CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 3 Milieueffectrapport.pdf

Gemeenteraad 18 februari 2021, gemeente UrkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan, exploitatieplan en beeldkwaliteitsplan Port of Urk - binnendijks bedrijventerrein32.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

bereikbaarheid (--). De ontwikkeling van de MSNF en woningen in Urk veroorzaken een cumulatief negatief effect voor de bereikbaarheid.

laadperrons aangelegd worden. Het laden en lossen vindt in dat geval plaats aan de achterzijde van de kavel wat positief bijdraagt aan de verkeersveiligheid. Ondanks deze maatregelen leidt een nieuw bedrijventerrein hoe dan ook tot een

Tabel 5-6 Beoordeling bereikbaarheid

toename van (zwaar) vrachtverkeer. Vanuit onderzoek door SWOV blijkt dat de risico’s bij ongevallen met vrachtwagens en bestelauto’s groter zijn dan bij personenauto’s. De meeste ongelukken met vracht- en bestelauto’s vinden

Alternatief

Score

Betekenis

Basisalternatief

--

Veel verkeershinder verwacht en sterke

Duurzaam alternatief

--

Veel verkeershinder verwacht en sterke

vermindering van bereikbaarheid

vermindering van bereikbaarheid

plaats op de provinciale weg (80 km/h) en binnen de bebouwde kom (50 km/h). Veel ongelukken gebeuren daarbij op kruispunten of rotondes8. Ook op het bedrijventerrein worden een aantal rotondes en kruispunten aangelegd. Net als de rotonde op de Domineesweg zijn dit punten waar mogelijk nieuwe ongevallen met vrachtverkeer kunnen plaatsvinden. Hoewel er veel aandacht is voor

8

SWOV (2020). Vracht- en bestelauto's. SWOV-factsheet, april 2020, SWOV Den Haag. 25/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

gescheiden fietspaden in het plangebied neemt het risico toe vanwege het toenemende vrachtverkeer. Om deze redenen worden zowel het basisalternatief als het duurzame alternatief negatief beoordeeld voor de verkeersveiligheid (-). Tabel 5-7 Beoordeling verkeersveiligheid

Alternatief

Score

Betekenis

Basisalternatief

-

Lichte verslechtering van de verkeersveiligheid

Duurzaam alternatief

-

Lichte verslechtering van de verkeersveiligheid

Mitigerende maatregelen De eventuele aanleg van een Randweg tot de Staartweg zou leiden tot een logische ringwegstructuur van de Noordoostpolder. Op die manier wordt bestemmingsverkeer van Urk goed verdeeld over de diverse invalswegen en is er minder kans op sluipverkeer via het Urkerdwarspad. Deze weg is niet geschikt voor grote aantallen verkeersstromen. Wanneer hier minder sluipverkeer is draagt dit positief bij aan de verkeersveiligheid.

26/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

6 Geluid 6.1

Uitgangspunten

•

Berekening van de verwachte cumulatieve geluidbelasting als gevolg van het bestaande en het nieuwe bedrijventerrein, bestaande en nieuwe wegen en de bijliggende windturbines op de omliggende woningen

In dit onderdeel wordt getoetst welke effecten het bestemmingsplan heeft op de geluidshinder in het gebied. Om de uiteindelijke kwaliteit van de leefomgeving vast te kunnen stellen zijn meerdere geluidbronnen van belang. Gekeken zal worden naar de effecten door wegverkeerslawaai, industrielawaai, en het geluid van de bestaande windturbines. Het nieuwe bedrijventerrein zal een niet-

Voor de milieueffectbeoordeling is onderscheid gemaakt tussen industrielawaai en wegverkeerslawaai.

gezoneerd industrieterrein worden. Er is daarom vanuit de Wet geluidhinder geen wettelijk kader om het terrein te toetsen. Vanuit de Wet Ruimtelijke Ordening bestaat de eis dat bij nieuwe plannen sprake moet zijn van een goede

6.1.2 Uitgangspunten industrielawaai In hoofdstuk 2 van het achtergrondrapport geluid worden de uitgangspunten en

ruimtelijke ordening. In de jurisprudentie is dat onder meer vertaald in het vereiste dat in het bestemmingsplan de afweging moet zijn gemaakt of er sprake is van een ´aanvaardbaar woon- en leefklimaat´ voor de omliggende

het juridisch kader geldend voor industrielawaai kort beschreven. Omdat er geen sprake is van een gezoneerd industrieterrein wordt gebruik gemaakt van de nieuwe uitgave Milieuzonering van de VNG (d.d. mei 2019).

woningen. Voor het onderdeel geluid is dit onderzocht in het akoestisch onderzoek9. Dit is als achtergrondrapport in het MER opgenomen als bijlage 5. 6.1.1 Doelstellingen van het akoestisch onderzoek De volgende doelstellingen zijn nagestreefd in het akoestisch onderzoek: • Berekening van de geluidbelasting vanwege de bedrijven die mogelijk • •

9

6.1.3 Uitgangspunten wegverkeerslawaai In hoofdstuk 3 van het achtergrondrapport geluid worden de uitgangspunten en het juridisch kader geldend voor wegverkeerslawaai kort beschreven. Vanuit de Wet geluidhinder wordt voor het wegverkeerslawaai onderscheid gemaakt tussen grenswaardes voor bestaande en nieuwe situaties10.

worden gemaakt binnen het plangebied op bestaande woningen Berekening van de geluidbelasting vanwege nieuwe wegen op bestaande woningen Berekening van het geluideffect door de toename van het verkeer op de aan het plan aansluitende Domineesweg

Antea 2020, Akoestisch onderzoek Port of Urk binnendijks bedrijventerrein

10 In geval van een nieuwe situatie is er sprake van een “reconstructie” met bijbehorende (strengere) grenswaarden.

27/90

Kenmerk

6.2

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Methode onderzoek

verschillen tussen de diverse geluidsbronnen. Het ene soort geluid is het andere

6.2.1 Industrielawaai Voor het inzichtelijk maken van het industrielawaai zijn de industriebronnen ingevoerd in een grafisch computermodel dat rekent volgens de

niet: wegverkeerslawaai wordt bijvoorbeeld als veel hinderlijker ervaren dan het geluid van een spoorweg. En windmolens staan bekend om hun relatief grote bijdrage aan de cumulatieve geluidbelasting.

Standaardrekenmethode II uit het 'Reken- en meetvoorschrift geluid 2012'. Daarbij is gebruik gemaakt van het programma Geomilieu v2020.1. De bronhoogte van de kavelbronnen is op een hoogte van 5 meter boven het plaatselijk maaiveld gemodelleerd. De volledige invoergegevens van het rekenmodel staan in bijlage 1 van het achtergrondrapport voor geluid.

De impact op de geluidsoverlast voor de drie boven beschreven criteria zal worden ingeschat met behulp van de klassen in onderstaande tabel.

6.2.2 Wegverkeerslawaai Bij het onderhavige onderzoek zijn voor de effectbeschrijving geluidprognoseberekeningen uitgevoerd. Deze berekeningen dienen om de geluidbelasting binnen het plangebied en per geluidgevoelige bestemming te bepalen. Alle verkeerslawaaiberekeningen zijn uitgevoerd volgens de Standaardrekenmethode II (SRM2) uit het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’ ex artikel 110d van de Wet geluidhinder. De berekeningen zijn uitgevoerd met één geluidreflectie en een sectorhoek van 20. In het onderhavige onderzoek zijn de relevante wegen en de directe omgeving ingevoerd in een grafisch 3D-geluidsimulatiemodel dat rekent volgens SRM2. Daarbij is gebruik gemaakt van het softwarepakket Geomilieu v2020.1. 6.2.3 Cumulatie In de bijlagen bij het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is een rekenmethode opgenomen voor de berekening van de cumulatieve geluidbelasting (Lcum). De cumulatieve geluidbelasting is bepaald aan de hand van deze bijlage. Van belang is dat er in deze rekenmethode voor het

Tabel 6-1 Beoordelingsschaal geluid

Score

Betekenis

++

Geluidsbelasting op de gevel neemt sterk af

+

Geluidsbelasting op de gevel neemt af

0

Geluidsbelasting op de gevel blijft (vrijwel) gelijk

-

Geluidsbelasting op de gevel neemt toe

--

Geluidsbelasting op de gevel neemt sterk toe

6.3

Huidige situatie en autonome ontwikkelingen (referentiesituatie)

Industrielawaai De referentiesituatie waarmee zal worden vergeleken betreft de bestemde geluidemissie van het bedrijventerrein Zwolsche Hoek dat ten noorden van de Domineesweg ligt. De geluidgegevens van het bedrijventerrein ‘Zwolsche Hoek’ zijn afkomstig van het akoestisch onderzoek voor het bestemmingsplan Zeeheldenwijk (oktober 2020). Wegverkeerslawaai De gemeente Urk heeft in een uitsnede van hun Geomilieu-model van het basisjaar 2030 de te verwachten autonome ontwikkeling van het wegverkeer

vaststellen van cumulatieve geluidshinder rekenschap is gegeven aan de 28/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

aangeleverd. Hierin zijn ook de ontwikkelingen in de Zeeheldenwijk

Beide alternatieven laten dus een zeer negatief effect zien door de berekende

meegenomen.

toename van het industrielawaai op met name de zuidelijke gevels van deze vier woningen.

Windturbines Ten zuiden van het bedrijventerrein Zwolsche Hoek zijn al windturbines aanwezig. De gehanteerde akoestische informatie voor de windturbines op Windpark Zuidermeerdijk is afkomstig uit het onderzoek ‘Windparken Noordoostpolder Akoestisch onderzoek – cumulatie vier windparken’11

6.4

Effectbeoordeling

Voor geluid zijn geen verschillen te verwachten tussen het basisalternatief en het duurzaam alternatief omdat de verschillen daartussen zich uiten in energieverbruik en aanleg van water en groen. De effecten voor alle akoestische toetsingscriteria zijn dus gelijk voor beide alternatieven. 6.4.1

Industrielawaai

In paragraaf 5.1 van het achtergrondrapport geluid worden de rekenresultaten van het industrielawaai op de bestaande woningen in het studiegebied gepresenteerd. Aan de noordgevels van de woningen aan de Domineesweg 32a-d wordt de grenswaarde van 50dB in de referentiesituatie al overschreden met ongeveer 2-5 dB. Ten gevolge van het plan neemt de geluidsbelasting op de zuidgevels van deze woningen toe met 8-11 dB tot ruim 52 dB. Naast deze toename van de directe hinder veroorzaakt het extra verkeer ook een toename van de indirecte hinder met 2 dB langs bijna de gehele Domineesweg.

Tabel 6-2 Beoordeling gevelbelasting door industrielawaai

Alternatief

Score

Betekenis

Basisalternatief

--

Gevelbelasting neemt sterk toe

Duurzaam alternatief

--

Gevelbelasting neemt sterk toe

6.4.2

Wegverkeerslawaai

Nieuwe situatie De aanleg van de nieuwe weg die het plangebied ontsluit, leidt tot overschrijding van de (voorkeurs)grenswaarde van 48 dB met 1-2 dB op de zuidelijke gevels van Domineesweg 32a-d (zie tabel 5.2 van het achtergrondrapport geluid). Door de nieuwe situatie die ontstaat langs de Zuidermeerweg wordt de (voorkeurs)grenswaarde op de gevels van de woningen met nummer 45 en 49 niet overschreden (zie tabel 5.4 van het achtergrondrapport geluid). Bestaande situatie De toename van het wegverkeerslawaai langs de rest van de Domineesweg kan worden gezien als indirecte hinder ten gevolge van de nieuwe industriële activiteiten die met het plan mogelijk gemaakt worden. Beide alternatieven laten dus een negatief effect zien door de berekende toename van het wegverkeerslawaai op met name de zuidelijke gevels van de woningen aan de Domineesweg 32a-d.

11 LBP Sight 2010, Windparken Noordoostpolder Akoestisch onderzoek – cumulatie vier windparken’, R068291aaB4.dv,.

29/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Tabel 6-3 Beoordeling gevelbelasting door wegverkeerslawaai

Beide alternatieven laten dus een neutraal effect zien op de berekende

Alternatief

Score

Betekenis

cumulatieve hinder vanuit de drie verschillende geluidsbronnen.

Basisalternatief

-

Gevelbelasting neemt toe

Duurzaam alternatief

-

Gevelbelasting neemt toe

6.4.3

Tabel 6-5 Beoordeling cumulatieve geluidsbelasting

Cumulatieve geluidsbelasting (Lcum)

Rekening houdend met de verschillen in de aard van het geluid vanuit de drie geluidsbronnen is de cumulatieve geluidsbelasting in het studiegebied vast gesteld. De effecten treden met name op aan de gevels van de Domineesweg 32a-d. Hieronder zijn de resultaten van die berekening weergegeven (bron: tabel 5.4 uit het achtergrondrapport geluid).

Alternatief

Score

Betekenis

Basisalternatief

0

Cumulatieve geluidsbelasting op de gevel blijft vrijwel gelijk

Duurzaam alternatief

0

Cumulatieve geluidsbelasting op de gevel blijft

vrijwel gelijk

6.4.4 Maatregelen De (voorkeurs)grenswaarde voor wegverkeerslawaai van 48 dB op bestaande

Weg

Industrie

Wind

Lcum plan

Lcum

verkeer

lawaai

turbines

(dB)

referentie

woningen wordt overschreden op de zuidgevels van Domineesweg 35a-d12. Voor deze vier adressen moet een hogere waarde worden aangevraagd voor het wegverkeerslawaai dat ontstaat vanuit de in het plangebied nieuw aan te

(dB)

(dB(A))

(dB)

(dB)

leggen ontsluitingsweg ter hoogte van deze woningen.

Domineesweg 32a

62,82

53,42

46,08

64

64

Domineesweg 32b

62,91

52,82

45,77

64

63

Bronmaatregelen

Domineesweg 32c

62,93

52,8

45,75

64

63

Domineesweg 32d

62,82

55,24

45,72

64

64

Maatregelen om de geluidbelasting terug te brengen dienen in eerste instantie op de bron te worden toegepast. Het is voor deze nieuw aan te leggen weg echter niet doelmatig om bronmaatregelingen te treffen. De geluidbelasting als

Tabel 6-4 Cumulatieve geluidbelasting op de 4 relevante woningen aan de Domineesweg Adres

De rekenresultaten laten zien dat: • De bijdrage vanuit het wegverkeer duidelijk overheerst • • •

gevolg van deze nieuw weg is namelijk onderschikt aan de geluidbelasting als gevolg van de Domineesweg.

Het geluid van de windturbines niet substantieel bijdraagt aan Lcum Er in de referentie situatie al sprake is van een hoge Lcum De toename van de berekende gecumuleerde geluidbelasting naar verwachting zo gering is dat deze niet hoorbaar zal zijn

12

Zie voor meer details paragraaf 5.2.1 in het achtergrondrapport geluid. 30/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Overdrachtsmaatregelen Overdrachtsmaatregelen tussen de nieuw aan te leggen weg en de vier bestaande woningen aan de Domineesweg zijn niet te realiseren. Daar waar in de gangbare situatie geluidsschermen zouden worden geplaatst, bevindt zich namelijk de Domineesweg.

31/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

7 Luchtkwaliteit 7.1

Uitgangspunten

Stof

De luchtkwaliteit is een belangrijke parameter voor een gezonde leefomgeving. Er zijn twee fasen te onderscheiden in dit project die relevante gevolgen kunnen hebben voor de lokale luchtkwaliteit. Dit zijn de aanlegfase en de gebruiksfase. In dit hoofdstuk worden alleen de effecten van de gebruiksfase beschouwd. Dit omdat de aanlegfase naar verhouding veel korter van duur is, bovendien wordt

Criterium

Grenswaarde

Maximaal toegestane aantal overschrijdingen

PM10

Jaargemiddelde

40 µg/m3

-

50 µg/m3

35 keer per jaar

25 µg/m3

-

concentratie Aantal

verwacht dat de emissies in de gebruiksfase ook groter zijn dan de emissies in de aanlegfase. Wanneer de luchtkwaliteit in de gebruiksfase binnen de wettelijke grenswaarden blijft, kan aangenomen worden dat dit ook het geval zal

overschrijdingen van een uurgemiddelde concentratie

zijn in de aanlegfase.

PM2,5

In het kader van de ‘Wet van 11 oktober 2007 tot wijziging van de Wet

Van de andere stoffen waarvoor in de Wet luchtkwaliteit grenswaarden zijn opgenomen (zie paragraaf 2.1 van bijlage 6) is op voorhand duidelijk dat deze niet in het geding zijn.

Jaargemiddelde

concentratie

milieubeheer (luchtkwaliteitseisen)’, verder te noemen de Wet luchtkwaliteit zijn enkele eisen gesteld aan de concentraties van een aantal stoffen in de lucht. Deze eisen staan weergegeven in tabel 7.1.

7.2 Stof

Criterium

Grenswaarde

Maximaal toegestane aantal

overschrijdingen NO2

Jaargemiddelde

40 µg/m3

-

200 µg/m3

18 keer per jaar

concentratie Aantal overschrijdingen van

Methode onderzoek

In het onderzoek naar de effecten op de luchtverontreiniging zijn berekeningen

Tabel 7-1 Eisen uit de Wet luchtkwaliteit

uitgevoerd voor het basisalternatief. Deze zijn opgenomen in bijlage 6. In bijlage 2 van dit achtergrondrapport over luchtkwaliteit is de ligging weergegeven van de toetspunten waar het effect op de luchtkwaliteit is beoordeeld. De Wet luchtkwaliteit toetst vooral de meest relevante stoffen, namelijk NO2, PM10 en PM2,5. De impact van de gebruiksfase op de concentraties van deze drie stoffen zal worden ingeschat met behulp van de klassen in onderstaande tabel.

een uurgemiddelde

concentratie 32/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Tabel 7-2 Beoordelingsschaal Luchtkwaliteit

Daarmee verslechtert de luchtkwaliteit in dit deel van het plangebied enigszins

Score

en komt uit, als het plan volledig is gerealiseerd, op 19,9 µg PM10/m3. De hoogst berekende plan bijdrage voor zeer fijn stof (PM2.5) is 5,3 µg PM2.5/m3. Daarmee verslechtert de luchtkwaliteit in dit deel van het plangebied enigszins

Betekenis

++

Luchtkwaliteit gaat sterk vooruit

+

Luchtkwaliteit gaat enigszins vooruit

0

Luchtkwaliteit blijft (vrijwel) gelijk

en komt uit, als het plan volledig is gerealiseerd, op 13,4 µg PM2.5/m3. De luchtkwaliteit gaat enigszins achteruit. Dit is ook negatief voor omliggende bebouwing en bewoning (vooral akkerbouwbedrijven). Er is in het basisalternatief voor fijn stof dus sprake van een negatief effect (-).

-

Luchtkwaliteit gaat enigszins achteruit

--

Luchtkwaliteit gaat sterk achteruit

7.3

Huidige situatie en autonome ontwikkelingen

In bijlage 3 van het achtergrondrapport over de luchtkwaliteit zijn de berekende achtergrondwaardes weergegeven. Duidelijk is dat geen van de grenswaarden voor deze parameters in het geding is. De onderstaande tabel geeft de berekende range weer voor elk van deze drie parameters. Tabel 7-3 Achtergrondwaardes in het studiegebied (in µg/m3)

Parameter

Laagst berekende waarde

NO2

10,4

Hoogst berekende waarde 11,6

PM10

14,5

15,0

PM2,5

8,1

8,5

In het achtergrondrapport is het effect van het basisalternatief berekend waarin wordt uitgegaan van een conventioneel bedrijventerrein dat nog gebruik maakt van met name gasgestookte installaties. Uit de spreiding van de onderzoeksresultaten blijkt dat de planbijdrage voor (zeer) fijn stof voor een belangrijk deel aan deze stationaire emissies is toe te schrijven. Omdat het duurzaamheid alternatief uitgaat van een bedrijventerrein dat “van het gas af” is, is het redelijk te verwachten dat er in het duurzaamheid alternatief nauwelijks nog sprake is van een verslechtering van de fijn stof concentraties in het plangebied. Voor het duurzame alternatief is het effect op fijn stof dus neutraal. Tabel 7-4 Beoordeling luchtkwaliteit

7.4

Effectbeoordeling

Bij het beoordelen van de berekende effecten zoals weergegeven in het achtergrondrapport over luchtkwaliteit valt op dat de geografische spreiding van de berekende toename voor NO2 anders is dan voor (zeer) fijn stof.

Alternatief

Score

Betekenis

Basisalternatief

-

(zeer)fijnstof concentraties nemen enigszins toe

Duurzaam alternatief

0

(zeer)fijnstof concentraties blijven vrijwel gelijk

7.4.1 Zeer fijn- en fijnstof De hoogst berekende waarden voor de toename van (zeer) fijn stof bevinden zich in de zuidwesthoek van het plangebied zelf (beoordelingspunt 11). De hoogst berekende plan bijdrage voor fijn stof (PM10) is 5,4 µg PM10/m3. 33/90

Kenmerk

7.4.2

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Stikstofdioxide (NO2)

De hoogst berekende waarden voor de toename van NO2 bevinden zicht ten oosten van het plangebied, langs de Domineesweg (beoordelingspunt 14 en 15). De hoogst berekende plan bijdrage is 7,1 µg/m3. Daarmee verslechtert de luchtkwaliteit langs deze weg enigszins en komt uit op 18,4 µg/m3 als het plan volledig is gerealiseerd, In het achtergrondrapport is het effect van het basisalternatief berekend waarin wordt uitgegaan van een conventioneel bedrijventerrein dat nog gebruik maakt van met name gasgestookte installaties. Uit de spreiding van de onderzoeksresultaten blijkt echter dat de planbijdrage voor NO2 voor een belangrijk deel aan de toename van het verkeer is toe te schrijven. Voor wat betreft de verkeersaantrekkende werking is er geen onderscheidend vermogen tussen beide alternatieven. Daarom heeft zowel het basisalternatief als het duurzaam alternatief een negatief effect omdat de NO2 concentraties langs de ontsluitingsweg enigszins zullen toenemen. Tabel 7-5 Beoordeling NO2 concentraties

Alternatief

Score

Betekenis

Basisalternatief

-

NO2 concentraties nemen enigszins toe

Duurzaam alternatief

-

NO2 concentraties nemen enigszins toe

34/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

8 Geur 8.1

Uitgangspunten

Geur kan voor overlast zorgen. Door de aanwezigheid van veel visverwerkende bedrijven is geur een bekend milieueffect op Urk. Voor industriële geurhinder geldt artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit, waarin is bepaald dat indien bij een activiteit emissies naar de lucht plaatsvinden, daarbij geurhinder bij geurgevoelige objecten wordt voorkomen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau gereduceerd wordt. Daarnaast geldt een beleidsbrief van de minister uit 1995, met als algemeen uitgangspunt dat nieuwe geurhinder wordt voorkomen. Als uitwerking daarvan heeft de

geurgevoelige objecten aan bij de Wet geurhinder en veehouderij. Op grond van die wet en de daarop gebaseerde jurisprudentie kunnen ook bedrijven, kantoren en winkels op bedrijventerreinen waarop bedrijven van categorie 4 en hoger zijn toegestaan geurgevoelig zijn. Voor het MER worden dit soort objecten daarom beschouwd als minst geurgevoelig (in plaats van niet gevoelig).

8.2

Methode onderzoek

In mei 2019 heeft de VNG de uitgave Milieuzonering nieuwe stijl gepubliceerd. Milieuzonering nieuwe stijl anticipeert op de integratie van milieu en ruimte in de

provincie Flevoland voor de bedrijven waarvoor zij het vergunningverlenend bevoegd gezag is, beleidsregels opgesteld voor de beoordeling van geurhinder.

Omgevingswet en gaat uit van de beschikbare milieuruimte voor een bedrijf, zonder verwijzing naar een Staat van bedrijfsactiviteiten met richtafstanden op basis van de SBI-code. De mate van geurhinder wordt niet kwantitatief bepaald,

De provincie Flevoland onderscheidt daarbij gevoelige, minder gevoelige en niet-gevoelige bestemmingen: 1. Gevoelige bestemmingen zijn onder meer gebieden waar grote aantallen

maar is gebaseerd op de toepassing van de nieuwe VNG-uitgave, zie paragraaf 8.3. Voor het aspect geurhinder hanteren wij de volgende beoordelingsschaal.

mensen veelal langdurig verblijven. Hiertoe behoren onder meer woon- en leefgebieden 2. Minder gevoelige bestemmingen zoals:

Tabel 8-1 Beoordelingsschaal geurhinder

a. op bedrijventerreinen gelegen (bedrijfs)woningen b. bedrijven, kantoren, winkels op bedrijventerreinen tot en met categorie 3 (op basis van de traditionele Bedrijven en milieuzonering) 3. Niet gevoelige bestemmingen zoals bedrijven, kantoren en winkels op bedrijventerreinen waarop bedrijven van categorie 4 en hoger (op basis van de traditionele Bedrijven en milieuzonering) zijn toegestaan

Score

Betekenis

++

Sterke afname van het aantal geurgehinderden

+

Afname van het aantal geurgehinderden

0

Geen effect op het aantal geurgehinderden

-

Toename van het aantal geurgehinderden

--

Sterke toename van het aantal geurgehinderden

Het gestelde onder 3 wijkt af van de reikwijdte van artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit sluit voor de definitie van 35/90

Kenmerk

8.3

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Huidige situatie en autonome ontwikkeling (referentiesituatie)

In de huidige situatie bestaat het plangebied uit agrarische akkergronden, een drietal akkerbouwbedrijven met bedrijfswoning en een bedrijf in de handel van pallets. Geurhinder door akkerbouwbedrijven en het bedrijf in de handel van pallets is verwaarloosbaar. Het plangebied ligt zuidelijk van het bedrijventerrein Zwolsehoek. Op dit bedrijventerrein zijn bedrijven toegestaan tot en met categorie 4.2 (op basis van de traditionele Bedrijven en milieuzonering), waaronder visverwerkende bedrijven.

De gebruiksruimte van een bedrijf is de milieuruimte die een bedrijf op grond van het bestemmingsplan mag benutten voor het uitoefenen van zijn bedrijfsvoering. Milieuzonering nieuwe stijl limiteert de gebruiksruimte voor geur per bedrijf. De hoeveelheid geurruimte per bedrijf is afhankelijk van de zone van het bedrijventerrein waarin het bedrijf ligt. Per zone wordt een standaard geurruimte per bedrijf toegekend. Hieronder is een voorbeelduitwerking voor het maatgevende thema geur weergegeven, met de bijbehorende geurnormen13.

In de nabijheid van het plangebied liggen een aantal woningen: • Woningen gelegen op een bedrijventerrein: Domineesweg 32a, 32b, 32c, 32d, 36a, 36b • •

Woningen in het buitengebied: Domineesweg 24, 26, 26a, 26b, 26c, 26d Agrarische bedrijfswoningen: Domineesweg 21 en 23 en Zuidermeerweg 45

8.4

Effectbeoordeling

In paragraaf 8.2 is aangegeven dat de mate van geurhinder wordt gebaseerd op de toepassing in het bestemmingsplan van de VNG-uitgave Millieuzonering nieuwe stijl. In plaats van een milieuzonering aan de hand van zones met oplopende milieucategorieën en een Staat van bedrijfsactiviteiten, krijgt milieuzonering nieuwe stijl vorm door zones die bij grotere afstand tot de (woon)omgeving voorzien in een oplopende gebruiksruimte voor geur per bedrijf, zonder een Staat van bedrijfsactiviteiten.

13

Figuur 8-1. Geurzones vanaf gemengd gebied en rustige woonwijk (bron: VNG 2019)

VNG 2019, Rapport Milieuzonering nieuwe stijl 36/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Tabel 8-2 Geurnormen behorend bij geurzones mileuzonering nieuwe stijl (bron: VNG 2019)

Binnen de zones voor geur worden er in het bestemmingsplan daarom twee zones opgenomen, waar de normen voor geur niet gelden voor het verwerken van vis; één zone voor het verwerken van vis met uitzondering van het drogen van vis (vanaf 200 meter) en één zone voor het verwerken van vis inclusief het

De zones worden in het bestemmingsplan vastgelegd, de ligging van de bedrijven niet. Bij het opnemen van deze zonering wordt worst case gerekend vanaf de grens van het plangebied, waarmee alle omliggende functies beschermd worden. Omdat de grens van het plangebied op minimaal 10 meter van andere functies is gelegen wordt 10 meter in mindering gebracht. De volgende zonering wordt opgenomen in het bestemmingsplan: • Geurruimte zone 1: 0 tot 40 meter • Geurruimte zone 2: 40 tot 90 meter •

drogen van vis (vanaf 500 meter). Door in de branche gebruikelijke maatregelen om geurhinder te voorkomen (zie inzet en/of bijlage 7), in combinatie met de aangehouden afstanden tot buiten het bedrijventerrein, zal geurhinder buiten het bedrijventerrein (bijvoorbeeld op omliggende akkerbouwbedrijven) door de viswerkende bedrijven voorkomen worden. Geurbeperkende maatregelen, waarbij de volgende maatregelen in afnemende mate de voorkeur verdienen: 1. Procesgeïntegreerde maatregelen, zoals:

Geurruimte zone 3: vanaf 90 meter

• • •

het werken met gesloten procesapparatuur het veranderen van grondstoffen of hulpstoffen het verbeteren van de hygiëne door maatregelen ten aanzien

•

van good housekeeping afspraken met betrekking tot de tijd en frequentie van activiteiten die piekemissies veroorzaken

De voor de drie zones gehanteerde afstanden sluiten aan bij de zones uit de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering, voor respectievelijk de milieucategorieën 3.1, 3.2 en 4.1. 2. Het verwerken van vis gaat gepaard met geurhinder. Visverwerkende bedrijven dienen met bovenstaande zonering te allen tijde middels een geuronderzoek aan te tonen dat zij geen geurhinder veroorzaken. Op basis van expert judgement kan gesteld worden dat visverwerkende bedrijven met het treffen van geurhinderbeperkende maatregelen (zie onderstaande inzet en/of bijlage 7) geen onevenredige geurhinder meer veroorzaken op een afstand van 500

3.

Nageschakelde technieken, zoals: adsorptie, gaswassers, naverbranders, biofilters, condensoren en koude oxidatie Beperking van geurimmissie, zoals:

4.

• het verhogen van de emissiepunten • vergroten van de uittreesnelheid • vergroten van de warmte-inhoud Inzetten van geurneutraliserende middelen

meter. Als er geen vis gedroogd wordt kan zelfs gesteld worden dat er geen onevenredige geurhinder zal zijn op een afstand van 200 meter.

37/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Door deze vorm van functiescheiding en inwaartse zonering wordt geurhinder als gevolg van het bedrijventerrein bij geurgevoelige objecten buiten het bedrijventerrein tegengegaan en zal het aantal geurgehinderden niet toenemen. Het is ondanks de geurnormen in de planregels, en de verplichting tot het treffen van maatregelen bij de visverwerkende bedrijven, niet uit te sluiten dat er bij minder geurgevoelige objecten en minst geurgevoelige objecten óp het bedrijventerrein (bedrijfsgebouwen) geurhinder kan optreden. Echter vanwege de aard van die objecten en de ligging op een bedrijventerrein blijft geurverspreiding (en dus ook de daaruit voortkomende geurhinder) beperkt. Het duurzame alternatief is niet onderscheidend voor wat betreft het aspect geur. In zowel het basisalternatief als het duurzame alternatief neemt het aantal geurgehinderden niet toe, waardoor beide alternatieven neutraal worden beoordeeld. Tabel 8-3 Beoordeling geur

Alternatief

Score

Basisalternatief

0

Betekenis Geen effect op het aantal geurgehinderden

Duurzaam alternatief

0

Geen effect op het aantal geurgehinderden

38/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

9 Gezondheid 9.1

Uitgangspunten 14

De informatie over gezondheid in een milieurapport hangt af van de gezondheidsrisico’s die het plan of project met zich meebrengt en van het detailniveau waarop de besluitvorming plaatsvindt.

duurzame alternatief wordt uitgegaan van implementatie van maatregelen uit de stresstest.

9.2

Methode onderzoek

Er zijn verschillende methoden voor het in beeld brengen van

In deze paragraaf wordt de gebruikte onderzoeksmethodiek per gezondheidsaspect kort toegelicht.

gezondheidseffecten, waarvan de geschiktheid per project kan variëren. De methoden variëren van kwalitatief tot (zeer) kwantitatief. Inzet en keuze voor een methode hangt af van de (besluitvormings)fase van het project, de

9.2.1 De voor gezondheid relevante geluidsaspecten In het sectoraal geluidsonderzoek is onder andere inzicht gegeven in de

beschikbare data, het detailniveau van de informatie en de milieuaspecten die optreden. Voor dit project is zowel de kwantitatieve benadering als een meer kwalitatieve gekozen, om een zo compleet mogelijk beeld op planniveau te

veranderingen in cumulatieve geluidbelasting op nabijgelegen woningen. De cumulatieve geluidbelasting is vastgesteld door het geluid van de voorgenomen activiteit te cumuleren met alle relevante andere geluidsbronnen in de omgeving

krijgen. In dit hoofdstuk staan in eerste instantie de voor gezondheid relevante grijze

van het plangebied. Door de gecumuleerde geluidsbelasting in het studiegebied te vergelijken met de gecumuleerde geluidsbelasting in de referentie situatie is het planeffect bepaald.

milieuaspecten van het bedrijventerrein beschreven (lucht, geluid, externe veiligheid en licht). Voor deze effectinschatting is gebruik gemaakt van de effectonderzoeken die voor de overige thema’s in dit MER zijn uitgevoerd en

Bij het bepalen van de cumulatieve geluidbelasting zijn alle bronnen in het studiegebied betrokken. Duidelijke is dat er, nu en in de toekomst, sprake is van

beschikbaar waren. Deze analyse is aangevuld met een kwalitatieve analyse van een aantal andere aspecten die ook impact kunnen hebben op gezondheid.

een hoge geluidsbelasting. Bij de beoordeling is ook gebruik gemaakt van de GGD-richtlijn omgevingsgeluid en gezondheid 15

Voor het basisalternatief wordt uitgegaan van een traditionele inrichting van het bedrijventerrein zonder duurzaamheidsmaatregelen. In de beoordeling van het

14

Er is geen gezondheidseffectscreening uitgevoerd omdat de milieuimpact van de RTG gering is. Dat maakt dat op het gebied van gezondheid geen substantiële verbeteringen mogelijk zijn.

15

GGD-richtlijn medische milieukunde: omgevingsgeluid en gezondheid. RIVM Rapport 20190177. 39/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Bij de beoordeling van verschillen is ervan uitgegaan dat het menselijk oor

Het wegverkeer en het buitenland leveren op macroniveau ongeveer een even

verschillen van minder dan 2 dB niet kan waarnemen. Omdat de rekenresultaten zijn weergegeven met 1 decimaal, gelden verschillen kleiner dan 1,5 dB als niet waarneembaar.

groot deel aan de achtergrondconcentratie van NO2. In een omgeving met aaneengesloten woonbebouwing levert het wegverkeer verreweg de grootste bijdrage aan de lokale NO2-concentratie. Bij het schatten van de effecten van

9.2.2 Kwantitatieve beoordeling van luchtverontreiniging Omdat het bedrijventerrein “niet aan het gas” zal zijn wordt de luchtverontreiniging met name veroorzaakt door de verbrandingsmotoren zoals in vrachtverkeer. De uitlaatgassen zijn opgebouwd uit een complex mengsel van verschillende componenten, die vaak een directe koppeling met elkaar hebben.

het verkeersgerelateerde luchtmengsel op de gezondheid van mensen, is NO2 dan ook een betere en gevoeligere indicator dan (zeer) fijn stof. Zeker is het niet zo, dat de gevonden gezondheidseffecten die gerelateerd zijn aan de NO2 in de buitenlucht uitsluitend aan NO2 zelf toegeschreven kunnen worden. Het feit dat we in dit onderzoek NO2 als indicator-parameter gebruiken betekent niet dat de NO2-concentratie wordt gezien als de belangrijkste veroorzaker van de

Het is daarom vaak moeilijk om waargenomen gezondheidseffecten toe te schrijven aan één of meer componenten uit dat mengsel. Dit geldt zeker voor NO2 en fijn stof, waarbij bij de beoordeling van de effecten van de

gezondheidseffecten. Het is in een studie naar gezondheidseffecten veroorzaakt door wegverkeer, echter wel de beste voorspeller (indicator) van de aanwezigheid van componenten die met NO2 - en dus ook met wegverkeer -

verkeersemissies op de gezondheid, de ene component niet los te koppelen is van de ander.

samenhangen. 9.2.3

Kwantitatieve beoordeling van externe veiligheid

In het onderzoek is het jaargemiddelde voor NO2 gebruikt als gezondheidsindicator. Dit laat onverlet dat (zeer) fijn stof16 nadelige effecten heeft op de gezondheid. Bij het schatten van de effecten van verkeersemissies

Voor het aspect externe veiligheid is gekeken naar het plaatsgebonden risico. Het plaatsgebonden risico is de kwantitatieve maat voor de wettelijke grenswaarde. Het is een maat voor de kans dat iemand direct komt te overlijden

op de gezondheid van mensen wordt de NO2-concentratie vaak in eerste instantie als indicator genomen voor het mengsel van aan verkeer gerelateerde luchtverontreiniging. Deze concentratie blijkt met betrekking tot verkeer namelijk

als gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.

gevoeliger te zijn dan de PM10 concentraties, waarvan de bijdrage door het verkeer relatief beperkt is en ook minder door de nabijheid van de weg beïnvloed wordt.

Gezondheid wordt in brede zin opgevat. Alle gezondheidsdeterminanten die door het plan beïnvloed kunnen worden, worden in principe bekeken. Naast de hierboven beschreven beoordeling van geluidshinder, luchtverontreiniging en

9.2.4

Overige beoordelingsaspecten

externe veiligheid worden de effecten, per aspect, ook in beschrijvende zin (kort) weergegeven. 16

Hierbij moet men denken aan roet, elementair koolstof, zwarte rook en de ultrafijne fractie stofdeeltjes in het verkeersgerelateerde luchtmengsel 40/90

Kenmerk

9.3

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Huidige situatie en autonome ontwikkelingen (referentiesituatie)

9.4

Effectbeoordeling

Als vertrekpunt voor het vaststellen van de effecten op gezondheid geldt de huidige situatie in het plangebied. In de huidige situatie is het plangebied in

9.4.1 Gecumuleerde geluidshinder (Lcum) Langs een deel van de Domineesweg is er nu al sprake van een hoge achtergrondwaarde vanwege de al aanwezige geluidsbronnen zoals de

gebruik als landbouwgrond, met aan de randen en enkel bewoond perceel, omgeven door groene singels die meestal niet in een heel goede staat verkeren. Er is geen sprake van autonome ontwikkelingen ter plaatse: als het bedrijventerrein niet gerealiseerd wordt dan blijft het plangebied vooralsnog in gebruik als landbouwgrond. Dat betekent dat voor het aspect gezondheid de huidige situatie dient als referentie situatie.

Zwolsehoek, de weg infrastructuur en de windmolens. In de autonome situatie zal dit alleen maar toenemen vanwege de intensivering van het ruimtegebruik. Ook in de autonome situatie zal er dus sprake zijn van (ernstige) geluidshinder. Berekend is wat het effect zal zijn van het realiseren van het nieuwe bedrijventerrein op de gecumuleerde geluidsbelasting op de vier kritisch gelegen woningen in het studiegebied. De resultaten van deze berekeningen zijn opgenomen in bijlage 5, waarnaar wordt verwezen.

Geluidhinder Het studiegebied bevindt zich dicht bij belangrijke bronnen van geluidshinder, te

In tabel 6.2 zijn de resultaten samengevat met betrekking tot de berekende

weten de Domineesweg, het bestaande bedrijventerrein Zwolsehoek en het windmolenpark langs de dijk van het IJsselmeer. De geluidsberekeningen tonen aan dat er ter plaatse van de Domineesweg 35a-d sprake is van 63-64 dB

verslechteringen, voor zover hoorbaar. In alle gevallen tonen de berekeningen aan dat er geen sprake is van hoorbare verslechteringen. Dit is toe te schrijven aan het feit dat er in de referentie situatie al sprake is van een zeer dominant

gecumuleerd geluid. Dit is veel meer dan de 50 dB die voor de GGD geldt als uitgangspunt bij de beoordeling van een gecumuleerd geluidsniveau. Onder de 50 dB is een goede akoestische kwaliteit van de leefomgeving bereikt. Onder 50

aanwezige geluidsbron: het wegverkeer over de Domineesweg. Echter, aan de zuidgevels van de vier kritisch gelegen huizen is er wel sprake van een substantiële toename van het industrielawaai. Zeker op de momenten dat het

dB wordt, behalve een beperkt percentage hinder en slaapverstoring, geen ander gezondheidseffect verwacht. Duidelijk is dat, ook zonder de voorgenomen activiteit, er in dit deel van het studiegebied geen sprake is van een optimale

minder druk is op de Domineesweg (buiten de spits) lijkt het aannemelijk dat deze belasting op de zuidelijke gevels wel hoorbaar zal blijken te zijn. Daarom is aan beide alternatieven een negatief effect op de gezondheid door

leefomgeving.

geluidshinder toegekend.

Luchtverontreiniging

Tabel 9-1 Beoordeling geluidshinder

Zoals in de sectorale studie naar de effecten op de luchtverontreiniging is vastgesteld zijn de grenswaarden voor de luchtkwaliteit niet in het geding. Dat betekent echter niet dat de kwaliteit van de lucht in de autonome ontwikkeling

Alternatief

Score

Betekenis

Basisalternatief

-

Verdere toename van geluidshinder

Duurzaam alternatief

-

Verdere toename van geluidshinder

geen negatief effect heeft op de volksgezondheid. 41/90

Kenmerk

9.4.2

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Luchtverontreiniging

9.4.3

Externe veiligheid

In het onderzoek naar de luchtkwaliteit is vastgesteld dat er in de huidige situatie sprake is van een NO2 concentratie van ongeveer 11 μg/m3. De wettelijke grenswaarden zijn weliswaar niet in het geding maar er is wel ruimte

In hoofdstuk 15 zijn voor de huidige situatie de bestaande risicobronnen in kaart gebracht. Er is geen reden aan te nemen dat dit in de autonome ontwikkeling voor zover nu bekend anders zal zijn. De belangrijkste bronnen in de directe

voor verbetering. Verwacht wordt dat in de autonome ontwikkeling de NO2 concentratie wel zal afnemen. De autonome verbetering is toe te schrijven aan de aanscherping van de eisen die gesteld worden aan de emissies van het (vracht) verkeer.

omgeving zijn het windmolenpark, de (LPG)tankstations en de ammoniak koelinstallaties.

De bijdrage aan de luchtverontreiniging ten gevolge van het plan is berekend op maximaal 7,1 μg/m3, ter plaatse van de woonbebouwing langs de Domineesweg ten oosten van het plangebied.

Ten opzichte van de huidige situatie worden er op het nieuwe bedrijventerrein geen nieuwe bronnen van risico toegevoegd die vallen binnen de reikwijdte van het Bevi. Er kan wel sprake zijn van kleinere bronnen van risico’s, met name door de verwachte komst van (ammoniak)koelinstallaties. Echter, als randvoorwaarde geldt dat de PR 10-6 contouren zich niet tot buiten de grens van de inrichting mogen uitstrekken.

Het realiseren van het bedrijventerrein zorgt er op termijn dus voor dat het bereiken van een goede luchtkwaliteit enigszins wordt vertraagd in de omgeving ervan.

Het realiseren van het bedrijventerrein zorgt er dus voor dat de externe veiligheid risico’s enigszins toenemen in de omgeving. De omvang van de

Vanwege de beperkte risico’s voor de gezondheid wordt het effect op de luchtverontreiniging dan ook als neutraal beoordeeld. De grenswaardes voor

populatie waarvoor de risico’s toenemen is klein en een dergelijke geringe toename van het plaatsgebonden risico heeft geen impact op de hinderbeleving met de daarbij behorende klachten die de gezondheid kunnen beïnvloeden.

luchtverontreiniging zijn nergens in het geding en er is slechts in heel beperkte mate verdere gezondheidswinst te behalen.

Vanuit de risico’s op de gezondheid wordt het effect op de externe veiligheid dan ook als neutraal beoordeeld.

Tabel 9-2 Beoordeling grenswaarden luchtverontreiniging

Tabel 9-3 Beoordeling hinderbeleving

Alternatief

Score

Betekenis

Alternatief

Score

Betekenis

Basisalternatief

0

Grenswaardes voor luchtverontreiniging zijn

Basisalternatief

0

Geen impact op de hinderbeleving verwacht

niet in het geding

Duurzaam alternatief

0

Geen impact op de hinderbeleving verwacht

Duurzaam alternatief

0

Grenswaardes voor luchtverontreiniging zijn niet in het geding

42/90

Kenmerk

9.4.4

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Overige gezondheidscriteria

Gezondheid wordt in brede zin opgevat. Resterende gezondheidsdeterminanten die door het plan beïnvloed kunnen worden, worden in deze laatste paragraaf kort behandeld. Na en naast de meer cijfermatige analyse op mogelijke gezondheidseffecten voor geluid, lucht en externe veiligheid worden in deze paragraaf lichthinder en groen in kwalitatieve zin beoordeeld op het effect van het bedrijventerrein op de gezondheids(beleving) in de directe omgeving.

Groen Naarmate de omgeving groener is, voelen mensen zich gezonder en hebben ze minder gezondheidsklachten. Een groene omgeving vermindert stress, nodigt uit tot bewegen, spelen en sociaal contact en verhoogt de attractiviteit en levendigheid van de omgeving, het welbevinden en woonplezier. Een positieve beleving van een groene omgeving kan ook eventuele (geluid)hinderbeleving verzachten. In de huidige situatie is er sprake van een open agrarisch gebied met heel weinig tot geen groene elementen.

Lichthinder Lichtschittering is hinderlijk maar vooral te veel nachtelijke lichtval op woningen kan hinder en slaapproblemen veroorzaken. Het studiegebied voor het aspect Licht is het gebied met omwonenden waarin de lichteffecten zich mogelijk uitstrekken. Het betreft het rijtje woningen ten noorden van de Domineesweg en enkele vrij liggende woningen/boerderijen in het agrarisch gebied van de Noord Oost Polder. In de huidige situatie is er met name sprake van de verlichting vanuit het bedrijventerrein Zwolsehoek, ten noorden van de Domineesweg. Vanuit het plangebied zelf is nu niet of nauwelijks sprake van bronnen van overmatige licht uitstraling. In de plansituatie zal de hoeveelheid licht substantieel toenemen, in lijn met de uitstraling in de huidige situatie vanuit de bedrijven op de Zwolsehoek. De lichthinder zal dus toenemen, maar omdat het aan zal sluiten bij het al bestaande patroon wordt geen overmatige hinder verwacht. Voor dit gezondheidscriterium wordt voor beide alternatieven een negatief effect

Figuur 9-1 Voorlopig ruimtelijk ontwerp van het plangebied

verwacht. 43/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Zoals blijkt uit bovenstaande inrichtingsschets gaat het ontwerp uit van de

Type beplanting

aanwezigheid van groen/blauwe elementen die het plangebied doorsnijden. Groen van goede kwaliteit heeft een positief effect op de gezondheid(beleving)

In de huidige situatie is sprake van (hoge) erfsingels, passende bij de kavelstructuur. In het basisalternatief wordt uitgegaan van een minimale beplanting. Voorzien wordt dat er in het duurzame alternatief langs de

van de omwonenden. De kwaliteit van het groen in (de omgeving van) het plangebied wordt beoordeeld op basis van de onderstaande indicatoren: • De hoeveelheid groen binnen een bepaalde afstand tot woningen • De bereikbaarheid van het groen: lopend, per fiets of auto • De afstand tot groen/natuur van een bepaalde omvang in de wijdere omtrek

doorgaande wegen in het plangebied bomen geplant zullen worden die hoog genoeg zijn om voor schaduw (en verkoeling) te zorgen. Vanuit gezondheidsperspectief kent het basisalternatief een negatief effect. In het duurzaamheid alternatief daarentegen is er sprake van een positief effect omdat er, in tegenstelling tot de huidige situatie, sprake zal zijn van voor het publiek toegankelijke beschaduwde plekken.

• •

Soort groen: bomen, struiken, zoombegroeiing, open grasland, et cetera De overzichtelijkheid (sociale veiligheid) en de toegankelijkheid van het groen (gesloten, open)

Hoeveelheid Ten opzichte van de huidige situatie neemt in beide alternatieven de hoeveelheid groen in het plangebied enigszins toe. Dit geldt als een positief effect.

Overzichtelijkheid en toegankelijkheid Op dit moment is het plangebied niet openbaar toegankelijk. In de plansituatie zal dat wel het geval zijn. Dit geldt als een positief effect voor beide alternatieven. Samenvatting van de effecten op gezondheid In de onderstaande tabel worden de hierboven beschreven effecten op de gezondheidsbepalende criteria samengevat.

Bereikbaarheid In de bereikbaarheid van het plangebied verandert niets wezenlijk. De ontsluiting zal worden aangepast aan de verkeersaantrekkende werking. Vanuit gezondheidsperspectief is er voor dit criterium in beide alternatieven geen effect. Afstand De afstand tot de groene elementen in het plangebied verandert ook niet wezenlijk. Vanuit gezondheidsperspectief is er voor dit criterium in beide alternatieven ook geen effect. 44/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Tabel 9-4 Effecten op gezondheid samengevat

criterium

Basis alternatief

Duurzaam alternatief

Cumulatief geluid

-

-

Luchtverontreiniging

0

0

E.V.-hinderbeleving

0

0

Lichthinder

-

-

+

Groen:

-

Hoeveelheid

+

-

Bereikbaarheid

0

0

-

Afstand

0

0

-

Type beplanting

-

+

-

Toegankelijkheid

+

+

-

0

Integrale beoordeling

Als alle gezondheidsbepalende criteria met een gelijk gewicht worden beoordeeld is het effect van het basisalternatief negatief, en het effect van het duurzaam alternatief neutraal. De reden voor het verschil is het type beplanting: de hoge bomen waarvoor in het duurzaam alternatief voor wordt gekozen zijn niet alleen gunstig tegen hittestress, maar ook voor de gezondheid, en de gezondheidsbeleving.

45/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

10 Natuur 10.1

Uitgangspunten

10.1.1 Beschermde soorten Via het onderdeel soortenbescherming in de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermt de provincie plant- en diersoorten die in het wild voorkomen. Alle vogels en ruim 230 plant- en diersoorten vallen onder de bescherming van deze wet, met als doel de biodiversiteit te bevorderen. In de wet is een aantal

betekent dat ook ontwikkelingen buiten de begrenzing van NNN getoetst moeten worden op effecten op het NNN. 10.1.3 Natura2000-gebied Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke

verboden opgenomen. Het is bijvoorbeeld verboden om beschermde dieren opzettelijk te doden, te verstoren of te verjagen of om voortplantingsplaatsen en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen. In bepaalde situaties mag men de

leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000gebieden zijn beschermd via de Wet natuurbescherming. Voor projecten met negatieve effecten op Natura 2000-gebieden geldt een vergunningplicht. In

verboden uit de Wet natuurbescherming overtreden, maar daarvoor is dan wel een vrijstelling of een ontheffing nodig. De provincie regelt in de meeste gevallen deze vrijstellingen of ontheffingen.

deze beoordeling wordt dan ook nagegaan óf de werkzaamheden gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden, en zo ja welke gevolgen dat zijn.

10.2

Methode onderzoek

10.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur)

10.2.1 Beschermde soorten Bij de beoordeling van effecten op beschermde soorten wordt gekeken naar

is een netwerk van natuurgebieden waarmee de biodiversiteit behouden en versterkt wordt. Planten en dieren kunnen zich van het ene naar het andere gebied verplaatsen. Soorten raken hierdoor niet geïsoleerd en hebben dus

mogelijke overtredingen op verbodsbepalingen Wnb door ontwikkeling van het bedrijventerrein. De negatieve effecten gaan over aanwezige beschermde diersoorten die in de referentiesituatie gebruik maken van het gebied en

minder kans op uitsterven. Het NNN is planologisch beschermd via de Wro en is opgenomen in de provinciale structuurvisie en bestemmingsplannen van de gemeente. In het NNN geldt het 'nee, tenzij'-principe. Aantasting van het NNN is

tijdelijke effecten tijdens de realisatiefase. Door realisatie van het bedrijventerrein kunnen verblijfplaatsen en/of het foerageergebied van beschermde soorten die in de referentiesituatie van het gebied gebruik maken

alleen mogelijk als de beoogde ontwikkeling een groot openbaar belang heeft. De schadelijke effecten van de activiteit op de natuur moeten bovendien worden gecompenseerd. Het Rijk en de provincies hebben hiervoor samen met

aangetast worden.

gemeenten en maatschappelijke organisaties, spelregels opgesteld. Voor het NNN in de provincie Flevoland is ook externe werking van toepassing. Dit 46/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

De beoordeling is onder andere gebaseerd op de natuurtoets die voor het

Tabel 10-2. Beoordelingsschaal Natuurnetwerk Nederland

gebied is uitgevoerd en die is opgenomen als bijlage 317. Bij de beoordeling wordt gebruik gemaakt van verspreidingsgegevens (NDFF, Tauw natuurkaart) en de veldinventarisatie van Landschapsbeheer Flevoland (bijlage 8).

Score

Betekenis

++

Sterk positieve invloed op wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en samenhang NNN

Daarnaast heeft Landschapsbeheer nog een natuurinspectie gedaan bij Domineesweg 27 (bijlage 9) en een onderzoek naar Waterspitsmuis (bijlage 10). Onderstaande tabel toont de beoordelingsschaal voor beschermde soorten.

+

Positieve invloed op wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte

0

Geen invloed op wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en

Tabel 10-1. Beoordelingsschaal beschermde soorten

-

Negatieve invloed op wezenlijke kenmerken en waarden,

en samenhang NNN

samenhang NNN

Score

Betekenis

++

Sterk positieve invloed op beschermde soorten

+

Positieve invloed op beschermde soorten

0

Geen invloed op beschermde soorten

-

Negatieve invloed op beschermde soorten

--

Sterk negatieve invloed op beschermde soorten

10.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Bij de toetsing aan het NNN wordt het effect van een mogelijke aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN en/of areaalverlies bepaald. Deze toetsing richt zich ook op het eventueel optreden van significante vermindering in de samenhang van het NNN. Ook hier worden effecten tijdens de realisatiefase en tijdens de permanente situatie getoetst. De natuurtoets (bijlage 3) levert hier informatie over eventuele effecten op NNN. Onderstaande tabel toont de beoordelingsschaal voor Natuurnetwerk Nederland.

oppervlakte en samenhang NNN --

Sterk negatieve invloed op wezenlijke kenmerken en waarden,

oppervlakte en samenhang NNN

10.2.3 Natura2000-gebied Bij de toetsing van effecten op Natura2000-gebied kijken we naar effecten op instandhoudingsdoelen. Negatieve effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase en/of de gebruiksfase van een project en kunnen grofweg onderverdeeld worden in de volgende categorieën: 1. 2. 3.

Direct verlies van oppervlakten van habitattypen of van areaal leefgebied voor aangewezen soorten Verslechtering van habitattypen of leefgebieden door o.a. vermesting door stikstofdepositie als gevolg van een project Verstoring van individuen van aangewezen soorten. De mate van verstoring is grotendeels afhankelijk van de uitvoering van werkzaamheden nabij kwetsbare locaties en gedurende kwetsbare perioden. Voor de beoordeling van dit effecten op Natura2000 zijn een natuurtoets en stikstofonderzoek uitgevoerd

17 Tauw 2020, Natuurtoets bestemmingsplan binnendijks bedrijventerrein Urk, kenmerk R0011271717YKH-V02-srb-NL

47/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

Negatieve effecten zijn (mogelijk) significant zodra deze (kunnen) leiden tot het niet behalen van instandhoudings-doelstellingen van het Natura 2000-gebied. Onderstaande tabel toont de beoordelingsschaal voor Natura2000-gebieden. Tabel 10-3 Beoordelingsschaal Natura2000-gebied

Score

Betekenis

++

Sterk positieve invloed op Natura2000-gebied

+

Positieve invloed op Natura2000-gebied

0

Geen invloed op Natura2000-gebied

-

Negatieve invloed op Natura2000-gebied

--

Sterk negatieve invloed Natura2000-gebied

10.3 10.3.1

Huidige situatie en autonome ontwikkelingen (referentiesituatie) Beschermde soorten

Het plangebied is momenteel in gebruik als akkerland met een aantal boerderijen. Uit het onderzoek van Landschapsbeheer Flevoland naar beschermde soorten (bijlage 8) en de natuurtoets van Tauw (bijlage 3) blijkt dat

Figuur 10-1 Ligging Natuurnetwerk Nederland rondom plangebied

er een aantal beschermde soorten in het gebied aanwezig zijn. Dit betreft onder andere steenmarter en boommarter en verblijfplaatsen van gebouw- en boombewonende vleermuizen. Ook is de kans groot dat jaarrond beschermde

Eén kilometer ten noorden van het plangebied ligt het Toppad. Dit is een broedgebied voor moerasvogels en een rust- en foerageergebied voor

nesten van ooievaar, buizerd, havik, sperwer, boomvalk, ransuil, roek, kerkuil, steenuil, gierzwaluw en huismus aanwezig zijn. 10.3.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Figuur 10.1 toont de ligging van NNN (donkergroen) in de omgeving van het plangebied.

watervogels. Het heeft een variatie in unieke flora met zilt grasland, laagveenvegetatie (met hoogveenontwikkeling) en relicten van vochtige- tot natte duinvallei. Ook ligt daar de verbindingszone Urkervaart. Deze ecologische verbindingszone bestaat uit de Urkervaart en de Zwolse Vaart, en doorsnijdt van west naar oost de Noordoostpolder. De vaarten vormen daarmee een verbinding tussen NNN-gebieden in het oosten en westen van de Noordoostpolder en ook tussen de Natura 2000-gebieden IJsselmeer en Zwarte Meer en zijn van belang als verbindingsroute en foerageergebied voor de meervleermuis. Boven Urk ligt het Urker Bos als NNN-gebied. Voor het 48/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

IJsselmeer zijn geen NNN specifieke wezenlijke kenmerken en waarden

bomen, snoeien van struiken en het slopen van gebouwen kunnen leefgebied

geformuleerd. Daarom zijn de wezenlijke kenmerken en waarden gelijk aan de instandhoudingsdoelen van Natura 2000. De autonome ontwikkelingen leiden niet tot een verandering van deze situatie.

en verblijfplaatsen van deze soorten verloren gaan. Daarom is nader onderzoek nodig.

10.3.3 Natura2000-gebied De afstand van het projectgebied tot het Natura 2000-gebied ‘IJsselmeer’ bedraagt ongeveer 75 m. Het Natura 2000-gebied is als zodanig aangewezen vanwege de aanwezigheid van kwalificerende habitattypen en soorten. De gebiedsspecifieke ecologische vereisten voor de duurzame instandhouding van

In het plangebied zijn ook gebouw-bewonende vleermuizen zoals gewone dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en tweekleurige vleermuis aanwezig. Bij het verwijderen van de gebouwen op de erven en het kappen van de bomen in het plangebied kunnen deze soorten verstoord worden. Soortgericht onderzoek naar verblijfplaatsen van gebouwbewonende en boombewonende vleermuizen is noodzakelijk om vervolgens een eventuele

deze kwalificerende habitattypen en soorten zijn beschreven in instandhoudingsdoelstellingen. Overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand, minimaal drie kilometer van het plangebied af. De autonome

ontheffing aan te vragen en mitigerende maatregelen te nemen.

ontwikkelingen leiden niet tot een verandering van deze situatie.

Landschapsbeheer Flevoland mogelijk kerkuil en huismus. Ook voor gierzwaluwen zijn er mogelijk nestplaatsen in de gebouwen aanwezig. Op de andere, vergelijkbare erven zijn er ook potentiële nestplaatsen aanwezig van

10.4

Effectbeoordeling

In de gebouwen op het erf aan Zuidermeerweg 49 broeden volgens

10.4.1 Beschermde soorten Om het effect van de ontwikkeling van het bedrijventerrein op beschermde soorten te bepalen, wordt gekeken welke soorten er in het gebied voorkomen en

kerkuil, steenuil, gierzwaluw en huismus. Om jaarrond beschermde nesten van ooievaar, buizerd, havik, sperwer, boomvalk, ransuil en roek al dan niet uit te sluiten in het plangebied, dient tijdens een gericht veldbezoek gezocht te

dus eventueel verstoord kunnen worden.

worden naar nesten.

In februari 2020 heeft Landschapsbeheer Flevoland onderzoek gedaan naar het 18

Ook kunnen broedgevallen verstoord worden door de werkzaamheden. Een

voorkomen van beschermde soorten in het plangebied (bijlage 8) . Tauw heeft in augustus 2020 onderzoek gedaan naar het voorkomen van beschermde soorten in het plangebied19. Het voorkomen van bever, otter, das, eekhoorn en

(periodieke) controle op nesten van broedvogels is voorafgaand aan de werkzaamheden noodzakelijk om overtreding van de wet te voorkomen.

waterspitsmuis zijn uitgesloten. Van de grondgebonden zoogdieren zijn alleen effecten op boommarter en steenmarter niet uitgesloten. Bij het kappen van

In het plangebied zijn potentieel geschikte voortplantingswateren voor rugstreeppad aanwezig. Ook zijn overwinteringsplaatsen mogelijk op de erven

18

19 Tauw 2020, Natuurtoets bestemmingsplan binnendijks bedrijventerrein Urk, R0011271717YKH-V02-srb-NL

Landschapsbeheer Flevoland 2020. Beschermde soorten bij Binnendijks Bedrijventerrein Urk

49/90

Kenmerk

R002-1271717HRE-V01-agv-NL

en is functioneel leefgebied aanwezig (foerageergebied en routes) in de

dempen van sloten kunnen algemene vissen en amfibieën ingesloten en

omgeving. De werkzaamheden kunnen leiden tot vernietiging van leefgebied en verstoring van individuen. Soortgericht onderzoek naar rugstreeppad is nodig. In de natuurtoets van Tauw staan aanbevelingen voor het soortgericht onderzoek

gedood worden. Om dit te voorkomen moeten de volgende maatregelen getroffen worden: • Vissen en amfibieën één richting opdrijven van het werkgebied af, zodat ze

en maatregelen om aan de zorgplicht te voldoen. Effecten op reptielen, vissen, libellen, vlinders en andere ongewervelden zijn uitgesloten. De ontwikkeling van het akkerland tot een bedrijventerrein leidt tot afname van leefgebied en mogelijke verstoring van beschermde diersoorten zoals hierboven benoemd. Hoewel het soortgericht onderzoek de exacte aanwezigheid van enkele soorten nog moet aantonen wordt het plangebied met een bedrijventerrein grotendeels ongeschikt gemaakt voor de bovengenoemde soorten. Ook leidt de aanlegfase tot een tijdelijke verstoring van soorten. Het basisalternatief of duurzaam alternatief zijn hierin onvoldoende verschillend om anders beoordeeld te worden. Daarom volgt voor beide alternatieven een negatieve beoordeling voor het effect op beschermde soorten. Tabel 10-4 Effecten op beschermde soorten

Alternatief

Score

Betekenis

Basisalternatief

-

Negatieve invloed op beschermde soorten

Duurzaam alternatief

-

Negatieve invloed op beschermde soorten

Het doden of verstoren van individuen kan met mitigerende maatregelen beperkt worden. De exacte mitigerende maatregelen en eventuele ontheffing moet na het nader soortenonderzoek worden vastgesteld. Voor de zorgplicht dient bij kap- en snoeiwerkzaamheden in één richting gewerkt te worden zodat eventueel aanwezige fauna kan ontkomen aan de werkzaamheden. Bij het 20 Met externe werking wordt bedoeld dat een voorgenomen activiteit die buiten de beschermde zone wordt gerealiseerd ook van buiten af impact kan hebben op de wezenlijke waarden en kenmerken van het gebied.

• •

kunnen vluchten Het water in de te dempen delen dient afgevangen te worden van alle aanwezige vissen en amfibieën Afgevangen soorten dienen uitgezet te worden in de omliggende watergangen

De conclusie is dat de mogelijk aanwezige beschermde soorten de ontwikkeling van het bedrijventerrein niet in de weg staan als de boven beschreven maatregelen op adequate wijze worden getroffen. 10.4.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) De ontwikkeling van het binnendijks bedrijventerrein leidt niet tot negatieve effecten op Natuurnetwerk Nederland, ook vanuit de zogenoemde “externe werking20”. Het Toppad en de Verbindingszone Urkervaart liggen op zodanige afstand dat de ontwikkeling niet leidt tot areaalverlies, aantasting van samenhang of wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. De mogelijke effecten op het IJsselmeer zijn getoetst vanuit het beschermingskader Natura 2000, waar een zwaarder beschermingsregime op rust dan het NNN. Om die reden zijn op het IJsselmeer ook als NNN-gebied geen effecten te verwachten21. Hierbij is geen onderscheid tussen het basisalternatief en het duurzame alternatief. Beide alternatieven worden hier neutraal beoordeeld voor het effect op NNN (0).

21 Tauw 2020, Natuurtoets bestemmingsplan binnendijks bedrijventerrein Urk, R0011271717YKH-V02-srb-NL

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=f9375064-4a2c-4027-ba44-625a25353dde