CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bpl.pdf

Gemeenteraad 18 februari 2021, gemeente UrkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan, exploitatieplan en beeldkwaliteitsplan Port of Urk - binnendijks bedrijventerrein29.722 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Een internetwinkel waar alleen een elektronische transactie tot stand komt; 2. Een internetwinkel met opslag– en verzendfunctie; 3. Een internetwinkel met (beperkte) afhaal- en afrekenmogelijkheid; 4. Een internetwinkel met afhaalmogelijkheid en de mogelijkheid de goederen ter plaatse te passen

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

27

en/of bekijken. Toepasbaarheid Internetwinkels in categorie 3 en 4 passen niet op een bedrijventerrein. Derhalve zijn alleen internetwinkels in categorie 1 en 2 op het bedrijventerrein toegestaan. Deze internetwinkels zijn enkel toegestaan via een afwijkingsbevoegdheid om zo controle te kunnen houden op de omvang en invloed op de omgeving van deze internetwinkels. 4.4.5 Nota economisch beleid 2012 - 2020 Urk heeft een sterke economie en wil deze ook sterk houden. De nota Economisch beleid is richtinggevend voor het scheppen van de juiste randvoorwaarden om te komen tot economische structuurversterking voor Urk. Het vormt een visie op het beleidsterrein economische zaken met een doorkijk naar de toekomst, welke doelstellingen daaraan gekoppeld zijn en hoe men dit wil bereiken. De nota kent een uitvoeringsprogramma, waarin negen strategische speerpunten en bijbehorende activiteiten zijn opgenomen. De focus van het economische beleid van Urk ligt op het behouden van en versterken van de totale visserijketen en het stimuleren van de sectoren maritiem, zakelijke dienstverlening, zorg en toerisme en recreatie. Het uiteindelijke doel van het economisch beleid is zoveel mogelijk banen creëren. Hiervoor is samenwerking nodig binnen het bedrijfsleven onderling, maar ook tussen gemeente, bedrijfsleven en onderwijs.

Verder dienen er ruimtelijke keuzes gemaakt te worden om de noodzakelijk ruimtelijke randvoorwaarde te creëren voor het verbeteren van het vestigingsklimaat van de maritieme sector, zakelijke dienstverlening, zorg en toerisme en recreatie. Onderdeel van het uitvoeringsprogramma Economisch Beleid is het realiseren van een aantal harde vestigingsvoorwaarden voor de maritieme sector en zakelijke dienstverlening, zoals het aanwezig zijn van maritieme infrastructuur en informele werklocaties. Andere speerpunten die de nota aangeeft vallen meer onder de “zachte” vestigingsvoorwaarden zoals aanwezigheid van goed opgeleid arbeidspotentieel, investeren in kennis(clustering), intensiveren van de contacten met het bedrijfsleven, investeren in samenwerking en het economisch laden van het merk Urk. Toepasbaarheid Het bedrijventerrein wordt met name ontwikkeld voor de visserij- en maritieme sector. Het bestemmingsplan biedt flexibiliteit in de inrichting van het plangebied. Het bedrijventerrein doet hiermee gestand aan het doel van het economisch beleid; werkgelegenheid creëren en verbeteren van het vestigingsklimaat). 4.4.6 Beleidsnota Visserij 2012 - 2020 Vis en Urk zijn met elkaar verbonden. De visverwerkende industrie genereert de meeste banen op Urk en is samen met de visserij belangrijk voor onze economie.

Om die reden zal de gemeente Urk zich blijvend inspannen om in Den Haag en binnen Europa te wijzen op de moeilijke omstandigheden waarin de visserij zich vandaag de dag staande moet houden. Alle betrokken partijen dienen de handen ineen te slaan. Urk moet op basis van consensus werken aan een proactief beleid binnen de visserij. De vastgestelde nota Visserij wil door middel van aanbevelingen graag één en ander in goede banen leiden. In dat kader zullen in overleg met alle betrokkenen binnen de sector perspectieven worden geschetst. Toepasbaarheid Met de realisatie van dit bedrijventerrein wordt ruimte geboden aan bedrijven in de visserijsector. Daarmee blijft Urk zich inzetten voor deze sector. 4.4.7 Visie parkeren / Notitie parkeernormen Urk Op basis van de visie moeten parkeervoorzieningen op het bedrijventerrein worden gerealiseerd op eigen terrein. Consequentie is dat bij iedere aanvraag van een omgevingsvergunning wordt gekeken of er voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn. Zijn er onvoldoende parkeerplaatsen, dan wordt de omgevingsvergunning in beginsel geweigerd. Op basis van de Visie parkeren gelden voor bedrijventerreinen de volgende uitgangspunten: 1. Parkeren, laden en lossen vindt in principe plaats op eigen terrein. 2. Bedrijven moeten parkeergelegenheid op eigen terrein realiseren overeenkomstig de parkeernormen uit Notitie Parkeernormen Urk.

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

28

3. Ten westen van de Westwal (het oudere gedeelte van het bestaande bedrijventerrein) wordt, voor zover het geen problemen veroorzaakt, het parkeren, laden en lossen op de rijbaan geaccepteerd. 4. Op de hoofdroutestructuur van het bedrijventerrein is het parkeren op de rijbaan niet toegestaan. Toepasbaarheid De uitgangspunten uit de visie en de notitie zijn vertaald in beleidsregels die in dit bestemmingsplan van toepassing zijn verklaard. De beleidsregels zijn apart van het bestemmingsplan raadpleegbaar. 4.4.8 Beleidsregels jeugdhonken Op 12 december 2018 heeft het college de beleidsregels Jeugdhonken Urk 2019 vastgesteld welke in werking is getreden op 14 maart 2020. De Jeugdhonken zijn een aandachtspunt in het alcoholbeleid van het kabinet. Enerzijds hebben jeugdhonken een positieve sociale functie. Anderzijds laat het gebruik van jeugdhonken ook het alcoholgebruik onder jongeren zien, die zorgelijk kan zijn. Als gemeente hebben wij hier het beste zicht op wat lokaal speelt en willen daarbij de regie op de jeugdhonken houden. De gemeente zet in op een meer faciliterende rol. Betrokkenen (ouders, jongeren en (mede)eigenaren van bedrijfspanden) bij jeugdhonken zijn zelf verantwoordelijk voor veilig gebruik van jeugdhonken en een gezonde leefstijl in de jeugdhonken.

Vanuit de gemeentelijke regiefunctie en tevens ter ondersteuning wordt structureel ingezet op preventie, met nadrukkelijk aandacht voor toezicht en handhaving. Toezichthouders vanuit de gemeente bezoeken vanaf medio 2015 elke zaterdagavond (indien nodig meerdere keren per avond) alle jeugdhonken en spreken bezoekers van jeugdhonken aan op vormen van overlast. Hierbij is er in ieder geval aandacht voor geluidsoverlast, verkeersoverlast, glas op straat, wildplassen, overmatig alcoholgebruik etcetera. De toezichthouders staan in nauw contact met de politie, zodat snel opgeschaald kan worden als daartoe noodzaak bestaat. Het college heeft beleidsregels inclusief criteria vastgesteld om zo, mede vanuit juridisch advies, te kunnen handhaven op jeugdhonken die niet voldoen aan deze beleidsregels. Hiermee zijn de drie taakgebieden preventie, toezicht en handhaving op jeugdhonken structureel geborgd. De gemeente heeft zich op het standpunt gesteld dat wordt afgezien van handhavend optreden bij jeugdhonken, als zij voldoen aan de beleidsregels en daarbij behorende bepalingen. Wordt niet voldaan aan deze regels, dan worden sancties opgelegd. Een belangrijk onderdeel van deze beleidsregels zijn criteria, waaraan elk jeugdhonk moet voldoen.

Deze criteria zijn onderdeel van een convenant welke door de 18+ contactpersonen en/of aanspreekpunten van jeugdhonken (eigenaar bedrijfspand en jongeren die het jeugdhonk runnen) moeten worden ondertekend: 1. Er moet sprake zijn van een besloten karakter; 2. Uitsluitend toegankelijk voor personen van 16 jaar en ouder (legitimatieplicht); 3. Kleinschalig (maximaal 1 persoon per m² netto vloeroppervlak, met een maximum van 25 personen); 4. Geen commerciële bedrijfsvoering zoals bijvoorbeeld de verkoop van (non)alcoholische dranken en/of etenswaren, openbare uitnodigingen enzovoort; 5. Geen verstoring van de openbare orde (geen overlast veroorzaken aan derden); 6. Geen handel in en gebruik/bezit van drugs in (de directe omgeving van) het jeugdhonk; 7. Bepalingen met betrekking tot brandveiligheid en vluchtwegen moeten in acht genomen zijn op grond van het geldende Bouwbesluit; 8. Het gebruik als jeugdhonk is altijd ondergeschikt aan de bedrijfsmatige activiteiten in en op de locatie van het bedrijfspand. Een bedrijfspand in hoofdzaak of uitsluitend gebruiken als jeugdhonk is niet toegestaan; 9. Er mogen geen personen in kennelijke staat van dronkenschap in een jeugdhonk aanwezig zijn; 10. Er is een registratieplicht voor de 18+ contactpersonen/aanspreekpunten van het bedrijfspand/jeugdhonk.

De contactgegevens van de eigenaar van het bedrijfspand en de jongeren die het jeugdhonk runnen moeten bekend zijn. Tijdens opening van het jeugdhonk moet één van de jongeren die het jeugdhonk runnen aanwezig zijn; 11. Te allen tijde wordt toegang verleend aan toezichthouders; 12. Nieuwe en bestaande jeugdhonken mogen niet geopend worden voordat deze criteria als onderdeel van het convenant ondertekend zijn door de eigenaar van het bedrijfspand en de jongeren die het jeugdhonk runnen.

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

29

Toepasbaarheid Het jeugdhonkbeleid wordt ook op het bedrijventerrein getoetst en gehandhaafd. 4.4.9 Beleidsregel bedrijfsverzamelgebouwen en unitbouw De Beleidsregel bedrijfsverzamelgebouwen en unitbouw is op 12 december 2017 vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. In het verleden werd de bouw en realisatie van bedrijfsverzamelgebouwen en unitbouw planologisch slechts toegestaan met een binnenplanse ontheffing. Sinds 2008 wordt geen toepassing meer gegeven aan deze binnenplanse ontheffing. Vanuit de markt is meer vraag naar bedrijfsverzamelgebouwen en unitbouw, zodat hierop beleid is vastgesteld waaraan getoetst kan worden bij een aanvraag voor afwijking van het bestemmingsplan bij verlenen van een omgevingsvergunning. De achterliggende gedachte hierbij is dat nadelige ruimtelijke effecten van een dergelijke ontwikkeling zoveel mogelijk beperkt kunnen worden. Beleidsmatig kan voor het toestaan van bedrijfsverzamelgebouwen onder voorwaarden afgeweken worden van het bestemmingsplan. De belangrijkste toevoeging is dat het gebruik van het bedrijfsverzamelgebouw naar aard, omvang en ruimtelijke uitstraling moet passen en niet mag leiden tot onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. Ook dienen er minimaal 2 afzonderlijke en zelfstandige bedrijven gevestigd te zijn in het gebouw.

Bij unitbouw is de belangrijkste toevoeging, dat aanvragen voor unitbouw als één geheel in behandeling moeten worden genomen. Daarnaast mag er per unit slechts 1 beroep/bedrijf worden uitgevoerd en gevestigd. Er geldt een minimale bedrijfsvloeroppervlak van 200 m² op de begane grond en het is niet toegestaan meer dan 3 units aaneen te realiseren. Toepasbaarheid Bedrijfsverzamelgebouwen en unitbouw zijn bij recht niet toegestaan op het bedrijventerrein. Indien bij een omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening afgeweken wordt van deze regeling, dient getoetst te woren aan de beleidsregel bedrijfsverzamelgebouwen en unitbouw en dient derhalve voldaan te worden aan de hierboven genoemde voorwaarden. 4.4.10 Handhavingsbeleid 2016 - 2020 Hoe te handhaven is beleidsmatig vastgelegd in de nota Handhavingsbeleid gemeente Urk 2016-2020. Het uitgangspunt bij de gemeente is dat overheid en de samenleving een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de naleving van de wet- en regelgeving om de fysieke leefomgeving schoon, veilig en leefbaar te houden. De eerste verantwoordelijkheid voor naleving ligt bij de gebruikers van de fysieke leefomgeving. Wordt deze verantwoordelijkheid niet genomen dan is de overheid aan zet.

Het accent van het handhaving zal liggen op de preventie, zodat zo min mogelijk een beroep gedaan hoeft te worden op de handhavingsinstrumenten. Bij het constateren van een overtreding zal in eerste instantie worden gekeken of legalisatie tot de mogelijkheden behoort. Is dit niet het geval dan zal doortastend handhavend worden opgetreden. De gemeente Urk hanteert bij handhaving de volgende uitgangspunten: Voorlichting en preventie waar het kan, handhaving waar nodig; Burgers, bedrijven en verenigingen zijn primair zelf verantwoordelijk voor naleving. Regie handhaving ligt bij de gemeente; Belonen van goede naleving, daadkrachtige aanpak slechte naleving; Handhaving voldoet aan de wettelijke eisen; Afspraken met handhavingspartners in de regio worden nageleefd; Handhaving wordt zoveel mogelijk integraal opgepakt. Het gemeentelijk handhavingsbeleid is voor wat betreft de fysieke leefomgeving van toepassing op de handhavingstaken op grond van Wabo, APV, AVS, winkeltijden, marktverordening, DHW, Wet kinderopvang, Opiumwet en jeugdhonken. De taken op het gebied van milieu zijn overgedragen aan de OFGV Het OFGV heeft hiertoe een utivoeringskader opgesteld.

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

30

Toepasbaarheid Op dit bestemmingsplan wordt het hierboven genoemde beleid nageleefd.

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

31

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

32

Hoofdstuk 5

5.1

Omgevingsaspecten

Ladder voor duurzame verstedelijking

Beleidskader Besluit ruimtelijke ordening Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen heeft het Rijk een 'ladder' voor duurzame verstedelijking in het leven geroepen (gebaseerd op de 'SER-ladder'). Deze ladder is als motiveringseis voor stedelijke ontwikkelingen, opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met het doorlopen van de 2 treden van de ladder wordt stilgestaan bij het nut en de noodzaak van het nieuwe project en het eventuele ruimtebeslag dat daarmee gepaard gaat. De definitie voor een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1, lid 1, Bro) luidt als volgt: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. De definitie van bestaand stedelijk gebied (artikel 1.1.1., lid 1, Bro) luidt als volgt: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.

Situatie plangebied Ter bepaling van het definitieve programma voor het bedrijventerrein is een ladderonderzoek voor duurzame verstedelijking uitgevoerd (Ladderverkenning binnendijks bedrijventerrein, Stec groep, 29 november 2019, Bijlage 2). Buiten de ladder, blijkt uit een eerste verkenning dat Urk een ontwikkeling doormaakt die bovengemiddeld is ten opzichte van haar omgeving en de rest van Nederland. Over de laatste jaren is er sprake geweest van een bovengemiddelde werkgelegenheidsgroei en bevolkingsgroei, en de werkloosheid is er lager dan gemiddeld. Veel bedrijven zijn ge- of verbonden met de lokale gemeenschap en met andere lokale bedrijven. Er is een sterke clustervorming van visserij- en maritieme clusters. Al enkele jaren is er sprake van een ruimtetekort om bedrijven te huisvesten of uit te laten breiden. Bestaande terreinen worden 'overintensief' gebruikt. Dit alles maakt dat de gemeente inmiddels al beschikt over een leadlijst voor meer dan 30 hectare bedrijvigheid. De marktregio van de ontwikkeling is het 'zoekgebied' waarbinnen voor de ladder vraag en aanbod tegen elkaar af moeten worden gewogen. Voor alle functies wordt verwacht dat die primair de gemeente Urk omvat, met uitzondering van perifere detailhandel. Voor perifere detailhandel is het aannemelijk dat in ieder geval ook de eventuele effecten in de gemeente Noordoostpolder meegewogen moeten worden.

Behoefte Voor drie verschillende functies is een taxatie gemaakt van de behoefte – gedefinieerd als vraag minus het harde planaanbod – tot en met 2040. De totale getaxeerde behoefte voor Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein in deze periode bedraagt 26,1 tot 60,2 hectare, opgebouwd uit: 24,2 tot 56,4 hectare bedrijfsruimte; 1,9 tot 3,3 hectare voor een truckparking (inclusief voorzieningen); beperkte behoefte van maximaal 4.500 m2 voor perifere detailhandel. Onder bedrijfsruimte vallen de sectoren bouw, handel en reparatie, consumentendiensten, dienstverlening, industrie, landbouw en logistiek en groothandel. Opvallend is dat de behoefte vrijwel dezelfde omvang heeft als de vraag; er is op dit moment namelijk

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

33

vrijwel geen planaanbod beschikbaar. Het enige aanbod omvat het nog te ontwikkelen gebied Zeeheldenwijk (voorheen Schokkerhoek), waar enkele hectare grond beschikbaar komen voor kleinere, lichtere bedrijven in milieucategorie 1 en 2, en (onder andere) perifere detailhandel. De toekomstige ruimtevraag komt voor een belangrijk deel (60-65%) ook uit de industrie en logistiek, beide overigens met name visserij- en maritiem gerelateerd. Omdat de huidige Urker bedrijventerreinen 'overintensief' gebruikt worden, er beperkte mogelijkheden zijn voor bedrijven om zich elders in de marktregio te vestigen en omdat de huidige leadslijst al lang is, kan gesteld worden dat het aanhouden van de bovenkant van de bandbreedte (42 tot 60 hectare) reëel is. Planregeling In dit bestemmingsplan is 68,8 hectare van rechtswege bestemd als 'Bedrijventerrein'. Omdat er binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' niet alleen ruimte is voor bedrijven, maar ook voor het onderliggend wegennet en openbaar gebied, wordt ervan uitgegaan dat maximaal 87,5 % van de oppervlakte uitgeefbaar is voor bedrijven. Hiermee is van rechtswege ruimte voor maximaal 60,2 hectare bedrijventerrein (inclusief truckparking en perifere detailhandel). Het bedrijventerrein is overwegend bestemd voor visserij en maritieme bedrijvigheid.

Andere bedrijvigheid dan visserij en maritieme bedrijfsactiviteiten is toegestaan middels een afwijking van de gebruiksregels. Voorwaarde voor het afwijken is dat voldaan wordt aan de Visie Werklocaties Noordelijk Flevoland. Op deze manier kan bij vergunningverlening getoetst worden of een bedrijf afkomstig is van Urk. Hiermee wordt voldaan aan de gemaakte afspraken tussen de gemeenten Urk en Noordoostpolder. Onderdeel van deze afspraken is dat zich op het bedrijventerrein enkel visserij en maritieme bedrijvigheid én bedrijvigheid afkomstig van Urk mag vestigen. Dit ter voorkoming van concurrentie met bedrijventerreinen in de gemeente Noordoostpolder. De afwijkingsbevoegdheid mag worden toegepast op in totaal maximaal 24 hectare (40%) netto bedrijventerrein, om voldoende ruimte te behouden voor de berekende behoefte van minimaal 60% tot 65% aan maritieme en visserij gerelateerde bedrijvigheid. Overeenkomstig de uitkomsten van het onderzoek zijn binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' een truckparking met voorzieningen toegestaan van maximaal 3,3 hectare groot en mag maximaal 4.500 m2 aan perifere detailhandel worden gevestigd. Naast een bestemming 'Bedrijventerrein' is een bestemming 'Agrarisch' opgenomen. Binnen deze bestemming is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de gronden te wijzigen in de bestemming 'Bedrijventerrein'.

Deze gronden mogen niet eerder gewijzigd worden dan dat middels een ladderonderzoek is aangetoond dat er behoefte bestaat aan deze bedrijvigheid. Conclusie Uit het (concept) ladderonderzoek is gebleken dat behoefte bestaat aan maximaal 60,2 hectare bedrijvigheid, waaronder maximaal 3,3 hectare truckparking (met voorzieningen) en maximaal 4.500 m2 aan perifere detailhandel. Met dit bestemmingsplan is maximaal 68,8 hectare bruto / 60,2 hectare netto rechtstreeks bestemd als 'Bedrijventerrein'. Binnen het bestemmingsplan is ruimte voor maximaal 3,3 hectare truckparking en 4.500 m2 perifere detailhandel. Extra bedrijvigheid is enkel toegestaan middels een wijzigingsbevoegdheid waarbij aangetoond dient te worden dat er behoefte bestaat aan deze bedrijvigheid. Hiermee voldoet dit bestemmingsplan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

5.2

Milieueffectrapportage

Wettelijk kader Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor, of een besluit neemt over, projecten met grote milieugevolgen een milieueffectrapportage te doorlopen (gesloten spoor). Onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. (de 'C-lijst') geeft de aard en omvang van dergelijke

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

34

projecten. Van andere projecten moet het bevoegd gezag beoordelen of deze projecten belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben (m.e.r.-beoordeling). Deze projecten staan in onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. (de 'D-lijst'). Hierbij geldt sinds de aanpassing van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 de omvang als richtwaarde en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen zodra een project één of meer van de beschreven activiteiten in Onderdeel D bevat, ongeacht de omvang van deze activiteiten. Deze toets, de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling, dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van de projecten, plaats van de projecten en kenmerken van het potentiële effect. Het mag duidelijk zijn dat wanneer een project ruim beneden de omvang uit de bijlage van het Besluit m.e.r. blijft, deze beoordeling beknopt kan zijn. Als blijkt dat aanzienlijke nadelige milieugevolgen niet zijn uit te sluiten, is alsnog een volledige m.e.r.-beoordeling of m.e.r.-procedure nodig. In afbeelding 5.1 zijn bovenstaande regels schematisch weergegeven.

Afbeelding 5.1 schematische weergave m.e.r.-(beoordelings)plicht Op basis van artikel 7.6 van de Wet milieubeheer kunnen Provinciale Staten als aanvulling op de 'C-lijst' uit het Besluit m.e.r. in de provinciale milieuverordening (of provinciale omgevingsverordening) extra activiteiten met gevallen, plannen en besluiten aanwijzen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben en dus m.e.r.-plichtig zijn. Provinciale Staten van Flevoland hebben in de Omgevingsverordening Provincie Flevoland geen extra activiteiten met gevallen, plannen en besluiten aangewezen die m.e.r.-plichtig zijn. In aanvulling op het voorgaande is er nog een zijspoor, het open spoor, waardoor een planm.e.r.-plicht kan gelden. Dit is het geval wanneer significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten. Dan geldt de verplichting tot uitvoeren van een Passende Beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming en daarmee de verplichting tot het uitvoeren van een planm.e.r. Onderzoek Het bestemmingsplan Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein is in ieder geval planm.e.r. plichtig omdat: Op het terrein bedrijven met industriële activiteiten worden toegestaan; en omdat De oppervlakte van dit plan groter is dan 75 hectare, namelijk ruim 90 hectare.

De milieueffecten zijn beschreven in een milieueffectrapport (MER) (PlanMER bestemmingsplan Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein, Tauw, 21 oktober 2020, Bijlage 3) en op de aanvulling op het MER (Port of Urk een aanvulling op het planMER, Tauw, 11 januari 2021, Bijlage 4). Alternatieven In het MER zijn twee alternatieven onderzocht: een basisalternatief en een duurzaam alternatief. Basisalternatief In het basisalternatief is onderzocht welke effecten het bestemmingsplan heeft zonder dat er aanvullende maatregelen worden getroffen. Hierbij is uitgegaan van de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan waarbij het bedrijventerrein is aangesloten op gas. Wanneer een knelpunt wordt geconstateerd, wordt hierbij aangegeven welke (soort) maatregelen mogelijk zijn om de kans op een negatief effect zo klein mogelijk te maken. Deze maatregelen kunnen aanleiding vormen om het bestemmingsplan op onderdelen aan te passen en/of de input vormen voor de planregels van het te

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

35

zijner tijd vast te stellen bestemmingsplan. Wat betreft klimaatadaptatie wordt in dit alternatief alleen uitgegaan van het minimaal noodzakelijke. Bijvoorbeeld de verplichte watercompensatie bij toename van verhard oppervlak. Duurzaam alternatief Bij het duurzame alternatief is extra aandacht voor de volgende thema’s: Energietransitie: een gasloos bedrijventerrein. Eventuele restwarmte van de bedrijven inzettenr voor de rest van Urk; alternatieve bronnen voor energieopwekking en tijdelijke opslag van energie. Klimaatadaptatie: onder andere gevolgen voor de waterhuishouding van klimaatverandering. Denk aan zwaardere buien en/of toenemende periode van droogte. Ook wordt gekeken naar mogelijkheden om het gebied zo in te richten dat het is toegerust op de verwachte veranderingen in het klimaat. Bijvoorbeeld met de aanleg van extra groen of wateropvang. Effecten Om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van het bestemmingsplan, zijn beide alternatieven onderzocht op alle relevante milieueffecten. Tabel 5.1 toont de samenvatting van de milieueffectbeoordeling uit het MER. Hierbij is onderscheid tussen het basisalternatief en het duurzaam alternatief. Beide alternatieven zijn voor het vaststellen van de effecten vergeleken met de referentiesituatie waarin de autonome ontwikkelingen op Urk zijn meegenomen.

Tabel 5.1 Samenvatting milieueffectbeoordeling

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

36

Een opvallende beoordeling betreft het thema verkeer. Dit thema scoort in beide alternatieven negatief tot zeer negatief door de grote toename in verkeer.

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

37

De negatieve beoordeling van beide alternatieven op gevelbelasting door industrielawaai en wegverkeerslawaai hangt samen met deze verkeerstoename. De aanleg van industrie en daarmee stationaire emissies op het bedrijventerrein veroorzaakt een negatief effect op de luchtkwaliteit. In het duurzame alternatief blijft de uitstoot van fijnstof beperkt door het gebruik van groene energiebronnen. Geurhinder wordt in beide alternatieven neutraal beoordeeld. Dit komt door het hanteren van geurzones op voldoende afstand tot gevoelige functies buiten het bedrijventerrein en de toepassing van maatregelen om geurhinder te voorkomen. Het thema gezondheid is opgebouwd uit meerdere criteria die netto leiden tot een negatief effect voor het basisalternatief en een neutraal effect voor het duurzame alternatief. Het verschil zit in de meer groene en waterrijke inrichting van het bedrijventerrein in het duurzame alternatief. De ontwikkeling van het bedrijventerrein heeft geen effect op Natuurnetwerk Nederland maar mogelijk wel op beschermde soorten in het plangebied. Een negatief effect op stikstofdepositie en Natura2000 is in het duurzame (en gasloze) alternatief uitgesloten maar zal in het basisalternatief wel optreden. De landschappelijke waarden van een open polder met zichtbare verkaveling worden door de aanleg van het bedrijventerrein verstoord en daarom negatief beoordeeld.

De gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde worden voor het basisalternatief negatief beoordeeld en in het duurzame alternatief volgt netto een neutrale beoordeling. Door de aantasting van het historische verkavelingspatroon worden zowel de basisvariant als duurzame variant als negatief beoordeeld voor het effect op cultuurhistorische waarden. Vanwege de ligging van enkele archeologische vindplaatsen en terreinen met hoge archeologische verwachting is de kans op aantasting van archeologische waarden bij realisatie van het bedrijventerrein aanwezig waardoor hier een negatieve beoordeling volgt. De ontwikkeling van het bedrijventerrein heeft een grotendeels neutraal effect voor het thema bodem en water. Het toegenomen verhard oppervlak wordt namelijk ruimschoots gecompenseerd door waterpartijen en er wordt geen bodemverontreiniging verwacht. Ook heeft de ontwikkeling van het bedrijventerrein geen impact op de waterveiligheid omdat de dijk en haar beschermingszones niet aangetast worden. Bij het thema klimaat en duurzaamheid scoort het basisalternatief (zeer) negatief vanwege de toename van fossiel energiegebruik waarmee niet wordt bijgedragen aan de klimaat- en energiedoelstellingen van Urk. Het duurzame alternatief scoort hier positief vanwege de extra inspanningen en verplichtingen voor gebruik van hernieuwbare energiebronnen en klimaatadaptatie.

Het bestemmingsplan staat bij rechte geen activiteiten in de zin van het Bevi toe. Dat betekent dat er geen activiteiten worden toegestaan waarvan bij voorbaat duidelijk is dat deze een nieuwe substantiële risicobron toevoegen aan het plangebied. Daarom worden beide alternatieven hier neutraal beoordeeld voor het thema externe veiligheid. In het slagschaduwonderzoek wordt geconcludeerd dat de bestaande windturbines hinder veroorzaken op het toekomstige bedrijventerrein. Omdat met name personen met beeldschermwerk in een kantoorgebouw de hele dag bij een raam werken, kunnen zij hinder ondervinden van de slagschaduw van windturbines. Het effect van slagschaduw wordt daarom negatief beoordeeld. Maatregelen Uit de effectbeoordeling blijkt dat het duurzame alternatief positiever scoort dan het basisalternatief. Hoewel de scores bij veel beoordelingscriteria ook gelijk zijn, wordt het onderscheid duidelijker bij de thema’s gezondheid, en duurzaamheid en klimaat. Binnen de andere thema’s scoort het duurzame

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

38

alternatief ook beter op het effect op fijnstof, Natura 2000, ruimtelijke kwaliteit en waterkwantiteit. Het MER wijst uit dat er op planniveau geen belemmeringen zijn voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein. De uitvoering kan pas daadwerkelijk starten als de vergunningen hiervoor aangevraagd en verleend zijn. Daar waar thema's een negatief effect hebben, zijn maatregelen voor handen. Deze maatregelen worden allen uitvoerbaar en acceptabel geacht. Voor zover mogelijk en toegestaan zijn deze maatregelen in dit bestemmingsplan geborgd. Denk daarbij aan het aardgasvrij bouwen, het verlenen van hogere grenswaarden geluid, het opnemen van een beschermingsregime voor de aangrenzende waterkering, het vrij houden van de zichtlijn op de dijk en het opnemen van een vergunningenstelsel ten aanzien van archeologische waarden. Overige maatregelen zijn te borgen bij vergunningverlening. Een aandachtspunt is de negatieve impact van het bedrijventerrein op de thema’s verkeer en geluid. Het bedrijventerrein leidt tot een toename in verkeer waardoor bereikbaarheid, verkeersveiligheid en geluidsoverlast negatief worden beïnvloed. Uit het verkeerskundig onderzoek is gebleken dat de flankerende infrastructuur in de omgeving van het plangebied op een aantal punten op termijn tekort zal schieten.

Als alle nieuwe ontwikkelingen, samen met voorliggend bedrijventerrein gerealiseerd zijn, wordt verwacht dat er verkeerskundige aanpassingen nodig zijn om een structureel gebrek aan wegcapaciteit te voorkomen. Hiertoe sluiten de gemeenten Urk en Noordoostpolder tezamen met de provincie Flevoland een bestuursovereenkomst om een robuuste oplossing te realiseren in de vorm van een randweg om Urk. Advies Commissie m.e.r. Het planMER is ter toetsing voorgelegd aan de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: Commissie m.e.r.). Op 11 januari 2021 heeft de Commissie m.e.r haar advies uitgebracht (Bestemmingsplan Port of Urk - binnendijks bedrijventerrein, Commissie m.e.r., 11 januari 2021, Bijlage 5) en gepubliceerd. De Commissie m.e.r. signaleert dat in het MER op een aantal punten informatie ontbreekt. De commissie vindt deze informatie wel nodig om het milieubelang volwaardig te kunnen meenemen bij de besluitvorming over het bestemmingsplan. De door de commissie benoemde tekortkomingen hebben betrekking op: De onderbouwing van de locatiekeuze (samenhang met MSNF). Het gebruik van de referentiesituatie en de doorwerking van de verkeersgegevens. De consistentie tussen het MER en het bestemmingsplan. De navolgbaarheid en duidelijkheid van de effectbeoordelingen.

De ontbrekende informatie is opgenomen in de aanvulling op het planMER (Bijlage 4) en waar nodig verwerkt in deze toelichting op het bestemmingsplan. Conclusie Het duurzame alternatief scoort positiever dan het basisalternatief. Het duurzame alternatief wordt dan ook middels dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt.

5.3

Milieuzonering

Beleidskader In mei 2019 heeft de VNG de uitgave Milieuzonering nieuwe stijl gepubliceerd. Deze is toegepast in dit bestemmingsplan. De tot op heden veel gebruikte VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (2009) gaat uit van een indeling van bedrijven in milieucategorieën met bijbehorende richtafstanden tot een rustige woonwijk en gemengd gebied. In een Staat van bedrijfsactiviteiten zijn bedrijven aan de hand van de SBI-code ingedeeld in een milieucategorie. De milieucategorie en de daarbij behorende richtafstand geven een eerste indicatie van de benodigde afstand tot wonen, maar ook niet meer dan dat. In de praktijk is al vaak gebleken dat de werkelijk

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

39

benodigde milieuruimte van een bedrijf flink kan afwijken van de richtafstand: deze kan zowel groter zijn als kleiner. Dit is één van de redenen dat de VNG besloten heeft de huidige VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering niet meer te actualiseren. Naar de mening van de VNG is deze uitgave niet geschikt voor toepassing onder het nieuwe stelsel van de Omgevingswet. Daarom heeft de VNG de uitgave Milieuzonering nieuwe stijl gepubliceerd. Milieuzonering nieuwe stijl anticipeert op de integratie van milieu en ruimte in de Omgevingswet en gaat uit van de beschikbare milieuruimte voor een bedrijf, zonder verwijzing naar een Staat van bedrijfsactiviteiten met richtafstanden op basis van de SBI-code. De methodiek is veel flexibeler dan de traditionele bedrijven en milieuzonering, omdat: 1. er geen discussie meer is of een bepaald bedrijf wel of niet is genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, immers er is geen bedrijvenstaat meer; 2. een bedrijf niet 'vast' zit aan een bepaalde milieucategorie met bijbehorende richtafstand. Als een bedrijf minder milieuruimte nodig heeft is plaatsing in een andere zone zonder specifieke omgevingsvergunning goed mogelijk. Bijkomend voordeel van de nieuwe sytematiek is dat de woonomgeving beter beschermd wordt tegen geluid- en geuroverlast.

Anders dan bij de huidige systematiek gelden er namelijk concrete milieunormen op een afstand van 30 of 50 meter van de terreingrens van het bedrijf, naast de normen op grond van het Activiteitenbesluit die gelden op de gevels van woningen. Gebruiksruimte In plaats van een milieuzonering aan de hand van zones met oplopende milieucategorieën en een Staat van bedrijfsactiviteiten, krijgt milieuzonering nieuwe stijl vorm door zones die bij grotere afstand tot de woonomgeving voorzien in een oplopende gebruiksruimte voor geluid en geur per bedrijf, zonder een Staat van bedrijfsactiviteiten. De gebruiksruimte van een bedrijf is de milieuruimte die een bedrijf op grond van het bestemmingsplan mag benutten voor het uitoefenen van zijn bedrijfsvoering. Milieuzonering nieuwe stijl limiteert de gebruiksruimte voor geluid en geur per bedrijf. Dus ieder bedrijf krijgt zijn eigen gebruiksruimte. In de nieuwe uitgave wordt gemotiveerd dat het niet nodig is om al in het ruimtelijk spoor concrete milieunormen op te nemen voor veiligheid en stof, ter vervanging van de richtafstanden voor stof en gevaar zoals die in de huidige uitgave Bedrijven en milieuzonering zijn opgenomen. Onderzoek Geluid door bedrijven op het bedrijventerrein De hoeveelheid geluidruimte per bedrijf is afhankelijk van de zone van het bedrijventerrein waarin het bedrijf ligt.

Per zone wordt een standaard geluidruimte per bedrijf toegekend. Hieronder is een voorbeelduitwerking voor het maatgevende thema geluid weergegeven, met de bijbehorende geluidnormen.

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

40

Afbeelding 5.2 Geluidzonering op basis van de milieuzonering nieuwe stijl De zones zijn in de verbeelding vastgelegd, de ligging van de bedrijven niet. Welke norm waar geldt volgt uit de regels in combinatie met de concrete ligging van de grens van het bedrijf (de inrichting). De voor de vier zones gehanteerde afstanden tot een rustige woonwijk en gemengd gebied sluiten aan bij de zones uit de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering, voor respectievelijk de milieucategorieën 2, 3.1, 3.2 en 4.1. Door deze aansluiting is het relatief eenvoudig om de bestaande systematiek met oplopende maximale milieucategorieën te vervangen door de nieuwe systematiek met zones met oplopende geluidruimte. Bovendien blijft het principe van inwaartse zonering en blijven de voordelen daarvan, in termen van efficiënt ruimtegebruik en een goede bescherming van de woon en leefomgeving, op deze manier in stand. In dit bestemmingsplan is een zonering voor geluid met concrete geluidnormen per bedrijf opgenomen conform de nieuwe systematiek van de VNG, waarbij de zonering is opgenomen gerekend vanaf de grens van het plangebied. De eerste 20 meter is zone 1, etc. Geur door bedrijven op het bedrijventerrein Voor geur is een vergelijkbare regeling opgenomen als voor geluid, met normen voor de toelaatbare geur per bedrijf, die gelden op een afstand van 30 of 50 meter van de terreingrens van het bedrijf.

Voor geur zijn 3 zones opgenomen. Het verwerken van vis gaat gepaard met geurhinder. Visverwerkende bedrijven dienen met de voorgenomen zonering te allen tijde middels een geuronderzoek aan te tonen dat zij geen geurhinder veroorzaken. Op basis van expert judgement kan gesteld worden dat visverwerkende bedrijven met het treffen van geurhinderbeperkende maatregelen geen onevenredige geurhinder meer veroorzaken op een afstand van 500 meter. Als er geen vis gedroogd wordt kan zelfs gesteld worden dat er geen

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

41

onevenredige geurhinder zal zijn op een afstand van 200 meter. Binnen de zones voor geur worden er in het bestemmingsplan derhalve twee zones opgenomen, waar de normen voor geur niet gelden voor het verwerken van vis; één zone voor het verwerken van vis met uitzondering van het drogen van vis (vanaf 200 meter) en één zone voor het verwerken van vis inclusief het drogen van vis (vanaf 500 meter). Door in de branche gebruikelijke maatregelen om geurhinder te voorkomen (Bijlage 8), in combinatie met de aangehouden afstanden tot buiten het bedrijventerrein, zal geurhinder buiten het bedrijventerrein door de viswerkende bedrijven voorkomen worden, zodat het niet nodig is daarvoor in het bestemmingsplan geurnormen te hanteren. In de planregels zijn per activiteit de te treffen maatregelen voorgeschreven. Normen en normen De genoemde normen op bedrijventerreinen zijn primair gericht op het afbakenen van de gebruiksruimte en niet op het beschermen van gevoelige objecten. Voor het beschermen van gevoelige objecten gelden eigen normen en regels, op grond van het Activiteitenbesluit of een omgevingsvergunning milieu. Flexibiliteit In de planregels is voor bedrijven de mogelijkheid opgenomen om met een omgevingsvergunning af te wijken van de standaard normen voor geluid of geur. Toegelaten bedrijven Voor de toelating van (bedrijfs-)activiteiten gelden nog de volgende randvoorwaarden: 1.

De gronden zijn bestemd voor de functie bedrijf. Andere functies, zoals zelfstandige kantoren, horeca, detailhandel, benzinesevicestations, worden niet direct toegelaten, dan wel alleen op maat. 2. Andere functies (dan bedrijf) zijn onder bepaalde voorwaarden toegelaten. De voorwaarden zijn onder meer: a. de activiteit draagt bij aan de ambties en doelstellingen van Urk; b. de activiteit leidt niet tot een onaanvaardbare aantasting van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving; c. belangen van derden worden niet onevenredig geschaad. 3. De volgende activiteiten zijn niet toegelaten: a. IPPC-activiteiten in de zin van de Richtlijn industriële emissies (RIE); b. activiteiten in de zin van het Bevi; c. activiteiten in de zin van de Wet geluidhinder; d. milieuvergunningplichtige activiteiten die tevens MER-(beoordelings)plichtig zijn in de zin van het Besluit milieueffectrapportage. Onderzoeksplicht Bij nieuw te vestigen bedrijven moet duidelijk zijn dat kan worden voldaan aan de in de planregels opgenomen normen voor geluid en geur. In de voorbeeldregels van de VNG-uitgave is daarvoor een meldingssystematiek opgenomen. Deze systematiek sluit aan bij de meldingssystematiek uit het Activiteitenbesluit. In de melding moet worden onderbouwd dat kan worden voldaan aan de van toepassing zijnde regels voor geluid en geur. Deze onderbouwing is vormvrij.

De onderbouwing kan beperkt en kwalitatief zijn in eenvoudige situaties, maar ook bestaan uit een volwaardig kwantitatief onderzoek bij meer complexe bedrijven. Het is aan het bevoegd gezag om te beoordelen of de onderbouwing toereikend is. Mocht het bevoegd gezag van oordeel zijn dat de onderbouwing niet toereikend is, en het bedrijf is niet bereid de onderbouwing aan te vullen (wat in de praktijk ongebruikelijk is), dan is in de regels de mogelijkheid opgenomen om met een nadere eis alsnog een geluid- of geuronderzoek af te dwingen. Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in een passend kader voor de toelating van bedrijven, die goed aansluit bij de bedrijvigheid waarvoor Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein is bedoeld.

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

42

5.4

Verkeer

Beleidskader In het belang van een goede ruimtelijke ordening moet sprake zijn van een aanvaardbare afwikkeling van alle soorten verkeer. Bij ruimtelijke planning dienen verkeerskundige aspecten afgewogen te worden, omdat deze van grote invloed zijn op het doelmatig functioneren van verschillende functies. Wanneer nieuwe ontwikkelingen worden gepland, is het van belang te onderzoeken welke effecten dit heeft op de verkeerskundige situatie om zo nodig passende maatregelen te kunnen nemen. Situatie plangebied Ontsluiting Aan de oostzijde wordt het plangebied ontsloten op de bestaande rotonde bij het Ensgat. In de toekomst kan een tweede ontsluiting gerealiseerd worden middels een wijzigingsbevoegdheid. Deze kan gerealiseerd worden aan de westzijde ter hoogte van de watergang langs de Breehorn of iets oostelijk van de Westwal. Dit bestemmingsplan maakt eveneens mogelijk dat er een aansluiting over de dijk gerealiseerd zal worden op de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland aan de westzijde van het plangebied. Op het bedrijventerrein is ruimte om op een flexibele manier erfwegen aan te leggen, naar gelang de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Parkeren Parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein. Derhalve dient er voorzien te worden in voldoende ruimte voor parkeren op eigen terrein.

Dit is verzekerd middels de beleidsregel parkeren die separaat beschikbaar zijn en van toepassing verklaard worden in dit bestemmingsplan. Voor vrachtwagens wordt een truckparking mogelijk gemaakt waar bedrijven op Urk gebruik van kunnen maken, maar ook chauffeurs van elders. Door de ligging ten opzichte van de A6 is deze truckparking goed bereikbaar voor binnen- en buitenlandse chauffeurs. Overnachten is (nog) mogelijk op de truckparking. Domineesweg De ontwikkeling van Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein heeft een effect op de verkeersgeneratie op het bestaande wegennet van de gemeenten Urk en Noordoostpolder en dan met name op de Domineesweg. Dit effect wordt versterkt als gevolg van de autonome groei van Urk, de ontwikkeling van de Zeeheldenwijk door de gemeente Urk en de ontwikkeling van de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland door de provincie Flevoland. De maximale intensiteit van de provinciale weg N352; Domineesweg, is door de provincie Flevoland in haar verkeersbeleid bepaald op 12.000 motorvoertuigen per etmaal. Deze intensiteit zal in de toekomst overschreden worden, mede als gevolg van de vier ontwikkelingen. Derhalve dient er een robuuste oplossing te komen voor de toename van de verkeersintensiteit op de Domineesweg en mede daarmee de bereikbaarheid van Urk. Deze oplossing zal vorm krijgen in een randweg om Urk.

Hiertoe is onderzoek uitgevoerd naar de gewenste uitvoering van de randweg. De gemeenten Urk en Noordoostpolder en de provincie Flevoland erkennen allen de noodzaak van een randweg en de uitkomsten van het onderzoek. Om er zeker van te zijn dat de randweg daadwerkelijk aangelegd zal worden, sluiten de gemeenten Urk en Noordoostpolder tezamen met de provincie Flevoland een bestuursovereenkomst waarin alle relevante afspraken worden vastgelegd om te komen tot de robuuste oplossing in de vorm van een randweg. Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet in een voldoende verkeers- en parkeerstructuur. Ontsluiting is verzekerd en er zijn concrete afspraken gemaakt om de groeiende intensiteit op de Domineesweg in te toekomst terug te dringen. Het bestemmingsplan kan met het oog op het aspect verkeer uitvoerbaar worden geacht.

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

43

5.5

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader Het aspect luchtkwaliteit wordt bij de besluitvorming van ruimtelijke plannen betrokken. In dat kader wordt een plan of ontwikkeling getoetst aan de voorschriften van Titel 5.2 van de Wet milieubeheer. In artikel 5.16, lid 1 van de Wet milieubeheer is bepaald dat bestuursorganen een besluit, dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen nemen wanneer aannemelijk is dat aan één of meer van onderstaande grondslagen wordt voldaan: Er wordt voldaan aan de in bijlage 2 van de Wm opgenomen grenswaarden. Het besluit leidt (per saldo) niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het besluit draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Specifieke uitvoeringsregels zijn vastgelegd in besluiten (AMvB's) en ministeriële regelingen. Het gaat daarbij onder meer om het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, de Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007 en het Besluit gevoelige bestemmingen. Situatie plangebied Om de effecten van het plan ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit in beeld te brengen is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd (Onderzoek luchtkwaliteit Port of Urk - binnendijks bedrijventerrein, Antea Group, 21 oktober 2020, Bijlage 6).

Daarbij zijn de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) uitgerekend op maatgevende beoordelingspunten in en rond het plangebied. NO2 De grenswaarde voor NO2 bedraagt 40 µg/m3. De meest maatgevende toetspunten (hoogste concentraties) zijn weergegeven in tabel 5.2. Hieruit blijkt dat de berekende jaargemiddelde concentraties NO2 onder de grenswaarde liggen. Tabel 5.2 Rekenresultaten NO2

Fijn stof (PM10) De grenswaarde voor PM10 bedraagt 40 µg/m3. De meest maatgevende toetspunten zijn weergegeven in tabel 5.3. Hieruit blijkt dat de berekende jaargemiddelde concentraties PM10 onder de grenswaarde liggen. Tabel 5.3 Rekenresultaten Fijn stof (PM10)

Fijn stof (PM2,5) De grenswaarde voor PM2,5 bedraagt 25 µg/m3. In tabel 5.4 zijn de meest maatgevende toetspunten weergegeven. Hieruit blijkt dat de berekende jaargemiddelde concentraties PM2,5 onder de grenswaarde

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

44

liggen. Tabel 5.4 Rekenresultaten Fijn stof (PM2,5)

Op alle in het onderzoek opgenomen beoordelingspunten wordt voldaan aan de grenswaarden zoals opgenomen in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Hiermee wordt voldaan aan Titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Op alle beoordelingspunten wordt zelfs ruimschoots voldaan aan de grenswaarden. Hiermee kan geconcludeerd worden dat er tevens sprake is van een 'goede ruimtelijke ordening'. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er ruimschoots voldaan wordt aan grenswaarden ten aanzien van luchtkwaliteit. Hiermee is het bestemmingsplan met het oog op het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar.

5.6

Geluidhinder

Wettelijk en beleidskader De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De wet kent een ondergrens, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting lager is dan deze waarde, zijn de voorwaarden die de Wet geluidhinder stelt aan het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen niet van toepassing. Daarnaast is er in de wet een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien de geluidbelasting hoger is dan deze waarde, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen aan beperkingen gebonden en alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt een 'hogere waarde' genoemd ('hoger' in de zin van hoger dan de voorkeursgrenswaarde) en wordt via een formele procedure vastgelegd. Ten aanzien van geluid maken we onderscheid in verkeerslawaai (weg, spoorweg en vaarweg) en industrielawaai. Onder industrielawaai kent het geluid als gevolg van windturbines een eigen plek. Spoorwegverkeerslawaai is in onderhavig bestemmingsplan niet aan de orde en wordt derhalve niet nader behandeld.

Wegverkeerslawaai Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) artikel 74 hebben alle wegen een geluidzone. Uitzondering hierop zijn woonerven en straten met een maximumsnelheid van 30 km/u. De zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of een weg binnen of buitenstedelijk is gelegen. Voor de bepaling van de maximale vast te stellen geluidbelasting houdt de Wet geluidhinder rekening met de ligging van de geluidgevoelige bestemmingen en wordt onderscheid gemaakt tussen stedelijk en buitenstedelijk gebied. Binnen stedelijk gebied gelden over het algemeen minder strenge normen. In het kort komt het er op neer dat het gebied binnen de bebouwde kom behoort tot het stedelijke gebied, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, dat gelegen is binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. In het laatste geval en voor de situatie buiten de bebouwde kom gelden de normen die van toepassing zijn op het buitenstedelijke gebied. Een hoofdweg is, conform deze definitiebepaling van de Wet geluidhinder, altijd gelegen in buitenstedelijk gebied. Indien de geluidbelasting hoger is dan de voorkeurgrenswaarde en maatregelen gericht op reductie van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zijn of als deze overwegende bezwaren van

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

45

stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard ontmoeten, zijn burgemeester en wethouders van de gemeente bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de geluidbelasting. De gevels van geluidgevoelige bestemmingen kunnen ook worden uitgevoerd als een blinde of dove gevel (conform artikel 1b lid 5 van de Wgh). Hiermee vervalt de verplichting om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde, waarbij een kanttekening wordt geplaatst dat de geluidwering van deze gevels ten minste gelijk dient te zijn aan de hoogte van de geluidbelasting minus de maximale binnenwaarde. Ter anticipatie op het steeds stiller worden van motorvoertuigen mag alvorens te toetsen aan de geldende grenswaarden een aftrek worden toegepast op de berekende geluidbelasting. Deze aftrek bedraagt: 2 dB voor wegen waar de maximumsnelheid gelijk is aan of hoger is dan 70 km/uur; 5 dB voor overige wegen. Geluid als gevolg van bedrijven Het beleidskader en de planregeling ten aanzien van geluid door bedrijven op het bedrijventerrein is reeds uitgewerkt in paragraaf 5.3 Milieuzonering. Geluid als gevolg van windturbines Activiteitenbesluit Het geluid dat wordt veroorzaakt door de windturbines kan aan verschillende criteria worden getoetst en beoordeeld.

In beginsel staat in het Activiteitenbesluit een norm voor het jaargemiddelde in de combinatie dag-, avond- en nachtperiode (Lden) en de nachtperiode (Lnight). Het Activiteitenbesluit laat ook ruimte voor het bevoegd gezag om, op basis van lokaal of gebiedsgericht geluidbeleid, bij maatwerkvoorschrift een andere norm vast te stellen. In het Activiteitenbesluit is qua normstelling het volgende opgenomen: Artikel 3.14a 1. Een windturbine of een combinatie van windturbines voldoet ten behoeve van het voorkomen of beperken van geluidhinder aan de norm van ten hoogste 47 dB Lden (combinatie dag-, avond- en nachtperiode) en aan de norm van ten hoogste 41 dB Lnight (nachtperiode) op de gevel van gevoelige gebouwen en bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein. 2. Onverminderd het eerste lid kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift teneinde rekening te houden met cumulatie van geluid als gevolg van een andere windturbine of een andere combinatie van windturbines, normen met een lagere waarde vaststellen ten aanzien van een van de windturbines of een combinatie van windturbines. 3. In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift in verband met bijzondere lokale omstandigheden normen met een andere waarde vaststellen. Daarnaast geldt in de onderhavige situatie dat er twee turbines aanwezig zijn in het plangebied.

Voor gecumuleerd geluid is er geen formeel toetsingskader. Vanuit een goede ruimtelijke ordening wordt hier echter wel op ingegaan. De gecumuleerde geluidsbelasting is vastgesteld conform de methode uit bijlage 4 bij de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. Laagfrequent geluid Een gedeelte van het geluid dat windturbines produceren heeft een frequentie van 4-100 Hz en wordt daarom geclassificeerd als laagfrequent geluid. Uit zienswijzen op eerdere windprojecten is gebleken dat de vrees bestaat dat laagfrequent geluid mensen ziek maakt en dat de Nederlandse geluidsnorm onvoldoende bescherming biedt, omdat bij de vaststelling van de voor windturbinegeluid geldende norm van 47 dB op basis van Lden met deze informatie geen rekening zou zijn gehouden. Om deze reden heeft de Staatssecretaris van I&M een brief aan de Tweede Kamer gestuurd met twee onderzoeken van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en een literatuurstudie naar laagfrequent geluid door Bureau LBP/Sight. Op grond van inzichten uit deze onderzoeken concludeert de Staatssecretaris dat de huidige norm voor geluidhinder van windturbines (47 dB-Lden en 41 dB-Lnight) en het bijbehorende reken- en meetvoorschrift voldoen en geen wijzigingen behoeven.

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

46

Laagfrequent geluid draagt inderdaad voor een klein deel bij in de hinderervaring van windturbinegeluid. Echter, deze hinder is op een verantwoorde manier voldoende beperkt door de huidige norm. De Staatssecretaris erkent dat gemiddeld 9 procent van de bewoners van woningen die op de normgrens belast zijn met windturbinegeluid zal zijn gehinderd. Dat is ook in lijn met de toelichting in 2009 van de toenmalige minister van VROM op de ontwerp-norm voor windturbinegeluid. Zoals al eerder is betoogd, is dat een beleidskeuze geweest waarbij de verschillende belangen zijn afgewogen. De 47 dB Lden-norm is gebaseerd op de mate van hinderlijkheid die wordt ervaren. Hierbij is gebruik gemaakt van empirisch onderzoek, waarbij ook rekening is gehouden met laagfrequent geluid (met een frequentie van 125 Hz of minder), wat een onderdeel van het geluidsspectrum van windturbinegeluid is. Laagfrequent geluid is derhalve niet apart beschouwd, omdat het een integraal onderdeel uitmaakt van de beoordeling van de Lden-normering. Situatie plangebied Ten behoeve van de ontwikkeling van Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de verschillende aspecten van geluid (Akoestisch onderzoek Port of Urk binnendijks bedrijventerrein, Antea Group, 8 januari 2021, Bijlage 7).

In het akoestisch onderzoek zijn de volgende aspectenonderzocht: In het kader van een goede ruimtelijke ordening (op grond van de Wet ruimtelijke ordening) zal de geluidbelasting vanwege de bedrijven binnen het plangebied op bestaande woningen worden bepaald. In het kader van de Wet geluidhinder zal de geluidbelasting vanwege nieuwe wegen op bestaande woningen worden bepaald. In het kader van een goede ruimtelijke ordening (op grond van de Wet ruimtelijke ordening) zal het geluideffect worden beschouwd vanwege de toename op de aan het plan aansluitende Domineesweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening (op grond van de Wet ruimtelijke ordening) zal de verwachte geluidbelasting als gevolg van het nieuwe bedrijventerrein, bestaande en nieuwe wegen en de bijliggende windturbines op de omliggende woningen worden bepaald. Wet geluidhinder: Wegverkeerslawaai op de bestaande bouw Uit de berekeningsresultaten blijkt dat op de gevels van de bestaande woningen, die gelegen zijn in de geluidzone van de nieuwe aan te leggen wegen op het bedrijventerrein, de geluidbelasting ten hoogste 50 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder (Wgh) bedraagt. De (voorkeurs)grenswaarde van 48 dB wordt met maximaal 2 dB overschreden.

Onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen resulteert in geen doelmatigheid van de maatregelen, omdat de geluidbelasting als gevolg van deze nieuw wegen onderschikt is aan de (autonome) geluidbelasting als gevolg van de Domineesweg. Voor de woningen Domineesweg 32 a t/m d worden middels dit bestemmingsplan hogere waarden verleend. Zie hiervoor Artikel 24 van de planregels als ook de toelichting in paragraaf 6.3. De te verlenen hogere waarden volgen uit de rekenresultaten in tabel 5.5. Tabel 5.5 Rekenresultaten wegverkeerslawaai vanaf de nieuwe wegen en de cumulatieve geluidbelasting

Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein

47

Wet geluidhinder: Wegverkeerslawaai gewijzigde situaties (reconstructies) Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de te wijzigen Zuidermeerweg op de woningen Zuidermeerweg 49 en 45 onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB blijft. Er is hiermee geen sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Wet ruimtelijke ordening: Industrielawaai op bestaande woningen Het effect van het nieuwe bedrijventerrein op de bestaande woningen heeft in vergelijking met de cumulatieve geluidbelasting geen relevant effect. De hoogste geluidbelasting vanaf dit bedrijventerrein bedraagt 53 dB(A) bij de woningen aan de Domineesweg 32 a t/m d. Hoewel de maximale geluidbelasting op deze vier woningen als gevolg van industrielawaai (Zwolse Hoek en Port of Urk - Binnendijks bedrijventerrein) niet toeneemt, ontstaat wel de situatie dat deze woningen in de huidige/autonome situatie alleen op de achtergevel door industrielawaai worden belast en in de plansituatie ook op de voorgevel. Er is derhalve geen sprake meer van een geluidluwe gevel voor industrielawaai. De toekomstige geluidbelasting op de voorgevel van de woningen Domineesweg 32 a t/m d als gevolg van industrielawaai is ondergeschikt aan de (autonome) geluidbelasting van de Domineesweg.

Aangezien de cumulatieve geluidbelasting op deze woningen zowel in de plansituatie als in de autonome situatie in de orde grootte zit van 64 dB, levert het nieuwe bedrijventerrein geen significante bijdrage aan de verslechtering van het woon- en leefklimaat. Bovenstaande overwegende acht het bevoegd gezag het acceptabel dat er als gevolg van industrielawaai geen sprake is van een geluidluwe gevel voor de woningen Domineesweg 32 a t/m d. Wet ruimtelijke ordening: Indirecte hinder Het extra wegverkeer wat ontstaat door het nieuwe bedrijventerrein wordt beschouwd als indirecte hinder. Op de Domineesweg ontstaat er, door de verhoging in verkeersbewegingen door het nieuwe bedrijventerrein, een toename in de geluidbelasting op de omliggende woningen. Voor de woningen aan de Domineesweg 32a t/m d is de toename van 1 dB niet significant en daarmee acceptabel. Op de overige woningen aan de Domineesweg bedraagt de toename 2 dB. Om de verkeersintensiteit en daarmee de geluidhinder als gevolg van de Domineesweg omlaag te brengen dient er een robuuste oplossing te komen. Deze oplossing zal vorm krijgen als een randweg om Urk.

Om er zeker van te zijn dat de randweg daadwerkelijk aangelegd zal worden, sluiten de gemeenten Urk en Noordoostpolder tezamen met de provincie Flevoland een bestuursovereenkomst waarin alle relevante afspraken worden vastgelegd om te komen tot de robuuste oplossing in de vorm van een randweg. Wet ruimtelijke ordening: Cumulatie De cumulatieve geluidbelasting op de omliggende woningen van het plangebied zal met de plansituatie niet significant veranderen. De verschillen vallen onder de 1 dB, deze variatie in omgevingsgeluid is voor de algemene mens niet hoorbaar. Geluidzonering Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland De MSNF wordt ingericht als gezoneerd industrieterrein als bedoeld in de Wet geluidhinder. Als gevolg van deze toewijzing is een geluidzone (50 dB(A)) vastgesteld die gedeeltelijk over Port of Urk Binnendijks bedrijventerrein ligt (zie afbeelding 5.3). Deze 50 dB(A) contour is vastgelegd in dit bestemmingsplan. Binnen deze zone mogen geen geluidsgevoelige gebouwen worden opgericht, tenzij daarvoor een hogere waarde is vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=fb3bd690-a49c-4b9b-b20b-65d2f36f331a