Toelichting Bijlage 3 Milieueffectrapport.pdf
Tekst van het document
50/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
broedvogels in het plangebied en het nabijgelegen gedeelte van het IJsselmeer.
Tabel 10-5 Effecten op NNN
Alternatief
Score
Basisalternatief
0
Betekenis Geen invloed op wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en samenhang NNN
Duurzaam alternatief
0
Geen invloed op wezenlijke kenmerken en waarden,
oppervlakte en samenhang NNN
10.4.3 Natura2000-gebied Het plangebied grenst aan Natura 2000-gebied IJsselmeer. Om die reden zijn de effecten van de beoogde ontwikkeling getoetst aan de instandhoudingsdoelen voor dit Natura 2000-gebied. Overige Natura 2000gebieden zijn gelegen op meer dan 3 kilometer afstand. Alleen storingsfactoren met een reikwijdte van meer dan 3 kilometer kunnen hier tot effecten leiden. Alle relevante storingsfactoren zijn in de toetsing beschouwd. Als gevolg van de aanlegwerkzaamheden van het bedrijventerrein kan optische verstoring toenemen door het gebruik van werktuigen die hoger zijn dan 8 meter, zoals mogelijk hijskranen. In de permanente situatie zal er geen sprake zijn van optische verstoring. Verstoring door licht in de aanlegfase is uitgesloten, daar er uitsluitend overdag gewerkt zal worden. In het gebied ontbreekt het aan geschikt habitat voor aangewezen broedvogels (o.a. aalscholver, roerdomp, lepelaar, visdief, kemphaan, rietzanger). De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot het verstoren van broedparen. Mogelijk rust- en foerageergebied is nog volop beschikbaar in de nabije omgeving. Verder is er geen aantasting van de voedselbeschikbaarheid. Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van broedvogels zijn daarom op voorhand uitgesloten. Door deze al aanwezige verstoringen is het gebied niet geschikt als (essentieel) leefgebied voor nietbroedvogels.
Dit is terug te zien in het kleine aantal waarnemingen van niet-
Van de verschillende soorten voor wie dit deel van het IJsselmeer een geschikt habitat vormt, zijn er maar enkele waargenomen in de laatste 5 jaar. De fuut, aalscholver, grauwe gans, nonnetje en grote zaagbek zijn hooguit 1 of 2 keer waargenomen in en nabij het gedeelte van het IJsselmeer waarop de ontwikkeling van het bedrijventerrein effect heeft. De voorgenomen ontwikkeling leidt tot afname van beschikbaar voedsel voor de grauwe gans, maar in de omgeving zijn nog voldoende overige gras- en weilanden waarop de grauwe gans kan foerageren. Effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000gebieden als gevolg van optische verstoring, verstoring door licht en geluid zijn uitgesloten. Hierbij is geen onderscheid tussen het basisalternatief en het duurzame alternatief. Stikstofdepositie Om effecten als gevolg van stikstofdepositie te bepalen is een berekening gemaakt met AERIUS Calculator (opgenomen als bijlage 11)22. Voor het bouwrijp maken van het terrein en de aanleg van bebouwing wordt stikstof uitgestoten maar dit leidt niet tot depositie van stikstof op stikstofgevoelige Natura2000-gebieden. Voor de aanlegfase geldt hierbij dat effecten zijn uitgesloten indien deze verspreid over drie jaar wordt uitgevoerd. Vanwege de gefaseerde vestiging van bedrijven op het terrein is een realistische planning.
Tijdens het gebruik van het bedrijventerrein wordt ook uitstoot van stikstof voorzien. Vanwege de geplande invulling van het bedrijventerrein vanaf 2022 wordt uitgegaan van gebruik van werktuigen die minimaal als bouwjaar 2014 hebben, ofwel emissieklasse STAGE IV. De AERIUS-berekening voor de gebruiksfase wijst uit dat bij het duurzame alternatief (zonder aansluiting op gas) geen toename in stikstofdepositie op relevante habitats groter dan 0,00
22
Tauw - Notitie Stikstofemissies Binnendijks bedrijventerrein Urk, kenmerk N0021271717BRA-V01-nda-NL, d.d. 30 juli 2020. 51/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
mol/ha/jaar plaatsvindt. Het duurzame alternatief heeft geen invloed op Natura2000-gebied en wordt daarom neutraal beoordeeld (0). In het basisalternatief wordt uitgegaan van een bedrijventerrein aangesloten op gas. Dit leidt tot verbrandingsemissies van stikstofoxiden en ammoniak die bij zullen dragen aan de verzuring en eutrofiering van de stikstofgevoelige natuur in de beschermde gebieden. Omdat de overige significante effecten (licht, geluid, verstoring etc.) uitgesloten zijn, wordt het basisalternatief vanwege de stikstofdepositie negatief beoordeeld (-). Tabel 10-6 Effecten op N2000 beschermd gebied
Alternatief
Score
Betekenis
Basisalternatief
-
Negatieve invloed op Natura2000-gebied
Duurzaam alternatief
0
Geen invloed op Natura2000-gebied
Het negatieve effect op het basisalternatief kan gemitigeerd worden door de uitstoot van stikstof te beperken door (delen van) het bedrijventerrein van het gas af te sluiten en in plaats daarvan meer duurzame energie op te wekken en te gebruiken.
52/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
11 Landschap & Ruimtelijke kwaliteit 11.1
Uitgangspunten
beoordeling is gebruik gemaakt van de Structuurvisie Urk 2035+, de Landschapsvisie Noordoostpolder, de Kwaliteitskaart Noordoostpolder-Urk en een bezoek aan het gebied.
11.1.1 Landschappelijke waarden In dit onderdeel wordt getoetst welke effecten het bestemmingsplan heeft op de landschappelijke waarden en de ruimtelijke kwaliteit in het gebied. De cultuurhistorisch-landschappelijke opbouw van de Noordoostpolder is uniek. Het is daarom belangrijk eerst aan te geven hoe de het plangebied landschappelijk
11.2
Methode onderzoek
11.2.1
Landschappelijke waarden
is opgebouwd en wat de belangrijkste kenmerken en kwaliteiten zijn die moeten worden behouden of versterkt. Voor deze beoordeling wordt gebruik gemaakt van diverse onderzoeken naar landschap en erfgoed (bv. het rapport ‘Erfgoed in
De verschillende definities van ‘landschap’ die bestaan hebben gemeen dat het gaat om het ‘waarneembare deel’ van de aarde. Het landschap geeft uiting aan de verschillende lagen uit het zogenaamde lagenmodel (ondergrond, natuur en
de Polder, Raap 2018’), landschappelijke en cultuurhistorische waardenkaarten en de Landschapsvisie Noordoostpolder.
occupatie). Om vervolgens landschapstypen en bijhorende waarden te bepalen en te beschrijven is een analyse op verschillende schaalniveaus (nationaal-, regionaal- en lokaalniveau) nodig. De ordening van de verschillende zichtbare
11.1.2 Gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde De ruimtelijke kwaliteit van een gebied wordt vaak uitgedrukt in de belevingswaarde, toekomstwaarde en gebruikswaarde.
elementen, patronen en structuren uit de lagen van het lagenmodel op verschillende schaalniveaus bepaald het ’type’ landschap. Bijvoorbeeld Uiterwaardenlandschap (open, veel water), landschap op zandgrond
•
Gebruikswaarde is de mate waarin een plek voldoet aan de functie ervan en de mate waarin het onze behoefte kan bevredigen Belevingswaarde betreft de waarde die mensen toekennen door de
(kleinschalig), polderlandschap (rationele patronen), et cetera.
zintuiglijke ervaring van een plek Toekomstwaarde gaat erom dat elk inrichtingsvoorstel voldoende mogelijkheden open moet laten om ook aan de toekomstige vraag te
Op het regionale schaalniveau richt de analyse zich op de kenmerken en karakteristieken van het landschap waar het plangebied in gelegen is en de direct aangrenzende landschappen. Beschreven worden de belangrijke
voldoen Voor de beoordeling van het effect op ruimtelijke kwaliteit gaat het dus om een evenwichtige beschouwing van al deze drie waarden. De drie waarden
landschappelijke structuren, patronen en lijnen (zoals bebouwingslinten, dorpsranden, dijken, wegen, houtwallen, verkavelingspatronen, et cetera).
• •
Regionaal schaalniveau
vertegenwoordigen in gelijke mate de ruimtelijke kwaliteit. Hierbij is het niet zo dat de gebruikswaarde zwaarder meeweegt dan de toekomstwaarde. Voor de 53/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
Wat betreft gebieden wordt bij het regionale schaalniveau gelet op de volgende
11.2.2
aspecten: • Beïnvloeding specifieke landschapspatronen (bijvoorbeeld dorpslinten, landgoederenzone)
De beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit van het binnendijks bedrijventerrein richt zich op de volgende zaken: • Zijn de gebruiksmogelijkheden van het gebied passend voor de activiteiten?
•
Beïnvloeding landschappelijke eenheden (bijvoorbeeld open poldergebied of besloten bosgebied)
Gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde
(gebruikswaarde). De gebruikswaarde is hoog als de plek is afgestemd op mensen uit de beoogde doelgroep(en) en deze voor hen ook goed bereikbaar is Is het gebied in de nieuwe situatie aantrekkelijk, heeft het uitstraling en geeft het bewoners en bezoekers een aangenaam gevoel? (belevingswaarde)
Schaalniveau plangebied/ directe omgeving Op het lokale schaalniveau wordt op basis van de voorgaande analyse ingezoomd op het plangebied en de directe omgeving. Wat zijn de specifieke
•
kwaliteiten / waarden van het gebied (zichtlijnen, afwisseling, kleinschalig vs. grootschalig, et cetera). Wat betreft gebieden wordt bij het lokale schaalniveau gelet op de volgende aspecten:
•
• •
In deze beoordeling wordt één score gegeven aan de ruimtelijke kwaliteit. Het is echter mogelijk dat de ontwikkeling een positief effect heeft op de gebruikswaarde en toekomstwaarde maar een negatief effect op de
Beïnvloeding belangrijke zichtlijnen in of rondom het gebied Beïnvloeding beeldbepalende landschappelijke lijnen, zoals houtwallen, dijken en bomenlanen in de nabijheid van het gebied
Wanneer de activiteiten die het bestemmingsplan mogelijk maakt deze waarden versterken wordt dit positief beoordeeld. Gaat de ontwikkeling echter ten koste van deze landschappelijke waarden dan zal dit negatief worden beoordeeld. Onderstaande tabel toont de beoordelingsschaal voor landschappelijke waarden.
Is het gebied aan te passen aan veranderende gebruikswensen en kan het in de toekomst aangepast worden? Heeft het terrein een flexibele en dynamische inrichting? (toekomstwaarde)
belevingswaarde. De beoordeling voor dit criterium is het gemiddelde van de drie waarden. Onderstaande tabel toont de beoordelingsschaal voor gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde.
Tabel 11-1 Beoordelingsschaal landschappelijke waarden
Score
Betekenis
++
Sterk positieve invloed op landschappelijke waarden
+
Positieve invloed op landschappelijke waarden
0
Geen invloed op landschappelijke waarden
-
Negatieve invloed op landschappelijke waarden
--
Sterk negatieve invloed op landschappelijke waarden 54/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
Tabel 11-2 Beoordelingsschaal gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde
Score
Betekenis
++
Sterk positieve invloed op gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde
+
Positieve invloed op gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde
0
Geen invloed op gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde
-
Negatieve invloed op gebruikswaarde, belevingswaarde en
--
Sterk negatieve invloed op gebruikswaarde, belevingswaarde en
toekomstwaarde
toekomstwaarde
11.3
Huidige situatie en autonome ontwikkelingen (referentiesituatie)
11.3.1 Landschappelijke waarden Het plangebied valt onder de landschappelijke eenheid van een dekzandgebied en Laagterras (zie onderstaande figuur).
Figuur 11-1 Landschappelijke eenheden plangebied (bron: Raap 2018, Erfgoed in de Polder, Overzichtskaart landschappelijke eenheden)
Het Laagterras is grotendeels afgedekt met dekzand: door de wind afgezet, lemig fijn zand. Dit gebeurde in eerste instantie tijdens het Pleniglaciaal (Oud Dekzand) en later nog een keer tijdens het Laat Glaciaal (Jong Dekzand). In die perioden was het klimaat zeer koud en droog, waardoor vegetatie afwezig was. Onder die omstandigheden kon o.a. de drooggevallen Noordzeebodem makkelijk verstuiven. In het noorden van het toekomstig bedrijventerrein liggen twee rivierduinen. Deze zijn in het Weichselien (de laatste ijstijd) ontstaan doordat zand vanuit drooggevallen rivierbeddingen kon opstuiven en vervolgens opnieuw werd afgezet in de vorm van metershoge rivierduinen23. 23
Raap 2018, Erfgoed in de Polder, RAPPORT 3155 55/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
Verkaveling Het plangebied maakt deel uit van een open polderlandschap. In 1942 werd de polder drooggemalen. De Noordoostpolder werd direct na de Tweede Wereldoorlog ingericht en geschikt gemaakt voor landbouwproductie. De landschappelijke vormgeving is een regelmatig raster dat gebaseerd is op de in die tijd meest rationele agrarische verkaveling: een kavelmaat van 300 langs de weg en 800 meter in de diepte. Die verkaveling leidde tot agrarische bedrijven van 12 tot 48 hectare, dus variërend van een halve tot 2 kavels. Aan het polderconcept voor de Noordoostpolder ligt de behoefte ten grondslag om een overzichtelijke wereld te maken. Doordat de vaste kavelmaat vanuit de randen en vanuit de hoofdvaarten is uitgezet ontstaan verschillende verkavelingsrichtingen in de polder die ook in het plangebied zichtbaar zijn24. Door deze wijze van ontginning heeft de polder veel verschillende kavelrichtingen. In het terrein is dat niet heel opvallend, omdat de verkaveling altijd loodrecht op de polderwegen ligt en het landschap vanaf de wegen wordt beleefd. Ook het plangebied van het binnendijks bedrijventerrein kent verschillende verkavelingsrichtingen. Dit verkavelingspatroon is een landschappelijke waarde omdat het volgens een rationeel rastervormig patroon is uitgezet en destijds niet is verandert. Het geeft uiting aan de ontginningsgeschiedenis van het landschap.
Openheid & structuurdragers Naast de regelmaat en vaste kavelafmetingen is ook de openheid een belangrijke landschappelijke waarde. Het weidse landschap met lange zichtlijnen past bij het polderlandschap (zie figuur 11.2).
24
Figuur 11-2 Openheid in de polder
De openheid wordt alleen begrenst door wegbeplanting, de dijk en de erven in het gebied. De dijk vormt een harde grens met het IJsselmeer en is een beeldbepalende lijn in het landschap. Het is een groene structuurdrager en begrenzing van het polderlandschap. Door deze dijk heeft het gebied weinig (visuele) relatie met het IJsselmeer. Het landschap is grootschalig en de beplanting in het gebied maakt de erven en wegen herkenbaar. De beplanting langs de Zuidermeerdijk en de Domineesweg zijn dan ook beeldbepalende groenstructuren. De ontwikkeling van de Maritieme Servicehaven concentreert zich aan de andere zijde van de dijk en heeft daarmee geen visuele impact op het plangebied.
Feddes Olthof 2012, Landschapsvisie Noordoostpolder, landschap van rust en regelmaat 56/90
Kenmerk
11.3.2
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
Gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde
relatief weinig inspanning nodig om het gebied een andere functie te geven.
Gebruikswaarde In de huidige situatie wordt de gebruikswaarde hoofdzakelijk bepaald door de agrarische functie van het gebied. Door de vruchtbare kleigrond, het vlakke
Omdat het gebied nauwelijks is ingericht is het flexibel en dynamisch om in te spelen op veranderende gebruikswensen. Ook bestaat een goede ontsluiting van het gebied via de omliggende wegen. De bodemdaling in delen van de
landschap en de grote kavels heeft het gebied een hoge gebruikswaarde voor de landbouw. Het gebied wordt gebruikt voor het verbouwen van o.a. aardappelen, bieten en andere gewassen. Door de openheid en ligging naast het IJsselmeer is het gebied uiterst geschikt voor opwekking van duurzame energie. Dit wordt dan ook benut door het gebruik van de windmolens in het gebied.
polder kan van invloed zijn op de toekomst van het agrarische grondgebruik.
11.4
Effectbeoordeling
11.4.1 Landschappelijke waarden Verkaveling Het binnendijks bedrijventerrein maakt de karakteristieke rationele verkaveling
Belevingswaarde Door de openheid, langgerekte wegen en het agrarisch landgebruik wordt het
minder herkenbaar. De bestaande sloten in het terrein worden gedempt om de gronden bouwrijp te maken25. Daarmee verdwijnt in beide alternatieven de kenmerkende kavelindeling in vaste maten en vervaagt de relatie van het
gebied beleefd als een polderlandschap. In de beleving van het landschap is de regelmaat van de vaste kavelafmetingen ook bepalend. Ook de beplanting rond de erven en langs de wegen draagt bij aan de herkenbaarheid van het
gebied met de ontginningsgeschiedenis. Ook de afwisseling in kavelrichting vanaf de randen en de hoofdvaarten wordt door opvulling van het bedrijventerrein aangetast.
landschap en is daarom van belang voor de belevingswaarde. Het gebruik van het gebied als landbouwgrond staat centraal en daar is het terrein dan ook op ingericht. Het gebied kent weinig afwisseling. Er zijn weinig paden, fietsroutes of
Openheid Het binnendijks bedrijventerrein zal het gebied ingrijpend doen veranderen.
rustpunten voor recreanten om het landschap te beleven. De industriële gebouwen en bedrijfspanden aan de overzijde van de domineesweg doen afbreuk aan de belevingswaarde van het gebied als open polderlandschap.
Door de bouw van bedrijven zal het open polderlandschap in beide alternatieven verdichten. De zichtlijnen vanaf de domineesweg de polder in zullen verdwijnen of afgeschermd worden door industriële gebouwen.
Toekomstwaarde Het plangebied heeft een hoge toekomstwaarde. Vanwege de
Een belangrijk kenmerk van het landschapstype (polderlandschap) is de openheid en lange zichtlijnen. Door de ontwikkeling van het bedrijventerrein
gebiedskenmerken (vlak, open, weinig beplanting) heeft het gebied potentie voor andere landgebruiksvormen. Door de grote kavels en goede afwatering is
wordt dit waarmee het landschap minder herkenbaar wordt als polderlandschap
25
Gemeente Urk 2019, Nota van uitgangspunten Binnendijks Bedrijventerrein Urk 57/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
(zie onderstaande figuur voor een bovenaanzicht van bedrijventerrein
Conclusie
Zwolsehoek).
Vanwege de aantasting van de rationele verkaveling en de karakteristieke openheid maar het behoud van de structuurdragers wordt de ontwikkeling van het binnendijks bedrijventerrein voor beide alternatieven negatief beoordeeld voor het criterium ‘effect landschappelijke waarden’. Tabel 11-3 Beoordeling landschappelijke waarden
Alternatief
Score
Betekenis
Basisalternatief
-
Negatieve invloed op landschappelijke waarden
Duurzaam alternatief
-
Negatieve invloed op landschappelijke waarden
11.4.2
Gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde
Gebruikswaarde De vernieuwde inrichting van het binnendijks bedrijventerrein is afgestemd op de behoeften van de gemeente. Door de economische groei neemt de vraag naar bedrijfsgrond op Urk toe. Urk kan nu echter te weinig geschikte bedrijfsgrond aanbieden, waardoor specifieke bedrijven met een sterke binding met Urk nu niet kunnen uitbreiden. Maritieme bedrijven en bedrijven in de Figuur 11-3 Bovenaanzicht bedrijventerrein Zwolsehoek
Structuurdragers De groenstructuur langs de wegen om het plangebied zal in beide alternatieven behouden blijven. Op het bedrijventerrein worden nieuwe groenstructuren aangelegd. De dijk blijft behouden als beeldbepalende structuurdrager. Hieraan kan men nog herkennen dat het bedrijventerrein deel uitmaakt van een polderlandschap
visserij kunnen op deze manier clusteren waarmee ze profiteren van de netwerk- en locatievoordelen van het binnendijks bedrijventerrein. Samen met de ontwikkelingen van de maritieme servicehaven (MSNF) leidt dit tot een hoge gebruikswaarde van het terrein in samenhang met de omgeving. De gebruiksmogelijkheden van het gebied passen daarmee bij de activiteiten. Hoewel het gebied nu niet meer agrarisch wordt gebruikt, is het gebied vanwege de ligging, ontsluiting en gebiedskenmerken geschikt voor (maritieme) bedrijvigheid. De ontwikkeling van het binnendijks bedrijventerrein heeft dan ook een positief effect op de gebruikswaarde van het gebied. Bij het duurzame alternatief neemt de gebruikswaarde nog extra toe omdat op het bedrijventerrein
58/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
duurzame energie wordt opgewekt en de restwarmte van bedrijven ingezet kan
Toekomstwaarde
worden voor verwarming van woningen/andere bedrijven in Urk. Belevingswaarde
Door het creëren van ruimte voor nieuwe bedrijven neemt de toekomstwaarde van het terrein op korte termijn toe. Vanwege de vraag naar vestigingslocaties dicht bij het water (en de toekomstige Maritieme Service Haven) zal het gebied
Door de bouw van het binnendijks bedrijventerrein vermindert de beleving van een open polderlandschap (zie vorige paragraaf). Hoewel de dijk als groene en prominente lijn in het landschap behouden blijft zal deze vanaf de Domineesweg en vanaf het terrein zelf minder zichtbaar en dus minder beleefbaar zijn. Een bedrijventerrein heeft door de gebouwen en het vele verhard oppervlak vaak een grijze uitstraling. Dit maakt het gebied niet aantrekkelijk voor bezoekers. Het
de komende jaren onder andere worden benut door bedrijven die vanwege de clustervoordelen en ligging aan het water een goede locatie hebben. Echter gaat toekomstwaarde ook over de vraag of het gebied makkelijk is aan te passen aan veranderende gebruikswensen. Het gebied wordt nu ingericht als bedrijventerrein met bijgevoegde infrastructuur, kabels, leidingen en riolering. Binnen dit bedrijventerrein is een groot aandeel voor de maritieme sector en
uitgangspunt is het groen op het bedrijventerrein te clusteren langs de hoofdverkeerstructuur en deze waar mogelijk te combineren met de waterstructuur. Dit verhoogt de belevingswaarde van het terrein en geeft
visserij. Deze aanleg vormt ook een risico wanneer in de toekomst de vraag naar (maritieme) bedrijven en visserij minder wordt. Ook wanneer over decennia de grond bijvoorbeeld nodig is voor woningbouw, natuurontwikkeling (vanwege
bezoekers en gebruikers een fijner aangenamer gevoel. De ruimtelijke visie voor het binnendijks bedrijventerrein wordt voor de
bodemdaling) of ander landgebruik dan is het terrein niet zo makkelijk om te vormen. Vanwege de gebouwen, verharding, bekabeling etc. is het terrein geschikt voor een select aantal functies. De huidige situatie (landbouwgrond) is
beeldkwaliteit vormgegeven en vastgelegd in een beeldkwaliteitsplan, om de kwaliteit van het aangezicht van het gebied te borgen en te versterken. Een beeldkwaliteitplan heeft een directe binding heeft met het bestemmingsplan. Er
dynamischer om in te spelen op toekomstige vragen dan bedrijventerrein. Het bedrijventerrein heeft daarmee niet geen flexibele en dynamische inrichting en heeft daarom een negatief effect op de toekomstwaarde.
kan in de vorm van randvoorwaarden, ontwerprichtlijnen en streefbeelden een verband worden gelegd tussen de nieuwe ontwikkeling en de karakteristieken en kwaliteiten van het gebied. Het beeldkwaliteitsplan zal een toetsingskader
In het duurzame alternatief is ook is er ruimte voor duurzame energiebronnen. Dit is positief voor de toekomstwaarde omdat met deze ingrepen wordt
vormen voor de ruimtelijke afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning26. Toch blijft het binnendijks bedrijventerrein afbreuk doen aan de belevingswaarde van het gebied. Het komt open en bloot in het
ingespeeld op heftigere buien, hogere temperaturen en hogere vraag naar duurzame energie.
landschap te liggen, beperkt zichtlijnen en heeft daarmee een negatief effect op de belevingswaarde.
26
Gemeente Urk 2019, Nota van uitgangspunten Binnendijks Bedrijventerrein Urk 59/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
Conclusie
Tabel 11-4 Beoordeling invloed op gebruikswaarde, belevingswaarde, toekomstwaarde
Basisalternatief De gebruikswaarde van het gebied neemt toe vanwege het vele aantal
Basisalternatief
bedrijven dat zich zal vestigen en de intensiteit van landgebruik. Echter neemt de belevingswaarde van het gebied sterk af. Vanwege de specifieke inrichting van het gebied en de focus op de maritieme sector wordt de flexibiliteit om in te spelen om veranderende wensen in grondgebruik kleiner. De ruimtelijke kwaliteit (die bestaat uit gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde) krijgt daarmee een negatieve beoordeling (-).
Duurzaam
Alternatief
Score -
Betekenis Negatieve invloed op gebruikswaarde, belevingswaarde, toekomstwaarde
alternatief
0
Geen invloed op gebruikswaarde, belevingswaarde,
toekomstwaarde
Een mitigerende maatregel om de belevingswaarde beter te laten scoren is het behouden van zichtlijnen naar de dijk zodat polder beleefbaar blijft. Ook de aanleg van groen en wateropvang verhoogt de aantrekkelijkheid van het terrein en daarmee de belevingswaarde.
Duurzaam alternatief Ook in het duurzame alternatief heeft het bedrijventerrein een negatief effect op de belevingswaarde vanwege voorgenoemde redenen. De gebruikswaarde is in het duurzame alternatief sterk positief (++) omdat de aanleg van duurzame energiebronnen en gebruik van restwarmte de gebruikswaarde van het gebied nog meer verhogen. De toekomstwaarde wordt in het duurzame alternatief nog steeds negatief beïnvloed door de monofunctionele inrichting als bedrijventerrein. Echter zal in de toekomst de vraag naar duurzame energiebronnen toenemen. Daar wordt bij de inrichting van het bedrijventerrein op ingespeeld wat positief bijwerkt aan de toekomstwaarde. Toch is het terrein minder flexibel en dynamisch dan in de huidige situatie waarmee ook in het duurzame alternatief de toekomstwaarde negatief wordt beïnvloed (-). Netto leidt deze beoordeling tot een neutraal effect (0) van het duurzame alternatief op de ruimtelijke kwaliteit (gebruikswaarde, belevingswaarde, toekomstwaarde).
60/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
12 Cultuurhistorie en Archeologie 12.1
Uitgangspunten
principe liggen archeologische resten het beste bewaard onder het maaiveld, in hun oorspronkelijke context. Wie iets met de bodem wil, een is verplicht de schade aan archeologische waarden zoveel mogelijk te beperken. Volgens het Verdrag van Valletta (1992) moeten archeologische resten in de bodem
12.1.1 Cultuurhistorische waarden Elke streek in ons land heeft zijn eigen specifieke kenmerken. Zo kent Drenthe vele hunebedden en esdorpen, zijn de vele terpen en Romaanse kerkjes karakteriserend voor het noordelijk kleigebied en typeren de boomgaarden en uiterwaarden het rivierengebied. Dit zijn cultuurhistorische waarden: tastbare elementen en structuren die een beeld geven van onze
duurzaam beschermd blijven. Het verdrag geldt als uitgangspunt voor de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), de voorganger van de Monumentenwet 1988 en Erfgoedwet 2016.
bewoningsgeschiedenis. Ze vormen oriëntatiepunten, zorgen voor afwisseling en maken dat bewoners zich met een stad of streek kunnen identificeren. Het behoud daarvan is belangrijk, want het cultuurlandschap is immers ons
Voor cultuurhistorie wordt gekeken naar de effecten op de aanwezige cultuurhistorische waarden. Dit betreft zowel historische bouwkunde als historisch-geografische elementen.
gemeenschappelijk erfgoed. Volgens de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) moet waardevol erfgoed behouden blijven. Cultureel erfgoed heeft ook een economisch belang. De Beleidsvisie ‘Erfgoed en Ruimte (2011) geeft aan dat onroerend cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening beschermd moet worden zet onder ander in op behoud van erfgoed uit de wederopbouw periode. Voor deze beoordeling wordt gebruik gemaakt van gemeentelijke en provinciale
12.2
Methode onderzoek
12.2.1
Cultuurhistorische waarden
In dit criterium worden de effecten op de cultuurhistorische waarden beoordeeld. Deze is op te delen in bouwhistorische elementen (historische panden en bouwwerken) en historisch-geografische elementen (o.a. historische landschappen, infrastructuur zoals trekvaarten, wegen en kanalen, polders, steden en dorpen). Voor de beoordeling van de effecten zijn klassengrenzen
cultuurhistorische waardenkaarten, het archeologisch bureauonderzoek van Econsultancy (bijlage 12)27 het rapport ‘Erfgoed in de Polder28.
bepaald. Wanneer cultuurhistorische elementen (houtwallen, monumenten etc.) onherkenbaar worden aangetast leidt dit tot een zeer negatief effect. Een neutraal effect treedt op wanneer geen cultuurhistorische elementen aanwezig
12.1.2 Archeologische waarden In de archeologie gaat het om de materiële overblijfselen van vroegere menselijke activiteiten en het verhaal daarachter. Meestal liggen ze in de grond
zijn of niet worden beïnvloed door het bedrijventerrein. Een versterkte beleving van de cultuurhistorische waarden leidt tot een positieve beoordeling. De classificatie van het criterium slagschaduw is weergegeven in onderstaande
verborgen. Archeologische resten vormen een bron van kennis over de geschiedenis van het landschap en menselijke activiteiten in het verleden. In
tabel.
27 Econsultancy 2020, Archeologisch bureauonderzoek Binnendijks bedrijventerrein Urk rapportnummer 11053.001
28 Raap 2018 Erfgoed in de polder, Actualisatie van de archeologische waarden en verwachtingskaart van de gemeente Noordoostpolder
61/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
Tabel 12-1 Beoordelingsschaal cultuurhistorische waarden
onderzoeksresultaten in alle deelgebieden en de mate van het effect. Een
Score ++
Grote verbetering van cultuurhistorische waarden
+
Verbetering van cultuurhistorische waarden
bodemingreep in een middelhoog of hoog verwachtingsgebied hoeft niet per definitie een effect te hebben op archeologische waarden, omdat er nog sprake is van een verwachting op archeologische resten. De classificatie van het
0
Geen aantasting van cultuurhistorische waarden
criterium archeologie is weergegeven in onderstaande tabel
-
Beperkte aantasting van cultuurhistorische waarden
--
Grote aantasting van cultuurhistorische waarden
12.2.2
Archeologische waarden
Betekenis
Tabel 12-2 Beoordelingsschaal archeologische waarden. Score
Betekenis
++
n.v.t.
Voor archeologie worden de effecten op de bekende archeologische waarden en op de archeologische verwachtingsgebieden in beeld gebracht aan de hand van verwachtingskaarten en eerder uitgevoerd onderzoek. Het uitgangspunt is
+
n.v.t.
0
Geen aantasting van archeologische waarden
-
Beperkte aantasting van archeologische waarden
dat er geen effecten optreden wanneer archeologische waarden ongestoord ‘in situ’ in de bodem bewaard blijven.
--
Grote aantasting van archeologische waarden
12.3 Een bodemingreep in een gebied met een lage archeologische verwachting wordt aangemerkt als een neutraal effect. Een aantasting van een gebied met hoge archeologische verwachting of archeologische vindplaatsen wordt negatief beoordeeld. Een positief effect op archeologische waarden is niet van toepassing omdat de waarden niet versterkt kunnen worden. Of ze blijven onaangetast in de bodem (neutraal) of er is kans dat ze worden aangetast (negatief effect). Verschillende bodemingrepen kunnen een effect hebben op (verwachte) archeologische resten in een gebied met een middelhoge of hoge archeologische verwachting. Voor de beoordeling van de effecten zijn klassengrenzen bepaald. De klassengrenzen zijn bepaald door rekening te houden met de reikwijdte van alle
29
Huidige situatie en autonome ontwikkelingen (referentiesituatie)
12.3.1 Cultuurhistorische waarden Het plangebied maakt deel uit van de Noordoostpolder die in 1940 is ingedijkt en 1942 is drooggemalen. Destijds is voor de verkaveling een rationeel patroon aangehouden (zie hst 9 Landschap). Bij de verkaveling van het gebied is gebruikt gemaakt van de kennis die is opgedaan tijdens de inpoldering van de Wieringermeer29. De historisch-geografische waarden bestaan dan ook voornamelijk uit het rationele verkavelingspatroon die een beeld geven van de ontginningsgeschiedenis van het gebied. De karakteristieke indeling van de Noordoostpolder met bijbehorende dijken, hoofdvaarten, dorpsvaarten,
Feddes Olthof 2012, Landschapsvisie Noordoostpolder, landschap van rust en regelmaat 62/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
loswallen en sluizen wordt ook wel pionierserfgoed genoemd naar de eerste
stuurboordzijde grotendeels bewaard gebleven. De bakboordzijde en het vlak
bewoning en indeling van het gebied door de ‘pioniers’30.
aan bakboord ontbreken merendeels. De geschatte lengte van het schip bedraagt minimaal 23 meter, de breedte ligt rond de 8 meter (Archeologisch monumentnummer 12539)31.
Het plangebied kent geen gemeentelijke monumenten of rijksmonumenten. Ook zijn er verder geen houtwallen, erfscheidingen of andere bijzondere cultuurhistorische waardevolle landschapselementen. Op de provinciale cultuurhistorische waardenkaart van Flevoland heeft het plangebied geen bijzondere status. De autonome ontwikkelingen leiden niet tot een verandering van deze situatie.
Het plangebied kent twee verhogingen langs de domineesweg (oorspronkelijke rivierduinen). Deze hebben op de archeologische verwachtingskaart een hoge verwachtingswaarde. Hier geldt een archeologische onderzoeksplicht bij ingrepen groter dan 500 m² en dieper dan 30 cm. De rivierduin ter hoogte van de Domineesweg 27 heeft een hoge kans op archeologische resten omdat hier
12.3.2 Archeologische waarden De gemeente Noordoostpolder heeft in 2018 een onderzoek laten uitvoeren naar de archeologische waarden en de verwachtingskaart de Noordoostpolder.
sporen van houtskool en vuursteen gevonden zijn wat aanduid dat hier bewoning is geweest in de periode Mesolithicum-Neolithicum.
In 2020 heeft Econsultancy een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied van het binnendijks bedrijventerrein. Uit de archeologische beleidskaart blijkt dat het plangebied een lage tot middelhoge
Op basis van het bureauonderzoek worden in het uiterste noorden van het plangebied archeologische resten verwacht uit de periode Laat-Paleolithicum – Vroeg-Neolithicum, in de top van rivierduinafzettingen. Deze worden verwacht
verwachtingswaarde heeft met drie vindplaatsen: twee met betrekking tot prehistorie tot en met bronstijd en één Fins schip.
op een diepte variërend van 60 cm tot enkele meters –mv. Vanaf het MiddenNeolithicum raakte vermoedelijk het gehele plangebied met veen bedekt. Resten vanaf deze periode worden daarom niet verwacht32.
De twee vindplaatsen met betrekking tot de prehistorie tot en met de bronstijd zijn gelegen ten noorden van het plangebied, aangrenzend aan de Domineesweg. In 2002 heeft er een waardestellend onderzoek plaatsgevonden
Het overgrote deel van het plangebied heeft een lage tot middelhoge verwachting wat resulteert in een onderzoeksplicht bij ingrepen dieper dan 1
naar het scheepswrak in het zuidoosten van het plangebied. Het bleek het wrak van een zwaargebouwd zeewaardig schip, geheel van naaldhout afkomstig uit Finland. Het hele schip is aan de binnenzijde, tegen de spanten, bekleed met
meter en groter dan 10.000m2.
langsscheepse planken (wegering). De datering is midden 18e eeuw. De
gebieden benoemd tot aardkundig monument: voormalig veeneiland Schokland
30 Raap 2018 Erfgoed in de polder, Actualisatie van de archeologische waarden en verwachtingskaart van de gemeente Noordoostpolder 31 Raap 2018 Erfgoed in de polder, Actualisatie van de archeologische waarden en
verwachtingskaart van de gemeente Noordoostpolder 32 Econsultancy 2020, Archeologisch bureauonderzoek Binnendijks bedrijventerrein Urk rapportnummer 11053.001
In de provincie Flevoland zijn twee aardkundig waardevolle fenomenen of
63/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
en keileembult Urk. Met deze aardkundige monumenten tracht de provincie
12.4.2
bekendheid en extra bescherming voor de aardkundige waarde te bewerkstelligen. Vanwege de ‘nieuwheid’ van de polder zijn verder geen aardkundige waarden benoemd33. De autonome ontwikkelingen leiden niet tot
Vanwege de ligging van enkele archeologische vindplaatsen en terreinen met hoge archeologische verwachting is de kans op aantasting van archeologische waarden bij realisatie van het bedrijventerrein aanwezig. De aardkundige
een verandering van deze situatie.
waarden Schokland en de keileembult Urk worden door de aanleg van het bedrijventerrein niet aangetast. De beleidsadviezen uit de archeologisch beleidsadvieskaart dienen te worden overgenomen in het bestemmingsplan voor het binnendijks bedrijventerrein.34.
12.4
Effectbeoordeling
Archeologische waarden
12.4.1 Cultuurhistorische waarden In het plangebied zijn geen bouwhistorische waarden aanwezig die worden aangetast door het binnendijks bedrijventerrein Het historisch-geografische
Hoewel het grootste deel van het plangebied een lage verwachting kent, wordt
karakter van de polder is sinds de aanleg een rationeel verkaveld agrarisch cultuurlandschap. Deze verkaveling is onderdeel van het ‘pionierserfgoed’. Door de ontwikkeling van het binnendijks bedrijventerrein en de demping van de
door de ontwikkeling van het bedrijventerrein ingegrepen in de bodem rondom de archeologische vindplaatsen. De kans is daarbij groot dat de vindplaatsen rond de rivierduinen in het noorden van het plangebied niet in situ bewaard
watergangen (die de kavelmaten aangeven) zal het historische verkavelingspatroon aangetast worden. De dijk blijft behouden en andere historisch geografische waarden zijn er niet in het plangebied. Voor de
kunnen worden. Hetzelfde geldt voor het scheepswrak in het zuiden van het plangebied. In het archeologisch bureauonderzoek wordt geadviseerd om binnen dit AMK-terrein 15796 geen bodemingrepen dieper dan 30 cm –mv uit te
cultuurhistorische waarden is er geen onderscheid tussen het basisalternatief en het duurzame alternatief. Vanwege de aantasting van het historische verkavelingspatroon worden zowel de basisvariant als duurzame variant als
voeren. Wanneer dit niet mogelijk is, wordt geadviseerd de vindplaats nader te onderzoeken door middel van een waarderend proefsleuvenonderzoek met doorstart naar opgraving35. Vanwege het aanbrengen van funderingen voor
negatief beoordeeld voor het effect op cultuurhistorische waarden.
nieuwe gebouwen en de aanleg van wegen, waterpartijen, kabels en leidingen wordt de bodem plaatselijk tot 1 meter geroerd. Het uitgangspunt van behoud van archeologische waarden in de bodem (verdrag van Valetta 1992) kan bij het
Tabel 12-3 Beoordeling invloed op cultuurhistorische waarden
Alternatief
Score
Betekenis
Basisalternatief
-
Negatieve invloed op cultuurhistorische waarden
Duurzaam alternatief
-
Negatieve invloed op cultuurhistorische waarden
binnendijks bedrijventerrein naar verwachting niet nageleefd worden. Door gerichte booronderzoeken, archeologische begeleiding van werkzaamheden of opgravingen kan de aantasting van archeologische waarden mogelijk beperkt blijven.
33 Https://www.bodemrichtlijn.nl/Bibliotheek/bodembescherming/aardkundigewaarden/aardkundige-waarden-in-de-provincie-flevoland 34 Raap 2018 Erfgoed in de polder, Actualisatie van de archeologische waarden en
verwachtingskaart van de gemeente Noordoostpolder 35 Econsultancy 2020, Archeologisch bureauonderzoek Binnendijks bedrijventerrein Urk rapportnummer 11053.001 64/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
Om die reden worden zowel het basisalternatief als het duurzame alternatief voor de inrichting van het binnendijks bedrijventerrein als negatief beoordeeld (-). Tabel 12-4 Beoordeling invloed op archeologische waarden
Alternatief
Score
Betekenis
Basisalternatief
-
Beperkte aantasting van archeologische waarden
Duurzaam alternatief
-
Beperkte aantasting van archeologische waarden
65/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
13 Bodem en Water 13.1
Uitgangspunten
13.1.1 Bodem Het doel van dit hoofdstuk is het beschrijven van de effecten van het plan op de aspecten bodem en water. Hierbij wordt gekeken naar zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Bij de aanlegfase gaat het vooral om bouwklaar maken van het terrein. De gebruiksfase betreft de situatie waarin het bedrijventerrein in gebruik
13.1.4 Waterveiligheid Gezien de ligging van het plangebied nabij het IJsselmeer is het belangrijk om het effect van het bedrijventerrein op de waterveiligheid van het gebied te beoordelen. Bij dit thema wordt beschouwd of de ontwikkeling van het bedrijventerrein de veiligheid van gebruikers en bewoners tegen overstromingen beïnvloed.
is. Voordat de effecten beschreven kunnen worden is de huidige situatie in beeld gebracht. Hiervoor is gekeken naar de huidige bodemkwaliteitskenmerken. Vervolgens is gekeken wat het effect van de
13.2.1
ingrepen in het plangebied is op het beoordelingscriterium bodemkwaliteit. Binnen het thema bodem is ook aandacht voor de bodemopbouw. Hierbij gaat het om bijvoorbeeld de kans op zettingen en de aanwezigheid van kabels en
Bodemkwaliteit De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit wordt bepaald op basis van aanwezige bodemkwaliteitskaarten, uitgevoerde bodemonderzoeken (bijlage 13 en 14) en
leidingen en niet gesprongen explosieven (NGE).
de gegevens uit het provinciale bodeminformatiesysteem Globis. Het bepalen van de aanwezige bodemkwaliteit is enerzijds van belang om te bepalen of er bodemsanering moet plaatsvinden. Aanwezige (spoedeisende) gevallen van
13.1.2
Waterkwaliteit
13.2
Methode onderzoek Bodem
Bij het onderdeel waterkwaliteit is aandacht voor de grondwaterkwaliteit en de oppervlaktewaterkwaliteit. Waterkwaliteit is een belangrijke parameter voor een gezonde leefomgeving. Hierbij wordt onderzocht in hoeverre de ontwikkeling
bodemverontreiniging binnen het plangebied moeten volgens de Wet bodembescherming gesaneerd worden. Door het verwijderen van eventueel aanwezige saneringsgevallen, nemen de verontreinigingen in het gebied af en
kan leiden tot verontreinigingen in het grond- en oppervlaktewater.
zal de gemiddelde bodemkwaliteit in het gebied verbeteren. Anderzijds is de kwaliteit van de bodem ter plaatse medebepalend voor grond die kan worden toegepast binnen het plangebied.
13.1.3
Waterkwantiteit
Bij het onderdeel waterkwantiteit wordt gekeken naar de grondwaterkwantiteit en de oppervlaktewaterkwantiteit. De aanleg van het bedrijventerrein kan leiden tot wijzigingen van het lokale watersysteem of van (grond)waterstanden in het gebied. 66/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
Tabel 13-1 Beoordelingsschaal bodemkwaliteit
Score
Betekenis
Score
Betekenis
--
Bodemopbouw verslechtert sterk, aanwezige K&L leiden tot knelpunten in de
++
Bodemkwaliteit wordt sterk positief beïnvloed (sanering en invoer klasse wonen
uitvoering grote risico’s door NGE
en industriegrond)
+
Bodemkwaliteit wordt licht positief beïnvloed (sanering)
0
Geen effect bodemkwaliteit ten opzichte van de referentiesituatie
-
Bodemkwaliteit neemt licht af
--
Bodemkwaliteit verslecht sterk
13.2.2 Waterkwaliteit Voor grondwaterkwaliteit is gekeken naar de huidige grondwaterkwaliteit en vervuilingen in het plangebied. Wanneer er vervuilingen aanwezig zijn en deze gesaneerd worden leidt dit tot een verbetering van de grondwaterkwaliteit. Voor oppervlaktewaterkwaliteit is gekeken naar de huidige oppervlaktewaterkwaliteit
Bodemopbouw Naast de bodemkwaliteit is ook de bodemopbouw van belang. In de beoordeling is aandacht voor het effect van het bedrijventerrein op de bodemopbouw en
en vervuilingen in het plangebied. Wanneer er vervuilingen aanwezig zijn en deze verholpen worden leidt dit tot een verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit.
voorwerpen in de bodem (kabels& leidingen en niet gesprongen explosieven). Aan de hand van klikmeldingen, het vooronderzoek naar niet gesprongen explosieven en het bodemonderzoek wordt beoordeeld of de ontwikkeling van
Tabel 13-3 Beoordelingsschaal waterkwaliteit
het bedrijventerrein leidt tot effect op de bodemopbouw. In de volgende tabellen is aangegeven hoe de vijf beoordelingsklassen zijn ingedeeld voor het criterium bodemkwaliteit. Tabel 13-2 Beoordelingsschaal bodemopbouw (inclusief K&L en NGE)
Score
Betekenis
++
Bodemopbouw wordt sterk verbeterd, aanwezige K&L versnellen de realisatie,
geen risico’s door NGE +
Bodemopbouw wordt verbeterd, aanwezige K&L vergemakkelijken realisatie en
0
Geen effect op bodemopbouw, K&L niet of nauwelijks aanwezig en beheersbaar
geen risico’s door NGE
risico door NGE -
Score
Betekenis
++
De waterkwaliteit verbetert sterk
+
De waterkwaliteit verbetert licht
0
Geen effect op waterkwaliteit ten opzichte van de referentiesituatie
-
De waterkwaliteit verslecht licht
--
De waterkwaliteit verslecht sterk
13.2.3 Waterkwantiteit Voor grondwaterkwantiteit is gekeken naar de toename van verharding en mogelijkheden voor infiltratie van oppervlaktewater naar grondwater. Wanneer deze mogelijkheden tot infiltratie toenemen kan ook de grondwaterkwantiteit toenemen. Voor oppervlaktewaterkwantiteit is gekeken naar de huidige oppervlaktewaterkwantiteit in het plangebied.
Bodemopbouw verslechtert, aanwezige K&L leiden tot extra maatregelen, klein risico door NGE 67/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
Wanneer er watergangen gedempt worden leidt dit tot een afname van de
Score
Betekenis
oppervlaktewaterkwantiteit en vice versa. Er is gekeken of de nodige watercompensatie wordt gehaald gezien de toename in verhard oppervlak.
-
De waterveiligheid verslecht licht
--
De waterveiligheid verslecht sterk
Tabel 13-3 Beoordelingsschaal waterkwantiteit
13.3
Huidige situatie en autonome ontwikkelingen (referentiesituatie)
Score
Betekenis
++
De waterkwantiteit verbetert sterk
+
De waterkwantiteit verbetert licht
0
Geen effect op waterkwantiteit ten opzichte van de referentiesituatie
-
De waterkwantiteit verslecht licht
--
De waterkwantiteit verslecht sterk
13.2.4 Waterveiligheid Bij het criterium waterveiligheid wordt onderzocht in hoeverre de ontwikkeling van het bedrijventerrein impact heeft op de waterveiligheid van het gebied. Gezien de ligging nabij de dijk met achterliggend IJsselmeer is aandacht voor de sterkte van de dijk en bouwen in beschermingszones van de dijk. Hierbij
13.3.1
Bodem
Bodemopbouw In het verkennend bodemonderzoek voor de percelen akkerland achter Zuidermeerweg 57 te Nagele van november 2019 zijn de fysieke bodemeigenschappen per bodemlaag omschreven36. In onderstaande tabel is de globale bodemopbouw weergegeven zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden is aangetroffen. De autonome ontwikkelingen leiden niet tot een verandering van deze situatie. Tabel 13-4 Globaal overzicht bodemopbouw (bron: Bodemvisie 2019 )
wordt gebruik gemaakt van de keur en legger van waterschap Zuiderzeeland om te vergelijken in hoeverre de bebouwing in beschermingszones van de dijk wordt ontwikkeld. De beoordeling hiervan is kwalitatief. Tabel 13-4 Beoordelingsschaal waterveiligheid
Score
Betekenis
++
De waterveiligheid verbetert sterk
+
De waterveiligheid verbetert licht
0
Geen effect op waterveiligheid ten opzichte van de referentiesituatie
36
Bodemvisie 2019, Verkennend bodemonderzoek Percelen akkerland achter Zuidermeer 57 te Nagele 68/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
Kabels en leidingen Met een klic-melding is de aanwezigheid van kabels en leidingen in de bodem aangetoond (zie figuur 13.1)
Te zien is dat er geen kabels en leidingen binnen het plangebied liggen. Alleen langs de randen van het plangebied liggen kabels en leidingen die van- en naar de aanwezige boerderijen lopen. Niet gesprongen explosieven (NGE) Op verzoek van de gemeente Urk heeft AVG Explosieven Opsporing Nederland het Vooronderzoek CE Urk Domineesweg naar de aanwezigheid van conventionele explosieven (CE) uitgevoerd, opgenomen als bijlage 16 . Er is onderzocht of gevechtshandelingen in de tweede wereldoorlog hebben geleid tot achtergebleven explosieven in het projectgebied. In figuur 13.2 zijn de bevindingen binnen het projectgebied weergegeven. Uit het vooronderzoek blijkt dat er indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van CE. Mogelijke CE die in het projectgebied kunnen worden aangetroffen zijn afwerpmunitie (1000 lb) en brandbommen (30 lb). Zoals in figuur 13.2 te zien is het projectgebied gedeeltelijk verdacht op CE (rood).
Figuur 13-1 Aanwezige kabels en leidingen in de bodem binnen het projectgebied (bron: klic melding) 69/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
metalen en PCB’s aangetoond. Zowel visueel als analytisch is in het plangebied geen asbest aangetroffen. Op basis van de bekende voorinformatie en de resultaten van de terreininspectie, worden geen specifieke aandachtspunten verwacht met betrekking tot potentieel aanwezige bodemverontreiniging. Op basis van het relatief grote aantal onderzoeksresultaten dat middels uitgevoerd bodemonderzoek van het gebied is verkregen, wordt op voorhand geen significante mate van bodemverontreiniging verwacht. De uitgevoerde onderzoeken hebben aangetoond, dat in het gebied overwegend sprake is van maximaal licht verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen. 13.3.2
Waterkwaliteit
Uit een bodemonderzoek van Bodemvisie naar de percelen achter Zuidermeerweg 57 blijkt dat het grondwater licht verhoogde concentraties met barium en naftaleen bevat. Deze hebben waarschijnlijk een natuurlijke Figuur 13-2 Risicozone conventionele explosieven in het projectgebied (rood) (bron: AVG 2018, Vooronderzoek CE Domineesweg Urk)
Bodemverontreiniging Uit verkennend bodemonderzoek aan de Domineesweg 29 blijkt, dat in de boven- en ondergrond, op het zuidelijke terreindeel, lichte verontreinigingen met cadmium, kwik, zink en minerale olie zijn aangetoond37. Ter plaatse van het betonpad is een lichte verontreiniging met minerale olie in de bodemlaag onder de betonverharding aangetroffen. Bodemonderzoek achter de Zuidermeerweg 57 toont aan dat overwegend geen verontreinigingen in boven- en ondergrond
oorsprong38. Het grondwater is van relatief slechte kwaliteit. De oorzaak daarvan is natuurlijke kwel met daarin een hoge concentratie ijzer. Hierdoor krijgt het oppervlaktewater een bruinige kleur, wat een matig beeld geeft qua beleving. Het is echter binnen de Noordoostpolder geen onbekend fenomeen en komt ook voor in ander (stedelijk) oppervlaktewater. 13.3.3 Waterkwantiteit De bestaande waterstructuur is opgebouwd uit de Zuidermeertocht, kavelssloten rond de boerderijkavels en akkers en een kwelsloot langs de
zijn aangetoond. Plaatselijk zijn lichte verontreinigingen met enkele zware
Zuidermeerdijk. Het huidige watersysteem in het gebied bestaat uit kavelsloten met een tussenafstand van 300 meter die afwateren op de Zuidermeertocht.
37
38
Bodemvisie 2019, 190043 Vooronderzoek Zuidermeerdijk-Domineesweg te Tollebeek
Bodemvisie 2019, 190043 Vooronderzoek Zuidermeerdijk-Domineesweg te Tollebeek 70/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
Al deze watergangen hebben een waterpeil van -5,7 m ten opzichte van NAP.
•
Ten westen van het plangebied ligt het oppervlaktewater van het IJsselmeer. Er zijn geen grondwatermetingen binnen het plangebied beschikbaar. Wel is er met behulp van een grondwatermodel berekend dat de Gemiddeld Hoogste
Er zijn geen rivieren in of nabij het plangebied aanwezig die impact hebben op de waterveiligheid van het bedrijventerrein.
Grondwaterstand (GHG) binnen het plangebied varieert tussen de -5 en -5,5 meter NAP. Het plangebied is gelegen in het zuidwesten van de Noordoostpolder waar een kwelstroom tot 2 millimeter per dag kan worden verwacht. 13.3.4
Waterveiligheid
Buitenbeschermingszone
13.4 13.4.1
Effectbeoordeling Bodem
Bodemopbouw Bij de ontwikkeling van het bedrijventerrein zal de bodemopbouw plaatselijk
Aan de westgrens van het plangebied ligt de IJsselmeerdijk die het gebied beschermd tegen het water vanaf het IJsselmeer. Dit is een primaire kering van ca. 8 meter hoog. In de voorjaarsnota 2020-2023 van Waterschap
veranderen. Aanleg van funderingen vereist het afgraven van een deel van de bodem en mogelijk wordt zand opgebracht. Als gevolg van eventueel benodigde grondwaterstandsverlagingen (tijdelijke bemaling) kunnen maaiveldzettingen
Zuiderzeeland wordt de versterking van de IJsselmeerdijk genoemd als het eerste versterkingsproject dat Zuiderzeeland zal uitvoeren in het kader van de versterkingsopgave voortkomend uit de nieuwe veiligheidsnormering van het
optreden. Maaiveldzettingen kunnen leiden tot zettingsschade aan bestaande gebouwen en ondergrondse infrastructuur. De kans op het optreden van schade ten gevolge van de zettingen is afhankelijk van de bodemopbouw (mate van
Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). In het najaar van 2018 is de beoordeling van het dijktraject afgerond en voorzien van een positief oordeel door de toezichthouder (Inspectie Leefomgeving en Transport). De benodigde
voorkomen van zettingsgevoelige lagen), de grondwaterstands-verlaging, de duur van de eventuele bemalingen, de afstand tot zettingsgevoelige objecten en de staat van de zettingsgevoelige objecten. Zand is bijvoorbeeld relatief weinig
versterking van de IJsselmeerdijk is opgenomen op de programmering van het HWBP39. In beleidsregels van Waterschap Zuiderzeeland is opgenomen wat de mogelijk- en onmogelijkheden zijn voor nieuwe bouwwerken en / of
samendrukbaar en veen juist heel veel. Klei, zavel en leem nemen een middenpositie in. TNO heeft voor heel Nederland de zettingsgevoeligheid van de bodem in kaart gebracht40. De bodem in het plangebied heeft een
terreininrichtingen binnen de beschermingszones van de dijk. De dijk kent verschillende beschermingszones: • Kernzone
middelhoge zettingsgevoeligheid. Echter gezien de grondwaterstand van 80cm beneden maaiveld wordt niet verwacht dat grote bemalingen nodig zijn in het plangebied. Bovendien is het mogelijk om de kans op zettingen te verkleinen
• •
met bouwtechnieken als voorbelasting of onderheien. Een effect op zettingen wordt dan ook niet verwacht.
39
Binnenbeschermingszone Tussenbeschermingszone
Waterschap Zuiderzeeland 2020, Voorjaarsnota 2020-2023
40
TNO 2014 Zettingskaart Nederland 71/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
Kabels & leidingen en niet gesprongen explosieven Doordat er geen kabels en leidingen binnen het plangebied liggen wordt er geen hinder ondervonden. In het vooronderzoek is geconcludeerd dat het projectgebied gedeeltelijk verdacht is op de aanwezigheid van CE. Bij het
Bodemverontreiniging Op basis van de bekende bodeminformatie en de resultaten van de terreininspectie, worden geen specifieke aandachtspunten verwacht met betrekking tot potentieel aanwezige bodemverontreiniging. De ontwikkeling van
realiseren van het project is er een mogelijk dat er CE wordt gevonden. Daarbij bestaat het risico dat er tijdens de werkzaamheden onbedoelde detonaties plaatsvinden. Dit kan leiden tot ernstig letsel bij werknemers en zware schade aan materiaal en omgeving. Daarnaast kunnen spontane CE-vondsten resulteren in meerwerkkosten door stagnatie van de uitvoeringswerkzaamheden. Het advies van AVG is om een vervolgonderzoek
het bedrijventerrein leidt naar verwachting niet tot een slechtere bodemkwaliteit. Verontreinigd water van de industriële bedrijven wordt via het rioolstelsel afgevoerd. Overige negatieve impact op de bodemkwaliteit wordt niet verwacht. Zowel het basisalternatief als het duurzame alternatief hebben geen nadelige gevolgen voor de bodemkwaliteit waardoor beide alternatieven neutraal worden beoordeeld41.
uit te voeren om dit risico te beheersen. Het CE-onderzoek maakt onderdeel uit van de opsporingsfase. De opsporingsfase omvat achtereenvolgens: werkvoorbereiding, detecteren, interpreteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven
Tabel 13-6 Beoordeling effect op bodemkwaliteit
Alternatief
Score
Betekenis
en identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie tot aan de overdracht aan de EOD en proces-verbaal van oplevering aan de opdrachtgever en bevoegd gezag. Binnen het gehele CE verdachte
Basisalternatief
0
Geen effect op bodemkwaliteit ten opzichte van de
Duurzaam
0
Geen effect op bodemkwaliteit ten opzichte van de
gebied dient oppervlaktedetectie te worden uitgevoerd. Deze reikt tot maximaal 4,50 meter en is voldoende om de mogelijk aanwezige munitiesoorten aan te treffen. Met dit onderzoek wordt het risico op NGE beheerst.
alternatief
Tabel 13-5 Beoordeling effect op bodemopbouw (inclusief K&L en NGE)
Alternatief
Score
Betekenis
Basisalternatief
0
Geen effect op bodemopbouw, K&L niet of nauwelijks aanwezig
Duurzaam
0
Geen effect op bodemopbouw, K&L niet of nauwelijks aanwezig
en beheersbaar risico door NGE
alternatief
41
en beheersbaar risico door NGE
referentiesituatie
referentiesituatie
13.4.2 Waterkwaliteit Bij de ontwikkeling van het binnendijks bedrijventerrein wordt zorgvuldig aandacht besteedt aan de waterafvoer van de bedrijven. Het vuilwater wordt via een aan te leggen rioolstelstel afgevoerd. Er zal een verbinding worden gerealiseerd met het watersysteem van de Zwolsehoek, ter verbetering van de waterkwaliteit in de Zwolsehoek. De verwachting is dat de waterkwaliteit van het hemelwater dat terecht komt op de terreinverharding onvoldoende is om rechtstreeks af te wateren op de watergangen, daarom wordt hemelwater met een verbeterd gescheiden stelsel afgevoerd, waarbij alleen de first flush
Bodemvisie 2019. Historisch vooronderzoek Zuidermeerdijk-Domineesweg te Tollebeek 72/90
Kenmerk
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
afgevoerd wordt naar de rioolwaterzuivering. De dakoppervlakken worden zo
compensatie voor de demping van sloten en het realiseren van nieuwe
veel mogelijk rechtstreeks aangesloten op het oppervlaktewater, aangezien de kwaliteit van dit water goed genoeg is om rechtstreeks op het oppervlaktewater te lozen, mits er geen uitlogende materialen worden gebruikt.
verharding. Daarom is een watercompensatieberekening opgesteld waaruit duidelijk blijkt welk oppervlak aan watercompensatie gerealiseerd moet worden. De toename in verharding van ca. 75 hectare wordt gecompenseerd door de
Het afvalwater wordt centraal ingezameld en ondergronds afgevoerd. Hiervoor dient een gemaal geplaatst te worden die het afvalwater via een persleiding vervoert naar de transportleiding ten noorden van de Urkervaart. Vanaf daar wordt het water getransporteerd naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie Tollebeek.
aanleg van ruim 5,4 hectare wateropvang in het gebied. Om die reden wordt het basisalternatief voor de inrichting van het binnendijks bedrijventerrein als neutraal beoordeeld. In het duurzame alternatief is bovenop de vereiste watercompensatie extra aandacht voor mogelijkheden om het gebied klimaatadaptief in te richten. In het bestemmingsplan is hierbij opgenomen dat maximaal 80% van het onbebouwde deel van het bouwperceel mag worden
Zowel het basisalternatief als het duurzame alternatief hebben geen nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit waardoor beide varianten neutraal worden beoordeeld.
verhard, waarbij dit percentage mag worden overschreden mits de overschrijding in oppervlakte volledig wordt gecompenseerd door een vegetatiedak op bebouwing op hetzelfde bouwperceel. Ook wordt in dit
Tabel 13-7 Beoordeling effect op waterkwaliteit
alternatief de aanleg van extra groen of wateropvang (wadi’s) gestimuleerd. Deze inrichting biedt meer ruimte voor wateropvang waarmee het duurzame alternatief positief scoort op het beoordelingscriterium waterkwantiteit. In beide
Alternatief
Score
Basisalternatief
0
Betekenis Geen effect op waterkwaliteit ten opzichte van de
referentiesituatie Duurzaam
alternatief
0
Geen effect op waterkwaliteit ten opzichte van de
alternatieven is bij het graven van nieuwe watergangen en oppervlaktewater een risico op opbarsten. Bij de verdere planuitwerking wordt dit nader beschouwd met bodemonderzoek en worden passende maatregelen getroffen.
referentiesituatie Tabel 13-8 Beoordeling effect op waterkwantiteit
13.4.3 Waterkwantiteit De bestaande sloten in het terrein worden gedempt om de gronden bouwrijp te maken. De kwelsloot langs de Zuidermeerdijk moet echter gehandhaafd te worden. Deze kwelsloot krijgt halverwege het bedrijventerrein een afvoermogelijkheid op het nieuwe watersysteem. De aanleg van een bedrijventerrein zorgt voor een flinke toename van verhard oppervlak in het
Alternatief
Score
Betekenis
Basisalternatief
0
Geen effect op waterkwantiteit ten opzichte van de
Duurzaam
+
De waterkwantiteit verbetert licht
referentiesituatie
alternatief
gebied. Dit leidt tot een verminderde infiltratie van grondwater. De hoeveelheid (open) water is gerelateerd aan de normen die vanuit het waterschap gelden als 73/90
Kenmerk
13.4.4
R002-1271717HRE-V01-agv-NL
Waterveiligheid
Het plangebied is gelegen nabij de waterkering. Ten behoeve van de veiligheid, beheerbaarheid en de benodigde ruimte voor toekomstige ontwikkelingen geldt een beperking voor handelingen op of in de nabijheid van de waterkering. Dit plan is (deels) gelegen in de volgende beschermingszone(s) van de primaire waterkering: • Binnenbeschermingszone • Tussenbeschermingszone • Buitenbeschermingszone Deze beschermingszones hebben een beschermend regime opgelegd gekregen in de bij dit bestemmingsplan behorende planregels. De bouwbeperkingen in deze dijkzones zorgen ervoor dat de dijk niet wordt aangetast. De Zuidermeerdijk blijft in zijn huidige vorm en functie voortbestaan. Zowel tijdens de realisatiefase als de uitvoeringsfase leidt het binnendijks bedrijventerrein niet tot effecten op de waterveiligheid. Hierbij is geen onderscheid tussen het basisalternatief en het duurzame alternatief. Daarom worden beide alternatieven neutraal beoordeeld. Tabel 13-9 Beoordeling effect op waterveiligheid