CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bpl.pdf

Gemeenteraad 18 februari 2021, gemeente UrkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan, exploitatieplan en beeldkwaliteitsplan Port of Urk - binnendijks bedrijventerrein29.722 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

48

Afbeelding 5.3 Geluidcontour industrielawaai (blauwe lijn: 50 dB(A), oranje lijn (55 dB(A)), bron: concept ontwerp Provinciaal Inpassingsplan Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland 2020 Conclusie Uit het akoestisch onderzoek blijkt het volgende: 1. Op de gevels van de bestaande woningen Domineesweg 32 a t/m d, zal de geluidbelasting als gevolg van nieuw wegverkeerslawaai op het bedrijventerrein ten hoogste 50 dB bedragen. De

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

49

2. 3.

4.

5. 6.

(voorkeurs)grenswaarde bedraagt 48 dB. Derhalve wordt middels het bestemmingsplan een hogere waarde verleend voor deze vier woningen. Er is geen sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder als gevolg van de Zuidermeerweg ten aanzien van de woningen aan de Zuidermeerweg. De geluidbelasting als gevolg van industrielawaai op de bestaande woningen Domineesweg 32a t/m d neemt niet toe in vergelijking tot de autonome situatie. Hoewel de maximale geluidbelasting op deze vier woningen als gevolg van industrielawaai niet toeneemt, ontstaat wel de situatie dat deze woningen in de huidige/autonome situatie alleen op de achtergevel door industrielawaai worden belast en in de plansituatie ook op de voorgevel. Er is derhalve geen sprake meer van een geluidluwe gevel voor industrielawaai. De toekomstige geluidbelasting op de voorgevel van de woningen Domineesweg 32 a t/m d als gevolg van industrielawaai is ondergeschikt aan de (autonome) geluidbelasting van de Domineesweg. Aangezien de cumulatieve geluidbelasting op deze woningen zowel in de plansituatie als in de autonome situatie in de orde grootte zit van 64 dB, levert het nieuwe bedrijventerrein geen significante bijdrage aan de verslechtering van het woon- en leefklimaat.

Bovenstaande overwegende wordt acceptabel geacht dat er als gevolg van industrielawaai geen sprake is van een geluidluwe gevel voor de woningen Domineesweg 32 a t/m d. Op de Domineesweg ontstaat er, door de verhoging in verkeersbewegingen door het nieuwe bedrijventerrein, een toename in de geluidbelasting op de omliggende woningen. Voor de woningen aan de Domineesweg 32a t/m d is de toename van 1 dB niet significant en daarmee acceptabel. Op de overige woningen aan de Domineesweg bedraagt de toename 2 dB. De effecten van deze toename worden meegenomen in het kader van de afspraken in de te sluiten Bestuursovereenkomst aangaande de randweg. De cumulatieve geluidbelasting op de omliggende woningen van het plangebied zal met de plansituatie niet significant veranderen. De geluidzone als gevolg van de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland krijgt een plek in dit bestemmingsplan.

Met inachtneming van bovenstaande kan gesteld worden dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is met het oog op het aspect geluid.

5.7

Externe veiligheid

Wettelijk en beleidskader Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die onder het BRZO vallen, LPG-tankstations, opslagplaatsen (PGS), ammoniakkoelinstallaties en spoorwegemplacementen. Het besluit bevat eisen voor het plaatsgebonden risico (PR) en regels voor het groepsrisico (GR). Het verplicht gemeenten en provincies bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van bestemmingsplannen hiermee rekening te houden. Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) In de regeling staan regels over de veiligheidsafstanden en berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Op grond van het Bevi zijn in de Revi voor een aantal bedrijfscategorieën (zoals LPG-tankstations, ammoniakkoelinstallaties, opslagplaatsen) vaste veiligheidsafstanden opgenomen. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Dit besluit is vergelijkbaar met het Bevi, maar dan van toepassing op buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen.

Het gaat om buisleidingen voor aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm (1,97 inch) en een druk van meer dan 1600 kPa (16 bar) en om buisleidingen voor aardolieproducten, met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm (2,76 inch) en een druk van meer dan 1600 kPa. Buiten de regels over het plaatsgebonden risico en de verantwoording van het groepsrisico is in het Bevb bepaald dat in een bestemmingsplan de ligging van buisleidingen wordt weergeven en dat een regeling wordt opgenomen voor de belemmeringenstrook. Deze belemmeringenstrook ligt op vijf meter aan weerszijden van de buisleiding of vier meter in geval van

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

50

aardgasleidingen met een druk tussen 1600 en 4000 kPa. Circulaire effectafstanden LPG tankstations De Circulaire effectafstanden LPG tankstations vraagt gemeenten een effectbenadering toe te passen bij besluiten rondom LPG-tankstations. Daarnaast blijft een risicobenadering in het kader van het Bevi (plaatsgebonden risico en groepsrisico) nodig. De effectbenadering is van toepassing als de gemeente een nieuw bestemmingsplan vaststelt. Het gaat om een bestemmingsplan op grond waarvan kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten nabij een LPG-tankstation gerealiseerd worden. Ook voor een omgevingsvergunning milieu voor het oprichten van een LPG-tankstation is een effectbenadering van toepassing. Windturbines en externe veiligheid Windturbines kunnen ook risico's veroorzaken voor de omgeving. De risico's worden veroorzaakt door het falen van de windturbine waarbij delen van windturbines op personen en/of objecten of op andere risicobronnen terecht kunnen komen, zoals een buisleiding, een weg of spoorweg. Om deze risico's te beperken worden eisen gesteld aan de afstand tussen de windturbine en objecten en andere risicobronnen in de omgeving van de windturbine.

Deze eisen zijn opgenomen in wet- en regelgeving voor objecten waarin personen aanwezig zijn zoals woningen, ziekenhuizen en scholen (in het Activiteitenbesluit) en voor buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd (in het Besluit externe veiligheid buisleidingen). Voor wegen, spoorwegen en elektriciteitsleidingen hebben de infrastructuurbeheerders eisen gesteld. Aan deze eisen moet worden voldaan als de windturbine op de grond van de infrastructuurbeheerder wordt gerealiseerd. Als dat niet het geval is, kunnen de eisen als wensen van de infrastructuurbeheerders worden gezien. Echter vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het wenselijk om te voldoen aan de afstandseisen die de infrastructuurbeheerders stellen. Hieronder zijn de gestelde eisen weergegeven: Risico's voor (beperkt) kwetsbare objecten Het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (verder aangeduid met Activiteitenbesluit) stelt de eis dat geen kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour (PR-contour). Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-5 per jaar PR-contour als grenswaarde (zie tabel 5.5). Het plaatsgebonden risico weergeeft de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een risicovolle activiteit.

De 10-6 per jaar PR-contour geeft een kans op overlijden van 1 op 1.000.000 weer en de 10-5 per jaar PR-contour geeft een kans op overlijden van 1 op 100.000 weer. Tabel 5.6 Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten

Situatie plangebied Om de externe veiligheidssituatie in beeld te brengen is een onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van (beperkt) kwetsbare objecten in het plangebied en de risicobronnen in en in de nabijheid van het plangebied (Onderzoek externe veiligheid bedrijventerrein Urk, Royal HaskoningDHV, 3 december 2019, Bijlage 9). Aanwezigheid (beperkt) kwetsbare objecten Het plangebied maakt een bedrijvenpark mogelijk. Hier kunnen (beperkt) kwetsbare objecten toe

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

51

behoren. Om deze reden worden de bestemmingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt als relevant beschouwd met het oog op externe veiligheid. Bestaande relevante risicobronnen In het plangebied bevinden zich twee windturbines. Bij ontwikkelingen in het plangebied dient rekening gehouden te worden met domino-effecten van deze windturbines. Buiten het plangebied zijn meerdere risicobronnen aanwezig. Het betreft een veertiental risicobronnen waaronder de opslag van vloeistoffen in het gemaal, een aantal ammoniak koelinstallaties bij verschillende bedrijven, een viertal LPG-tankstations, een tweetal propaantanks en het windturbinepark ten zuiden van het plangebied. Voor het bestemmingsplan zijn de volgende risicobronnen relevant: windturbinepark (gedeeltelijk gelegen in het plangebied); LPG-tankstation aan de Westwal. De windturbines nabij en in het plangebied zijn relevant voor het plangebied. De windturbines vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. In de risicoberekening voor het plaatsen van nieuwe Bevi-inrichtingen en (beperkt) kwetsbare objecten dient rekening gehouden te worden met deze windturbines. De plaatsgebonden risicocontouren PR10-5 en PR10-6 zijn relevant voor het uitsluiten van (beperkt) kwetsbare objecten.

De PR10-5 en PR10-6 contouren zijn opgenomen op de verbeelding middels respectievelijk de bestemming 'Bedrijf - Windturbinepark' en de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - windturbine'. Omdat de bestemming 'Bedrijf - Windturbinepark' uitsluitend windturbines en bijbehorende voorzieningen mogelijk maakt, zijn (beperkt) kwetsbare objecten per definitie uitgesloten. De gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - windturbine' sluit de vestiging van kwetsbare objecten uit. Wanneer binnen de maximale effectafstanden van de windturbines (357 meter voor het scenario bladbreuk) een nieuwe Bevi-inrichting wordt geplaatst dient in de kwantitatieve risicoberekening van deze nieuwe (Bevi-)inrichtingen rekening gehouden te worden met risicoverhoging door domino-effecten. Het LPG-tankstation aan de Westwal is conform het Bevi en de circulaire effectafstanden LPG-tankstations relevant. Het invloedsgebied (Bevi) van 150 meter en de effectafstand van 160 meter (Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations) vallen deels over het plangebied. Bij nieuwe ontwikkelingen binnen de 150 en 160 meter dient een kwantitatieve risicoanalyse uitgevoerd te worden.

Nieuwe inrichtingen Dit bestemmingsplan staat maximaal één nieuw tankstation met gevaarlijke stoffen (lpg, lng, cng en/of waterstof) toe, mits de risicocontouren binnen de inrichtingsgrenzen blijven of wanneer uit onderzoek blijkt dat er geen gevaar optreedt voor de omgeving. Bevi-inrichtingen zijn pas toegestaan na een wijziging van het bestemmingsplan. Conclusie Binnen het plangebied kunnen externe veiligheidsrisico's optreden. Hiertoe zijn maatregelen getroffen in dit bestemmingsplan. Als gevolg van de aanwezige windturbines zijn ten behoeve van de bescherming van (beperkt) kwetsbare objecten een bestemming en gebiedsaanduiding opgenomen met een bijbehorend beschermingsregime. Daarnaast dienen bij de ontwikkeling van nieuwe Bevi-inrichtingen de risicocontouren binnen de inrichtingsgrenzen te blijven. Externe veiligheid staat de uitvoering van dit bestemmingsplan dan ook niet in weg.

5.8

Slagschaduw

Beleid Windturbines kunnen leiden tot slagschaduw wanneer de zon op de wieken schijnt. Slagschaduw op bijvoorbeeld ramen van woningen kan als hinderlijk worden ervaren. Vooral de wisseling tussen wel en geen schaduw speelt hierin een rol. Bij windturbines met drie wieken is de slagschaduw in de praktijk beperkt. De geplande windturbines hebben een omwentelingssnelheid van circa 6 tot 18 toeren per

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

52

minuut (6 – 18 rounds per minute (rpm)). Het maximale aantal bladpassages is daardoor 54 per minuut, dit komt overeen met een frequentie van 0,9 Hz. Uit onderzoek is gebleken dat mensen vooral last hebben van het afwisselen van schaduw en licht bij een hogere frequentie, tussen de 2,5 en 14 Hz. Bij het onderzoek naar slagschaduw wordt altijd rekening gehouden met alle slagschaduw (dus onafhankelijk van omwentelingssnelheid en frequentie). Onderzoek Om de slagschaduweffecten vanwege de aanwezige windturbines in beeld te brengen is onderzoek gedaan naar het aspect slagschaduw (Slagschaduw Urk, Royal HaskoningDHV, 28 oktober 2019, Bijlage 10). Kantoren en bedrijven zijn geen gevoelige objecten in het kader van het Activiteitenbesluit. Er gelden dan ook geen normen op het gebied van slagschaduw. Wel dient een ontwikkeling te voldoen aan ‘een goede ruimtelijke ordening’. Omdat met name personen met beeldschermwerk in een kantoorgebouw de hele dag bij een raam werken, kunnen zij hinder ondervinden van de slagschaduw van windturbines. Derhalve heeft een kwalitatieve beoordeling plaatsgevonden van de slagschaduwhinder op het toekomstige bedrijventerrein. Voor de beoordeling van effecten van slagschaduw zijn met het programma WindPRO slagschaduwberekeningen uitgevoerd, waarmee slagschaduwcontouren zijn bepaald.

Door deze contouren op kaart te projecteren, kan worden bepaald of gevoelige bestemmingen hinder kunnen ondervinden van slagschaduw. Binnen de 6 uur-contour bestaat een kans op overschrijding van de norm uit de Activiteitenregeling. De 6 uur-contour is de contour waarbij maximaal 6 uur slagschaduw per jaar op een object ontstaat. Daarbij is uitgegaan van 17 dagen per jaar meer dan 20 minuten schaduw (de norm uit de Activiteitenregeling milieubeheer (Rarim), artikel 3.12), wat overeenkomt met 17 * 20/60 = 5,67 (afgerond) 6 uur per jaar. Buiten deze contour is er geen kans op overschrijding van de norm. In het onderzoek zijn de twee windturbines in het plangebied en de windturbine direct zuidelijk van het plangebied betrokken. De vijf meer zuidelijk gelegen windturbines in de lijnopstelling langs de Zuidermeerdijk hebben geen (extra) invloed op het plangebied en zijn derhalve niet betrokken in dit onderzoek. Resultaten

Afbeelding 5.4 Slagschaduwcontour (blauw, 6 uur per jaar) met plangebied (rood) Vrijwel het gehele plangebied valt binnen de slagschaduwcontour van 6 uur per jaar. Enkel de strook langs de Domineesweg en de strook langs de noordzijde van de Zuidermeerweg vallen buiten de 6 uur contour. De berekende slagschaduwcontour van 6 uur per jaar is voor kantoren zeer worst case omdat

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

53

medewerkers op een kantoor over het algemeen alleen tijdens kantoortijden werken. De 6 uur contour gaat ook uit van zonuren buiten kantoortijden en in de weekenden. Omdat het hele bedrijventerrein volgebouwd zal worden, zal met name de bebouwing aan de zuidwestelijke rand van het bedrijventerrein hinder ondervinden van slagschaduw. Die (hoge) bebouwing zal slagschaduw wegnemen voor gebouwen die meer oostelijk en noordelijk staan. Bij de situering van kantoren kan hier rekening mee gehouden worden. Zo kunnen bijvoorbeeld de kantoren noordoostelijk van de bedrijfshallen gebouwd worden, kunnen zo min mogelijk ramen op het zuidwesten gerealiseerd worden en kunnen kantoorpanden voorzien worden van zonwering. Het toepassen van zonwering bij kantoorpanden is overigens al gebruikelijk om lichtinval tegen te gaan. Daarnaast wordt opgemerkt dat de windturbines reeds voorzien zijn van een automatische stilstandvoorziening ten behoeve van de reeds aanwezig gevoelige objecten. Conclusie Op basis van de slagschaduw berekeningen kan geconcludeerd worden dat de bestaande windturbines hinder veroorzaken op het toekomstige bedrijventerrein. Kantoren en bedrijven worden echter niet gedefinieerd als gevoelig object. Er zijn voldoende maatregelen voor handen om slagschaduwhinder in de gebouwen zoveel mogelijk tegen te gaan. Het plan is uitvoerbaar ten aanzien van het aspect slagschaduw.

5.9

Bodemkwaliteit

Wettelijk en beleidskader In verband met de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan dient onderzoek verricht te worden naar de (te verwachten) bodemkwaliteit in het plangebied door het raadplegen van beschikbare bodemgegevens. Een nieuwe bestemming mag pas worden toegekend als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Daar waar sprake is van consoliderend bestemmen van bestaande situaties kan een diepgaand inzicht in de bodemsituatie vooraf achterwege blijven, tenzij een redelijk vermoeden moet bestaan van een saneringssituatie. Bij bouwactiviteiten is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem benodigd. Het bouwen is alleen toelaatbaar als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Daarom dient bij iedere nieuwe bouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te worden gebracht. De bodemonderzoeken voor eventuele nieuwe (vervangende) bouwactiviteiten mogen niet te oud zijn en moeten een vastgestelde informatiekwaliteit bieden. Indien aan die voorwaarden niet kan worden voldaan, dient aanvullend onderzoek plaats te vinden.

Wanneer uit het onderzoek blijkt dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel, dient vóór aanvang van de bouwwerkzaamheden een bodemsanering te worden uitgevoerd om de bodem wel geschikt te maken, of dient de omgevingsvergunning te worden geweigerd. Situatie plangebied Om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de gronden is een tweetal verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd. Er is een onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de kavel Domineesweg 29 (Verkennend (water)bodemonderzoek asbest Domineesweg 29 te Tollebeek, Bodemvisie milieu en veilighied, 12 juni 2019, Bijlage 11). Daarnaast is onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de agrarische kavel gelegen achter het adres Zuidermeerweg 51 (Verkennend bodemonderzoek Percelen akkerland achter Zuidermeer 57 te Nagele, Bodemvisie milieu en veiligheid, 15 november 2019, Bijlage 12). Voor de overige percelen is nog geen onderzoek uitgevoerd in verband met het ontbreken van betredingstoestemming. Deze onderzoeken worden nog uitgevoerd. Voor de niet bebouwde percelen kan op basis van de uitgevoerde onderzoeken wel al een voorlopige conclusie getrokken worden. Op basis van de bekende voorinformatie en de resultaten van de terreininspecties, worden geen specifieke aandachtspunten verwacht met betrekking tot potentieel aanwezige bodemverontreiniging. Op

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

54

basis van het relatief grote aantal onderzoeksresultaten dat middels uitgevoerd bodemonderzoek van het gebied is verkregen, wordt op voorhand geen significante mate van bodemverontreiniging verwacht. De uitgevoerde onderzoeken hebben aangetoond, dat in het gebied overwegend sprake is van maximaal licht verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen. Op basis van dit gegeven, wordt het voor de percelen akkerland vooralsnog niet noodzakelijk geacht, om in dit stadium verkennend bodemonderzoek uit te voeren. Ter plaatse van de kavel Domineesweg 29 is geen asbest aangetroffen. De daar aanwezige waterbodem is onderzocht. Het onderzochte slib komt voor verspreiding op aangrenzende percelen in aanmerking. Het slibmateriaal is beoordeeld als 'altijd toepasbaar'. Conclusie Voor een aantal percelen is nog geen onderzoek uitgevoerd naar de bodemkwaliteit in verband met het ontbreken van betredingstoestemming. Toch kan op basis van de reeds onderzochte percelen gesteld worden dat er voldoende zicht is op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan voor wat betreft het aspect bodemkwaliteit. Er wordt geen significante mate van bodemverontreiniging verwacht. Daarmee is de bodemkwaliteit voldoende voor de beoogde functie.

5.10

Water

Wettelijk en beleidskader Nationaal Bestuursakkoord Water Afspraken over het toepassen van de watertoets bij ruimtelijke plannen zijn gemaakt in het Nationaal Bestuursakkoord Water. In het akkoord zijn maatregelen afgesproken met als doel het watersysteem in 2015 'op orde' te hebben. In het bestuursakkoord zijn taakstellende afspraken opgenomen over veiligheid en wateroverlast. Ook is een impuls gegeven aan het gebruik van de watertoets. Het doel van de watertoets is het waarborgen van waterhuishoudkundige belangen in ruimtelijke plannen. Waterschap Zuiderzeeland Waterschap Zuiderzeeland is waterbeheerder in het plangebied en is verantwoordelijk voor de waterhuishoudkundige verzorging (waterkwaliteit en waterkwantiteit) binnen het plangebied. Het beleid van het waterschap is verwoord in de volgende documenten en wordt hierna kort besproken: Waterbeheerplan 2016 - 2021; Keur Waterschap Zuiderzeeland 2017; De Uitbeelding; Het Waterkader. Waterbeheerplan 2016 - 2021 Het waterbeheerplan beschrijft hoe het waterschap nu en in de toekomst blijft zorgen voor waterveiligheid en voor voldoende en schoon water. In het plan staan de doelen en de maatregelen die het waterschap in de jaren 2016 tot en met 2021 gaat nemen om die doelen te realiseren. Flevoland is een uniek stukje Nederland. Vrijwel het gehele beheergebied ligt onder zeeniveau.

Het bestaat uit de Flevopolder en de Noordoostpolder; polders die zijn onttrokken aan het water en waar het nu goed wonen, werken en recreëren is met water in vaarten, tochten, sloten en in de randmeren dat het gebied zijn eigen fraaie karakter geeft. Waterschap Zuiderzeeland staat voor veiligheid, voldoende water en schoon water. De wijze waarop het waterschap hier in deze planperiode invulling aan wil geven is beschreven in het Waterbeheerplan 2016 - 2021. Ter vervanging van het Waterbeheerplan 2016 - 2021 zal het Waterbeheerprogramma 2022 - 2027 worden vastgesteld. Keur Waterschap Zuiderzeeland 2017 De Keur is een wettelijke regeling die van toepassing is op onder andere de schouw, het grondwaterbeheer, veranderingen in het watersysteem en het aanleggen van duikers, dammen of werkzaamheden bij de dijk. De regels van de Keur verhuizen met inwerkingtreding van de Omgevingswet naar de waterschapsverordening van het waterschap.

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

55

Waterkwantiteit De Keur is de verordening (wettelijke regeling) van het waterschap en gaat vooral over het waterkwantiteitsaspect. De Keur is van toepassing op het aanbrengen van veranderingen aan het watersysteem (onder andere het aanleggen van duikers, dammen en werkzaamheden op of aan de dijken). Ook het onttrekken van water aan de bodem of aan het oppervlaktewater is geregeld in de Keur. Voor handelingen in het watersysteem is een watervergunning nodig of kan volstaan worden met een melding. Schouw Tevens valt de schouw onder de Keur. Het waterschap schouwt sloten die niet in beheer zijn, maar wel een belangrijke functie in het watersysteem hebben. Het gaat hierbij met name om het (maai)onderhoud aan waterkeringen (dijken) en oppervlaktewaterlichamen, zoals (erf-)sloten en tochten. Waterschap Zuiderzeeland voert een schouw op de watergangen (sloten en tochten) uit. Legger Op de legger staan alle oppervlaktewateren en dijken aangegeven. De legger maakt duidelijk wat u waar van Waterschap Zuiderzeeland mag verwachten. Voor het waterschap is de legger, samen met de keur, hét instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. De legger is van toepassing op alle water en de daarvoor benodigde kunstwerken. De legger bestaat uit een set van kaarten.

Op deze kaarten staat welke dijken, vaarten, tochten, stedelijk water en kunstwerken (bruggen, stuwen, gemalen, sluizen) waterschap Zuiderzeeland in beheer heeft en waar ze liggen. De legger bevat ook een register waarin staat wie waar en waarvoor het onderhoud moet doen. Tot slot bevat de legger zones (zoneringen) voor toekomstige ontwikkelingen en bescherming van het watersysteem. De legger is in te zien op de website van het waterschap: http://www.zuiderzeeland.nl/werk/werk-in-uitvoering/legger/). De uitbeelding Voor de beoordeling van ruimtelijke plannen heeft het waterschap (in samenwerking met de gemeenten) een zogenaamd waterkader opgesteld en het document 'De uitbeelding' waarin de kaders en richtlijnen van het waterschap zijn opgenomen. De uitgangspunten, randvoorwaarden en ontwerprichtlijnen zijn analoog aan het Waterbeheerplan onderverdeeld in de thema's veiligheid, voldoende water en schoon water. Water is mede ordenend in de ruimtelijke inrichting. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat alle wateraspecten – veiligheid, schoon water, voldoende water en doelmatig beheer en onderhoud - een integraal onderdeel vormen van de ruimtelijke planvorming.

Het Waterkader Om bij de ruimtelijke planvorming het belang van water goed te borgen en te anticiperen op klimaatverandering, hebben het Rijk, het Interprovinciaal overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (UvW) in 2001 het proces van de watertoets in het leven geroepen en in 2003 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening. Waterbeheerders adviseren bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen. Dit proces heet kortweg 'de watertoets'. Om aan te geven wat er voor het waterbeheer in, maar ook ná het watertoetsproces belangrijk is, heeft Waterschap Zuiderzeeland het Waterkader opgesteld. Het Waterkader geeft richting en houvast voor waterzaken binnen ruimtelijke plannen. Samen met de Uitbeelding is het bedoeld als gids en inspiratie voor het verbond tussen water en ruimte. Gemeente Urk Verbreed gemeentelijk rioleringsplan In het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP) Urk 2016 - 2021 staat: het stedelijk waterbeleid van de gemeente; de ontwikkeling van het waterbeheer voor de lange termijn; concrete waterplannen voor de korte termijn. In het VGRP staat beschreven op welke wijze de gemeente – nu én in de toekomst - invulling geeft aan haar zorgplicht voor het inzamelen en afvoeren van het stedelijk afvalwater. Daarnaast bevat het ook beleid voor de zorg voor hemelwater en grondwater.

Dit is de verbreding van het rioleringsplan. Tot slot

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

56

bevat het VGRP een kostendekkingsplan waarin uiteengezet wordt hoe er voor de zorgplichten wordt betaald. Watervisie ontwikkelingen Urk Gemeente Urk heeft in samenspraak met waterschap Zuiderzeeland voor de drie ontwikkelingen Zeeheldenwijk, Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein en het MSNF een watervisie opgesteld. De gemeente streeft naar het op een duurzame wijze inrichten van het watersysteem voor het hele gebied. Daarvoor is een integrale visie ontwikkeld op de aspecten oppervlaktewater, grondwater, riolering, regenwaterafvoer, waterkwaliteit en ecologie. De watervisie, welke is vastgesteld door het college op 23 juni 2020, schept een kader voor de uitwerking van de drie ontwikkelingen op Urk. Proces Het waterschap is vanaf het begin betrokken bij de planvorming van Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein. In overleg met verschillende stakeholders, waaronder het waterschap, is een watervisie opgesteld. Daarnaast zijn er voor het ontwerp van het watersysteem van dit plangebied meerdere overleggen geweest met het waterschap. Huidige situatie Bodem De maaiveldhoogte in het plangebied varieert grofweg tussen de -4,0 en -4,5 meter NAP, ter plekke van bebouwing is het maaiveld hoger. De bodemopbouw bij het bedrijventerrein is grofweg: 0 – 2 m: fijn zand, lokaal dunne kleilaagjes; 2 – 6 m: veen met kleilagen; > 6 m: zand, afwisselend fijn en grof.

De aanwezigheid van veen en in mindere mate lichte klei maken dat het ingepolderde gebied, waaronder het plangebied, op sommige plaatsen gevoelig is voor zetting. Grondwater Er zijn geen grondwatermetingen binnen het plangebied beschikbaar. Wel is er met behulp van een grondwatermodel berekend dat de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) binnen het plangebied varieert tussen de -5 en -5,5 meter NAP. Het plangebied is gelegen in het zuidwesten van de Noordoostpolder waar een kwelstroom tot 2 milimeter per dag kan worden verwacht. De kwaliteit van de kwelstroom is aangemerkt als onvoldoende. Er moet rekening gehouden worden met een toename van kwel en risico op opbarsten van de bodem bij ontgravingen. Dit dient meegewogen te worden bij de planuitwerking en inrichting van compenserende maatregelen voor waterberging. Oppervlaktewater Het watersysteem in het plangebied behoort tot peilgebied Lage afdeling met peil van NAP -5,7 m. Ten oosten van het plangebied loopt de Zuidermeertocht, welke uitkomt in de Urkervaart. Binnen het plangebied bevinden zich tussen de percelen ontwateringssloten en binnendijks bevindt zich een sloot om de kwel af te vangen. Waterkering Het plangebied is gelegen binnen Dijkring 7. De beschermingszone van deze waterkering loopt door het plangebied. Hierdoor gelden strengere bouwbeperkingen. Per zone zijn hier voorwaarden voor geformuleerd.

Zie hiervoor ook paragraaf 6.3. Riolering Ten noorden van het plangebied (ten noorden van de Urkervaart en de Urkerweg) is een transportleiding richting afvalwaterzuiveringsinstallatie Tollebeek gelegen. Toekomstige situatie Oppervlaktewatersysteem Er is een brede watergang voorzien langs de westzijde, de noordoostzijde en midden door het plangebied, geïnspireerd op de eilandgedachte. De nieuwe watervoerende waterpartijen en watergangen zijn ontworpen conform de richtlijnen van

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

57

het waterschap Zuiderzeeland. Het oppervlaktewatersysteem staat in open verbinding met het omliggende watersysteem en zal hiermee deel blijven uitmaken van peilgebied Lage afdeling. Op basis van de beschikbare informatie is er bij het graven van nieuwe watergangen en oppervlaktewater een groot risico op opbarsten. Bij de verdere planuitwerking wordt dit nader beschouwd middels bodemonderzoek en worden passende maatregelen getroffen. De afwatering van de kwelsloot van de Zuidermeerdijk blijft gewaarborgd door het handhaven van de afvoermogelijkheden ten noorden en zuiden van het plangebied en door een afvoermogelijkheid te behouden in het midden van het plangebied. Er zal een verbinding worden gerealiseerd met het watersysteem van de Zwolsehoek, ter verbetering van de waterkwaliteit in de Zwolsehoek. De gemeente zal het stedelijk watersysteem ontwerpen in overleg met het waterschap, ook met oog op overname van het beheer en onderhoud. In een latere fase moet middels een maatwerkberekening het ontwerp worden beoordeeld op hydraulisch functioneren, berging in het watersysteem en klimaatadaptatie. Afbeelding 5.5 geeft schematisch het ontwerp van de watergangen weer, inclusief de aansluitingen met het bestaande watersysteem.

Afbeelding 5.5 Projectie ontwerp watergangen met aansluiting op bestaande watersysteem Hemelwater- en vuilwatersysteem De verwachting is dat de waterkwaliteit van het hemelwater dat terecht komt op de terreinverharding onvoldoende is om rechtstreeks af te wateren op de watergangen, daarom wordt hemelwater middels een verbeterd gescheiden stelsel afgevoerd, waarbij alleen de first flush afgevoerd wordt naar de rioolwaterzuivering. De dakoppervlakken worden zo veel mogelijk rechtstreeks aangesloten op het oppervlaktewater, aangezien de kwaliteit van dit water goed genoeg is om rechtstreeks op het oppervlaktewater te lozen, mits er geen uitlogende materialen worden gebruikt. Het afvalwater wordt centraal ingezameld en ondergronds afgevoerd. Hiervoor dient een gemaal geplaatst te worden die het afvalwater via een persleiding vervoert naar de transportleiding ten noorden van de Urkervaart. Vanaf daar wordt het water getransporteerd naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie Tollebeek. Watercompensatie extra verhard oppervlak

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

58

Bij ontwikkelingen met een toename aan verharding groter dan 25 hectare schrijft het waterschap voor dat er een maatwerkberekening wordt uitgevoerd om de watercompensatie vast te stellen. In deze fase is het nog niet mogelijk om deze berekening uit te voeren, daarom is op basis van de oppervlakten van de stedenbouwkundige tekening op hoofdlijnen, een bergingsberekening gemaakt op basis van de bergingsnorm van 5,5% over de netto toename aan verharding binnen peilgebied Lage afdeling, welke geldt voor ontwikkelingen met een verhardingstoename van minder dan 25 hectare. Hieruit volgt een benodigde compensatie van circa 5,4 hectare. In het ontwerp is voorzien in 6,0 hectare aan water, waarmee er voldaan wordt aan de compensatieopgave. In een volgende fase moet middels de maatwerkberekening worden aangetoond dat er daadwerkelijk voldoende water is voorzien. Ontwatering Om aan de gewenste ontwatering te voldoen, dient het vloerpeil van gebouwen aangelegd te worden op -3,7 meter NAP. De ashoogte van de wegen komt hiermee op -4,0 meter NAP. Bij streefpeil heeft het plangebied een drooglegging van minimaal 1,7 meter. Aanvullend bodemonderzoek moet aantonen of deze aanleghoogtes aangepast dienen te worden. Veiligheid Het plangebied is gelegen nabij de waterkering.

Ten behoeve van de veiligheid, beheerbaarheid en de benodigde ruimte voor toekomstige ontwikkelingen geldt een beperking voor handelingen op of in de nabijheid van de waterkering. Dit plan is (deels) gelegen in de volgende beschermingszone(s) van de primaire waterkering: binnenbeschermingszone; tussenbeschermingszone; buitenbeschermingszone. In de Keur van het waterschap Zuiderzeeland zijn binnen de diverse beschermingszones beperkingen voor de bouwmogelijkheden opgenomen. Deze beperkingen zijn onverminderd van toepassing op dit bestemmingsplan. Derhalve hebben deze beschermingszones een beschermend regime opgelegd gekregen in de bij dit bestemmingsplan behorende planregels. Beleving Het grondwater is van relatief slechte kwaliteit. De oorzaak daarvan is natuurlijke kwel met daarin een hoge concentratie ijzer. Hierdoor krijgt het oppervlaktewater een bruinige kleur, wat een matig beeld geeft qua beleving. Het is echter binnen de Noordoostpolder geen onbekend fenomeen en komt ook voor in ander (stedelijk) oppervlaktewater. De waterkwaliteit op zich zal niet minder goed zijn dan dat van de Zuidermeertocht, waarmee een open verbinding wordt gecreëerd. Een voordeel van de kwelstroom is dat deze juist in droge periode gewenst is om nog aanvulling en doorstroming te verkrijgen in het oppervlaktewatersysteem.

De Zuidermeertocht is een aangewezen KRW-waterlichaam, met een daarbij behorende opgave. Deze opgave bestaat uit de aanleg van 40% duurzame oevers. Deze opgave betreft alleen de KRW-waterlichamen en geldt dus niet voor de watergangen binnen de ontwikkeling Port of Urk – Binnendijks bedrijventerrein. Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Conclusie Deze waterparagraaf is in afstemming met het waterschap Zuiderzeeland tot stand gekomen. Alle relevante wateraspecten zijn in dit bestemmingsplan behandeld. Dit bestemmingsplan voorziet in voeldoende waterberging en biedt een beschermingsregime voor de aangrenzende waterkering. Het bestemmingsplan kan met het oog op het aspect water uitvoerbaar worden geacht.

5.11

Ecologie

Wettelijk kader De bescherming van natuur in Nederland is vastgelegd in Europese en nationale wet- en regelgeving,

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

59

waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Voorheen was de soortenbescherming in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet en de gebiedsbescherming in de Natuurbeschermingswet 1998. Sinds 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en de Boswet opgegaan in één nieuwe wet: de Wet natuurbescherming (Wnb). Gebiedsbescherming wordt ook gewaarborgd onder het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De Wnb heeft tot doel in het wild voorkomende planten- en diersoorten in stand te houden en te beschermen. De wet kent daardoor zowel verbodsbepalingen, gebiedsbescherming als een algemene zorgplicht. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kan worden afgeweken van de verbodsbepalingen middels ontheffingen. Door middel van gebiedsbescherming wordt een beschermingskader geboden voor de flora en fauna binnen aangewezen beschermde gebieden. Hieronder vallen de speciale beschermingszones volgens de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS), beschermde natuurmonumenten en staatsnatuurmonumenten.

Gebiedsbescherming Door middel van gebiedsbescherming wordt een beschermingskader geboden voor de flora en fauna binnen aangewezen beschermde gebieden. Hieronder vallen de speciale beschermingszones volgens de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, gebieden die deel uitmaken van het NNN, beschermde natuurmonumenten en staatsnatuurmonumenten. Een belangrijk onderdeel van de Wet Natuurbescherming is dat er geen vergunning gegeven mag worden voor handelingen of projecten die schadelijk kunnen zijn voor de kwaliteit van de habitats van soorten, waarvoor een gebied is aangewezen. Wanneer niet op voorhand uitgesloten kan worden dat er schadelijke effecten kunnen optreden, dan dienen de initiatiefnemers een 'passende beoordeling' te maken. Dat betekent een onderzoek naar alle aspecten van het project en welke gevolgen die kunnen hebben voor datgene wat bescherming geniet. Soortenbescherming Het doel van de Flora- en faunawet is het instandhouden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Flora- en faunawet kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe.

Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kan worden afgeweken van de verbodsbepalingen middels ontheffingen. Er bestaan drie beschermingsregimes voor drie verschillende groepen van beschermde soorten. Voor de algemeen beschermde soorten geldt een algemene ontheffing voor ruimtelijke ingrepen. Ook voor de overige beschermde soorten is ontheffing mogelijk, mits wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. Voor strikt beschermde soorten kan enkel afgeweken worden na een uitgebreide toetsing. Situatie plangebied Het plan is getoetst aan de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde gebieden, houtopstanden en soorten (Natuurtoets bestemmingsplan binnendijks bedrijventerrein Urk, Tauw, 13 oktober 2020, Bijlage 13). In de natuurtoets worden de volgende vragen beantwoord: Welke onderdelen van de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn van belang? In hoeverre is de beoogde ontwikkeling (mogelijk) strijdig met de Wnb en/of het Barro? Zijn maatregelen en/of een ontheffing/vergunning nodig? Wat betekent dit voor de verdere planvorming en uitvoering? Toetsing aan Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland zijn van belang. Daarnaast zijn ook soortenbescherming en toetsing aan beschermde houtopstanden relevant. Gebiedsbescherming

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

60

Natura 2000 Het plangebied grenst aan Natura 2000-gebied IJsselmeer. Om die reden zijn de effecten van de beoogde ontwikkeling getoetst aan de instandhoudingsdoelen voor dit Natura 2000-gebied. Overige Natura 2000-gebieden zijn gelegen op meer dan 3 kilometer afstand. Alleen storingsfactoren met een reikwijdte van meer dan 3 kilometer kunnen hier tot effecten leiden. Alle relevante storingsfactoren zijn in de toetsing beschouwd. Om effecten als gevolg van stikstofdepositie te bepalen is een berekening gemaakt met AERIUS Calculator. Hieruit blijkt dat effecten in de aanlegfase uitgesloten zijn indien deze verspreid over minimaal drie jaar wordt uitgevoerd. Deze verspreiding is gezien de omvang van het plangebied realistisch. In het exploitatieplan is vastgelegd dat niet meer dan 1/3 van de omvang van het plangebied per jaar ontwikkeld mag worden. In de gebruiksfase is ook geen sprake van een effect op een stikstofgevoelig habitattype of leefgebied. Er is in beide fasen geen sprake van een projectbijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op stikstofgevoelig habitattypen en/of leefgebieden ten opzichte van de referentiesituatie (bemest bouwland). Ook als gevolg van de andere storingsfactoren, optische verstoring, verstoring door licht en geluid, zal geen sprake zijn van negatieve effecten op Natura 2000-gebied IJsselmeer. Vervolgstappen zijn derhalve niet noodzakelijk.

Op 15 oktober 2020 is een nieuwe versie van AERIUS Calculator beschikbaar gesteld. Derhalve is het onderzoek naar stikstofdepositie geactualiseerd (Binnendijks bedrijventerrein - onderzoek stikstofdepositie, Tauw, 8 januari 2021, Bijlage 14). Dit onderzoek leidt niet tot een nieuwe conclusie. Er is in beide fasen geen sprake van een projectbijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op stikstofgevoelig habitattypen en/of leefgebieden ten opzichte van de referentiesituatie (bemest bouwland) Natuurnetwerk Nederland Het IJsselmeer behoort tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Doordat het plangebied grenst aan het NNN, en externe werking in de provincie Flevoland van toepassing is, dienen effecten beschouwd te worden. De mogelijke effecten op dit gebied zijn ook getoetst vanuit het beschermingskader Natura 2000, waar een zwaarder beschermingsregime op rust dan het NNN. Om die reden zijn op het IJsselmeer als NNN gebied ook geen effecten te verwachten. Ook op overige NNN gebieden in de omgeving zijn geen negatieve effecten te verwachten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Houtopstanden Er zijn beschermde houtopstanden aanwezig in het plangebied. Als deze gekapt worden voor de voorgenomen ontwikkeling, dient er een kapmelding ingediend te worden. Ook is er op dat moment sprake van een herplantplicht.

Soortenbescherming De beoogde ontwikkeling is mogelijk strijdig met de Wnb vanwege het mogelijk voorkomen van beschermde soorten. Het gaat hierbij om: rust- en verblijfplaatsen van steenmarter en boommarter; verblijfplaatsen van gebouw- en boombewonende vleermuizen; jaarrond beschermde nesten van ooievaar, buizerd, havik, sperwer, boomvalk, ransuil, roek, kerkuil, steenuil, gierzwaluw en huismus; tijdens het broedseizoen beschermde vogelnesten; leefgebied van rugstreeppad; zorgplicht. Soortgericht onderzoek is nodig (onafhankelijk van de periode van uitvoering) om een effectbepaling te kunnen doen. Als uit nader onderzoek blijkt dat de beoogde ontwikkelingen negatieve effecten hebben op beschermde soorten, zijn mitigerende en/of compenserende maatregelen nodig. Ook is het mogelijk dat een ontheffing aangevraagd dient te worden naar aanleiding van het nader onderzoek. Steenmarter en boommarter Het voorkomen van steenmarter en boommarter kan niet worden uitgesloten. Tijdens een veldbezoek dient dit nader onderzocht te worden. Vleermuizen Uit onderzoek uitgevoerd in opdracht van de provincie Flevoland (Vleermuisonderzoek ontwikkeling

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

61

MSNF Urk, Ecogroen, 11 april 2017 en Effectbeoordeling vleermuizen havenontwikkeling MSNF Urk, Ecogroen, 5 oktober 2017) is gebleken dat de Zuidermeerdijk als jacht- en migratieroute gebruikt wordt door ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en meervleermuis. Om ervoor te zorgen dat vleermuizen op migratie niet hoeven uit te wijken dient te worden gezorgd voor een donkere corridor langs de buitendijkse voet van de Zuidermeerdijk. In de zone langs de Zuidermeerdijk dient verstorende verlichting achterwege te blijven. Dit kan eenvoudig bereikt worden door geen, of indien noodzakelijk, aangepaste armaturen toe te passen. Als in de lichtbronnen gebruik wordt gemaakt van vleermuisvriendelijke amberkleurige en afgeschermde lampen en/of ecodynamische verlichting, dan is er geen sprake van lichtverstoring. Uitstraling van binnenverlichting in de richting van het IJsselmeer kan de jacht- en migratieroutes ook verstoren. Daarom is het niet toegestaan lichtdoorlatende openingen in de naar de Zuidermeerdijk gerichte gevel te realiseren. Bovenstaande verplichtingen zijn verankerd in het juridische plangedeelte van dit bestemmingsplan: Artikel 14 van de planregels en op de verbeelding. De Zuidermeerdijk en de kwelsloot oostelijk van de Zuidermeerdijk zijn belangrijke geleidende elementen voor vleermuizen.

Hoewel deze beide gelegen zijn buiten de grenzen van dit bestemmingsplan, kan wel gesteld worden dat de instandhouding van deze elementen verzekerd zijn in de Keur van het waterschap Zuiderzeeland en in de vigerende beheersverordening Landelijk gebied. Nader soortgericht onderzoek is nodig naar verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied en essentiële vliegroutes van gebouw- en boombewonende vleermuizen op de erven. Het verdient aanbeveling om een gericht veldbezoek uit te voeren om potentiële verblijfplaatsen in bomen al dan niet uit te sluiten. De werkzaamheden hebben mogelijk tot gevolg: het vernietigen van leefgebied/verblijfplaatsen en het verstoren en/of doden van individuen (Wnb, hoofdstuk 3, artikel 3.5, lid 1, 2 en 4). De beoogde ontwikkeling is dus mogelijk ontheffingsplichtig. Vogels Om jaarrond beschermde nesten van ooievaar, buizerd, havik, sperwer, boomvalk, ransuil en roek al dan niet uit te sluiten in het plangebied, dient tijdens een gericht veldbezoek gezocht te worden naar nesten. Als tijdens het veldbezoek nesten worden aangetroffen die geschikt lijken voor soorten met jaarrond beschermde nesten is nader soortgericht onderzoek naar deze soorten nodig. Ook is nader onderzoek nodig naar kerkuil, steenuil, gierzwaluw en huismus. Vogels kunnen gedurende het gehele jaar tot broeden komen.

Het is daarom zaak om hier voorafgaand aan het werk rekening mee te houden. Een (periodieke) controle op nesten van broedvogels is voorafgaand aan de werkzaamheden noodzakelijk om overtreding van de wet te voorkomen. Indien een broedgeval aanwezig is, dient een verstoringsvrije zone te worden aangehouden, waarbinnen gedurende de periode van broeden niet wordt gewerkt. De breedte van deze zone dient door een ter zake kundige te worden bepaald. Rugstreeppad De werkzaamheden hebben mogelijk tot gevolg: het vernietigen van leefgebied/verblijfplaatsen en het verstoren en/of doden van individuen (Wnb, hoofdstuk 3, artikel 3.5, lid 1, 2 en 4). Soortgericht onderzoek naar rugstreeppad is nodig. Indien rugstreeppad is uitgesloten in het plangebied, dienen amfibieschermen om het plangebied geplaatst te worden. Dit om te voorkomen dat, door de werkzaamheden gecreëerde, geschikte voortplantingswateren in gebruik genomen worden. Vervolg Voor een aantal soorten dient nog nader onderzoek verricht te worden om de aanwezigheid ervan definitief aan te tonen dan wel uit te sluiten. Deze onderzoeken dienen uitgevoerd te zijn vóór het aanvragen van de verschillende (omgevings)vergunningen. Dit is verplicht gesteld middels artikel 23.3.

Indien de aanwezigheid van soorten wordt aangetoond of niet kan worden uitgesloten, dienen voor deze soorten maatregelen getroffen te worden om de negatieve effecten op deze soorten te mitigeren dan wel te compenseren. Gezien de omvang van het plangebied en dat van haar omgeving is het aannemelijk

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

62

dat er voldoende ruimte en mogelijkheden bestaan om deze maatregelen in voldoende mate te kunnen treffen. Er dient gewerkt te worden met een goedgekeurde ecologische gedragscode. Mogelijk dient daarnaast voor een aantal soorten een ontheffing verkregen te worden. Het is waarschijnlijk dat in het uiterste geval een ontheffing verleend kan worden. In alle gevallen dient in ieder geval voldaan te worden aan de zorgplicht. Zorgplicht Ten aanzien van de zorgplicht dient bij kap- en snoeiwerkzaamheden in één richting gewerkt te worden zodat eventueel aanwezige fauna kan ontkomen aan de werkzaamheden. Bij het dempen van sloten kunnen algemene vissen en amfibieën ingesloten en gedood worden. Om dit te voorkomen moeten de volgende maatregelen getroffen worden: vissen en amfibieën één richting opdrijven van het werkgebied af, zodat ze kunnen vluchten; het water in de te dempen delen dient afgevangen te worden van alle aanwezig vissen en amfibieën; afgevangen soorten dienen uitgezet te worden in de omliggende watergangen. Conclusie Er is geen negatief effect te verwachten op beschermde gebieden. Soortgericht onderzoek is nodig om een definitieve effectbepaling ten aanzien van de soortbescherming te kunnen doen.

Als uit nader onderzoek blijkt dat de beoogde ontwikkelingen negatieve effecten hebben op beschermde soorten, is het treffen van mitigerende en/of compenserende maatregelen mogelijk. Mocht dit niet voldoende zijn dan is het mogelijk een ontheffing aan te vragen en te verkrijgen. Het bestemmingsplan is uitvoerbaar ten aanzien van het aspect van ecologie.

5.12

Archeologie en cultuurhistorie

Wettelijk kader Erfgoedwet In het kader van de modernisering van de Monumentenwet is in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen dat in een bestemmingsplan niet alleen een beschrijving moet staan op welke wijze rekening gehouden wordt met aanwezige of te verwachten monumenten in de grond (archeologie), maar ook met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Op 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988, samen met enkele andere wetten op het gebied van de bescherming van cultureel erfgoed, samengevoegd tot de Erfgoedwet. Met de Erfgoedwet wil de overheid het cultureel erfgoed in Nederland beter beschermen. De wet regelt de omgang met Rijksbeschermde gebouwde en archeologische monumenten en de beschermde stads- en dorpsgezichten. Situatie plangebied Archeologie Middels een archeologisch bureauonderzoek (Archeologisch bureauonderzoek binnendijks bedrijventerrein te Urk, Econsultancy, 5 februari 2020, Bijlage 15) is voor het plangebied in beeld gebracht wat de gespecificeerde archeologische verwachting is. In het uiterste noorden van het plangebied liggen de uitlopers van twee rivierduinen. Deze kennen een hoge archeologische verwachtingswaarde omdat dit soort gebieden in de Midden en Nieuwe Steentijd al bewoond werden. De kans is derhalve groot dat hier archeologische waarden aangetroffen worden.

In het plangebied zijn vier vindplaatsen bekend: een onbekende opgraving uit de Late Middeleeuwen aan de zuidzijde van de Domineesweg; twee keer resten van een nederzetting uit het Mesolithicum of Neolithicum aan de zuidzijde van de Domineesweg; een scheepswrak van een zeewaardig Fins vrachtschip uit de periode 1740-1760, gelegen aan de westzijde van de Zuidermeerweg.

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

63

Afbeelding 5.6 Uitsnede archeologische waarden en verwachtingenkaart Het overgrote deel van het plangebied kent een lage/middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Hier worden zeer weinig archeologische waarden verwacht. Ter bescherming van de archeologische waarden en verwachtingswaarden zijn dubbelbestemmingen opgenomen. Voor deze dubbelbestemmingen geldt een vergunningenstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Cultuurhistorie De verkavelingsstructuur met een standaard kavelmaat van 300x800 meter is karakteristiek voor het plangebied. De kavels worden omsloten door watergangen. Ten gevolge van de polderinrichting en de vormgeving van de uitbreiding van Urk (waaronder Zwolsehoek), vindt binnen het plangebied een hoekverdraaiing plaats in de verkavelingsrichting welke loodrecht op de Domineesweg is gericht. Dit gegeven levert voor de locatie een extra karakteristiek op. De Noordoostpolder wordt van uitzonderlijk universele betekenis geacht, als duidelijk voorbeeld van een rationeel landschap uit de twintigste eeuw waarin twee voormalige eilanden, Urk en Schokland, als zelfstandige elementen zijn opgenomen.

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

64

Aan de westgrens van het plangebied is de IJsselmeerdijk gelegen. Deze dijk is met zijn hoogte van 8 meter boven maaiveld karakteristiek. De cultuurhistorische waarde van deze dijk ligt in het feit dat het de geschiedenis en het ontstaan van Flevoland zichtbaar maakt. De dijk maakte immers de inpoldering van de Noordoostpolder mogelijk. In de planvorming is rekening gehouden met de karakteristieke verkaveling en het gebruik van en zicht op de IJsselmeerdijk. Conclusie Aanwezige archeologische waarden en verwachtingswaarden en cultuurhistorische waarden worden voldoende beschermd middels dit bestemmingsplan. Derhalve kan het bestemmingsplan uitvoerbaar worden geacht voor wat betreft de aspecten archeologie en cultuurhistorie.

5.13

Conventionele explosieven

Beleidskader Als gevolg van gevechtshandelingen in het verleden kunnen conventionele explosieven in het plangebied zijn achtergebleven. Wanneer conventionele explosieven (niet gesprongen explosieven (NGE)) uit de Tweede Wereldoorlog bij de aanleg van Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein spontaan worden aangetroffen, dan ontstaat mogelijk een verhoogd veiligheidsrisico. Onbedoelde detonaties (zware explosies) bij de uitvoering van werkzaamheden kunnen in het ergste geval leiden tot dodelijk letsel en zware schade aan materieel en omgeving. Spontane vondsten van conventionele explosieven kunnen daarnaast tot extra uitvoeringskosten leiden, hetgeen gevolgen kan hebben voor de financiële uitvoerbaarheid van het plan. Situatie plangebied Om te bezien of er conventionele explosieven voorkomen in het plangebied is een vooronderzoek conventionele explosieven uitgevoerd (Vooronderzoek CE Urk Domineesweg, AVG, 20 december 2018, Bijlage 16). Op basis van de beoordeelde feiten van het vooronderzoek is geconcludeerd dat er indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van conventionele explosieven. De volgende gevechtshandelingen / conventionele explosieven gerelateerde handelingen hebben in en nabij het onderzoeksgebied plaatsgevonden: Het neerkomen van afwerpmunitie en brandbommen.

De volgende conventionele explosieven kunnen mogelijk in het onderzoeksgebied worden aangetroffen: Afwerpmunitie, 1000 lb. Brandbommen, 30 lb. Het onderzoeksgebied is gedeeltelijk verdacht op conventionele explosieven. Het betreft de noordoostelijke hoek van het plangebied. Geadviseerd wordt deze conventionele explosieven op te sporen. Daartoe is een projectplan opgesteld welke tot uitvoering wordt gebracht (zie Bijlage 17 voor verdachte locaties). Op 5 augustus 2020 heeft een eerste verkenning plaatsgevonden. De verwachte ondiepere objecten (rode puntjes (handmatig benaderen) in Bijlage 17) zijn daarbij handmatig benaderd. Daarbij zijn geen noemenswaardige vondsten gedaan. Op het moment dat het gebied benaderbaar is voor machines zullen de verwachte diepere objecten machinaal benaderd worden. Conclusie Mogelijk aanwezige conventionele explosieven in de bodem worden opgespoord en indien mogelijk verwijderd/vernietigd. Hiermee wordt de ondergrond veilig begaanbaar voor ontwikkelingen in het plangebied.

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

65

5.14

Kabels en leidingen

Beleidskader Kabels en leidingen kunnen een belemmering vormen waar in de planontwikkeling rekening mee gehouden dient te worden. Situatie plangebied In het plangebied ligt een ruimtelijk relevante hoogspanningsleiding afkomstig van de windturbines in het plangebied. Deze is met een bijhorend beschermingsregime opgenomen op de verbeelding en in de planregels. Liander is voornemens een regelstation te realiseren op het bedrijventerrein. Dit regelstation is middels een aanduiding met bijhorende regeling opgenomen in het bestemmingsplan. Conclusie De ruimtelijk relevante leidingen worden beschermd en vormen daarmee geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

5.15

Duurzaamheid

Beleidskader In 2015 sloten 194 landen het Klimaatakkoord van Parijs, waarin is afgesproken om de uitstoot van schadelijke broeikasgassen voor 2050 met 100% te reduceren ten opzichte van het jaar 1990. Ook is afgesproken om de opwarming van de aarde te beperken tot minder dan twee graden Celsius. Het nationale pakket aan afspraken en maatregelen door de regering is gepresenteerd in het Klimaatakkoord, dat op 28 juni 2019 het licht zag. De gemeente Urk heeft dit vervolgens vertaald naar een Duurzaamheidsvisie voor de gemeente Urk, waarin beschreven wordt welke bijdrage de gemeente Urk wil leveren aan het bereiken van de landelijke doelstellingen. Situatie plangebied Voor Port of Urk – Binnendijks bedrijventerrein vinden we dat we vanuit goed rentmeesterschap de inrichting van dit terrein op een voor de aarde/het landschap zorgvuldige wijze moeten realiseren. Bij de uitwerking van de plannen is gestreefd naar de ontwikkeling van een zo duurzaam mogelijk bedrijventerrein, waarbij we zeker als gemeente het goede voorbeeld willen geven. Aan de hand van de thema's Energie, Circulaire economie, Klimaatadaptatie en Mobiliteit wordt de ambitie van het bedrijventerrein toegelicht. Energie Vanuit de stikstofberekening blijkt dat een aardgasloos bedrijventerrein de enige optie is om de ontwikkeling door te kunnen laten gaan.

Dit betekent dat de gemeente Urk naar een alternatief moet zoeken voor warmte. Met stakeholders wordt nog gezocht naar een systeem voor de warmtevoorziening. Naast een systeem die de duurzaam opgewekte warmte voor bedrijven levert, is energiebesparing een heel belangrijk onderdeel. Wat namelijk niet verbruikt wordt, hoeft ook niet opgewekt te worden. Daarom is het de wens dat de bedrijven op het binnendijks bedrijventerrein energieneutraal worden. Denk hierbij na over de bedrijfsvoering, hoe kan het proces zo ingericht worden dat er zo min mogelijk (nieuwe) energie nodig is? Of kun je bijvoorbeeld zonnepanelen op het dak plaatsen, wat zorgt voor de eigen energiebehoefte? Hiervoor is in ieder geval een constructie van het dak nodig die sterk genoeg is om zonnepanelen (op termijn) te kunnen plaatsen. Zie je zelf geen kans om zonnepanelen op het dak te plaatsen biedt dan de kans om andere partijen de kans te bieden via collectieve lokale initiatieven zonnepanelen te plaatsen. Circulaire economie De insteek is dat de gemeente het gebruik van primaire grondstoffen zoveel als mogelijk beperkt. De regels voor materiaalgebruik staan beschreven in het Bouwbesluit en geeft de gemeente slechts beperkt

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

66

de ruimte om hier verdere invulling aan te geven. Voor de inrichting van de openbare ruimte is het de insteek om het goede voorbeeld te geven op het gebied van circulariteit. Via bewustwording streven wij er binnen deze ontwikkeling naar om het gebruik van primaire bouwstoffen te beperken. Daarnaast is het ook heel belangrijk dat de bouw rekening houdt met de herbruikbaarheid van materialen op langere termijn. Vandaar dat richting ontwikkelaars aandacht gevraagd zal worden voor uitneembaarheid van materialen (demontabel bouwen), maar ook registratie van de materialen. Hiervoor dient bij het ontwerp al rekening gehouden te worden met circulair bouwen. Dit zijn hele mooie stappen om in de toekomst het hergebruik mogelijk te gaan maken. In de openbare ruimte willen wij ook rekening houden met de toepassing van hergebruikte materialen bij nieuwe gebouwen en grond-, weg- en waterbouw. Klimaatadaptatie De gevolgen van klimaatverandering zijn ook in Nederland merkbaar. Extreme neerslag komt nu al duidelijk meer voor dan in de jaren vijftig en ook hittegolven dienen zich vaker aan. Nederland moet daarom adaptief inspelen op veranderende inzichten en ontwikkelingen in het klimaat. Dit geldt zeker voor nieuw te ontwikkelen gebieden. Voor dit bedrijventerrein is het de insteek om deze klimaatrobuust te ontwikkelen.

Dit betekent dat bij extreem weer de schade aan gebouwen, infrastructuur of vitale functies zoveel mogelijk beperkt blijft. De aanpak bij klimaatadaptatie richt zich op vier onderdelen, namelijk; wateroverlast, droogte, hittestress en het beperken van de gevolgen van overstromingen. Voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein is een stresstest uitgevoerd om te zorgen dat er bij het ontwerp al over wordt nagedacht. Belangrijk aspect daarbij is het voorkomen van het volledig verharden van de buitenruimte. Doormiddel van bewustwording en het opnemen van maatregelen in dit bestemmingsplan wordt hier aandacht voor gevraagd. Daarnaast is het wenselijk om waterberging zo veel als mogelijk op eigen terrein te faciliteren, hierdoor wordt bij extreme regenval de kans op overlast kleiner. Omdat het vollopen van kelders niet wenselijk is, is in dit bestemmingsplan het bouwen van laaddocks onder maaiveld uitgesloten. Andere klimaatadaptieve maatregelen die toegejuicht worden zijn; vegetatiedaken, half verhard parkeren, opvang van regenwater voor hergebruik op eigen perceel of in het pand en het planten van bomen op eigen perceel. Mobiliteit Vervoer van mensen en goederen zorgt voor circa 20% van de totale CO2-uitstoot van Nederland. Mobiliteit is dan ook een belangrijk thema in het Klimaatakkoord. Urk wil emissieloze mobiliteit stimuleren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=fb3bd690-a49c-4b9b-b20b-65d2f36f331a