de technologische ontwikkelingen in de landbouw in verhouding tot de toen uitzonderlijke bedrijfsgrootte noodzakelijk maakte tot het in dienst hebben van landarbeiders. Voor het personeel werd een zelfstandige behuizing geboden in de directe nabijheid van de boerderijen in verband met de beperkte mobiliteit. Hoewel deze woningen hun oorspronkelijke functie al lang hebben verloren, zijn ze voor het gebied van de Noordoostpolder zeer karakteristiek en daarom van cultuurhistorische betekenis. Landschap Het plangebied maakt in de bestaande situatie nog onderdeel uit van het karakteristieke open polderlandschap. De invloed van het bedrijventerrein Zwolschehoek op de directe omgeving is echter al zodanig dat van een landschappelijk waardevol gebied al nauwelijks meer sprake is. Deze waarde speelt wel een rol bij de nadere invulling van het stedelijk gebied als gradiënt. Daarnaast zijn, zoals onder het kopje 'cultuurhistorie' al aangegeven, de gebroeide en geclusterde bouwpercelen karakteristieke landschapselementen die hun plaats aan de rand van het gebied innemen. Ook de singelbeplanting langs de Domineesweg en de Karel Doormanweg valt onder de Flevolandsche landschappelijke karakteristiek.

Conclusie Met het bebouwen van het bestaande agrarische landschap gaat een groot deel van het huidige karakter van het plangebied (de openheid en grootschaligheid) verloren. De bestaande singelbeplanting om de agrarische bouwpercelen aan de Karel Doormanweg en de Domineesweg blijven conform de bestaande situatie gehandhaafd en worden ingepast in het plan. Dit geldt ook voor de singelbeplanting om de genoemde rijenwoningen aan de westkant van de agrarische bouwpercelen aan de Domineesweg. Bij de uitwerking van de plannen wordt een link gelegd tussen de bestaande rationele verkaveling en indeling en de vroegere ontwikkeling van het gebied in de vorm van rivierduinen (zie archeologie). Het eiland aan de noordzijde van het plangebied verwijst bovendien naar het (voormalige) eilandkarakter van Urk. De bestaande erfsingels blijven behouden en er worden nieuwe erfsingels toegevoegd, waarbij met verwijzing naar het BKP in het groenclusterbeleid slechts een ondergeschikte uitbreiding van bebouwing wordt toegestaan.

4.4

(Water-)bodemonderzoek en asbestonderzoek

Kader Bij het actualiseren van het bestemmingsplan 'Schokkerhoek' is een inventarisatie uitgevoerd naar alle beschikbare bodeminformatie. Bronnen die in het kader van deze inventarisatie geraadpleegd zijn: Het Kadaster Bodemloket Omgevingsrapportage Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV)

Zeeheldenwijk

35

Gemeente Urk Tankenbestand Historisch bodembestand (HBB) Provincie Flevoland Onderzoek Plangebied Het plangebied betreft agrarische gronden in wat nu nog het huidige buitengebied van de gemeente Urk genoemd kan worden. De huidige functie van het plangebied betreft 'overig (landbouw/natuur)'. De toekomstige functie wordt 'wonen en industrie/bedrijvigheid'. Grondwaterbeschermingsgebieden Het plangebied is niet in een grondwaterbeschermingsgebied gelegen. Nota Bodembeheer De gemeente Urk heeft in samenwerking met de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Zeewolde en Noordoostpolder een Nota Bodembeheer opgesteld die tot doel heeft om de toepassing van grond en baggerspecie optimaal af te stemmen op de plaatselijke bodemfunctie en bodemkwaliteit. Ten behoeve van de Nota Bodembeheer is een bodemkwaliteits- en bodemfunctiekaart opgesteld. Het plangebied is gelegen in het werkgebied van de Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek (OFGV). In het Grondstromenbeleid van de OFGV is informatie te vinden die gebruikt moet worden bij grondverzet in het werkgebied van de OFGV. Bodemkwaliteitskaart De provinciebrede bodemkwaliteitskaart is geactualiseerd voor PFAS-verbindingen. De toe te passen grond en baggerspecie moet voldoen aan de tijdelijke landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-verbindingen: < 1,9 ìg/kg ds voor PFOA en < 1,4 ìg/kg ds voor de overige PFAS-verbindingen.

Uit de provinciebrede bodemkwaliteitskaart blijkt dat in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot 50 centimeter onder maaiveld (cm- mv) en de bodemlaag 50–100 cm- mv, de gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen lager zijn dan de landelijke vastgestelde achtergrondwaarden. Voor het toepassen van PFAS-houdende grond op of in de landbodem buiten de waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden, zijn er geen toepassingsbeperkingen. De bodemlaag 50–100 cm- mv is daarom niet als aparte bodemlaag meegenomen. De bodemlaag vanaf 100 cm- mv en dieper is niet verdacht voor het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. PFAS-verbindingen leiden ook in deze bodemlaag nergens tot toepassingsbeperkingen. Waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden Dit aspect is van toepassing omdat de Zeeheldenwijk tot het gebied van de bodemkwaliteitskaart behoort. In dat kader is een meldplicht bij grondtransport noodzakelijk. Het gemiddelde van een aantal PFAS-verbindingen in de bodemlagen 0–50 cm- mv en 50–100 cm- mv zijn boven de bepalingsgrens vastgesteld. Dit leidt tot beperkingen van de toepassing van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden en in oppervlaktewater (toepassingseis PFAS-verbindingen: 0,1 ìg/kg ds). Voor hergebruik van grond uit de bodemlaag 50–100 cm- mv in de waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden moet standaard contact worden opgenomen met de OFGV.

Tenminste vijf werkdagen voorafgaand aan het transport van grond dient een melding gedaan te worden bij Meldpunt Bodemkwaliteit. Aanvullende onderzoeken De bodemkwaliteit voor de bovengrond (0–50 cm- mv) en de ondergrond (50–200 cm- mv) is vastgesteld als zijnde 'landbouw/natuur'/kwaliteitsklasse AW2000. Op basis van de Bodemfunctieklassenkaart is het plangebied ingedeeld in 'overig (landbouw/natuur)'. Dit is de schoonste bodemkwaliteitsklasse. Deze grond is bij grondverzet, op basis van de bodem- kwaliteitskaart en binnen de contouren daarvan vrij toepasbaar. Onderzoek Het Milieueffectrapport woningbouw- en werklocaties Urk 2005 – 2025 (Tauw, 2005) beschrijft op basis van onderzoeken, dat de bodem in het plangebied voornamelijk bestaat uit kleiig zand of lichte klei. In de noord-westelijke hoek komt veen aan de oppervlakte voor. Er zijn geen locaties bekend met

Zeeheldenwijk

36

grondwaterverontreiniging en ook geen aanwijzingen voor verontreiniging van de bodem en/of het grondwater. Het plangebied is tot op heden gebruikt voor de gangbare agrarische bedrijfsvoering in de akkerbouw. In opdracht van gemeente Urk zijn in 2018/2019 een vooronderzoek en een drietal bodemonderzoeken uitgevoerd: Milieuhygiënisch vooronderzoek landbodem en waterbodem, Projectnummer: 180120, dd 19 februari 2018 Verkennend bodemonderzoek Schokkerhoek (brughoofden) te Urk, Projectnummer: 180248, dd 17 mei 2018. Verkennend (water-) bodemonderzoek Schokkerhoek Urk, Projectnummer:180120, dd 22 mei 2018 Verkennend asbest- en waterbodemonderzoek Schokkerhoek te Urk, Projectnummer: 190319, 10 oktober 2019 (Bijlage 10). Conclusie en advies Er is geen aanleiding te verwachten dat de bodemkwaliteit verslechterd is sinds het opstellen van het genoemde Milieueffectrapport. Op basis van beschreven bodeminformatie kan worden geconcludeerd dat de algemene bodemkwaliteit voldoet aan de bestemming op de locatie en er geen milieuhygiënische belemmeringen aanwezig zijn voor de voorgenomen bestemmingsplanherziening en de aan de ruimtelijke ontwikkelingen verbonden ontgrondingswerkzaamheden. Vrijkomende grond wordt in principe binnen het plangebied hergebruikt.

Indien grond overtollig is kan deze op basis van de bodemkwaliteitskaart elders binnen de contouren van de bodemkwaliteitskaart hergebruikt worden. Indien vrijkomende grond buiten de contouren van de bodemkwaliteitskaart wordt afgevoerd zal deze grond geclassificeerd moeten worden conform Besluit Bodemkwaliteit middels een partijkeuring grond BRL SIKB 1000/protocol 1001. De bodemkwaliteit wordt na het bouwrijpmaken volledigheidshalve ook nog per fase door middel van een actualiserend verkennend bodemonderzoek onderzocht en vastgelegd.

4.5

Niet gesprongen explosieven (NGE)

Kader Er kunnen als gevolg van gevechtshandelingen in de Tweede Wereldoorlog conventionele explosieven (CE) in het plangebied zijn achtergebleven. Er ontstaat bij het spontaan aantreffen en beroeren van CE uit de Tweede Wereldoorlog mogelijk een verhoogd veiligheidsrisico. Onbedoelde detonaties kunnen bij de uitvoering van werkzaamheden in het ergste geval leiden tot dodelijk letsel en zware schade aan materieel en omgeving. Spontane CE vondsten kunnen resulteren in meerwerkkosten door stagnatie van de uitvoeringswerkzaamheden. Onderzoek Vooronderzoek Er is in het kader van het bestemmingsplan een vooronderzoek gedaan naar de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven (NGE). Het doel van het vooronderzoek is om aan de hand van een breed scala aan historisch feitenmateriaal een antwoord te geven op de vraag of en zo ja in welke delen van het onderzoeksgebied sprake is van een verhoogd risico op het aantreffen van CE. Er wordt daarnaast ingegaan op de te verwachten soort(en) CE, de verschijningsvorm en de mogelijke hoeveelheid. Het onderzoek resulteert in een horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied door middel van GIS kaartmateriaal en het advies om de werkzaamheden onder reguliere omstandigheden uit te voeren, of om vervolgstappen te zetten in de vorm van bijvoorbeeld een (projectgebonden) risicoanalyse, of direct een detectieonderzoek uit te voeren.

Op basis van de beoordeling van de feiten van het vooronderzoek is geconcludeerd dat er indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied. De volgende gevechtshandelingen hebben in het onderzoeksgebied plaatsgevonden:

Zeeheldenwijk

37

het neerkomen van projectielen (vermoedelijk noodafworp); De volgende CE kunnen mogelijk in het onderzoeksgebied worden aangetroffen: afwerpmunitie vanaf 4 lb. t/m 1000 lb. Er zijn relevante contra-indicaties gevonden. Er is na de Tweede Wereldoorlog sprake geweest van naoorlogse bodemingrepen. De bebouwing van Urk is uitgebreid tot aan de westelijke begrenzing van het onderzoeksgebied. In het onderzoeksgebied is een aantal erven bebouwd.

Figuur 4.8: Feitenkaart

Zeeheldenwijk

38

Figuur 4.9: Bodembelastingskaart Het onderzoeksgebied is gedeeltelijk verdacht op CE. Het verdachte gebied is horizontaal afgebakend op de CE-bodembelastingkaart. De afbakening is situationeel bepaald. De verticale afbakening van het CE verdachte gebied kan als volgt worden gedefinieerd: Bovengrens: het maaiveld Ondergrens: tot een maximale conusweerstand van 10 MPa met een minimale laagdikte van 1 meter. Op basis van het vooronderzoek heeft de gemeente nader onderzoek (detectieonderzoek) laten uitvoeren. Detectieonderzoek In het detectieonderzoek van AVG zijn in het onderzoeksgebied 16 verdachte objecten gedetecteerd. De ligging ervan is in figuur 4.10 weergegeven.

Zeeheldenwijk

39

Figuur 4.10: Resultaten detectieonderzoek Opsporingswerkzaamheden Naar aanleiding van de uitgevoerde onderzoeken heeft AVG onderzocht of er daadwerkelijk niet gesprongen explosieven aanwezig zijn. De resultaten hiervan zijn weergegeven in een procesverbaal van oplevering. Dit procesverbaal is bijgevoegd als Bijlage 11. Het gedefinieerde opsporingsgebied (verdacht gebied in figuur 4.9) is onderzocht op de aanwezigheid van conventionele explosieven tot een diepte van 4,50meter -mv (9,00meter -NAP). Het gebied is afgezocht om de in de toekomst geplande werkzaamheden veilig uit te kunnen voeren. De aangetroffen verstoringen zijn geïdentificeerd en verwijderd. Daarmee kan verklaard worden dat er met de gebruikte onderzoeksmethode verder geen verdachte objecten zijn gesignaleerd in het onderzochte gebied. Het onderzochte gebied en het overige niet verdachte gebied uit het vooronderzoek worden vrijgegeven in munitietechnische zin voor het uitvoeren van vervolgwerkzaamheden. Conclusie Alle verdachte objecten tot een diepte van 4,50meter -mv zijn geïdentificeerd en verwijderd. Gesteld kan worden dat er geen niet gesprongen explosieven meer aangetroffen zullen worden. Daarmee is het bestemmingsplan uitvoerbaar voor wat betreft het aspect NGE.

4.6

Externe veiligheid

Kader Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt aandacht besteed aan de veiligheidsrisico's die zware bedrijven of risicovolle inrichtingen kunnen veroorzaken. Daarnaast kan transport van gevaarlijke stoffen risico's opleveren (transport over weg, spoor en water en door buisleidingen). De normen en richtlijnen voor externe veiligheid komen uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen en het Activiteitenbesluit. Onderzoek Binnen het plangebied is een risicobron aanwezig, namelijk een propaantank met een inhoud van 4,2 m³ op het terrein aan de Domineesweg 26 (zie figuur 4.11).In en in de directe omgeving van het plangebied

Zeeheldenwijk

40

liggen geen buisleidingen die relevant zijn in het kader van de externe veiligheid. In het plangebied ligt ten noorden van de Urkervaart wel een gasleiding met een werkdruk van 8 bar langs de Urkerweg. Deze is op de verbeelding en in de regels opgenomen (Artikel 14 Leiding - Gas)

Figuur 4.11: uitsnede van de provinciale risicokaart De propaantank valt onder het Activiteitenbesluit en niet onder het Bevi. In het Activiteitenbesluit is aan een dergelijke tank een veiligheidsafstand van 10 meter gekoppeld (bevoorradingsregiem . 5 x/jaar ). Deze contour ligt geheel op het eigen perceel van de inrichting. Voor objecten die speciaal bestemd of bedoeld zijn voor doelgroepen met een verminderde zelfredzaamheid geldt een veiligheidszone van 25 meter rondom de tank. Een dergelijke bestemming is binnen deze zone niet aan de orde. Er wordt voldaan wordt aan genoemde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit. Een verantwoording van het groepsrisico is niet verplicht. Transporten van gevaarlijke stoffen over de N351 (Urkerweg) en N352 (Domineesweg) resulteren in een invloedsgebied, dat overlap heeft met het plangebied. De verantwoordingsparagraaf groepsrisico is hieronder weergegeven in paragraaf 4.6.1. Waar nodig is deze aangevuld aan de hand van de beoogde zorgwoningen. Conclusie De propaantank levert geen belemmeringen op voor het bestemmingsplan; de PR 10-6 contour ligt niet binnen het plangebied. Vanwege de aanwezigheid van twee routes voor transport van gevaarlijke stoffen, is in het vigerende bestemmingsplan aandacht besteed aan een verantwoording van het groepsrisico.

Het transport van gevaarlijke stoffen over de N352 is gebaseerd op het feit, dat er meerdere LPG-tankstations op Urk aanwezig zijn en dat de levering van benzine, diesel en LPG waarschijnlijk vanaf de A6 via de N352 plaatsvindt. De N351 is op de Provinciale risicokaart opgenomen voor het transport van brandbare vloeistoffen. 4.6.1

Verantwoording groepsrisico externe veiligheid

Door de aanwezigheid van twee transportroutes gevaarlijke stoffen in de directe omgeving van het plangebied moet de verantwoording van het groepsrisico aandacht krijgen. Voor de propaantank geldt vanuit het Activiteitenbesluit geen groepsrisicobeleid). Het verschil met het vorige plan voor zover relevant voor externe veiligheid is dat er zorgwoningen worden voorzien. Ten opzichte van de Urkerweg liggen de zorgwoningen op een afstand van tenminste 200 meter. De geplande zorgwoningen nabij de Domineesweg liggen op tenminste 260 meter afstand van de weg.

Zeeheldenwijk

41

Plasbrandscenario Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de N351 en N352. Bij deze wegen kan een plasbrand optreden. Bij een calamiteit met brandbare vloeistoffen kan een plasbrand ontstaan (een plas van brandende vloeistof). Het gevolg is een korte, maar extreme hittestraling. De omvang van het effect wordt bepaald door de oppervlakte van de plas. Uitgaande van een calamiteit waarbij een gehele tankinhoud vrijkomt is het invloedsgebied van een plasbrand ongeveer 45 meter. De gevolgen van een plasbrandscenario ter hoogte van het plangebied hangen eveneens af van de wijze waarop het plangebied in de toekomstige situatie precies zal worden ingericht. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. In het plangebied zijn binnen de invloedsgebieden van de N351 en de N352 geen ontwikkelingen opgenomen die langdurig verblijf van beperkt zelfredzame personen, zoals kinderen, ouderen en gehandicapten, faciliteren. De minimale afstand van de scholen, de geplande zorgwoningen en de geprojecteerde kinderboerderij waar dagbesteding plaatsvindt voor mensen met een beperking bedraagt minimaal 200 meter tot één van beide wegen. Alarmering In geval van een incident met gevaarlijke stoffen moeten personen uit het invloedsgebied van de N-wegen te vluchten.

Personen moeten hiervoor gewaarschuwd worden. Gerichte risicocommunicatie met bewoners, werknemers en andere aanwezigen (bijvoorbeeld via NL-Alert) kan ertoe bijdragen dat alarmering van het gebied sneller verloopt. Hierbij moet worden aangegeven wat het gewenste handelingsperspectief is (schuilen of vluchten) en op welke wijze gevolg moet worden gegeven. Handelingsperspectief Bij een calamiteit met brandbare vloeistoffen moeten de aanwezige personen zich in veiligheid brengen op ruime afstand van de incidentlocatie, buiten het invloedsgebied van brandbare vloeistoffen (tenminste een afstand van 45 meter). Personen binnen het invloedsgebied kunnen ernstige (dodelijke) brandverwondingen oplopen. De omgeving biedt mogelijkheden om (zowel binnen als buiten het plangebied) in meerdere richtingen van de wegen te vluchten. Brandbestrijding Brandbestrijding is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. De mate waarin uitvoering aan deze aanvalsstrategieën kan worden gegeven hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen). Bij een ongeval met brandbare vloeistoffen, waarbij een plasbrand kan ontstaan, kan de brandweer snel ter plaatse zijn. Een plasbrand is dan goed te bestrijden.

Door het tijdig arriveren van de brandweer wordt voorkomen dat het vuur zich snel kan uitbreiden en kan overslaan.

4.7

Geluid

Kader De ontwikkeling van Zeeheldenwijk vergroot de verkeersaantrekkende werking van het gebied. Daarnaast wordt er een nieuwe gebiedsontsluitingsweg gerealiseerd voor de ontsluiting van het gebied. De binnen het plangebied gelegen erftoegangsweg met een belangrijke functie voor lokaal verkeer (wijkring) kent voor het noordelijk, oostelijk en zuidelijk deel een 30 kilometer per uur regime. Voor de gebiedsontsluitingsweg geldt een maximum snelheid van 50 km per uur. In het vigerende bestemmingsplan is onderzoek gedaan naar het aspect geluid: vanwege wegverkeer (nieuwe weg) reconstructie (wijziging van de indeling of inrichting van een bestaande weg); vanwege bedrijventerrein; cumulatie (wegverkeer en bedrijventerrein). De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten: woningen

Zeeheldenwijk

42

andere geluidsgevoelige gebouwen geluidsgevoelige terreinen Woningen: Onder "woning" wordt verstaan (art. 1 Wgh): gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van de geldende planologische status (bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening). Een bedrijfswoning wordt ook als een woning beschouwd. Andere geluidsgevoelige gebouwen: Het Besluit geluidhinder wijst onderstaande gebouwen aan als "ander geluidsgevoelig gebouw": onderwijsgebouwen; ziekenhuizen en verpleeghuizen; verzorgingstehuizen; psychiatrische inrichtingen; kinderdagverblijven; Alle objecten die niet onder bovenstaande categorieën zijn te scharen, zijn op basis van de Wet geluidhinder niet beschermd tegen geluidhinder. In twijfelgevallen (valt een bepaalde bestemming onder een bepaalde categorie) is een goede motivering van belang. Geluidsgevoelige terreinen: Het Besluit geluidhinder wijst onderstaande terreinen aan als 'geluidsgevoelig terrein': woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonschepen. Onderzoek Er is vanwege het nieuwe inrichting een nieuw akoestisch onderzoek uitgevoerd voor onderhavig bestemmingsplan. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 12. In het akoestisch onderzoek zijn de volgende aspecten onderzocht: 1.

In het kader van de Wet geluidhinder is de geluidbelasting vanwege bestaande en nieuwe wegen op het plangebied bepaald; 2. In het kader van de Wet geluidhinder is de geluidbelasting vanwege nieuwe wegen op bestaande woningen bepaald; 3. In het kader van de Wet geluidhinder is het geluideffect nader beschouwd vanwege de wijzigingen (rotondes) aan de Urkerweg en de Domineesweg. 4. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de verwachte geluidbelasting als gevolg van het bestaande en nieuwe bedrijventerrein op het plangebied bepaald. Wet geluidhinder Wegverkeerslawaai op de nieuwbouw In de voor geluidgevoelige bestemmingen aangewezen gronden binnen het plangebied wordt , behoudens de Domineesweg (N352), als gevolg van de afzonderlijke wegen de maximaal toelaatbare geluidbelasting op de nieuwbouw niet overschreden. De betekenis hiervan is dat inpassing van geluidgevoelige bestemmingen, eventueel met hogere grenswaarde, mogelijk is. In het gebied ten oosten van de Nieuwe ontsluitingsweg worden geluidsgevoelige functies mogelijk gemaakt en wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden. Gelet op de overschrijding dient te worden onderzocht of maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. De analyse (zie paragraaf 4.1 van Bijlage 12) laat zien dat maatregelen niet haalbaar zijn. Het bevoegd gezag kan voor genoemd plan gemotiveerd een hogere waarde vaststellen.

Het gaat om twee zones met een te verlenen hogere waarde van respectievelijk 53 en 58 dB. De overige gebieden waarbinnen geluidgevoelige functies zijn beoogd en waar de voorkeursgrenswaarde als gevolg van wegverkeerslawaai op de nieuwbouw wordt overschreden, betreffen gronden met een uit te werken bestemming. Bij het opstellen van het uitwerkingsplan moet worden onderzocht of er maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn of dat een hogere waarde moet worden verleend. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de uitwerkingsplicht uitvoerbaar is voor wat betreft geluid. Aan de zuidzijde wordt in een zone van circa 30 meter planinwaarts als gevolg van de Domineesweg (N352) de maximaal toelaatbare geluidbelasting overschreden. In dit gebied is zonder het toepassen van maatregelen het inpassen van geluidgevoelige bestemmingen in principe niet mogelijk.

Zeeheldenwijk

43

Wegverkeerslawaai op de bestaande bouw Uit de berekeningsresultaten blijkt dat op de gevels van de bestaande woningen de geluidbelasting ten hoogste 45 dB (inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh) bedraagt. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt niet overschreden waarmee nader onderzoek naar te nemen maatregelen achterwege kan blijven. Wegverkeerslawaai gewijzigde situaties (reconstructies) Uit de berekeningsresultaten blijkt dat de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de gewijzigde Urkerweg (N351) zal toenemen met ten hoogste +3,31 dB in 2031 en +3,82 dB in 2041 ter plaatse van de gevels van de bestaande woning Urkerweg 60. Voor de Urkerweg 60 bedraagt de toename daarmee meer dan 2 dB en is er sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. De maximaal te ontheffen toename van maximaal 5 dB wordt echter niet overschreden. Gelet op de overschrijding van de grenswaarde dient te worden onderzocht of er maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. De analyse (zie paragraaf 4.3 in Bijlage 12) laat zien dat maatregelen niet haalbaar zijn. Het bevoegd gezag kan derhalve voor genoemd plan gemotiveerd een hogere waarde vaststellen. In onderstaande tabel is de aan te vragen hogere waarden weergegeven. Object Urkerweg 60

Bron Urkerweg (N351)

Hogere waarde (dB) 54

Bij de overige woningen bedraagt de toename minder dan 2 dB of blijft onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Voor deze woningen is er geen sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Verdere toetsing kan achterwege blijven voor deze woningen. Binnen de invloedssfeer van het fysiek aan te passen gedeelte van de Domineesweg (N352) zijn geen geluidgevoelige objecten gelegen. Hierbij wordt opgemerkt dat het akoestisch onderzoek is uitgevoerd op basis van het uitgangspunt dat de Domineesweg en de toekomstige ovonde twee rijbanen hebben. In het geval dat bij de daadwerkelijke inrichting en realisatie van de ovonde blijkt dat deze aanname onjuist is, zal alsdan worden getoetst of het akoestisch onderzoek moet worden herzien en in hoeverre de daadwerkelijke wijziging invloed heeft op de geluidsgevoelige objecten in de omgeving. Goede ruimtelijke ordening Wegverkeerslawaai gewijzigde situaties (reconstructies) Het effect voor de wegen rondom de aan te passen Urkerweg (N351), Domineesweg (N352) en Ransuil is beperkt: ter plaatse van de woningen en andere (geluidgevoelige) bestemmingen is er sprake van een toename van de geluidbelasting van ten hoogste 2 dB als gevolg van de toename van het verkeer. Over een periode van 21 jaar is het effect maximaal 3 dB.

Deze woningen en andere (geluidgevoelige) bestemmingen zijn gelegen buiten het fysiek te reconstrueren gedeelte van de weg, daarvoor geldt dat toetsing aan de normering van de Wet geluidhinder niet nodig is. Vanuit het oogpunt van een 'goede ruimtelijke ordening' kan wel door het bevoegd gezag worden overwogen de geluidbelasting langs deze wegen te beperken. Aangezien de geluidtoename in 11 jaar ten hoogste 2 dB is en over 21 jaar het effect ten hoogste 3 dB (maximale toename conform Wet geluidhinder is 5 dB), is de toename akoestisch beperkt en aanvaardbaar. Industrielawaai op de nieuwbouw Ten gevolge van het industrielawaai van de niet-gezoneerde industrieterreinen, is de geluidbelasting in alle deelgebieden waar geluidgevoelige functies mogelijk zijn lager dan 50 dB(A). Derhalve wordt het akoestisch klimaat als gevolg van industrielawaai aanvaardbaar geacht. Cumulatie Het woon- en leefklimaat binnen het plangebied is te classificeren als redelijk tot goed. Het accent ligt voor 32% op redelijk en voor 43% op goed. Bij de vergunningverlening wordt het woon- en leefklimaat voor wat betreft geluid getoetst aan de hand van een beleidsregel 'Goed woon- en leefklimaat'.

Hierbij geldt dat de milieugevoelige functies een maximale gecumuleerde geluidbelasting mogen hebben van 61 dB, hetgeen uit een geluidskaart kan worden afgeleid, die in de beleidsregel 'Goed woon- en leefklimaat' is opgenomen. Het woon- en leefklimaat wordt daarmee aanvaardbaar geacht.

Zeeheldenwijk

44

Conclusie Er is een gebiedsgerichte hogere waarde geluid nodig vanwege het wegverkeer voor de nieuwe woningen gelegen ten oosten van de Nieuwe ontsluitingsweg. De overige geluidsgevoelige functies liggen op gronden met een uit te werken bestemming. Bij het opstellen van het uitwerkingsplan moet worden onderzocht of in dat kader een hogere waarde moet worden verleend. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt, dat de uitwerkingsplicht uitvoerbaar is voor wat betreft geluid. Daarnaast dient een hogere waarde te worden vastgesteld vanwege de reconstructie van de Urkerweg voor de woning op het perceel Urkerweg 60 (zie paragraaf 4.8). In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt geconcludeerd, dat er voor wat betreft geluid voor het grootste deel van het plangebied sprake is van een redelijk tot goed woon- en leefklimaat. Bij de vergunningverlening wordt hieraan voor wat betreft geluid getoetst aan de hand van een beleidsregel 'Goed woon- en leefklimaat'. Hierbij geldt dat de milieugevoelige functies een maximale gecumuleerde geluidbelasting mogen hebben van 61 dB, wat van de geluidskaart kan worden afgeleid die in de beleidsregel Goed woon- en leefklimaat is opgenomen.

4.8

Motivatie hogere grenswaarde geluid

Hogere waarde reconstructie: Urkerweg 60 Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de gewijzigde Urkerweg (N351) voor de Urkerweg 60 met meer dan 2 dB toeneemt en dat er daardoor sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Gelet op de overschrijding van de grenswaarde dient te worden onderzocht of er maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. De analyse (zie paragraaf 4.3 van Bijlage 12) laat zien dat bronen overdrachtsmaatregelen niet haalbaar en doelmatig zijn. Het bevoegd gezag kan in deze situatie een hogere waarde vaststellen. In het kader van het geldende bestemmingsplan is voor Urkerweg 60 al een hogere waarde vastgesteld van 54 dB vanwege het geluid ten gevolge van de reconstructie. Uit het geactualiseerde geluidonderzoek volgt dat de al vastgestelde hogere waarde voldoet en wordt daarom met de vaststelling van onderhavig plan opnieuw vastgesteld. Hogere waarde wegverkeerslawaai op nieuwbouw: gebiedsgericht Uit het akoestisch onderzoek blijkt verder dat in een deel ten oosten van de nieuwe ontsluitingsweg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. De ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 63 dB wordt in deze gebieden echter niet overschreden. Gelet op de overschrijding is een analyse naar maatregelen ter beperking van geluid noodzakelijk.

De analyse (zie paragraaf 4.1 van Bijlage 12) laat zien dat bron- en overdrachtsmaatregelen niet haalbaar zijn. Het bevoegd gezag kan ook in deze situatie een hogere waarde vaststellen. Voor een gebied ten oosten van de nieuwe ontsluitingsweg wordt om deze reden met de vaststelling van dit plan gebiedsgericht een hogere waarde vastgesteld. De hogere waarde vanwege de nieuwe ontsluitingsweg is opgedeeld in twee zones tot respectievelijk maximaal 53 dB (gebied geel gearceerd in figuur 4.12) en 58 dB (rood gearceerd in figuur 4.12).

Zeeheldenwijk

45

Figuur 4.12: Geluidcontour nieuwe ontsluitingsweg inclusief aftrek ex. Artikel 110 Wgh (Antea) De maximale hogere grenswaarden zijn geborgd in Artikel 26 in de planregels.

4.9

Ecologie

4.9.1

Wettelijk kader

Algemeen De bescherming van natuur in Nederland is vastgelegd in Europese en nationale wet- en regelgeving, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Voorheen was de soortenbescherming in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet en de gebiedsbescherming in de Natuurbeschermingswet 1998. Sinds 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en de Boswet opgegaan in één nieuwe wet: de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wnb heeft tot doel in het wild voorkomende planten- en diersoorten in stand te houden en te beschermen. De wet kent daardoor zowel verbodsbepalingen, gebiedsbescherming als een algemene zorgplicht. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kan worden afgeweken van de verbodsbepalingen middels ontheffingen. Door middel van gebiedsbescherming wordt een beschermingskader geboden voor de flora en fauna binnen aangewezen beschermde gebieden. Hieronder vallen de speciale beschermingszones volgens de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS), beschermde natuurmonumenten en staatsnatuurmonumenten.

Gebiedsbescherming Door middel van gebiedsbescherming wordt een beschermingskader geboden voor de flora en fauna binnen aangewezen beschermde gebieden. Hieronder vallen de speciale beschermingszones volgens de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, gebieden die deel uitmaken van het NNN, beschermde natuurmonumenten en staatsnatuurmonumenten. Een belangrijk onderdeel van de Wet Natuurbescherming is dat er geen vergunning gegeven mag worden voor handelingen of projecten die schadelijk kunnen zijn voor de kwaliteit van de habitats van soorten, waarvoor een gebied is aangewezen. Wanneer niet op voorhand uitgesloten kan worden dat er schadelijke effecten kunnen optreden, dan dienen de initiatiefnemers een 'passende beoordeling' te maken. Dat betekent een onderzoek naar alle aspecten van het project en welke gevolgen die kunnen hebben voor datgene wat

Zeeheldenwijk

46

bescherming geniet. Soortenbescherming Het doel van de Flora- en faunawet is het instandhouden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Flora- en faunawet kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kan worden afgeweken van de verbodsbepalingen middels ontheffingen. Er bestaan drie beschermingsregimes voor drie verschillende groepen van beschermde soorten. Voor de algemeen beschermde soorten geldt een algemene ontheffing voor ruimtelijke ingrepen. Ook voor de overige beschermde soorten is ontheffing mogelijk, als wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. Voor strikt beschermde soorten kan enkel afgeweken worden na een uitgebreide toetsing. 4.9.2

Situatie plangebied

Vergelijk Schokkerhoek en Zeeheldenwijk In het kader van het bestemmingsplan Schokkerhoek is inzicht gegeven in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. De natuurtoets en ook de voortoets zijn uitgevoerd door Antea Group. Het gaat hierbij om hetzelfde planologische gebied, maar nu met de naam Zeeheldenwijk. Daar waar Schokkerhoek staat moet Zeeheldenwijk worden gelezen. In de voortoets is voorgesteld om nader onderzoek te doen naar een aantal beschermde soorten. Dit nadere onderzoek is, tezamen met een herziening van de analyse van beschermde gebieden (Natuurnetwerk Nederland) in de voortoets, uitgevoerd door Landschapsbeheer Flevoland. De Natuurtoets (Flora en faunawet en NNN) is als Bijlage 13 bijgevoegd. De Voortoets is als Bijlage 14 bij deze toelichting gevoegd. Het nadere onderzoek is als Bijlage 15 bij deze toelichting gevoegd. Consequenties inwerkingtreding Wet natuurbescherming De Natuurtoets en de Voortoets zijn opgesteld in 2016. Per 1 januari 2017 is de Wnb in werking getreden. De Wnb brengt enkele wijzigingen met zich mee voor wat betreft natuurbescherming. In de nieuwe wet treedt de provincie op als bevoegd gezag (met uitzondering van landelijke projecten).

Inhoudelijk zijn als gevolg van de wetswijziging voornamelijk (maar niet uitsluitend) veranderingen opgetreden in de soortenbescherming (voorheen geborgd door de Flora- en faunawet). Zo zijn na de inwerkingtreding veel zeevissen, zoetwatervissen, dagvlinders en plantensoorten niet meer beschermd. Er zijn echter ook een aantal vlinder,- libel- en plantensoorten die bij de inwerkingtreding van de Wnb juist wel een beschermde status hebben gekregen. Provincies hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om middels de provinciale verordeningen (een deel van) de zogenaamde 'andere soorten' (art 3.10 Wnb) vrij te stellen van de ontheffingsplicht. Provincie Flevoland is bij de implementatie van de wet uitgegaan van het bestaande beleid van het rijk op het gebied van soortenbescherming (Verordening uitvoering Wet Natuurbescherming Flevoland 2016, 1-11-2016). Bij het opstellen van de lijst van vrijgestelde soorten heeft de provincie rekening gehouden met de lijst van beschermde dier- en plantensoorten die voorkomen in de provincie Flevoland. Soorten die niet voorkomen in de provincie Flevoland zijn niet vrijgesteld (en opgenomen in bijlage 3 van de Verordening van Flevoland). In een oplegnotitie is onderzocht of de wetswijziging van 1 januari 2017 invloed heeft op de conclusies van de eerder opgestelde Natuurtoets en Voortoets. Deze oplegnotitie is Bijlage 16 als bijgevoegd. 4.9.3

Natuurtoets

Soortenbescherming plangebied Met de uitgevoerde natuurtoets (zie Bijlage 13) kan worden uitgesloten, dat de gunstige staat van beschermde soorten in gevaar komt door activiteiten die mogelijk gemaakt worden door het bestemmingsplan, mits rekening wordt gehouden met de maatregelen zoals aangegeven in figuur 4.13.

Zeeheldenwijk

47

Figuur 4.13: Mogelijk voorkomen van en effecten op beschermde soorten in het plangebied. Ten aanzien van de rugstreeppad wordt voor de volledigheid het volgende opgemerkt. Het is aannemelijk dat de rugstreeppad in het plangebied aanwezig is; de soort is veelvuldig aanwezig in de Noordoostpolder. In het verleden kon in de Noordoostpolder voor de rugstreeppad gebruik worden gemaakt van het soortmanagement plan voor de rugstreeppad (De Nooij, 2007). De ontheffing die hiervoor gold is echter verlopen wat betekent dat in de huidige situatie voor nieuwe ontwikkelingen een ontheffing moet worden aangevraagd wanneer het overtreden van verbodsbepalingen niet uitgesloten kan worden. Ten aanzien van de soortenbescherming van beschermde soorten in relatie tot de activiteiten die mogelijk gemaakt worden door het bestemmingsplan, concludeert Landschapsbeheer Flevoland in het nadere onderzoek (zie Bijlage 15) het volgende: Rugstreeppad: ondanks dat er geen rugstreeppadden zijn aangetroffen wordt geadviseerd om toch een ontheffing Wnb aan te vragen. Het is verstandig om nu al na te denken hoe tijdens de ontwikkeling van de nieuwe wijk rekening gehouden gaat worden met de rugstreeppad, omdat het vrijwel zeker is dat er tijdens de ontwikkeling rugstreeppadden aangetroffen gaan worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=6bc0d3d4-5ca7-4909-bdba-298296d1e932